Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Algemene douaneregeling

Geldend van 01-04-2009 t/m 30-06-2009

Algemene douaneregeling

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1.1. Basisdefinities en overige inleidende bepalingen

Artikel 1:2

TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2009, 15302, datum inwerkingtreding 13-10-2009, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2009.

  • j. de Post: het postvervoersbedrijf dat belast is met de universele postdienst als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Postwet 2009;

  • k. brieven en postzendingen: brieven en poststukken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b en c, van de Postwet 2009, voor zover zij vallen onder de verplichting, bedoeld in artikel 18 van die wet;

Artikel 1:3

Douanekantoren zijn gevestigd in de plaatsen genoemd in bijlage I.

Afdeling 1.2. Aanwijzing inspecteur en ontvanger

Artikel 1:4

Artikel 1:5

Artikel 1:6

De verplichtingen die ingevolge artikel 1:32 van de wet bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de voorzitter van het managementteam van de FIOD-ECD alsmede jegens de door deze voorzitter aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 1:7

  • 2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor de toepassing van artikel 78, tweede lid, van het Communautair douanewetboek.

Artikel 1:8

Artikel 1:9

De voorzitter van het productschap is ontvanger in de zin van artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet en artikel 3, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, voor zover het betreft restituties, subsidies dan wel waarborgsommen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het besluit.

Artikel 1:10

  • 1 De voorzitter van het managementteam Belastingdienst/Douane Rotterdam is de bevoegde douaneadministratie, bedoeld in artikel 10 van de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 225).

  • 2 De in het eerste lid bedoelde douaneadministratie is gehouden uitvoering te geven aan onherroepelijke beslissingen van een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met betrekking tot kennisneming, verwijdering of verbetering van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 15, vierde lid, onder I, II en III, van de in het eerste lid genoemde overeenkomst.

Afdeling 1.3. Elektronisch berichtenverkeer

Artikel 1:11

  • 1 Voor het elektronisch verzenden van aangiften en berichten is een vergunning van de inspecteur vereist.

  • 2 Aan de verplichting een bescheid te overleggen wordt voldaan door in een elektronische aangifte voor plaatsing van goederen onder een douaneregeling te vermelden dat deze in het bezit zijn van het subject van de regeling. De inspecteur kan nadere bepalingen vaststellen voor de wijze van toezending van de bescheiden of voor de wijze van archivering daarvan.

Afdeling 1.4. Kosten ambtelijke werkzaamheden

Artikel 1:12

Het tarief van de kosten die op grond van artikel 1:19, eerste lid, van de wet, door de belanghebbende aan het Rijk verschuldigd zijn, is:

  • a. indien het ambtelijke verrichtingen betreft: € 24 per half uur;

  • b. het bedrag, dat door derden aan de inspecteur in rekening is gebracht.

Afdeling 1.5. Oorsprong van goederen

Artikel 1:13

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. certificaat van oorsprong: bewijsstuk inzake de niet-preferentiële oorsprong van goederen;

  • b. certificaat inzake goederenverkeer: certificaat EUR.1 of EUR-MED ten bewijze van de preferentiële oorsprong van goederen;

  • c. handelsregister: handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • d. kamer: kamer van koophandel en fabrieken als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;

  • e. leveranciersverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad van 11 juni 2001 betreffende procedures ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de opstelling van factuurverklaringen en formulieren EUR.2 en de afgifte van bepaalde vergunningen ‘toegelaten exporteur’ in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en sommige landen gelden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3351/83 (PbEG L 165);

  • f. oorsprongsverklaring: verklaring inzake de preferentiële oorsprong van goederen, in gevallen dat de toepasselijke autonome preferentiële regeling of een handels- of associatieovereenkomst daarin voorziet;

  • g. commissie: adviescommissie voor de oorsprong;

  • h. NAK: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;

  • i. Naktuinbouw: Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw.

Artikel 1:14

  • 1 Een aanvraag tot afgifte van een certificaat van oorsprong wordt ingediend:

    • a. bij de kamer waarbij de onderneming of rechtspersoon met toepassing van artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007 in het handelsregister is ingeschreven; of

    • b. bij de kamer in het gebied waar de aanvrager woont, dan wel is gevestigd indien onderdeel a niet van toepassing is; of

    • c. bij de kamer in het gebied in Nederland waar de goederen zich bevinden in geval van een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd en waarvan de goederen via Nederland uitgaan.

  • 2 De aanvraag bevat gegevens en bewijsstukken op basis waarvan de oorsprong van de in de aanvraag vermelde goederen kan worden vastgesteld.

  • 3 Op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beslist door de kamer waarbij de aanvraag is ingediend. Het certificaat van oorsprong wordt door deze kamer voorzien van haar stempel en van de handtekening van de secretaris van de kamer.

Artikel 1:15

  • 3 Indien de producten, vermeld in de aanvraag, tegelijkertijd kunnen worden aangemerkt als teeltmateriaal als bedoeld in het eerste lid, en als groente en fruit als bedoeld in het tweede lid, wordt het eerste of het tweede lid toegepast afhankelijk van de bestemming die aan die producten wordt gegeven.

Artikel 1:16

  • 1 Een aanvraag tot afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer wordt ingediend:

    • a. bij de kamer waarbij de onderneming of rechtspersoon met toepassing van artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007 in het handelsregister is ingeschreven; of

    • b. bij de kamer in het gebied waar de aanvrager woont, dan wel is gevestigd indien onderdeel a niet van toepassing is; of

    • c. bij de kamer in het gebied in Nederland waar de goederen zich bevinden in geval van een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd en waarvan de goederen via Nederland uitgaan.

  • 2 De aanvraag bevat gegevens en bewijsstukken op basis waarvan de oorsprong van de in de aanvraag vermelde goederen kan worden vastgesteld.

  • 3 De kamer voorziet de aanvraag van haar bevindingen en maakt deze bekend aan de inspecteur.

Artikel 1:17

  • 1 De commissie adviseert de Ministers van Economische Zaken, van Financiën en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de gezamenlijke kamers over de afgifte van oorsprongsverklaringen.

  • 2 De commissie stelt haar eigen werkwijze en samenstelling schriftelijk vast.

  • 3 De Minister van Economische Zaken wijst de voorzitter van de commissie aan.

Afdeling 1.6. Lijfsvisitatie

Artikel 1:18

De instellingen van apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, zijn zodanig, dat de persoon, die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen, niet herkenbaar is op de beelden die door de apparatuur worden gegenereerd.

Afdeling 1.7. Douanewaarde

Artikel 1:19

Ingeval de gegevens voor de vaststelling van de douanewaarde zijn uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese Centrale Bank referentiekoersen publiceert, worden die referentiekoersen voor de vaststelling van die douanewaarde aangemerkt als de genoteerde koers, bedoeld in artikel 168, aanhef en onderdeel a, tweede gedachtestreepje, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.

Artikel 1:20

  • 1 Ingeval de gegevens voor de vaststelling van de douanewaarde zijn uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese Centrale Bank geen referentiekoersen publiceert, wordt voor de vaststelling van de douanewaarde gebruik gemaakt van de wisselkoers van die munteenheid ten opzichte van de euro zoals die wordt gepubliceerd op de voorlaatste maandag van de maand in de Financial Times Guide to World Currencies.

  • 2 De wisselkoers, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende de kalendermaand die volgt op de in het eerste lid bedoelde publicatie in de Financial Times Guide to World Currencies.

  • 3 Indien geen publicatie plaatsvindt op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, wordt de voor de betrokken munteenheid laatst in de Financial Times Guide to World Currencies gepubliceerde wisselkoers van die munteenheid ten opzichte van de euro geacht de op de voorlaatste maandag van de maand gepubliceerde wisselkoers te zijn.

  • 4 Indien een munteenheid als bedoeld in het eerste lid revalueert of devalueert, waardoor de in de Financial Times Guide to World Currencies gepubliceerde wisselkoers vijf percent of meer afwijkt van de in het eerste lid bedoelde wisselkoers, wordt de gerevalueerde dan wel gedevalueerde wisselkoers als nieuwe wisselkoers gebruikt.

  • 5 In het in artikel 172, eerste volzin, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoeld geval, wordt één enkele wisselkoers toegepast, die geldt op de eerste dag van de periode waarop de aangifte betrekking heeft.

Artikel 1:21

  • 1 De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde, bedoeld in artikel 178, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kan achterwege blijven indien de douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt vastgesteld op een andere wijze dan met toepassing van artikel 29 van het Communautair douanewetboek.

  • 2 Ingeval de in het eerste lid bedoelde aangifte achterwege blijft, verstrekt de aangever afzonderlijk de gegevens met behulp waarvan de aangegeven douanewaarde is berekend. Deze gegevens omvatten ten minste:

    • de methode van de vaststelling van de douanewaarde, aan te duiden door vermelding van het desbetreffende artikel van het Communautair douanewetboek;

    • een verwijzing naar een door de douane genomen beslissing voor zover de douanewaarde overeenkomstig een dergelijke beslissing is aangegeven; en

    • een gedetailleerde opgave van de wijze van berekening.

  • 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de aangegeven douanewaarde rechtstreeks uit de factuur is afgeleid.

Artikel 1:22

De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde, die in een formulier D.V.1 als bedoeld in artikel 178, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek zijn opgenomen, wordt afzonderlijk opgenomen in de elektronische aangifte tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen.

Hoofdstuk 2. Bepalingen die op de in het douanegebied van de Gemeenschap binnengebrachte goederen van toepassing zijn tot deze een douanebestemming hebben gekregen

Afdeling 2.1. Formaliteiten met betrekking tot het binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Gemeenschap

Artikel 2:1

  • 1 Binnenkomende schepen en de daarmee vervoerde goederen worden langs in bijlage II opgenomen vaarwaters overgebracht naar een haven ressorterende onder een in bijlage III opgenomen douanekantoor alwaar zij worden aangebracht.

  • 2 Binnenkomende luchtvaartuigen en de daarmee vervoerde goederen worden zonder tussenlanding overgebracht naar een internationale luchthaven ressorterende onder een in bijlage IV opgenomen douanekantoor alwaar zij worden aangebracht.

  • 3 Een binnengekomen schip dan wel een binnengekomen luchtvaartuig vertrekt van de haven onderscheidenlijk de internationale luchthaven, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, niet zonder toestemming van de inspecteur.

  • 4 In bijlage V zijn plaatsen opgenomen waar binnenkomende schepen en de daarmee vervoerde goederen eveneens kunnen worden aangebracht.

  • 5 Op plaatsen, bedoeld in het vierde lid, vinden geen andere activiteiten plaats dan:

    • a. het innemen van provisie en scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning van het schip; of

    • b. het innemen van brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip; of

    • c. het aan boord nemen van goederen voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke reparatie of vervanging van deze onderdelen.

Artikel 2:2

  • 1 Een binnenkomend schip wordt aangebracht door de inlevering bij aankomst van de generale verklaring (IMO/FAL 1).

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van artikel 2:1, vierde lid, een binnenkomend schip aangebracht door het doen van een mededeling aan de inspecteur van de aankomst op een in artikel 2:1, vierde lid, bedoelde plaats.

  • 3 Een binnenkomend luchtvaartuig wordt geacht te zijn aangebracht door de plaatsing van het luchtvaartuig op het daarvoor aangewezen gedeelte van de internationale luchthaven.

Artikel 2:3

  • 1 De artikelen 2:1, 2:2 en 2:5 zijn niet van toepassing op de volgende schepen en luchtvaartuigen:

    • a. oorlogsschepen en militaire luchtvaartuigen;

    • b. pleziervaartuigen;

    • c. vissersschepen welke van de visvangst komen en zijn voorzien van een aanduiding omtrent de haven waar zij thuishoren;

    • d. sleepboten;

    • e. vaartuigen voor het verrichten van loodsdiensten;

    • f. reddingsboten;

    • g. schepen en luchtvaartuigen van de Nederlandse Kustwacht.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien:

    • a. de laatste haven van vertrek van het schip dan wel luchtvaartuig gelegen is buiten het douanegebied van de Gemeenschap;

    • b. het schip dan wel luchtvaartuig goederen meevoert waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen rechten bij invoer, accijns of omzetbelasting is verschuldigd;

    • c. het schip dan wel luchtvaartuig goederen meevoert waarop verboden of beperkingen van toepassing zijn of zouden zijn als bedoeld in artikel 1:1, vijfde lid, van de wet.

    • d. voor het verkrijgen van vrijstelling van rechten bij invoer of voor het plaatsen onder de desbetreffende douaneregeling voor het schip, het luchtvaartuig of voor de aan boord aanwezige goederen ingevolge wettelijke bepalingen de vervulling van bepaalde formaliteiten is vereist;

    • e. het schip dan wel luchtvaartuig niet in de Gemeenschap thuishoort; of

    • f. het schip dan wel luchtvaartuig niet overeenkomstig haar bestemming wordt gebezigd.

Artikel 2:4

  • 1 Degene die aan de kust goederen heeft opgevist of gered, dan wel aldaar aangespoelde of gestrande goederen heeft geborgen, geeft daarvan onverwijld kennis aan de inspecteur. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kust mede verstaan de wateren, stranden en oevers welke op grond van artikel 21 van de Wet op de strandvonderij worden beschouwd te behoren tot de zee en het zeestrand.

  • 2 De goederen worden zonder toestemming van de inspecteur niet verder landinwaarts gebracht dan tot de eerste plaats waar zij tegen beschadiging door het zeewater zijn beveiligd.

  • 3 Na de kennisgeving worden de goederen aangemerkt als binnengebrachte goederen in de zin van artikel 37, eerste lid, van het Communautair douanewetboek.

Afdeling 2.2. Summiere aangifte

Artikel 2:5

  • 1 De summiere aangifte wordt gedaan in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.

  • 2 De summiere aangifte wordt ter zake van over zee binnengebrachte goederen gedaan door inlevering van:

    • a. één of meer volglijsten (Douane 11) behorend tot de generale verklaring (IMO/FAL 1); en

    • b. de scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3) voor de in het schip aanwezige provisie.

  • 3 De summiere aangifte wordt ter zake van door de lucht binnengebrachte goederen gedaan door inlevering van een generale verklaring luchtvaart zoals is voorzien in bijlage IX van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, 165), met daarin vervat het manifest van de lading of door inlevering van alleen het manifest van de lading, zoals voorzien bij dat verdrag.

  • 4 De in de volglijst (Douane 11) te vermelden gegevens mogen desgewenst worden vermeld in bij te voegen scheepvaartmanifesten welke zijn ingericht volgens het model ICS-STANDARD MANIFEST 1968. Op de voorzijde van de volglijst moet worden verwezen naar die scheepvaartmanifesten onder vermelding van hun aantal. De manifesten en alle in het manifest omschreven goederen worden doorlopend genummerd.

  • 5 Indien de summiere aangifte betrekking heeft op een of meerdere goederen, genoemd in bijlage V, deel B, van richtlijn nr. 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PbEG L 1169), wordt dit, gelijktijdig met het indienen van de summiere aangifte, expliciet medegedeeld aan de douane.

Afdeling 2.3. Tijdelijke opslag

Artikel 2:6

De goedkeuring van een ruimte voor tijdelijke opslag, bedoeld in artikel 185, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, is gebonden aan een vergunning tot beheer van de desbetreffende ruimte.

Artikel 2:7

  • 1 Een wijziging in de inrichting van een ruimte voor tijdelijke opslag wordt niet aangebracht dan na goedkeuring van de inspecteur.

  • 2 De inspecteur kan de vergunning tot beheer van een ruimte voor tijdelijke opslag in ieder geval intrekken of wijzigen:

    • a. op verzoek van de houder van de desbetreffende vergunning;

    • b. indien de ruimte niet of niet meer in die mate gebruikt wordt dat handhaving van de vergunning gerechtvaardigd is.

Artikel 2:8

  • 1 Een nadere aangifte als bedoeld in artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek is vereist indien niet alle in de ingediende summiere aangifte omschreven goederen in één ruimte voor tijdelijke opslag worden geplaatst.

  • 2 De nadere aangifte, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op de wijze zoals in de Toelichting enig document, zoals opgenomen in bijlage VI, voor tijdelijke opslag is omschreven.

Afdeling 2.4. Douaneaangifte

Artikel 2:8a

In voorkomend geval kan de inspecteur, rekening houdend met de aard van de goederen of met de douanebestemming die de goederen hebben gekregen dan wel zullen krijgen, andere plaatsen dan douanekantoren aanmerken als plaatsen waar goederen kunnen worden aangebracht.

Artikel 2:9

De termijn, bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, is zeven dagen na indiening van de aangifte. De plaats waar de goederen worden aangebracht wordt aan het douanekantoor schriftelijk of elektronisch gemeld.

Artikel 2:10

  • 1 Een aangifte tot plaatsing van goederen onder een douaneregeling wordt gedaan in de Nederlandse taal.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de volgende aangiften eveneens worden gedaan in de Franse, Duitse of Engelse taal:

    • a. een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer;

    • b. een aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling met gebruikmaking van een handels- of administratief bescheid;

    • c. een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling uitvoer.

Artikel 2:11

  • 1 De formulieren enig document worden ingevuld overeenkomstig het bepaalde in de Toelichting enig document, zoals opgenomen in bijlage VI.

  • 2 De bij de invulling van de formulieren enig document te gebruiken codes zijn de codes opgenomen in het codeboek Sagitta en beschikbaar via internetadres www.douane.nl.

Artikel 2:12

  • 1 In de gevallen waarin op grond van wettelijke bepalingen in een aangifte de goederencode van de desbetreffende goederen moet worden vermeld, is dat de code die voor die goederen is vastgesteld in het gebruikstarief.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde gebruikstarief is de lijst van goederenomschrijvingen met bijbehorende codes en aanduiding van de voor de desbetreffende goederen van toepassing zijnde maatregelen bij in- of uitvoer, zoals die geldt ingevolge Verordeningen van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

  • 3 Het in het eerste lid bedoelde gebruikstarief is beschikbaar via internetadres www.douane.nl.

Artikel 2:13

Indien door de inspecteur een vergunning wordt afgegeven voor het gebruik van de regeling douane-entrepots wordt in de vergunning bepaald dat, afhankelijk van de aard van de goederen die onder de regeling douane-entrepots worden geplaatst, de vergunninghouder en het Centraal Bureau voor de Statistiek overeenstemming bereiken over de afzonderlijke aanlevering van gegevens ten behoeve van de entrepotstatistiek.

Afdeling 2.5. Onderzoek van de goederen, bevindingen van het douanekantoor en andere door het douanekantoor te nemen maatregelen

Artikel 2:14

  • 1 Monsterneming vindt in tweevoud plaats, tenzij de wijze en/of aard van het onderzoek ertoe noopt meerdere monsters te nemen, en de monsters worden ter plaatse verpakt en verzegeld.

  • 2 Indien mogelijk wordt op verzoek van belanghebbende een extra monster genomen, dat ter plaatse wordt verpakt en verzegeld en in het bezit van belanghebbende blijft.

Artikel 2:15

  • 1 De speling, bedoeld in artikel 1:35 van de wet, is, indien het een verschil betreft tussen de waarde of de hoeveelheid zoals in de aangifte is aangegeven, en de waarde of de hoeveelheid van hetgeen aanwezig is: een percent van de waarde of de hoeveelheid van hetgeen aanwezig is.

  • 2 De speling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing:

    • a. indien het bevonden verschil niet is ontstaan ten gevolge van dwaling, onwillekeurig verzuim of natuurlijke verliezen;

    • b. indien het bevonden verschil van invloed is op de berekening van de douaneschuld;

    • c. op aantallen colli of losse voorwerpen.

Hoofdstuk 3. Landbouwproducten

Afdeling 3.1. Certificaten; algemene bepalingen

Artikel 3:1

Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften, genoemd in de artikelen 7, eerste tot en met derde lid, 8, eerste en tweede lid, 21, derde lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 26, eerste lid, 34, tweede lid, vijfde alinea, 35, tiende lid, 38, tweede lid, 45, derde lid, 47, derde lid, tweede alinea, en vijfde lid, van verordening 376/2008.

Artikel 3:2

  • 2 Het productschap wordt aangewezen als:

    • a. de instantie van afgifte, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, tweede alinea, en derde lid, 20, 21, 32, derde lid, 34, derde lid, 38, eerste lid, 40, vierde lid, 45, derde lid, 47, derde lid, tweede alinea, vijfde, achtste en negende lid, onder b, van verordening 376/2008;

    • b. de bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 14, tweede lid, 39, eerste lid, 40, eerste, tweede en vierde lid, 41, van verordening 376/2008, en

    • c. de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, 34, achtste lid, 35, tweede lid, tweede alinea, 36, tweede lid, 42, tweede lid, onder b, 46, tweede lid, 47, negende lid, onder b en c, van verordening 376/2008.

Artikel 3:3

Het Productschap Zuivel wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten (PbEU 2001, L341).

Artikel 3:4

Het productschap is bevoegd de voorschriften, bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede alinea, verordening 376/2008, vast te stellen.

Artikel 3:5

  • 1 Het productschap is bevoegd een ontheffing te verlenen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening 376/2008.

  • 2 Indien het productschap gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is het productschap tevens de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, derde lid, onder c, van verordening 376/2008.

Artikel 3:6

Het productschap is bevoegd de toestemming te verlenen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van verordening 376/2008.

Artikel 3:7

De zekerheid, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 376/2008 wordt gesteld bij het productschap.

Artikel 3:8

  • 1 Het productschap is bevoegd op verzoek van belanghebbende certificaten onder zich te houden, onderscheidenlijk in bewaring te nemen ten behoeve van de toepassing van artikel 24 van verordening 376/2008 op dat certificaat.

  • 2 Indien het productschap gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt het productschap aangemerkt als de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van verordening 376/2008.

Artikel 3:9

De certificaten, bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, van het besluit, zijn in het Nederlands gesteld.

Artikel 3:10

  • 1 Het productschap is bevoegd bepalingen vast te stellen omtrent het afgeven en het gebruik van elektronische certificaten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van verordening 376/2008.

  • 2 Indien het productschap toestaat dat aanvragen voor de certificaten, bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, van het besluit, worden ingediend met behulp van systemen voor automatische gegevensverstrekking, stelt het productschap de regels vast, bedoeld in artikel 12, tweede lid, derde alinea, van verordening 376/2008.

Artikel 3:11

Het productschap is bevoegd een aanvullende termijn als bedoeld in artikel 34, negende lid, van verordening 376/2008 te verlenen.

Artikel 3:12

Het productschap wordt aangewezen als bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PbEU 2006, L 238).

Afdeling 3.2. Certificaten; bijzondere bepalingen

Artikel 3:13

  • 1 Het productschap geeft de invoercertificaten, bedoeld in artikel 3:1, onder d, van het besluit, of uittreksels daarvan voor ruwe hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur slechts af indien deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 5bis van Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (PbEG L 160);

  • 2 Het productschap geeft de invoercertificaten, bedoeld in artikel 3:1, onder d, van het besluit, of uittreksels daarvan voor zaaizaad bestemd voor de inzaai van henneprassen van post 1207 99 20 van de gecombineerde nomenclatuur slechts af indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het gehalte, bedoeld in artikel 5bis, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (PbEG L 160);

  • 3 Het productschap geeft de invoercertificaten, bedoeld in artikel 3:1, onder d, van het besluit, en uittreksels daarvan voor niet voor inzaai bestemd hennepzaad van de post 1207 99 91 van de gecombineerde nomenclatuur slechts af indien:

    • a. de importeur door het productschap is erkend;

    • b. de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de verklaringen, bedoeld in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 507/2008 van de Commissie van 6 juni 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1673/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en –hennep (PbEU 2008, L 149), binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden;

    • c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen;

    • d. de importeur toelaat dat wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen is bepaald bij of krachtens Verordening 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU 2007, L 299), en

    • e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen.

Artikel 3:14

  • 1 Van het verbod op het invoeren van landbouwproducten, bedoeld in artikel 3:2 van het besluit, wordt vrijstelling verleend voor pootaardappelen van post 0701 1000 van de gecombineerde nomenclatuur.

  • 2 Van het verbod op het uitvoeren van landbouwproducten, bedoeld in artikel 3:2 van het besluit, wordt vrijstelling verleend voor pootaardappelen van post 0701 1000 van de gecombineerde nomenclatuur.

  • 3 Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, is de voorwaarde verbonden dat de betrokken partij is voorzien van een etiket en een bewijsstuk als bedoeld in artikel 13 van Richtlijn nr. 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PbEU 2002, L 193).

  • 4 Het etiket en het bewijsstuk, bedoeld in het derde lid, worden afgegeven door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen.

Artikel 3:15

Het bewijs, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 2342/92 van de Commissie van 7 augustus 1992 betreffende de invoer van raszuivere fokrunderen uit derde landen en de toekenning van uitvoerrestituties voor deze dieren en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1544/79 (PbEG 1992, L 227) wordt geleverd door middel van een verklaring van het productschap.

Artikel 3:16

  • 1 Indien ingevolge het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU 2007, L 299) het bedrag van de aldaar bedoelde heffing voor jonge mannelijke runderen met een levend gewicht van ten hoogste 300 kg en voor landbouwproducten, vallend onder de posten 0202 2030 of 0202 30 van de gecombineerde nomenclatuur, afhankelijk is van de vervulling of nakoming van voorwaarden of bepalingen die ten aanzien van het betreffende goed in genoemde verordening of haar uitvoeringsvoorschriften zijn voorgeschreven, is de importeur van dat goed gehouden tot het naleven van de door het productschap met inachtneming van het bepaalde in die verordening en haar uitvoeringsvoorschriften, ter verzekering van die heffing gestelde regelen.

  • 2 De in het vorige lid bedoelde regelen kunnen betrekking hebben op het trekken van monsters, het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens, nodig voor de oplegging van de heffing.

  • 3 Het productschap stelt regelen volgens welke het vrijstelling verleent aan landbouwheffingen bij invoer, ten belopen van het jaarlijks door de Raad toegekende en aan Nederland toevallende aandeel in het in het kader van de Wereldhandelsorganisatie geopende tariefcontingent voor de invoer uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van de Gemeenschap van bevroren rundvlees van post 0202 van de gecombineerde nomenclatuur.

  • 4 Het productschap kan regels stellen op grond waarvan het vrijstelling verleent van de landbouwheffingen bij invoer in het kader van Verordening (EG) nr. 659/2007 van de Commissie van 14 juni 2007 betreffende de opening en de wijze van beheer van invoertariefcontingenten voor stieren, koeien en vaarzen, niet bestemd voor de slacht, van bepaalde bergrassen.

Afdeling 3.3. Restitutie

Artikel 3:17

Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften, genoemd in de artikelen 15, 16ter, eerste lid, 52, eerste lid, van verordening 800/99.

Artikel 3:18

  • 2 Het productschap wordt aangewezen als:

    • a. de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, 42, eerste lid, 49, eerste lid, onder b, van verordening 800/99;

    • b. de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 20, vierde lid, 25, eerste en tweede lid, van verordening 800/99.

  • 4 Als bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, zevende lid, onder b, en 7, derde lid, tweede alinea, van verordening 800/99 wordt aangewezen het douanekantoor, waar de aangifte ten uitvoer wordt ingediend.

Artikel 3:19

  • 1 De toekenning van restitutie, bedoeld in verordening 800/99, vindt plaats door het productschap.

  • 2 Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid, is het productschap bevoegd:

    • a. bewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, tweede gedachtestreepje van verordening 800/99, te ontvangen;

    • b. aanvullende bewijzen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, derde alinea, van verordening 800/99, te vorderen;

    • c. verzoeken als bedoeld in artikel 21, eerste lid, vierde alinea, van verordening 800/99 te doen.

  • 3 In de gevallen waarin het stellen van zekerheid op grond van een communautaire verplichting een voorwaarde is voor de toekenning van restitutie, wordt de zekerheid gesteld bij het productschap.

  • 4 Het opleggen van administratieve sancties als bedoeld in artikel 51 van verordening 800/99, vindt plaats door het productschap.

  • 5 Het opleggen van maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1469/95 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 betreffende de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van bepaalde begunstigden van uit het EOFGL, afdeling Garantie, gefinancierde verrichtingen (PbEU 1995, L 145) vindt plaats door het productschap.

Artikel 3:20

Het productschap is bevoegd te beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van verordening 800/99.

Artikel 3:21

  • 1 Het productschap is bevoegd het ontslag te verlenen, bedoeld in artikel 17 van verordening 800/99.

  • 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 17, derde lid, verordening 800/99 wordt ingediend bij het productschap.

  • 3 Het productschap is bevoegd de beslissingen, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van verordening 800/99 te nemen.

Artikel 3:22

  • 1 De voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw verleent de erkenning, bedoeld in artikel 16bis, eerste lid, van verordening 800/99.

  • 2 De voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw kan een erkenning als bedoeld in het eerste lid schorsen of intrekken in de gevallen, bedoeld in artikel 16ter, eerste lid, en 16quinquies, eerste en derde lid, van verordening 800/99.

Afdeling 3.4. Proviandering

Artikel 3:23

  • 1 Het Hoofdproductschap Akkerbouw is bevoegd tot verlening van de toestemming als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van verordening 800/99.

  • 2 Een belanghebbende dient een schriftelijke aanvraag om de toestemming, bedoeld in het eerste lid, in bij het Hoofdproductschap Akkerbouw.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt verleend indien de belanghebbende:

    • a. gespecialiseerd is in scheepsproviandering;

    • b. een administratie voert die inzichtelijk maakt dat de landbouwproducten de bestemming hebben bereikt, en

    • c. een controleregister bijhoudt als bedoeld in artikel 37, vierde lid, eerste en tweede alinea, van verordening 800/99, of de bij iedere leverantie gebruikte documenten overlegt waarop de douaneautoriteiten de datum hebben vermeld waarop de producten aan boord zijn gebracht.

  • 4 Het Hoofdproductschap Akkerbouw is bevoegd tot intrekking van de toestemming indien de belanghebbende niet langer voldoet aan de in het derde lid bedoelde eisen of aan de eisen, bedoeld in artikel 37 van verordening 800/99.

  • 5 De Algemene Inspectiedienst gaat, voorafgaand aan de verlening van de toestemming, bedoeld in het eerste lid, na of aan de in het derde lid bedoelde vereisten is voldaan en doet van zijn bevindingen verslag aan het Hoofdproductschap Akkerbouw.

Artikel 3:24

  • 1 Een belanghebbende aan wie de toestemming, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, is verleend, geeft overeenkomstig een bij het productschap op te vragen maandstaat, uiterlijk vóór het eind van de kalendermaand volgend op de maand waarin de landbouwproducten ten uitvoer zijn aangegeven, alle in laatstbedoelde maand aangegeven landbouwproducten op bij het productschap.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde opgave van landbouwproducten zijn gespecificeerd naar GN-code en, indien van toepassing, de restitutiecode.

Artikel 3:25

  • 1 Het productschap is bevoegd tot betaling van de restitutie, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van verordening 800/99.

  • 2 De aanvraag om betaling van restitutie wordt ingediend bij het productschap.

  • 3 In geval van levering van landbouwproducten in een andere lidstaat legt de belanghebbende tevens het terugontvangen controle-exemplaar T5 over.

  • 4 In geval van levering van landbouwproducten aan boor- en productieplatforms en marine- en hulpschepen legt de belanghebbende tevens het leverantiebewijs over.

Artikel 3:26

  • 1 Het Hoofdproductschap Akkerbouw is bevoegd tot verlening van een erkenning van de houder van onder douanetoezicht staande bevoorradingsruimten, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, en artikel 43, tweede lid, tweede alinea van verordening 800/99.

  • 2 Een belanghebbende dient een aanvraag om erkenning als bedoeld in het eerste lid, in bij het Hoofdproductschap Akkerbouw.

  • 3 De erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening 800/99.

  • 4 Het Hoofdproductschap Akkerbouw is bevoegd tot intrekking van de erkenning indien uit onderzoek van de Algemene Inspectiedienst is gebleken dat de erkenninghouder niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid.

Artikel 3:27

  • 1 Het productschap is bevoegd een voorschot op de restitutie te verlenen, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 40 van verordening 800/99.

  • 2 Een belanghebbende dient een aanvraag om het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in bij het productschap.

Artikel 3:28

De verlening van restitutie voor proviandering van zeeschepen, waaronder ook begrepen al dan niet zelf aangedreven werkschepen, kan in het kader van deze paragraaf alleen plaatsvinden indien het schip binnen tien dagen na proviandering de haven verlaat met een bestemming die niet dichterbij is gelegen dat het gebied, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder a, van verordening 800/99.

Artikel 3:29

  • 1 Als bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van verordening 800/99, wordt aangewezen de Algemene Inspectiedienst.

  • 2 Als bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van verordening 800/99, wordt aangewezen het Productschap Zuivel. Een belanghebbende kan een aanvraag om landbouwproducten over te brengen naar een tweede bevoorradingsdepot indienen bij dat productschap.

Artikel 3:30

  • 1 Levering aan boor- en productieplatforms geschiedt uitsluitend door een door het Hoofdproductschap Akkerbouw erkende exploitant van een bevoorradingsschip of bevoorradingshelikopter.

  • 2 Een belanghebbende dient een aanvraag om erkenning als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk in bij het Hoofdproductschap Akkerbouw.

  • 3 De Algemene Inspectiedienst toetst de aanvraag aan de criteria, bedoeld in artikel 44, tweede lid, onder b, tweede streepje, van verordening 800/99, en doet hiervan verslag aan het Hoofdproductschap Akkerbouw.

  • 4 Het Hoofdproductschap Akkerbouw is bevoegd tot intrekking van een erkenning indien de belanghebbende niet langer voldoet aan de criteria, bedoeld in het derde lid.

Artikel 3:31

  • 1 De bewijsstukken als bedoeld in artikel 38, tweede lid, van verordening 800/99 worden door de betrokken deelnemer in zijn administratie bewaard ten behoeve van de Algemene Inspectiedienst. Het bewijs als bedoeld in artikel 39, derde lid, eerste alinea, van verordening 800/99, wordt ingediend bij de productschappen. Het bewijs als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, en artikel 45, tweede lid, van verordening 800/99 wordt ingediend bij het Productschap Zuivel.

  • 2 Het bewijs, bedoeld in artikel 41, tweede lid, eerste alinea, en artikel 43, derde lid, eerste alinea, van verordening 800/99, wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aangifte ten uitvoer is gedaan.

  • 3 Op verzoek van een belanghebbende kan het productschap ermee instemmen dat het bewijs, bedoeld in artikel 45, derde lid, onder a of b, tweede streepje, van verordening 800/99, wordt geleverd met een door de scheepskapitein of een andere scheepsofficier van dienst ondertekend certificaat van ontvangst dat van het scheepsstempel is voorzien.

  • 4 In voorkomend geval kan het productschap op verzoek van een belanghebbende ermee instemmen dat het bewijs, bedoeld in artikel 45, derde lid, onder b, tweede streepje, van verordening 800/99, wordt geleverd met een door een beambte van de luchtvaartmaatschappij ondertekend certificaat van ontvangst dat van het stempel van de maatschappij is voorzien.

Afdeling 3.5. Regels ter uitvoering van overige Europese verordeningen

Artikel 3:32

  • 1 Het productschap is bevoegd een toestemming als bedoeld in artikel 76 van het Communautair douanewetboek in samenhang met artikel 282 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek te verlenen.

  • 2 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, kan slechts betrekking hebben op het achterwege laten bij de aangifte ten uitvoer van de vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van uit te voeren landbouwproducten.

  • 3 Het productschap kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, onder voorwaarden en beperkingen verlenen.

  • 4 Het productschap verleent een toestemming in overeenstemming met de Algemene Inspectiedienst.

  • 5 Het productschap kan een toestemming intrekken, wanneer blijkt dat de voorwaarden en de beperkingen waaronder de toestemming is verleend, niet zijn nageleefd.

  • 6 De Algemene Inspectiedienst houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het derde lid.

Hoofdstuk 4. De douanebestemmingen

Afdeling 4.1. In het vrije verkeer brengen – bijzondere bestemming

Artikel 4:1

Voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur, zoals vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256), worden verstaan onder:

  • a. fokpaarden van zuiver ras: de geregistreerde paarden, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder b en c, van Richtlijn 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen (PbEG L 224), met uitzondering van ruinen;

  • b. fokvarkens van zuiver ras: de ingeschreven of geregistreerde varkens, zoals gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (PbEG L 382).

Artikel 4:2

De in artikel 4:1, aanhef en onder a, bedoelde dieren mogen alleen als fokpaarden van zuiver ras in het vrije verkeer worden gebracht indien:

  • a. zij vergezeld gaan van een stamboek- en fokkerijcertificaat zoals vastgesteld bij Beschikking 93/623/EEG van de Commissie van 20 oktober 1993 tot vaststelling van het identificatiedocument (paspoort) dat geregistreerde paardachtigen moet vergezellen (PbEG L 298);

  • b. zij vergezeld gaan van een document volgens het in bijlage VIII opgenomen model, waaruit blijkt dat zij in een stamboek of register van de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Artikel 4:3

De in artikel 4:1, aanhef en onder b, bedoelde dieren mogen alleen worden ingevoerd indien:

  • a. zij vergezeld gaan van een stamboek- en fokkerijcertificaat, voor zover dit certificaat is ondertekend door een erkende instantie zoals vastgesteld bij beschikking 2006/139/EG van de Commissie van 7 februari 2006 ter uitvoering van Richtlijn 94/28/EG wat betreft een lijst van erkende instanties in derde landen voor het bijhouden van een stamboek of register voor bepaalde dieren (PbEG L 54);

  • b. zij vergezeld gaan van een document volgens het in bijlage VIII opgenomen model, waaruit blijkt dat zij in een stamboek of register van de Gemeenschap zullen worden ingeschreven of geregistreerd.

Artikel 4:4

Wanneer goederen tussen twee in de Benelux gevestigde vergunninghouders worden overgedragen, kunnen de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van de overdragende vergunninghouder toestaan dat dit geschiedt zonder dat van het controle-exemplaar T5 gebruik wordt gemaakt. In dat geval zijn het vijfde en het zesde lid van artikel 296 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek van toepassing.

Artikel 4:5

Het is verboden:

  • a. onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken of te doen verstrekken waarvan het gevolg zou kunnen zijn dat ten onrechte een gunstige tariefregeling wordt toegepast;

  • b. een handeling te verrichten of medewerking te weigeren in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordeningen van de Raad of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming, aard of eigenschappen van in het vrije verkeer te brengen goederen.

Afdeling 4.2. De economische douaneregelingen

Artikel 4:6

Aan accijns onderworpen communautaire goederen kunnen slechts in de ruimten van een douane-entrepot worden opgeslagen voor zover de Wet op de accijns in deze opslag voorziet en onder de bij of krachtens de Wet op de accijns gestelde voorwaarden en beperkingen.

Artikel 4:7

Als waarborg voor de betaling van de douaneschuld die kan ontstaan ten aanzien van goederen die onder het stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst, wordt zekerheid gesteld als bedoeld in artikel 88 van het Communautair douanewetboek.

Artikel 4:8

  • 1 De regeling tijdelijke invoer wordt toegestaan voor vervoermiddelen waarvoor hier te lande een kentekenbewijs wordt afgegeven dat is voorzien van de letters CD, CDJ dan wel de letters BN of GN in combinatie met twee cijfergroepen van elk twee cijfers.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vervoermiddelen kunnen onder de regeling worden geplaatst zonder schriftelijke aanvraag of vergunning.

Artikel 4:9

  • 1 Met inachtneming van artikel van 561, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt toegestaan dat vervoermiddelen welke worden betrokken uit een douane-entrepot of een ruimte voor tijdelijke opslag onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst.

  • 2 Voor vervoermiddelen die in overeenstemming met het eerste lid onder de regeling zijn geplaatst, wordt een kentekenbewijs afgegeven dat is voorzien van de letters BN of GN in combinatie met twee cijfergroepen van elk twee cijfers en een verticale rode balk met daarin de vermelding van het jaar waarin de vrijstelling eindigt en waarop voorkomt de aanduiding: ’Vrijstelling van rechten bij invoer en/of omzetbelasting en belasting van personenauto’s en motorrijwielen onder voorwaarde van wederuitvoer’.

  • 3 Het kentekenbewijs heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden in de gevallen als bedoeld in artikel van 561, eerste lid, onderdeel a, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.

Afdeling 4.3. Vrije zones en entrepots

Artikel 4:10

Als vrije zones controletype II is aangewezen het volgende geografische gebied:

Schiphol, waartoe wordt aangewezen het gebied dat beginnend aan de zuidzijde en gaande via de oost- en noordzijde naar de westzijde als volgt wordt begrensd: door de Kruisweg (N-201) tot aan de kruising met de Aalsmeerderdijk, vandaar de Aalsmeerderdijk in noordelijke richting die ter hoogte van de gemeente Oude Meer overgaat in de Schipholdijk tot aan de kruising met de A-9, vandaar in westelijke richting het gedeelte van de A-9 tot aan de A-4, vandaar in zuidelijke richting het gedeelte van de A-4 tot aan de kruising met de Schipholweg, vandaar in westelijke richting de Schipholweg tot aan de kruising met de Amsterdamse Baan, vandaar in noordelijke richting de Amsterdamse Baan tot aan de kruising met de Hoofdweg bij het gemaal Lijnden, vandaar in zuidelijke richting de Hoofdweg Oostzijde tot aan de Weg om de Noord, vandaar oostwaarts de Weg om de Noord die overgaat in de Kruisweg (N-201).

Artikel 4:11

  • 1 Als plaatsen waar een vrij entrepot kan worden gevestigd, worden aangewezen de plaatsen, genoemd in bijlage I.

  • 2 De inspecteur kan, rekening houdend met de economische behoefte aan de mogelijkheid een vrij entrepot te vestigen, andere plaatsen dan de plaatsen, bedoeld in het eerste lid, aanmerken als plaatsen waar een vrij entrepot kan worden gevestigd.

Artikel 4:12

De beheerder, bedoeld in artikel 5:1, derde lid, van het Algemeen douanebesluit, maakt aan de inspecteur kenbaar wie de belanghebbenden, bedoeld in artikel 799, onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, zijn die werkzaam zullen zijn in de vrije zone of het vrije entrepot.

Artikel 4:13

  • 1 Bij zijn aanvraag tot verlening van een vergunning voor gebruik van een vrije zone of een vrij entrepot vraagt de belanghebbende, bedoeld in bedoeld in artikel 799, onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, goedkeuring aan de inspecteur voor:

    • a. de door hem gevoerde administratie;

    • b. de inrichting van het gebouw dat voor werkzaamheden gebruikt gaat worden.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde belanghebbende onderwerpt een voorgenomen wijziging in de door hem gevoerde administratie, of de inrichting van het gebouw dat voor werkzaamheden gebruikt gaat worden, aan de goedkeuring van de inspecteur, indien door deze wijziging de wijze waarop toezicht kan worden uitgeoefend, wordt beïnvloed.

  • 3 Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, wordt niet aangebracht dan nadat van de inspecteur goedkeuring is verkregen en de beheerder van die goedkeuring op de hoogte is.

Artikel 4:14

  • 1 De beheerder van een vrije zone controletype II, bedoeld in artikel 5:1, derde lid, van het Algemeen douanebesluit, zorgt ervoor dat:

    • a. goederen tijdens hun verblijf in de vrije zone controletype II niet aan het douanetoezicht worden onttrokken;

    • b. wordt voldaan aan de bijzondere voorwaarden die in de vergunning zijn vastgesteld.

  • 2 De belanghebbende, bedoeld in artikel 799, onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, die werkzaam is in de vrije zone controletype II, is verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de plaatsing van de goederen in de vrije zone controletype II.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan in de vergunning tot beheer van een vrije zone of een vrij entrepot worden bepaald dat de verplichtingen, bedoeld in onderdeel a van dat lid, uitsluitend berusten bij de belanghebbende, bedoeld in artikel 799, onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, die werkzaam is in de vrije zone of het vrije entrepot.

  • 4 De inspecteur kan van de beheerder of van de belanghebbende, bedoeld in artikel 799, onderdeel c, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, die werkzaam is in de vrije zone of het vrije entrepot, verlangen dat zekerheid wordt gesteld met betrekking tot de door hen na te komen verplichtingen.

Artikel 4:15

  • 1 Vrije zones controletype I en vrije entrepots worden, wanneer daar niet wordt gewerkt, ambtelijk gesloten.

  • 2 Buiten de kantooruren van de inspecteur mag in de vrije zones controletype I en vrije entrepots alleen worden gewerkt met toestemming van de inspecteur.

Artikel 4:16

Aan accijns onderworpen goederen kunnen slechts in een vrij entrepot worden opgeslagen, voor zover de Wet op de accijns in deze opslag voorziet en onder de daarbij gestelde voorwaarden en beperkingen.

Artikel 4:17

  • 1 Voor de plaatsing in een vrij entrepot worden per goederensoort de volgende minimumhoeveelheden vastgesteld:

    • a. bier op fust: 5 hectoliter;

    • b. bier in flessen of in andere verpakkingen: 3 hectoliter;

    • c. de minerale oliën lichte olie en gasolie: 250 liter;

    • d. de minerale olie halfzware olie: 500 liter;

    • e. de minerale olie zware stookolie en andere minerale oliën: 2000 kilogram.

  • 2 Voor de uitslag uit een vrij entrepot worden per goederensoort de volgende minimumhoeveelheden vastgesteld:

    • a. aan accijns onderworpen goederen: 500 kilogram nettogewicht;

    • b. voor tabaksproducten: 4 kilogram nettogewicht;

    • c. de minerale oliën lichte olie en gasolie: 250 liter;

    • d. de minerale olie halfzware olie: 500 liter;

    • e. de minerale olie zware stookolie en andere minerale oliën: 2000 kilogram.

  • 3 In afwijking van het tweede lid geldt geen minimumhoeveelheid bij de uitslag van tabaksproducten uit een vrij entrepot bij het brengen in het vrije verkeer met betaling van de verschuldigde rechten bij invoer.

  • 4 In afwijking van het tweede lid worden voor de uitslag uit een vrij entrepot per goederensoort in de volgende situaties de volgende minimumhoeveelheden vastgesteld:

    • a. voor alcoholhoudende extracten, essences, tincturen, parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, welke ten uitvoer worden uitgeslagen, indien het betreft:

      • 1°. vloeistoffen: 5 liter;

      • 2°. andere producten: 5 kilogram nettogewicht;

    • b. voor overige alcoholhoudende producten ter aflevering als provisie aan boord van uitgaande schepen en luchtvaartuigen of aan diplomaten, indien het betreft:

      • 1°. vloeistoffen: 5 liter;

      • 2°. andere producten: 5 kilogram nettogewicht;

    • c. voor tabaksproducten ter aflevering als provisie aan boord van uitgaande schepen en luchtvaartuigen of aan diplomaten: 1 kilogram nettogewicht.

  • 5 De inspecteur is bevoegd toe te staan dat kleinere hoeveelheden dan de minimumhoeveelheden genoemd in de voorgaande leden in een vrij entrepot worden geplaatst of worden uitgeslagen.

Afdeling 4.4. Wederuitvoer, vernietiging en afstand van goederen

Artikel 4:18

Het in kennis stellen van de inspecteur voorafgaand aan de wederuitvoer vindt plaats door inlevering van de generale verklaring (IMO/FAL 1).

Afdeling 4.5. Uitvoer

Artikel 4:19

Voor goederen, die vallen onder bijlage VII, kolom 4, waarvoor aanspraak op restitutie wordt gemaakt, worden, in de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling uitvoer, de volgende gegevens vermeld:

  • a. aanvraag restitutie ja/nee;

  • b. aanvraag voorschot ja/nee.

Hoofdstuk 5. Verboden en beperkingen

Afdeling 5.1. Liquide middelen

Artikel 5.1

  • 3 De in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder, bedoeld in artikel 3:2, derde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet, is de waarde die het desbetreffende instrument heeft op de meest gerede financiële markt waarop het verhandeld wordt of bij het ontbreken daarvan, de intrinsieke waarde.

Afdeling 5.2. Non-tarifaire handelspolitieke maatregelen

Artikel 5:2

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten als bedoeld in bijlage 1 van Verordening (EG) nr.76/2002 van de Commissie van 17 januari 2002 tot instelling van voorafgaand communautair toezicht op de invoer van bepaalde onder het EGKS-Verdrag en het EG-Verdrag vallende ijzer- en staalproducten, van oorsprong uit bepaalde derde landen, (PbEG L 16) zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten:

    • a. waarvoor een geldige invoervergunning, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt overgelegd,

    • b. die zijn onderworpen aan een tussen een derde land en de EG gesloten overeenkomst inzake toezicht door middel van dubbele controle, waarop de voorwaarden van die overeenkomst van toepassing zijn, of

    • c. die in het vrije verkeer worden gebracht na 31 december 2009.

Artikel 5:3

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten, van oorsprong uit de Russische Federatie, genoemd in bijlage 1 van Verordening (EG) nr.1342/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 betreffende het beheer van bepaalde beperkingen op de invoer van bepaalde ijzer- en staalproducten uit de Russische Federatie (PbEG L 300), zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten waarvoor een geldige invoervergunning, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt overgelegd.

  • 3 Het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten als bedoeld in het eerste lid, zonder een certificaat van oorsprong is verboden.

  • 4 Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten na 31 december 2008.

Artikel 5:4

  • 1

Het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten, van oorsprong uit de Republiek Kazachstan, genoemd in bijlage 1 van Verordening (EG) nr.1531/2007 van de Raad van 10 december 2007 betreffende de handel in bepaalde ijzer- en staalproducten tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kazachstan (PbEG L 337), zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten waarvoor een geldige invoervergunning, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt overgelegd.

  • 3 Het in het vrije verkeer brengen van ijzer- en staalproducten als bedoeld in het eerste lid zonder een certificaat van oorsprong is verboden.

Artikel 5:5

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van textiel- en kledingproducten, van oorsprong uit Noord-Korea, genoemd in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad van 7 maart 1994 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling, (PbEG L 67), zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid geldt niet indien bij het in het vrije verkeer brengen een geldige invoervergunning wordt overgelegd, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 5:6

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van textiel- en kledingproducten, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, bedoeld in artikel 10bis, tweede lid, bis, van Verordening (EG) nr. 3030/93 van de Raad van 12 oktober 1993 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen (PbEG L 275), zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid geldt niet, indien bij het in het vrije verkeer brengen een geldige invoervergunning wordt overgelegd, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 5:7

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van textiel- en kledingproducten, van oorsprong uit de Republiek Wit-Rusland, bedoeld in bijlage 1 bij de Overeenkomst tussen de Republiek Wit-Rusland en de EG in de vorm van een briefwisseling van 10 december 2007 (PbEG L 337), zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken is verboden.

  • 2 Het eerste lid geldt niet, indien bij het in het vrije verkeer brengen een geldige invoervergunning, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt overgelegd.

  • 3 Het eerste lid geldt evenmin voor textiel- en kledingproducten die worden ingevoerd na 31 december 2008.

  • 4 Het in het vrije verkeer brengen van textiel- en kledingproducten als bedoeld in het eerste lid zonder een certificaat van oorsprong is verboden.

Artikel 5:8

  • 1 Het in het vrije verkeer brengen van textiel- en kledingproducten, genoemd in bijlage 1 van Verordening (EG) nr. 3030/93 van de Raad van 12 oktober 1993 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen, zonder een certificaat van oorsprong is verboden.

  • 2 De in het vorige lid bedoeld bewijsstukken inzake de oorsprong worden aanvaard met inachtneming van de voorwaarden, gesteld in Verordening (EG) nr.1541/98 van de Raad van 13 juli 1998 betreffende de bewijsstukken inzake de oorsprong van bepaalde, in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte textielproducten van afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur en betreffende de voorwaarden waaronder die bewijsstukken kunnen worden aanvaard (PbEG L 202).

Artikel 5:9

  • 1 Het is verboden om de goederen die vermeld staan in bijlage II van Verordening (EG) nr. 1236/2005 van de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2005 met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (PbEU L 200), in- en uit te voeren.

  • 2 Het is verboden om in de gevallen waar op grond van artikel 5 van de verordening, genoemd in het eerste lid, voor de uitvoer een vergunning is vereist, uit te voeren zonder vergunning.

Artikel 5:10

  • 1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 953/2003 ter voorkoming van verlegging van het handelsverkeer in bepaalde belangrijke geneesmiddelen naar de Europese Unie (PbEU L 135).

  • 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 8 en 9 van de verordening, genoemd in het eerste lid, is de Minister van Economische Zaken.

Hoofdstuk 6. Goederen die het douanegebied van de Gemeenschap verlaten

Artikel 6:1

  • 1 Als douanekantoor van uitgang voor goederen die over zee het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, worden aangewezen de douanekantoren, opgenomen in bijlage III.

  • 2 Als douanekantoor van uitgang voor goederen die door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, worden aangewezen de douanekantoren, opgenomen in bijlage IV.

Artikel 6:2

  • 1 Van een schip of luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap over zee of door de lucht zal verlaten, wordt een aangifte ten uitklaring gedaan van het schip of het luchtvaartuig en alle bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aangifte tot uitklaring wordt van goederen die over zee het douanegebied van de Gemeenschap verlaten gedaan door inlevering van de bij de goederen behorende douaneaangiften dan wel de ten geleide van de goederen dienende documenten, alsmede door de inlevering bij vertrek van de generale verklaring (IMO/FAL 1).

  • 3 De in het eerste lid bedoelde aangifte tot uitklaring wordt van goederen die door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap verlaten gedaan door inlevering van de bij de goederen behorende douaneaangiften dan wel de ten geleide van de goederen dienende documenten, alsmede door de inlevering bij vertrek van de generale verklaring luchtvaart, zoals is voorzien bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, 165), met daarin vervat het manifest van lading, of van alleen een manifest van lading, zoals is voorzien bij dat verdrag.

Artikel 6:3

  • 1 Als vaarwaters waarlangs schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen het douanegebied van de Gemeenschap rechtstreeks verlaten, worden aangewezen de vaarwaters, opgenomen in bijlage II.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt toegestaan dat goederen die over zee het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, worden overgeladen in een schip dat het douanegebied van de Gemeenschap zal verlaten.

  • 3 De toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts verleend voor het overladen van:

    • a. provisie of scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning van het schip;

    • b. brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip;

    • c. goederen welke nodig zijn voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis te kunnen laten voortzetten.

  • 4 Voor het overladen, bedoeld in het tweede lid, is een vergunning van de inspecteur vereist.

Artikel 6:4

  • 1 De in artikel 2:3 bedoelde schepen en luchtvaartuigen, alsmede schepen die over zee van de ene in Nederland gelegen haven naar de andere gaan, hoeven bij het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 2:3 indien ter zake van de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld.

Artikel 6:5

Een schip dan wel een luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap zal verlaten, vertrekt van de haven onderscheidenlijk de internationale luchthaven, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, van artikel 2:1, niet zonder toestemming van de inspecteur.

Hoofdstuk 7. Bijzondere regelingen

Afdeling 7.1. Preferentiële oorsprong

Artikel 7:1

In afwijking van het forfaitair douanerecht dat wordt toegepast op grond van bijlage I, Eerste Deel, Titel II, punt D.1 bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256) (de gecombineerde nomenclatuur) worden zonder heffing van rechten bij invoer toegelaten goederen, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden vervoerd, van oorsprong uit:

  • Andorra, voor zover de goederen vallen onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur;

  • de ACS-staten, die vallen onder Verordening (EG) Nr. 1528/2007 van de Raad tot toepassing van de regelingen voor goederen van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot instelling van, een economische partnerschapsovereenkomst van 20 december 2007 (PbEU 2007, L 348);

  • Albanië, Algerije, Gebieden onder Palestijnse autoriteit, de begunstigde landen in het kader van het Algemeen Preferentieel Systeem (APS), Bosnië-Herzegovina, Ceuta, Chili, de Europese Economische Ruimte, Egypte, Faeröer, Israël, Jordanië, Kosovo, Kroatië, de Landen en Gebieden Overzee, Libanon, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Marokko, Melilla, Mexico, Moldavië, Montenegro, Servië, Syrië, Tunesië, Zuid-Afrika of Zwitserland;

  • Turkije, voor zover de goederen vallen onder Protocol nr. 1 bij het Besluit van de Commissie over de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is van 29 februari 1996 (PbEG 1996, L 227) en Protocol nr. 3 bij het Besluit 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten van 25 februari 1998 (PbEG van 20 maart 1998, L 86).

Afdeling 7.2. Vrijstellingen

Artikel 7:2

  • 1 Voor het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 2, 11, eerste lid, 16, 19, 25, 32, 38, 51, 52, 53, 59 bis, 60, 63 bis, 63 quater, 65, 71, 72, 79, en 100 van Verordening 918/83, is een vergunning van de inspecteur vereist met dien verstande dat voor de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 71 en 72 van Verordening 918/83, een vergunning slechts is vereist indien de goederen in het vrije verkeer worden gebracht door een instelling of organisatie.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de goederen in het vrije verkeer worden gebracht door een instelling of organisatie, genoemd in artikel 7:4 of in de bijlagen X tot en met XVI, dan wel door musea die een rijkscollectie beheren of een collectie waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid is.

Artikel 7:3

  • 1 Een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 2, 11, 16, 19, 25, 32 en 38 van Verordening 918/83 wordt slechts verleend indien een door belanghebbende ondertekende lijst wordt overgelegd met een beschrijving van alle goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt.

  • 2 De vrijstelling van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 11 van Verordening 918/83, wordt voorts slechts verleend indien belanghebbende aantoont dat zijn huwelijk heeft plaatsgehad of dat de eerste officiële stappen met het oog op zijn huwelijk zijn gezet.

  • 3 Een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 16 en 19 van Verordening 918/83 wordt voorts slechts verleend indien een door een notaris of vergelijkbare functionaris in het land van uitvoer afgegeven verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de goederen door vererving zijn verkregen.

  • 4 De termijn van twaalf maanden, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van Verordening 918/83, wordt niet verlengd.

  • 5 Voor het verlenen van een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 71 en 72 van Verordening 918/83 kan de inspecteur een medische verklaring vragen aan een natuurlijke persoon die de goederen voor zijn eigen gebruik in het vrije verkeer brengt.

Artikel 7:4

  • 1 Als instellingen en organisaties als bedoeld in artikel 51, tweede gedachtestreepje, van Verordening 918/83 worden aangewezen de instellingen en organisaties, genoemd in bijlage X.

  • 2 Als instellingen als bedoeld in artikel 52, tweede lid, tweede gedachtestreepje, van Verordening 918/83 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XI.

  • 3 Als instellingen met zetel in de Gemeenschap als bedoeld in artikel 59 bis, tweede lid, onderdeel a, van Verordening 918/83 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XII.

  • 4 Als instellingen als bedoeld in artikel 60, tweede lid, tweede gedachtestreepje, van Verordening 918/83 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XIII.

  • 5 Als instelling als bedoeld in artikel 62, onderdeel a, van Verordening 918/83 wordt aangewezen: Stichting Sanquin Bloedvoorziening.

  • 6 Als instellingen als bedoeld in artikel 63 bis, eerste lid, van Verordening 918/83 worden aangewezen de ziekenhuizen, gezondheidsinstellingen en dergelijke instellingen welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighouden met medisch onderzoek, medische diagnose of medische behandeling.

  • 8 Als instellingen met een liefdadig en filantropisch karakter als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a, en artikel 79, eerste lid, van Verordening 918/83 worden aangewezen:

    • Vereniging het Nederlandse Rode Kruis;

    • Stichting Leger des Heils Dienstverlening.

  • 9 Als instellingen en organisaties als bedoeld in de artikelen 71 en 72, eerste lid, van Verordening 918/83 worden aangewezen de instellingen en organisaties, genoemd in bijlage XV.

Artikel 7:5 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 7:6

Voor de beoordeling van de vraag of monsters en stalen als bedoeld in artikel 91 van Verordening 918/83 een onbeduidende waarde hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle monsters en stalen die van eenzelfde zending deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden van de zendingen die door dezelfde afzender aan verschillende geadresseerden zijn verzonden, worden niet samengeteld.

Artikel 7:7

De vrijstelling van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 118 van Verordening 918/83, voor zover deze betrekking heeft op lijkkisten of urnen, wordt slechts verleend indien een laissez passer voor lijken, een lijkenpas of een overeenkomstige verklaring wordt overgelegd.

Artikel 7:8

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van diplomatieke en consulaire ambtenaren van in bijlage XVII genoemde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in Nederland.

  • 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de desbetreffende ambtenaar Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft dan wel honorair consul is.

  • 3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is, voor zover het motorrijtuigen betreft, beperkt tot twee personenvoertuigen per ambtenaar.

  • 4 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op internationale ambtenaren van de in lid 1 bedoelde organisaties, indien met de organisaties is overeengekomen dat aan de internationale ambtenaren de voorrechten worden verleend die in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer 1961 worden toegekend aan diplomatieke ambtenaren.

Artikel 7:9

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van leden van het administratief, technisch en bedienend personeel van in bijlage XVII genoemde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in Nederland.

  • 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien het desbetreffende personeelslid Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft, dan wel dat er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 10 jaren zijn verstreken.

  • 3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is, voor zover het motorrijtuigen betreft, beperkt tot twee personenvoertuigen per personeelslid.

  • 4 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op internationale ambtenaren van de aldaar bedoelde organisaties, indien met de organisaties is overeengekomen dat aan de internationale ambtenaren de voorrechten worden verleend die in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer 1961 worden toegekend aan de in het eerste lid bedoelde personeelsleden.

Artikel 7:10

  • 1 Het verzoek tot het verlenen van een vrijstelling, bedoeld in artikel 7:8 en artikel 7:9, wordt gedaan door het overleggen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer. Deze aangifte wordt gedaan bij de inspecteur door het overleggen van een door het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ondertekende aangifte Douane 39.

  • 2 De vrijstelling wordt slechts verleend indien alle douane-exemplaren van eerder gedane aangiften ten behoeve van eenzelfde belanghebbende, voorzien van een door hem en het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging voor gezien getekende ontvangstbevestiging, binnen drie dagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de volgens het eerste lid gedane aangifte door de inspecteur zijn terugontvangen.

  • 3 Voor een motorvoertuig waarvoor vrijstelling van rechten bij invoer is verleend, wordt een geldig Nederlands kentekenbewijs afgegeven dat is voorzien van de aanduiding ‘vrijstelling van rechten bij invoer en/of omzetbelasting en/of belasting van personenauto’s en motorrijwielen; vervalt bij vervreemding; kentekenbewijs niet overdraagbaar’. De motorvoertuigen worden zonder een dergelijke kentekenbewijs niet gebruikt.

  • 4 Het is verboden om de overeenkomstig de artikelen 7:8 en 7:9 met vrijstelling in het vrije verkeer gebrachte goederen:

    • uit te lenen, te verpanden, te verhuren, onder bezwarende titel of om niet over te dragen, zonder dat daartoe toestemming is verkregen van de inspecteur die de vrijstelling heeft verleend; en

    • te gebruiken op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.

Artikel 7:11

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor officieel gebruik – bouwen en herstellen daaronder begrepen – van een diplomatieke of beroepsconsulaire vertegenwoordiging in Nederland, genoemd in bijlage XVII.

  • 2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de diplomatieke of beroepsconsulaire vertegenwoordiging in een schriftelijke verklaring bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.

Artikel 7:12

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van kanselarijbenodigdheden die bestemd zijn voor het officiële gebruik van een honorair consulaire vertegenwoordiging in Nederland, genoemd in bijlage XVII.

  • 2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de honorair consulaire vertegenwoordiging in een schriftelijke verklaring bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.

Artikel 7:13

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het verrichten van de officiële werkzaamheden door een internationale organisatie in Nederland, genoemd in bijlage XVIII.

  • 2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de internationale organisatie in een schriftelijke verklaring bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de internationale organisatie bestemd zijn.

Artikel 7:14

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van personenvoertuigen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van personen in dienst bij een internationale organisatie genoemd in bijlage XIX.

  • 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien het desbetreffende personeelslid Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft, dan wel dat er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 10 jaren zijn verstreken.

  • 3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot één personenvoertuig per persoon in dienst bij de aldaar bedoelde internationale organisatie.

  • 4 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de internationale organisatie in een schriftelijke verklaring bevestigt dat de persoon die gebruik wenst te maken van de in het eerste lid bedoelde vrijstelling in dienst is bij die internationale organisatie, geen Nederlander is en niet duurzaam in Nederland verblijft. Voorts vermeldt de verklaring de normale verblijfplaats van de persoon op het moment van aanwerving en de datum van tewerkstelling in Nederland.

Artikel 7:15

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het in het vrije verkeer brengen van gronduitrusting door buiten de Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen om op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt voor de inrichting of exploitatie van een internationale luchtdienst door die onderneming.

  • 2 Voor het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer is een vergunning van de inspecteur vereist.

  • 3 Indien de luchtvaartonderneming tegelijkertijd goederen van twee of meer soorten in het vrije verkeer brengt, mag worden volstaan met één aangifte voor het brengen in het vrije verkeer, mits de aangifte is aangevuld met een lijst waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld.

Artikel 7:16

  • 1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van:

    • a. provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen, geen woonschepen zijnde;

    • b. provisie aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal verkeer;

    • c. brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de aandrijving of smering daarvan.

  • 2 De vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend voor de hoeveelheden, welke redelijkerwijs noodzakelijk worden geacht voor het verbruik of gebruik aan boord.

  • 3 Het is verboden de goederen uit de vervoermiddelen te verwijderen.

Afdeling 7.3. Omzetbelasting en accijns

Artikel 7:17

Voor goederen, vermeld in onderstaande lijst, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden vervoerd, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 7:1, een forfaitaire accijns geheven overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die gelden voor het douanerecht. De accijns wordt berekend naar de bij die goederen vermelde tarieven.

