Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart[Regeling vervallen per 01-07-2012.]

Geldend van 01-01-2011 t/m 30-06-2012

Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot subsidies voor innovaties in de binnenvaart (Tijdelijke subsidieregeling innovatie Binnenvaart)

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, onderdeel c, 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2012]

In deze regeling wordt verstaan onder:

adviescommissie: adviescommissie innovatie binnenvaart, bedoeld in artikel 9;

binnenvaartonderneming: onderneming, waarvan de hoofdactiviteiten bestaan uit het transport van goederen of personen over binnenwateren of het verlenen van diensten in het logistieke proces waarbij de binnenvaart een overwegende rol speelt;

groot project: project waarvan de subsidiabele kosten € 100.000 of meer bedragen;

Innovatieraad Binnenvaart: door het bedrijfsleven ingesteld college van deskundigen uit de binnenvaartsector ten behoeve van het stimuleren van de innovatie in de binnenvaart, dat tevens een adviesrol heeft als bedoeld in artikel 13 tweede lid;

kennisinstelling:

  • 1°. een in onderdeel a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

  • 2°. een andere dan in de onder 1° bedoelde onderzoeksinstelling die geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid is gefinancierd en die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis;

  • 3°. een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs;

  • 4°. een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis;

klein project: project waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 100.000 bedragen;

Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;

penvoerder: door de in een samenwerkingsverband verenigde partijen aangewezen rechtspersoon die namens dit samenwerkingsverband optreedt;

project: een samenhangend geheel van activiteiten dat een bijdrage levert aan innovaties op het terrein van de binnenvaart en valt binnen de in artikel 2, eerste lid, bedoelde thema’s;

samenwerkingsverband: samenwerkingsverband bestaande uit ten minste een binnenvaartonderneming en een of meer andere ondernemingen of een of meer kennisinstellingen, waarbij het financiële aandeel van de binnenvaartonderneming(en) ten minste gelijk is aan het aandeel van de overige deelnemers in het samenwerkingsverband;

verordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschap van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEG L 379/5).

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister kan op aanvraag subsidie verlenen aan een binnenvaartonderneming of aan een penvoerder ten behoeve van zijn samenwerkingsverband voor een project dat valt binnen de thema’s:

    • a. logistiek en nieuwe markten;

    • b. overslagtechnieken;

    • c. vermindering van luchtemissies en brandstofgebruik;

    • d. scheepstechniek;

    • e. ICT en informatiestromen;

    • f. onderwijs;

    • g. security.

  • 2 Voor subsidie komen in aanmerking de volgende typen projecten:

    • a. haalbaarheidsprojecten gericht op industrieel onderzoek, waaronder wordt verstaan het tot stand brengen van een rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor het uitvoeren van industrieel onderzoek;

    • b. industriële onderzoeksprojecten, waaronder wordt verstaan een samenhangend geheel van onderzoeksactiviteiten gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren;

    • c. haalbaarheidsprojecten gericht op experimentele ontwikkeling, waaronder wordt verstaan het tot stand brengen van een rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden voor experimentele ontwikkeling;

    • d. experimentele ontwikkelingsprojecten, waaronder wordt verstaan een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke of andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, voor zover deze activiteiten geen routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, procédés of diensten behelzen, ook als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;

    • e. demonstratieprojecten, waaronder wordt verstaan activiteiten die tot doel hebben om voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen, technieken of logistieke concepten, dan wel toepassingen daarvan, ten behoeve van de binnenvaart te demonstreren en die een technisch of economisch risico inhouden.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2012]

Subsidie wordt slechts verstrekt, indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de-minimissteun als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 van de verordening.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2012]

Indien ter zake van een project reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat op grond van deze regeling zou worden verleend.

§ 2. Subsidiebedrag [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister stelt jaarlijks de subsidieplafonds voor kleine en voor grote projecten vast en maakt dit bekend in de Staatscourant.

  • 2 Indien het subsidieplafond voor grote projecten nog niet is bereikt na het verstrijken van de in artikel 12 bedoelde periode van het jaar waarvoor dat plafond geldt, kan de Minister het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor kleine projecten.

