Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Beroepenkwaliteit [...] 1945 (Nederlandse Orde Accountant-administratieconsulenten)

Geldend van 20-10-2007 t/m heden

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Beroepenkwaliteit vanaf 1945 (Nederlandse Orde Accountant-administratieconsulenten)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 augustus 2007, nr. arc-2007.03943/6);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 20 september 2007

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag voor de zorgdragers

Minister van Economische Zaken; Minister van Justitie; Minister van Financiën; Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB); Octrooicentrum Nederland; Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA); en Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (NOvAA)

op het beleidsterrein

Beroepenkwaliteit

kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening in Nederland

(1940) 1945–

Ministerie van Economische Zaken,

Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (NOvAA), Doxis b.v., en Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA) in samenwerking met het Nationaal Archief

Vastgestelde versie oktober 2007

1. Lijst van afkortingen

AA: Accountants-Administratieconsulenten

AID: Algemene Inspectiedienst

amvb: Algemene maatregel van bestuur

Arbo: Arbeidsomstandigheden

art.: Artikel

B: Bewaren

BAVK: Besluit Algemeen Verbod Kleinbedrijf 1941

BSD: Basisselectiedocument

CEDEC: Centrale Dienst voor Economische Controle, met als taak ‘de coördinatie, centralisatie en leiding van de controlewerkzaamheden van de onder het ministerie […] ressorterende diensten en instellingen’; voorganger van de Economische Controledienst

ECD: Economische Controledienst

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EG: Europese Gemeenschap

EIMK: Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf

EU: Europese Unie

federatiediploma: diploma van de Nederlandse Federatie van Makelaars, uitgereikt aan aspirant-makelaars

HdTK: Handelingen der Tweede Kamer

juridisering: het verschijnsel waarbij de bedrijfsvoering van een onderneming of bedrijfstak in toenemende mate wordt aangestuurd door wettelijke regelgeving van een overheidsinstelling; bijvoorbeeld door de Arbowet of Wet Milieubeheer

KB: Koninklijk Besluit

KNOV: Koninklijke Nederlandse Ondernemersbond

KvK(s): Kamer(s) van Koophandel en Fabrieken

MDW: Marktwerking, Deregulering, Wetgevingskwaliteit; projectgroep van het Ministerie van Economische Zaken, opgezet in 1994

MKB: Midden- en Kleinbedrijf

NCOV: Nederlandse Christelijke Ondernemersverbond

NFM: Nederlandse Federatie van Makelaars

NIVRA: Nederlands Instituut van Registeraccountants

NOvAA: Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten

OC&W: Minister(ie) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

SER: Sociaal-Economische Raad

spertijd: tijdsbestek waarvoor een Vbg geldig is; afkondiging van een spertijd = vaststellen van een Vbg.

Stb.: Staatsblad

STEVES: Stichting toezicht examens vestigingswet

Stcrt.: Staatscourant

V: Vernietigen

Vb: Vestigingsbesluit: amvb, waarbij aan een bepaald bedrijf (tot 1954: aan een inrichting, vallende onder een bepaalde bedrijfstak) een vergunning verplicht wordt gesteld

Vbg: Vestigingsbeschikking: ministeriële regeling, waarbij in afwachting van een vestigingsbesluit aan een bepaald bedrijf (tot 1954: aan een inrichting, vallende onder een bepaalde bedrijfstak) een verbod wordt opgelegd zonder vergunning van een bepaalde instantie te opereren; de geldigheidsduur van deze beschikking is beperkt

VEDAA: Voortgezette Educatie Accountants-Administratieconsulenten

VVK: Vereniging van Kamers van Koophandel

VWB: Vestigingswet Bedrijven 1954

VWD: Vestigingswet Detailhandel 1971

VWK: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937

WAA: Wet op de accountants-administratieconsulenten

WRA: Wet op de registeraccountants

WVC: Minister(ie) van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

2. Verantwoording

2.1. Het doel en de werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In een Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken actoren op dat beleidsterrein. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

2.2. De definitie van het beleidsterrein

Beroepenkwaliteit kan worden omschreven als de kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening. Het begrip kwaliteitszorg is nauw verbonden met betrouwbaarheid of vertrouwen. Wanneer de kwaliteit van de ondernemers in bepaalde bedrijfstakken goed is, omdat ze voldoen aan de specifieke inhoudelijke eisen die aan hen worden gesteld, neemt vrijwel automatisch het gevoel van vertrouwen van de consument in deze groep ondernemers toe. Kwaliteitszorg heeft de volgende kenmerken:

  • het waarborgen van betrouwbaarheid van de beroepsuitoefening met name in het midden- en kleinbedrijf ten behoeve van de consument;

  • het mogelijk maken van een grotere mate van bedrijfszekerheid door het verplicht stellen van de aanwezigheid van een minimum aan kennis en vaardigheden;

  • het waarborgen van de betrouwbaarheid van bepaalde functionarissen binnen de handel.

Om vorm te geven aan deze kwaliteitszorg stond de regering een aantal middelen ter beschikking:

  • het stellen van regels ten aanzien van vakbekwaamheid van beroepsgroepen of bedrijven;

  • het zo nodig verlenen van faciliteiten ter verkrijging van de kennis van de bedrijfsvorming door middel van subsidieregelingen.

2.3. Afbakening van het (deel)beleidsterrein

Het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening heeft raakvlakken met een aantal andere gebieden. Hiermee valt het stimuleren van de kwaliteitszorg samen met beleidsterreinen van verschillende ministeries:

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: het vakonderwijs, dat wordt gestimuleerd door de minister, en waarin de examens afgenomen worden door wettelijk gecertificeerde openbare instellingen;

  • Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: milieu- en veiligheidsbeleid: het certificeringsbeleid met betrekking tot de interne en externe veiligheid van bedrijven, waarbij aan bepaalde functionarissen een certificaat als deskundige is vereist voor het omgaan met gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn regels gesteld en afspraken gemaakt door de overheid met betrekking tot arbeidsomstandigheden, volksgezondheid en milieubeheer;

  • Ministerie van Financiën: voorschriften met betrekking tot het houden van een bedrijfsboekhouding.

2.4. Afbakening ten opzichte van andere Rapporten Institutionele Onderzoeken (RIO’s)

De Kamers van Koophandel en Fabrieken speelden in het beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg een belangrijke rol, met name op het gebied van de vestigingswetgeving. Handelingen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken zijn echter niet in dit RIO opgenomen, en wel om de volgende reden. De Kamers van Koophandel zijn afzonderlijke zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s). Deze ZBO’s zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen selectielijst(en). Er bestaat een gezamenlijk door de Kamers van Koophandel opgestelde vernietigingslijst. Naar aanleiding van de Archiefwet van 1995 (Stb. 1995, 276) werd het door de Vereniging van Kamers van Koophandel (VVK) wenselijk geacht het selectiebeleid in overeenstemming te brengen met de nieuwe regelgeving. Er is toen dan ook gezocht naar een geschikt moment waarop een gezamenlijke selectielijst volgens de Archiefwet 1995 de bestaande vernietigingslijst zou kunnen vervangen. Omdat op 1 januari 1998 de nieuwe Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken (Stb. 1997, 783) in werking trad en bovendien de nieuwe Handelsregisterwet 1996 van kracht was geworden aan het einde van 1997 (Stb. 1996, 181), is er uiteindelijk voor gekozen om 1998 als scheidslijn te hanteren en de selectielijst vanaf dat jaar te laten gelden. Het RIO dat is opgesteld over het handelen van de Kamers van Koophandel en Fabrieken heeft dan ook 1998 als begindatum.

Voor de Sociaal-Economische Raad geldt voor een deel hetzelfde als voor de Kamers van Koophandel. Hoewel de SER verschillende taken en bevoegdheden had op het gebied van de kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening, zijn handelingen waarbij hij als actor optreedt niet opgenomen in dit RIO. Als ZBO beschikt de SER namelijk reeds over een eigen rapport.

Voor de verschillende productschappen en (hoofd)bedrijfschappen geldt eigenlijk hetzelfde. Als publiekrechtelijke bedrijfsorganen dienen hun taken en handelingen in een apart rapport aan de orde gesteld te worden. In het onderhavige RIO zal dan ook geen van deze bedrijfslichamen als actor opgevoerd worden.

Ook in een aantal andere RIO’s komen aspecten van het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening, aan de orde, te weten in de rapporten over Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (in verband met diploma’s die verplicht werden gesteld voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning), Milieubeheer (met betrekking tot de milieueisen die aan het vestigen van en bedrijf werden gesteld), Prijsbeleid en economische controle (voor het handelen van de Economische Controle Dienst) en Mededingingsbeleid (voor informatie over de Octrooiraad en octrooigemachtigden).

Handelingen van de Octrooiraad/BIE zijn tot slot ook terug te vinden in het BSD Mededingingsbeleid (Stcrt. 2002, nr. 187).

2.5. Doelstelling van de overheid op het beleidsterrein Beroepenkwaliteit

Het kwaliteitsbeleid voor bedrijven is aanvankelijk bedoeld geweest als een door de overheid gevoerd selectiebeleid om ondeugdelijke en voor de economie schadelijke bedrijfsvoering tegen te gaan. Later veranderde de kwaliteitszorg van het midden- en kleinbedrijf in het weren van niet-gezonde concurrentie. Voorkomen moest worden dat onbekwame personen ondernemer konden worden.

Het handelsregister was oorspronkelijk bedoeld als informatiebron voor de Kamers van Koophandel en Fabrieken met betrekking tot het reilen en zeilen van meer complexe handelszaken onder firma, zoals een maatschap of coöperatie. Gaandeweg ontwikkelde het register zich als informatiebron voor en controlemiddel van goede handelspraktijken.

Het beleid van het Ministerie van Economische Zaken met betrekking tot de makelaardij richt zich op de vraag of de praktijk voldoende waarborgen biedt voor de betrouwbaarheid van de makelaardij. Dit beleid kent twee aspecten:

  • 1. Regelgeving ten aanzien van de praktijk van de makelaardij, zoals vastgelegd in het Wetboek van Koophandel. Zo kon men zich aan de hand van het feit dat makelaars gelijktijdig van kopers en verkopers vergoeding vroegen voor bemiddeling inzake hetzelfde onroerende goed afvragen of er voldoende waarborgen waren voor een juiste belangenbehartiging;

  • 2. Controle van de Minister van Economische Zaken op de toelating van makelaars door een vergunningenstelsel of door het stellen van eisen van vakbekwaamheid. Een vergunningenstelsel was tot 1958 van kracht; nadere behoefte van controle werd pas gevoeld toen in 1966 het Wetboek van Koophandel nieuwe regels vaststelde ten aanzien van de makelaardij.

Als beleidsadviserende instantie traden de Kamers van Koophandel op, die afzonderlijk of in verenigingsverband de Minister van Economische Zaken van advies dienden.

2.6. De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Ministeries:

Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken:

Minister van Economische Zaken, (1940) 1945–;

Staatscommissie Van der Grinten, 1954–1959;

Curatorium voor de opleiding van registeraccountants, 1967–;

(Dit Curatorium is vanaf 1994 ook het curatorium voor accountants-administratieconsulenten.);

Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), 1995–;

ECD, 1949–1999.

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie:

Minister van Justitie, (1940) 1945–

Raad van Beroep voor registeraccountants, 1968.

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën:

Minister van Financiën, (1940) 1945–;

ECD, (1985) 1999–

Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap:

Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, 1962–1965

Curatorium, 1967–1994

Actoren onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1972–1994

Overige actoren:

Actor onder de zorg van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven:

College van Beroep voor het Bedrijfsleven, 1954–;

Actoren onder de zorg van de NOvAA:

Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten

Bureau voor Examens van accountants-administratieconsulenten, 1967–;

Commissie voor de toelating van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;

Commissie voor de inschrijving van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;

Commissie van Beroep, 1972–1994;

Stichting Voortgezette Educatie Accountants-administratieconsulenten (VEDAA), 1981–1993;

Stichting Beroepsopleiding NOvAA, 1988–1993

Examencommissie, 1974–1994;

Examenadviescommissie voor de examens van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;

Examenbureau AA, 1994–;

Actoren onder de zorg van de NIVRA:

Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) te Amsterdam, 1967–;

Actoren onder de zorg van de Octrooicentrum Nederland:

Octrooiraad, 1912–

2.7. Wijzigingen ten opzichte van het RIO

Dit BSD is gebaseerd op het rapport institutioneel onderzoek nr. 104, Beroepenkwaliteit, door dr. J.A.A. Bervoets en A.H. Poelwijk. Ten opzichte van het RIO zijn een aantal dingen gewijzigd.

Een aantal actoren die in het RIO worden genoemd, zijn niet in het BSD opgenomen:

  • Projectgroep MDW: de neerslag van de Projectgroep kan worden gearchiveerd onder handelingen van de Minister van Economische Zaken.

  • EIMK: deze actor wordt niet als zorgdrager beschouwd in de zin van de Archiefwet.

  • SER: Hoewel de SER verschillende taken en bevoegdheden had op het gebied van de kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening, zijn handelingen waarbij hij als actor optreedt niet opgenomen in dit RIO. Als ZBO beschikt de SER namelijk reeds over een eigen selectielijst (Stcrt. 1999, 216).

  • Middenstandsraad: het archief van de Middenstandsraad is reeds aan het Nationaal Archief overgedragen; voor deze actor is daarom geen selectielijst nodig.

  • AID: de handelingen van de AID zijn verspreid in diverse BSD’s voor beleidsterreinen waarvan het Ministerie van Landbouw de hoofdactor is.

  • Kamer van Koophandel: De Kamers van Koophandel zijn afzonderlijke zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s). Deze ZBO’s zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen selectielijst(en). Er bestaat een gezamenlijk door de Kamers van Koophandel opgestelde vernietigingslijst. Naar aanleiding van de Archiefwet van 1995 (Stb. 1995, 276) werd het door de Vereniging van Kamers van Koophandel (VVK) wenselijk geacht het selectiebeleid in overeenstemming te brengen met de nieuwe regelgeving. Er is toen dan ook gezocht naar een geschikt moment waarop een gezamenlijke selectielijst volgens de Archiefwet 1995 de bestaande vernietigingslijst zou kunnen vervangen. Het RIO dat is opgesteld over het handelen van de Kamers van Koophandel en Fabrieken heeft 1998 als begindatum.

  • Raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten: het secretariaat van de Raden van Tucht is benaderd door de opsteller van het BSD, maar er werd niet gereageerd binnen de gestelde termijn. Deze actoren zijn daarom niet opgenomen in het BSD.

  • Raad van geschillen van het NIVRA: Deze Raad zal worden meegenomen in een actualisatie.

  • De Orde van Octrooigemachtigden: de Orde is zowel door PWAA als het Nationaal Archief in het kader van de ZBO-inventarisatie aangeschreven. De Orde gaf aan niet mee te willen doen met de procedure en is derhalve niet opgenomen in deze selectielijst.

  • NFM: De status van deze actor is onduidelijk. In overleg met het Nationaal Archief is besloten deze actor niet mee te nemen.

  • Examencommissie Octrooigemachtigden: Deze examencommissie is niet meegenomen in de procedure.

  • EBRA en Curatorium: Net als het Curatorium werd met de invoering van de nieuwe Wet op de Registeraccountants in 2006 de EBRA opgeheven. Beide actoren zijn vervangen door de Commissie Eindtermen Accountantopleiding. Het archief (het deel vanaf 1993) van het Curatorium is vervreemd aan het Ministerie van Economische Zaken: dit ministerie is nu zorgdrager voor het archief. Omdat het Curatorium voor 1993 nauw contact had met het Ministerie van OCW, is dit deel onder de Minister van OCW geplaatst. In overleg met de NIVRA en het Nationaal Archief is besloten om de EBRA mee te nemen wanneer de NIVRA een actualisatie maakt van de periode na 2002.

  • Bureau voor Examens van registeraccountants: het Bureau was een voorloper van de EBRA en wordt meegenomen in een toekomstige actualisatie.

  • Commissie van toelating van registeraccountants: de NIVRA heeft al haar archieven uit de periode 1894–1988 al overgedragen aan het Nationaal Archief. Een selectielijst voor de Commissie van toelating is daarom niet nodig.

Vervolgens zijn handeling 122 en 131 van de actor NIVRA vervallen. Handeling 121 wordt niet door de NIVRA uitgevoerd maar door de Raad van Geschillen. Handeling 135 wordt door de Raad van Beroep uitgeoefend, die onder de Minister van Justitie valt.

Hiernaast zijn er twee actoren onder de zorgdrager Octrooicentrum Nederlands ondergebracht: de Octrooiraad en diens opvolger Octrooicentrum Nederland. Voor de laatstgenoemde actor zijn twee handeling opgenomen, beginnend in 2004, toen de Octrooiraad werd opgeheven (handeling 352 en 353).

Tot slot is aan dit basisselectiedocument een nieuwe selectielijst toegevoegd, die is opgesteld door de zorgdrager NOvAA. Het BSD is in 2001 opgesteld door drs. I.E. Guicherit (Doxis b.v.) en spitst zich toe op actoren die onder de zorg voor het archiefbeheer van de NOvAA vallen. De selectielijst is gebaseerd op handelingen betreffende de NOvAA uit het toenmalige concept PIVOT-Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO), nr. 104: Beroepenkwaliteit. Aan de oorspronkelijke lijst van de NOvAA zijn een aantal nieuwe handelingen toegevoegd. Deze handelingen zijn doorgenummerd vanaf het RIO (vanaf nr. 326).

De selectielijst van de NOvAA behandelt de periode 1972–2001 (juli). In deze periode was het dagelijks bestuur van de NOvAA verantwoordelijk voor het archiefbeheer van de NOvAA en verzorgde de NOvAA ook het archief van het Examenbureau. Daarom heeft de selectielijst zowel betrekking op het archief van de NOvAA als dat van het Examenbureau.

