Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Regeling bodemkwaliteit

Geldend op 28-04-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Bijlage B. , behorende bij hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit Achtergrondwaarden en maximale waarden voor grond en baggerspecie

    Tabel 1. Normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, voor de bodem waarop grond of bagger wordt toegepast en voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel (voor standaardbodem, in mg kg/ds).
     

    Achtergrondwaarden

    Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel2

    Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen

    Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie

    Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem

     

    Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen

    Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie

    Maximale emissiewaarden

    Emissietoetswaarden

    Stof (1)

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg

    L/S 10

    mg/kg ds

    1. Metalen

    antimoon (Sb)

    4,0*

     

    15

    22

    0,070

    9

    arseen (As)

    20

    X

    27

    76

    0,61

    42

    barium (Ba)

          

    cadmium (Cd)

    0,60

    X en 7,5

    1,2

    4,3

    0,051

    4,3

    chroom (Cr)

    55

    X

    62

    180

    0,17

    180

    kobalt (Co)

    15

     

    35

    190

    0,24

    130

    koper (Cu)

    40

    X

    54

    190

    1,0

    113

    kwik (Hg)

    0,15

    X

    0,83

    4,8

    0,49

    4,8

    lood (Pb)

    50

    X

    210

    530

    15

    308

    molybdeen (Mo)

    1,5*

     

    88

    190

    0,48

    105

    nikkel (Ni)

    35

    X

    39

    100

    0,21

    100

    tin (Sn)

    6,5

     

    180

    900

    0,093

    450

    vanadium (V)

    80

     

    97

    250

    1,9

    146

    zink (Zn)

    140

    X

    200

    720

    2,1

    430

           

    2. Overige anorganische stoffen

    chloride3

        

     

    cyanide (vrij)4

    3,0

     

    3,0

    20

    nvt

    nvt

    cyanide (complex)5

    5,5

     

    5,5

    50

    nvt

    nvt

    thiocyanaten

    6,0

     

    6,0

    20

    nvt

    nvt

           

    3. Aromatische stoffen

    benzeen

    0,20*

     

    0,20

    1

    nvt

    nvt

    ethylbenzeen

    0,20*

     

    0,20

    1,25

    nvt

    nvt

    tolueen

    0,20*

     

    0,20

    1,25

    nvt

    nvt

    xylenen (som)

    0,45*

     

    0,45

    1,25

    nvt

    nvt

    styreen (vinylbenzeen)

    0,25*

     

    0,25

    86

    nvt

    nvt

    fenol

    0,25

     

    0,25

    1,25

    nvt

    nvt

    cresolen (som)

    0,30*

     

    0,30

    5

    nvt

    nvt

    dodecylbenzeen

    0,35*

     

    0,35

    0,35

    nvt

    nvt

    aromatische oplosmiddelen (som)6

    2,5*

     

    2,5

    2,5

    nvt

    nvt

           

    4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)

    naftaleen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    fenantreen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    antraceen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    fluorantheen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    chryseen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    benzo(a)antraceen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    benzo(a)pyreen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    benzo(k)fluorantheen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    indeno(1,2,3cd)pyreen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    benzo(ghi)peryleen

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PAK’s totaal (som 10)

    1,5

     

    6,8

    40

    nvt

    nvt

           

    5. Gechloreerde koolwaterstoffen

    a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen

    monochlooretheen (vinylchloride)7

    0,10*

     

    0,10

    0,1

    nvt

    nvt

    dichloormethaan

    0,10

     

    0,10

    3,9

    nvt

    nvt

    1,1-dichloorethaan

    0,20*

     

    0,20

    0,20

    nvt

    nvt

    1,2-dichloorethaan

    0,20*

     

    0,20

    4

    nvt

    nvt

    1,1-dichlooretheen7

    0,30*

     

    0,30

    0,30

    nvt

    nvt

    1,2-dichlooretheen (som)

    0,30*

     

    0,30

    0,30

    nvt

    nvt

    dichloorpropanen (som)

    0,80*

     

    0,80

    0,80

    nvt

    nvt

    trichloormethaan (chloroform)

    0,25*

     

    0,25

    3

    nvt

    nvt

    1,1,1-trichloorethaan

    0,25*

     

    0,25

    0,25

    nvt

    nvt

    1,1,2-trichloorethaan

    0,30*

     

