Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen

Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, houdende voorschriften inzake de beleidsvoorbereiding en de verantwoording van waterschappen (Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen)

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 4.22, 4.24, zesde lid, 4.25, eerste lid, 4.36, tweede lid, 4.73 en 4.74, eerste lid, van het Waterschapsbesluit;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 3 De reden van de in het tweede lid bedoelde afwijking wordt in de toelichting op het desbetreffende onderdeel van de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie vermeld.

§ 2. Specificatie van de paragraaf betreffende het EMU-saldo

Artikel 2

  • 1 De paragraaf betreffende het EMU-saldo, bedoeld in artikel 4.22 van het Besluit, wordt gespecificeerd overeenkomstig de indeling van het schema dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

  • 2 In de in het eerste lid bedoelde paragraaf, wordt de specificatie van het EMU-saldo opgenomen volgens de begroting van het begrotingsjaar en de begroting van het vorige begrotingsjaar.

§ 3. Bijzondere voorschriften ten aanzien van de kostendragers, kosten- en opbrengstsoorten en balansposten

Artikel 3

Onder de in artikel 4.24, eerste lid, van het Besluit, genoemde kostendragers wordt verstaan:

Artikel 4

De kosten- en opbrengstsoorten, bedoeld in artikel 4.25, eerste lid, artikel 4.71, eerste lid, onderdeel a, en artikel 4.72, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit volgen de indeling die is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

§ 4. Voorschriften ten aanzien van de uitvoeringsinformatie

Artikel 5

Voor de toepassing van de artikelen 8, tot en met 13 wordt verstaan onder:

  • a. immateriële vaste activa: activa die niet stoffelijk zijn en evenmin als financiële vaste activa kunnen worden aangemerkt;

  • b. materiële vaste activa: kapitaaluitgaven aan onderhanden werken en werken in exploitatie waar tegenover bezittingen staan die niet als financiële vaste activa kunnen worden aangemerkt;

  • c. financiële vaste activa: aan derden beschikbaar gestelde financiële middelen met een oorspronkelijke looptijd van één jaar en langer;

  • d. uitzettingen: beleggingen met een looptijd korter dan één jaar;

  • e. kortlopende vorderingen: vorderingen van het waterschap op en beschikbaar gestelde financiële middelen aan derden met een looptijd korter dan één jaar;

  • f. overlopende activa: vooruitbetaalde kosten die ten laste van toekomstige begrotingsjaren komen en nog te ontvangen bedragen inzake baten die ten gunste van voorgaande perioden zijn verantwoord;

  • g. algemene reserves: eigen kapitaal en andere delen van het eigen vermogen waaraan door het betreffende algemeen bestuur van het waterschap geen voorafgaande, specifieke bestemming is gegeven;

  • h. vaste schulden: schulden van het waterschap met een oorspronkelijke looptijd van één jaar of langer;

  • i. netto-vlottende schulden: vorderingen van derden op het waterschap met een looptijd korter dan één jaar, en

  • j. overlopende passiva: verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend jaar tot betaling komen.

Artikel 6

  • 2 De uitvoeringsinformatie, bedoeld in artikel 4.70 onderdeel b wordt ingedeeld volgens de door de Unie van Waterschappen vastgestelde afspraken voor bedrijfsvergelijking.

  • 4 De in het eerste, tweede en derde lid genoemde door de Unie van Waterschappen vastgestelde afspraken voor bedrijfsvergelijking zijn opgenomen op www.uvw.nl, dossier ‘Verslaggeving waterschappen’. De afspraken voor bedrijfsvergelijking zijn vastgesteld op 26 november 2008. Van wijzigingen van deze afspraken wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 7

  • 1 In de lijst van verbonden partijen, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit wordt ten minste de volgende informatie verstrekt over verbonden partijen:

    • a. de naam, de vestigingsplaats en de rechtsvorm;

    • b. het openbaar belang dat door deelname in de verbonden partijen behartigd wordt, en

    • c. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin van het begrotingsjaar.

  • 2 In de lijst van verbonden partijen, bedoeld in artikel 4.72, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit wordt naast de in het eerste lid beschreven informatie de volgende informatie verstrekt over verbonden partijen:

    • a. de veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar in het belang dat het waterschap in de verbonden partij heeft, en

    • b. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 8

  • 2 In het overzicht van de immateriële vaste activa worden de activa onderscheiden volgens de indeling van artikel 4.41, eerste lid, van het Besluit en worden van deze activa de volgende gegevens vermeld:

    • a. stand begin begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. de cumulatieve verminderingen; en

      • 3°. de boekwaarde;

    • b. de mutaties in het begrotingsjaar te onderscheiden in:

      • 1°. externe vermeerderingen;

      • 2°. geactiveerde lasten;

      • 3°. overige interne vermeerderingen;

      • 4°. verkoop;

      • 5°. ontvangen subsidies;

      • 6°. afschrijvingen, en

      • 7°. overige verminderingen;

    • c. stand einde begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. de cumulatieve verminderingen, en

      • 3°. de boekwaarde.

  • 3 In het overzicht van de materiële vaste activa worden de activa onderscheiden naar activa die aan het begin van het begrotingsjaar reeds in exploitatie zijn en activa die op dat moment nog onderhanden zijn.

  • 4 In het overzicht van de materiële vaste activa worden zowel de activa in exploitatie als de activa die onderhanden zijn onderscheiden volgens de indeling van artikel 4.42, tweede lid, van het Besluit waarbij binnen de post grond-, weg- en waterbouwkundige werken worden onderscheiden:

    • a. waterkeringen;

    • b. watergangen, waterkwantiteitskunstwerken en gemalen;

    • c. zuiveringstechnische werken; zo mogelijk te onderscheiden in:

      • 1°. transportsystemen;

      • 2°. zuiveringinstallaties, en

      • 3°. slibverwerkingsinstallaties;

    • d. wegen, en

    • e. vaarwegen en havens.

  • 5 Van de in het vierde lid bedoelde activa worden de volgende gegevens weergegeven:

    • a. stand begin begrotingsjaar, te onderscheiden naar:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. het totaal van de cumulatieve afschrijvingen en bijdragen van reserves;

      • 3°. de cumulatieve subsidies die zijn ontvangen;

      • 4°. de cumulatieve waardecorrecties, en

      • 5°. de boekwaarde.

    • b. de mutaties in het begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. overname;

      • 2°. nieuwbouw door derden;

      • 3°. geactiveerde lasten;

      • 4°. waardecorrectie leidend tot vermeerdering;

      • 5°. overboeking onderhanden werk;

      • 6°. verkoop;

      • 7°. ontvangen bijdragen van de Europese Unie;

      • 8°. ontvangen bijdragen van het Rijk;

      • 9°. ontvangen bijdragen van provincies;

      • 10°. ontvangen bijdragen van overige openbare lichamen;

      • 11°. ontvangen bijdragen van overigen;

      • 12°. afschrijvingen; en

      • 13°. waardecorrectie leidend tot vermindering.

    • c. stand einde begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. het totaal van de cumulatieve afschrijvingen;

      • 3°. de cumulatieve subsidies die zijn ontvangen;

      • 4°. de cumulatieve waardecorrecties, en

      • 5°. de boekwaarde.

  • 6 In het overzicht van de financiële vaste activa worden de activa onderscheiden volgens de indeling van artikel 4.43 van het Besluit, en worden van deze activa de volgende gegevens vermeld:

    • a. stand begin begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. de cumulatieve verminderingen, en

      • 3°. de boekwaarde.