Het dagelijks bestuur van de NOvAA is in het kader van dit BSD zorgdrager voor de volgende actoren:

  • Stichting Voortgezette Educatie Accountants-Administratieconsulenten (1981–1993)

  • Stichting Beroepsopleiding NOvAA (1988–1992)

  • Raad voor Accountants-Administratieconsulenten (1972–1994)

  • Commissie voor inschrijving van Accountants-Administratieconsulenten (1972–1993)

Hoewel de NOvAA het secretariaat en het archief van het Examenbureau AA verzorgt, is het presidium van het Examenbureau, dat in de praktijk als dagelijks bestuur optreedt, in het kader van dit BSD zorgdrager voor de archiefbescheiden van het Examenbureau en voor de volgende actoren:

  • Examencommissie (1972–1994)

  • Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-Administratieconsulenten (1972–1994)

Omdat het secretariaat zich bij de NOVAA bevindt, is in het BSD is het Examenbureau onder het zorgdragerschap van de NOVAA geplaatst.

3. Selectiedoelstelling

In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste grondslagen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’

4. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, evenals het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.

5. Actorenoverzicht

5.1. Overheidsinstellingen

Minister van Economische Zaken

Op 3 juli 1946 werd het departement van Economische Zaken ingesteld en daarmee is de Minister van Economische Zaken belast met de zorg voor de beroepenkwaliteit voor zover hierin economische ordening moest plaatsvinden. Binnen het ministerie is de uitvoering van de daartoe strekkende wetten in 1946 opgedragen aan het Directoraat Generaal voor Midden- en Kleinbedrijf, later ook het Directoraat-Generaal, belast met ordeningsvraagstukken. Momenteel is de ‘kwaliteitszorg’ een taak van de directie Marktwerking van het Directoraat-Generaal voor Economische Politiek.

NB: Onder de actor de Minister van Economische Zaken wordt ook de rechtsvoorganger, de Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, begrepen.

Minister van Justitie

De Minister van Justitie wijst ambtenaren aan ter opsporing strafbare feiten. Hij stelt nadere regels ten aanzien van de rechtsgang bij de tuchtrechtspraak voor accountants. Verder is hij betrokken bij de samenstelling van de Raad van beroep van het Nederlands Instituut van Registeraccountants en de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.

Minister van Financiën

De Minister van Financiën is mede verantwoordelijk voor het beleid inzake het accountantswezen.

Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is verantwoordelijk voor het opstellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants. Hij benoemt de curatoren voor de accountantsopleiding. Verder is hij betrokken bij de samenstelling van het examenbureau, de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten en de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij adviseert de Minister van Economische Zaken met betrekking tot de benoeming van leden van de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten.

Economische Controledienst (ECD), 1949–

Een door het Ministerie van Economische Zaken ingestelde dienst voor het handhaven van behoorlijk economisch verkeer en het opsporen van economische delicten (Stcrt. 1949, 108). De ECD werd in 1955 aangewezen om toezicht uit te oefenen op overtredingen van de vestigingswetgeving die in 1954 haar beslag had gekregen (Stcrt. 1955, 127). In 1993 werd deze taak stilzwijgend als afgesloten beschouwd, alhoewel de wettelijke basis bleef bestaan. In 1999 ging de ECD over naar het Ministerie van Financiën.

5.2. Vakorganisaties met een publiekrechtelijke certificeringstaak

Raad voor accountants-administratieconsulenten, 1974–1994

Deze raad heeft tot taak de Minister van Economische Zaken te adviseren omtrent hetgeen dienstig kan zijn voor een goede beroepsuitoefening door accountants-administratieconsulenten. Tevens oefent ze toezicht uit op instellingen voor de opleiding van accountants-administratieconsulenten.

Commissie voor de toelating van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994

Zij onderzoekt de bij haar ingeschreven aanvragen en het eventueel horen van bepaalde personen in dit verband.

Commissie voor de inschrijving van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994

Zij schrijft namen in van accountants-administratieconsulenten in het accountantsregister, of haalt namen door. Tevens beslist ze op een schriftelijke ingediende aanvraag om inschrijving in het accountantsregister.

Examenadviescommissie voor de examens van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994

Zij informeert jaarlijks de Minister van Economische Zaken over de bevindingen inzake het examen.

Examencommissies voor de examens van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994

Zij laat jaarlijkse examens afnemen voor accountants-administratieconsulenten, stelt examenprogramma’s en examenreglementen vast, benoemt examinatoren en beslist op verzoeken van kandidaten om vrijstelling van een onderdeel van het examen.

5.2.1. Openbare beroepsinstellingen van accountants

Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) te Amsterdam, 1967–

Het optreden van het NIVRA als publiekrechtelijke organisatie begon na de feitelijke inwerkingtreding van de WRA in 1967. Daarvoor zijn verschillende verenigingen van accountants als particuliere belangenorganisatie werkzaam geweest.

Het instituut is al vanaf 1962 een regelgevende beroepsorganisatie voor de registeraccountants, waarvan de hoogste macht de ledenvergadering is. Deze vergadering stelt de verordeningen vast die als richtlijn dienen voor de uitoefening van het beroep. Deze verordeningen en nadere regels zijn bindend voor de leden van de orde. Concept-verordeningen worden openbaar gemaakt in de Staatscourant. De NIVRA heeft een eigen opleidingsinstituut en een eigen tuchtcollege.

Curatorium voor de opleiding van registeraccountants, 1967–2006

Op de werkzaamheden van het bovengenoemd examenbureau wordt toezicht uitgeoefend door het Curatorium, dat ingesteld is krachtens de Wet op de Registeraccountants en dat ook toezicht uitoefent op de examens van de registeraccountants.

Dit Curatorium is vanaf 1993 ook het curatorium voor accountants-administratieconsulenten. Het Curatorium was een zelfstandige actor, maar heeft de archieven van de periode na 1993 overgedragen aan het Ministerie van Economische Zaken. Voor de periode voor 1993 valt het Curatorium onder het zorgdragerschap van de Minister van OCW.

Nederlandse Orde van accountants-administratieconsulenten (NOvAA), 1994–

De NOvAA is voortgekomen uit de fusie van 1 januari 1968 van de volgende zes (vanaf 1969 zeven) belangenorganisaties van accountants:

  • 1. Eerste Nederlands Genootschap van Accountants en Belastingadviseurs (1939)

  • 2. Nederlands Genootschap van Accountants (1933)

  • 3. Algemeen Verbond van Accountants (1925)

  • 4. Nederlandse Associatie van Accountants (1950)

  • 5. Bond van Landbouwaccountants (1949)

  • 6. Nederlandse Orde van Accountants, NOvA (1948)

In 1969 sloot ook de Algemene Vereniging van Accountants zich bij de nieuwe beroepsvereniging aan. De naam van de nieuwe vereniging werd de Nederlandse Orde van Accountants (NOvA), omdat die zich het meest had ingespannen voor de fusie en ook omdat de naam het beste klonk.

De naam werd (althans op papier) op 12 december 1972 in overeenstemming met de nieuwe benaming in de wet op de Accountants-administratieconsulenten (WAA) van 13 december 1972 veranderd in NOvAA (goedgekeurd door de ledenvergadering op 7 januari 1976). Het lidmaatschap van de NOvAA was op vrijwillige basis en de vereniging gaf zichzelf de taak om het beroep van Accountant-administratieconsulent vorm en bekendheid te geven.

In 1993 werd de WAA 1972 herzien en werd het openbaar lichaam NOvAA ingesteld. De publiekrechtelijke status van de NOvAA had twee belangrijke consequenties.Ten eerste werd het lidmaatschap verplicht voor alle AA beroepsbeoefenaren en ten tweede kreeg de NOvAA verordenende bevoegdheid. De verordeningen van de NOvAA tot de beroepsuitoefening en die van het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) dienden voortaan op elkaar afgestemd te zijn.

Een andere taak waarvoor de nieuwe publieksrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA zich gesteld zag, was het gestalte geven aan de nieuwe Accountant-Administratieconsulent met certificerende bevoegdheid. De NOvAA nam (een deel van) de taken over van de van 1972 tot en met 1994 werkzame Raad voor Accountants-administratieconsulenten en van de Commissie voor inschrijving van Accountants-administratieconsulenten.

Bij wet van 1993 kreeg de NOvAA de volgende taken opgelegd:

  • de bevordering van een goede beroepsuitoefening door AA’s;

  • de behartiging van hun gemeenschappelijk belang;

  • de zorg voor de eer en de stand van de AA’s;

  • het verzorgen of doen verzorgen van een opleiding tot het theoretisch gedeelte van het AA-examen.

Examenbureau AA

Het Examenbureau AA organiseert de jaarlijkse examens voor AA accountants. De leden worden door de Minister van Economische zaken benoemd. De NOvAA betaalt alle kosten en heeft recht op alle baten van het Examenbureau. Tevens verzorgt de NOvAA het secretariaat en beheert zij het archief van het Examenbureau AA. De taken van de Examencommissie (1972–1994) en van de Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-administratieconsulenten (1972–1994) zijn in 1994 overgegaan op het Examenbureau. Het presidium van het Examenbureau treedt op als dagelijks bestuur.

Bureau voor Examens van accountants-administratieconsulenten, 1967–

Dit bureau neemt bijzondere aanvullende examens af voor het verkrijgen van de bevoegdheid van wettelijk controleur door toegelaten accountants-administratieconsulenten. Verder kan het op aanvraag verklaringen uitgeven van gelijkwaardigheid van diploma’s aan het theoretisch gedeelte van het examen accountant-administratieconsulent aan hogere onderwijsinstellingen. Ook toetst het jaarlijks ingezonden examenprogramma’s van onderwijsinstellingen met een gelijkwaardig gesteld diploma. Het geeft bewijzen uit van vakbekwaamheid aan accountants met een buitenlands diploma. Het stelt verder tentameneisen vast en de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens. Ten slotte kan het ook vrijstellingen geven voor tentamens.

Commissie van Beroep, 1972–1994

Zij kan beschikken op een beroep tegen beslissingen van de Commissie voor inschrijving voor accountants-administratieconsulenten.

Raad van Beroep voor registeraccountants, 1968

Zij kan beslissen in een beroep tegen de uitspraak van het bestuur over de indeling van een accountant in een contributieklasse. Deze Raad valt onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie.

5.2.2. Openbare beroepsinstellingen van octrooigemachtigden

Octrooiraad, 1912–2004

Vanaf 1912 bestaat de Octrooiraad, als een aparte bijzondere afdeling met eigen bevoegdheden van het Bureau voor Industriële Eigendom (BIE) (Rijksoctrooiwet 1910 (Stb. 1910, 313), art. 14). De leden van de Octrooiraad zijn op voordracht van het Ministerie van Economische Zaken benoemd door de Kroon. Ingevolge de Rijksoctrooiwet 1995 is de afdoening van vanaf april 1995 ingediende octrooiaanvragen – een vereenvoudigde procedure – toegewezen aan het BIE; voordien ingediende aanvragen worden door de Octrooiraad afgedaan.

De Octrooiraad moet handelen volgens bij de wet vastgestelde procedures. Deze procedures worden nader gespecificeerd in het Octrooireglement dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Binnen de procedure is ook beroep mogelijk: hiervoor is bij de Octrooiraad een aparte afdeling ingericht.

De raad is bevoegd tot inschrijving van octrooigemachtigden in een register; deze inschrijving vindt plaats nadat een voorgeschreven examen is afgelegd. De Octrooiraad werd op 1 september 2004 opgeheven. De opvolger is het Octrooicentrum Nederland.

5.2.3. Particuliere organisaties

Brancheorganisaties en vakorganisaties spelen op het gebied van kwaliteitszorg vooral een rol in verband met:

  • behartiging van branchebelangen bij de totstandkoming en uitvoering van vestigingswetten;

  • betrokkenheid bij de zorg voor opleidingen, waarvoor krachtens de vestigingsbesluiten een bewijs van bekwaamheid is vereist; een enkele organisatie verzorgt eigen opleidingen met erkende diploma’s;

  • certificering van bepaalde functionarissen in het bedrijfsleven, die werkzaamheden verrichten op het gebied van speciale expertises, in het bijzonder met betrekking tot veiligheid en innovatie.

College van Beroep voor het Bedrijfsleven, 1954–

Dit is de beroepsinstantie voor alle beschikkingen en beslissingen van de lichamen die tot het toekennen van vergunningen, het toekennen van ontheffingen of het uitgeven van verklaringen bevoegd zijn. Het beslist inzake beroepen met betrekking tot ontheffingen en examens en tegen uitspraken van de raden van tucht.

Stichting Voortgezette Educatie Accountants-administratieconsulenten (VEDAA), 1981–1993

Stichting VEDAA verzorgt de bijscholing voor accountants-administratieconsulenten.

De stichting is samen met de Stichting Beroepsopleiding in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA

Stichting Beroepsopleiding NOvAA, 1988–1993

Stichting Beroepsopleiding NOvAA leidt aspirant accountants-administratieconsulenten op voor het diploma accountants-administratieconsulenten (oude stijl).

De stichting is samen met de Stichting VEDAA in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA.

Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), 1995–

STEVES is een onafhankelijke stichting, die sinds 1995 toezicht houdt op de wettelijke ondernemersexamens zoals AOV, Bedrijfstechniek en Vaktechniek. Ook houdt zij toezicht op al die examens die direct een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de onderneming en van het ondernemerschap.

STEVES is opgericht vanuit MKB Nederland en VNO NCW en staat onder toezicht van de Minister van Economische Zaken. De minister delegeerde dit toezicht aan de STEVES op basis van een mandaatbeschikking en een door de stichting opgesteld protocol. De stichting nam hierbij een aantal bevoegdheden van de minister – en nadien ook van de SER – over.

Verzoeken op het gebied van diplomawaardering en -vergelijking op het gebied van de Vestigingswet Bedrijven 1954 worden sinds 1 augustus 2006 door het Ministerie van Economische Zaken beantwoord, omdat STEVES, die deze zaken voorheen afhandelde, sinds die datum heeft opgehouden te bestaan. STEVES valt daarom onder het zorgdragerschap van de Minister van Economische Zaken.

6. Verslag van de vaststellingsprocedure

Op 4 april 2007 is het ontwerp-BSD door de Minister van Economische Zaken, de Minister van Justitie, de Minister van Financiën, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), het Octrooicentrum Nederland (OCN), het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIvRA) en de Nederlandse Orde van Accountant-Administratieconsulenten (NOvAA) aan de Minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 juli 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het Ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 13 augustus 2007 bracht het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) uit (07.137), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

– teneinde de archiefselecteur de mogelijkheid te geven neerslag met betrekking tot onenigheden over de toelatingsprocedure voor accountant-administratieconsulenten voor bewaring in aanmerking te laten komen is de volgende handeling geformuleerd:

Actor: Commissie voor toelating Accountant-Administratieconsulenten

Handeling: Het adviseren over beleid inzake het beroep Accountant-Administratieconsulent

Periode: 1972–1994

Producten:

Waardering: B1

Op 30-8-2007 bracht de RvC advies uit (aca-2007.03943/6), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 20 september 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Economische Zaken (C/S&A/07/2242), de Minister van Financiën (C/S&A/07/2243), de Minister van Justitie (C/S&A/07/2244), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/07/2245), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (C/S&A/07/2357), het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) (C/S&A/07/2358), het Octrooicentrum (OCN) (C/S&A/07/2359), het Nederlandse Instituut van Registeraccountants (NIvRA) (C/S&A/07/2360) en de Nederlandse Orde van Accountant-Adminsitratieconsulenten (NOvAA) (C/S&A/07/2361) vastgesteld.

7. Leeswijzer

De selectielijst is primair ingedeeld naar zorgdrager en secundair naar actor. De tertiaire indeling is de volgorde van de handelingen Tussen de handelingen treft u bij de actor Minister van Financiën de titels van de hoofdstukken uit het RIO. Dit is gedaan om het opzoeken van de handelingen van de grootste en eerstverantwoordelijke actor op dit beleidsterrein in de aanvulling op het RIO te vergemakkelijken.

Handelingenblokken

De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:

Handelingnr.: Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden: de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de grondslag worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1995 overdragen aan de Rijksarchiefdienst. De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn. Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.

8. Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

8.1. Actor: De Minister van Economische Zaken

8.1.1. Algemene handelingen

8.1.1.1. Nationaal

Beleidsontwikkeling en evaluatie

(1.)

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, etc.

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;

– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;

– het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;

– het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein; zie ook handelingen 5, 177 en 183 van het BSD ‘Per slot van Rijksrekening’;

– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

– het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein (zie ook ‘Per Slot van Rijksrekening’, handeling 295, 357 en 374);

– het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;

– het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

(2.)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten, circulaires

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

(3.)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over ontwikkelingen op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 3

(4.)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Grondwet

Product: Brieven, notities

Waardering: B 3

(5.)

Handeling: Het informeren van de Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 3

(6.)

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.

Periode: (1940) 1945–

Product: Beschikkingen, verweerschriften

Waardering: V, 10 jaar

Internationaal beleid

(7.)

Handeling: Het medevoorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: (1940) 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

Informatieverstrekking

(8.)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Brieven, notities

Waardering: V 5 jaar

(9.)

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Opmerking: Eén exemplaar van het eindproduct blijft bewaard.

Waardering: V 5 jaar

Onderzoek

(10.)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Offerte, brieven en rapport

Waardering: B 1

(11.)

Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Notities, notulen en brieven

Waardering: V 5 jaar

(12.)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Notities, brieven, etc.

Waardering: V 5 jaar

(13.)

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Rekeningen en declaraties

Waardering: V 10 jaar

Subsidie

(14.)

Handeling: Het beslissen op een subsidieaanvraag van een particuliere instelling die actief is op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Product: Ministeriële beschikking

Waardering: V 10 jaar

8.1.1.2. Europese handelingen

Algemeen

(15.)

Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.

Periode: 1958–

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

Raadsbesluiten

(16.)

