Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 23-05-2008 t/m 31-12-2008

Besluit houdende vaststelling van het Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO-reductie verkeer en vervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 8, eerste lid en 20 van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Als CO2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer wordt vastgesteld het Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen, dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer wordt vastgesteld het aanvraagformulier voor investeringsprojecten gericht op aardgasvulpunten of gericht op ethanolvulpunten, opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 2, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Hoofddirectie Juridische Zaken, Koningskade 4, te Den Haag.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Inleiding en doel programma [Vervallen per 01-01-2009]

Het Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve Brandstoffen, hierna genoemd het programma, is een CO2-reductieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer. Het programma heeft een looptijd tot 1 september 2010.

§ 2. Definities [Vervallen per 01-01-2009]

In dit programma wordt verstaan onder:

  • a. subsidieregeling: Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer;

  • b. investeringsproject: het aanschaffen of voortbrengen, installeren en in gebruik nemen van één of meer aardgasvulpunten of ethanolvulpunten bij tankstations in Nederland, ten behoeve van het verkeer over de weg;

  • c. aardgasvulpunt: installatie bestaande uit een compressorinstallatie, een voorraadbuffertank, waarin aardgas onder een druk van minimaal 200 bar is opgeslagen en een aflevertoestel op een tankstation waarmee aardgas wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die aardgas als motorbrandstof gebruiken;

  • d. ethanolvulpunt: installatie op een tankstation waarmee E85-motorbrandstof wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die ethanol als motorbrandstof gebruiken;

  • e. ombouw naar een ethanolvulpunt: de ombouw van een bestaand benzine- of dieselvulpunt naar een ethanolvulpunt;

  • f. tankstation: voor alle bestuurders van motorvoertuigen toegankelijke, op een goed bereikbare locatie gelegen inrichting voor het verkrijgen van motorbrandstof, waar kan worden betaald met in Nederland geaccepteerde wettige betaalmiddelen;

  • g. exploitant: natuurlijke of rechtspersoon, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap voor wiens rekening en risico een of meer tankstations worden gedreven;

  • h. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee natuurlijke of rechtspersonen, waarvan de deelnemers een investeringsproject uitvoeren;

  • i. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor betrokken inrichting te verlenen.

§ 3. Subsidiabele activiteiten [Vervallen per 01-01-2009]

1. Subsidie kan op grond van de subsidieregeling en dit programma worden verleend per vulpunt opgenomen in een investeringsproject.

2. Een investeringsproject kan slechts:

  • a. gericht zijn op de realisatie van één of meer aardgasvulpunten, of

  • b. gericht zijn op de realisatie van, of ombouw, naar één of meer vulpunten voor ethanol.

3. Een vulpunt komt voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. het investeringsproject gericht is op CO2-reductie, waarbij de CO2-reductie voor een aardgasvulpunt jaarlijks op circa 190 ton en voor een ethanolvulpunt op circa 140 ton wordt vastgesteld;

  • b. het vulpunt voldoet aan alle in dit programma ten aanzien van vulpunten gestelde eisen om voor rangschikking in aanmerking te komen.

§ 4. Weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2009]

Een vulpunt komt niet voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. voor de investering in het vulpunt reeds van rijkswege, door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt;

  • b. de beoogde realisatiedatum van het vulpunt is gelegen na 1 september 2010;

  • c. voor het vulpunt reeds voorafgaand aan de indiening van de aanvraag verplichtingen zijn aangegaan of kosten zijn gemaakt;

  • d. het investeringsproject waarin het vulpunt is opgenomen reeds ziet op de realisatie van een ander vulpunt op dezelfde locatie;

  • e. door subsidiëring van het vulpunt het totale subsidiebedrag van de aanvraag van het investeringsproject hoger wordt dan het in paragraaf 5, vierde lid, genoemde maximum per investeringsproject;

  • f. het vulpunt wordt gerealiseerd in een provincie waar op grond van dezelfde subsidieaanvraag reeds vijf vulpunten worden gerealiseerd;

  • g. door subsidiëring van vulpunten uit hoger gerangschikte aanvragen, in de betreffende provincie reeds voor vijf vulpunten subsidie is verstrekt uit hoofde van het onderhavige programma.

§ 5. Subsidieplafond en subsidiemaxima [Vervallen per 01-01-2009]

1. Het subsidieplafond bedraagt:

  • a. voor investeringsprojecten gericht op de realisatie van aardgasvulpunten € 1.200.000,–;

  • b. voor investeringsprojecten gericht op de realisatie van of ombouw naar ethanolvulpunten € 600.000,–.

