Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitensectorale [...] tot heden (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Geldend van 01-11-2007 t/m heden

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden 1945 tot heden (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 25-9-2007, aca-2007.03991/4);

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 3 oktober 2007

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

algemene rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze:
de

project directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden PWAA

,

A. van der Kooij

Basisselectiedocument overheidspersoneel

Deelbeleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden 1945–

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdrager

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Algemene Zaken

Minister van Economische Zaken

Minister van Justitie

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Project Wegwerken Archief Achterstanden (PWAA) Vastgestelde versie, oktober 2007

Lijst van afkortingen

AAW: Algemene Arbeidsongeschiktheidswet

ABP: Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AGFA: Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren

AKW: Algemene Kinderbijslagwet

Amvb: algemene maatregel van bestuur

AOB: Arbeidsovereenkomstenbesluit

AOV: Arbeidsongeschiktheidsverzekering

AOW: Algemene Ouderdomswetwet

Appa: Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers

ARA: Algemeen Rijksarchief

ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement

art.: artikel

Awb: Algemene wet bestuursrecht

AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

AWW: Algemene Weduwen- en Wezenwet

BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren

BiZa: Minister van Binnenlandse Zaken

BSD: Basisselectiedocument

BVD: Binnenlandse Veiligheidsdienst

BZK: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

DGOP: Directoraat-generaal Overheidspersoneelsbeleid

EG: Europese Gemeenschap

EK: Eerste Kamer (kamerstuk-aanduiding)

FAOP: Fonds Arbeidsongeschiktheidsverzekering Overheidspersoneel

Fin.: Ministerie van Financiën

FLO: Functioneel leeftijdsontslag

IPO: Interprovinciaal Overleg

KB: Koninklijk besluit

MID: Militaire Inlichtingendienst

MvT: Memorie van Toelichting

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RAS: Rijksambtenarenspaarregeling

RBB: Rijksdienst voor Bedrijfsgezondheid en Bedrijfsveiligheid

RGD: Rijks Geneeskundige Dienst

RIO: Rapport institutioneel onderzoek

RPD: Rijks Psychologische Dienst

SBK-RO: Besluit Sociaal Beleidskader Rijksoverheid

SOR: Sectorcommissie overleg Rijkspersoneel

Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

TK: Tweede Kamer (aanduiding kamerstuk)

USZO: Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs

VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten

VUT: Vervroegd uittreden

VUT-fonds: Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel

WAO: Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering

WW: Werkloosheidswet

ZW: Ziektewet

Verantwoording

Doel en Werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (financieel beleid, bijvoorbeeld) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid. Dit BSD is een dergelijk horizontaal selectiedocument.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Definitie en Afbakening van het Beleidsterrein

De hoofdlijnen van het handelen van de overheid op het beleidsterrein buitensectorale arbeidsvoorwaarden zijn het vaststellen en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden van politieke en semi-politieke ambtsdragers (de gekozen leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen, de benoemde politieke ambtsdragers, de leden van de Hoge Colleges van Staat), de Koninklijke hofhouding en de ambtenaren in internationale organisaties. Het gaat hierbij dus om personen die voor de overheid werkzaam zijn, maar die niet onder het sectorenmodel vallen.

De grote lijn in het beleid bij de politieke en semi-politieke ambtsdragers was de bundeling van de vele regelingen die voor elke groep ambtsdrager golden in uiteindelijk één regeling, meestal een rechtspositiebesluit. Vooral in het begin van de jaren negentig werden veel rechtspositiebesluiten vastgesteld. Een andere tendens bij deze groepen ambtsdragers was de koppeling met de rechtspositie van de rijksambtenaren.

Ook bij de Koninklijke hofhouding vond in de loop der jaren een verandering in de rechtspositie plaats. Hierbij werden regelingen vastgesteld conform die van de rijksambtenaren.

Voor de ambtenaren in internationale organisaties is er geen centraal beleid. Ieder Ministerie heeft zijn eigen regeling voor zijn ambtenaren. De eigen regeling is veelal geënt op de regeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Totstandkoming BSD

Het onderliggende BSD is gebaseerd op het RIO Overheidspersoneel: Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden. Een rapport institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein buitensectorale arbeidsvoorwaarden bij de overheid in de periode 1945–1998. Pivot-rapport nummer 74, geschreven door Mieke Schaap in 2003.

Eind 2002, begin 2003 is het ontwerp-BSD door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 3 maart 2003 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 2 oktober 2003 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2003.6458/1), hetwelk –naast enkele tekstuele correcties- aanleiding heeft gegeven tot enkele wijzigingen van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 5 oktober 2004, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk C/S/04/2140), de Minister van Defensie (C/S/04/2141), de Minister van Financiën (C/S/04/2142), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S/04/2143), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S/04/2144), de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S/04/2145), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S/04/2146) en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S/04/2147) bepaald. Daarop is het BSD vastgesteld in de Staatscourant nr. 240 van 13 december 2004.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft echter, ondanks deelname aan het driehoeksoverleg, het BSD Buitensectorale arbeidsvoorwaarden in 2004 niet vastgesteld. Daarom wordt deze selectielijst voor de actor de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister alsnog voorgelegd ter vaststelling.

Hetzelfde geldt voor de Ministers van Algemene Zaken, Economische Zaken, Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De handelingen betreffende de actor ‘vakMinister’ zijn hetzelfde als voor de Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister. Daarnaast zijn er enkele handelingen, die specifiek van toepassing zijn voor de actoren ‘Minister van Algemene Zaken’ en de ‘Minister van Justitie’, bijgevoegd.

Aangezien het BSD Buitensectorale arbeidsvoorwaarden al eerder uitvoerig is besproken voor zowel de primaire zorgdrager (BZK) als de secundaire zorgdragers (handelingen vakMinister), is in samenspraak met het NA besloten tot een versnelde vaststellingsprocedure. Voor meer informatie over de doelstellingen van de overheid of de actoren op dit beleidsterrein kan het bovengenoemde RIO worden geraadpleegd.

Selectiedoelstelling

In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’

Selectiecriteria

Selecteren is het aanmerken van de neerslag van een handeling voor bewaren of vernietigen.

Als de neerslag aangewezen wordt ter bewaring, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, voor eeuwig bewaard moet worden. De bewaarplaats waar deze neerslag na het verlopen van de wettelijke overbrengingstermijn van twintig jaar moet worden overgebracht, is het Nationaal Archief. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een B (van bewaren).

Als de neerslag van een handeling wordt aangewezen ter vernietiging, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, na verloop van de in het BSD vastgestelde termijn kan worden vernietigd. De vernietigingstermijn is een minimum eis: stukken mogen niet eerder dan na het verstrijken van die termijn worden vernietigd door de voor het beheer verantwoordelijke dienst. De duur van de vernietigingstermijn wordt bepaald door de administratieve belangen en de belangen van de burgers, enerzijds ten behoeve van het adequaat uitvoeren van de overheidsadministratie en de verantwoordingsplicht van de overheid en anderzijds voor de recht- en bewijszoekende burger. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een V (van vernietigen).

Het aanwijzen van handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven gebeurt op grond van criteria die tot stand zijn gekomen in overleg tussen zorgdrager en het Nationaal Archief.

De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B (Bewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.

Actoren

Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

– Minister van Buitenlandse Zaken (1945–1962)

De Minister van Buitenlandse Zaken was de verantwoordelijke Minister voor de rechtspositie van de gouverneur (en diens opvolgers) van Nederlands-Indië.

– Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister (1945–)

Voor bijna alle uitvoerende arbeidsvoorwaardelijke regelingen en bepalingen is de verantwoordelijkheid opgedragen aan de afzonderlijke Ministers, die dan optreden als werkgever voor hun eigen departement. In het kader van dit rapport worden deze Ministers aangeduid met de term ‘vakMinister’. Ook binnen het sectorenmodel dat sinds 1993 is ingevoerd blijven voor de uitvoerende taken op het gebied van personeelsmanagement de individuele Ministers, de Hoge Colleges etc. zelf verantwoordelijk. De verschillende rechtspositionele regelingen kennen bevoegdheden vaak toe aan het bevoegd gezag, aan een bepaalde autoriteit of aan hoofden van diensten, bedrijven en instellingen. Aangezien deze echter niet als actoren worden gezien zijn deze bevoegdheden herleid tot de actor vakMinister. In de praktijk zullen veel van de aan de vakMinister toegeschreven handelingen worden uitgevoerd door de afdeling personeelszaken van zijn Ministerie, dan wel door het lijnmanagement. De neerslag van deze handelingen zal veelal bestaan uit series personeelsdossiers.

Actoren onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

– Minister van Algemene Zaken (1948–)

De Minister van Algemene Zaken bereidt samen met de Minister van Financiën een amvb voor over de representatiekosten van de Minister. Hij adviseert de Kroon, in samenwerking met de Minister van Binnenlandse Zaken, over de rechtspositie van de hofhouding. Tevens is de Minister van Algemene Zaken verantwoordelijk voor het voorbereiden van de totstandkoming van wet- en regelgeving inzake de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding.

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

– Minister van Justitie (1945–)

De Minister van Justitie was van 1945 tot 1992 de verantwoordelijke Minister voor het voorbereiden van een amvb over de tegemoetkomingen bij de dood van een Minister, leden van de Raad van State en de krachtens de Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren.

Daarnaast was de Minister van Justitie betrokken bij de voordracht van de leden van de Raad van State en de staatsraden in buitengewone zin.

Onder de zorg van de Ministers van Algemene Zaken, Economische Zaken, Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport valt ook de actor ‘vakMinister’.

De vakMinister detacheert en benoemt ambtenaren van zijn Ministerie in internationale organisaties. Daarnaast is de vakMinister betrokken bij de voorbereiding van de Nederlandse standpunten inzake arbeidsvoorwaarden in internationale organisaties. De vakMinister en de Minister van Binnenlandse Zaken voeren overleg over de financiële arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van de vakMinister die in internationale organisaties werkzaam zijn.

Een uitgebreid overzicht van de actoren die op het deelbeleidsterrein Buitensectorale arbeidsvoorwaarden een rol spelen, is opgenomen in het institutionele onderzoek ‘Overheidspersoneel, deelbeleidsterrein Buitensectorale arbeidsvoorwaarden, 1945–1996’.

Vaststellingsprocedure

Op 3 juli 2007 is het ontwerp-BSD door het Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA) namens de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Algemenen Zaken, van Economische Zaken, van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 augustus 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het Ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 25 september 2007 bracht de RvC advies uit [aca-2007.03991/4], hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 3 oktober 2007 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en het Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA) namens de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Algemenen Zaken, van Economische Zaken, van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld [C/S&A/2007/2473 t/m 2477].

Leeswijzer

De selectielijst is primair ingedeeld naar actoren. De secundaire indeling is de volgorde van de handelingen.

Handelingenblokken

De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:

(nummer): Het nummer van het handelingenblok.

Handeling: Een complex van activiteiten, dat verricht wordt door één of meer actoren en dat veelal een product naar de omgeving oplevert.

Periode: Hier worden de jaren weergegeven waarin de handeling werd verricht.

Grondslag/Bron: Dit is de (wettelijke) basis van de handeling. De aanduiding bron wordt gebruikt indien een handeling geen duidelijke wettelijke basis heeft, maar de handeling is geformuleerd op basis van interviews, literatuur of andere bronnen.

Product: Dit is de weergave van het juridisch-bestuurlijke niveau van het eindproduct van de handeling. Indien niet duidelijk is in welke soort documentaire neerslag een handeling heeft geresulteerd of als uit de beschrijving van de handeling al duidelijk is welk product de handeling oplevert, ontbreekt dit item.

Opmerkingen: Hier worden eventuele bijzonderheden over bovengenoemde items weergegeven.

Waardering: Hier wordt aangegeven of de neerslag van een handeling bewaard moet worden of dat deze op termijn vernietigd kan worden.