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan werkgroepen van de Europese Commissie inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen over de geleverde inbreng in de werkgroepen.

Waardering: B 1

(17.)

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Product: Concept-fiches

Opmerking: De interdepartementale WBCN stelt de informatiefiches vast. De handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.

Waardering: B 1

(18.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

– de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raadswerkgroepen.

Waardering: B 1

(19.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;

onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raden/Attachés.

Waardering: B 1

(20.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

– de instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van Buitenlandse Zaken;

– de handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van de vergaderingen van het Coreper.

Waardering: B 1

(21.)

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen.

Waardering: B 1

(22.)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo);

onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.

Waardering: B 1

(23.)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B 1

Uitvoeringsbepalingen van de Europese Commissie

(24.)

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité.

Periode: 1958–

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(25.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Waardering: B 1

(26.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening, voor zover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen.

Periode: 1958–

Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;

– wanneer meerdere departementen betrokken zijn, leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités;

– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Waardering: B 1

Implementatie van Europese regelgeving

(27.)

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230)

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijke standpunt heeft vastgesteld, voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B 1

(28.)

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar

8.1.2. Kwaliteitszorg in het midden- en kleinbedrijf

8.1.2.1. Het Handelsregister

(29.)

Handeling: Het stellen van voorwaarden en regels met betrekking tot de inschrijving van ondernemingen in het Handelsregister, alsmede het geven van nadere aanwijzingen en voorschriften inzake de inschrijving in het Handelsregister.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Handelsregisterbesluit 1956 (Stb. 1956, 432

Handelsnaamwet (Stb. 1954, 410)

Handelsregisterbesluit 1984 (Stb. 1984, 578)

Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353)

Handelsregisterwet 1996 (Stb. 1996, 181)

Product: Ministeriële regelingen

Opmerking: De Kamers van Koophandel treden bij de wetgever afzonderlijk of in verenigingsverband als adviesorgaan op. Bij deze advisering hebben een rol gespeeld: de Nederlandse delegatie in Europese verenigingen van Kamers van Koophandel (‘Eurochambre’) en de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland.

De nadere aanwijzingen en voorschriften hebben betrekking op de vaststelling van de inschrijvingsformulieren en op de regeling van het toezicht van het ministerie op de administratie van het Handelsregister. Als adviesorgaan treedt hierbij met name de Vereniging van Kamers van Koophandel op.

Waardering: B 1

(30.)

Handeling Het vaststellen van nadere regels voor de uitvoering van de Handelsregisterwet.

Periode 1954–

Grondslag Handelsregisterwet 1954 (Stb. 1954, 557), art. 2

Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353)

Handelsregisterwet 1996 (Stb. 1996, 181)

Product Handelsregisterbesluit 1956 (Stb. 1956, 432) en wijzigingen Handelsregisterbesluit 1984 (Stb. 1984, 578)

Handelsregisterbesluit 1996 (Stb. 1996, 417)

Opmerking Deze bevoegdheid bestaat vooral uit het aanwijzen van categorieën rechtspersonen die tot inschrijving in het handelsregister verplicht zijn en het opstellen van inschrijvingsvoorschriften.

Bij de vaststelling van deze besluiten maakt de minister gebruik van zijn bevoegdheid om:

– bedragen te bepalen voor de te heffen leges bij de inzage van het Handelsregister;

– categorieën rechtspersonen nader aan te wijzen die tot inschrijving in het

Handelsregister verplicht zijn;

– de Kamers van Koophandel voorschriften te geven met betrekking tot de controle

op de aanmelding voor het Handelsregister;

– inschrijvingsvoorschriften op te stellen.

Waardering B 1

Uitvoering van de wetgeving met betrekking tot het Handelsregister

(31.)

Handeling: Het vaststellen van tarieven voor publicatie van mededelingen over in het Handelsregister ingeschreven naamloze en/of besloten vennootschappen.

Periode: (1940) 1945–1956

Grondslag: Handelsregisterwet 1918 (Stb. 1918, 493), art. 30a

Opmerking: De publicatie in de Staatscourant geldt als criterium voor de rechtsgeldigheid van een gewijzigde mededeling inzake een nv of bv.

Waardering V 5 jaar na wijziging tarief

(34.)

Handeling: Het op verzoek van holdings van meervoudig ingeschreven bedrijven verlenen van vrijstellingen van de verplichting tot vermelding van het handelsregisternummer in hun correspondentie.

Periode: 1985–1996

Grondslag: Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353), art. 32a.5

Product: o.a. Beschikking van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 april 1985 (Stcrt. 1985, 84), houdende vrijstelling van bondsspaarbanken

Opmerking: Artikel 75 en 186 van boek 2 van het nieuw Burgerlijk Wetboek verplicht ondernemingen om in hun gedrukte stukken ook het inschrijvingsnummer in het handelsregister te vermelden. Dit kan bezwaarlijk zijn voor ondernemingen die onder meerdere nummers zijn ingeschreven, zoals de Rabo-bank; daaronder ressorteren namelijk verschillende bondsspaarbanken en coöperatieve vestigingen, die zelf onder een eigen nummer ingeschreven staan. In de Hrw zijn hiervoor voorzieningen opgenomen.

Waardering: B 1

8.1.2.2. De Vestigingswetgeving

(35.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van vestigingswetten voor het bedrijfsleven.

Periode: (1940) 1945–

Product: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619)

Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb.1954, 99) (Stb. 1964, 66)

Wet houdende voorzieningen in verband met het vervallen van het OrganisatiebesluitVoedselvoorziening (Stb. 1957, 40)

Wet wederverkoop van brood (Stb. 1962, 465)

Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569)

Wet houdende intrekking van de Vestigingswet Detailhandel en wijziging van de Drank- en Horecawet en van de Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 607)

Opmerking: De regelgeving heeft voor zover het levensmiddelen betreft, tevens betrekking op afwikkelingen van problemen inzake het landbouwstructuurbeleid.

Waardering: B 1, 2

(36.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen inzake wettelijke regelingen inzake de opleiding voor de vereiste bewijzen van bekwaamheid in het kader van de vestigingswetgeving.

Periode: (1940) 1945–

Waardering: B 5

Regelgeving Vestigingswet Kleinbedrijf 1937

(37.)

Handeling: Het aanwijzen van soorten bedrijven in het kleinbedrijf waarvoor een vestigingsvergunning is vereist.

Periode: (1940) 1945–1954

Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619), art. 1

Product: Vestigingsbesluit

Opmerking: Tot 1950 heeft de minister krachtens het BAVK ook de bevoegdheid om bij regeling een bedrijf aan te wijzen waarvoor een vergunning bij de minister ‘of zijn gemachtigde’ moet worden aangevraagd.

Waardering: B 1

(39.)

Handeling: Het afkondigen van een verbod op het uitoefenen van een bedrijf in afwachting van een vestigingsbesluit (het afkondigen van een spertijd).

Periode: (1940) 1945–1954

Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619), art. 1.5

Product: Ministeriële beschikkingen, de zgn. spertijdverklaringen

Opmerking: Hierbij is inbegrepen het intrekken van deze verbodsbeschikking. Een beschikking houdt in ieder geval op zes maanden na haar inwerkingtreding; de minister kan de termijn ten hoogste nog eens zesmaal verlengen. Zij vervalt ook als er een vestigingsbesluit is vastgesteld. De minister heeft er met name gebruik van gemaakt bij de voorbereiding van de Vestigingswet Bedrijven 1954.

Waardering: B 5

(40.)

Handeling: Het beslissen in beroep tegen beschikkingen van een Kamer van Koophandel op een aanvraag voor een vestigingsvergunning.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619), art. 8

Waardering: V 10 jaar

Regelgeving uit de bezettingstijd en na de bevrijding

(41.)

Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan de Kamers van Koophandel over de uitvoering van vestigingsbesluiten.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Besluit tot afwijking van de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stcrt. 1943, 235)

Product: Beschikking betreffende model van een vergunning (Stcrt. 1948, 40)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging model

(42.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen en ontheffingsregelingen van het Productschap voor Granen en Peulvruchten inzake de vergunningverlening voor de verkoop van brood.

Periode: (1940) 1945–1952

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening (Verordeningenblad 1941, 69)

Waardering: B 6

(43.)

Handeling: Het toelaten van (verplaatsingen van) inrichtingen en ondernemingen, die een door de minister aangewezen tak van bedrijf uitoefenen.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Besluit Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf 1941 (Stcrt. 1941, 234), art. 3.1 en 4

Opmerking: NB. Van deze handeling is één voorbeelddossier bewaard gebleven.

Waardering: B 6

Vestigingsvergunningen op basis van regelgeving uit de bezettingstijd en na de bevrijding

(44.)

Handeling: Het na advies van de Middenstandsraad aanwijzen van bedrijven waarvoor een vergunning krachtens het BAVK is vereist.

Periode: (1940) 1945–1951

Grondslag: BAVK 1941 (Stcrt. 1941, 234), art. 3 jo. art. III

Product: Uitvoeringsbeschikkingen BAVK, bijvoorbeeld in: Stcrt. 1946, 109, 127, 165, 243 en Stcrt. 1947, 36

Opmerking: In deze regeling kunnen ook besluiten worden opgenomen die de geldigheid van het BAVK beperken en het BAVK opheffen.

Waardering: B 6

8.1.3. De Vestigingswet Bedrijven 1954

8.1.3.1. Regelgeving Vestigingswet Bedrijven 1954

(45.)

Handeling: Het stellen van nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de vestigingswet.

Periode: 1954–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1954, 99)

Product: Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1955, 169, 518) (Stb. 1958, 690) (Stb. 1962, 523, 561) (Stb. 1963, 525) (Stb. 1964, 270)

Besluit vestigingseisen kredietwaardigheid en handelskennis (Stb. 1958, 417)

Besluit gegevens vestigingsvergunningen (Stb. 1958, 484) (Stb. 1959, 334) (Stb. 1962, 525) (Stb. 1964, 270)

Besluit registratie vestigingsvergunningen en ontheffingen (Stb. 1990, 484)

Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1995, 609)

Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:

– het vaststellen van legeskosten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning (art. 19);

– het vaststellen van nadere eisen van kredietwaardigheid en handelskennis, zoals die in een vestigingsbesluit dienen te worden toegepast (art. 7);

– het vaststellen van de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden ingediend (art. 8).

Waardering: B 5

(46.)

Handeling Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet 1954 en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.

Periode: 1954–1996

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99); Uitvoeringsbesluit Vestigingswet

Bedrijven 1954 (Stb. 1955, 169)

Product: Beschikking richtlijnen verklaringen handelskennis en vakbekwaamheid 1961 Stcrt. 1961, 12 en 18) (Stcrt. 1962, 31, 64, 251) (Stcrt. 1963, 206) (Stcrt. 1966, 123, 172)

Beschikking richtlijnen verklaringen handelskennis en vakbekwaamheid (groothandels- en dergelijke bedrijven) (Stcrt. 1962, 251) (Stcrt. 1965, 206)

Beschikking aanvraaggelden Vestigingswet Bedrijven 1954 II (Stb. 1955, 69)

Delegatiebeschikkingen I, II en III (Stcrt. 1963, 12), (Stcrt. 1971, 100) en (Stcrt. 1963, 12)

Beschikking houdende aanwijzing van formulieren voor de Vestigingswet Bedrijven (Stcrt. 1966, 164)

Aanwijzingsbeschikkingen van bewijzen van handelskennis en vakbekwaamheid (Stcrt. 1965, 26, 88, 203)

Regeling ex art. 4 vestigingswet bedrijven (Stcrt. 1990, 184)

Opmerking: De minister heeft de volgende bevoegdheden:

– het bepalen onder welke omstandigheden aanvragers zijn vrijgesteld van het behalen van bepaalde diploma’s;

– het nader bepalen van legestarieven en de verrekening daarvan (Uitvoeringsbesluit, art. 4);

– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschapen;

– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid (Vestigingswet Bedrijven, art. 7.2);

– de bij de aanvraag in te vullen formulieren (Uitvoeringsbesluit, art. 6; ingetrokken in 1958, wanneer de formulieren bij AMVB zijn vastgesteld (Stb. 1958, 417)).

Waardering B 5

(47.)

Handeling: Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet 1995 en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.

Periode: 1996–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 607); Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 610)

Product: Regeling ontheffing vestigingsvergunningen bedrijven (Stcrt. 1995, 247) (Stcrt. 1996, 72)

Regeling verklaringen vestigingseisen bedrijven (Stcrt. 1995, 247)

Regeling modellen vestigingsvergunning bedrijven (Stcrt. 1995, 247)

Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de Vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182)

Opmerking De minister heeft de volgende bevoegdheden:

– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschappen;

– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid;

– de vaststelling van bij de aanvraag in te vullen formulieren;

– de regeling van het toezicht op examens.

Waardering B 5

(48.)

Handeling: Het in afwachting van een vestigingsbesluit uitvaardigen van een verbod tot het uitoefenen van een bedrijf zonder vergunning van de SER (het uitroepen van een spertijd).

Periode: 1954–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 16

Product: Vestigingsbeschikking; vestigingsregeling (na 1995)

Opmerking: Een dergelijk verbod kan worden opgelegd wanneer er door een brancheorganisatie om een vestigingsbesluit is gevraagd. In deze vestigingsbeschikking worden tevens de voorwaarden vastgelegd waarop de vergunning door de SER dient te worden verleend. Een vestigingsregeling is een jaar van kracht en kan daarna nog zes maanden worden verlengd; zij vervalt als de termijn is verstreken of als het desbetreffende vestigingsbesluit is vastgesteld.

Deze B-waardering geldt ook voor geweigerde verzoeken.

Waardering: B 5

(49.)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van de Vestigingswet.

Periode: 1954–

Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 1951, 91) (Stb. 1951, 214)

Product: Beschikking van 2 juli 1955 (Stcrt. 1955, 127) houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren voor opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Bedrijven 1954;

Beschikking van 25 juli 1972 (Stcrt. 1972, 146) houdende aanwijzing van ambtenaren van de Economische Controledienst als ambtenaar voor het opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Detailhandel;

Besluit van 20 mei 1986 (Stcrt. 1986, 96) houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren voor het opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Detailhandel en de Handelsregisterwet;

Opmerking: Als opsporingsambtenaren zijn aangewezen de ambtenaren bij de Economische Controledienst en de Algemene Inspectie Dienst.

Waardering: V 10 jaar na einde dienstverband

(50.)

Handeling: Het aanwijzen van bedrijven waarvoor een vestigingsvergunning is vereist.

Periode: 1954–1996

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 4

Product: Vestigingsbesluit

Opmerking: Een vestigingsbesluit kan door de minister worden uitgevaardigd, indien er al in 1954 een verbod bestaat voor de gehele branche om zonder een vergunning een bedrijf uit te oefenen. Anders mag een dergelijk besluit slechts worden uitgevaardigd op verzoek van een bedrijfschap; indien dit ontbreekt: van een productschap of hoofdbedrijfschap, indien dit ontbreekt van een vakorganisatie die naar het oordeel van de Kroon voldoende representatief is.

De SER adviseert bij de totstandkoming van een besluit. Er kan dus door groepen binnen de SER bezwaar worden aangetekend tegen de representativiteit van een rechtspersoon die om een vestigingsbesluit verzoekt. Verder wordt bij de totstandkoming overwogen: 1) of het bedrijf binnen de branche daadwerkelijk door ondeskundigheid wordt bedreigd en 2) of de branche kan voorzien in een goede en voor iedereen bereikbare vakopleiding (dus: schriftelijk of decentraal georganiseerd).

De afzonderlijke vestigingsbesluiten per bedrijf zijn in 1972 opgeheven voorzover het de detailhandel betreft; in enkele gevallen zijn de vestigingsbesluiten aangepast en gewijzigd. Ook de aanpassing en wijziging van deze besluiten zijn in deze handeling inbegrepen.

Door de invoering van een Algemeen Vestigingsbesluit in 1995 zijn alle vestigingsbesluiten ingetrokken.

De B-waardering geldt ook voor geweigerde verzoeken.

Waardering: B 5

(51.)

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen voor de toelating van bedrijven door de SER of een hoofdbedrijfschap in het kader van een vestigingsbeschikking.

Periode: 1954–1996

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 16; Leyendekkers, Vestigingswet Bedrijven 1954, 39.

Waardering: B 5

8.1.3.2. Vestigingsvergunningen op basis van Vestigingswet Bedrijven 1954

(52.)

Handeling: Het incidenteel subsidiëren van brancheorganisaties voor het opstarten van cursorische opleidingen voor de vereiste vakbekwaamheid en/of handelskennis.

Periode: 1954–

Grondslag: Veurtjes, De vestigingswet en het onderwijs

Waardering: V 10 jaar

(53.)

Handeling: Het nader stellen van eisen van kredietwaardigheid en (vak)bekwaamheid aan bedrijven.

Periode: 1958–1996

Grondslag: Besluit vestigingseisen kredietwaardigheid en handelskennis (Stb. 1958, 417)

Product: Bijlage II Vestigingseisen voor groothandelsbedrijven

Opmerking: De vestigingseisen voor kleinhandelsbedrijven waren reeds toegevoegd als bijlage bij het Basisbesluit vestigingseisen 1958. Na 1990 worden er aan de bedrijven geen eisen van kredietwaardigheid meer gesteld (Stb. 1990, 19).

Waardering: V, 10 jaar

8.1.3.3. Ontheffingen op basis van Vestigingswet Bedrijven 1954

(54.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van de verplichte vereisten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning.

Periode: 1954–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 15; Delegatiebeschikking I ontheffingen Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stcrt. 1963, 12)

Wijziging van de Vestigingswet Bedrijven, art. 15 in de: Vestigingswet Detailhandel 1972 (Stb. 1971, 569), art. 25e

Opmerking: De ontheffing kan worden verleend aan:

– een filiaal van een bedrijf dat reeds een vestigingsvergunning heeft of een bedrijf van dezelfde ondernemer;

– indien naar het oordeel van de minister sprake is van een bijzonder belang of bijzonder geval;

– na 1992: overeenkomstig Europese richtlijnen inzake de vrije vestiging van reeds toegelaten vestigingen in andere lidstaten en ter uitvoering van Europese verdragen.