  • 3 Indien het subsidieplafond voor kleine projecten nog niet is bereikt op 1 november van het jaar waarvoor dat plafond geldt, kan de Minister het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor grote projecten.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Subsidiabele projectkosten zijn uitsluitend:

    • a. de volgende na indiening van de subsidieaanvraag gemaakte rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten:

      • 1°. loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon volgens de verzamelloonstaat, ingevolge artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, te delen door 1650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten. In geval van een deeltijds dienstverband wordt het uurloon op voornoemde wijze berekend na omrekening van het brutoloon naar een voltijds dienstverband;

      • 2°. kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

      • 3°. afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de contante waarde van de gedurende de projectperiode betaalde leasetermijnen naar rato van het gebruik van de machines en apparatuur voor het project onder aftrek van de in de leasetermijnen begrepen vergoedingen voor financiering en afschrijving;

      • 4°. huurkosten van machines, apparatuur en schepen naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode. Voor het totaal van de huurkosten van schepen geldt een maximum van € 50.000;

      • 5°. afschrijvingskosten van een schip gedurende verletdagen berekend volgens de voor dat schip bedrijfseconomisch aanvaardbare principes uitgaande van historische kosten en onderbouwd door middel van een accountantsverklaring met een maximum van € 50.000;

      • 6°. naar het oordeel van de Minister relevante kosten van door derden verleende diensten;

    • b. een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de in onderdeel a, onder 1°, bedoelde loonkosten.

  • 2 De subsidieaanvrager kan bij de subsidieaanvraag een verzoek indienen om de berekening van de loonkosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, te mogen vervangen door een in zijn organisatie gebruikelijke, controleerbare methodiek. Dat verzoek gaat vergezeld van het gebruikte kostenmodel, de berekeningswijze daarvan en een goedkeurende accountantsverklaring.

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2012]

De subsidie bedraagt ten hoogste:

  • a. voor een haalbaarheidsproject gericht op industrieel onderzoek, als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 65 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6;

  • b. voor een industrieel onderzoeksproject, als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 50 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6;

  • c. voor een haalbaarheidsproject gericht op experimentele ontwikkeling, als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 50 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6;

  • d. voor een experimenteel ontwikkelingsproject, als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 40 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6;

  • e. voor een project dat bestaat uit zowel industrieel onderzoek als experimentele ontwikkeling, als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 45 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6;

  • f. voor een demonstratieproject als bedoeld in artikel 2, tweede lid: 30 procent van de subsidiabele projectkosten als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2012]

De in artikel 7, onder a en c, genoemde percentages kunnen worden verhoogd met maximaal 10 procentpunten, onderscheidenlijk kunnen de in artikel 7, onder b, d, e en f, genoemde percentages worden verhoogd met maximaal 15 procentpunten, indien de aanvrager een MKB-onderneming is als bedoeld in verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10).

§ 3. Adviescommissie innovatie binnenvaart [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Er is een adviescommissie innovatie binnenvaart, die adviseert over de aanvragen voor subsidieverlening voor grote projecten.

  • 2 De adviescommissie bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter, die deskundig zijn op het terrein van de binnenvaart en die niet werkzaam zijn bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

  • 3 De leden, van wie één voorgedragen door het bestuur van het Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart, worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste vier jaren benoemd. De leden zijn een keer herbenoembaar.

  • 4 De leden van de adviescommissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag.

  • 5 De adviescommissie stelt een reglement van orde op dat instemming van de Minister behoeft.

  • 6 De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen.

  • 7 De adviescommissie stelt jaarlijks uiterlijk voor 1 februari een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag wordt aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 8 De bescheiden van de adviescommissie worden na beëindiging van haar werkzaamheden opgenomen in het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

§ 4. De aanvraag [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Agentschap NL, met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een projectplan en een begroting;

    • b. in voorkomend geval een door de in een samenwerkingsverband verenigde partijen ondertekend document waaruit blijkt dat de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt daartoe door hen is aangewezen;

    • c. de de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, overeenkomstig het in bijlage I bij deze regeling opgenomen model. Indien de aanvraag voor een samenwerkingsverband wordt gedaan, wordt per onderneming een de-minimisverklaring ingediend; en

    • d. de andere in het formulier bedoelde bescheiden en gegevens.

Artikel 11 [Vervallen per 01-07-2012]

De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien:

  • a. een project niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3;

  • b. een project niet past binnen een thema als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • c. een project niet past binnen de typen projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid;

  • d. de Minister het niet aannemelijk acht dat het project binnen drie jaar of voor 1 juli 2012 is afgerond.

§ 5. Procedure voor grote projecten [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 12 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Aanvragen voor grote projecten kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf de in artikel 5, eerste lid, bedoelde bekendmaking van het subsidieplafond tot en met 15 september, met dien verstande dat in 2010 aanvragen tot 1 september van dat jaar kunnen worden ingediend.

