Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 15-08-2009 t/m 31-12-2009

Besluit van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 19 november 2008, nr. DDE-838/2008, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 7.3 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 gelden voor de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 voor het Private Sector Investeringsprogramma de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beleidsregels (‘Subsidiehandleiding PSI’).

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 7.3 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Private Sector Investeringsprogramma, geldt voor de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 het volgende subsidieplafond: € 70.000.000.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het Private Sector Investeringsprogramma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier (bijlage 1) en PSI Plus (bijlage 2).

  • 2 Met het oog op een onderlinge afweging van de aanvragen en een spreiding van de werklast over het subsidietijdvak, wordt in twee beoordelingstijdvakken beslist over de verlening van subsidies in het kader van PSI Regulier. Aanvragen voor het eerste tijdvak kunnen worden ingediend tot uiterlijk 2 februari 2009, 17.00 uur. Voor het tweede tijdvak kan worden ingediend tot uiterlijk 24 augustus 2009, 17.00 uur.

  • 3 Met het oog op een onderlinge afweging van de aanvragen en een spreiding van de werklast over het subsidietijdvak, wordt in drie beoordelingstijdvakken beslist over de verlening van subsidies in het kader van PSI Plus. Aanvragen voor het eerste tijdvak kunnen worden ingediend tot uiterlijk 2 februari 2009, 17.00 uur. Voor het tweede tijdvak kan worden ingediend tot uiterlijk 11 mei 2009, 17.00 uur. Voor het derde tijdvak kan worden ingediend tot uiterlijk 5 oktober 2009, 17.00 uur.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 In het eerste beoordelingstijdvak voor PSI Regulier kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 30.000.000.

  • 2 In het eerste en het tweede beoordelingstijdvak voor PSI Plus kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 2.500.000, respectievelijk EUR 4.635.000.

  • 3 In het tweede beoordelingstijdvak voor PSI Regulier kunnen verplichtingen worden aangegaan tot ten hoogste EUR 28.800.000. In het derde beoordelingstijdvak voor PSI Plus kunnen verplichtingen worden aangegaan tot ten hoogste EUR 4.750.000.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De

minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:
de

directeur-generaal Internationale Samenwerking

,

J.M.G. Brandt

Bijlage 1. Subsidiehandleiding [Vervallen per 01-01-2010]

Private Sector Investeringsprogramma: deelprogramma Regulier (PSI Regulier) [Vervallen per 01-01-2010]

1. Inhoud en inlichtingen [Vervallen per 01-01-2010]

Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Regulier. PSI Regulier heeft betrekking op investeringen in 47 ontwikkelingslanden. Zie de landenlijst in paragraaf 5.1 van deze bijlage. PSI Plus richt zich op Afghanistan, Burundi, Palestijnse Gebieden, Sierra Leone en zuidelijk Sudan. De handleiding van PSI Plus is opgenomen in bijlage 2.

De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Regulier. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding.

De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8).

Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van de EVD: www.evd.nl/PSI. Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de EVD, tel: 070 – 778 8513.

2. Algemeen [Vervallen per 01-01-2010]

Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van innovatieve proefinvesteringen in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een belangrijke bijdrage te leveren aan armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering.

Typering van een PSI-project: Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project, dat bestaat uit zowel hardware (zoals machines) als technische assistentie (zoals training, projectmanagement).

Het project is vernieuwend voor het betreffende land. Met deze innovatieve investering wordt beoogd om onderontwikkelde markten te helpen ontwikkelen. Het innovatieve karakter kan een nieuw product, nieuwe productiemethode of nieuwe technologie voor het ontwikkelingsland betreffen. PSI verkleint de risico’s voor het bedrijf dat een dergelijke investering doet. Het project draagt bij aan een langdurige samenwerking tussen de betreffende ondernemingen. Het is de bedoeling dat na afloop van de projectperiode vervolginvesteringen worden gerealiseerd die leiden tot verdere groei van omzet en werkgelegenheid. Daarnaast dient het project commercieel haalbaar te zijn en positieve impact te hebben op de lokale economie.

Uitvoerder: De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van de subsidieregeling opgedragen aan de EVD, agentschap van het ministerie van Economische Zaken en de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor internationaal ondernemen en samenwerken.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO): De Nederlandse overheid hecht veel belang aan MVO en verwacht dat PSI-projecten op dit gebied voorop lopen in het betreffende land en sector. Certificering, ook op sociaal gebied, is hierbij van belang. MVO wordt integraal meegenomen in de beoordeling van de subsidieaanvraag. Projecten verbonden met de wapen- of tabaksindustrie zijn uitgesloten van PSI. In alle sectoren wordt streng beoordeeld op mogelijke negatieve impact op het milieu of sociale omstandigheden.

3. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2010]

De PSI-subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Voor PSI Regulier is de bijdrage 50% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van € 750.000. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen bestaan uit:

  • kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware), met uitzondering van bestaande gebouwen en land.

  • kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement, training, advieskosten, certificering.

