Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 02-10-2008 t/m 31-12-2008

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 november 2007, nr. TRCJZ/2007/3756, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 2, 4 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies en de artikelen 1:3, 1:7, 1:8, 1:15, 1:16, 1:17, 1:20 en 2:23 van de Regeling LNV-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • richtlijn 92/43/EEG: richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde flora en fauna (PbEG L 206);

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

  • verordening (EG) nr. 1782/2003: verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001;

  • Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit:

Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw [Vervallen per 01-01-2009]

Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen worden ingediend:

    • voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in de periode van 1 mei tot en met 15 juni 2008;

    • voor zover het aanvragen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in de periode van 1 september tot en met 15 oktober 2008.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:

    • a. de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • b. de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

    • c. de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;

    • d. de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;

    • e. de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;

    • f. het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of

    • g. het verwerven van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit, met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, kunnen, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van bedrijfsconsulten, uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden ingediend voor zover de activiteit door ten minste 8 en ten hoogste 20 personen werkzaam op een landbouwonderneming wordt gevolgd of bijgewoond.

  • 3 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan slechts door één van de aan de bijeenkomst deelnemende ondernemingen worden ingediend in de periode van 1 september 2008 tot en met 1 december 2008.

  • 4 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan slechts door één van de aan de bijeenkomst deelnemende ondernemingen worden ingediend in de periode van 1 september 2008 tot en met 15 oktober 2008.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag per drie jaar worden ingediend.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies, met dien verstande dat de subsidie ten minste € 250 bedraagt.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt: € 1.300.000.

Titel 3. Kennisverspreiding [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Praktijknetwerken [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de veehouderijsector.

  • 3 De aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 15 oktober 2008.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 16 advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • 1. het gekozen thema en de gekozen aanpak zowel inhoudelijk als procesmatig meer perspectief bieden;

  • 2. de probleemstelling concreter is;

  • 3. er meer gebruik wordt gemaakt van een vernieuwende aanpak, zowel inhoudelijk als procesmatig;

  • 4. het aangetoonde gezamenlijk belang van de deelnemers groter is;

  • 5. de verhouding tussen de kosten en de kwaliteit van het project beter is ten opzichte van andere projecten;

  • 6. de kennis en ervaring effectiever worden verspreid, of

  • 7. het netwerk breder is samengesteld.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 80 % van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 25.000 bedraagt.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt: € 1.000.000.

§ 2. Demonstratieprojecten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door:

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvragen kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op het thema biologische landbouw als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel a, van de regeling en voor zover de projecten gericht zijn op:

    • a. demonstratie van de biologische bedrijfsvoering of elementen hieruit voor gangbare ondernemers waarbij ervaringen over innovaties in de biologische en gangbare landbouw worden uitgewisseld met als doel verduurzaming van de landbouw;

    • b. demonstratie van wijzen van communicatie met en verkoop aan de eindconsument;

    • c. demonstratie van productie, verwerking of verkoop van biologische producten waarbij kostprijsverlaging of verbetering van de kwaliteit van het eindproduct wordt bereikt, of

    • d. het verwerven van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit, met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.

  • 2 De aanvragen kunnen tevens worden ingediend voor projecten die:

    • a. betrekking hebben op het in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel g, van de regeling genoemde thema, en voor zover de aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden werkzaam in de bloembollen- of paddestoelenteelt of de glastuinbouw;

    • b. betrekking hebben op alle in artikel 2:15, eerste lid, van de regeling genoemde thema’s, en voor zover de aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden, werkzaam in de varkens-, de konijnen- of de pluimveehouderij, inclusief de eenden- en kalkoenenhouderij, of,

    • c. betrekking hebben op alle in artikel 2:15, eerste lid, van de regeling genoemde thema’s, en voor zover de aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen werkzaam in de melkveehouderij.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvragen kunnen worden ingediend:

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, hoger gerangschikt naarmate:

    • a. het project in potentie tot een grotere energiebesparing leidt;

    • b. de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares;

    • c. voor zover het een project betreft aangevraagd door een glastuinbouwonderneming, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen, of,

    • d. het project beter aansluit bij de doelstellingen van het werkprogramma Schoon en Zuinig.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2009]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 21, eerste lid en artikel 21, tweede lid, onderdeel a, b, en c, advies uit.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt:

Titel 4. Onderzoek en ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Innovatieprojecten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een innovatieproject als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 30 mei 2008 door landbouwondernemingen:

  • 1. werkzaam in de melkveehouderij of samenwerkingsverbanden van deze ondernemingen met ondernemingen bedoeld in het tweede lid;

  • 2. werkzaam in de varkens-, konijnen-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of samenwerkingsverbanden van deze ondernemingen met ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 27, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2009]

Per landbouwonderneming kan slechts een aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend

§ 2. Samenwerking bij Innovatieprojecten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 30 mei 2008 door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de: melkvee-, varkens-, konijnen-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij.

