Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Toezicht Verzekeringsbedrijf vanaf 1940 (Minister van Buitenlandse Zaken)

Geldend van 03-04-2008 t/m heden

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Toezicht Verzekeringsbedrijf vanaf 1940 (Minister van Buitenlandse Zaken)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 21 februari 2008 (nr. bca-2008.04435/2));

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 5 maart 2008

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

wnd. algemene rijksarchivaris

,

P. Brood

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,
namens deze:
de

Project directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden PWAA

,

A. van der Kooij

Basisselectiedocument

op het beleidsterrein Toezicht op het Verzekeringsbedrijf vanaf 1940

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers

Minister van Financiën

Minister van Justitie

Minister van Economische Zaken

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

College van Beroep voor het Bedrijfsleven

Samenstelling: drs. B.J. Abels

Eindredactie: PWAA

Versie vaststelling maart 2008

Lijst van gebruikte afkortingen

BSD: Basis Selectiedocument

IZR: Interprovinciale Ziektekosten Regeling

SER: Sociaal Economische Raad

Wab: Wet Assurantiebemiddeling

Wabb: Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf

WAM: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

WOL: Wet op het Levensverzekeringbedrijf

WOS: Wet op het Schadeverzekeringsbedrijf

WTN: Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

WTS: Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf

WTV 1993: Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

WTV: Wet toezicht verzekeringsbedrijf

WWTS: Wijzigingswet toezicht schadeverzekeringsbedrijf

Verantwoording

Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein

Een van de taken van de Minister van Financiën (en rechtsvoorganger de Minister van Justitie) is het reguleren van en het (doen) houden van toezicht op de financiële infrastructuur (instellingen en markten). In het kader hiervan regelt de Minister ook het toezicht op het verzekeringswezen.

Een van de belangrijkste redenen voor overheidstoezicht op het verzekeringsbedrijf is bescherming van de consument. Een andere reden voor toezicht op het verzekeringsbedrijf komt voort uit de belangrijke economische rol die verzekeraars spelen. Het verzekeringsbedrijf heeft zowel een stabiliserende als stimulerende functie in de economie. Vandaar dat de overheid ook uit overwegingen van algemeen belang toezicht houdt op de bedrijfstak.

Het toezichtstelsel zoals dat in Nederland met de Wet op het Levensverzekeringbedrijf (1922) geïmplementeerd werd, was een zogenaamd ‘normatief toezichtsysteem'. In dit systeem is een verzekeraar vrij in de uitoefening van zijn onderneming, maar verplicht bepaalde gegevens openbaar te maken zodat het publiek zich een beeld kan vormen van zijn financiële gezondheid. Deze openbaarheid wordt aangevuld met periodiek financieel toezicht achteraf door een toezichthouder, in dit geval de Verzekeringskamer. Verder worden toetredingsnormen tot de bedrijfstak vastgelegd in wetgeving, evenals de financiële eisen waaraan een verzekeraar moet voldoen om het verzekeringsbedrijf te mogen (blijven) uitoefenen.

Tegenover het normatief toezichtsysteem staat het ‘materieel toezichtsysteem’ waarbij een verzekeraar naast financiële rapportages achteraf, ook verplicht is vooraf zaken als polisvoorwaarden en premietarieven te laten goedkeuren door een toezichthouder. Hoewel het normatieve toezichtsysteem in Nederland ook in latere wetgeving gehandhaafd bleef, zijn er na de jaren zestig wel steeds meer materiële elementen ingeslopen. Te denken valt hierbij aan voor de hele bedrijfstak geldende voorschriften met betrekking tot beleggingslimieten voor activa en prudente actuariële grondslagen, en het vooraf toetsen van de deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en de geschiktheid van grote aandeelhouders in verzekeraars.

Vermaat & Oosenbrug (1994) 27, 30, 46.

Na de jaren zestig begon Europese regelgeving in toenemende mate een rol te spelen. Een van de doelstellingen van de Europese Economische Gemeenschap is het tot standbrengen van een Europese binnenmarkt voor financiële diensten (banken, effectenhuizen en verzekeringen).

Borchardt (1994) p. 8; Borchardt (1995) p. 25.

Voor het verzekeringsbedrijf betekende dit (minimum)harmonisatie van de toezichtswetgeving van de verschillende Lid-Staten, neergelegd in drie generaties van Europese richtlijnen.

Vermaat & Oosenbrug (1994) 30.

Nederland was verplicht deze richtlijnen in haar wetgeving te implementeren.

Verdrag van Rome van 25 maart 1957.

Een indirect gevolg van de totstandkoming van de Europese binnenmarkt was een sterke drang tot schaalvergroting. Dit leidde tot een golf van fusies en overnames, waardoor in eerste instantie grote nationale, maar later ook internationale verzekeringsgroepen ontstonden. Om adequaat toezicht op deze conglomeraten te kunnen uitoefenen, werd het preventief kunnen toetsen van zeggenschapsverhoudingen en financiële transacties binnen zo’n groep noodzakelijk geacht.

Vermaat & Oosenbrug (1994) 31–33.

Daarnaast ontstond er bij banken en verzekeraars een toenemende behoefte aan samenwerking. Dit laatste had gevolgen voor het zogenaamde structuurbeleid. Dit beleid zoals dat in Nederland sinds de jaren zeventig door de Nederlandsche Bank NV gevoerd werd, was gericht op het voorkomen van te grote machtsconcentraties en verstrengeling van risico’s in de Nederlandse financiële sector. In het begin had dit beleid vooral betrekking op de activiteiten van banken.

Zie hiervoor PIVOT-rapport ‘Geregeld Toezicht’.

Na overleg tussen het Ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank NV, de Verzekeringskamer en de representatieve organisaties van het krediet- en verzekeringswezen, werd dit beleid in 1981 uitgebreid tot het verzekeringswezen. Het aanbrengen en handhaven van een scheiding tussen het bank- en verzekeringswezen werd toen als belangrijkste doel geformuleerd.

Zie voor het Memorandum inzake het ten aanzien van banken en verzekeringsmaatschappijen te voeren structuurbeleid en de wijzigingen daarin de brieven van de Minister van Financiën aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 14 mei 1981 (TK 1980–1981, 15612, nr. 5), 11 februari 1982 (TK 15612, no. 6), 29 december 1983 (TK 15612, no. 7) en 25 juni 1986 (1985–1986, 19200 Hoofdst.IXB, no. 43).

In de loop van de jaren tachtig werd het structuurbeleid geleidelijk verruimd totdat het per 1 januari 1990 definitief geliberaliseerd werd. Dit betekend niet dat het structuurtoezicht is opgeheven. Nog steeds wordt per geval getoetst of het samengaan van banken en verzekeraars zal leiden tot ongewenste ontwikkelingen in het bank- of verzekeringswezen.

Totstandkoming BSD en afbakening beleidsterrein

Dit basisselectiedocument (BSD) is gebasseerd op het PIVOT-rapport nr. 67 Toezicht Verzekerd, een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelen op het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf, 1940–1996.

Dit BSD en het rapport zijn een gevolg van het op 25 juni 1992 gesloten convenant tussen de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Financiën en de Algemene Rijksarchivaris. In dit convenant inzake de overbrenging en overdracht van na 1940 gevormde archieven, zijn afspraken gemaakt over het doen van institutioneel onderzoek ‘naar taakontwikkeling en de daaraan gekoppelde organisatorische ontwikkeling van het Ministerie in de periode na 1940’.

Het rapport beschrijft de taken en handelingen van de van de Minister van Financiën, zijn rechtsvoorganger de Minister van Justitie en andere actoren op het terrein van het toezicht op het verzekeringsbedrijf. In dit BSD wordt de neerslag van de handelingen gewaardeerd, op basis waarvan de daadwerkelijke selectie van archiefbescheiden uitgevoerd kan worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren bescheiden als de gedigitaliseerde bescheiden verstaan; deze gedigitaliseerde bescheiden vallen namelijk ook onder de archiefwet 1995.

De selectielijsten zijn opgesteld naar zorgdrager en daarna naar actor. Binnen de lijsten is, voor zover van toepassing, met koppen aangegeven waar in het RIO de betreffende handelingen zijn terug te vinden.

Met betrekking tot de koppen:

  • Toezicht op levensverzekeraars (1940–1980)

  • Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

  • Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

  • Toezicht op schadeverzekeraars (1965–1987)

  • Toezicht op schade- en levensverzekeraars (1987–)

  • Toezicht op natura-uitvaartverzekeraars (1996–)

moet worden opgemerkt dat deze corresponderen met het de paragraaftitels van de deelbeleidsterreinen in het RIO. De jaartallen slaan niet op de activiteiten van de actor, maar geven de periode aan waarin het deelbeleidsterrein relevant was. Binnen de paragrafen in het RIO zijn de handelingen steeds thematisch geordend onder kopjes die voorzover van toepassing zijn overgenomen in de selectielijsten.

  • beleid

  • informatie en tegenspraak

  • organisatie

  • toezicht

  • examens en diploma’s (alleen bij het toezicht op assurantiebemiddelingsbedrijf)

Aan het BSD zijn (ten opzichte van het RIO) enkele algemene handelingen toegevoegd. Deze handelingen zijn genummerd van 573 tot en met 581.

Doordat er algemene handelingen zijn opgenomen voor verschillende ministers, zijn een aantal handelingen uit het RIO en oorspronkelijke concept-BSD overbodig geworden. Deze handelingen zijn daarom uit het BSD verwijderd. Het gaat om de handelingen 1–8, 21–22, 32, 179–187, 213–214, 226, 230–231, 290–297, 306, 307–308, 317–322, 380–387, 402, 403–404, 421, 500–507, 517–519, 531.

Daarnaast zijn ook de handelingnummers 98, 99 en 100 verwijderd. Deze handelingen zijn hetzelfde als handeling 97. De handelingen zelf zijn dus gehandhaafd, maar hebben het nummer 97 gekregen.

De verwijderde handelingen zijn wel in het RIO blijven staan, omdat reeds gedrukte RIO’s niet meer worden aangepast. Om diezelfde reden zijn ook de algemene handelingen die zijn toegevoegd aan dit BSD, slechts opgenomen in dit BSD en niet opnieuw vastgesteld in het RIO. Bovendien is de aanvullende contextinformatie ook alleen in dit BSD terug te vinden.

Een groot aantal zorgdragers en actoren dat een rol speelt op het beleidsterrein en waarvoor handelingen in het RIO zijn opgenomen, zijn buiten dit BSD gelaten. Sommige actoren hebben de beschikking over een eigen selectielijst, voor andere actoren is een selectielijst in de maak. Het eerste geldt bijvoorbeeld voor de Kamers van Koophandel en fabrieken, waaronder ook de Commissie bijzondere maatregelen voor buitenlandse verzekeringsmaatschappijen (Stcrt. 2006/71), het College van Beroep voor het Bedrijfsleven en rechtsvoorganger het Scheidsgerecht voor het Bedrijfsleven (Stcrt. 2006/43) en de Sociaal Economische Raad (Stcrt. 1999/216). Onder de archiefzorg van de Sociaal Economische Raad vallen bovendien de actoren Commissie van toezicht vakbekwaamheidsexamens wet assurantiebemiddelingsbedrijf, Commissie vakproeven assurantiebemiddelingsbedrijf en ‘door de Minister van Financiën daartoe bevoegd verklaarde personen’.

De actor Stichting Examens Assurantiebedrijf is komen te vervallen, omdat het een onafhankelijke stichting is, waar de Minister van Financiën toezicht op houdt.

Voor de Nederlandsche Bank en de Pensioen- en Verzekeringskamer, een belangrijke actor op dit beleidsterrein, wordt momenteel een selectielijst vervaardigd. De actor Staatstdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf is niet in dit BSD opgenomen, omdat de Archiefwet niet van toepassing is op deze Naamloze Vennootschap.

Vaststellingsprocedure

In 2007 is het ontwerp-BSD door ministers van Financiën, Justitie, Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven aan de Minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 februari 2008 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage op de website van het Nationaal Archief, op de website van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en bij de informatiebalie in de studiezaal van het Nationaal Archief, , hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant.

Op 21 februari 2008 bracht de RvC advies uit (bca-2008.04435/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

De waardering van handeling 433, handeling 434, handeling 435, handeling 42 en handeling 44 zijn aangepast conform de selectielijst P-direkt (Staatscourant 225 d.d. 20 november 2007).

Daarop werd het BSD op 5 maart 2008 door de waarnemend algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de ministers van Financiën (C/S&A/08/528), Justitie(C/S&A/08/529) , Economische Zaken(C/S&A/08/530) , Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(C/S&A/08/531) , Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/08/532)en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven(C/S&A/08/533) vastgesteld.

Selectiedoelstelling

In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’

Selectiecriteria

De selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst is dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn. Daartoe worden de bronnen om deze reconstructie mogelijk te maken voor blijvende bewaring veilig gesteld.

Om de selectiedoelstelling te realiseren, worden 6 selectiecriteria gebruikt om tot een waardering te komen:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B(ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

De onderzoeksperiode van dit BSD begint in 1940, daarom komen in dit BSD handelingen voor die beginnen in 1940 en doorlopen tot ver na de oorlog. Deze handelingen zijn vaak gewaardeerd met V(ernietigen), maar worden voor de perdiode 1940-1945 gewaardeerd met B(ewaren).

Actorenoverzicht

Voorzover bekend is tussen haakjes aangegeven wanneer de actor (binnen de onderzoeksperiode) actief was op het beleidsterrein verzekeringswezen.

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

De Minister van Financiën was vanaf 1945 verantwoordelijk voor het toezicht op onderlinge molestverzekeraars. In 1952 kreeg hij de verantwoordelijkheid voor het assurantiebemiddelingsbedrijf en in 1963 voor het schadeverzekeringsbedrijf. Op grond van het laatste was de Minister medeverantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de Verzekeringskamer. Sinds 1980 is de Minister primair verantwoordelijk voor het hele verzekeringsbedrijf. Hij draagt zorg voor de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving en is verantwoordelijk voor de coördinatie van het beleid. Hij is verantwoordelijk voor de informatievoorziening aan de Kroon en de Staten-Generaal. Sinds 1986 is de Minister politiek verantwoordelijk voor de Verzekeringskamer. De handelingen van de Secretaris-Generaal voor Financiën gedurende de bezettingsperiode zijn in een aparte lijst opgenomen.

De Secretaris-Generaal voor Financiën (1940–1945) was gedurende de Duitse bezetting, bij afwezigheid van de Minister van Financiën belast met de zorg voor de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet-en regelgeving, onder gezag van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied. De Secretaris-Generaal was verantwoordelijk voor het toezicht op onderlinge molestverzekeraars en betrokken bij de totstandkoming van bijzondere maatregelen voor buitenlandse verzekeringsmaatschappijen.

