Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Notarissen vanaf 1945 (Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie)

Geldend van 15-11-2007 t/m heden

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Notarissen vanaf 1945 (Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 06 augustus 2007 nr. aca-2007.03872/4);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 11 oktober 2007

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

algemene rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument notarissen

1945–

Voor de zorgdragers:

  • Minister van Justitie

  • Minister van Economische Zaken

  • Minister van Financiën

  • Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

Vastgesteld/ versie SDU oktober 2007 PWAA / Rotterdam Drs. P. Fijnheer

Lijst van afkortingen

AMvB: Algemene maatregel van bestuur

BFT: Bureau Financieel Toezicht

BSD: Basis selectiedocument

CBB: Centraal Bureau van Bijstand

COREPER: Comité des Représentants Permanents (EG)

CTR: Centraal Testamentenregister

EU: Europese Unie

EZ: Economische Zaken

GBA: Gemeentelijke Basisadministratie

KNB: Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

NA: Nationaal Archief

OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PBO: Publiekrechtelijk Bestuursorgaan

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

Wna: Wet op het notarisambt

ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

1 Definitie van het BSD

Een Basis Selectiedocument (BSD) is de vorm waarin een of meerdere selectielijst(en), bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277), worden vastgesteld. Een selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel het ter blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Een BSD is gebaseerd op een vastgesteld Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en bestrijkt dezelfde periode als dit rapport. Eventuele afwijkingen hiervan worden in het verslag van het driehoeksoverleg verantwoord.

Een BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Eventuele afwijkingen hierop worden in het verslag van het gevoerde driehoeksoverleg verantwoord. Indien het RIO een begin- en eindperiode vermeldt wordt de eindperiode niet overgenomen in het BSD, omdat dit ten onrechte zou suggereren dat alle handelingen afgesloten zijn. Een dergelijke wijziging heeft een praktisch nut en betekent geen nader institutioneel onderzoek.

Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO dat een veld voor de waardering wordt toegevoegd (zie leeswijzer onder hoofdstuk 8).

In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden, en welk bewaarcriterium of vernietigingstermijn gehanteerd wordt. De waardering B (= bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen. De waardering V (= vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Op welke termijn dat gebeurt, wordt bij de waardering vermeld. Bij voorkeur wordt ook het ingangsmoment vastgelegd (bijv. 3 jaar na vaststelling nieuwe regeling). Zonder nadere aanduiding gaat de vernietigingstermijn in direct na afsluiting van de zaak waarop een dossier betrekking heeft.

Anders dan in het RIO worden in het BSD de handelingen per actor geordend. Indien een BSD bestaat uit lijsten voor actoren onder verschillende zorgdragers, worden deze per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Anders gezegd: een selectielijst kan opgebouwd zijn uit (deel)lijsten voor verschillende actoren die onder dezelfde zorgdrager ressorteren.

2 Functies van het BSD

Het BSD heeft de volgende functies:

  • de selectielijsten in het BSD bieden de grondslag voor de vernietiging en overbrenging van archiefbescheiden waarvoor een zorgdrager verantwoordelijk is (Archiefwet 1995, art. 5, eerste lid);

  • voor de zorgdrager is het BSD bovendien van belang voor de bedrijfsvoering en als mogelijke basis voor archiefordening volgens bedrijfsprocessen;

  • voor de zorgdrager dient het BSD als verantwoording tegenover de recht- en bewijszoekende burger, die de mogelijkheid heeft tijdens de terinzagelegging invloed uit te oefenen op het bewaar- en vernietigingsbeleid (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder d);

  • voor de Minister belast met het cultuurbeleid (vertegenwoordigd door de Algemeen Rijksarchivaris) is het BSD de verantwoording inzake het bewaar- en vernietigingsbeleid vanuit cultureel-historisch belang (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder c);

  • voor het Nationaal Archief is het BSD (tezamen met het RIO) het uitgangspunt voor de Institutionele Toegangen.

3 Verantwoording

3.1 Doel en werking van het BSD

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In een Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken actoren op dat beleidsterrein. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot de vaststelling. Het BSD wordt vastgesteld in een gezamenlijk besluit van de Minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OCW) en de betrokken zorgdrager(s).

3.2 Definitie van het beleidsterrein

Het ambt van notaris houdt de bevoegdheid in om authentieke akten te verlijden (of ‘passeren’) in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt en andere in de wet aan hem opgedragen werkzaamheden te verrichten. Voorbeelden van ambtelijke werkzaamheden zijn het afgeven van een verklaring van erfrecht en het opmaken van een notariële akte daarvan, het opstellen van een samenlevingscontract en het geven van juridische adviezen

3.3 Afbakening van het beleidsterrein en de doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein

In dit basisselectiedocument staat het ambt van notaris centraal. Het ambt van notaris houdt de bevoegdheid in om authentieke akten te verlijden (of ‘passeren’) in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt en andere in de wet aan hem opgedragen werkzaamheden te verrichten. Voorbeelden van ambtelijke werkzaamheden zijn notariële akten betreffende het opmaken van een testament, het opstellen van een samenlevingscontract en het geven van juridische adviezen.

Van overheidswege is het handelen op het beleidsterrein notarissen er op gericht de kwaliteit van de notariële dienstverlening en de continuïteit en de toegankelijkheid van het notariaat te waarborgen. Met dit doel voor ogen zijn er bepalingen vastgesteld op het gebied van onder andere de benoeming en opleidingsvereisten van en het (financiële) toezicht op notarissen. Ten aanzien van de ontwikkeling van de tarieven streeft de overheid er naar de diensten van een notaris voor een ieder toegankelijk te houden.

3.4 Totstandkoming BSD

Dit BSD is gebaseerd op een institutioneel onderzoek naar de beleidsterreinen Natuurlijke personen en Notarissen dat in 2002 is uitgevoerd door drs. R. van Abel. In 2006 is door het Ministerie Justitie besloten om zowel voor het beleidsterrein Notarissen als voor het beleidsterrein Natuurlijke personen een afzonderlijk RIO en BSD op te stellen. Voor het RIO en BSD Notarissen is begin 2007 aanvullend onderzoek gedaan door drs. P. Fijnheer. Dit aanvullende onderzoek was nodig omdat de context voor verschillende handelingen in eerste instantie als te summier werd beoordeeld. Het aanvullende onderzoek heeft geresulteerd in het RIO Notarissen. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein notarissen (1945–2006). Dit RIO heeft PIVOT-nummer 172 gekregen.

In principe zijn in dit BSD de handelingen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) niet opgenomen. De KNB heeft een eigen selectielijst vastgesteld (Stcrt. 2005, 212). In overleg met de KNB is besloten de handeling van de KNB betreffende de zorg voor het inrichten en bijhouden van het Centraal Testamentenregister wel in dit BSD Notarissen op te nemen. Sinds januari 2007 heeft de KNB deze taak van de Minister van Justitie overgenomen. Deze handeling staat in paragraaf 3.8, ‘De Notariële archieven’. Tevens is een handeling met betrekking tot voorlichting en een handeling met betrekking tot registratie opgenomen voor de KNB, alsook voor de Minister van Justitie voor de periode 1945–2006.

In de selectielijst van de KNB is ook de actor Commissie van toezicht beroepsopleiding notariaat opgenomen. Dit is tevens van toepassing voor de beheerders van de algemene bewaarplaatsen van protocollen in elk arrondissement. Dit zijn notarissen die door de kamers van toezicht worden benoemd.

Van het Bureau Financieel toezicht (BFT) zijn geen handelingen opgenomen, aangezien dit een ZBO met rechtspersoonlijkheid is en derhalve zelf zorgdrager is van het eigen archief.

In dit BSD Notarissen is de actor Commissie tot regeling van tarieven van deurwaarders en notarissen bij veilingen opgenomen. Voor de beroepsgroep Gerechtsdeurwaarders zal nog een basis selectiedocument worden vervaardigd.

Er behoeven geen selectie- of vernietigingslijsten te worden ingetrokken.

De volgende beleidsdeskundigen hebben het concept-BSD beoordeeld:

  • Dhr. mr. V.A. Dalmijn, senior beleidsmedewerker Juridische beroepsgroepen en Tolken, Ministerie van Justitie, Directie Rechtsbestel, Afdeling Toegang Rechtsbestel

  • Mw. mr. W. M. Garnier, beleidsmedewerker tolken, Directie Rechtsbestel

  • Mw. mr. E.E. Minkjan, bestuurssecretaris bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

Als archiefdeskundige is opgetreden de heer drs. G. Beks, projectleider bij de directie Informatisering van het Ministerie van Justitie.