  • 2 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 15 maart 2008 door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de: bijenhouderij, glastuinbouw, paddestoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw, biologische landbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 31, eerste en tweede lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2009]

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 35% van de subsidieabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt:

    • a. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen uit de melkveehouderij;

    • b. € 2.200.000 voor subsidieaanvragen uit de varkens-, de konijnen-, de pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij;

    • c. € 3.000.000 voor subsidieaanvragen van glastuinbouwondernemingen en ondernemingen die zich richten op paddestoelenteelt, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen;

    • d. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen van akkerbouw- of opengrondtuinbouwondernemingen, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen, en voor subsidieaanvragen uit de bijenhouderij;

    • e. € 420.000 voor subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op biologische landbouw.

  • 2 Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in het eerste lid bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over in dat lid genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.

Titel 5. Bedrijfsmodernisering [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 21 mei 2008.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie voor de in artikel 36, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.

  • 2 De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, bedraagt: € 5.500.000.

§ 2. Marktintroductie energieinnovaties [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari tot en met 15 maart 2008 en,

    • b. in de periode van 1 september tot en met 15 oktober 2008.

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie voor de in artikel 40, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000.000.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 1 februari tot en met 15 maart 2008

    • b. In de periode van 1 september tot en met 15 oktober 2008.

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -⁠ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of -ondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 41 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie voor de in artikel 43, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie voor de in artikel 43, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt ten hoogste € 2.000.000 per aanvraag.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2009]

In zoverre in afwijking van artikel 40, eerste lid, en artikel 43, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2009]

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, en 43, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan energieneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen en een zolaag mogelijke CO2-uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economisch inpasbare systemen.

Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in de artikelen 39, 42 of 48 bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over de in die artikelen genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.

§ 3. Gecombineerde luchtwassystemen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 26 september 2008.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:

    • a. bij de landbouwonderneming een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde voor zwevende deeltjes (PM10) op of na het bijbehorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden en, deze onderneming als prioritaire landbouwonderneming is genoemd of aangeduid in een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van die wet (4 punten);

    • b. de landbouwonderneming waarin veehouderij wordt beoefend ten hoogste 1000 meter is verwijderd van een gebied als omschreven in bijlage 3 bij dit besluit (2 punten), en

    • c. de aanvrager een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer heeft aangevraagd voor één of meer gecombineerde luchtwassystemen (1 punt).

  • 2 Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het eerste lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en daardoor niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 50 bedraagt: € 4.000.000.

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:

    • a. € 1.500.000,– voor landbouwondernemingen gevestigd in Noord-Brabant;

    • b. € 555.000,– voor landbouwondernemingen gevestigd in Limburg.

§ 4. Jonge landbouwers [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 26 september 2010.

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2009]

In aanvulling op artikel 1:15, derde lid, en artikel 2:40, tweede lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt: € 8.800.000.

  • 2 In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van:

    • a. € 167.442 voor jonge landbouwers gevestigd in Drenthe;

    • b. € 558.140 voor jonge landbouwers gevestigd in Gelderland;

    • c. € 186.047 voor jonge landbouwers gevestigd in Overijssel;

    • d. € 95.433 voor jonge landbouwers gevestigd in Utrecht;

    • e. € 186.047 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Holland;

    • f. € 93.023 voor jonge landbouwers gevestigd in Zeeland;

    • g. € 465.116 voor jonge landbouwers gevestigd in Noord-Brabant;

    • h. € 46.512 voor jonge landbouwers gevestigd in Limburg.

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Na verlening van de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, geschiedt de toewijzing van de aanvragen waarvan de onderneming zijn hoofdvestiging heeft in de provincies die een additioneel subsidieplafond ter beschikking hebben gesteld.

§ 5. Investeringen op het terrein van integraal duurzame stallen en houderijsystemen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 30 mei 2008.

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 62, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.

  • 2 Een aanvraag wordt hoger gerangschikt naarmate:

    • a. het project meer economisch of technisch perspectief heeft;

    • b. er voor het project een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn, en

    • c. er voor het project een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden.

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 200.000 bedraagt.

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt: € 2.500.000.

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2009]

De extra kosten, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2009]

Uit de informatie, bedoeld in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel b, van de regeling blijkt in hoeverre een stal of houderijsysteem voldoet aan de definitie van integraal duurzame stal of houderijsysteem, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt A, van de regeling.

Artikel 68 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Titel 6. Voedselkwaliteitsregelingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 69 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De beschikking omtrent subsidieverlening wordt gegeven binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag doch niet eerder dan 10 november 2008.

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond bedraagt: € 500.000.

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2009]

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel 7. Tegemoetkoming vorstschade fruitteeltsector 2005 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 71a [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:68, van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei 2008 tot en met 30 mei 2008.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 5.625.000.

Titel 8. Tegemoetkoming premie regenschadeverzekering 2007 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 71b [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:69 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 april 2008 tot en met 29 april 2008.

  • 3 Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.

Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie [Vervallen per 01-01-2009]

Titel 1. Draagvlak natuur [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 72 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 2, van de regeling kunnen worden ingediend van 1 juli 2008 tot en met 31 juli 2008.

Artikel 73 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 72, bedraagt het subsidieplafond:

Titel 2. Effectgerichte maatregelen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 74 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verleningen van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 3, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 9 februari 2008.

