Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening 2008[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2009.]

Geldend van 01-01-2008 t/m heden

Verordening van het Productschap Vis van 4 oktober 2007, houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Vis ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2008 (Heffingsverordening 2008)

Het bestuur van het Productschap Vis;

Gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikel 7 van het Instellingsbesluit Productschap Vis (Stb. 2003, 253);

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze verordening wordt verstaan onder:

    a.

    Instellingsbesluit Productschap Vis:

    Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Stb. 2003, 253);

    b.

    productschap:

    het Productschap Vis, als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis;

    c.

    bestuur:

    het bestuur van het productschap;

    d.

    voorzitter:

    de voorzitter van het productschap;

    e.

    secretaris:

    de secretaris van het productschap;

    f.

    ondernemer:

    degene, die een onderneming drijft, waarvoor het productschap is ingesteld;

    g.

    vis:

    vissen, schaal- en schelpdieren, delen van vissen alsmede van schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren;

    h.

    visproducten:

    vis en uit vis verkregen producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen, welke ingedeeld kunnen worden in één van de goederencodes van het Douanewetboek van de EU beginnend met de cijfers 0301, 0302, 0303, 0304, 0305, 0306, 0307 (met uitzondering van post 030760), 051191, 1604, 1605 of 19022010;

    i.

    visserij:

    het bedrijf van het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren;

    j.

    basislijn:

    de laagwaterlijn (dieptelijn van nul meter) langs de kust of de lijn die door de kuststaat is getrokken tussen een aantal vaste punten, zoals aangegeven op kaarten die door de bevoegde kuststaat officieel zijn erkend;

    k.

    zeevis:

    vis verkregen door uitoefening van de visserij zeewaarts vanaf een basislijn of door uitoefening van de kustvisserij in de zin van artikel 1, vierde lid onder c, van de Visserijwet 1963, met uitzondering van garnalen, mosselen, oesters, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, en nonnetjes;

    l.

    kweekvis:

    forel, meerval, tilapia, paling en tarbot die in Nederland wordt gekweekt en gehouden in recirculatiesystemen en vijvers ten behoeve van productiedoeleinden gericht op menselijke consumptie;

    m.

    pootvis:

    levende jonge vis, schaal- of schelpdieren die bestemd zijn voor de kweek van kweekvis;

    n.

    trawler:

    vaartuig waarvan de lengte over alles 60 meter of meer bedraagt of een vaartuig met een bruto tonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, waarbij de gevangen vis en visproducten aan boord worden ingevroren;

    o.

    kotter:

    vaartuig waarvan de lengte over alles minder dan 60 meter bedraagt;

    p.

    forel:

    vissen van de soort Oncorphynchus mykiss;

    q.

    meerval:

    vissen van de soort Clarius garipinus;

    r.

    tilapia:

    vissen van de soort Oreochromis Spp.;

    s.

    paling:

    vissen van de soort Anquilla anguilla;

    t.

    tarbot :

    vissen van de soort Psetta maximus;

    u.

    garnalen:

    garnalen van de soort Crangon crangon;

    v.

    platte oesters:

    schelpdieren van de soorten Ostrea Spp.;

    w.

    creuses:

    schelpdieren van de soorten Crassostrea Spp.;

    x.

    oesters:

    platte oesters en creuses;

    y.

    kokkels:

    schelpdieren van de soort Cerastoderma edule;

    z.

    spisula:

    schelpdieren van de soorten Spisusla Spp.;

    aa.

    zwaardvisscheden en mesheften:

    schelpdieren van de soorten Ensis Spp.;

    bb.

    nonnetjes:

    schelpdieren van de soort Macoma balthica;

    cc.

    mosselen:

    schelpdieren van de soorten Mytilus Spp. of de soorten Perna Spp.;

    dd.

    tarra:

    alles wat niet tot de mossel behoort zoals losse schelpen, zeesterren, slikmosselen, slippers, pokken, kluiten modder, stenen, dode of kapotte mosselen als ook zaadmosselen met een lengte van minder dan 45 mm;

    ee.

    ton:

    een inhoudsmaat van 1/m3;

    ff.

    aanvoeren:

    het als eerste eigenaar voor de eerste keer of het met behulp van de spanvisserij aan land brengen van vis;

    gg.

    aanvoerder:

    de ondernemer, die met een in Nederland geregistreerd vissersvaartuig of op andere wijze vis aanvoert;

    hh.

