Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 03-04-2010 t/m 31-12-2013

Regeling van de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2007, nr. SAS/2007116981, inzake meldingen, vergunningen, vrijstellingen en toetsingscriteria met betrekking tot natuurlijke bronnen van ioniserende straling (Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008)

De Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 25, zevende lid, 101, in samenhang met 3, tweede lid, 102, eerste lid, 105, tweede lid, 106, tweede en derde lid, 107, vierde lid, 108, eerste lid, 109, tweede lid, en 110, eerste en tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming;

Besluiten:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. besluit: Besluit stralingsbescherming;

  • b. bijlage: bij deze regeling behorende bijlage, tenzij anders is aangegeven;

  • c. oppervlaktebesmetting: aanwezigheid op het oppervlak van een object dat bestaat uit niet-radioactieve vaste stoffen, van niet-afwrijfbare of afwrijfbare natuurlijke bronnen met een gemiddelde massa per oppervlakte van minder dan 1 g/cm2;

  • d. bereikbaar oppervlak:

    • 1°. het bereikbaar oppervlak van een object zonder nader of destructief ingrijpen in dat object, of

    • 2°. oppervlak van een object dat bereikbaar is indien dat object geopend of uit elkaar genomen is voor gebruik, onderhoud of reparatie, voor product- of materiaalgebruik of voor product- of materiaalhergebruik;

  • e. eindbestemming: bestemming waarvan door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of de ondernemer voorzien is dat een natuurlijke bron daar gedurende meer dan twee jaar zal verblijven, indien voor die bron geen andere bestemming is voorzien.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

De lijst van werkzaamheden waarbij mogelijk de in bijlage 1, tabel 1 en 2, bij het besluit vermelde waarden worden overschreden, wordt bekendgemaakt door vermelding in bijlage 1.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 3 De doses met betrekking tot werkzaamheden worden getoetst volgens de methode, aangegeven in bijlage 2, onder 3.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

Werkzaamheden waarvoor een verplichting tot melding geldt overeenkomstig artikel 103, eerste lid, van het besluit, worden verricht met inachtneming van de in bijlage 3 opgenomen voorschriften.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De schade ten gevolge van werkzaamheden in gevallen, waarin de activiteitsconcentratie in combinatie met de activiteit geen juiste indicatie geeft van de nadelige gevolgen ten gevolge van blootstelling aan straling door de werkzaamheden, wordt bepaald en getoetst door:

    • a. de bepaling, onderscheidenlijk de toetsing van de oppervlaktebesmetting van enig bereikbaar oppervlak, of

    • b. de bepaling, onderscheidenlijk de toetsing van de externe straling ten gevolge van de besmetting van enig niet-bereikbaar oppervlak.

  • 2 In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt met het oog op de stralingsbescherming in afwijking van artikel 107, tweede lid, van het besluit, het in het eerste lid van dat artikel gestelde verbod voor werkzaamheden met natuurlijke bronnen indien de oppervlaktebesmetting een totale bèta-activiteit heeft, die gelijk is aan of hoger dan 4 Bq/cm2.

  • 3 De oppervlaktebesmetting van een materiaal wordt gemeten volgens de methode aangegeven in bijlage 4.

  • 4 Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing in gevallen waarin de in het derde lid bedoelde meetmethode niet kan worden toegepast.

  • 5 In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt met het oog op de stralingsbescherming dat, indien de externe straling onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van een bron een hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 10 µSv per uur, zodanige maatregelen worden genomen dat voor die werkzaamheden een dosisbeperking van 1 mSv effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

In de gevallen waarin de effectieve doses voor leden van de bevolking ten gevolge van water- of luchtlozingen hoger kunnen zijn dan 10 µSv in een kalenderjaar, geldt met het oog op de stralingsbescherming, in afwijking van artikel 108, tweede lid, van het besluit, het in het eerste lid van dat artikel gestelde verbod.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 De opslag van radioactieve afvalstoffen van natuurlijke bronnen als bedoeld in het eerste lid, die aan de waarden bedoeld in artikel 107, tweede lid voldoen, wordt verricht met inachtneming van de in bijlage 3 opgenomen voorschriften.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het mengen van natuurlijke bronnen, niet zijnde afvalstoffen, met andere natuurlijke bronnen of met andere stoffen is toegestaan, mits deze bronnen zijn bestemd voor een nuttige toepassing.

