Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Regieorgaan Energietransitie Nederland[Regeling vervallen per 02-02-2011 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2011.]

Geldend van 27-02-2008 t/m 31-12-2010

Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Economische Zaken van 22 februari 2008, nr. WJZ8015552, houdende instelling van het Regieorgaan Energietransitie Nederland

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Economische Zaken,

Na overleg met de Ministers van Verkeer en Waterstaat, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en voor Ontwikkelingssamenwerking;

Besluiten:

Artikel 1 [Vervallen per 02-02-2011]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. regieorgaan: het Regieorgaan Energietransitie Nederland;

  • b. ministers: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Economische Zaken;

  • c. energietransitie: de overgang naar een duurzame energiehuishouding door verbetering van de energie-efficiency, de inzet van alternatieve brandstoffen en energieproductiewijzen en de inzet van schoon fossiel;

  • d. platform: een samenwerkingsverband tussen publieke en private partijen dat vorm geeft aan de energietransitie voor een bepaald thema;

  • e. transitiepad: programmatische route waarlangs de energietransitie voor een bepaald thema verloopt.

Artikel 2 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 Er is een Regieorgaan Energietransitie Nederland.

  • 2 Het regieorgaan heeft tot taak:

    • a. draagvlak te creëren bij publieke en private partijen voor energietransitie en voor het ontwikkelen, opstellen en uitvoeren van transitiepaden;

    • b. de ontwikkeling en het proces van energietransitie te stimuleren en aan te jagen door het bundelen van de ambities, de mogelijkheden, de kennis en de ervaring van private partijen;

    • c. de samenhang tussen de verschillende activiteiten op het gebied van energietransitie te bewaken en te bevorderen zowel inhoudelijk als in de tijd;

    • d. te bevorderen dat een lange termijn planning opgesteld wordt voor energietransitie en de ontwikkeling en uitvoering van transitiepaden;

    • e. aanbevelingen te doen aan de ministers over energietransitie en de uitvoering van de transitiepaden op de korte en lange termijn aan de hand van monitoring, analyses en evaluaties;

    • f. nieuwe ontwikkelingen, initiatieven en innovaties op het gebied van energietransitie te stimuleren, op te sporen en te selecteren op relevantie aan de hand van de ambities en mogelijkheden van de markt en de voor energietransitie geformuleerde overheidsdoelstellingen;

    • g. aanbevelingen aan de ministers te doen ten aanzien van de wijze waarop de overheid betrokken kan zijn bij energietransitie en de ontwikkeling en uitvoering van de transitiepaden;

    • h. de transitiepaden eens in de vier jaar te evalueren en te actualiseren aan de hand waarvan aanbevelingen gedaan kunnen worden om de lange termijn planning te actualiseren;

    • i. een netwerk te vormen van publieke en private partijen ter bevordering van een heldere communicatie tussen deze partijen over energietransitie en de transitiepaden;

    • j. algemene publieksvoorlichting te bevorderen over energietransitie.

Artikel 3 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 Het regieorgaan wordt ingesteld voor de duur van vijf jaar.

  • 2 Het regieorgaan bestaat uit een voorzitter, een secretaris, de platformvoorzitters en drie leden, niet zijnde platformvoorzitters.

  • 3 De voorzitter, de secretaris en de drie leden, niet zijnde platformvoorzitters, worden door de ministers benoemd en kunnen door de ministers worden geschorst en ontslagen.

  • 4 De voorzitter, de secretaris en de drie leden, niet zijnde platformvoorzitters, worden benoemd voor twee jaar en zijn opnieuw benoembaar.

  • 5 Het lidmaatschap van de leden, zijnde platformvoorzitters, is gekoppeld aan de duur van hun voorzitterschap van een platform.

  • 6 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

  • 7 Met ingang van 1 maart 2008 worden tot lid van het regieorgaan benoemd:

    • a. de heer ir. T. Walthie, te Pfäffikon, Zwitserland, tevens voorzitter;

    • b. de heer ir. E. Luken, te Utrecht, tevens secretaris;

    • c. mevrouw ir. S. Bollwerk, te Bunnik;

    • d. mevrouw prof.dr. A.G.Z. Kemna, te Gouda;

    • e. de heer prof.dr.ir. P. Vellinga, te Eck en Wiel;

  • 8 Met ingang van 1 maart 2008 zijn de volgende platformvoorzitters lid van het regieorgaan:

    • a. de heer ir. H.A. Droog, voorzitter platform Duurzame Elektriciteitsvoorziening, te Eindhoven;

    • b. de heer ir. P.L.A. Hamm, voorzitter platform Groene Grondstoffen, te Rekem, België;

    • c. de heer ir. G.A.M. Hermans, voorzitter platform Duurzame Mobiliteit, te ’s-⁠Gravenhage;

    • d. de heer ir. G.J. van Luijk, voorzitter platform Ketenefficiency, te ’s-Gravenhage;

    • e. de heer dr. J.C. Terlouw, voorzitter platform Gebouwde Omgeving, te Twello;

    • f. de heer drs. U. Vermeulen, voorzitter platform Nieuw Gas, te Noordlaren;

    • g. de voorzitter van het platform Glastuinbouw.

  • 9 Een vertegenwoordiger van de Interdepartementale Programmadirectie Energietransitie kan als waarnemer bij de vergaderingen van het regieorgaan aanwezig zijn.

Artikel 4 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 Het regieorgaan stelt zijn eigen werkwijze vast.

  • 2 In het secretariaat van het regieorgaan wordt door de ministers voorzien.

  • 3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het regieorgaan geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het regieorgaan opgeborgen in het archief van dat ministerie.

Artikel 5 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 Het regieorgaan rapporteert op eigen initiatief dan wel op verzoek van de ministers mondeling of schriftelijk over zijn bevindingen en over de voortgang van zijn werkzaamheden.

  • 2 Het regieorgaan verstrekt desgevraagd aan de ministers of aan de Ministers van Verkeer en Waterstaat, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en voor Ontwikkelingssamenwerking de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen.

Artikel 6 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 De voorzitter van het regieorgaan ontvangt voor het bijwonen van een vergadering € 260,00.

  • 2 Voor voorbereidende werkzaamheden in het kader van het regieorgaan, anders dan het bijwonen van een vergadering, ontvangt de voorzitter een vergoeding, die wordt berekend op basis van een uurtarief dat is gebaseerd op salarisschaal 18 van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en op een voorbereidingstijd van tien uur per vergadering.

Artikel 7 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 De leden van het regieorgaan ontvangen voor het bijwonen van een vergadering een vergoeding van € 200,00.

  • 2 Voor voorbereidende werkzaamheden in het kader van het regieorgaan, anders dan het bijwonen van een vergadering, ontvangen de leden een vergoeding, die wordt berekend op basis van een uurtarief dat is gebaseerd op salarisschaal 18 van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en op een voorbereidingstijd van acht uur per vergadering.

Artikel 8 [Vervallen per 02-02-2011]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Vóór 1 januari 2010 worden de werkzaamheden van het regieorgaan geëvalueerd door de ministers op basis waarvan besloten kan worden tot verlenging van de instelling van het regieorgaan.

  • 3 Tenzij tot verlenging is besloten vervalt dit besluit vijf jaar na de inwerkingtreding.

Artikel 9 [Vervallen per 02-02-2011]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Regieorgaan Energietransitie Nederland.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 februari 2008

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer

De

Minister

van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven