Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep

Geldend op 26-08-2009

[Regeling vervalt per 24-04-2013]


  • Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 2 maart 2008, nr. AT-EZ/5632521.JZ, houdende vaststelling van beleidsregels met betrekking tot het toezicht op het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van radio-omroep beneden de 108,0 MHz (Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep)
  • De Staatssecretaris van Economische Zaken,

    Gelet op de artikelen 3.3, eerste lid, 3.7, tweede lid, onderdeel b, 10.9, 15.1, eerste lid, 15.2 en 15.4 van de Telecommunicatiewet, de artikelen 4:81, eerste lid, en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 16 en 17 van het Frequentiebesluit;

    Besluit:

  • § 1. Algemene bepalingen

  • Artikel 1. Begripsomschrijvingen

    • 1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

      • a. wet: Telecommunicatiewet;

      • b. Minister: Minister van Economische Zaken;

      • c. Agentschap Telecom: Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken;

      • d. toezichthouder: ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing toezichthouders Telecommunicatiewet;

      • e. vergunning voor radio-omroep: vergunning als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet voor het gebruik van omroepfrequenties;

      • f. NFP: frequentieplan als bedoeld in artikel 3.1 van de wet;

      • g. omroepfrequenties: frequentiebanden beneden de 108,0 MHz die in het NFP zijn aangeduid met hoofdcategorie ‘Omroep’;

      • h. overtreding van de eerste categorie:

        • 1°. overtreding van artikel 3.3, eerste lid, van de wet door gebruik te maken van omroepfrequenties ten behoeve van radio-omroep zonder vergunning, of

        • 2°. handelen in strijd met artikel 10.9 van de wet, indien de desbetreffende radiozendapparatuur geschikt is voor het uitzenden in omroepfrequenties;

      • i. overtreding van de tweede categorie: overtreding van artikel 3.3, eerste lid, van de wet door gebruik te maken van omroepfrequenties ten behoeve van radio-omroep zonder vergunning door een voormalig houder van een vergunning voor radio-omroep en waarbij deze vergunning in de periode van twee jaar voorafgaand aan de overtreding is verlopen of ingetrokken en niet opnieuw is verleend;

      • j. overtreding van de derde categorie: overtreding als bedoeld in artikel 8 door de houder van een vergunning voor radio-omroep, niet zijnde de houder van een experimenteervergunning of de houder van een vergunning met een looptijd van twee maanden of minder;

      • k. bijzondere overtreding: overtreding van de eerste categorie waarbij:

        • 1°. in het openbaar een uitzending wordt aangekondigd;

        • 2°. een reclameboodschap als bedoeld in artikel 1, onder kk, van de Mediawet wordt uitgezonden;

        • 3°. gebruik van frequentieruimte plaatsvindt ten behoeve van een tevoren georganiseerde gebeurtenis, of

        • 4°. gebruik wordt gemaakt van een radiozendapparaat dat geschikt is om uit te zenden met een zendvermogen van 1 kW of meer.

    • 2.De definities, bedoeld in artikel 1, onderdelen e en u tot en met x, van de Mediawet zijn van toepassing.

  • Artikel 2. Reikwijdte

    • 1.Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de Minister bestuursrechtelijk zal optreden tegen overtredingen van de eerste, tweede en derde categorie en bijzondere overtredingen.

    • 2.Deze beleidsregel heeft geen betrekking op strafvervolging.

    • 3.Indien één gedraging valt te kwalificeren onder meerdere categorieën overtredingen, wordt voor de toepassing van deze beleidsregel de gedraging aangemerkt als een overtreding van één categorie, waarbij de gedraging in de categorie valt die in de volgende opsomming het eerst wordt genoemd:

      • a. een overtreding van de derde categorie;

      • b. een overtreding van de tweede categorie;

      • c. een bijzondere overtreding;

      • d. een overtreding van de eerste categorie.

  • Artikel 3. Algemene bepaling met betrekking tot een dwangsom

    De last onder dwangsom heeft een looptijd van ten hoogste twee jaar.

  • § 2. Overtredingen van de eerste categorie

  • Artikel 4. Overtreding.

    • 1.Een overtreding van de eerste categorie kan worden begaan door een fysieke overtreder of een functionele overtreder.

