Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd[Regeling vervallen per 01-03-2009.]

Geldend van 13-09-2008 t/m 28-02-2009

Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 16 augustus 2008, nr. VO/OK/41743, houdende het instellen van een commissie Onderwijstijd (Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 3, van het Vacatiegeldenbesluit 1988;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-03-2009]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1 Er is een commissie Onderwijstijd.

  • 2 De commissie is onafhankelijk en kan zonder last en ruggespraak onderzoek en analyses uitvoeren, conclusies trekken en aanbevelingen doen.

  • 3 De commissie heeft tot taak:

    • a. het onderzoeken van de feitelijke naleving van de huidige wettelijke kaders inzake onderwijstijd;

    • b. het onderzoeken van de feitelijke en ervaren belemmerende en bevorderende factoren voor normnaleving als bedoeld in onderdeel a;

    • c. het op basis van een analyse op grond van de onderdelen a en b trekken van conclusies over de uitvoerbaarheid van de huidige wettelijke kaders inzake onderwijstijd;

    • d. het op basis van de onderdelen a, b en c doen van aanbevelingen voor maatregelen op de korte en op de langere termijn op het niveau van de overheid, op het niveau van werknemers en werkgevers en op lokaal en schoolniveau;

    • e. het inzetten op breed draagvlak voor de in onderdeel d genoemde aanbevelingen.

  • 4 Voor de aanbevelingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, gelden de volgende richtinggevende uitgangspunten:

    • a. inhoud en kwaliteit van het onderwijsprogramma staan niet ter discussie,

    • b. de financiële ruimte is het thans geldende budget, en

    • c. een wettelijke norm voor voldoende onderwijstijd als zodanig is nodig.

Artikel 3. Instellingsduur [Vervallen per 01-03-2009]

De commissie wordt opgeheven per 1 maart 2009, of zoveel eerder als mogelijk.

Artikel 4. Informatieplicht [Vervallen per 01-03-2009]

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd en ongevraagd informatie.

Artikel 5. Leden [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. de heer C.G.A. Cornielje, tevens voorzitter,

    • b. mevrouw drs. G.T.C. Bonhof,

    • c. de heer drs. H. Borstlap,

    • d. de heer dr. K. Veling,

    • e. de heer prof. dr. M.J.M. Vermeulen.

  • 2 De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. Het secretariaat maakt geen deel uit van de commissie.

  • 3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de invulling van haar taak nodig is, onder wie, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen. De Minister kan hiertoe een ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen.

Artikel 7. Eindrapport [Vervallen per 01-03-2009]

De commissie brengt in december 2008 haar eindrapport uit aan de Minister.

Artikel 8. Vergoeding [Vervallen per 01-03-2009]

De voorzitter en de andere leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen een vaste beloning op basis van artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen. De beloning wordt bij Koninklijk Besluit nader geregeld.

Artikel 9. Kosten van de commissie [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigen en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 10. Verantwoording [Vervallen per 01-03-2009]

De commissie biedt na oplevering van het eindrapport de Minister een verslag aan waarin verantwoording wordt gedaan over haar activiteiten.

Artikel 11. Geheimhouding [Vervallen per 01-03-2009]

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over de gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak op grond van dit besluit, de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 12. Openbaarmaking [Vervallen per 01-03-2009]

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet dan na akkoord van de Minister door de commissie openbaar gemaakt.

Artikel 13. Archiefbescheiden [Vervallen per 01-03-2009]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 23 mei 2008.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 maart 2009.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-03-2009]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.J. van Bijsterveldt-Vliegenthart