Omschrijving

Grondslag

Tarief

a. overige alcoholhoudende producten als bedoeld in artikel 12 van de Wet op de accijns:

liter

€ 5,72

b. rooktabak

kleinhandelsprijs van

soortgelijke producten

50,0%

c. sigaretten

kleinhandelsprijs van

soortgelijke producten

57,7%

Artikel 7:18

Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten zijn de artikelen 29 tot en met 31 van Verordening 918/83 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

  • a. de vrijstelling voor alcoholhoudende dranken als bedoeld in artikel 31, onderdeel b, eerste en tweede gedachtestreepje, van Verordening 918/83, is beperkt tot één fles van het gebruikelijke type met een maximum van 1 liter;

  • b. de vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is beperkt tot de volgende hoeveelheden:

    • 1°. koffie: 500 gram;

    • 2°. koffie-extracten en koffie-essences: 200 gram;

    • 3°. thee: 100 gram;

    • 4°. thee-extracten en thee-essences: 40 gram.

Artikel 7:19

Op de omzetbelasting zijn de artikelen 32 tot en met 38 van Verordening 918/83, alsmede de artikelen 7:2 en 7:3 van overeenkomstige toepassing voor zover de voor het vrije verkeer aangegeven goederen niet zijn bestemd voor de uitoefening van een activiteit die op grond van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is vrijgesteld.

Artikel 7:20 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 7:21

Op de omzetbelasting is artikel 50 van Verordening 918/83 alsmede artikel 7:2 van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage I, onderdeel B, van Verordening 918/83.

Artikel 7:22

Op de omzetbelasting is artikel 51 van Verordening 918/83 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4, van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage II, onderdeel B, van Verordening 918/83, mits de aan de aangifte voor het vrije verkeer ten grondslag liggende levering om niet geschiedt, of, indien zij onder bezwarende titel plaatsheeft, de goederen worden geleverd door een ander dan een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 7:23

Op de accijnzen en de omzetbelasting is artikel 60 van Verordening 918/83 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor dieren die voor laboratoriumgebruik zijn gefokt, de vrijstelling uitsluitend van toepassing is indien die dieren om niet aan laboratoria worden afgestaan.

Artikel 7:24

  • 1 Op de omzetbelasting zijn de artikelen 71 en 72 van Verordening 918/83, alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

    • a. de vrijstelling kan worden verleend voor alle goederen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling of verbetering van de maatschappelijke positie van geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten;

    • b. geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen door geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten voor hun eigen gebruik worden ingevoerd;

    • c. geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen met enige commerciële bijbedoeling van de gever of niet om niet aan een in bijlage XV aangewezen instelling of organisatie worden gezonden.

Artikel 7:25

Op de omzetbelasting is artikel 109 van Verordening 918/83 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat geen vrijstelling wordt verleend voor belastingzegels als bedoeld in artikel 109, onderdeel q, van de Verordening 918/83.

Artikel 7:26

  • 1 Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten zijn de artikelen 185 tot en met 187 van het Communautair douanewetboek, de artikelen 844 tot en met 856 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek alsmede artikel 7:28 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de bepalingen inzake het inlichtingenblad INF 3 slechts van toepassing zijn voor zover gelijktijdig aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer wordt gemaakt.

  • 2 Vrijstelling van omzetbelasting voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat op de terugkerende goederen omzetbelasting drukt.

  • 3 Vrijstelling van accijns voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat de voorafgaande uitvoer van deze goederen niet heeft plaatsgevonden uit een accijnsgoederenplaats dan wel met teruggaaf van accijns.

Artikel 7:27

  • 2 Op de omzetbelasting zijn de artikelen 2 tot en met 19, 25, 28, 61 tot en met 63, 63 quater tot en met 69, 79, tot en met 108 en 110 tot en met 118 van Verordening 918/83, alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16 van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Op de omzetbelasting is artikel 27 van Verordening 918/83 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat onder ‘goederen met een te verwaarlozen waarde’ wordt verstaan goederen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan € 22 per zending bedraagt.

  • 4 Op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten zijn de artikelen 2 tot en met 19, 27, 28, 63 quater, 79 tot en met 85, 90, 91, 95 tot en met 106 en 112 tot en met 117 van Verordening 918/83 alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:13, 7:15 en 7:16 van overeenkomstige toepassing.

  • 5 Op de omzetbelasting is de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer bij het in het vrije verkeer brengen van goederen, die overeenkomstig de douaneregeling passieve veredeling tijdelijk zijn uitgevoerd, van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 7.4. Terugkerende goederen

Artikel 7:28

  • 1 De documenten, bedoeld in artikel 848, eerste lid, onder a en b, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek zijn, behoudens in de gevallen waarin de goederen in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd, niet vereist indien het de volgende goederen betreft:

    • a. motorrijtuigen alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd voor het vervoer van reisbenodigdheden, duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens, het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor zover daaruit blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;

    • b. aanhangwagens, andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en opleggers, voor zover uit de overgelegde bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;

    • c. luchtvaartuigen die in één der lidstaten van de Europese Unie zijn ingeschreven;

    • d. locomotieven en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn ingeschreven in het wagenpark van een in één der lidstaten gevestigde spoorweg- of andere onderneming, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;

    • e. andere vervoermiddelen, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;

    • f. containers, met inbegrip van het normale toebehoren en de normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;

    • g. goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de herkomst uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap wordt aangetoond door middel van een schriftelijk bewijsstuk.

  • 2 Wanneer de inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij de inspecteur een verzoek indienen om voor de goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer is voldaan.

  • 3 Het is verboden om aanspraak gemaakt op vrijstelling van rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd zonder dat daartoe door de inspecteur toestemming is verleend.

Afdeling 7.5. Postverkeer

Artikel 7:29

TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

  • 1 Binnengebrachte postzendingen als bedoeld in artikel 237, eerste lid, onderdeel A, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, welke niet rechtstreeks naar een plaats buiten Nederland zullen worden gevoerd, worden gebracht naar een sorteerplaats van de Post of naar een bergplaats van de Post.

  • 2 Vanaf de sorteerplaats kunnen postzendingen als bedoeld in artikel 237, derde lid, onderdeel a, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek zonder verdere formaliteiten ter beschikking worden gesteld aan de geadresseerde. Andere postzendingen worden zonder verdere formaliteiten hetzij buiten Nederland gevoerd, hetzij overgebracht naar een bergplaats van de Post.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2009, 15302, datum inwerkingtreding 13-10-2009, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2009.

3 De plaatsen waar sorteerplaatsen en bergplaatsen voor binnengebrachte postzendingen zijn gelegen, worden door de Minister van Financiën in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vastgesteld.

Artikel 7:30

TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De plaatsen waar sorteerplaatsen en bergplaatsen voor binnengebrachte postzendingen zijn gelegen, worden door de Minister van Financiën in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vastgesteld.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2009, 15302, datum inwerkingtreding 13-10-2009, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-04-2009.

Indien goederen als postzending als bedoeld in artikel 237, eerste lid, onderdeel B, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, vindt de aftekening van de van toepassing zijnde aangifte plaats door de Post op plaatsen die door de Minister van Financiën in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken zijn vastgesteld.

Hoofdstuk 8. Douaneschuld

Afdeling 8.1. Zekerheidstelling

Artikel 8:1

Een hypotheek wordt als zekerheidstelling aanvaard indien:

Afdeling 8.2. Invordering van het bedrag van de douaneschuld

Artikel 8:2

Het aanslagbiljet bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • naam, adres en woonplaats van de schuldenaar of belanghebbende;

  • kenmerk en datum van de beschikking;

  • bedrag aan rechten, compensatierente dan wel compenserende rente, kosten of bestuurlijke boete;

  • bezwaarclausule.

Afdeling 8.3. Berekening en afronding

Artikel 8:3

  • 1 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een bedrag dat dient als grondslag voor die berekening zodanig afgerond dat een gedeelte van een euro rekenkundig wordt afgerond op hele euro’s.

  • 2 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een hoeveelheid die dient als grondslag voor die berekening, zodanig afgerond dat een gedeelte van een kilogram, van een liter of van een meter in aanmerking wordt genomen als een heel kilogram, een hele liter of een hele meter.

  • 3 Indien de eenheid waarover het bedrag aan rechten moet worden berekend minder is dan een kilogram, een liter of een meter, wordt, in afwijking van het tweede lid, een hoeveelheid die dient als grondslag voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, zodanig afgerond dat een gedeelte van 100 gram, van een deciliter of van een decimeter in aanmerking wordt genomen als 100 gram, een hele deciliter of een hele decimeter.

  • 4 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een volumepercentage ethylalcohol die dient als grondslag voor die berekening, naar beneden afgerond op tiende percent absolute ethylalcohol.

Artikel 8:4

Indien de hoeveelheid van de goederen kleiner is dan de hoeveelheid waarin het douanetarief is uitgedrukt, wordt het bedrag aan rechten naar evenredigheid berekend.

Artikel 8:5

  • 1 Het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen, retributies, renten, interesten of kosten van ambtelijke werkzaamheden wordt rekenkundig afgerond op eurocenten.

  • 2 Indien de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van een aangifte, wordt elk onderdeel van de aangifte overeenkomstig het eerste lid afgerond.

Artikel 8:6

  • 1 De boeking van bedragen aan rechten blijft achterwege indien het totaal verschuldigde bedrag lager is dan € 10.

  • 2 Indien een aanvullende aangifte als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van het Communautair douanewetboek wordt gedaan, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder totaal verschuldigd bedrag verstaan het op grond van de aanvullende aangifte getotaliseerde verschuldigde bedrag.

Hoofdstuk 9. Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer of de rechten bij uitvoer

Artikel 9:1

  • 1 Terugbetaling of kwijtschelding van accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten wordt verleend in de gevallen waarin bij of krachtens het Communautair douanewetboek aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan.

  • 2 De door het Comité genomen beschikking, bedoeld in artikel 239, lid 1, tweede gedachtestreepje, van het Communautair douanewetboek en de ter uitvoering van dat artikel vastgestelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding voor zover het tevens betrekking heeft op accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten.

Hoofdstuk 10. Bestuurlijke boeten

Artikel 10:1

Het drukken van formulieren van certificaten inzake goederenverkeer zonder een vergunning van de Minister van Financiën en het drukken van certificaten van oorsprong zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken vormen verzuimen ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 150.

Artikel 10:2

Het opstellen van een verklaring omtrent de preferentiële oorsprong op de factuur of op een ander handelsbescheid op basis van onvolledige of onjuiste gegevens of zonder dat het bewijs daarvoor in de administratie aanwezig is vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 150.

Artikel 10:3

Indien wijziging in de inrichting van een ruimte voor tijdelijke opslag wordt aangebracht zonder goedkeuring van de inspecteur, vormt dit een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 150.

Artikel 10:4

Het achterwege laten van de mededeling, bedoeld in het vijfde lid van artikel 2:5, vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 150.

Hoofdstuk 11. Strafrechtelijke bepalingen

Artikel 11:1

Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, of handelingen verricht, welke leiden of kunnen leiden tot een onjuiste terugbetaling van rechten bij invoer, of kwijtschelding van rechten bij invoer, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:2

Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, waardoor ten onrechte een vrijstelling wordt genoten of zou kunnen worden genoten, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:3

Degene die een der in deze regeling omschreven verboden overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:4

Hij die geen bijstand verleent of niet alle nodige bescheiden en inlichtingen verstrekt binnen de eventueel vastgestelde termijn zoals bedoeld in artikel 14 CDW maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:5

Hij die zonder de ingevolge wettelijke bepalingen vereiste toestemming goederen lost, laadt, inslaat of uitslaat maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:6

Hij die in strijd met wettelijke bepalingen verandering brengt in de staat waarin binnengebrachte goederen of goederen die het douanegebied zullen verlaten zijn aangebracht maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Artikel 11:7

Hij die in strijd met de wettelijke bepalingen een aanvullende aangifte zoals bedoeld in artikel 76, lid 2 CDW achterwege laat of niet tijdig doet, pleegt een strafbaar feit.

Hoofdstuk 12. Algemene bepalingen van strafvordering

Artikel 12:1

  • 1 Van de inbeslagneming van goederen, ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gesteld feiten door onbekende personen, wordt mededeling gedaan in één of meer door de inspecteur aan te wijzen dag- of nieuwsbladen, met vermelding van een omschrijving van de goederen en van de voor de goederen gebezigde verpakking.

  • 2 Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, wordt, in afwijking van het eerste lid, van de inbeslagneming op door inspecteur te bepalen wijze, naar plaatselijk gebruik, in het openbaar mededeling gedaan.

  • 3 De vorige leden vinden overeenkomstige toepassing bij de inbeslagneming op onbekende personen van vervoermiddelen en voorwerpen, bedoeld in artikel 1:37, eerste lid, van de wet, met dien verstande dat tevens de gronden tot die inbeslagneming worden vermeld.

Artikel 12:2

Onder de voorwaarden voor het vrijgeven van goederen welke ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde feiten in beslag zijn genomen, wordt ten minste gesteld dat ten kantore van een door de inspecteur aangewezen ontvanger zekerheid wordt gesteld tot verzekering van de uitlevering van de goederen of de voldoening van de waarde daarvan.

Artikel 12:3

  • 2 De verkoop van de in bewaring genomen goederen vindt niet eerder plaats dan nadat aan het voornemen daartoe in de een of meerdere, door de inspecteur aan te wijzen, dag- of nieuwsbladen bekendheid is gegeven.

  • 3 Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, vindt, in afwijking van het tweede lid, de verkoop plaats nadat van het voornemen op door de inspecteur te bepalen wijze in het openbaar kenbaarheid is gegeven.

  • 4 De verkoop van de in bewaring genomen goederen geschiedt in het openbaar en volgens plaatselijke gebruiken.

  • 5 In afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan de verkoop met volmacht van de inspecteur onderhands geschieden indien het vermoeden bestaat dat uit de opbrengst van de goederen de aan een openbare verkoop verbonden kosten niet kunnen worden bestreden of indien het de verkoop van in het derde lid bedoelde goederen betreft.

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Artikel 13:1

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene douaneregeling

Artikel 13:2

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 14 juli 2008

De

Staatssecretaris

van Financiën,

J.C. de Jager

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Bijlage I

Plaatsen van vestiging van douanekantoren als bedoeld in artikel 60 van het Communautair douanewetboek en artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling.

Maastricht-Aachen Airport

Brunssum (Afnorth)

Duiven

Groningen Airport Eelde

Eemshaven

Eindhoven Airport

Hazeldonk

Moerdijk

De Lutte

Rotterdam

Rotterdam Airport

Schiphol

Veendam

Venlo

Vlissingen

Bijlage II

Vaarwaters voor binnenkomst (artikel 2:1 Algemene douaneregeling) onderscheidenlijk voor uitgang (artikel 6:3 Algemene douaneregeling)

Als vaarwaters voor uit zee binnenkomende onderscheidenlijk naar zee uitgaande schepen worden aangewezen de grootscheepse vaarwaters van de Noordzee vice versa:

  • 1. via de Eems naar Delfzijl;

  • 2. via het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog naar Lauwersoog;

  • 3. via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling naar Oost-Vlieland of West-Terschelling;

  • 4. via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling, dan wel via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel, naar Harlingen;

  • 5. via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Texel en Den Helder;

  • 6. via het Noordzeekanaal naar Amsterdam, Beverwijk, Velsen, IJmuiden of naar Zaandam;

  • 7. naar de Scheveningse haven;

  • 8.

    • a. via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg dan wel via de Maasmond en het Calandkanaal naar Rotterdam;

    • b. via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg naar Dordrecht of Zwijndrecht;

    • c. via de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, de Dordtse Kil en het Hollands Diep naar Moerdijk;

  • 9. via de Westerschelde naar Breskens, Hansweert, Terneuzen of Vlissingen;

  • 10. via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Oudeschild;

  • 11. naar de haven van Stellendam;

  • 12. naar de Roompotsluis.

Bijlage III

Douanekantoren als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene douaneregeling en douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Algemene douaneregeling

  • 1. In de volgende plaatsen zijn douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen en aangeven van uit zee binnengebrachte goederen, onderscheidenlijk voor goederen die over zee zullen uitgaan:

    • * Douane Noord, douanekantoor Eemshaven:

      – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Delfzijl, Eemshaven en Lauwersoog, Oost-Vlieland, West-Terschelling en Harlingen;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Moerdijk:

      – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht en Moerdijk;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Vlissingen:

      – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Breskens, Hansweert, Stellendam, Terneuzen, Veere-Roompotsluis en Vlissingen;

    • * Douane West, douanekantoor Schiphol, locatie Amsterdam:

      – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Scheveningen, Oudeschild, IJmuiden, Velsen-Noord, en Zaandam;

    • * Douane Rotterdam, douanekantoor Reeweg:

      • voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Heijplaat, Hoek van Holland, Rozenburg, Schiedam, Vlaardingen en Zwijndrecht.

      • voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien vanaf het douanekantoor Rotterdam Reeweg, bevinden tot en met het Beerkanaal.

    • * Douane Rotterdam, douanekantoor Maasvlakte:

      – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien vanaf het douanekantoor Rotterdam Maasvlakte, bevinden tot aan het Beerkanaal.

  • 2. In de havens van Oost-Vlieland, West-Terschelling, Oudeschild, Stellendam en Veere (Roompotsluis) mogen slechts schepen worden aangebracht bij het desbetreffende douanekantoor met goederen die mondeling dan wel door enige andere handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.

Bijlage IV

Internationale luchthavens als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling, douanekantoren als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling, alsmede douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 6:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling

  • 1. In de volgende plaatsen zijn ten behoeve van de genoemde internationale luchthavens douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen en aangeven op de van door de lucht binnengebrachte goederen, onderscheidenlijk voor goederen die door de lucht zullen uitgaan:

    • * Douane Noord, douanekantoor Duiven:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Hilversum, Lelystad, Soesterberg en Teuge;

    • * Douane Noord, douanekantoor De Lutte:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Twente;

    • * Douane Noord, douanekantoor Eelde Airport:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Eelde Airport;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Maastricht-Aachen Airport:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Maastricht-Aachen Airport;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Moerdijk:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Seppe en Woensdrecht;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Vlissingen:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Midden-Zeeland;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Eindhoven Airport:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Budel en Eindhoven Airport;

    • * Douane Zuid, douanekantoor Hazeldonk:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Gilze-Rijen;

    • * Douane West, douanekantoor Rotterdam Airport:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Rotterdam Airport.

    • * Douane West, douanekantoor Schiphol:

      – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Den Helder, Schiphol, Texel en Valkenburg.

  • 2. De aanwijzing van Gilze-Rijen en Soesterberg geldt slechts voor militaire luchtvaartuigen.

  • 3. De aanwijzing van Eindhoven Airport, Twente en Valkenburg geldt slechts voor militaire luchtvaartuigen alsmede burgerluchtvaartuigen waarvoor de Minister van Defensie toestemming heeft gegeven tot gebruik van de luchthaven.

  • 4. De aanwijzing van Hilversum, Midden-Zeeland, Seppe, Teuge en Texel geldt slechts voor goederen welke mondeling dan wel door enige andere handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.

Bijlage V

Plaatsen waar schepen en de daarmee vervoerde goederen eveneens kunnen worden aangebracht

De plaatsen, bedoeld in artikel 2:1, vierde lid, van de Algemene douaneregeling, zijn:

  • Eemshaven rede en Oterdum rede;

  • Ankerplaatsen Den Helder A t/m Q (Adm. chart 1546);

  • IJmuiden deep draft area en recommended anchor area;

  • Ankerplaats Scheveningen;

  • Deepdraft 1 en 2;

  • Maas outer 3 – Maas West 4 en Maas Noord 5;

  • Wielingen-Noord bewesten de W8;

  • Wielingen-Zuid beoosten de W8;

  • Wielingen-Zuid bewesten het haventje van Nieuwe Sluis;

  • Rede van Vlissingen incl. oostelijk deel Springergeul, Merlemon, Everingen A t/m E;

  • Put van Terneuzen A t/m C.

Bijlage VI

Toelichting Enig document

Inleiding

In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.

De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage 37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling vast te leggen dat dit kan geschieden bij Ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de Douaneregeling.

Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.

De Toelichting bestaat uit drie titels, waarvan een algemeen gedeelte, Titel I, waarin een matrix is opgenomen op basis waarvan kan worden bepaald welke vakken ingevuld dienen te worden bij een bepaalde douaneprocedure. In Titel II wordt een beschrijving van de afzonderlijke vakken gegeven voor de formaliteiten bij uitvoer, douanevervoer en invoer. Titel III bevat informatie voor het invullen van aanvullende formulieren Enig document. De bij de invulling te gebruiken codes zijn afzonderlijk opgenomen in het codeboek Sagitta. In artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling is bepaald dat het codeboek Sagitta beschikbaar is via het Internetadres www.douane.nl.

Teneinde de gebruiker een compleet overzicht te kunnen geven van alle formaliteiten, die van belang zijn voor de juiste invulling van het Enig document, bevat de Toelichting zowel de communautaire aanwijzingen uit Bijlage 37 als de nationale aanvullingen. In het codeboek Sagitta zijn daartoe zowel de communautaire codes uit Bijlage 38 als de codes die nationaal zijn vastgesteld opgenomen.

Titel I. Algemene opmerkingen

A. Algemeen

Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.

De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:

  • a. wanneer volgens de communautaire wetgeving aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer moet worden gedaan;

  • b. indien nodig, tijdens de in een toetredingsakte bepaalde overgangsperiode, in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar samenstelling voor de toetreding en de nieuwe lidstaten, enerzijds, en tussen deze laatste onderling, anderzijds, voor goederen waarvoor alle douanerechten en heffingen van gelijke werking nog niet geheel zijn opgeheven of waarvoor nog andere in de toetredingsakte vastgestelde maatregelen gelden;

  • c. wanneer de communautaire wetgeving daar uitdrukkelijk in voorziet.