    buitenlandse aanvoerder:

    degene die met een in het buitenland geregistreerde kotter in Nederland aanvoert;

    ii.

    kleinhandelaar:

    een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het verkopen van vis of visproducten aan particulieren, instellingen of bedrijven als eindverbruikers;

    jj.

    afslag:

    een veiling van vis of visproducten;

    kk.

    be- of verwerker:

    een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het fysiek in Nederland be- of verwerken van vis of visproducten, zijnde een handeling die het oorspronkelijke product ingrijpend wijzigt door middel van bijvoorbeeld verhitten, roken, zouten, rijpen, drogen, marineren, extraheren, snijden, fileren of een combinatie van dergelijke handelingen, niet zijnde de handelingen aan boord van een vissersvaartuig, fabrieksvaartuig of in een verkooppunt van een kleinhandelaar, waarbij de vis en visproducten eigendom blijven van degene die de opdracht tot be- of verwerken heeft gegeven;

    ll.

    verwaterplaats:

    een al dan niet kunstmatige, al dan niet in de zee of in een zeearm in de Nederlandse kustwateren gelegen plaats of inrichting, welke door ondernemers word gebruikt voor het verwateren of opslaan van schelpdieren;

    mm.

    productiegebied:

    een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium waarin zich hetzij natuurlijke gronden voor tweekleppige weekdieren, hetzij gebieden die worden gebruikt voor de kweek van tweekleppige weekdieren bevinden en waar levende tweekleppige weekdieren worden verzameld;

    nn.

    oesterseizoen:

    de periode welke loopt vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008;

    oo.

    inkoopbedrag:

    de totale factuurwaarde van alle gekochte vis- of visproducten, met uitzondering van pootvis, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, nonnetjes en oesters;

    pp.

    kopen:

    zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen ofwel de overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt vis of visproducten te leveren en de andere om daarvoor een prijs in geld te betalen;

    qq.

    vergunning:

    de vergunning die verleend is op grond van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren en geldig is of is geweest in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008.

  • 2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening vindt het aanvoeren – voor zover dit geschiedt met een vaartuig – plaats op het tijdstip waarop het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen.

  • 3 Indien een vaartuig mosselen op een verwaterplaats stort vóórdat het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen, vindt het aanvoeren van mosselen, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, plaats op het tijdstip waarop de mosselen worden gestort op een verwaterplaats.

§ 2. Heffingsplicht

Artikel 2

  • 1 Onder het productschap ressorterende ondernemers zijn wegens de uitoefening van hun bedrijfsactiviteiten in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 aan en ten behoeve van het productschap een heffing verschuldigd volgens de in de artikelen 3, 3a, 4, 4a, 5, 6 en 7 vermelde heffingsgrondslagen met de daarbij behorende tarieven. De berekening en de wijze van betaling vinden plaats, zoals in de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 is bepaald.

  • 2 Indien een heffingsplichtige ondernemer gegevens die hem zijn gevraagd krachtens de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 ten behoeve van de onderhavige verordening of bij of krachtens de Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006 ten behoeve van het vaststellen en opleggen van de verschuldigde heffingen, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, welke heffing in dat geval verhoogd word met € 110,– in verband met administratiekosten.

§ 3. Grondslag en hoogte heffingen

Artikel 3. (aanvoerheffing)

  • 1 De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

    • a. de aanvoerder van zeevis:

      • 1°. 2,55 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een kotter aangevoerde zeevis en met uitzondering van garnalen;

      • 2°. 1,95 promille van de waarde van de door hem aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis en met uitzondering van garnalen;

    • b. de aanvoerder van vis verkregen door uitoefening van de binnenvisserij:

      • 1°. 3,81 promille van de waarde van de door hem aangevoerde vis welke is verkregen door uitoefening van de IJsselmeervisserij;

      • 2°. € 110,– per kalenderjaar wegens het aanvoeren van vis welke is verkregen door uitoefening van de binnenvisserij in de zin van artikel 1, vierde lid onder d, van de Visserijwet 1963 – de IJsselmeervisserij hieronder niet begrepen;

    • c. de aanvoerder van kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes:

      • 1°. 3,81 promille van de waarde van de door hem aangevoerde kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften, of nonnetjes welke zijn verkregen door uitoefening van de visserij met een mechanisch vistuig of door uitoefening van de visserij met een niet mechanisch vistuig;

      • 2°. € 157,– per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische visserij op kokkels in de Westerschelde;