De Adviescommissie voor het Schadeverzekeringsbedrijf (1945–?) is ook wel bekend als ‘Commissie voor het schadeverzekeringsbedrijf’ (niet te verwarren met de ‘Commissie voor het schadeverzekeringswezen’ die werd ingesteld door het Militair Gezag). De Adviescommissie werd bij beschikking van de Minister van Financiën in ingesteld. Ze had tot taak de Minister van Financiën te adviseren over onderwerpen het schadeverzekeringsbedrijf betreffende.

De Commissie van Advies (1952–1991) werd opgericht op grond van art. 2 van de Wet Assurantiebemiddeling. In de Commissie hadden vertegenwoordigers van verzekeraars en assurantietussenpersonen zitting. De commissie stond de Sociaal Economische Raad (SER) bij in de uitvoering van de in de Wet Assurantiebemiddeling opgedragen taken en toegekende bevoegdheden. Daarnaast had zij een adviserende taak ten opzichte van de regering met betrekking tot het assurantiebemiddelingsbedrijf.

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

De Minister van Justitie droeg tussen 1922 en 1980 de zorg voor de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf. Hij was verantwoordelijk voor de coördinatie van het beleid op dat terrein en de informatievoorziening aan de Kroon en de Staten-Generaal. Tussen 1923 en 1986 was de Minister in beheersmatig en politiek opzicht verantwoordelijk voor de Verzekeringskamer. De handelingen van de Secretaris-Generaal voor Justitie gedurende de bezettingsperiode zijn in een aparte lijst opgenomen.

De Secretaris-Generaal voor Justitie (1940–1945) was gedurende de Duitse bezetting, bij afwezigheid van de Minister van Justitie belast met de zorg voor de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet-en regelgeving, onder gezag van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied. Hij was tot 1941 verantwoordelijk voor het levensverzekeringsbedrijf en uit dien hoofde betrokken bij de totstandkoming van bijzondere maatregelen voor buitenlandse verzekeringsmaatschappijen.

Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

De Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart/van Economische Zaken (1940–) is betrokken bij de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het terrein van het assurantiebemiddelingsbedrijf. Tot 1953 was deze actor verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de bedrijfsorganisaties.

Onder deze actor vallen ook de handelingen op het gebied van het verzekeringsbedrijf van de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart gedurende de bezettingsperiode (1942–1945). Deze actor was verantwoordelijk voor de totstandkoming van een zelfstandige organisatie voor het bedrijfsleven en als zodanig medeverantwoordelijk voor de bedrijfsorganisaties op het gebied van het verzekeringswezen.

De actor Hoofdgroep Verzekering (1942–1953) omvatte alle ondernemingen die behoorden tot de Bedrijfsgroep Schadeverzekering, de Bedrijfsgroep Levensverzekering of de Bedrijfsgroep Makelaars in Assurantiën, Assurantiebezorgers en Assurantieagenten. Het secretariaat was gevestigd in Den Haag.

Onder de actor Hoofdgroep Verzekering horen de volgende Bedrijfsgroepen:

  • De Bedrijfsgroep Levensverzekering (1942–1953) omvatte alle ondernemingen in de zin van de Wet op het Levenverzekeringsbedrijf en ondernemingen die aan haar gelijk gesteld werden. Het secretariaat was gevestigd te Utrecht bij de ‘Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Levensverzekeringswezen’.

  • De Bedrijfsgroep Schadeverzekering (1942–1953) omvatte de Vakgroepen: Brandverzekering,Transportverzekering en Variaverzekering. De secretariaten van bedrijfs-en vakgroepen waren allen gevestigd in Den Haag.

  • De Bedrijfsgroep Makelaars in Assurantiën, Assurantiebezorgers en Assurantieagenten (1942–1953) omvatte alle ondernemingen die niet uitsluitend als gevolmachtigde voor een verzekeringsonderneming ter beurze te Amsterdam of Rotterdam werkzaam waren en hun bedrijf maakten van het op naam en voor rekening van een ander sluiten van verzekeringsovereenkomsten en het verlenen van bemiddeling bij het totstandkomen van zodanige overeenkomsten. Het secretariaat was gevestigd te Amsterdam.

Deze drie zijn als de actoren Bedrijfsgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering, respectievelijk Bedrijfsgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering, Bedrijfsgroep Makelaars in Assurantiën, Assurantiebezorgers en Assurantieagenten in het BSD opgenomen.

Onder deze bedrijfsgroepen resorteerden weer de actoren Vakgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering enOndervakgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering. Ook deze actoren zijn apart in het BSD opgenomen.

De Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken (1941–1945) was gedurende de Duitse bezetting onder andere belast met de zorg voor de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgevingop het gebied van het verzekeringswezen, onder gezag van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied. Sinds 1941 belast met de zorg voor het verzekeringswezen (inclusief de Wet op het Levenverzekeringsbedrijf). Sinds 1942 verantwoordelijk voor de opbouw en werkzaamheden van bedrijfsorganisaties op het gebied van het verzekeringsbedrijf.

De Organisatiecommissie voor zelfstandige opbouw voor het bedrijfsleven (commissie Woltersom) (1941–1945) werd door de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart belast met de opbouw van een zelfstandige organisatie voor het bedrijfsleven. Heeft in het kader daarvan ook een aantal besluiten voor het verzekeringswezen uitgevaardigd.

De Verzekeringsraad (1942–1945) was belast met het adviseren van de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken over het verzekeringswezen.

Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De Minister van Binnenlandse Zaken (1940–1950?) was betrokken bij totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het terrein van het levensverzekeringsbedrijf. Onder deze actor vallen ook de handelingen op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf van de Secretaris-Generaal voor Binnenlandse Zaken gedurende de bezettingsperiode.

De Minister van Koloniën/van Overzeese Gebiedsdelen/van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (1940–1950?) was betrokken bij de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het terrein van het levensverzekeringsbedrijf voor zover het Nederlands-Indië en later de overzeese Rijksdelen betrof. Onder deze actor vallen ook de handelingen op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf van de Secretaris-Generaal voor Koloniën gedurende de bezettingsperiode.

Actoren onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Minister van Sociale Zaken/van Sociale Zaken en Volksgezondheid/van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1940?–) is betrokken bij de totstandkoming van wet- en regelgeving op het terrein van het verzekeringsbedrijf uit hoofde van zijn beleidsverantwoordelijkheid voor sociale verzekeringswetten en de pensioen- en spaarfondsen. Op grond van het laatste is hij mede verantwoordelijk voor het overheidsbeleid met betrekking tot de Verzekeringskamer. Onder deze actor vallen ook de handelingen op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf van de Secretaris-Generaal voor Sociale Zaken, gedurende de bezettingsperiode.

Actor onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

De Minister verantwoordelijk voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties was betrokken bij de benoemingen voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven op basis van de Wet Assurantiebemiddeling.

Actore onder de zorg van de Minister van Verkeer en Waterstaat

De Minister verantwoordelijk voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties was betrokken bij de benoemingen voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven op basis van de Wet Assurantiebemiddeling.

Actor onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

De Minister verantwoordelijk voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties was betrokken bij de benoemingen voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven op basis van de Wet Assurantiebemiddeling.

Actoren onder de zorg van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Het Scheidsgerecht voor het bedrijfsleven (tot 1956) en daarna het College van Beroep voor het bedrijfsleven (na 1956–) is belast met het beslissen inzake beroepsprocedures op basis van de Wet Assurantiebemiddeling, de Wet Assurantie-bemiddelingsbedrijf, de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf, de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.

De wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf is een typisch Nederlands product. Door druk van de markt is er initiatief tot het instellen van toezicht genomen. Binnen de branche bestonden zeer grote verschillen in omvang van de instellingen. Ook hanteerden instellingen verschillende grondslagen voor de bepaling van vermogen en resultaat. Hierbij werd veelal niet voldaan aan de geldende actuariële maatstaven, wat kon leiden tot solvabiliteitsrisico’s. Een groot deel van de instellingen (veelal uitvaartverenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen) verleenden aanspraken op basis van onderlinge solidariteit, terwijl anderen op commerciële basis werkzaam waren. Toezicht was noodzakelijk om de belangen van de verzekeringnemers en de verzekerden te beschermen.

A. Algemene handelingen

Onderstaande handelingen zijn opgenomen voor de zorgdragers;

Minister van Financiën (1940–)

Minister van Justitie (1940–) Minister van Economische Zaken (1940–) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (1940–) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1940–)

Beleidsontwikkeling en evaluatie

562.

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid met betrekking tot het toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties...

Waardering: B1,2

Toelichting:

– de eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein,

– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in Minsterraaadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein,

– het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein,

– het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein. Verwezen kan ook worden naar de handelingen 5, 177, en 183 van het BSD ‘Per Slot van Rijksrekening’; die handelingen gelden voor alle ministers,

– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie),

– het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein; zie hiervoor ook ‘Per Slot van Rijksrekening’ handeling 295, 357 (en 374),

– het aan externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein,

– het informeren(voorlichten) van het Kabinet der Koningin\ over ontwikkelingen op het beleiddsterrein,

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument).

Totstandkoming van wet- en regelgeving

563.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijzigen en intrekken van wet- en regelgeving betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: wetten, algemene maatregelen van bestuur, Koninklijke besluiten

Waardering: B1

Verantwoording van beleid

564.

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen m.b.t. het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B3 jaarverslagen, indien niet aanwezig kwartaalverslagen of maandverslagen

Toelichting:

– het betreft hier verslaglegging waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het beleidsterrein specifieke wet- en regelgeving.

565.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: brieven, notities

Waardering: B2,3

566.

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal, en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: Brieven, notities

Waardering: B3

Toelichting:

– Zie ook het rapport betreffende de Ombudsman.

567.

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleidsterrein en het voeren van verweer in beroepsschriftprocedures voor administratief rechtelijke organen m.b.t. tot het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: beschikkingen, verweerschriften

Waardering: B3

Toelichting:

– Zie ook het rapport over de Raad van State.

– Het beslissen op bezwaarschriften op grond van de AW.B. valt niet onder deze handeling.

Informatieverstrekking

568.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: brieven, notities

Waardering: V, 3 jaar

569.

Handeling: het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: voorlichtingsmateriaal

Opmerking: v, 2 jaar na vervallen

N.B. van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt 1 exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

Toelichting:

– Zie voor het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) handeling 562.

Onderzoek

570.

Handeling: Het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: nota’s, notities, onderzoeksrapporten

Waardering: B1,2

571.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: nota’s, notities

Waardering: V, 2 jaar

Toelichting:

– De stukken betreffende de financiering van dergelijke onderzoeken vallen niet onder deze handeling, maar onder organisatie

573.

Handeling: Het vaststellen van de opdracht voor en van onderzoeksrapporten betreffende het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–

Waardering: B 1

574.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–

Waardering: V 5 jaar

575.

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek naar het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–

Product: Notities, brieven, etc.

Waardering: V 5 jaar

576.

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek naar het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–

Product: Rekeningen en declaraties

Waardering: V 7 jaar

Subsidiëring

572.

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het beleidsterrein toezicht op het verzekeringsbedrijf

Producten: beschikkingen

Waardering: V, 10 jaar

Commissies

577.

Handeling: Het instellen van commissies en (interdepartementale) werkgroepen op het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–

Waardering: B 4

578.

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van vertegenwoordigers van de minister in commissies, werkgroepen, stuurgroepen.

Periode: 1940–

Waardering: V 10 jaar

579.

Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid op het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat bij de minister berust

Periode: 1940–

Product: Verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen

Waardering: B 1, 2

580.

Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid op het beleidsterrein toezicht verzekeringsbedrijf, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij de minister berust

Periode: 1940–

Product: Verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen

Waardering: V, 10 jaar

Europese en Internationale wet- en regelgeving

581.

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van Europese en internationale regelingen betreffende het toezicht op het verzekeringsbedrijf en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1940–

Waardering: B 1

B. Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

Actor: Minister van Financiën

Toezicht op levensverzekeraars (1945–1987)

Beleid

9.

Handeling: Het, in overleg met de Minister die het mede aangaat, regelen van de overdracht van de primaire verantwoordelijkheid voor de WOL aan de Minister van Financiën

Periode: 1945–1980

Product: Correspondentie

Waardering: B4

10.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1980–1987

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 84

Product: Algemene maatregel van bestuur

Opmerking: Op grond van art. 86 moet de Verzekeringskamer gehoord worden bij vaststelling of wijziging van algemene maatregelen van bestuur

Waardering: B1

13.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten m.b.t het beleid inzake levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1980–1987

Product: Koninklijke besluiten

Waardering: B1

14.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1960–1987

Product: Ministeriële regeling

Opmerking: Er bestaat een Ministeriële regeling van de Minister van Financiën uit 1967 (Besluit van 25 augustus 1967, no. B 7/11446) die een Instructie voor het verzekeringswezen bevat. Deze instructie (niet te verwarren met de Instructie voor de Verzekeringskamer – dat is namelijk een amvb) strekt ter uitvoering van de WOL en de WOS.

Waardering: B1

16.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers/Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1980

Product: Correspondentie

Waardering: B1

17.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op beleidsterreinen waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1980–1987

Product: Correspondentie

Waardering: B1

20.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en rapporteren/uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1980–1987

Product: brieven, notities

Waardering: B2

Informatie en tegenspraak

33.

Handeling: Het voorbereiden van/nemen van beslissingen op beroepsprocedures voor levensverzekeraars

Periode: 1980–1987

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 10, art. 18, art. 26, art. 36, art. 37; Besluit van 27 juli 1923 (Stb. 382) (verhaal der kosten): art. 7

Product: Koninklijke besluiten, beschikkingen

Opmerking: Formeel gingen verzekeraars in beroep bij de Kroon

Waardering: V20 jaar na beroep

Organisatie

37.

Handeling: Het toetsen van verantwoordingsinformatie over de uitvoering van de taak en het financiële beheer van de Verzekeringskamer

Periode: 1980–1987

Waardering: B2

41.

Handeling: Het voeren van overleg over regelen van de overdracht van de formele verantwoordelijkheid voor de Verzekeringskamer van Justitie naar Financiën

Periode: 1945–1987

Product: Correspondentie

Waardering: B4

47.

Handeling: Het overeenkomen met de Minister van Justitie over de voordracht van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

Periode: 1973–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 1.2, art. 5.2; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli 1986 (Stb. 407): art. 1.2, 1.3

Product: Voordracht

Waardering: V 20 jaar na einde benoeming

56.

Handeling: Het overleggen met de Minister van Justitie i.v.m. het verlenen van toestemming aan leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer voor het bekleden van nevenbetrekkingen of functies waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1972–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 3

Product: correspondentie

Waardering: V20 jaar

Toezicht

63.