  • 2 In gevallen waarin bij het voorhanden hebben of toepassen van natuurlijke bronnen of het product- of materiaalhergebruik daarvan in grond-, weg- of waterbouw de activiteitsconcentratie in combinatie met de totale activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, van het besluit aangegeven waarden, worden de bronnen, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig gemengd met andere materialen dat de activiteitsconcentratie in de uiteindelijk toe te passen bouwstof lager wordt dan de in bijlage 1, tabel 1, van het besluit aangegeven waarden.

  • 3 In gevallen, bedoeld in het tweede lid, waarbij de menging van bronnen met andere materialen redelijkerwijs niet mogelijk is, is de werkzaamheid niet toegestaan indien de dosis voor leden van de bevolking hoger is dan 0,3 mSv effectieve dosis in een jaar.

Artikel 8a [Vervallen per 03-04-2010]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het melden van werkzaamheden, alsmede van het beëindigen daarvan, wordt gedaan op een formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage 5.

  • 3 Een nieuwe melding als bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het besluit is steeds een volledige melding en is vereist:

    • a. ten minste één week voordat zich een belangrijke wijziging in de stralingsbeschermingsaspecten van de werkzaamheden ten opzichte van de laatste melding voordoet,

    • b. in geval zich binnen vijf jaar na een volledige melding andere wijzigingen in de stralingsbeschermingsaspecten van de werkzaamheden hebben voorgedaan, of

    • c. in andere gevallen dan bedoeld onder a en b: tien jaar na de laatste volledige melding.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een ondernemer is vrijgesteld van het melden van werkzaamheden, in gevallen waarin een andere ondernemer deze meldt op een formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage 6.

  • 2 Een ondernemer in de grond-, weg- of waterbouw is vrijgesteld van het melden van werkzaamheden indien:

    • a. een andere ondernemer meldt dat de natuurlijke bron een eindproduct in de grond-, weg-, of waterbouw is en een schatting van de effectieve dosis, uitgedrukt in multifunctionele individuele dosis en actuele individuele dosis, als bedoeld in de Regeling analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu in een jaar ten gevolge van eindbestemming voor leden van de bevolking geeft, en

    • b. een certificaat bij de bronnen wordt meegeleverd, waarop vermeld staat dat het radioactief materiaal betreft dat voor deze eindbestemming gebruikt mag worden.

  • 4 In een geval als bedoeld in het eerste lid, deelt de ondernemer een wijziging van de gemelde gegevens ten minste zes weken voor de aanvang van de wijziging schriftelijk mede aan de ondernemer die de melding gedaan heeft.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag om een vergunning voor werkzaamheden wordt ingediend op een formulier, waarvan het model is opgenomen in bijlage 7.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op stortplaatsen van radioactieve afvalstoffen die voor 26 september 2004 zijn ingericht.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden in de grond-, weg- of waterbouw binnen een inrichting, indien:

    • a. de effectieve dosis voor werknemers binnen de locatie de 1 mSv in een kalenderjaar niet overschrijdt en

    • b. buiten de inrichting een actuele individuele dosis voor leden van de bevolking als bedoeld in de Regeling analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu van 0,1 mSv in een kalenderjaar niet wordt overschreden.

  • 4 Indien niet aan het derde lid wordt voldaan, wordt de situatie aangemerkt als een situatie die leidt tot langdurige blootstelling als gevolg van een vroegere werkzaamheid.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2014]

De Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling wordt ingetrokken.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 10 december 2007

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner

Bijlagen [Vervallen per 01-01-2014]

Nummer

Onderwerp

1

Lijst van geïdentificeerde werkzaamheden

2

Methode van sommatie en toetsing van doses ten gevolge van werkzaamheden

3

Voorschriften voor meldingsplichtige werkzaamheden

4

Meetmethode en bepaling oppervlaktebesmetting met natuurlijke bronnen

5

Formulier voor melding, afmelding of wijziging werkzaamheden

(artikelen 103, 104, 105 en 106 van het besluit)

6

Formulier voor ketenmelding werkzaamheden

(artikelen 103, 104, 105 en 106 van het besluit)

7

Formulier vergunningaanvraag werkzaamheden

(artikelen 107, 108, 109 van het besluit)

Bijlage 1. Lijst van geïdentificeerde werkzaamheden [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 2 van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

Nr.

Type industrie

Nr.

Soort werkzaamheid

Nr.

Natuurlijke bronnen waarvoor meldings- of vergunningplicht of anderszins regulering door het bevoegde gezag in het kader van de Kew van toepassing zou kunnen zijn

1

Thermische fosforproductie

1.1

Opslag

1.1.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van elementair fosfor, fosforzuur en afgeleide producten, zoals cotrellstof, cotrellslurry en calcinaat

 

1.2

Productie

1.2.1

Cotrellstof, cotrellslurry, calcinaat

 

1.3

Decontaminatie of schoonmaken

1.3.1

Besmette installatieonderdelen

 

1.4

Reparatie of onderhoud

1.4.1

Besmette installatieonderdelen

   

1.5

Intern materiaal-

1.5.1

Cotrellstof en cotrellslurry

     

(her)gebruik

1.5.2

Ovenwandmateriaal en ovenuitruimmateriaal

       

1.5.3

Stoffen die vrijkomen bij decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

       

1.5.4

Besmette installatieonderdelen

   

1.6

Lozen in water of lucht

1.6.1

Stoffen die vrijkomen tengevolge van de productie van elementair fosfor, fosforzuur en afgeleide producten

   

1.7

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of voor afval

1.7.1

Fosforslakken, cotrellstof, cotrellslurry, calcinaat en besmette installatieonderdelen

2

Zinkproductie

2.1

Opslag

2.1.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van zink, zoals cobaltkoek

   

2.2

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of voor afval

2.2.1

Cobaltkoek en besmette installatieonderdelen

3

Staalproductie

3.1

Opslag

3.1.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de ertsvoorbereiding

       

3.1.2

Stoffen die vrijkomen bij decontaminatie van installatieonderdelen

       

3.1.3

Stoffen die vrijkomen bij cokesproductie

   

3.2

Intern materiaalhergebruik

3.2.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de ertsvoorbereiding

   

3.3

Lozen in lucht of water

3.3.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van ruwijzer of cokes en ten gevolge van de ertsvoorbereiding

   

3.4

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of voor afval

3.4.1

Filterstof en besmette installatieonderdelen

4

Titaanoxide pigment productie

4.1

Opslag

4.1.1

(Afval)stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van titaanoxide pigment

 

4.2

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of als afval

4.2.1

(Afval)stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van titaanoxide (TiO 2)pigment

 

4.3

Lozing

4.3.1

Lozingen op (oppervlakte)water

5

Elektriciteitsproductie

5.1

Opslag

5.1.1

Besmette installatieonderdelen

     

5.1.2

Stoffen die vrijkomen bij decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

 

5.2

Decontaminatie of schoonmaken

5.2.1

Besmette installatieonderdelen

   

5.3

Reparatie of onderhoud

5.3.1

Besmette installatieonderdelen

   

5.4

Lozen in lucht

5.4.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van elektriciteit, zoals olie-, gas- of kolenstook

6

Olie- of gaswinning

6.1

Opslag

6.1.1

Besmette installatieonderdelen

     

6.1.2

Slib en scales en andere producten die vrijkomen bij normale productie, decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

 

6.2

Decontaminatie of schoonmaken

6.2.1

Met scales of slib besmette installatieonderdelen

   

6.3

Reparatie of onderhoud, slopen van installaties

6.3.1

Met scales of slib besmette installatieonderdelen

   

6.4

Product(her)gebruik

6.4.1

Besmette installatieonderdelen

   

6.5

Lozen in lucht of water

6.5.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van olie of gas

         
   

6.6

Overdracht aan derden

6.6.1

Besmette installatieonderdelen

       

6.6.2

Slib en scales en andere producten die vrijkomen bij normale productie, decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

7

Bewerking van minerale delfstoffen, zanden en secundaire (grond)stoffen

7.1

Malen, breken en micromiseren

7.1.1

Zirkoonzanden, bauxiet, tantaliet, columbiet, coltan, struversiet, ilmeniet, scheelite, baddeleyte, monaziet, rutiel, fosforslakken en spodumeen

       
 

7.2

Opslag

7.2.1

Besmette installatieonderdelen

       
       

7.2.2

Slib en scales en andere producten die vrijkomen bij normale productie, decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

   

7.3

Overdracht aan derden

7.3.1

als 7.2.1

       

