Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (NPT en NFP)[Regeling vervallen per 28-11-2008.]

Geldend van 10-07-2008 t/m 27-11-2008

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 18 december 2007, nr. DCO/OO-337/07, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (NPT en NFP)

Artikel 1 [Vervallen per 28-11-2008]

Voor subsidieverlening op grond van artikelen 6.1, 6.4 en 6.5, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 geldt voor de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 voor het Programma voor institutionele versterking van post-secundaire onderwijs- en trainingscapaciteit (NPT) en de beurzenprogramma’s voor bijscholing van professioneel middenkader gericht op capaciteitsopbouw van organisaties in ontwikkelingslanden (NFP), in totaal het volgende subsidieplafond: € 76.000.000.

Artikel 2 [Vervallen per 28-11-2008]

Ten aanzien van de in artikel 1 genoemde programma’s gelden voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 de als respectievelijk bijlage 1 en 2 bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 3 [Vervallen per 28-11-2008]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Dit besluit zal met bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

,
namens deze:
de

Directeur-Generaal Internationale Samenwerking

,

R.J. Treffers

Bijlage 1 [Vervallen per 28-11-2008]

Beleidsregels inzake het Programma voor institutionele versterking van postsecondaire onderwijs- en trainingscapaciteit (NPT) [Vervallen per 28-11-2008]

Doelstelling [Vervallen per 28-11-2008]

De Nederlandse regering acht het belangrijk dat er een programma bestaat voor samenwerkingsprojecten ten behoeve van de duurzame versterking van post-secundaire opleidingscapaciteit in ontwikkelingslanden, waardoor deze landen beter in staat zullen zijn zelf (op de wat langere termijn) in de benodigde opleidingen en menskracht te voorzien. Het NPT voorziet hierin.

Het programma is gericht op capaciteit die van belang is voor de bilaterale samenwerkingssectoren, en op sectordoorsnijdende dan wel -overstijgende terreinen. Daarnaast is steun aan de postsecundaire onderwijs sector in meer algemene zin mogelijk.

Landenlijst [Vervallen per 28-11-2008]

Het programma beperkt zich, in aansluiting op het Nederlandse bilaterale beleid, tot de groep van 36 partnerlanden waarmee Nederland meerjarig samenwerkt; het programma wordt uitgevoerd in de 14 geselecteerde landen vermeld in de annex.

Vraagidentificatie en doelgroep [Vervallen per 28-11-2008]

Vraaggerichtheid en ownership staan centraal. De ontwikkelingslanden zullen zelf aangeven waar hun prioritaire behoeften voor ondersteuning van post-secundaire onderwijs- en trainingscapaciteit liggen. Lokale ‘stakeholder’ overlegstructuren zullen een cruciale rol spelen bij de vraagidentificatie en nationale prioriteitstelling. Zij zullen aangeven op welke sectoren en/of sectordoorsnijdende dan wel overstijgende terreinen het programma zich in het land zal richten. Dit wordt neergelegd in een globaal plan van aanpak voor NPT-interventies, waarin onder andere wordt aangegeven welke organisaties vanuit het programma ondersteund zullen worden. Dat hoeft niet beperkt te blijven tot opleidingsinstituten. Ook andere typen organisaties die een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van post-secundair onderwijs en training (Ministeries, nationale commissies, NGO’s) komen in aanmerking.

Vraag-aanbod koppeling [Vervallen per 28-11-2008]

De te ondersteunen organisaties zullen in de projecten samenwerken met Nederlandse organisaties, die de technische expertise leveren. Daartoe zal uit het gehele in Nederland aanwezige aanbod geput kunnen worden. Teneinde op een zo transparant en objectief mogelijke wijze het meest geschikte aanbod bij de vraag te kunnen vinden, wordt voor subsidies die meer dan € 50.000 bedragen een tenderprocedure gehanteerd.

Looptijd programma [Vervallen per 28-11-2008]

Het programma wordt vanaf 2008 afgebouwd. Hierdoor zullen niet alle vermelde procedures van toepassing blijven.

Uitvoering en beheer [Vervallen per 28-11-2008]

De uitvoering van het programma is in 2008 door de Minister voor een periode van 2 jaar (met mogelijkheid van verlenging met maximaal drie maal een jaar) uitbesteed aan de stichting Nuffic. De Nuffic zal het beheer over het programma voeren en, in nauwe samenwerking met de ambassades, een belangrijke faciliterende rol vervullen bij de vraagidentificatie en vraag-aanbod koppeling. Verder zal de Nuffic namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking subsidies verlenen voor de uitvoering van de projecten.

