Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Programma internationalisering beroepsonderwijs[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 10-12-2008 t/m 31-12-2009

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 november 2008, nr. WJZ/8157546, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van het programma Internationalisering Beroepsonderwijs (Subsidieregeling Programma internationalisering beroepsonderwijs)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister:

de Minister van Economische Zaken;

b. beroepsonderwijsinstelling:

een instelling voor hoger beroepsonderwijs, zoals bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en een instelling voor het middelbaar beroepsonderwijs, zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien bekostigd uit de openbare kas;

c. project:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op de bevordering van de internationalisering binnen het middelbaar en hoger beroepsonderwijs met de intentie deze structureel te verankeren binnen de onderwijsinstelling, bijvoorbeeld bestaande uit:

  • verhoging van het aantal internationale ervaringen en het aantal internationale leerbedrijven;

  • betere voorbereiding en begeleiding, ook op de stageplek, van de internationale stages;

  • strategische activiteiten die op de langere termijn kunnen bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit en kwantiteit van internationale stages;

d. samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband van beroepsonderwijsinstellingen, waaraan ook anderen kunnen deelnemen, die samenwerken in het kader van een project.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een beroepsonderwijsinstelling die een project uitvoert.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor activiteiten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, door de Minister reeds subsidie is verstrekt.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt per subsidieontvanger per project niet meer dan € 75.000.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 50 procent van de subsidiabele kosten en niet meer dan € 75.000 per deelnemende beroepsonderwijsinstelling per project.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Als subsidiabele kosten van een project worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

    • a. het aantal na de indiening van de aanvraag door direct bij het project betrokken personeel van de subsidieontvanger gemaakte uren, vermenigvuldigd met het in het tweede lid bedoelde integrale uurtarief dat de subsidieontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel met het in het derde lid bedoelde tarief;

    • b. de specifiek ten behoeve van het project gemaakte en betaalde marktconforme kosten voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief, met inbegrip van redelijke reis- en verblijfkosten en kosten voor verzekering tegen medische kosten en ongevallen.

    Kosten die rechtstreeks samenhangen met daadwerkelijke internationale stages zijn niet subsidiabel.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde integrale uurtarief wordt berekend op basis van een binnen de organisatie gebruikelijke en controleerbare methodiek, die is gebaseerd op bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Het integrale uurtarief is samengesteld uit de directe personeelskosten en de indirecte kosten. Het integrale uurtarief betreft uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsuitoefening en bevat geen winstopslag.

  • 3 Indien de subsidieontvanger geen integraal uurtarief hanteert, dan wordt op diens verzoek dit tarief vervangen door een vast uurtarief van € 35.

  • 4 De in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt.

  • 5 De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, die vergoed kunnen worden op grond van dit artikel worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, ontvangen aanvragen op grond van deze regeling.

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2008 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de in artikel 7, eerste lid, genoemde periode, bedraagt € 1.535.000,–.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen vóór 1 november 2008. Bij ministeriële regeling worden de volgende perioden vastgesteld waarin aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen.

  • 2 De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 1 en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken overeenkomstig het daarin opgenomen model, waaronder in ieder geval een projectplan en een begroting van de kosten.

  • 3 Het projectplan bevat in ieder geval:

    • a. de doelstelling van het project;

    • b. een activiteitenplan met daarin in ieder geval opgenomen een beschrijving van de activiteiten van het project uitgezet in tijd, de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het project en het aantal onderwijsdeelnemers dat met het vernieuwingstraject wordt bereikt;

    • c. een kort overzicht van de stand van zaken op het terrein van internationalisering bij de subsidieontvanger, van de voor het project relevante recente of lopende vernieuwingen op het gebied van internationalisering en de wijze waarop deze kennis in het project wordt toegepast;

    • d. een overzicht van de vernieuwingen met betrekking tot de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom internationalisering die door het project worden verwezenlijkt;

    • e. een beknopte beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband relevante netwerken zou kunnen vormen;

    • f. een beschrijving van de projectorganisatie en de activiteiten van de afzonderlijke deelnemers van het samenwerkingsverband met betrekking tot het project;

    • g. de wijze waarop de subsidieontvanger de uit het project voortvloeiende kennis actief zal verspreiden.

