Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst Algemene Rekenkamer vanaf 1945

Geldend van 11-06-2008 t/m heden

Besluit van 23 april 2008, nr. 08.001249, houdende vaststelling van een selectielijst voor de Algemene Rekenkamer over de periode vanaf 1945

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Plasterk, van 18 maart 2008 (kenmerk C/S&A/08/638) gedaan in overeenstemming met de Algemene Rekenkamer;

Gelet op artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Archiefwet 1995;

Gezien het advies van de Raad voor Cultuur van 21 februari 2008 (kenmerk bca.2008.04373/2);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 2

De Lijst van voor bewaring en vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van de Algemene Rekenkamer, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 3 februari 1995, No. 95.000844 (gepubliceerd in Staatscourant 1995, nr. 110), wordt ingetrokken voor de periode vanaf 1945.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 23 april 2008

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk

Selectielijst voor de Algemene Rekenkamer over de periode vanaf 1945

I. Toelichting behorend bij de selectielijst voor de Algemene Rekenkamer over de periode vanaf 1945

Inleiding

De Archiefwet 1995 verplicht overheidsorganen hun archiefbescheiden in goede geordende en toegankelijke staat te bewaren en zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

Om aan deze verplichting te kunnen voldoen is het noodzakelijk selectie toe te passen, waarbij wordt bepaald welke archiefbescheiden er bewaard dienen te worden en naar het Nationaal Archief gaan, en welke (op termijn) vernietigd moeten worden. De selectie van archiefbescheiden mag alleen plaatsvinden aan de hand van vastgestelde selectielijsten. Artikel 5 van de Archiefwet verplicht de zorgdrager om deze selectielijsten te ontwerpen.

Na de invoering van PIVOT (Project Invoering Verkorting Overbrenging Termijn) bestaat deze lijst uit zogenaamde handelingen. Volgens de definitie van PIVOT wordt hieronder een complex van activiteiten verstaan die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. Het begrip actor neemt binnen PIVOT een belangrijke plaats in. Het is een overheidsorgaan, of een particuliere organisatie, die een rol speelt op een beleidsterrein van de overheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces. Of iets simpeler gezegd: om bepaalde taken uit te voeren verricht elke zorgdrager handelingen. Deze worden niet zomaar willekeurig uitgevoerd, maar zijn gebaseerd op wetten en regelingen.

Verantwoording

De taak van de Algemene Rekenkamer wordt uitvoerig beschreven in het historische overzicht in het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO). Het beleidsterrein van de Algemene Rekenkamer wordt opgedeeld in acht subtaakgebieden:

Handelingen voortvloeiend uit de taak rechtmatigheidonderzoek (inclusief verevening, rekenplicht en bezwaaronderzoek):

Dit omvat het onderzoeken van het gevoerde financiële beheer van het Rijk en de financiële verantwoordingen daarover, alsmede het rapporteren daarover.

Handelingen voortvloeiend uit de taak doelmatigheidsonderzoek en doeltreffendheidsonderzoek:

Dit omvat het verrichten van onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beheer, de organisatie en het gevoerde beleid van het Rijk.

Handelingen voortvloeiend uit onderzoek bij instellingen buiten het Rijk:

Dit omvat het verrichten van rechtmatigheids- en doelmatigheidsonderzoek bij instellingen buiten het Rijk.

Handelingen voortvloeiend uit onderzoek m.b.t. Europese geldstromen:

Dit omvat het verrichten van rechtmatigheids- en doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek bij instellingen en personen die een beroep of bedrijf uitoefenen, aan wie door de Europese Unie een subsidie is verstrekt.

Handelingen voortvloeiend uit overige taken en bevoegdheden in de Comptabiliteitswet:

Dit omvat de overige taken die voor de Rekenkamer in de Comptabiliteitswet zijn benoemd. Bijvoorbeeld het uitvoeren van het rechtmatigheidonderzoek of het doelmatigheidsonderzoek kan op verzoek van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal worden uitgevoerd.

Handelingen voortvloeiend uit specifieke wetten:

Dit omvat het verrichten van rechtmatigheids- en doelmatigheids- en doeltreffenheidsonderzoek bij een groot aantal instellingen en bedrijven.

Handelingen voortvloeiend uit betrekkingen met andere lichamen:

Dit omvat bilaterale en multilaterale samenwerking met andere rekenkamers. Daarnaast Het onderhouden van contacten met en het begeleiden van lokale rekenkamers en Rekenkamercommissies.

Handelingen voortvloeiend uit interne bedrijfsvoering/ondersteunende processen:

Dit omvat activiteiten voor de interne bedrijfsvoering die niet beschreven worden in de Rijksbrede BSD’s.

Daarnaast worden de activiteiten van de president van de Algemene Rekenkamer, zoals in de desbetreffende wetten genoemd, beschreven.

Selectiedoelstelling

De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de Archiefwet 1995. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Staatsblad 671.

De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen te bewaren (dat wil zeggen naar de Rijksarchiefdienst over te brengen) en de (op termijn) te vernietigen gegevens van de bedoelde organen.

De te bewaren gegevens moeten een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk maken.

In dit Basis Selectiedocument (BSD) worden de handelingen van de verschillende organen geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, en berustend bij welke actor, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein Algemene Rekenkamer op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het BSD een V met een termijn. De termijn gaat in na expiratiedatum van de bescheiden of na afdoening van de neerslag, tenzij anders vermeld.

Selectiecriteria

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

Handelingen die gewaardeerd worden met B(ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Verslag vaststellingsprocedure

Op 21 augustus 2006 is het ontwerp-BSD door de Algemene Rekenkamer aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 januari 2008 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie en op de website van het Nationaal Archief, evenals op de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 21 februari 2008 bracht de RvC advies uit (kenmerk bca-2008.04373/2), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Leeswijzer

Deze lijst is verdeeld in acht subtaakgebieden voor de handelingen van de actor Algemene Rekenkamer. Daarnaast zijn er handelingen opgenomen voor de overige benoemde actoren.

De eerste vijf subtaakgebieden zijn naar periode ingedeeld, conform de wijzigingen die in de Comptabiliteitswet hebben plaatsgevonden; het gaat om de periodes 1945–1977, 1977–1992, 1992–2001 en vanaf 2001.

De subtaakgebieden zes en zeven zijn ingedeeld naar onderwerp. Subtaakgebied acht betreft handelingen van bedrijfsvoering en ondersteunende processen. Deze selectielijst bevat ook handelingen van de president van de Algemene Rekenkamer. Omdat het archief van de Algemene Rekenkamer over de periode 1945–1981 reeds aan het Nationaal Archief is overgedragen, zijn handelingen die op deze periode betrekking hebben in de selectielijst gewaardeerd met een B.

De handelingen in de selectielijst zijn als volgt opgenomen:

(X) Dit is het volgnummer van de handeling.

Handeling

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz de vermelding van staatsblad of staatscourant

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Een voorbeeld:

Comptabiliteitswet 2001, art. 83, derde en vierde lid

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Opmerking:

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering

Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

Producten

Benoeming van de producten die kunnen voortkomen uit de handeling

Actorenoverzicht

Algemene Rekenkamer

Subtaakgebied 1: Handelingen voortvloeiend uit de taak rechtmatigheidsonderzoek (inclusief rekenplicht en bezwaaronderzoek).

Subtaakgebied 2: Handelingen voortvloeiend uit de taak doelmatigheidsonderzoek en doeltreffendheidsonderzoek.

Subtaakgebied 3: Handelingen voortvloeiend uit onderzoek bij instellingen buiten het Rijk.

Subtaakgebied 4: Handelingen voortvloeiend uit onderzoek m.b.t. Europese geldstromen.

Subtaakgebied 5: Handelingen voortvloeiend uit overige taken en bevoegdheden in de Comptabiliteitswet.

Subtaakgebied 6: Handelingen voortvloeiend uit specifieke wetten.

Subtaakgebied 7: Handelingen voortvloeiend uit betrekkingen met andere lichamen.

Subtaakgebied 8: Handelingen voortvloeiend uit interne bedrijfsvoering / ondersteunende processen.

President Algemene Rekenkamer

  • Bijzondere taken op grond van de Comptabiliteitswet 2001.

    • a. Het toezicht op de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer

    • b. De controle op de geheime uitgaven

  • Bijzondere taken op grond van de Regeling financieel beheer van met infiltratie en store-fronts gegenereerde ontvangsten.

    Het verrichten van controle op de werkzaamheden en op de dossiers van de DAD van het Ministerie van Justitie en indien daartoe aanleiding is het verrichten van aanvullende controlewerkzaamheden.

  • Bijzondere taak op grond van de Wet Nationale Ombudsman.

    Het in gezamenlijk overleg met de vice-president van de Raad van State en de president van de Hoge Raad der Nederlanden opstellen van een aanbeveling voor de benoeming van een Nationale Ombudsman.

  • Bijzondere taak op grond van de Wet voogdij minderjarige Koning.

    Het zitting nemen in een Raad van Voogdij, bestaande uit vier door de Kroon aan te wijzen Nederlanders, benevens de vice-president en het oudste lid van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, die de voogd ter zijde staat.

  • Bijzondere taak op grond van artikel 248 (lid 1) van het EU-Verdrag.

    Deelnemen aan het Contact Comité van presidenten van rekenkamers van lidstaten van de Europese Unie.

  • Bijzondere taken van de president in het kader van de Bedrijfsvoering Algemene Rekenkamer.

II. Selectielijst voor de Algemene Rekenkamer over de periode vanaf 1945

Subtaakgebied 1: Handelingen voortvloeiend uit de taak rechtmatigheidsonderzoek

Periode 1945–1977

1

Handeling: Het controleren van de ontvangsten ten behoeve van het Rijk gedaan

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927 art. 75, eerste lid

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Verslag

2

Handeling: Het vaststellen van de wijze van controle inzake de ontvangsten ten behoeve van het Rijk gedaan

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 75, tweede lid

Opmerking: Na overleg met de betrokken vakMinisters.

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie o.i.d.

3

Handeling: Het verevenen van uitgaven ten laste van de begroting

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 77, eerste lid, 62, 63, 67, 76, 82, derde lid, 79 en 42, eerste lid

Opmerking: Onder verevening wordt verstaan het goedkeuren dat een uitgaaf in de rekening wordt opgenomen.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt daartoe:

– of de uitgave valt binnen de omschrijving van het begrotingsartikel, waarop zij is aangewezen; voorts of zij behoort tot het dienstjaar ten laste waarvan zij wordt gebracht en of het begrotingsartikel toereikend was;

– of de schuldvordering niet was verjaard;

– of de overlegde bewijsstukken naar waarheid zijn opgemaakt en voldoende zijn om het verkregen recht van de schuldeiser te staven;

– of in het algemeen geen wet, koninklijk besluit of ander wettelijk voorschrift de verevening in de weg staat.

De Algemene Rekenkamer is bevoegd bij alle dienstonderdelen inlichtingen in te winnen en alles te onderzoeken, wat zij nodig acht, alsmede het vorderen van bewijsstukken en andere bescheiden (art. 67).

Van de verevening stelt de Algemene Rekenkamer de betrokken Minister in kennis. Zie handeling 45 voor het geval dat de Algemene Rekenkamer bezwaar maakt tegen de verevening. De Algemene Rekenkamer moet worden gehoord door de Minister van Financiën bij het stellen van eisen aan een betaling ten laste van de begroting uit ’s Rijks kas. De Algemene Rekenkamer kan advies geven op verzoek van een Minister, alvorens deze overgaat tot het opmaken van een opdracht tot betaling (art. 76)

Vindt de Algemene Rekenkamer, dat gelden worden uitgegeven in strijd met de begrotingswet en acht zij de door de betrokken Minister gegeven inlichtingen niet afdoende, dan geeft zij de regering daarvan onverwijld kennis. De Algemene Rekenkamer is tevens bevoegd de Staten-Generaal daarvan kennis te geven. Bovendien maakt zij van het feit melding in het verslag.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking, correspondentie, onderdeel verslag

4

Handeling: Het verlenen van ontheffing van de inzending van rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden als bedoeld in art. 67 en daaraan verbinden van voorwaarden

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 68

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Beschikking, correspondentie

5

Handeling: Het stellen van termijnen waarbinnen, in afwijking van het gestelde krachtens art. 78, een aanvraag tot verevening kan worden ingediend

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927 art. 81

Opmerking: De betrokken Minister wordt hiervan in kennis gesteld.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking, correspondentie

6

Handeling: Het opnemen en sluiten van alle rekeningen in een vergadering van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 55

Opmerking: Het lid of de leden die met het voorlopig onderzoek zijn belast geweest, wordt/worden gehoord. In de rekening zijn alle verevende uitgaven opgenomen.

Waardering: B (1)

Product: Notulen, goedgekeurde rekeningen

7

Handeling: Het goedkeuren van de algemene rekening van alle uitgaven en ontvangsten van het Rijk

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 86, tweede lid en art. 90

Opmerking: De eis tot goedkeuring volgt uit de Grondwet 1938, art. 129 (Grondwet 1953, art. 136; Grondwet 1972, art. 136).

Waardering: B (1)

Product: Verklaring van goedkeuring bij de rijksrekening en eventueel begeleidend schrijven

Periode 1977–1992

8

Handeling: Het controleren van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 65

Opmerking: De controlefunctie wordt als volgt inhoud gegeven:

– Ten aanzien van de uitgaven controleert de Algemene Rekenkamer (art. 66):

a. of de uitgaaf valt binnen de omschrijving van het begrotingsartikel, waarop zij is aangewezen; voorts of zij behoort tot het dienstjaar, ten laste waarvan zij wordt gebracht, en of het begrotingsartikel toereikend is;

b. of de schuldvordering niet was verjaard;

c. of de overgelegde bewijsstukken naar waarheid zijn opgemaakt en voldoende zijn om het recht van de schuldeiser te staven;

d. of in het algemeen geen wettelijk voorschrift de uitgaaf in de weg stond.

– de Algemene Rekenkamer kan gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles (art. 67, eerste lid);

– de vakMinisters stellen, op aanvraag, de werkschema’s van hen die met de controle belast zijn en de controlebevindingen (rapporten, processen-verbaal of anderszins) ter beschikking aan de Algemene Rekenkamer (art. 67, tweede lid);

– de Algemene Rekenkamer kan bij alle onderdelen van de rijksdienst en rekenplichtigen onderzoek verrichten (art. 68);

– de Algemene Rekenkamer kan inzending van bewijsstukken en andere bescheiden vorderen (art. 69).

Zie voor het maken van bezwaar, handeling 45.

De Algemene Rekenkamer kan naar aanleiding van het onderzoek de opmerkingen en bedenkingen meedelen aan de Minister en de Staten-Generaal (art. 75); tevens deelt zij haar bevindingen mee in het verslag (art. 82).

Waardering: B (1)

Product: Verslag en eventuele correspondentie met de betrokken Ministers en de Staten-Generaal

9

Handeling: Het bepalen van de vorm en de termijnen waarbinnen de overzichten, als bedoeld in het eerste en het tweede lid, moeten worden ingezonden

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 64, derde lid

Opmerking: Na overleg met de Minister van Financiën

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie o.i.d.

10

Handeling: Het goedkeuren van de rijksrekening, de rekeningen van de begrotingsfondsen en van de Staatsbedrijven en het onderzoeken van de staat van geraamde en aangegane verplichtingen

Periode: 1977–1987

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 86, vierde lid, 90 (m.i.v. 1987 art. 86A; m.i.v. 1991 art. 87) en 73

Opmerking: Deze stukken worden aan de regering aangeboden. Op grond van art. 73 onderzoekt de Algemene Rekenkamer of de rijksrekening en de rekeningen van de begrotingsfondsen (en van de Staatsbedrijven) in overeenstemming zijn met de voorschriften van de wet. De rijksrekening voldoet overigens aan de eisen gesteld in art. 86.

Waardering: B (1)

Product: Verklaring van goedkeuring

11

Handeling: Het onderzoeken van de rekeningen van uitgaven en ontvangsten, alsmede die van verplichtingen en de daarop betrekking hebbende rapporten, alsmede het rapporteren daarover

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 86, derde lid

Opmerking: De Algemene Rekenkamer stuurt de rekeningen met de daarop betrekking hebbende rapporten aan de Minister van Financiën en een afschrift daarvan aan de betrokken Ministers.

De Algemene Rekenkamer stelt voor elke rekening van een begrotingshoofdstuk een ‘rapport bij de rekening’ samen. Deze rapporten moeten uiterlijk op 1 september van het jaar volgend op het dienstjaar worden verzonden.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: Rapporten bij de rekening plus eventueel een mededeling omtrent de stand van het onderzoek

Te vernietigen neerslag: overige stukken

12

Handeling: Het goedkeuren van de rijksrekening

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 86A, tweede en derde lid

Opmerking: Deze wordt aan de Minister van Financiën aangeboden.

Waardering: B (1)

Product: Verklaring van goedkeuring

Periode 1992–2001

13

Handeling: Het onderzoeken van het gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoordingen daarover, alsmede het rapporteren daarover

Periode: 1992–2001

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 51, 67, tweede t/m vierde lid (1991: art. 86, tweede t/m vierde lid)

Opmerking: Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de Algemene Rekenkamer of de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begrotingswetten en met andere wettelijke regelingen en of ook overigens is zorggedragen voor een ordelijk en controleerbaar financieel beheer (art. 51, tweede lid).

Ten aanzien van de financiële verantwoording beoordeelt de Algemene Rekenkamer of deze het financiële beheer deugdelijk weergeven en overeenkomstig de daarvoor gegeven voorschriften zijn opgesteld (art. 51, derde lid).

Bij haar onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer de volgende bevoegdheden:

– het gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles (art. 53, eerste lid);

– het opvragen van controleprogramma’s door overlegging van rapporten of op andere door de Algemene Rekenkamer aan te geven wijze (art. 53, tweede lid);

– het bij alle onderdelen van het Rijk opnemen van kassen, het opnemen van voorraden niet-geldelijke zaken en het onderzoeken van administraties, documenten en andere informatiedragers op door haar aan te geven wijze (art. 54, eerste lid);

– het vragen van inlichtingen aan de Minister en de verplichting van de Minister de inlichtingen te verstrekken (art. 54, tweede lid);

– bij uitbesteding van (een deel van) de administratie aan een derde (buiten het Rijk), het mede aan de hand van de administratie van de betrokken derde dan wel bij degene die de administratie in opdracht van die derde voert, een onderzoek in te stellen, waarbij het bepaalde in art. 54, eerste lid van overeenkomstige toepassing is (art. 60).