2. Indien blijkt dat het subsidieplafond voor investeringsprojecten gericht op de realisatie van aardgasvulpunten of ethanolvulpunten na subsidiëring van maximaal vijf vulpunten per brandstofsoort per provincie niet is bereikt, wordt het bedrag tot aan het subsidieplafond besteed aan subsidiëring van extra vulpunten per provincie.

3. Indien na toepassing van het tweede lid blijkt dat één van in het eerste lid genoemde subsidieplafonds nog niet is bereikt, zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

4. Onverminderd het maximum subsidiepercentage, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a, van de subsidieregeling, bedraagt de maximaal te verlenen subsidie per investeringsproject:

  • voor investeringsprojecten gericht op de realisatie van aardgasvulpunten: € 250.000,–;

  • voor investeringsprojecten gericht op de realisatie van, of ombouw naar, ethanolvulpunten: € 70.000,–.

5. Het maximum subsidiebedrag per vulpunt binnen een investeringsproject bedraagt, onverminderd het maximum subsidiepercentage, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a, van de subsidieregeling:

  • voor aardgasvulpunten € 60.000,–;

  • voor nieuwe ethanolvulpunten € 20.000,–;

  • c. voor ombouw-ethanolvulpunten € 7.500,–.

§ 6. Verdeling van de gelden [Vervallen per 01-01-2009]

1. De verdeling van de beschikbare gelden geschiedt op basis van rangschikking van de subsidieaanvragen. De rangschikking wordt bepaald op basis van de in paragraaf 7 genoemde criteria.

2. Aanvragen voor aardgasvulpunten en aanvragen voor ethanolvulpunten worden afzonderlijk gerangschikt.

3. Indien door subsidiëring van alle subsidiabele vulpunten uit een gerangschikte aanvraag het subsidieplafond, genoemd in paragraaf 5 zou worden overschreden, wordt de subsidie verleend op basis van de volgorde waarin de vulpunten in de betreffende aanvraag zijn opgenomen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

§ 7. Rangschikking van subsidieaanvragen [Vervallen per 01-01-2009]

1. De rangschikking van de aanvragen voor vulpunten die voor subsidie in aanmerking komen geschiedt op basis van:

  • a. aantal vulpunten per investeringsproject waarbij geldt dat elk vulpunt een score oplevert van één punt, R1;

  • b. het gevraagde subsidiebedrag per vulpunt, R2, waarbij de score als volgt wordt bepaald:

Bijlage 243159.png

2. Bij de berekening van R2, wordt voor de bepaling van het gevraagde subsidiebedrag per vulpunt de totale gevraagde subsidie voor het investeringsproject gedeeld door het aantal vulpunten waarop het investeringsproject betrekking heeft.

3. Het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a (R1), telt bij de puntentoekenning tweemaal zo zwaar als het criterium genoemd in het eerste lid onderdeel b (R2). De totaalscore, weergegeven in twee decimalen, voor een aanvraag bedraagt: 2 × R1 + R2.

4. De volgorde waarin de te realiseren vulpunten in het aanvraagformulier worden vermeld, is tevens de volgorde die wordt gevolgd bij de verdeling van de gelden en waarin wordt getoetst of de vulpunten vallen binnen de in dit programma gestelde maxima ten aanzien van het subsidieplafond, de subsidiabele bedragen en het aantal vulpunten per provincie.

5. Indien twee of meer aanvragen na de weging op dezelfde plaats terecht komen wordt ingeval deze plaats in de rangschikking samenvalt met het bereiken van het subsidieplafond, door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

6. In de gemaakte rangschikking van de aanvragen komen per provincie de eerste vijf vulpunten voor een subsidie in aanmerking.

§ 8. Verdeling indien subsidieplafond nog niet is bereikt [Vervallen per 01-01-2009]

1. Indien na verdeling van de subsidiegelden op basis van paragraaf 7 blijkt dat het subsidieplafond nog niet is bereikt, wordt het restbudget op basis van de rangschikking verdeeld onder de vulpunten die op basis van paragraaf 4, onderdeel f en g, niet voor subsidie in aanmerking komen. Op volgorde van de rangschikking komt steeds één extra vulpunt per provincie voor subsidie in aanmerking.

2. Indien na verdeling van de subsidiegelden op basis van het eerste lid, het subsidieplafond nog niet is bereikt, wordt het restbudget op basis van de rangschikking verdeeld, waarbij geldt dat op volgorde van deze rangschikking steeds één extra vulpunt per provincie voor een subsidie in aanmerking kan komen.