  • 4 De begroting van de kosten bevat, indien sprake is van een samenwerkingsverband, in ieder geval een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer en geeft inzicht in de inbreng van de deelnemers in het project.

  • 5 Indien sprake is van een samenwerkingsverband wijzen de deelnemers een beroepsonderwijsinstelling aan als penvoerder, die mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband de aanvraag indient.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2010]

Binnen acht weken na de laatste dag van de bij of krachtens artikel 7, eerste lid, vastgestelde periode, geeft de Minister een beschikking omtrent in die periode ontvangen aanvragen om subsidie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2010]

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de capaciteiten heeft om het project naar behoren uit te voeren;

  • c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiële haalbaarheid van het project;

  • d. onvoldoende aannemelijk is dat de samenwerking leidt tot verbetering van de internationalisering;

  • e. het niet aannemelijk is dat het project binnen een jaar na subsidieverlening wordt afgerond;

  • f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, 3e.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen zodanig, dat een project hoger wordt gerangschikt naarmate het beter voldoet aan de in bijlage 2 opgenomen criteria overeenkomstig de daar beschreven toekenning van punten; bij gelijke ranking van projecten wordt rekening gehouden met de geografische en sectorale spreiding van de projecten. Indien het aantal punten, toegekend aan een project, in totaal of per cluster van criteria lager is dan een in bijlage 2 bepaald aantal, wordt geen subsidie toegekend.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking.

  • 3 Indien er sprake is van een samenwerkingsverband wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk en betaald aan de penvoerder. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt een raming van de subsidiabele kosten per deelnemende beroepsonderwijsinstelling. Elke deelnemende beroepsonderwijsinstelling is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde subsidiabele kosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.

§ 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip.

  • 2 De Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

    • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

    • b. het aantal uren dat per werknemer is besteed aan het project;

    • c. de berekening en samenstelling van het door de ondernemer of beroepsonderwijsinstelling gehanteerde integrale uurtarief voor de loonkosten en de specifiek ten behoeve van het project gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot zijn faillietverklaring.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]

De subsidieontvanger zendt binnen een jaar na de subsidievaststelling aan de Minister een overzicht van de stand van zaken op het terrein van internationalisering, aansluitend bij het overzicht, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel c, overeenkomstig het model dat daarvoor in bijlage 3 is opgenomen.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2010]

Gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening wordt aan de subsidieontvanger ambtshalve een voorschot verstrekt van 80% van het daarin vermelde maximale subsidiebedrag.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De aanvraag om subsidievaststelling voor een project wordt – indien sprake is van een samenwerkingsverband: door de penvoerder, mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband – ingediend binnen acht weken na het tijdstip waarop het project overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening, dan wel overeenkomstig de ontheffing van het voltooien op het bij subsidieverlening bepaalde tijdstip, moet zijn voltooid.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 3, en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.

  • 3 Bij de aanvraag wordt een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project gevoegd en een financiële verantwoording.

  • 4 Indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 50.000 of meer bedraagt, wordt bij de aanvraag om subsidievaststelling een accountantsverklaring gevoegd die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2010]

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2010]

Aanvragen, ingediend in het kader van het Programma Internationalisering Beroepsonderwijs, ronde 3 en 4, worden aangemerkt als aanvragen om subsidie krachtens deze regeling en worden op basis van deze regeling behandeld.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Programma internationalisering beroepsonderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de EVD, t.a.v. mw. drs. L.E. Beijlsmit, Postbus 20105, 2500 EC Den Haag.

Den Haag, 18 november 2008

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]