Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg[Regeling vervallen per 01-07-2009.]

Geldend van 01-01-2008 t/m 30-06-2009

Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg

Achtergrond [Vervallen per 01-07-2009]

Ter bevordering van eenheid in het strafvorderingbeleid zijn met betrekking tot overtredingen van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) ten aanzien van vervoer over de weg tarieven vastgesteld. Deze tarieven gelden als richtlijn voor de hoogte van het transactiebedrag dan wel voor de eis ter terechtzitting. Door toepassing te geven aan de artikelen 74 WvSr en 36 WED, kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld bij een transactie.

In deze richtlijn wordt aangegeven wanneer een zodanige inbreuk wordt gepleegd op het doel van de wet, ‘de bevordering van de openbare veiligheid, bij het vervoer van gevaarlijke stoffen’, dat dagvaarden in de rede ligt.

Samenvatting [Vervallen per 01-07-2009]

Deze richtlijn bevat de te hanteren tarieven bij vervoer over de weg ten aanzien van de meest voorkomende overtredingen van de regels bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Tarieflijst [Vervallen per 01-07-2009]

De overtredingen waarop de tarieflijst betrekking heeft, zijn kort aangeduid en voorzien van het overtreden voorschrift. De aanduiding van het overtreden voorschrift is, hetzij het randnummer als genoemd in de ‘Europese overeenkomst betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg’ (ADR), hetzij een verwijzing naar andere wet- of regelgeving.

Risicocategorieën [Vervallen per 01-07-2009]

In de laatste kolom van de tarieflijst is de risicocategorie van een inbreuk vermeld. De toekenning van de risicocategorieën is gebaseerd op Europese Richtlijn (2004/12/EG bijlage II). De controlerende instantie/functionaris dient rekening te houden met specifieke omstandigheden bij het constateren van een inbreuk. Afhankelijk van die omstandigheden kan er worden afgeweken van de risicocategorieën. Aan de hand van de risicocategorie wordt bepaald of er corrigerende maatregelen worden genomen en of er strafrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd.

Categorie I (kernbepaling): hoog risico op dodelijke slachtoffers, ernstig letsel voor personen of significante aantasting van milieu. Er moeten onmiddellijk corrigerende maatregelen worden genomen.

Categorie II (kernbepaling): risico op letsel voor personen of aantasting van het milieu. Corrigerende maatregelen op controleplaats indien mogelijk, anders uiterlijk bij het voltooien van het vervoerstraject.

Categorie III (niet-kernbepaling): gering risico op letsel voor personen of aantasting milieu. Maatregelen hoeven niet op de controleplaats te worden genomen, maar kunnen later bij de onderneming worden genomen.

Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-07-2009]

De controlerende instantie/functionaris zorgt er voor dat de overtreding ongedaan wordt gemaakt door corrigerende maatregelen te nemen. De risicocategorie van het overtreden voorschrift geeft aan of de corrigerende maatregelen ter plekke, of in een later stadium moeten worden genomen. Indien er ernstige bezwaren zijn tegen de overtreder en een onmiddellijk ingrijpen is vereist, kan de officier van justitie op grond van artikel 28 WED voorlopige maatregelen opleggen.

Sanctiestrategie [Vervallen per 01-07-2009]

De handhaving van de WVGS sluit aan bij Landelijke strategie milieuhandhaving van het Landelijk Overleg Milieuhandhaving en de Aanwijzing handhaving milieurecht. Dat houdt in dat de risicocategorieën I en II worden aangeduid als kernbepalingen en risicocategorie III als niet-kernbepaling. Uitgangspunt is dat kernbepalingen in aanmerking komen voor strafrechtelijke afdoening. Niet-kernbepalingen worden bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op dit uitgangspunt staan in de Aanwijzing handhaving milieurecht. Op grond hiervan is strafrechtelijke afdoening in enkele gevallen geïndiceerd voor overtredingen die in risicocategorie III vallen.

Aansprakelijkheid [Vervallen per 01-07-2009]

Uit het oogpunt van de ketenaansprakelijkheid kunnen meerdere betrokkenen (tegelijkertijd) via de WVGS strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor hun betrokkenheid bij het onwettig uitvoeren van de handelingen zoals beschreven in artikel 2 lid 1 WVGS.

In het ADR worden de volgende belangrijke betrokkenen genoemd: afzender, de vervoerder, geadresseerde (belangrijke betrokkenen 1.4.2 ADR). Tevens worden er voorbeelden gegeven van mogelijk andere betrokkenen en hun plichten: belader, vuller, verpakker en exploitant (1.4.3 ADR).

