Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Omzetbelasting, Tabel I[Regeling vervallen per 06-01-2010.]

Geldend van 11-10-2007 t/m 05-01-2010

Omzetbelasting, Tabel I

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Besluit van 27 september 2007, nr. CPP 2007/536M

1. Inleiding [Vervallen per 06-01-2010]

In dit besluit wordt een toelichting gegeven op de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde omzetbelastingtarief geldt.

2. Gebruikte begrippen en afkortingen [Vervallen per 06-01-2010]

Waar in het besluit het begrip levering wordt gebruikt, kan daar onder ook de intracommunautaire verwerving en invoer worden begrepen.

Wet

Wet op de omzetbelasting 1968

Uitvoeringsbesluit

Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968

uitvoeringsbeschikking

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

zesde richtlijn

Richtlijn 77/388/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PbEG 1977, L 145)

De in dit besluit gehanteerde term ‘aan de hand van het spraakgebruik’ moet worden gelezen als synoniem van ‘naar maatschappelijke opvattingen’.

3. Algemene opmerkingen bij de tabelposten [Vervallen per 06-01-2010]

3.1. Omzetbelastingtarief bij invoer [Vervallen per 06-01-2010]

De wijze waarop het omzetbelastingtarief bij invoer wordt bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de wet. Uit dit artikel blijkt dat voor de bepaling van het omzetbelastingtarief alleen de omzetbelastingwetgeving (en niet de douanewetgeving) van belang is. Het verlaagde tarief is dus alleen van toepassing als de goederen zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De douanewetgeving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij wordt aangesloten.

3.2. Samengestelde prestaties [Vervallen per 06-01-2010]

3.2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Bij transacties die uit meerdere elementen bestaan (samengestelde prestaties) moet voor de toepassing van het verlaagde tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van één levering of één dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen en/of diensten.

3.2.2. Kwalificatieregels [Vervallen per 06-01-2010]

Voor deze beoordeling van samengestelde prestaties gelden de criteria zoals deze zijn omschreven door het HvJ EG en dan vooral in de uitspraken van 25 februari 1999, Card Protection Plan, zaak C-349/96, punten 28 t/m 31, en 27 oktober 2005, Levob, zaak C-41/04, punten 18 t/m 22. Voor de toepassing van deze criteria is niet van belang of de te beoordelen prestaties alleen leveringen, alleen diensten of een samenstel van leveringen en diensten omvatten. De criteria gelden niet alleen voor transacties die zijn samengesteld uit gelijkaardige elementen (allemaal diensten of allemaal leveringen) maar ook voor combinaties van een levering van goederen en (bijkomende) diensten en omgekeerd. Daarnaast kunnen de criteria die in de nationale rechtspraak zijn ontstaan, hun nut blijven bewijzen zolang ze passen binnen de communautaire criteria. Zo pleit bijvoorbeeld voor splitsing dat de prestaties een verschillend karakter hebben of er een afzonderlijke vergoeding is, die niet onaanzienlijk is. Tegen splitsing zal blijven pleiten dat de ene prestatie uitsluitend dienstbaar is aan de ander, de onderdelen functioneel en causaal met elkaar verbonden zijn of de ene prestatie de andere overheerst (in belang, betekenis, omvang, kosten).

3.2.3. Belang van alle feiten en omstandigheden [Vervallen per 06-01-2010]

Bij de kwalificatie van een prestatie die uit een serie elementen en handelingen bestaat, moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met alle omstandigheden. Uit arresten van het HvJ EG over de kwalificatie van prestaties casu quo de eenheid van prestatie volgt dat er geen eenvoudige, absolute splitsingsregel bestaat, die voor alle gevallen tot een correcte uitkomst leidt. De kwalificatie blijft maatwerk waarbij rekening moet worden gehouden met alle feiten en omstandigheden waarin de betrokken handelingen plaatsvinden. Dat betekent een beoordeling van geval tot geval, omdat de omstandigheden per transactie kunnen verschillen. Alleen op deze manier kan het kenmerkende element of de kenmerkende elementen van de prestatie(s) worden bepaald.

3.2.4. In beginsel afzonderlijk beschouwen tenzij economisch een geheel [Vervallen per 06-01-2010]

Elke prestatie (levering of dienst) moet normaal gesproken onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Als echter economisch gesproken, beschouwd vanuit de positie van de modale consument, één prestatie wordt verricht moet deze niet kunstmatig uit elkaar worden gehaald.

Dit is het geval als de samenstellende elementen zo nauw met elkaar verbonden zijn, dat zij objectief gezien één prestatie vormen voor de modale consument. In dit kader is van het grootste belang wat de kenmerkende elementen van de betrokken prestatie zijn om te bepalen of de belastingplichtige de consument, beschouwd als een modale consument, meerdere, van elkaar te onderscheiden prestaties of één prestatie verleent.

Daarbij geldt dat sprake is van één prestatie als de te onderscheiden elementen zodanig nauw verband houden met elkaar, dat zij afzonderlijk, vanuit het standpunt van de consument, niet het vereiste praktische nut hebben.

3.2.5. Eén vergoeding is niet doorslaggevend [Vervallen per 06-01-2010]

Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is het feit dat één prijs in rekening wordt gebracht, niet van doorslaggevende betekenis. Zoals al eerder is opgemerkt is de bedoeling van de modale klant van betekenis bij de beoordeling of sprake is van één of meerdere hoofdprestaties. Het feit dat meerdere prestaties tegen één prijs worden aangeboden (dus de invloed van de verrichter van de prestatie) is daarom niet van doorslaggevende betekenis. Het berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing zijn. De omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of de aangeboden nevenprestaties wel of niet worden afgenomen, zal er sneller toe leiden dat die nevenprestaties als bijkomende prestaties worden aangemerkt.