Handeling: Het, op verzoek van de Minister van Justitie, verrichten van activiteiten in het kader van de toelatingsprocedure van levensverzekeraars

Periode: 1960?–1980?

Product: O.a.: beoordelingsgegevens statuten, mededeling aan Verzekeringskamer, mededeling aan de belastingdienst.

Opmerking: Precieze data van deze handeling zijn onbekend.

Waardering: V10 jaar

70.

Handeling: Het voorbereiden van een machtiging van de Verzekeringskamer tot indiening van een verzoek bij de rechtbank om de noodregeling over een levensverzekeraar uit te spreken

Periode: 1980–1987

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922) :art. 40

Product: Koninklijk besluit, besluit

Waardering: V 20 jaar

B2 indien er sprake is van geruchtmakende faillisementen

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

84.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regelen/voorschriften ter uitvoering van het Besluit betreffende onderlinge molest-verzekeringsmaatschappijen

Periode: 1945–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (1), art. 5, zoals gehandhaafd bij het Besluit bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Waardering: B1

90.

Handeling: Het, in overeenstemming met de voor de opbouw van een zelfstandige organisatie van het bedrijfsleven verantwoordelijke Minister, vaststellen, wijzigen of intrekken van uitvoeringsbesluiten inzake de opbouw van een zelfstandige organisatie van verzekeringsbedrijf

Periode: 1945–1953

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 206/1940, zoals gewijzigd bij Besluit Nr. 117/1942: art. 5a, zoals gehandhaafd bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Product: Besluit

Opmerking: Verantwoordelijk waren: Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart (1943–1945), Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart/Economische Zaken (1945–1953)

Waardering: B1

92.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van beschikkingen inzake de opbouw van een zelfstandige organisatie van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1945–1953

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 206/1940, zoals gewijzigd bij Besluit Nr. 117/1942: art. 5a, zoals gehandhaafd bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Product: Beschikkingen

Waardering: B1

93.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Handel Nijverheid, en Scheepvaart goedkeuren van verordeningen van de Hoofdgroep Verzekering en de tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen

Periode: 1945–1953

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1940): art. 2, zoals gehandhaafd bij het Besluit bezettingsmaatregelen (Stb. E93/1944)

Product: Beschikking

Waardering: B6, 1

Toezicht

136.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van de oprichting van een onderlinge molest-verzekeringsmaatschappij

Periode: 1940–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 1, art. 2.

Waardering: B6

146.

Handeling: Het houden van toezicht op onderlinge molest-verzekeringsmaatschappijen

Periode: 1940–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 2.

Waardering: B5

168.

Handeling: Het (doen) fuseren van bestaande organisaties welke zich, onder welke benaming of in welke vorm ook, ten doel stelt de wederkerige verzekering der deelgenoten tegen enigerlei vorm van molestschade

Periode: 1945–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (2)

Waardering: B6

173.

Handeling: Het (doen) liquideren van bestaande organisaties welke zich, onder welke benaming of in welke vorm ook, ten doel stelt de wederkerige verzekering der deelgenoten tegen enigerlei vorm van molestschade

Periode: 1945–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (2)

Waardering: B6

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

Beleid

188.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling inzake het assurantiebemiddelingsbedrijf

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 18.1, art. 19.3, art. 21.2, art. 21.4, art. 23.1; Besluit van 23 augustus 1956, Stb. 485: art. 5.1; Besluit van 26 juni 1964, Stb. 283: art. 4.1; Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 11.2, art. 15.1; Wabb (Stb. 78/1991): art. 14.4, art. 19.2, art. 19.4, art. 21.1; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 119: art. 4.1; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 121, art. 4.1; Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling): art. 8.2, art. 12; Besluit van 19 maart 1991, Stb. 120: art. 2.3

Product: Ministeriële Regeling/Besluit/Beschikking

Waardering: B1

189.

Handeling: Het vaststellen van instructies voor de Commissie van Advies, die de SER moet bijstaan in de uitvoering van de hem in het kader van deze wet opgedragen taak

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.1

Product: Instructie

Waardering: B4

190.

Handeling: Het vaststellen van instructies ten behoeve van de commissie die namens de Minister moet oordelen over examenopgaven en andere voor examens te stellen normen, die door de instanties die belast zijn met het afnemen van examens in de verzekeringsbranche ter goedkeuring worden voorgelegd

Periode: 1956–

Grondslag: Besluit van 23 augustus 1956, Stb. 485: art. 5.2; Besluit van 15 maart 1991: Stb. 119: art. 4.2; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 121: art. 4.2

Product: Instructies

Waardering: B5

191.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Examens Assurantiebedrijf met betrekking tot de uitvoering van haar taak

Periode: 1966–1991

Grondslag: Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 2.2; Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 2.2

Product: aanwijzingen

Waardering: B4

193.

Handeling: Het vaststellen van besluiten waarbij de Minister van Financiën de aan hem in het kader van deze wet toegekende bevoegdheden delegeert aan de Commissie van Advies.

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.5

Product: Delegatiebesluiten

Waardering: B4

194.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regelingen waarbij aan de SER toestemming verleend wordt om de hem in het kader van deze wet opgedragen taken en toegekende bevoegdheden over te dragen aan één of meer hoofdbedrijfschappen of bedrijfschappen, als bedoeld in de Wet op de bedrijfsorganisatie

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.6

Waardering: B4

196.

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen met betrekking tot de manier waarop het secretariaat van de SER kennis mag nemen van zaken- en bedrijfsgeheimen die op grond van deze wet moeten worden verstrekt.

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.7

Product: Richtlijnen

Waardering: B1

197.

Handeling: Het (mede) vaststellen van regelingen waarin wordt bepaald op welke manier beloning van tussenpersonen dient te geschieden, alsmede tot vaststelling van de maximum provisie voor elke vorm van verzekering

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 14.1, art. 14.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

198.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regelingen

– tot aanwijzen van (onderdelen van) bedrijfstakken, waaraan het is toegestaan om, in geval van schade, aan de verzekerde/verzekeringnemer een afmakingscourtage in rekening te brengen;

– voor, door de SER aan te wijzen, tussenpersonen, waaraan het is toegestaan om, in geval van schade, aan de verzekerde/verzekeringnemer een afmakingscourtage in rekening te brengen;

– tot vaststelling van de maximumcourtage, die door de tussenpersoon aan de verzekeringnemer in rekening mag worden gebracht.

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 15.2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 15.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

199.

Handeling: Het (mede)verlenen van dispensatie van het verbod om bij (het afsluiten van) een verzekering een op geld waardeerbaar voordeel toe te kennen aan anderen dan de bemiddelende tussenpersoon.

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 16.2; Beschikking van de Minister van Financiën en van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 juni 1956, Stcrt. 125: art. 2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 16.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

200.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regels inzake het toestaan door de SER van de toekenning van een hogere beloning dan voortvloeit uit een tekeningprovisie aan gevolmachtigde agenten

Periode: 1964–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 27.2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 25.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

201.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regels met betrekking tot de inzage van boeken en zakelijke bescheiden van verzekeraars/gevolmachtigde agenten en tussenpersonen, wanneer die boeken en zakelijke bescheiden zich buiten Nederland bevinden

Periode: 1991–

Grondslag: Wabb (Stb. 78/1991): art. 28.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

202.

Handeling: Het vaststellen van regelingen tot aanwijzing van andere diploma’s dan de in deze besluiten genoemde, waarmee wordt voldaan aan de vakbekwaamheidseisen voor inschrijving in Register C/Register B/Register A

Periode: 1956–

Grondslag: Besluit van 23 augustus 1956, Stb. 485: art. 1.2, art. 2.2, art. 3.2.; Besluit van 26 juni 1964, art. 2.c

Product: Regelingen

Waardering: B1

203.

Handeling: Het vaststellen van de hoeveelheid schriftelijk examenwerk die de Stichting Examens Assurantiebemiddeling aan de Minister van Financiën dient toe te zenden

Periode: 1966–1987

Grondslag: Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.14

Product: Regelingen

Waardering: V15 jaar na intrekking regeling

204.

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de wijze waarop de door de Minister aangewezen rijksgecommitteerden schriftelijk examenwerk dienen te beoordelen

Periode: 1966–1987

Grondslag: Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.14

Waardering: B1

206.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op beleidsterreinen waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het assurantiebemiddelingsbedrijf

Periode: 1952–

Waardering: B1

212.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en rapporteren/uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal inzake het assurantiebemiddelingsbedrijf

Periode: 1952–

Product: brieven, notities

Waardering: B2,3

Informatie en tegenspraak

222.

Handeling: Het beoordelen van de jaarverslagen van de Stichting Examens Assurantiebedrijf

Periode: 1987–

Grondslag: Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 2.3: Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling): art. 2.3

Product: Rapporten (?)

Waardering: B3

Organisatie

232.

Handeling: Het, in overleg met de voor de bedrijfstak representatief geachte organisaties, vaststellen van beschikkingen tot benoeming/ontslag van de leden van de Commissie van Advies, die de SER moet bijstaan in de uitvoering van de hem in het kader van deze wet opgedragen taak.

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.1

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar na ontslag

233.

Handeling: Het vaststellen van beschikkingen tot aanwijzing van personen die bevoegd zijn tot inzage van boeken en zakelijke bescheiden van verzekeraars/gevolmachtigde agenten en tussenpersonen in verband met de controle van de SER op de JUISTE naleving van de Wet Assurantiebemiddeling

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 12

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar na het vervallen van de beschikking

234.

Handeling: Het vaststellen van regels volgens welke de SER de kosten verbonden aan de uitvoering van deze wet mag verhalen op betrokkenen

Periode: 1954–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 3.6

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

235.

Handeling: Het aanwijzen van waarnemers die namens de Minister de vergaderingen van de Commissie van Advies zullen bijwonen

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.3

Waardering: V 5 jaar

237.

Handeling: Het (mede)aanwijzen van voor de bedrijfstak verzekeringen representatief te achten organisaties waarmee overlegd zal worden in verband met de benoeming van leden van de Commissie van Advies

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V15 jaar

238.

Handeling: Het, in overleg met de Minister die het mede aangaat, bepalen van het aantal voordrachten dat de SER mag doen voor de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.3

Product: Regelingen

Waardering: V 5 jaar na intrekking regeling

240.

Handeling: Het – in overeenstemming met de Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties – (mede)opstellen van voordrachten voor de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven door de Kroon

Periode: 1956–1986

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952) zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.4

Product: Voordracht

Waardering: V10 jaar na ontslag

242.

Handeling: Het vaststellen van beschikkingen tot benoeming van de leden van de commissie die namens de Minister moet oordelen over examenopgaven en andere voor examens te stellen normen, die door de instanties die belast zijn met het afnemen van examens in de verzekeringsbranche ter goedkeuring worden voorgelegd

Periode: 1956–

Grondslag: Besluit van 23 augustus 1956, Stb. 485: art. 5.2; Besluit van 26 juni 1964, Stb. 283: art. 4.2; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 119: art. 4.2; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 121: art. 4.2.

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar na ontslag

243.

Handeling: Het aanwijzen van (rijks)gecommitteerden die de examens op het terrein van het verzekeringswezen mogen bijwonen

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking van 1 augustus 1957, Stcrt. 149: art. 2.8; Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.8; Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 14.1; Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling): art. 11.1

Product: Beschikking (?)

Waardering: V 5 jaar na aanwijzing

Toezicht

249.

Handeling: Het beschikken op verzoeken tot inschrijving van gevolmachtigde agenten in een daartoe bestemd register; het doorhalen van inschrijvingen; het goedkeuren van wijzigingen in de volmacht en het verwerken daarvan in het register; het – onder voorwaarden – verlenen van ontheffingen/dispensaties van de vereisten voor inschrijving

Periode: 1964–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 22, art. 23, art. 24, art. 25, art. 26, art. 28; Wabb (Stb. 78/1991): art. 20, art. 21, art. 22, art. 23, art. 24, art. 26

Product: Register van gevolmachtigden/objectdossiers/ontheffingen

Waardering: V10 jaar

265.

Handeling: Het – in overeenstemming met de betrokken Minister – al dan niet verlenen of intrekken van dispensatie aan tussenpersonen van het verbod tot het in rekening brengen van een afmakingscourtage aan een verzekeringnemer dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is gesloten

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 15.2; Beschikking van 27 juni 1956, Stcrt. 125: art. 4, art. 5, art. 6

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

266.

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van het verbod op het toewijzen en het in beheer geven aan een tussenpersoon van één of meer verzekeringen tot het sluiten waarvan de tussenpersoon niet zijn bemiddeling heeft verleend en waarvoor de bemiddelaar geen vergoeding heeft betaald

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 18.1

Waardering: V10 jaar

274.

Handeling: Het – op verzoek van de betrokken verzekeraar of tussenpersoon – vaststellen van beschikkingen waarbij het bedrag van de vergoeding voor toegewezen of in beheer gegeven verzekeringen hoger of lager wordt vastgesteld dan in artikel 1.1. van deze regeling is bepaald

Periode: 1956–

Grondslag: Beschikking van 27 juni 1956, Stcrt. 125, art. 1.2

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

Examens en Diploma’s

278.

Handeling: Het (doen) afgeven van de diploma’s op het terrein van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1956–

Grondslag: Besluit van 23 augustus 1956, Stb. 485: art. 1.2, art. 2.2, art. 3.2; Besluit van 26 juni 1964, Stb. 283: art. 2; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 119: art. 2, art. 3; Besluit van 15 maart 1991, Stb. 121: art. 3

Product: Diploma’s

Opmerking: De Minister heeft de bevoegdheid tot het afgeven van diploma’s gedelegeerd aan meerdere instanties op het terrein van het verzekeringsbedrijf

Waardering: V 75 jaar

281.

Handeling: Het – op voorstel van de rijksgecommitteerde – geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren van examens op het terrein van het verzekeringswezen, indien door de gecommitteerde onregelmatigheden worden geconstateerd

Periode: 1957–

Grondslag: Beschikking van 1 augustus 1957, Stcrt. 149: art. 2.11; Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.11; Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 8; Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling 1991): art. 7

Waardering: V20 jaar

282.

Handeling: Het beslissen over examenopgaven en/of examennormen, wanneer de Stichting Examens Assurantiebedrijf en de Commissie van Toezicht Examens Assurantiebemiddelingsbedrijf geen overeenstemming kunnen bereiken.

Periode: 1957–1987

Grondslag: Beschikking van 1 augustus 1957, Stcrt. 149: art. 2.14; Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.13

Product: Beschikking

Waardering: V15 jaar na beslissing

283.

Handeling: Het beoordelen van het schriftelijk examenwerk dat de Stichting Examens Assurantiebemiddeling aan de Minister van Financiën heeft toegezonden

Periode: 1966–1991

Grondslag: Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.14

Product: Beoordelingen

Waardering: B 1

284.