Kosten gemaakt vóór de subsidieverlening komen niet voor subsidie in aanmerking. Het aanvraagformulier bevat een nadere toelichting op de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten.

4. Formele vereisten [Vervallen per 01-01-2010]

De aanvraag dient te voldoen aan onderstaande formele vereisten. Indien aan deze vereisten niet is voldaan, neemt de EVD de aanvraag niet in behandeling.

  • 1. De aanvraag dient schriftelijk (1 origineel en 4 kopieën) en volledig te worden ingediend bij de EVD conform het aanvraagformulier in appendix I.

  • 2. De aanvraag dient tijdig te zijn ingediend. De uiterlijke indieningsdatum is 2 februari 2009, 17.00 uur voor de eerste beoordelingsronde. De uiterlijke indieningsdatum is 24 augustus 2009 voor de tweede beoordelingsronde.

  • 3. Het adres is waar de aanvraag dient te worden ingediend is:

    Bezoekadres

    Postadres

    EVD, t.a.v. PSI

    EVD, t.a.v. PSI

    Juliana van Stolberglaan 148

    Postbus 20105

    Den Haag

    2500 EC Den Haag

  • 4. Ook moet een elektronische kopie worden ingeleverd of gemaild. Het e-mailadres is: PSI@info.evd.nl (max. 1mb).

  • 5. Het formulier dient voorzien te zijn van de naam van de aanvrager. Een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de aanvrager dient het formulier te ondertekenen.

  • 6. Naast de aanvrager dient een lokale partner het projectvoorstel mede te ondertekenen. De lokale partner geeft hiermee aan bekend te zijn met de inhoud van de aanvraag en zich in te zetten voor de succesvolle uitvoering van het project. Overigens is uitsluitend de aanvrager de subsidieontvanger, indien de aanvraag is goedgekeurd. Dat betekent dat alle verplichtingen op de aanvrager rusten, onverschillig wie de uitvoering ter hand neemt.

  • 7. De aanvrager en lokale partner dienen te verklaren dat zij bekend zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit en dat ze hiernaar zullen handelen. Informatie over deze documenten staat op de website van de EVD (www.evd.nl/PSI).

  • 8. De aanvraag dient in de Engelse taal gesteld te zijn.

5. Ingangscriteria [Vervallen per 01-01-2010]

Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien aan onderstaande ingangscriteria niet is voldaan:

  • 1. Landen:

    De aanvraag dient betrekking te hebben op een investering in één van de volgende 47 landen: Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Brazilië (alleen regio’s Noord en Noordoost), Burkina Faso, Colombia, Ecuador (alleen eerste indienperiode met sluitingsdatum 2 februari 2009), Egypte, El Salvador (alleen eerste indienperiode met sluitingsdatum 2 februari 2009), Ethiopië, Filippijnen, Gambia, Georgië, Ghana, Guatemala, Honduras, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Madagaskar, Malawi, Mali, Marokko, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Namibië, Nepal, Nicaragua, Pakistan, Peru, Rwanda, Senegal, Sudan (alleen regio Noord), Suriname, Tanzania, Thailand, Uganda, Vietnam, Zambia en Zuid-Afrika.

  • 2. Aanvrager:

    Subsidie kan alleen worden aangevraagd door:

    • een in Nederland gevestigde onderneming die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

      óf

      een in het buitenland gevestigde onderneming indien de aanvraag betrekking heeft op een project in een van de volgende 23 landen: Bangladesh, Benin, Bolivia, Burkina Faso, Ethiopië, Gambia, Ghana, Honduras, Jemen, Kaapverdië, Madagaskar, Malawi, Mali, Mozambique, Nepal, Nicaragua, Rwanda, Senegal, Sudan (regio Noord), Tanzania, Uganda, Zambia en Zuid-Afrika. De onderneming dient te zijn geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie) en mag niet gevestigd zijn in het land waarop de aanvraag betrekking heeft.

    • én deze onderneming dient tenminste twee jaar te bestaan en te beschikken over een positief eigen vermogen.

  • 3. Samenwerkingsverband:

    • De aanvrager dient het project uit te voeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner is een onderneming in het land waar het project plaatsvindt en is geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben (geldt niet voor Vietnam).

  • 4. Projectduur, projectomvang en cofinanciering:

    • De maximale projectduur is 30 maanden. Voor landbouw- en bosbouwprojecten is het maximum 36 maanden.

    • De subsidie voor PSI bestaat uit een vergoeding van 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000. Het maximale projectbudget bedraagt € 1.500.000.

    • Cofinanciering van het project door andere programma’s van de Nederlandse overheid of van andere overheden is niet toegestaan. De aanvrager moet cofinanciering door andere niet-commerciële partijen in zijn aanvraag vermelden. De PSI-bijdrage in combinatie met financiële bijdragen van andere niet-commerciële partijen mag niet meer dan 80% van het projectbudget bedragen.