    0,30

    0,30

    nvt

    nvt

    trichlooretheen (Tri)

    0,25*

     

    0,25

    2,5

    nvt

    nvt

    tetrachloormethaan (Tetra)

    0,30*

     

    0,30

    0,7

    nvt

    nvt

    tetrachlooretheen (Per)

    0,15

     

    0,15

    4

    nvt

    nvt

           

    b. chloorbenzenen

    monochloorbenzeen

    0,20*

     

    0,20

    5

    nvt

    nvt

    dichloorbenzenen (som)

    2,0*

     

    2,0

    5

    nvt

    nvt

    trichloorbenzenen (som)

    0,015*

     

    0,015

    5

    nvt

    nvt

    tetrachloorbenzenen (som)

    0,0090*

     

    0,0090

    2,2

    nvt

    nvt

    pentachloorbenzeen

    0,0025

     

    0,0025

    5

    nvt

    nvt

    hexachloorbenzeen

    0,0085

    X

    0,027

    1,4

    nvt

    nvt

    chloorbenzenen (som)

          
           

    c. chloorfenolen

    monochloorfenolen (som)

    0,045

     

    0,045

    5,4

    nvt

    nvt

    dichloorfenolen (som)

    0,20*

     

    0,20

    6

    nvt

    nvt

    trichloorfenolen (som)

    0,0030*

     

    0,0030

    6

    nvt

    nvt

    tetrachloorfenolen (som)

    0,015*

     

    1

    6

    nvt

    nvt

    pentachloorfenol

    0,0030*

    X

    1,4

    5

    nvt

    nvt

    chloorfenolen (som)

          
           

    d. polychloorbifenylen (PCB’s)

    PCB 28

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 52

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 101

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 118

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 138

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 153

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB 180

     

    X

      

    nvt

    nvt

    PCB’s (som 7)

    0,020

     

    0,020

    0,5

    nvt

    nvt

           

    e. overige gechloreerde koolwaterstoffen

    monochlooranilinen (som)

    0,20*

     

    0,20

    0,20

    nvt

    nvt

    pentachlooraniline

    0,15*

     

    0,15

    0,15

    nvt

    nvt

    dioxine (som TEQ)

    0,000055*

     

    0,000055

    0,000055

    nvt

    nvt

    chloornaftaleen (som)

    0,070*

     

    0,070

    10

    nvt

    nvt

           

    6. Bestrijdingsmiddelen

    a. organochloorbestrijdingsmiddelen

    chloordaan (som)

    0,0020

    X

    0,0020

    0,1

    nvt

    nvt

    DDT (som)

    0,20

    X

    0,20

    1

    nvt

    nvt

    DDE (som)

    0,10

    X

    0,13

    1,3

    nvt

    nvt

    DDD (som)

    0,020

    X

    0,84

    34

    nvt

    nvt

    DDT/DDE/DDD (som)

        

    nvt

    nvt

    aldrin

     

    X

      

    nvt

    nvt

    dieldrin

     

    X

      

    nvt

    nvt

    endrin

     

    X

      

    nvt

    nvt

    isodrin

     

    X

      

    nvt

    nvt

    telodrin

     

    X

      

    nvt

    nvt

    drins (som)

    0,015

     

    0,04

    0,14

    nvt

    nvt

    endosulfansulfaat

     

    X

      

    nvt

    nvt

    α-endosulfan

    0,00090

    X

    0,00090

    0,1

    nvt

    nvt

    α-HCH

    0,0010

    X

    0,0010

    0,5

    nvt

    nvt

    β-HCH

    0,0020

    X

    0,0020

    0,5

    nvt

    nvt

    γ-HCH (lindaan)

    0,0030

    X

    0,04

    0,5

    nvt

    nvt

    δ-HCH

     

    X

      

    nvt

    nvt

    HCH-verbindingen (som)

        

    nvt

    nvt

    heptachloor

    0,00070

    X

    0,00070

    0,1

    nvt

    nvt

    heptachloorepoxide (som)

    0,0020

    X

    0,0020

    0,1

    nvt

    nvt

    hexachloorbutadieen

    0,003*

    X

      

    nvt

    nvt

    organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som landbodem)

    0,40

       

    nvt

    nvt

           

    b. organofosforpesticiden

    azinfos-methyl

    0,0075*

     