Handeling: Het beoordelen van door gecommitteerden aan de Minister uitgebrachte verslagen

Periode: 1966–

Grondslag: Beschikking van 11 maart 1966, Stcrt. 53: art. 3.11; Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 14.4; Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling 1991): art. 11.4

Product: Rapporten (?)

Waardering: V15

287.

Handeling: Het beoordelen van het door de Stichting Examens Assurantiebedrijf opgestelde examenreglement ten behoeve van de examens op het terrein van het verzekeringswezen voor wat betreft de ‘overige voorschriften voor de examens’

Periode: 1987–

Grondslag: Regeling van 23 juli 1987, Stcrt. 142: art. 3; Regeling van 27 maart 1991, Stcrt. 61 (Regeling examens assurantiebemiddeling 1991): art. 3

Product: Besluit

Opmerking: De ‘normen voor de examens’ moeten worden goedgekeurd door de Commissie van Toezicht Vakbekwaamheidseisen Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf.

Waardering: V10 jaar na beoordeling

Toezicht op schadeverzekeraars (1965–1987)

Beleid

298.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het schadeverzekeringsbedrijf

Periode: 1964–1987

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 45; WAM (Stb. 228/1963): art. 28; WTS (Stb. 705/1985): art. 86.1

Product: Algemene maatregel van bestuur

Opmerking: Vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten vindt pas plaats na advies van de Verzekeringskamer. Wanneer dit algemene regelingen betreft moet sinds 1986 ook het advies van de representatieve organisaties van verzekeraars worden ingewonnen

Waardering: B1

299.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten m.b.t. het beleid inzake het schadeverzekeringsbedrijf

Periode: 1964–1987

Product: Koninklijke besluiten

Opmerking: Vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten vindt pas plaats na advies van de Verzekeringskamer. Wanneer dit algemene regelingen betreft moet sinds 1986 ook het advies van de representatieve organisaties van verzekeraars worden ingewonnen

Waardering: B1

300.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake het schadeverzekeringsbedrijf

Periode: 1964–1987

Product: Ministeriële regeling

Opmerking: Besluit B 7/11446 is niet de Instructie voor de Verzekeringskamer (dat is een amvb). Besluit B 7/11446 strekt echter, net als de Instruktie van Verzekeringskamer, ook ter uitvoering van de WOL.

Waardering: B4

Organisatie

327.

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, voordragen en benoemen van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 87.4

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V10 na ontslag

328.

Handeling: Het aanwijzen van representatieve organisaties van verzekeraars

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS: 86.2;

Product: Ministeriële regeling

Opmerking: Als representatieve organisatie werd aangewezen het Verbond van Verzekeraars

Waardering: V15 jaar na intrekking regeling

Toezicht

329.

Handeling: Het verrichten van activiteiten in het kader van de toelatingsprocedure van schadeverzekeraars

Periode: 1964–1986

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 10

Product: o.a.: beoordelingsgegevens statuten, mededeling aan Verzekeringskamer, mededeling aan de belastingdienst

Waardering: V20 jaar

330.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot toelating van een verzekeraar die aansprakelijkheidsverzekeringen voor motorrijtuigen wil sluiten

Periode: 1964–1985

Grondslag: WAM (Stb. 228/1963): art. 28.1

Product: Beschikking

Opmerking: Handeling verviel bij inwerkingtreding van de wet van 18 december

(Stb. 705/1985) op 1 januari 1986

Waardering: V20 jaar

332.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot afgeven van een verklaring dat een maatschappij die aansprakelijkheidsverzekeringen voor motorrijtuigen afsluit, tezamen met haar moeder-, zuster- of dochterondernemingen als een onderneming beschouwd wordt

Periode: 1966–1967

Grondslag: Besluit van 17 juli Stb. 257/1964: art. 31.1

Product: Beschikking

Opmerking: Ingetrokken bij Besluit van 20 februari (Stb. 112/1967)

V20 jaar

333.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot afgeven van een verklaring dat een schadeverzekeringsmaatschappij tezamen met haar zuster- of dochterondernemingen voor de berekening van het waarborgkapitaal en de extra-waarborgen, als een onderneming beschouwd wordt

Periode: 1966–1985

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 14.1

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

338.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot uitbreiding van de categorieën deelnemers aan de IZA-regeling

Periode: 1973–1987

Grondslag: Besluit van 5 juli 1973, (Stb. 341/1973): enig artikel b; Besluit van 6 januari 1986, (Stb. 6/1986): art. 2.2a

Product: Beschikking

Opmerking: IZA-regeling: Gemeenschappelijke regeling Ziektekostenvoorziening getroffen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. K 120/1950)

Waardering: V15 jaar

339.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot wijziging in de verplichting voor de aan de IZA-regeling deelnemende gemeenten

Periode: 1986–1987

Grondslag: Besluit van 6 januari 1986, (Stb. 6/1986): art. 2.3

Product: Beschikking

Opmerking: IZA-regeling: Gemeenschappelijke regeling Ziektekostenvoorziening getroffen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. K 120/1950)

Waardering: V20 jaar

340.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot uitbreiding van de categorieën deelnemers aan de IZR-regeling

Periode: 1986–1987

Grondslag: Besluit van 6 januari 1986, (Stb. 6/1986): art. 2.2b

Product: Beschikking

Opmerking: IZR-regeling: Interprovinciale Ziektekostenregeling

Waardering: V 5 jaar

341.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot wijziging in de verplichting voor de aan de IZR-regeling deelnemende provincies

Periode: 1986–1987

Grondslag: Besluit van 6 januari 1986, (Stb. 6/1986): art. 2.3

Product: Beschikking

Opmerking: IZR-regeling:Inter provinciale Ziektekostenregeling

Waardering: V 5 jaar

348.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, vaststellen van het model van het solvabiliteitscertificaat af te geven aan een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die voornemens is een bijkantoor/agentschap te openen in een andere lid-staat van de EEG

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 41.3

Product: Ministerieel besluit

Waardering: B5

351.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot verstrekking van een verklaring van geen bezwaar aan een schadeverzekeraar tot verwerving/vergroting van een belang/zeggenschap in een kredietinstelling

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 81.4, art. 81.7

Product: Beschikking/verklaring van geen bezwaar

Waardering: V 10 jaar na het vervallen van beschikking. De verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven zonder een vervaldatum. Vernietigingstermijn is dus moeilijk aan te geven.

352.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot verstrekking van een verklaring van geen bezwaar aan een kredietinstelling tot uitoefening van zeggenschap in een schadeverzekeraar

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 81.4, art. 81.7

Product: Beschikking/verklaring van geen bezwaar

Waardering: V 10 jaar na het vervallen van beschikking. De verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven zonder een vervaldatum. Vernietigingsjaar is dus moeilijk vast te stellen.

353.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder of in strijd met de voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar door een schadeverzekeraar ongedaan moet worden gemaakt

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 81.8

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

354.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder, of in strijd met de voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar door een kredietinstelling ongedaan moet worden gemaakt

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 81.9

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

357.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, intrekken van een verklaring dat een maatschappij die aansprakelijkheidsverzekeringen motorrijtuigen afsluit, tezamen met haar moeder-, zuster- of dochterondernemingen als een onderneming beschouwd wordt

Periode: 1964–1967

Grondslag: Besluit van 17 juli Stb. 257/1964: art. 31.2

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

358.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, intrekken van een verklaring dat een onderneming als zuster- of dochteronderneming beschouwd wordt

Periode: 1966–1985

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 14.2

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

359.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, bepalen dat een verzekeraar die aansprakelijkheidsverzekeringen motorrijtuigen afsluit, de zekerheid moet aanvullen

Periode: 1964–1985

Grondslag: WAM art.:28.7

Product: Beschikking

Opmerking: Handeling is vervallen bij inwerkingtreding van de wet van 18 december (Stb. 705/1985) per 1 januari 1986

Waardering: V10 jaar

360.

Handeling: Het, op verzoek van de Verzekeringskamer, verlengen van de termijn van schorsing van de werkzaamheden voor een verzekeraar met zetel in een Lid-StaatPeriode: 1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 64

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

361.

Handeling: Het voorbereiden van het opleggen/intrekken van een verbod op acquisitie in Nederland m.b.t. buiten Nederland te sluiten overeenkomsten van schadeverzekering

Periode: 1966–1985

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 20

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V 10 jaar

362.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, opleggen/intrekken van een verbod op acquisitie in Nederland m.b.t. buiten Nederland te sluiten overeenkomsten van schadeverzekering

Periode: 1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 50.1, 50.3

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V10 jaar

366.

Handeling: Het beslissen op een verzoek van de Verzekeringskamer om de noodregeling te mogen aanvragen voor een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland

Periode: 1966–1985

Grondslag: WOS (Stb. 409/1964): art. 16.2

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar

368.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, intrekken van de toelating van een verzekeraar die aansprakelijkheidsverzekeringen motorrijtuigen afsluit, wanneer de verzekeraar niet meer aan de voorschriften voldoet

Periode: 1964–1985

Grondslag: WAM (Stb. 228/1963): art. 28.7; WAM (Stb. 228/1963), zoals gewijzigd bij wet (Stb. 559/1966): art. 28.7 en art. 28.8; Wet van 22 december 1966 (Stb. 559/1966): art. II.2

Product: Beschikking, gepubliceerd in de Staatscourant

Opmerking: Handeling is vervallen bij inwerkingtreding van de wet van 18 december (Stb. 705/1985) per 1 januari 1986

Waardering: V10 jaar

369.

Handeling: Het bepalen dat de curator, of de aansprakelijkheidsverzekeraar motorrijtuigen met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders, over de als zekerheid gestelde waarden mag beschikken ten behoeve van andere vorderingen dan die van benadeelden

Periode: 1965–1967?

Grondslag: WAM (Stb. 228/1963): art. 28.6

Waardering: V10 jaar

370.

Handeling: Het bepalen dat de zekerheid, na intrekking van de toelating tot de branche aansprakelijkheid motorrijtuigen, ter beschikking van de verzekeraar wordt gesteld

Periode: 1964–1985

Grondslag: WAM (Stb. 228/1963): art. 28.8: WAM zoals gewijzigd bij wet (Stb. 559/1966): art. 28.9

Waardering: V10 jaar

372.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, intrekken van de toelating van een verzekeraar die aansprakelijkheidsverzekeringen motorrijtuigen afsluit

Periode: 1964–1985

Grondslag: WAM (Stb. 228/1963): art. 28.7; WAM zoals gewijzigd bij wet (Stb. 559/1966): art. 28.7

Product: Beschikking, gepubliceerd in de Staatscourant

Opmerking: De toelating verviel van rechtswege wanneer de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. Handeling verviel bij inwerkingtreding van de wet van 18 december (Stb. 705/1985) per 1 januari 1986

Waardering: V10 jaar

377.

Handeling: Het mededelen in de Staatscourant dat de toelating van een verzekeraar tot de branche aansprakelijkheid motorrijtuigen van rechtswege vervallen is

Periode: 1964–1987

Grondslag: Besluit van 17 juli Stb. 257/1964: art. 24; Besluit 20 februari 1967 (Stb. 112/1967): art. 18

Waardering: V 5 jaar

Toezicht op schade- en levensverzekeraars (1987–)

Beleid

388.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1987–

Grondslag: WWTS (Stb. 637/1986): art. XIV; WTV (Stb. 638/1986): art. 86.1; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 187

Product: Algemene maatregel van bestuur

Opmerking: Tot 1995 vond vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten pas plaats na advies van de Verzekeringskamer. Bij algemene regelingen moest ook het advies van de representatieve organisaties van verzekeraars worden ingewonnen. In 1995 verviel de verplichte adviestaak van de Verzekeringskamer en de representatieve organisaties. (Stb. 355/1995). De Minister kon hen echter om advies verzoeken, in welk geval zij verplicht waren te adviseren. Per 1 januari 1997 (Stb. 377/1996) vervalt ook deze verplichte ‘advisering op verzoek’.

Waardering: B1

389.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten m.b.t. het beleid inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1987–

Product: Koninklijke besluiten

Opmerking: Tot 1995 vond vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten pas plaats na advies van de Verzekeringskamer. Bij algemene regelingen moest ook het advies van de representatieve organisaties van verzekeraars worden ingewonnen. In 1995 verviel de verplichte adviestaak van de Verzekeringskamer en de representatieve organisaties. (Stb. 355/1995). De Minister kon hen echter om advies verzoeken, in welk geval zij verplicht waren te adviseren. Per 1 januari 1997 (Stb. 377/1996) vervalt ook deze verplichte ‘advisering op verzoek’.

Waardering: B1

390.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1987–

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

391.

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van een Koninklijk besluit houdende ontheffing van de verplichting tot het aanhouden van het minimum bedrag van het garantiefonds voor levensverzekeraars die (nagenoeg) uitsluitend uitkeringen bij overlijden verzekeren die niet groter zijn dan de kosten van de uitvaart

Periode: 1988–

Grondslag: WWTS: art.V; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 69

Product: Koninklijk besluit

Waardering: B1

393.

Handeling: Het mandateren van bepaalde bevoegdheden aan de Verzekeringskamer met betrekking tot aanvragen/wijzigingen/intrekkingen van verklaringen van geen bezwaar voor een deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland

Periode: 1994–

Grondslag: WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 176.1

Product: Brief van 29 juni 1994 (Stcrt. 122/1994)

Waardering: B4

395.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op beleidsterreinen waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het verzekeringsbedrijf

Periode: 1987–

Waardering: B1

Informatie en tegenspraak

416.

Handeling: Het verzoeken aan de Verzekeringskamer, in kennis gesteld te worden van elke aanvraag voor een eerste vergunning, ingediend door een dochtermaatschappij met zetel in Nederland van een onderneming met zetel in een door de Minister aangewezen staat

Periode: November 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81b.3, zoals ingevoegd bij de wet van 15 april 1992, Stb. 203; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 179.3

Waardering: V 30 jaar

420.

Handeling: Het doen van mededelingen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen over onderwerpen het verzekeringswezen betreffende

Periode: 1990–

Grondslag: Richtlijn 90/618/EEG van 8 november 1990, tot wijziging van richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (Vierde WAM richtlijn) (PB EG L 330)

Waardering: B3

Organisatie

426.

Handeling: Het toetsen van verantwoordingsinformatie over de uitvoering van de taak en het financiële beheer van de Verzekeringskamer

Periode: 1987–

Waardering: B2

427.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorbereiden, uitvoeren van de beheersmatige verzelfstandiging van de Verzekeringskamer

Periode: 29 april 1988–1 september 1992

Product: o.a.: instellingsbeschikking werkgroep verzelfstandiging Verzekeringskamer, rapporten, notities, voorstel van wet, verklaring van vermogensbestanddelen, opgave van wijziging tenaamstelling, Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging Verzekeringskamer)

Opmerking: In het kader van de verzelfstandiging werd door de ministers de Stichting Verzekeringskamer opgericht

Waardering: B4

429.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aanwijzen van een rechtspersoon tot Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 2a, zoals ingevoegd bij de Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging van de Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 3, art. 189.1.