6. Toetsingscriteria [Vervallen per 01-01-2010]

Wanneer aan de hiervoor genoemde formele vereisten en ingangscriteria is voldaan, beoordeelt de EVD de aanvraag op basis van de toetsingscriteria hieronder. In het aanvraagformulier worden deze criteria nader toegelicht.

  • 1. Partners:

    • a. De aanvrager en de lokale partner moeten reeds bestaande ondernemingen zijn met substantiële economische activiteiten.

    • b. Het projectvoorstel moet logisch voortvloeien uit de huidige activiteiten (core business) en strategie van de aanvrager en de lokale partner;

    • c. De partners moeten beschikken over de nodige kennis en ervaring om het project tot een succes te maken.

    • d. De partners moeten een samenwerkingsverband aangaan voor de lange termijn. Dit betreft veelal een joint venture.

    • e. De partners moeten laten zien over voldoende financiële middelen te beschikken om de eigen bijdrage en het werkkapitaal te kunnen financieren voor het project. Enkele richtlijnen die de EVD hiervoor hanteert staan vermeld in het aanvraagformulier. De aanvrager kan bij zijn aanvraag een verklaring van een derde toevoegen, die garant staat voor de naleving financiële verplichtingen die uit de subsidie voortvloeien. Wanneer sprake is van een joint venture dient de eigen bijdrage in redelijke verhouding te staan tot het eigendomspercentage van elk van de partners.

    • f. De voorkeur gaat uit naar MKB-bedrijven.

    • g. Wat betreft de lokale partner gaat de voorkeur uit naar een lokale onderneming die direct of indirect in handen is van personen met de lokale nationaliteit en die geen eigendomsrelatie hebben met de aanvrager;

    • h. De voorkeur gaat uit naar aanvragers die nog niet eerder een PESP of PSOM-project hebben uitgevoerd.

  • 2. Project:

    Commercieel plan

    • a. Er moet een aantoonbare markt zijn voor de producten of diensten die het project voortbrengt.

    • b. De voorgestelde activiteit moet significant vernieuwend zijn voor het land waar het project wordt uitgevoerd. De vernieuwing kan het type product of dienst en/of de productiemethode of dienstverleningswijze betreffen. Met deze innovatieve proefprojecten wordt beoogd om onderontwikkelde markten te helpen ontwikkelen. Het project mag zeker niet concurreren met bestaande, vergelijkbare commerciële activiteiten in het betreffende land;

    • c. Het projectvoorstel moet een realistische analyse van de bedrijfsrisico’s bevatten.

    Operationeel plan

    • d. Het operationeel plan dient duidelijk en logisch beschreven te zijn en concrete resultaten te bevatten. Deze moeten voldoende specifiek, meetbaar en realiseerbaar zijn.

    • e. De capaciteit van de hardware die wordt aangeschaft dient in verhouding te staan tot de beoogde productie aan het eind van het project.

    • f. Het project zelf dient van bescheiden omvang te zijn, zodat het leidt tot vervolginvesteringen. Hiermee wordt het proefkarakter (‘pilot’) benadrukt;

    • g. De technologie die wordt gebruikt dient commercieel bewezen te zijn. PSI is niet bedoeld voor technologieontwikkeling.

    • h. Het operationeel plan dient een trainingsprogramma te bevatten voor personeel en belangrijke partijen in de keten.

    • i. Het operationeel plan dient voldoende de uitgangspunten van MVO te reflecteren en hier ook resultaten op te benoemen (voorbeelden per sector zijn te vinden op www.evd.nl/PSI).

    • j. Het projectbudget moet in verhouding staan tot de beschreven resultaten.

    Financieel plan

    • k. Uit de cijfers moet blijken dat de activiteit commercieel haalbaar is. Het project moet uiteindelijk leiden tot een winstgevende onderneming.

    • l. Het kasstroom overzicht moet helder zijn en logisch voortvloeien uit het commerciële en operationele plan. Vervolginvesteringen dienen niet meegenomen te worden in dit overzicht.

    • m. Commerciële financiering van de voorgestelde activiteit is niet mogelijk. Banken en andere financiële instellingen zijn niet bereid het project te financieren vanwege de hoge risico’s.

  • 3. Impact:

    • a. Het project heeft de potentie om na afloop door te groeien, waarbij significante vervolginvesteringen en extra omzet worden gerealiseerd.

    • b. Het project leidt tot de creatie van duurzame werkgelegenheid, waarbij goede beloning en werkomstandigheden in acht worden genomen.

    • c. Het project moet het kennisniveau van lokale werknemers, management of toeleveranciers verhogen en nieuwe vaardigheden overdragen.

    • d. Het project heeft positieve lange termijn effecten voor de keten (zoals contractboeren, toeleveranciers en andere bedrijven).

    • e. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op het milieu. Het mag in ieder geval niet onnodig milieubelastend zijn.

    • f. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op de positie van vrouwen, in het bijzonder in managementposities. De positie van vrouwen mag in ieder geval niet verslechteren.

    • g. Het project heeft bij voorkeur een positieve impact op andere gerelateerde terreinen (zoals gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, kinderopvang, sport).