Waardering: V 10 jaar na einde ontheffing

(55.)

Handeling: Het nader vaststellen van bijzondere gevallen op grond waarvan ontheffing van de verplichte vereisten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning wordt verleend.

Periode: 1954–1996

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 15; wijziging van de Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1995, 607), art. 15 in de: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 25e

Opmerking: De minister heeft in bepaalde situaties vastgesteld, dat aan bepaalde groepen ondernemers ontheffing kan worden verleend voor de verplichting tot het overleggen van de vereiste bewijzen van bekwaamheid voor een vestigingsvergunning. Dit is met name het geval bij allochtonen, die daarvoor via een speciale regeling in aanmerking komen. In de nota Onderneem het maar heeft de Minister van Economische Zaken zo’n regeling aangekondigd. Omdat aan ontheffingen ook voorwaarden kunnen worden verbonden, zijn aan deze regelingen wel opleidingen verbonden, die door de Minister van Economische Zaken worden gesubsidieerd.

Waardering: B 5

(56.)

Handeling: Het benoemen van een commissie van deskundigen ter vaststelling van de vakbekwaamheid en/of de handelskennis van een aanvrager voor ontheffing bij het hoofdbedrijfschap voor het ambacht, bij de Sociaal-Economische Raad, of bij het hoofdbedrijfschap voor de detailhandel.

Periode: 1963–1972

Grondslag: Delegatiebeschikking I ontheffingen (Stcrt. 1963, 12), art. 7; Delegatiebeschikking II ontheffingen (Stcrt. 1963, 12), art. 7–8; Delegatiebeschikking III ontheffingen (Stcrt. 1963, 12); Delegatiebeschikking (II) a-ontheffingen (Stcrt. 1971, 100), art. 7–8

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(57.)

Handeling: Het subsidiëren van cursorische vakopleidingen in het kader van ontheffingsregelingen.

Periode: 1972–

Grondslag: Veurtjes, De Vestigingswet en het onderwijs, 21; Memorie van Toelichting begroting Economische Zaken 1991, p. 44

Opmerking: Doel van deze steun is het weghalen van financiële knelpunten bij de opzet van deze vakopleidingen c.q. de ombouw van oude vakbekwaamheidscursussen in het kader van de nieuw aangenomen Vestigingswet Detailhandel. In 1977 moest bij wijziging van het Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1977, 609) de termijn waarna detailhandelaren een nieuwe vergunning moesten aanvragen worden verlengd, omdat met name bij kleinere branches de modellen voor de opzet van de vereiste geïntegreerde cursussen ontbraken.

Waardering: V 10 jaar

8.1.3.4. Toezicht op examens in het kader van de vestigingswetgeving

(60.)

Handeling: Het goedkeuren van examenregelingen van branchegerichte cursussen, die leiden tot de vastgestelde vereisten van bekwaamheid voor de uitoefening van een bedrijf.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 4.2

Waardering: V 10 jaar na einde goedkeuring

(61.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op het verloop van examens voor branchegerichte vakopleiding door middel van gecommitteerden.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Beschikkingen ter aanwijzing van bewijzen van vakbekwaamheid en handelskennis

Aanwijzingsbeschikkingen van bewijzen van handelskennis en vakbekwaamheid (Stcrt. 1965, 26, 88, 203)

Opmerking: Het gaat hier om examens waarbij het diploma door gecommitteerden mede wordt ondertekend.

Waardering: V 10 jaar

(62.)

Handeling: Het door middel van voorlichting aanbevelen van vakopleidingen voor de detailhandel.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Veurtjes, De vestigingswet en het onderwijs, 21.

Opmerking: Eén exemplaar van het eindproduct wordt bewaard.

Waardering: V 10 jaar

(63.)

Handeling: Het goedkeuren van examenregelingen die leiden tot de vastgestelde vereisten van bekwaamheid voor de uitoefening van een bedrijf.

Periode: 1990–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1990, 19), art. 7.1

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(65.)

Handeling: Het goedkeuren van (gewijzigde) protocollen inzake het toezicht op examens voor vakbekwaamheid.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182)

Opmerking: Het eerste goedgekeurde protocol is al gepubliceerd als bijlage bij de mandaatbeschikking.

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(68.)

Handeling: Het met de STEVES houden van het toezicht op examens ten behoeve van de vestigingswet.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 5

Opmerking: Een evaluatie vindt plaats aan de hand van de verslaglegging van STEVES.

Waardering: V 10 jaar

8.1.3.5. Regelgeving en uitvoering Wet wederverkoop van brood

(72.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten inzake de vergunningverlening voor de verkoop van brood door detailhandelaren.

Periode: 1962–1972

Grondslag: Wet wederverkoop van brood (Stb. 1962, 465), art. 9.3

Opmerking: Hierbij is inbegrepen het goedkeuren van een verordening tot benoeming van een commissie van advies inzake de toekenning van een vergunning B.

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(73.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van verboden of vergunningsplichten, omschreven in de Wet Wederverkoop van Brood.

Periode: 1963–1972

Grondslag: Wet Wederverkoop van Brood (Stb. 1962, 465), art. 10

Waardering: V 10 jaar na einde ontheffing

8.1.3.6. Regelgeving Vestigingswet Detailhandel 1971

(74.)

Handeling: Het stellen van nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de Vestigingswet Detailhandel.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569)

Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:

– het vaststellen van regels en voorwaarden tot het houden van veilingen die rechtstreeks concurrentie met de detailhandel uitoefenen (art. 2.3);

– het nader vaststellen van in detailhandel te verhandelen goederen die in bijzondere omstandigheden buiten het vergunningstelsel van de wet komen te vallen (art. 3.2 sub n);

– het vaststellen van een termijn waarbinnen bepaalde getuigschriften tot een samenstel van bewijsstukken kunnen worden samengevoegd (art. 4.3);

– het vaststellen van de bedragen die voor de aanvrage van een vergunning of ontheffing dienen te worden betaald en de verrekening van deze bedragen (art. 15);

– het stellen van voorwaarden met betrekking tot eisen van en bekwaamheid voor de detailhandel (art. 20);

– het aanwijzen van categorieën goederen waarvoor bedrijfsleiders bij de verhandeling daarvan niet behoeven te voldoen aan de door de minister vast te stellen eisen van kredietwaardigheid en/of bekwaamheid (art. 20).

Waardering B 5

(75.)

Handeling: Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet detailhandel en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569); Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1972, 152)

Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:

–het voorschrijven van het volgen van onderwijs (VWD art. 21.1);

– het vaststellen van gegevens die voor de aanvraag van een vergunning zijn vereist (VWD art. 5.1);

– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschappen (VWD art. 13.1);

– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid (art. 4.2);

– de bij de aanvraag in te vullen formulieren (VWD art. 5.1; ingetrokken in 1958, wanneer de formulieren bij AMVB zijn vastgesteld (Stb. 1958, 417)).

Waardering: B 5

(76.)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van en de opsporing van overtredingen tegen de Vestigingswet Detailhandel.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 19951, 91) (Stb. 9151, 214)

Product: Aanwijzing van de Algemene Inspectiedienst AID voor het toezicht op de detailhandel (Stcrt.1986, 96).

Waardering: V 10 jaar na einde dienstverband

(77.)

Handeling: Het aanwijzen van bewijsstukken van bekwaamheid in de detailhandel.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel 1972 (Stb. 1971, 569), art. 4.2

Opmerking: De eisen waaraan moet worden voldaan, de eisen van bekwaamheid voor de detailhandel, worden bij algemene maatregel van bestuur gesteld (VWD art. 4.1), en vallen onder handeling 59.

Waardering: V 5 jaar

(78.)

Handeling: Het erkennen van tentoonstellingen waarop goederen zonder vestigingsvergunning mogen worden verhandeld.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 3.2 sub l

Waardering: V 5 jaar

(79.)

Handeling: Het op aanvraag van meerdere bedrijfsleiders van een detailbedrijf aanwijzen van hun diploma’s tot een samenstel van vereiste bewijsstukken van vakbekwaamheid.

Periode: 1972–1996

Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 4.3

Waardering: V 5 jaar

8.1.4. Het beroep accountant

Beleid

(80.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het accountantswezen.

Periode: (1940) 1945–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

– het voorbereiden van een in te brengen standpunt in de vergaderingen van de Ministerraad voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

– het voeren van of het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

– het voorbereiden van de Memorie van Toelichting op de rijksbegroting;

– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

– het leveren van commentaar op de rechts- en doelmatigheidscontrole van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein; zie hiervoor echter ook PIVOT-rapport nr. 15, Per slot van rijksrekening, handeling 295, 357 en 374;

– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

– het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid.

Waardering: B 1

(82.)

Handeling: Het voorbereiden van intern onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten betreffende het accountantswezen, alsmede het voorbereiden en begeleiden van extern onderzoek betreffende het accountantswezen.

Periode: 1975–

Grondslag: De Jager, Inventaris van de archieven van het NIVRA

Waardering: Eindproduct, offerte: B5

Overige neerslag: V, 10 jaar na onderzoek

Regelgeving

(85.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van wettelijke regelingen inzake het accountantswezen.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)

Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)

Wet wijziging accountantswetgeving (Stb. 1986, 677)

Wet tot wijziging van de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de accountants administratieconsulenten (Stb. 1993, 465) (Wet Achttienribbe-Buijs)

Waardering: B 1

(87.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het Nederlands Instituut voor Registeraccountants.

Periode: 1962–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)

Product: Koninklijk Besluit van 1 juni 1967 (Stb. 1967, 300)

Opmerking: De minister is bevoegd om regels op te stellen over:

– de wijze van bekendmaking van de door het bestuur op te stellen ontwerp-verordeningen;

– welke soorten verordeningen naast die welke in de wet staan vermeld de goedkeuring van de minister behoeven alvorens zij aan de ledenvergadering worden voorgedragen.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking KB

(88.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants.

Periode: 1962–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)

Product: Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324) (Stb. 1969, 363) (Stb. 1974, 58) (Stb. 1981, 177) (Stb. 1986, 277) (Stb. 1987, 115)

Waardering: B 5

(89.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants en het accountantsexamen voor accountants AA.

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 80c; Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 61.2

Waardering: B 5

(90.)

Handeling: Het voorbereiden en afkondigen van algemene maatregelen van bestuur op grond van de WAA 1972.

Periode: 1972–1993

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)

Product: Besluit regelen beroepsuitoefening accountants-administratieconsulenten (Stb. 1974, 17)

Besluit houdende instelling van een Raad van Tucht [AA] (Stb. 1972, 48)

Opmerking: De minister is bevoegd om AMVB’s vast te stellen over:

– het aantal raden van tucht, het rechtsgebied en de zetel van deze raden (art. 30, lid 5);

– de regels omtrent de uitoefening van het beroep van accountant-administratieconsulent (art. 31).

Waardering: B 5

(91.)

Handeling: Het voorbereiden en afkondigen van algemene maatregelen van bestuur op grond van de WAA 1993.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469)

Opmerking: De minister is bevoegd om AMVB’s vast te stellen over:

– de wijze van bekendmaking van verordeningen van de NOvAA en de ontwerpen daarvan (art. 26);

– de wijze van bekendmaking van inschrijvingen en mutaties in het Register accountants-administratieconsulenten;

– de omvang en inhoud van het theoretisch gedeelte en het praktijkgedeelte van het examen accountants-administratieconsulenten (art. 81–82).

Waardering: V 10 jaar na intrekking of wijziging

(92.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de rechtsgang bij de tuchtrechtspraak voor accountants.

Periode: 1972–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 46; Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 67

Opmerking: Deze regels gelden in eerste instantie de accountants AA. Na 1994 is deze bevoegdheid uitgebreid tot de tuchtrechtspraak over de registeraccountants, die eveneens in deze wet is geregeld.

Waardering: V 10 jaar na intrekking regels

(93.)

Handeling: Het vaststellen van een evaluatieverslag over de werking van de Wet op de registeraccountants en de Wet op de accountants-administratieconsulenten aan de Staten-Generaal.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de accountants administratieconsulenten (Stb. 1993, 465) art. V

Opmerking: De evaluatie is voorzien op een tijdstip zes jaar na de inwerkingtreding van de wet en is bedoeld om de werking van de wet te toetsen aan de Europese richtlijnen en verdragen.

Waardering: B 2

8.1.4.1. Registeraccountants

Toelating: register van registeraccountants

(94.)

Handeling: Het instellen en benoemen van leden van een commissie voor de toelating van registeraccountants.

Periode: 1963–1968

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 87

Product: Instellingsbeschikking commissie toelating registeraccountants 1963 (Stcrt. 1963, 132); nadere instellingsbeschikking (Stcrt. 1965, 5)

Waardering: B5

(96.)

Handeling: Het benoemen van leden van een commissie van beroep inzake de toelating van registeraccountants.

Periode: 1963–1968

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 87

Product: Instellingsbeschikking commissie van beroep inzake toelating van registeraccountants (Stcrt. 1963, 142); nadere instellingsbeschikkingen: Stcrt. 1966, 141; Stcrt. 1967, 10, 96, 125

Waardering: B5

(97.)

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de titelvermelding voor de inschrijving van buitenlandse registeraccountants.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 58c

Waardering: V 10 jaar na intrekking regels

(98.)

Handeling: Het verlenen en intrekken van vergunningen tot het uitgeven van verklaringen van getrouwheid aan niet in een register ingeschreven accountants.

Periode: 1986–1994

Grondslag Wet op de registeraccountants 1984 (Stb. 1986, 677), art. 70b.1b, 70d

Opmerking: Intrekking kan geschieden als de vergunning blijkt te zijn verstrekt op grond van onjuiste gegevens of wanneer de houder in strijd handelt met aan de vergunning verbonden voorschriften.

Waardering: V 10 jaar na einde vergunning

8.1.4.2. Nederlands Instituut van Registeraccountants

(100.)

Handeling: Het vergoeden van reis- en verblijfkosten van NIVRA-bestuursleden.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 458), art. 4

Product: Verordening kostenvergoeding (Stcrt. 1967, 215)

Waardering: V 10 jaar

(102.)

Handeling: Het goedkeuren van door het NIVRA vastgestelde verordeningen.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 30

Opmerking: De door de minister goed te keuren verordeningen betreffen in ieder geval:

– de arbeidsvoorwaarden voor het personeel: de minister moet erop toezien dat de rechtspositie van het in dienst genomen personeel evenredig is aan die van vergelijkbaar personeel bij de centrale overheid;

– de inschrijfkosten in het register van accountants (art. 60, lid 2);

– de kosten voor de verstrekking van gegevens uit het register van accountants (art. 56, lid 4);

– de gelden voor de toelating tot het accountantsexamen. (art. 73, lid 2);

– de vast te stellen vergoedingen voor leden van de raad van beroep, het examenbureau en het curatorium (art. 76, lid 2);

– verordeningen inzake regels en procedures voor de raad van tucht behoeven de goedkeuring van het Ministerie van Justitie (art. 30).

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(111.)

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit tot vernietiging van een besluit van het NIVRA.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 31

Opmerking: Deze vernietiging kan voorafgegaan worden door een schorsing; een dergelijke beslissing kan worden uitgesproken als het besluit in strijd lijkt met de wet of het algemeen belang. Het besluit tot schorsing wordt in het Staatsblad gepubliceerd, waarna zij voor een jaar geldig is; als er nadien geen besluit tot vernietiging is genomen, is de verordening alsnog geldig. Tevoren kan in de Staatscourant worden afgekondigd dat vernietiging niet zal plaats vinden.

Waardering: B 5

Tuchtrechtspraak NIVRA

(128.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen tot instelling en de toekenning van vergoedingen aan leden van Raden van Tucht.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 36.3

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Waardering: V 10 jaar na opheffing

Accountantsexamens voor registeraccountants

(135.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het examenbureau.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74.2

Waardering: V 5 jaar

(136.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het curatorium voor de opleiding van accountants.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 75.2

Waardering: V 5 jaar

(138.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen door het Nederlands Instituut van Registeraccountants op het gebied van kostendeclaraties van het examenbureau en het curatorium.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74b, 75b, 76

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(149.)

Handeling: Het beschikken op een beroep tegen de intrekking van de gelijkstelling van een universitair diploma aan een accountantsdiploma.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 79a.5–79a.8

Waardering: V 10 jaar

(152.)

Handeling: Het goedkeuren van regelingen voor proeven van bekwaamheid aan accountants uit de lidstaten van de Europese Gemeenschap zonder erkend diploma.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 80b.2

Waardering: V 5 jaar

Commissie voor de inschrijving van accountants-administratieconsulenten

(158.)

Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van de Commissie voor inschrijving van accountants-administratieconsulenten, met name ten aanzien van de aanwijzing van accountants-administratieconsulenten door deze Commissie.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)

Product: Regelingen in: Stcrt. 1975, 77 en 266

Opmerking: Deze regelingen kunnen betrekking hebben op de vereiste bewijzen van vakbekwaamheid (art. 65.1 onder b), de samenstelling van de Commissie voor inschrijving van accountants-administratieconsulenten en de indeling van deze Commissie in verschillende kamers.

Waardering: B 4, 5

(159.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Commissie van Beroep tegen beslissingen van de Commissie voor de inschrijving.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 18.2

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(160.)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de Commissie van Beroep (tegen beslissingen van de Commissie voor inschrijving).

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 18.2

Product: Regelingen in: Stcrt. 1975, 98

Opmerking: De Minister van Economische Zaken kan regels stellen met betrekking tot:

– de bedragen die indiener van een beroep dient te betalen (WAA, art. 24.1);

– de aan de leden van de commissie toe te kennen vergoedingen (WAA, art. 25);

– de samenstelling en werkwijze van het secretariaat (WAA, art. 27);

– de indienstneming, rechtspositie en geheimhoudingsplicht van het personen (WAA, art. 27).