7.3.2

als 7.2.2

8

Glasindustrie

8.1

Toepassing Zirkoon Alumina Casting (ZAC) als vuurvast materiaal in glasovens

8.1.1

ZAC-stenen

   

8.2

Vervanging ZAC-stenen

8.2.1

Afval-ZAC-stenen

9

Fijn keramiek

9.1

Opslag

9.1.1

Zirkoonzanden

   

9.2

Mengen

9.2.1

Zirkoonzanden

10

Gieterijen

10.1

Mengen

10.1.1

Zirkoonzanden

   

10.2

Vormen

10.2.1

Zirkoonzanden

   

10.3

Materiaal(her)gebruik

10.3.1

Gevormde zirkoonzanden

   

10.4

Opslag

10.4.1

Zirkoonzanden

       

10.4.2

Zirkoonzanden die niet meer hergebruikt kunnen worden

   

10.5

Overdracht aan

10.5.1

Zirkoonzanden

     

derden

10.5.2

Zirkoonzanden die niet meer hergebruikt kunnen worden

11

(Metaal)oppervlaktebehandeling

11.1

Plasma coaten en plasma spuiten

11.1.1

Zirkoonoxide of yttriumoxide

   

11.2

Polijsten

11.2.1

Ceriumoxide

   

11.3

Gebruik van straal- en polijstmiddelen op basis van zirkoonverbindingen

11.3.1

Slijpschijven en andere instrumenten op basis van zirkoonverbindingen

   

11.4

Overdracht aan derden

11.4.1

Afval van coatings en gebruikt straal- en polijstmiddel

12

Productie van laselektroden en lasdraden

12.1

Opslag en productie

12.1.1

Zirkoonoxide, thoriumhoudend wolfraam en zirkoonzanden

     

12.1.2

De grondstoffen rutielerts en ilmeniet

13

Las- en loodgieters bedrijven

13.1

Opslag laselektroden en lasdraden

13.1.1

Zirkoonhoudend stoffen

 

13.2

Aanslijpen

13.2.1

Zirkoonhoudende stoffen

   

13.3

Wiglassen

13.3.1

Thoriumhoudende stoffen

14

Grond- Weg- en Waterbouw (GWW)

14.1

Opslag van bouwstoffen

14.1.1

Fosforslak

 

14.2

Materiaal(her)gebruik als bouwstoffen

14.2.1

Fosforslak

15

Chemische industrie

15.1

Opslag

15.1.1

Chlorides van zeldzame aarden en zirkoon

 

15.2

Bereiding Fluid Cracking Catalyst (FCC)

15.2.1

Chlorides van zeldzame aarden en zirkoon

 

15.3

Decontaminatie of schoonmaken

15.3.1

Besmette installatieonderdelen (met radiumscales)

   

15.4

Reparatie of onderhoud

15.4.1

Besmette installatieonderdelen (met radiumscales)

   

15.5

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of voor afval

15.5.1

Besmette installatieonderdelen (met radiumscales)

16

Kunstmestproductie

16.1

Opslag

16.1.1

Stoffen die vrijkomen ten gevolge van de productie van kunstmest

     

16.1.2

Slib dat vrijkomt bij decontaminatie

   

16.2

Decontaminatie of schoonmaken

16.2.1

Besmette installatieonderdelen

   

16.3

Reparatie of onderhoud

16.3.1

Besmette installatieonderdelen

   

16.4

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of als afval

16.4.1

Besmette installatieonderdelen

17

Sloopbedrijven

17.1

Opslag

17.1.1

Slakkenwol

   

17.2

Slopen van installaties

17.2.1

Slakkenwol

   

17.3

Overdracht aan derden voor (her)gebruik of als afval

17.3.1

Slakkenwol die vrijkomt bij sloop

18

Opslag van afval

18.1

Verwerking

18.1.1

Te verwerken radioactief afval

 

18.2

Opslaan

18.2.1

Radioactief afval dat in deponie gebracht wordt

 

18.3

Deponie

18.3.1

Radioactief afval dat zich in deponie bevindt

19

Veembedrijven

19.1

Opslag

19.1.1

Delfstoffen en restanten daarvan

     

19.1.2

Tantaalslakken

       

19.1.3

Zirkoonzanden, bauxiet, tantaliet, columbiet, coltan, struveriet, ilmeniet, scheelite, baddeleyte,

       

19.1.4

monaziet, rutiel, fosforslakken en spodumeen

       