7. Beoordelingsprocedure [Vervallen per 01-01-2010]

Stap 1. Formele vereisten: De EVD neemt de aanvraag in behandeling wanneer aan de formele vereisten (paragraaf 4) is voldaan. Indien de subsidieaanvraag op één of meer onderdelen onvolledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag alsnog te completeren binnen 7 kalenderdagen nadat de EVD de aanvrager van de onvolledigheid in kennis heeft gesteld. Wanneer niet correct of niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Stap 2. Ingangscriteria: Vervolgens stelt de EVD vast of de aanvraag voldoet aan alle ingangscriteria (paragraaf 5). Indien aan één of meerdere van deze criteria niet is voldaan wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 3. Toetsingscriteria: De EVD beoordeelt daarna de aanvraag inhoudelijk en financieel op basis van de toetsingscriteria (paragraaf 6). Indien het voorstel onvoldoende scoort op één of meerdere onderdelen, wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 4. Rangschikking: De EVD maakt bij onvoldoende budget een rangschikking van de positief beoordeelde voorstellen. De rangschikking wordt bepaald door een score die is gebaseerd op de volgende criteria:

  • a. Alle impactcriteria (zie paragraaf 6.3).

  • b. Vernieuwende aspecten (zie paragraaf 6.2.b)

  • c. Voorkeur voor MKB (zie paragraaf 6.1.f).

  • d. Voorkeur voor lokaal eigendom (zie paragraaf 6.1.g).

  • e. Voorkeur voor nieuwkomers (zie paragraaf 6.1.h).

Het in de Staatscourant gepubliceerde budget per ronde wordt toegewezen aan de positief beoordeelde aanvragen in de orde van de rangschikking tot het budget uitgeput is. Het is dus mogelijk dat een project voldoende scoort en toch wordt afgewezen, omdat het budget van die ronde niet toereikend is.

Stap 5. Externe adviescommissie: De EVD legt de inhoudelijke beoordeling en de rangschikking ter toetsing voor aan een externe Adviescommissie die is aangesteld door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit is de Adviescommissie Private Sector Investeringsprogramma (APSI). De commissie bestaat uit tenminste drie leden die worden benoemd door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. De leden van de commissie zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of bij de EVD. De commissie geeft een positief of negatief advies bij elk voorstel. In beginsel volgt de EVD het advies van de commissie op.

Verificatie: De EVD kan het projectvoorstel gedurende de procedure voor advies voorleggen aan de Nederlandse ambassade in het betreffende land en aan een extern expert. Tevens is het mogelijk dat een vertegenwoordiger van de EVD een bedrijfsbezoek aflegt bij de aanvrager en eventueel naar het land zelf reist om informatie in te winnen bij de lokale partner. Ook kan een extern bureau in opdracht van de EVD een onderzoek uitvoeren naar de aanvrager of lokale partner.

Indien noodzakelijk voor de beoordeling kan de EVD zelfstandig contact opnemen met de projectpartners en hen vragen om een nadere toelichting. Wanneer de EVD op informatie stuit die afwijkt van hetgeen in de aanvraag is gesteld, dan zal de EVD de aanvrager in de gelegenheid stellen zijn zienswijze hierop kenbaar te maken.

Beslistermijn: Binnen achttien weken na de sluitingsdatum van het betreffende tijdvak zal de EVD beslissen over de subsidieaanvraag. Het is mogelijk deze termijn eenmaal met maximaal dertien weken te verlengen. Indien de EVD om aanvullende informatie verzoekt, wordt deze termijn opgeschort. De exacte data publiceert de EVD op de website (zie www.evd.nl/psi). Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

8. Subsidieverlening en uitvoering [Vervallen per 01-01-2010]

Subsidieverlening: Wanneer subsidie wordt toegekend, zal de EVD de aanvrager een subsidiebeschikking toesturen waarin verplichtingen staan vermeld die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Deze verplichtingen omvatten ook een overzicht van de resultaten die binnen vastgelegde termijnen behaald moeten zijn. Uitbetaling vindt plaats op basis van de behaalde deelresultaten.

Voortgangsrapportages: De subsidieontvanger dient binnen 4 weken na het behalen van elk deelresultaat te rapporteren over de behaalde resultaten en de bijbehorende kosten. De rapportages dienen te worden opgesteld volgens het beschikbaar gestelde model (zie www.evd.nl/PSI). De rapportages dienen in het Engels te worden opgesteld.

Voorschotbetalingen: Op basis van de voortgangsrapportage bepaalt de EVD of het voldoende aannemelijk is dat het betreffende deelresultaat is gerealiseerd. Wanneer hiervan sprake is, betaalt de EVD het subsidiebedrag voor dat resultaat als voorschot aan de aanvrager. Tevens kan de EVD gedurende het project voorschotten verlenen voor de aanschaf van hardware. Zie voor informatie het document ‘PSI in Practice’ op www.evd.nl/PSI.

Subsidievaststelling: De aanvrager moet binnen twee maanden na afronding van het laatste resultaat de inhoudelijke en financiële eindrapportage aanleveren. Deze eindrapportage dient te worden ingediend overeenkomstig het beschikbaar gestelde model (zie www.evd.nl/PSI). De EVD beslist, mede op basis van fysieke inspectie ter plaatse, binnen dertien weken over de subsidievaststelling. Deze termijn kan eenmaal met een zelfde periode worden verlengd.

Informatie na vaststelling: Tot 24 maanden na vaststelling van de subsidie kan de EVD de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de impact van het project.

9. Appendices [Vervallen per 01-01-2010]

  • I Aanvraagformulier en model projectvoorstel PSI Regulier (te downloaden via www.evd.nl/PSI)

  • II Begrippenlijst PSI Regulier (te downloaden via www.evd.nl/PSI)

Bijlage 2. Subsidiehandleiding [Vervallen per 01-01-2010]

Private Sector Investeringsprogramma: deelprogramma Plus (PSI Plus) [Vervallen per 01-01-2010]

1. Inhoud en inlichtingen [Vervallen per 01-01-2010]

Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Plus. PSI Plus heeft betrekking op projecten in Afghanistan, Burundi, Palestijnse Autoriteit, Sierra Leone en zuidelijk Sudan. PSI Regulier richt zich op 47 andere landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en op de Balkan. De handleiding voor PSI regulier is opgenomen in bijlage 1.

De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Plus. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding.

De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8).

Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van de EVD: www.evd.nl/PSI. Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de EVD, tel: 070 – 778 8513.

2. Algemeen [Vervallen per 01-01-2010]

Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van innovatieve proefinvesteringen in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een belangrijke bijdrage te leveren aan armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering.

Typering van een PSI-project: Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project, dat bestaat uit zowel hardware (zoals machines) als technische assistentie (zoals training, projectmanagement). Het project is vernieuwend voor het betreffende land. Met deze innovatieve proefinvestering wordt beoogd om onderontwikkelde markten te helpen ontwikkelen. Het innovatieve karakter kan een nieuw product, nieuwe productiemethode of nieuwe technologie voor het ontwikkelingsland betreffen. PSI verkleint de risico’s voor het bedrijf dat een dergelijke investering doet. Het project draagt bij aan een langdurige samenwerking tussen de betreffende ondernemingen. Het is de bedoeling dat na afloop van de projectperiode vervolginvesteringen worden gerealiseerd die leiden tot verdere groei van omzet en werkgelegenheid. Daarnaast dient het project commercieel haalbaar te zijn en positieve impact te hebben op de lokale economie.

Uitvoerder: De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van de subsidieregeling opgedragen aan de EVD, agentschap van het ministerie van Economische Zaken en de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor internationaal ondernemen en samenwerken.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO): De Nederlandse overheid hecht veel belang aan MVO en verwacht dat PSI-projecten op dit gebied voorop lopen in het betreffende land en sector. Certificering, ook op sociaal gebied, is hierbij van groot belang. MVO wordt integraal meegenomen in de beoordeling van de subsidieaanvraag. Projecten verbonden met de wapen- of tabaksindustrie zijn uitgesloten van PSI. In alle sectoren wordt streng beoordeeld op mogelijke negatieve impact op het milieu of sociale omstandigheden.

3. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2010]

De PSI-subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Voor PSI Plus is de bijdrage 60% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van € 900.000. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen bestaan uit:

  • kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware), met uitzondering van bestaande gebouwen en land.

  • kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement, training, advieskosten, certificering.

  • kosten voor beveiliging.

Tevens kunnen de premiekosten voor een verzekering onder MIGA SIP voor een periode van 3 jaar worden vergoed. 1

Kosten gemaakt vóór de subsidieverlening komen niet voor subsidie in aanmerking. Het aanvraagformulier bevat een nadere toelichting op de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten.

4. Formele vereisten [Vervallen per 01-01-2010]

De aanvraag dient te voldoen aan onderstaande formele vereisten. Indien aan deze vereisten niet is voldaan, neemt de EVD de aanvraag niet in behandeling.

  • 1. De aanvraag dient schriftelijk (1 origineel en 4 kopieën) en volledig te worden ingediend bij de EVD conform het aanvraagformulier in appendix I.

  • 2. De aanvraag dient tijdig te zijn ingediend. De uiterlijke indieningsdatum is 2 februari 2009, 17.00 uur voor de eerste beoordelingsronde. De uiterlijke indieningsdatum is 11 mei 2009 voor de tweede beoordelingsronde. Voor de derde beoordelingsronde is de uiterlijke indieningsdatum 24 augustus 2009. Voor de vierde indieningsronde is dit 5 oktober 2009.

  • 3. Het adres is waar de aanvraag dient te worden ingediend is:

    Bezoekadres

    Postadres

    EVD, t.a.v. PSI

    EVD, t.a.v. PSI

    Juliana van Stolberglaan 148

    Postbus 20105

    Den Haag

    2500 EC Den Haag

  • 4. Ook moet een elektronische kopie worden ingeleverd of gemaild. Het e-mailadres is: PSI@info.evd.nl (max. 1mb).

