Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, startbekostiging nieuwe school VO en samenvoeging

Geldend van 17-09-2015 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juli 2008, nr. VO/F/2008/7282, houdende het vaststellen aan de aanvullende bekostiging voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak en de startbekostiging en aanvullende bekostiging van een nieuwe school in het voortgezet onderwijs (Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging en start- en aanvullende bekostiging nieuwe school VO)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 85a, eerste lid, en artikel 89, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Hoofdstuk I. Aanvullende bekostiging nevenvestiging met spreidingsnoodzaak

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1 De Minister verstrekt, ter uitvoering van artikel III, achtste lid, van de Wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen, aan het bevoegd gezag van een school per kalenderjaar aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten ten behoeve van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak die is gevormd voor 1 augustus 2008.

  • 2 Er is sprake van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak indien:

    • a. de nevenvestiging hemelsbreed 10 kilometer of meer is verwijderd van een vestiging van een school waaraan hetzelfde verlangd onderwijs en dezelfde schoolsoort wordt aangeboden, en

    • b. aan de nevenvestiging van een school voor praktijkonderwijs 80 leerlingen, bij overige scholen 120 leerlingen of meer ingeschreven staan op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft.

  • 3 De aanvullende bekostiging als bedoeld in het eerste lid wordt niet meer verstrekt indien het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft voor het praktijkonderwijs minder dan 80 leerlingen, bij de overige scholen minder dan 120 leerlingen bedraagt. Het recht herleeft indien er weer wordt voldaan aan het vereiste aantal leerlingen.

  • 4 Op of na 1 augustus 2008 gevormde nevenvestigingen vallen niet meer binnen de begripsbepaling van nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak en komen niet in aanmerking voor de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging.

Artikel 3. Bedrag aanvullende bekostiging

De aanvullende bekostiging bedraagt per nevenvestiging:

  • a. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast onderwijsondersteunend personeel;

  • b. éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast voor directiepersoneel van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort; en

  • c. éénmaal aanvullende exploitatiekosten.

Artikel 4. Betaling

De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele en materiële bekostiging.

Hoofdstuk II. Startbekostiging en aanvullende bekostiging nieuwe scholen voortgezet onderwijs

Artikel 5. Startbekostiging nieuwe school

  • 1 Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0) ontvangt een nieuwe school éénmalig, zoals aangegeven in de tabel, opgenomen in het vijfde lid, een personele bekostiging waarvan de hoogte afhankelijk is van de soort school.

  • 2 Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus van het schooljaar t (jaar 0), ontvangt een nieuwe school éénmalig vier maanden exploitatiekosten op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. Voor de berekening van deze bekostiging worden de normbedragen per leerling voor de leerjaren 1 en 2 van de Regeling loon- en prijsbijstelling en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs gehanteerd. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt definitief vastgesteld in december van het eerste schooljaar op basis van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober.

  • 3 De startbekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de Minister.

  • 4 De in het derde lid vermelde prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. Het bevoegd gezag van de school ontvangt van de Minister een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld.

  • 5 Tabel met de bedragen voor de personele bekostiging van de desbetreffende schoolsoort in euro’s (prijspeil 1-1-2008). Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

    Schoolsoort

    Directie

    Onderwijs-

    ondersteunend

    personeel (oop)

    Totaal

    A. Categoriale mavo en praktijkonderwijs

    12.436,30

    6.509,39

    18.945,69

    B. Categoriaal, vwo, havo en scholengemeenschap vwo/havo

    14.842,82

    6.509,39

    21.352,21

    C. Categoriaal vbo en scholengemeenschap

    mavo/vbo

    18.654,44

    9.764,09

    28.418,53

    D. Scholengemeenschap havo/mavo evt. met vwo

    29.368,77

    13.018,78

    42.387,55

    E. Scholengemeenschap mavo/havo/vbo evt. met vwo

    35.659,77

    16.273,48

    51.933,25

Artikel 6. Aanvullende bekostiging nieuwe school eerste schooljaar

  • 1 Een nieuwe school ontvangt personele en materiële bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar op basis van de prognose van het aantal leerlingen per 1 oktober volgend op de feitelijke start per 1 augustus van het eerste schooljaar t (jaar 0). De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt definitief vastgesteld in december van het eerste schooljaar op basis van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober.