    • b. de mutaties in het begrotingsjaar te onderscheiden in:

      • 1°. herwaardering leidend tot vermeerdering;

      • 2°. overige vermeerderingen;

      • 3°. waardecorrectie leidend tot vermindering, en

      • 4°. overige verminderingen;

    • c. stand einde begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. de aanschafprijs;

      • 2°. de cumulatieve verminderingen, en

      • 3°. de boekwaarde.

Artikel 9

  • 1 In de staat van reserves, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit worden de reserves van het waterschap onderscheiden in de algemene reserves, de bestemmingsreserves voor tarief egalisatie en de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, van het Besluit en worden van deze reserves de volgende gegevens vermeld:

    • a. stand begin begrotingsjaar;

    • b. de mutaties in het begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. interne vermeerderingen;

      • 2°. interne verminderingen, en

      • 3°. de verwachte toevoegingen of onttrekkingen als gevolg van het exploitatieresultaat;

    • c. stand einde begrotingsjaar.

Artikel 10

  • 1 In de staat van voorzieningen, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit worden de voorzieningen van het waterschap onderscheiden volgens de indeling van artikel 4.55, eerste lid, van het besluit en worden van deze voorzieningen de volgende gegevens vermeld:

    • a. stand begin begrotingsjaar;

    • b. de mutaties in het begrotingsjaar, te onderscheiden in:

      • 1°. vermeerderingen als gevolg van rentetoevoeging;

      • 2°. overige interne vermeerderingen;

      • 3°. interne verminderingen, en

      • 4°. externe verminderingen;

    • c. stand einde begrotingsjaar.

  • 2 In de staat van voorzieningen wordt aangegeven welk deel van de over de voorzieningen berekende rente in het begrotingsjaar niet aan die voorzieningen zal worden toegevoegd. Daarbij wordt vermeld op welke post van de begroting het betreffende bedrag is geboekt.

Artikel 11

In de staat van vaste schulden, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel g, en artikel 4.72, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit worden de vaste schulden onderscheiden volgens de indeling van artikel 4.56, eerste lid, van het Besluit en worden van deze schulden de volgende gegevens vermeld:

  • a. restant boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;

  • b. de mutaties in het begrotingsjaar, te onderscheiden in:

    • 1°. vermeerderingen;

    • 2°. verminderingen als gevolg van gewone aflossingen, en

    • 3°. verminderingen als gevolg van extra aflossingen;

  • c. restant boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar;

  • d. de aflossingsverplichting in het volgende begrotingsjaar, en

  • e. de gemiddelde rentevoet en resterende looptijd, die beide als gewogen gemiddelde worden berekend.

§ 5. Bijzondere voorschriften ten aanzien van de informatieverstrekking aan derden

Artikel 12

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdelen h, i, j en o, kunnen de waterschappen de mutaties van de betreffende balansposten ook netto verantwoorden, waarbij het saldo van de vermeerderingen en verminderingen als ‘vermeerdering’ wordt verantwoord. Het saldo krijgt een positieve waarde als de vermeerderingen groter zijn dan de verminderingen en een negatieve waarde als de vermeerderingen kleiner zijn dan de verminderingen.

  • 3 Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.

Artikel 13

  • 1 Jaarlijks voor 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar verstrekt het dagelijks bestuur van het waterschap, op basis van de vastgestelde jaarrekening, de volgende informatie aan het CBS:

  • 3 Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.

Artikel 14

  • 1 Jaarlijks voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt het dagelijks bestuur van het waterschap, op basis van de vastgestelde begroting, de volgende informatie aan het CBS:

    • a. de raming van lasten en baten naar kosten- en opbrengstsoorten, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit;

    • b. de raming van netto-kosten naar beleidsproducten, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit;

    • c. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de opbrengstsoorten 5.1 tot en met 5.7 van bijlage 2 van deze regeling;

    • d. de geraamde bruto-belastingopbrengsten, oninbaar en kwijt te schelden bedragen ingedeeld naar de belastingen watersysteemheffing, heffing wegenbeheer en de kosten die op grond van artikel 120, eerste lid, tweede volzin, van de wet, rechtstreeks worden toegerekend aan categorieën van belastingplichtigen, en

    • e. de opbouw van het EMU-saldo, volgens de indeling van bijlage 1 van deze regeling, volgens de begroting voor het komende begrotingsjaar en voor het begrotingsjaar daarna.