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(161.)

Handeling: Het vaststellen van regels voor inschrijving van accountants-administratieconsulenten in het accountantsregister.

Periode: 1975–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)

Product: Aanwijzingen van diploma’s in: Stcrt. 1985, 180; Stcrt. 1987, 230; Stcrt. 1989, 134.

Nadere regels in: Stcrt. 1974, 35

Opmerking: Deze regels betreffen:

– het aanwijzen van toegelaten bewijsstukken voor de vakbekwaamheid van accountants-administratieconsulenten (art. 10, onder d.);

– de vereiste inschrijvingsgelden (art. 12.1);

– de gegevens die voor inschrijving moeten worden verstrekt (art. 12.2);

– de daarvoor vereiste modelformulieren (art. 12.2).

Waardering: B 5

(165.)

Handeling: Het vaststellen van de jaarlijkse contributie voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1986–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1962, 258), art. 7a

Product: Regelingen in: Stcrt. 1986, 51

Waardering: V 10 jaar

Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten

(167.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Commissie voor de toelating van accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 68.1

Opmerking: De Minister van Economische Zaken wijst uit de benoemde leden een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters aan. Bovendien kan hij de Commissie indelen in kamers van ten minste drie leden, en kan hij de samenstelling van deze kamers regelen.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(169.)

Handeling: Het opheffen van de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten na het verstrijken van de termijn en nadat de Commissie op alle bij haar ingediende aanvragen heeft beslist.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 68.4

Waardering: V 5 jaar

Tuchtrechtspraak accountants-administratieconsulenten

(171.)

Handeling: Het benoemen van leden, secretaris en voorzitter van de raden van tucht.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 34

Opmerking: De raden van tucht bestaan ieder uit vijf leden, naast vijf plaatsvervangende leden.

Voor iedere raad van tucht wordt door de Minister van Economische Zaken een secretaris benoemd.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter ‘worden benoemd uit de personen, die voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast zijn of belast geweest zijn, doch het beroep van registeraccountant of het beroep van accountant-administratieconsulent niet uitoefenen noch hebben uitgeoefend’ (WAA, art. 34.3).

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(173.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)

Product: Regeling in: Stcrt. 1976, 37

Opmerking: Deze regels kunnen betreffen:

– de vergoedingen aan leden van de raden van tucht voor reis- en verblijfkosten en tijdverzuim (art. 37);

– de samenstelling en werkwijze van het secretariaat van een raad van tucht (art. 40);

– de arbeidsvoorwaarden van het personeel van het secretariaat van een raad van tucht (art. 40).

Waardering V, 10 jaar na intrekking of wijziging

Tuchtrechtspraak: Raad van Tucht van Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten

(177.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Raad van Tucht van Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 54.2

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(178.)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels ten aanzien van de Raad van Tucht van Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469)

Opmerking: Deze regels kunnen betreffen:

– de vergoedingen aan leden (art. 57);

– de samenstelling en werkwijze van het secretariaat (art. 60);

– de samenstelling en de werkwijze van de raden (art. 60);

– de arbeidsvoorwaarden voor het personeel (art. 60).

Waardering: V, 10 jaar na wijziging

Accountantsexamens voor accountants-administratieconsulenten vóór 1994

(181.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van examengelden voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 62

Wet tot wijziging van de accountantswetgeving (Stb. 1986, 677), art. 80c.3

Product: Regeling omtrent de examengelden (Stcrt. 1974, 135)

Opmerking: De vastgestelde examengelden komen ten goede aan het rijk.

Waardering: V 10 jaar na intrekking regeling

(182.)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels met betrekking tot het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 61, 62

Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304), art. 10

Wet tot wijziging van de accountantswetgeving (Stb. 1986, 677), art. 80c.1, 80c.2

Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1994, 86)

Product: Algemene maatregelen van bestuur, o.a.:

Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115)

Examenbeschikking accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 135) (Stcrt. 1986, 54)

Regeling houdende vaststelling van het examengeld (Stcrt. 1974, 135) (Stcrt. 1986, 67) (Stcrt. 1989, 34)

Opmerking Deze regels betreffen:

– de eisen voor de toelating tot het afleggen van het examen;

– de eisen voor het verkrijgen van vrijstelling voor bepaalde onderdelen van het examen;

– de omvang van het examen;

– de inrichting van het examen;

– het vaststellen van het examengeld dat moet worden voldaan door hen die zich aan het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten of bepaalde onderwerpen daarvan wensen te onderwerpen. De vastgestelde examengelden komen ten goede aan het rijk.

Waardering: B 5

(183.)

Handeling: Het benoemen van leden en een voorzitter van een Commissie van advies inzake het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304), art. 6 (Stcrt. 1994, 86)

Opmerking: De Commissie van advies bestaat uit drie leden, waarvan één lid jaarlijks aftreedt.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(184.)

Handeling: Het doen uitschrijven van jaarlijkse examens voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304), art. 2.2, 3.10 (Stcrt. 1994, 86)

Examenbeschikking accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 135)

Opmerking: Deze handeling omvat:

– het vaststellen van examenprogramma’s;

– het benoemen van leden en de voorzitter van de examencommissie;

– het ontvangen van de lijsten van kandidaten, de cijferlijsten en de uitslagen, opgesteld door de examencommissie;

– het ontvangen van de resultaten van de examens, opgesteld door de examencommissie.

Waardering: V 5 jaar

(187.)

Handeling: Het kennisnemen van onregelmatigheden tijdens accountantsexamens voor accountants-administratieconsulenten en het beschikken op verzoeken van examenkandidaten om herziening van beslissingen van de examencommissie in dezen.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304), art. 9

Waardering: V 10 jaar

(188.)

Handeling: Het benoemen van de leden van de examencommissie voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 14.1

Product: Benoemingen

Opmerking: De examencommissie bestaat uit 9 leden. De minister benoemt er in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 4 op voordracht van het NIVRA, 4 op voordracht van de NOvAA en de voorzitter op voordracht van NIVRA en NOvAA gezamenlijk.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(190.)

Handeling: Het goedkeuren van het examenprogramma van de examencommissie voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants- administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 15.2

Waardering: V 10 jaar

8.1.4.3. Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (NOvAA)

(196.)

Handeling: Het stellen van regels voor de overgangsperiode tussen WAA en WAA 1993.

Periode: 1993–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants en accountants-administratieconsulenten (Stb. 1993, 465), artikel IV Overgangsbepalingen wet op de accountants-administratieconsulenten, art. 19

Product: Ministeriële regelingen

Opmerking: Met de WAA 1993 verdween de privaatrechtelijke Nederlandse Orde van

Accountants-administratieconsulenten en kwam de publieksrechtelijke NOvAA ervoor in de plaats.

Waardering: B 5

(203.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen waarin de voorwaarden waaronder de indienstneming van door de NOvAA aangenomen personeel worden geregeld.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 9.3

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(204.)

Handeling: Het goedkeuren van bepaalde door de Nederlands Orde van Accountants-administratieconsulenten vastgestelde verordeningen, mede met betrekking tot regels en procedures van de Raad van Tucht.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469)

Opmerking: De door de minister goed te keuren verordeningen betreffen in ieder geval:

– de arbeidsvoorwaarden voor het personeel: de minister moet erop toezien dat de rechtspositie van het in dienst genomen personeel evenredig is aan die van vergelijkbaar personeel bij de centrale overheid. (art. 9.3);

– de kosten voor de verstrekking van gegevens uit het register van accountants-administratieconsulenten (art 37.4);

– de inschrijfkosten in het register van accountants-administratieconsulenten (art. 45.2);

– de vast te stellen vergoedingen voor leden van het examenbureau en het curatorium (art.86);

– de gelden voor de toelating tot het examen en de proeven van bekwaamheid. (art. 96.2).

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(207.)

Handeling: Het bepalen van de wijze waarop de ontwerpen van verordeningen door de NOvAA bekend worden gemaakt en van de wijze waarop verordeningen door het bestuur van de NOvAA worden afgekondigd.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 26

Waardering: V 10 jaar

(208.)

Handeling: Het voorbereiden van een kroonbesluit tot schorsing van verordeningen van de Nederlands Orde van Accountants-administratieconsulenten inzake beroepsregels.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 34 jo. art. 25.3

Opmerking: De minister ziet erop toe dat het geschorste artikel tijdig wordt vervangen. Indien na vernietiging van een verordening door de kroon binnen zes maanden geen nieuwe verordening door de ledenvergadering tot stand is gebracht, worden de nieuwe voorschriften vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken in overleg met het Ministerie van Justitie.

Waardering: B 5

(213.)

Handeling: Het na te zijn geadviseerd door het bestuur van het NIVRA en het bestuur van de NOvAA, vervaardigen van een verslag omtrent de wijze waarop de accountantswetgeving in Nederland na invoering van enkele Europese richtlijnen heeft gefunctioneerd.

Periode: 1994–1999

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 Artikel V. Evaluatiebepaling

Opmerking: Het gaat hierbij om de invoering van de Achtste EEG-richtlijn (PbEG 1984 L126) en de Richtlijn algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s (PbEG 1989 L 19).

Het verslag moet binnen zes maanden na het verstrijken van zes jaar na het in werking treden van de wet WAA op 1 januari 1993 aan de Staten-Generaal worden gezonden; dus uiterlijk in juni 1999.

Waardering: B 2, 3

(226.)

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de titelvermelding voor de inschrijving van buitenlandse accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 42

Waardering: V 10 jaar na intrekking

8.1.5. Tuchtrechtspraak onder NOvAA

(232.)

Handeling: Het bepalen van het aantal raden van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten, alsmede het rechtsgebied en de zetel van elk van deze raden.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1993, 469), art. 51.5

Product: Algemene maatregel van bestuur

Waardering: V 10 jaar

(233.)

Handeling: Het benoemen van de leden van de raden van tucht.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1993, 469), art. 54.2

Product: Ministeriële beschikkingen

Opmerking De raden van tucht bestaan ieder uit:

– een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters die voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en die met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast zijn of belast zijn geweest, doch het beroep van registeraccountant of het beroep van Accountant-Administratieconsulent niet uitoefenen of hebben uitgeoefend;

– zes registeraccountants;

– zes Accountants-Administratieconsulenten;

– zes personen die deskundig zijn ter zake van werkzaamheden verwant aan die

van accountants.

Bovendien benoemt de Minister van Economische Zaken voor iedere raad van tucht een secretaris.

De leden van een raad van tucht worden voor vier jaar benoemd.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(235.)

Handeling: Het stellen van regels voor de vergoeding van reis- en verblijfskosten en vergoeding voor tijdverzuim die leden van de raden van tucht ontvangen.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 57

Product: Ministeriële regelingen

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(236.)

Handeling: Het regelen van de samenstelling en de werkwijze van het secretariaat van elk van de raden van tucht, alsmede het vaststellen van nadere regels met betrekking tot indienstneming c.q. aanstelling, arbeidsvoorwaarden en geheimhoudingsplicht van het personeel.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 60

Product: Ministeriële regelingen

Waardering: V 10 jaar na intrekking

(241.)

Handeling: Het geven van nadere voorschriften over de rechtsgang bij de raden van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 67.1

Product: Algemene maatregelen van bestuur

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking amvb

(244.)

Handeling: Het instemmen met de door de Minister van Justitie aangewezen ambtenaren die worden belast met het opsporen van de bij de Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 strafbaar gestelde feiten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 99.1

Waardering: V 5 jaar

8.1.6. Accountantsexamen onder NOvAA

(246.)

Handeling: Het nader regelen van de omvang en de inhoud van het theoretische gedeelte en het praktijkgedeelte van het accountantsexamen, alsmede van de eisen voor de toelating tot dit examengedeelte en voor het het verkrijgen van vrijstelling voor bepaalde onderdelen daarvan.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 81.2, 82.2

Product: Algemene maatregelen van bestuur

Opmerking: Aan de praktijkopleiding verleent de NOvAA haar medewerking.

Waardering: B 5

(250.)

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen door de ledenvergadering van de NOvAA opgesteld met betrekking tot het accountantsexamen.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 83.2, 86.2, 96.2

Waardering: V 10 jaar

(251.)

Handeling: Het, na het horen van het bestuur van de NOvAA en het Curatorium, bepalen van het aantal leden van het examenbureau voor het accountantsexamen en het benoemen van deze leden, alsmede het aanwijzen van een voorzitter uit deze leden.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 85

Opmerking: De leden van het examenbureau treden om de vier jaar tegelijk af en kunnen direct opnieuw worden benoemd.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(260.)

Handeling: Het beslissen op een beroepschrift tegen een beschikking van het examenbureau voor het accountantsexamen.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 91.6

Waardering: V 10 jaar

(264.)

Handeling: Het goedkeuren van de regeling opgesteld door het examenbureau voor het accountantsexamen omtrent de omvang en de inrichting van de proeve van bekwaamheid, alsmede omtrent de eisen voor het verkrijgen van vrijstelling van bepaalde onderdelen daarvan.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 94.2

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(266.)

Handeling: Het, na het horen van het Curatorium, beslissen op een beroep ingesteld tegen een beschikking van het examenbureau omtrent de toelating tot de proeve van bekwaamheid.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 95.4

Waardering: V 10 jaar

8.1.7. Het examen accountants-administratieconsulenten onder NOvAA

(270.)

Handeling: Het bepalen van het aantal leden van het examenbureau voor het examen accountants-administratieconsulenten en het benoemen van deze leden.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 85

Opmerking: De leden van het examenbureau treden om de vier jaar tegelijk af en kunnen direct opnieuw worden benoemd.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(276.)

Handeling: Het beschikken op een beroep van belanghebbenden tegen intrekking of weigering van verklaringen van gelijkwaardigheid van diploma’s aan het theoretisch gedeelte van het examen accountant-administratieconsulent aan onderwijsinstellingen.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 91.4–91.6

Opmerking: Beschikkingen over de gelijkwaardigheid van dit diploma worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Waardering: V 10 jaar

(279.)

Handeling: Het beschikken op een beroep tegen een weigering van het examenbureau van een toekenning van een verklaring van vakbekwaamheid aan een houder van een buitenlands diploma.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 95.4–95.6

Waardering: V 10 jaar

8.1.8. De Makelaardij

8.1.8.1. Toelating van makelaars door de Minister van Economische Zaken

(288.)

Handeling: Het verstrekken van vergunningen tot vestiging als makelaar.

Periode: (1940) 1945–1958

Grondslag: Besluit van de Secretaris-generaal Handel, Nijverheid en Scheepvaart, betreffende de vestiging als makelaar (Stcrt. 1942, 171), art. 1

Opmerking: Voor makelaars in onroerende goederen gold een vergunningsregeling, beschreven in de hierna volgende handeling.

Waardering: V 10 jaar na intrekking vergunning

(289.)

Handeling: Het verstrekken van vergunningen tot vestiging als tussenpersoon in onroerende goederen.

Periode: (1940) 1945–1963

Grondslag: Besluit van de Secretaris-generaal Handel, Nijverheid en Scheepvaart, betreffende het uitoefenen van een bedrijf van tussenpersonen in onroerende goederen (Stcrt. 1944, 44)

Opmerking: Het betreft hier veilinghouders, makelaars en bemiddelaars bij de afsluiting van hypotheken (art. 2, sub a–b).

Waardering: V 10 jaar na intrekking vergunning

(290.)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de vestiging van makelaars, alsmede voor hun beroepsuitoefening.

Periode: 1958–

Grondslag: Wetboek van Koophandel (Stb. 1826, 18–27 ev.), art. 63; Wetboek van Koophandel (Stb. 1966, 319), art. 63c.2

Product: Besluit vaststelling tijdstip intrekking van het besluit van de Secretaris-generaal van Handel, Nijverheid en Scheepvaart van 3 september 1942 (Stcrt. 1942, 171) (Stb. 1958, 443)

Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen 1972 (Stb. 1972, 428) (Stb. 1981, 193) (Stb. 1993, 399) (Stb. 1997, 20)

Waardering: B 5

8.1.8.2. Nadere regelgeving inzake beëdiging van makelaars

(291.)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de vaststelling van vakbekwaamheid van makelaars.

Periode: 1973–

Grondslag: Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen (Stb. 1972, 428) (Stb. 1981, 192) (Stb. 1993, 399) (Stb. 1997, 20)

Opmerking: Deze regels kunnen zijn:

– het aanwijzen van bewijsstukken als gelijkwaardig aan het makelaarsdiploma van de Nederlandse Federatie van Makelaars (art. 1);

– het stellen van nadere eisen van vakbekwaamheid naast een aantal eisen, opgenomen in art. 2;

– het vaststellen van een examenreglement in overleg met de NFM (art. 3).

Waardering: B 5

(293.)

Handeling: Het goedkeuren van het door de Nederlandse Federatie van Makelaars opgestelde reglement van vaktesten voor makelaars.

Periode: 1973–

Grondslag: Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen (Stb. 1972, 428), art. 6

Opmerking: Vaktesten worden afgenomen door een Vaktestcommissie bestaande uit door de NFM aangewezen leden, eventueel bijgedaan door deskundigen.

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(295.)

Handeling: Het aanwijzen van gecommitteerden voor het makelaarsexamen van de Nederlandse Federatie van Makelaars en voor examens van daarmee gelijkgestelde diploma’s.

Periode: 1973–

Grondslag: Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen (Stb. 1972, 248), art. 3.2

Opmerking: Aanwijzing van gecommitteerden gebeurt slechts wanneer de minister de eisen voor het examen genoegzaam acht; hij kan de aanwijzing intrekken, wanneer hij meent dat de waarborgen voor het examen niet langer aanwezig zijn. Het aanwijzen van gecommitteerden houdt dus tevens een geldigverklaring van het examen in.