Artikel 75 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 74, bedraagt het subsidieplafond ten aanzien van aanvragen door:

  • a. de Unie van Bosgroepen: € 1.869.772,80;

  • b. de Landschappen: € 1.640.224,80;

  • c. de Vereniging natuurmonumenten: € 1.335.552,–;

  • d. overige aanvragers: € 371.450,40.

Titel 3. Historische buitenplaatsen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 76 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 4, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 31 december 2007.

Artikel 77 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 76, bedraagt het subsidieplafond € 2.250.000,–.

Artikel 78 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 4, paragraaf 3, kunnen worden ingediend van 1 april 2008 tot en met 31 mei 2008.

Artikel 79 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 78, bedraagt het subsidieplafond € 215.000,–.

Titel 4. Nationale en grensoverschrijdende parken [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 80 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 5, van de regeling kunnen worden ingediend tot en met 1 januari 2008.

Artikel 81 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 80, bedraagt het subsidieplafond ten aanzien van aanvragen door:

  • a. de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.347.710,23;

  • b. Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000,–.

Titel 5. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 82 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 8, kunnen worden ingediend tot en met 1 juli 2008.

Artikel 83 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 82, bedraagt het subsidieplafond:

Titel 6. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 84 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 10, kunnen worden ingediend van 1 februari tot en met 1 maart 2008.

Artikel 85 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 84, bedraagt het subsidieplafond: € 200.000,–

Hoofdstuk 4. Visserij [Vervallen per 01-01-2009]

Titel 1. Capaciteit visserijvloot [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Beëindigen visserijactiviteiten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 86 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 87 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 29.000.000,–.

  • 3 Na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, kan het aangevraagde subsidiebedrag als bedoeld in artikel 4:3 van de regeling niet worden gewijzigd.

Artikel 88 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, onderdeel a, van de regeling, voor zover:

  • a. het vissersvaartuig behoort tot het segment MFL 1 en hiervoor een contingent schol of tong is toegekend;

  • b. het vissersvaartuig een lengte over alles van meer dan 15 meter heeft en een tonnage van minder dan 1.200 BT;

  • c. het vissersvaartuig op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is;

  • d. het vissersvaartuig in elk van de twee aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden ten minste 75 dagen is gebruikt voor een visserijactiviteit, en

  • e. ten aanzien van het vissersvaartuig op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 2a, eerste en tweede lid, van de Regeling visvergunning een visvergunning is toegekend.

Artikel 89 [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel 90 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het forfaitaire subsidiebedrag per brutoton en het aanvullende bedrag, bedoeld in artikel 4:7 van de regeling, zijn:

    • a. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van minder dan 10 BT: € 11.121,– per brutoton en € 2.022,–;

    • b. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 10 BT of meer, en minder dan 25 BT: € 5.055,– per brutoton en € 62.682,–;

    • c. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 25 BT of meer, en minder dan 100 BT: € 4.246,– per brutoton en € 82.902,–;

    • d. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 100 BT of meer, en minder dan 300 BT: € 2.730,– per brutoton en € 234.552,–;

    • e. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 300 BT of meer, en minder dan 500 BT: € 2.224,– per brutoton en € 386.202,–, of

    • f. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 500 BT of meer: € 1.213,– per brutoton en € 891.702,–.

  • 2 Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, tussen 16 en 29 jaar oud is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 1,5% per jaar dat het vaartuig ouder is dan 15 jaar.

  • 3 Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, 30 jaar of ouder is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 22,5%.

  • 4 Voor de toepassing van dit artikel is de leeftijd van een vissersvaartuig een geheel getal dat het verschil aangeeft tussen het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend en het jaar van inbedrijfstelling in de zin van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274).

  • 5 Voor de toepassing van dit artikel is het aantal brutoton dat een vissersvaartuig meet, het aantal brutoton dat het vaartuig meet volgens de opgave in de meetbrief.

Artikel 91 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager de aan het vissersvaartuig verleende garnalenvergunning, de vergunning voor het vissen met een sleepnet in de Oosterschelde of, geheel of gedeeltelijk, een aan het vissersvaartuig toegekend contingent in de periode tussen 23 juli 2007 en de datum van subsidieverlening overeenkomstig de Regeling contingentering zeevis of de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren:

    • a. heeft overgedragen, of

    • b. binnen zijn onderneming heeft toegewezen aan een ander vissersvaartuig.

  • 2 De subsidieverlening wordt tevens in ieder geval geweigerd indien de aanvrager in de periode tussen 23 juli 2007 en de datum van subsidieverlening overeenkomstig de Regeling contingentering zeevis een verzoek heeft gedaan tot aanhouding van de toekenning van een contingent, een garnalenvergunning, een vergunning voor het vissen met een sleepnet in de Oosterschelde.

Artikel 92 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

  • 2 De beslissing tot verlening van subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling of het uitblijven daarvan.

§ 2. Sociaal-economische maatregelen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 92a [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdelen a en d, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 8 april 2008 tot en met 5 mei 2008.

