Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling beoordeling centraal examen[Regeling vervallen per 01-04-2009.]

Geldend van 25-12-2006 t/m 31-03-2009

Regeling beoordeling centraal examen

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2009]

  • 2 Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:

    • ’Algemeen bestuur’: het Algemeen Bestuur van de CEVO

    • ’Dagelijks Bestuur’: het Dagelijks Bestuur van de CEVO

    • ’voorzitter’: de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de CEVO

    • ’vaksectie’: een vaksectie van de CEVO

    • ’opdracht’: een vraag of opdracht in een toets;

    • ’uitvoering van een opdracht’: de wijze waarop een kandidaat een opdracht heeft uitgevoerd en het eindresultaat van die uitvoering;

    • ’antwoord’: de uitvoering van een opdracht

    • ’opgave’: enige bij elkaar behorende opdrachten in een toets die als zodanig zijn aangemerkt

    • ’praktische toets’ : het in artikel 41 a van het Eindexamenbesluit genoemd praktische gedeelte van het centraal examen, onderscheiden in een centraal praktisch examen en een centrale integratieve eindtoets, zoals genoemd in paragraaf 2.2. van het Examenprogramma;

    • ’’tweede examinator’: de door de directeur aangewezen medebeoordelaar van een examentoets;

    • ’Examenbesluit’ : het Eindexamenbesluit v.w.o.- ha.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o, dan wel het Staatsexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 2000

Artikel 2. Beoordelingsnormen [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 De beoordelingsnormen voor de centrale examens worden weergegeven in een correctievoorschrift bij iedere toets. Dit bestaat uit:

    • a. regels voor de beoordeling, op grond van het Examenbesluit;

    • b. algemene regels, op grond van deze regeling

    • c. vakspecifieke regels, op grond van een besluit van het Dagelijks Bestuur op grond van artikel 10 van deze regeling

    • d. een beoordelingsmodel bij iedere toets

  • 2 De directeur stelt na de afname van een toets het correctievoorschrift aan de examinator ter beschikking.

  • 3 In uitzonderingsgevallen kan het Algemeen Bestuur beslissen, dat bij een toets geen beoordelingsmodel wordt gevoegd.

Artikel 3. Algemene regels [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Voor de uitvoering van een opdracht worden door de examinator en door de gecommitteerde, dan wel de tweede examinator, scorepunten toegekend, in overeenstemming met het bij de toets behorende beoordelingsmodel. Scorepunten zijn de gehele getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal punten voor een opdracht is.

  • 2 Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels.

    • a. Indien een opdracht volledig juist is uitgevoerd, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend.

    • b. Indien een opdracht gedeeltelijk juist is uitgevoerd, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel.

    • c. Indien een opdracht is uitgevoerd op een wijze die niet in het beoordelingsmodel voorkomt en deze uitvoering op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, worden scorepunten toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel.

    • d. Indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken / gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde (gedeelte van het) antwoord.

    • e. Indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van een kandidaat voor te komen.

    • f. Indien in een opdracht een fout is gemaakt die de verdere uitwerking van de opdracht beïnvloedt, mag alleen die fout en niet de invloed van die fout op de verdere uitwerking worden aangerekend, tenzij daardoor de opdracht aanzienlijk vereenvoudigd wordt of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

    • g. Een zelfde fout in de uitvoering van verschillende opdrachten moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld

Artikel 4. Specifieke algemene regels voor de beoordeling van schriftelijke toetsen [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Indien een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerst gegeven antwoord beoordeeld.

  • 2 Indien meer dan een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerst gegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal.

  • 3 Indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven.

  • 4 Het juiste antwoord op een meerkeuze vraag is de hoofdletter waarmee de juiste keuzemogelijkheid bij de vraag is aangeduid. Voor het juiste antwoord wordt 1 scorepunt toegekend, tenzij in het beoordelingsmodel een ander aantal punten is aangegeven, voor ieder ander antwoord 0 scorepunten.

Artikel 5. Specifieke algemene regels voor de beoordeling van cpe en cie vmbo [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en scorepunten niet door benadeeld worden.

  • 2 Indien een kandidaat binnen de gestelde tijd een (deel)opdracht opnieuw wil uitvoeren om de prestatie te verbeteren, wordt de kandidaat daartoe in de gelegenheid gesteld. Voor zover van toepassing stelt de examinator de daarvoor benodigde materialen ter beschikking.

Artikel 6. Vermeende fouten [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.

  • 2 Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan de CEVO meedelen.

  • 3 Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vaksectie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vaksectie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 9 te nemen.

  • 4 Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsschema. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 12.

Artikel 7. Noteren scorepunten [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 De examinator vermeldt op een lijst de namen of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.

  • 2 De directeur zendt van iedere toets de scores van een aantal kandidaten voor een door de CEVO te bepalen datum aan een door de CEVO te bepalen adres, op een daartoe aan hem gezonden formulier.

  • 3 De CEVO geeft aan van welke kandidaten de scores aan dat adres worden gezonden.

Artikel 8. Toekennen scorepunten [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Voor een toets kan maximaal het aantal scorepunten worden behaald dat de som is van de maximale scores van de vragen waaruit de toets bestaat; de maximumscore van de toets wordt in het correctievoorschrift en voorop de toets vermeld.

  • 2 Scorepunten worden met inachtneming van het beoordelingsmodel toegekend op grond van de uitvoering door de kandidaat van iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.

  • 3 De score voor de schriftelijke toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de gecommitteerde stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

  • 4 De score voor de praktische toets wordt als volgt verkregen : De examinator en de tweede examinator stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

Artikel 9. Afwijking [Vervallen per 01-04-2009]

Het dagelijks bestuur, of bij ontstentenis van het dagelijks bestuur de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vaksectie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.

Artikel 9a. Gebruik vaktaal [Vervallen per 01-04-2009]

Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

Artikel 10. Aanvullende regels [Vervallen per 01-04-2009]

Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van een vaksectie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven.

Artikel 11. Bepaling cijfer centraal examen [Vervallen per 01-04-2009]

  • 1 Het cijfer van het centraal examen wordt verkregen volgens de rekenregels zoals beschreven in bijlage 1 bij deze regeling.

  • 2 Voor vakken met meer dan een toets wordt het cijfer voor iedere toets overeenkomstig het eerste lid bepaald. Het cijfer voor het centraal examen is het rekenkundig gemiddelde van de cijfers van de toetsen, dan wel een ander gemiddelde, zoals aangegeven in het examenprogramma.

  • 3 Het bevoegd gezag kan besluiten voor de toetsen in de beroepsgerichte programma’s in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg en voor de algemene vakken in de basisberoepsgerichte leerweg in het examenjaar 2003 af te wijken van het eerste lid.

  • 4 Indien het derde lid van toepassing is, bepaalt het bevoegd gezag in het examenreglement op welke wijze scores in cijfers worden omgezet.

Artikel 12. Bekendmaking [Vervallen per 01-04-2009]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenWRegelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 13. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-04-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2002.

Artikel 14. Intrekking [Vervallen per 01-04-2009]

De Regeling beoordeling centraal examen, CEVO 94 427 van 20 september 1994, Uitleg OCenW-Regelingen nr 22a van 28 september 1994, wordt ingetrokken op 30 september 2002, behoudens artikel 11 van die regeling dat wordt ingetrokken op 30 april 2000.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-04-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling centraal examen.

De

voorzitter van de CEVO

,

drs. J. Bouwsma

Bijlage 1. Het normeringsvoorschrift [Vervallen per 01-04-2009]

Het normeringsvoorschrift bestaat uit twee onderdelen:

  • de hoofdrelatie: een formule die, voor de overgrote meerderheid der kandidaten, het berekeningsvoorschrift geeft voor het omzetten van score naar cijfer.