Waardering: V 10 jaar

(296.)

Handeling: Het gelijkstellen van bewijzen van bekwaamheid met het diploma van de Nederlandse Federatie van Makelaars.

Periode: 1981–

Grondslag: Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen 1981 (Stb. 1981, 192), art. 1, sub a2

Product: Bijv. Beschikking aanwijzing bewijsstuk vakbekwaamheid makelaar (Stcrt. 1982, 59); Regeling aanwijzing bewijsstuk aangaande vakbekwaamheid makelaar (Stcrt. 1987, 14)

Opmerking: Deze gelijkstelling houdt tevens in de bevoegdheid van de minister om gecommitteerden bij de examens aan te wijzen en eventueel deze gelijkstelling in te trekken.

Waardering: V 10 jaar

(298.)

Handeling: Het vaststellen van vergoedingen voor de werkzaamheden van de Kamers van Koophandel voor de toelating van makelaars in hun district.

Periode: 1981–

Grondslag: Wetboek van Koophandel (Stb. 1966, 319), art. 63cc (???)

Waardering: V 10 jaar

(299.)

Handeling: Het instellen van een Commissie Toelating Vaktest.

Periode: 1981–

Grondslag: Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen 1981 (Stb. 1981, 192), art. 5

Waardering: B 4

8.1.9. Octrooigemachtigden

(301.)

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de vestiging van octrooigemachtigden, alsmede inzake hun beroepsuitoefening.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Rijksoctrooiwet 1914 (Stb. 1918, ..), art. 29 sub g; Rijksoctrooiwet 1977 (Stb. 1977), art. 18A

Product: Octrooigemachtigdenreglement (Stb. 1959, 114); (Stb. 1968, 594); (Stb. 1979, 646)

Waardering: B 5

(303.)

Handeling: Het goedkeuren van huishoudelijke reglementen van de Orde van Octrooigemachtiden.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 9.2; Octrooigemachtigdenreglement 1968 (Stb. 1968, 592), art. 13.2

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

8.1.9.1. Toelating van octrooigemachtigden tot het Nederlandse grondgebied

(311.)

Handeling: Het jaarlijks instellen en benoemen van leden van een examencommissie voor octrooigemachtigden.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 3; Octrooigemachtigdenreglement 1968 (Stb. 1968, 592), art. 4; Octrooigemachtigdenreglement 1993 (Stb. 1993, 776), art. 4, 4a

Opmerking: Deze commissie bestaat uit leden van de Octrooiraad, bijgestaan door rechtsgeleerde en technische deskundigen. Deze commissie is bevoegd tot het afnemen van examens en van de sedert 1993 verplicht gestelde proeven van bekwaamheid.

Waardering: V 10 jaar

(312.)

Handeling: Het uitschrijven van examens voor octrooigemachtigden en het benoemen van een examencommissie.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 3; Octrooigemachtigdenreglement 1968 (Stb. 1968, 592), art. 4

Opmerking: Bij het uitschrijven van deze examens stelt de minister tevens het reglement en de vereiste examenkosten vast.

Waardering: V 10 jaar

(315.)

Handeling: Het aankondigen van proeven van bekwaamheid door kandidaat-octrooigemachtigden.

Periode: 1993–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1993 (Stb. 1993, 776), art. 4a

Waardering: V 5 jaar

8.1.9.2. Toezicht op octrooigemachtigden

(319.)

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit tot benoeming van leden van de Raad van Beroep inzake het Toezicht van Octrooigemachtigden.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 15.2; Octrooigemachtigdenreglement 1968 (Stb. 1968, 582), art. 19.2

Opmerking: Deze benoeming betreft de plaatsvervangende voorzitter, afkomstig uit de Octrooiraad en de aangewezen rechters.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(320.)

Handeling: Het benoemen van een toegevoegd secretaris van de Raad van Beroep inzake het Toezicht van Octrooigemachtigden.

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 15.2; Octrooigemachtigdenreglement 1968 (Stb. 1968, 582), art. 19.2

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

8.1.9.3. Europese octrooigemachtigden

(325.)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan besluiten van de Raad van Bestuur van het Instituut van erkende gemachtigden bij het Europees Octrooibureau te München.

Periode: 1977–

Grondslag: Reglement van het instituut, art. 15.3

Waardering: V 5 jaar

(326.)

Handeling: Het intrekken van Europese erkenningen van octrooigemachtigden.

Periode: 1977–

Grondslag: Reglement van het instituut, art. 15.3

Waardering: V 10 jaar

8.2. Actor: Staatscommissie Van der Grinten

(86.)

Handeling: Het adviseren bij de voorbereiding van wettelijke regelingen inzake het accountantswezen.

Periode: 1954–1959

Grondslag:

Waardering: B 1

8.3. Actor: Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES)

Toezicht op examens in het kader van de vestigingswetgeving

(64.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van protocollen inzake het toezicht op examens voor algemene ondernemersvaardigheden, bedrijfstechniek en vaktechniek.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182)

Waardering: V 10 jaar

(66.)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van huishoudelijke reglementen.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 2

Opmerking: Het betreft hier centrale en sectorale huishoudelijke reglementen.

Waardering: V 10 jaar

(67.)

Handeling: Het verslag uitbrengen aan de Minister van Economische Zaken van zijn werkzaamheden.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 5

Product: (jaar)verslagen

Waardering: B 3

(69.)

Handeling: Het goedkeuren van examenreglementen.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 2

Opmerking: De examenreglementen worden getoetst aan de basisreglementen en de daarvoor opgestelde criteria.

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(70.)

Handeling: Het verlenen van vrijstellingen voor examens of gedeelten daarvan.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 3

Waardering: V 5 jaar

(71.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op examens door middel van gecommitteerden.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 3

Waardering: V 5 jaar

8.4. Actor: Curatorium voor de opleiding van accountants (1993–2007)

N.B. Dit Curatorium is vanaf 1993 ook het curatorium voor accountants-administratieconsulenten. Voor archief uit de periode voor 1993 is de Minister van OCW zorgdrager. Voor handelingen van voor 1993, zie dan ook actoren onder de zorg van de Minister van OCW.

(255.)

Handeling: Het goedkeuren van de regels met betrekking tot de inrichting van het examen die door het examenbureau zijn opgesteld.

Periode: 1993–2007

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 87.2

Waardering: V 10 jaar

(257.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de werkzaamheden van het examenbureau.

Periode: 1993–2007

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 89

Waardering: V 10 jaar

(272.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de examens, gehouden door het examenbureau voor accountants.

Periode: 1993–2007

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 89

Opmerking: Hierbij is inbegrepen:

– het goedkeuren van examenregelingen;

– het toetsen van de benoeming van examinatoren;

– het toezien op de werkzaamheden.

Waardering: V 10 jaar

(281.)

Handeling: Het vaststellen van regels voor toelatingstoetsen van kandidaten voor het examen accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1993–2007

Grondslag: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stb. 1994, 86), art. 3.2

Waardering: V 10 jaar na intrekking regels

8.5. Actor: Economische Controledienst (1985–1999)

(33.)

Handeling: Het opsporen van onjuiste of onvolledige mededelingen in het Handelsregister.

Periode: 1985–1999

Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 1951, 91) (Stb. 1951, 214)

Product: Proces-verbaal

Waardering: V 10 jaar

8.6. Actor: Commissie voor de toelating van registeraccountants

(95.)

Handeling: Het aanwijzen van registeraccountants voor inschrijving in het accountantsregister.

Periode: 1963–1968

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 81–82

Opmerking: NB. alleen in het register ingeschreven accountants waren bevoegd om hun beroep uit te oefenen.

Waardering: B 5

9. Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

9.1. Actor: Minister van Financiën

(80.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het accountantswezen.

Periode: (1940) 1945–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

– het voorbereiden van een in te brengen standpunt in de vergaderingen van de Ministerraad voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

– het voeren van of het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

– het voorbereiden van de Memorie van Toelichting op de rijksbegroting;

– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

– het leveren van commentaar op de rechts- en doelmatigheidscontrole van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein; zie hiervoor echter ook PIVOT-rapport nr. 15, Per slot van rijksrekening, handeling 295, 357 en 374;

– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

– het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid.

Waardering: B 1

9.2. Actor: Economische Controledienst ( (1985) 1999–)

(33.)

Handeling: Het opsporen van onjuiste of onvolledige mededelingen in het Handelsregister.

Periode: (1985) 1999–

Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 1951, 91) (Stb. 1951, 214)

Product: Proces-verbaal

Waardering: V 10 jaar

10. Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

10.1. Actor: Minister van Justitie

(32.)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren ter opsporing van onjuiste of onvolledige mededelingen in het Handelsregister.

Periode: (1940) 1945–

Product: Beschikking van de Minister van Justitie, houdende aanwijzing van de Economische Controledienst als opsporingsambtenaar (Stcrt. 1985, 72)

Waardering: V 10 jaar na einde dienstverband

(92.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de rechtsgang bij de tuchtrechtspraak voor accountants.

Periode: 1974–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 46; Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 67

Opmerking: Deze regels gelden in eerste instantie de accountants AA. Na 1994 is deze bevoegdheid uitgebreid tot de tuchtrechtspraak over de registeraccountants, die eveneens in deze wet is geregeld.

Waardering: V 10 jaar na intrekking regels

(130.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Raad van beroep van het Nederlands Instituut van Registeraccountants.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 46.1, 46.2

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Opmerking: De Minister van Justitie is bevoegd de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en drie plaatsvervangende leden uit leden van de rechterlijke macht te benoemen. Ook benoemt hij een secretaris.

De ledenvergadering benoemt in de Raad acht leden van de Orde NIVRA die naast de door de Minister van Justitie benoemde functionarissen zitting hebben.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(172.)

Handeling: Het instemmen met de benoeming van een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, alsmede van leden van de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 34.4

Waardering: V 5 jaar

(234.)

Handeling: Het goedkeuren van de beschikking van de Minister van Economische Zaken tot benoeming van een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters van een van de raden van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 54.3

Product: Ministeriële beschikking

Waardering: V 5 jaar

(241.)

Handeling: Het geven van nadere voorschriften over de rechtsgang bij de raden van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 67.1

Product: Algemene maatregelen van bestuur

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

(243.)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die worden belast met het opsporen van de bij de Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 strafbaar gestelde feiten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 99.1

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

10.2. Actor: Raad van Beroep voor Registeraccountants

(110.)

Handeling: Het beslissen in een beroep tegen de uitspraak van het bestuur over de indeling van een accountant in een contributieklasse.

Periode: 1968–2002

Grondslag: Verordening kostenvergoedingen NIVRA (Stcrt. 1968, 56), art. 13

Opmerking: De Raad van Beroep is na wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie in 2002 verzelfstandigd.

Waardering: V 10 jaar

11. Actor onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

11.1. Actor: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

(168.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken met betrekking tot de benoeming van leden van de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 68.2

Waardering: B 5

12. Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap

12.1. Actor: Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap

(88.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants.

Periode: 1962–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)

Product: Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324) (Stb. 1969, 363) (Stb. 1974, 58) (Stb. 1981, 177) (Stb. 1986, 277) (Stb. 1987, 115)

Waardering: B 5

(89.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants en het accountantsexamen voor accountants AA.

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 80c; Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 61.2

Waardering: B 5

(133.)

Handeling: Het benoemen van leden van het examenbureau.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74.1

Opmerking: De minister bepaalt het aantal leden en wijst de voorzitter aan. De leden moeten ingeschreven registeraccountants zijn.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(134.)

Handeling: Het benoemen van curatoren voor de accountantsopleiding.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 75.1

Opmerking: De minister bepaalt het aantal leden en wijst de voorzitter aan. De leden moeten ingeschreven registeraccountants zijn.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

(168.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken met betrekking tot de benoeming van leden van de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 68.2

Waardering: V 5 jaar

(172.)

Handeling: Het instemmen met de benoeming van een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, alsmede van leden van de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 34.4

Waardering: V 5 jaar

(182.)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels met betrekking tot het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 61, 62

Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304), art. 10

Wet tot wijziging van de accountantswetgeving (Stb. 1986, 677), art. 80c.1, 80c.2

Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1994, 86)

Product Algemene maatregelen van bestuur, o.a.:

Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115)

Examenbeschikking accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 135) (Stcrt. 1986, 54)

Regeling houdende vaststelling van het examengeld (Stcrt. 1974, 135) (Stcrt. 1986, 67) (Stcrt. 1989, 34)

Opmerking Deze regels betreffen:

– de eisen voor de toelating tot het afleggen van het examen;

– de eisen voor het verkrijgen van vrijstelling voor bepaalde onderdelen van het examen;

– de omvang van het examen;

– de inrichting van het examen;

– het vaststellen van het examengeld dat moet worden voldaan door hen die zich aan het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten of bepaalde onderwerpen daarvan wensen te onderwerpen. De vastgestelde examengelden komen ten goede aan het rijk.

Waardering: B 5

(190.)

Handeling: Het goedkeuren van het examenprogramma van de examencommissie voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 15.2

Waardering: V 10 jaar

12.2. Actor: Curatorium voor de opleiding van accountants (1967–1993)

NB: Vanaf 1993 is de Minister van Economische Zaken zorgdrager voor het archief van het Curatorium. Voor handelingen na 1993, zie dan ook actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken.

(135.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het examenbureau.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74.2

Waardering: V 5 jaar

(139.)

Handeling: Het opstellen van examenregelingen en tentameneisen.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324), art. 13

Waardering: B 5

(140.)

Handeling: Het goedkeuren van door het examenbureau opgestelde examenregelingen en tentameneisen.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 77.2

Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324), art. 13

Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring

(142.)

Handeling: Het stellen van nadere richtlijnen voor de toelating van kandidaten voor het examen registeraccountants.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324), art. 6.3

Waardering: V 5 jaar

(144.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de accountantsexamens.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 79

Waardering: V 5 jaar

(146.)

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Minister van Economische Zaken en/of de Minister van Financiën en/of aan de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

Periode: 1967–1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 80.2

Waardering: B 3

13. Actor onder de zorg van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven

13.1. Actor: College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(58.)

Handeling: Het beslissen inzake een ingesteld beroep tegen beslissingen op een verzoek om ontheffing of intrekking van een ontheffing.

Periode: 1954–

Grondslag: Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1954, 99), art. 20a

Waardering: B 5

(59.)

Handeling: Het beslissen inzake een beroep tegen beslissingen van STEVES met betrekking tot examens.

Periode: 1996–

Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 4.4 en 4.5

Waardering: B 5

(175.)

Handeling: Het beschikken op een beroep tegen een uitspraak van een van de raden van tucht.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 47–58

Product: Beschikkingen

Waardering: B 5

(179.)

Handeling: Het beschikken op een beroep tegen een uitspraak van de Raad van Tucht van Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 70–79

Opmerking: Tegen een beslissing van een Raad van Tucht van Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten kan binnen twee maanden beroep worden ingesteld door de klager, de accountant of het bestuur van de beide ordes NIVRA en NOvAA. Het college kan een beroep niet ontvankelijk of ongegrond verklaren. Hiertegen kan door appellant verzet worden aangetekend. Als het verzet gegrond wordt verklaard of het beroep toegankelijk, houdt het college een rechtsgang. Het college kan, indien het beroep krachtens zijn uitspraak gegrond is verklaard, de zaak zelf afdoen of opnieuw verwijzen naar de Raad van Tucht.

Waardering: B 5

(242.)

Handeling: Het beschikken op een ingesteld beroep tegen een uitspraak van een raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 68–79

Opmerking: Beroep kan worden ingesteld door de betrokken accountant, door de klager of door het bestuur van de NOvAA.

Waardering: B 5

14. Actoren onder de Zorg van de NOvAA

14.1. Actor: Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA)

14.1.1. Algemene Handelingen

(327.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het accountantswezen, in het bijzonder het beleid inzake het beroep Accountant-Administratieconsulent

Periode: 1972–

Overlegkader: Algemene ledenvergadering, bestuur, afdelingen

Producten: Beleidsnota’s, rapporten

Waardering: B 1

(328.)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht voor en het eindproduct van onderzoek betreffende het beroep van Accountants-Administratieconsulenten

Periode : 1972–

Producten: Offerte’s, brieven, rapporten

Waardering: B 1

(329.)

Handeling: Het begeleiden van onderzoek betreffende (het vakgebied van) Accountants-Administratieconsulenten

Periode : 1972–

Waardering: V 5 jaar

(330.)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van onderzoek betreffende (het vakgebied van) Accountants-Administratieconsulenten

Periode : 1972–

Waardering: V 5 jaar

(331.)

Handeling: Het financieren van onderzoek betreffende (het vakgebied van) Accountants-Administratieconsulenten

Periode : 1972–

Producten: Facturen, declaraties

Waardering: V 7 jaar

(332.)

Handeling: Het (op verzoek) adviseren van de Minister van Economische Zaken in aangelegenheden van accountants

Periode : 1994–

Bron: WAA 1993, art. 3

Producten: Adviezen

Waardering: B 1

(206.)

Handeling: Het vaststellen van beroepsregels voor Accountants-Administratieconsulenten

Periode : 1994–

Overlegkader: NIVRA

Opmerkingen: De gedrags- en beroepsregels van het NIVRA en van de NOvAA mogen niet teveel afwijken. Met name de voorschriften voor de door accountants te controleren jaarrekeningen en soortgelijke financiële opstellingen dienen gelijkluidend te zijn. Vandaar dat in art. 25 is bepaald dat de beroepsregels worden opgesteld door een commissie, bestaande uit leden van het NIVRA en de NOvAA. Deze commissie was werkzaam bij de start van de publiekrechtelijk beroepsorganisatie NOvAA.

Bron: WAA, art. 24, lid 2, art. 25, lid 1

Producten: Gedrags- en beroepsregels AA accountants

Waardering: B 5

(209.)