      • 3°. € 420,– per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische visserij op kokkels in de Nederlandse wateren - de Westerschelde hieronder niet begrepen;

      • 4°. € 289,– per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op kokkels met een niet mechanisch vistuig in de Nederlandse wateren en;

      • 5°. € 200,– per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op spisula of nonnetjes in de Nederlandse wateren; en

      • 6°. € 105,– per vergunning per kalenderjaar voor de visserij op zwaardscheden en mesheften in de Nederlandse wateren;

    • d. de aanvoerder van mosselen: € 0,40 per door hem aangevoerde ton mosselen;

    • e. de ondernemer die kweekvis kweekt:

      • 1°. € 0,007 per kilogram door hem gekocht voer bestemd voor forel;

      • 2°. € 0,006 per kilogram door hem gekocht voer bestemd voor meerval;

      • 3°. € 0,013 per kilogram door hem gekocht voer bestemd voor paling;

      • 4°. € 0,013 per kilogram door hem gekocht voer bestemd voor tarbot;

      • 5°. € 0,006 per kilogram door hem gekocht voer bestemd voor tilapia;

    • f. de aanvoerder van garnalen: € 0,0070 per kilogram aangevoerde garnalen die door of namens een medewerker van het productschap zijn gecontroleerd op de indeling in de bij of krachtens de verordening (EG) nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen voor garnalen voor eerste verhandeling.

  • 2 Bij de bepaling van de waarde van de aangevoerde zeevis als bedoeld in het eerste lid, onder a2°, word het deel van de aangevoerde zeevis, dat fysiek niet in Nederland komt, buiten beschouwing gelaten.

Artikel 3a. (afslagheffing)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een afslag 0,204 promille van het aankoopbedrag van de door tussenkomst van de afslag verhandelde vis en visproducten met uitzondering van mosselen.

Artikel 4. (aankoopheffing)

De heffing bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

  • a. de ondernemer die zeevis koopt van een aanvoerder of van een buitenlandse aanvoerder:

    0,95 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte zeevis, die fysiek Nederland binnenkomt;

  • b. de ondernemer die vis koopt van een aanvoerder, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b:

    2,63 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte vis;

  • c. de ondernemer die kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes koopt van een aanvoerder:

    2,63 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes;

  • d. de ondernemer die mosselen koopt van een aanvoerder:

    € 0,40 per door hem van een aanvoerder gekochte ton mosselen;

  • e. de ondernemer die kweekvis koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder e:

    2,63 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een kweker gekochte kweekvis;

  • f. de ondernemer die garnalen koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder f:

    € 0,0026 per kilogram garnalen.

Artikel 4a. (heffing oesters en creuses)

  • 1 De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

    • a. de ondernemer die oesters verhandelt: 5,7 promille over de omzet, welke hij in het afgelopen oesterseizoen heeft gerealiseerd;

    • b. de ondernemer die één of meer oesterpercelen in eigendom heeft of huurt; € 2,97 per hectare per oesterperceel per kalenderjaar en;

    • c. de ondernemer die in het bezit is van een visvergunning voor vrije gronden; € 254,– per visvergunning voor vrije gronden per kalenderjaar.

  • 2 Indien de ondernemer als bedoeld in het eerste lid, zowel één of meerdere oesterpercelen in eigendom heeft of huurt, als ook over een visvergunning voor vrije gronden beschikt, wordt de ondernemer:

  • 3 De in lid 1, onder a, van dit artikel bedoelde omzet per oesterseizoen wordt berekend volgens de volgende formule: (P-(Pi+Pw))xFp+(C-Cw)xFc. Daarbij staat:

    • P voor: het totaal aantal platte oesters, dat de ondernemer in het afgelopen oesterseizoen heeft verhandeld;

    • Pi voor: het totaal aantal platte oesters, dat de ondernemer in het afgelopen oesterseizoen heeft ingekocht in het buitenland;

    • Pw voor: het totaal aantal platte oesters, waarvan de ondernemer kan aantonen dat hij deze in het afgelopen oesterseizoen heeft gekocht van een collega-handelaar;

    • (P-(Pi+Pw)) voor: het totaal aantal platte oesters, dat meetelt voor de bepaling van de omzet in platte oesters in het afgelopen oesterseizoen;

    • Fp voor: het forfaitaire bedrag van € 0,32, waarmee het aantal oesters dat meetelt voor de bepaling van de omzet in het laatste oesterseizoen in platte oesters, vermenigvuldigd moet worden;