3.5 De actoren werkzaam op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

  • Minister van Justitie

  • Centraal Bureau van Bijstand (CBB)

  • Commissie tot regeling tarieven van deurwaarders en notarissen bij veilingen

  • Commissie voor geschillen van de Stichting Notarieel Pensioenfonds

  • Commissie voor het notariaat (Commissie Pitlo)

  • Commissie welke tot taak heeft van advies te dienen omtrent de vraag welke bescheiden tezamen met het protocol dienen te worden overgedragen aan de opvolger van een ontslagen of overleden notaris

  • Kamer van toezicht

  • Werkgroep Associaties Notariaat

Actoren onder de zorg van Minister van Economische Zaken (EZ)

- Minister van Economische Zaken

Actoren onder de zorg van Minister van Financiën

– Minister van Financiën

Overige actoren

– Koninklijke Notariële beroepsorganisatie (KNB)

4 Selectiedoelstelling

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven. Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

5 Selectiecriteria

De selectiedoelstelling van het Nationaal Archief is dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn, waardoor bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Om de selectiedoelstelling te realiseren, worden zes selectiecriteria gebruikt om tot een waardering te komen:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid

op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninklijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

‘Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.’

6 Verslag vaststellingsprocedure

In maart 2007 is het ontwerp-BSD door de Minister van Justitie, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Financiën, en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 juni 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief. Tevens is de selectielijst beschikbaar gesteld via de website van het Nationaal Archief en de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 6 augustus 2007 bracht de RvC advies uit (aca-2007.03872/4), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst. De Raad constateerde in haar advies een overlap met de handelingen voor de Kamer van Toezicht in het BSD Rechterlijke Macht. Deze handelingen zijn vastgesteld (Stcrt. 2007/5) voor de zorgdragers de Minister van Justitie en de Rechterlijke organisatie. Het NA heeft daarop in overleg met de Mandaatgroep archieven gerechten en PWAA besloten de handelingen van de Kamer van Toezicht uit onderhavig BSD te verwijderen. Wanneer het BSD Rechterlijke Macht te zijner tijd wordt geactualiseerd zal de afweging worden gemaakt in hoeverre de handelingen van de Kamer van Toezicht uit de selectielijst Notarissen alsnog worden vastgesteld.

Daarop werd het BSD op 11 oktober 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Projectdirecteur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Economische Zaken (C/S&A/07/2260), de Minister van Financiën (C/S&A/07/2261), de Minister van Justitie (C/S&A/07/2262) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (C/S&A/07/2263) vastgesteld.

7 Leeswijzer

De handelingen worden beschreven in een handelingenblok, zoals hierna aangegeven:

(X):

Dit is het volgnummer van de handeling.

Dit nummer is overgenomen uit het RIO. Als het volgnummer van één of meerdere handelingen in het BSD afwijkt van het oorspronkelijke RIO-nummer, dan wordt deze vermeld in een concordans.

Handeling

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Bijvoorbeeld:

Het voorbereiden, coördineren en bepalen van het beleid inzake geluidshinder.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945– genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend, kan op twee manieren worden vermeld.

(1)

  • de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;

  • het betreffende artikel en lid daarvan;

  • de vindplaats of bron;

  • wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Bijvoorbeeld:

Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid, lid 3 (Stb. 1969, 598), gewijzigd 1978 (Stb. 1978, 254), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

(2)

  • naam van de wet, de algemene Maatregel van bestuur, het Koninklijk Besluit of Ministeriële regeling;

  • het betreffende artikel en het lid daarvan.

De overige gegevens (vindplaats, wijzigingen of vervallen kunnen worden vermeld in een overzicht van geraadpleegde wetten)

Bijvoorbeeld:

Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2, Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid 3

NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld. Het verdient de voorkeur de vindplaats van de grondslag op te nemen in het handelingenblok. Een andere mogelijkheid is de vindplaats in het overzicht van wet- en regelgeving te vermelden. Duidelijk moet zijn op welke versie van een wet- of regeling een handeling gebaseerd is.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product

Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct Toepassing is afhankelijk van de zorgdrager.

Opmerking

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering

Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

8 Actorenoverzicht

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

Minister van Justitie

De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor het beleid en de wet- en regelgeving ten aanzien van het ambt van notaris. Zijn handelen komt er in grote lijnen op neer de kwaliteit van de notariële dienstverlening, de continuïteit en de toegankelijkheid van het notariaat en de ontwikkeling van de tarieven te (laten) bewaken. Er zijn diverse deelonderwerpen binnen het notarisambt, zoals de benoeming tot notaris, de beroepsvereisten, de tarieven en het (financiële) toezicht.

In 1842 stelde de Minister de wet op het notarisambt vast. Met de wettelijke bepalingen beoogde de Minister de belangen van het publiek beter te waarborgen. In deze wet waren bepalingen opgenomen ten aanzien van onder andere de benoeming van notarissen, de beroepsvereisten en het toezicht op notarissen. Later is regelgeving vastgesteld betreffende onder andere de tarieven van notariële werkzaamheden, de beroepsvereisten en de leeftijdsgrens van notarissen.

In 1999 is de nieuwe Wet op het notarisambt (Wna) vastgesteld. Deze wet betekent een ingrijpende wijziging ten opzichte van de oude wet, in het bijzonder op het gebied van het benoemings- en standplaatsenbeleid. Met het loslaten van de tarieven wordt beoogd de marktwerking te vergroten.

Momenteel is een ingrijpende wetswijziging in de maak, dankzij welke een notaris in dienstverband werkzaam kan zijn. Hierdoor krijgt de kandidaat-notaris die niet als ondernemer werkzaam wil of kan zijn de mogelijkheid om in deeltijd te werken. Met het wetsvoorstel streeft de Minister ernaar de binnen het notariaat aanwezige kennis niet verloren te laten gaan.

Verordeningen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) betreffende beroeps- en gedragsregels voor notarissen en de bevordering van de vakbekwaamheid moeten door de Minister worden goedgekeurd. De Minister kan zijn goedkeuring onthouden indien de verordening in strijd wordt geacht met het recht of het algemeen belang.

Teneinde de naleving van de bepalingen van de Wna, van de op grond daarvan uitgevaardigde AMvB’s en Ministeriële regelingen en van de door de KNB opgestelde verordeningen te waarborgen, zijn er diverse toezichthoudende instellingen in het leven geroepen: de kamers van toezicht, het Centraal Bureau van Bijstand (CBB) en het Bureau Financieel Toezicht (BFT). De Minister bepaalt de inrichting van deze organen, stelt nadere regels vast omtrent de werkzaamheden en bevoegdheden en benoemt het (merendeel van het) personeel.

De Minister heeft in 1955 de Stichting Notarieel Pensioenfonds in het leven geroepen. Uitzonderingen daargelaten is elke (kandidaat-)notaris verplicht deel te nemen aan het fonds.

Commissie tot regeling tarieven van deurwaarders en notarissen bij veilingen (1951–1954)

Deze commissie adviseerde de Minister van Justitie over de vraag in hoeverre en op welke wijze een bevredigender regeling kon worden getroffen ten aanzien van de honorering van notarissen en deurwaarders voor hun verplichte tussenkomt bij veilingen.

Commissie voor geschillen van de Stichting Notarieel Pensioenfonds (1954–)

Bij wet van 16 september 1954 is de Commissie voor geschillen van de Stichting Notarieel Pensioenfonds in het leven geroepen. De commissie heeft als taak te bemiddelen tussen het fonds, dat pensioen verleend aan notarissen en kandidaat-notarissen, en de deelnemers aan het pensioenfondsfonds.

Commissie voor het notariaat (Commissie Pitlo) (1947–1955)

Deze commissie stelde op verzoek van de Minister van Justitie wetsontwerpen ‘houdende regelen tot invoeren van een leeftijdsgrens voor notarissen en oprichting van een notarieel pensioenfonds’ op. Tevens stelde de commissie een ontwerp op voor de stichtingsbrief en een ontwerp-reglement voor een pensioenfonds voor notarissen. In 1955 verscheen het rapport over de invoering van een leeftijdsgrens voor notarissen.

Commissie welke tot taak heeft van advies te dienen omtrent de vraag welke bescheiden tezamen met het protocol dienen te worden overgedragen aan de opvolger van een ontslagen of overleden notaris (1954–?)

Deze in 1954 ingestelde commissie had tot taak te adviseren welke bescheiden tezamen met het protocol dienen te worden overgedragen aan de opvolger van een ontslagen of overleden notaris.

Centraal Bureau van Bijstand (CBB) (1945–1999)

Het Centraal Bureau van Bijstand (CBB) werd in 1933 door de Minister van Justitie opgericht. Het was haar taak de kamers van toezicht bij te staan in het nakomen van de verplichting voor notarissen om een boekhouding bij te houden. De notarissen waren verplicht hun boekhouding aan de deskundigen van het CBB ter inzage te geven. Het personeel van het in Utrecht gevestigde Bureau werd door de Minister van Justitie benoemd. Het CBB werd in 1999 opgevolgd door het Bureau Financieel toezicht (BFT).

Kamer van toezicht (1945–)

Het toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen, alsmede de tuchtrechtspraak, wordt uitgeoefend door de in 1904 door de Minister van Justitie ingestelde kamers van toezicht. De kamers zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Wet op het notarisambt, van de op grond daarvan uitgevaardigde AMvB’s en Ministeriële regelingen, alsmede van de verordeningen en andere besluiten van de KNB. De kamers zijn bevoegd bepaalde disciplinaire maatregelen te nemen.

Notarissen of kandidaat-notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen indien zij handelingen verrichten, of juist nalaten, welke in strijd zijn met de bepalingen van de Wna of op deze wet berustende verordeningen. Voorbeelden zijn onpartijdigheid, de verplichting tot voorlichting en waarschuwing van partijen, het verrichten van betalingen niet dan nadat cliënten toestemming hebben gegeven en een incorrecte bejegening van zijn cliënten.

In de hoofdplaats van ieder arrondissement is een kamer van toezicht gevestigd, wier rechtsgebied samenvalt met dat van de rechtbank in het desbetreffende arrondissement. Elke kamer bestaat uit een voorzitter en vier leden. De president van de rechtbank van het arrondissement waar de kamer van toezicht is gevestigd, is voorzitter van deze kamer. Twee leden worden benoemd door de Minister van Justitie voor een periode van vier jaar De overige twee leden – derhalve altijd een minderheid – moeten notaris of kandidaat-notaris zijn.

In het kader van het toezicht kan de kamer van toezicht een onderzoek instellen. De kamer kan, indien een klacht over een notaris gegrond wordt geacht, een notaris of (kandidaat-)notaris waarschuwen, berispen, tijdelijk schorsen of in het uiterste geval uit het ambt ontzetten. In de wet op het notarisambt van 1842 bestond de mogelijkheid tot schorsing nog niet. Tegen een beslissing van de kamer van toezicht kan hoger beroep worden ingesteld. De kamer van toezicht kan de uitoefening door een (kandidaat-)notaris van een nevenbetrekking ongewenst verklaren.

Werkgroep Associaties Notariaat (1983–1986)

De Werkgroep Associaties Notariaat onderzocht het verschijnsel van de associatie en de associatieve standplaats. De werkgroep diende de juridische aspecten en de praktische gevolgen van de associatie van het notariaat te onderzoeken en voorstellen te formuleren die konden leiden tot het stellen van regels betreffende het aangaan van associaties. In 1986 verscheen het eindrapport van de werkgroep.

Hieronder volgen twee commissies welke onder het zorgdragerschap van Justitie vallen, maar waarvoor geen handelingen zijn opgenomen.

Commissie van deskundigen welke de Minister van Justitie adviseert over het ondernemingsplan (1999–)

In de Wna is de bepaling opgenomen dat de verzoeker een ondernemingsplan dient op te stellen. In dit ondernemingsplan moet in ieder geval blijken dat de verzoeker over voldoende financiële middelen geschikt om een kantoor te houden dat voldoet aan de eisen van het ambt. Over het ondernemingsplan wordt door een door de Minister van Justitie benoemde Commissie van deskundigen advies uitgebracht. In het ondernemingsplan wordt het advies van de commissie als bijlage opgenomen.

De adviezen van de commissie worden bewaard als product van handeling 31 voor de Minister van Justitie. In het RIO en BSD is daarom alleen deze tekst over de commissie als actor opgenomen, geen handeling.

Commissie monitoring notariaat (Commissie-Kok) (1999–2003)

De commissie-Kok bracht tijdens de overgangsperiode na het inwerking treden van de Wet op het notarisambt (Wna) in 1999 jaarlijks aan de Minister van Justitie en de Minister van EZ een rapport uit over de gevolgen van deze wet. De monitoringscommissie vormt geen aparte actor, aangezien de rapportages onderdeel vormden van het verslag dat de Ministers uitbrachten aan de Staten-Generaal.

De rapporten van de commissie worden bewaard als product van handeling 4 voor de Minister van Justitie. In het RIO en BSD is daarom alleen deze tekst over de commissie als actor opgenomen, geen handeling.

Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken (EZ)

Minister van Economische Zaken (1999–2003)

Gedurende drie jaar na inwerkingtreding van de Wna in 1999 stelden de Minister van Justitie en de Minister van Economische Zaken jaarlijks bij Ministeriële regelingen tarieven of een tarievenstelsel vast ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening mocht brengen. Het was de notaris verboden gedurende deze overgangsregeling de cliënt een honorarium in rekening te brengen dat niet in overeenstemming was met die Ministeriële regeling. Tijdens de overgangsperiode brachten de Ministers verslag uit aan de Staten-Generaal over de gevolgen van de overgangsregeling.

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

Minister van Financiën (1999)

Samen met de Minister van Justitie verrichte de Minister van Financiën diverse activiteiten in het kader van de vervanging van het Centraal Bureau van Bijstand (CBB) door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) in 1999, naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wna. Dit betrof onder andere het bepalen welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Centraal Bureau van Bijstand worden toegerekend, worden toebedeeld aan het BFT en welke medewerkers in dienst van het CBB worden aangesteld bij het BFT.

Overige actoren

Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

Alle in Nederland gevestigde (kandidaat-)notarissen zijn lid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Zij heeft tot taak de beroepsuitoefening door de leden en hun vakbekwaamheid te bevorderen en het zorgdragen van het aanzien van het notariaatsambt. De KNB kan verordeningen en reglementen vaststellen, bijv. ten aanzien van beroeps- en gedragsregels en stages. Deze behoeven de goedkeuring door de Minister van Justitie. Als publiekrechtelijke beroepsorganisatie heeft de in 1997 in het leven geroepen KNB een eigen selectielijst (Stcrt. 2005, 212).

In dit BSD zijn toch enkele handelingen van de KNB opgenomen, betreffende het inrichten en bijhouden van het Centraal Testamentenregister, het registreren van testamenten in dit register en het verstrekken van inlichtingen uit het register. Sinds januari 2007 heeft de KNB deze taken van de Minister van Justitie overgenomen.

Selectielijsten

9 Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

9.1 Actor: de Minister van Justitie

9.1.1. Algemene handelingen

Nationaal

Beleidsontwikkeling en -evaluatie

(1.)

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende het beleidsterrein notarissen

Periode: 1945–

Product: O.a. beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen en evaluaties

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

Onder deze handeling valt ook:

het voeren van overleg met andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

het voeren van overleg met / het leveren van bijdragen aan het overleg met het staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

het voorbereiden van een Memorie van Toelichting op de Rijksbegroting het beleidsterrein;

het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein;

het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

(2.)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgevingbetreffende het beleidsterrein notarissen

Periode: 1945–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

O.a. :

Bij handeling 2 als voorbeeld van produkten noemen : Besluit deeltijd notarissen (Stb. 1999, 227) en Regeling EG-verklaring kandidaat-notarissen (Stcrt. 2001, 177)

Opmerking: Het betreft hier alléén voorbereidingen waarvoor in de wet- en regelgeving geen grondslagen te vinden zijn

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

(3.)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Opmerking: Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

Waardering: B 3 voor verslagen op het hoogste niveau

V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

(4.)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften valt binnen de omschrijving van de bovenstaande handeling

Waardering: B 3

(5.)

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleidsterrein notarissen en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen, verweerschriften

Waardering: V 10 jaar na beschikking

Informatieverstrekking

(6.)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het beleidsterrein notarissen.

Periode: 1945–

Product: Correspondentie

Waardering: V 2 jaar

(7.)

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V 1 jaar, m.u.v. 1 exemplaar van het eindprodukt

Onderzoek

(8.)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein notarissen.

Periode: 1945–

Product: Offerte, brieven, rapport

Waardering: B 5 opdracht en eindproduct

V 5 jaar overige neerslag

(9.)

Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein notarissen.

Periode: 1945–

Product: Notities, notulen, brieven

Waardering: V 5 jaar

(10.)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Waardering: V 5 jaar

(11.)

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Rekeningen, declaraties

Waardering: V 5 jaar

Subsidie

(12.)

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen, correspondentie

Opmerking: Vanaf 1995 worden er geen subsidies meer verstrekt wanneer daarvoor geen wettelijke basis bestaat

Waardering: V 7 jaar

Instellen en opheffen van organisatie-eenheden en commissies

(13.)

Handeling: Het instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden op het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Produkt; Besluit Instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het Notarisambt (vervallen) (Stb. 1933, 292), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Instelling Bureau Financieel Toezicht, Wna, art. 110 (Stcrt. 1999, 190)

Waardering: B 4

(14.)

Handeling: Het instellen en opheffen van commissies, raden, werkgroepen e.d. op het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Product: Instellingsbeschikking, o.a.:

Instellingsbesluit examencommissie voor de benoeming van notarissen, Wet op het notarisambt (vervallen), art. 11 (Stb. 1842, 20)

Instellen Commissie van deskundigen voor het beoordelen van een ondernemingsplan, Wna, art. 7, lid 2 (Stb. 1999, 190);

Voorlopige commissie monitoring notariaat (Commissie-Kok), 25 januari 1999.

Waardering: B 4

(15.)

Handeling: Het benoemen van de leden van commissies, raden, werkgroepen e.d. op het beleidsterrein Notarissen

Periode: 1945–

Grondslag: O.a.:

Wet op het notarisambt vervallen), art. 11 (Stb. 1842, 20)

Wna, art. 128, lid 1 (Stb. 1999, 190);

Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 5, lid 2 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 1997, 395;

Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt, art. 6 en 7 ( Stb. 1955, 216)

Product: Benoeming

Waardering: V 5 jaar na einde betrekking

Nederlandse inbreng in de Europese Unie

(16.)

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende het beleidsterrein Notarissen en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

Periode: 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, rapporten

Waardering: B 5

(18.)

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake het beleidsterrein Notarissen en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

Periode: 1958–

Waardering: B 5

(20.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot het beleidsterrein Notarissen en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

– dit betreft de verslagen die de Nederlandse delegatie opstelt, en niet de vergaderverslagen. De vergaderverslagen vallen onder de archiefzorg van de Europese Unie.

Waardering: B 5

(21.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot het beleidsterrein Notarissen en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

– dit betreft de verslagen die de Nederlandse delegatie opstelt, en niet de vergaderverslagen. De vergaderverslagen vallen onder de archiefzorg van de Europese Unie.

Waardering: B 5

(27.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het beleidsterrein Notarissen, die besproken worden in raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatie-overleg.

– Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B 1

(28.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot het beleidsterrein Notarissen, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatie-overleg.

– Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B 1

9.1.2 Ambt, bevoegdheid, benoeming en ontslag van de notaris

Benoeming en ontslag

(31)

Handeling: Het benoemen, het weigeren van een benoeming en het ontslaan van een notaris

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 2 en art. 52 (Stb. 1842, 20); Wet op het notarisambt, art. 3, lid 1; art. 8, lid 3; art. 14, lid 2; art. 27, lid 4 (Stb. 1999, 190); zoals gewijzigd Stcrt. 2007, art. 2, lid a en b; art. 7a; art 8a; art. 10a; art. 13a

Product: Koninklijk Besluit, beschikking tot weigering

Opmerking: In het dossier bevinden zich ook stukken mbt:

– verzoek tot benoeming

– ondernemingsplan met bijlagen: uitreksel GBA, kopie getuigschrift van het afgelegde examen, kopie stageverklaring KNB, kopie getuigschrift beroepsopleiding, verklaring omtrent notariële werkervaring, verklaring omtrent gedrag, tuchtrechtelijke verklaring Kamer van Toezicht en eventuele extra bijlagen.

– advies van commissie van deskundigen welke de Minister adviseert over het ondernemingsplan (Stb. 1999, 190, art. 8, lid 2)

– aanwijzing tot de overname van het protocol en overige notariële bescheiden

– stageverklaring

– verklaring omtrent gedrag

– bewijs van nationaliteit

(N.B. zie voor de handeling het schorsen of uit zijn ambt zetten van notarissen door de Kamer van toezicht handeling 35).

Waardering: B 1 Benoemingsbesluiten, rapportages van de Kamer van Toezicht aan de Minister en uitreksels van het register van de Kamer van Toezicht

V 7 jaar overige stukken, na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

(32)

Handeling: Het verlengen van de termijn voor het afleggen van de eed voor het ambt van notaris

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 18 en art. 76, lid 2 (Stb. 1842, 20)

Product: K.B.

Waardering: V 2 jaar na verlenging

Tuchtrechtelijke maatregelen

(36)

Handeling: Het voordragen van een koninklijk besluit tot opheffing van schorsing of tot ambtsherstel van een notaris, of tot herstel van de bevoegdheid van een kandidaat-notaris

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 109, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Koninklijk Besluit, voordracht, advies, correspondentie

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

Ondernemingsplan

(37)

Actor: Minister van Justitie

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels betreffende

a. het ondernemingsplan

b. de samenstelling en de werkwijze van de Commissie van deskundigen welke de Minister van Justitie adviseert over het ondernemingsplan

c. de wijze waarop de kosten van advisering over het ondernemingsplan worden berekend

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 7, lid 4 (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB’s

Opmerking: In het ondernemingsplan wordt het advies van Commissie van deskundigen voor het beoordelen van een ondernemingsplan als bijlage opgenomen

Waardering: B 5

Vestigingsplaats

(38)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen van het maximum aantal notarissen per arrondissement

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 3 (Stb. 1842, 20)

Product: KB van 29 september 1892 (Stb. 228); KB van 20 februari 1924 (Stb. 53); KB van 24 maart 1934 (Stb. 120)

Opmerking:

Waardering: B 5

(40)

Handeling: Het vaststellen van regels voor de overgangsperiode van de oude naar de nieuwe Wet op het notarisambt met betrekking tot het maximum aantal notarissen dat in ieder arrondissement kan worden benoemd

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 124 (Stb. 1999, 190)

Product: Regelgeving

Waardering: B 5

(41)

Handeling: Het wijzigen van de plaats van vestiging van een notaris, al dan niet op zijn verzoek, of het weigeren van een verzoek tot wijziging van standplaats

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 4 (Stb. 1842, 20); Wet op het notarisambt, art. 10, lid 1 en 6 (Stb. 1999, 190)

Product: Koninklijk Besluit, Ministeriële beschikking

Opmerking: Met de nieuwe wet op het notarisambt in 1999 gebeurt dit bij Ministeriële beschikking. In de oude wet gebeurde dat bij Koninklijk Besluit.

Onder plaats van vestiging wordt verstaan: de gemeente waar de notaris zich zal vestigen.

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

(42)

Handeling: Het verlenen van een vergunning aan de notaris om buiten zijn standplaats te wonen

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art.5 (Stb. 1842, 20), zoals gewijzigd bij Stb. 1878, 29, Stb. 1904, 283, Stb. 1956, 4, Stb. 1993, 242

Product: Koninklijk Besluit

Opmerking: Normaliter was de notaris verplicht zijn standplaats ook als woonplaats te hebben. In het besluit van bovenstaande handeling staat de woonplaats met name genoemd en de voorwaarden die van toepassing zijn om buiten de standplaats te mogen wonen.

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

Overname notarispraktijk / waarneming

(44)

Handeling: Het, in geval een notaris overlijdt, defungeert of zich buiten het arrondissement vestigt waarin zijn plaats van vestiging is gelegen zonder medeneming van zijn protocol, aanwijzen van een notaris om het protocol en de overige notariële bescheiden over te nemen

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 15, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Product: Aanwijzing, beschikking, advies van de kamer van toezicht

Opmerking: Indien deze bescheiden moeten worden overgenomen door een nieuw benoemde notaris, kan de aanwijzing bij het koninklijk besluit van zijn benoeming plaatsvinden.

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

(46)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van het minimaal aantal uren per week gedurende welke de notaris zijn ambt dient uit te oefenen bij waarneming in deeltijd

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 29, lid 3, (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB

Waardering: V 5 jaar na vervallen AMvB

Register kamer van toezicht

(47)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels betreffende de inrichting van het register van de kamer van toezicht en de wijze waarop het wordt bijgehouden

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 5, lid 5 (Stb. 1999, 190); Idem, art. 29, lid 8

Product: AMvB’s, bijv. Besluit Kamers van toezicht notariaat (Stcrt. 1999, 246)

Opmerking: De kamer van toezicht houdt een register bij waarin de namen etc. van de in het desbetreffende arrondissement gevestigde notarissen worden opgenomen, alsmede een register waarin de namen van de bevoegde waarnemers zijn opgenomen. Direct na het eedsaflegging laat de notaris zich bij dit register inschrijven.

Waardering: B 5

Nevenfuncties

(48)

Handeling: Het verlenen van toestemming aan notarissen om in bijzondere gevallen nevenfuncties in een plaatselijk bestuur uit te oefenen

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 8 (Stb. 1842, 20)

Product: Vergunningen

Opmerking: Beoogd werd belangenverstrengeling en onverenigbaarheid van betrekkingen te voorkomen.

Waardering: V 7 jaar na beëindigen nevenfunctie

Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds

(49)

Handeling: Het stellen van regels ter bepaling van de status van het kantoor waar een kandidaat-notaris werkzaam is

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 24 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 637, Stb. 1990, 337, Stb. 1992, 441, Stb. 1994, 252, Stb. 1995, 354, Stb. 2000, 2001, 21

Product: Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt (Stb. 1954, 509), zoals gewijzigd bij Stb. 1977, 255

Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt (Stb. 1955, 216)

Waardering: V 2 jaar na wijziging van het Besluit

(50)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van nadere regels ter uitwerking van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 24 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354 en Stb. 2000, 2001, 21

Product: Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt (Stb. 1954, 509), zoals gewijzigd bij Stb. 1977, 255 en Stb. 1996, 286.

Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt (Stb. 1955, 216)

Wet houdende verlaging van de leeftijd waarop notarissen ontslag wordt verleend (Stb. 1983, 595)

Waardering: B 5

(51)

Handeling: Het (op verzoek) aanwijzen van een instelling die behartiging van notariële belangen beoogt

Periode: 1955–

Grondslag: Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt, art. 2 en 3 (Stb. 1955, 216), zoals gewijzigd bij Stb. 1977, 422

Product: Beschikking, verzoekschrift

Opmerking: De Minister kan de aanwijzing intrekken indien de instelling niet meer voldoet aan de gestelde eisen (dit zijn: de instelling moet rechtspersoon zijn met volledige rechtsbevoegdheid, in Nederland woonplaats hebben en tot doel hebben de notariële belangen te behartigen).

Waardering: B 1

9.1.3 De uitoefening van het notarisambt

(52)

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de wijze van berekening en uitkering van de rente van de op de bijzondere rekening gestorte gelden

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 25, lid 7 (Stb. 1999, 190)

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

9.1.4 De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Beroepsvereisten

(53)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels met betrekking tot de beroepsvereisten voor het uitoefenen van het ambt van notaris

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 12 (Stb. 1842, 20); Wet op het notarisambt, art. 6, lid 3 en 4 (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB, Stb. 1878, 29

AMvB, Stb. 1904, 283

AMvB, Stb. 1937, 627, art. 4, lid 3

Besluit beroepsvereisten kandidaat-notaris (Stb. 1999, 228)

Waardering: B 5

Model getuigschrift

(54)

Handeling: Het vaststellen van het model van het getuigschrift voor het behalen van het examen voor het ambt van notaris

Periode: 1945–1958

Grondslag: Besluit, houdende voorschriften ter uitvoering van artikel 14 van de Wet op het notarisambt (vervallen), art. 8 (Stb. 1878, 81), zoals gewijzigd bij Stb. 1956, 54

Product: Model

Waardering: V 2 jaar na wijziging van het model

Examencommissie

(55)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van nadere voorschriften betreffende het examen en de examencommissie voor de benoeming van notarissen

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 11 (Stb. 1842, 20)

Product: AMvB’s: Stb. 1878, 29, zoals gewijzigd op 30 december 1904 (Stb. 1904, 283)

Opmerking: Dit betrof onder andere bepalingen inzake het examenprogramma, het aantal leden van de examencommissie en de vacatiegelden en reis- en verblijfkosten van deze leden.

Waardering: V 2 jaar na wijziging van de voorschriften

EG-verklaring

(59)

Handeling: Het verstrekken van (voorwaardelijke) EG-verklaringen aan onderdanen van lidstaten van de EU om het beroep kandidaat-notaris in Nederland uit te oefenen

Periode: 2001–

Grondslag: Regeling EG-verklaring Kandidaat-notarissen, art. 3, lid 1 (Stcrt.2001, 177)

Product: (voorwaardelijke) EG-verklaring, beschikking, correspondentie

Waardering: B 1

9.1.5 De akten, minuten, grossen en afschriften

(60)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels omtrent de gegevens en verklaringen welke in grossen, afschriften en uittreksels van akten dienen te worden opgenomen en de wijze waarop elektronische afschriften en elektronische uittreksels van akten worden vervaardigd

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 53, lid 1 en 2 (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB’s

Waardering: B 1

9.1.6 De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Overgangsperiode tussen oude en nieuwe Wet op het Notarisambt

(61)

Handeling: Het gedurende drie jaar na inwerkingtreding van de wet op het Notarisambt jaarlijks bij Ministeriële regelingen vaststellen van tarieven of een tarievenstelsel ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt

Periode: 1999–2002

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 127, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Ministeriële regels

Opmerking; Deze vaststelling gebeurt in overleg met de Minister van Economische Zaken.

Waardering: B 5

(62)

Handeling: Het vaststellen van tarieven of een tarievenstelsel ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 56, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB’s, Ministeriële regelingen, o.a.

– Regeling notariële tarieven familiepraktijk minderdaadkrachtigen 2006 (Stcrt. 2005, 250)

Waardering: B 5

Maximumtarieven

(64)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels tot de wijze waarop de hoogte van het eigen vermogen van cliënten van notarissen wordt bepaald ten behoeve van het vaststellen van maximumtarieven in de familiepraktijk

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 56, lid 5 (Stb. 1999, 190)

Product: AMvB

Opmerking: Dit is van toepassing op cliënten die geen beroep hoeven te doen op de Regeling notariële tarieven familiepraktijk minder draagkrachtigen maar wier eigen vermogen niet hoger is dan € 226.890.

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

(65)

Handeling: Het wijzigen van het maximumbedrag aan eigen vermogen voor de vaststelling van maximumtarieven in de familiepraktijk

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 56, lid 4 (Stb. 1999, 190)

Product: Ministeriële regels

Opmerking: Dit gebeurt indien het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

9.1.7 De notariële archieven

Notariële archieven

(67)

Handeling: Het aanwijzen van een alternatief gebouw voor de inrichting van een algemene bewaarplaats der minuten

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 69, lid 1 (Stb. 1842, 20), zoals gewijzigd bij Stb. 1878, 29 en Stb. 1904, 283

Product: Aanwijzing

Waardering: B 1

(69)

Handeling: Het verlenen van verlof aan anderen dan de onmiddellijk belanghebbende personen of hun erfgenamen inzage te nemen of afschriften of uittreksels te vorderen van notariële akten ouder dan zeventig jaar

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 42 (Stb. 1842, 20)

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar na verlening

(71)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de overbrenging van notariële archiefbescheiden naar algemene bewaarplaatsen

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 69a (Stb. 1842, 20), zoals gewijzigd bij Stb. 1904, 283

Wet op het notarisambt, art. 58, lid 3 (Stb. 1999, 190)

Product: Regeling overbrenging notariële archiefbescheiden naar de algemene bewaarplaats (Stcrt. 1999, 181)

Waardering: B 5

(72)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de overbrenging van notariële archiefbescheiden uit algemene bewaarplaatsen naar rijksarchiefbewaarplaatsen

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 69a (Stb. 1842, 20), zoals gewijzigd bij Stb. 1904, 283;

Wet op het notarisambt, art. 59, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Regeling overbrenging notariële archiefbescheiden naar de Rijksarchiefbewaarplaats (Stcrt. 1999, 203)

Waardering: B 5

Centraal testamentenregister

(73)

Handeling: Het beheren van het centraal testamentenregister

Periode: 1945–2006

Grondslag: Wet op het testamentenregister, art. 2 (Stb. 1918, 124; Wet op het centraal testamentenregister, art. 2 (Stb. 1977, 25)

Product: Register, kopie k.b. mbt naamswijziging en benoeming

Opmerking: Met ingang van 1 januari 2007 is de KNB belast met de zorg voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister.

Waardering: B 1 eindproduct

V 1 jaar overige neerslag

(131)

Handeling: Het registreren van testamenten in het centraal testamentenregister

Periode: 1945–2006

Product: registratieformulieren

Waardering: B 1: eindproduct

V 1 jaar overige neerslag

(132)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen uit het centraal testamentenregister

Periode: 1945–2006

Product: correspondentie

Opmerking Gebeurt meestal digitaal

Waardering: V, 1 jaar

(74)

Handeling: Het machtigen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) tot het zorgdragen voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister

Periode: 2005–

Product: Besluit machtiging KNB tot zorg voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister, Stcrt. 2006, 137

Waardering: B 1

(76)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de wijze waarop de benodigde gegevens voor het testamentenregister aan de Minister van Justitie worden verstrekt

Periode: 1945–1977

Grondslag: Wet op het testamentenregister, art. 2, (Stb. 1918, 124)

Product: AMvB van 27 juni 1918, (Stb. 434)

Waardering: B 5

(77)

Handeling: Het vaststellen van een formulier volgens welke de notaris verplicht is uiterlijk de eerste werkdag volgende op die waarop de akte is verleden aan het testamentenregister opgave te doen van de volgende gegevens :

– de naam, de eerste drie voornamen en het aantal van de voornamen, de geboorteplaats en de geboortedatum van de persoon die de akte deed verlijden;

– de datum van de akte

Periode: 1977–

Grondslag: Wet op het centraal testamentenregister, art. 3 (Stb. 1977, 25)

Product: Formulier

Opmerking: In het register wordt ook het nummer opgenomen dat de Minister van Justitie aan het kantoor van een notaris toekent

Waardering: B 5

(78)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de wijze waarop het indienen van aanvragen, het verstrekken van inlichtingen en de vergoedingen voor de aanvragen uit het testamentenregister worden geregeld

Periode: 1945–1977

Grondslag: Wet op het testamentenregister, art. 4(Stb. 1918, 124)

Product: AMvB van 27 juni 1918 (Stb. 434)

Opmerking: Met het van kracht worden van de nieuwe wet op het centraal testamentenregister in 1977 wordt aan een ieder kosteloos inlichtingen verstrekt uit de gegevens van het testamentenregister.

Waardering: B 5

(79)

Handeling: Het aan door de Minister van Financiën aan te wijzen inspecteurs van de rijksbelastingen verstrekken van de voor die dienst nodige gegevens omtrent overleden personen

Periode: 1977–

Grondslag: Wet op het centraal testamentenregister, art. 6 (Stb. 1977, 25)

Product: Correspondentie

Waardering: B 1

(80)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de hoogte van het recht dat op de inschrijving van een notariële akte wordt geheven en de wijze van inning daarvan

Periode: 1977–

Grondslag: Wet op het centraal testamentenregister, art. 4.1 (Stb. 1977, 25)

Product: AMvB

Opmerking: Voor de betaling van het recht is de notaris aansprakelijk.

Waardering: V 7 jaar

9.1.8 De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

(81)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 91, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Product: Goedkeuring, afkeuring

Opmerking: De goedkeuring kan worden onthouden indien deze in strijd is met het recht of het algemeen belang.

Voorbeelden van verordeningen zijn: de Verordening beroeps- en gedragsregels, het Reglement Beroepsaansprakelijkheid 2004, de Stageverordening en de Verordening bevordering vakbekwaamheid.

Waardering: B 5

(82)

Handeling: Het bij koninklijk besluit vernietigen van besluiten van de ledenraad, van het bestuur of van andere organen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), voorzover het verordeningen betreft die niet op grond van artikel 91 van de Wet op het notarisambt rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 92 (Stb. 1999, 190)

Product: K.B.

Opmerking: Een besluit kan niet worden vernietigd, indien zes maanden zijn verstreken nadat het is bekendgemaakt. Vernietiging kan in ieder geval nog plaatsvinden gedurende een eventuele schorsing van het besluit, die maximaal één jaar kan duren.

Waardering: B 5

(83)

Handeling: Het aanwijzen van personen die na de inwerkingtreding van de Wet op het notarisambt als voorzitter of als lid zitting hebben in het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de ledenraad en de ringbesturen voor een termijn van ten hoogste negentig dagen

Periode: 1999

Grondslag: Wet op het notarisambt, art.132 (Stb. 1999, 190)

Product: Benoeming

Opmerking: Dit betrof een overgangsbepaling tussen de oude en de nieuwe wet. Binnen negentig dagen na inwerkingtreding van de wet (op 1 oktober 1999) dienden het bestuur, de ledenraad en de ringvergaderingen opnieuw te worden gekozen.

Waardering: V 5 jaar na beëindiging lidmaatschap

9.1.9 Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Algemeen

(84)

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het toezicht op de nakoming van de verplichting tot het voeren van een deugdelijke boekhouding

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 73, sub a, lid 3 (Stb. 1931, 195), zoals gewijzigd bij Stb. 1984, 421

Product: Besluit Instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt (vervallen) (Stb. 1933, 292), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

Kamers van toezicht

(85)

Handeling: Het benoemen van twee van de vier leden van de Kamers van toezicht en hun plaatsvervangers

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 50a (Stb. 20); Wet op het notarisambt, art. 94, lid 3 (Stb. 1999, 190)

Product: Benoemingsbesluit

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

(86)

Handeling: Het regelen van de wijze van benoeming van leden en plaatsvervangers van de kamers van toezicht

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 50, sub b, lid 1 (Stb. 1904, 283), zoals gewijzigd bij Stb. 1909, 142

Product: Besluit instelling Kamers van toezicht ex artikelen 50 en 50 sub b van de Wet op het notarisambt (vervallen) (Stb. 1905, 270), zoals gewijzigd bij Stb. 1906, 63, Stb. 1917, 581,Stb. 1922, 531, Stb. 1924, 472, Stb. 1933, Stb. 1933, 280, Stb. 1934, 247, Stb. 1935, 232, Stb. 1954, 441, Stb. 1956, 476, Stb. 1963, 23, Stb. 1963, 511, Stb. 1993, 399

Waardering: B 1

(87)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels betreffende de inrichting van de Kamers van toezicht en de uitoefening van de haar opgedragen werkzaamheden, alsmede de reis- en verblijfkosten van haar leden

Periode: 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 50b (Stb. 1842, 20); Wet op het notarisambt, art. 94, lid 7 (Stb. 1999, 190)

Product: Besluit instelling Kamers van toezicht ex artikelen 50 en 50 sub b van de Wet op het notarisambt (vervallen) (Stb. 1905, 270), zoals gewijzigd bij Stb. 1906, 63, Stb. 1917, 581,Stb. 1922, 531, Stb. 1924, 472, Stb. 1933, Stb. 1933, 280, Stb. 1934, 247, Stb. 1935, 232, Stb. 1954, 441, Stb. 1956, 476, Stb. 1963, 23, Stb. 1963, 511, Stb. 1993, 399, Besluit kamers van toezicht notariaat, Stb. 1999, 246

Waardering: B 5

(88)

Handeling: Het goedkeuren van de huishoudelijke reglementen van de Kamers van toezicht

Periode: 1945–1999

Grondslag: Wet op het notarisambt (vervallen), art. 50b (Stb. 1842/20);

Besluit instelling Kamers van toezicht ex artikelen 50 en 50 sub b van de Wet op het notarisambt (vervallen), art. 19 (Stb. 1905, 270), zoals gewijzigd bij Stb. 1924, 472, Stb. 1997, 764

Product: Goedkeuring

Waardering: B 4

(89)

Handeling: Het geven van opdrachten aan de Kamers van toezicht

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit instelling Kamers van toezicht ex artikelen 50 en 50 sub b van de Wet op het notarisambt (vervallen), art. 24 (Stb. 1905, 270)

Product: Circulaire, brief

Waardering: B 5

Centraal Bureau van Bijstand

(92)

Handeling: Het aanwijzen van een vestigingsplaats voor het Centraal Bureau van Bijstand

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, Stb. 292, art. 2, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Of:

Besluit instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt, (Stcrt. 1933, 292), art. 2, zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Product: Besluit van 30 oktober 1933 betreffende toezicht op de boekhouding van notarissen (Stcrt. 1933, 213)

Waardering: V 5 jaar na aanwijzing

(93)

Handeling: Het benoemen van de (vervangend) voorzitter van het Centraal Bureau van Bijstand

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt, (Stcrt. 1933, 292), art. 2, zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Product: Benoeming

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(94)

Handeling: Het benoemen van twee (vervangende) deskundigen van het Centraal Bureau van Bijstand

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt, art. 2 (Stcrt. 1933, 292), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Product: Benoeming

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(95)

Handeling: Het benoemen van het personeel van het Centraal Bureau van Bijstand

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 2 (Stb. 1933, 292) (tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de Wet op het notarisambt);

Besluit instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt, art. 2 (Stcrt. 1933, 292), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 418

Product: Benoeming

Waardering: V 7 jaar na einde betrekking

(96)

Handeling: Het aan de voorzitter en de deskundigen van het Centraal Bureau van Bijstand voor een bepaalde tijd verlenen van vrijstelling van de verplichting in dezelfde plaats te wonen als waar het Centraal Bureau van Bureau gevestigd is

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 3 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Besluit

Opmerking: In het besluit wordt tevens de woonplaats aangewezen.

Waardering: V 5 jaar na vervallen besluit

(99)

Handeling: Het verlenen van verlof aan de voorzitter van het Centraal Bureau van Bijstand voor een afwezigheid langer dan vijf achtereenvolgende dagen

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 5 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Beschikking

Waardering: V 1 jaar

(100)

Handeling: Het aan de deskundigen van het Centraal Bureau van Bijstand verlenen van toestemming voor het tegen betaling vervullen van nevenbetrekkingen of

-functies

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 6 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Besluiten

Waardering: V 5 jaar

(101)

Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van het Centraal Bureau van Bijstand

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 8 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar na vervallen

(107)

Handeling: Het goedkeuren van de door het Centraal Bureau van Bijstand opgestelde jaarrekening

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 16 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Goedkeuring

Waardering: V 3 jaar na goedkeuren jaarrekening

(109)

Handeling: Het goedkeuren van het gezamenlijke bedrag van de kosten welke het Centraal Bureau van Bijstand aan alle in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde notarissen in rekening brengt

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 18, lid 6 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt, gelijk dit artikel is vastgesteld bij de wet van 15 mei 1931

Product: Goedkeuring

Opmerking: De kosten kwamen voort uit het toezicht op de nakoming van de verplichting van notarissen tot het voeren van een deugdelijke boekhouding. Hoe hoger het inkomen van de notaris was, des te hoger de kosten waren die in rekening werden gebracht.

Waardering: V 5 jaar na vervallen goedkeuring

Bureau Financieel Toezicht

(110)

Handeling: Het verrichten van activiteiten in het kader van de vervanging van het Centraal Bureau van Bijstand door het Bureau Financieel Toezicht

Periode: 1999

Grondslag: Wet op het notarisambt, art.129, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Product: Lijst, besluiten, correspondentie

Opmerking: O.a.:

– Het vaststellen van een lijst met de namen en functies van personeelsleden van het Centraal Bureau van Bijstand die met ingang van de datum van het in werking treden van de Wet op het notarisambt van rechtswege worden ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het Bureau Financieel Toezicht (art. 129, lid 1)

– Het in overeenstemming met de Minister van Financiën bepalen welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Centraal Bureau van Bijstand worden toegerekend, worden toebedeeld aan het Bureau Financieel Toezicht en tegen welke waarde (art.130, lid 1 en 2)

– Het doen van opgaven aan de bewaarders van de openbare registers indien, als gevolg van het toebedelen aan het Bureau Financieel Toezicht van vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Centraal Bureau van Bijstand worden toegerekend, veranderingen in de tenaamstelling in die openbare registers plaatsvindt (art. 130, lid 3)

Waardering: V 7 jaar

(111)

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de voorzitter en de andere leden van het bestuur het Bureau Financieel Toezicht

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt), art. 110, lid 4 (Stb. 1999, 190)

Product: Benoeming, schorsing, ontslag

Waardering: V 7 jaar na benoeming

(112)

Handeling: Het vaststellen van een vergoeding voor de leden van het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht voor hun werkzaamheden alsmede een vergoeding van de reis- en verblijfkosten

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 110, lid 5 (Stb. 1999, /190)

Product: Ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

(113)

Handeling: Het goedkeuren van het bestuursreglement van het Bureau Financieel Toezicht

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 110, lid 9 (Stb. 1999, 190); zoals gewijzigd (Stcrt. 2007)

Product: Goedkeuringsbesluit

Waardering: V 3 jaar na vervallen reglement

(114)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat het Bureau Financieel Toezicht andere taken kan verrichten dan alleen het toezicht op de naleving door de notaris van bepalingen, verordeningen en Ministeriële regelingen in de Wet op het Notarisambt, indien die taken in verband staan met het bijstaan van de Kamers van Toezicht

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 110, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Besluit ondernemingsplan notarisambt (Stb. 1999, 191)

Waardering: B 5

(115)

Handeling: Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels ten aanzien van de uitoefening van de taken van het Bureau

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 110, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Ministeriële regeling

Waardering: B 5

(116)

Handeling: Het inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van het Bureau Financieel Toezicht

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 111, lid 7 (Stb. 1999, 190)

Waardering: V 10 jaar

(117)

Handeling: Het treffen van voorzieningen in geval van ernstige verwaarlozing door het Bureau Financieel Toezicht van zijn taken

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 110, lid 11(Stb. 1999, 190)

Waardering: B 5

(118)

Handeling: Het verlenen van subsidie aan het Bureau Financieel Toezicht voor de kosten van de exploitatie van het Bureau

Periode: 1999–

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 111, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Waardering: V 5 jaar

9.1.10 De Stichting Notarieel Pensioenfonds

(119)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van nadere regels voor de oprichting van een notarieel pensioenfonds

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 24 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354 en Stb. 2000, 2001/21

Product: AMvB

Waardering: B 5

(121)

Handeling: Het zorgdragen voor de oprichting van een notarieel pensioenfonds voor notarissen

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 4, lid 1 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1986, 637, Stb. 1990, 337, Stb. 1992, 441, Stb. 1994, 252, Stb. 1995, 354, Stb. 2000, 2001/21

Product: Beschikking tot bekendmaking van de tekst van de statuten en het pensioenreglement (Stcrt. 1955, 99)

Waardering: B 4

Reglementen

(122)

Handeling: Het voor de eerste maal vaststellen van de stichtingsbrief en het pensioenreglement voor notarissen

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 4, lid 4 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 2000, 2001, 21

Product: Besluit

Waardering: B 1

(123)

Handeling: Het goedkeuren van de stichtingsbrief, besluiten tot wijziging van de stichtingsbrief en het vaststellen en wijzigen van het pensioenreglement van de Stichting Notarieel Pensioenfonds

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 4, lid 4 en 6 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 2000, 2001/21

Statuten van de Stichting Notarieel Pensioenfonds, art. 19, lid 3 (Stcrt. 1955, 99), zoals gewijzigd bij Stcrt. 1974, 246 en Stcrt. 1988, 253

Product: Beschikking, o.a. Stcrt. 1955, 99, Stcrt. 1990, 202, Stcrt. 1991, 177, Stcrt. 1993, 141, Stcrt. 1995, 250

Waardering: B 1

Ontbinding

(124)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten tot ontbinding van de Stichting Notarieel Pensioenfonds

Periode: 1955–

Grondslag: Statuten van de Stichting Notarieel Pensioenfonds, art. 20, lid 1 (Stcrt. 1955, 99), zoals gewijzigd bij Stcrt. 1974, 246 en Stcrt. 1988, 253

Product: Besluit

Opmerking: De Minister neemt dit besluit nadat hij de Verzekeringskamer gehoord heeft. Bij het verzoek tot goedkeuring wordt een liquidatieplan voorgelegd.

Waardering: B 4

(125)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het hoofdbestuur van de Koninklijke Notariële beroepsorganisatie (KNB) omtrent de bestemming van de overgebleven bezittingen van de Stichting Notarieel Pensioenfonds, na vereffening van de stichting

Periode: 1955–

Grondslag: Statuten van de Stichting Notarieel Pensioenfonds, art. 20, lid 1 (Stcrt. 1955, 99), zoals gewijzigd bij Stcrt. 1974, 246 en Stcrt. 1988, 253

Product: Besluit

Opmerking: De Minister neemt dit besluit nadat hij de Verzekeringskamer gehoord heeft. Bij het verzoek tot goedkeuring wordt een liquidatieplan voorgelegd.

De voorganger van de KNB was de Koninklijke Notariële Broederschap. Deze kwam voort uit een fusie in 1974 tussen de Koninklijke Broederschap der Notarissen en de Broederschap der Candidaat-Notarissen.

Waardering: B 4

Deelnemerschap

(126)

Handeling: Het verlenen (en het intrekken van) vrijstelling van notarissen en kandidaat-notarissen van de deelneming in het notarieel pensioenfonds

Periode: 1954–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 5, lid 2 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 1997, 395

Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt, artt. 6 en 7 (Stb. 1955, 216)

Product: Besluit, correspondentie

Opmerking: Dit gebeurt indien de betrokken notaris of kandidaat-notaris gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering.

Waardering: V 7 jaar na

– overlijden van de betrokkene

– ontslag, mits hij/zij redelijkerwijs niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe benoeming tot notaris

– pensioengerechtigde leeftijd

Beslissen op beroepen

(129)

Handeling: Het beslissen op het beroep van het bestuur van het notarieel pensioenfonds tegen een door de Verzekeringskamer ingebracht bezwaar.

Periode: 1955–

Grondslag: Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, art. 16, lid 4 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 1997, 395

Product: Besluit

Opmerking: De aanwijzingen van de Verzekeringskamer betreffen opmerkingen over de in haar ogen onbevredigende gang van zaken bij het notarieel pensioenfonds, bijvoorbeeld ten aanzien van de jaarrekening of de samengestelde winst- en verliesrekening van het notarieel pensioenfonds. Bij het nemen van een besluit wordt de Raad van State gehoord.