Handeling: Het vaststellen van begrotingen en jaarrekeningen van de NOvAA

Periode : 1994–

Opmerkingen: Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Voor de aanvang van het boekjaar stelt de ledenvergadering de begroting vast. Aan het einde van elk boekjaar benoemt de ledenvergadering een accountant die binnen drie maanden na afloop van het jaar verslag uitbrengt aan het bestuur. Het bestuur legt daarna verantwoording af aan de ledenvergadering met een financieel verslag, een balans en een staat van baten en lasten. De verantwoordingsstukken worden gecontroleerd door een accountant-administratieconsulent die door de ledenvergadering daartoe wordt aangesteld.

Bron: WAA 1993, art. 28–

Waardering: V, 7 jaar

(210.)

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag omtrent de werkzaamheden van de NOvAA aan de ledenvergadering en aan de Minister van Economische Zaken

Periode : 1994–

Bron: WAA 1993, art. 35

Waardering: B 3

(240.)

Handeling: Het vaststellen van de hoogte van te heffen contributiebedragen van de leden van de NOvAA

Periode : 1994–

Bron: WAA 1993, art. 30

Opmerkingen: Deze bedragen zijn verschillend, afhankelijk van regels in een algemene contributieverordening.

Waardering: V 5 jaar na contributieverordening

(212.)

Handeling: Het innen van contributie en andere vastgestelde gelden van de leden van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 32, Algemene contributieverordening.

Opmerkingen: Hierbij is elke beschikking van het bestuur inbegrepen die op het vaststellen van het contributiebedrag en het invorderen van de contributie betrekking heeft. De inning en vaststelling van de contributie per lid is nader geregeld in de Algemene contributieverordening van 14 oktober 1993 (Stcrt. 202).

Aan de hand van de functie van elk lid stelt het bestuur in ieder boekjaar vast tot welke contributiegroep hij behoort en int het de verschuldigde bedragen die voor deze groepen door de ledenvergadering zijn vastgesteld. Het bestuur is bevoegd om in bijzondere gevallen ontheffing te verlenen van contributieverplichtingen of contributie te restitueren (art. 7 van de verordening).

Producten: Facturen, creditnota’s

Waardering: V 7 jaar

(333.)

Handeling: Het in behandeling nemen van bezwaarschriften en het beslissen op het bezwaar door het bestuur van de NOvAA

Periode: 1994–

Waardering: V 5 jaar

(334.)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen op basis van de regelgeving van de NOvAA door het bestuur van de NOvAA

Periode : 1994–

Opmerking: Bijvoorbeeld ten aanzien van contributie- en examenregelingen.

Waardering: V 5 jaar nadat de ontheffing niet meer geldig is.

(335.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA beheren van het vermogen van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 22

Waardering: V, 7 jaar

(336.)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten ten aanzien van (het beroep) Accountants-Administratieconsulenten

Periode : (1981–) 1994–

Bron: WAA, art. 2, lid 3

Producten: Brochures, Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V 10 jaar; 1 exemplaar eindproduct B5

14.1.2. Interne organisatie

(337.)

Handeling: Het organiseren van ledenvergaderingen van de NOvAA

Periode: (1972–) 1994–

Bron: WAA 1993, art. 4, art. 10

Opmerking: Sinds 2000 worden op verzoek van de leden tijdens de ledenvergaderingen themabijeenkomsten georganiseerd. Dit in de plaats van de vroeger apart georganiseerde congressen.

Producten: Agenda’s, notulen, vergaderstukken

Waardering: B 1

(338.)

Handeling: Het jaarlijks benoemen van bestuursleden van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 5, lid 2

Producten: Voordrachten, benoemingsbrieven, roosters van aftreden

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(339.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA benoemen van leden van het dagelijks bestuur

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 2, Stcrt. 1993, 202

Waardering V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(340.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA vergoeden van de kosten voor het bijwonen van vergaderingen of bijeenkomsten van leden van het bestuur, het Examenbureau AA, de organen van instituten, de commissies en werkgroepen van de NOvAA en van leden die op verzoek van het bestuur vergaderingen of bijeenkomsten bijwonen

Periode: 1994–

Bron: Verordening op de kostenvergoedingen, art. 1, Stcrt. 1994, 12

Waardering: V, 7 jaar

(341.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA instellen van een bureau voor het voorbereiden en uitvoeren van bestuursbesluiten en haar overige activiteiten voor de leden en voor het voeren van het secretariaat van het bestuur

Periode: (1985–) 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 8, lid 1

Waardering: B 4

(342.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA benoemen van (de) directeur(en) van het bureau

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 8, lid 2

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(202.)

Handeling: Het vaststellen van arbeidsvoorwaarden voor in dienst genomen personeel van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 9

Producten: Verordening op de arbeidsvoorwaarden personeel NOvAA

Waardering: V, 10 jaar na wijziging

(205.)

Handeling: Het stellen van nadere regels over de werkwijze van de NOvAA, haar leden en haar organen

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 24, lid 1

Producten: Onder andere: Verordening op de ledenvergadering, Stcrt. 1993, 202

Verordening op het bestuur, (Ibid)

Verordening op de afdelingen en kringen (Ibid)

Verordening op de Kamer van geschillen (Ibid)

Verordening op de Kamer voor conflictbemiddeling, Stcrt. 1998, 162

Waardering: V, 15 jaar na vervallen verordening

(343.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA instellen, wijzigen en ontbinden van instituten, commissies en werkgroepen

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 3

Opmerking: Het bestuur rapporteert aan de ledenvergadering over de instelling, wijziging en ontbinding van instituten, commissies en werkgroepen, over de hun verleende opdrachten en over de voortgang van hun werkzaamheden.

Waardering: B 4

(217.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA instellen, wijzigen en ontbinden van Raden van advies en redactieraden

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 4, art.6, lid 1b

Waardering: B 4

(218.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA instellen van (regionale) afdelingen en kringen

Periode: 1994–

Bron: Verordening op de afdelingen en kringen, art. 1 en 2

Waardering: B 4

(219.)

Handeling: Het (jaarlijks) (alleen of in samenwerking met anderen) organiseren van congressen door het bestuur van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 5

Waardering: Inhoudelijke bijdragen: B5

Overige neerslag: V 7 jaar

(220.)

Handeling: Het (doen) samenstellen van een orgaan (verenigings-/vaktijdschrift) ten behoeve van de leden, studerenden en andere belangstellenden door het bestuur van de NOvAA

Periode: (1967–) 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 6, lid 1a

Waardering: V 5 jaar; 1 exemplaar eindproduct B 5

(221.)

Handeling: Het periodiek informeren van de leden omtrent organisatorische en andere voor hen van belang zijnde zaken door het bestuur van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: Verordening op het Bestuur, art. 6, lid 2

Waardering: V 5 jaar; 1 exemplaar eindproduct B 5

14.1.3. Register van AA Accountants

(222.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA inschrijven van Accountants-Administratieconsulenten in het register

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 45

Waardering: V 70 jaar na eerste inschrijving

(225.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA doorhalen van inschrijvingen van Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 48

Waardering: V 70 jaar na eerste inschrijving

(223.)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen uit het register van Accountants-Administratieconsulenten door het bestuur van de NOvAA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 37

Waardering: V 1 jaar

14.1.4. Beslechting van geschillen

(227.)

Handeling: Het beslechten van geschillen op het gebied van de beroepsuitoefening van Accountants-Administratieconsulenten door de Kamer van geschillen van de NOvAA

Periode 1993–

Bron: Verordening op de Kamer van geschillen, art. 2

Opmerkingen: Hierbij zijn inbegrepen:

de vaststelling van de kosten voor het geschil door de voorzitter (art. 9);

het uitsluiten van leden van de kamer als gevolg van wraking of van overtreding van de regels van geheimhouding tijdens een geschil (art. 8). Per 1 januari 2002 is de naam van de Kamer van geschillen veranderd in Raad van geschillen.

Waardering: Uitspraken: B 5

Overige neerslag: V 7 jaar

(228.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA benoemen van leden van de Kamer van geschillen

Periode: 1993–

Bron: Verordening op de Kamer van geschillen, art. 5

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(229.)

Handeling: Het (doen) verzorgen door het bestuur van de NOvAA van het secretariaat van de Kamer van geschillen

Periode: 1993–

Bron: Verordening op de Kamer van geschillen, art. 6

Opmerking: De NOvAA heeft deze werkzaamheden uitbesteed.

Waardering: V 5 jaar

(344.)

Handeling: Het financieel afwikkelen van de zaken van de Kamer van geschillen en het vergoeden van de kosten van het secretariaat van deze Kamer door het bestuur van de NOvAA

Periode: 1993–

Bron: Verordening op de Kamer van geschillen, art. 7; art.8, lid 4

Waardering: V 7 jaar

(231.)

Handeling: Het door de NOvAA beheren van het archief van de Kamer van geschillen

Periode: 1993–

Bron: Verordening op de Kamer van geschillen, art. 24

Opmerkingen: Hierbij is inbegrepen het vernietigen van overtollige bescheiden.

Waardering: Lijsten vernietigde stukken: B5

Overige neerslag: V 5 jaar

(345.)

Handeling: Het door de NOvAA uitvoeren van administratieve werkzaamheden ten behoeve van de Kamer voor conflictbemiddeling

Periode: 1998–

Bron: Verordening op de Kamer voor conflictbemiddeling, art.4 lid 8

Waardering: V 10 jaar

(237.)

Handeling: Het indienen van een klacht tegen een Accountant-Administratieconsulent door het bestuur van de NOvAA bij de Raad van tucht

Periode: 1993–

Bron: WAA, art. 62

Waardering: V 10 jaar

(238.).

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA ten uitvoer leggen van beslissingen van de Raad van tucht tegen Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 53, lid 2

Opmerking: De beslissingen worden verwerkt in het ledenregister. Zie handelingennrs. 241 en 243

Waardering: V 10 jaar

(239.)

Handeling: Het door het bestuur van de NOvAA instellen van beroep bij het College van beroep tegen een beslissing van de Raad van tucht ten aanzien van een tegen een Accountant-Administratieconsulent gerezen bezwaar

Periode: 1993–

Bron: WAA, art. 68

Opmerking: De beslissingen worden verwerkt in het ledenregister. Zie handelingennrs. 241 en 243.

Waardering: V 10 jaar

14.1.5. Opleiding en Deskundigheidsbevordering

(252.)

Handeling: Het door de NOvAA adviseren van de minister omtrent de benoeming van leden van het Examenbureau AA en de leden van het Curatorium van het Examenbureau

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 85; WRA, art. 75, lid 2

Waardering: V 5 jaar

(346.)

Handeling: Het door de NOvAA vergoeden van alle kosten en het innen van alle baten van het Examenbureau AA

Periode: 1994–

Bron: Verordening op de Kostenvergoedingen 1993, art. 1 en art. 3A

Waardering: V 7 jaar

(347.)

Handeling: Het door de NOvAA uitvoeren van administratieve werkzaamheden ten behoeve van het Examenbureau AA

Periode: 1994–

Opmerking: Hieronder valt ook het beheren van het geslaagdenregister.

Waardering: V 7 jaar

(245.)

Handeling: Het door de NOvAA (doen) verzorgen van het theoretische deel van het accountantsexamen AA

Periode: 1993–1998; 2000–

Bron: WAA 1993, art. 2, lid 3

Waardering: V 10 jaar

(247.)

Handeling: Het door de NOvAA verlenen van medewerking aan de praktijkopleiding tot het accountantsexamen AA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 82, lid 7

Producten: Stageverslagen, verslag van het slotgesprek

Waardering: V 10 jaar

(248.)

Handeling: Het door de NOvAA stellen van nadere regels voor de praktijkopleiding tot het accountantsexamen AA

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 82, lid 6

Waardering: B 5

(267.)

Handeling: Het door de NOvAA doen verzorgen van een opleiding tot de proeve van bekwaamheid voor accountants met een buitenlands diploma

Periode: 1994–

Bron: WAA 1993, art. 97

Waardering: V 5 jaar

(284.)

Handeling: Het door de NOvAA (mede-)ontwikkelen, samenstellen en beschikbaar stellen van vaktechnische instrumenten voor Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1985–

Bron: WAA, art. 2, lid 3

Producten: Handboek, Leidraden

Waardering: B 5

(285.)

Handeling: Het door de NOvAA doen verzorgen van bijscholing voor Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1993–

Bron: Nadere voorschriften van het bestuur inzake permanente educatie

Opmerking: AA accountants hebben de verplichting om tenminste 40 uur per jaar aan permanente educatie te besteden. De afdeling Voortgezette Educatie Accountants-Administratieconsulenten (VEDAA) biedt cursussen aan.

Waardering: V 5 jaar

(189.)

Handeling: Het voordragen van leden voor de examencommissie voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 14.1

Product:

Opmerking: De NIVRA en de NOvAA dragen beide 4 leden voor de examencommissie voor, alsmede gezamenlijk 1 voorzitter. De examencommissie bestaat uit 9 leden.

Waardering: V, 5 jaar

(269.)

Handeling: Het vaststellen van het opleidings- en examengeld dat de deelnemers vooraf dienen te voldoen.

Periode: 1993

Grondslag: Wet op de registeraccountants en accountants-administratieconsulenten (Stb. 1993, 465), artikel IV Overgangsbepalingen wet op de accountants-administratieconsulenten, art. 10

Waardering: V, 10 jaar

14.2. Actor: Commissie voor de toelating van accountants-administratieconsulenten

(170.)

Handeling: Het onderzoeken van de bij haar ingeschreven aanvragen en het eventueel horen van bepaalde personen in dit verband.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 69.1

Waardering: V 5 jaar

(354.)

Handeling: Het adviseren over beleid inzake het beroep Accountant-Administratieconsulent

Periode: 1972–1994

Waardering: B 1

14.3. Actor: Commissie van Beroep

(164.)

Handeling: Het beschikken op een beroep tegen beslissingen van de Commissie voor inschrijving voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 18.2

Waardering: V 10 jaar

14.4. Actor: Commissie voor de inschrijving van accountants-administratieconsulenten

(162.)

Handeling: Het inschrijven en doorhalen van de namen van Accountants-administratieconsulenten

Periode: 1972–1993

Bron: WAA, art. 7, lid 2, art. 15; Overgangsregeling inschrijving in het accountantsregister art. 3, lid 2

Opmerkingen: De leden werden gekozen uit de Raad AA. De NOvAA voerde deze handeling uit voor het Ministerie van Economische Zaken.

Producten: Register (digitaal in K-cursus), publicaties Stcrt.

Waardering: V 70 jaar na de eerste inschrijving

(163.)

Handeling: Het beslissen op een schriftelijke ingediende aanvraag om inschrijving in het accountantsregister.

Periode: 1972–1994

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 13.1

Waardering: V 10 jaar

(166.)

Handeling: Het innen van de jaarlijkse contributie (retributie) van Accountants-administratieconsulenten

Periode: 1987–1993

Bron: WAA, art. 7a, lid 2–3

Producten: Facturen, creditnota’s

Waardering: V 7 jaar

(350.)

Handeling: Het verstrekken van informatie over de ingeschreven Accountants-adminstratieconsulenten

Periode: 1972–1993

Bron: WAA, art. 7, lid 2, 15

Producten: Brieven

Waardering: V 1 jaar

14.5. Actor: Ledenvergadering van de NOvAA

(249.)

Handeling: Het vaststellen van het examengeld.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 83.1

Product: Verordeningen

Waardering: V, 10 jaar

14.6. Actor: Raad voor accountants-administratieconsulenten

(157.)

Handeling: Het door de Raad van Accountants-administratieconsulenten jaarlijks informeren van de Minister van Economische Zaken over zijn werkzaamheden

Periode : 1972–1994

Bron: WAA, art. 2, lid 3

Product: Jaarverslag (=Verslag van de Werkzaamheden)

Waardering: B 2

(348.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake de goede beroepsuitoefening van een goede Accountant-administratieconsulent

Periode: 1972–1994

Bron: WAA art. 2, lid 2

Opmerkingen: De raad is een adviesorgaan en, in tegenstelling tot het NIVRA, geen publiekrechtelijk lichaam. Per koninklijk besluit van 26 juni 1974 (Stcrt. 130) werden voor de eerste keer de voorzitter en de leden benoemd.

Waardering: B 1

(349.)

Handeling: Het uitoefenen van toezicht door de Raad van Accountants-administratieconsulenten op instellingen voor de opleiding van Accountants AA

Periode : 1972–1994

Bron: WAA, art. 2, lid 3

Product: o.a. jaarverslagen

Opmerkingen: Op straffe van een geldboete was iedere instelling die personen opleidt voor het examen van Accountants AA verplicht hiervan kennis te geven aan de raad en haar een goed inzicht te geven in de aard van de opleiding en de verstrekte kennis. Ook als deze opleiding werd gewijzigd, moest ze worden aangemeld.

Waardering: Jaarverslagen: B 5

Overige neerslag: V, 5 jaar

14.7. Actor: Stichting Beroepsopleiding NOvAA

(287.)

Handeling: Het opleiden van aspirant Accountants-Administratieconsulenten voor het diploma AA (oude stijl)

Periode: 1988–1993

Bron: Irene Hessels, NOvAA 1948/1998, van accountantsvereniging tot beroepsorganisatie, 1998; blz. 120

Opmerkingen: De Stichting Beroepsopleiding is samen met de Stichting VEDAA in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA.

Waardering: V 5 jaar

14.8. Actor: Stichting Voortgezette Educatie Accountants-Administratieconsulenten (VEDAA)

(286.)

Handeling: Het doen verzorgen van bijscholing voor Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1981–1993

Bron: Irene Hessels, NOvAA 1948/1998, van accountantsvereniging tot beroepsorganisatie, 1998; blz. 19

Opmerkingen: De Stichting Beroepsopleiding is samen met de Stichting VEDAA in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA.

Waardering: V 5 jaar

14.9. Actor: Examencommissie voor het examen voor accountants-administratieconsulenten

(185.)

