Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008[Regeling vervallen per 18-02-2010.]

Geldend van 10-10-2008 t/m 17-02-2010

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 oktober 2008, nr. AI/AMF/08/23131, tot Vaststelling van de beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 18-02-2010]

Bij de berekening van een boete als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen worden voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen’ die als bijlage bij deze beleidsregels is gevoegd.

Artikel 2 [Vervallen per 18-02-2010]

Voor de werkgever als natuurlijk persoon wordt bij een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de boete op grond van artikel 7, 8, 9 of 10 wordt toegepast.

Artikel 3 [Vervallen per 18-02-2010]

Indien sprake is van een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de boete wordt opgelegd aan een persoon bedoeld in artikel 18a, tweede lid aanhef en onder 2° van de Wet arbeid vreemdelingen, wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de boete op grond van artikel 7, 8, 9 of 10 van deze Beleidsregels wordt toegepast.

Artikel 4 [Vervallen per 18-02-2010]

Een gedraging in strijd met artikel 15, tweede én derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt beboet alsof sprake was van slechts één beboetbaar feit per persoon ten aanzien van wie deze beboetbare feiten zijn begaan.

Artikel 5 [Vervallen per 18-02-2010]

De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meer beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen.

Artikel 6 [Vervallen per 18-02-2010]

De artikelen 19c en 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen zijn van toepassing indien de aan de werkgever opgelegde boetes, voor zover het een rechtspersoon betreft, in een onderneming onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 7 [Vervallen per 18-02-2010]

Artikel 8 [Vervallen per 18-02-2010]

Bij de tewerkstelling van een kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waarvoor nog geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de vreemdelingenwet 2000 is aangevraagd, maar wel aan alle overige voorwaarden voor de tewerkstelling als kennismigrant is voldaan, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500 per beboetbaar feit.

Artikel 9 [Vervallen per 18-02-2010]

Artikel 10 [Vervallen per 18-02-2010]

Indien de werkgever kan aantonen dat hij zich redelijkerwijze in voldoende mate heeft ingespannen om een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen te voorkomen, kan de boete worden gematigd tot € 4000,– voor een rechtspersoon en tot € 2000,– voor een natuurlijke persoon per beboetbaar feit.

Indien sprake is van een incidentele onzorgvuldigheid van administratieve aard bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning kan de boete voor zowel een rechtspersoon als een natuurlijke persoon worden gematigd tot € 1500,– per beboetbaar feit.

Artikel 11 [Vervallen per 18-02-2010]

De beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2007 (Stcrt. 2006, 250) worden ingetrokken.

Artikel 12 [Vervallen per 18-02-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst is.

Artikel 13 [Vervallen per 18-02-2010]

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008.

Deze regeling zal met de toelichting (en de bijlage(n)) in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 1 oktober 2008

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner

Bijlage [Vervallen per 18-02-2010]

Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wet arbeid vreemdelingen [Vervallen per 18-02-2010]

Artikel

Lid

Beboetbaar feit

Boete normbedrag

2

1

Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning;

€ 8.000

15

1

Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk wordt verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt;

€ 1.500

15

2

De werkgever die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid ontvangt, stelt de identiteit van de vreemdeling vast aan de hand van het genoemde document en neemt het afschrift op in de administratie;

€ 1.500

15

3

De werkgever bedoeld in het tweede lid, bewaart het afschrift tot tenminste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de arbeid door de vreemdeling is beëindigd.

€ 1.500

15

4

De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht aan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken

€ 150

       

18

2

Het door de werkgever niet naleven van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover het betreft het door de toezichthouder uitoefenen van bevoegdheden ter vaststelling van de identiteit van degene die voor de werkgever arbeid verricht of heeft verricht.

€ 8.000