KruimelpadGeldend op 24-06-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 juli 2007, nr. DJZ 2007065566, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (PbEU L 161) en de artikelen 24 en 39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 17 augustus 2007, nr. W08.07.0198/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 oktober 2007, nr. DJZ2007103216, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verordening: verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (PbEU L 161);
b. gefluoreerde broeikasgassen: gefluoreerde broeikasgassen als bedoeld in artikel 2, onder 1, van de verordening.
Het is verboden:
a. te handelen in strijd met de voorschriften, gesteld bij de artikelen 3, eerste, tweede, derde en zesde lid, 4, 5, derde lid, en 6, eerste lid, van de verordening, en
b. te handelen in strijd met de verboden, gesteld bij de artikelen 7, eerste lid, in verbinding met het tweede lid, 8 en 9, eerste lid, in verbinding met het tweede lid, van de verordening.
1.Bij ministeriële regeling worden opleidingseisen en eisen gegeven als bedoeld in artikel 5, tweede lid, eerste volzin, van de verordening voor bedrijven en personen die betrokken zijn bij de installatie, het onderhoud en de service van de in artikel 3, eerste lid, van de verordening bedoelde apparatuur en systemen en bij de in de artikelen 3 en 4 van de verordening bedoelde activiteiten.
2.[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
1.Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf op artikel 4, eerste lid, van dit besluit, artikel 5, derde lid, van het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003 en artikel 1, derde lid, van het Besluit broeikasgassen in apparatuur op schepen Wms 2003.
2.Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006 uitsluitend op artikel 5, tweede lid, van het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003.
1.Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2.In afwijking van het eerste lid:
a. treedt artikel 3, onder b, voor zover dat betrekking heeft op artikel 8, eerste lid, van de verordening, in werking met ingang van 1 januari 2008;
b. treedt artikel 3, onder a, voor zover dat betrekking heeft op artikel 6, eerste lid, van de verordening, in werking met ingang van 1 april 2008;
c. treedt artikel 4, tweede lid, in werking met ingang van 4 juli 2009.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
J. M. Cramer
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
A. Aboutaleb
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,
A. Klink
De Minister van Justitie ,
E. M. H. Hirsch Ballin