Strafbare feiten [Vervallen per 01-07-2009]

De strafbare feiten zijn onderverdeeld in vier groepen:

  • ‘Vervoersdocument’

  • ‘Uitrusting, kenmerking en etikettering’

  • ‘Vervoermethoden’

  • ‘Overige overtredingen’

Op basis van algemene beoordelingsfactoren kunnen de bedragen worden verhoogd. Het basistarief staat in de tarieflijst. Bij een misdrijf wordt de verhoging van het puntenaantal opgeteld bij het basistarief. Bij recidive wordt er een extra percentage berekend over het basistarief vermeerderd met een eventuele verhoging wegens een misdrijf. Bij cumulatie van overtredingen wordt bij elk feit afzonderlijk het aantal strafpunten berekend. Daarna worden die aantallen bij elkaar opgeteld. De draagkracht van de verdachte is mede bepalend voor het puntenaantal.

De algemene beoordelingsfactoren zijn:

  • Misdrijf: Wanneer sprake is van opzet dient het puntenaantal met 20% te worden verhoogd.

  • Recidive: De genoemde punten hebben betrekking op first offenders.

    Bij recidive door natuurlijke personen binnen een termijn van twee jaren:

    1 maal: + 10%

    2 maal: + 20%

    Meer dan 2 keer recidive: dagvaarden

    Bij recidive door rechtspersonen (ook de ‘eenmanszaak’):

    1 maal: + 50%

    2 maal: + 100%

    Meer dan 2 keer recidive: dagvaarden

  • Gevaarzetting: Indien in één geval meerdere overtredingen van de WVGS worden begaan, is er een toename van gevaarzetting. Als uit het proces-verbaal blijkt dat er sprake is van een toename van gevaarzetting, dient het puntenaantal met 20% te worden verhoogd.

Waar mogelijk zal in het proces-verbaal gemotiveerd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangegeven. Dit bedrag kan dan in daarvoor in aanmerking komende gevallen aan de verdachte worden ontnomen (Zie: Aanwijzing ontneming – 2005A002).

Relatieve competentie [Vervallen per 01-07-2009]

Het proces-verbaal wordt in beginsel ingezonden aan het parket van het arrondissement waar de pleegplaats is gelegen.

Randnummer (ADR) (tenzij WVGS is aangegeven)

Beschrijving van de overtreding

Polaris

punten

Risico-

categorie

 

VERVOERSDOCUMENT

   

8.1.2.1.a

Vervoersdocument niet aanwezig

34

I

  Aanduidingen vervoersdocument    

5.4.1.1.1

Onjuiste volgorde van de bestanddelen

22

III

5.4.1.1.1 a t/m d

Geen of onjuiste stofnaam, en/of identificatienummer, klasse, verpakkingsgroep

45

I

5.4.1.1.1 e t/m h

Geen of onjuiste aantal en omschrijving colli of IBC’s, bruto massa, of netto massa voor ontplofbare stoffen en voorwerpen. Ontbreken van naam en het adres van de afzender / geadresseerde

22

III

5.4.1.1.2

De vereiste informatie op een vervoersdocument is niet leesbaar

45

I

5.4.1.1.3 t/m 5.1.1.17

Ontbreken aanvullende informatie bijzondere bepalingen (bijvoorbeeld berging of afval)

22

III

5.4.1.1.6

Ontbreken omschrijving omtrent lege ongereinigde middelen van omsluiting

22

III

5.4.1.1.7 jo 1.1.4.2.1

Ontbreken verklaring: ‘vervoer volgens 1.1.4.2’ in het vervoerdocument

22

III

5.4.1.1.10.1 jo 1.1.3.6

Ontbreken formulering i.v.m. vrijstellingsgrenzen

22

III

5.4.1.4.1

Niet gesteld in de juiste taal/talen

22

III

5.4.1

Vervoersdocument bevat niet de juiste informatie (anders dan hierboven genoemd)

22

III

  Certificaat van goedkeuring:    

8.1.2.2 a jo 9.1.2

Geen certificaat van goedkeuring afgegeven

115

I

8.1.2.2 a jo 9.1.2

Geen geldig certificaat van goedkeuring aanwezig

22

III

  Schriftelijke instructies:    