Artikel 92b [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4:9, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door een aanvrager die:

    • a. geen bijdrage als bedoeld in artikel 4:9, onderdeel d, heeft verkregen;

    • b. ten minste een jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

    • c. een cursus volgt of gaat volgen die gericht is op verbetering van zijn beroepsvaardigheden als visser, en

    • d. binnen twaalf maanden na de aanvraag tot verlening van de subsidie aanvangt met de cursus.

  • 2 Aanvragen tot subsidieverlening voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4:9, onderdeel d, van de regeling kunnen worden ingediend door een aanvrager:

    • a. van wie de arbeids- of maatschapsovereenkomst is geëindigd of zal eindigen, of van wie de tijdelijke overeenkomst niet is verlengd of verlengd zal worden, op een datum gelegen na 26 november 2007;

    • b. die op 1 januari 2008 de leeftijd van 58 jaar maar nog niet van 65 jaar heeft bereikt;

    • c. die ten minste tien jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

    • d. die ten minste twaalf maanden voorafgaand aan de datum, bedoeld in onderdeel a, zonder onderbreking werkzaam is geweest op een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor de zeevisserij;

    • e. die met de in onderdeel d bedoelde werkzaamheden in de betrokken periode de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;

    • f. die zijn beroepsactiviteit als visser definitief heeft beëindigd of zal beëindigen, en

    • g. in voorkomend geval,

      • ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt, of

      • ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.

Artikel 92c [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt:

    • a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 4:9, onderdeel a, van de regeling: 100% van de totale kosten van deelname aan de cursus, tot een maximum van € 7.500,–;

    • b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 4:9, onderdeel d, van de regeling: € 500,– voor iedere kalendermaand gedurende de periode die aanvangt op de eerste dag van de maand waarin de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd en die eindigt op de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt.

  • 2 De totale kosten van deelname aan de cursus, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, omvatten uitsluitend de kosten van inschrijving van de cursus en de kosten van het lesmateriaal dat verplicht is voorgeschreven door de instelling die de cursus aanbiedt.

Artikel 92d [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 92e [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:9, onderdeel a, van de regeling gaat vergezeld van:

    • a. een kopie van een arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is of werkzaam is geweest,

    • b. bescheiden waaruit de kosten van de cursus blijken, en

    • c. bescheiden waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 92b, eerste lid, onderdelen b en c.

  • 2 De aanvraag tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:9, onderdeel d, van de regeling gaat vergezeld van:

    • a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is of was, en

    • b. bescheiden waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 92b, tweede lid, onderdelen b tot en met e en g.

Artikel 92f [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister rangschikt de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel a en d, van de regeling overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling, met dien verstande dat voorrang wordt gegeven aan aanvragen van vissers die:

  • a. werkzaam waren op een vaartuig waarvan de visserijactiviteiten definitief zijn beëindigd en de eigenaar voor deze definitieve beëindiging, naar aanleiding van een aanvraag, ingediend in de periode van 26 november 2007 tot en met 10 december 2007, een beschikking tot subsidieverlening heeft verkregen op grond van artikel 4:2 van de regeling, en

  • b. op het moment van de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, hun beroepsactiviteit als visser op dat vissersvaartuig uitoefenden.

Artikel 92g [Vervallen per 01-01-2009]

De begunstigde van subsidie als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel d, van de regeling verstrekt de Minister jaarlijks voor 31 maart op een daartoe door de Minister vastgesteld formulier een overzicht van zijn inkomsten uit werk en woning of sociale zekerheidsuitkeringen.

Artikel 92h [Vervallen per 01-01-2009]

Er worden geen voorschotten verleend.

Titel 2. Investeringen [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Garantstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verstrekking van een garantstelling als bedoeld in artikel 4:53 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2008.

§ 2. Investeringen in vissersvaartuigen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93a [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen worden ingediend voor het moderniseren van en het aanbrengen van voorzieningen aan boord van een vissersvaartuig ten behoeve van de visserij met een pulskorvistuig.

  • 2 Een pulskorvistuig als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. de maximale elektrische stroom in kW bedraagt voor elke boomkor niet meer dan de lengte in meter vermenigvuldigd met 1,25;

    • b. het werkelijke voltage tussen de elektroden bedraagt ten hoogste 15 Volt;

    • c. een computergestuurd beheerssysteem aan boord van het vaartuig registreert de maximale stroom per boom en het werkelijke voltage tussen de elektroden van ten minste de laatste 100 trekken.

    • d. alleen de kapitein van het vaartuig of diens gemachtigde heeft toegang tot het computergestuurde systeem om er wijzigingen in aan te brengen;

    • e. aan het vistuig zijn geen wekkerkettingen bevestigd.

  • 3 Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen tevens worden ingediend voor het moderniseren van en het aanbrengen van voorzieningen aan boord van een vissersvaartuig ten behoeve van de omschakeling naar een meer selectieve visserijmethode.

Artikel 93b [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvragen, bedoeld in artikel 93a, eerste lid, kunnen worden ingediend door eigenaren van vissersvaartuigen indien:

    • a. het vaartuig geregistreerd staat in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Besluit Registratie vissersvaartuigen 1998;

    • b. het motorvermogen van het vaartuig meer dan 735 kW is;

    • c. het vaartuig in de periode van twaalf maanden voor het moment van indienen van de aanvraag gedurende ten minste de helft van het maximumaantal dagen dat het vaartuig op grond van Europese wetgeving aanwezig mag zijn in het Skagerrak, Kattegat en in ICES-zone IV, VIa, VIIa, VIId en de EG-wateren van ICES-zone IIa, de platvisvisserij heeft uitgeoefend met een boomkor, en

    • e. voor het vaartuig contingenten tong en schol zijn toegekend.

  • 2 De aanvragen, bedoeld in artikel 93a, derde lid, kunnen worden ingediend door eigenaren van vissersvaartuigen, indien:

    • a. het vaartuig geregistreerd staat in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Besluit Registratie vissersvaartuigen 1998;

    • b. met het vaartuig volgens bij de Minister bekende gegevens in het jaar 2002 meer dan 80.000 kg van de vissoorten kabeljauw, wijting of schelvis is gevangen en aangeland;

    • c. voor het vaartuig contingenten kabeljauw of wijting waren toegekend in het jaar 2002;

    • d. met het vaartuig in het jaar 2002 niet met de boomkor is gevist.

Artikel 93c [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen als bedoeld in artikel 93a, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 17 april 2008 tot en met 2 mei 2008.

  • 3 Aanvragen als bedoeld in artikel 93a, derde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 juli 2008 tot en met 30 augustus 2008.

Artikel 93d [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 93b, eerste lid, gaat vergezeld van:

    • a. een financieringsplan voor de investering;

    • b. offertes of prijsopgaven voor de aan te schaffen apparatuur, de werkzaamheden ten behoeve van de installatie en de werkzaamheden ten behoeve van de noodzakelijke aanpassingen aan het vissersvaartuig;

    • c. een ondernemingsplan, waarin de visie van de subsidieaanvrager op de huidige en toekomstige wijze van exploitatie van zijn visserijbedrijf is opgenomen;

    • d. een opgave van de visserijgebieden waar met het vaartuig doorgaans de visserij wordt uitgeoefend.

  • 2 De aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 93b, derde lid, gaat vergezeld van:

    • a. een financieringsplan voor de investering;

    • b. offertes of prijsopgaven voor de aan te schaffen apparatuur, de werkzaamheden ten behoeve van de installatie of de werkzaamheden ten behoeve van de noodzakelijke aanpassingen aan het vissersvaartuig;

    • c. een beschrijving van hoe de subsidieaanvrager in de toekomst met zijn vissersvaartuig de visserij uit zal oefenen, waarin ten minste het type visserij en de doelsoorten zijn opgenomen.

Artikel 93e [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Bij de behandeling van aanvragen als bedoeld in artikel 93a, eerste lid, selecteert de Minister, in afwijking van artikel 4:36 van de regeling, de aanvragen voor subsidieverlening zodanig, dat de pulskorvistuigen waarvoor subsidie wordt verleend, in zo veel mogelijk verschillende praktijksituaties worden gebruikt.

  • 2 De selectie, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd op basis van:

    • a. het motorvermogen van het vissersvaartuig van de aanvrager, en

    • b. de visserijgebieden waar de aanvrager de visserij uitoefent.

  • 3 Indien de selectie van aanvragen op basis van het eerste lid zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, maakt de Minister overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling een rangschikking van de aanvragen die in gelijke mate voldoen aan de in het tweede lid bedoelde selectiecriteria.

  • 4 De Minister rangschikt een aanvraag als bedoeld in het derde lid hoger, naarmate naar het oordeel van de Minister:

    • a. het bedrijf van de aanvrager meer gericht is op duurzame en economisch rendabele visserij, blijkens het door de aanvrager ingediende ondernemingsplan;

    • b. de aanvrager meer visserijervaring met relevante vistuigen en visserijmethodes heeft , blijkens de bij het ministerie ter beschikking staande gegevens inzake de uitoefening van de visserij.

  • 5 De Minister kan een beoordelingscommissie instellen die advies geeft over de selectie en rangschikking van aanvragen als bedoeld in het eerste en derde lid.

Artikel 93f [Vervallen per 01-01-2009]

  • 3 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 93a, derde lid, bedraagt 30% van de subsidiabele kosten.

Artikel 93g [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 In elk van de twee opeenvolgende perioden van twaalf maanden na het moment van subsidievaststelling, oefent de ontvanger van subsidie, als bedoeld in artikel 93a, eerste lid, de visserij uit met het pulskorvistuig gedurende ten minste de helft van het maximumaantal dagen dat het vaartuig op grond van Europese wetgeving aanwezig mag zijn in het Skagerrak, Kattegat en in ICES-zone IV, VIa, VIIa, VIId en de EG-wateren van ICES-zone IIa.