Product: Beschikking (gepubliceerd in de Staatscourant)

Waardering: B4

431.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, intrekken van de aanwijzing tot Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986) art. 2b, zoals ingevoegd bij de Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 4

Product: Beschikking

Opmerking: Intrekking van de aanwijzing gebeurt onder gelijktijdige voorziening door de ministers in de taken van de Verzekeringskamer. Zij kunnen bij Ministeriële regeling nadere regels stellen omtrent de intrekking (WTV: art. 2; WTV 1993: art. 3 en 4). Zowel de aanwijzing als intrekking van de aanwijzing moeten gepubliceerd worden in het Staatsblad

Waardering: B4

432.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, goedkeuren van ontbinding van de Stichting Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: Statuten van de Stichting Verzekeringskamer: art. 16.1

Waardering: B4

433.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

Periode: 1987–1992

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 2.1; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 408/1986) zoals gewijzigd bij het besluit van 20 augustus 1986 (Stb. 379/1986): art. 1.2

Product: Voordracht, Koninklijk besluit, proces-verbaal beëdiging voorzitter Verzekeringskamer

Opmerking: Voordracht vindt plaats in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waardering: V 7 jaar na ontslag

434.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van leden en voorzitter van het bestuur van de Stichting Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 2d.1, zoals ingevoegd bij de Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 6.1

Product: Koninklijk besluit

Opmerking: Leden en voorzitter van het bestuur worden voorgedragen door de Verzekeringskamer

Waardering: V 7 jaar na ontslag

435.

Handeling: Het voorbereiden benoeming en ontslag van leden en voorzitter van de raad van toezicht van de Stichting Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 2d.2, zoals ingevoegd bij de wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 6.2

Product: Koninklijk besluit

Opmerking: Leden en voorzitter van de raad van toezicht worden voorgedragen door de raad van toezicht, het bestuur gehoord

Waardering: V 7 jaar na ontslag

442.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, schorsen van een lid van het bestuur/Raad van Toezicht van de Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: Statuten van de Stichting Verzekeringskamer (1992): art. 5.15, art. 7.7

Product: Beschikking

Waardering: V15 jaar na schorsing

443.

Handeling: Het, na overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, toestaan dat leden, voorzitter en de secretaris van de Verzekeringskamer nevenbetrekkingen of functies bekleden waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1987–1992

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 408/1986) zoals gewijzigd bij het besluit van 20 augustus 1986 (Stb. 379/1986): art. 3

Waardering: V20 jaar na intrekking instructie

448.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, goedkeuren van een verzoek tot wijziging van de statuten van de Verzekeringskamer

Periode: 1994–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986) art. 2e, zoals ingevoegd bij de Wet verzelfstandiging Verzekeringskamer (Stb. 372/1992); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 7

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar na beschikking

450.

Handeling: Het aanwijzen van representatieve organisaties van verzekeraars

Periode: 1987–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 86.2; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 187.2; WTN: art. 92.2

Waardering: V20 jaar

Toezicht

455.

Handeling: Het vaststellen van de modellen van de verklaringen

– voor passieve dienstverrichting door levensverzekeraars,

– het afsluiten van een levensverzekering door middel van een tussenpersoon

Periode: 1993–1994

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 29e.3 zoals ingevoegd bij de wet van 1 juli 1992, (Stb. 441/1992)

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V10 jaar

456.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot uitbreiding van de categorieën deelnemers aan de IZA Nederland-regeling

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit vrijgestelde publiekrechtelijke ziektekostenregelingen (Stb. 6/1986), zoals gewijzigd bij besluit (Stb. 322/1987): art. 2.2.; Besluit vrijgestelde instellingen voor publiekrechtelijke ziektekostenregelingen 1994 (Stb. 316/1994): art. 2.2

Product: Beschikking

Opmerking: IZA is Instituut Zorgverzekering Ambtenaren

Waardering: V20 jaar

457.

Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in de verplichting voor aan de IZA Nederland-regeling deelnemende lichamen

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit vrijgestelde publiekrechtelijke ziektekostenregelingen zoals gewijzigd bij wijzigingsbesluit (Stb. 322/1987): art. 2.3; Besluit vrijgestelde instellingen voor publiekrechtelijke ziektekostenregelingen 1994 (Stb. 316/1994), art. 2.3

Product: Beschikking

Opmerking: IZA is Instituut Zorgverzekering Ambtenaren

Waardering: V20 jaar

458.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot uitbreiding van de categorieën deelnemers aan de IZR-regeling

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit vrijgestelde publiekrechtelijke ziektekostenregelingen (Stb. 6/1986) zoals gewijzigd bij wijzigingsbesluit (Stb. 322/1987): art. 2.2.; Besluit vrijgestelde instellingen voor publiekrechtelijke ziektekostenregelingen 1994 (Stb. 316/1994): art. 2.2

Product: Beschikking

Opmerking: IZR is Interprovinciale Ziektekosten Regeling

Waardering: V10 jaar

459.

Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in de verplichting voor aan de IZR-regeling deelnemende provincies

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit vrijgestelde publiekrechtelijke ziektekostenregelingen (Stb. 6/1986) zoals gewijzigd bij wijzigingsbesluit (Stb. 322/1987): art. 2.3; Besluit vrijgestelde instellingen voor publiekrechtelijke ziektekostenregelingen 1994 (Stb. 316/1994), art. 2.3

Product: Beschikking

Opmerking: IZR is Interprovinciale Ziektekosten Regeling

V20 jaar

471.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, afgeven/wijzigen/intrekken van een verklaring van geen bezwaar tot houding/verwerving/vergroting van een deelname in een kredietinstelling aan een verzekeraar

Periode: 1987–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81.4; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 176.1, art. 176.6, art. 176.7

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar na vervallen. De verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven zonder een vervaldatum. Vernietigingstermijn is dus moeilijk aan te geven.

472.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, afgeven van een verklaring van geen bezwaar voor het uitoefenen van zeggenschap in een verzekeraar aan een kredietinstelling

Periode: 1987–1994

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81.4

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar na vervallen. De verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven zonder een vervaldatum. Vernietigingstermijn is dus moeilijk aan te geven.

473.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, afgeven/wijzigen/intrekken van een verklaring van geen bezwaar tot houding/verwerving/vergroting van een deelname in een verzekeraar aan een natuurlijke of rechtspersoon

Periode: 1994–

Grondslag: WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 176.1, art. 176.6, art. 176.7

Product: Beschikking

Waardering: V15 jaar

475.

Handeling: Het verlenen van ontheffing op het verbod om middels deelneming een in Nederland toegelaten verzekeraar tot dochtermaatschappij te maken, aan een onderneming met een zetel in een staat buiten de Gemeenschap

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81b.9, zoals ingevoegd bij de wet van 15 april 1992 (Stb. 203/1986); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 179.7

Product: Ontheffing

Waardering: V 30 jaar

476.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder of in strijd met voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar door een verzekeraar ongedaan moeten worden gemaakt

Periode: 1987–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81.8; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 174.6, art. 174.7

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

477.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder, of in strijd met voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar door een kredietinstelling ongedaan moet worden gemaakt

Periode: 1987–1994

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81.8

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

478.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder, of in strijd met voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar door een natuurlijke of rechtspersoon ongedaan moet worden gemaakt

Periode: 1994–

Grondslag: WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 175.4; art. 175.6

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

480.

Handeling: Het bepalen dat een onderneming met zetel in een staat buiten de Gemeenschap, die in overtreding is van het verbod op deelneming in een in Nederland toegelaten verzekeraar, de deelneming ongedaan moet maken

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81b.11, zoals ingevoegd bij de wet van 15 april 1992, Stb. 203; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 179.9

Waardering: V20 jaar

481.

Handeling: Het vorderen van nietig verklaring van een besluit van een verzekeraar dat mede tot stand is gekomen door uitgeoefende zeggenschap van natuurlijke of rechtspersonen, zonder of in strijd met voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar

Periode: 1994–

Grondslag: WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 175.5

Product: Verzoek tot nietig verklaring

Waardering: V20 jaar

487.

Handeling: Het bepalen dat voor een vast te stellen termijn:

– het aan verzekeraars uit een door de Minister aan te wijzen staat buiten de Gemeenschap, verboden is om door middel van deelneming een in Nederland toegelaten verzekeraar tot een dochtermaatschappij te maken;

– de Verzekeringskamer geen vergunning afgeeft aan een Nederlandse dochtermaatschappij van een onderneming uit de, door de minister aangewezen, staat, of

– de Verzekeringskamer niet meer dan een door de minister te bepalen aantal van deze ondernemingen een vergunning verleent

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81b.4 zoals ingevoegd bij wet (Stb. 203/1992); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 179.4; art. 179.7, art. 193

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V20 jaar na einde vastgestelde termijn.

488.

Handeling: Het, ter uitvoering van artikel 29 ter, vijfde lid van de eerste richtlijn schadeverzekering en artikel 32 ter, vijfde lid van de eerste richtlijn levensverzekering, bepalen dat voor een vast te stellen periode, ondernemingen met zetel in een bepaalde staat buiten de Gemeenschap schriftelijk aan de Minister moeten melden dat zij van plan zijn een Nederlandse verzekeraar door middel van deelneming tot een dochtermaatschappij te maken

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 81b.2, art. 81b.9 zoals ingevoegd bij de wet van 15 april 1992 (Stb. 203/1992); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 179.2, art. 179.7.

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V20 jaar na einde vastgesteld periode.

489.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, opleggen/intrekken van voorschriften of een verbod op acquisitie in Nederland m.b.t. buiten Nederland te sluiten voor overeenkomsten van verzekering

Periode: 1987–1990

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 50

Product: Beschikking, publikatie in de Staatscourant

Opmerking: Na 1990 verschuift deze handeling naar de Verzekeringskamer en valt dan onder handeling 481

Waardering: V20 jaar

490.

Handeling: Het, op verzoek van de Verzekeringskamer, verlengen van de termijn van schorsing van de werkzaamheden voor schadeverzekeraars met zetel in Zwitserland

Periode: 1994–

Grondslag: Besluit uitvoering overeenkomst EEG/Zwitserland inzake verzekeringstoezicht 1994 (Stb. 429/1994), art. 11.1

Product: Beschikking

Waardering: V10 jaar na einde termijn

491.

Handeling: Het, op verzoek van de Verzekeringskamer, verlengen van de termijn van schorsing van de werkzaamheden voor verzekeraars met zetel in een andere Lid-staat

Periode: 1987–1994

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 64

Product: Beschikking

Opmerking: Onder de WTV kon de Verzekeringskamer door haar afgegeven vergunningen van verzekeraars met zetel in andere lid-staat slechts intrekken na raadpleging van de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat. Vanwege deze vertraging had de Verzekeringskamer de mogelijkheid de werkzaamheden van een verzekeraar te schorsen voor een termijn van drie maanden. De Minister kon daarna de termijn nog eens verlengen met drie maanden. De handeling verviel met de invoering van het single-licence systeem onder de WTV 1993

Waardering: V10 jaar

Toezicht op natura-uitvaartverzekeraars (1996–)

Beleid

508.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

Periode: 1995–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 92.1

Product: Algemene maatregel van bestuur

Waardering: B1

509.

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van Koninklijke besluiten met betrekking tot het beleid inzake het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

Periode: 1988–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): diverse artikelen

Waardering: B1

510.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1995–

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

511.

Handeling: Het mandateren van bepaalde bevoegdheden aan de Verzekeringskamer met betrekking tot aanvragen/wijzigingen/intrekkingen van verklaringen van geen bezwaar voor een deelneming in een natura-uitvaartverzekeraar

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 84.1

Waardering: B4

513.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgevingop beleidsterreinen waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

Periode: 1996–

Waardering: B1

Organisatie

537.

Handeling: Het aanwijzen van representatieve organisaties van natura-uitvaartverzekeraars

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 92.2

Opmerking: Als representatieve organisatie werd aangewezen het Verbond van Verzekeraars

Waardering: B5

Toezicht

545.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, afgeven, wijzigen of intrekken van een verklaring van geen bezwaar tot houding, verwerving of vergroting van een deelname in een kredietinstelling aan een natura-uitvaartverzekeraar

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 84.1, art. 84.6, art. 84.7

Product: Beschikking

Waardering: V15 jaar

546.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, afgeven/wijzigen/intrekken van een verklaring van geen bezwaar tot houding/verwerving/vergroting van een deelname in een natura-uitvaartverzekeraar aan een natuurlijke of rechtspersoon

Periode: 1994–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 84.1, art. 84.6, art. 84.7

Product: Verklaring

Waardering: V15 jaar

548.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder, of in strijd met beperkingen van een verklaring van geen bezwaar, door een natura-uitvaartverzekeraar ongedaan moeten worden gemaakt

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 81.6, art. 81.7

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

549.

Handeling: Het bepalen dat handelingen verricht zonder, of in strijd met beperkingen van een verklaring van geen bezwaar, door een natuurlijke persoon of rechtspersoon ongedaan moet worden gemaakt

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 82.4. art. 82.6

Product: Beschikking

Waardering: V20 jaar

551.

Handeling: Het vorderen van nietig verklaring van een besluit van een natura-uitvaartverzekeraar dat mede tot stand is gekomen door uitgeoefende zeggenschap van natuurlijke of rechtspersonen, zonder of in strijd met voorwaarden van een verklaring van geen bezwaar

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 82.5

Product: Vordering tot nietig verklaring

Waardering: V20 jaar

Actor: Secretaris-Generaal voor Financiën

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

83.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Besluit betreffende het onderlinge molest-verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1

Product: Besluit

Waardering: B1

84.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regelen/voorschriften ter uitvoering van het Besluit betreffende onderlinge molest-verzekeringsmaatschappijen

Periode: 1940–1945

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (1), art. 5, zoals gehandhaafd bij het Besluit bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Waardering: B1

85.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Justitie, vaststellen, wijzigen of intrekken van een Besluit betreffende het verzekeringsbedrijf

Periode: 1940–1941

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1

Product: Besluit

Waardering: B1

87.

Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor de uitvoering van het Besluit bijzondere maatregelen op het gebied van het verzekeringswezen

Periode: 1940–1945

Grondslag: Besluit Nr. 213/1940: art. 22

Product: Besluit

Waardering: B6

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

127.

Handeling: Het wijzigen van de vaststelling van de kosten van de Commissie belast met de uitvoering van bijzondere maatregelen voor buitenlandse verzekerings-maatschappijen

Periode: 1940–1945

Grondslag: Besluit Nr. 213/1940: art. 20(2)

Product: Beschikking

Waardering: B6

Toezicht

136.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van de oprichting van een onderlinge molest-verzekeringsmaatschappij

Periode: 1940–1945

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 1, art. 2.