19.1.5

Besmette installatieonderdelen

Slib en scales en andere producten die vrijkomen bij normale productie, decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

20

Gastransport

20.1

Opslag

20.1.1

Besmette installatieonderdelen

     

20.1.2

Slib en scales die vrijkomen bij normale productie, decontaminatie, onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden

   

20.2

Decontaminatie of schoonmaken

20.2.1

Met scales of slib besmette installatieonderdelen

   

20.3

Reparatie of onderhoud, slopen van installaties

20.3.1

Met scales of slib besmette installatieonderdelen

   

20.4

Product(her)gebruik

20.4.1

Besmette installatieonderdelen

21

Onderzoeks-instituten

21.1

Kwalitetsonderzoek

21.1.1

Proefmaterialen

Delfstoffen (ertsen en ertsconcentraties), slakken etc. die niet bestemd zijn voor de splijtstofcyclus

 

21.2

Opslag

21.2.1

Materiaal dat vrijkomt bij proefnemingen waarbij verrijking kan optreden

22

Transportbedrijven van natuurlijke materialen

22.1

Opslag in verband met vervoer

22.1.1

Stoffen die betrokken zijn bij alle hiervoor genoemde werkzaamheden

 

22.2

Laden en lossen op locatie

22.2.1

Stoffen die betrokken zijn bij alle hiervoor genoemde werkzaamheden

 

22.3

Daadwerkelijk transport

22.3.1

Transportstoffen waarvan de activiteit (Bq-totaal) hoger is dan 10 maal de vrijstellingswaarden en de activiteitsconcentratie (Bq/g) hoger is dan de vrijstellingswaarden in bijlage 1, tabel 1 van het besluit

23

Schroothandel en schrootverwerkende bedrijven die onder het Besluit detectie radioactief schroot vallen

23.1

Verwerking schroot

23.1.1

Gecontamineerd schroot

 

23.2

Zich ontdoen van schroot

23.2.1

Gecontamineerd schroot

 

23.3

Opslag van schroot

23.3.1

Gecontamineerd schroot

24

Industriële reinigings- of schoonmaakbedrijven

24.1

Schoonmaken van besmette materialen, apparaten etc.

24.1.1

Gecontamineerde apparatuur, onderdelen en andere materialen

Bijlage 2. Methode van sommatie en toetsing van doses ten gevolge van werkzaamheden [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 3 van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

1A Gewogen sommatie van activiteiten en activiteitsconcentraties van natuurlijke bronnen bij radionuclide vervalketens ten behoeve van toetsing aan meldings- of vergunningplicht [Vervallen per 01-01-2014]

Natuurlijke materialen zullen vaak radionucliden uit dezelfde vervalketen (moeder- en dochternucliden) M+ of Msec (verder aan te geven met M+) bevatten. In dat geval zijn er drie situaties mogelijk:

  • a. de activiteit van de dochternucliden is gelijk aan de activiteit van het moedernuclide M

  • b. er zijn meer dochternucliden aanwezig dan volgens de vervalketen verwacht kan worden of

  • c. er zijn minder dochternucliden aanwezig dan volgens de vervalketen verwacht kan worden.

Voor de sommatie en weging van de activiteiten of activiteitsconcentraties ten behoeve van de toetsing aan de vrijstellings- of vrijgavewaarden in bijlage 1, tabel 1 en 2, van het besluit, wordt in elk van deze situaties de daarbij aangegeven methode toegepast.

a. de activiteit van de dochternucliden is gelijk aan de activiteit van het moedernuclide M

De vrijstellings- of vrijgavewaarde van de vervalketen M+ (het moedernuclide inclusief de dochternucliden) wordt genomen. De dochternucliden worden verder niet beschouwd, maar worden (indirect) bij de sommatie meegenomen.

b.1. er zijn meer dochternucliden aanwezig dan volgens de vervalketen verwacht kan worden

Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende drie methoden:

  • i. aangenomen wordt dat er een (seculair) evenwicht is tussen het moedernuclide en een deel van de dochternucliden en dat er nog wat dochters resteren. Deze laatste concentraties worden gewogen met de vrijgavewaarden die voor de dochters zijn gegeven en gesommeerd met de uitkomst van de weging van het evenwicht.

  • ii. aangenomen wordt dat het moedernuclide in (seculair) evenwicht is met de dochternucliden en het moedernuclide de activiteit of activiteitsconcentratie heeft van het dochternuclide met de hoogste activiteit respectievelijk activiteitsconcentratie.