8.1.2.1.b jo 5.4.3.1

Niet aanwezig

22

II

5.4.3.3

Niet gesteld in de juiste taal door de afzender (NB: 5.4.3.6, vervoerder staat er voor in dat betrokken bestuurder de instructies begrijpt en uit kan voeren)

22

II

5.4.3.4

Niet herkenbaar in bestuurderscabine

11

II

5.4.3.8

Niet opgesteld overeenkomstig het daarvoor vastgestelde model

22

III

  Vakbekwaamheidcertificaat:    

8.1.2.2 b

Vakbekwaamheidcertificaat wel in bezit, niet bij zich c.q. niet tonen

6

III

8.2.1.5

Geen of verlopen vakbekwaamheidcertificaat

45

I

  Container-/voertuigbeladingscertificaat:    

5.4.2

Niet bij het vervoerdocument gevoegd

22

II

5.4.2

Niet overeenkomstig sectie 5.4.2. van de IMDG-code

22

II

 

UITRUSTING, KENMERKING EN ETIKETTERING

   
  Brandblusmiddelen:    

8.1.4.1, 8.1.4.2, 8.1.4.3

Geen/onvoldoende brandblusmiddelen (per brandblusapparaat)

22

II

8.1.4.4

Draagbare brandblusapparaten zijn niet voorzien van een merkteken (per brandblusapparaat)

22

II

8.1.4.4

Draagbare brandblusapparaten zijn niet voorzien van een verzegeling (per brandblusapparaat)

22

II

  Uitrusting algemeen:    

8.1.5.a

Geen/onvoldoende/onjuiste afmeting stopblok

22

III

8.1.5.a

Geen/onvoldoende zelfstandige waarschuwingssignalen

22

III

8.1.5.a

Geen handlamp(en)

11

III

8.1.5.a

Geen veiligheidsvest/kleding

11

III

8.1.5

Alle voorkomende combinaties eendaadse samenloop

45

II

  Uitrusting specifiek:    

8.1.5.b jo 3.2 (tabel)

Geen/ongeschikt ademhalingsbeschermingsmiddel bij toxisch gas

22

II

8.1.5.c jo 5.4.3

Geen voorgeschreven persoonlijke bescherming en uitrusting zoals vermeld in de gevarenkaart

22

II

  Oranje borden (voertuig/tankwagens/transporteenheden):    

5.3.2.1.2 / 5.3.2.1.6

Geen/onjuiste gevaarsidentificatienummers en/of UN-nummer

45

I

5.3.2.2.1

Bord of bevestiging voldoet niet aan de voorwaarden

22

II

8.1.3 jo 5.3.2.1.

Kenmerking ontbreekt geheel of gedeeltelijk, is niet duidelijk zichtbaar of niet juist aangebracht

45

I

8.1.3 jo 5.3.2.2.

Borden niet conform de specificaties

22

III

  Etikettering (voertuig/tank):    

8.1.3 jo 5.3.1

Geen groot etiket overeenkomstig hoofdstuk 5.3

45

I

5.3.1.1 jo 3.2 (tabel A)

Onjuiste klasse op grote etiketten

45

I

5.3.1.7

Specificaties voor grote etiketten niet conform de daaraan gestelde eisen

22

III

  Etiketten (colli):    

5.1.2.1

Oververpakking niet voorzien van opschrift ‘oververpakking’ en zonodig van etiketten, opschriften en richtinggevende pijlen

22

II

5.2.2.1.1 / 5.2.2.1.2

Geen of onjuist etiket/ onuitwisbaar merkteken voor elk voorwerp of stof (zoals opgenomen in tabel A hoofdstuk 3.2 kolom 5, tenzij anders kolom 6)

45

I

5.2.1.1 t/m 5.2.1.7

Geen, onjuiste of onleesbare identificatienummer en opschriften

34

I

5.2.19

Geen richtinggevende pijlen

34

I

3.4.5 / 3.4.6

Verpakking niet voorzien van LQ-label

22

II

  Beproeving/constructie markering    

6.1.3.1 / 6.5.2.1

Kenmerk niet duurzaam/zichtbaar

22

III

6.1.3 / 6.5.2

Geen/onjuist kenmerk

34

I

6.1.3.1e

Kunststof verpakking niet voorzien van aanduiding maand fabricage (klok)

22

II

4.1.4., p200 8 en 9 jo 6.2.1.6.1

Periodieke onderzoeken drukhouders zijn niet uitgevoerd

22

II

 

VERVOERMETHODEN

   
  Vervoer in tanks/batterijwagens en MEGC’s    

4.3.2.1.5 jo 7.4.1 jo 3.2 (tabel A)

