Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013

Geldend op 27-02-2012

[Regeling vervalt per 01-08-2012]


  • Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 mei 2008, nr. BVE/INI-2008/21706, houdende voorschriften inzake de subsidiëring van experimenten in het kader van de leergang vmbo-mbo2 (Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)
  • De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

    Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies;

    Besluit:

  • Paragraaf 1. Algemene bepalingen

  • Artikel 1. Begripsbepalingen

    In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Artikel 2. Doelomschrijving

    • 1. De Minister verstrekt overeenkomstig de voorschriften van deze regeling projectsubsidie om te bevorderen dat meer leerlingen het onderwijs verlaten met tenminste een startkwalificatie op het niveau van het diploma van een opleiding mbo2.

    • 2. Ter bereiking van het doel, bedoeld in het eerste lid, wordt:

      • a. de leergang vmbo-mbo2, bedoeld in artikel 3, ingericht;

      • b. wetenschappelijk onderzoek verricht gedurende de experimenteerperiode naar de meerwaarde van de leergang vmbo-mbo2 ten opzichte van samenwerking op grond van artikel 25a van de WVO tussen scholen voor vmbo en instellingen die beroepsonderwijs verzorgen als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de WEB.

  • Artikel 3. Leergang vmbo-mbo2

    • 1.In de leergang vmbo-mbo2 worden het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo en de verwante opleiding mbo2 als een programmatisch geheel aangeboden aan leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg aan een vmbo-school op de locatie van de vmbo-school of van de instelling. De studieduur van de leergang vmbo-mbo2 bedraagt ten hoogste vier jaar.

    • 2.Het onderwijs in de leergang vmbo-mbo2 is zodanig ingericht dat de leerling het diploma van de opleiding mbo2 behaalt binnen de studieduur, bedoeld in het eerste lid.

  • Paragraaf 2. Aanvraag subsidie

  • Artikel 4. Subsidieaanvrager

    • 1. De subsidie ingevolge deze regeling kan worden verstrekt aan de volgende aanvragers:

      • a. het bevoegd gezag van een vmbo-school die op grond van de WVO wordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met een instelling,

      • b. het bevoegd gezag van een instelling die op grond van de WEB wordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met tenminste één vmbo-school, of

      • c. het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum of van een verticale scholengemeenschap.

    • 2. De subsidie ingevolge deze regeling wordt indien het een leergang betreft die op 1 augustus 2010 start, ambtshalve verstrekt aan een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a of c, waaraan ook reeds subsidie is verstrekt voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 is gestart en mits aan laatstbedoelde leergangen daadwerkelijk onderwijs wordt verzorgd.

    • 3. De subsidie ingevolge deze regeling wordt indien het een leergang betreft die op 1 augustus 2011 start, ambtshalve verstrekt aan een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a of c, waaraan ook reeds subsidie is verstrekt voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2010 is gestart en mits aan laatstbedoelde leergang daadwerkelijk onderwijs wordt verzorgd.

  • Artikel 4a. Samenwerking

    • 1. De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, omvat in elk geval:

      • a. de afspraken tussen partijen inzake het verzorgen van de leergang vmbo-mbo2. Deze afspraken omvatten in elk geval:

        • welke opleiding of opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2 van de WEB die door de instelling worden verzorgd en welke afdeling, welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma van de vmbo-school in de samenwerking zijn opgenomen, en

        • de locatie waarop de leergang zal worden verzorgd;

        • 3°. de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen partijen en de organisatorische inrichting van de leergang;

        • 4°. een overzicht van de wijze waarop in voorkomende gevallen toepassing wordt gegeven aan artikel 9, zesde lid.

    • 2. Bij de aanvraag van een aanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, wordt een door het bevoegd gezag van die instelling opgestelde en ondertekende interne regeling gevoegd over de wijze waarop het project wordt uitgevoerd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de interne regeling.

  • Artikel 5. Aanvragen

    • 1. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a en c, dient ten behoeve van subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2008 start, binnen twee weken na inwerkingtreding van deze regeling een schriftelijke aanvraag in bij de Minister. Aanvragen die na deze periode worden ingediend, worden afgewezen.

    • 2. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, dient ten behoeve van subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2009 start, uiterlijk op 16 januari 2009 een schriftelijke aanvraag in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.

    • 2a. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, tweede lid, komt voor subsidie voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2010 start in aanmerking, indien:

      • a. de Minister een aanvraag van subsidieontvanger voor subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 8 heeft gehonoreerd en deze leergang is gestart op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, en

      • b. uit de gegevens op grond van artikel 13, eerste lid, blijkt dat aan de leergang vmbo-mbo2 op 1 oktober 2008 respectievelijk 1 oktober 2009 leerlingen als daadwerkelijk schoolgaand staan ingeschreven.

    • 2b. Ten aanzien van de in lid 2a bedoelde leergang die op 1 augustus 2010 start, zijn van overeenkomstige toepassing de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de voorwaarde inzake het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht.

    • 2c. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, derde lid, komt voor subsidie in aanmerking voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2011 start, indien:

      • a. de leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 4, derde lid, is gestart op 1 augustus 2010, en

      • b. uit de gegevens op grond van artikel 9a, tweede lid, blijkt dat aan de leergang vmbo-mbo2 op 1 oktober 2010 leerlingen als daadwerkelijk schoolgaand staan ingeschreven.

    • 2d. Ten aanzien van de in lid 2c bedoelde leergang die op 1 augustus 2011 start, zijn van overeenkomstige toepassing de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de voorwaarde inzake het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht.

    • 3. Een aanvraag van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a of b, wordt uitsluitend ingediend door middel van een volledig ingevuld en door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen ondertekend formulier dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

    • 4. Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt een door het bevoegd gezag van een vmbo-school en het bevoegd gezag van een instelling ondertekende samenwerkingsovereenkomst dan wel een door het bevoegd gezag ondertekende interne regeling als bedoeld in artikel 4a, tweede lid, gevoegd.

    • 5. Een aanvraag van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, wordt uitsluitend ingediend door middel van een volledig ingevuld formulier als bedoeld in het derde lid.

    • 6. Uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in het derde en vijfde lid, blijkt dat de leergang vmbo-mbo2 wordt aangeboden, aansluitend bij het toegestane onderwijsaanbod van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen respectievelijk van het agrarisch opleidingscentrum of van de verticale scholengemeenschap.

    • 7. In de aanvraag wordt aangegeven op welke afdeling, op welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma van het vmbo en op welke opleiding of opleidingen mbo2 de aanvraag betrekking heeft alsmede op welke locatie van de aanvrager de leergang zal worden verzorgd.