  • iii. Vervolgens zijn de vrijstellings- of vrijgavewaarden voor M+ van toepassing.

  • iv. alle radionucliden uit de vervalketen worden apart beschouwd en derhalve alle meegenomen bij de (gewogen) sommatie waarbij gebruik wordt gemaakt van hun respectievelijke vrijstellings- of vrijgavewaarden.

b.2. de dochternucliden zijn aanwezig, maar het moedernuclide is in het proces geëlimineerd (verbijzondering van punt b)

Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende twee methoden:

  • i. aangenomen wordt dat het moedernuclide aanwezig is en in (seculair) evenwicht is met de dochternucliden en het moedernuclide de activiteit of activiteitsconcentratie heeft van het dochternuclide met de hoogste activiteit of activiteitsconcentratie. Vervolgens is de vrijstellings- of vrijgavewaarde voor M+ van toepassing;

  • ii. alle daadwerkelijk aanwezige radionucliden uit de vervalketen worden apart beschouwd en derhalve alle meegenomen bij de (gewogen) sommatie waarbij gebruik wordt gemaakt van hun respectievelijke vrijstellings- of vrijgavewaarden.

c. er zijn minder dochternucliden aanwezig zijn dan volgens de vervalketen verwacht kan worden

Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende drie methoden:

  • i. de activiteit of activiteitsconcentratie wordt overschat door aan te nemen dat de dochternucliden in (seculair) evenwicht zijn met het moedernuclide. Vervolgens wordt de activiteit respectievelijk activiteitsconcentratie van het moedernuclide genomen en zijn de vrijstellings- of vrijgavewaarden voor de gehele vervalketen M+ van toepassing;

  • ii. voor de activiteiten of activiteitsconcentraties van de dochternucliden inclusief het moedernuclide dat daarmee in (seculair) evenwicht is, wordt voor de gehele desbetreffende vervalketen M+ een activiteit of activiteitsconcentratie verondersteld gelijk te zijn aan de laagste activiteit respectievelijk activiteitsconcentratie van (een van) de dochternucliden. De keten wordt vervolgens gewogen gesommeerd met het resterend deel van de activiteit respectievelijk activiteitsconcentratie van het moedernuclide en eventueel van een van de dochters die hoger zijn dan in (seculair) evenwicht;

  • iii. alle nucliden van de vervalketen worden apart beschouwd en alle meegenomen bij de (gewogen) sommatie waarbij gebruik wordt gemaakt van hun vrijstellings- of vrijgavewaarden.

1B Radionucliden die bij de meting en sommatie van activiteiten of activiteitsconcentraties van natuurlijke bronnen niet beschouwd worden [Vervallen per 01-01-2014]

Ten behoeve van toetsingen als bedoeld onder 1A van deze bijlage, worden de activiteiten en activiteitsconcentraties van de hieronder onder a tot en met d vermelde (natuurlijke) radionucliden niet bij de sommatie meegenomen en worden daarom ten behoeve van deze toetsing niet bepaald.

a. bij niet-lozingen

  • i. de radionucliden die niet in de bijlage 1, tabel 1, van het besluit zijn opgenomen;

  • ii. het radionuclide K-40, in bouwmaterialen in de grond-, weg- of waterbouw,

  • iii. U-235sec en dochters voor zover de natuurlijke bronnen niet afkomstig zijn van of gevormd zijn in processen waarbij een verrijking van de radionucliden uit de U-235 vervalketen kan plaatsvinden;

  • iv. Th-234;

  • v. radionucliden met een halveringstijd van minder dan 10 dagen, tenzij deel uitmakend van een moeder-dochterketen in evenwicht (M+).

b. bij lozingen in lucht of water

de radionucliden die niet in bijlage 1, tabel 2, van het besluit zijn opgenomen.

c. bij lozingen in water

  • i. Th-234;

  • ii. Ra-223;

  • iii. Ra-224;

  • iv. alle nucliden uit de U-235 vervalketen.

d. daarnaast

  • i. hoeft U-234 niet bepaald te worden als de hoeveelheid activiteit of activiteitsconcentratie bij de gewogen sommatie gelijk gesteld wordt aan die van U-238sec en

  • ii. Th-230 niet bepaald te worden als de hoeveelheid activiteit of activiteitsconcentratie bij de gewogen sommatie gelijk gesteld wordt aan die van U-238sec, tenzij er redelijkerwijs verwacht kan worden dat de Th-230 activiteit/activiteitsconcentratie duidelijk hoger is dan de U-238 activiteit/activiteitsconcentratie.