    0,0075

    0,0075

    nvt

    nvt

           

    c. organotin bestrijdingsmiddelen

    organotin verbindingen (som)8

    0,15

     

    0,5

    2,59

    nvt

    nvt

    tributyltin (TBT)8

    0,065

     

    0,065

    0,065

    nvt

    nvt

           

    d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden

    MCPA

    0,55*

     

    0,55

    0,55

    nvt

    nvt

           

    e. overige bestrijdingsmiddelen

    atrazine

    0,035*

     

    0,035

    0,5

    nvt

    nvt

    carbaryl

    0,15*

     

    0,15

    0,45

    nvt

    nvt

    carbofuran7

    0,017*

     

    0,017

    0,017

    nvt

    nvt

    4-chloormethylfenolen (som)

    0,60*

     

    0,60

    0,60

    nvt

    nvt

    organostikstof- en organofosforbestrijdingsmiddelen (som)

    0,090*

     

    0,090

    0,5

    nvt

    nvt

           

    7. Overige stoffen

    asbest10

    100

    100

    nvt

    nvt

    cyclohexanon

    2,0*

     

    2,0

    150

    nvt

    nvt

    dimethyl ftalaat11

    0,045*

     

    9,2

    60

    nvt

    nvt

    diethyl ftalaat11

    0,045*

     

    5,3

    53

    nvt

    nvt

    di-isobutylftalaat11

    0,045*

     

    1,3

    17

    nvt

    nvt

    dibutyl ftalaat11

    0,070*

     

    5,0

    36

    nvt

    nvt

    butyl benzylftalaat11

    0,070*

     

    2,6

    48

    nvt

    nvt

    dihexyl ftalaat11

    0,070*

     

    18

    60

    nvt

    nvt

    di(2-ethylhexyl)ftalaat11

    0,045*

     

    8,3

    60

    nvt

    nvt

    minerale olie12, 13

    190

    3000

    190

    500

    nvt

    nvt

    pyridine

    0,15*

     

    0,15

    1

    nvt

    nvt

    tetrahydrofuran

    0,45

     

    0,45

    2

    nvt

    nvt

    tetrahydrothiofeen

    1,5*

     

    1,5

    8,8

    nvt

    nvt

    tribroommethaan (bromoform)

    0,20*

     

    0,20

    0,20

    nvt

    nvt

    ethyleenglycol

    5,0

     

    5,0

    5,0

    nvt

    nvt

    diethyleenglycol

    8,0

     

    8,0

    8,0

    nvt

    nvt

    acrylonitril

    0,1*

     

    0,1

    0,1

    nvt

    nvt

    formaldehyde

    0,1*

     

    0,1

    0,1

    nvt

    nvt

    isopropanol (2-propanol)

    0,75

     

    0,75

    0,75

    nvt

    nvt

    methanol

    3,0

     

    3,0

    3,0

    nvt

    nvt

    butanol (1-butanol)

    2,0*

     

    2,0

    2,0

    nvt

    nvt

    butylacetaat

    2,0*

     

    2,0

    2,0

    nvt

    nvt

    ethylacetaat

    2,0*

     

    2,0

    2,0

    nvt

    nvt

    methyl-tert-butyl ether (MTBE)

    0,20*

     

    0,20

    0,20

    nvt

    nvt

    methylethylketon

    2,0*

     

    2,0

    2,0

    nvt

    nvt

    Opmerkingen:

    • 1) Voor het vaststellen van een overschrijding van de waarden en het omgaan met rapportagegrenzen en aantoonbaarheidsgrenzen is bijlage G, onder IV, van toepassing.

    • 2) Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen’ of in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie’ geen waarde is vermeld, wordt de grond, baggerspecie, bodem of bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam ingedeeld in de bodemfunctieklasse industrie. Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie’ geen waarde is vermeld, dient bij hoge meetwaarden rekening te worden gehouden met mogelijke overschrijdingen van de indicatieve interventiewaarden, bedoeld in de Circulaire Bodemsanering 2009.

    • 3) Voor dioxine wordt de som TEQ berekend als de som van de producten van de concentraties van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s en de TEF overeenkomstig de volgende formule:

      Som TEQ

      =

      248016

      Waarin:

      TEQ

      =

      toxische equivalent (‘WHO-TEQ’)

      C

      =

      concentratie van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s

      TEF

      =

      ToxiciteitsEquivalentieFactor

      De TEQ waarde drukt de toxiciteit van de aanwezige dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s uit in toxiciteit van referentiestof TCDD.