    • 2.Indien het vermoeden bestaat dat op een locatie een overtreding van de eerste categorie wordt gepleegd en met betrekking tot deze locatie geen last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5 of 6 loopt, worden door de toezichthouder radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en visuele waarnemingen verricht teneinde vast te stellen vanaf welke locatie de overtreding wordt gepleegd. Indien op deze wijze een overtreding wordt vastgesteld, dan wordt, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, de locatie betreden waar de overtreding is gepleegd en wordt getracht te achterhalen wie de fysieke overtreder is.

    • 3.In afwijking van het eerste lid, kan ondanks constatering van een overtreding worden afgezien van binnentreding indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.

    • 4.Indien aan een functionele overtreder met betrekking tot een locatie een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5 of 6 loopt, kan de toezichthouder voor het constateren van herhaling of voortzetting van de overtreding ermee volstaan radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en visuele waarnemingen te verrichten.

    • 5.Indien sprake is van een bijzondere overtreding wordt een rapport als bedoeld in artikel 15.8 van de wet opgemaakt en wordt daarin vermeld dat er sprake is van een bijzondere overtreding.

  • Artikel 5. Sanctie bij overtredingen

    • 1.Ter zake van een overtreding van de eerste categorie, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom van € 2.250 per geconstateerde overtreding per dag opgelegd, met een maximum van € 33.750.

    • 2.Ter zake van een bijzondere overtreding wordt aan de overtreder een last onder dwangsom van € 4.500 per geconstateerde overtreding per dag opgelegd, met een maximum van € 67.500.

    • 3.Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen tien dagen na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.

    • 4.De Minister kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, krachtens artikel 15.2, eerste lid, van de wet bestuursdwang toepassen, indien een last onder dwangsom onvoldoende effectief was dan wel naar verwachting onvoldoende effectief zal zijn.

  • Artikel 6. Nieuwe last

    • 1.In het geval dat de last onder dwangsom, bedoeld in artikel 5, is afgelopen, wordt bij een nieuwe overtreding aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:

      • a. € 4.500 per geconstateerde overtreding per dag, met een maximum van € 67.500 bij overtredingen van de eerste categorie, of

      • b. € 9.000 per geconstateerde overtreding per dag, met een maximum van € 135.000 bij bijzondere overtredingen.

    • 2.Het eerste lid is niet van toepassing, indien de eerdere last onder dwangsom meer dan vijf jaar geleden is afgelopen.

    • 3.In het geval een last onder dwangsom als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt in deze dwangsombeschikking verwezen naar de dwangsombeschikking die is afgelopen.

  • § 3. Overtredingen van de tweede categorie

  • Artikel 7. Sanctie bij overtredingen van de tweede categorie

    • 1.Ter zake van een overtreding van de tweede categorie wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:

      • a. € 2.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 8.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van ten hoogste 1 kW mocht uitzenden;

      • b. € 5.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 20.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 1 kW en ten hoogste 50 kW mocht uitzenden;

      • c. € 10.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 40.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW en ten hoogste 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz;

      • d. € 20.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 80.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz.

    • 2.Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing, indien de overtreder houder van een vergunning was voor frequenties gelegen in de frequentieband van 526.5 kHz tot en met 1606.5 kHz en hij op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW mocht uitzenden.

    • 3.In afwijking van het eerste lid wordt aan een lokale of regionale omroep waarvan de vergunning is verlopen geen last onder dwangsom opgelegd, indien hij vóór de afloopdatum van de vergunning een aanvraag bij het Commissariaat voor de Media heeft ingediend strekkende tot verlenging van het besluit waarbij aan hem zendtijd is toegewezen en op deze aanvraag nog niet is beslist.

    • 4.Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.