    • C voor: het aantal creuses, dat een handelaar in het afgelopen oesterseizoen heeft verhandeld;

    • Cw voor: het aantal creuses, waarvan de ondernemer kan aantonen dat hij deze in het afgelopen oesterseizoen gekocht heeft van een collega-ondernemer;

    • (C-Cw)) voor: het totaal aantal creuses, dat meetelt voor de bepaling van de omzet in creuses in het afgelopen oesterseizoen;

    • Fc: het forfaitaire bedrag van € 0,10, waarmee het totaal aantal creuses, dat meetelt voor de bepaling van de omzet in creuses in het afgelopen oesterseizoen, vermenigvuldigd moet worden

  • 4 De heffing als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, bedraagt per kalenderjaar gezamenlijk maximaal € 572,–.

Artikel 5. (handelsheffing)

  • 1 De inkoop is onderhevig aan een heffing als bedoeld in artikel 2.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor het inkoopbedrag in een kalenderjaar:

    • a. tot en met € 11.000.000,–; 1,01 promille;

    • b. van meer dan € 11.000.000,–; 1,01 promille over het inkoopbedrag tot en met € 11.000.000,– en 0,75 promille over het inkoopbedrag boven de € 11.000.000,–.

  • 3 Bij de bepaling van het inkoopbedrag, als bedoeld in het vorige lid, wordt het deel van de inkoop, dat fysiek niet in Nederland komt, buiten beschouwing gelaten.

  • 4 De heffing als bedoeld in het eerste lid is verschuldigd door een ondernemer die:

    • a. de handel uitoefent in vis of uit vis verkregen producten, met uitzondering van pootvis, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, nonnetjes en oesters, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

    • b. vis of uit vis verkregen producten be- of verwerkt, met uitzondering van pootvis, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, nonnetjes en oesters, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen.

  • 5 De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de ondernemer die mosselen inkoopt:

    € 0,10 per door hem ingekochte ton mosselen.

  • 6 Bij de bepaling van de inkoop, als bedoeld in het eerste lid, wordt de aankoop, als bedoeld in artikel 4, indien het dezelfde partij betreft, buiten beschouwing gelaten.

  • 7 Vis en visproducten zijn eenmalig onderhevig aan een heffing als bedoeld in het eerste lid. Op het inkoopbedrag, als bedoeld in het tweede en vijfde lid van dit artikel, dient derhalve het inkoopbedrag waarover reeds een heffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is opgelegd, in mindering te worden gebracht.

  • 8 De ondernemer, die meent dat het zesde of zevende lid van dit artikel van toepassing is en hier een beroep op doet, levert hiervan zelf schriftelijk het bewijs.

  • 9 De heffing als bedoeld in het eerste lid kan, al dan niet na toepassing van het vorige lid, in enig kalenderjaar niet meer dan € 43.200,– bedragen.

  • 10 Indien voor een ondernemer het maximumbedrag, als bedoeld in het negende lid, is toegepast, zijn alle overige ondernemers die behoren tot dezelfde fiscale eenheid geen heffing als bedoeld in het eerste lid verschuldigd.

Artikel 6. (detailhandelsheffing)

  • 1 De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een kleinhandelaar € 67,00 per verkoopunt per kalenderjaar.

  • 2 Onder verkooppunt als bedoeld in het eerste lid, word onder meer verstaan een viswinkel, een webwinkel, een viskraam of een visverkoopwagen.

  • 3 De ondernemer die meent dat hij in aanmerking komt voor een gedeeltelijke vrijstelling van het eerste lid, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, dient dit schriftelijk te bewijzen.

Artikel 7. (be- en verwerkersheffing)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een be- of verwerker € 204,00 per kalenderjaar.

§ 4. Vaststelling heffingen

Artikel 8

  • 2 Indien de aangevoerde vis door tussenkomst van een afslag is verhandeld geldt als waarde van de vis de op de afslag gemaakte bruto besomming.

  • 4 Indien de aangevoerde vis, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel a, onder 2°, zonder tussenkomst van een afslag is verhandeld geldt als waarde van de vis 70% van de door de koper, voor de aan hem verkochte vis, betaalde koopsom.

Artikel 9. (forfaitaire waarden schelpdieren)

  • 2 Indien de aangevoerde kokkels gekookt zijn geldt als waarde van de kokkels het forfaitaire bedrag van € 1,75 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde kokkels uitgedrukt in kilogram.

