KruimelpadGeldend op 01-01-2011
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de zorgsector het burgerservicenummer te gebruiken teneinde te waarborgen dat verwerkte persoonsgegevens op de betrokken cliënt betrekking hebben;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. zorg:
1°. zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
2°. vorm van hulp voor de kosten waarvan een subsidie wordt verstrekt op grond van artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of artikel 68 van de Zorgverzekeringswet;
3°. jeugdgezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Wet publieke gezondheid;
4°. handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
één en ander met inbegrip van de financiële afwikkeling;
c. zorgaanbieder:
1°. zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen;
2°. degene die in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat ingeschreven of die een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, van die wet is geregeld of aangewezen, en die zijn beroep uitoefent anders dan in het kader van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen;
d. indicatieorgaan:
1°. indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
2°. stichting als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. zorgverzekeraar:
1°. zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
2°. zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Zorgverzekeringswet;
3°. verzekeringsonderneming als bedoeld in de eerste richtlijn schadeverzekering voor zover deze verzekeringen aanbiedt of uitvoert krachtens welke het verzekerde risico de behoefte aan zorg is waarop bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geen aanspraak bestaat en waarbij de verzekerde prestaties het bij of krachtens de Zorgverzekeringswet geregelde te boven gaat;
f. cliënt: degene aan wie zorg wordt verleend, voor wie zorg wordt geïndiceerd of voor wie zorg wordt verzekerd;
g. burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
h. eerste richtlijn schadeverzekering: richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228).
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen artikelen van deze wet niet gelden voor bepaalde vormen van zorg, categorieën van zorgaanbieders, categorieën van indicatieorganen of categorieën van zorgverzekeraars.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen handelingen die rechtstreeks verband houden met zorg, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet, waarbij uitvoerders of verzekeraars van die handelingen kunnen worden aangewezen als zorgaanbieders onderscheidenlijk zorgverzekeraars in de zin van deze wet.
De zorgaanbieder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van een cliënt vast:
a. wanneer de cliënt zich voor de eerste maal tot de zorgaanbieder wendt ter verkrijging van zorg;
b. voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van artikel 12 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
1. De zorgaanbieder stelt de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, dat de cliënt hem desgevraagd ter inzage geeft.
2. De zorgaanbieder neemt aard en nummer van het in het eerste lid bedoelde document in zijn administratie op.
1. Teneinde het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen, raadpleegt de zorgaanbieder het nummerregister en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
2. De zorgaanbieder kan de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten indien het burgerservicenummer is verstrekt door een andere gebruiker als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, die bij of krachtens wet gehouden is het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen aan de hand van het nummerregister en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
3. De zorgaanbieder kan de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten indien de zorgaanbieder het burgerservicenummer heeft verkregen uit een basisadministratie van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 8 en 9, voldoet.
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over door zorgaanbieders te verwerken feiten of gegevens met betrekking tot cliënten van wie het vaststellen van de identiteit of het burgerservicenummer onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
2.Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste lid, voldoet.
1. De zorgaanbieder kan van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen afwijken voor zolang dit noodzakelijk is voor het verlenen van spoedeisende zorg aan een bepaalde cliënt.
2. Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6 en 17 gestelde verplichtingen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van de cliënt, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 10 en 11 slechts van toepassing voor het opvragen en raadplegen van persoonsgegevens van de cliënt en is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8 en 9 niet van toepassing.
3. Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 8, 9, 10 en 11 niet van toepassing.
1. Op de zorgverzekeraar die is aangewezen op grond van artikel 2, tweede lid, alsmede op de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°, is, met uitzondering van de bewaartermijn als omschreven in artikel 86, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid, en 86 van de Zorgverzekeringswet van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verzekering van respectievelijk handelingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en zorg als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°.
2. Personen werkzaam bij of ten behoeve van de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens die zij op grond van de eerste volzin verwerken, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.
3. De Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, is, voor zover dat niet aan andere toezichthouders is voorbehouden, belast met het toezicht op de uitvoering van het eerste lid door zorgverzekeraars. De artikelen 89, eerste, tweede en zesde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 77, 79, 80, 81, 83, eerste lid, 88, 89, 104, tweede lid, 105 en 106 van de Wet marktordening gezondheidszorg zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat artikel 89, eerste, tweede en zesde lid, van de Zorgverzekeringswet uitsluitend van toepassing is voor zover het een verzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit betreft.
1. Er worden ingesteld een register van zorgaanbieders, een register van indicatieorganen en een register van zorgverzekeraars waarin onderscheidenlijk een zorgaanbieder, een indicatieorgaan en een zorgverzekeraar op hun verzoek worden opgenomen teneinde gebruik te kunnen maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
2. Elk register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen instelling.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het opnemen, wijzigen en verwijderen van gegevens in onderscheidenlijk uit de in artikel 14 bedoelde registers van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars, alsmede over het beheer van de registers, in ieder geval wat betreft de beveiliging van persoonsgegevens en het toezicht op het functioneren van de registers.
2. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen bijdragen van de zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars worden verlangd in de kosten van de registers.
3. De beheerder van een register als bedoeld in artikel 14 verschaft aan een in het register ingeschreven zorgaanbieder, indicatieorganen en zorgverzekeraar op diens verzoek een middel waarmee deze ten behoeve van de raadpleging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, toegang kan krijgen tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
4. De beheerder kan voor het middel een vergoeding verlangen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kenmerken, de aanvraag, de productie, de verstrekking, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van alsmede de vergoeding voor het middel.
De zorgaanbieder verstrekt op verzoek aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 86, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en artikel 8, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen kosteloos alle inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de eerstgenoemde wetten voor wat betreft het gebruik van het burgerservicenummer.
1.Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van:
a. de wijze en het tijdstip waarop burgerservicenummers van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet cliënt zijn van een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar, aan deze ter beschikking worden gesteld;
b. de wijze waarop de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar de identiteit en het burgerservicenummer vaststellen van de cliënten, bedoeld onder a;
c. de verwerking van persoonsnummers van de cliënten, bedoeld onder a, waarover de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikken.
2.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën cliënten, zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars.
3.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van de bepalingen in deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten.
1.Vooruitlopend op de inwerkingtreding van een wettelijke verplichting tot gebruik van het burgerservicenummer kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat daarbij aan te wijzen categorieën zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars voor daarbij aan te wijzen vormen van zorg gedurende een daarbij aan te wijzen periode het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van een cliënt mogen gebruiken.
2.Op het gebruik van het burgerservicenummer op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, is het gestelde bij of krachtens deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer, met inbegrip van de beveiliging, de geheimhouding, het toezicht en de handhaving, alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten van toepassing met dien verstande dat:
a. ingevolge die toepassing een bevoegdheid in plaats van een verplichting ontstaat tot het gebruik van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer;
b. het gestelde omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer, slechts van toepassing is ten aanzien van cliënten waarvan dat nummer wordt gebruikt;
c. de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar worden aangemerkt als gebruiker in de zin van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan alsmede voor verschillende vormen van zorg en categorieën van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,
A. Klink
De Minister van Justitie ,
E. M. H. Hirsch Ballin