De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht exemplaren:

  • exemplaar 1 te bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten bij uitvoer (eventueel verzending) of communautair douanevervoer worden vervuld,

  • exemplaar 2 bestemd voor de statistiek van de lidstaat van uitvoer; dit exemplaar kan eveneens worden gebruikt voor de statistiek van de lidstaat van verzending in het geval van handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende belastingstelsels,

  • exemplaar 3 bestemd voor de exporteur, na visering door de douane,

  • exemplaar 4 te bewaren door het kantoor van bestemming bij communautair douanevervoer of te gebruiken als bewijs van de communautaire status van de goederen,

  • exemplaar 5 terugzendingsexemplaar van de regeling communautair douanevervoer,

  • exemplaar 6 te bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten bij invoer worden vervuld,

  • exemplaar 7 bestemd voor de statistiek van de lidstaat van invoer. Dit exemplaar kan eveneens voor de statistiek van deze lidstaat worden gebruikt wanneer het gaat om handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende belastingstelsels.

  • exemplaar 8 bestemd voor de geadresseerde.

Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk, bijvoorbeeld:

  • uitvoer, passieve veredeling of wederuitvoer: exemplaren 1, 2 en 3,

  • communautair douanevervoer: exemplaren 1, 4 en 5,

  • douaneregelingen bij invoer: exemplaren 6, 7 en 8.

Bovendien moet in bepaalde gevallen het communautaire karakter van de goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.

Dit betekent dat belanghebbenden de sets kunnen laten drukken die overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte formulier in overeenstemming is met het officiële model.

Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld) een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren worden doorgeschreven.

Bij gebruikmaking van een systeem van geautomatiseerde aangiftebehandeling, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.

In dit geval worden op elke gebruikte set de nummers van de overeenkomstige exemplaren vermeld, terwijl de niet van toepassing zijnde nummers worden doorgehaald.

Deze sets zijn zo samengesteld dat de op de verschillende exemplaren te vermelden gegevens dankzij de chemische behandeling van het papier worden doorgeschreven.

Wanneer overeenkomstig artikel 205, lid 3, TVo.CDW aangiften tot plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer of documenten waarmee het communautaire karakter wordt aangetoond van goederen die niet onder de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking op blanco papier worden gesteld, moet aan alle vormvereisten van het CDW of van de onderhavige verordening zijn voldaan, ook wat de ommezijde van het formulier betreft (voor de in het kader van de regeling communautair douanevervoer gebruikte exemplaren), met uitzondering van:

  • de kleur van de drukinkt,

  • het gebruik van cursief gedrukte tekst,

  • de onderdruk van de vakken die betrekking hebben op communautair douanevervoer.

De aangifte voor douanevervoer wordt in een enkel exemplaar ingediend bij het kantoor van vertrek wanneer dit kantoor de aangifte met behulp van een systeem voor de automatische gegevensverwerking (NCTS) verwerkt.

Het hier te lande vervaardigen van formulieren Enig document is slechts toegestaan onder voorwaarde dat de formulieren geheel identiek zijn aan de officiële uitgaven opgenomen in de bijlagen 31 tot en met 34 TVo.CDW.

Formulieren die in een andere lidstaat door de douane zijn aanvaard, worden hier te lande geaccepteerd.

Extra exemplaren van de formulieren Enig document worden gebruikt:

  • bij communautair douanevervoer naar of via Zwitserland dient aan het Zwitserse kantoor van binnenkomst een extra exemplaar dat identiek is aan het exemplaar nr. 4 te worden afgegeven (zie artikel 12 van de overeenkomst tussen de EEG en de EVA-landen1 betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer).

  • indien goederen onder een douaneregeling worden geplaatst met gebruikmaking van het formulier Enig document, dienen in de hierna omschreven gevallen één, twee of drie extra exemplaren van het formulier Enig document te worden ingediend. Daartoe is nationaal een exemplaar 0/0 ontwikkeld. De aangever kan voor het extra exemplaar echter ook een fotokopie van het formulier Enig document gebruiken. Achter de verticaal gedrukte aanduidingen van het extra exemplaar komen letters en een lettercombinatie voor. De aangever kan door omcirkeling van een letter of lettercombinatie aanduiden voor welk doel het extra exemplaar wordt ingediend.

    • Extra exemplaar (A): Wanneer een aangifte ten uitvoer of voor communautair douanevervoer wordt gedaan, kunnen één of meer exemplaren (A) zijn vereist, ingevolge de bepalingen inzake vrijstelling of teruggaaf van rechten bij uitvoer of inzake landbouwrestitutie.

    • Extra exemplaar (W): Wanneer een aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan waarbij een exemplaar noodzakelijk is om de goederen weg te mogen voeren, kan een extra exemplaar (W) worden ingediend.

    • Extra exemplaar (D-W): Wanneer een exemplaar van het Enig document als vervoersopdracht wordt gebruikt op grond van de Wet op de accijns of de Wet op de verbruiksbelasting, kan een extra exemplaar (D-W) worden ingediend.

    • Extra exemplaar (Z): Een extra exemplaar (Z) moet worden ingediend indien het betreft goederen waarvoor in de vrijstellingsvergunning is bepaald dat een vrijstellingsregeling wordt gehouden.

B. Te vermelden gegevens

De invulling van de vakken en deelvakken wordt beheerst door de communautaire matrix van Bijlage 37 TVo.CDW. In de nationale matrix, die hierna is opgenomen, is de communautaire matrix verwerkt en zijn eveneens de nationaal verplicht gestelde vakken opgenomen. Deze nationale matrix bepaalt voor elke douaneregeling of -bestemming, bewijs communautair karakter van de goederen en tijdelijke opslag of een vak of deelvak moet of mag worden gebruikt volgens de kolommen A tot en met L.

Voorzover van toepassing zijn daarbij ook vermeld de codes van de gevraagde regelingen als bedoeld voor het eerste deelvak van vak 37:

Opschriften van de kolommen in de nationale matrix

In het eerste deelvak van vak 37 te gebruiken codes

A: Uitvoer/verzending

10, 11, 23

B: Opslag in douane-entrepot van voor uitvoer bestemde goederen met voorfinanciering

76, 77

C: Wederuitvoer na plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan het stelsel van douane-entrepots (actieve veredeling, tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht)

31

D: Wederuitvoer na opslag in douane-entrepot

31

E: Passieve veredeling

21, 22

F: Douanevervoer

 

G: Communautair karakter van de goederen

 

H: In het vrije verkeer brengen

01, 02, 07, 40 41, 42, 43, 45, 48, 49, 61, 63, 68

I: Plaatsing onder een economische douaneregeling andere dan passieve veredeling en douane-entrepot (actieve veredeling (schorsingssysteem), tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht)

51, 53, 54(a), 91, 92(a)

(a) verwijst uitsluitend naar de voorafgaande regeling.

J: Opslag in douane-entrepot van het type A, B, C, E of F1

71, 78

K: Opslag in douane-entrepot van het type D2, 3

71, 78

L: Tijdelijke opslag

 

1 De kolom J heeft eveneens betrekking op de binnenkomst van goederen in vrije zones van het controle type II.

2 Deze kolom geldt eveneens voor de gevallen bedoeld in artikel 525, lid 3, TVo.CDW. )

3 De kolom K heeft eveneens betrekking op de binnenkomst van goederen in vrije zones die aan controles van het type II zijn onderworpen.

Slechts een gedeelte van de vakken wordt ingevuld, naar gelang de gevraagde douaneregeling(en).

Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn de voor elke regeling in te vullen vakken in de onderstaande tabel aangegeven. De specifieke bepalingen betreffende elk vak in titel II doen geen afbreuk aan de status van de in de tabel vermelde vakken.

Verklaring van de symbolen in de vakken van de nationale matrix

X

Verplicht voor de aangever.

X*

Facultatief voor de aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen verstrekken.

X* [1, enz.]

Facultatief voor de aangever: gegevens die de aangevers vrijwillig kunnen verstrekken, tenzij voetnoot van toepassing is dan voetnoot verplicht volgen.

Opgemerkt zij dat indien een vak verplicht is voor de aangever (X), dit geen afbreuk doet aan het feit dat de opgave van bepaalde gegevens, wegens hun aard, enkel wordt verlangd wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen. Zo wordt bijvoorbeeld de opgave van de bijzondere maatstaf in vak 41 enkel verlangd wanneer Taric daarin voorziet.

Nationale matrix

Vak nr.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

1 1

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

X

1 2

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

X

1 3

         

X

X

         

2

X 25

X 25

X 25

X 25

X 25

 

X 25

         

2 (No)

X

X

X

X

X

 

X

         

3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

X 2, 3

4

           

X

       

X

5

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

6

         

X 4

           

7

X*

X*

X*

X*

X*

X 5

 

X*

X*

X*

X*

X*

8

X 1

X

     

X 6

 

X 25

X 25

X 25

X 25

 

8 (No)

             

X

X

X

X

 

14

X 25

X 25

X 25

X 25

X 25

 

X 25

X 25

X 25

X 25

X 25

X 25

14 (No)

X

X

X

X

X

 

X

X

X

X

X

X

15

         

X 2

           

15a

X

X

X

X

X

X 5

 

X

X

X

X

 

17

         

X 2

           

17a

X

X

X

X

X

X 5

 

X

X

     

18 (Identiteit)

X 17

 

X 7

 

X 7

X 7

 

X 7

X 7

   

X

18 (Nationaliteit)

         

X 8

           

19

X

X

X

X

X

X 4

 

X

X

X

X

X

20

X 10

 

X 10

 

X 10

   

X 10

X 10

 

X 10

 

21(Identiteit)

X 1

       

X 8

           

21 (Nationaliteit)

X 8

 

X 8

 

X 8

X 8

 

X 8

X 8

     

22

(Valuta)

X

 

X

 

X

   

X

X

     

22 (Bedrag)

X

 

X

 

X

   

X*

X*

     

23

             

X 11, 26

X 11, 26

     

24

X

 

X

 

X

   

X

X

     

25

X

X

X

X

X

X

 

X

X

X

X

X

26

X 12

X 12

X 12

X 12

X 12

   

X 13

X 13

   

X

27

         

X

           

29

X

X

X

X

X

             

30

X

X

X

X

X

X 14

 

X

X

X

X

X

31

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

32

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

X 3

33 1

X

X

X

X 15

X

X 16

X 17

X

X

X

X

 

33 2

             

X

X

X

X

 

33 3

X

X

         

X

X

X

X

 

33 4

X

X

         

X

X

X

X

 

33 5

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

 

34a

X*1

X

X*

X*

X*

   

X

X

X

X

 

35

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

36

             

X

X 17

     

37 1

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

 

37 2

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

 

38

X

X

X

X

X

X 17

X 17

X

X

X

X

 

39

             

X

X

     

40

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

41

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

 

42

             

X

X

 

X

 

43

             

X 26

X 26

 

X 26

 

44

X

X

X

X

X

X 4

X

X

X

X

X

X

45

             

X 26

X 26

 

X 26

 

46

X

X

X

X

X

   

X

X

X

X

 

47 (Type)

             

X

X

 

X

 

47 (Maatstaf heffing)

             

X

X

 

X

 

47 (Heffingsvoet)

             

X

X

     

47 (Bedrag)

             

X

X

     

47 (WB)

             

X

X

     

47 (Totaal)

             

X

X

     

49

X 23, 24

X

X 23

X

X 23

   

X 23

X 23

X

X

 

50

X*

 

X*

 

X*

X

           

51

         

X 4

           

52

         

X

           

53

         

X

           

54

X

X

X

X

X

 

X

X

X

X

X

X

55

         

X

           

56

         

X

           

Voetnoten

1 Dit gegeven is verplicht voor landbouwproducten die voor uitvoerrestituties in aanmerking komen.

2 Dit gegeven mag enkel in het kader van niet-geautomatiseerde procedures worden gevraagd.

3 Wanneer de aangifte slechts op één enkel artikel betrekking heeft wordt dit vak niet ingevuld.

4 Dit vak is verplicht voor het NCTS (nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer) overeenkomstig het bepaalde in bijlage 37 bis TVo.CDW.

5 Dit gegeven mag enkel in het kader van geautomatiseerde procedures worden gevraagd.

6 Dit vak behoeft niet te worden ingevuld wanneer de geadresseerde noch in de EU, noch in een EVA-land gevestigd is.

7 Niet gebruiken in geval van verzending met de post of door vaste installaties.

8 Niet gebruiken bij verzending met de post, door vaste installaties of per spoor.

9 Niet van toepassing in NL.

10 Het 3e deelvak niet invullen.

11 Dit gegeven uitsluitend invullen in gevallen waarbij een uitzondering wordt gemaakt op de in titel V, hoofdstuk 6, neergelegde regels inzake de maandelijkse vaststelling van de wisselkoersen.

12 Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de uitvoerformaliteiten op de plaats van uitgang uit de Gemeenschap worden vervuld.

13 Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de invoerformaliteiten op de plaats van binnenkomst in de Gemeenschap worden vervuld.

14 Dit vak kan in het kader van het NCTS-systeem worden gebruikt volgens de bepalingen van bijlage 37bis TVo.CDW.

15 Verplicht bij wederuitvoer na opslag in een entrepot van het type D

16 Dit deelvak moet worden ingevuld:

– wanneer de aangifte voor douanevervoer door dezelfde persoon wordt opgesteld samen met of volgend op een douaneaangifte waarop de goederencode is vermeld, of

– wanneer de aangifte voor douanevervoer betrekking heeft op goederen die in bijlage 44 quater TVo.CDW zijn vermeld, of

– wanneer de communautaire wetgeving daarin voorziet.

17 Enkel in te vullen wanneer de communautaire wetgeving daarin voorziet.

18 Niet van toepassing in NL.

19 Niet van toepassing in NL.

20 Niet van toepassing in NL.

21 Niet van toepassing in NL.

22 Niet van toepassing in NL.

23 Dit vak moet worden ingevuld wanneer de aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling ten doel heeft het stelsel van douane-entrepots aan te zuiveren.

24 Dit vak moet worden ingevuld bij inslag in een Bevoorradingsdepot

25 Indien een aangifte via geautomatiseerde wijze wordt aangeleverd is de vermelding van de naam, adres, woonplaats gegevens uitsluitend toegestaan indien geen identificatienummer is vermeld.

26 Alleen van toepassing bij de aanvullende aangifte in het kader van de vereenvoudigde procedures als bedoeld in artikel 76, 1, letters b en c CDW.

C. Gebruiksaanwijzing van het formulier

Wanneer de gebruikte set minstens één exemplaar bevat dat in een andere lidstaat zal worden gebruikt, dienen de formulieren met de schrijfmachine of door middel van een mechanografisch of soortgelijk procédé te worden ingevuld. Ter vereenvoudiging van het invullen met de schrijfmachine, moet het formulier zo worden ingevoerd dat de eerste letter van het in vak 2 in te vullen gegeven in het daarvoor bestemde positievakje in de linkerbovenhoek komt te staan.

Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set bestemd zijn om in dezelfde lidstaat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze lidstaat dit toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en in blokletters worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor de gegevens die worden vermeld op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden gebruikt.

In de formulieren mogen geen raderingen noch overschrijvingen voorkomen. Wijzigingen worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste gegevens en, in voorkomend geval, toevoeging van de gewenste gegevens. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die deze heeft aangebracht en moet uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteiten worden geviseerd. Deze kunnen eisen dat een nieuwe aangifte wordt ingediend.

Voorts is het toegestaan dat de formulieren met behulp van een reproductietechniek, in plaats van met de bovenomschreven technieken, worden ingevuld. Zij mogen eveneens met behulp van een reproductietechniek worden vervaardigd en ingevuld, mits aan de vereisten inzake model en afmetingen, te gebruiken taal, leesbaarheid en aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan en het verbod inzake raderingen en overschrijvingen in acht wordt genomen.

Slechts de genummerde vakken worden, indien van toepassing, door de belanghebbenden ingevuld, alsmede vak A. De overige met een hoofdletter aangeduide vakken zijn uitsluitend voor intern gebruik door de administraties bestemd.

Op de exemplaren die in het kantoor van uitvoer (of eventueel van verzending) of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van de belanghebbende voorkomen, onverminderd het bepaalde in artikel 205 TVo.CDW.

Door het indienen van een door hem ondertekende aangifte bij een douanekantoor geeft de aangever of zijn vertegenwoordiger de wens te kennen de goederen voor de gevraagde regeling aan te geven. Onverminderd de eventuele toepassing van strafbepalingen verbindt hij zich hierdoor ten aanzien van:

  • de juistheid van de in de aangifte voorkomende gegevens,

  • de echtheid van de bijgevoegde documenten, en

  • de naleving van alle verplichtingen in verband met de plaatsing van de betrokken goederen onder de gevraagde regeling.

Bij communautair douanevervoer bindt de handtekening van de aangever of, in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger, hem ter zake van alle elementen in verband met het communautair douanevervoer die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen inzake communautair douanevervoer die in het CDW en TVo.CDW zijn vervat en zoals hiervoor onder B zijn omschreven.

Bij het vervullen van de formaliteiten van de regeling communautair douanevervoer en ter bestemming heeft de betrokkene er belang bij de inhoud van zijn aangifte te controleren alvorens deze te ondertekenen en bij het douanekantoor in te dienen. Indien de reeds op het formulier voorkomende gegevens niet met de aan te geven goederen overeenstemmen, dient hij dit onmiddellijk aan de douane mede te delen. In dit geval wordt op nieuwe formulieren een nieuwe aangifte opgesteld.

Behoudens het bepaalde in titel III mag in een vak dat niet behoeft te worden ingevuld, geen enkele vermelding of teken voorkomen.

Titel II. Aanwijzingen voor het invullen van de vakken

De in de vakken te vermelden communautaire- en nationale codes zijn opgenomen in het Codeboek Sagitta, beschikbaar via Internetadres http://www.douane.nl. Eventuele toelichtingen op het gebruik van de codes zijn door middel van een noot bij het betreffende vak opgenomen in deel D van Titel II.

Deel A. Formaliteiten bij uitvoer/verzending, opslag in douane-entrepot met voorfinanciering met het oog op uitvoer, wederuitvoer, passieve veredeling, communautair douanevervoer en/of in verband met het bewijs van het communautair karakter van goederen

Vak A. Kantoor van Verzending/Uitvoer

Dit vak behoeft niet te worden ingevuld indien het formulier uitsluitend wordt gebruikt bij communautair douanevervoer.

Een aangever aan wie door de douane een douanenummer is toegekend, dient in dit vak de aangifte-identificatie te vermelden. Deze bestaat uit drie bestanddelen:

  • het douanenummer, bestaande uit 11 cijfers;

  • de laatste twee cijfers van het lopende kalenderjaar.

  • het aangiftevolgnummer, dit is een uniek nummer bestaande uit ten hoogste acht cijfers naar eigen keuze van de aangever. Het mag niet hetzelfde zijn als een nummer dat eerder in hetzelfde jaar door dezelfde aangever aan een aangifte is toegekend. Het nummer van een buiten werking gestelde aangifte mag niet opnieuw worden gebruikt.

De drie bestanddelen dienen in bovenstaande volgorde te worden vermeld op één regel onderling van elkaar gescheiden door spaties of in drie regels onder elkaar.

Een aangever aan wie geen douanenummer is toegekend, vermeldt niets in dit vak.

Vak 1: Aangifte

In het eerste deelvak het aangiftesymbool vermelden volgensde desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A03).

In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A04).

In het derde deelvak de desbetreffende communautaire code vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel 031).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 2: Afzender/exporteur

Bij ‘Nr.’ het douanenummer vermelden dat door de douane aan de afzender/exporteur is toegekend, voorafgegaan door de landcode NL. Indien de belanghebbende niet over een douanenummer beschikt, wordt bij ‘Nr.’ niets vermeld.

De naam en voornaam of de handelsnaam en het adres van de belanghebbende vermelden.

Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12). Tevens wordt de lijst van afzenders/exporteurs bij de aangifte gevoegd.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 3: Formulieren

Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulieren en aanvullende formulieren samen) vermelden. Bijvoorbeeld: wanneer één EX-formulier en twee EX/c-formulieren worden ingediend, op het EX-formulier 1/3, op het eerste EX/c-formulier 2/3 en op het tweede EX/c-formulier 3/3 invullen.

Wanneer voor de aangifte twee sets van vier exemplaren in plaats van één set van acht exemplaren worden gebruikt, worden deze geacht, wat het aantal formulieren betreft, slechts één set te vormen.

Vak 4: Ladingslijsten

In cijfers het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of door de bevoegde autoriteiten toegelaten lijsten van commerciële aard vermelden waarin de goederen zijn omschreven.

Vak 5: Artikelen

In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of lijsten van commerciële aard) wordt aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.

Vak 6: Totaal colli

In cijfers het totale aantal colli vermelden waaruit de zending is samengesteld.

Vak 7: Referentienummer

Dit is het commerciële referentienummer dat door belanghebbende aan de betrokken zending is toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel D van Titel II.)

Vak 8: Geadresseerde

Naam en voornaam of handelsnaam en adres vermelden van de persoon of personen bij wie de goederen zullen worden afgeleverd. Voor goederen met voorfinanciering die met bestemming uitvoer in een douane-entrepot worden opgeslagen is de geadresseerde verantwoordelijk voor de voorfinanciering of voor het entrepot waar de goederen worden opgeslagen.

Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de betreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12). Tevens wordt de lijst van geadresseerden bij de aangifte gevoegd.

Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger

Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code van diens status worden vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A81).

Indien de aangever tevens de exporteur is, de tekst ‘exporteur’ vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12).

Aangifte op eigen naam en voor eigen rekening:

Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de aangever, zoals dat deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden.

Aangifte op basis van directe vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Communautair Douanewetboek:

Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de vertegenwoordiger zoals dat deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden.

Tevens vermelden het douanenummer van de vertegenwoordigde indien dit door de douane aan de vertegenwoordigde is toegekend, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.

Aangifte op basis van indirecte vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Communautair Douanewetboek:

Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de aangever, zoals dat deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden.

Tevens vermelden het douanenummer van de vertegenwoordigde indien dit door de douane aan de vertegenwoordigde is toegekend, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.

Vak 15: Land van verzending/uitvoer

Ten behoeve van de formaliteiten bij uitvoer wordt onder ‘werkelijke lidstaat van uitvoer’ verstaan de lidstaat waaruit de goederen aanvankelijk met het oog op de uitvoer werden verzonden wanneer de exporteur niet in de lidstaat van uitvoer is gevestigd. De lidstaat van uitvoer is identiek aan de werkelijke lidstaat van uitvoer wanneer geen enkele andere lidstaat bij de transactie is betrokken.

Bij douanevervoer in vak 15 de lidstaat van waaruit de goederen zijn verzonden vermelden.

In vak 15a volgens de desbetreffende communautaire code de lidstaat vermelden waaruit de goederen worden uitgevoerd/verzonden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 17: Land van bestemming

Bij douanevervoer in vak 17 het land van bestemming vermelden waarnaar de goederen worden gezonden.

In vak 17a de betreffende communautaire code vermelden van het laatste land van bestemming dat op het tijdstip van uitvoer bekend is waarnaar de goederen dienen te worden uitgevoerd (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

Wanneer goederen met prefinanciering onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst, wordt in dit vak het land vermeld waarvoor de goederen zijn bestemd.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek

De identiteit vermelden van het voertuig waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer worden vervuld, gevolgd door de nationaliteit volgens de desbetreffende communautaire code van het vervoermiddel (of van het vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen indien er meerdere vervoermiddelen zijn). Wanneer een trekker en een aanhangwagen verschillende registratienummers hebben, zowel het registratienummer van de trekker als dat van de aanhangwagen en de nationaliteit van de trekker vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Naargelang het gebruikte vervoermiddel worden ter identificatie de volgende vermeldingen aangebracht:

Vervoermiddel

Wijze van identificatie

Vervoer over zee en per binnenschip

Naam van het vaartuig

Vervoer door de lucht

Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

Vervoer over de weg

Kentekenplaat van het voertuig

Vervoer per spoor

Nummer van de wagon

Vak 19: Container (Ctr)

Volgens de desbetreffende communautaire code de voorziene situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap vermelden zoals deze bekend is op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer worden vervuld.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 20: Leveringsvoorwaarden

Door middel van de desbetreffende communautaire codes de relevante clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de contractvoorwaarde (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A14).

Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

Volgens de desbetreffende communautaire code de nationaliteit vermelden van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer bekend is (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan een vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het actieve vervoermiddel. Bijvoorbeeld, bij vrachtwagen op schip is het schip het actieve vervoermiddel, bij trekker en aanhangwagen is dit de trekker.

Naargelang het vervoermiddel, worden wat de identiteit betreft, de volgende vermeldingen aangebracht:

Vervoermiddel

Wijze van identificatie

Vervoer over zee en per binnenschip

Naam van het vaartuig

Vervoer door de lucht

Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

Vervoer over de weg

Kentekenplaat van het voertuig

Vervoer per spoor

Nummer van de wagon

Vak 22: Valuta en totaal gefactureerd bedrag

In het eerste deelvak, volgens de desbetreffende communautaire code de valuta van de factuur vermelden (zie codeboek, Sagitta onderdeel, algemeen tabel S10).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag vermelden voor alle aangegeven goederen.

Vak 24: Aard van de transactie

In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende communautaire codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type contract het in dit geval gaat (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A22)

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.

Vak 25: Vervoerwijze aan de grens

Volgens de desbetreffende communautaire code de wijze van vervoer vermelden die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap naar verwachting zullen verlaten (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A27).

Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze

Volgens de desbetreffende communautaire code de wijze van vervoer bij vertrek vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A27). (Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 27: Plaats van lading

In dit vak wordt de plaats, zoals bekend bij het vervullen van de formaliteiten voor douanevervoer, vermeld waar de goederen worden geladen op of in het actieve vervoermiddel waarmee zij de grens van de Gemeenschap zullen overschrijden.

Vak 29: Kantoor van uitgang

Volgens de desbetreffende communautaire code het douanekantoor vermelden via hetwelk de goederen het douanegebied van de Gemeenschap vermoedelijk zullen verlaten (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S20).

(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)

Vak 30: Plaats waar de goederen zich bevinden

Een nauwkeurige vermelding van de plaats, bestaande uit de postcode aangevuld met huisnummer, waar de goederen kunnen worden onderzocht.

Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers – containernummer(s) – aantal en soort

1. In dit vak de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli vermelden, of voor onverpakte goederen het aantal voorwerpen, evenals de voor de identificatie van de goederen vereiste gegevens. Als omschrijving van de goederen kan met de gebruikelijke handelsbenaming worden volstaan. Wanneer vak 33 ‘goederencode’ moet worden ingevuld, moet deze handelsbenaming dermate duidelijk zijn dat de goederen aan de hand daarvan kunnen worden ingedeeld. In dit vak worden eveneens de bij bijzondere voorschriften vereiste gegevens vermeld (bijvoorbeeld inzake accijns, omzetbelasting, landbouw enz.). De aard van de colli wordt volgens de desbetreffende communautaire code vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A25).

Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen van de inhoud van één collo, dient te worden vermeld: deel van collo nr. .... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer heeft, de identiteitsgegevens). Deze vermelding laat onverlet de verplichting om merk, nummer, aantal en soort van het collo te vermelden.

Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de merktekens daarvan te worden vermeld.

2. Voor halfzware olie en gasolie de aantekening ‘onvermengd’ of ‘voorzien van herkenningsmiddelen’ plaatsen, gevolgd door de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta onderdeel uitvoer tabel A12).

3. In de gevallen waarin de productschapsgoederencode moet worden vermeld, deze code vermelden voorafgegaan door de vermelding ‘PGC’.

4. In de gevallen waarin volgens artikel 5, vierde lid, van de Verordening (EG) 800/1999 houdende gemeenschappelijke bepalingen van het stelsel van restitutie bij uitvoer van landbouwproducten (Pb EG L 102 van 17 maart 1999), de samenstelling moet worden opgegeven, deze vermelden met toepassing van maatstafcodes en maatstafhoeveelheden. (zie codeboek Sagitta onderdeel uitvoer tabel T08).

Indien de samenstelling achterwege mag blijven op grond van een toestemming van de productschappen, bedoeld in artikel 3:32, hier het toestemmingsnummer vermelden.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 32: Artikelnummer

Indien sprake is van meer dan één artikel, in dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven.

Vak 33: Goederencode

De goederencode van het betrokken artikel vermelden.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 34: Code land van oorsprong

In vak 34a, volgens de desbetreffende communautaire code het land van oorsprong als bedoeld in Titel II van het CDW vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 35: Brutomassa (kg)

De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.

Wanneer een aangifte voor douanevervoer op meerdere soorten goederen betrekking heeft, kan ermee worden volstaan de totale brutomassa in het eerste vak 35 te vermelden, terwijl de andere vakken 35 niet worden ingevuld.

Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag de volgende afronding worden toegepast:

  • van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg),

  • van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).

Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling deze in de vorm ‘0,xyz’ te vermelden (bijvoorbeeld: ‘0,654’ is gelijk aan 654 gram).

Vak 37: Regeling

Volgens de desbetreffende communautaire- en nationale codes de regeling vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor het tweede deelvak).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 38: Nettomassa (kg)

De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De nettomassa is de eigen massa van de goederen zonder verpakking.

Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document

Volgens de desbetreffende communautaire codes de referenties vermelden van de documenten die voorafgingen aan de uitvoer naar een derde land/verzending naar een andere lidstaat. (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A80 voor het documenttype en tabel A28 voor het soort voorafgaand document)

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Wanneer de aangifte betrekking heeft op goederen die na de zuivering van het stelsel van douane-entrepots type B wederuitgevoerd worden, het referentienummer van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder deze regeling vermelden.

Wanneer het een aangifte voor de regeling communautair douanevervoer betreft, de voorafgaande douanebestemming of het referentienummer van de desbetreffende douanedocumenten vermelden. Indien, in het kader van niet-geautomatiseerde douanevervoerprocedures, meer dan een referentienummer moet worden vermeld, kan in dit vak het woord ‘diverse’ worden vermeld, gevolgd door de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel A12). Tevens wordt de lijst van referentienummers bij de aangifte voor douanevervoer gevoegd.

Vak 41: Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)

In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de eenheid die in het gebruikstarief is aangegeven. De eenheid zelf niet vermelden.

Vak 44: Bijzondere vermeldingen; voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen

In dit vak, met gebruikmaking van de desbetreffende communautaire- of nationale codes de mogelijkerwijze door specifieke verordeningen voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referentienummmers van de tot staving van de aangifte overgelegde stukken, met inbegrip van, in voorkomend geval, de controle-exemplaren T5.

Ingeval voor goederen aanspraak wordt gemaakt op restitutie, worden de volgende vragen en de antwoorden op die vragen in het vak opgenomen:

aanvraag restitutie ja/nee

aanvraag voorschot ja/nee.

Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:

  • 1. Bijzondere vermeldingen; (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer tabel A12);

  • 2. Bescheiden, voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel T03);

  • 3. Overig/Lopende procedures (zie codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer, tabel. A15).

1. Bijzondere vermeldingen

  • a. In geval van aangifte ten uitvoer met terugbetaling dient te worden vermeld: ‘verzoek om terugbetaling CDW’, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen

  • b. Wanneer aangifte ten uitvoer plaatsvindt voor uit het vrije verkeer afkomstige accijnsgoederen c.q. verbruiksbelastinggoederen waarvoor teruggaaf van de accijnzen/verbruiksbelasting wordt verlangd dient te worden vermeld: ‘verzoek om terugbetaling van accijns/verbruiksbelasting’, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.

  • c. Indien het formulier wordt gebruikt bij communautair douanevervoer dient ter voldoening aan artikel 843 lid 2 TVo.CDW in voorkomend geval te worden vermeld ‘Verlaten van Gemeenschap aan beperkingen onderworpen’ c.q. ‘Verlaten van de Gemeenschap aan belastingheffing onderworpen’, alsmede de nationale code voor bijzondere vermeldingen.

  • d. Wanneer de aangifte tot wederuitvoer ter aanzuivering van het stelsel van douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt ingediend, vermelding van de naam en het adres van het controlekantoor, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen

  • e. Indien de aanvraag van een vergunning op de aangifte wordt gedaan voor een economische douaneregeling op basis van artikel 497, lid 3 TVo.CDW dient te worden vermeld: ‘Vereenvoudigde vergunning’, alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen.

  • f. In het geval van een aangifte ten uitvoer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid het exemplaar nr.3 aan een tussenpersoon terug te geven, de vermelding ‘RET/EXP’ vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen. Zonodig kan in vak 50 de naam en het adres worden vermeld van de persoon aan wie het exemplaar nr. 3 kan worden teruggegeven.

2. Bescheiden (voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen)

  • a. Alle over te leggen bescheiden dienen door de aangever te worden voorzien van de aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze nummering dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of, als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of in een daartoe bestemd vak. In de gevallen waarin op de aangifte geen aangifte-identificatie is vermeld, blijft de nummering van de bescheiden achterwege.

  • b. Wanneer aangifte ten uitvoer plaatsvindt voor accijnsgoederen en tevens een administratief geleide document (AGD) wordt opgemaakt, dan wordt het referentienummer uit vak 3 van het AGD vermeld.

3. Overige/lopende procedures

Indien de aangever weet dat voor dezelfde soort goederen door hem ten behoeve van zichzelf of ten behoeve van dezelfde exporteur, een aangifte is gedaan ten aanzien waarvan de verificatie nog niet is geëindigd, in afwachting van het resultaat een code voor lopende procedures vermelden.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 46: Statistische waarde

De statistische waarde in Euro vermelden overeenkomstig de ter zake geldende communautaire voorschriften.

In het algemeen komt de statistische waarde neer op de prijs, eventueel verminderd met de ter zake van de uitvoer aftrekbare belastingen, maar vermeerderd met onder andere de vracht- en verzekeringskosten tot de Nederlandse grens, voor zover deze niet reeds in de prijs zijn begrepen.

Vak 49: Identificatie van het entrepot

In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A30 voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 50: Aangever

Naam en voornaam of handelsnaam en adres van de aangever. In voorkomend geval de naam en voornaam of handelsnaam vermelden van de gevolmachtigde vertegenwoordiger die namens de aangever ondertekent.

Bij ‘Nr.’ het aan de aangever toegekende douanenummer vermelden. Een aangever aan wie geen douanenummer is toegekend vermeldt niets bij ‘Nr.’.

Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, moet op het door het kantoor van vertrek te bewaren exemplaar (nr.1) de originele handtekening van de betrokkene voorkomen. Wanneer deze een rechtspersoon is, dient de handtekening gevolgd te worden door de naam, voornaam en functie van de ondertekenaar.

In geval van uitvoer en indien in vak 44 de vermelding RET/EXP, gevolgd door de bijbehorende code voor bijzondere vermelding is vermeld, kan de aangever of zijn vertegenwoordiger de naam en het adres van een in het ambtsgebied van het kantoor van uitgang gevestigde tussenpersoon vermelden. Het door dit kantoor afgetekende exemplaar nr. 3 kan aan deze tussenpersoon worden teruggegeven.

Vak 51: Voorziene kantoren en landen van doorgang

In dit vak de code van het voorziene kantoor van binnenkomst in elk EVA-land vermelden over het grondgebied waarvan de goederen zullen worden vervoerd, evenals het kantoor van binnenkomst waar de goederen het douanegebied van de Gemeenschap opnieuw binnenkomen na over het grondgebied van een EVA-land te zijn vervoerd of, indien het vervoer over een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap en van een EVA-land zal plaatsvinden, het kantoor van uitgang waar de zending de Gemeenschap verlaat en het kantoor van binnenkomst waar de zending de Gemeenschap weer binnenkomt.

De betrokken douanekantoren vermelden volgens de desbetreffende communautaire code. (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S20)

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 52: Zekerheid

Volgens de desbetreffende communautaire codes in het tweede deelvak het type zekerheid opgeven of vermelden dat ontheffing van zekerheidstelling is verleend, alsmede, in voorkomend geval, het nummer van het certificaat van doorlopende zekerheidstelling of van ontheffing van zekerheidstelling of het nummer van het bewijs van zekerheidstelling per aangifte en het kantoor van zekerheidstelling opgeven (zie codeboek Sagitta. onderdeel transit, tabel 051).

Indien de doorlopende zekerheid, de ontheffing van zekerheidstelling of de zekerheid per aangifte niet voor alle EVA-landen geldig is, na de woorden ‘zekerheid niet geldig voor’ het of de betrokken EVA-land(en) vermelden volgens de desbetreffende communautaire codes (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 53: Kantoor van bestemming (en land)

Volgens de desbetreffende communautaire code het kantoor vermelden waar de goederen moeten worden aangebracht om het communautair douanevervoer te beëindigen (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S20).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 54: Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever/vertegenwoordiger

De plaats en de datum vermelden waarop de aangifte werd opgesteld.

Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, dient het voor het kantoor van uitvoer/verzending bestemde exemplaar (nr.1) de originele handtekening van de betrokkene te bevatten, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.

Deel B. Formaliteiten tijdens het vervoer

Het is mogelijk dat tussen het tijdstip waarop de goederen het kantoor van uitvoer en/of vertrek verlaten en het tijdstip waarop zij bij het kantoor van bestemming aankomen bepaalde gegevens dienen te worden vermeld op de exemplaren die de goederen vergezellen. Deze gegevens hebben betrekking op het vervoer en dienen, wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen tijdens het vervoer, op het document te worden ingevuld door de vervoerder die verantwoordelijk is voor het vervoermiddel waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen. Wanneer deze gegevens met de hand worden aangebracht, moet dit op duidelijk leesbare wijze, met inkt en blokletters geschieden.

Deze gegevens worden uitsluitend op de exemplaren 4 en 5 vermeld en hebben betrekking op de hierna volgende gevallen:

– Overlading: Vak 55 invullen.

Vak 55: Overlading

De eerste drie regels van dit vak worden door de vervoerder ingevuld wanneer de goederen tijdens het vervoer op of in een ander vervoermiddel of in een andere container worden overgeladen.

De vervoerder mag de goederen eerst overladen nadat hij hiervoor toestemming heeft verkregen van de douaneautoriteiten van de lidstaat waar de overlading plaatsvindt.

Indien deze autoriteiten van oordeel zijn dat het douanevervoer op de normale wijze kan worden voortgezet, viseren zij, na eventueel de nodige maatregelen te hebben genomen, de exemplaren 4 en 5 van de aangifte voor douanevervoer.

– Andere voorvallen: Vak 56 invullen.

Vak 56: Andere voorvallen tijdens het vervoer

In te vullen overeenkomstig de voorschriften inzake communautair douanevervoer.

Wanneer tijdens het vervoer van goederen die in of op een oplegger zijn geladen, de oplegger aan een ander trekkend voertuig wordt gekoppeld (en de goederen daarbij niet worden behandeld of overgeladen), wordt in dit vak het registratienummer van de nieuwe trekker vermeld. In dit geval is visering door de bevoegde autoriteiten niet vereist.

Deel C. Formaliteiten bij in het vrije verkeer brengen, plaatsing onder de regeling actieve veredeling, tijdelijke invoer, behandeling onder douanetoezicht, opslag in douane-entrepot, binnenbrengen van goederen in vrije zones die aan controles van het type ii zijn onderworpen en tijdelijke opslag

Vak A: Kantoor van bestemming

Een aangever dient in dit vak de aangifte-identificatie te vermelden.

De aangifte-identificatie bestaat uit drie bestanddelen:

  • het douanenummer bestaande uit 11 cijfers.

  • de laatste twee cijfers van het lopende kalenderjaar.

  • het aangiftevolgnummer. Dit is een uniek nummer bestaande uit ten hoogste acht cijfers naar eigen keuze van de aangever. Het mag niet hetzelfde zijn als een nummer dat eerder in hetzelfde jaar door dezelfde aangever aan een aangifte is toegekend. Het nummer van een buiten werking gestelde aangifte mag niet opnieuw worden gebruikt.

De drie bestanddelen dienen in bovenstaande volgorde te worden vermeld op één regel, onderling van elkaar gescheiden, door spaties of in drie regels onder elkaar.

Een aangever die niet is geregistreerd bij de douane, vermeldt niets in dit vak.

Indien bij het doen van een schriftelijke aangifte contant wordt betaald, wordt geen aangifte-identificatie vermeld.

Vak 1: Aangifte

In het eerste deelvak van het aangiftesymbool de desbetreffende communautaire code vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A03).

In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de desbetreffende communautaire- of nationale code (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A04).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 3: Formulieren

Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden (zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier 1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3 en op het tweede IM/c formulier 3/3 invullen.

Vak 4: Ladingslijsten

In cijfers het eventueel bijgevoegde aantal ladingslijsten vermelden of het aantal beschrijvende commerciële lijsten waarvoor de bevoegde autoriteit toestemming heeft verleend.

Vak 5: Artikelen

In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al de formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of commerciële lijsten) is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.

Vak 7: Referentienummer

Dit is het commerciële referentienummer dat de belanghebbende aan de zending heeft toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel D van Titel II.)

Vak 8: Geadresseerde

Bij Nr. vermelden:

  • Indien de aangifte betrekking heeft op de invoer van goederen als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de goederen zijn bestemd voor een geadresseerde met een Nederlands btw-identificatienummer, het btw-identificatienummer van deze geadresseerde vermelden voorafgegaan door NL als landencode.

  • Maakt de geadresseerde deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting en is de gehele fiscale eenheid aangewezen op de voet van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de fiscale eenheid vermelden voorafgegaan door NL als landencode.

  • Als de goederen bestemd zijn voor een buitenlandse geadresseerde die gebruik maakt van een (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33a van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger vermelden voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de geadresseerde vermelden.

Wanneer de goederen met toepassing van het stelsel van douane-entrepots in een particulier entrepot (type C, D of E) worden opgeslagen, de naam en het volledige adres vermelden van de entrepositaris indien deze niet tevens de aangever is.

Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A12). Een lijst van geadresseerden wordt bij de aangifte gevoegd.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie onderdeel D van deze Titel)

Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger

Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code van diens status worden vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A81).

Bij een vergunningaanvraag op de aangifte de tekst ‘wijze van zekerheidstelling’ vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel S09).

Indien de aangever tevens de geadresseerde is, de tekst ‘geadresseerde’ vermelden, alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A12).

Aangifte op eigen naam en voor eigen rekening:

Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de aangever, zoals dat deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden.

Aangifte op basis van directe vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Communautair Douanewetboek:

Bij Nr. vermelden: het douanenummer van de vertegenwoordiger zoals dat deel uitmaakt van de aangifte-identificatie in vak A, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden.

In geval van vertegenwoordiging de tekst ‘betaling door’ vermelden, alsmede de desbetreffende nationale code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A84).

Tevens vermelden het douanenummer van de vertegenwoordigde indien dit door de douane aan de vertegenwoordigde is toegekend, voorafgegaan door NL als landencode.

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden.

In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.

Vak 15: Land van verzending/uitvoer

In vak 15a, door middel van de desbetreffende communautaire code het land vermelden waaruit de goederen oorspronkelijk naar de invoerende lidstaat werden verzonden, zonder oponthoud of niet aan het vervoer inherente juridische handeling in een tussenliggend land. Indien een dergelijk oponthoud of een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden, wordt het laatste tussenliggende land als land van verzending/uitvoer beschouwd. (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 17: Land van bestemming

In vak 17a de desbetreffende communautaire code vermelden van de op het tijdstip van invoer bekende lidstaat waarvoor de goederen uiteindelijk bestemd zijn (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij aankomst

De identiteit van het (of de) vervoermiddel(en) vermelden waarin/waarop de goederen rechtstreeks zijn geladen wanneer zij worden aangebracht bij het douanekantoor waar de formaliteiten voor de bestemming worden vervuld. Wanneer het trekkende voertuig en de oplegger een verschillend kenteken hebben, zowel het kenteken van het trekkende voertuig als dat van de oplegger vermelden.

Naargelang het gebruikte vervoermiddel, worden ter identificatie de volgende vermeldingen aangebracht:

Vervoermiddel

Identificatie

Vervoer over zee en per binnenschip

Naam van het vaartuig

Vervoer door de lucht

Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is, het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

Vervoer over de weg

Kentekenplaat van het voertuig

Vervoer per spoor

Nummer van de wagon

Vak 19: Container (Ctr)

Door middel van de desbetreffende communautaire code de situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap aangeven.

(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)

Vak 20: Leveringsvoorwaarden

Door middel van de desbetreffende communautaire codes de relevante clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de contractvoorwaarde (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A14).

Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

Door middel van de desbetreffende communautaire code in het tweede deelvak de nationaliteit vermelden van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Bij gecombineerd vervoer of wanneer meerdere vervoermiddelen worden gebruikt, is het actieve vervoermiddel datgene waarmee het geheel wordt voortbewogen. Bijvoorbeeld bij vrachtwagen op zeeschip is het actieve vervoermiddel het schip; bij trekker en oplegger is het actieve vervoermiddel de trekker.

Vak 22: Valuta en totaal gefactureerd bedrag

In het eerste deelvak de valuta van de factuur vermelden volgens de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S10).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag voor alle aangegeven goederen vermelden.

Vak 23: Wisselkoers

In dit vak wordt de koers vermeld waartegen de factuurvaluta in de valuta van de betrokken lidstaat wordt omgerekend.

Vak 24: Aard van de transactie

In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende communautaire codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type contract het in dit geval gaat (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A22).

Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 25: Vervoerwijze aan de grens

Door middel van de desbetreffende communautaire code de vervoerwijze vermelden waartoe het actieve vervoermiddel behoort waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen (zie codeboek Sagitta onderdeel algemeen tabel A27).

Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze

Door middel van de desbetreffende communautaire code de wijze van vervoer bij aankomst vermelden (zie codeboek Sagitta onderdeel algemeen tabel A27).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 30: Plaats waar de goederen zich bevinden

In dit vak de juiste plaats, bestaande uit de postcode aangevuld met huisnummer, vermelden waar de goederen kunnen worden onderzocht.

Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers – containernummer(s) – aantal en soort

  • 1. In dit vak de merken en nummers, het aantal en de aard van de colli of, bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen vermelden, evenals de voor de identificatie van de goederen noodzakelijke gegevens. De aard van de colli wordt vermeld volgens de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta onderdeel algemeen tabel A25).

    Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen van de inhoud van één collo, dient te worden vermeld: deel van collo nr. ... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer heeft, het merk). Deze vermelding laat onverlet de verplichting om merk, nummer, aantal en soort van het collo te vermelden.

    Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de merktekens daarvan te worden ingevuld.

  • 2. Onder omschrijving van de goederen wordt de gebruikelijke handelsbenaming verstaan. Behalve voor niet communautaire goederen die in een entrepot van het type B, C, of E onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst, dient deze benaming dermate duidelijk te zijn dat de goederen op basis daarvan kunnen worden geïdentificeerd en onmiddellijk en met zekerheid kunnen worden ingedeeld in het gebruikstarief.

  • 3. In dit vak worden eveneens de krachtens bijzondere voorschriften vereiste gegevens vermeld (omzetbelasting, accijnzen, enz.).

  • 4. In de gevallen waarin ingevolge de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 de productschapsgoederencode moet worden vermeld, deze code vermelden voorafgegaan door de vermelding ‘PGC’.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 32: Artikelnummer

Indien sprake is van meer dan één artikel, in dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de gebruikte formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven.

Vak 33: Goederencode

De goederencode van het betrokken artikel invullen.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 34: Code land van oorsprong

In vak 34a wordt volgens de desbetreffende communautaire code het land van oorsprong zoals vastgesteld in titel II van het Communautair douanewetboek vermeld (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 35: Brutomassa (kg)

De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.

Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag deze als volgt worden afgerond:

  • van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg),

  • van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).

Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling deze in de vorm ‘0,xyz’ te vermelden (bijvoorbeeld ‘0,654’ = 654 gram).

Vak 36: Preferentie

Dit vak bevat informatie betreffende de tariefbehandeling van de goederen. Ook invullen indien geen tariefpreferentie wordt gevraagd. Dit vak behoeft echter niet te worden ingevuld voor handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap waarop Richtlijn 77/388/EEG van toepassing is en delen van dit douanegebied waarop deze richtlijn niet van toepassing is of in het kader van het handelsverkeer tussen delen van dit douanegebied waarop die richtlijn niet van toepassing is. De desbetreffende communautaire code vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel T17 voor de codes voor communautaire preferenties en voor de toegestane combinaties met de nationale preferenties).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 37: Regeling

Volgens de desbetreffende communautaire- of nationale codes de regeling vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor het tweede deelvak).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 38: Nettomassa (kg)

De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De nettomassa is de massa van de goederen zonder enige verpakking.

Vak 39: Contingent

Het volgnummer van het gevraagde tariefcontingent vermelden.

Vermelding van de nationaal in het gebruikstarief vastgestelde codes van de aanspraak op niet-heffing, verlaagde heffing of vooraf gefixeerde heffing van rechten bij invoer. Echter geen code vermelden indien geen douaneschuld ontstaat. Opgemerkt wordt dat een 0-recht als douaneschuld wordt aangemerkt (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel T12 voor codes nationale preferenties en tabel T17 voor de toegestane combinaties met de communautaire preferenties).

Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document

In dit vak, volgens de desbetreffende communautaire codes de referenties van de eventueel in de lidstaat van invoer gebruikte summiere aangifte of van de eventuele voorafgaande documenten vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A80 voor documenttype en tabel A28 voor soort document).

Wanneer de aangifte ter aanzuivering dient van het stelsel van douane-entrepots type B het referentienummer van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder deze regeling vermelden.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 41: Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)

In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de eenheid die in de goederennomenclatuur is vastgesteld. De eenheid zelf niet vermelden.

Vak 42: Prijs van de goederen

De prijs van de betreffende goederen vermelden.

Vermelding van het deel van de in vak 22 genoemde factuurprijs die op het goed betrekking heeft.

Vak 43: Code MW

De desbetreffende communautaire code vermelden van de methode die gebruikt is voor het bepalen van de douanewaarde (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A83).

Vak 44: Bijzondere vermeldingen/voorgelegde stukken/certificaten en vergunningen

In dit vak, door middel van de desbetreffende communautaire- en nationale code de eventueel in bepaalde specifieke verordeningen voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referenties van de tot staving van de aangifte overgelegde stukken, met inbegrip van, in voorkomend geval, de controle-exemplaren T5.

Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:

  • 1. Bijzondere vermeldingen (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A12);

  • 2. Bescheiden (voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen) (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel T03);

  • 3. Overig/Lopende procedures.

1. Bijzondere vermeldingen

  • a. Wanneer de aangifte tot plaatsing van goederen onder het stelsel van douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt overgelegd, de naam en het adres van het controlekantoor vermelden, alsmede de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.

  • b. Indien de aanvraag van een vergunning op aangifte wordt gedaan voor een:

    • bijzondere bestemming op basis van artikel 292, lid 3, Tvo.CDW;

    • economische douaneregeling op basis van artikel 497, lid 3 TVo.CDW, dient te worden vermeld: ‘Vereenvoudigde vergunning’, alsmede de desbetreffende communautaire code voor bijzondere vermeldingen.

  • c. In geval van aangifte ten invoer tot verbruik, inzake de bevoorrading van vervoermiddelen als is bedoeld in artikel 24a van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 vermelden: ‘art. 24a Uitv. besl. o.b. 1968’, alsmede de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.

2. Bescheiden (voorgelegde stukken/certificaten en vergunningen)

Ongeacht of de bescheiden al dan niet een eigen referentienummer dragen, dienen alle over te leggen bescheiden door de aangever te worden voorzien van de aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze nummering dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of, als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of in een daartoe bestemd vak.

3. Overige/Lopende procedures

  • a. Indien de aangever een onvolledige aangifte doet in het deelvak rechts onderaan een van de nationaal vastgestelde codes vermelden(zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A17). Op de aanvullende formulieren mag de code achterwege blijven.

  • b. In geval van aangifte voor textielproducten van oorsprong uit ontwikkelingslanden en -gebieden waarvoor de heffing van invoerrecht in het kader van algemene tariefpreferenties geheel is geschorst, het nummer van de categorie waartoe de producten behoren volgens de bepalingen inzake de algemene tariefpreferenties vermelden, voorafgegaan door de vermelding: ‘cat’.

  • c. In geval van een aangifte voor het vrije verkeer voor goederen waarvoor om aanspraak te maken op regelingen, preferenties of vrijstellingen, meerdere preferentiecodes van toepassing zijn, wordt in dit vak die betreffende codering vermeld, voorafgegaan door de vermelding ‘preferentiecode’.

  • d. Indien de aangever weet dat voor dezelfde soort goederen door hem ten behoeve van zichzelf of ten behoeve van dezelfde geadresseerde, een aangifte is gedaan ten aanzien waarvan de verificatie nog niet is geëindigd, in afwachting van het resultaat een nationale code voor lopende procedures vermelden (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel A15).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 45: Aanpassing

Dit vak bevat informatie betreffende eventuele aanpassingen die plaatsvinden wanneer tot staving van de aangifte geen DV1 document wordt overgelegd. De eventueel in dit vak vermelde bedragen worden uitgedrukt in Euro.

Vak 46: Statistische waarde

De statistische waarde vermelden in Euro overeenkomstig de communautaire voorschriften terzake.

Voor niet-communautaire goederen is de douanewaarde de basis voor de statistische waarde. Bij het ontbreken van een douanewaarde is de statistische waarde de terzake van de levering betaalde of te betalen prijs vermeerderd met onder andere de vervoer- en verzekeringskosten, echter zonder de verschuldigde rechten bij invoer.

Voor communautaire goederen is het de door de koper ter zake van de levering betaalde of te betalen prijs, eventueel verminderd met de hier te lande betaalde belastingen en met de vracht- en verzekeringskosten hier te lande.

Vak 47: Berekening van de belastingen

De maatstaf van heffing (waarde, gewicht of andere) is de basis voor de berekening van de belastingen. Voor zover van toepassing op elke regel de volgende gegevens vermelden, zo nodig volgens de desbetreffende communautaire- en nationale codes.

  • 1. type belasting (douanerechten, omzetbelasting, enz.) (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A16);

  • 2. maatstaf van heffing (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel T08);

  • 3. heffingsvoet;

  • 4. bedrag van de verschuldigde belasting;

  • 5. gekozen wijze van betaling (WB). (zie codeboek Sagitta, onderdeel invoer, tabel S09);

  • 6. totaal bedrag.

In dit vak slechts in de volgende gevallen de daarbij aangeduide gegevens vermelden:

  • 1. Aangifte waarbij voor de berekening van de rechten bij invoer andere maatstaven dan douanewaarde, brutogewicht of nettogewicht noodzakelijk zijn: (2) maatstaf van heffing, zowel in code als in hoeveelheid.

  • 2. Aangifte voor goederen die zijn onderworpen aan het douanerecht op landbouwproducten of aanvullende rechten waarvoor de aangever als wijze van betaling kiest voor de afboeking op zekerheid gesteld bij productschap:

    • (1) type van belasting;

    • (2) maatstaf van heffing zowel in code als in hoeveelheid;

    • (3) wijze van betaling.

De derde kolom (heffingsvoet) en de vierde kolom (bedrag) en zesde (totaalbedrag) behoeven niet te worden ingevuld. Voor zover deze kolommen wel worden ingevuld, zijn bij foutieve vermelding daaraan geen administratieve of strafrechtelijke gevolgen verbonden.

De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in Euro's.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 49: Identificatie van het entrepot

In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende communautaire code (zie codeboek Sagitta, onderdeel algemeen, tabel A30 voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 54: Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever/vertegenwoordiger

In dit vak plaats en datum van de aangifte vermelden.

Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, wordt op het door het kantoor van invoer bewaarde exemplaar (nr. 6) de originele handtekening van de betrokkene aangebracht, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, de voornaam en de functie van de ondertekenaar.

Deel D. Toelichting bij de te gebruiken Communautaire- en Nationale Codes op de formulieren van het enig document

I. Algemene opmerkingen

Deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op de bijzondere basisvereisten die gelden wanneer formulieren worden gebruikt. Wanneer de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling van EDI berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage behoudens andersluidende bepalingen in de bijlagen 37bis of 37quater.

In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en de lengte van de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:

a (alfabetisch)

n (numeriek)

an (alfanumeriek)

Het na de code vermelde getal geeft de toegestane lengte van het gegeven aan. De twee punten die in sommige gevallen aan de aanduiding van de lengte voorafgaan, betekenen dat het gegeven geen vaste lengte heeft, maar uit maximaal het aangegeven aantal tekens kan bestaan.

Onder ‘uitvoer’, ‘wederuitvoer’, ‘invoer’ en ‘wederinvoer’ worden in deze toelichting eveneens verstaan de verzending, de wederverzending, het binnenbrengen en het opnieuw binnenbrengen van goederen.

De in vak 29 vermelde codes gebruiken.

II. Toelichting op de codes

Vak 1: Aangifte

Eerste deelvak

(a2)

Tweede deelvak

(a1)

Voor tijdelijke opslag wordt de nationale code ‘t’ vermeld.

Derde deelvak

(an..5)

Vak 2: Afzender/exporteur

De landencodes: De communautaire alfabetische codificering van de landen en gebieden is gebaseerd op de ISO alpha 2 (a2) norm, voorzover deze verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht. De rechtsgrondslag van deze codificering is verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad van 22 mei 1995 betreffende de statistieken van het goederenverkeer van de Gemeenschap en haar lidstaten met derde landen (PB L 118 van 25.5.1995). Een geactualiseerde lijst van landencodes wordt op gezette tijden bij verordening van de Commissie bekendgemaakt.

Vak 7: Referentienummer

(an..35)

Dit nummer kan de vorm hebben van het Unique Consignment Reference Number (UCRN)2.

Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger

In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte wordt de code voor de status van de aangever, voorafgaand aan de naam van de aangever, tussen vierkante haken geplaatst, bijvoorbeeld: [1].

Vak 15a: Code land van verzending/uitvoer

Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.

Vak 17a: Code land van bestemming

Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.

Vak 18: Nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek

Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.

Vak 19: Container

De te gebruiken codes (n1) zijn:

0

niet in containers vervoerde goederen.

1

in containers vervoerde goederen.

Vak 21: Nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.

Vak 22: Valuta factuur

De valuta van de factuur wordt door middel van de ISO alpha-3-code muntcode (Code ISO 4217-valuta's en fondsen) aangegeven. Bij het gebruik van het geautomatiseerd systeem Sagitta-Invoer is een beperkte lijst van muntsoorten, volgens het wisselkoersen bestand, van toepassing.

Vak 24: Aard van de transactie

Bij de volgende te gebruiken codes behoren de volgende toelichtingen:

Code 1: (Transacties die gepaard gaan met een feitelijke of voorziene eigendomsoverdracht onder bezwarende titel (financiële of andere tegenprestatie) met uitzondering van de onder de codes 2, 7 en 8 te registreren transacties)

Deze code bestrijkt het grootste deel van de in- en uitvoer, namelijk de transacties waarbij:

  • een eigendomsoverdracht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene plaatsvindt, en

  • een financiële tegenprestatie of een tegenprestatie in natura (ruilhandel) plaatsvindt of zal plaatsvinden.

Opgemerkt zij dat dit ook geldt voor goederenbewegingen tussen eenheden van een zelfde onderneming of groep van ondernemingen en voor bewegingen van en naar distributiecentra, tenzij voor deze transacties geen betaling of tegenprestatie plaatsvindt (in welk geval zij onder code 3 vallen).

Inclusief vervanging tegen betaling van reserveonderdelen of andere goederen.

Inclusief financiële leasing (huurkoop): de huur wordt zodanig berekend dat de waarde van de goederen volledig of bijna volledig wordt gedekt. De risico's en winsten in verband met het bezit van de goederen gaan over op de huurder. Aan het einde van de overeenkomst wordt de huurder de feitelijke eigenaar van de goederen.

Code 2: (Retourzendingen na registratie van de oorspronkelijke transactie onder code 1; gratis vervanging van goederen)

Bij retourzendingen en vervangende goederen die oorspronkelijk met de codes 3 tot en met 9 werden geregistreerd, worden de desbetreffende codes wederom gebruikt.

Code 4 en 5: (Verrichtingen met het oog op loonveredeling, na loonveredeling of reparatie (met uitzondering van de onder code 7 te registreren verrichtingen))

Loonveredeling wordt met code 4 of 5 geregistreerd, ongeacht of deze al dan niet onder douanetoezicht plaatsvindt. Veredeling voor eigen rekening valt niet onder deze codes, maar moet onder code 1 worden ondergebracht.

Reparatie van een goed betekent het herstel van de oorspronkelijke functie ervan. Dit kan reconstructie- en verbeteringswerkzaamheden omvatten.

Met uitzondering van de met code 7 te registreren verrichtingen.

Code 6: (Transacties zonder eigendomsoverdracht, namelijk verhuur, bruikleen, operationele leasing en ander tijdelijk gebruik met uitzondering van loonveredeling en reparaties (levering en retourzending))

Operationele leasing: elke huurovereenkomst met uitzondering van financiële leasing als bedoeld onder code 3.

Deze code heeft betrekking op goederen die worden uitgevoerd/ingevoerd met het oogmerk van wederinvoer of wederuitvoer zonder eigendomsoverdracht.

Code 8: (Levering van bouwmaterialen en bouwmaterieel in het kader van een algemene overeenkomst)

Voor de met code 8 te registreren transacties mogen de goederen niet afzonderlijk worden gefactureerd, maar moeten de werkzaamheden in hun geheel in rekening worden gebracht. Indien dit niet het geval is, worden de transacties met code 1 geregistreerd.

Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze

De voor vak 25 vastgestelde codes gebruiken.

Vak 29: Kantoor van uitgang/binnenkomst

De te gebruiken codes (an8) hebben de volgende structuur:

  • de eerste twee tekens (a2) identificeren het land door middel van de in vak 2 vermelde landencodes.

  • de zes volgende tekens (an6) identificeren het betrokken douanekantoor in dit land. Hiervoor geldt de volgende structuur:

De eerste drie tekens (a3) zijn de UN/LOCODE gevolgd door een nationale alfanumerieke onderverdeling (an3). Indien deze onderverdeling niet wordt gebruikt, dan ‘000’ te vermelden.

Voorbeeld: NLRTM291: NL = ISO 3166 voor Nederland, RTM = UN/LOCODE voor de stad Rotterdam, en 291 voor het betreffende douanekantoor.

Vak 31: Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers – containernummer(s) – aantal en soort

Aard van de colli

(an2)

Te gebruiken code voor verpakkingsmiddelen volgens UN/ECE aanbeveling nr. 21/rev. 4, mei 2002.

Productschapsgoederencode

De productschapsgoederencode is opgenomen in bijlage V van het gebruikstarief.

Vak 33: Goederencode

In te vullen overeenkomstig het gebruikstarief.

Eerste deelvak (8 cijfers)

Wordt het formulier ten behoeve van de regeling communautair douanevervoer gebruikt, dan worden in dit deelvak tenminste de eerste zes cijfers van de goederencode vermeld. Indien de wetgeving van de Gemeenschap dit voorschrijft, wordt de gehele goederen code van het gebruikstarief gebruikt.

Tweede deelvak (2 tekens)

In te vullen overeenkomstig Taric (2 tekens voor de toepassing van specifieke communautaire maatregelen ter vervulling van de formaliteiten op de plaats van bestemming).

Derde deelvak (4 tekens)

In te vullen overeenkomstig Taric (eerste aanvullende code).

Vierde deelvak (4 tekens)

In te vullen overeenkomstig Taric (tweede aanvullende code).

Vijfde deelvak (4 tekens)

De nationale codes vermelden.

De nationale code bestaat uit een code van 2 tekens, zonodig aangevuld met de nationale accijnscode van 2 tekens.

Indien in vak 31 is vermeld ‘scheepsprovisie’ of ‘scheepsbehoeften’, vermelden 9930.24.0000 (indien het betreft uitsluitend of hoofdzakelijk goederen van de hoofdstukken 1–24) of 9930.99.0000 (indien het betreft uitsluitend of hoofdzakelijk goederen van andere hoofdstukken).

Deze goederencodes worden verder niet gebruikt, ook niet bij invoer.

Voor een samenstelling van goederen van diverse soorten waarvoor is toegestaan dat als omschrijving een algemene aanduiding wordt vermeld (zoals ‘Verhuisgoed’, ‘Huwelijksgoederen’), als goederencode vermelden 9990 99 0200.

Bij plaatsing onder het stelsel van douane-entrepot van de typen B en C, de vermelding van de goederencode 9990.99.0200, indien op grond van de vergunning van het douane-entrepot de vermelding van de goederencode niet is vereist.

Vak 34a: Code land van oorsprong

Gebruik de in vak 2 vermelde landencode.

Vak 36: Preferentie

De in dit vak aan te brengen codes zijn driecijfercodes bestaande uit een element van één cijfer gevolgd door een element van twee cijfers.

De Commissie zal in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie op gezette tijden de lijst van combinaties van codes bekendmaken, vergezeld van de nodige voorbeelden en een toelichting.

Vak 37: Regeling

A. Eerste deelvak

De in dit deelvak in te vullen codes zijn viercijfercodes waarvan de eerste twee de gevraagde regeling en de laatste twee de voorafgaande regeling weergeven.

Onder voorafgaande regeling wordt verstaan de regeling waaronder de goederen zich bevonden alvorens onder de gevraagde regeling te worden geplaatst.

Indien de goederen voordien onder een entrepotstelsel of een regeling tijdelijke invoer waren geplaatst of uit een vrije zone herkomstig zijn, wordt de desbetreffende code slechts gebruikt indien de goederen niet onder een economische douaneregeling (actieve/passieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht) waren geplaatst.

Voorbeeld: wederuitvoer van in het kader van de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) ingevoerde en vervolgens onder het stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen = 3151 (en niet 3171) (eerste verrichting = 5100; tweede verrichting = 7151; wederuitvoer = 3151).

Op dezelfde wijze wordt de plaatsing van goederen onder één van de vorengenoemde opschortende regelingen bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer als een gewone invoer onder dat stelsel beschouwd. De wederinvoer wordt pas bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in aanmerking genomen.

Voorbeeld: gelijktijdige aangifte tot verbruik en voor het vrije verkeer van goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling werden uitgevoerd en bij wederinvoer onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst = 6121 (en niet 6171) (eerste verrichting = tijdelijke uitvoer voor passieve veredeling = 2100; tweede verrichting = plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots = 7121; derde verrichting = aangifte tot verbruik + in het vrije verkeer brengen = 6121).

