Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten

Geldend van 01-08-2011 t/m heden

Besluit van 12 juni 2008, houdende regels voor een systeem van informatie-uitwisseling ter voorkoming van graafschade (Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 oktober 2007, nr. WJZ 7121121;

Gelet op de artikelen 8, derde lid, 20, 21, eerste, tweede en derde lid, 22, eerste lid, 23 en 46, derde lid, en 49, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;

De Raad van State gehoord (advies van 14 december 2007, nr. W10.07.0385/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 juni 2008, nr. WJZ 8033314;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 Een beheerpolygoon, oriëntatiepolygoon en graafpolygoon wordt weergegeven door een tekening van een vlak aan de hand van coördinaten van het rijksdriehoekstelsel op door de Dienst verstrekt kaartmateriaal.

  • 2 De beheerder stelt een beheerpolygoon op voor elk net dat hij beheert.

  • 3 De omvang en vorm van het gebied van de beheerpolygoon is gerelateerd aan de ligging van het net dat binnen dat gebied wordt beheerd, waarbij rekening wordt gehouden met een zorgvuldigheidsmarge tussen de ligging van het net en de grens van het gebied, en waarbij netten die een verbinding vormen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet, buiten beschouwing kunnen blijven.

  • 5 De oriëntatiepolygoon past binnen een vierkant waarvan de zijdes langs de x- en y-coördinaten lopen en waarvan de zijdes een lengte van 2,5 kilometer hebben.

  • 6 De graafpolygoon past binnen een vierkant waarvan de zijdes langs de x- en y-coördinaten lopen en waarvan de zijdes een lengte van 500 meter hebben. Indien overeenkomstig artikel 12 van de wet graafmeldingen gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen organisatie, past de graafpolygoon binnen een vierkant waarvan de zijdes langs de x- en y-coördinaten lopen en waarvan de zijdes een lengte van 1.500 meter hebben.

Artikel 3

  • 1 Beheerders, opdrachtgevers, grondroerders, en bestuursorganen hebben toegang tot en aansluiting op het informatiesysteem, mits zij zich daartoe tevoren hebben aangemeld bij de Dienst.

  • 2 Een grondroerder of opdrachtgever heeft slechts toegang tot en aansluiting op het informatiesysteem indien hij in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf graafwerkzaamheden onder zijn verantwoordelijkheid of leiding laat verrichten, respectievelijk opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht.

  • 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de in het eerste lid bedoelde aanmelding, met inbegrip van de verstrekking van gegevens omtrent de aan te melden organisatie en personen.

Artikel 4

  • 1 De registratiemelding, het oriëntatieverzoek en de graafmelding worden gedaan en het graafbericht wordt verzonden via het elektronisch informatiesysteem, met dien verstande dat:

    • a. het oriëntatieverzoek en de graafmelding door tussenkomst van de Dienst kunnen worden gedaan;

    • b. graafmeldingen voor graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet overeenkomstig artikel 12 van de wet gezamenlijk kunnen worden gedaan door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen organisatie.

  • 2 De registratiemelding omvat een aanduiding van de functie van het betreffende net overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen functie-indeling.

  • 3 De graafmelding omvat de aanvangsdatum van de voorgenomen graafwerkzaamheden en een aanduiding van de aard van deze werkzaamheden. De eerste volzin is niet van toepassing op graafmeldingen die overeenkomstig artikel 12 van de wet gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen organisatie.

  • 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop en de vorm waarin een registratiemelding, een oriëntatieverzoek, een graafmelding, een ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de wet, of een graafbericht wordt gedaan, en over de hierbij te verstrekken gegevens.

Artikel 5

  • 1 De liggingsgegevens die deel uitmaken van de beheerdersinformatie hebben betrekking op elk in de oriëntatiepolygoon of graafpolygoon gelegen net, en worden weergegeven door een tekening op een bij ministeriële regeling te bepalen schaalgrootte.

  • 2 De liggingsgegevens die deel uitmaken van de beheerdersinformatie, hebben betrekking op de horizontale ligging en zijn gebaseerd op de meest nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar zijn, met dien verstande dat de metingen ten minste een nauwkeurigheid van een meter hebben.

  • 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat op de in het eerste lid bedoelde tekening markeringen en afzonderlijke elementen van het net als zodanig worden weergegeven, en kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de weergave van deze gegevens.

  • 4 De beheerdersinformatie omvat de volgende gegevens:

    • a. de functie van het net overeenkomstig de bij ministeriële regeling te bepalen functie-indeling;

    • b. indien meer dan één door de beheerder beheerd net op onderling zo geringe afstand is gelegen dat deze op de in het eerste lid bedoelde kaart niet afzonderlijk kunnen worden weergegeven: het aantal netten;

    • c. andere, bij ministeriële regeling bepaalde gegevens.

  • 5 Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing voor zover het netten betreft die deel uitmaken van een stervormig aangelegd aansluitnetwerk en indien wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde regels.

  • 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop beheerdersinformatie wordt verstrekt en over de daarbij te verstrekken contactgegevens.

  • 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gebiedsinformatie die op grond van artikel 11 van de wet aan de grondroerder wordt verstrekt en over de wijze waarop deze gebiedsinformatie wordt verstrekt.

Artikel 6

De maximale diepgang, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet, bedraagt 50 centimeter.

Artikel 7

  • 1 Indien als gevolg van een calamiteit onverwijld graafwerkzaamheden noodzakelijk zijn om persoonlijk letsel of grote schade te voorkomen zijn de artikelen 2, 8 en 13 van de wet niet van toepassing.

  • 2 Indien graafwerkzaamheden worden verricht als bedoeld in het eerste lid, draagt de opdrachtgever er zorg voor dat deze graafwerkzaamheden zoveel mogelijk op zorgvuldige wijze kunnen worden verricht, rekening houdend met de urgentie van de werkzaamheden.

  • 3 De grondroerder verricht de in het eerste lid bedoelde graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze, rekening houdend met de urgentie van de werkzaamheden.

  • 4 De grondroerder stelt voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde graafwerkzaamheden de Dienst daarvan in kennis, waarna de Dienst onverwijld de contactgegevens van de beheerders van netten die op de graaflocatie zijn gelegen en informatie over de functie van deze netten aan de grondroerder verstrekt. De Dienst draagt in verband hiermee zorg voor permanente bereikbaarheid van de Dienst.

  • 5 De Dienst kan de uitvoering van het vierde lid opdragen aan een instelling die permanent bereikbaar is.

  • 6 De grondroerder wint voor zover mogelijk bij de beheerders van netten die zijn gelegen op de graaflocatie, informatie in over de precieze ligging van netten op de graaflocatie. De grondroerder neemt in elk geval contact op met de beheerders van een net met gevaarlijke inhoud dat op de graaflocatie is gelegen.

  • 7 De beheerder van een net met gevaarlijke inhoud zorgt dat hij met het oog op de uitvoering van het zesde lid permanent telefonisch bereikbaar is voor het verschaffen van informatie en het treffen van voorzorgsmaatregelen voor zover dat nodig en mogelijk is.

  • 8 De opdrachtgever meldt onder opgaaf van redenen uiterlijk de eerstvolgende werkdag bij Onze Minister indien hij opdracht heeft gegeven tot graafwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8

  • 1 De gebieden, bedoeld in artikel 23 van de wet, zijn:

    • a. de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Lelystad, Maastricht, Eelde, Leeuwarden, Volkel, Eindhoven, De Peel, Gilze Rijen, Woensdrecht en De Kooy;

    • b. de plaatsen van vestiging van de inrichtingen die beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;

    • c. de marinehavens van Den Helder en Vlissingen;

    • d. de plaatsen van vestiging van militaire zend- en ontvangstinstallaties die naar hun aard een bijzondere vorm van informatiebeveiliging vereisen.

  • 2 In dit artikel wordt onder gebiedsbeheerder verstaan:

    • a. voor de in het eerste lid, onder a, bedoelde burgerluchthavens: de exploitant van de luchthaven;

    • b. voor de in het eerste lid, onder a, bedoelde militaire luchthavens: Onze Minister van Defensie;

    • c. voor de in het eerste lid, onder b, bedoelde gebieden: de houder van de vergunning; en

    • d. voor de in het eerste lid, onder c en d, bedoelde gebieden: Onze Minister van Defensie.

  • 3 De gebiedsbeheerder doet bij de Dienst opgave van de begrenzing van de gebieden, bedoeld in het eerste lid, waarover hij het beheer voert en stelt onverwijld de Dienst in kennis van wijzigingen van die begrenzing.

  • 4 Indien een oriëntatieverzoek of graafmelding betrekking heeft op gebied als bedoeld in het eerste lid:

    • a. verstrekt de gebiedsbeheerder geen liggingsgegevens over netten die hij beheert aan de Dienst;

    • b. verstrekt de Dienst gebiedsinformatie onverwijld, doch uiterlijk binnen twee werkdagen na verzending van het graafbericht, aan de gebiedsbeheerder;

    • c. indien de gebiedsbeheerder niet degene is die het oriëntatieverzoek of de graafmelding heeft ingediend, verstrekt hij onverwijld de van de Dienst ontvangen gebiedsinformatie en beheerdersinformatie over eigen netten die zijn gelegen in de oriëntatiepolygoon of de graafpolygoon aan degene die het oriëntatieverzoek of de graafmelding heeft gedaan, voor zover dit naar zijn oordeel noodzakelijk is voor het zorgvuldig verrichten van de graafwerkzaamheden en geen afbreuk doet aan het vereiste niveau van informatiebeveiliging.

Artikel 9

De bewaarplicht, bedoeld in artikel 20 van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar.

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2011]

Artikel 11 [Vervallen per 01-08-2011]

Artikel 12

  • 1 Dit besluit, met uitzondering van artikel 6, treedt in werking op 1 juli 2008.

  • 2 Artikel 6 treedt in werking op 1 oktober 2008.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 12 juni 2008

Beatrix

De Minister van Economische Zaken

,

M. J. A. van der Hoeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

,

J. M. Cramer

Uitgegeven de zesentwintigste juni 2008

De Minister van Justitie

E. M. H. Hirsch Ballin