Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit ontheffing reclame-uitingen

Geldend van 15-03-2008 t/m heden

Besluit van het Commissariaat voor de Media van 19 februari 2008 houdende ontheffing van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet in verband met de vermeldingen en vertoningen van (co)producenten, facilitaire bedrijven, auteursrechthebbenden, vacaturebanken, loterijen en locaties in programmaonderdelen (Besluit ontheffing reclame-uitingen)

Het Commissariaat voor de Media,

gelet op artikel 52, derde lid, van de Mediawet;

gelet op artikel 1 van het ministerieel besluit van 17 februari 1988 (Stcrt. 49);

besluit:

– definities –

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. (co)producent: de rechtspersoon die een programmaonderdeel (mede) heeft vervaardigd;

  • b. auteursrechthebbende: de rechthebbende op het auteursrecht zoals bedoeld in artikel 1 van de Auteurswet;

  • c. facilitair bedrijf: de onderneming die de technische realisatie van het programmaonderdeel (mede) heeft uitgevoerd;

  • d. locatie: de plaats waar opnamen voor een programmaonderdeel zijn of worden gemaakt;

  • e. loterijen: de permanente landelijke goede doelenloterijen inclusief de sporttotalisator en de Staatsloterij, die een vergunning hebben op grond van de Wet op de Kansspelen;

– (co)producent en facilitaire bedrijf –

Artikel 2

  • 1 Aan instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vertonen in een programmaonderdeel van de naam van een (co)producent of facilitair bedrijf, onder de voorwaarden dat:

    • a. de vermelding of vertoning gebeurt op de aan- of aftitelrol of, voor zover het radio betreft, bij de aan- of afkondiging van het programmaonderdeel, en,

    • b. de vermelding of vertoning uit niet meer bestaat dan de naam en het logo van de producent of de naam van het facilitaire bedrijf.

– auteursrechthebbende –

Artikel 3

  • 1 Aan instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt, indien sprake is van een reclame-uiting, ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vermelden of tonen in een programmaonderdeel van de naam van een auteursrechthebbende op (een deel van) dat programmaonderdeel, onder de voorwaarden dat:

    • a. de vermelding of vertoning gebeurt op de aan- of aftitelrol of, voor zover het radio betreft, bij de aan- of afkondiging van het programmaonderdeel, en,

    • b. de vermelding of vertoning uit niet meer bestaat dan de naam van de auteursrechthebbende.

– vacaturebanken –

Artikel 4

  • 1 Aan lokale en regionale instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vermelden of vertonen van bedrijfsnamen in combinatie met adressen, telefoonnummers of websites in een programmaonderdeel, onder de voorwaarden dat:

    • a. het programmaonderdeel uitsluitend bestaat uit het vermelden of vertonen van vacatures bij bedrijven of overheidsinstellingen; en

    • b. er niet direct of indirect wordt verwezen naar de namen van uitzendbureau’s; en

    • c. het betreffende bedrijf, dan wel de door dit bedrijf geëxploiteerde producten of diensten, neutraal worden getoond of vermeld.

– loterij –

Artikel 5

  • 1 Aan instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vermelden of vertonen van naam of (beeld)merk van een loterij in een programmaonderdeel, onder de voorwaarden dat:

    • a. in het programmaonderdeel een trekking van een loterij bekend wordt gemaakt; en

    • b. de vermelding of vertoning van de naam betrekking heeft op de bekendmaking van de trekking.

– locatievermelding –

Artikel 6

  • 1 Aan instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vermelden van de locatie, onder de voorwaarden dat:

    • a. de vermelding ten hoogste twee maal tijdens het programmaonderdeel wordt gedaan; en

    • b. de vermelding uit niet meer bestaat dan de naam en, indien dit noodzakelijk is voor de identificatie van de locatie, de plaatsnaam van de locatie.

  • 2 Aan instellingen die zendtijd hebben verkregen wordt ontheffing verleend, van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 52 van de Mediawet, voor het vermelden of tonen van de locatie tijdens een vooraankondiging van een programmaonderdeel waar het publiek (al dan niet tegen betaling) de opnamen kan bijwonen, onder de voorwaarde dat:

    • a. de vermelding of vertoning ten hoogste één maal tijdens de vooraankondiging wordt gedaan; en

    • b. de vermelding uit niet meer bestaat dan de naam en, indien dit noodzakelijk is voor de identificatie van de locatie, de plaatsnaam van de locatie.

Artikel 7

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 maart 2008.

  • 2 De generieke ontheffingen van 31 augustus 1988, 30 november 1990, 26 oktober 1992, 1 maart 1993 en 4 december 1995 worden ingetrokken.

  • 3 Dit besluit wordt aangehaald als Besluit ontheffing reclame-uitingen.

  • 4 Dit besluit wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

Commissariaat voor de Media,

I. Brakman

Voorzitter

J. van Cuilenburg

Commissaris