Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg

Geldend op 01-01-2011


  • Wet van 10 april 2008, houdende regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg)
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de zorgsector het burgerservicenummer te gebruiken teneinde te waarborgen dat verwerkte persoonsgegevens op de betrokken cliënt betrekking hebben;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

  • Artikel 1

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Artikel 2

    • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen artikelen van deze wet niet gelden voor bepaalde vormen van zorg, categorieën van zorgaanbieders, categorieën van indicatieorganen of categorieën van zorgverzekeraars.

    • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen handelingen die rechtstreeks verband houden met zorg, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet, waarbij uitvoerders of verzekeraars van die handelingen kunnen worden aangewezen als zorgaanbieders onderscheidenlijk zorgverzekeraars in de zin van deze wet.

  • Artikel 3

    Indien het betreft een zorgaanbieder waarbij natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk een organisatorisch verband vormen dat strekt tot de verlening van zorg, richten de uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zich tot ieder van die personen.

  • Hoofdstuk 2. Gebruik burgerservicenummer

  • Artikel 4

    Een zorgaanbieder gebruikt het burgerservicenummer van een cliënt met het doel te waarborgen dat de in het kader van de verlening van zorg te verwerken persoonsgegevens op die cliënt betrekking hebben.

  • Artikel 5

    De zorgaanbieder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van een cliënt vast:

  • Artikel 6

    • 2. De zorgaanbieder neemt aard en nummer van het in het eerste lid bedoelde document in zijn administratie op.

  • Artikel 7

  • Artikel 8

    De zorgaanbieder neemt het burgerservicenummer van de cliënt in zijn administratie op bij het vastleggen van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van zorg.

  • Artikel 9

    De zorgaanbieder vermeldt bij het verstrekken van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van, indicatiestelling voor of verzekering van zorg aan een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar steeds het burgerservicenummer van de cliënt.

  • Artikel 10

    Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 8 en 9, voldoet.

  • Artikel 11

    • 1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over door zorgaanbieders te verwerken feiten of gegevens met betrekking tot cliënten van wie het vaststellen van de identiteit of het burgerservicenummer onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.

    • 2.Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste lid, voldoet.

  • Artikel 12

    • 1. De zorgaanbieder kan van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen afwijken voor zolang dit noodzakelijk is voor het verlenen van spoedeisende zorg aan een bepaalde cliënt.

    • 2. Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6 en 17 gestelde verplichtingen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van de cliënt, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 10 en 11 slechts van toepassing voor het opvragen en raadplegen van persoonsgegevens van de cliënt en is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8 en 9 niet van toepassing.

    • 3. Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 8, 9, 10 en 11 niet van toepassing.

  • Artikel 13

    • 2. Personen werkzaam bij of ten behoeve van de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens die zij op grond van de eerste volzin verwerken, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.

  • Hoofdstuk 3. Registers

  • Artikel 14

    • 2. Elk register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen instelling.

  • Artikel 15

    • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het opnemen, wijzigen en verwijderen van gegevens in onderscheidenlijk uit de in artikel 14 bedoelde registers van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars, alsmede over het beheer van de registers, in ieder geval wat betreft de beveiliging van persoonsgegevens en het toezicht op het functioneren van de registers.

    • 2. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen bijdragen van de zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars worden verlangd in de kosten van de registers.

    • 4. De beheerder kan voor het middel een vergoeding verlangen.

    • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kenmerken, de aanvraag, de productie, de verstrekking, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van alsmede de vergoeding voor het middel.

  • Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

  • Artikel 16

    De zorgaanbieder verstrekt op verzoek aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 86, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en artikel 8, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen kosteloos alle inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de eerstgenoemde wetten voor wat betreft het gebruik van het burgerservicenummer.

  • Artikel 17

    • 1.Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van:

      • a. de wijze en het tijdstip waarop burgerservicenummers van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet cliënt zijn van een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar, aan deze ter beschikking worden gesteld;

      • b. de wijze waarop de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar de identiteit en het burgerservicenummer vaststellen van de cliënten, bedoeld onder a;

      • c. de verwerking van persoonsnummers van de cliënten, bedoeld onder a, waarover de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikken.

    • 2.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën cliënten, zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars.

    • 3.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van de bepalingen in deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten.

  • Artikel 17a

    • 1.Vooruitlopend op de inwerkingtreding van een wettelijke verplichting tot gebruik van het burgerservicenummer kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat daarbij aan te wijzen categorieën zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars voor daarbij aan te wijzen vormen van zorg gedurende een daarbij aan te wijzen periode het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van een cliënt mogen gebruiken.

    • 2.Op het gebruik van het burgerservicenummer op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, is het gestelde bij of krachtens deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer, met inbegrip van de beveiliging, de geheimhouding, het toezicht en de handhaving, alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten van toepassing met dien verstande dat:

      • a. ingevolge die toepassing een bevoegdheid in plaats van een verplichting ontstaat tot het gebruik van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer;

      • b. het gestelde omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer, slechts van toepassing is ten aanzien van cliënten waarvan dat nummer wordt gebruikt;

      • c. de zorgaanbieder, het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar worden aangemerkt als gebruiker in de zin van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

  • Artikel 17b

    De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  • Artikel 18

    [Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.]

  • Artikel 19

    [Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.]

  • Artikel 20

    [Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.]

  • Artikel 21

    [Wijzigt de Zorgverzekeringswet.]

  • Artikel 22

    [Wijzigt deze wet.]

  • Artikel 23

    [Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.]

  • Artikel 24

    [Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning.]

  • Artikel 25

    Deze wet wordt aangehaald als: Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg.

  • Artikel 26

    De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan alsmede voor verschillende vormen van zorg en categorieën van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars verschillend kan worden vastgesteld.

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te 's-Gravenhage, 10 april 2008

    Beatrix

    De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,

    A. Klink

    Uitgegeven de twintigste mei 2008

    De Minister van Justitie ,

    E. M. H. Hirsch Ballin