Waardering: B 5

Vatstellen van modellen en staten

(130)

Handeling: Het vaststellen van modellen van staten en de daarbij behorende omslag, bedoeld voor de door de Stichting Notarieel Pensioenfonds aan de

Verzekeringskamer te overleggen, en door de actuaris samen te stellen wetenschappelijke balans en verlies- en winstrekening, een actuarieel verslag betreffende het fonds en een door een accountant gecontroleerd verslag, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds wordt gegeven

Periode: 1955–

Grondslag: Besluit ex artikel 24 Wet leeftijdsgrens notarisambt, art. 10 (Stb. 1955, 216), zoals gewijzigd bij Stb. 1994, 474 en Stb. 1997, 20

Product: Vaststellingsbesluit

Opmerking: Voorbeelden van staten zijn rekening van baten en lasten, hypothecaire leningen, obligaties en een overzicht van de verzekerden.

Waardering: V 5 jaar na wijziging van het model

9.2 Actor: Centraal Bureau van Bijstand (CBB)

(97)

Handeling: Het verlenen van toestemming aan het aan het Centraal Bureau van Bijstand verbonden personeel om buiten de gemeente van vestiging van het Bureau te wonen

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 3 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

(98)

Handeling: Het verlenen van verlof aan de deskundigen en het aan het Centraal Bureau van Bijstand verbonden personeel

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 5 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Waardering: V, 1 jaar

(102)

Handeling: Het, al dan niet in opdracht van de Kamers van Toezicht, onderzoeken of door de notarissen behoorlijk wordt voldaan aan de verplichting tot boekhouding, zoals opgelegd bij artikel 73a van de wet op het notarisambt

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 9, lid 1 en 2 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Rapporten

Opmerking: Na elk onderzoek zond het Centraal Bureau de Kamer van Toezicht een verslag met bevindingen

Waardering: V 7 jaar na vaststellen verslag

(103)

Handeling: Het geven van voorlichting aan de Minister van Justitie over de uitvoering van artikel 73a van de Wet op het Notarisambt

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 14 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Waardering: V 1 jaar

(104)

Handeling: Het verstrekken aan inlichtingen aan de Kamer van Toezicht

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 13 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Correspondentie

Waardering: B 1, B 5

(105)

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag van haar werkzaamheden aan de Minister van Justitie

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 15 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Jaarverslag

Waardering: B 3 verslag

V 2 jaar na ontvangst: overige neerslag

(106)

Handeling: Het opstellen van een jaarrekening

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit van 20 mei 1933, art. 16 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Jaarrekening

Opmerking: In deze jaarrekening staan alle kosten vermeld, welke het toezicht op de nakoming van de verplichting van notarissen tot het voeren van een deugdelijke boekhouding over het afgelopen jaar met zich meebrengt.

Waardering: B 3 jaarrekening

V 2 jaar na ontvangst: overige neerslag

(108)

Handeling: Het vaststellen welk deel van de kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden, verricht in opdracht van de Stichting Notarieel Pensioenfonds ter inwinning van gegevens, die het fonds wil ontvangen ter vaststelling van deelnemerschap van een notaris of van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen, te beschouwen is als kosten ter uitoefening van de taak

Periode: 1945–1999

Grondslag: Besluit instelling Centraal Bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het notarisambt (vervallen), art. 17 (Stb. 1933, 292), zoals gewijzigd bij Stb. 1958, 2, en Stb. 1995, 418

Product: Besluiten

Opmerking: Het aldus vastgestelde deel werd afgetrokken van het totaalbedrag van de kosten van het CBB. Het resterende bedrag werd over alle in Nederland gevestigde notarissen ‘omgeslagen’, dat wil zeggen in rekening gebracht.

Waardering: V, 5 jaar na vervallen besluit

9.3 Actor: Commissie tot regeling tarieven van deurwaarders en notarissen bij veilingen

(63)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie omtrent de honorering van notarissen en deurwaarders voor hun verplichte tussenkomt bij veilingen

Periode: 1951–1954

Grondslag: Instellingsbesluit, 27 december 1951Besluit van 20 mei 1933, art. 16 (Stb. 1933, 292), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 73a van de wet op het notarisambt

Product: Adviesrapport

Waardering: B 1

9.4 Actor: Commissie voor geschillen van de Stichting Notarieel Pensioenfonds

(128)

Handeling: Het bemiddelen in pensioengeschillen tussen de Stichting Notarieel Pensioenfonds en de deelnemers aan het pensioenfondsfonds

Periode: 1955–

Grondslag: Instellingsbesluit van 16 september 1954 (Stb. 1954, 407), zoals gewijzigd bij Stb. 1995, 354, Stb. 1997, 395

Product: Correspondentie

Opmerking: Het fonds verleent pensioen aan notarissen en kandidaat-notarissen, die verplicht zijn deel te nemen aan het pensioenfonds.

Waardering: V, 10 jaar na einde bemiddeling

9.5 Actor: Commissie voor het notariaat (Commissie Pitlo)

(120)

Handeling: Het opstellen van wetsontwerpen betreffende de invoering van een leeftijdsgrens voor notarissen en de oprichting van een notarieel pensioenfonds, alsmede ontwerpen betreffende de stichtingsbrief en het reglement van het pensioenfondsfonds

Periode: 1947–1955

Grondslag: Instellingsbesluit van 12 maart 1947

Product: Advies, wetsontwerpen, rapport over de invoering van een leeftijdsgrens voor notarissen

Waardering: B 1

9.6 Actor: Commissie welke tot taak heeft van advies te dienen omtrent de vraag welke bescheiden tezamen met het protocol dienen te worden overgedragen aan de opvolger van een ontslagen of overleden notaris

(43)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie welke bescheiden tezamen met het protocol dienen te worden overgedragen aan de opvolger van een ontslagen of overleden notaris

Periode: 1951–(?)

Grondslag: Instellingsbesluit van 29 november 1954

Product: Advies

Waardering: B 1

9.7 Actor: Werkgroep Associaties Notariaat

(39)

Handeling: Het onderzoeken van het verschijnsel van de associatie en de associatieve standplaats en de juridische aspecten en de praktische gevolgen van de associatie van het notariaat en het adviseren over het stellen van regels betreffende het aangaan van associaties

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit, 21 maart 1983

Product: Advies

Waardering: B 1

10 Actor onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

10.1 Actor: de Minister van Economische Zaken

(61)

Handeling: Het gedurende drie jaar na inwerkingtreding van de wet op het Notarisambt jaarlijks bij Ministeriële regelingen vaststellen van tarieven of een tarievenstelsel ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt

Periode: 1999–2002

Grondslag: Wet op het notarisambt, art. 127, lid 2 (Stb. 1999, 190)

Product: Ministeriële regels

Opmerking: Deze vaststelling gebeurt in overleg met de Minister van Justitie.

Waardering: V 20 jaar

11 Actor onder de zorg van de Minister van Financiën

11.1 Actor: de Minister van Financiën

(110)

Handeling: Het verrichten van activiteiten in het kader van de vervanging van het Centraal Bureau van Bijstand door het Bureau Financieel Toezicht

Periode: 1999

Grondslag: Wet op het notarisambt, art.129, lid 1 (Stb. 1999, 190)

Product: Regeling

Opmerking: O.a. :

– Het in overeenstemming met de Minister van Justitie bepalen welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Centraal Bureau van Bijstand worden toegerekend, worden toebedeeld aan het Bureau Financieel Toezicht en tegen welke waarde (art.130, lid 1 en 2)

– Het doen van opgaven aan de bewaarders van de openbare registers indien, als gevolg van het toebedelen aan het Bureau Financieel Toezicht van vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Centraal Bureau van Bijstand worden toegerekend, veranderingen in de tenaamstelling in die openbare registers plaatsvindt (art.130, lid 3)

Waardering: V 10 jaar

12 Actor onder de zorg van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

12.1 Actor: de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB)

(73)

Handeling: Het beheren van het centraal testamentenregister

Periode: 2006–

Grondslag: Besluit machtiging KNB tot zorg voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister, Stcrt. 2006, 137

Product: Register, kopie k.b. mbt naamswijziging en benoeming

Opmerking: Tot 2007 was de Minister van Justitie belast met de zorg voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister.

Waardering: B 1

(131)

Handeling: Het registreren van testamenten in het centraal testamentenregister

Periode: 2006–

Grondslag: Besluit machtiging KNB tot zorg voor de inrichting en het bijhouden van het centraal testamentenregister, Stcrt. 2006, 137

Product: registratieformulieren

Waardering: B 1: eindproduct

V 1 jaar: overige producten

(132)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen uit het centraal testamentenregister

Periode: 2006–

Product: correspondentie

Opmerking Gebeurt meestal digitaal

Waardering: V 1 jaar.