  • Artikel 6. Beoordeling aanvraag

    • 1. Een aanvraag voor subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 voldoet aan ten minste de volgende voorwaarden:

      • a. de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, toont door middel van het formulier, bedoeld in artikel 5, derde lid, en de samenwerkingsovereenkomst onderscheidenlijk de interne regeling, bedoeld in artikel 4a, aan dat de voorbereiding van het project zodanig is gevorderd dat met ingang van 1 augustus 2009 daadwerkelijk kan worden gestart met het onderwijs en dat een goede uitvoering van de leergang vmbo-mbo2 mogelijk is;

      • b. de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, heeft een aantoonbare meerjarige ervaring op de terrein van samenwerking tussen vmbo wat de basisberoepsgerichte leerweg betreft, en mbo2, blijkend uit de omschrijving van de organisatie van de leergang vmbo-mbo2 op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde lid;

      • c. uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde en vijfde lid, blijkt dat de leergang vmbo-mbo2 een programmatisch geheel vormt van vmbo basisberoepsgerichte leerweg en mbo2;

      • d. een leergang vmbo-mbo2 wordt aangeboden aan leerlingen die het schooljaar 2007–2008 respectievelijk in het schooljaar 2008–2009 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2008–2009 respectievelijk het schooljaar 2009–2010 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo;

      • e. uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde of vijfde lid, blijkt dat ten behoeve van de leerling daadwerkelijk de waarborg en randvoorwaarden, bedoeld in de artikel 16 en 18, kunnen worden geboden;

      • f. de leergang vmbo-mbo2 wordt verzorgd op één locatie, door personeelsleden die de leerling gedurende de leergang vmbo-mbo2 begeleiden;

      • g. de aanvrager verleent medewerking aan het in artikel 2, tweede lid, onder b, bedoelde wetenschappelijk onderzoek dat gedurende de experimenteerperiode wordt uitgevoerd.

    • 2. De subsidieontvanger voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2010 draagt er zorg voor dat deze leergang wordt aangeboden aan leerlingen die in het schooljaar 2009–2010 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2010–2011 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo.

    • 3. De subsidieontvanger voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2011 draagt er zorg voor dat deze leergang wordt aangeboden aan leerlingen die in het schooljaar 2010–2011 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2011–2012 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo.

  • Artikel 7 [Vervallen per 16-07-2010]

  • Artikel 8. Beslissing op aanvraag

    • 1. De Minister beslist uiterlijk op 1 augustus 2008 respectievelijk uiterlijk 2 maart 2009 op een aanvraag als bedoeld in artikel 5.

    • 2. In de beschikking tot subsidieverstrekking wordt in ieder geval vermeld:

      • a. op welke vestiging de leergang vmbo-mbo2 wordt verzorgd,

      • b. het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht tenzij het betreft subsidieverstrekking voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2010 respectievelijk 1 augustus 2011, en

      • c. op welke afdeling, op welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma en op welke opleiding of opleidingen mbo2 de leergang vmbo-mbo2 betrekking heeft.

  • Artikel 9. Subsidieverstrekking

    • 1. De subsidie die wordt verstrekt voor projecten die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per deelnemer.

    • 2. Het vaste bedrag per aanvrager, bedoeld in artikel 4, voor leergangen vmbo-mbo2 gestart op respectievelijk 1 augustus 2008 dan wel 1 augustus 2009, bedraagt met inachtneming van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 10, ten hoogste € 50.000,–.

    • 3. Het bedrag van de subsidieverstrekking , bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door het aantal leerlingen dat voor het betreffende project in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, is geregistreerd, tot ten hoogste het aantal leerlingen vermeld in de beschikking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, te vermenigvuldigen met € 8.816,–.

    • 4. Indien de leerling aan een project dat is gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, vóór 1 oktober 2011 respectievelijk vóór 1 oktober 2012 het diploma van de leergang vmbo-mbo2 behaalt, kan de subsidieontvanger vóór 1 november 2011 respectievelijk 2012 bij de Minister een aanvraag indienen voor een diplomabonus. De diplomabonus is een subsidie van ten hoogste € 8.500 per uitgereikt diploma. Bij de aanvraag toont de subsidieontvanger aan dat aan de subsidievoorwaarde, genoemd in de eerste volzin, is voldaan.

    • 5. De subsidieontvanger en de in artikel 4, eerste lid, onder a, bedoelde samenwerkende bevoegde gezagsorganen beslissen gezamenlijk over de bestemming van de ingevolge deze regeling ontvangen middelen.

  • Artikel 9a. Subsidieverstrekking voor projecten gestart per 1 augustus 2010

    • 1. Voor de berekening van de subsidie voor de leergang startend op 1 augustus 2010 wordt de leerling aangemerkt als leerling die daadwerkelijk schoolgaand is en is ingeschreven voor de basisberoepsgerichte leerweg van de desbetreffende school.

    • 2. Het bedrag van de subsidieverstrekking wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar staat ingeschreven en daadwerkelijk schoolgaand is binnen de leergang startend op 1 augustus 2010.

  • Artikel 9b. Subsidieverstrekking voor projecten gestart per 1 augustus 2011

    • 1. Voor de berekening van de subsidie voor de leergang startend op 1 augustus 2011 wordt als leerling aangemerkt de leerling die daadwerkelijk schoolgaand is en is ingeschreven voor de basisberoepsgerichte leerweg van de desbetreffende school.

    • 2. Het bedrag van de subsidieverstrekking wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar staat ingeschreven en daadwerkelijk schoolgaand is binnen de leergang startend op 1 augustus 2011.

  • Artikel 10. Subsidieplafond

    • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is ten behoeve van het vaste bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, een bedrag beschikbaar van in totaal ten hoogste € 1.000.000 voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2008 en ten hoogste € 1.000.000 voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2009 voor zover daarvoor niet eerder een vast bedrag op grond van deze regeling is verstrekt.

    • 2. Voor subsidieverstrekking aan projecten die met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 zijn gestart, is per leerling per schooljaar een bedrag beschikbaar van € 8.500 voor de duur van het project.

    • 3. Aan de leergang vmbo-mbo2 kunnen landelijk ten hoogste 5000 leerlingen deelnemen, met dien verstande dat aan projecten die met ingang van 1 augustus 2008 starten, landelijk ten hoogste 1500 leerlingen kunnen deelnemen.

    • 4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het derde lid, in 2008 niet wordt bereikt, wordt met inachtneming van het zesde lid, het subsidieplafond voor 2009 verhoogd met het bedrag voor het aantal leerlingen dat in 2008 is afgewezen.

    • 5. Voor subsidieverlening ten behoeve van de diplomabonus, bedoeld in artikel 9, vierde lid, is voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2008 ten hoogste € 850.000 beschikbaar en voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2009 ten hoogste € 1.700.000 beschikbaar. Indien het subsidieplafond in enig jaar wordt overschreden, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, naar evenredigheid verlaagd.

    • 6. Indien gegrondverklaring van een bezwaarschrift ten aanzien van een project dat start met ingang van 1 augustus 2008, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond voor 2008, bedoeld in het derde lid, wordt het bedrag voor het aantal leerlingen dat als gevolg van de gegrondverklaring alsnog kan deelnemen aan de leergang vmbo-mbo2, in mindering gebracht op het subsidieplafond voor 2009.

  • Artikel 11. Betaling

    • 1. Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt betaald in de maand oktober 2008 respectievelijk de maand oktober 2009.

    • 2. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2009, 1 januari 2010 respectievelijk 1 januari 2011 betaald volgens een door de Minister te bepalen kasritme.

  • Artikel 12. Begrotingsvoorbehoud

    In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 9 vastgestelde subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verstrekt en van de hoogte van de vastgestelde subsidiebedragen.

  • Artikel 13. Vergelijking feitelijke realisatie

    • 2. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan het project staat ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de subsidieverstrekking aan dit aantal leerlingen aangepast.