      De in te vullen TEF kan worden afgeleid van de volgende tabel:

      Stof

      TEF

      Gechlorineerde dibenzo-p-dioxines

       

      2,3,7,8-TCDD

      1

      1,2,3,7,8-PeCDD

      1

      1,2,3,6,7,8-HxCDD

      0,1

      1,2,3,7,8,9-HxCDD

      0,1

      1,2,3,4,7,8-HxCDD

      0,1

      1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

      0,01

      1,2,3,4,6,7,8,9-OCDD

      0,0003

      Gechlorineerde dibenzofuranen

       

      2,3,7,8-TCDF

      0,1

      1,2,3,7,8-PeCDF

      0,03

      2,3,4,7,8-PeCDF

      0,3

      1,2,3,6,7,8-HxCDF

      0,1

      1,2,3,7,8,9-HxCDF

      0,1

      1,2,3,4,7,8-HxCDF

      0,1

      2,3,4,6,7,8-HxCDF

      0,1

      1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

      0,01

      1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

      0,01

      1,2,3,4,6,7,8,9-OCDF

      0,0003

      PCBs

       

      PCB77

      0,0001

      PCB81

      0,0003

      PCB105

      0,00003

      PCB114

      0,00003

      PCB118

      0,00003

      PCB123

      0,00003

      PCB126

      0,1

      PCB156

      0,00003

      PCB157

      0,00003

      PCB167

      0,00003

      PCB169

      0,03

      PCB189

      0,00003

    Verklaring symbolen in tabel 1:

    1 Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

    2 De msPAF wordt berekend voor de met x aangegeven stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel indien:

    • * de gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en

    • * voor organische stoffen: msPAF < 20%, en

    • * voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt.

    Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF-berekening geldt de achtergrondwaarde (m.u.v. somparameters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening en de overige in tabel 1 genoemde metalen). Minerale olie maakt geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze stof de waarde, die vermeld is in de kolom ‘Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel’. Voor toetsing aan Achtergrondwaarden worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast.

    Uit artikel 36 van het Besluit vloeit voort dat naast de msPAF toetsing ook een toets moet plaatsvinden aan de Interventiewaarden bodem. Ook voor metalen waarvoor geen Maximale waarden voor verspreiden over het aangrenzend perceel is opgenomen, is toetsing aan de Interventiewaarden bodem noodzakelijk. Voor metalen waar geen Interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd. Voor het verspreiden op het aangrenzend perceel zal binnen enkele jaren de bestaande risicobenadering (msPAF) aan worden gevuld met de metalen die daar nog geen onderdeel van uitmaken en waarvoor in deze tabel geen Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel zijn vastgesteld.

    3 Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak water of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde.

    4 Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht).

    5 Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten).

    6 De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 16 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie.

    7De maximale waarden bodemfunctieklasse wonen en industrie van deze stoffen zijn gelijk aan de interventiewaarden bodemsanering en zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht.

    8 De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9.

    9 De eenheid van de Maximale Waarde Industrie voor organotinverbindingen (som) is organotin in mg/kg ds.

    10 Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest.

    11 Het is onzeker of de Achtergrondwaarden en Maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt.

    12 Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.

    13 Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg ds.

    * Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

    Tabel 2. Normwaarden voor toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarop grond of baggerspecie wordt toegepast (waarden voor een standaardbodem, in mg/kg ds)
     

    Achtergrondwaarden

    Maximale waarden verspreiden baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam2

    Interventiewaarden bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam

    Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie3

    Maximale waarden verspreiden baggerspecie in een zout oppervlaktewaterlichaam4

    Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam

    Maximale waarden kwaliteitsklasse A

    Maximale waarden kwaliteitsklasse B

    Maximale emissiewaarden

    Emissietoetswaarden

    Stof1

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg ds

    mg/kg L/S 10

    mg/kg ds

    1. Metalen

    antimoon (Sb)

    4,0*

     

    15

    22

     

    0,070

    9

    arseen (As)

    20

    29

    85

    76

    29@

    0,61

    42

    Barium (Ba)17

           

    cadmium (Cd)