  • 2 Tijdens de perioden, bedoeld in het eerste lid, neemt de subsidieontvanger of de schipper van het vaartuig waarop het pulskorvistuig is geïnstalleerd overeenkomstig de in dat kader gestelde voorwaarden deel aan een door de Minister opgerichte kennis- en demonstratiekring van vissers die de visserij uitoefenen met een pulskorvistuig, teneinde de opgedane kennis over de visserij met het pulskorvistuig zo veel mogelijk te delen en toegankelijk te maken voor andere vissers.

Artikel 93h [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvraag tot vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 93a, derde lid, gaat vergezeld van facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de investering gemaakte kosten.

Artikel 93i [Vervallen per 01-01-2009]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Artikel 93j [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie op grond van artikel 93a, eerste lid, wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

  • 2 De beslissing tot verlening van subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling of het uitblijven daarvan.

§ 3. Investeringen in aquacultuur [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93k [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:40, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 september 2008 tot en met 26 september 2008.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000,–.

Artikel 93l [Vervallen per 01-01-2009]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Titel 3. Maatregelen van gemeenschappelijk belang [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Innovatieprojecten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93m [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 juli 2008 tot en met 30 augustus 2008.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000,–.

Artikel 93n [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 350.000,–.

Artikel 93o [Vervallen per 01-01-2009]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

§ 2. Collectieve acties [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93p [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 juli 2008 tot en met 30 augustus 2008.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000,–.

Artikel 93q [Vervallen per 01-01-2009]

In aanvulling op artikel 4:23 van de regeling wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 93p, eerste lid, hoger gerangschikt naarmate het project waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van de Minister:

  • a. meer bijdraagt aan de verbetering van kwaliteit van visserijproducten en de toevoeging van waarde aan een visserijproduct in de keten, en

  • b. meer bijdraagt aan de traceerbaarheid van visserijproducten.

Artikel 93r [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 93s [Vervallen per 01-01-2009]

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Hoofdstuk 5. Beoordelingscommissies [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 94 [Vervallen per 01-01-2009]

Als beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 17, 24, 28, 32, eerste en tweede lid, 47 en 63 wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.

Artikel 95 [Vervallen per 01-01-2009]

De beoordelingscommissie bedoeld in artikel 94, bestaat uit:

De heer drs. J.P.J. Lokker, en

De heer ir. J.T.G.M. Koolen.

Hoofdstuk 5a. Formulieren [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 95a [Vervallen per 01-01-2009]

Als formulier waarmee aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6, eerste lid, 11, eerste lid, 27, 31, 36, eerste lid, 40, eerste lid, 43, eerste lid, 62, eerste lid, 92a, 93a, eerste en derde lid, 93k, eerste lid, 93m, eerste lid, en 93p, eerste lid, worden ingediend, zijn vastgesteld de formulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen die zijn opgenomen in Bijlage 4 bij dit besluit.

Artikel 95b [Vervallen per 01-01-2009]

Als formulier waarmee aanvragen tot subsidievaststelling als bedoeld in de artikelen 71a, eerste lid, en 71b, eerste lid, worden ingediend, zijn vastgesteld de formulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen die zijn opgenomen in Bijlage 5 bij dit besluit.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 96 [Vervallen per 01-01-2009]

Het Openstellingsbesluit LNV-subsidies wordt ingetrokken.

Artikel 97 [Vervallen per 01-01-2009]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 96 in werking treedt met ingang van 18 januari 2008.

Artikel 98 [Vervallen per 01-01-2009]

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij Investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 36, eerste lid.

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 36, onderdeel a):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 36, onderdeel b):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie- intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

   

Materieel

Eigen arbeid forfaitair

 

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Klimaatcomputer (artikel 36, onderdeel c):

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximale subsidiabele investeringskosten

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 45.000,–

 

Temperatuurintegratiesoftwarepakket (artikel 36, onderdeel d):

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per pakket

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Een vast bedrag van € 7000,– vermeerderd met € 700,– per aantal hectare onder kasdekglas/kasdekkunststof van de aanvrager

€ 10.000,–

Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunstof (artikel 36, onderdeel e):

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 400.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 36, onderdeel f):

Onderneming

Subsidie-percentage

Buffercapaciteit

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Condensor op retour (artikel 36, onderdeel g):

Onderneming

Subsidie-percentage

Maximale subsidiabele investeringskosten

 

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 13.000,–

 

Energieclusters (artikel 36, onderdeel h):

Onderneming

Subsidie-percentage

Aantal deelnemers in het samenwerkingsverband

Maximale subsidiabele investeringskosten voor het cluster

Samenwerkingsverband van twee glastuinbouwondernemingen

25%

2

€ 200.000,00

Samenwerkingsverband van drie glastuinbouwondernemingen

25%

3

€ 300.000,00

Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 39, onderdeel i):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geinstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,50

€ 55.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,10

€ 205.000,–

Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 39, onderdeel j):

Bij uitbesteding materiaal en installatie

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 9,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 336.000,–

Bij enkel uitbesteden materiaal ( installatie door eigen arbeid)

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,00

€ 5,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,75

€ 5,–

€ 336.000,–

Verticale ventilatoren voor vochtregulatie (artikel 39, onderdeel k):