Verdeling van middelen [Vervallen per 28-11-2008]

De Nuffic zal per deelnemend land een globale budgetindicatie geven. De budgetindicaties worden afhankelijk van de vraag nader ingevuld. Het streven is minimaal 50% van de programmamiddelen aan projecten in sub-Sahara Afrika te besteden.

Annex: Landenlijst NPT [Vervallen per 28-11-2008]

  • 1. Benin

  • 2. Colombia

  • 3. Ethiopië

  • 4. Ghana

  • 5. Guatemala

  • 6. Indonesië

  • 7. Jemen

  • 8. Mozambique

  • 9. Rwanda

  • 10. Tanzania

  • 11. Oeganda

  • 12. Vietnam

  • 13. Zambia

  • 14. Zuid Afrika

Bijlage 2 [Vervallen per 28-11-2008]

Beleidsregels inzake het beurzenprogramma voor opleidingen met een academische graad, van één tot enkele jaren (NFP-AP) en het beurzenprogramma voor korte opleidingen en (tailor-made) trainingen, van maximaal 1 jaar (NFP-TP) [Vervallen per 28-11-2008]

Doelstelling en doelgroep [Vervallen per 28-11-2008]

De Nederlandse regering acht het belangrijk dat er beurzenprogramma’s bestaan die mensen uit ontwikkelingslanden in staat stellen deel te nemen aan academische graadverlenende (Masters, PhD) opleidingen van een tot enkele jaren,en aandiplomacursussen en tailor-made groepstrainingen, van maximaal 1 jaar, die geheel of gedeeltelijk door Nederlandse organisaties worden verzorgd. Deze programma’s voorzien hierin. De programma’s concentreren zich op het tegemoetkomen aan behoeftes aan bijscholing op de korte termijn, gericht op capaciteitsopbouw in een breed spectrum van overheids-, privé- en niet-gouvernementele organisaties (onderwijsinstellingen, planningsinstituten, Ministeries, basisorganisaties, bedrijven etcetera). De doelgroep bestaat uit personen die reeds afgestudeerd en werkzaam zijn. Zij dienen door hun werkgever te worden voorgedragen voor deelname aan een van de opleidingen.

De programma’s zijn breed inzetbaar en niet beperkt tot de bilaterale OS-samenwerkingsterreinen.

Landenlijst [Vervallen per 28-11-2008]

Het programma staat open voor 57 landen (zie de annex).

Vraagidentificatie [Vervallen per 28-11-2008]

Ter vergroting van de impact van de beurzen op capaciteitsopbouw wordt de beursverlening gekoppeld aan de institutionele ontwikkeling van organisaties in ontwikkelingslanden. Beurzen zullen weliswaar op individuele basis worden verstrekt maar de individuele opleidingsbehoefte van kandidaten dient ingebed te zijn binnen de institutionele ontwikkeling van de lokale organisaties waarvoor zij werkzaam zijn. Dat kunnen opleidingsinstituten zijn, maar ook overheidsdiensten, midden- en klein bedrijf, NGO’s, etcetera. Vraaggerichtheid staat centraal. Vooralsnog kunnen kandidaten uit alle 57 landen zich individueel aanmelden. Daarnaast is in een aantal landen een nieuwe vorm van vraagidentificatie ingevoerd (zie de Annex). Daarbij worden op nationaal niveau organisaties geïdentificeerd waarmee meerjarenafspraken gemaakt worden en die hun stafleden voor kunnen dragen voor deelname aan een opleiding.

Opleidingenaanbod [Vervallen per 28-11-2008]

Om zo breed mogelijk tegemoet te kunnen komen aan de vraag worden binnen dit programma beurzen verstrekt voor een groot deel van de door Nederlandse organisaties aangeboden opleidingen. Voor het NFP-TP kunnen dat zijn internationale cursussen waaraan geen graad is verbonden (bijv. diplomacursussen of modules van Mastersopleidingen) maar ook tailor-made trainingen die nog ontwikkeld moeten worden. Voor het NFP-AP zijn dat post-graduate Masters en PhD opleidingen. Wat de bestaande cursussen betreft moet het aanbod aan bepaalde minimumeisen voldoen om opgenomen te worden in een voor het programma samen te stellen opleidingenlijst.