  • de grensrelaties: vier formules die, voor kandidaten met zeer lage of zeer hoge scores, het met de hoofdrelatie berekende cijfer zonodig corrigeren.

1. Dehoofdrelatie luidt aldus:

C = 9,0 * (S/L) + N ...............................(1)

waarin:
  • C = het examencijfer.

  • S = de score, dat wil zeggen: het door de kandidaat behaalde aantal scorepunten.

  • L = de lengte van de scoreschaal, zoals vastgelegd in het correctievoorschrift;

  • N = de normeringsterm, waarvan dewaarde ligt tussen N = 0,0 en N = 2,0 , vast te stellen door het CEVO-bestuur middels een normeringsbeslissing.

2. De grensrelaties gelden bij N ≠ 1,0 en zeer hoge of lage scores. Hiervoor geldt:

 

- bij N > 1,0:

C ≤ 1,0 + S/5,0

..................................(2a)

en

 

C ≤ 10,0 - (L-S)/20,0

..................................(2b)

 

- bij N < 1,0:

C ≥ 1,0 + S/20,0

..................................(3a)

en

 

C ≥ 10,0 - (L-S)/5,0

..................................(3b)

Bij voorbaat zullen dus alle score / cijfer combinaties liggen binnen het gebied van toegestane waarden dat wordt begrensd door deze vier ongelijkheden.

Dreigt bij toepassing van hoofdrelatie (1) een cijfer buiten deze grenzen te vallen, dan moet dat cijfer vervangen worden door het cijfer te berekenen met de corresponderende grensrelatie.

Bijlage 2. Inrichting correctievoorschrift centraal (schriftelijk) examen [Vervallen per 01-04-2009]

Bij elke toets hoort een correctievoorschrift, waarin de relevante bepalingen van het Eindexamenbesluit vwo-havo- mavo-vbo en de onderhavige regeling beoordeling centraal examen zijn opgenomen.

Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen

  • 1. Regels voor de beoordeling

  • 2. Algemene regels

  • 3. (indien van toepassing) Vakspecifieke regels

  • 4. Een beoordelingsmodel

1. Regels voor de beoordeling [Vervallen per 01-04-2009]

Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41 en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld (CEVO- 02-806 van 17 juni 2002 en bekendgemaakt in Uitleg Gele katern nr 17 van 24 juli 2002

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

  • 1. De directeur doet het gemaakte werk met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en het proces verbaal van het examen toekomen aan de examinator. Deze kijkt, het werk na en zendt het met zijn beoordeling aan de directeur. De examinator past de beoordelingsnormen en de regels voor het toekennen van scorepunten toe die zijn gegeven door de CEVO.

  • 2. De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces verbaal en de regels voor het bepalen van de score onverwijld aan de gecommitteerde toekomen.

  • 3. De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past de beoordelingsnormen en de regels voor het bepalen van de score toe die zijn gegeven door de CEVO.

  • 4. De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg het aantal scorepunten voor het centraal examen vast.

  • 5. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming dan wordt het aantal scorepunten bepaald op het rekenkundig gemiddelde van het door ieder van hen voorgestelde aantal scorepunten, zo nodig naar boven afgerond.

2. Algemene regels [Vervallen per 01-04-2009]

Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de CEVO-regeling van toepassing:

  • 1. De examinator vermeldt op een lijst de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere vraag toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.

  • 2. Voor het antwoord op een vraag worden door de examinator en door de gecommitteerde scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel.

    Scorepunten zijn de getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een vraag is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd.

  • 3. Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:

    • 3.1 indien een vraag volledig juist is beantwoord, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;

    • 3.2 indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel;

    • 3.3 indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel;

    • 3.4 indien slechts een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;

    • 3.5 i ndien meer dan een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd worden, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;

    • 3.6 indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven;

    • 3.7 indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde antwoord of onderdeel van dat antwoord;

    • 3.8 indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van de kandidaat voor te komen;

    • 3.9 indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

  • 4. Het juiste antwoord op een meerkeuze vraag is de hoofdletter die behoort bij de juiste keuzemogelijkheid. Voor een juist antwoord op een meerkeuze vraag wordt het in het beoordelingsmodel vermelde aantal punten toegekend. Voor elk ander antwoord worden geen scorepunten toegekend. Indien meer dan een antwoord gegeven is, worden eveneens geen scorepunten toegekend.

  • 5. Een fout mag in de uitwerking van een vraag maar een keer worden aangerekend, tenzij daardoor de vraag aanzienlijk vereenvoudigd wordt en/of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 6. Een zelfde fout in de beantwoording van verschillende vragen moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 7. Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.

    Hij kan de fout of onvolkomenheid mededelen aan de CEVO. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve normering van het examen rekening gehouden.

  • 8. Voor deze toets kunnen maximaal .. scorepunten worden behaald.

    Scorepunten worden toegekend op grond van het door de kandidaat gegeven antwoord op iedere vraag. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.

  • 9. Het cijfer voor het centraal examen wordt als volgt verkregen.

    Eerste en tweede corrector stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

    De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.

    Voor de beroepsgerichte programma’s in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg en voor de algemene vakken in de basisberoepsgerichte leerweg in het jaar 2003 en mogelijk latere jaren:

    De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen vast op basis van de door het bevoegd gezag gegeven regels.

3. Vakspecifieke regel(s) [Vervallen per 01-04-2009]

In het correctievoorschrift van een vak kunnen vakspecifieke regels gegeven worden.

4. Beoordelingsmodel [Vervallen per 01-04-2009]

(antwoorden en scores per vraag).

Bijlage 3. Inrichting correctievoorschrift centrale integratieve eindtoets en centraal praktisch examen vmbo [Vervallen per 01-04-2009]

Het correctievoorschrift bestaat uit:

  • 1. Regels voor de beoordeling

  • 2. Algemene regels

  • 3. Vakspecifieke regels (indien van toepassing)

  • 4. Beoordelingsmodel

    • 4.1 Toelichting bij het beoordelingsschema

    • 4.2 Beoordelingsschema

  • 5. Berekening cijfer

1. Regels voor de beoordeling [Vervallen per 01-04-2009]

Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voor wat betreft artikel 41a is het gestelde in de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan de Tweede Kamer van 12 maart 2002 (kenmerk VO/BOB/02/1687) van toepassing. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld en bekend gemaakt via het Gele katern van Uitleg. De regeling is ook te raadplegen via www.examenblad.kennisnet.nl (voorheen: www.eindexamen. nl)

Voor de beoordeling zijn op grond van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit en de hierboven aangehaalde brief aan de Tweede Kamer de volgende passages van belang.

  • 1. De directeur doet een exemplaar van de opgaven en de beoordelingsnormen van het examen toekomen aan de examinator.

  • 2. Deze beoordeelt de prestaties, voor zover van toepassing tijdens het maken van de praktijkopgaven, volgens de door de CEVO gegeven richtlijn en legt zijn bevindingen schriftelijk vast in het beoordelingsschema (4.2).

  • 3. De door de directeur aangewezen tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het vorige lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven en de beoordelingsnormen.

  • 4. De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast.

  • 5. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.

2. Algemene regels [Vervallen per 01-04-2009]

Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de Regeling beoordeling centraal examen van toepassing:

  • 1. De examinator vermeldt op het beoordelingsschema de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opgave toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.

  • 2. De examinator kent voor een prestatie scorepunten toe in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Wijzigen, weglaten of toevoegen van onderdelen van het beoordelingsmodel is niet toegestaan. Scorepunten zijn alleen de gehele getallen 0, 1, .., n.