    0,60

    4

    14

    4,3

    4

    0,051

    4,3

    chroom (Cr)

    55

    120

    380

    180

    120@

    0,17

    180

    kobalt (Co)

    15

    25

    240

    190

     

    0,24

    130

    koper (Cu)

    40

    96

    190

    190

    60@

    1,0

    113

    kwik (Hg)

    0,15

    1,2

    10

    4,8

    1,2

    0,49

    4,8

    lood (Pb)

    50

    138

    580

    530

    110

    15

    308

    molybdeen (Mo)

    1,5*

    5

    200

    190

     

    0,48

    105

    nikkel (Ni)

    35

    50

    210

    100

    45

    0,21

    100

    tin (Sn)

    6,5

      

    900

     

    0,093

    450

    vanadium (V)

    80

      

    250

     

    1,9

    146

    zink (Zn)

    140

    563

    2000

    720

    365@

    2,1

    430

            

    2. Overige anorganische stoffen

    chloride5

         

     

    cyanide (vrij)6

    3,0

     

    20

    20

     

    nvt

    nvt

    cyanide-complex

    5,5

     

    50

    50

     

    nvt

    nvt

    thiocyanaten

    6,0

     

    20

    20

     

    nvt

    nvt

            

    3. Aromatische stoffen

    benzeen

    0,20*

     

    1

    1

     

    nvt

    nvt

    ethylbenzeen

    0,20*

     

    50

    1,25

     

    nvt

    nvt

    tolueen

    0,20*

     

    130

    1,25

     

    nvt

    nvt

    xylenen (som)

    0,45*

     

    25

    1,25

     

    nvt

    nvt

    styreen (vinylbenzeen)

    0,25*

     

    100

    86

     

    nvt

    nvt

    fenol

    0,25

     

    40

    1,25

     

    nvt

    nvt

    cresolen (som)

    0,30*

     

    5

    5

     

    nvt

    nvt

    dodecylbenzeen

    0,35*

      

    0,35

     

    nvt

    nvt

    aromatische oplosmiddelen (som)7

    2,5*

      

    2,5

     

    nvt

    nvt

            

    4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)

    naftaleen

           

    fenantreen

           

    antraceen

           

    fluorantheen

           

    chryseen

           

    benzo(a)antraceen

           

    benzo(a)pyreen

           

    benzo(k)fluorantheen

           

    indeno(1,2,3cd)pyreen

           

    benzo(ghi)peryleen

           

    PAK’s totaal (som 10)

    1,5

    9

    40

    40

    8

    nvt

    nvt

            

    5. Gechloreerde koolwaterstoffen

    a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen

    monochlooretheen (vinylchloride)8

    0,10*

     

    0,1

    0,1

     

    nvt

    nvt

    dichloormethaan

    0,10

     

    10

    3,9

     

    nvt

    nvt

    1,1-dichloorethaan

    0,20*

     

    15

    0,20

     

    nvt

    nvt

    1,2-dichloorethaan

    0,20*

     

    4

    4

     

    nvt

    nvt

    1,1-dichlooretheen8

    0,30*

     

    0,3 (9)

    0,30

     

    nvt

    nvt

    1,2-dichlooretheen (som)

    0,30*

     

    1

    0,30

     

    nvt

    nvt

    dichloorpropanen (som)

    0,80*

     

    2

    0,80

     

    nvt

    nvt

    trichloormethaan (chloroform)

    0,25*

     

    10

    3

     

    nvt

    nvt

    1,1,1-trichloorethaan

    0,25*

     

    15

    0,25

     

    nvt

    nvt

    1,1,2-trichloorethaan

    0,30*

     

    10

    0,30

     

    nvt

    nvt

    trichlooretheen (Tri)

    0,25*

     

    60

    2,5

     

    nvt

    nvt

    tetrachloormethaan (Tetra)

    0,30*

     

    1

    0,7

     

    nvt

    nvt

    tetrachlooretheen (Per)

    0,15

     

    4

    4

     

    nvt

    nvt

            

    b. chloorbenzenen

    monochloorbenzeen

    0,20*

      

    5

     

    nvt

    nvt

    dichloorbenzenen (som)

    2,0*

      

    5

     

    nvt

    nvt

    trichloorbenzenen (som)