  • 5. Het formulier dient voorzien te zijn van de naam van de aanvrager. Een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de aanvrager dient het formulier te ondertekenen.

  • 6. Naast de aanvrager dient een lokale partner het projectvoorstel mede te ondertekenen. De lokale partner geeft hiermee aan bekend te zijn met de inhoud van de aanvraag en zich in te zetten voor de succesvolle uitvoering van het project. Overigens is uitsluitend de aanvrager de subsidieontvanger, indien de aanvraag is goedgekeurd. Dat betekent dat alle verplichtingen op de aanvrager rusten, onverschillig wie de uitvoering ter hand neemt.

  • 7. De aanvrager en lokale partner dienen te verklaren dat zij bekend zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit en dat ze hiernaar zullen handelen. Informatie over deze documenten staat op de website van de EVD (www.evd.nl/PSI).

  • 8. De aanvraag dient in de Engelse taal gesteld te zijn.

5. Ingangscriteria [Vervallen per 01-01-2010]

Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien aan onderstaande ingangscriteria niet is voldaan:

  • 1. Landen:

    Voor subsidie onder het PSI Plus komen alleen voorstellen in aanmerking voor de volgende 5 landen: Afghanistan, Burundi, Palestijnse Autoriteiten, Sierra Leone en zuidelijk Sudan.

  • 2. Aanvrager PSI Plus:

    Subsidie kan alleen worden aangevraagd door:

    • een in Nederland gevestigde onderneming die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

      óf

      een in het buitenland gevestigde onderneming die als zodanig is geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie) en niet gevestigd is in het land waarop de aanvraag betrekking heeft.

      óf

      een aan een onderneming gelieerde stichting (‘corporate foundation’). Deze stichting dient als zodanig geregistreerd te zijn bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare instantie.

    • én deze organisatie dient tenminste twee jaar te bestaan en te beschikken over een positief eigen vermogen.

  • 3. Samenwerkingsverband:

    • De aanvrager dient het project uit te voeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner is:

      een onderneming in het land waar het project wordt gevestigd en is als zodanig geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen, direct of niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben.

      óf

      een natuurlijk persoon in bezit van de nationaliteit van het land waar het project wordt gevestigd.

  • 4. Projectduur, projectomvang en cofinanciering:

    • De maximale projectduur is 30 maanden. Voor landbouw- en bosbouwprojecten is het maximum 36 maanden.

    • De subsidie voor PSI Plus bestaat uit een vergoeding van 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 900.000. Het maximum projectbudget bedraagt € 1.500.000. Dit is exclusief de eventuele verzekeringskosten voor MIGA SIP.

    • Cofinanciering van het project door andere programma’s van de Nederlandse overheid of andere overheden is niet toegestaan. De aanvrager moet cofinanciering door andere niet-commerciële partijen in zijn aanvraag vermelden. De PSI-bijdrage in combinatie met financiële bijdragen van andere niet-commerciële partijen mag niet meer dan 80% van het projectbudget bedragen.

6. Toetsingscriteria [Vervallen per 01-01-2010]

Wanneer aan de hiervoor genoemde formele vereisten en ingangscriteria is voldaan, beoordeelt de EVD de aanvraag op basis van de toetsingscriteria hieronder. In het aanvraagformulier worden deze criteria nader toegelicht.

  • 1. Partners:

    • a. De aanvrager moet een reeds bestaande onderneming of ‘corporate foundation’ zijn met substantiële economische activiteiten.

    • b. Het projectvoorstel moet logisch voortvloeien uit de huidige activiteiten (core business) en strategie van de aanvrager en de lokale partner.

    • c. De partners moeten beschikken over de nodige kennis en ervaring om het project tot een succes te maken.

    • d. De partners moeten een samenwerkingsverband aangaan voor de lange termijn. Dit betreft veelal een joint venture. Wanneer de lokale partner een natuurlijk persoon is, is oprichting van een joint venture in de beginfase van het project verplicht.

    • e. De partners moeten laten zien over voldoende financiële middelen te beschikken om de eigen bijdrage en het werkkapitaal te kunnen financieren voor het project. Enkele richtlijnen die de EVD hiervoor hanteert staan vermeld in het aanvraagformulier. De aanvrager kan bij zijn aanvraag een verklaring van een derde toevoegen, die garant staat voor de naleving van de financiële verplichtingen die uit de subsidie voortvloeien. Wanneer sprake is van een joint venture dient de eigen bijdrage in redelijke verhouding te staan tot het eigendomspercentage van elk van de partners.

    • f. De voorkeur gaat uit naar MKB-bedrijven.

    • g. Wat betreft de lokale partner gaat de voorkeur uit naar een lokale onderneming die direct of indirect in handen is van personen met de lokale nationaliteit en die geen eigendomsrelatie hebben met de aanvrager.