De met de letter (a) aangemerkte codes (54 en 92) mogen niet worden gebruikt als eerste element van de code die de regeling aangeeft, doch verwijzen naar de voorafgaande regeling.

Bijvoorbeeld: 4054 = aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen die voordien in een andere lidstaat onder de regeling AV – schorsingssysteem waren geplaatst.

Deze basiselementen worden twee per twee tot een viercijfercode gecombineerd.

Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en voorbeelden gegeven:

Let op: De codes uit de serie 0 hebben uitsluitend betrekking op de betaling van communautaire middelen (vrij verkeer brengen) en niet de nationale middelen zoals omzetbelasting en accijns.

Code 01: (In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG van de Raad (PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1) van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is. In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en landen waarmee deze een douane-unie heeft opgericht)

Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen die in Nederland in het vrije verkeer worden gebracht en verder worden vervoerd met bijvoorbeeld de bestemming de Kanaaleilanden.

Code 02: (Goederen die in het vrije verkeer worden gebracht teneinde onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) te worden geplaatst)

Toelichting: Actieve veredeling (terugbetalingssysteem) overeenkomstig artikel 114, lid 1, onder b), van het CDW.

Code 07: (In het vrije verkeer brengen en gelijktijdige plaatsing onder een andere entrepotregeling dan een douane-entrepotregeling)

Toelichting: Deze code wordt gebruikt bij het uitsluitend in het vrije verkeer brengen van goederen waarvoor de omzetbelasting, en in voorkomend geval, de accijns niet is voldaan.

Voorbeelden: Ingevoerde machines worden in het vrije verkeer gebracht zonder dat de omzetbelasting is voldaan. Tijdens het verblijf van de goederen in een belastingentrepot of – fiscaal goedgekeurde ruimte is de omzetbelasting geschorst.

Ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht zonder dat de omzetbelasting en de accijnzen worden voldaan. Tijdens het verblijf in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte zijn de omzetbelasting en de accijnzen geschorst.

Code 10: Definitieve uitvoer

Voorbeeld: Normale uitvoer van communautaire goederen naar een derde land, alsmede uitvoer/verzending van communautaire goederen naar delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG (PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1) niet van toepassing is.

Code 11: (Uitvoer van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten in het kader van de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) voordat de invoergoederen onder de regeling worden geplaatst)

Toelichting: Voorafgaande uitvoer (EX-IM) overeenkomstig artikel 115, lid 1, onder b) van het CDW.

Voorbeeld: Uitvoer van sigaretten vervaardigd van tabaksbladeren die de status hebben van communautaire goederen, alvorens uit derde landen herkomstige tabaksbladeren onder de regeling actieve veredeling worden geplaatst.

Code 21: (Tijdelijke uitvoer in het kader van de regeling passieve veredeling)

Toelichting: Regeling passieve veredeling overeenkomstig de artikelen 145 tot 160 van het CDW. Zie eveneens code 22.

Code 22: (Tijdelijke uitvoer andere dan bedoeld onder code 21)

Voorbeeld: Gelijktijdige toepassing van de regelingen passieve veredeling en economische passieve veredeling voor textielproducten (Verordening nr. 3036/94 van de Raad).

Code 23: (Tijdelijke uitvoer met het oog op latere terugkeer in ongewijzigde staat)

Voorbeeld: Tijdelijke uitvoer van voorwerpen voor tentoonstellingen, monsters, materieel voor beroepsdoeleinden enz.

Code 31: (Wederuitvoer)

Toelichting: Wederuitvoer van niet-communautaire goederen volgende op een opschortende economische douaneregeling.

Voorbeeld: Aangifte van goederen tot opslag in douane-entrepot gevolgd door aangifte tot wederuitvoer.

Code 40: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen die niet met vrijstelling van omzetbelasting worden geleverd)

Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen waarvoor naast de rechten bij invoer ook de omzetbelasting direct of met gebruikmaking van de verleggingsregeling van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt betaald.

Code 41: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatste goederen)

Voorbeeld: Regeling actieve veredeling met betaling van douanerechten en nationale heffingen bij invoer zoals omzetbelasting en accijns.

Code 42: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen met vrijstelling van omzetbelasting voor levering in een andere lidstaat)

Voorbeeld: Invoer met vrijstelling van omzetbelasting voor goederen die zijn bestemd voor een ondernemer in een andere lidstaat op grond van artikel 21 letter d van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Code 43: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen krachtens bijzondere maatregelen in verband met de invordering van bepaalde bedragen die gedurende een overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten van toepassing zijn)

Voorbeeld: In het vrije verkeer brengen van landbouwproducten in het kader van de toepassing, gedurende een specifieke overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten, van een tussen de nieuwe lidstaten en de rest van de Gemeenschap toepasselijke bijzondere douaneregeling of bijzondere maatregelen van het type dat destijds ten aanzien van Spanje en Portugal van kracht was.

Code 45: (Aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik met vrijstelling van, hetzij omzetbelasting, hetzij accijnzen, en plaatsing onder een fiscale entrepotregeling)

Toelichting: Vrijstelling van omzetbelasting of accijnzen bij de plaatsing van goederen onder een fiscale entrepotregeling.

Voorbeelden: Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht en de omzetbelasting wordt betaald. Tijdens het verblijf van de goederen in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is de accijns geschorst.

Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht en de accijns wordt betaald. Tijdens het verblijf in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is de omzetbelasting geschorst.

Code 48: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van vervangingsproducten in het kader van de regeling passieve veredeling, voorafgaand aan de uitvoer van tijdelijk uit te voeren goederen)

Toelichting: Regeling equivalentieverkeer (IM-EX), voorafgaande invoer overeenkomstig artikel 154, lid 4, van het CDW.

Code 49: (Aangifte tot verbruik van communautaire goederen in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in het kader van het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar de genoemde richtlijn niet van toepassing is)

Toelichting: Invoer met aangifte tot verbruik van goederen herkomstig uit delen van de EU waar de Richtlijn 77/388/EG (omzetbelasting) niet van toepassing is. Aanwijzingen betreffende het gebruik van het Enig document zijn in artikel 206 TVo.CDW opgenomen.

Voorbeelden: Goederen van herkomst uit Martinique die in België tot verbruik worden aangegeven.

Goederen van herkomst uit Turkije die in Duitsland tot verbruik worden aangegeven.

Code 51: (Plaatsing onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem))

Toelichting: Actieve veredeling (schorsingssysteem) overeenkomstig artikel 114, lid 1, onder a), en lid 2, onder a), van het CDW.

Code 53: (Invoer in het kader van de regeling tijdelijke invoer)

Voorbeeld: Tijdelijke invoer, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling.

Code 54: (Actieve veredeling (schorsingssysteem) in een ander lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije verkeer zijn gebracht). (a))

Toelichting: Deze code dient ter registratie van de transactie in de statistiek van de intracommunautaire handel.

Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen worden in België voor de regeling actieve veredeling aangegeven (5100). Na actieve veredeling worden zij naar Duitsland verzonden teneinde aldaar in het vrije verkeer te worden gebracht (4054) of aanvullende veredelingshandelingen te ondergaan (5154).

Code 61: (Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik en aangifte voor het vrije verkeer van goederen die niet met vrijstelling van BTW worden geleverd)

Voorbeeld: Wederinvoer na passieve veredeling of tijdelijke uitvoer waarvoor naast de eventueel verschuldigde rechten bij invoer, ook de omzetbelasting direct of met gebruikmaking van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt betaald.

Code 63: ( Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik voor het vrije verkeer van goederen met vrijstelling van omzetbelasting die in een andere lidstaat worden geleverd)

Voorbeeld: Wederinvoer na passieve veredeling of tijdelijke invoer met vrijstelling van omzetbelasting voor goederen die zijn bestemd voor een ondernemer in een andere lidstaat op grond van artikel 21 letter d van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Code 68 : (Wederinvoer met gelijktijdige partiële aangifte tot verbruik en aangifte voor het vrije verkeer en plaatsing onder een entrepotregeling andere dan het stelsel van douane-entrepots)

Voorbeeld: Verwerkte alcoholische dranken die wederingevoerd worden en in een accijnsentrepot worden opgeslagen.

Code 71: (Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots)

Toelichting: Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots. Dit vormt geen beletsel voor de gelijktijdige opslag in, bijvoorbeeld, een accijns- of omzetbelastingentrepot.

Code 76: (Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots of in een vrije zone met voorfinanciering van producten of goederen die bestemd zijn om in ongewijzigde staat wederuitgevoerd te worden)

Voorbeeld: Opslag van voor uitvoer bestemde goederen met voorfinanciering (artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten (PB L 62 van 7.3.1980, blz. 5)).

Code 77: (Opslag in douane-entrepot, vrije zone of vrij entrepot met voorfinanciering van verwerkte producten of goederen die bestemd zijn om na behandeling te worden uitgevoerd)

Voorbeeld: Opslag van voor uitvoer bestemde verwerkte producten en uit basisproducten verkregen goederen met voorfinanciering (artikel 4, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 565/80)).

Code 92: (Behandeling onder douanetoezicht in een andere lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije verkeer zijn gebracht)(a))

Toelichting: Deze code dient voor de registratie van de transactie in de statistiek van de intracommunautaire handel.

Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen ondergaan in België een behandeling onder douanetoezicht (9100), waarna zij naar Duitsland worden verzonden teneinde aldaar in het vrije verkeer te worden gebracht (4092) of een aanvullende behandeling te ondergaan (9192).

B. Tweede deelvak

1. Wanneer in dit vak een communautaire regeling wordt vermeld, dan wordt een communautaire code bestaande uit een letterteken gevolgd door twee alfanumerieke tekens gebruikt, waarbij het eerste teken een van de volgende categorieën maatregelen aangeeft:

Actieve veredeling

Axx

Passieve veredeling

Bxx

Vrijstellingen

Cxx

Tijdelijke invoer

Dxx

Landbouwproducten

Exx

Diverse

Fxx

2. Nationale codes bestaan uit een numeriek teken gevolgd door twee (alfa)numerieke tekens.

Vrijstelling douaneregeling:

001–099

Aanvullingen onderdeel vrijstellingen (c):

100–199

Aanvullingen onderdeel actieve veredeling (a):

200–299

Aanvullingen onderdeel passieve veredeling (b):

300–399

Aanvullingen onderdeel tijdelijke invoer (d):

400–499

Aanvullingen onderdeel landbouwproducten (e):

500–599

Aanvullingen onderdeel diverse (f):

600–699

Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en voorbeelden gegeven:

Gevraagde regeling 01

Voorafgaande regeling 00

Verbijzondering regeling E02

Combinatie code 0100E02

Omschrijving: In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdig wederverzending naar bijvoorbeeld de Kanaaleilanden voor groenten en fruitproducten met toepassing van de forfaitaire invoerwaarde. Er is geen voorafgaande regeling van toepassing.

Gevraagde regeling 40

Voorafgaande regeling 41

Verbijzondering regeling F43

Combinatie code 4041F43

Omschrijving: In het vrije verkeer brengen en tot verbruik aangeven van goederen die ter beëindiging van de onder de regeling actieve veredeling terugbetaling geplaatste goederen met het oog op wederuitvoer in een douane-entrepot (art 128, lid 1, 2e gedachtestreepje CDW) waren geplaatst waarbij geen compenserende rente is verschuldigd (artikel 519, lid 4, TVo.CDW).

Gevraagde regeling 63

Voorafgaande regeling 21

Verbijzondering regeling B02

Combinatie code 6321B02

Omschrijving: Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik voor het vrije verkeer van goederen met vrijstelling van omzetbelasting die in een andere lidstaat worden geleverd na passieve veredeling, (eventueel met tussentijds entrepotopslag voorafgaande aan de wederinvoer) bij wijze van herstelling onder garantie, van terugkerende veredelingsproducten.

Gevraagde regeling 53

Voorafgaande regeling 71

Verbijzondering regeling D51

Combinatie code 5371D51

Omschrijving: Invoer in het kader van de regeling tijdelijke invoer na douane-entrepot opslag. Het betreft hier tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van artikel 142 CDW. De wettelijke bepalingen inzake de omzetbelasting voorzien niet in een vrijstelling waardoor de omzetbelasting is verschuldigd.

Gevraagde regeling 11

Voorafgaande regeling 00

Verbijzondering regeling ---

Combinatie code 1100

Omschrijving: Voorafgaande uitvoer bij actieve verdeling. Er is geen voorafgaande regeling en verbijzondering van de regeling van toepassing.

Gevraagde regeling 21

Voorafgaande regeling 51

Verbijzondering regeling B51

Combinatie code 2151B51

Omschrijving: Goederen die onder de regeling passieve veredeling worden uitgevoerd die zich op dat moment bevinden onder de regeling actieve veredeling schorsing. De goederen worden in het kader van herstelling onder de regeling passieve veredeling geplaatst.

Vak 40: Summiere aangifte/voorafgaand document

De in dit vak te vermelden codes zijn alfanumeriek (an..31) Elke code bestaat uit drie verschillende elementen die van elkaar worden gescheiden door een (-).

Het eerste element (a1), dat uit drie verschillende letters bestaat, dient om een onderscheid te maken tussen de drie soorten aangiften.

Het tweede element (an..3), bestaande uit cijfers of letters of een combinatie van cijfers en letters, geeft de aard van het document aan.

In tabel A28 komt onder meer de code ‘CLE’ voor die betekent ‘Datum en kenmerk van inschrijving van de goederen in de administratie’ (artikel 76, lid 1, onder c van het CDW). De datum wordt als volgt gecodeerd: jjjjmmdd.

Het derde element (an..25) bevat de identificatie van het document, hetzij het identificatienummer (bestaande uit het voorafgaand artikelnummer (an..4), indien van toepassing, en het nummer van het document (an..21)), hetzij een ander kenmerk.

Voorbeelden:

  • Het voorafgaande document is een document voor douanevervoer T1 en het door het kantoor van bestemming toegekende nummer is ‘238544’. De code is dan ‘Z-821-238544’. (‘Z’ voor het voorafgaand document, ‘821’ voor de regeling douanevervoer en ‘238544’ voor het registratienummer van het document (of MRN voor NCTS-transacties).

  • Een goederenmanifest met het nummer ‘2222’ wordt als summiere aangifte gebruikt. De code is dan ‘X-785-2222’. (‘X’ voor de summiere aangifte, ‘785’ voor het goederenmanifest en ‘2222’ voor het identificatienummer van het goederenmanifest).

  • De goederen zijn op 14 februari 2002 in de administratie ingeschreven. De code is dan: ‘Y-CLE-20020214-5’ (‘Y’ om aan te geven dat er een oorspronkelijke aangifte is, ‘CLE’ voor ‘inschrijving in de administratie’, ‘20020214’ voor de datum van registratie, dat wil zeggen het jaar ‘2002’, de maand ‘02’ en de dag ‘14’, en ‘5’ voor de referentie van de inschrijving.

Indien het voorafgaand document op basis van het Enig document is opgesteld, bestaat de afkorting van het document uit de voor vak 1, eerste deelvak, voorgeschreven codes. (IM, EX, CO en EU).

Vak 44: Bijzondere vermeldingen/voorgelegde stukken/certificaten en vergunningen

1. Bijzondere vermeldingen

De bijzondere vermeldingen op douanegebied worden gecodeerd door middel van een code van vijf cijfers. Deze code wordt na de betrokken vermelding ingevuld, tenzij de communautaire wetgeving voorschrijft dat deze code de tekst vervangt.

De codes voor bijzondere communautaire vermeldingen zijn als volgt ingedeeld:

Algemene categorie

Code 0xxxx

Bij invoer

Code 1xxxx

Bij uitvoer

Code 3xxxx

Voorbeeld: Bij de vereenvoudigde aangifte ten uitvoer moet het exemplaar 3 van de vermelding ‘vereenvoudigde uitvoer’ zijn voorzien (artikel 280, lid 3). In dit geval wordt in vak 44: ‘Vereenvoudigde uitvoer – 30100’ ingevuld.

De communautaire wetgeving schrijft voor dat in andere vakken dan vak 44 bepaalde bijzondere vermeldingen moeten worden aangebracht. Deze worden evenwel volgens dezelfde regels gecodificeerd als de vermeldingen die specifiek in vak 44 moeten worden aangebracht. Wanneer in de communautaire wetgeving niet is bepaald in welke vakken een vermelding dient voor te komen, dient deze eveneens in vak 44 te worden aangebracht.

De codes voor bijzondere nationale vermeldingen zijn als volgt ingedeeld:

Bij invoer

Code: 90xxx

Bij uitvoer

Code: 95xxx

Algemene categorie

Code: 97xxx

2. Overgelegde documenten, certificaten en vergunningen

a. De tot staving van de aangifte overgelegde documenten, certificaten en communautaire of internationale vergunningen worden opgegeven door middel van een code bestaande uit 4 alfanumerieke tekens gevolgd door, hetzij een identificatienummer, hetzij een ander kenmerk. De lijst van documenten, certificaten en vergunningen en de overeenkomstige codes zijn in de TARIC-databank opgenomen. Deze lijst is beschikbaar via de Internet website van de douane: www.douane.nl/taric-nl.

Omschrijving

1e positie

Verschillende types van echtheidcertificaten

A

Andere certificaten/documenten dan bedoeld onder de andere categorieën hiervoor en hierna.

C

Antidumping documenten

D

Exportcertificaten/documenten afgegeven door een derde land

E

Handilooms certificaten

H

Surveillance certificaten/documenten

I

Invoercertificaten/documenten

L

Codes door Verenigde Naties vastgesteld voor verschillende documenten/certificaten in het Enig Document

N

Oorsprongscertificaten met bijzondere vermeldingen

U

Exportcertificaten/documenten afgegeven door een lidstaat

X

b. De tot staving van de aangifte overgelegde nationale documenten, certificaten en vergunningen worden vermeld in de vorm van een code bestaande uit een numeriek teken gevolgd door 3 alfanumerieke tekens (bijvoorbeeld 2123, 34d5…), eventueel gevolgd door, hetzij een identificatienummer, hetzij een ander kenmerk.

Omschrijving

1e positie

Bescheid t.b.v. invoer

0

Fictieve bescheiden voor in- en uitvoer

1

Bescheid t.b.v. invoer

2

Bescheid t.b.v. uitvoer

8

Bescheid t.b.v. in- en uitvoer

9

Vak 46: Statistische waarde

Bij plaatsing onder het stelsel van douane-entrepot van de typen B en C, de vermelding van de waarde van ‘1’ indien op grond van de vergunning van het douane-entrepot de vermelding van de statistische waarde niet is vereist.

Vak 47 (1) Type belasting

Type belasting (middelcode)

De communautair vastgestelde codes (an3) bestaan uit 1 letter (1e positie) plus 2 twee tekens (2e en 3e positie).

1e positie

 

Omschrijving

Communautaire rechten bij invoer

A

Omzetbelasting

B

Communautaire rechten bij uitvoer

C

Communautaire renten

D

Voor andere lidstaten geheven rechten

E

De nationaal vastgestelde codes (an3) bestaan uit 1 cijfer (1e positie) plus 2 twee tekens (2e en 3e positie).

1e positie

 

Omschrijving

Nationale rechten m.b.t. aangiften

0

Vak 49: Identificatie van het entrepot

De te vermelden code bestaat uit drie elementen en heeft de volgende structuur:

  • een letter ter aanduiding van het soort entrepot (a1):

  • de letter die het type entrepot (B, C, D en E) aangeeft volgens de omschrijving in artikel 525 TVo.CDW.

  • Voor andere dan de in artikel 525 vermelde entrepots het volgende vermelden:

    • a:. voor een entrepot dat geen douane-entrepot is: Y (waaronder bijvoorbeeld het bevoorradingsdepot of een accijnsgoederenplaats);

    • b:. voor een vrije zone of een vrij entrepot: Z.

  • het door de lidstaat bij de afgifte van de vergunning toegekende identificatienummer. (an..20).

  • de landencode van de lidstaat die de vergunning heeft afgegeven, zoals vermeld in vak 2 (a2).

Vak 51: Voorziene kantoren van doorgang (en land)

De in vak 29 vermelde codes gebruiken.

Vak 52: Zekerheid

Vermelding van landen in de rubriek ‘niet geldig voor’:

De in vak 2 vermelde landencodes gebruiken.

Vak 53: Kantoor van bestemming (en land)

De in vak 29 vermelde codes gebruiken.

III. Overzicht van de te gebruiken tabellen

Vak

Rubrieknaam

Tabel

Codeboek Sagitta/Opmerking

1a

Aangiftesymbool

A03

invoer

   

A03

uitvoer

1b

Aangiftetype

A04

invoer

   

A04

uitvoer

1c

Douanestatus

031

algemeen

2

Afzender/Exporteur ‘landcode NL’

S01

algemeen

 

Afzender/Exporteur ‘code diverse’

A12

uitvoer1

3

Formulieren

nvt

 

4

Ladingslijsten

nvt

 

5

Artikelen

nvt

 

6

Totaal aantal colli

nvt

 

7

Referentienummer

nvt

 

8

Geadresseerde ‘landcode NL’

S01

algemeen

 

Geadresseerde ‘code diverse’

A12

invoer1

   

A12

uitvoer1

9

Financieel verantwoordelijke ‘vertegenwoordigde landcode NL’

S01

algemeen

14

Aangever/vertegenwoordiger ‘status vertegenwoordiging’

A81

algemeen

 

Aangever/vertegenwoordiger ‘landcode NL’

S01

algemeen

 

Aangever/vertegenwoordiger ‘code exp-afzender’

A12

uitvoer1

 

Aangever/vertegenwoordiger ‘code geadresseerde’

A12

invoer1

 

Aangever/vertegenwoordiger ‘betaling door’

A84

algemeen

 

Aangever/vertegenwoordiger ‘wijze zekerheidstelling’

S09

invoer

15a

Land van Verzending/Uitvoer

S01

algemeen

17a

Land van Bestemming

S01

algemeen

18a

Identiteit vervoermiddel bij vertrek/aankomst

nvt

 

18b

Nationaliteit vervoermiddel bij vertrek/aankomst

S01

algemeen

19

Container (indicatie)

nvt