Onderneming

Subsidiepercentage

Maximum subsidiabele investeringskosten per m2 geïnstalleerd

Maximale subsidiabele investeringskosten

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,–

€ 40.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,–

€ 150.000,–

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Rekenmodel als bedoeld in bijlage 2, Hoofdstuk 2, Punt A, onderdeel b, van de regeling. Marktintroductie Energie-innovaties: beperking van CO2-emissie door toepassing van een semi-gesloten kas

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel 1. Kasklimaatwensen en kasuitrusting [Vervallen per 01-01-2009]

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

 

Omschrijving

Eenheid

Geconditioneerde afdeling

Referentie

Niet gecondi-

tioneerd deel

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

 

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

 

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

 

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

 

2

2

2

Belichtingsschema’s [Vervallen per 01-01-2009]

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

 

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

 

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

 
[Schema2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

 

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

 

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

 
[Schema3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

 

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

 

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

 

Deel 2. Ketelhuis [Vervallen per 01-01-2009]

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis

1

Kasoppervlak

1

ha

     
 

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp.

0,5ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

 

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

 

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

     

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

 

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

     

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

 

8

Koude bron laden op

8

°C

     

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

 

10

elektrisch WK-rendement

42

%

     

11

thermisch WK-rendement

55

%

     

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

       

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

       
Referentie ketelhuis

14

Kasoppervlak

1

ha

     

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

 

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

 

17

elektrisch WK-rendement

42

%

     

18

thermisch WK-rendement

55

%

     

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

       

Deel 3. Koel- en verwarmkarakteristieken [Vervallen per 01-01-2009]

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Koelen

         

Lege Velden

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

 

Benchmark punten v.d. Koelunit

     

0

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

 

0

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

 

0

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

 

0

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

 

0

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

 

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen [Vervallen per 01-01-2009]

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Bijlage 242829.png

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

Elektriciteitsverbruik ventilator

Approach temperatuur als

 

functie van koelvermogen

belasting

Elekverbruik [W/m2]

koelverm

Approachtemperatuur

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel 4. Overzicht van de resultaten [Vervallen per 01-01-2009]

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Omschrijving

Eenheid

Nieuwe

situatie

Referentie-

situatie

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

       
Resultaten warmte, koude en elektra      

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

 

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

       
Resultaten gas en Elektra      

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

       
Resultaten CO2 emissie      

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

6

0

       
 

kg/m2

62

87

       

Conclusie CO2 emissiebeperking

   

29%

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2009]

Gebied als bedoeld in artikel 51, eerste lid, waarvan de kritische depositiewaarde kleiner is dan 2.400 mol N per hectare per jaar.

Gebied

 

Kritische depositiewaarde

gebiedscode

gebiedsnaam

mol N/ha/jaar

NL2003001

Aamsveen

1071

NL2003002

Abdij Lilbosch en voormalig Klooster Mariahoop

n.v.t

NL2003003

Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek

779

NL3000044

Alde Feanen

1293

NL2003004

Amerongse Bovenpolder

1693

NL9801004

Bakkeveense Duinen

1071

NL2000002

Bargerveen

1071

NL2003005

Bekendelle

1336

NL9801076

Bemelerberg en Schiepersberg

829

NL2003006

Bennekomse Meent

729

NL2003007

Bergvennen en Brecklenkampse Veld

1071

NL3000040

Biesbosch

1300

NL2003008

Boddenbroek

729

NL2003009

Boetelerveld

736

NL3004001

Boezem van Brakel

1300

NL9801016

Borkeld

1071

NL2003010

Boschhuizerbergen

1071

NL9801044

Botshol

514

NL1000029

Brunssumerheide

1071

NL2003011

Bruuk

736

NL2003012

Bunder- en Elsloerbos

1557

NL9801019

Buurserzand en Haaksbergerveen

1071

NL2003013

Canisvlietse Kreek

n.v.t

NL1000030

Coepelduynen

1193

NL9801021

Dinkelland

1071

NL9801009

Drentsche Aa

1071

NL9803011

Drents-Friese Wold en Leggelerveld

1071

NL2003014

Drouwenerzand

743

NL2003057

Duinen Ameland

771

NL1000009

Duinen Den Helder – Callantsoog

771

NL9801079

Duinen Goeree

771

NL2003058

Duinen Schiermonnikoog

771

NL1000010

Duinen Schoorl

779

NL2003059

Duinen Terschelling

771

NL2003060

Duinen Texel, Waal en Burg, Dijkmanshuizen en de Bol

771

NL2003061

Duinen Vlieland

771

NL3000016

Duinen Zwanenwater en Pettemerduinen

771

NL3000070

Dwingelderveld

1071

NL3004002

Eilandspolder-oost

514

NL2003015

Elperstroom

729

NL1000004

Engbertsdijksvenen

1071

NL9801007

Fochteloërveen en Esmeer

1071

NL1000002

Friese IJsselmeerkust

1129

NL9801024

Gelderse Poort

1300

NL2003016

Geleenbeekdal

1621

NL9801041

Geuldal

829

NL2003017

Gouwzee en kustzone Muiden

n.v.t

NL9801075

Grensmaas

1786

NL4000021

Grevelingen

779

NL2003018

Groot Zandbrink

736

NL2003019

Groote Gat

1557

NL9801036

Groote Heide – De Plateaux

1071

NL1000025

Groote Peel

1071

NL2003020

Groote Wielen

736

NL1000015

Haringvliet

1807

NL9801071

Havelte-oost

1071

NL2003021

Hollands Diep (oeverlanden)