Vervoer gevaarlijke goederen niet in tanks toegestaan

68

I

4.3.2.3.3 / 4.3.2.4.2

Niet goed gesloten, waardoor de inhoud ongecontroleerd naar buiten kan treden

115

I

4.3.2.3.5 / 4.3.2.4.1

Gevaarlijke resten vervoerde stof aan de buitenzijde

45

I

4.3.2.2.1

Overschrijding van de vullingsgraad

45

I

4.3.2.2.4

Niet tot ten minste 80% en ten hoogste 20% van de inhoud gevuld. Bij tanks > 7500 liter

45

I

6.8.2.5.2 / 6.8.3.5.11

Aanduiding op tanks ontbreekt/onvolledig

34

II

6.8.2.5.1 / 6.8.3.5.10

Geen/onjuiste gegevens stempelplaat

34

II

6.8.2.4.1

Reservoirs en uitrustingsdelen niet voor gebruik gekeurd

45

I

6.8.2.4.2

Reservoirs en uitrustingsdelen niet periodiek gekeurd

34

II

  Losgestort goed    

7.3.1.1

Goederen losgestort invoertuigen of containers niet toegestaan

68

I

7.3.3.

Bijzondere bepalingen VV1 t/m VV17 niet in acht genomen

34

II

  Colli    

5.2 (niet 5.2.1.1 t/m 5.2.1.7 en 5.2.2.1.1 / 5.2.2.1.2 )

Specificaties kenmerking niet conform hoofdstuk 5.2

22

III

7.2.4 jo 3.2 (tabel A, kolom 16)

Bijzondere bepalingen V1 t/m V14 niet in acht genomen

34

II

  Verpakkingsvoorschriften (ook IBC's)    

4.1.1.1

Niet verpakt overeenkomstig gestelde voorwaarden

34

I

4.1.1.1

Gevaarlijke resten buitenzijde verpakkingen

34

I

4.1.1.3

Niet met succes beproefd

34

I

4.1.1.4

Onvoldoende ledige ruimte bij vervoer vloeistof

45

I

4.1.1.5

Niet op juiste wijze verpakte en vastgezette binnenverpakking

34

I

4.1.1.6

Gezamenlijke verpakking onverenigbare stoffen (zie ook 7.5.2/7.5.4 samenladingverbod)

dagvaarden

I

4.1.1.8

Binnenverpakkingen onvoldoende weerstand tegen inwendige druk of onjuiste ontluchtingsinrichting

45

I

4.1.1.9

Verpakking of IBC niet voorafgaande aan het transport gecontroleerd op corrosie, schade of verontreiniging

22

II

4.1.1.11

Lege verpakkingen niet conform voorschriften

22

II

4.1.1.15

Gebruiksduur overschreden van: kunststofvaten, jerrycans, IBC’s van stijve kunststof en combinatie-IBC’s met binnenhouder van kunststof

22

II

4.1 jo 3.2 (tabel A)

Verpakking niet toegelaten voor de stof

45

I

  Drukhouders    

4.1.6.8

Niet of op onjuist wijze voldoen aan de eisen gesteld aan afsluiters

45

I

7.5.11 CV 36

Ontbrekende tekst ‘waarschuwing geen ventilatie voorzichtig openen’

22

II

 

OVERIGE OVERTREDINGEN

   
  Roken/(brand)gevaarlijke handelingen    

8.1.1

Transporteenheid geladen met gevaarlijke goederen omvat meer dan één aanhangwagen of oplegger

45

I

8.3.1

Passagiers vervoeren (per passagier)

11

II

7.5.9 jo 8.3.5

Tijdens behandeling roken in of in de nabijheid van voertuigen of containers

45

I

7.5.11 CV1(1) jo 3.2 tabel A

Zonder bijzondere toestemming binnen de bebouwde kom of zonder inlichting buiten de bebouwde kom laden of lossen voor een voor het publiek toegankelijke plaats

45

I

  Voorschriften laden, lossen en behandeling    

7.5.2 / 7.5.4

Voorschriften betreffende samenlading of scheiding niet in acht genomen (zie ook verpakking onverenigbare stoffen 4.1.1.6)

dagvaarden

I

7.5.5.2

Beperking hoeveelheden te vervoeren ontplofbare stoffen en voorwerpen in een voertuig niet in acht genomen < 10%