    • h. De voorkeur gaat uit naar aanvragers die nog niet eerder een PESP of PSOM-project hebben uitgevoerd.

  • 2. Project:

    Commercieel plan

    • a. Er moet een aantoonbare markt zijn voor de producten of diensten die het project voortbrengt.

    • b. De voorgestelde activiteit moet significant vernieuwend zijn voor het land waar het project wordt uitgevoerd. De vernieuwing kan het type product of dienst en/of de productiemethode of dienstverleningswijze betreffen. Met deze innovatieve proefprojecten wordt beoogd om onderontwikkelde markten te helpen ontwikkelen. Het project mag zeker niet concurreren met bestaande, vergelijkbare commerciële activiteiten in het betreffende land.

    • c. Het projectvoorstel moet een realistische analyse van de bedrijfsrisico’s bevatten.

    • d. Daarnaast moet een overzicht worden gegeven van de veiligheidsrisico’s en de risico’s ten aanzien van de politieke en sociaaleconomische situatie in het betreffende land.

    Operationeel plan

    • e. Het operationeel plan dient duidelijk en logisch beschreven te zijn en concrete resultaten te bevatten. Deze moeten voldoende specifiek, meetbaar en realiseerbaar zijn.

    • f. De capaciteit van de hardware die wordt aangeschaft dient in verhouding te staan tot de beoogde productie aan het eind van het project.

    • g. Het project zelf dient van bescheiden omvang te zijn, zodat het leidt tot vervolginvesteringen. Hiermee wordt het proefkarakter (‘pilot’) benadrukt.

    • h. De technologie die wordt gebruikt dient commercieel bewezen te zijn. PSI is niet bedoeld voor technologieontwikkeling.

    • i. Het operationeel plan dient een trainingsprogramma te bevatten voor personeel en belangrijke partijen in de keten.

    • j. Het operationeel plan dient een gedetailleerd veiligheidsplan te bevatten.

    • k. Het operationeel plan dient voldoende de uitgangspunten van MVO te reflecteren en hier ook resultaten op te benoemen (voorbeelden per sector zijn te vinden op www.evd.nl/PSI).

    • l. Het projectbudget moet in verhouding staan tot de beschreven resultaten.

    Financieel plan

    • m. Uit de cijfers moet blijken dat de activiteit commercieel haalbaar is. Het project moet uiteindelijk leiden tot een winstgevende onderneming;

    • n. Het kasstroom overzicht moet helder zijn en logisch voortvloeien uit het commerciële en operationele plan. Vervolginvesteringen dienen niet meegenomen te worden in dit overzicht.

    • o. Commerciële financiering van de voorgestelde activiteit is niet mogelijk. Banken en andere financiële instellingen zijn niet bereid het project te financieren vanwege de hoge risico’s.

  • 3. Impact:

    • a. Het project heeft de potentie te hebben om na afloop door te groeien, waarbij significante vervolginvesteringen en extra omzet worden gerealiseerd. Dit moet leiden tot extra omzet en werkgelegenheid.

    • b. Het project leidt tot de creatie van duurzame werkgelegenheid, waarbij goede beloning en werkomstandigheden in acht worden genomen;

    • c. Het project moet het kennisniveau van lokale werknemers, management of toeleveranciers verhogen en nieuwe vaardigheden overdragen.

    • d. Het project heeft positieve lange termijn effecten voor de keten (zoals contractboeren, toeleveranciers en andere bedrijven).

    • e. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op het milieu. Het mag in ieder geval niet onnodig milieubelastend zijn.

    • f. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op de positie van vrouwen, in het bijzonder in managementposities. De positie van vrouwen mag in ieder geval niet verslechteren.

    • g. Het project heeft bij voorkeur een positieve impact op andere gerelateerde terreinen (zoals gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, kinderopvang, sport).

7. Beoordelingsprocedure [Vervallen per 01-01-2010]

Stap 1. Formele vereisten: De EVD neemt de aanvraag in behandeling wanneer aan de formele vereisten (paragraaf 4) is voldaan. Indien de subsidieaanvraag op één of meer onderdelen onvolledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag alsnog te completeren binnen 7 kalenderdagen nadat de EVD de aanvrager van de onvolledigheid in kennis heeft gesteld. Wanneer niet correct of niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Stap 2. Ingangscriteria: Vervolgens stelt de EVD vast of de aanvraag voldoet aan alle ingangscriteria (paragraaf 5). Indien aan één of meerdere van deze criteria niet is voldaan wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 3. Toetsingscriteria: De EVD beoordeelt daarna de aanvraag inhoudelijk en financieel op basis van de toetsingscriteria (paragraaf 6). Indien het voorstel onvoldoende scoort op één of meerdere onderdelen, wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 4. Rangschikking: De EVD maakt bij onvoldoende budget een rangschikking van de positief beoordeelde voorstellen. De rangschikking wordt bepaald door een score die is gebaseerd op de volgende criteria:

  • a. Alle impactcriteria (zie paragraaf 6.3).