  • § 4. Overtredingen van de derde categorie

  • Artikel 8. Overtredingen

    Een overtreding van de derde categorie is:

    • a. het gebruik van andere dan de bij de vergunning voor radio-omroep toegekende frequentieruimte in strijd met artikel 3.3, eerste lid, van de wet, in strijd met artikel 10.9 van de wet of in strijd met de voorschiften en beperkingen verbonden aan de vergunning voor radio-omroep;

    • b. het in strijd handelen met een krachtens artikel 16.1 van de wet opgelegde verplichting door de houder van een vergunning voor radio-omroep of het in strijd handelen met een krachtens artikel 16 van het Frequentiebesluit opgelegde verplichting tot het betalen van een financieel bod;

    • c. het overtreden van één of meer van de volgende voorschriften en beperkingen die aan een vergunning voor radio-omroep zijn verbonden:

      • 1°. de ingebruiknemingsverplichting van frequentieruimte;

      • 2°. de antennerichting;

      • 3°. het antennediagram;

      • 4°. de bandbreedte;

      • 5°. de opstelplaats van de antenne;

      • 6°. de antennehoogte;

      • 7°. het zendvermogen;

      • 8°. de programmatische voorschriften;

      • 9°. de uit te zenden nieuwsbulletins;

      • 10°. de taal;

      • 11°. de overige voorschriften en beperkingen.

  • Artikel 9. Overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1

    • 1.Indien de vergunninghouder in het geheel niet voldoet aan een ingebruiknemingsverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1, wordt de vergunning krachtens artikel 3.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet ingetrokken.

    • 2.Indien de vergunninghouder gedeeltelijk niet voldoet aan een ingebruiknemingsverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1, kan:

    • 3.Aan het eerste en tweede lid, onderdeel a, wordt niet eerder toepassing gegeven dan nadat:

      • a. de vergunninghouder schriftelijk is geïnformeerd over de ingebruiknemingsverplichting en hierbij tevens een begunstigingstermijn is aangeboden om alsnog aan deze verplichting te voldoen;

      • b. aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking of wijziging is verzonden en deze hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen één maand na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen, en

      • c. de onder a genoemde termijn is verstreken zonder dat de vergunninghouder frequentieruimte in gebruik heeft genomen en, indien de vergunninghouder een zienswijze heeft gegeven, deze geen aanleiding geeft van het voornemen af te zien.

    • 4.Alvorens een last onder dwangsom als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.

  • Artikel 10. Overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel a en onderdeel c, punten 2 tot en met 11

    • 1.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

    • 2.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 2, 3 of 4, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een achtste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.

    • 3.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 5, 6 of 7, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een vierde bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.

    • 4.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 8, wordt aan de overtreder:

      • a. een boete van € 80 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd, tot een maximum van € 8.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;

      • b. naast de boete, bedoeld in onderdeel a, een last onder dwangsom opgelegd van € 8.500 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 34.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;

      • c. een boete van € 1.000 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd tot een maximum van € 100.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is;

      • d. naast de boete, bedoeld in onderdeel c, een last onder dwangsom opgelegd van € 250.000 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 1.000.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is.

    • 5.De hoogte van de boete, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en c, zal worden verlaagd in geval sprake is van boeteverlagende omstandigheden en kan worden verhoogd indien sprake is van boeteverhogende omstandigheden.

    • 6.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 9 of 10, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag de helft bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.

    • 7.Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 11, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een veertigste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.

    • 8.In afwijking van het tweede, derde en zevende lid, wordt geen last onder dwangsom opgelegd, indien de vergunninghouder ter zake van het overtreden vergunningvoorschrift een verzoek heeft gedaan tot wijziging van de vergunning in de zin van artikel 17, aanhef en onder a, van het Frequentiebesluit en dit verzoek redelijkerwijs kan worden gehonoreerd.

    • 9.Alvorens een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.

  • Artikel 11. Overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel b

    Indien een vergunninghouder niet voldoet aan een verplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel b, wordt de vergunning ingetrokken, maar niet eerder dan nadat:

    • a. de vergunninghouder tenminste twee maal schriftelijk is geïnformeerd over zijn betalingsverplichting en hierbij een hersteltermijn is geboden om alsnog aan de financiële verplichting te voldoen, en

    • b. een voornemen tot intrekking is verzonden en de overtreder hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen één maand na dagtekening van deze voornemensbrief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen.

  • § 5. Slotbepalingen

  • Artikel 12. Inwerkingtreding

    Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • Artikel 13. Citeertitel

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep.

  • Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    Den Haag, 2 maart 2008
    De

    Staatssecretaris

    van Economische Zaken,

    F. Heemskerk