  • 2 Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met inachtneming van het derde lid, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

  • 3 Voor zover aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het in artikel 5 bedoelde subsidieplafond overschrijden, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister wint over aanvragen voor grote projecten, die niet op grond van artikel 11 zijn afgewezen, advies in van de Innovatieraad Binnenvaart en van de adviescommissie.

  • 2 De Innovatieraad Binnenvaart brengt binnen vier weken na dagtekening van het verzoek om advies schriftelijk advies uit aan de Minister over de mate waarin het project kan rekenen op draagvlak binnen de Nederlandse binnenvaartsector.

  • 3 De adviescommissie brengt binnen zes weken na dagtekening van het verzoek om advies schriftelijk advies uit aan de Minister.

Artikel 14 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De adviescommissie adviseert in elk geval:

    • a. of voldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;

    • b. of het project op draagvlak binnen de Nederlandse binnenvaartsector kan rekenen.

  • 2 De adviescommissie kent aan aanvragen, die positief zijn beoordeeld op de onderdelen a en b van het eerste lid, punten toe volgens de telling:

    • a. voor het innovatief karakter van nieuwe technologie of een wezenlijke nieuwe toepassing van een bestaande technologie maximaal 10 punten met een weegfactor 0,8;

    • b. voor de verspreiding van de verworven kennis in de binnenvaartsector maximaal 10 punten met een weegfactor 0,7;

    • c. voor de toepassingsgerichte vertaling van kennis naar nieuwe toepassingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten in de binnenvaartsector maximaal 10 punten met een weegfactor 0,6;

    • d. voor het maatschappelijk voordeel dat met de kennis kan worden behaald maximaal 10 punten met een weegfactor 0,5.

  • 3 De Minister wijst een aanvraag voor een groot project af indien het puntentotaal minder dan 15 bedraagt.

Artikel 14a [Vervallen per 01-07-2012]

De Minister wijst een aanvraag voor een groot project af indien dit blijkens de in artikel 13, tweede en derde lid, bedoelde adviezen technisch of economisch onvoldoende haalbaar wordt geacht of op onvoldoende draagvlak in de Nederlandse binnenvaartsector kan rekenen.

§ 6. Procedure voor kleine projecten [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 15 [Vervallen per 01-07-2012]

Aanvragen voor kleine projecten kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf de in artikel 5, eerste lid, bedoelde bekendmaking van het subsidieplafond tot en met 31 oktober, met dien verstande dat in 2011 aanvragen tot 1 april van dat jaar kunnen worden ingediend.

Artikel 16 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister kent aan de aanvraag voor een klein project punten toe volgens de telling:

    • a. voor het innovatieve karakter maximaal 10 punten met een weegfactor 1,0;

    • b. voor de economische en technische haalbaarheid maximaal 10 punten met een weegfactor 0,9;

    • c. voor het uitstralingseffect voor toepassing door andere binnenvaartondernemingen, maximaal 10 punten met een weegfactor 0,8.

  • 2 De Minister wijst een aanvraag voor een klein project af indien het puntentotaal minder dan 12 bedraagt.

Artikel 17 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De Minister beoordeelt de aanvragen tot subsidieverlening voor kleine projecten in volgorde van ontvangst van volledige aanvragen.

  • 2 Op de rangschikking van gelijktijdig ingediende aanvragen voor kleine projecten is artikel 12, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

§ 7. Beschikking tot subsidieverlening [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 18 [Vervallen per 14-02-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 14-02-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 01-07-2012]

De Minister beslist over een aanvraag om subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Artikel 21 [Vervallen per 01-07-2012]

De subsidieontvanger kan een schriftelijk verzoek tot wijziging van de verleningsbeschikking indienen bij de Minister wegens vertraging, essentiële wijziging of stopzetting van het project. De Minister kan voorschriften en beperkingen aan de wijziging verbinden.

§ 8. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 22 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit in overeenstemming met het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het project uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling, tot faillietverklaring of van andere omstandigheden, die voor de subsidieverlening van belang kunnen zijn.

Artikel 23 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit in Nederland.

  • 2 De Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid.

  • 3 Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Artikel 24 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De subsidieontvanger maakt, op een door de Minister aan te geven wijze, de resultaten van het project op hoofdlijnen openbaar.