Zie voor het maken van bezwaar (art. 55 en 56) handeling 45.

De rapporten plus de eventuele mededelingen worden gestuurd naar de Minister van Financiën, met afschrift naar de betrokken Minister.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: Onderzoeksvoorstel, briefwisseling met het Ministerie van Financiën inzake de Rijksbegrotingvoorschriften, correspondentie met de Ministers over het onderzoek financiële verantwoordingen, review accountantscontrole en financieel beheer (tussentijdse en definitieve Nota van bevindingen), verslagen vierhoeksoverleg, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, finaal oordeel Rekenkamer over de accountantscontroles na afsluiting van de dossiers door de departementale accountantsdiensten, publicatieteksten (rapporten bij de financiële verantwoording, eventueel mededeling), verslagtekst, tekst voor verantwoordingsdag, lijst met vragen en antwoorden van de Commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

14

Handeling: Het onderzoeken van de rekening van het Rijk en de saldibalans van het Rijk, alsmede het rapporteren daarover

Periode: 1992–2001

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 52

Opmerking: De Algemene Rekenkamer onderzoekt

a. of deze stukken aansluiten op de financiële verantwoordingen van de Ministeries, van de begrotingsfondsen en van de staatsbedrijven;

b. of alle voorstellen van wet tot wijziging van de begroting over het betrokken jaar wet zijn geworden;

of deze stukken overeenkomstig de daarvoor gegeven voorschriften zijn opgesteld.

Waardering: B (1)

V(7): na beëindiging onderzoek

Producten Te bewaren neerslag: Onderzoeksvoorstel, briefwisseling met het Ministerie van Financiën inzake de Rijksbegrotingvoorschriften, correspondentie met de Ministers inzake het financieel beheer, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, het materieel beheer en de daartoe bijgehouden administraties, overzicht van potentiële bezwaargevallen, rapport inzake bezwaaronderzoek, correspondentie met de Ministers inzake bezwaaronderzoek, besluit bezwaaronderzoeken, review accountantscontrole en het financieel beheer, finaal oordeel Rekenkamer over de accountantscontroles na afsluiting van de dossiers door de departementale auditdiensten, verslag vierhoeksoverleg algemeen deel, drukproeven, publicatieteksten (rapporten bij de financiële verantwoording, eventueel mededeling), tekst algemeen deel inclusief oordeel jaarverslag Rijk, tekst voor verantwoordingsdag, lijst met antwoorden op vragen van de Commissie voor de Rijksuitgaven

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

15

Handeling: Het goedkeuren van de rekening van het Rijk

Periode: 1992–2001

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 68, tweede en derde lid (1991: art. 87, tweede en derde lid)

Opmerking: Deze wordt aan de Minister van Financiën aangeboden. Bij de verklaring van goedkeuring is opgenomen het oordeel van de Algemene Rekenkamer over de rekening en de saldibalans van het Rijk (zie handeling 45).

Waardering: B (1)

Product: Verklaring van goedkeuring (document waarin de verklaring is opgenomen)

Periode 2001–

16

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten om de voortgang van het rechtmatigheidsonderzoek te waarborgen

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 82 en 83

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten Te bewaren neerslag: inbreuknotities en notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

17

Handeling: Het voorbereiden en het in gang zetten van een onderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 82 en 83

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten O.a. risicoanalyse, onderzoeksvoorstel, verslag driehoeksoverleg, planningsparagraaf en afdoening

18

Handeling: Het jaarlijks onderzoeken van:

a. het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen, bedoeld in art. 51;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 82

Opmerking: De Algemene Rekenkamer onderzoekt of het financieel beheer, het materieelbeheer en de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.

Van een jaarverslag onderzoekt de Algemene Rekenkamer

1. of het overeenkomstig de verslaggevingvoorschriften inzake de financiële informatie is opgesteld;

2. of voldaan is aan de in art. 58, eerste lid, gestelde eisen (de financiële informatie is deugdelijk weergegeven en rechtmatig tot stand gekomen; de opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering is op een deugdelijke wijze tot stand gekomen en voldoet aan de daaraan te stellen kwaliteitsnormen);

Van een departementale saldibalans onderzoekt de Algemene Rekenkamer:

a. of deze overeenkomstig de verslaggevingvoorschriften is opgesteld;

b. of voldaan is aan de in art. 59 gestelde eisen (de opgenomen informatie geeft de op het jaareinde openstaande posten, zoals deze uit de administraties blijken, deugdelijk weer; de opgenomen balansposten zijn rechtmatig tot stand gekomen).

De Algemene Rekenkamer kan op grond van het onderzoek, bedoeld in art. 82 bezwaar maken met betrekking tot het gevoerde financieel beheer, het materieelbeheer of de verantwoording daarover (zie handeling 45).

De Algemene Rekenkamer kan bij het uitoefenen van haar onderzoek gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles (art. 86, eerste lid).

De Algemene Rekenkamer heeft bij haar onderzoek de volgende bevoegdheden (art. 86, tweede lid, 87, eerste en tweede lid en 93):

– de Ministers zijn verplicht aan de Algemene Rekenkamer desgevraagd de controleprogramma’s van hen die met de controle zijn belast te verstrekken en zij lichten de Algemene Rekenkamer volledig in omtrent de resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op anders door de Algemene Rekenkamer aan te geven wijze;

– zij kan bij alle dienstonderdelen van het Rijk alle goederen, administraties, documenten en andere informatiedragers op door haar aan te geven wijze onderzoeken;

– de Ministers zijn verplicht desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die de Algemene Rekenkamer voor haar taak nodig heeft;

– indien de zorg voor een administratie aan een derde (buiten het Rijk) wordt uitbesteed, is de Algemene Rekenkamer bevoegd mede aan de hand van de administratie van de betrokken derde dan wel bij degenen die de administratie in opdracht van die derde voert een onderzoek in te stellen, waarbij art. 87, eerste lid, van overeenkomstige toepassing is.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: Briefwisseling met het Ministerie van Financiën inzake de Rijksbegrotingvoorschriften, correspondentie met de Ministers inzake het financieel beheer, het materieel beheer en de daartoe bijgehouden administraties, review accountantscontrole en financieel beheer (tussentijdse en definitieve bevindingen), verslagen vierhoeksoverleg, overzicht van potentiële bezwaargevallen, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, rapport inzake bezwaaronderzoek, correspondentie met de Ministers inzake bezwaaronderzoek, besluit bezwaaronderzoeken, finaal oordeel Algemene Rekenkamer over de accountantscontroles na afsluiting van de dossiers door de departementale accountantsdiensten, publicatieteksten, verslagtekst, tekst voor verantwoordingsdag, lijst met vragen en antwoorden van de Commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Secretarisbrief, conceptnota van bevindingen, ambtelijke reactie (brief of gespreksverslag), nota van bevindingen, rapportagevoorstel, planningsparagraaf en aanbiedingsnotities

Te vernietigen neerslag: overige stukken

19

Handeling: Het jaarlijks onderzoeken van:

a. het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen, bedoeld in art. 51;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering van de Algemene Rekenkamer

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 19, vijfde lid en 82

Opmerking: De bijzondere positie die de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat inneemt in ons staatsbestel, brengt mee dat de verantwoordelijkheid voor het in art. 19, vijfde lid, CW 2001 bedoelde beheer een ander karakter heeft dan de verantwoordelijkheid voor het beheer, dat Ministers voeren over de begroting van hun eigen Ministerie. Het beheer van de begroting van de Algemene Rekenkamer wordt op enige afstand uitgevoerd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De werkafspraak tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Algemene Rekenkamer is als volgt. De controle bij de Algemene Rekenkamer wordt verricht door de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de praktijk trad een accountant van de Algemene Rekenkamer op als interne accountant. Deze gaf voor het college en het Audit Committee van de Algemene Rekenkamer een accountantsverklaring af, tezamen met een accountantsrapport. Dit geschiedt voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de controle betrekking heeft. De interne accountant rapporteert ook aan de auditdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met ingang van het begrotingsjaar 2004 is de interne accountantscontrole bij de Algemene Rekenkamer uitbesteed aan een accountantskantoor.

Waardering: B (1)

V (7)

Producten Te bewaren neerslag: Briefwisseling met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, review accountantscontrole (tussentijdse en definitieve bevindingen) essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, verslag,vierhoeksoverleg

Te vernietigen neerslag: overige stukken

20

Handeling: Het jaarlijks onderzoeken van:

a. de centrale administratie van ’s Rijks schatkist;

b. het Financieel jaarverslag van het Rijk;

c. de Saldibalans van het Rijk

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 83

Opmerking: De aspecten die worden onderzocht zijn (art. 67, tweede lid):

a. of de centrale administratie aansluit op de departementale administraties;

b. of de centrale administratie inzicht biedt in het gevoerde beheer, voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid, en zo doelmatig mogelijk is ingericht;

c. of de in het Financieel jaarverslag van het Rijk opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten aansluit op de verantwoordingsstaten die zijn opgenomen in de jaarverslagen;

d. of het Financieel jaarverslag van het Rijk en de Saldibalans van het Rijk overeenkomstig de voorschriften zijn opgesteld;

e. of de Saldibalans van het Rijk aansluit op de departementale saldibalansen.

De Algemene Rekenkamer kan bij het uitoefenen van haar onderzoek gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles (art. 86, eerste lid).

De Algemene Rekenkamer heeft bij haar onderzoek de bevoegdheden van art. 86, tweede lid, 87, eerste en tweede lid en 93 (zie daarvoor handeling 18).

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten Te bewaren neerslag: secretarisbrief, conceptnota van bevindingen, ambtelijke reactie (brief of gespreksverslag), nota van bevindingen, rapportagevoorstel, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, planningsparagraaf en aanbiedingsnotities

Te vernietigen neerslag: overige stukken

21

Handeling: Het rapporteren van Rekenkamerbevindingen en het geven van een oordeel over het jaarlijks onderzoek, bedoeld in art. 82, 83 en 84

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 82, vijfde lid, 83, tweede lid en 84

Opmerking: De rapporten bij de jaarverslagen worden op de derde woensdag van mei na afloop van het verslagjaar aan regering en Staten-Generaal gezonden. Er zijn rapporten bij elke begroting, alsmede een rapport bij het jaarverslag bij het Rijk. Tevens worden de uitkomsten van het rechtmatigheidonderzoek als geheel gepresenteerd.

Zie voor de verklaring van goedkeuring handeling 23.

Waardering: B (1)

Producten: O.a. rapportagevoorstel, verslag vierhoeksoverleg, conceptrapporten, bestuurlijke schriftelijke reacties , rapporten bij het jaarverslag, rapport bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk en eventuele begeleidende rapporten.

22

Handeling: Het zenden van een voorlopig rapport over de stand van het onderzoek als bedoeld in art. 82, respectievelijk art. 83

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 84, tweede lid

Opmerking: De Algemene Rekenkamer zendt een voorlopig rapport indien zij op de derde woensdag van mei volgend op het verslagjaar haar onderzoek inzake een bepaalde begroting nog niet heeft afgesloten. Het definitieve rapport wordt dan zo spoedig mogelijk nagezonden, evenals de verklaring van goedkeuring.

Waardering: B (1)

Producten: Voorlopig rapport of mededeling

23

Handeling: Het goedkeuren van de rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk en de Saldibalans van het Rijk

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 83, derde en vierde lid

Opmerking: De verklaring van goedkeuring wordt gegeven onder voorbehoud van de vaststelling van de slotwetten en in voorkomende gevallen onder voorbehoud van de vaststelling van een indemniteitswet.

Waardering: B (1)

Producten: Verklaring van goedkeuring. Opgenomen in het rapport bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

24

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende de nazorg en evaluatie met betrekking tot het rechtmatigheidonderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 82 en 83

Opmerking:

Waardering: B (2)

V (7): Na publicatie

Producten: O.a. stukken m.b.t. de Kamerbehandeling, verslag zelfevaluatie, verslag nagesprek, rapportage(s) effectmeting en overige nazorgproducten (bijv. interviews).

Te vernietigen neerslag: persoonsregistraties

Rekenplicht

25

Handeling: Het voeren van overleg met de Minister(s) inzake de rekenplicht

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 39, derde en vierde lid, 40, vierde en zesde lid, 41, eerste en vijfde lid

Opmerking: Voor deze handeling is de betrokken Minister de overlegpartner. Bij de inwerkingtreding van de CW 1976 op 1 juli 1977 (Stb. 314 van 26 mei 1977) kwam de algemene verplichting van de Algemene Rekenkamer tot advisering aan de Kroon te vervallen alsmede de plicht tot het geven van advies aan Ministers over opdrachten tot betaling. Bovendien ontnam de CW 1976 de rekenplichtigheid in belangrijke mate haar dwingend karakter.

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

26

Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop en de termijnen waarbinnen de comptabelen rekening en verantwoording aflegt aan de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 65

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

27

Handeling: Het ontheffen van de verantwoordelijkheid van de comptabele van het door hen gevoerde beheer door het afgeven van een bewijs

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 43

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Beschikking

28

Handeling: Het voorschrijven van termijnen voor de beantwoording van bedenkingen en het inleveren van bewijzen van voldoening van saldo’s, die door de beslissingen van de Algemene Rekenkamer mochten zijn verschuldigd

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 66

Opmerking: Van de beslissingen wordt geregeld mededeling gedaan aan de betrokken Minister. De Algemene Rekenkamer doet aan de regering aan het einde van elk kwartaal verslag van de rekeningen welke gedurende een gelijk tijdvak onafgedaan zijn gebleven, met opgave van de redenen van die vertraging.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking, correspondentie

29

Handeling: Het aan het eind van elke kwartaal verslag doen van de rekeningen welke onafgedaan zijn gebleven

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 66, derde lid

Opmerking: Verslag wordt gedaan aan de regering.

Waardering: B (1)

Product: Verslag/rapport, correspondentie

30

Handeling: Het aan de hand van het in artikel 67 bedoelde onderzoek vaststellen van saldi van comptabelen

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art.69, tweede lid

Opmerking: Volgens artikel 67, lid 1 van de CW 1927 is de Algemene Rekenkamer ‘bevoegd door een commissie, bestaande uit één of meer harer leden of ambtenaren, desgewenst met medewerking van één of meer door haar aangewezen boekhoudkundigen, in alle burelen van openbare dienst en bij alle comptabelen de inlichtingen te doen inwinnen en de opnemingen van kassen en voorraden en de onderzoekingen van boeken, rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden te doen, welke zij nodig acht voor het uitvoeren van de taak, haar bij de wet opgedragen’

Waardering: B (1)

Product: Beschikking

31

Handeling: Het opleggen van boetes aan comptabelen of aan hen die anderszins nalatig zijn geweest

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927 art.70

Opmerking: De besluiten worden uitgevaardigd in naam der Koning(in). Zij zijn evenals de grossen van vonnissen in burgerlijke zaken uitvoerbaar. Geschillen over de tenuitvoerlegging worden berecht door de arrondissementsrechtbank, binnen wier ressort de tenuitvoerlegging geschiedt.

Waardering: B (5)

Product: (Voordracht tot) Beschikking

32

Handeling: Het beslissen op verzoeken van de comptabele om herziening van de beslissing inzake de oplegging van boete of inzake de vaststelling van een krachtens artikel 40, vierde lid ambtshalve opgemaakte rekening

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 72

Opmerking: De Algemene Rekenkamer is bevoegd ambtshalve een herziening te nemen. De besluiten worden genomen in een voltallige vergadering van het college en worden vermeld in het verslag als bedoeld in artikel 59.

Waardering: B (5)

Product: Beschikking, onderdeel verslag

33

Handeling: Het controleren van de verantwoordingen inzake het beheer over het materieel in ’s Rijks magazijnen, over het muntmaterieel in ’s Rijks munt en inzake de in ’s Rijks kas gedeponeerde fondsen waarvoor geen begroting is vastgesteld

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927 art. 92 en 93

Opmerking: De verantwoording geschiedt op de wijze als de Algemene Rekenkamer verlangt.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking

34

Handeling: Het verlenen van ontheffing van de rekenplicht en het intrekken van de ontheffing

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 56, eerste lid

Opmerking: Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden en deze kunnen worden gewijzigd.

Waardering: B (5)

Product: Beschikking, correspondentie

35

Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop en de termijnen waarbinnen de verantwoordingen van de rekenplichtigen aan de Algemene Rekenkamer moeten worden gezonden

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 57

Opmerking: Na overleg met de Minister van Financiën en de betrokken vakMinister. De Algemene Rekenkamer kan in overleg met de Minister van Financiën eisen stellen waaraan bewijsstukken moeten voldoen.

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

36

Handeling: Het aanmanen van een rekenplichtige om verantwoording af te leggen

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 58, eerste lid

Opmerking: Indien de rekenplichtige nalatig blijft, wordt de verantwoording opgemaakt door een ambtenaar, na overleg met de Algemene Rekenkamer aan te wijzen door de betrokken Minister.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking, correspondentie

37

Handeling: Het voeren van overleg met de betrokken Minister voor het aanwijzen van een ambtenaar (a) of met de Minister van Financiën voor het treffen van een regeling (b) bij het plotseling ontbreken van een rekenplichtige

Periode: 1945–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 41

Comptabiliteitswet 1976, art. 59, eerste en vijfde lid

Opmerking: Betreft het ambtshalve opmaken van een verantwoording bij overlijden, onder curatelenstelling, schorsing of het voortvluchtig zijn van de rekenplichtige (a). Het treffen van een andere regeling voor doorgaande beheren, dat wil zeggen de beheren die bij afwezigheid of ontstentenis van de rekenplichtige automatisch worden voortgezet door een plaatsvervangend rekenplichtige (b).