    • 3. Indien ten aanzien van een aanvrager, bedoeld in artikel 4, op grond van artikel 8 meer dan één project op dezelfde locatie wordt toegewezen, wordt het tweede lid niet toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van het project overstappen naar een ander project van deze aanvrager op deze locatie. De aanvrager draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide projecten deelneemt, het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, voor deze projecten is vermeld, niet overschrijdt.

  • Paragraaf 3. Subsidieverplichtingen

  • Artikel 14. Verantwoording, sancties

  • Artikel 15. Activiteitenverslag, projectleider

    • 2.De subsidieontvanger werkt mee aan de onderwijsinhoudelijke ondersteuning die wordt aangeboden door de projectleider die door de Minister is aangewezen.

  • Artikel 16. Algemene waarborgen leerling aan leergang vmbo-mbo2

    • 1.De subsidieontvanger geeft de leerling en ouders alvorens wordt besloten over de deelname aan de leergang vmbo-mbo2, voldoende informatie over de inhoud van de opleiding en over de gevolgen voor die leerling van het volgen van deze leergang.

  • Artikel 17. Onderwijs en examen

    • 2.Het bevoegd gezag verzorgt voor de leerling in instellingstijd een onderwijsprogramma dat in het eerste en tweede leerjaar van de leergang vmbo-mbo2 zolang het vo-programma leidend is ten minste 1000 uren per leerjaar omvat en in het derde en vierde leerjaar van de leergang vmbo-mbo2 zolang het bve-programma leidend is ten minste 850 uren per leerjaar.

  • Artikel 18. Randvoorwaarden leergang vmbo-mbo2

    Inschrijving van leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 vindt slechts plaats voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a. de leerling ondervindt geen nadelige gevolgen van het experimentele karakter van de leergang vmbo-mbo2,

    • b. in de onderwijsovereenkomst met de leerling is mede opgenomen dat indien de leerling naar verwachting de leergang vmbo-mbo2 niet met succes zal afronden, de leerling in staat zal worden gesteld een diploma vmbo basisberoepsgerichte leerweg te behalen, het diploma van een assistentopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de WEB, of het diploma van een opleiding mbo 2, passend bij het naar het oordeel van het bevoegd gezag bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van deze leerling, en

    • c. de leerling ontvangt gedurende de opleiding adequate loopbaanoriëntatie en begeleiding.

  • Artikel 19. Beëindiging subsidie leergang vmbo-mbo2

    Indien de subsidievaststelling voor een leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 4:49 of 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht wordt ingetrokken, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de leerlingen die zijn ingeschreven aan deze leergang, worden ingeschreven aan een vmbo-opleiding respectievelijk een opleiding mbo2.

  • Artikel 20. Specifieke voorschriften voor projecten verbonden aan een school voor vmbo

    • 1. Het bevoegd gezag schrijft de leerling aan de leergang vmbo-mbo2 in op grond van een van de elementcodes die worden vastgesteld in bijlage 2 behorende bij deze regeling.

    • 3. Artikel 86 van de WVO is voor zover het betreft lesmateriaal, als bedoeld in artikel 6e van de WVO van overeenkomstige toepassing, waarbij de leerling aan de leergang wordt aangemerkt als een leerling in de basisberoepsgerichte leerweg.

    • 4. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de leerlingen die op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 stonden ingeschreven als deelnemer aan een leergang vmbo-mbo2 niet voor bekostiging anders dan de experimentsubsidie, de leerling gebondenfinanciering en aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO, bedoeld in paragraaf 2 van de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO in aanmerking worden gebracht op grond van het Bekostigingsbesluit W.V.O.

  • Artikel 21 [Vervallen per 16-07-2010]

  • Paragraaf 4. Slotbepalingen

  • Artikel 22. Evaluatie

    De Minister zendt uiterlijk zes jaar na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag over de doeltreffendheid van deze regeling en de effecten ervan in de praktijk aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

  • Artikel 23 [Vervallen per 16-07-2010]

  • Artikel 23a. Subsidie en betaling t.b.v. tegemoetkoming lesmateriaal

    • 1. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2009–2010 voor het tweede leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 waren ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 316,– per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.

    • 2. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2010–2011 voor het derde leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 zijn ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 321,50 per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.

    • 3. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2010–2011 voor het tweede leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2009 zijn ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 321,50 per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.

    • 4. Ten aanzien van leerlingen die zijn ingeschreven als daadwerkelijk schoolgaand aan de leergang vmbo-mbo2 en die in het schooljaar 2010–2011 of een later schooljaar deelnemen aan de leergang vmbo-mbo2, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie voor lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e van de WVO met overeenkomstige toepassing van artikel 86 van de WVO.

  • Artikel 24. Inwerkingtreding en intrekking

    • 1.Deze regeling, met uitzondering van de artikelen 1, onder l, en 5, zevende lid, wat betreft de verwijzing naar intersectorale programma’s, treedt in werking met ingang van een bij Ministeriële regeling te bepalen tijdstip.

    • 2.De artikelen 1, onder l, en 5, zevende lid, wat betreft de verwijzing naar intersectorale programma’s, treden in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onder D, van het voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Kamerstukken I 2007/08, 31 310, A) indien dat voorstel tot wet wordt verheven, in werking treedt.

    • 3.Deze regeling wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip waarop de WVO en de WEB een grondslag voor experimenten als geregeld in deze regeling zullen bevatten, doch uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012.

  • Artikel 25. Citeertitel

    Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013.

  • Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    De

    Staatssecretaris

    van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

    J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

  • Bijlage I

    (behorende bij de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)

    Vragenformulier Leergang VM2, tweede tranche 2009–2010

    Let op:

    • 1. Alleen informatie op dit aanvraagformulier wordt beoordeeld. Bijgevoegde stukken (of verwijzingen hiernaar) worden niet meegenomen in de beoordeling.

    • 2. Voor elk separaat experiment moet een apart aanvraagformulier worden ingediend. Een separaat experiment wil zeggen: elke sector is één experiment en elke locatie is een experiment.

    • 3. Beantwoordt a.u.b. alle vragen uit het formulier; het overslaan van vragen (of: aangeven dat de vraag in uw ogen niet van toepassing is) kan de honorering van uw aanvraag beïnvloeden.

    • 4. Voeg bij het ingevulde, ondertekende formulier de samenwerkingsovereenkomst dan wel de interne regeling bij, die door alle betrokken bevoegde gezagsorganen is ondertekend. Checkt u dus goed, of zowel het formulier als de samenwerkingsovereenkomst (dan wel interne regeling) is ondertekend door alle betrokken bevoegde gezagsorganen. Documenten die niet ondertekend zijn, worden niet in behandeling genomen en dus afgewezen.

    Aan de hand van dit vragenformulier kunt u aangeven hoe de leergang VM2 bij u vorm en inhoud gaat krijgen. Het formulier bestaat uit drie onderdelen:

    • I. Informatie over de deelnemende scholen en hun aanbod

    • II. Beoordelingselementen leergang VM2 (artikel 6 van de regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013))

    • III. Rangschikkingselementen leergang VM2 (artikel 7, van de regeling zoals genoemd in II))

    I. Informatie over de deelnemende scholen en hun aanbod

    • 1. Wilt u allereerst aangeven door welke scholen dit plan wordt ingediend? De formele aanvrager tevens subsidieontvanger wordt als eerste genoemd.