  • 2 De subsidieontvanger stelt derden op verzoek in de gelegenheid nader van de resultaten van het project kennis te nemen tegen een marktconforme vergoeding.

  • 3 Indien er op de resultaten een intellectueel eigendomsrecht rust, mag de subsidieontvanger deze tot twee jaar na afloop van het project niet overdragen aan derden, tenzij hij een ontheffing heeft verkregen van de Minister.

Artikel 25 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Van grote projecten brengt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 februari per adres aan Agentschap NL een voortgangsverslag aan de Minister uit.

  • 2 Voor grote projecten voert de subsidieontvanger een administratie waaruit op eenvoudige en duidelijke wijze alle in artikel 6, eerste lid, genoemde projectkosten kunnen worden afgelezen. Ten aanzien van de verantwoording van de loonkosten is per werknemer een urenverantwoording volgens de verzamelloonstaat, ingevolge artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 aanwezig, alsmede een geautoriseerde urenregistratie voor het betreffende project.

Artikel 26 [Vervallen per 01-07-2012]

De subsidieontvanger verleent op verzoek van de Minister alle medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitoefenen van de activiteiten een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de door de Minister geformuleerde beleidsdoelstellingen.

§ 9. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 27 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na het in artikel 22, eerste lid, bedoelde tijdstip bij de Minister een verzoek tot vaststelling van de subsidie in met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL.

  • 2 In het geval van een groot project gaat het verzoek vergezeld van:

    • a. de gegevens, bedoeld in dit formulier;

    • b. een afschrift van de publicatie, bedoeld in artikel 24, eerste lid;

    • c. een schriftelijk eindverslag over de uitvoering en bereikte resultaten van het project;

    • d. een financieel eindverslag.

  • 3 In het geval van een klein project gaat het verzoek vergezeld van:

    • a. de gegevens, bedoeld in dit formulier;

    • b. een afschrift van de publicatie, bedoeld in artikel 24, eerste lid.

  • 4 Indien de subsidie voor een project € 100.000 of meer bedraagt, gaat het financieel eindverslag vergezeld van een goedkeurende verklaring van de accountant. Het financiële eindverslag en de accountantsverklaring worden opgesteld in overeenstemming met het als bijlage II van deze regeling opgenomen model controleprotocol subsidies.

Artikel 28 [Vervallen per 01-07-2012]

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.

§ 10. Voorschotten [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 29 [Vervallen per 01-07-2012]

De Minister verstrekt een voorschot tot ten hoogste 80 procent van het te verlenen subsidiebedrag.

§ 11. Slotbepalingen [Vervallen per 01-07-2012]

Artikel 30 [Vervallen per 01-07-2012]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt 1 juli 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op voordien verstrekte subsidie.

Artikel 31 [Vervallen per 01-07-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Verkeer en Waterstaat,

J.C. Huizinga-Heringa

Bijlage I. bij artikel 10, tweede lid, onderdeel c, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart [Vervallen per 01-07-2012]

Bijlage 243391.png

Zie toelichting hierna

Toelichting verklaring de-minimissteun [Vervallen per 01-07-2012]

Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. De de-minimisverordening nr. 1998/2006 is bepalend

Voor de sector van de primaire productie van landbouwproducten is de Verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector bepalend. Voor de sector visserij is het de-minimisplafond vastgesteld bij Verordening (EG) Nr. 875/2007 van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004.

.

De-minimisverordening en staatssteun

De staatssteunregels in het EG-verdrag (artikel 87 en 88) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.

In de de-minimisverordening

Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de-minimissteun.

heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het EG-verdrag. Deze drempel is gesteld op een bedrag van € 200.000,– (€ 100.000,– voor ondernemingen in de sector wegvervoer). Voor de visserijsector geldt een drempel van € 30.000,–. Voor de landbouwproductiesector is de drempel gesteld op € 7.500,–

Verordening (EG) Nr. 875/2007 en Verordening (EG) Nr. 1535/2007.

.

Dit bedrag geldt per onderneming

Als uw onderneming niet als een zelfstandige onderneming kan worden aangemerkt dan dient voor de bepaling van de hoeveelheid ontvangen de-minimissteun ook rekening te worden gehouden met de de-minimissteun verstrekt aan het gehele moederconcern waartoe uw onderneming behoort. Een onderneming wordt als ‘zelfstandig’ beschouwd indien deze niet voor 25% of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van één onderneming of van verscheidene verbonden ondernemingen gezamenlijk. Zie Aanbeveling van de Europese Commissie van 6  mei 2003, PbEU, L 124 van 20.5.2003.

over een periode van drie belastingjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.