Waardering: V (20)

Product: Correspondentie

38

Handeling: Het ontheffen van de verantwoordelijkheid van de rekenplichtige door het afgeven van een bewijs

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 60 en 56, vierde lid

Opmerking: De Algemene Rekenkamer stelt daarbij zo nodig vast, welk bedrag door de rekenplichtige moet worden betaald en bepaalt de termijn, waarbinnen dit dient te geschieden.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking

39

Handeling: Het opleggen van boetes aan rekenplichtigen

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 61 en 62

Opmerking: Beschikking kan worden uitgevaardigd in naam van de Koning(in). Zij zijn met overeenkomstige toepassing van de bepalingen over de grossen van vonnissen in burgerlijke zaken uitvoerbaar. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de betrokken Minister

Waardering: B (1)

Product: (Voordracht tot) Beschikking

40

Handeling: Het vaststellen van het saldo, hetwelk de rekenplichtige is verschuldigd, dan wel aan deze toekomt

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 68, vijfde lid en 62, tweede lid

Opmerking: Indien de beschikking de invordering van een verschuldigd saldo betreft, kan deze worden uitgevaardigd in naam van de Koning(in). Zij zijn met overeenkomstige toepassing van de bepalingen over de grossen van vonnissen in burgerlijke zaken uitvoerbaar.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking

41

Handeling: Het herzien van een genomen beschikking omtrent de verantwoordingen of het opleggen van boeten

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 63

Opmerking: De beschikking omtrent de verantwoording of het opleggen van een boete kan worden herzien. Dit kan op verzoek van de rekenplichtige, of ambtshalve. De beschikking tot herziening wordt genomen in een voltallige vergadering van het college. Daarvan wordt melding gemaakt in het verslag van de Algemene Rekenkamer.

Waardering: B (1)

Product: Beschikking en (onderdeel van) verslag.

42

Handeling: Het onderzoek naar de verantwoording van onder ’s Rijks beheer gestelde vermogens en vermogensbestanddelen

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 79

Opmerking: Voorbeelden zijn rekeningen van derden bij de Schatkist (bijv. van Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba, de provincies en de gemeenten), de Consignatiekas en fondsen uit erflating

Waardering: B (1)

Product: Verantwoordingen, correspondentie

43

Handeling: Het opleggen van de rekenplicht aan anderen, die van rijkswege zijn belast met het beheer over gelden, geldswaardige papieren of goederen, en aan personen die met een zodanig beheer zijn belast door instellingen, die dit beheer van Rijkswege voeren.

Periode: 1945–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 39, vijfde lid

Comptabiliteitswet 1976, art. 56, derde lid

Opmerking: Enkele van dergelijke rekenplichtigen:

1. Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Rotterdam (Reglement op de rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Rotterdam; Staatsblad 1958, 409), art. 17)

Periode: 1958–1991

2. Rijksopleidingscentrum voor verloskundigen te Rotterdam (Reglement Rijksopleidingscentrum voor verloskundigen te Rotterdam; Staatscourant 1988, nr. 151), art. 8)

Periode: 1988–1991

3. Centrale Raad voor de Volksgezondheid (Besluit Financieel Beheer Centrale Raad voor de Volksgezondheid; Staatsblad 1959, 151), art. 22)

Periode: 1959–1991

4. De directeur van de Staatsloterij (Wet op de kansspelen; Staatsblad 1964, 483), art. 10)

Periode: 1964–1991

De procedure van de persoonlijke dechargeverlening van de kasbeheerders is begin jaren negentig in artikel 13, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ opgenomen, nadat bij de vijfde wijziging van de CW 1976 (Stb. 1992, 350) de (persoonlijke) rekenplicht van rekenplichtigen (kasbeheerders) aan de Algemene Rekenkamer was komen te vervallen. Een ‘rekenplichtige’ is nu nog slechts verantwoording schuldig aan zijn Minister.

Waardering: B (1)

Product: Verantwoordingen, correspondentie

Het maken van bezwaar

44

Handeling: Het maken van bezwaar tegen de verevening van een uitgaaf

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 80, tweede lid, art. 82 en 83;

Opmerking: Zie handeling 45.

Waardering: B (1)

Producten: Bezwaarbrief en verdere correspondentie met de betrokken Minister

45

Handeling: Het verlengen van de termijn waarbinnen de betrokken Minister voorstellen kan doen tot opheffing van het bezwaar tegen verevening

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art.82, tweede lid

Opmerking: De termijn kan met tweemaal drie maanden worden verlengd.

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

46

Handeling: Het verlengen van de termijnen waarbinnen de betrokken Minister voorstellen kan doen tot opheffing van het bezwaar tegen verevening

Periode: 1977–1987

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 71, tweede lid

Opmerking: De termijn kan met ten hoogste twee maanden worden verlengd.

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie

47

Handeling: Het maken van bezwaar tegen bepaalde (groepen van) uitgaven en ontvangsten

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 71 en 72.

Opmerking: Zie handeling 45.

Waardering: B (1)

Producten: Bezwaarbrief en verdere correspondentie met de betrokken Minister, mededeling aan de Staten-Generaal

48

Handeling: Het maken van bezwaar met betrekking tot het door de Minister gevoerde financieel beheer, het materieelbeheer of de verantwoording daarover

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 55 en 56

Comptabiliteitswet 2001, art. 88 en 89

Opmerking: Levert het onderzoek op grond van art. 82 Comptabiliteitswet 2001 bezwaar op, dan is de procedure als volgt:

– de beslissing wordt medegedeeld aan de betrokken Minister (mededeling van bezwaar; Comptabiliteitswet 2001, art. 88, eerste lid;

– de betrokken Minister is verplicht binnen een maand de Algemene Rekenkamer in kennis te stellen van hetgeen tot opheffing van het bezwaar kan leiden (Comptabiliteitswet 2001, art. 88, tweede lid);

– de Algemene Rekenkamer neemt na afloop van de termijn haar eindbeslissing, waarvan zij mededeling doet aan de betrokken Minister en, indien zij haar bezwaar handhaaft, aan de Minister van Financiën (Comptabiliteitswet 2001, art. 88, derde en vierde lid);

– indien het bezwaar inhoudt dat bepaalde (groepen van) verplichtingen, uitgaven en ontvangsten niet in overeenstemming met de begrotingswet of met andere wettelijke regelingen tot stand zijn gekomen, dan dient de Minister te zorgen dat binnen twee maanden na de eindbeslissing van de Algemene Rekenkamer een voorstel tot vaststelling van een indemniteitswet aan de Tweede Kamer wordt gezonden (Comptabiliteitswet 2001 art. 89, eerste lid).

Als de Algemene Rekenkamer na afloop van de termijn niet van een zodanige indiening is gebleken, doet zij daarvan mededeling aan de Tweede Kamer.

Indien het een ander bezwaar betreft dan bedoeld in het eerste lid van art. 89 (zogenaamd bezwaar van de tweede soort), dan maakt de Algemene Rekenkamer daarvan melding in het rapport bij het betreffende jaarverslag.

Tevens kan de Algemene Rekenkamer bij een bezwaar van de tweede soort een aantekening plaatsen in haar rapport bij het Financieel jaarverslag van het Rijk.

De betrokken Minister zendt in een aanvulling op het betrokken jaarverslag zijn standpunt inzake het in art. 89, derde lid bedoelde bezwaar zo spoedig mogelijk, maar in elk geval vóór de behandeling van het jaarverslag door de Tweede kamer, aan de Tweede Kamer, met de reden daarvan (Comptabiliteitswet 2001, art. 63, vierde lid).

De hiervoor beschreven bezwaarprocedure is in hoofdlijnen tot op heden niet gewijzigd. Wel zijn sinds 1945 meerdere keren wijzigingen aangebracht. Die wijzigingen zijn hierna te vinden. Actor is tevens de betrokken Minister.

Wijzigingen in het maken van bezwaar:

– 1945: de Algemene Rekenkamer maakt bezwaar tegen verevening van de uitgaaf. De betrokken Minister moet binnen drie maanden de Algemene Rekenkamer in kennis stellen met hetgeen tot opheffing van het bezwaar kan leiden. De Algemene Rekenkamer kan de termijn tweemaal met ten hoogste drie maanden verlengen. Na afloop van de termijn neemt de Algemene Rekenkamer haar eindbeslissing, waarvan zij, indien zij het bezwaar handhaaft, mededeling doet aan de betrokken Minister. Als het bezwaar niet alsnog wordt opgeheven – hetzij door storting van het bedrag door de Minister in ’s Rijks kas, hetzij een regeling naar genoegen van het college van de Algemene Rekenkamer is getroffen – dan moet de Minister zorgdragen dat binnen drie maanden bij de Staten-Generaal een voorstel van wet (indemniteitswet) wordt ingediend, houdende de bepaling, dat de uitgaaf alsnog door de Algemene Rekenkamer onder de Rijksuitgaven zal worden opgenomen met aanwijzing van het dienstjaar en van het hoofdstuk der begroting, ten laste waarvan de uitgaaf moet worden gebracht (art. 80, tweede lid, 82 en 83).

– Vanaf 1 juli 1977 (Comptabiliteitswet 1976): bezwaar wordt gemaakt op grond van het rechtmatigheidonderzoek en betreft met name het in strijd met de Comptabiliteitswet, de begrotingswet of ander wettelijk voorschrift/regeling doen van uitgaven; bezwaar ook mogelijk tegen ontvangsten; (art. 71, tweede lid) de Minister heeft twee maanden de tijd om op het bezwaar van de Algemene Rekenkamer te reageren i.p.v. drie maanden (kan eenmaal met twee maanden worden verlengd); vervallen is de mogelijkheid om na de eindbeslissing van de Algemene Rekenkamer het bedrag in ’s Rijks kas te storten. Indien de betrokken Minister niet op tijd een Indemniteitswet indient, doet de Algemene Rekenkamer daarvan mededeling aan de Staten-Generaal (vanaf 1 september 2001: aan de Tweede Kamer);

– Vanaf 1 januari 1987: (art. 71, tweede lid) de Minister heeft één maand de tijd om op het bezwaar van de Algemene Rekenkamer te reageren i.p.v. twee maanden; vervallen de mogelijkheid om de termijn te verlengen; (art. 72, eerste lid): Minister moet Indemniteitswet bij gehandhaafd bezwaar indienen binnen twee i.p.v. drie maanden. Als de Algemene Rekenkamer na afloop van deze termijn niet van een zodanige indiening is gebleken, doet zij daarvan mededeling aan de Tweede Kamer;

– Vanaf 1 januari 1992 (art. 55): bezwaar ook mogelijk tegen verplichtingen; (art. 56, derde lid) introductie tweede soort bezwaar (geen rechtmatigheidbezwaar; zgn. financieel beheer bezwaar; zie handeling 45). Bezwaar met betrekking tot het gevoerde financiële beheer of de verantwoording daarover. Het bezwaar moet inhouden dat bepaalde (groepen van) verplichtingen, uitgaven en ontvangsten niet in overeenstemming met de begrotingswet of met andere wettelijke regelingen tot stand zijn gekomen. Indien de Algemene Rekenkamer bij de eindbeslissing haar bezwaar handhaaft, doet zij daarvan tevens mededeling aan de Minister van Financiën.

Bezwaar van de tweede soort, art. 67, derde lid: mogelijkheid een aantekening te maken bij de goedkeuring van de rekening (vanaf 1992 financiële verantwoording) van het Rijk;

Vanaf 1 juli 2000 (art. 56, eerste lid): vervallen de mogelijkheid om na de eindbeslissing van de Algemene Rekenkamer alsnog een regeling naar genoegen van het college te treffen.

Waardering: B (1)

Producten: Overzicht van potentiële bezwaargevallen, (concept)rapport bezwaaronderzoek, correspondentie met de Ministers, besluit bezwaaronderzoeken, mededeling van bezwaar en brief besluit handhaven/opheffen bezwaar, mededelingen aan de Minister van Financiën inzake handhaving van bezwaar bij eindbeslissing, mededeling aan de Tweede Kamer inzake het niet blijken van het indienen van een indemniteitswet

49

Handeling: Het doen van onderzoek voorafgaande aan het maken van bezwaar

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 51

Comptabiliteitswet 2001, art. 82

Opmerking: Het is sinds 1994 beleid van de Algemene Rekenkamer om, alvorens bezwaar te maken, een onderzoek te starten. Dit wordt meegedeeld aan de betrokken Minister. Het onderzoek leidt tot bevindingen die worden meegedeeld aan de betrokken Minister. De Minister kan een bezwaar voorkomen door tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer.

Waardering: B (1)

Producten: Rapport bezwaaronderzoek, overzicht potentiële bezwaargevallen

50

Handeling: Het doen van vervolgonderzoek naar aanleiding van een bezwaaronderzoek

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 51

Comptabiliteitswet 2001, art. 82

Opmerking: Wanneer een bezwaaronderzoek niet tot bezwaar leidt wordt de voortgang door de Algemene Rekenkamer gevolgd totdat het potentiële bezwaar van de lijst kan worden afgevoerd, of totdat alsnog bezwaar wordt gemaakt.

Waardering: B (1)

Producten: Interne stukken (afvoeren van lijst potentiële bezwaargevallen)

Begrotingsfondsen

51

Handeling: Het onderzoeken van het financiële beheer en de financiële verantwoording daarover van de begrotingsfondsen, alsmede het rapporteren daarover

Grondslag: 1945–1977: Comptabiliteitswet 1927, art. 87

1977–1991: Comptabiliteitswet 1976, art. 87

1992–2000: Comptabiliteitswet 1992, art. 2

2001– : Comptabiliteitswet 2001, art. 9

Periode: 1945–

Opmerking: Het onderzoek is in beginsel overeenkomstig het rechtmatigheidonderzoek, leidend tot de goedkeuring (zie handelingen van subtaakgebied 1)

De begrotingsfondsen zijn:

– Scheepvaartfonds

– Rijkswegenfonds

– Landbouw-Egalisatiefonds (zie subtaakgebied 6)

– Gemeentefonds

– Provinciefonds

– Bezitsvormingsfonds

– Fonds ontwikkeling snelle kweekreactor

– Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (zie subtaakgebied 6)

– Infrastructuurfonds

– Fonds Economische Structuurversterking

– Spaarfonds AOW

– Diergezondheidsfonds

– BTW-compensatiefonds.

Waardering: B (1)

Product: O.a. rapportagevoorstel, verslag vierhoeksoverleg, conceptrapporten, bestuurlijke schriftelijke reacties, rapporten bij het jaarverslag, rapport bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk en eventuele begeleidende rapporten.

Controle Staatsbedrijven

52

Handeling: Het ter plaatse, waar de boekhouding van het bedrijf wordt gevoerd, toezicht houden op de juistheid van de bedragen, welke ten laste van en ten bate van het bedrijf worden gebracht.

Grondslag: Bedrijvenwet 1928 (Staatsblad 1928, 249), art. 23

Periode: 1945–1994

Opmerking: De Algemene Rekenkamer onderzoekt ter plaatse de boeken, rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden, zoals zij dit nodig acht voor het uitvoeren van de taak. Indien noodzakelijk voor het onderzoek kunnen bewijzen en bescheiden tijdelijk naar de bureaus van de Algemene Rekenkamer worden overgebracht. De Algemene Rekenkamer onderzoekt of het beheer van de Staatsbedrijven overeenkomstig de vastgestelde regelen is gevoerd en of de gegeven voorschriften alle zijn nageleefd. De sanctie op deze controle is in laatste instantie onthouding van goedkeuring.

Met ingang van het begrotingsjaar 1995 is de Bedrijvenwet niet meer van toepassing.

De Staatsbedrijven zijn, met aanduiding van de perioden waarin ze voorkomen:

1. Staatsmijnen in Limburg (Staatsblad 1928, 516)

Periode: 1945–1966

2. Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf (Staatsblad 1928, 474)

Periode: 1945–1988

3. Staatsvissershavenbedrijf (Staatsblad 1928, 515)

Periode: 1945–1989

4. Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (Staatsblad 1928, 514)

Periode: 1945–1989

5. Staatsmuntbedrijf (Staatsblad 1928, 483)

Periode: 1945–1994

6. Staatsgasbedrijf (Staatsblad 1957, 73)

Periode: 1957–1963

7. Artillerie-Inrichtingen (Staatsblad 1958, 177)

Periode: 1959–1975

Waardering: B (1)

Product: Verslag en eventuele correspondentie met de Ministers en de Staten-Generaal

53 (22.73)

Handeling: a. Het beoordelen van rekeningen van alle aanmuntingen voor het Rijk of zijn koloniën en bezittingen; het beoordelen van maandelijkse staten van ontvangsten en uitgaven van de Munt; het beoordelen van jaarlijkse rekeningen van de Munt betreffende de in elk der maanden van het laatst verlopen kalenderjaar gedane ontvangsten en uitgaven; het beoordelen van jaarlijkse verantwoordingen van het in het laatstverlopen kalenderjaar door de Munt ontvangen munt- en medaillemateriaal.

b. Het beoordelen van rekeningen van elke aanmunting, ontmunting of vervreemding van muntmateriaal voor rekening van Nederland; het beoordelen van maandelijkse staten van inkomsten en uitgaven van de Munt over de

voorafgaande maand; het beoordelen van jaarlijkse recapitulaties betreffende de in elk der maanden van het het voorgaande jaar door de Munt ontvangen en

verzonden munten en van verantwoordingen door de Munt van het in het voorgaande jaar ontvangen en afgeleverde munt- en medaillemateriaal.

Periode: 1945–1987

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Staatsblad 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, artt. 27, 28 en 30; Besluit van 24 december 1957, Staatsblad, 560, houdende nadere regelen omtrent de inrichting van de dienst van ’s Rijks Munt, artt. 11, 12 en 13

Opmerking: RIO 22, handeling 73

Waardering: B (5)

Producten: Rapport

54

Handeling: Het onderzoeken en goedkeuren van de rekeningen van takken van rijksdienst, bedoeld in artikel 88 (rekeningen van de Staatsbedrijven) en het aanbieden daarvan aan de regering, onder bijvoeging van de opmerkingen

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 90, eerste lid, Bedrijvenwet (Staatsblad 1928, 249), art. 19, eerste lid derde lid. Comptabiliteitswet 1976, art. 73, 90; Vanaf 1992: art. 72

Periode: 1945–1994

Opmerking: Het betreft de rekeningen van de Staatsbedrijven, die in enig jaar bestaan.

Waardering: B (1)

Product: Verklaring van goedkeuring, alsmede het document waarin deze verklaring en de opmerkingen zijn opgenomen

Staatsschuld en overige schulden

55 (43.67)

Handeling: Het registreren van de voor schatkistpromessen bestemde formulieren onder vermelding van het bedrag en volgnummer.

Periode: 1945–1975

Grondslag: Wet schatkistpromessen 1881 (Staatsblad 185), art. 2.

Opmerking: RIO 43, handeling 67

Waardering: V (7) na beëindiging looptijd

Producten: Registers

56 (43.112)

Handeling: Het registreren van alle geldleningen ten laste of onder waarborg van de Staat.