      Naam school

      Vestigingsnummer*[1]

      Plaats van vestiging

      Vmbo en/of mbo

      Contactpersoon

      E-mail contactpersoon

      Aanvrager tevens subsidieontvanger:

           

      ..................

      . . . . . . .

          

      ..................

      . . . . . . .

          

      ..................

      . . . . . . .

          
    • 2. Wilt u hieronder aangeven wie als contactpersoon fungeert? Met deze persoon wordt contact opgenomen als er aanvullende informatie nodig is bij het aanvraagformulier. Tevens ontvangt deze contactpersoon de beschikking. Graag één persoon vermelden.

      Degene die als contactpersoon fungeert is:

      Naam:

      ............................................

      Werkzaam bij:

      ............................................

      Functie:

      ............................................

      E-mail adres:

      ............................................

      Telefoon:

      ............................................

      Mobiele telefoon:

      ............................................

    • 3. In de onderstaande tabel geeft u aan:

      • Binnen welke sector u de leergang VM2 gaat aanbieden (slechts één mogelijkheid aankruisen in de eerste kolom; wilt u ook voor een andere sector aanvragen, dan dient u daar een separate aanvraag voor in te dienen)? De sector wordt bepaald door de vmbo-sector en de daaraan verwante mbo-opleiding(en).

      • Voor welk onderliggend onderwijsaanbod de samenwerkingspartners (resp. het AOC of de verticale scholengemeenschap) een licentie hebben die ten grondslag zal liggen aan de leergang. Indien u een onderliggend aanbod aangeeft, waarvoor de betreffende vmbo-school, ROC of AOC de licentie niet in huis heeft, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen en dus afgewezen.

      • Per sector hoeveel leerlingen gaan deelnemen in het schooljaar 2009–2010? Wilt u een zo reëel mogelijk aantal leerlingen opgeven dat u de komende periode naar verwachting zult determineren om per 1 augustus 2009 aan het experiment deel te nemen?

      NB: Slechts één sector aankruisen!

      Sector

      Onderliggend aanbod VMBO (afdeling, intra- of intersectoraal programma)

      Onderliggend aanbod MBO (CREBO nummer(s) opleidingen MBO-2 en omschrijving van deze code)

      Aantal deelnemers

       

      Economie

         
       

      Landbouw

         
       

      Techniek

         
       

      Zorg en welzijn

         
       

      Intersectoraal

         

    II. Beoordelingselementen leergang VM2 (artikel 6 van de regeling tot wijziging van de tijdelijke regeling subsidiéring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)

    In dit deel van het formulier stellen we u enkele vragen over onderwerpen die aan de orde zijn in artikel 6 van de regeling. Het gaat over onder meer locatie en doelgroep, over informatieverstrekking aan en voorzieningen voor leerlingen (waaronder de zogeheten terugvaloptie), over de samenwerking tussen uw scholen en de inhoudelijke en organisatorische kwesties die nog moeten worden opgelost voordat u kunt starten met het traject per 1 augustus 2009.

    • 1. De bedoeling is dat de leergang VM2 bij u start bij aanvang van het nieuwe schooljaar 2009–2010. Ongetwijfeld zijn er nog onderwijsinhoudelijke punten die tussen nu en de zomer van 2009 móeten worden opgelost om deze start mogelijk te maken. Welke punten zijn dat?

      Punten op onderwijsinhoudelijk terrein die vóór start van de leergang per 1 augustus 2009 worden opgepakt zijn voor ons nog:

       

      □ geen, het experiment is bij ons in inhoudelijk opzicht klaar voor de start!

       

      óf (meerdere opties aankruisen is mogelijk):

       

      □ uitwerking van programma-onderdelen voor de eerste periode van de leergang, te weten: ....

      □ afstemming van het programma voor de eerste periode tussen het vmbo en mbo

      □ informeren van ouders en leerlingen

      □ anders, namelijk ........

       
       

      Als er nog punten zijn die voor de start van het traject verholpen moeten zijn, dan graag per punt afzonderlijk de gekozen/gevolgde oplossing, maatregel of aanpak vermelden:

      .........................

    • 2. Het kan ook zijn dat er nog onderwijsinhoudelijke punten zijn die gedurende het schooljaar 2009–2010 moeten worden opgelost. Welke zijn dat dan?

      Punten op onderwijsinhoudelijk terrein zijn voor ons in schooljaar 2009–2010 nog (meerdere opties aankruisen mogelijk):

       

      □ verder ontwikkelen van het programma voor volgende leerjaren VM2

      □ afstemming tussen vmbo-mbo onderdelen van de leergang onderdelen verstevigen

      □ concrete instrumenten als POP, portfolio ontwikkelen

      □ competentiegericht onderwijs in het vmbo-deel van de leergang realiseren

      □ uitbouwen contact met bedrijfsleven / arbeidsmarkt, mede i.v.m. stages/bpv

      □ ontwikkeling loopbaanoriëntatie en begeleiding

      □ expertise van docenten / team verder uitbouwen

      □ anders, namelijk ........

       
       

      Als er nog punten zijn die gedurende het schooljaar 2009–2010 worden opgepakt, dan graag per punt afzonderlijk de gekozen/gevolgde oplossing, maatregel of aanpak vermelden:

      .........................

    • 3. Voordat de leergang VM2 bij het begin van het schooljaar 2009–2010 bij u start, kunnen er nog enkele organisatorische punten zijn die moeten worden opgelost. Welke zijn dat?

      Punten op organisatorisch terrein die vóór de start van de leergang worden opgepakt zijn voor ons nog:

       

      □ geen, het experiment is bij ons in organisatorisch opzicht klaar voor de start!

       

      óf (meerdere opties aankruisen is mogelijk):

       

      □ het intern informeren van personeel over de leergang

      □ inzet van docenten / team bepalen

      □ het vaststellen van de roosters mede o.b.v. lessentabellen

      □ anders, namelijk ........

       
       

      Als er nog punten zijn die voor de start van het traject verholpen moeten zijn, dan graag per punt afzonderlijk de gekozen/gevolgde maatregel of aanpak vermelden:

      .........................

    • 4. Zijn er nog organisatorische punten die gedurende het schooljaar 2009–2010 bijzondere aandacht van u krijgen? Welke zijn dat?

      Punten op organisatorisch terrein zijn voor ons in schooljaar 2009–2010:

       

      □ het vormen van het docententeam

      □ het ontwikkelen van expertise van het docententeam

      □ de organisatie van aanmelding en inschrijving voor de leergang

      □ de organisatie van informatieverstrekking aan ouders/leerlingen

      □ het tussen de scholen verrekenen van baten en lasten die met de leergang samengaan

      □ anders, namelijk ........

       

      Als er nog punten zijn die gedurende het schooljaar 2009–2010 worden opgepakt, dan graag per punt afzonderlijk de gekozen/gevolgde oplossing, maatregel of aanpak vermelden:

      .........................

    • 5. We willen graag weten welke activiteiten u als aanvragende school in de achterliggende jaren – tezamen met de school met wie u de leergang nu ook opzet – al heeft ondernomen voor de doelgroep leerlingen die u op het oog heeft voor de leergang VM2. Kunt u daarom de gezamenlijke activiteiten benoemen die al hebben plaatsgevonden voor deze doelgroep? Het gaat daarbij vooral om activiteiten die een duidelijke indicatie geven van de meerjarige samenwerking die in de praktijk al tussen uw scholen bestaat.

      Vermeld deze activiteiten daarom zo concreet mogelijk en met jaartal, bijvoorbeeld:

      • ‘het project warme overdracht, sinds de zomer van 2005, met als resultaat een continue uitwisseling van informatie tussen de scholen over hun leerlingen en deelnemers’

      • ‘docentenstages vmbo-mbo bbl/niveau 1/2 in 2007–2008 waarbij docenten in perioden van 6 weken een deel van hun weektaak onderwijs geven aan de andere school’

      Vermeld in het onderstaande overzicht a.u.b. concrete projecten/activiteiten met vermelding van de rolverdeling tussen mbo en vmbo:

      Schooljaar

      Activiteit

      Rol van vmbo resp. mbo (wie doet/deed wat)?

      2007–2008

        

      2006–2007

        

      2005–2006

        

      .....

        
    • 6. Welke activiteiten worden de komende periode door uw scholen gezamenlijk opgepakt om de leergang met ingang van het nieuwe schooljaar op te zetten en uit te voeren? Heeft u bijvoorbeeld een stuur- en/of werkgroepen ingericht, zo ja, wie hebben daar zitting in, waar wordt de komende periode naar toe gewerkt?

      a) De gezamenlijke activiteiten die door de bij dit plan betrokken scholen worden opgezet tijdens het experiment zijn als volgt samen te vatten:

      ..................

       

      Graag concrete projecten/activiteiten noemen, en door wie en in welk tijdsbestek (fasering) deze worden uitgevoerd. A.u.b. géén projectplannen als bijlage bij dit formulier toevoegen, deze worden namelijk niet beoordeeld.

       

      b) De projectorganisatie van de leergang VM2 laat zich in onze setting als volgt beschrijven:

      .....................

       

      Graag vermelden: hoe is deze samengesteld (hoeveel personen en wie), wie is projectleider, hoe zijn de taken tussen het vmbo en mbo verdeeld en – zo mogelijk – een beschrijving van datgene wat al door deze projectorganisatie is gedaan.

    • 7. We willen in beeld krijgen voor welke doelgroep leerlingen u de leergang VM2 start. Wilt u daarom omschrijven voor welk type leerlingen de leergang VM2 bij u wordt opgezet?

      De leergang VM2 die wij starten, is bestemd voor leerlingen die*[2]:

       

      □ starten met het 3e leerjaar vmbo (bbl) met een specifieke interesse / motivatie / beroepswens voor een opleiding en loopbaan in deze richting / sector

      □ starten met het 3e leerjaar vmbo (bbl) die extra aandacht / begeleiding / structuur nodig hebben

      □ starten met het 3e leerjaar vmbo (bbl) die verhoogd risico lopen op voortijdig schoolverlaten

      □ álle leerlingen die in het 3e leerjaar vmbo (bbl) bij ons starten met onderwijs in deze sector/richting (bijvoorbeeld: alle leerlingen sector techniek of alle leerlingen die kiezen voor consumptief breed)

      □ een ander type leerlingen, namelijk .........................

       
    • 8. De leerlingen en hun ouders hebben – voordat de leerling instroomt in de leergang – informatie nodig over de leergang VM2: wat houdt het traject in, welke kansen biedt het, wat zijn aandachtspunten? We willen daarom weten hoe u de ouders en leerlingen vóór feitelijke instroom op 1 augustus 2009 informeert over (mogelijke) deelname aan de Leergang VM2?

      Voor informatieverstrekking aan ouders en leerlingen over een eventuele instroom in de Leergang VM2 vindt bij ons plaats door middel van (u kunt meer dan één optie aankruisen):

       

      □ een informatiebijeenkomst

      □ een ouderavond

      □ schriftelijke informatie, bijv. een brochure of bulletin

      □ een gesprek met de leerling en zijn ouders

      □ anders, namelijk ........

       
    • 9. Geef aan wanneer deze informatieverstrekking plaatsvindt (u kunt slechts één optie aankruisen):

      De informatieverstrekking vindt plaats (u kunt slechts één optie aankruisen):

       

      □ in het voorjaar van 2009

      □ bij de start van het nieuwe schooljaar, in september 2009

      □ in het najaar van 2009

      □ anders, namelijk ........

       
    • 10. Leerlingen die dat willen, moeten tijdens het VM2-traject kunnen terugvallen op het reguliere vmbo- dan wel mbo-programma en -examen, passend bij de studievoortgang en de leeftijd van de leerling. Hoe ziet deze ‘terugvaloptie’ er uit gedurende de eerste fase van de leergang VM2??

      Als een leerling tijdens de eerste fase van de leergang VM2 wil of moet overstappen op een regulier programma, dan gebeurt dat bij ons door middel van*[3]:

       

      □ de leerling stapt over op het normale vmbo-bbl-programma van de vmbo-school die aan dit experiment deelneemt;

       

      □ de leerling stapt over op het programma van het leer-werktraject (vmbo-bbl) dat op de vmbo-school van dit experiment wordt aangeboden;

       

      □ de leerling stapt over op het programma van de AKA-opleiding die op de vmbo-school van dit experiment wordt aangeboden;

       

      □ de leerling stapt over op het normale programma van de assistentenopleiding niveau 1 van de mbo-instelling die aan dit experiment deelneemt;

       

      □ de leerling stapt over op het programma van de AKA-opleiding die op de mbo-instelling van dit experiment wordt aangeboden;

       

      □ een andere route, namelijk .................

       
    • 11. Leerlingen die dat willen, moeten tijdens het VM2-traject kunnen terugvallen op het reguliere vmbo- dan wel mbo-programma en -examen, passend bij de studievoortgang en de leeftijd van de leerling. Hoe ziet deze ‘terugvaloptie’ er uit gedurende de tweede fase van de leergang VM2?

      Als een leerling tijdens de tweede fase van de leergang VM2 wil of moet overstappen op een regulier programma, dan gebeurt dat bij ons door middel van (graag één optie aankruisen)*[4]

       

      □ de leerling stapt over op het normale programma van de assistentenopleiding niveau 1 bij de mbo-instelling van dit experiment;

       

      □ de leerling stapt over op het normale programma van een niveau 2 opleiding bij de mbo-instelling van dit experiment; dat is doorgaans geen probleem omdat het onderwijs tijdens de tweede fase VM2 goeddeels het reguliere kwalificatiedossier volgt;

       

      □ een andere route, namelijk .................

       
    • 12. Op welke wijze wordt voorzien in loopbaanbegeleiding voor de leerlingen tijdens de Leergang VM2?

      De loopbaanbegeleiding voor de leerlingen tijdens de Leergang VM2 omvat bij ons (u kunt meer dan één optie aankruisen):

       

      □ inzet van een mentor

      □ inzet van een decaan

      □ inzet van een coach en/of praktijkbegeleider

      □ intensieve begeleiding van de leerling bij te maken keuzen over zijn (onderwijs-)loopbaan

      □ anders, namelijk ........

       

      Kunt u tevens kort typeren hoe deze loopbaanbegeleiding functioneert? De loopbaanbegeleiding werkt bij ons in de praktijk als volgt: ...................

       
    • 13. Op welke wijze wordt voorzien in leerlingenzorg tijdens de Leergang VM2?

      De leerlingenzorg voor de leerlingen tijdens de Leergang VM2 omvat bij ons (u kunt meer dan één optie aankruisen):

       

      □ de normale zorgstructuur, bijv. via het onderscheid tussen 1e, 2e en 3e lijns zorg

      □ de inzet van het zorgadviesteam (zat)

      □ intensieve begeleiding bij sociaal-emotionele en/of leerproblemen

      □ anders, namelijk ........

       

      Kunt u tevens kort typeren hoe deze leerlingenzorg functioneert? Leerlingenzorg werkt bij ons in de praktijk als volgt: ...................

       
    • 14. Vanuit welke locatie wordt het onderwijsaanbod leergang VM2 verzorgd? Geef aan of de leergang wordt verzorgd vanuit een vmbo-school of een mbo-instelling door het noemen van de naam van de school en het betreffende vestigingsnummer (6 posities).

       

      Vmbo-school

      Locatie:...........................

      Vestigingsnummer:.....................

       

      Mbo-instelling

      Locatie:...........................

      Vestigingsnummer:.....................

      Let op: het onderwijs moet op één locatie worden aangeboden. Wordt het onderwijs op meerdere locaties aangeboden, dan wordt dit als een aparte leergang gezien. Hiervoor moet een apart aanvraagformulier worden ingevuld.

    • 15. Welke onderwijssoorten worden op deze locatie in 2009–2010 verzorgd?

      De locatie waar de Leergang VM2 in 2009–2010 bij ons wordt verzorgd, is:

       

      □ een locatie waarop naast de leergang VM2 alleen vmbo-onderwijs wordt aangeboden

      □ een locatie waarop naast de leergang VM2 alleen mbo-onderwijs wordt aangeboden

      □ een locatie waarop naast de leergang VM2 zowel vmbo- als mbo-onderwijs wordt aangeboden.

    • 16. Hoeveel leerlingen en/of deelnemers volgen op deze locatie onderwijs?

      Deze locatie telt in 2009–2010, inclusief de Leergang VM2, naar verwachting circa ....... leerlingen.

    • 17. Kunt u daarom aangeven op grond van welke criteria u de leerlingen voor instroom in de Leergang VM2 selecteert?

      De leergang VM2 is bij ons bestemd voor leerlingen die aan de volgende criteria voldoen (meer dan 1 optie aankruisen is mogelijk):

       

      □ leerling moet het qua cognitie aankunnen

      □ leerling moet het qua gedrag aankunnen

      □ leerling moet interesse hebben voor betreffende sector/richting

      □ leerling moet gemotiveerd zijn voor het traject

      □ leerling moet een praktische leerstijl hebben

      □ het betreft álle leerlingen vmbo-bbl in deze sector/richting; de overgang naar vmbo leerjaar 3 en keuze voor sector/richting is feitelijk het criterium

      □ een ander criterium, namelijk .................

       

      Licht kort uw motivatie voor deze criteria toe. Wij kiezen voor deze criteria omdat: ....

       

    III. Rangschikkingselementen leergang VM2 (artikel 7 van de regeling tot wijziging van de tijdelijke regeling subsidiéring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)

    Om een goed beeld te krijgen van het programma van uw leergang VM2, stellen we in dit deel van het formulier vragen over onder meer de visie op leren en op reductie vsv en over de doelen en resultaten die u met de leergang beoogt. De vragen raken aan onderwerpen die genoemd staan in artikel 7 van de regeling (verwachte bijdrage aan reductie vsv, kwaliteit van de uitvoering, inbedding in de regio).

    • 1. Wilt u kort onder woorden brengen, de visie op leren (incl. de mate van zelfstandigheid van de leerling in zijn leer- en ontwikkelproces) die de samenwerkende scholen bij deze Leergang VM2 als vertrekpunt hanteren?

      Onze visie op leren, die we als vertrekpunt hanteren bij deze Leergang VM2, laat zich als volgt samenvatten:

      ............................

    • 2. Kunt u eveneens kort aangeven welke visie men hanteert ten aanzien van het terugdringen van voortijdig schoolverlaten?

      Onze visie op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, die we als vertrekpunt hanteren bij deze Leergang VM2, laat zich als volgt samenvatten:

      ............................

    • 3. Welk doel of welke doelen streven de samenwerkende scholen na met de Leergang VM2?

      De doelstelling(en) die wij beogen met de Leergang VM2 is (zijn) de volgende (meerdere opties aankruisen is mogelijk):

       

      □ leerlingen uit de doelgroep met succes toeleiden naar een kwalificatie mbo niveau 2 die past bij de interesse van de leerling

      □ de leerweg naar niveau 2 kwalificatie sneller / korter maken door minder overlap

      □ doorlopende leerweg vmbo-mbo realiseren met betere aansluiting door middel van afstemming

      □ reductie van voortijdig schoolverlaten

      □ verbetering van de afstemming op het bedrijfsleven en/of de arbeidsmarkt realiseren

      □ anders, namelijk ........

    • 4. Kunt u kort en kernachtig samenvatten wat het programma van de leergang VM2 in uw geval inhoudt?

      De leergang VM2 bestaat bij ons in de kern uit het volgende programma:

      ............

    • 5. Noem de drie belangrijkste punten waarin de leergang VM2 in uw geval afwijkt van het reguliere traject vmbo-mbo zoals dat bij uw scholen (dus niet: elders) vorm krijgt.

      De drie belangrijkste verschillen tussen onze leergang VM2 en het reguliere traject vmbo-mbo bij uw scholen zijn:

       

      1............

      2............

      3............

    • 6. Welke omvang van leerlinggroepen gaat u hanteren binnen de Leergang VM2? Hoeveel leerlinggroepen worden het?

      Voor de Leergang VM2 hanteren we een groepsgrootte van gemiddeld .... leerlingen per groep.

       

      Voor de Leergang VM2 gaan we uit van in beginsel .... leerlinggroepen.

       

      (a.u.b. aantallen noemen)

    • 7. Hoe ‘exclusief’ is in 2009–2010 het VM2-traject voor uw leerlingen: volgen zij alleen met andere VM2-leerlingen een volledig eigen onderwijsprogramma en/of volgen zij geheel / gedeeltelijk samen met andere vmbo-leerlingen onderwijs?

      Voor wat betreft de ‘exclusiviteit’ van het onderwijsprogramma is in 2009–2010 de situatie voor onze leerlingen als volgt.

       

      Voor wat betreft de exclusiviteit van het programma

      □ de VM2-leerlingen krijgen voor 100% van de tijd een eigen inhoudelijk programma dat geheel voor hen is ontwikkeld

      □ de VM2-leerlingen krijgen voor een deel van de tijd onderwijs dat ook wordt aangeboden aan ‘reguliere’ vmbo-leerlingen

      □ de VM2-leerlingen volgen 100% van de tijd onderwijs dat ook aan ‘reguliere’ vmbo-leerlingen wordt aangeboden

       

      Als hiervoor de 2e optie wordt aangekruist: welk deel van het programma betreft het dan:

      ................

       

      Voor wat betreft de exclusiviteit van de samenstelling van klassen / groepen

      □ de VM2-leerlingen volgen het onderwijs in klassen/groepen waarin géén ‘reguliere’ vmbo-leerlingen zitten

      □ de VM2-leerlingen volgen een deel van de tijd onderwijs in klassen/groepen waarin ook ‘reguliere’ vmbo-leerlingen zitten (bijv. voor de avo-vakken)

      □ de VM2-leerlingen volgen 100% van de tijd onderwijs in klassen / groepen waarin ook ‘reguliere’ vmbo-leerlingen zitten

    • 8. Ook over de docenten die de Leergang VM2 verzorgen, zijn enkele vragen te stellen.

      De docenten van de Leergang VM2 in 2009–2010 zijn in hoofdzaak (graag één optie aankruisen):

      □ werkzaam op de vmbo-school

      □ werkzaam op de mbo-school

      □ deels werkzaam op de vmbo-school, deels op de mbo-school

      □ anders, namelijk .................

       

      Wij kiezen voor deze inzet van docenten omdat: ....

       

      De docenten die de Leergang VM2 in 2009–2010 verzorgen, geven (graag één optie aankruisen):

      □ voor 100% van hun aanstelling les in de leergang VM2

      □ ook les op de vmbo-school in regulier vmbo

      □ ook les op de mbo-school in regulier mbo

      □ ook les op zowel de vmbo- als op de mbo-school in regulier onderwijs

      □ anders, namelijk .................

       

      Wij kiezen hiervoor omdat: ...

       
    • 9. Bij de leergang VM2 kan het onderwijs vanuit vmbo-kaders (examenprogramma’s) worden geprogrammeerd of vanuit mbo-kaders (kwalificatiedossiers dan wel eindtermen). Kunt u aangeven voor welk beginsel in 2009–2010 bij uw leergang VM2 wordt gekozen?

      Het onderwijs voor de leerlingen die per augustus 2009 instromen wordt gedurende het schooljaar 2009–2010 het onderwijs (graag één optie aankruisen):

       

      □ voornamelijk geprogrammeerd vanuit de vmbo-examenprogramma’s

      □ geprogrammeerd vanuit het relevante mbo-kwalificatiedossier (dan wel de relevante eindtermen als die nog van toepassing zijn)

      □ anders, namelijk ............

    • 10. Voor welke cursusduur wordt het onderwijsprogramma vormgegeven? Is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat de leerlingen het programma in 3 of 4 jaar afsluiten met een mbo-2 diploma? Of wordt dat gedurende het traject per leerling bepaald?

      Bij het programma van onze Leergang VM2 (graag één optie aankruisen):

       

      □ gaan we ervan uit dat de meeste leerlingen in 4 jaar de kwalificatie niveau 2 behalen; daar stemmen we de doorsnee-cursusduur op af; voor leerlingen die sneller door de stof heen gaan, is er een individuele oplossing

       

      □ gaan we ervan uit dat de meeste leerlingen in 3 jaar de kwalificatie niveau 2 behalen; de doorsnee-cursusduur is daarop afgestemd; voor leerlingen die meer tijd nodig hebben, is een langer individueel traject mogelijk

       

      □ hanteren we geen standaard cursusduur maar bekijken we bij elke leerling afzonderlijk binnen welke termijn de kwalificatie niveau 2 kan worden behaald; élke leerling krijgt een maatwerktraject

       

      □ anders, namelijk ......

       
    • 11. Kunt u aangeven welke keuze wordt gemaakt rondom de verhouding beroepsgericht deel en algemeen vormend deel in het programma?

      Het onderwijs voor de leerlingen die per augustus 2009 instromen bevat gedurende schooljaar 2009–2010 voor

       

      ...% van de onderwijstijd beroepsgericht onderwijs en voor

       

      ...% van de onderwijstijd algemeen vormend onderwijs (incl burgerschap)

       

      Licht kort uw motivatie voor deze verdeling toe. Wij kiezen hiervoor omdat: ....

       
    • 12. Door de combinatie van vmbo en mbo in één VM2-programma, zal het traject meestal beginnen met meer beroepsvoorbereidende, oriënterende elementen en zal het verderop in het traject een sterker beroepsopleidend karakter krijgen. Kunt u aangeven op welk moment in het traject de omslag van meer oriënterend (‘breed’) naar meer vakopleidend (‘smal’) plaatsvindt?

      De omslag van meer oriënterend naar meer vakopleidend vindt in het VM2-traject bij ons plaats (graag één optie aankruisen):

       

      □ gedurende het eerste half jaar van het eerste leerjaar van de leergang

      □ gedurende het tweede half jaar van het eerste leerjaar van de leergang

      □ gedurende het tweede leerjaar van de leergang

      □ bij aanvang van het derde leerjaar van de leergang

      □ anders, namelijk ............

       

      Licht kort uw motivatie voor dit omslagmoment toe. Wij kiezen hiervoor omdat: ....

       
    • 13. Tijdens de Leergang VM2 kan zowel in een schoolse als in een buitenschoolse context worden geleerd. Kunt u aangeven hoe deze leervormen zich in het schooljaar 2009–2010 tot elkaar gaan verhouden?

      Het onderwijs voor de leerlingen die per augustus 2009 instromen, bevat tijdens het schooljaar 2009–2010 voor

       

      ...% van de onderwijstijd leren in een schoolse setting

       

      ...% van de onderwijstijd leren in een buitenschoolse setting

       

      Licht kort uw motivatie voor deze verdeling toe. Wij kiezen hiervoor omdat: ....

       
    • 14. Ook van de leerlingen in de Leergang VM2 wordt verwacht dat zij uiteindelijk over het gewenste minimumniveau op het terrein van taal en rekenen beschikken. Hoe borgt de leergang het behalen van dat gewenste minimumniveau?

      De leerlingen behalen met de Leergang VM2 uiteindelijk ook het gewenste minimumniveau*[5] op het terrein van Nederlands en rekenen/wiskunde doordat (meerdere opties aankruisen is mogelijk):

       

      □ dit minimumniveau onderdeel uitmaakt van de niveau 2 kwalificatie

      □ dit minimumniveau onderdeel uitmaakt van het vmbo-examen

      □ in het programma van de leergang VM2 voor wat betreft taal aansluiting wordt gezocht bij het Europees referentiekader (CEF)

      □ in het programma van de leergang VM2 het brondocument Leren, loopbaan en burgerschap wordt benut

      □ anders, namelijk ............

    • 15. Gaat u in uw leergang VM2 aan het eind van het tweede leerjaar uit van een standaard vmbo-examen of slaan uw leerlingen dit examen in de regel over?

      Onze wijze van toetsing en afsluiting van de Leergang VM2 ziet er als volgt uit (graag één optie aankruisen):

       

      □ we gaan ervan uit dat de meeste leerlingen in de VM2-leergang aan het eind van het tweede leerjaar VM2 het vmbo-examen afleggen; voor leerlingen waarvoor dit examen minder passend is, hebben we een alternatieve toetsing (bijv. niveau 1)

       

      □ ons programma is sterk gericht op het behalen van de niveau 2 kwalificatie; de meeste leerlingen zullen daardoor het vmbo-examen overslaan; voor leerlingen die dit wél willen en kunnen, wordt op individuele basis deelname aan het vmbo-examen geregeld

       

      □ voor elke leerling afzonderlijk beslissen we of hij/zij opgaat voor het vmbo-examen of niet

       

      □ anders, namelijk ............