2564

NL2003022

Ijsseluiterwaarden

1300

NL2003023

Ilperveld/Oostzanerveld/Varkensland

514

NL3000401

Kampina en Oisterwijkse Bossen en Vennen

1071

NL1000022

Kempenland

1071

NL1000012

Kennemerland-zuid

771

NL2003024

Kolland en Overlangbroek

1336

NL1000017

Kop van Schouwen

771

NL9801072

Korenburgerveen

779

NL1000021

Krammer-Volkerak

1486

NL2003025

Kunderberg

829

NL3004003

Landgoederen Oldenzaal

1336

NL2003026

Langstraat bij Sprang-Capelle

1129

NL2003027

Lemselermaten

736

NL9803039

Leudal

2400

NL3004005

Leusveld, Voorstonden en Empensche/Tondensche heide

714

NL2003028

Lieftinghsbroek

2164

NL2003029

Lonnekermeer

1071

NL9803030

Loonse en Drunense Duinen, De Brand en de Leemkuilen

1071

NL2003030

Luistenbuul en Koekoeksche Waard

1300

NL1000028

Maasduinen

1071

NL1000020

Manteling van Walcheren

779

NL2003031

Mantingerbos

2007

NL2003032

Mantingerzand

1071

NL1000027

Mariapeel en Deurnese Peel

400

NL1000013

Meijendel en Berkheide

800

NL2000008

Meinweg

1071

NL3000061

Naardermeer

514

NL3000036

Nieuwkoopse Plassen en de Haeck

514

NL2003033

Noorbeemden

1621

NL9801080

Noordhollands Duinreservaat

771

NL2003062

Noordzeekustzone

n.v.t

NL2003034

Norgerholt

2043

NL2003035

Oeffeltermeent

1300

NL2003063

Olde Maten en Veerslootslanden

514

NL2003036

Oostelijke Vechtplassen

514

NL1000018

Oosterschelde

1486

NL2003038

Oudegaasterbrekken, Gouden Bodem en Fluessen

1550

NL2003037

Oude Maas

1557

NL9801055

Ossendrecht

1071

NL2003039

Polder Stein

1536

NL2003040

Polder Westzaan

514

NL9803073

Regte Heide en Riels Laag

1071

NL2003041

Rijswaard en Kil van Hurwenen

1300

NL2003065

Ringselven en Kruispeel

1193

NL2003042

Roerdal

1300

NL9803006

Rottige Meenthe en Brandemeer

514

NL9803015

Sallandse Heuvelrug

1071

NL2003043

Sarsven en de Banen

1193

NL9801040

Savelsbos

1471

NL1000016

Solleveld

800

NL9801064

Springendal en Dal van de Mosbeek

1071

NL2003044

Stelkampsveld (Beekvliet)

1071

NL3004004

St. Jansberg

1786

NL9801025

St. Pietersberg en Jekerdal

1436

NL1000024

Strabrechtse heide en Beuven

1071

NL2003045

Swalmdal

1300

NL2003046

Teeselinkven

1071

NL2003047

Ulvenhoutse Bos

921

NL9801017

Vecht- en Beneden-Regge

1071

NL9801023

Veluwe: NW (incl. enclave)

1071

NL9801023

Veluwe: NO

1071

NL9801023

Veluwe: midden

1071

NL9801023

Veluwe: ZO

1071

NL9801023

Veluwe: zoom

1071

NL9801023

Veluwe: omg Ede

1071

NL2003048

Veluwemeer-Wolderwijd

n.v.t

NL9801049

Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek

729

NL2003049

Vogelkreek

n.v.t

NL4000017

Voordelta

1486

NL9803077

Voornes Duin

771

NL1000001

Waddenzee

771

NL9801013

Weerribben

514

NL9801035

Weerterbos

1964

NL1000014

Westduinpark en Wapendal

800

NL9803061

Westerschelde

1271

NL2003064

Wieden

514

NL9801018

Wierdense veld

1071

NL2003050

Wijnjeterper Schar en Terwispeler Grootschar

729

NL2003051

Willinks Weust

729

NL2003052

Witte Veen

1071

NL1000003

Witterveld

1071

NL2003053

Wooldse Veen

1071

NL2003054

Wormer- en Jisperveld en Kalverpolder

514

NL2003055

Zeldersche Driessen

1300

NL3004006

Zouweboezem

n.v.t

NL3004007

Zuider Lingedijk – Diefdijk Zuid

1557

NL2003056

Zwarte Meer

1536

NL1000005

Zwarte Water

1071

NL3000027

Zwin

1007

Bijlage 4 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te Den Haag.]

Bijlage 5 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te Den Haag.]