De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1995 overdragen aan het Nationaal Archief. De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn. Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.

Selectielijsten

A: Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

Actor: Minister van Buitenlandse Zaken

(228.)

Handeling: Het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van een gouverneur of tot aanwijzing van een luitenant gouverneur-generaal bij KB in Nederlandsch-Indië

Periode: 1945–1948

Grondslag: Wet op de staatsinrichting van Nederlandsch-Indië, 13 juli 1925, Stb. 1925/327

Waardering: B (6)

(229.)

Handeling: Het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van een Hoge vertegenwoordiging van de Kroon in Indonesië

Periode: 1948–1955

Grondslag: Besluit houdende voorlopige regeling van het bestuur over Indonesië, 29 oktober 1948, Stb. 1948/I 462, art. 1

Waardering: B (6)

(230.)

Handeling: Het regelen van het verlof van een Hoge vertegenwoordiging van de Kroon

Periode: 1948–1955

Grondslag: Besluit houdende voorlopige regeling van het bestuur over Indonesië, 29 oktober 1948, Stb. 1948/I 462, art. 1

Waardering: V 5 jaar

(231.)

Handeling: Het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van een gouverneur van Nieuw-Guinea

Periode: 1955–1962

Grondslag: Bewindsregeling Nieuw-Guinea, 9 juni 1955, Stb. 1955/247, art. 11

Waardering: B (6)

(232.)

Handeling: Het regelen van het verlof van een gouverneur van Nieuw-Guinea

Periode: 1955–1962

Grondslag: Bewindsregeling Nieuw-Guinea, 9 juni 1955, Stb. 1955/247, art. 19

Waardering: V 5 jaar

Actor: VakMinister

NB Deze handelingen voor de actor vakminister gelden ook voor de ministeries van Algemene Zaken, Economische Zaken, Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

(210.)

Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Financiën over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van de vakMinister die in een internationale organisatie werkzaam zijn

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

(215.)

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

(216.)

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Product: Concept-fiches

Opmerking De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: V 5 jaar

(217.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

(218.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc Raden/Attachés met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

(219.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

(220.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de arbeidvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

(221.)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Waardering: B (1)

(222.)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Opmerking Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers.

Waardering: B (1)

(223.)

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheercomité of reglementeringcomité

Periode: 1958–

Opmerking De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

(224.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheercomité of een reglementeringcomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

(225.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, voor zover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Opmerking Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg.,

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

(226.)

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor de regelgeving, 1992, Stcrt. 1992/230, nr. 334

Product: Implementatieplan

Opmerking Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de mede beslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B (1)

(227.)

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

B: Actoren onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

Actor: Minister van Algemene Zaken

(233.)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een wet betreffende nadere regels voor het toekennen van pensioenen aan gewezen politieke ambtsdragers

Periode: 1956–

Product: Wet houdende nadere regeling tot het toekennen van een uitkering en een pensioen aan gewezen Ministers, staatssecretarissen, leden van Gedeputeerde Staten ener provincie en wethouders ener gemeente, zomede van een pensioen aan hun weduwen en wezen, Stb. 1956/455

Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, Stb. 1969/594

Wet houdende voorzieningen ten behoeve van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belanghebbenden in de zin van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers in verband met de voorstellen van de commissie tot vereenvoudiging van de loonbelasting en de inkomstenbelasting, Stb. 1989/591

Waardering: B (1)

(234.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over vergoedingen aan Ministers en staatssecretarissen

Periode: 1948–

Grondslag: Grondwet 1953, 22 maart 1953, Stb. 1953/261, art. 72

Wet rechtspositie Ministers en staatssecretarissen, 2 december 1993, Stb. 1993/718, art. 2

Product: Besluit houdende toekenning van een vergoeding aan de Ministers ter tegemoetkoming in de representatiekosten, Stb. 1949/J 68

Besluit houdende toekenning van een vergoeding aan Ministers voor representatiekosten, Stb. 1953/426

Besluit tot het verlenen van een aanspraak op vakantie-uitkering aan de Ministers en staatssecretarissen, Stb. 1956/410

Verhuis- en verblijfskostenbesluit Ministers en Staatssecretarissen, Stb. 1967/114

Besluit houdende vergoeding voor Ministers en staatssecretarissen voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden, Stb. 1992/255

Vergoedingen kosten dienstauto, 26 januari 1999, Stb. 1999/127

Opmerking Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van de amvb betreffende de representatiekosten van de Ministers wordt gezamenlijk gedaan door de Minister van Binnenlandse Zaken met de Minister van Algemene Zaken en de Minister van Financiën.