  • b. Vernieuwende aspecten (zie paragraaf 6.2.b).

  • c. Voorkeur voor MKB (zie paragraaf 6.1.f).

  • d. Voorkeur voor lokaal eigendom (zie paragraaf 6.1.g).

  • e. Voorkeur voor nieuwkomers (zie paragraaf 6.1.h).

Het in de Staatscourant gepubliceerde budget per ronde wordt toegewezen aan de positief beoordeelde aanvragen in de orde van de rangschikking tot het budget uitgeput is. Het is dus mogelijk dat een project voldoende scoort en toch wordt afgewezen, omdat het budget van die ronde niet toereikend is.

Stap 5. Externe adviescommissie: De EVD legt de inhoudelijke beoordeling en de rangschikking ter toetsing voor aan een externe Adviescommissie die is aangesteld door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit is de Adviescommissie Private Sector Investeringsprogramma (APSI). De commissie bestaat uit tenminste drie leden die worden benoemd door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. De leden van de commissie zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of bij de EVD. De commissie geeft een positief of negatief advies bij elk voorstel. In beginsel volgt de EVD het advies van de commissie op.

Verificatie: De EVD kan het projectvoorstel gedurende de procedure voor advies voorleggen aan de Nederlandse ambassade in het betreffende land en aan een extern expert. Tevens is het mogelijk dat een vertegenwoordiger van de EVD een bedrijfsbezoek aflegt bij de aanvrager en eventueel naar het land zelf reist om informatie in te winnen bij de lokale partner. Ook kan een extern bureau in opdracht van de EVD een onderzoek uitvoeren naar de aanvrager of lokale partner.

Indien noodzakelijk voor de beoordeling kan de EVD zelfstandig contact opnemen met de projectpartners en hen vragen om een nadere toelichting. Wanneer de EVD op informatie stuit die afwijkt van hetgeen in de aanvraag is gesteld, dan zal de EVD de aanvrager in de gelegenheid stellen zijn zienswijze hierop kenbaar te maken.

Beslistermijn: Binnen achttien weken na de sluitingsdatum van het betreffende tijdvak zal de EVD beslissen over de subsidieaanvraag. Het is mogelijk deze termijn eenmaal met maximaal dertien weken te verlengen. Indien de EVD om aanvullende informatie verzoekt, wordt deze termijn opgeschort. De exacte data publiceert de EVD op de website (zie www.evd.nl/psi). Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

8. Subsidieverlening en uitvoering [Vervallen per 01-01-2010]

Subsidieverlening: Wanneer subsidie wordt toegekend, zal de EVD de aanvrager een subsidiebeschikking toesturen waarin verplichtingen staan vermeld die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Deze verplichtingen omvatten ook een overzicht van de resultaten die binnen vastgelegde termijnen behaald moeten zijn. Uitbetaling vindt plaats op basis van de behaalde deelresultaten.

Voortgangsrapportages: De subsidieontvanger dient binnen 4 weken na het behalen van elk deelresultaat te rapporteren over de behaalde resultaten en de bijbehorende kosten. De rapportages dienen te worden opgesteld volgens het beschikbaar gestelde model (zie www.evd.nl/PSI). De rapportages dienen in het Engels te worden opgesteld.

Voorschotbetalingen: Op basis van de voortgangsrapportage bepaalt de EVD of het voldoende aannemelijk is dat het betreffende deelresultaat is gerealiseerd. Wanneer hiervan sprake is, betaalt de EVD het subsidiebedrag voor dat resultaat als voorschot aan de aanvrager. Tevens kan de EVD gedurende het project voorschotten verlenen voor de aanschaf van hardware. Zie voor informatie het document ‘PSI in Practice’ op www.evd.nl/PSI.

Subsidievaststelling: De aanvrager moet binnen twee maanden na afronding van het laatste resultaat de inhoudelijke en financiële eindrapportage aanleveren. Deze eindrapportage dient te worden ingediend overeenkomstig het beschikbaar gestelde model (zie www.evd.nl/PSI). De EVD beslist, mede op basis van fysieke inspectie ter plaatse, binnen dertien weken over de subsidievaststelling. Deze termijn kan eenmaal met een zelfde periode worden verlengd.

Informatie na vaststelling: Tot 24 maanden na vaststelling van de subsidie kan de EVD de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de impact van het project.

9. Appendices [Vervallen per 01-01-2010]

  • I Aanvraagformulier en model projectvoorstel PSI Plus (te downloaden via www.evd.nl/PSI)

  • II Begrippenlijst PSI Plus (te downloaden via www.evd.nl/PSI)

  • ^ [1]

    Het Multilateraal Investeringsgarantie Agentschap is onderdeel van de Wereldbank. MIGA SIP (Small Investment Projects) biedt een verzekering voor fysieke schade als gevolg van (burger)oorlog, onteigening en beperkingen in de uitvoer van valuta. Zie ook www.miga.org. Na toezending van de subsidiebeschikking zal de EVD contact opnemen met de aanvrager om verzekering onder MIGA SIP te bespreken.