2. Methode voor de bepaling van doses ten gevolge van natuurlijke bronnen bij lozingen en niet-lozingen [Vervallen per 01-01-2014]

Bij de bepaling van de dosis ten gevolge van ingestie, inhalatie of externe straling worden in principe alle aanwezige radionucliden (en hun dosiscoëfficiënten) meegenomen. Echter, deze bepaling kan ook met behulp van zogenoemde key- of triggerradionucliden uitgevoerd worden.

Voor leden van de bevolking kunnen de doses in eerste instantie conservatief doch realistisch worden geschat.

Met betrekking tot de externe stralingsdosis kan, naarmate de afstand tussen de bron en de locatiegrens groter is, een grovere, doch realistisch conservatieve, schatting plaatsvinden. Indien de externe stralingsdosis met deze grove schatting uitkomt op minder dan 10 µSv omgevingsdosisequivalent [H*(10)] in een kalenderjaar is een nadere berekening niet nodig. Deze 10 µSv is het secundaire niveau voor externe straling (SN-ext). De H*(10) is weliswaar niet geheel gelijk aan de effectieve dosis [E ] ten gevolge van 24 uur verblijf, maar kan hieraan gelijk geacht worden. Opgegeven kan worden: E < 10 µSv in een kalenderjaar of E << 10 µSv in een kalenderjaar. Uiteraard kan indien voorhanden en gewenst ook een meer precieze uitkomst opgegeven worden.

Indien een grove, doch realistisch conservatieve, schatting van de inhalatie- of ingestiedosis uitkomt op E < 1 µSv in een kalenderjaar (SN-inh/ing), is nadere precisering daarvan ook niet nodig.

Indien de uitkomsten van de hierboven bedoelde grove schattingen hoger zijn dan de hiervoor vermelde waarden, worden de doses meer precies berekend; zie daarvoor onder 3 van deze bijlage.

3. Methode berekening van doses ten gevolge van werkzaamheden ter toetsing aan de doses genoemd in het besluit [Vervallen per 01-01-2014]

In de gevallen waarin de uitkomsten van de dosisschattingen bedoeld onder 2 hoger zijn dan 1 µSv E en 10 µSv H*(10) voor ingestie- of inhalatiedosis respectievelijk externe stralingsdosis, worden deze doses berekend volgens de methode beschreven in de rapporten Dosisberekening in de Omgeving bij Vergunningverlening Ioniserende Straling: DOVIS, deel A, Lozingen in lucht en water respectievelijk DOVIS, deel B, externe straling.1

Bijlage 3. Voorschriften voor meldingsplichtige werkzaamheden [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij de artikelen 4 en 7, tweede lid, van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

  • 1. Voorschriften met betrekking tot de deskundigheid

    • a. De ondernemer zorgt ervoor dat de werkzaamheden plaatsvinden door een deskundige als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluit, die ten minste het diploma ioniserende straling niveau 3 of een gelijkwaardig diploma heeft behaald.

    • b In afwijking van onderdeel a mogen de werkzaamheden onder toezicht en na instructie van in de dat onderdeel bedoelde deskundige door daartoe aangewezen anderen uitgevoerd worden, waarbij ten minste een deskundige aanwezig moet zijn die het diploma ioniserende straling niveau 5B of een gelijkwaardig diploma heeft behaald.

    • c. De aanwezigheid van de in onderdeel b bedoelde deskundige is niet noodzakelijk, indien er aantoonbaar afdoende toezicht en voorafgaande schriftelijke instructie is.

    • d. De onder a en b bedoelde deskundigen moeten voorafgaande aan de werkzaamheden en daarna ten minste eenmaal per jaar en tevens bij belangrijke wijzigingen de situatie ter plekke beoordelen.

    • e, De onder a bedoelde deskundige moet door de ondernemer schriftelijk zijn aangewezen als verantwoordelijk deskundige. Hij moet altijd beschikbaar zijn.

    • f. De onderdelen a tot en met e zijn alleen van toepassing wanneer de op de locatie aanwezige massa meldingsplichtig materiaal op enig moment meer bedraagt dan 1 ton.