Handeling: Het doen afnemen van jaarlijkse examens voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1974–1994

Grondslag: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 304)

Examenbeschikking accountants-administratieconsulenten (Stcrt. 1974, 135)

Opmerking: Bij deze handeling is inbegrepen:

– het vaststellen van de examendata;

– het aanstellen van surveillanten en correctoren;

– het rapporteren van onregelmatigheden aan de minister;

– het beheren van het archief;

– het toezenden van de resultaten naar de minister.

Waardering: V 5 jaar

(191.)

Handeling: Het vaststellen van het examenprogramma, met de eisen voor elk onderdeel, voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 15.1

Product: Examenprogramma

Waardering: V, 10 jaar

(192.)

Handeling: Het aankondigen, afnemen en beoordelen van het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115)

Opmerking: Onder deze handeling vallen alle activiteiten vanaf het aankondigen van het begin van het examen aan de kandidaten tot en met het uitreiken van de diploma’s.

Ten minste twee maal per jaar wordt aan kandidaten de gelegenheid gegeven om het accountantsexamen af te leggen.

Het examen kan krachtens WRA 1986 (Stb. 1986, 677), art. 80a voor het laatst worden afgenomen op 10 december 1991 (Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), Nota van Toelichting).

Waardering: V 5 jaar

(195.)

Handeling: Het beslissen op een verzoek van een kandidaat om vrijstelling van een onderdeel van het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 20

Opmerking: De kandidaat moet hiertoe een bewijs overleggen waaruit eenzelfde kennis blijkt als die welke blijkt uit het met goed gevolg afgelegd hebben van het desbetreffende onderdeel.

Waardering: V 10 jaar

(352.)

Handeling: Het door de Examencommissie doen afnemen van jaarlijkse examens voor Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1972–1994

Bron: Examenbesluit AA passim; Examenbeschikkingen

Opmerkingen: Bij deze handeling is inbegrepen:

– Het vaststellen van de examendata;

– Het aanstellen van surveillanten en correctoren;

– Het rapporteren van onregelmatigheden aan de minister;

– Het beheren van het archief;

– Het toezenden van de resultaten aan de minister.

Waardering: V, 20 jaar na slaging student

14.10. Actor: Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-administratieconsulenten

(186.)

Handeling: Het door de Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-administratieconsulenten jaarlijks informeren van de Minister van Economische Zaken over haar bevindingen inzake het examen

Periode: 1972–1994

Bron: Examenbesluit AA, art. 6, lid 3

Waardering: B 3

(353.)

Handeling: Het door de Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-administratieconsulenten verlenen van bijstand aan de Examencommissie bij het uitvoeren van haar werkzaamheden

Periode: 1972–1994

Bron: WAA, art. 61 juncto art. 6 Examenbesluit AA

Waardering: V 10 jaar

14.11. Actor: Examenbureau AA

(251.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA jaarlijks verslag uitbrengen van zijn werkzaamheden aan de Minister van Economische Zaken

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 90

Waardering: B 3

(253.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA afnemen van examens

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 87–88

Opmerkingen: Hierbij is inbegrepen:

– het vaststellen van examenregelingen

– het benoemen van examinatoren.

Waardering: V 10 jaar

(351.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA toekennen van cijfers, een getuigschrift of een diploma aan studenten die met goed gevolg (een deel van) het examen AA hebben afgelegd

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 84, art.87–88

Opmerkingen: Voor het met goed gevolg afleggen van het theoretische gedeelte ontvangt de examenkandidaat een getuigschrift. Zij die zowel het theoretische als het praktische gedeelte met goed gevolg hebben afgelegd ontvangen een diploma.

Waardering: V, 20 jaar na slagen student

(254.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA (doen) afnemen van bijzondere aanvullende examens voor het verkrijgen van de bevoegdheid van wettelijk controleur door toegelaten Accountants-Administratieconsulenten

Periode: 1993–1999

Bron: Overgangsregeling WAA, art. 7–9

Waardering: V 5 jaar

(256.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA afgeven en intrekken van verklaringen van gelijkwaardigheid aan getuigschriften van het theoretisch gedeelte van het examen voor Accountants-Administratieconsulent aan hogere onderwijsinstellingen

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 91

Opmerkingen: Beschikkingen over de gelijkwaardigheid van dit diploma worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Waardering: V 5 jaar na intrekken van de verklaring

(257.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA toetsen van jaarlijks ingezonden examenprogramma’s van onderwijsinstellingen met een gelijkwaardig gesteld getuigschrift

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 92

Opmerkingen: Indien het desbetreffende examen of deel van het examen niet langer voldoet aan het vereiste van gelijkwaardigheid kan het bureau de verklaring voorwaardelijk of definitief intrekken.

Waardering: V 5 jaar na toetsing

(259.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA uitgeven verklaringen van vakbekwaamheid aan accountants met een buitenlands diploma die de proeve van vakbekwaamheid hebben afgelegd

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 93

Opmerkingen: Bewijzen van de proeve van vakbekwaamheid worden toegekend aan gediplomeerde accountants van EG-lidstaten en aan accountants van andere landen, waarvan het diploma door het examenbureau als gelijkwaardig worden erkend en die een proeve van bekwaamheid hebben afgelegd.

Waardering: V, 70 jaar na eerste inschrijving student

(260.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA (tweemaal per jaar) uitschrijven van proeven van bekwaamheid voor accountants met een buitenlands diploma

Periode: 1994–

Bron: WAA, art. 94

Waardering: V 5 jaar

(262.)

Handeling: Het doen afnemen door het Examenbureau AA van toelatingstoetsen voor het examen Accountant-Administratieconsulent

Periode: 1994–

Overlegkader: Curatorium

Bron: Examenbesluit AA 1994, art. 5–6

Waardering: V 5 jaar

(264.)

Handeling: Het door het Examenbureau AA vaststellen van tentameneisen en van de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens

Periode: 1994–

Overlegkader: Curatorium

Bron: Examenbesluit AA 1994, art. 5–6

Waardering: V 10 jaar na wijziging van de tentameneisen

(265.)

Handeling: Het door het examenbureau AA geven van vrijstellingen voor tentamens van het theoretische gedeelte van het examen voor Accountants-Administratieconsulenten en voor vakken in het praktijkgedeelte

Periode: 1994–

Bron: Examenbesluit AA 1994, art. 7, 13

Waardering: V 10 jaar

15. Actor onder de Zorg van de NIVRA

15.1. Actor: Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA)

15.1.1. Algemeen

(81.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het accountantswezen.

Periode: ((1940) 1945–) 1987–

Grondslag: De Jager, Inventaris van de archieven van het NIVRA

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

– het gevraagd of in het belang van het accountantswezen voorbereiden van adviezen op andere beleidsterreinen in het belang van de controleerbaarheid van financiële bedrijfsvoering;

– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

– het informeren (voorlichten) van de Minister van Economische Zaken over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid.

Waardering: B.1

(82.)

Handeling: Het voorbereiden van intern onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten betreffende het accountantswezen, alsmede het voorbereiden en begeleiden van extern onderzoek betreffende het accountantswezen.

Periode: 1975–

Grondslag: De Jager, Inventaris van de archieven van het NIVRA

Waardering: B 1: eindproduct en offerte

Overige neerslag: V, 10 jaar

(99.)

Handeling: Het jaarlijks benoemen van bestuursleden.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 3.1

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(101.)

Handeling: Het vaststellen van arbeidsvoorwaarden voor in dienst genomen personeel.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 7.2

Product: Verordening arbeidsvoorwaarden personeel NIVRA en Verordening pensioen personeel NIVRA (allebei in: Stcrt. 1967, 215)

Waardering: V 7 jaar na intrekking

(103.)

Handeling: Het stellen van nadere regels over de werkwijze van het orgaan en zijn leden.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 18; Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 18, 19a

Product: Verordening op de ledenvergadering; Bestuursverordening; Kringverordening (allebei in: Stcrt. 1967, 215)

Waardering: B 5

(104.)

Handeling: Het vaststellen van beroepsregels.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 18

Product: Verordeningen NIVRA in: Stcrt. 1967, 215 en Stcrt. 1968, 12, 33, 56

Waardering: B 5

(105.)

Handeling: Het houden van ledenvergaderingen.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 18.1

Opmerking: Een ledenvergadering wordt tenminste eenmaal jaarlijks gehouden om tenminste de volgende zaken te behandelen:

het jaarverslag van het bestuur;

– de begroting van het komende boekjaar;

– de te verordenen contributie;

– de benoeming van bestuursleden;

– de aanwijzing van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter;

– de benoeming van leden van de raad van tucht, van de raad van geschillen en van accountantsleden van de raad van beroep.

Waardering B 5

(106.)

Handeling: Het vaststellen van begrotingen en jaarrekeningen.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 24–26

Opmerking: Het boekjaar loopt van 1 september tot 31 augustus. Voor de aanvang van het boekjaar stelt de ledenvergadering de begroting vast. Aan het einde van elk boekjaar benoemt de ledenvergadering een accountant die binnen drie maanden na afloop van het jaar verslag uitbrengt aan het bestuur. Het bestuur legt daarna verantwoording af aan de ledenraad met een financieel verslag, een balans en een staat van baten en lasten.

Waardering: V, 7 jaar

(107.)

Handeling: Het opstellen van jaarverslagen aan het Ministerie van Economische Zaken.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 32

Waardering: B 3

(108.)

Handeling: Het vaststellen van contributieheffingen aan de leden.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 27

Product: Jaarlijkse contributieverordeningen NIVRA

Waardering: V 7 jaar

(109.)

Handeling: Het innen van contributie van de leden en andere vastgestelde gelden.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 27 en 29

Opmerking: Hierbij is elke beschikking van het bestuur inbegrepen die op het vaststellen van het contributiebedrag en het invorderen van de contributie betrekking heeft. De inning en vaststelling van de contributie per lid is nader geregeld in de Algemene contributieverordening van 9 december 1970 (Stcrt. 242). Aan de hand van de functie van elk lid stelt het bestuur vast tot welke contributiegroep hij behoort en int het de bijdragen die voor deze groepen door de ledenraad zijn vastgesteld. Indien dit bedrag meer blijkt te zijn dan een percentage van het jaarinkomen van het lid kan dit een nadere regeling treffen met het bestuur. Tegen beslissingen van het bestuur kan bezwaar en beroep worden aangetekend.

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(112.)

Handeling: Het benoemen van leden van het dagelijkse bestuur.

Periode: 1967–

Grondslag: Bestuursverordening (Stcrt. 1967, 215), art. 2

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(113.)

Handeling: Het instellen en ontbinden van commissies van bijstand, van leden-, gespreks- en van studiegroepen.

Periode: 1967–

Grondslag: Bestuursverordening (Stcrt. 1967, 215), art. 3; Kringverordening (Stcrt. 1967, 215)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

De commissies zijn verplicht verslag van hun werkzaamheden uit te brengen aan de ledenvergaderingen. De rapporten van de commissie maken deel uit van de voorbereiding van het beleid ten aanzien van accountants.

Het verspreiden van resultaten van discussies, afkomstig uit de ledengroepen, maakt deel uit van de voorbereiding van het beleid inzake het accountantswezen.

Waardering: V 7 jaar na einde commissie

(114.)

Handeling: Het instellen en stellen van regels voor het inrichten, in stand houden en gebruiken van een bibliotheek.

Periode: 1967–

Grondslag: Bestuursverordening (Stcrt. 1967, 215), art. 5

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar

(115.)

Handeling: Het organiseren van jaarlijkse accountantsdagen.

Periode: 1967–

Grondslag: Bestuursverordening (Stcrt. 1967, 215), art. 6

Waardering: V, 10 jaar na congres

(116.)

Handeling: Het redigeren van een verenigingstijdschrift.

Periode: 1967–

Grondslag: Bestuursverordening (Stcrt. 1967, 215), art. 7

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Eén exemplaar van het tijdschrift blijft bewaard.

Waardering: V 7 jaar

(117.)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten behoeve van interne organen.

Periode: 1967–

Grondslag: Verordening op de ledenvergadering, Bestuursverordening en Kringverordening (alle in: Stcrt. 1967, 215)

Product: Uitvoeringsregelingen

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar na intrekking regels

(118.)

Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen inzake de beroepsuitoefening als accountant.

Periode: 1967–

Grondslag: Verordeningen NIVRA in: Stcrt. 1967, 215 en Stcrt. 1968, 12, 33, 56

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: B 5

15.1.2. Toelating: register van registeraccountants onder NIVRA

(119.)

Handeling: Het inschrijven van accountants in het accountantsregister, alsmede het doorhalen van inschrijvingen van registeraccountants.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 55 en 63

Product: Register, doorhaling, dossier

Opmerking: De aanvrager dient zich te laten inschrijven op grond van een formulier, dat door het NIVRA wordt toegezonden. Dit formulier is vastgesteld als bijlage bij een besluit van 1968 (Stcrt. 1968, 97).

NB. alleen in de in het register ingeschreven accountants waren bevoegd om hun beroep uit te oefenen.

Waardering: V, 70 jaar na eerste inschrijving

(120.)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen uit het register van accountants.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 56

Waardering: V 1 jaar

(121.)

Handeling: Het beslissen in beroep tegen weigeringen van inschrijving in het accountantsregister of het niet ingaan op een aanvraag en tegen doorhalingen in het register.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 66

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door de Raad van Beroep.

Waardering: V 7 jaar

15.1.3. Beslechting van geschillen NIVRA

(122.)

Vervallen.

(123.)

Handeling: Het benoemen van een secretaris van de Raad van Geschillen van het NIVRA.

Periode: 1967–

Grondslag: Verordening op het beslechten van geschillen (Stcrt. 1967, 215), art. 2

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

(124.)

Handeling: Het vergoeden van kosten van leden van de raad.

Periode: 1967–

Grondslag: Verordening op het beslechten van geschillen (Stcrt. 1967, 215), art. 8

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar

(126.)

Handeling: Het ten uitvoer leggen van vonnissen tegen registeraccountants door de Raad van Tucht.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 35

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Waardering: V 7 jaar

(127.)

Handeling: Het bij verordening instellen van Raden van Tucht.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 36

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33); Verordening kostenvergoedingen (Stcrt. 1968, 56)

Opmerking: De instelling van deze Raden van Tucht omvat: het vaststellen van het rechtsgebied en het aantal der leden, alsmede de samenstelling en de vergoeding.

Waardering: V 7 jaar na opheffing

(129.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Raden van Tucht.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 36

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(130.)

Handeling: Het benoemen van leden van de Raad van beroep van het Nederlands Instituut van Registeraccountants.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 46.1, 46.2

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Opmerking: De Minister van Justitie is bevoegd de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en drie plaatsvervangende leden uit leden van de rechterlijke macht te benoemen. Ook benoemt hij een secretaris.

De ledenvergadering benoemt in de Raad acht leden van de Orde NIVRA die naast de door de Minister van Justitie benoemde functionarissen zitting hebben.

Waardering: V 7 jaar na einde benoeming

(131.)

Vervallen.

(132.)

Handeling: Het in beroep uitspraak doen op beslissingen van een Raad van Tucht van het Nederlands Instituut van Registeraccountants.

Periode: 1967–1994

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 52–54

Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door de Raad van Beroep.

Tegen een beslissing van een raad van tucht op een tegen een registeraccountant ingediend bezwaar kan binnen twee maanden beroep worden ingesteld door de klager, de accountant of het bestuur van het NIVRA.

Waardering: B 5

15.1.4. Accountantsexamens voor registeraccountants

(135.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het examenbureau.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74.2

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar

(136.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het curatorium voor de opleiding van accountants.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 75.2

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Bestuur.

Waardering: V 7 jaar

(137.)

Handeling: Het vergoeden van personeels- en materiële kosten van het examenbureau en het curatorium.

Periode: 1967–

Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74b, 75b, 76

Opmerking: Voor verordeningen op het gebied van kostendeclaraties is de goedkeuring van de Minister van Economische Zaken vereist. Zie handeling 141.

Waardering: V 7 jaar

(147.)

Handeling: Het (doen) verzorgen van de opleiding van registeraccountants.

Periode: 1979–

Grondslag: NIVRA Verordening op de opleiding (Stcrt. 1979, 250)

Product: bijvoorbeeld agenda’s, notulen, vergaderstukken, literatuurlijsten

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door het Algemeen Bestuur Onderwijs van het NIVRA

Waardering: B 5: stukken Algemeen Bestuur Opleiding NOvAA (ABON) (agenda’s, notulen, vergaderstukken, verslagen)

Overige neerslag (o.a. stukken Dagelijks Bestuur Opleiding NOvAA (DBON)): V, 7 jaar

(189.)

Handeling: Het voordragen van leden voor de examencommissie voor het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Besluit Regels omtrent het accountantsexamen voor accountants-administratieconsulenten (Stb. 1987, 115), art. 14.1

Opmerking: De NIVRA en de NOvAA dragen beide 4 leden voor de examencommissie voor, alsmede gezamenlijk 1 voorzitter. De examencommissie bestaat uit 9 leden.

Waardering: V 7 jaar

16. Actoren onder de Zorg van het Octrooicentrum Nederland

16.1. Actor: Octrooiraad (1912)(1945–2004)

(310.)

Handeling: Het verzoeken aan een octrooigemachtigde om zijn inschrijvingsbewijs te tonen.

Periode: (1912) 1945–2004

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 7.1 sub e

Opmerking: Weigering van dit verzoek kan leiden tot schrapping uit het register.

Waardering: V 5 jaar

16.2. Actor: Octrooicentrum nederland (2004–)

(353.)

Handeling: Het verzoeken aan een octrooigemachtigde om zijn inschrijvingsbewijs te tonen.

Periode: 2004–

Grondslag: Octrooigemachtigdenreglement 1936 (Stb. 1936, 642), art. 7.1 sub e

Opmerking: Weigering van dit verzoek kan leiden tot schrapping uit het register.

Waardering: V 5 jaar