Waardering: B6

146.

Handeling: Het houden van toezicht op onderlinge molest-verzekeringsmaatschappijen

Periode: 1940–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 2.

Waardering: B5

160.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal die het mede aangaat, vaststellen van het tijdstip waarop nog rekening wordt gehouden met verplichtingen ontstaan uit schaden of gebeurtenissen bij het vaststellen van het plan van uitkering

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit Nr. 213/1940, zoals gewijzigd bij het Besluit van 115/1941: art. 10(2)

Product: Beschikking

Waardering: B6

168.

Handeling: Het (doen) fuseren van bestaande organisaties welke zich, onder welke benaming of in welke vorm ook, ten doel stelt de wederkerige verzekering der deelgenoten tegen enigerlei vorm van molestschade

Periode: 1940–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (2)

Waardering: B6

173.

Handeling: Het (doen) liquideren van bestaande organisaties welke zich, onder welke benaming of in welke vorm ook, ten doel stelt de wederkerige verzekering der deelgenoten tegen enigerlei vorm van molestschade

Periode: 1940–1971

Grondslag: Besluit Nr. 199/1940, art. 3 (2)

Waardering: B6

Actor: Adviescommissie voor het Schadeverzekeringsbedrijf

Toezicht op schadeverzekeraars (1965–1987)

Informatie en tegenspraak

309.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën over onderwerpen het schadeverzekeringsbedrijf betreffende

Periode: 1945–?

Product: Advies

Waardering: B1

Actor: Commissie van Advies

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

Informatie en tegenspraak

216.

Handeling: Het adviseren van de SER bij de uitvoering van de taak die hem in het kader van deze wet is opgedragen.

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.1

Product: Advies

Opmerking: Bij besluit van 19 oktober 1990 heeft de SER een nieuwe Commissie van Advies Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf ingesteld op grond van de Wet op de Bedrijfsorganisatie

Waardering: B1

217.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën en/of de Minister van Economische Zaken met betrekking tot alle op grond van deze wet uit te vaardigen algemene voorschriften

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.4

Product: Advies

Opmerking: In 1991 is deze advieshandeling overgegaan op de SER zelf, die zich daartoe kan laten bijstaan door commissies ingesteld op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie

Waardering: B1

219.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën inzake het verlenen van bijzondere dispensatie van het verbod als bedoeld in artikel 16.1. van de Wet Assurantiebemiddeling (verbod retourprovisie)

Periode: 1956–

Grondslag: Besluit van 27 juni 1956, Stcrt. 125

Product: Advies

Waardering: V10 jaar mits algemeen geldende werking dan B1

220.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën inzake verzoeken van betrokken verzekeraars of tussenpersonen tot vaststelling van beschikkingen waarbij het bedrag van de vergoeding voor toegewezen of in beheer gegeven verzekeringen hoger of lager wordt vastgesteld dan in artikel 1.1. van deze regeling is bepaald

Periode: 1952–

Grondslag: Beschikking van 27 juni 1956, Stcrt. 125, art. 1.4

Product: Advies

Waardering: V10 jaar

C. Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

Actor: Minister van Justitie

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1980)

Beleid

9.

Handeling: Het, in overleg met de Minister die het mede aangaat, regelen van de overdracht van de primaire verantwoordelijkheid voor de WOL aan de Minister van Financiën

Periode: 1945–1980

Product: Correspondentie

Waardering: B4

10.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: (1940) 1945–1987

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 84

Product: Algemene maatregel van bestuur

Opmerking: Op grond van art. 86 moet de Verzekeringskamer gehoord worden bij vaststelling of wijziging van algemene maatregelen van bestuur

Waardering: B1

13.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Koninklijke besluiten m.b.t het beleid inzake levensverzekeringsbedrijf

Periode: (1940) 1945–1987

Product: Koninklijke besluiten

Waardering: B1

14.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1940–1987

Product: Ministeriële regeling

Opmerking: Er bestaat een Ministeriële regeling van de Minister van Financiën uit 1967 (Besluit van 25 augustus 1967, no. B 7/11446) die een Instructie voor het verzekeringswezen bevat. Deze instructie (niet te verwarren met de Instructie voor de Verzekeringskamer – dat is namelijk een amvb) strekt ter uitvoering van de WOL en de WOS.

Waardering: B1

15.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen inzake de afgifte van bewijzen van betrouwbaarheid voor het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1979

Grondslag: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 maart 1979 (no.79/267/EEG): art. 37

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

16.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers/Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1980–1987

Product: Correspondentie

Waardering: B1

17.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op beleidsterreinen waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1940–1980

Product: Correspondentie

Waardering: B1

20.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en rapporteren/uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1940, 1945–1980

Product: brieven, notities

Waardering: B2,3

Informatie en tegenspraak

33.

Handeling: Het voorbereiden/nemen van beslissingen inzake beroepsprocedures voor levensverzekeraars

Periode: (1940) 1945–1980

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 10, art. 18, art. 26, art. 36, art. 37; Besluit van 27 juli 1923 (Stb. 382) (verhaal der kosten): art. 7

Product: Koninklijke besluiten, beschikkingen

Opmerking: Formeel gingen verzekeraars in beroep bij de Kroon

Waardering: V 10 jaar

Organisatie

37.

Handeling: Het toetsen van verantwoordingsinformatie over de uitvoering van de taak en het financiële beheer van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1980

Waardering: B2

39.

Handeling: Het regelen van de overdracht van de formele verantwoordelijkheid voor de Verzekeringskamer van Justitie naar Financiën

Periode: 1945–1987

Product: Correspondentie

Waardering: B4

42.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van de ambtenaren van de Verzekeringskamer

Periode: (1940) 1945–1958

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 8

Product: Koninklijk besluit/beschikking

Waardering: V 7 jaar

44.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

Periode: (1940) 1945–1987

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 8; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 3, art. 9; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 1.2, art. 2.4, art. 5.2; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli Stb. 407/1986): art. 1.2, 1.3

Product: Voordracht, Koninklijk besluit, proces verbaal van beëdiging voorzitter Verzekeringskamer

Opmerking: Vanaf 1973 vond de voordracht plaats in overeenstemming met de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken

Waardering: V 7 jaar

49.

Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervangend lid als voorzitter van de Verzekeringskamer

Periode: (1940) 1945–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 13; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 5.3

Product: beschikking

Waardering: V 7 jaar

52.

Handeling: Het toestaan dat leden, voorzitter en (sinds 1972) de secretaris van de Verzekeringskamer nevenbetrekkingen of functies bekleden waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: (1940) 1945–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 4; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 3

Product: beschikking

Opmerking: Sinds 1972 was de Minister van Justitie verplicht eerst overleg te voeren met de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken

Waardering: V 7 jaar

58.

Handeling: Het goedkeuren van het reglement van orde van de Verzekeringskamer

Periode: (1940) 1945–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16; Besluit 218/1941: art. 7(2); Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 13; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli 1986 (Stb. 407): art. 13

Product: beschikking

Waardering: V 10 jaar

Toezicht

62.

Handeling: Het verrichten van activiteiten in het kader van de toelatingsprocedure van levensverzekeraars

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: WOL: art. 17

Product: O.a.: beoordelingsgegevens statuten, Ministeriële verklaring van geen bezwaar, mededeling aan Verzekeringskamer

Opmerking: Precieze data van deze handeling zijn onbekend.

Waardering: V 10 jaar

70.

Handeling: Het voorbereiden van een machtiging van de Verzekeringskamer tot indiening van een verzoek bij de rechtbank om de noodregeling over een levensverzekeraar uit te spreken

Periode: (1940) 1945–1980

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922) :art. 40

Product: Koninklijk besluit, besluit

Waardering: V 10 jaar

V 20 jaar

B2 indien er sprake is van geruchtmakende faillisementen

NA: als bij handeling 70 onder Financiën

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

Beleid

192.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een beschikking inzake de afgifte van bewijzen van betrouwbaarheid voor het assurantiebemiddelingsbedrijf

Periode: 1976–

Grondslag: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1976 (PB EG L 26 van 31 januari 1977): art. 10.1, art. 10.2, art. 10.4

Product: Beschikking

Waardering: B1

Organisatie

240.

Handeling: Het – in overeenstemming met de Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties – (mede)opstellen van voordrachten voor de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven door de Kroon

Periode: 1956–1986

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952) zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.4

Product: Voordracht

Waardering: V 7 jaar

Toezicht op schadeverzekeraars (1965–1987)

Beleid

301.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling inzake de afgifte van bewijzen van betrouwbaarheid voor het schadeverzekeringsbedrijf

Periode: 1973–1976

Grondslag: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 (no.73/240/EEG): art. 3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

302.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgevingop het gebied van het schadeverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1964–1987

Waardering: B1

Organisatie

327.

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, voordragen en benoemen van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Periode: 1986–1987

Grondslag: WTS (Stb. 705/1985): art. 87.4

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V 7 jaar

Toezicht op schade- en levensverzekeraars (1987–)

Beleid

392.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling inzake de afgifte van bewijzen van betrouwbaarheid voor het verzekeringsbedrijf

Periode: 1976–

Grondslag: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 (no.73/240/EEG): art. 3; Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 maart 1979 (no.79/267/EEG): art. 37

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B1

394.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1986–

Waardering: B1

Informatie en tegenspraak

414.

Handeling: Het meebeslissen op een verzoek van een buitenlandse (overheids)instantie belast met toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen werkzaam op die markten, om door de Verzekeringskamer verstrekte informatie te gebruiken voor onderzoek naar strafbare feiten

Periode: 1994–

Grondslag: WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 183.2.c

Product: beschikking

Waardering: V 10 jaar

Toezicht op natura-uitvaartverzekeraars (1996–)

Beleid

512.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1996–

Waardering: B1

Informatie en tegenspraak

528.

Handeling: Het meebeslissen op een verzoek van een buitenlandse (overheids)instantie belast met toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen werkzaam op die markten, om door de Verzekeringskamer verstrekte informatie te gebruiken voor onderzoek naar strafbare feiten

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 88.2

Product: Afwijzing/Toewijzing

Waardering: V 10 jaar

Actor: Secretaris-Generaal voor Justitie (1940–1945)

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1980)

Beleid

12.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van Besluiten inzake het levensverzekerings-bedrijf

Periode: 1940–1941

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1

Product: Besluit

Waardering: B1,6

Informatie en tegenspraak

33.

Handeling: Het voorbereiden/nemen van beslissingen inzake beroepsprocedures voor levensverzekeraars

Periode: 1940–1941

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 10, art. 18, art. 26, art. 36, art. 37; Besluit van 27 juli 1923 (Stb. 382) (verhaal der kosten): art. 7

Product: Koninklijke besluiten, beschikkingen

Opmerking: Formeel gingen verzekeraars in beroep bij de Kroon

Waardering: B6

Organisatie

37.

Handeling: Het toetsen van verantwoordingsinformatie over de uitvoering van de taak en het financiële beheer van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1941

Waardering: B2

39.

Handeling: Het regelen van de overdracht van de formele verantwoordelijkheid voor de Verzekeringskamer van Justitie naar Bijzondere Economische Zaken

Periode: 1940–1941

Product: Correspondentie

Waardering: B4

42.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van de ambtenaren van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1941

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 8

Product: Koninklijk besluit/beschikking

Waardering: V 7 jaar na ontslag

44.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1941

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922): art. 8; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 3, art. 9; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 1.2, art. 2.4, art. 5.2; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli Stb. 407/1986): art. 1.2, 1.3

Product: Voordracht, Koninklijk besluit, proces verbaal van beëdiging voorzitter Verzekeringskamer

Opmerking: Vanaf 1973 vond de voordracht plaats in overeenstemming met de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken

Waardering: V 7 jaar na ontslag

49.

Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervangend lid als voorzitter van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1941

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 13; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 5.3

Product: beschikking

Waardering: V 7 jaar

52.

Handeling: Het toestaan dat leden, voorzitter en (sinds 1972) de secretaris van de Verzekeringskamer nevenbetrekkingen of functies bekleden waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1940–1941

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 4; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 3

Product: beschikking

Waardering: V 7 jaar

58.

Handeling: Het goedkeuren van het reglement van orde van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1941

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16; Besluit 218/1941: art. 7(2); Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 13; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli 1986 (Stb. 407): art. 13

Product: beschikking

Waardering: B6

Toezicht

62.

Handeling: Het verrichten van activiteiten in het kader van de toelatingsprocedure van levensverzekeraars

Periode: 1940–1941

Grondslag: WOL: art. 17

Product: O.a.: beoordelingsgegevens statuten, Ministeriële verklaring van geen bezwaar, mededeling aan Verzekeringskamer

Opmerking: Precieze data van deze handeling zijn onbekend.

Waardering: V 10 jaar

70.

Handeling: Het voorbereiden van een machtiging van de Verzekeringskamer tot indiening van een verzoek bij de rechtbank om de noodregeling over een levensverzekeraar uit te spreken

Periode: 1940–1941

Grondslag: WOL (Stb. 716/1922) :art. 40

Product: Koninklijk besluit, besluit

Waardering: V 20 jaar

B2 indien er sprake is van geruchtmakende faillisementen

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

86.

Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor de uitvoering van het Besluit bijzondere maatregelen op het gebied van het verzekeringswezen

Periode: 1940–1945

Grondslag: Besluit Nr. 213/1940: art. 22

Product: Besluit

Waardering: B1

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

160.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal die het mede aangaat, vaststellen van het tijdstip waarop nog rekening wordt gehouden met verplichtingen ontstaan uit schaden of gebeurtenissen bij het vaststellen van het plan van uitkering

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit Nr. 213/1940, zoals gewijzigd bij het Besluit van 115/1941: art. 10(2)

Product: Beschikking

Waardering: B6

178.

Handeling: Het overeenstemmen met de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken inzake de liquidatie van een verzekeringsonderneming

Periode: 1944–1945

Grondslag: Zevende uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 201/1944): art. 5

Waardering: B6

D. Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

Actor: Minister van Economische Zaken

Hieronder worden de volgende actoren begrepen:

Actor: Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart (1937–1944)

Actor: Minister van Handel, Nijverheid en Landbouw (1944–1945) Actor: Minister van Handel en Nijverheid (1945–1946) Actor: Minister van Economische Zaken (1946–)

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

91.

Handeling: Het overeenstemmen met de verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister over het vaststellen, wijzigen of intrekken van uitvoeringsbesluiten inzake de opbouw van een zelfstandige organisatie van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1942–1953

Grondslag: Besluit Nr. 206/1940, zoals gewijzigd bij Besluit Nr. 117/1942: art. 5a, zoals gehandhaafd bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Product: Correspondentie

Opmerking: Verantwoordelijk waren: Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken (1943–1945), Minister van Financiën (1945–1953)

Waardering: B6, 1

94.