Selectie van beursaanvragen en vraag-aanbod koppeling [Vervallen per 28-11-2008]

Wat betreft de selectie van beursaanvragen voor de academische graadverlenende opleidingenen de korte diplomacursussenwordt de verdeling van beurzen over de verschillende opleidingen gerelateerd aan het totaal van de gekwalificeerde aanvragen en aan de mate waarin de opleidingen een ‘studie in de regio’-component bevatten. Bij de selectie van kandidaten wordt voorrang gegeven aan zich kwalificerende kandidaten afkomstig van geïdentificeerde partnerorganisaties waarmee meerjarenafspraken zijn gemaakt.

Voor nog te ontwikkelen tailor-made trainingen zal uit het gehele in Nederland aanwezige aanbod geput kunnen worden. Teneinde op een zo transparant en objectief mogelijke wijze het meest geschikte aanbod bij de vraag te kunnen vinden, wordt voor subsidies die meer bedragen dan € 50.000 een tenderprocedure gehanteerd.

De administratieve en logistieke ondersteuning van de beursverlening wordt in principe door de Nederlandse instelling verleend.

Looptijd programma’s [Vervallen per 28-11-2008]

De programma’s worden vanaf 2008 afgebouwd. Hierdoor zullen niet alle vermelde procedures van toepassing blijven.

Uitvoering en beheer [Vervallen per 28-11-2008]

De uitvoering van het programma is vanaf 2008 door de Minister voor een periode van 2 jaar, met de mogelijkheid van verlenging met maximaal drie maal een jaar, uitbesteed aan de stichting Nuffic. De Nuffic zal het beheer over het programma voeren en, in nauwe samenwerking met de ambassades, een belangrijke rol vervullen bij de vraagidentificatie, bij de bekendstelling van het aanbod, bij de vraag-aanbod koppeling en bij de externe monitoring en evaluatie. Verder zal de Nuffic namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking subsidies (in de vorm van beurzen) verlenen aan Nederlandse organisaties voor deelname van geselecteerde beursaanvragers aan de desbetreffende opleiding of voor het opzetten en uitvoeren van een tailor-made training.

Verdeling van middelen [Vervallen per 28-11-2008]

Er zal geen sprake zijn van landenallocaties vooraf of van een verdeling van fondsen vooraf over de organisaties in de landen waarmee meerjarenafspraken zijn gemaakt. Deze afspraken zullen wel een indicatie bevatten. De Nuffic zal in de financiële planning op programmaniveau rekening houden met de meerjarenafspraken die met de zuidelijke organisaties worden gemaakt.

Het streven is minimaal 50% van de programmamiddelen aan bursalen afkomstig uit sub-Sahara Afrika te besteden en minimaal 50% van de beurzen aan vrouwen te verlenen.

Annex: Landenlijst

Annex [Vervallen per 28-11-2008]

Landenlijst NFP (beurzenprogramma’s voor opleidingen met een academische graad, van één tot enkele jaren, en voor korte opleidingen en (tailor-made) trainingen, van maximaal één jaar)

1. Afghanistan

31. Jemen*

2. Albanië

32. Jordanië

3. Armenië

33. Kaapverdië

4. Bangladesh

34. Kenia

5. Benin

35. Macedonië*

6. Bhutan*

36. Mali

7. Bolivia*

37. Moldavië

8. Bosnië-Herzegowina

38. Mongolië

9. Brazilië

39. Mozambique

10. Burkina Faso

40. Namibië*

11. Cambodja

41. Nepal

12. China

42. Nicaragua

13. Colombia*

43. Nigeria

14. Costa Rica

44. Oeganda*

15. Cuba

45. Pakistan

16. Ecuador*

46. Palestijnse autoriteit*

17. Egypte*

47. Peru*

18. El Salvador

48. Rwanda*

19. Eritrea

49. Senegal

20. Ethiopië*

50. Sri Lanka

21. Filippijnen

51. Suriname

22. Georgië

52. Tanzania*

23. Ghana*

53. Thailand

24. Guatemala*

54. Vietnam*

25. Guinee Bissau

55. Zambia

26. Honduras

56. Zimbabwe

27. India

57. Zuid-Afrika*

28. Indonesië

 

29. Iran

 

30. Ivoorkust

 

* landen waarin meerjarenafspraken zijn/worden gemaakt.