De de-minimisvrijstelling is van toepassing op steun die aan ondernemingen wordt verleend in alle sectoren. De verwerking en afzet van landbouwproducten valt sinds 1 januari 2007 onder de ‘gewone’ de-minimisvrijstelling nr. 1998/2006. Van de de-minimisregel zijn echter uitgezonderd: exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld, steun aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie en steun verleend aan ondernemingen in moeilijkheden. Ook steun voor de aanschaf van vrachtwagens (‘wegvervoermiddelen voor vracht door ondernemingen die vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoeren’) valt buiten de de-minimisvrijstelling. In deze gevallen dient steun aangemeld te worden bij de Europese Commissie. De aanmelding wordt gedaan door de provincie/ gemeente/ het waterschap.

Bedrag van de-minimissteun

Door middel van deze verklaring geeft u aan, dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming alsmede het eventuele gehele moederconcern waartoe uw onderneming behoort, de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt.

De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft. Dit betekent concreet de datum waarop het besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel) aan uw onderneming is genomen.

Het de-minimisplafond van € 200.000,– (respectievelijk € 100.000,–/ € 30.000,–/ € 7.500,–) wordt als subsidiebedrag uitgedrukt. Alle bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Het gaat daarbij niet alleen om steun die u hebt ontvangen van de rijksoverheid, maar ook om steun die u heeft ontvangen van andere overheidsinstanties. Ook Europese subsidies dienen te worden meegerekend.

Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of in uw geval de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Bij het bedrag van de onderhavige subsidieverlening dient u eventuele andere gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren ontvangen de-minimissteun op te tellen. Immers bij overschrijding van de drempel dient de steun aangemeld te worden en kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisregel. Handelen in strijd met de staatssteunregels uit het EG-verdrag kan leiden tot terugvordering van de verleende steun!

Samenloop met reguliere staatssteun

Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van een groepsvrijstellingsverordening valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de groepsvrijstellingsverordening zijn toegestaan. In het geval bijvoorbeeld voor investeringskosten ten behoeve van het milieu een goedkeuringsbeschikking is gegeven om 30% van de subsidiabele kosten te vergoeden, dan mag bovenop deze steun voor deze zelfde kosten geen de-minimissteun worden verleend. Als u twijfelt of bepaalde steun die u heeft ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover het beste contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.

Het formulier heeft betrekking op drie situaties:

  • uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen,

  • uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter het bedrag van € 200.000,– niet overschreden (respectievelijk € 100.000,–/ € 30.000,–/ € 7.500,–) of

  • uw onderneming alsmede het gehele eventuele moederconcern heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige subsidie reeds andere vormen van staatssteun ontvangen.

Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet u vooral niet om de bijlage(n) bij te sluiten!

Bijlage II. bij artikel 27, vierde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart [Vervallen per 01-07-2012]

Controleprotocol [Vervallen per 01-07-2012]

1. Inleiding [Vervallen per 01-07-2012]

1.1 Dit controleprotocol heeft betrekking op de subsidieverstrekking van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan begunstigden in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart, voor zover dit subsidies betreft van € 100.000 of meer.

1.2 De volgende begrippen zijn van toepassing:

project: een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie van beide, een haalbaarheidsstudie of, kennisoverdracht;

regeling: Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart;

financieel eindverslag: verslag met daarin een overzicht van de aan het project toe te rekenen daadwerkelijk betaalde subsidiabele kosten en inkomsten alsmede een toelichting op de verschillen ten opzichte van de bij de aanvraag ingediende begroting.

1.3 De volgende bijzondere regelingen zijn van toepassing:

de Kaderwet Subsidies Verkeer en Waterstaat;

de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart.

1.5 Dit controleprotocol is een nadere uitwerking van artikel 27, vierde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle door de accountant van de subsidieontvanger ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de subsidie alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.

1.6 Ter toetsing van de naleving van het controleprotocol kan door accountants van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door vanwege dit Ministerie aangewezen accountants een review worden uitgevoerd bij de accountant van de subsidieontvanger. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de subsidieontvanger.

2. Algemene uitgangspunten voor de controle [Vervallen per 01-07-2012]

2.1 De controle dient de getrouwe weergave van de financiële gegevens in het financieel eindverslag alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten.

2.2 Van de accountant van de subsidieontvanger wordt verwacht dat hij niet alleen controleert dat de in het financieel eindverslag opgenomen financiële gegevens getrouw zijn weergegeven, maar ook dat hij de naleving van de subsidievoorwaarden toetst en nagaat of de uitgaven passen binnen het kader van de subsidieregeling (zoals genoemd onder punt 1.1) en dat voor de betalingen de overeengekomen prestaties zijn geleverd.

2.3 Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant geldt een controletolerantie van 1 procent. Dit percentage heeft betrekking op het vast te stellen subsidiebedrag, bepaald overeenkomstig de desbetreffende beschikking.

3. Specifieke vereisten [Vervallen per 01-07-2012]

Bij de uitvoering van de controle wordt vastgesteld dat:

  • a. de kosten na indiening van de aanvraag zijn gemaakt en daadwerkelijk zijn betaald en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het project <projectnummer> met de titel <titel> terzake waarvan subsidie is verleend;

  • b. het project is uitgevoerd overeenkomstig het projectplan (artikel 22 van de regeling), waarbij specifiek gekeken wordt of de geplande activiteiten zijn uitgevoerd aan de hand van concrete (tussen-)resultaten zoals verslagen, tussenrapportages of meetresultaten. Voorts wordt gecontroleerd of bij wijziging is voldaan aan artikel 21 van de regeling;

  • c. het project is uitgevoerd in Nederland dan wel dat de Minister daarvoor een ontheffing heeft verleend en aan de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden is voldaan (artikel 21 van de regeling);

  • d. de administratie (inclusief de urenverantwoordingen) voldoet aan de eisen zoals opgenomen in artikel 23 van de regeling;

  • e. de in het financiële eindverslag opgenomen kosten de kosten betreffen die zijn aangegeven in artikel 6 van de en conform dit artikel zijn bepaald;

  • f. de eventueel opgevoerde afschrijvingskosten van een schip aantoonbaar zijn gebaseerd op de afschrijvingstermijn die de subsidieaanvrager hanteert bij het opstellen van de jaarrekening overeenkomstig BW2 titel 9 en in overeenstemming zijn met bedrijfseconomisch aanvaardbare principes terzake (artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van de regeling). Uitgegaan wordt van historische kosten;

  • g. de betaalde kosten betrekking hebben op de periode […datum…] tot en met […datum…] die in de beschikking tot toewijzing van de subsidie is aangegeven;

  • h. de bij de subsidieaanvraag en het vaststellingsverzoek verstrekte informatie omtrent de door andere bestuursorganen of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekte subsidies ter zake van de kosten van de gesubsidieerde activiteiten juist en volledig is weergegeven, alsmede of nadien subsidie van andere partijen dan de Minister van verkeer en Waterstaat is ontvangen;

  • i. de in het financiële eindverslag opgevoerde BTW niet verrekenbaar is met de Belastingdienst;

  • j. aan de subsidieontvanger geen surséance van betaling is verleend, geen faillissement voor de subsidieontvanger is aangevraagd dan wel dat geen verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

  • k. indien er een eigendomsrecht op de projectresultaten rust, de overdracht van dit recht aan derden met toestemming van de Minister heeft plaatsgevonden.

4. Rapportering [Vervallen per 01-07-2012]

De accountant van de subsidieontvanger legt de uitkomsten van de controle vast in een accountantsverklaring. Voor deze verklaring dient de tekst te worden gehanteerd conform de onderstaande modelverklaring.

Naast zijn oordeel over het financiële eindverslag en de rechtmatige besteding van de subsidie vermeldt de accountant in een afzonderlijk rapport van bevindingen eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat van belang zijn.

5. Model accountantsverklaring [Vervallen per 01-07-2012]

Accountantsverklaring Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart

Afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Opdracht

Wij hebben het bijgevoegde en door ons gewaarmerkte financiële eindverslag ingevolge artikel 27 van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart van … (naam entiteit) te … (statutaire vestigingsplaats) over…(periode/jaar) gecontroleerd. Het financiële eindverslag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de entiteit

Afhankelijk van de aard van de entiteit te vervangen door een meer passende aanduiding zoals ‘het bestuur van de vennootschap’ (B.V./N.V.), ‘vereniging’, ‘stichting’ enz.

. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake het financiële eindverslag te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht en het controleprotocol Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart d.d. ……….. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financiële eindverslag geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft het financiële eindverslag de kosten en inkomsten, alsmede de toelichting daarop, in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en volledig weer, in overeenstemming met Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

Naam externe accountant en ondertekening met die naam