Handeling: Het overeenstemmen met de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken/Minister van Financiën met betrekking tot het goedkeuren van verordeningen van de Hoofdgroep Verzekering en de tot deze hoofdgroep 1942–1953 behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen

Periode: 1942–1953

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1940): art. 2

Product: Correspondentie, advies

Waardering: B6, 1

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

Beleid

193.

Handeling: Het medevaststellen van besluiten waarbij de Minister van Financiën de aan hem in het kader van deze wet toegekende bevoegdheden delegeert aan de Commissie van Advies.

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.5

Product: Delegatiebesluiten

Waardering: B4

194.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regelingen waarbij aan de SER toestemming verleend wordt om de hem in het kader van deze wet opgedragen taken en toegekende bevoegdheden over te dragen aan één of meer hoofdbedrijfschappen of bedrijfschappen, als bedoeld in de Wet op de bedrijfsorganisatie

Periode: 1952–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.6

Waardering: B4

197.

Handeling: Het (mede) vaststellen van regelingen waarin wordt bepaald op welke manier beloning van tussenpersonen dient te geschieden, alsmede tot vaststelling van de maximum provisie voor elke vorm van verzekering

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 14.1, art. 14.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

198.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regelingen tot aanwijzing van (onderdelen van) bedrijfstakken, waarvoor het verbod om aan de verzekeringsnemer dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is afgesloten in geval van schade een afmakingscourtage in rekening te brengen, niet geldt, alsmede tot vaststelling van de maximum courtage die dan door tussenpersonen aan de verzekeringsnemer in rekening mag worden gebracht, cq. waarvoor de SER aan tussenpersonen ontheffing kan verlenen van het verbod om aan de verzekeringsnemer dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is gesloten in geval van schade een afmakingscourtage in rekening te brengen

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 15.2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 15.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

199.

Handeling: Het (mede)verlenen van algemene of bijzondere dispensatie van het verbod om terzake van een verzekering direct of indirect provisie, retourprovisie of enig ander op geld waardeerbaar voordeel toe te kennen, af te staan of te beloven aan verzekeringnemers, dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is gesloten, of aan personen die niet als tussenpersonen bij het totstandkomen van de verzekering hebben bemiddeld, cq. aan anderen dan de tussenpersoon tot wiens portefeuille de verzekering behoort

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 16.2; Beschikking van de Minister van Financiën en van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 27 juni 1956, Stcrt. 125: art. 2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 16.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

200.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regels inzake het toestaan door de SER van de toekenning van een hogere beloning dan voortvloeit uit een tekeningprovisie aan gevolmachtigde agenten

Periode: 1964–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 27.2; Wabb (Stb. 78/1991): art. 25.2

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

201.

Handeling: Het (mede)vaststellen van regels met betrekking tot de inzage van boeken en zakelijke bescheiden van verzekeraars/gevolmachtigde agenten en tussenpersonen, wanneer die boeken en zakelijke bescheiden zich buiten Nederland bevinden

Periode: 1991–

Grondslag: Wabb (Stb. 78/1991): art. 28.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

205.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het assurantiebemiddelingsbedrijf waarvoor de Minister van Financiën eerst verantwoordelijk is

Periode: 1952–

Waardering: B1

Organisatie

235.

Handeling: Het aanwijzen van waarnemers die namens de Minister de vergaderingen van de Commissie van Advies zullen bijwonen

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.3

Waardering: V jaar

237.

Handeling: Het (mede)aanwijzen van voor de bedrijfstak verzekeringen representatief te achten organisaties waarmee overlegd zal worden in verband met de benoeming van leden van de Commissie van Advies

Periode: 1952–1991

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 2.3

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

Toezicht

265.

Handeling: Het – in overeenstemming met de betrokken Minister – al dan niet verlenen of intrekken van dispensatie aan tussenpersonen van het verbod tot het in rekening brengen van een afmakingscourtage aan een verzekeringsnemer dan wel aan hen te wier behoeve een verzekering is gesloten

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 15.2; Beschikking van 27 juni 1956, Stcrt. 125: art. 4, art. 5, art. 6

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar

Actor: Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1980)

Beleid

11.

Handeling: Het wijzigen van algemene maatregelen van bestuur inzake het levensverzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 218/1941: art. 2

Product: Besluiten

Waardering: B1

34.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures voor levensverzekeraars

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); WOL (Stb. 716/1922): art. 10, art. 18, art. 26, art. 36, art. 37; Besluit van 27 juli 1923 (Stb. 382) (verhaal der kosten): art. 7

Product: Besluit/beschikking

Waardering: B6

Organisatie

38.

Handeling: Het toetsen van verantwoordingsinformatie over de uitvoering van zijn taak en het financiële beheer van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1945

Waardering: B6

40.

Handeling: Het voeren van overleg over/regelen van de overdracht van de formele verantwoordelijkheid voor de Verzekeringskamer van Justitie naar Bijzondere Economische Zaken

Periode: 1940–1941

Product: Correspondentie

Waardering: B6

43.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van de ambtenaren van de Verzekeringskamer

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); WOL (Stb. 716/1922): art. 8

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

45.

Handeling: Het voorbereiden van benoeming en ontslag van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

Periode: 1941–1944

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); WOL (Stb. 716/1922): art. 8; Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 3, art. 9

Product: Beschikking, proces verbaal van beëdiging voorzitter Verzekeringskamer

Waardering: B6

50.

Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervangend lid als voorzitter van de Verzekeringskamer

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 13

Product: besluit

Waardering: B6

53.

Handeling: Het toestaan dat leden en voorzitter van de Verzekeringskamer nevenbetrekkingen bekleden waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 4

Product: besluit

Waardering: B6

59.

Handeling: Het goedkeuren van het reglement van orde van de Verzekeringskamer

Periode: 1940–1945

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16; Besluit 218/1941: art. 7(2); Instructie Verzekeringskamer (Stb. 379/1923): art. 16

Product: besluit

Waardering: B6

Toezicht

71.

Handeling: Het machtigen van de Verzekeringskamer tot indiening van een verzoek bij de rechtbank om de noodregeling over een levensverzekeraar uit te spreken

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit 218/1941: art. 7(2); WOL (Stb. 716/1922): art. 40

Product: Machtiging

Waardering: B6

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

75.

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het algemeen beleid op het gebied van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B1,2

76.

Handeling: Het voeren van overleg met Secretarissen-Generaal voor het Algemeen Bestuur en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen over aangelegenheden betreffende het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B1,2

77.

Handeling: Het overeenstemmen met de Gemachtigde voor de Prijzen in verband met prijsvoorschriften voor het verzekeringsbedrijf

Periode: 1942–1945

Grondslag: Verordening Nr. 115/1942

Product: correspondentie, besluit

Waardering: B6

78.

Handeling: Het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in het college van Secretarissen-Generaal voor het Algemeen Bestuur voor beraad en besluitvorming inzake het toezicht op het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B1

79.

Handeling: Het voeren van overleg/het leveren van bijdragen aan het overleg met de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlands gebied inzake het toezicht op het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B6

80.

Handeling: Het inbrengen van standpunten betreffende het verzekeringsbedrijf in interdepartementale commissies

Periode: 1941–1945

Waardering: B1

81.

Handeling: Het instellen/opheffen van commissies, werkgroepen e.d. op het gebied van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Product: Beschikking

Opmerking: Blijkens het Gedenkboek van de Verzekeringskamer werd een commissie voor publikatie van voorschriften voor schadeverzekeraars ingesteld op 23 mei 1943. In deze commissie hadden behalve de Verzekeringskamer ook vertegenwoordigers van het departement en deskundigen zitting

Verzekeringskamer (1948) p.159.

Waardering: B6,4

82.

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende het verzekeringsbedrijf (m.u.v. het levenverzekeringsbedrijf)en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

Periode: 1941–1945

Product: Internationale regelingen, nota’s notities, rapporten

Waardering: B1,2

88.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretarissen-Generaal voor Financiën, voor Justitie, voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart, voor Sociale Zaken en voor Binnenlandse Zaken, vaststellen, wijzigen of intrekken van een Besluit inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1

Product: Besluit

Waardering: B1

89.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van een uitvoeringsbesluit inzake het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 218/1941: art. 2

Product: Besluit

Waardering: B1

90.

Handeling: Het, in overeenstemming met de voor de opbouw van een zelfstandige organisatie van het bedrijfsleven verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister, vaststellen, wijzigen of intrekken van uitvoeringsbesluiten inzake de opbouw van een zelfstandige organisatie van verzekeringsbedrijf

Periode: 1942–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 206/1940, zoals gewijzigd bij Besluit Nr. 117/1942: art. 5a, zoals gehandhaafd bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Product: Besluit

Opmerking: Verantwoordelijk waren: Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart (1943–1945), Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart/Economische Zaken (1945–1953)

Waardering: B1

92.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen of intrekken van beschikkingen inzake de opbouw van een zelfstandige organisatie van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1942–1945

Grondslag: Verordening Nr. 23/1940: art. 1; Besluit Nr. 206/1940, zoals gewijzigd bij Besluit Nr. 117/1942: art. 5a, zoals gehandhaafd bij het Besluit Bezettingsmaatregelen (Stb. E 93/1944)

Product: Beschikkingen

Waardering: B1

93.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal/Minister van Handel Nijverheid en Scheepvaart goedkeuren van verordeningen van de Hoofdgroep Verzekering en de tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen

Periode: 1942–1945

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1940): art. 2, zoals gehandhaafd bij het Besluit bezettingsmaatregelen (Stb. E93/1944)

Product: Beschikking

Waardering: B6, 1

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

96.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op beleidsterreinen waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn, vanuit het gezichtspunt van beleidsverantwoordelijke voor het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B6, 1

103.

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen waarmee kan worden bepaald of een onderlinge een plaatselijke onderlinge is

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 1.1

Product: Richtlijnen

Waardering: B6, 1

104.

Handeling: Het aanwijzen van ondernemingen die gelijk gesteld worden met ondernemingen die vallen onder de WOL en zich moeten aanmelden bij de bedrijfsgroep Levensverzekering

Periode: 1943–1945

Grondslag: Beschikking (Stcrt. 164/1943): art. 7

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

105.

Handeling: Het machtigen van personen of een commissie van personen tot het verlenen van ontheffingen van het verbod op uitoefening van het assurantiebedrijf en het verbod op betaling van provisie zoals bedoeld in de artikelen 1 en 3

Periode: 1943–1945

Grondslag: Vierde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 240/1943): art. 4

Product: besluit

Waardering: B6

106.

Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn met het opsporen van strafbare feiten zoals bedoeld in de artikelen 1 en 3 van het vierde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen

Periode: 1943–1945

Grondslag: Vierde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 240/1943): art. 7

Product: besluit

Waardering: B6

107.

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van het verbod op uitoefening van het assurantiebedrijf en het verbod op betaling van provisie zoals bedoeld in de artikelen 1 en 3

Periode: 1943–1945

Grondslag: Vierde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 240/1943): art. 4

Product: Beschikking

Opmerking: Dit betrof algemene ontheffingen

Waardering: B6

Informatie en tegenspraak

108.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers betreffende het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B6

109.

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan burgers, bedrijven en instanties betreffende het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Waardering: B6

116.

Handeling: Het (doen) voorbereiden/uitvoeren van (wetenschappelijk) onderzoek en het verzamelen van gegevens op het gebied van het verzekeringsbedrijf

Periode: 1941–1945

Product: o.a. enquêtes, rapporten, nota’s

Waardering: B1,2: voor opdracht en eindproduct

V 10 jaar: rest

117.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures in verband met de toelating van onderlinge brand- of aanverwante verzekeraars

Periode: 1942–1945

Grondslag: Tweede uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 212/1942): art. 4.2

Waardering: V 10 jaar

118.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures voor onderlinge brand- en aanverwante verzekeraars in verband met de verplichte herverzekering bij de Centrale Brandwaarborgmaatschappij

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 7.1, art. 9.1

Waardering: V 10 jaar

119.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures van schadeverzekeraars in verband met de kostenregeling voor ondertoezichtstelling

Periode: 1944–1945

Grondslag: Vijfde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 43/1944): art. 12

Product: Beschikking

Waardering: B6

120.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures met betrekking tot oprichting, uitbreiding, fusie, overdracht van verbintenissen en liquidatie van verzekeringsondernemingen die al dan niet uitsluitend het voor eigen rekening aangaan van overeenkomsten tot verzekering van uitvaartverzorging als bedrijf uitoefenen

Periode: 1944–1945

Grondslag: Zesde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 43/1944): art. 3

Waardering: B6

Organisatie

124.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van een besluit van de Verzekeringskamer in verband met de kostenregeling voor onderlinge brand- en aanverwante verzekeraars

Periode: 1944–1945

Grondslag: Vijfde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 43/1944): art. 4.3

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

128.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van (plaatsvervangende) voorzitter, leden en secretaris van de Verzekeringsraad

Periode: 1942–1945

Grondslag: Besluit Verzekeringsraad 1942 (Stcrt. 165/1942): art. 1.2

Product: Beschikking

Opmerking: de voorzitter en plaatsvervangende voorzitters van de Hoofdgroep Verzekering werden op grond van art. 1.3 als leden benoemd, de Verzekeringskamer mocht slechts een afgevaardigde laten deelnemen aan vergaderingen van de Verzekeringsraad

Waardering: V 10 jaar

135.

Handeling: Het aanwijzen van natuurlijke of rechtspersonen die de Centrale Brandwaarborg-Maatschappij zullen oprichten

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 2.1

Waardering: B6

Toezicht

137.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van de oprichting van een verzekeringsonderneming

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit Nr. 218/1941: art. 3

Product: Beschikking

Waardering: B5

139.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van de oprichting van de Centrale Brandwaarborg-maatschappij

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 2.1

Waardering: B6

141.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot uitbreiding van het bedrijf van een verzekeringsonderneming

Periode: 1944–1945

Grondslag: Zevende uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 201/1944): art. 2

Product: Beschikking

Waardering: B6

144.

Handeling: Het goedkeuren van de reglementen van de Centrale Brandwaarborg-Maatschappij

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 2.3

Waardering: B6

150.

Handeling: Het, gehoord de Verzekeringskamer, verlenen van een ontheffing van de verplichting als deelnemer tot de Centrale Brandwaarborg-Maatschappij toe te treden aan een plaatselijke onderlinge brand-of aanverwante verzekeraar

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 8.1

Product: Ontheffing

Waardering: B6

153.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, beslissen op een verzoek tot verhoging van het maatschappelijk kapitaal van een verzekeringsonderneming

Periode: 1944–1945

Grondslag: Zevende uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 201/1944): art. 2

Product: Beschikking

Waardering: B6

154.