Periode: 1945–1991

Grondslag: Besluit van den 12den juni 1936, (Staatsblad 480), art. 33 en 74.

Comptabiliteitswet 1976, art. 81, tweede lid.

Opmerking: Bij de Wet van 24 juni 1992 (Staatsblad 350), vijfde wijziging Comptabiliteitswet, kwam deze handeling per 1 januari 1992 te vervallen.

RIO 43, handeling 112

Waardering: B (5)

Producten: Registers

57 (43.113)

Handeling: Het vóór uitgifte registreren, en van een kenteken van registratie voorzien van de schuldbewijzen ten laste van de Staat.

Periode: 1945–1991

Grondslag: Wet Schatkistbiljetten 1870 (Staatsblad 62), art. 1 en 2.

Leningwetten.

Comptabiliteitswet 1976, art. 81, tweede lid.

Opmerking: Bij de Wet van 24 juni 1992 (Staatsblad 350), vijfde wijziging Comptabiliteitswet, kwam deze handeling per 1 januari 1992 te vervallen.

RIO 43, handeling 113

Waardering: V (7) na beëindiging looptijd

Producten: Registers

58 (43.114)

Handeling: Het opstellen van doubletten van de Grootboeken der Nationale Schuld.

Periode: 1945–1991

Grondslag: Grootboekwet 1913 (Staatsblad 123), art. 4, tweede lid.

Opmerking: Bij de Wet van 24 juni 1992 (Staatsblad 350), vijfde wijziging Comptabiliteitswet, kwam deze handeling per 1 januari 1992 te vervallen.

RIO 43, handeling 114

Waardering: V (10)

Producten: Doubletten van de Grootboeken der Nationale Schuld.

59 (43.115)

Handeling: Het beoordelen van rekeningen die bij sluiting van de Grootboeken worden opgemaakt.

Periode: 1945–1991

Grondslag: Grootboekbesluit 1913, art. 29 en 60.

Opmerking: Stukken m.b.t. toegekende subsidieaanvragen.

RIO 43, handeling 115

Waardering: B (5)

Producten: Correspondentie, rapport o.i.d.

60 (43.116)

Handeling: Het controleren en vaststellen van de rekening, afkomstig van de Minister van Financiën, van het inwisselen tegen contant geld van schuldbewijzen voor elke lening, aangegaan ten laste van de Staat.

Periode: 1945–1975

Grondslag: Leningwetten 1940-1993.

Opmerking: RIO 43, handeling 116

Waardering: B (5)

Producten: Vastgestelde rekening, correspondentie

61 (43.117)

Handeling: Het opstellen van een staat van gedurende een half jaar na de verschijndag van de rentetermijn aangemaakte, afgegeven en ingetrokken stellen rentebewijzen.

Periode: 1945–1993

Grondslag: Grootboekbesluit 1913, art. 62, eerste lid.

Opmerking: RIO 43, handeling 117

Waardering: B (5)

Producten: Staten van rentebewijzen

62 (43.118)

Handeling: Het opstellen van een verantwoording van niet uitgegeven stellen rentebewijzen.

Periode: 1945–1993

Grondslag: Grootboekbesluit 1913, art. 62, tweede lid.

Opmerking: Deze handeling is na 1960 niet meer verricht.

RIO 43, handeling 118

Waardering: B (5)

Producten: Verantwoordingen

63 (86.101)

Handeling: Het registreren van schuldbewijzen voor uitgifte, alsmede het vernietigen van terugontvangen schuldbewijzen.

Periode: 1945–1987

Grondslag: Machtigingswet spoorwegbedrijf 1937, Staatsblad 520, art. 4 (Uitvoeringsvoorschriften. Rekening. Schulddelging.), lid c en f.

Opmerking: RIO 86, handeling 101

Waardering: V (20)

Producten: Registratie, correspondentie

64 (127.60)

Handeling: Het controleren, registreren en vernietigen van de te gelde gemaakte schuldbewijzen van leningen.

Periode: 1950–

Grondslag: Wet Materiële oorlogs- en watersnoodschaden 1950, Staatsblad K 31, art. 119.2.

Opmerking: RIO 127, handeling 60

Waardering: B (5)

Product: Registraties en controleverklaringen

65 (127.431)

Handeling: Het voor uitgifte registreren en het vernietigen van terugontvangen opbouwobligaties.

Periode: 1950–c.a. 1980

Grondslag: Wet MOS 1950 Staatsblad 31, art. 53.8.9,

Opmerking: RIO 127, handeling 431

Waardering: V (20)

Product: Registratieverklaringen en Vernietigingsverklaringen

66 (151.206)

Handeling: Het controleren en goedkeuren van door de Minister van Financiën af te leggen verantwoording over aangegane schuldverplichtingen ten laste van het Rijk i.v.m. de consolidatie van Staatsschuld met behulp van geblokkeerde tegoeden.

Periode: 1946–

Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Staatsblad F 268, art. 2.2,

Opmerking: RIO 151, handeling 206

Waardering: B (5)

Product: Controleverslagen en Goedkeuringen

67 (151.225)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op het vervaardigen van lotingskaartjes en het verrichten van uitloting van rekeningen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946 welke aflosbaar gesteld zullen worden.

Periode: 1950–

Grondslag: Regeling van uitloting en aflossing van de inschrijvingen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946, Staatscourant 25-8-1950 no. 165, art. 2–6,

Opmerking: RIO 151, handeling 225

Waardering: V (20)

Product: Beschikkingen

68 (151.227)

Handeling: Het controleren van het uitloten van rekeningen en schuldbewijzen 3% Grootboek 1946 welke aflosbaar gesteld zullen worden en de opgemaakte processen verbaal.

Periode: 1950–1990

Grondslag: Regeling van uitloting en aflossing van de inschrijvingen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946, Staatscourant 25-8-1950 no. 165, art. 2-6,

Opmerking: RIO 151, handeling 227

Waardering: B (5)

Product: Goedkeuringen

69 (151.229)

Handeling: Het controleren en goedkeuren van een rekening van verantwoording ten behoeve van de Staten-Generaal, betreffende de plaatsing van schuldbewijzen tegen inwisseling van schuldbewijzen van te converteren leningen.

Periode: 1946–

Grondslag: Conversieleningwet 1946, Staatsblad G 407, art. 2 lid 2,

Conversieleningwet 1948, Staatsblad I 115, art. 2 lid 2,

Opmerking: vgl. PIVOT-rapportage betreffende de zorg voor de financiering en beheersing van de Staatsschuld ‘Die zijn schuld betaalt, verarmt niet’ handeling nr. 115,

de conversielening gaat het niet om omwisseling van contant geld maar tegen eerder uitgegeven schuldbewijzen

RIO 151, handeling 229

Waardering: B (5)

Product: Controle en goedkeuringen

70 (151.230)

Handeling: Het vernietigen van wegens schulddelging terugontvangen schuldbewijzen.

Periode: 1946–

Grondslag: Conversiegeldleening 1946, Staatsblad G 407, art. 2, vijfde lid,

Conversieleningwet 1948, Staatsblad I 115, art. 2, vijfde lid,

Opmerking: RIO 151, handeling 230

Waardering: V (20)

Product: Verklaringen van vernietiging

Subtaakgebied 2: Handelingen voortvloeiend uit de taak doelmatigheidsonderzoek en doeltreffendheidsonderzoek

Periode 1945–1977

71

Handeling: Het doen van voorstellen en mededelingen aan de Ministers die kunnen leiden tot vermindering van de Rijksuitgaven, tot vermeerdering van de Rijksontvangsten en tot verbetering of vereenvoudiging van ’s Rijks geldelijk beheer, inzake de ontvangsten en uitgaven in het belang van ’s Rijks kas, alsmede het doen van mededelingen aan de Minister van Financiën en de Staten-Generaal en het naar aanleiding daarvan plegen van overleg.

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 60

Opmerking: Opmerkingen, bedenkingen en mededelingen over de doelmatigheid of doeltreffendheid vallen onder deze handeling.

Waardering: B (1)

Product: Onderdeel van het verslag bedoeld in art. 59, brieven en overige stukken

72

Handeling: Het controleren of rijkseigendommen in voldoende mate productief zijn en of de daarop betrekking hebbende voorschriften behoorlijk worden nageleefd

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art.64

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Onderdeel van het verslag bedoeld in art. 59

Periode 1977–1992

73

Handeling: Het verrichten van onderzoeken naar de doelmatigheid van ’s Rijks beheer en de organisatie en de functionering van ’s Rijks dienst

Periode: 1977–1992

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 74, eerste lid

Opmerking: Naast ‘eigen’ onderzoek kunnen de beide Kamers der Staten-Generaal de Algemene Rekenkamer verzoeken doelmatigheidsonderzoeken in te stellen.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindigen onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, notities, nota’s, oriëntatie-nota’s m.b.t. het verslag van de Algemene Rekenkamer, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, tussentijdse rapporten en het Juniverslag

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

74

Handeling: Het mededelen van opmerkingen en bedenkingen aan de betrokken Minister die de Algemene Rekenkamer van belang acht m.b.t. de uitgaven en ontvangsten en naar de doelmatigheid van ’s Rijks beheer en de organisatie en de functionering van ’s Rijks dienst.

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 75, lid 1

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Onderdeel van het jaarverslag, correspondentie o.i.d.

75

Handeling: Het verstrekken van mededelingen aan de betrokken Minister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal die de Algemene Rekenkamer in ’s Rijks belang nodig acht, alsmede het eventueel voeren van overleg daarover.

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 75, lid 2

Opmerking: De handeling is met name van belang bij incidentele mededelingen in de loop van het jaar.

Waardering: B (1)

Product: Onderdeel van het jaarverslag, correspondentie o.i.d.

Periode 1992–2001

76

Handeling: Het verrichten van onderzoeken naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het gevoerde beleid van het Rijk

Periode: 1992–2001

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 57, eerste en derde lid

Opmerking: De bevoegdheden van de art. 53, eerste lid en 54, alsmede art. 60 zijn van overeenkomstige toepassing. Zie daarvoor handeling 13 betreffende het rechtmatigheidonderzoek. Op grond van art. 61, eerste lid kan de Algemene Rekenkamer opmerkingen en bedenkingen meedelen aan de betrokken Minister. Bovendien kan de Algemene Rekenkamer op grond van art. 61, tweede lid aan de betrokken Minister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal mededelingen doen.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: aankondigingsbrieven, onderzoeksvoorstel. (concept)nota van bevindingen, ambtelijke reactie (brief of gespreksverslag), aanbiedingsnotities, rapportagevoorstel, verslag driehoekoverleg, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, verslag vierhoekoverleg, conceptrapport, afdoeningen, bestuurlijke reactie, Kamervragen en inbreuknotities.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

Periode 2001–

77

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende het waarborgen van de voortgang van het doelmatigheidonderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 85

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: inbreuknotities en notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

78

Handeling: Het voorbereiden en het in gang zetten van een onderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 85

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: O.a. onderzoeksvoorstel, aankondigingsbrieven, verslag driehoeksoverleg en afdoening

79

Handeling: Het uitvoeren van onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid en de doelmatigheid van het financieel en het materieelbeheer, de daartoe bijgehouden administraties en de organisatie van het Rijk

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 85

Opmerking: De Comptabiliteitswet 2001 beoogt geen wijziging te brengen in de reikwijdte van het doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek. De bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer bij het doen van onderzoek staan in de art. 86 en 87. Ook art. 93 is van toepassing. Zie handeling 18 voor het rechtmatigheidonderzoek.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: nota van bevindingen, verslag ambtelijk wederhoor en aanbiedingsnotities, rapportagevoorstel, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, verslag vierhoekoverleg

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

80

Handeling: Het vastleggen van de bevindingen en het oordeel over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid en de doelmatigheid van het financieel en het materieelbeheer, de daartoe bijgehouden administraties en de organisatie van het Rijk.

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 95

Opmerking: De bevindingen worden vastgelegd in een rapport, maar kunnen ook worden gepubliceerd in het verslag.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: rapportagevoorstel, verslag vierhoeksoverleg, conceptrapport, afdoeningen en schriftelijke reactie van bestuurlijk wederhoor.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

81

Handeling: Het publiceren van de resultaten van het doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 62

Opmerking: De bevindingen worden vastgelegd in een rapport.

De conceptrapporten die onder handeling 80 vallen betreffen de rapporten die voor bestuurlijk hoor en wederhoor aan de gecontroleerde worden aangeboden; de conceptpublicatieteksten die onder handeling 81 vallen betreffen de correctieversies van het college van de Algemene Rekenkamer.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: (concept)publicatietekst, afdoening, tussentijds rapport/verslag en persbericht

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

82

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende de nazorg en evaluatie met betrekking tot het doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 85

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: stukken m.b.t. de Kamerbehandeling en inbreuknotities, verslag nagesprek, verslag effectmeting en artikelen.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

Subtaakgebied 3: Handelingen voortvloeiend uit onderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode 1977–1989

83

Handeling: Het verrichten van onderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1977–1989

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 80

Opmerking: De onderzoeksobjecten zijn:

  • a. privaatrechtelijke rechtspersonen, in het kapitaal waarvan de Staat voor tenminste de helft deelneemt;

  • b. andere rechtspersonen, die een bijdrage, een subsidie of een garantie van de Staat krijgen en in het uitoefenen van controlebevoegdheden door de Algemene Rekenkamer is voorzien.

De Algemene Rekenkamer kan door tussenkomst van de betrokken Minister overlegging vorderen van jaarrekeningen en van de daarop betrekking hebbende rapporten van hen, die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd (art. 67, tweede lid is van toepassing). Indien de ontvangen stukken of inlichtingen daartoe aanleiding geven, kan de Algemene Rekenkamer bij de rechtspersonen nadere inlichtingen inwinnen. Dit geschiedt door tussenkomst van de betrokken Minister, indien het betrekking heeft op de onder a vallende naamloze vennootschappen dan wel besloten vennootschappen. De Algemene Rekenkamer is vervolgens onder voorwaarden bevoegd zelf bij de rechtspersoon een onderzoek in te stellen. Daarbij is art. 68 van overeenkomstige toepassing. De laatstgenoemde bevoegdheid geldt alleen bij 100%-staatsdeelnemingen en de onder b bedoelde rechtspersonen.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: oriëntatie-nota, nota van bevindingen, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, verslag ambtelijk wederhoor en aanbiedingsnotities, rapportagevoorstel, verslag vierhoeksoverleg, conceptrapport, afdoeningen, schriftelijke reactie van bestuurlijk wederhoor, kamervragen, zelfevaluatie en effectmeting

Te vernietigen neerslag: overige stukken

84

Handeling: Het publiceren van de onderzoeksbevindingen bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1977–1989

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 80, zesde lid

Opmerking: Indien de Algemene Rekenkamer dit geboden acht, maakt zij van haar bevindingen melding in haar verslag als bedoeld in art. 82.

De te bewaren neerslag zijn de conceptpublicatieteksten van het (jaar)verslag voorzien van de opmerkingen van het college, de definitieve publicatieteksten van het (jaar)verslag tbv het Sdu; de te vernietigen neerslag betreft de conceptversies van de werkdossiers. Met de omschrijving ‘Onderdeel van het verslag’ wordt bedoeld een weergave van de resultaten van een uitgevoerde controle en van de in het desbetreffende verslagjaar afgeronde correspondentie met bewindspersonen daarover.

Waardering: B (1)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: Onderdeel van het verslag

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

Periode 1989–

85

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende het waarborgen van de voortgang van het onderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 59

Comptabiliteitswet 2001, art. 91

Opmerking: Betreft de eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 1976

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: inbreuknotities en notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

86

Handeling: Het voorbereiden en het in gang zetten van een onderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 59

Comptabiliteitswet 2001, art. 91

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: o.a. onderzoeksvoorstel, aankondigingsbrieven, verslag driehoeksoverleg en afdoening

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

87

Handeling: Het verrichten van recht- en doelmatigheidsonderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1989–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 80;

Comptabiliteitswet 1992, art. 59;

Comptabiliteitswet 2001, art. 91

Opmerking: De vernummering van het art. heeft in 1992 en 2001 niet geleid tot inhoudelijke wijziging van de onderzoekstaak/bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer.

De onderzoeksobjecten zijn:

a. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarvan de Staat het gehele of nagenoeg het gehele aandelenkapitaal houdt (100%-staatsdeelnemingen);

b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid andere dan onder a bedoeld, waarvan de Staat tenminste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, indien daarmede een belang van f 1 miljoen (500.000 euro) of meer is gemoeid;

c. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma waaraan de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verleend (instellingen met een financiële binding); vóór 1992 bestond onderdeel c uit drie leden;

d. rechtspersonen voor zover die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen (rwt’s);

e. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma, voor zover die ingevolge de statuten van de bedrijfsvereniging waarbij zij als werkgever zijn aangesloten, het risico van de wettelijke ziekengeldverzekering dragen (eigenrisicodragers); Dit lid is ingetrokken bij de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

De Algemene Rekenkamer heeft de volgende bevoegdheden:

– Aan de hand van dossiers, aanwezig bij de verantwoordelijke Minister, kan de Algemene Rekenkamer kennis nemen van jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige bescheiden, en kan zij bij de Minister daarover nadere inlichtingen inwinnen;

– indien de bescheiden haar daartoe aanleiding geven, of een of meer bescheiden ontbreken, is de Algemene Rekenkamer bevoegd bij de betrokken rechtspersonen of bij de betrokken commanditaire vennootschappen of vennootschappen onder firma daarover nadere inlichtingen in te winnen dan wel van hen het overleggen van die bescheiden te vorderen, alsmede, behalve indien het de vennootschappen betreft, bedoeld in het eerste lid, onder b, of De Nederlandsche Bank NV, mede aan de hand van de administratie van de betrokken rechtspersoon of vennootschap dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de rechtspersoon of vennootschap voert, een onderzoek in te stellen. Artikel 87, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing (1989: art. 67, tweede lid; 1992: art. 54, eerste lid).

– de bevoegdheden gelden ook bij toezichthouders op rwt’s.

Indien het vennootschappen betreft, bedoeld in het eerste lid, onder b, dan wel De Nederlandsche Bank NV, geschiedt het vorderen van bescheiden en inwinnen van nadere inlichtingen door tussenkomst van de betrokken Minister en heeft het vorderen van bescheiden uitsluitend betrekking op de jaarrekeningen en rapporten.

De Algemene Rekenkamer kan dus uiteindelijk onderzoek doen bij de instelling zelf. Daarbij kan zij alle plaatsen betreden, behalve woningen, desnoods met behulp van de politie.

De bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer gelden niet bij de ingevolge de Wet toezicht kredietwezen geregistreerde kredietinstellingen (de banken), provincies, gemeenten, waterschappen, openbare lichamen voor beroep en bedrijf, Kamers van Koophandel en Fabrieken en rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen, bedoeld in art. 8, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: nota van bevindingen, verslag ambtelijk wederhoor en aanbiedingsnotities, rapportagevoorstel, verslag vierhoeksoverleg, conceptrapport, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, afdoeningen en schriftelijke reactie van bestuurlijk wederhoor

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

88

Handeling: Het publiceren of melding maken van de bevindingen van het onderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 1989–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 80, leden 11 t/m 14

Comptabiliteitswet 1992, art. 59, leden 11 t/m 14

Comptabiliteitswet 2001, art. 91, leden 11 t/m 14

Opmerking: De Algemene Rekenkamer deelt aan de betrokken Minister, aan de betrokken rechtspersoon of de betrokken commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de betrokken Minister kan zij ter zake voorstellen doen (lid 11).

De Algemene Rekenkamer verstrekt aan de Minister van Financiën, de betrokken Minister en aan de Staten-Generaal zodanige mededelingen als zij in het algemeen belang nodig oordeelt (lid 12).

In geval de Algemene Rekenkamer dit in het algemeen belang geboden acht, maakt zij van haar bevindingen melding in een rapport of het verslag, bedoeld in art. 95, eerste onderscheidenlijk tweede lid (1989: art. 82; 1992: art. 62); lid 13.

Van gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn, maakt de Algemene Rekenkamer geen melding in een rapport of het verslag. Mededelingen aan de Staten-Generaal die zodanige gegevens of bevindingen bevatten, verstrekt zij ter vertrouwelijke kennisneming (lid 14).

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Product: Te bewaren neerslag: (Tussentijds)rapport, onderdeel van het verslag, correspondentie en afdoeningen

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

89

Handeling: Het uitvoeren van nazorg en evaluatie van het doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek bij instellingen verbonden met het Rijk

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 91

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: stukken m.b.t. antwoorden op vragen van de Tweede Kamer, verslag zelfevaluatie, verslag nagesprek, verslag effectmeting en artikelen

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

Subtaakgebied 4: Handelingen voortvloeiend uit onderzoek naar Europese geldstromen

Periode 2002–

90

Handeling: Het waarborgen van de voortgang van het onderzoek naar Europese geldstromen

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92

Opmerking: Art. 92 is opgenomen bij achtste wijziging van de Comptabiliteitswet.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: inbreuknotities en notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

91

Handeling: Het voorbereiden en het in gang zetten van een onderzoek onderzoek naar Europese geldstromen

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: O.a. onderzoeksvoorstel, aankondigingsbrieven, verslag driehoeksoverleg en afdoening

92

Handeling: Het verrichten van recht- en doelmatigheidsonderzoek bij instellingen aan wie door de Europese Unie een subsidie is verstrekt

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92, eerste t/m zesde lid en achtste lid

Opmerking: De onderzoeksobjecten zijn:

Rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt.

De Algemene Rekenkamer heeft de volgende bevoegdheden:

– Aan de hand van dossiers aanwezig bij de verantwoordelijke Minister, kan de Algemene Rekenkamer kennis nemen van jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige bescheiden, en kan zij bij de betrokken Minister daarover nadere inlichtingen inwinnen;

– indien de bescheiden haar daartoe aanleiding geven, of een of meer bescheiden ontbreken, is de Algemene Rekenkamer bevoegd bij de betrokken rechtspersoon, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of natuurlijke persoon die een beroep of bedrijf uitoefent daarover nadere inlichtingen in te winnen dan wel inzage in documenten en andere informatiedragers te vorderen, alsmede, mede aan de hand van de administratie van de betrokken rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon voert, een onderzoek in te stellen. Artikel 87, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

De bevoegdheden zijn gericht op oordeelsvorming over het door de betrokken Minister gevoerde beleid ter nakoming van de bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidies.

Artikel 91, vierde, vijfde en vijftiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 5:12 (legitimatiebewijs), 5:13 (slechts voor taakuitoefening), 5:15 (elke plaats betreden, behalve woningen, desnoods met de sterke arm) en 5:17 (maken van kopieën) van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing bij het onderzoek bij de instelling of natuurlijk persoon.

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: nota van bevindingen, verslag ambtelijk wederhoor en aanbiedingsnotities, rapportagevoorstel, essentiële stukken ter onderbouwing eindproduct, verslag vierhoekoverleg, conceptrapport, afdoeningen en schriftelijke reactie van bestuurlijk wederhoor

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

93

Handeling: Het voeren van overleg met de Europese Rekenkamer teneinde te komen tot afspraken over de te hanteren normen en criteria bij het onderzoek naar Europese geldstromen en over de wijze van samenwerking met de Europese Rekenkamer.

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92, zevende lid

Opmerking: Het EG-Verdrag (artikel 248) bepaalt dat de Europese Rekenkamer de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en ontvangsten van de Gemeenschap onderzoekt, en tevens nagaat of een goed financieel beheer werd gevoerd. De controle in de lidstaten geschiedt in samenwerking met de nationale controle-instanties. De Europese Rekenkamer en de nationale controle-instanties (voor Nederland de Algemene Rekenkamer) werken volgens het EG-verdrag samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie

94

Handeling: Het publiceren of melding maken van de bevindingen van het onderzoek naar Europese geldstromen

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92, zesde lid en art. 95

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Rapport, correspondentie e.d.

95

Handeling: Het uitvoeren van de nazorg en evaluatie van het doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek naar Europese geldstromen

Periode: 2002–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 92

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: O.a. stukken m.b.t. de Kamerbehandeling, verslag zelfevaluatie, verslag nagesprek, verslag effectmeting en artikelen

Subtaakgebied 5: Handelingen voortvloeiend uit overige taken en bevoegdheden in de Comptabiliteitswet

Periode 1945–1977

96

Handeling: Het dienen van advies en consideratieën op alle stukken, die door de regering aan de Algemene Rekenkamer worden toegezonden

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 58 en 73

Opmerking: Ieder lid van het college mag zijn afwijkende mening afzonderlijk bij het advies ter kennis brengen van de regering. Art. 73 betreft het geven van advies over de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in dit artikel.

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie, rapport e.d.

97

Handeling: Het opstellen van een verslag

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 59

Opmerking: Het verslag van werkzaamheden wordt vóór 1 april van elk jaar aan de regering aangeboden. Het verslag wordt toegezonden aan de Staten-Generaal voor de opening van de volgende gewone zitting.

Waardering: B (1)

Product: Verslag

98

Handeling: Het verplicht verstrekken van inlichtingen aan de vakMinisters

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 61, eerste lid

Opmerking: Dit betreft het verstrekken van inlichtingen anders dan op grond van gedaan onderzoek en op grond van overige artikelen van de Comptabiliteitswet.

Ook het mededelen aan de Algemene Rekenkamer van bestraffingen bij de Belastingdienst. Betreft brieven met bijlage die de Algemene Rekenkamer van de staatssecretaris van Financiën ontvangt. en die met een begeleidende notitie ter afdoening worden voorgebracht bij het College.

Waardering: B (5)

Product: Te bewaren neerslag: afdoening, correspondentie.

Periode 1977–1991

99

Handeling: Het komen tot een voorstel voor onderzoek op verzoek van een of beide Kamers der Staten-Generaal

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 74, tweede lid

Opmerking: Voordat het eventuele onderzoek start, wordt met de verzoeker overlegd om tot een onderzoeksvoorstel te komen. In de praktijk betreft het verzoek van de Staten-Generaal niet alleen rechtmatigheidsonderzoek, maar ook doelmatigheidsonderzoek.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, onderzoeksvoorstel e.d.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

100

Handeling: Het doen van mededelingen aan de vakMinister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal, alsmede het naar aanleiding daarvan plegen van overleg met hen

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 75, tweede lid

Opmerking: Het betreft mededelingen en het voeren van overleg anders dan op grond van onderzoek. Zie handeling 80.

Waardering: B (5)

Product: Correspondentie o.i.d.

101

Handeling: Het verzoeken aan de regering om zich als AR met andere activiteiten bezig te houden.

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 76, tweede lid

Opmerking:

Waardering: B (5)

Product: Correspondentie o.i.d.

102

Handeling: Het desgevraagd aan de vakMinister verstrekken van inlichtingen

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet 1977, art. 77, eerste lid

Opmerking: Het betreft het verstrekken van inlichtingen buiten de reguliere onderzoeken om.

Onder andere de afspraak het beoordelen van de samenvattende rekening en het verslag van de Minister van Financiën betreffende de vaststelling en controle voor de Europese Commissie betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit. Zie ook RIO 126.33. Dit rapport wordt bij het verslag van de Minister van Financiën betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit gevoegd.

Waardering: B (1)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, rapport o.i.d., afdoening.

103

Handeling: Het opstellen van een verslag van werkzaamheden waarin mede melding wordt gemaakt van hetgeen haar bij onderzoeken gebleken is en die voor de beoordeling door de Staten-Generaal van het gevoerde beleid nuttig kan zijn

Periode: 1977–1991

Grondslag: Comptabiliteitswet art. 82

Opmerking: In het verslag komen tevens de bevindingen van gedane onderzoeken voor.

Waardering: B (1)

Product: Verslag

Periode 1991–

104

Handeling: Het instellen van bepaalde onderzoeken op verzoek van elk van de beide kamers van de Staten-Generaal

Periode: 1991–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 58

Comptabiliteitswet 2001, art. 90

Opmerking: Voordat het eventuele onderzoek start, wordt met de verzoeker overlegd om tot een onderzoeksvoorstel te komen. De handelingen inzake het onderzoek zijn te vinden bij het recht- doelmatigheidsonderzoek en doeltreffendheidsonderzoek.

In de praktijk verzoeken ook bewindslieden de Algemene Rekenkamer om bepaalde onderzoeken uit te voeren. Hoewel de CW daarover niets zegt, behandelt de Algemene Rekenkamer dergelijke verzoeken op dezelfde wijze als de verzoeken van een van de kamers van de Staten-Generaal.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, onderzoeksvoorstel, conceptrapport, managementletter (aanbiedingsbrief met rapport), stukken m.b.t. antwoorden op vragen van de Tweede Kamer e.d.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

105

Handeling: Het naar aanleiding van haar werkzaamheden aan de betrokken Ministers meedelen van opmerkingen en bedenkingen, alsmede het doen van voorstellen ter zake.

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992 art. 61, eerste lid

Comptabiliteitswet 2001, art. 94, eerste lid

Periode: 1992–

Opmerking: Het betreft onder ander de beoordeling van de samenvattende rekening en het verslag van de Minister van Financiën betreffende de vaststelling en controle voor de Europese Commissie betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit. Zie ook RIO 126.33. Dit rapport wordt bij het verslag van de Minister van Financiën betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit gevoegd.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

106

Handeling: Het verstrekken van mededelingen aan de betrokken Minister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal en het eventueel plegen van nader overleg.

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992 art. 61, tweede lid

Comptabiliteitswet 2001, art. 94, tweede lid

Periode: 1992–

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, notities

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

107

Handeling: Het opstellen van een verslag van werkzaamheden

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 62

Comptabiliteitswet 2001, art. 95, tweede lid;

Periode: 1992–

Opmerking: Het verslag van werkzaamheden verschijnt vóór 1 april. De Algemene Rekenkamer is verplicht dit verslag jaarlijks uit te brengen.

De onderzoeksresultaten zijn te vinden bij de handelingen inzake het recht- en doelmatigheidsonderzoek. Het betreft hier de overige werkzaamheden

Waardering: B (1)

Product: Verslag

108

Handeling: Het toetsen van bepaalde (wets)voorstellen door de Algemene Rekenkamer

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992 art. 63, eerste lid (vanaf 1995 ook tweede lid)

Comptabiliteitswet 2001, art. 96, eerste en tweede lid

Periode: 1992–

Opmerking: De (wets)voorstellen betreffen veelal de instelling respectievelijk oprichting van een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, waar de Algemene Rekenkamer onderzoeksbevoegdheden krijgt (of waar deze een wijziging ondergaan of verdwijnen).

Waardering: B (1)

Product: Briefwisseling tussen de vakMinister en de Algemene Rekenkamer, alsmede afdoening

109

Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën inzake het stellen van regels bij of krachtens de Comptabiliteitswet

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 63, tweede lid (vanaf 1995 derde lid)

Comptabiliteitswet 2001 art. 96, derde lid;

Periode: 1992–

Opmerking: Het betreft het adviseren door de Algemene Rekenkamer over wijzigingen van de Comptabiliteitswet of lagere regelgeving op grond van de Comptabiliteitswet.

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie o.i.d.

Overige handelingen vanaf 1945

110

Handeling: Het vervaardigen van een aanbevelingslijst voor de Tweede Kamer inzake benoeming van de leden van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 47, eerste en tweede lid;

Comptabilitetiswet 1976, art. 49;

Comptabiliteitswet 2001, art. 70, tweede en derde lid

Opmerking: Deze procedure geldt niet alleen voor de leden van het college, maar ook voor de leden in buitengewone dienst

Waardering: B (4)

Producten: Correspondentie

111

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende benoeming, eeds- c.q. belofteaflegging, schorsing en ontslag van de secretaris

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 45, tweede lid en 49;

Comptabilitetiswet 1976, art. 45, tweede lid en 50;

Comptabiliteitswet 2001, art. 72 en 75

Opmerking:

Waardering: V (20)

Producten: Beschikking en correspondentie

112

Handeling: Het verlenen van ontheffing aan de leden ten aanzien van het vervullen van andere (openbare) functies, zwangerschap of overige onverenigbaarheid

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 46, vierde lid;

Comptabilitetiswet 1976, art. 47, tweede, derde en vierde lid;

Comptabiliteitswet 2001, art. 73, tweede en derde lid

Opmerking:

Waardering: V (20)

Producten: Beschikking en correspondentie

113

Handeling: Activiteiten van het college inzake het verlenen van verlof aan collegeleden en de secretaris

Periode: 1945–1977

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 50, vierde lid

Opmerking:

Waardering: V (20)

Producten: Schriftelijke neerslag

114

Handeling: Activiteiten inzake het ontslaan en schorsen van leden van het college

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet art. 77, derde lid

Comptabiliteitswet 1927, art. 47, derde lid;

Comptabiliteitswet 1976, art. 48, tweede lid;

Comptabiliteitswet 2001, art. 74, tweede lid

Opmerking:

Waardering: V (20)

Producten: Correspondentie en overige schriftelijke neerslag

115

Handeling: Het vaststellen van een reglement van orde voor de werkzaamheden

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 51;

Comptabilitetiswet 1976, art. 51;

Comptabiliteitswet 2001, art. 76

Opmerking:

Waardering: B (4)

Producten: Besluit Reglement van Orde

116

Handeling: Het vaststellen van instructies voor de secretaris en de overige ambtenaren

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 45, vijfde lid;

Comptabiliteitswet 1976, art. 55, tweede lid;

Comptabiliteitswet 2001, art. 81, eerste lid

Opmerking:

Waardering: B (4)

Subtaakgebied 6: Handelingen voortvloeiend uit overige wetten

Algemeen

117

Handeling: Het vastleggen van onderzoeksbevindingen naar de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de uitgaven en ontvangsten van:

1. Benelux Economische Unie

2. Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland

3. Stichting Duits-Nederlandse Windtunnel/Stiftung Deutsch-Niederländischer Windkanal

4. Nederlandse Taalunie

5. Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)

6. Stichting bureau architectenregister

7. Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

8. Ziekenfondswet

9. Organisaties die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert

10. Stichting Waterbouwkundig Laboratorium

11. Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)

12. Geologische Stichting

13. Stichting Nederlands-Belgische Culturele samenwerking

14. Stichting Nederlands-Franse Culturele Samenwerking

15. Nederlandse Kastelenstichting

16. Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

17. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (KLM)

18. Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundig Centrum

19. Jachtfonds

20. Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR)

21. Naamloze Vennootschappen voor de luchtvaartterreinen Eelde, Zuid-Limburg en Texel

22. Pensioenfonds Koninklijk Conservatorium

23. Havenschap Delfzijl

24. Stichting Industrieel Garantiefonds

25. Naamloze Vennootschap Luchthaven Schiphol

26. Landbouw-Egalisatiefonds

27. Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij

28. Waarborgfonds Motorverkeer

29. Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP)

30. Emigratiebestuur

31. Omroepinstellingen

32. Havenschap Vlissingen

33. Havenschap Terneuzen

34. Fonds Luchtverontreiniging

35. Schadefonds geweldmisdrijven

36. Organen voor postacademische onderwijs

37. Bureau Beheer Landbouwgronden

38. Open Universiteit

39. Wetenschappelijk Onderwijs (inclusief academische ziekenhuizen)

40. Hoger Beroepsonderwijs

41. Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

42. Arbeidsvoorzieningsorganisatie + gesubsidieerde instellingen

43. Experimenten activering van uitkeringsgelden

44. Samenwerkingsverbanden minderheidsgroepen

45. Stichting USZO (Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs)

46. Stichting Mr. J.J. van Walsem-Fonds ‘pro Universitate’(VWF)

Grondslag: 1. Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (Tractatenblad 1958, 18), art. 37.2; Overeenkomst van 14 jan. 1964 ter uitvoering van art. 37, tweede lid (Traktatenblad 1964, 32), art. 9.

2. Wet op de kansspelen (Staatsblad 1964, 483), art. 27l zoals nadien gewijzigd (zie Staatsblad 1981, 154, art. 27z en Staatsblad 1995, 300, art. 27l) en Organisatiebeschikking Casinospelen (Staatscourant 1975, 252) zoals nadien gewijzigd.

3. Statuten Stichting 30 juni 1976, art. 11, vierde lid.

4. Rijkswet (Staatsblad 1981, 453), Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de Nederlandse Taalunie (Traktatenblad 1980, 147) en Regeling Financieel beheer van de Nederlandse Taalunie, art. 24.

5. TNO-wet (Staatsblad 1985, 762), art. 26 lid 3 en 4.

6. Wet op de architectentitel (Staatsblad 1987, 347), art. 8 lid 1.

7. Wet op de Kansspelen (Staatsblad 1992, 282), art. 12.

8. Ziekenfondswet (Staatsblad 2001, 23), art. 1x14, achtste lid

9. Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Staatsblad 1997, 768), art. 81

10. Wet van 4 augustus 1938, tot vaststelling van een regeling, als bedoeld in artikel 89a der Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad no. 259), ten aanzien van de Stichting Waterbouwkundig Laboratorium (Staatsblad 1938, 522), art. 2

11. Wet van den 31sten Mei 1937 tot omzetting van den Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart in een Stichting, alsmede vaststelling van een regeling, als bedoeld in art. 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad, 259) ten aanzien van de Stichting art. 4 (Staatsblad 1937, 523). Zie ook Staatsblad 1955, 105.

12. Wet van 22 december 1939, houdende goedkeuring van de oprichting van de Geologische Stichting, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad No. 259) ten aanzien van die Stichting (Staatsblad 1939, 1522), art. 3

13. Wet van 3 maart 1948, houdende regelen betreffende de geldelijke aansprakelijkheid van het Rijk voor het beheer van de Stichting voor Nederlands-Belgische Culturele Samenwerking, gevestigd te ’s-Gravenhage, art. 3 (Staatsblad 1948, I 82).

14. Wet van 9 juni 1949, houdende regelen betreffende de geldelijke aansprakelijkheid van het Rijk voor het beheer van de Stichting voor Nederlands-Franse Culturele Samenwerking, art. 3 (Staatsblad 1949, J 235).

15. Wet van 30 december 1949, betreffende de regeling van de geldelijke aansprakelijkheid van het Rijk voor het beheer van de Nederlands Kastelenstichting gevestigd te ’s-Gravenhage, art. 3 (Staatsblad 1949, J 618).

16. Wet van 21 april 1955, houdende vaststelling van een regeling, als bedoeld in art. 89a van de Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, No. 259), ten aanzien van de ‘Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioensaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen’, art. 4, tweede lid (Staatsblad 1955, 189). Staatscourant 1955, nr. 254 (wijziging van de Statuten der Stichting: o.a. naam wordt ‘Stichting Administratie Indonesische Pensioenen’)

17. Wet van 21 augustus 1950, houdende nadere regeling van de verhouding tussen het Rijk en de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (Staatsblad 1950, K 366), Bijlage I, art. 7. Brief Minister van Verkeer en Waterstaat dd. 28 april 1954 aan de Tweede Kamer (niet gedrukt). Tweede Kamer, zitting 1952-1953 – 2575, par. 3.

18. Wet van 12 maart 1953, houdende vaststelling van een regeling, als bedoeld in art. 89a van de Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, 259), ten aanzien van de Stichting Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum (Staatsblad 1953, 149), art. 4.

19. Jachtwet (Staatsblad 1954, 523), art. 34.

20. Wet van 24 februari 1955, houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in art. 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad 259) ten aanzien van deze Stichting, art. 4 (Staatsblad 1955, 107), art. 4 + bijlage I, art. 3.

21. Wet van 21 december 1955, houdende oprichting van Naamloze Vennootschappen voor de luchtvaartterreinen Eelde, Zuid-Limburg en Texel (Staatsblad 1955, 622)

22. Wet Pensioenfonds Koninklijk Conservatorium (Staatsblad 1955, 131), art. 6.

23. Wet Havenschap Delfzijl (Staatsblad 1957, 373), art. 37, vijfde lid, 39

24. Wet Stichting Industrieel Garantiefonds (Staatsblad 1957, 295), Statuten, art. 13

25. Wet van 11 december 1957, houdende oprichting van een Naamloze Vennootschap Luchthaven Schiphol (Staatsblad 1957, 529)

26. Landbouwwet (Staatsblad 1957, 342), 3, derde lid, onderdeel c, 11 en 12. Zie ook wijziging in Staatsblad 1973, 269 en Staatsblad 1979, 323.

27. Visserijwet 1963 (Staatsblad 1963, 312), art. 44 tweede en derde lid.

28. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Staatsblad 1963, 228), art. 23, negende lid

29. Algemene burgerlijke pensioenwet (Staatsblad 1966, 6), art. M5. Ook wijziging bij wet van 17 december 1987 (Staatsblad 1987, 568), art. L27, M4 en M6.

30. Emigratiewet (Staatsblad 1967, 659), art. 13 lid 2.

31. Omroepwet (Staatsblad 1967, 176), art. 59, vierde lid, Mediawet (Staatsblad 1987, 249), art. 169

32. Gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het havenschap Vlissingen, art. 34 (bijlage bij de Wet Havenschap Vlissingen, Staatsblad 1970, 457).

33. Gemeenschappelijke regeling tot oprichting van het Havenschap Terneuzen, art. 34 (bijlage bij de Wet Havenschap Terneuzen, Staatsblad 1971, 252).

34. Wet inzake de Luchtverontreiniging (Staatsblad 1970, 580), art. 64; Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Staatsblad 1979, 442), art. 61ai; Wet milieubeheer (tekstplaatsing Staatsblad 1992, 551), art. 15.28.

35. Wet voorlopige regeling schadefonds geweldmisdrijven (Staatsblad 1975, 382), art. 19 lid 2.

36. Besluit van 2 september 1977, houdende uitvoering van de artikelen 143bis, tweede en derde lid, en 143ter, eerste en tweede lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Staatsblad 1977, 525), art. 18, zevende lid

37. Wet agrarisch grondverkeer (Staatsblad 1981, 248), art. 35 lid 2.

38. Wet op de Open Universiteit (Staatsblad 1984, 573), art. 52 lid 3 en 6.

39. Wet op het wetenschappelijk onderwijs art. 188 lid 3, 6; art. 204 lid 3, 6 en art. 208, zoals deze is gewijzigd bij de Wet van 26 juni 1986 (Staatsblad 1986, 388).

40. Wet op het hoger beroepsonderwijs (Staatsblad 1986, 289), art. 146, derde, vierde en vijfde lid; Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Staatsblad 1991, 666), art. 146, derde, vierde en vijfde lid.

41. Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (Staatsblad 1987, 369), art. 25 lid 3 en art. 27.

42. Arbeidsvoorzieningswet 1990 (Staatsblad 1990, 402), art. 114 (Arbeidsvoorzieningsorganisatie + gesubsidieerde instellingen; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Staatsblad 1996, 618), art. 89 (gesubsidieerde instellingen, Arbeidsvoorzieningsorganisatie rwt)

43. Tijdelijk besluit subsidiëring experimenten activering van uitkeringsgelden (Staatsblad 1997, 79), art. 8

44. Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden minderheidsgroepen (Staatscourant 1994, nr. 247), art. 7

45. Wet Stichting USZO (Staatsblad 1995, 641), art. 15.

46. Statuten van het fonds, art. 7

Periode:

1. 1964–

2. 1981–

3. 1976–

4. 1986–

5. 1986–

6. 1988–

7. 1992–

8. 2001–

9. 2002–

10. 1945–1990

11. 1945–1995

12. 1945–1997

13. 1948–1995

14. 1949–1995

15. 1949–1995

16. 1950–1995

17. 1950–1995

18. 1953–1996

19. 1954–2001

20. 1955–1995

21. 1955–1995

22. 1955–niet meer van toepassing

23. 1957–1989

24. 1957–1992

25. 1957–1995

26. 1958–2000

27. 1964–1999

28. 1965–1989

29. 1966–1995

30. 1968–2000

31. 1969–1989

32. 1970–1997

33. 1971–1997

34. 1972–1992

35. 1976–1995

36. 1977–1993

37. 1981–1995

38. 1984–1993

39. 1985–1993

40. 1986–1993

41. 1987–2001

42. 1990–1996 (Arbeidsvoorzieningsorganisatie); de gesubsidieerde instellingen tot en met 2001

43. 1995–1998

44. 1995–1999

45. 1996–1998

46. 1975–1996

Opmerking: 1. De Algemene Rekenkamer ontvangt het rapport van commissarissen en kan zich door onderzoek ter plaatse alle nadere gegevens verschaffen.

2. De Algemene Rekenkamer oefent controle uit op het financieel beheer van de stichting. De stichting geeft inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt de Algemene Rekenkamer alle inlichtingen welke deze nodig acht. Bij haar controle kan de Algemene Rekenkamer gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles. De Algemene Rekenkamer kan naar aanleiding van de controle overleg plegen met de Raad voor Casinospelen. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en de functionering van de stichting. De Algemene Rekenkamer deelt aan de Ministers van Justitie, Economische Zaken de opmerkingen en bedenkingen mee die zij, naar aanleiding van de verrichtte controle, van belang acht. Tevens deelt zij aan de Ministers van Justitie, Economische Zaken en Financiën en aan de Staten-Generaal mee wat zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan naar aanleiding daarvan nader overleg met hen plegen.

3. De nationale controle-organen kunnen hun wensen ten aanzien van het controleprogramma aan de accountants voorleggen, alsmede aan de accountants nadere vragen stellen met betrekking tot hun verslag. Indien bepaalde zaken nog nader onderzoek behoeven, hebben de nationale controle-organen toegang tot de boeken van de Stichting.

4. De Algemene Rekenkamer heeft het recht van controle op de rechtmatigheid van het financiële beheer en op de doelmatigheid van het beleid, de organisatorische structuur en het functioneren van de Nederlandse Taalunie.

5. TNO geeft inzage van boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen, welke de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te verkrijgen in het financieel beheer. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, van de organisatorische structuur en van het functioneren. De Algemene Rekenkamer deelt aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en aan de Raad van bestuur de opmerkingen en bedenkingen mee die zij van belang acht. De Algemene Rekenkamer verstrekt aan de Minister van Financiën en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in; ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan naar aanleiding daarvan nader overleg met hen plegen.

Het verstrekken van inlichtingen blijft achterwege voorzover het betreft in opdracht uit te voeren dan wel uitgevoerd onderzoek, waarover geheimhouding is overeengekomen en voorzover het betreft gegevens die door natuurlijke of rechtspersonen vertrouwelijk aan de Organisatie zijn meegedeeld.

6. De stichting geeft inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen die de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het geldelijk beheer van het bureau.

7. De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de stichting gevoerd is en de jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.

8. Het derde en vierde lid van art. 1×14 geven bepalingen over (de omvang met) vertrouwelijke gegevens. Het achtste lid bepaalt dat deze bepalingen, de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolgde art. 59 van de Comptabiliteitswet onverlet laten. De Algemene Rekenkamer is verplicht tot geheimhouding met betrekking tot dergelijke gegevens.

9. De Algemene Rekenkamer heeft met betrekking tot de uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag en werkloosheid ten aanzien van de organisaties die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, de in art. 91 van de Comptabiliteitswet 2001 vermelde bevoegdheden (rwt’s).

10. Inzage in de boekhouding en daaromtrent verstrekken van alle inlichtingen.

11. De stichting geeft inzage in de boeken en verstrekt alle daaromtrent gevraagde inlichtingen.

12. Inzage in de boekhouding en daaromtrent verstrekken van alle inlichtingen

13. De stichting geeft inzage in de boeken en bescheiden en verstrekt die inlichtingen, welke nodig worden geacht om een juist inzicht te krijgen in de financiële toestand der stichting.

14. De stichting geeft inzage in de boeken en bescheiden en verstrekt die inlichtingen, welke nodig worden geacht om een juist inzicht te krijgen in de financiële toestand der stichting.

15. De stichting geeft inzage in de boeken en bescheiden en verstrekt die inlichtingen, welke nodig worden geacht om een juist inzicht te krijgen in de financiële toestand der stichting.

16. De stichting geeft inzage in de boeken en in de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, verstrekt alle voor de controle nodige inlichtingen en geeft gelegenheid voor het opnemen van kasgelden en andere vermogensbestanddelen.

17. De Algemene Rekenkamer is door de Minister van Verkeer en Waterstaat uitgenodigd op een nader overeen te komen wijze controle op het financieel beheer uit te oefenen; de K.L.M. aanvaardt deze controle. De Algemene Rekenkamer keurt de controleprogramma’s van de accountant goed, ontvangt de rapporten inzake de controle van de jaarrekeningen, de jaarlijkse balans en verlies- en winstrekening, alsmede het verslag van de directie over de toestand van de N.V. De Algemene Rekenkamer is bevoegd zelfstandig inlichtingen in te winnen bij de directie en het personeel van de N.V., indien daartoe in van de normale gang van zaken afwijkende gevallen aanleiding bestaat.

18. De stichting geeft inzage in de boekhouding en verstrekt alle daaromtrent gevraagde inlichtingen. Het onderzoeken van de ontwerpbalans, de winst- en verliesrekening en het verslag.

19. Het fonds geeft inzage in de boeken en bescheiden. Alle inlichtingen worden verstrekt, welke de Algemene Rekenkamer voor een juist inzicht in het financieel beheer van het Jachtfonds nodig acht. Het beoordelen van het financieel verslag met daarbijbehorende balans en verlies- en winstrekening. Het meedelen van haar gevoelen aan de Minister over deze stukken.

20. De stichting geeft inzage in de boekhouding en verstrekt alle daaromtrent gevraagde inlichtingen.

21. De Algemene Rekenkamer keurt de controleprogramma’s van de accountant goed, ontvangt de rapporten inzake de controle van de jaarrekeningen, de jaarlijkse balans en verlies- en winstrekening, alsmede het verslag van de directie over de toestand van de N.V. De Algemene Rekenkamer is bevoegd zelfstandig inlichtingen in te winnen bij de directie en het personeel van de N.V., indien daartoe in van de normale gang van zaken afwijkende gevallen aanleiding bestaat.

22. De Commissie van Toezicht verstrekt aan de Algemene Rekenkamer alle door hen gevraagde inlichtingen met betrekking tot het beheer van het fonds en verleent desgewenst inzage in de boekhouding van het fonds. (Mede) goedkeuring van het verslag en de rekening en verantwoording.

23. Het onderzoeken van het geldelijk beheer en de boekhouding. Alle inlichtingen worden desgevraagd verstrekt.

24. Inzage in de boekhouding en het verstrekken van alle inlichtingen omtrent aangelegenheden de stichting rakende. Ook het ter kennisneming toezenden van een exemplaar van het verslag en van de rekening en verantwoording (Statuten, art. 17, derde lid).Na liquidatie van de stichting wordt rekening en verantwoording afgelegd, onder bijvoeging van een rapport van de controlerende accountant, aan o.a. de Algemene Rekenkamer (Statuten, art. 19, derde lid).

25. De Algemene Rekenkamer keurt de controleprogramma’s van de accountant goed, ontvangt de rapporten inzake de controle van de jaarrekeningen, de jaarlijkse balans en verlies- en winstrekening, alsmede het verslag van de directie over de toestand van de N.V. De Algemene Rekenkamer is bevoegd zelfstandig inlichtingen in te winnen bij de directie en het personeel van de N.V., indien daartoe in van de normale gang van zaken afwijkende gevallen aanleiding bestaat.

26. De Algemene Rekenkamer controleert de rekeningen van afdeling B van het fonds en brengt haar bevindingen ter kennis van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Financiën. Tevens houdt de Rekenkamer toezicht op de juistheid der bedragen, welke ten laste en ten bate van het fonds worden gebracht. De Algemene Rekenkamer onderzoekt de boeken, andere bewijzen en overige bescheiden zoals zij dat nodig acht.

27. De organisatie geeft inzage van boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen welke de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het financieel beheer. De Algemene Rekenkamer beoordeelt het financieel verslag, de balans en winst- en verliesrekening en deelt de Minister haar gevoelen mee over deze stukken.

28. Inzage van de boeken en bescheiden en het verstrekken van alle inlichtingen welke de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het financiële beheer van het fonds.

29. De Algemene Rekenkamer controleert het fonds. Vanaf 1988 ook art. M6: het kenbaar maken van wensen aan de vakMinister of het bestuur van het fonds; het controleren van de jaarrekening, onder bijvoeging van opmerkingen aan de vakMinister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal.

30. Het bestuur geeft inzage van de boeken en bescheiden.

31. Omroepwet: inzage van de op de omroeptaak betrekking hebbende boekhouding en de daarbij behorende bescheiden en het inwinnen van alle inlichtingen. Toegang tot de gebouwen en de inrichtingen, die ten behoeve van de omroep in gebruik zijn. Mediawet: de bevoegdheden van art. 80 Comptabiliteitswet 1976 gelden voor het Commissariaat voor de Media, het Bedrijfsfonds voor de pers, het Nederlands Omroep Produktiebedrijf N.V., uitgevers van persorganen waaraan met toepassing van de Mediawet steun wordt verleend voor zover het betreft steun gericht op afdekking of financiering van exploitatielasten, de Beheerstichting, de Wereldomroep en instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep met uitzondering van kerkgenootschappen, genootschappen op geestelijke grondslag en politieke partijen en groeperingen.

32. De Algemene Rekenkamer kan het geldelijk beheer en de boekhouding onderzoeken. Alle nodige inlichtingen moeten daarvoor door het havenschap worden verstrekt.

33. De Algemene Rekenkamer kan het geldelijk beheer en de boekhouding onderzoeken. Alle nodige inlichtingen moeten daarvoor door het havenschap worden verstrekt.

34. Het fonds geeft inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen die de Algemene Rekenkamer nodig acht.

35. Het fonds geeft inzage van boeken en bescheiden en geeft alle inlichtingen die de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het beheer van het fonds.

36. De instelling geeft inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen, die de Algemene Rekenkamer nodig oordeelt.

37. Het bureau geeft inzage van boeken en bescheiden en geeft alle inlichtingen die de Algemene Rekenkamer nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het financieel beheer van het bureau.

38. De Open Universiteit geeft inzage in de boeken en bescheiden en geeft alle inlichtingen, die de Algemene Rekenkamer nodig oordeelt. De Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, van de organisatorische structuur en van het functioneren van de Open Universiteit. De Algemene Rekenkamer deelt aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en aan het College van Bestuur de opmerkingen en bedenkingen mee die zij van belang acht. De Algemene Rekenkamer verstrekt aan de Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en Financiën en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan naar aanleiding daarvan nader overleg met hen plegen.

39. De instellingen geven inzage in de boeken en bescheiden en geven alle inlichtingen, die de Algemene Rekenkamer nodig oordeelt. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, van de organisatorische structuur en van het functioneren van de instellingen. De Algemene Rekenkamer deelt aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en aan het College van Bestuur de opmerkingen en bedenkingen mee die zij van belang acht. De Algemene Rekenkamer verstrekt aan de Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en Financiën en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan naar aanleiding daarvan nader overleg met hen plegen.

40. De instelling geeft inzage in de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer van de organisatorische structuren en van het functioneren van de instelling. Zij deelt aan het bevoegd gezag en aan de betrokken Minister de opmerkingen en bedenkingen mee, die zij van belang acht. Zij verstrekt aan de betrokken Minister, de Minister van Financiën en de Staten-Generaal zodanige mededelingen als zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; Zij kan naar aanleiding daarvan met hen nader overleg plegen. Na de wijziging met ingang van de jaarrekening 1990 kan de Algemene Rekenkamer vragen om de controlerapporten van de registeraccountant. De bevoegdheden volgen verder uit de Comptabiliteitswet, art. 59, respectievelijk 91.

41. De organisatie geeft inzage in de boeken en bescheiden en verstrekt alle informatie, die de Algemene Rekenkamer nodig oordeelt. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, van de organisatorische structuur en van het functioneren van de organisatie. De Algemene Rekenkamer deelt aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en aan het algemeen bestuur de opmerkingen en bedenkingen mee die zij van belang acht. De Algemene Rekenkamer verstrekt aan de Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en Financiën en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan naar aanleiding daarvan nader overleg met hen plegen.

42. De Algemene Rekenkamer oefent controle uit op het financieel beheer van de organisatie. De organisatie geeft inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen die de Algemene Rekenkamer nodig acht. De Algemene Rekenkamer wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en de functionering van de organisatie. De Algemene Rekenkamer deelt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de organisatie de opmerkingen en bedenkingen mee die zij van belang acht. De Algemene Rekenkamer verstrekt de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in ’s Rijks belang nodig oordeelt; zij kan daarover met hen overleg plegen. De gesubsidieerde instellingen geven te allen tijde toegang tot boeken en bescheiden, verstrekken kosteloos inlichtingen en verlenen alle medewerking voor zover de Algemene Rekenkamer dit nodig acht voor haar taak.

43. De Algemene Rekenkamer heeft inzage in de administratie en kan alle inlichtingen ontvangen die zij nodig acht om een juist inzicht te krijgen in de uitvoering van het project en de aanwending van de subsidie.

44. Op eerste vordering wordt alle informatie verstrekt. Het inwinnen van informatie bij de registeraccountant, die met de controle is belast. De Algemene Rekenkamer heeft met betrekking tot de uitvoering van de uitkeringsregelingen ter zake van ontslag en werkloosheid in de periode totdat de Stichting onder de werking van de Organisatiewet sociale verzekeringen valt, ten aanzien van de Stichting ingevolge art. 59 van de Comptabiliteitswet vermelde bevoegdheden.

Het betreft de controle op de jaarstukken en het verlenen van décharge aan het bestuur van de stichting.

Waardering: B (5)

Product: Rapport, correspondentie

118

Handeling: Het overeenstemmen met de betrokken Minister inzake de aanwijzing van een accountant, die wordt belast met de controle van de jaarrekening van:

1. Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)

2. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

3. Waarborgfonds Motorverkeer

4. Fonds Luchtverontreiniging

5. Open Universiteit

6. Wetenschappelijk Onderwijs

7. Hoger Beroepsonderwijs

8. Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek

Periode: 1. 1975–

2. 1950–1995

3. 1965–1989

4. 1972–1992

5. 1984–1993

6. 1985–1993

7. 1986–1993

8. 1987–2001

Grondslag: 1. Besluit van 9 juli 1975 (Staatsblad 1975/411): art. I, TNO-besluit 1980 (Staatsblad 1980, 764): art. 26 lid 5, TNO-wet (Staatsblad 1985, 762): art. 26 lid 2.

2. Wet van 21 augustus 1950, houdende nadere regeling van de verhouding tussen het Rijk en de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (Staatsblad 1950, K 366), Bijlage I, art. 7.

3. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Staatsblad 1963, 228), art. 23, negende lid

4. Besluit fonds luchtverontreiniging (Staatsblad 1972, 471), art. 12; Besluit Fonds Luchtverontreiniging 1990 (Staatsblad 1990, 569), art. 15.

5. Wet op de Open Universiteit (Staatsblad 1984, 573), art. 52 lid 3

6. Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Staatsblad 1985, 562), art. 188 lid 3, art. 204 lid 3 en art. 208, zoals deze is gewijzigd bij de Wet van 26 juni 1986 (Staatsblad 1986, 388).

7. Wet op het hoger beroepsonderwijs (Staatsblad 1986, 289), art. 146, derde en vierde lid.

8. Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (Staatsblad 1987, 369), art. 25 lid 2.

Opmerking: 3. zie ook RIO 111.29.

De vakMinister brengt de Algemene Rekenkamer schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing respectievelijk intrekking.

Waardering: V (10) na intrekking van de aanwijzing

Producten: Correspondentie

Geldwezen

119 (22.149)

Handeling: Het doen vernietigen van door de Minister van Financiën ingetrokken zilverbon

Periode: 1945–

Grondslag: Wet tot uitgifte van zilverbons, art 6; gewijzigd in 1918, Staatsblad 782

Opmerking: RIO 22, handeling 149. Zilverbons is een geldwaardig papier in tijden van schaarste aan zilver als wettig betaalmiddel uitgegeven

Waardering: B (5)

Producten: Correspondentie, verklaringen van vernietiging

Regulering van en toezicht op de centrale bank

120 (40.65)

Handeling: Het beoordelen van de rekening van ’s Rijks kas, respectievelijk van de rekening van De Nederlandsche Bank als rijkskassier.

Periode: 1945–1976

Grondslag: Bankwet 1937, art. 14.3.; Bankwet 1948, art. 19.3.

Opmerking: RIO 40, handeling 65

Waardering: B (5)

Producten: Rapporten/verslagen

Wet aansprakelijkheidsverzekeringen

121 (111.28)

Handeling: Het instemmen met de aanwijzing, door de Minister van Financiën, van een accountant belast met de controle van de jaarrekening van het Waarborgfonds Motorverkeer

Periode: 1967–1989

Grondslag: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zoals gewijzigd bij wet (Staatsblad 1966, nr. 559), artikel 23 lid 9

Opmerking: RIO 111, handeling 28. Aan de accountant en aan de Algemene Rekenkamer wordt inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt welke zij nodig achten om een juist inzicht te krijgen in het financiële beheer van het fonds.

Waardering: V (10) na vaststelling jaarrekening

Product: Correspondentie

Internationaal financieel en monetair beleid

122 (126.33)

Handeling: Het beoordelen van de samenvattende rekening en het verslag van de Minister van Financiën betreffende de vaststelling en controle voor de Europese Commissie betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit.

Periode: 1970–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 77

Comptabiliteitswet 2001, art. 94 en de voorloper art. 61

Opmerking: Dit rapport wordt bij het verslag van de Minister van Financiën betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit gevoegd.

RIO 126, handeling 33

Waardering: B (1)

Product: Rapport

Subtaakgebied 7: Handelingen voortvloeiend uit betrekkingen met andere lichamen (onder meer in het buitenland)

123

Handeling: Het voeren van overleg met de vakMinisters over het stellen van regels bij rijkswet omtrent de samenwerking met Suriname, de Nederlandse Antillen, de eilandgebieden of Aruba

Periode: 1954–

Grondslag: Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (Staatsblad 1954, 503), art. 53.

Opmerking: Zie ook Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

124

Handeling: Het voeren van overleg over de opdracht om controle uit te voeren als onafhankelijk controle-orgaan op de Nederlandse Antillen

Periode: 1953–

Grondslag: Wet van 7 augustus 1953, houdende machtiging van de Algemene Rekenkamer om op te treden als onafhankelijk controle-orgaan voor de Nederlandse Antillen (Staatsblad 1953, 424, Landsregeling van de Nederlandse Antillen, art. 163

Opmerking: Zie ook Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3

Waardering: B (1)

Product: Correspondentie

125

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten gericht op samenwerking tussen de Algemene Rekenkamers binnen het Koninkrijk der Nederlanden

Periode: 2000–

Grondslag: Het Protocol van 24 november 2000 inzake samenwerking tussen de Algemene Rekenkamers binnen het Koninkrijk der Nederlanden

Opmerking: Zie ook Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3.

Sinds 1997 is eraan gewerkt om de bijzondere relatie van de drie rekenkamers in Koninkrijksverband uit te werken in een samenwerkingsverband. Dit heeft eind 2000 geresulteerd in de ondertekening van een gezamenlijk protocol. Het Protocol biedt de grondslag voor een ondersteuning door de Nederlandse Algemene Rekenkamer van de Algemene Rekenkamers van Aruba en de Nederlandse Antillen bij opleiding van personeel en uitvoering van onderzoeken naar besteding van de overheidsfinanciën. Van belang is dat elke rekenkamer haar eigen onafhankelijkheid behoudt.

Waardering: B (1)

V (20): na beëindiging van het onderzoek

Producten:

Te bewaren neerslag: protocol, afdoeningen, rapporten

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

126

Handeling: Het desgevraagd uitvoeren van audits als gevolg van het Nederlandse lidmaatschap van organisaties, waarvan de audits moeten worden uitgevoerd door een rekenkamer van een lidstaat.

Periode: 1945–

Grondslag: Verschillende verdragen

Opmerking: Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3

Waardering: B (1)

V (20): na beëindiging van het onderzoek

Producten: Te bewaren neerslag: afdoeningen, rapporten

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

127

Handeling: Het ondersteunen van en het uitwisselen van vaktechnische kennis met zusterinstellingen.

Periode: 1945–

Grondslag: Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3

Opmerking: Handeling vloeien voort uit het lidmaatschap van internationale organisaties van rekenkamers.

Bijv. INTOSAI en EUROSAI

Waardering: B (1)

V (20)

Producten: Te bewaren neerslag: stukken m.b.t. bijeenkomsten waar Nederland als gastland / voorzitter optreedt

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

128

Handeling: Handelingen die voortvloeien uit bilaterale en multilaterale contacten met andere rekenkamers. Het gaat om:

– vaktechnische kennisuitwisseling tussen zusterinstellingen;

– het meewerken aan onderzoek in Nederland door de Europese Rekenkamer;

– onderzoek in samenwerking met zusterinstellingen (valt

onder gewoon onderzoek; het gaat hier om de internationale dimensie);

– het desgevraagd uitvoeren van een visitatie bij een zusterinstelling.

Periode: 1995–

Grondslag: EG-verdrag, art. 248, lid 3, voorheen art. 188C

Werkprogramma 2001 Algemene Rekenkamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 655, nr. 3

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (20)

Producten: Te bewaren neerslag: contracten, afdoeningen, rapporten, de Nederlandse inbreng.

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

129

Handeling: Het onderhouden van contacten met en het begeleiden van lokale en regionale rekenkamers en rekenkamercommissies

Periode: 2000–

Grondslag: Verslag 2000 Algemene Rekenkamer

Opmerking: Onder begeleiding van de Algemene Rekenkamer krijgen gemeenten tijdens de workshop ‘Bouw je eigen rekenkamer’ de mogelijkheid om kennis te maken met het fenomeen gemeentelijke rekenkamer. T.b.v. de begeleiding van provinciale rekenkamers worden in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd.

Waardering: B (1)

V (10): na beëindiging van de activiteit

Producten: Te bewaren neerslag: afdoeningen, inbreng van de Algemene Rekenkamer

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

130

Handeling: Het voeren van het secretariaat van de Vereniging van rekenkamers en rekenkamercommissies

Periode: 2004–

Grondslag: Verslag 2004 Algemene Rekenkamer

Opmerking: Zie ook verslag Staatscommissie dualisme en lokale democratie

Waardering: B (1)

V (7): na beëindiging van de activiteit

Producten: Te bewaren neerslag: afdoeningen, inbreng van de Algemene Rekenkamer, handboek

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

131

Handeling: Het begeleiden en ondersteunen van onderzoeken van de Europese Rekenkamer in Nederland

Periode: 1977–

Grondslag: EG-Verdrag, artikel 248, lid 3

Opmerking: Dit omvat ook het doorsturen van afschriften aan betrokkenen van brieven van de Europese Rekenkamer en de nationale departementen inzake de door de Europese Rekenkamer uit te voeren controles.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: correspondentie, originele onderzoeksstukken en originele brieven van de Europese Rekenkamer

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

132

Handeling: Het voorbereiden van de samenwerking van de presidenten van de rekenkamers van de EU-lidstaten en de Europese Rekenkamer in het Contact Comité van Presidenten o.m. in vergaderingen van Liaison Officers (verbindingsagenten) van de rekenkamers

Grondslag: Artikel 248 lid 3 van het EU-verdrag

Periode: 1977–

Opmerking: Het doel van de Liaison Officers vergadering is ambtelijke voorbereiding en voortgangsbewaking van alle onderwerpen die spelen in het Contact Comité. Ieder voor- en najaar komen de Liaison Officers bij elkaar. De voorjaarsbijeenkomst wordt in een lidstaat georganiseerd, de najaarsbijeenkomst (een maand voor het Contact Comité) bij de Europese Rekenkamer in Luxemburg.

Waardering: B (1)

Product: Vergaderstukken, verslagen, rapporten, presentaties, correspondentie.

133

Handeling: Deelnemen aan EU-werkgroepen van het Contact Comité

Grondslag: Artikel 248 lid 3 van het EU-verdrag

Periode

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Rapporten, presentaties, correspondentie

Subtaakgebied 8: Handelingen voortvloeiend uit interne bedrijfsvoering / ondersteunende processen:

(1) handelingen voortvloeiend uit instelling, ontwikkeling en opheffing

134

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende wijziging van de organisatie en de vaststelling van de taakstelling van de diverse organisatie-eenheden

Periode: 1977–

Grondslag: Onderzoek naar de structurele organisatie van het apparaat van de Algemene Rekenkamer, Collegebesluit van 22 juni 1976

Collegebesluit van 27 februari 1989

Herstructureringsnota, Collegebesluit van 27 februari 1991

Opmerking: Bijvoorbeeld:

Centrale Staf- en Ontwikkelingsafdeling

Interne Dienstverlening

Waardering: B (4)

Producten: Notulen, beschikkingen, nota’s

135

Handeling: Het plegen van overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake de bezoldiging van de president en overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, alsmede de vergoeding van de leden in buitengewone dienst (voorheen: plv leden)

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 48 (Staatblad 1927, 259); Wet van 13 maart 1963 tot herziening van de salarissen van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de ambtswedden van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, en tot het stellen van regelen ten aanzien van vergoedingen voor staatsraden in buitengewone dienst, art. I t/m III (Staatsblad 1963, 110);

Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, art. 4 t/m 11 (Staatsblad 1964, 387); Besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden, art. 2 t/m 4 (Staatsblad 1993, 219);

Besluit van 4 maart 2005 tot wijziging van het besluit van 19 november 1990, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de Nationale ombudsman (Stb. 581) en van het besluit van vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden (Stb. 219) in verband met de ordening en modernisering van voorzieningen, art. II.2 t/m III (Staatsblad 2005, 132)

Opmerking: De kostenvergoedingsregeling van 31 maart 1993 betreft een element van de rechtspositie van de leden van de Raad van State en van de Algemene Rekenkamer, waarvan de regeling ingevolge de art. 74 en 77 Grondwet een wettelijke grondslag behoeft. De wijziging van 4 maart 2005 heeft plaatsgevonden in het bredere kader van de invoering van een voorzieningenstelsel voor ambtsdragers in het openbaar bestuur. Achtergrond hiervan is zowel stroomlijning van de voorzieningen voor de diverse ambtsdragers als de wijzigingen van het belastingstelsel in 2001 en de fiscale aanpassingen in 2002 en 2004. De leden in buitengewone dienst (voorheen: plaatsvervangende leden) van de Algemene Rekenkamer genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen vergoeding voor elke werkdag, dat zij als plaatsvervanger in functie zijn (Wet van 11 september 1964, art. 5)

Waardering: B (4)

Producten: Correspondentie

136

Handeling: Het deelnemen aan een onderzoek samenwerking facilitaire diensten van Hoge Colleges van Staat

Periode: 1995–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: V (10)

Producten: Notitie, eventueel contract

(2) handelingen voortvloeiend uit beleidsbepaling en het uitvoeren van de bestuurs- en beheerstaak

137

Handeling: Het vastleggen van de besluitvorming van het college

Periode: 1945–

Grondslag: Reglement van orde van de Algemene Rekenkamer (Staatscourant 2004, nr. 173) + eerdere richtlijnen zoals:

(Staatscourant 1930, 18/22 september)

(Staatscourant 1977, nr. 84)

(Staatscourant 1992, nr. 133)

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Notulen van de collegevergaderingen

138

Handeling: Het voeren van overleg met door de vakbonden aangewezen vertegenwoordigers, het Georganiseerd Overleg (GO)

Grondslag: A.R.A.R.

Periode: 1978–

Opmerking: Medezeggenschapsorgaan met door vakbonden aangewezen vertegenwoordigers. Bij Koninklijk Besluit van 1 september 1978 (Stb. 482) is een Bijzondere Commissie van Overleg ingesteld bij de Algemene Rekenkamer. Met ingang van 1 januari 1998 is deze Bijzondere Commissie opgeheven en is in plaats daarvan het Georganiseerd Overleg bij de Algemene Rekenkamer geïnstalleerd.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: Samenstelling georganiseerd overleg, notulen, correspondentie

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

139

Handeling: Het voeren van overleg met het door werknemers gekozen medezeggenschapsorgaan, de Dienstcommissies

Grondslag: Besluit College

Periode: 1986–1995

Opmerking: Door werknemers gekozen medezeggenschapsorgaan van de Algemene Rekenkamer

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: Processen-verbaal verkiezingsuitslagen, samenstellingen dienstcommissies, correspondentie, notulen

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

140

Handeling: Het voeren van overleg met de Ondernemingsraad (OR)

Grondslag: Wet op de Ondernemingsraden

Periode: 1995–

Opmerking: Medezeggenschapsorgaan van de Algemene Rekenkamer. Opvolger van de Dienstcommissie.

Waardering: B (1)

V (7)

Product: Te bewaren neerslag: Processen-verbaal verkiezingsuitslagen, samenstellingen ondernemingsraden, correspondentie, notulen

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

141

Handeling: Het vaststellen van instructies voor de planning en vooronderzoeken

Periode: 1981–

Grondslag: Besluit college van 9 november 1981

Opmerking:

Waardering: B (5)

Producten: Notulen, Werkprogramma

142

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van de programmering van het werkprogramma van de AR

Periode: 1981–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: B (3)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: werkprogramma, afdoening en rapportage Algemene Rekenkamer

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

143

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren van het beleid

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking: De uiteindelijke vaststelling van het beleid vindt plaats in ofwel het Strategisch Beraad (college + managementteam) dan wel in een collegevergadering

Waardering: B (1)

Producten: Beleidsnota’s, missie, notulen

144

Handeling: Het evalueren van het beleid

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: B (2)

Producten: Evaluatieverslagen, notulen

145

Handeling: Het opstellen van het Verslag

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927; Comptabiliteitswet 1976, vierde wijziging

Opmerking: Rapport wordt vóór 1 april uitgebracht. Deze handeling heeft betrekking op de bedrijfsvoeringsverslagen zoals deze vooral na 1 januari 1992 zijn opgesteld. Onderzoeksresultaten, voorheen in dit Verslag opgenomen, zijn na 1992 als separate publicaties uitgebracht.

Waardering: B (3)

Producten: Verslag

146

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938/46/48, art. 97; Grondwet 1953/56/72, art. 104; Grondwet 1983/87/95, art. 68

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie, notities

147

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie, notities

148

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: V (20)

Producten: Correspondentie, notities

149

Handeling: Het invullen van een A4-personeelsformulier bij het bereiken van de leeftijd van 75 jaar van een ex-medewerker

Grondslag:

Periode

Opmerking: Volgens het BSD P-direct wordt het personeelsdossier van een ex-medewerker van de Algemene Rekenkamer na het bereiken van de leeftijd van 75 jaar vernietigd. Om praktische redenen worden naast de naw-gegevens, ook gegevens zoals datum indiensttreding en carrièreverloop van (nog levende) ex-medewerkers van de Algemene Rekenkamer op een personeelsformulier bijgehouden

Waardering: V (10) na overlijden ex-medewerker

Product: A-4 personeelsformulier

150

Handeling: Het begeleiden van het drukken van rapporten, brochures en folders

Grondslag:

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: V (7)

Product: Ontwerpen, drukproeven, adressenbestanden

151

Handeling: Het uitvoeren van communicatie- en voorlichtingsactiviteiten

Grondslag:

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: V (7), m.u.v. 1 exemplaar eindproduct

Product: Folders, brochures, verslagen, strategienota’s, speeches, presentaties, personeelsblad Reken Maar.

152

Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: V (7)

Producten: Rekeningen, declaraties

(3) handelingen voortvloeiend uit privaatrechtelijke rechtshandelingen en materieel beheer

153

Handeling: Het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover die voortvloeien uit het beheer van de begroting

Periode: 1995–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, art. 45 (Staatsblad 1992, 351), Comptabiliteitswet 2001, art, 32, derde lid, art. 76, eerste lid en art. 81, eerste lid (Staatsblad 2002, 413)

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: overeenkomsten

Te vernietigen neerslag na 7 jaar: aanbesteding van door derden uit te voeren werken, voor zover niet gegund

154

Handeling: Het verlenen van (bijzondere) volmachten aan (rechts)personen voor het verrrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de Staat

Periode: 1996–

Grondslag: Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996, art. 1, vierde lid (Staatsblad 1996, 24)

Advies Algemene Rekenkamer 12 juni 1995, nr. 625 R

Opmerking: De Algemene Rekenkamer houdt een openbaar register bij waaruit blijkt aan welke (rechts)personen een volmacht is verleend en waarover deze zich uitstrekt

Waardering: V (7) m.u.v. register

Product: Register

155

Handeling: Het overdragen van overtollige rijksgoederen aan de dienst Domeinen

Periode: 1995–

Grondslag: Besluit beheer overtollige rijksgoederen

Opmerking:

Waardering: V (7)

Producten: Correspondentie

156

Handeling: Het in bruikleen verkrijgen van kunstvoorwerpen

Periode: 1995–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: V (7): nadat de betreffende kunstvoorwerpen zijn teruggegaan naar de bruikleengever

Producten: O.a. overeenkomst en processen-verbaal

157

Handeling: Het uitvoeren van activiteiten betreffende materieel beheer van inventarisgoederen

Periode: 1995–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 25, tweede lid

Opmerking:

Waardering: V: verouderde inventarislijsten vernietigen nadat een nieuwe inventarislijst is opgemaakt

Producten: O.a. inventarislijsten

158

Handeling: Het voorbereiden van nieuwbouwplannen voor de Algemene Rekenkamer

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit College van 18 december 1987

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: (Beleids)plannen rond de nieuwbouw

159

Handeling: Het vervaardigen van plannen voor aanvullende investeringen in het gebouw van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1987–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Investeringsplan, contracten, fakturen

160

Handeling: Het inkopen van gebruiks- en verbruiksgoederen

Periode: 1995–

Grondslag: Begrotingswet

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: contracten

Te vernietigen neerslag: facturen, kassabonnen, correspondentie

161

Handeling: Het verzorgen van de magazijn- en voorraadadministratie

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 25, tweede lid

Opmerking:

Waardering: V (7)

Producten: Magazijn- en voorraadadministratie

(4) handelingen voortvloeiend uit de uitoefening van de dienst

162

Handeling: Het opstellen en uitvoeren van een bedrijfszelfbeschermingsplan / bedrijfshulpverleningsplan

Periode: 1958–

Grondslag: Besluit Bedrijfszelfbescherming 1958

Opmerking:

Waardering: V: na vaststellen van een nieuw bedrijfszelfbeschermingsplan / bedrijfshulpverleningsplan

V (1)

Producten: Te vernietigen neerslag na vaststellen: plannen

Te vernietigen neerslag na 1 jaar: overige neerslag

163

Handeling: Het ontwikkelen en uitvoeren van bedrijfsvoeringsprojecten

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 21, vijfde lid

Opmerking: Project als Planning- en tijdschrijfsysteem Documentmanagement, etc.

Waardering: V (7): na beëindiging project

Producten: O.a. logboeken, notulen, actie- en besluitenlijst, implementatieplan, communicatieplan, cursusmateriaal, notities, plan van aanpak, voortgangsrapportage, andere communicatiemiddelen en evaluatierapport

164

Handeling: Het uitvoeren van functioneel beheer op de bedrijfsvoeringsinstrumenten

Periode: 2001–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 21, vijfde lid

Opmerking:

Waardering: V (7): na invoering update

Producten: O.a. handleiding, notities, wijzigingsvoorstellen en plan van aanpak

165

Handeling: Het monitoren over een langere periode van aanbevelingen aan Ministers in de onderzoeksrapporten en de toezeggingen hierop door de bewindspersonen.

Periode: 2005–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 65

Opmerking:

Waardering: B (2)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: correspondentie, rapporten

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

166

Handeling: Het ontwikkelen van methoden, technieken, normen, en richtlijnen, handelingen of andere producten voor de uitvoering van de taken van de AR.

Periode: 1986–

Grondslag: Besluit College van 17 januari 1986

Opmerking:

Waardering: B (5)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: eindproduct

Te vernietigen neerslag: (na totstandkoming van bv nieuwe procesbeschrijving of handleiding)

167

Handeling: Het monitoren van belangrijke ontwikkelingen in de omgeving van de Algemene Rekenkamer.

Periode: 1945–

Grondslag:

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7)

Producten: Te bewaren neerslag: eindproduct

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

168

Handeling: Het maken van afspraken met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met betrekking tot het begrotingsbeheer van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1992–

Grondslag: Comptabiliteitswet 1992, art. 16, tweede lid; Comptabiliteitswet 2001, art. 19, vijfde lid

Opmerking:

Waardering: B (1)

Producten: Correspondentie met de Minister

169

Handeling: Het opstellen van een concept (of een wijziging daarin) tot vaststelling van (het deel van) het hoofdstuk van de begroting van de Algemene Rekenkamer, alsmede de ramingen met betrekking tot de vier op het betrokken jaar volgende jaren.

Periode: 1991–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 19, vijfde lid, 12 en 14, voorheen: Comptabiliteitswet 1976 (vierde wijziging), art. 16, tweede lid

Opmerking: Vóór de vierde wijziging van de Comptabiliteitswet 1976 bestond geen wettelijke bepaling tot het maken van afspraken. Het was wel praktijk om met het Ministerie van Binnenlandse Zaken te overleggen over de nieuwe begroting.

Waardering: B (1)

V (7): 7 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Producten: Te bewaren neerslag: aanschrijving, concept begroting, correspondentie

Te vernietigen neerslag: Overige neerslag

170

Handeling: Het voeren van het financieel beheer

Periode: 1991–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 21, vijfde lid en 22, tweede lid

Comptabiliteitswet 1927 art. 14

Comptabiliteitswet 1976 art. 19, eerste lid

Comptabiliteitswet (1991) art. 17, tweede lid

Opmerking: Het beschikken over de bedragen die voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven zijn toegestaan (aangaan van verplichtingen; verrichten van betalingen; ontvangen van betalingen; en de administratieve verwerking daarvan).

Waardering: V (7): neerslag met fiscaal verantwoordingsbelang

Producten: Financiële verantwoording

171

Handeling: Het zorgdragen voor het aanwijzen en het intrekken van de aanwijzing van een kasbeheerder

Periode: 1992–

Grondslag: Besluit van 19 december 1991, houdende nadere regelen omtrent de taak van de centrale directie Financieel-Economische Zaken bij de Ministeries (Besluit taak FEZ), art. 12 en 13 (Staatsblad 1992, 1);

Comptabiliteitswet 1976, art. 19, vijfde lid (5e wijziging Staatsblad 1995, 375);

Besluit van 22 december 1995, houdende wijziging van het besluit taak FEZ en van het besluit verlening voorschotten 1994, artikel II (Staatsblad 1996, 25); Besluit kasbeheer 1998, art. 1, tweede lid, onder i (Staatsblad 1998, 53);

Besluit van 13 juli 2002, houdende de aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de Comptabiliteitswet 2001, artikel XII, onder H (Staatsblad 2002, 415)

Opmerking: De aanwijzing respectievelijk intrekking van de aanwijzing geschiedt bij de Algemene Rekenkamer op voorstel van het betrokken hoofd van dienst door de president. Bij de Algemene Rekenkamer is het hoofd van de afdeling Facilitaire Zaken kasbeheerder

Waardering: V (7)

Product: Beschikking

172

Handeling: Het jaarlijks opstellen van verantwoordingsstukken

Periode: 1991–

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 51, 52, 53 en 54, voorheen:

Comptabiliteitswet 1927 art. 84, tweede lid

Comptabiliteitswet (derde wijziging), art. 84

Comptabiliteitswet (vierde wijziging), art. 65

Opmerking:

Waardering: B (1)

V (7) termijn: 7 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd.

Producten: Te bewaren neerslag: aanschrijving, concept-wetsvoorstel,wet, correspondentie, jaarrekening, saldibalans, toelichting op saldibalans, rapportage, jaarverslag

Te vernietigen neerslag: overige neerslag

173

Handeling: Het behandelen van aangelegenheden, betreffende het interne controlebeleid, de administratieve organisatie, de financiële verslaglegging en de informatieverwerking bij de Algemene Rekenkamer en het daaromtrent uitbrengen van adviezen aan het College, alsmede het jaarlijks vaststellen van een door de interne accountant voorbereid en door het College goed te keuren controleplan

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976, artikel 26;

Beschikking van de Algemene Rekenkamer inzake de instelling van een Audit Committee van de Algemene Rekenkamer, 30 januari 1989, nr. 181;

Besluit van de Algemene Rekenkamer tot uitbreiding van het Audit Committee met de chef van de afdeling Personeelszaken, 27 juni 1989, nr. 970 R; Comptabiliteitswet 2001, art. 77, eerste lid en art. 81, eerste lid (Staatsblad 2002, 413)

Periode: 1989–

Opmerking: Het Audit Committee bespreekt belangrijke controlebevindingen, adviseert over de noodzakelijk geachte verbeteringen en initieert en bewaakt maatregelen ter zake. Tevens ziet het toe op het tijdig (doen) informeren van de interne accountant over (voorgenomen) beleidsbeslissingen, die de controle kunnen beïnvloeden. In beginsel komt het Audit Committee drie keer per jaar bijeen en verder voor zover één der leden de noodzaak daartoe aanwezig acht.

Waardering: B (1)

Product: Adviezen aan het College, notulen, correspondentie.

Selectielijst Actor President Algemene Rekenkamer

174

Handeling: Het onderzoek van de begrotingsartikelen ‘Geheim’

Periode: 1947 -

Grondslag: Comptabiliteitswet 1976 na de 5e wijziging: art 54, derde en vierde lid: Comptabiliteitswet 2001, art. 87, derde, vierde en vijfde lid.

Opmerking: Het onderzoek van de begrotingsartikelen ‘geheim’ is een exclusief recht van de president van de Algemene Rekenkamer. Het was volgens de memorie van antwoord bij de vijfde wijziging van de Comptabiliteitswet al bestaande praktijk dat de president inzage heeft in betaalbewijzen inzake geheime uitgaven. Op grond van het vijfde lid kan de president aan de betreffende Minister persoonlijk mededelingen doen omtrent haar/zijn bevindingen.

Waardering: B (1)

Producten:

175

Handeling: Controle op criminele verdiensten (ontvangsten) en de specifieke uitgaven inzake infiltratie-operaties

Periode: 1998–

Grondslag: Regeling financieel beheer van met infiltratie en storefronts gegenereerde ontvangsten (Staatscourant 1998, nr. 141, art. 6)

Opmerking: Comptabiliteitswet 2001, art. 87, derde, vierde en vijfde lid inzake de controle van de artikelen Geheim is van toepassing

Waardering: B (1)

Product:

176

Handeling: Het in gezamenlijk overleg met de vice-president van de Raad van State en de president van de Hoge Raad der Nederlanden opmaken van een aanbeveling voor de benoeming van de Nationale ombudsman

Grondslag: Wet Nationale Ombudsman (Staatsblad 1981, 35), art. 2, tweede lid

Periode: 1981–

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Aanbevelingsbrief en overige stukken

177

Handeling: Het als lid van de Raad van Voogdij mede-uitoefenen van de voogdij over een minderjarige Koning

Grondslag: Wet van 10 juni 1981, houdende benoeming van een voogd en regeling van de voogdij over de minderjarige Koning, art. 4 (Staatsblad 1981, 381); Grondwet, art. 34; Wet van 23 februari 1998, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de voogdij en het ouderlijk gezag over de minderjarige Koning, art. II (Staatsblad 1998, nr. 122), Wet van 25 februari 1999 tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de voogdij over de minderjarige Koning, art. II (Staatsblad 1999, 134)

Periode: 1991–

Opmerking: De wet is niet toegepast omdat er sinds de inwerkingtreding geen minderjarige Koning is geweest

Waardering: B (1)

Product:

178

Handeling: Het oproepen van leden in buitengewone dienst

Grondslag: Reglement van Orde van de Algemene Rekenkamer, art. 2, tweede lid en art. 5, tweede lid (Staatscourant 14-7-1992, nr. 133; 6-1-1995, nr. 5; 3-10-1997, nr. 190; 9-9-2004, nr. 173)

Comptabiliteitswet 1976 (zesde wijziging), art. 40, eerste lid

Comptabiliteitswet 2001: art. 71, eerste lid

Periode: 1992–

Opmerking: Vóór de zesde wijziging van de Comptabiliteitswet werden onder ‘leden’ zowel de ‘leden in gewone dienst’ als in ‘buitengewone dienst’ begrepen

Waardering: V (7)

Product: O.a. notulen en correspondentie

179

Handeling: Het toezicht houden op de werkzaamheden en op de juiste toepassing van het bij of krachtens de Comptabiliteitswet bepaalde over de Algemene Rekenkamer

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001: art. 77, eerste lid

Comptabiliteitswet 1976 (vijfde wijziging), art. 46, eerste lid

Comptabiliteitswet 1976, art. 52

Comptabiliteitswet 1927, art. 53

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product:

180

Handeling: Het inbrengen van stukken ter behandeling in de vergadering van het college

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 77, tweede lid;

1992: art. 46, tweede lid

Comptabiliteitswet 1976, art. 53, eerste lid

Comptabiliteitswet 1927, art. 54, eerste lid

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: O.a. notities

181

Handeling: Activiteiten inzake het ontslaan en schorsen van leden

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 74, tweede lid

Periode: 2002–

Opmerking:

Waardering: B (5)

Product: Schriftelijke waarschuwing, voordracht en overige neerslag

182

Handeling: Het afnemen van de eed of verklaring en belofte van de ambtenaren

Grondslag: Comptabiliteitswet 2001, art. 81, tweede lid

Comptabiliteitswet 1976 (vijfde wijziging), 50, tweede lid

Comptabiliteitswet 1976, art. 55, derde lid

Comptabiliteitswet 1927, art. 49, tweede lid

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: V (7)

Product: Oproepen, lijsten en overige neerslag

183

Handeling: Het vragen om toestemming aan de Kroon om zich voor langer dan één week buiten de gemeente, binnen welke de woonplaats is gevestigd, te begeven

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 50, derde lid

Periode: 1945–1977

Opmerking:

Waardering: V (7)

Product: Correspondentie en overige neerslag

184

Handeling: Het verlenen van verlof aan de leden en de secretaris om zich voor de tijd van één week buiten de gemeente, waarin de woonplaats is gevestigd, te begeven

Grondslag: Comptabiliteitswet 1927, art. 50, vierde lid

Periode: 1945–1977

Opmerking: Voor een periode van langer dan één week verlof, maar niet langer dan zes weken, is de toestemming van het college vereist. Voor een periode van langer dan zes weken, beslist de Kroon, na het college te hebben gehoord.

Waardering: V (7)

Product: Notulen college en overige neerslag, waaronder correspondentie indien de Kroon om toestemming wordt gevraagd

185

Handeling: Samenwerking van de presidenten van de rekenkamers van de EU-lidstaten en de Europese Rekenkamer in het Contact Comité van Presidenten van rekenkamers.

Grondslag: Artikel 248 lid 1 van het EU-verdrag

Periode:

Opmerking:

Waardering: B (1)

Product: Vergaderstukken, Nederlandse inbreng, speeches, presentaties, correspondentie, videobanden, CD-ROMs

186

Handeling: Optreden als ambassadeur voor de Algemene Rekenkamer bij de media

Grondslag:

Periode: 1945–

Opmerking:

Waardering: V (7), m.u.v. 1 exemplaar eindproduct

Product: Interviews, speeches.