    0,015*

      

    5

     

    nvt

    nvt

    tetrachloorbenzenen (som)

    0,0090*

      

    2,2

     

    nvt

    nvt

    pentachloorbenzeen

    0,0025

    0,007

     

    5

     

    nvt

    nvt

    hexachloorbenzeen

    0,0085

    0,044

     

    1,4

    0,02

    nvt

    nvt

    chloorbenzenen (som)10

    2,0* ~

     

    30

      

    nvt

    nvt

            

    c. chloorfenolen

    monochloorfenolen (som)

    0,045

      

    5,4

     

    nvt

    nvt

    dichloorfenolen (som)

    0,20*

      

    6

     

    nvt

    nvt

    trichloorfenolen (som)

    0,0030*

      

    6

     

    nvt

    nvt

    tetrachloorfenolen (som)

    0,015*

      

    6

     

    nvt

    nvt

    pentachloorfenol

    0,0030*

    0,016

    5

    5

     

    nvt

    nvt

    chloorfenolen (som)10

    0,20* ~

     

    10

      

    nvt

    nvt

            

    d. polychloorbifenylen (PCB’s)

    PCB 28

    0,0015~

    0,014

       

    nvt

    nvt

    PCB 52

    0,0020~

    0,015

       

    nvt

    nvt

    PCB 101

    0,0015~

    0,023

       

    nvt

    nvt

    PCB 118

    0,0045~

    0,016

       

    nvt

    nvt

    PCB 138

    0,0040~

    0,027

       

    nvt

    nvt

    PCB 153

    0,0035~

    0,033

       

    nvt

    nvt

    PCB 180

    0,0025~

    0,018

       

    nvt

    nvt

    PCB’s (som 7)

    0,020

    0,139

    1

    0,5

    0,1@

    nvt

    nvt

            

    e. overige gechloreerde koolwaterstoffen

    monochlooranilinen (som)

    0,20*

     

    50

    0,20

     

    nvt

    nvt

    pentachlooraniline

    0,15*

      

    0,15

     

    nvt

    nvt

    dioxine (som TEQ)

    0,000055*

      

    0,000055

     

    nvt

    nvt

    chloornaftaleen (som)

    0,070*

     

    10

    10

     

    nvt

    nvt

            

    6. Bestrijdingsmiddelen

    a. organochloorbestrijdingsmiddelen

    chloordaan (som)

    0,0020

     

    4

    0,1

     

    nvt

    nvt

    DDT (som)

       

    1

     

    nvt

    nvt

    DDE (som)

       

    1,3

     

    nvt

    nvt

    DDD (som)

       

    34

     

    nvt

    nvt

    DDT/DDE/DDD (som)

    0,30~

    0,30$

    4

     

    0,02

    nvt

    nvt

    aldrin

    0,00080~

    0,0013

       

    nvt

    nvt

    dieldrin

    0,0080~

    0,0080$

       

    nvt

    nvt

    endrin

    0,0035~

    0,0035$

       

    nvt

    nvt

    isodrin

    0,0010* ~

        

    nvt

    nvt

    telodrin

    0,00050~

        

    nvt

    nvt

    drins (som)

    0,015

    0,015$

    4

    0,14

     

    nvt

    nvt

    endosulfansulfaat

         

    nvt

    nvt

    α-endosulfan

    0,00090

    0,0021

    4

    0,1

     

    nvt

    nvt

    α-HCH

    0,0010

    0,0012

     

    0,5

     

    nvt

    nvt

    β-HCH

    0,0020

    0,0065

     

    0,5

     

    nvt

    nvt

    γ-HCH (lindaan)

    0,0030

    0,003$

     

    0,5

     

    nvt

    nvt

    δ-HCH

         

    nvt

    nvt

    HCH-verbindingen (som)

    0,010~

    0,010$

    2

      

    nvt

    nvt

    heptachloor

    0,00070

    0,004

    4

    0,1

     

    nvt

    nvt

    heptachloorepoxide (som)

    0,0020

    0,004

    4

    0,1

     

    nvt

    nvt

    hexachloorbutadieen

    0,003*

    0,0075

       

    nvt

    nvt

    organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som waterbodem)

    0,40

        

    nvt

    nvt

            

    b. organofosforpesticiden

    azinfos-methyl

    0,0075*

      