3. De werkwijze, genoemd in het tweede lid, wordt herhaald tot het subsidieplafond is bereikt.

§ 9. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

1. Per type investeringsproject kunnen aanvragen worden ingediend door natuurlijke en rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, die in Nederland vulpunten voor aardgas of vulpunten voor ethanol realiseren.

2. Indien een subsidieaanvraag wordt ingediend door een ander dan de exploitant van het tankstation waar een vulpunt wordt gerealiseerd, wordt bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar van die exploitant overgelegd.

§ 10. Indiening [Vervallen per 01-01-2009]

1. Subsidieaanvragen worden uiterlijk op 27 juni 2008 om 12.00 uur bij SenterNovem te Zwolle ingediend.

2. Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij SenterNovem Zwolle door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

Het postadres is:

SenterNovem Zwolle/ CO2-reductie verkeer en vervoer

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Het bezoekadres is:

SenterNovem Zwolle/ CO2-reductie verkeer en vervoer

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Telefoon: (038) 455 34 01

Fax: (038) 454 02 25

E-mail: CO2@senternovem.nl

Website: http://www.senternovem.nl/CO2-personenvervoer

§ 11. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

In aanvulling op artikel 19 van de subsidieregeling, geldt ten aanzien van voorschotten het volgende:

  • a. er worden uitsluitend voorschotten verleend voor een in een investeringsproject opgenomen vulpunt dat is gerealiseerd en in gebruik genomen;

  • b. een voorschot wordt berekend naar rato van de daadwerkelijk gemaakte en betaalde subsidiabele projectkosten voor het in bedrijf genomen vulpunt;

  • c. het voorschotbedrag is maximaal 80 procent van de verleende subsidie voor de gerealiseerde en in gebruik genomen vulpunten.

§ 12. Vaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

1. De vaststelling van de subsidie geschiedt op basis van de daadwerkelijk gemaakte en betaalde subsidiabele projectkosten. Bij de vaststelling van de subsidie wordt uitgegaan van de gerealiseerde en in gebruik genomen vulpunten.

2. Indien bij de vaststelling blijkt dat één of meer gerealiseerde vulpunten niet voor subsidie in aanmerking hadden moeten komen, blijven deze vulpunten bij de vaststelling buiten beschouwing.

§ 13. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

1. De subsidieontvanger is verplicht om een onder dit programma gesubsidieerd ethanolvulpunt of aardgasvulpunt ten minste drie jaar, gerekend vanaf de datum van ingebruikname van het vulpunt, te gebruiken voor de levering van ethanol respectievelijk aardgas.

2. De subsidieontvanger is verplicht om uiterlijk bij het verzoek om vaststelling van de subsidie een verklaring te overleggen van het bevoegd gezag, inhoudende dat de vulpuntinstallatie mag worden gebruikt voor de levering van transportbrandstoffen.

3. De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na de subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18 van de subsidieregeling, op verzoek van de Minister informatie verstrekken met betrekking tot de verkochte hoeveelheden aardgas of ethanol.

§ 14. Samenwerkingsverbanden [Vervallen per 01-01-2009]

1. Indien een investeringsproject wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dan dient een van de deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag vergezeld van een door alle deelnemers ondertekende overeenkomst waarin onder meer wordt bepaald welke deelnemer de subsidieaanvraag namens de deelnemers indient. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van het model Samenwerkingsovereenkomst dat verkrijgbaar is bij SenterNovem, CO2-reductie verkeer en vervoer. In geval van gebruik van een ander model, dient daarin in elk geval het volgende te zijn geregeld:

  • aanwijzing van een penvoerder voor alle formele correspondentie met betrekking tot de indiening en afhandeling van de aanvraag;

  • de verplichtingen van de penvoerder met betrekking tot de administratieve verplichtingen in het kader van de aanvraag en de verlening van de subsidie, onder meer het verzorgen van eventuele voorschotaanvragen, het overleggen van rapportages en het indienen van een verzoek om vaststelling van de subsidiebijdrage;

  • looptijd overeenkomst.

2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verleend en betaald aan de deelnemer die als penvoerder van het samenwerkingsverband is opgetreden.

3. In afwijking van artikel 17, vierde lid, van de subsidieregeling, wordt in geval de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband, bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uitsluitend een accountantsverklaring overgelegd ten aanzien van de door individuele deelnemers van het samenwerkingsverband gemaakte en betaalde kosten, wanneer het bedrag van dat deel van de subsidie voor de kosten hoger is dan € 25.000,–.

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.]