  • 3 Indien de aangevoerde kokkels niet gekookt zijn en niet afkomstig zijn uit de Westerschelde geldt als waarde van de kokkels het forfaitaire bedrag van € 0,25 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde kokkels uitgedrukt in kilogram.

  • 4 Indien de aangevoerde kokkels niet gekookt zijn en afkomstig zijn uit de Westerschelde geldt als waarde van de kokkels het forfaitaire bedrag van € 0,18 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde kokkels uitgedrukt in kilogram.

  • 5 Indien de aangevoerde spisula gekookt zijn geldt als waarde van de spisula het forfaitaire bedrag van € 0,75 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde spisula uitgedrukt in kilogram.

  • 6 Indien de aangevoerde spisula niet gekookt zijn geldt als waarde van de spisula het forfaitaire bedrag van € 0,10 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde spisula uitgedrukt in kilogram.

  • 7 Indien de aangevoerde zwaardscheden en mesheften gekookt zijn geldt als waarde van de zwaadscheden en mesheften het forfaitaire bedrag van € 2,40 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde zwaardscheden en mesheften uitgedrukt in kilogram.

  • 8 Indien de aangevoerde zwaardscheden en mesheften niet gekookt zijn geldt als waarde van de zwaardscheden en mesheften het forfaitaire bedrag van € 0,80 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde zwaardscheden en mesheften uitgedrukt in kilogram.

  • 9 Indien de aangevoerde nonnetjes gekookt zijn geldt als waarde van de nonnetjes het forfaitaire bedrag van € 0,75 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde nonnetjes uitgedrukt in kilogram.

  • 10 Indien de aangevoerde nonnetjes niet gekookt zijn geldt als waarde van de nonnetjes het forfaitaire bedrag van € 0,10 vermenigvuldigd met de hoeveelheid aangevoerde nonnetjes uitgedrukt in kilogram.

Artikel 10

  • 1 Als aankoopbedrag van de al dan niet door tussenkomst van een afslag gekochte vis of kweekvis, bedoeld in de artikelen 3a en 4, onderdelen a, b en e, geldt de door de koper, voor de door hem gekochte vis, betaalde koopsom.

  • 2 Als aankoopbedrag van de al dan niet door tussenkomst van een afslag gekochte kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes, bedoeld in artikel 4, onder c, geldt de waarde van de aangevoerde kokkels respectievelijk spisula respectievelijk zwaardscheden en mesheften respectievelijk nonnetjes zoals vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.

  • 3 Indien de garnalen in gepelde toestand word aangevoerd of in gepelde toestand worden gekocht van een aanvoerder, al dan niet door tussenkomst van een afslag, wordt het aantal aangevoerde of gekochte kilogrammen ter bepaling van de verschuldigde heffing(en) vermenigvuldigd met een factor 3.

Artikel 11

  • 1 De secretaris kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een ondernemer om via de Mosselveiling te Yerseke betaalde heffingen, als bedoeld in artikel 4 binnen één week te restitueren als deze ondernemer in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a. de ondernemer dient een verzoek in bij het productschapskantoor te Yerseke onder vermelding van de partij mosselen, het productiegebied of verwatergebied waarvan deze partij afkomstig is en het productiegebied waarvoor deze partij bestemd is;

    • b. de ondernemer brengt de partij mosselen naar het ponton van de Mosselveiling en laat de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke deze partij opmeten en de tarra vaststellen als deze gegevens van de partij nog niet bekend zijn;

    • c. de ondernemer voor de betreffende partij mosselen de gegevens van de black box ter beschikking stelt indien de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke hierom verzoeken;

    • d. de ondernemer andere gevraagde gegevens ter beschikking stelt of meewerkt aan nader onderzoek indien de secretaris hierom verzoekt.

  • 2 De secretaris kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een kleinhandelaar om de door hem totaal verschuldigde heffing(en) op grond van artikel 6 en de betreffende bestemmingsheffingsverordeningen te verlagen naar € 75,– indien hij kan aantonen dat de totaal verschuldigde heffing(en) op grond van de onderhavige verordening en de bestemmingsheffingsverordeningen tezamen meer is dan 1% van de omzet.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze verordening, welke kan word aangehaald als Heffingsverordening 2008, treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2007, treedt deze verordening in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt deze terug tot en met 1 januari 2008.

Rijswijk, 4 oktober 2007

B.J. Odink

voorzitter

W.G. van de Fliert

secretaris