  • 2 Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Verkeer en Waterstaat,

J.C. Huizinga-Heringa

Bijlage 1. bij artikel 2 van de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen

OPBOUW EMU-SALDO (bedragen x € 1000,–)

1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves:

...............

     

2 Invloed investeringen (zie staat van vaste activa):

 

-/-

bruto-investeringsuitgaven

-/- ...............

+

investeringsbijdragen

+ ...............

+

verkoop van materiële en immateriële vaste activa

+ ...............

+

afschrijvingen

+ ...............

     

3 Invloed voorzieningen (zie staat van voorzieningen)

 

+

toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie

+ ...............

-/-

onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. exploitatie

-/- ...............

-/-

onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen

-/- ...............

     

4 Deelnemingen en aandelen:

 

-/-

boekwinst

-/- ...............

+

boekverlies

+ ...............

     
     
EMU-SALDO

..................

Bijlage 2

Onderdeel A

Kostensoorten

Wat betreft de kostensoorten luidt de indeling als volgt:

Kostensoortgroepen

Kostensoorten

1 Rente en afschrijvingen

1.1

Externe rentelasten

1.2

Interne rentelasten

1.3

Afschrijvingen van activa

1.4

Afschrijvingen van boekverliezen

2 Personeelslasten

2.1

Salarissen huidig personeel en bestuurders

2.2

Sociale premies

2.3

Rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en bestuur

2.4

Overige personeelslasten

2.5

Personeel van derden

2.6

Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders

3 Goederen en diensten van derden

3.1

Duurzame gebruiksgoederen

3.2

Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen

3.3

Energie

3.4

Huren en rechten

3.5

Leasebetalingen operational lease

3.6

Pachten en erfpachten

3.7

Verzekeringen

3.8

Belastingen

3.9

Onderhoud door derden

3.10

Overige diensten door derden

4 Bijdragen aan derden

4.1

Bijdragen aan bedrijven

4.2

Bijdragen aan het Rijk

4.3

Bijdragen aan openbare lichamen

4.4

Bijdragen aan overigen

5 Toevoegingen voorzieningen/

onvoorzien

5.1

Toevoegingen aan voorzieningen

5.2

Onvoorzien

Onderdeel B

Opbrengstsoorten

Wat betreft de opbrengstsoorten luidt de indeling als volgt:

Opbrengstsoortgroepen

Opbrengstsoorten

1 Financiële baten

1.1

Externe rentebaten

1.2

Interne rentebaten

1.3

Dividenden en bonusuitkeringen

2 Personeelsbaten

2.1

Baten in verband met salarissen en sociale lasten

2.2

Uitlening van personeel

3 Goederen en diensten aan derden

3.1

Verkoop van grond

3.2

Verkoop van duurzame goederen

3.3

Verkoop van overige goederen

3.4

Opbrengst uit grond en water

3.5

Huuropbrengst uit overige eigendommen

3.6

Diensten voor derden

4 Bijdragen van derden

4.1

Bijdragen van de Europese Unie

4.2

Bijdragen van het Rijk

4.3

Bijdragen van provincies

4.4

Bijdragen van overige openbare lichamen

4.5

Bijdragen van overigen

5 Waterschapsbelastingen

5.1

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing gebouwd

5.2

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing ingezetenen

5.3

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing ongebouwd

5.4

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing natuur

5.5

Opbrengst verontreinigingsheffing

5.6

Opbrengst zuiveringsheffing bedrijven

5.7

Opbrengst zuiveringsheffing huishoudens

6 Interne verrekeningen

6.1

Onttrekkingen aan voorzieningen

6.2

Geactiveerde lasten