    0,0075

     

    nvt

    nvt

            

    c. organotin bestrijdingsmiddelen

    organotin verbindingen (som)11

    0,15

     

    2,512

    2,512

     

    nvt

    nvt

    tributyltin (TBT)11

    0,065

    0,25

     

    0,065

    0,2513

    0,11514

    nvt

    nvt

            

    d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden

    MCPA

    0,55*

     

    4

    0,55

     

    nvt

    nvt

            

    e. overige bestrijdingsmiddelen

    atrazine

    0,035*

     

    6

    0,5

     

    nvt

    nvt

    carbaryl

    0,15*

     

    5

    0,45

     

    nvt

    nvt

    carbofuran

    0,017*

     

    2

    0,017

     

    nvt

    nvt

    4-chloormethylfenolen (som)

    0,60*

      

    0,60

     

    nvt

    nvt

    organostikstof- en organofosforbestrijdingsmiddelen (som)

    0,090*

      

    0,5

     

    nvt

    nvt

            

    7. Overige stoffen

    asbest15

    100

    100

    100

    100

    nvt

    nvt

    cyclohexanon

    2,0*

     

    45

    150

     

    nvt

    nvt

    dimethyl ftalaat

       

    60

     

    nvt

    nvt

    diethyl ftalaat

       

    53

     

    nvt

    nvt

    di-isobutylftalaat

       

    17

     

    nvt

    nvt

    dibutyl ftalaat

       

    36

     

    nvt

    nvt

    butyl benzylftalaat

       

    48

     

    nvt

    nvt

    dihexyl ftalaat

       

    60

     

    nvt

    nvt

    di(2-ethylhexyl)ftalaat

       

    60

     

    nvt

    nvt

    ftalaten (som)

    0,25* ~

     

    60

      

    nvt

    nvt

    minerale olie16

    190

    1250

    5000

    500

    1250@

    nvt

    nvt

    pyridine

    0,15*

     

    0,5

    1

     

    nvt

    nvt

    tetrahydrofuran

    0,45

     

    2

    2

     

    nvt

    nvt

    tetrahydrothiofeen

    1,5*

     

    90

    8,8

     

    nvt

    nvt

    tribroommethaan (bromoform)

    0,20*

     

    75

    0,20

     

    nvt

    nvt

    ethyleenglycol

    5,0

      

    5,0

     

    nvt

    nvt

    diethyleenglycol

    8,0

      

    8,0

     

    nvt

    nvt

    acrylonitril

    0,1*

      

    0,1

     

    nvt

    nvt

    formaldehyde

    0,1*

      

    0,1

     

    nvt

    nvt

    isopropanol (2-propanol)

    0,75

      

    0,75

     

    nvt

    nvt

    methanol

    3,0

      

    3,0

     

    nvt

    nvt

    butanol (1-butanol)

    2,0*

      

    2,0

     

    nvt

    nvt

    butylacetaat

    2,0*

      

    2,0

     

    nvt

    nvt

    ethylacetaat

    2,0*

      

    2,0

     

    nvt

    nvt

    methyl-tert-butyl ether (MTBE)

    0,20*

      

    0,20

     

    nvt

    nvt

    methylethylketon

    2,0*

      

    2,0

     

    nvt

    nvt

    Opmerkingen:

    • 1) Voor het vaststellen van een overschrijding van de waarden en het omgaan met rapportagegrenzen en aantoonbaarheidsgrenzen is bijlage G, onder IV, van toepassing.

    • 2) Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse A’ of in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse B’ geen waarde is vermeld, wordt de grond, baggerspecie, bodem of bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam ingedeeld in de kwaliteitsklasse B. Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse B’ geen waarde is vermeld, dient bij hoge meetwaarden rekening te worden gehouden met mogelijke overschrijdingen van de indicatieve interventiewaarden, zoals opgenomen in het normen zoeksysteem www.helpdeskwater.nl/normen_zoeksysteem/normen.php.

    • 3) Voor dioxine wordt de som TEQ berekend als de som van de producten van de concentraties van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s en de TEF overeenkomstig de volgende formule:

      Som TEQ

      =

      248017

      Waarin:

      TEQ

      =

      toxische equivalent (‘WHO-TEQ’)

      C

      =

      concentratie van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s

      TEF

      =

      ToxiciteitsEquivalentieFactor

      De TEQ waarde drukt de toxiciteit van de aanwezige dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s uit in toxiciteit van referentiestof TCDD.