  • 3. Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:

    • 3.1 voor een volledig juiste prestatie wordt bij de desbetreffende opgave het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;

    • 3.2 indien een prestatie gedeeltelijk juist is, wordt indien het beoordelingsmodel dit toelaat, een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel;

    • 3.3 indien een andere prestatie is gehanteerd dan aangeven in het beoordelingsmodel en deze is aantoonbaar vakinhoudelijk juist of gedeeltelijk juist moeten scorepunten toegekend naar analogie van het beoordelingsmodel;

    • 3.4 indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van eenzelfde prestatie.

  • 4. Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en punten niet door benadeeld worden.

  • 5. Indien de examinator voor het begin van het examen meent dat in het examen of in het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid zit, deelt hij dit onverwijld mee aan de CEVO.

    Indien een vermeende fout of onvolkomenheid pas tijdens de afname blijkt, beoordeelt de examinator het werk van de kandidaten alsof het examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid dan alsnog mededelen aan de CEVO.

    Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve vaststelling van de normering van het examen rekening gehouden (zie ook 5 berekening cijfer).

  • 6. Als een onvolkomen prestatie in een onderdeel van het examen doorwerkt in een daaropvolgend gedeelte, mag alleen die onvolkomen prestatie en niet de verdere uitwerking daarvan worden aangerekend, tenzij daardoor het volgende gedeelte aanzienlijk wordt vereenvoudigd of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 7. Scorepunten worden toegekend op grond van de door de kandidaat gegeven prestaties voor iedere opgave. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.

3. Vakspecifieke regels [Vervallen per 01-04-2009]

Voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets zijn geen / de volgende vakspecifieke regels vastgesteld.

4. Beoordelingsmodel [Vervallen per 01-04-2009]

4.1. Toelichting bij het beoordelingsschema [Vervallen per 01-04-2009]

Het kan voorkomen dat bij de beoordeling van een prestatie sprake is van meer beoordelingsaspecten.

Als een prestatie bijvoorbeeld op vijf aspecten dient te worden beoordeeld, zijn de vijf beoordelingsaspecten in het beoordelingsschema aangeduid met het opgavenummer gevolgd door de letter a, b, c, d, respectievelijk e. De score voor de desbetreffende opgave wordt dan verkregen door de deelscores voor de onderscheiden beoordelingsaspecten op te tellen.

EEN VOORBEELD VAN EEN TOELICHTING IS:

Bij een maximumscore 3 wordt bedoeld

  • de opdracht is volledig correct uitgevoerd: 3 scorepunten geven.

  • de opdracht is voor meer dan de helft correct uitgevoerd: 2 scorepunten geven.

  • de opdracht is voor minder dan de helft correct uitgevoerd: 1 scorepunt geven.

  • de opdracht is onvoldoende correct of niet uitgevoerd: 0 score punten geven.

4.2. Beoordelingsschema [Vervallen per 01-04-2009]

5. Berekening cijfer [Vervallen per 01-04-2009]

STRUCTUREEL GELDT DE ONDERSTAANDE PASSAGE

Het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets wordt als volgt verkregen.

De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

De directeur stelt het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.

De voorlopige omzetting van score naar cijfer (de omzettingstabel) is hierna vermeld.

De definitieve vaststelling van de omzettingstabel vindt plaats tijdens de normeringsvergadering van de CEVO. Als een andere omzettingstabel wordt vastgesteld, dan welke in dit correctievoorschrift is opgenomen, wordt dit gelijktijdig met de omzettingstabellen voor de schriftelijke examens bekend gemaakt.

VOOR 2003 GELDT DE ONDERSTAANDE PASSAGE

Het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets wordt als volgt verkregen.

De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets vast op basis van de door het bevoegd gezag gegeven regels voor omzetting van score naar cijfer. De directeur kan daarbij de omzettingstabel die hieronder is vermeld toepassen als dat past binnen die regels.