34

I

7.5.5.2

Beperking hoeveelheden te vervoeren ontplofbare stoffen en voorwerpen in een voertuig niet in acht genomen > 10%

dagvaarden

I

7.5.7.1 t/m 7.5.7.4

Niet voldaan aan behandeling en stuwagevoorschriften

45

I

7.5.7.5 jo 8.3.3

Openen colli door bestuurder of voertuigbemanning

22

I

7.5.8

Niet reinigen van voertuig na het lossen bij verontreiniging met gevaarlijke stof

34

I

  Veiligheidsmaatregelen/inrichtingseisen    
Art. 3 WVGS

Stof niet toegelaten voor vervoer

dagvaarden

I

Art. 47 en 48 tweede lid WVGS

Incident niet melden aan Minister van V&W en/ of niet de juiste inlichtingen geven aan de Minister van V&W (per overtreding) (Niet voldoen aan art. 47 en/of art. 48 is altijd alleen een overtreding (WED art 1a onder 3º)

22

III

1.10.1.3

Voorschriften betreffende toezicht op voertuigen niet in acht genomen (algemene voorschriften)

22

III

1.10.1.4

Niet bij zich hebben van een identiteitsbewijs met foto. NB: Er is al snel sprake van samenloop, zie aanwijzing uitbreiding identificatieplicht (2004A016)

22

III

1.10.3.2.1/ 1.10.3.2.2

Beveiligingsplan onvoldoende, per ontbrekend element

6

II

1.10.3.2.1

Beveiligingsplan niet aanwezig

45

II

1.10.3.3

Geen operationeel en effectief apparaat, uitrustingsdeel of procedure tegen diefstal van voertuig of lading. (de maatregel mag ook de noodhulpverlening niet in gevaar brengen)

11

II

7.5.10 / 8.5 S2 onder 3 (FL voertuigen) / 4.1.2.1 (IBC’s)

Niet aarden voertuig, transporttank, tankcontainer of IBC’s waarin vloeistoffen met een vlampunt van 60C° of lager, brandbare gassen, UN 1361 pg II, of poedervormige stoffen vervoerd (IBC)

34

I

8.3.4

Voertuig binnengaan met verlichtingslamp met vlam of met metalen oppervlak

17

I

8.3.6

Niet afzetten van de motor tijdens laden en lossen

17

II

8.4 jo 8.5 S1 (6) en S14 t/m S21

Voertuigen niet onder toezicht gesteld, of zonder toezicht op beveiligd depot of beveiligd fabrieksterrein geparkeerd (bijzondere voorschriften)

45

I

9.2.2.1 tm 9.2.2.6

Overige constructievoorschriften voor de elektrische uitrusting van basisvoertuigen niet in acht genomen / Hoofdschakelaar voor de accu ontbreekt of is defect

22

II

  Vrijstellingen    

1.1.3.6.

Stof valt niet onder de vrijstelling in samenhang met vervoerde hoeveelheden per transporteenheid (moet wel mogelijk zijn) 1.1.3.6

45

II

3.4

Stof valt niet onder de vrijstelling inzake gevaarlijke goederen, verpakt in gelimiteerde hoeveelheden

45

II

  Nationale bepalingen    
Art.11 WVGS

Bebouwde kom niet vermeden

17

I

Art.21 WVGS

Routeplichtige gevaarlijke stoffen vervoeren over andere dan door gemeenten aangewezen en aangeduide wegen of weggedeelten.

17

I

Art. 3 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet houden aan het tunnelregime

22

I

Art. 6 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet nakomen regeling m.b.t. weersomstandigheden

17

I

6.8.3.2 N bijlage 2 Hoofdstuk 1 VLG

Wegrijdalarmering ontbreekt en/of noodstop ontbreekt

17

I

  Gebruik zout veer    
Art. 7 sub 2 jo tabel 5 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet toegelaten stoffen en hoeveelheden vervoeren

45

I

Art. 7 sub 6 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet bij voertuig blijven tijdens de vaart

17

II

Art. 7 sub 7 Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet de benodigde informatie verstrekken omtrent aard/ hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen

22

I

  Gebruik ‘pont’    
Art. 8 sub d Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Niet de benodigde informatie verstrekken omtrent aard/ hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen

22

I

Art. 8 sub b Bijlage 2 Hoofdstuk 2 VLG

Transport met stoffen van klasse I met andere voertuigen of personen overgevaren

45

I

  Veiligheidsadviseur    

1.8.3.1

Geen veiligheidsadviseur benoemd

22

III

1.8.3.3

Geen jaarverslag opgesteld

22

III