  • 2 In het eerste schooljaar wordt éénmalig een aanvullende bekostiging verstrekt ten bedrage van éénmaal de landelijke gemiddelde personeelslast die op 1 augustus van dat schooljaar geldt voor leraren van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort. Deze aanvullende bekostiging wordt, middels een beschikking van de Minister, in een keer in de maand augustus van het eerste schooljaar uitbetaald.

Artikel 7. Aanvullende bekostiging nieuwe school in tweede en volgende schooljaar

  • 1 Het bevoegd gezag van de nieuwe school kan op grond van artikel 85a, tweede lid van de W.V.O., een aanvraag indienen voor een aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei.

    2.De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van jaar t-1.

  • 3 De aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. De uitkomst wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32% omdat de bekostiging betrekking heeft op de laatste vijf maanden van het kalenderjaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt definitief vastgesteld in december van het lopende schooljaar op basis van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober.

  • 4 De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of volgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is (tot en met het examen vmbo, havo, vwo, afhankelijk van de toegestane schoolsoorten in het kader van de voorzieningenplanning). Op het moment dat de school volgroeid is (examenjaar gevuld) vervalt deze uitzonderingspositie.

  • 5 De aanvraag wordt bij de Minister ingediend en gehonoreerd afhankelijk van een beoordeling van de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school aan de hand van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar. De financiële positie wordt vastgesteld aan de hand van de gebruikelijke kengetallen, zoals weerstandsvermogen, liquiditeit etc.

Hoofdstuk IIa. Aanvullende bekostiging bij samenvoeging van scholen en van scholengemeenschappen

Artikel 7a. Aanvullende bekostiging voor samenvoeging van scholen en van scholengemeenschappen

  • 1 Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap, die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen, ontvangt het eerste kalenderjaar na de samenvoeging aanvullende bekostiging voor personeelskosten, berekend op grond van het derde lid, en aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten, berekend op grond van het vierde lid.

  • 2 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de gemiddelde personeelslast, de hoogte van de aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de bekostiging voor exploitatiekosten.

  • 5 In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven – een scholengemeenschap splitst waarbij alle delen van die scholengemeenschap fuseren met een andere school- is de aanvullende bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan Zp+Zm, waarin:

    Zp = de bekostiging voor personeelskosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 84, derde lid, jo. artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden, en

    Zm = de bekostiging voor exploitatiekosten van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 86, derde lid, onderdeel a en b, van de Wet op het voortgezet onderwijs in het kalenderjaar na de opheffing, wanneer de opheffing niet zou hebben plaatsgevonden.

  • 6 De aanvullende bekostiging wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid.

  • 7 De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging.

  • 8 De betaling van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten en exploitatiekosten vindt plaats in twee bedragen per jaar die beide worden uitbetaald voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2013 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste en tweede kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016. Voor scholen of scholengemeenschappen die per 1 augustus 2014 zijn ontstaan uit samenvoeging en die op grond van dit artikel in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging, vindt de betaling voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging plaats voor 1 april 2016.

Hoofdstuk III. Verplichtingen ontvanger aanvullende bekostiging

Artikel 8. Verantwoording aanvullende bekostiging

  • 1 De aanvullende bekostiging nevenvestiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak. De startbekostiging en aanvullende bekostiging nieuwe school wordt verstrekt als tegemoetkoming in uitgaven die zijn verbonden aan het starten van een nieuwe school. De aanvullende bekostiging bij samenvoeging van scholen of van scholengemeenschappen wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven voor een samenvoeging.

  • 2 Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

  • 3 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze aanvullende bekostiging.

Hoofdstuk IV. Wijziging en intrekken andere regelingen

Artikel 9. Wijziging Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008

[Red: Wijzigt de Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008]

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Artikel 11. Inwerkingtreding

Indien het bij koninklijke boodschap van 14 december 2007 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Kamerstukken II 2007/08, 31 310, nr. 2) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, startbekostiging nieuwe school VO en samenvoeging.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart