Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

Geldend op 08-05-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 3.33

    • 1. Het in een oppervlaktewaterlichaam, op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, lozen van afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen, is toegestaan indien het gehalte aan onopgeloste stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan 300 milligram per liter.

    • 2. Het in een vuilwaterriool lozen van afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen vindt slechts dan in een vuilwaterriool plaats indien het lozen, bedoeld in het eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is en het gehalte aan onopgeloste stoffen niet meer bedraagt dan 300 milligram per liter.

    • 3. Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van het milieu met betrekking tot het lozen, bedoeld in het eerste lid, bij maatwerkvoorschrift voor onopgeloste stoffen lagere emissiegrenswaarden vaststellen.

    • 4. Het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.

    • 5. Indien de opgeslagen inerte goederen worden bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk voor dit bevochtigen gebruikt.