       
    • 16. Welk meer inhoudelijk resultaat wilt u in 2009–2010 met de Leergang VM2 bereiken? Wanneer is het inhoudelijk een succes? U kunt hierbij denken aan resultaten als: tevredenheid bij ouders en leerlingen, gemotiveerde leerlingen, betere samenwerking tussen vmbo en mbo, sterker relaties met bedrijfsleven en arbeidsmarkt, enzovoorts.

      De Leergang VM2 is in 2009–2010 bij ons een succes als in ieder geval de volgende drie punten zijn gerealiseerd:

      1. .....................................

      2. .....................................

      3. .....................................

    • 17. Welk kwalitatief resultaat wilt u aan het eind van de experimentperiode tweede tranche (zomer 2013) hebben bereikt?

      De Leergang VM2 is aan het einde van het experiment 2e tranche (zomer 2013) is bij ons een succes als in ieder geval de volgende drie punten zijn gerealiseerd:

      1. .....................................

      2. .....................................

      3. .....................................

    • 18. Welk kwantitatief resultaat wilt u met de leerlingen die deze zomer starten in 2009–2010 bereiken?

      Wij zijn tevreden over de Leergang VM2 2009–2010 als van die leerlingen aan het einde van dat schooljaar:

      ... % doorstroomt in de Leergang VM2 naar het volgende leerjaar;

      ... % doorstroomt van de Leergang VM2 naar het reguliere vmbo;

      ... % doorstroomt van de Leergang VM2 naar het reguliere mbo (niveau 1), en

      slechts ... % uitvalt als vsv-er.

    • 19. Welk kwantitatief resultaat wilt u met de leerlingen die deze zomer starten, aan het einde van de experimentperiode 2e tranche (zomer 20013) bereiken?

      Wij zijn tevreden over de Leergang VM2 als aan het einde van de experimentperiode 2e tranche (zomer 2013):

       

      Overige partijen in de regio worden door ons als volgt geïnformeerd over de leergang VM2:

       

      □ het overleg dat we periodiek in de regio met elkaar hebben

      □ een (digitale) nieuwsbrief, bulletin

      □ informatie op onze website

      □ anders, namelijk .................

       

      Overige partijen in de regio zijn bij ons als volgt betrokken bij de uitvoering van de leergang (wijze van betrokkenheid): ......

       

      Het betreft concreet de volgende instellingen:......

       

      Geef in termen van verantwoordelijkheden/rollen aan hoe ver de betrokkenheid met de leergang strekt (de mate van betrokkenheid), bijvoorbeeld ‘het onderwijs is verantwoordelijk voor...’ en ‘overige partij X zorgt voor ....’: ................

    Let op:

    • Voeg geen bijlagen bij dit formulier; deze worden niet beoordeeld.

    • Voeg bij het ingevulde, ondertekende formulier de samenwerkingsovereenkomst dan wel de interne regeling bij, die door alle betrokken bevoegde gezagsorganen is ondertekend. Checkt u dus goed, of zowel het formulier als de samenwerkingsovereenkomst (dan wel interne regeling) is ondertekend door alle betrokken bevoegde gezagsorganen. Documenten die niet ondertekend zijn, worden niet in behandeling genomen en dus afgewezen.

    • Zorg ook dat alle bevoegde gezagen dit formulier ondertekenen.

    Ondergetekenden verklaren dat het formulier naar waarheid is ingevuld:

    Plaats

    Datum

    Handtekening

       

    -------------------------------

    --------------------

    --------------------------------

       

    Plaats

    Datum

    Handtekening

       

    -------------------------------

    --------------------

    --------------------------------

       

    Plaats

    Datum

    Handtekening

       

    -------------------------------

    --------------------

    --------------------------------

       

    Plaats

    Datum

    Handtekening

       

    -------------------------------

    --------------------

    --------------------------------

       

    Plaats

    Datum

    Handtekening

       

    -------------------------------

    --------------------

    --------------------------------

    Let op: alle bevoegde gezagen ondertekenen dit formulier

  • Bijlage II

    (behorende bij de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)

    Registratie van leerlingen die de experimentele leergang vmbo-mbo2 gaan volgen.

    Elementcodes, bedoeld in artikel 20, eerste lid:

    Voor de registratie aan de VO-scholen worden de volgende 5 nieuwe Elementcodes in BRIN vastgesteld:

    Omschrijving kort :

    • Exp.VMBO Basisbg. Lw. Tech. – MBO2 4111

    • Exp.VMBO Basisbg. Lw. Ec. – MBO2 4151

    • Exp.VMBO Basisbg. Lw. ZrgWlz. – MBO2 4131

    • Exp.VMBO Basisbg. Lw. Landb LNO – MBO2 4171

    • Exp.VMBO Basisbg. Lw. Intersect. progr. – MBO2 4191

    Omschrijving lang:

    • Experimentele leergang VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Techniek – MBO niveau 2

    • Experimentele leergang VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Economie – MBO niveau 2

    • Experimentele leergang VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Zorg en welzijn – MBO niveau 2

    • Experimentele leergang VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Landbouw en natuurlijke omgeving – MBO niveau 2

    • Experimentele leergang VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Intersectoraal programma – MBO niveau 2

    De leerweg die verbonden wordt aan de registratie in het VO is Basisberoepsgerichte leerweg (opgenomen in omschrijving).

    Registratie van leerlingen die de experimentele leergang vmbo-mbo2 gaan volgen.

    CREBO-codes, bedoeld in artikel 21, eerste lid,:

    Voor de registratie aan de BVE-instellingen worden de volgende 4 nieuwe CREBO-codes in BRIN vastgesteld:

    Omschrijving kort :

    • Experiment vmbo-mbo2 sector techniek 80010

    • Experiment vmbo-mbo2 sector economie 80020

    • Experiment vmbo-mbo2 sector zorg en welzijn 80030

    • Experiment vmbo-mbo2 sector landbouw en natuurlijke omgeving 80040.

    Omschrijving lang:

    • Experimentele leergang vmbo-mbo niveau 2 in de sector techniek

    • Experimentele leergang vmbo-mbo niveau 2 in de sector economie

    • Experimentele leergang vmbo-mbo niveau 2 in de sector zorg en welzijn

    • Experimentele leergang vmbo-mbo niveau 2 in de sector landbouw en natuurlijke omgeving

    De leerweg die verbonden wordt aan de CREBO-codes is: BOL (Beroepsopleidende leerweg).

  • ^ [1]

    Het vestigingsnummer is het viercijferig BRIN-nummer aangevuld met de tweecijferige locatie-code. Let op: in het geval van een AOC of een verticale scholengemeenschap vo-mbo kan er sprake zijn van één school of instelling die een aanvraag indient.

  • ^ [2]

    meerdere opties aankruisen is mogelijk, maar sluit wel zo goed mogelijk aan bij datgene wat voor uw doelgroep geldt.

  • ^ [3]

    U kunt meer dan 1 optie aankruisen; geef precies weer hoe bij uw experiment deze terugvaloptie vorm krijgt.

  • ^ [4]

    U kunt meer dan 1 optie aankruisen; geef precies weer hoe bij uw experiment deze terugvaloptie vorm krijgt.

  • ^ [5]

    Het betreft het gewenste minimumniveau zoals ingebed in het kwalificatieprofiel van de betreffende mbo-opleiding niveau 2.