      De in te vullen TEF kan worden afgeleid van de volgende tabel:

      Stof

      TEF

      Gechlorineerde dibenzo-p-dioxines

       

      2,3,7,8-TCDD

      1

      1,2,3,7,8-PeCDD

      1

      1,2,3,6,7,8-HxCDD

      0,1

      1,2,3,7,8,9-HxCDD

      0,1

      1,2,3,4,7,8-HxCDD

      0,1

      1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

      0,01

      1,2,3,4,6,7,8,9-OCDD

      0,0003

      Gechlorineerde dibenzofuranen

       

      2,3,7,8-TCDF

      0,1

      1,2,3,7,8-PeCDF

      0,03

      2,3,4,7,8-PeCDF

      0,3

      1,2,3,6,7,8-HxCDF

      0,1

      1,2,3,7,8,9-HxCDF

      0,1

      1,2,3,4,7,8-HxCDF

      0,1

      2,3,4,6,7,8-HxCDF

      0,1

      1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

      0,01

      1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

      0,01

      1,2,3,4,6,7,8,9-OCDF

      0,0003

      PCBs

       

      PCB77

      0,0001

      PCB81

      0,0003

      PCB105

      0,00003

      PCB114

      0,00003

      PCB118

      0,00003

      PCB123

      0,00003

      PCB126

      0,1

      PCB156

      0,00003

      PCB157

      0,00003

      PCB167

      0,00003

      PCB169

      0,03

      PCB189

      0,00003

    Verklaring symbolen in tabel 2:

    1 Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden.

    2 De Maximale waarden verspreiden baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam zijn gebaseerd op een bepaald Herverontreinigingsniveau (HVN). Voor de stoffen waarvoor geen HVN is afgeleid gelden de Achtergrondwaarden en de toetsingsregels voor de Achtergrondwaarden.

    3 in een oppervlaktewaterlichaam wordt geen grond toegepast die niet afkomstig is van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en die de Maximale waarden voor de functieklasse industrie overschrijdt.

    4 Bij de toetsing aan de maximale waarden voor verspreiden in zout oppervlaktewaterlichaam wordt geen bodemtype correctie toegepast.

    5 Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak water of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde.

    6 Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht).

    7 De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 16 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie.

    8 De interventiewaarden voor bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam van deze stoffen zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht.

    9 De Interventiewaarde waterbodem is gelijk (gesteld) aan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid).

    10 De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de Achtergrondwaarden van de afzonderlijke isomeergroepen vermenigvuldigd met 0,7. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de afzonderlijke isomeergroepen niet worden overschreden.

    11 De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 12.

    12 De eenheid voor de Maximale waarde bodemfunctieklasse industrie, Interventiewaarde waterbodem en Maximale waarde kwaliteitsklasse B voor organotinverbindingen (som) is organotin in mg/kg ds.

    13 Normwaarde Tributyltin van 0,25 mg Sn/kg ds geldt verspreiden van baggerspecie in de Waddenzee en de Zeeuwse Delta.

    14 Normwaarde Tributyltin van 0,115 mg Sn/kg ds geldt voor verspreiden van baggerspecie in de Noordzee langs de Noordzeekust.

    15 Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest.

    16 Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.

    17 De normen voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s. Deze voormalige interventiewaarde is op dezelfde manier onderbouwd als de interventiewaarden voor de meeste andere metalen.

    * Achtergrondwaarde is gebaseerd op de (intralaboratorium reproduceerbaarheid) bepalingsgrens, omdat onvoldoende metingen boven de bepalingsgrens beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

    ~ Deze normwaarden zijn alleen van toepassing bij de kwalificatie van baggerspecie voor de toepassing daarvan op bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam. Alle normwaarden zijn afgeleid van de P95 uit het project AW2000.

    @ Betreft normwaarde voor een niet prioritaire stof op grond van de KRW.

    $ Herverontreinigingsniveau (HVN) is lager dan Achtergrondwaarde, daarom is de Maximale waarde voor verspreiden in een oppervlaktewaterlichaam dat zoet water bevat/Maximale waarde kwaliteitsklasse A gelijk getrokken aan de Achtergrondwaarde.