Handeling: Het, de Verzekeringskamer gehoord, verlenen van ontheffing van bepalingen in het verzekeringsmoratorium aan (levens)verzekeraars

Periode: 1945

Grondslag: Besluit verzekeringsmoratorium (Stcrt. 190/1945): art. 8

Product: Ontheffing

Waardering: B6

167.

Handeling: Het, op verzoek van de Centrale Brandwaarborg-Maatschappij gehoord de Verzekeringskamer, bepalen dat een herverzekeringsovereenkomst aangegaan door een plaatselijke onderlinge brand-of aanverwante verzekeraar moet worden beëindigd

Periode: 1943–1945

Grondslag: Derde uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 22/1943): art. 6.1

Product: Besluit

Waardering: B6

169.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van fusie van verzekeringsondernemingen

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit Nr. 218/1941: art. 3

Product: Beschikking

Waardering: B6

174.

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van liquidatie van een verzekeringsonderneming

Periode: 1941–1945

Grondslag: Besluit Nr. 218/1941: art. 3

Product: Beschikking

Waardering: B6

177.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Justitie, (doen) liquideren van een verzekeringsonderneming

Periode: 1944–1945

Grondslag: Zevende uitvoeringsbesluit verzekeringswezen (Stcrt. 201/1944): art. 5, art. 6

Product: Beschikking, volmacht

Waardering: B6

Actor: Hoofdgroep Verzekering

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971),

Beleid

97.

Handeling: Het, onder goedkeuring van de verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister, vaststellen van verordeningen uit vakoogpunt op het haar toegewezen gebied

Periode: 1943–1953

Grondslag: Besluit van 16 augustus 1943, Stcrt. 164/1943, betreffende de toekenning van verordenende bevoegdheid aan de Hoofdgroep ‘Verzekering’ en tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen: art. 1

Product: Verordeningen

Opmerking: Tot 1945 is verantwoordelijk de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Na 1945 is de Minister van Economische Zaken verantwoordelijk. Op het gebied van het verzekeringswezen nam de Minister van Financiën echter de nodige besluiten. Vervallen met ingang van 15 februari 1953 ingevolge art. 1 Wet Bezettingsmaatregelen IV 1953 (Stb. 20/1953)

Waardering: B6, 1

Organisatie

129.

Handeling: Het instellen, erkennen, opheffen of samenvoegen van bedrijfsorganisaties op het gebied van het verzekeringswezen en het bepalen op welk gebied van het bedrijfsleven zij bevoegd zijn

Periode: 1943–1945

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1943): art. 1a en art. 1b

Waardering: B6, B4

130.

Handeling: Het vaststellen van voorschriften omtrent het beheer en gebruik van het vermogen van opgeheven of samengevoegde bedrijfsorganisaties

Periode: 1943–1945

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1943): art. 1.c

Waardering: B6

131.

Handeling: Het regelen van de zittingsperiode van (plaatsvervangende) voorzitters en (plaatsvervangende) leden van de raden van bijstand der door haar ingestelde of erkende bedrijfsorganisaties

Periode: 1943–1945

Grondslag: Besluit overdracht bevoegdheden (Stcrt. 164/1943): art. 1.e

Product: besluit

Waardering: V 10 jaar

Actor: Bedrijfsgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

97.

Handeling: Het, onder goedkeuring van de verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister, vaststellen van verordeningen uit vakoogpunt op het haar toegewezen gebied

Periode: 1943–1953

Grondslag: Besluit van 16 augustus 1943, Stcrt. 164/1943, betreffende de toekenning van verordenende bevoegdheid aan de Hoofdgroep ‘Verzekering’ en tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen: art. 1

Product: Verordeningen

Opmerking: Tot 1945 is verantwoordelijk de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Na 1945 is de Minister van Economische Zaken verantwoordelijk. Op het gebied van het verzekeringswezen nam de Minister van Financiën echter de nodige besluiten. Vervallen met ingang van 15 februari 1953 ingevolge art. 1 Wet Bezettingsmaatregelen IV 1953 (Stb. 20/1953)

Waardering: B6, 1

Organisatie

133.

Handeling: Het regelen van de wijze van aanmelding voor de bedrijfsgroep

Periode: 1943–1953

Grondslag: Beschikking (Stcrt. 164/1943): art. 10

Product: Aanmeldingformulieren

Waardering: V 10 jaar

134.

Handeling: Het verlenen van ontheffing van de aanmeldingsplicht

Periode: 1943–1953

Grondslag: Beschikking (Stcrt. 164/1943): art. 10

Product: Ontheffing

Waardering: B6

Actor: Bedrijfsgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering, Bedrijfsgroep Makelaars in Assurantiën, Assurantiebezorgers en Assurantieagenten

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Organisatie

132.

Handeling: Het bepalen dat ondernemingen zijn vrijgesteld van de verplichting zich aan te melden bij de bedrijfsgroep Makelaars in Assurantiën, Assurantiebezorgers en Assurantieagenten

Periode: 1943–1953

Grondslag: Beschikking (Stcrt. 164/1943): art. 9

Product: besluit

Waardering: V 10 jaar

Actor: Vakgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

97.

Handeling: Het, onder goedkeuring van de verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister, vaststellen van verordeningen uit vakoogpunt op het haar toegewezen gebied

Periode: 1943–1953

Grondslag: Besluit van 16 augustus 1943, Stcrt. 164/1943, betreffende de toekenning van verordenende bevoegdheid aan de Hoofdgroep ‘Verzekering’ en tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen: art. 1

Product: Verordeningen

Opmerking: Tot 1945 is verantwoordelijk de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Na 1945 is de Minister van Economische Zaken verantwoordelijk. Op het gebied van het verzekeringswezen nam de Minister van Financiën echter de nodige besluiten. Vervallen met ingang van 15 februari 1953 ingevolge art. 1 Wet Bezettingsmaatregelen IV 1953 (Stb. 20/1953)

Waardering: B6, 1

Actor: Ondervakgroepen behorende tot de Hoofdgroep Verzekering

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

97.

Handeling: Het, onder goedkeuring van de verantwoordelijke Secretaris-Generaal/Minister, vaststellen van verordeningen uit vakoogpunt op het haar toegewezen gebied

Periode: 1943–1953

Grondslag: Besluit van 16 augustus 1943, Stcrt. 164/1943, betreffende de toekenning van verordenende bevoegdheid aan de Hoofdgroep ‘Verzekering’ en tot deze hoofdgroep behorende bedrijfs-, vak- en ondervakgroepen: art. 1

Product: Verordeningen

Opmerking: Tot 1945 is verantwoordelijk de Secretaris-Generaal voor bijzondere Economische Zaken in overeenstemming met de Secretaris-Generaal voor Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Na 1945 is de Minister van Economische Zaken verantwoordelijk. Op het gebied van het verzekeringswezen nam de Minister van Financiën echter de nodige besluiten. Vervallen met ingang van 15 februari 1953 ingevolge art. 1 Wet Bezettingsmaatregelen IV 1953 (Stb. 20/1953)

Waardering: B6, 1

Actor: Organisatiecommissie voor de opbouw van een zelfstandige organisatie ter ontwikkeling van het bedrijfsleven

Toezicht tijdens bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

104.

Handeling: Het aanwijzen van ondernemingen die gelijk gesteld worden met ondernemingen die vallen onder de WOL en zich moeten aanmelden bij de bedrijfsgroep Levensverzekering

Periode: 1943–1945

Grondslag: Beschikking (Stcrt. 164/1943): art. 7

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Actor: Verzekeringsraad

Toezicht tijdens bezetting en nasleep (1940–1971)

Informatie en tegenspraak

110.

Handeling: Het gevraagd of ongevraagd adviseren van de Secretaris-Generaal voor Bijzondere Economische Zaken in beleidszaken het verzekeringswezen betreffende

Periode: 1942–1945

Grondslag: Besluit Verzekeringsraad 1942 (Stcrt. 165/1942): art. 2

Product: Advies

Waardering: B6,1

E. Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Actor: Minister van Binnenlandse Zaken

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1950)

Beleid

16.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers/Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1950

Product: Correspondentie

Waardering: B1

Toezicht tijdens bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

Actor: Minister van Koloniën

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1955)

Beleid

16.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers/Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Product: Correspondentie

Waardering: B1

F. Actor onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Actor: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Toezicht op levensverzekeraars (1940–1987)

Beleid

16.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het levensverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers/Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1987

Product: Correspondentie

Waardering: B1

Organisatie

48.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de voordracht van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

De Minister van Sociale Zaken was tussen 1952 en 1992 op grond van een aantal pensioenwetten bovendien bevoegd personen aan de Verzekeringskamer toe te voegen. Zie hiervoor het institutioneel onderzoek naar sociale verzekeringen (in voorbereiding) dat door J. Van der Meer bij het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid werd uitgevoerd.

Periode: 1973–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 1.2, art. 5.2; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli 1986 (Stb. 407): art. 1.2, 1.3

Product: Voordracht

Waardering: V 5 jaar

56.

Handeling: Het overleggen met de Minister van Justitie i.v.m. het verlenen van toestemming aan leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer voor het bekleden van nevenbetrekkingen of functies waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1972–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 3

Product: correspondentie

Waardering: V 5 jaar

60.

Handeling: Het (mede)goedkeuren van het reglement van orde van de Verzekeringskamer

Periode: 1973–1987

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 758/1972): art. 13; Instructie Verzekeringskamer zoals gewijzigd bij het besluit van 10 juli 1986 (Stb. 407): art. 13

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Toezicht tijdens de bezetting en nasleep (1940–1971)

Beleid

95.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere Secretarissen-Generaal eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1940–1945

Waardering: B6, 1

Toezicht op schadeverzekeraars (1965–1987)

Beleid

302.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het schadeverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1964–1987

Waardering: B1

Toezicht op schade- en levensverzekeraars (1987–)

Beleid

394.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het verzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1986–

Waardering: B1

Organisatie

428.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over de voorbereiding/uitvoering van de beheersmatige verzelfstandiging van de Verzekeringskamer

Periode: 29 april 1988–1 september 1992

Waardering: B4

430.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het aanwijzen van een rechtspersoon tot Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 2a, zoals ingevoegd bij de Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging van de Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 3, art. 189.1.

Product: Correspondentie

Waardering: B4

431.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, intrekken van de aanwijzing tot Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986) art. 2b, zoals ingevoegd bij de Wet van 1 juli 1992 (verzelfstandiging Verzekeringskamer); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 4

Product: Beschikking

Opmerking: Intrekking van de aanwijzing gebeurt onder gelijktijdige voorziening door de ministers in de taken van de Verzekeringskamer. Zij kunnen bij Ministeriële regeling nadere regels stellen omtrent de intrekking (WTV: art. 2; WTV 1993: art. 3 en 4). Zowel de aanwijzing als intrekking van de aanwijzing moeten gepubliceerd worden in het Staatsblad

Waardering: V 5 jaar

432.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, goedkeuren van ontbinding van de Stichting Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: Statuten van de Stichting Verzekeringskamer: art. 16.1

Waardering: V 5 jaar

437.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over de voordracht van leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer

De Minister van Sociale Zaken was tussen 1952 en 1992 op grond van een aantal pensioenwetten bovendien bevoegd personen aan de Verzekeringskamer toe te voegen. Zie hiervoor het institutioneel onderzoek Sociale verzekeringen van Jvd Meer (in voorbereiding).

Periode: 1987–1992

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 408/1986) zoals gewijzigd bij het besluit van 20 augustus 1986 (Stb. 379/1986): art. 1.2, art. 1.3

Product: voordracht

Waardering: V 5 jaar

442.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, schorsen van een lid van het bestuur/Raad van Toezicht van de Verzekeringskamer

Periode: 1992–

Grondslag: Statuten van de Stichting Verzekeringskamer (1992): art. 5.15, art. 7.7

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar

445.

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën i.v.m. het verlenen van toestemming aan leden, voorzitter en secretaris van de Verzekeringskamer voor het bekleden van nevenbetrekkingen of functies waaraan geldelijke beloning is verbonden

Periode: 1987–1992

Grondslag: Instructie Verzekeringskamer (Stb. 408/1986) zoals gewijzigd bij het besluit van 20 augustus 1986 (Stb. 379/1986): art. 3

Waardering: V 5 jaar

448.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, goedkeuren van een verzoek tot wijziging van de statuten van de Verzekeringskamer

Periode: 1994–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986) art. 2e, zoals ingevoegd bij de Wet verzelfstandiging Verzekeringskamer (Stb. 372/1992); WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 7

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar

Toezicht op natura-uitvaartverzekeraars (1996–)

Beleid

512.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de (ambtelijke) voorbereiding van wet- en regelgeving op het gebied van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf waarvoor andere ministers eerst verantwoordelijk zijn

Periode: 1996–

Waardering: B1

G. Actor onder de zorg van de Vakminister

Actor: Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952–)

Organisatie

238.

Handeling: Het, in overleg met de Minister die het mede aangaat, bepalen van het aantal voordrachten dat de SER mag doen voor de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Periode: 1955–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.3

Product: Regelingen

Waardering: V 5 jaar na intrekking regeling

241.

Handeling: Het overleggen met de Minister van Justitie en van Financiën over het opstellen van voordrachten voor de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven door de Kroon

Periode: 1955–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952) zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.4

Product: Advies

Waardering: V 10 jaar na ontslag

H. Actoren onder de zorg van College van Beroep voor het Bedrijfsleven

Actor: Scheidsgerecht voor het Bedrijfsleven

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952)

Informatie en tegenspraak

227.

Handeling: Het vaststellen van beschikkingen op bezwaarschriften van eenieder, die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door op grond van deze wet door de SER genomen beslissingen

Periode: 1954–1956

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952): art. 35

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Actor: College van Beroep voor het bedrijfsleven

Toezicht op het assurantiebemiddelingsbedrijf (1952)

Informatie en tegenspraak

228.

Handeling: Het vaststellen van beschikkingen op bezwaarschriften van eenieder, die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door op grond van deze wet door de SER genomen beslissingen

Periode: 1956–

Grondslag: Wab (Stb. 34/1952) zoals gewijzigd bij Wet van 7 juni 1956: art. 35.1; Wabb (Stb. 78/1991): art. 32

Product: Vonnis

Waardering: B 5

Toezicht op schade- en levensverzekeraars (1987–)

Informatie en tegenspraak

423.

Handeling: Het beslissen in zake beroepsprocedures van verzekeraars

Periode: 1987–

Grondslag: WTV (Stb. 638/1986): art. 87 ; WTV 1993 (Stb. 252/1994): art. 188.1, art. 199.

Product: Vonnis

Waardering: B 5

Toezicht op natura-uitvaartverzekeraars (1996–)

Informatie en tegenspraak

533.

Handeling: Het beslissen inzake beroepsprocedures van natura-uitvaartverzekeraars

Periode: 1996–

Grondslag: WTN (Stb. 368/1995): art. 93.1

Waardering: B 5