Waardering: B (5)

Actor: VakMinister

Onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken vallen ook de handelingen die uitgevoerd worden door de actor vakMinister. Deze handelingen zijn reeds hierboven (vanaf pagina 13) gemeld voor de Minister van Buitenlandse zaken, maar gelden ook voor de actor de Minister van Algemene Zaken als vakMinister.

C: Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

Actor: Minister van Justitie

(235.)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over een tegemoetkoming bij het overlijden van een Minister

Periode: 1945–1982

Product: Besluit houdende eene regeling ten aanzien van de uitbetaling van bezoldiging bij overlijden van Minister, leden van den Raad van State en krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren en van de tegemoetkoming die na het overlijden van die ambtenaren zal worden toegekeerd, 26 augustus 1931, Stb. 1931/384

Besluit houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen der Konings, krachtens de Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale Ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd, 28 april 1982, Stb. 1982/308

Waardering: B (1)

(236.)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over een tegemoetkoming bij het overlijden van een commissaris van de Koning

Periode: 1945–1982

Product: Besluit houdende eene regeling ten aanzien van de uitbetaling van bezoldiging bij overlijden van Minister, leden van den Raad van State en krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren en van de tegemoetkoming die na het overlijden van die ambtenaren zal worden toegekeerd, 26 augustus 1931, Stb. 1931/384

Waardering: B (5)

(237.)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over een tegemoetkoming bij het overlijden van een lid van de Raad van State of een staatsraad in buitengewone dienst

Periode: 1945–1982

Product: Besluit houdende eene regeling ten aanzien van de uitbetaling van bezoldiging bij overlijden van Minister, leden van den Raad van State en krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren en van de tegemoetkoming die na het overlijden van die ambtenaren zal worden toegekeerd, 26 augustus 1931, Stb. 1931/384

Besluit houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen der Konings, krachtens de Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale Ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd, 28 april 1982, Stb. 1982/308

Waardering: V 10 jaar

(238.)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over een tegemoetkoming bij het overlijden van de Nationale ombudsman of een substitituut-ombudsman

Periode: 1945–1982

Product: Besluit houdende eene regeling ten aanzien van de uitbetaling van bezoldiging bij overlijden van Minister, leden van den Raad van State en krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren en van de tegemoetkoming die na het overlijden van die ambtenaren zal worden toegekeerd, 26 augustus 1931, Stb. 1931/384

Besluit houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen der Konings, krachtens de Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale Ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd, 28 april 1982, Stb. 1982/308

Waardering: V 10 jaar

Actor: VakMinister

Onder de zorg van de Minister van Justitie vallen ook de handelingen die uitgevoerd worden door de actor vakMinister. Deze handelingen zijn reeds hierboven (vanaf pagina 13) gemeld voor de Minister van Buitenlandse zaken, maar gelden ook voor de actor de Minister van Justitie als vakMinister.

D: Actor onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

Actor: VakMinister

Onder de zorg van de Minister van Economische Zaken vallen ook de handelingen die uitgevoerd worden door de actor vakMinister. Deze handelingen zijn reeds hierboven (vanaf pagina 13) gemeld voor de Minister van Buitenlandse zaken, maar gelden ook voor de actor de Minister van Economische Zaken als vakMinister.

E: Actor onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Actor: VakMinister

Onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vallen ook de handelingen die uitgevoerd worden door de actor vakMinister. Deze handelingen zijn reeds hierboven (vanaf pagina 13) gemeld voor de Minister van Buitenlandse zaken, maar gelden ook voor de actor de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als vakMinister.