  • 2. Voorschriften met betrekking tot de registratie

    • a. Van een werkzaamheid wordt in een register een massabalans van de betrokken radioactieve stoffen of afvalstoffen bijgehouden.

    • b. In een register wordt gespecificeerd opgenomen wat de activiteiten en activiteitsconcentraties zijn van de betrokken radioactieve stoffen of afvalstoffen.

    • c. In een register wordt gespecificeerd aangegeven waar die radioactieve stoffen of afvalstoffen zich binnen de inrichting bevinden.

    • d. De onder a, b en c bedoelde registers zijn aanwezig op de locatie of nabij de plaats waar de werkzaamheden plaatsvinden of zijn anderszins direct beschikbaar.

Bijlage 4. Meetmethode en bepaling oppervlaktebesmetting met natuurlijke bronnen [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 5, derde lid, van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008 .

Voorschriften voor de meetmethode

  • a. de meetmethode moet voldoen aan de daarvoor geldende beste beschikbare technieken;

  • b. het criterium van 4 Bq/cm2 is van toepassing op het gemiddelde over een oppervlak van 300 cm2;

    indien het bereikbare oppervlak kleiner is dan 300 cm2 , moet de uitkomst worden verrekend naar het gemiddelde over 300 cm2;

  • c. in afwijking van onderdeel b, is in het geval van een meer dan half-buisvormig object met een diameter van minder dan 15 cm voor de binnenzijde daarvan het criterium van toepassing op het gemiddelde over een oppervlak van 1000 cm2;

    indien het bereikbare oppervlak van de binnenzijde van een meer dan halfbuisvormig object met een diameter van minder dan 15 cm kleiner is dan 1000 cm2 , moet de uitkomst worden verrekend naar het gemiddelde over 1000 cm2;

  • d. de besmetting wordt bepaald met een meetinstrument dat geschikt is voor de meting van bètastraling met een Eβmax van 150 keV of hoger;

  • e. tevoren moet worden vastgesteld dat de meetresultaten niet beïnvloed worden door een magnetisch veld, veroorzaakt door het te meten object of andere objecten in de omgeving daarvan;

  • f. de gevoeligheid van het meetinstrument moet, rekening houdend met het achtergrondtempo, zodanig zijn

    • dat – bij één meting – de detectiegrens voor bèta-activiteit niet hoger is dan 0,5 Bq/cm2, of

    • dat – bij meer metingen – in ieder geval wordt voldaan aan tenminste één van de twee volgende eisen: de spreiding in de meetwaarden is niet groter dan 10% van de gemiddelde meetwaarde of de spreiding is niet groter dan 1 Bq/cm2;

  • g. het meetinstrument moet worden gekalibreerd voor de relevante zelfabsorptie; voor lagen tot 4 Bq/cm2 kan bij min of meer constante samenstelling van de besmetting van een vaste defaultwaarde voor de zelfabsorptie uitgegaan worden; deze defaultwaarde dient dan eenmaal per jaar bepaald te worden;

  • h. de meetmethode moet zijn aangepast aan de specifieke situaties ten aanzien van de toegepaste kalibratie.

Bijlage 5. Formulier voor melding, afmelding of wijziging werkzaamheden (artikelen 103, 104, 105 en 106 van het besluit) [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 9, eerste lid, van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

Bijlage 242920.png
Bijlage 242921.png
Bijlage 242922.png

Bijlage 6. Formulier voor ketenmelding werkzaamheden (artikelen 103, 104, 105 en 106 van het besluit) [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 10, eerste lid, van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

Bijlage 242923.png
Bijlage 242924.png
Bijlage 242925.png
Bijlage 242926.png

Bijlage 7. Formulier vergunningaanvraag werkzaamheden (artikelen 107, 108, 109 van het besluit) [Vervallen per 01-01-2014]

Deze bijlage hoort bij artikel 11 van de Regeling natuurlijke bronnen van ioniserende straling 2008.

Bijlage 242927.png
Bijlage 242928.png
Bijlage 242929.png
Bijlage 242930.png
Bijlage 242931.png
  • ^ [1]

    Dosisberekening voor de Omgeving bij vergunningverlening Ioniserende Straling (DOVIS). Deel A – Lozingen in lucht en water (RIVM rapport 610310006/2002) en deel B – Externe straling (NRG rapport 20733/02.45655/C).