3.2.6. Kenmerken bepalen kwalificatie [Vervallen per 06-01-2010]

Als sprake is van één prestatie bepalen daarvan de meest kenmerkende elementen of het geheel een levering of dienst is en welke kwalificatie die levering of dienst krijgt. Dit moet weer worden beoordeeld vanuit de modale consument. Het zwaartepunt (het deel met het overheersende karakter) wordt bepaald aan de hand van elementen zoals de omvang, de kosten of de duur van dat element, maar vooral of het van doorslaggevend belang is voor het verbruik door de verkrijger.

3.2.7. Bijkomende prestaties [Vervallen per 06-01-2010]

Voor bijkomende prestaties geldt hetzelfde omzetbelastingtarief als voor de hoofdprestatie waaraan zij onderschikkend zijn. Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale klant geen doel op zich vormen en de belangrijkste prestatie aantrekkelijker maken of een middel zijn om zo goed mogelijk van een andere prestatie te profiteren. Het gaat daarbij om prestaties die samen met een andere prestatie worden verricht (in één transactie) en een kleine invloed op de totaalprijs van de betreffende transactie hebben, en die door dezelfde leverancier worden verricht.

Van een eenheid van prestatie is dus geen sprake als een bijkomende prestatie wordt verricht door een ander dan degene die de hoofdprestatie verricht. Deze dienst moet afzonderlijk worden gekwalificeerd.

3.2.8. Splitsen vergoeding [Vervallen per 06-01-2010]

Bij een samengestelde transactie tegen één vergoeding, die voor de tarieftoepassing in zelfstandige delen moet worden gesplitst bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:

  • de toerekening moet op basis van de gangbare prijzen plaatsvinden;

  • de vergoeding voor de verschillende deelprestaties moet in beginsel evenredig zijn met het bedrag aan vergoeding dat voor de verschillende prestaties als zodanig in rekening is gebracht/ontvangen;

  • de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden toegerekend op basis van de verhouding van de inkoopprijzen of kostprijzen (en de daarbij behorende brutowinstpercentages, afgezet tegen de vergoeding voor het samenstel van prestaties);

  • de toerekening van de vergoeding aan de verschillende deelprestaties moet worden geschat (waarbij eventueel rekening wordt gehouden met de kostprijzen van de onderscheiden prestaties).

Met uitzondering van gevallen waarin specifieke beleidsregels zijn gegeven, mag de ondernemer voor het splitsen van de vergoeding de eenvoudigste berekening- of beoordelingsmethode kiezen. Een redelijke wetstoepassing houdt in dat hij deze keuze consequent en voor minstens een boekjaar toepast.

4. Bijzondere situaties [Vervallen per 06-01-2010]

4.1. Verpakkingen [Vervallen per 06-01-2010]

Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Verpakkingen zijn vaak noodzakelijk om goederen onbeschadigd en schoon aan de afnemer te leveren. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van goederen);

  • kratten.

Verpakkingen zijn voor de modale afnemer slechts een onderdeel van de producten die hij/zij koopt. De verpakking gaat op in de levering van het product. Een bijzondere verpakking kan voor de modale consument het verpakte product wel aantrekkelijk maken. Dit hoeft echter nog geen reden te zijn om de levering van de verpakking als een afzonderlijke levering te bestempelen.

Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige gebruikswaarde hebben, moeten onder omstandigheden wel afzonderlijk worden beschouwd. Deze verpakkingen kunnen voor de consument de doorslaggevende reden en mogelijk de belangrijkste reden zijn om het verpakte product te kopen. Bijvoorbeeld als de verpakking een geldwaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het verpakte product, aanzienlijk is (wat ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie). Als de gegevens van het verpakte product (soort, gewicht, samenstelling, barcode e.d.) op onuitwisbare wijze en duidelijk zichtbaar op de verpakking zijn vermeld, is dit een sterke aanwijzing dat aan de verpakking geen zelfstandige betekenis moet worden toegekend. Cadeauverpakkingen zijn in de regel bijkomende serviceprestaties.

4.2. Verpakte combinaties van goederen [Vervallen per 06-01-2010]

Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden aangeboden, bijvoorbeeld het kerstpakket: een verpakte combinatie van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren, alcoholische dranken (algemene tarief) en gebruiks- of cadeauartikelen (algemene tarief). Voor de tarieftoepassing moeten de goederen die tot de combinatie behoren steeds afzonderlijk in aanmerking worden genomen. Voorwaarde is wel dat die goederen ook afzonderlijk voor de modale consument zijn te verkrijgen.

4.3. Candy novelties [Vervallen per 06-01-2010]

‘Candy novelties’ bestaan uit een combinatie van goederen, waarbij bepaalde goederen onder het verlaagde tarief (meestal snoepgoed), en andere goederen (meestal speelgoed) onder het algemene tarief vallen, die voor één prijs worden verkocht. Candy novelties worden op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen wordt het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.

Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen, waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan variëren. Bijvoorbeeld:

  • chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;

  • speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd;

  • plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes e.d. kunnen maken;

  • ‘feest’pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom e.d. en speelgoedpoppetjes of ballonnen.

Voor de tarieftoepassing op dergelijke combinaties van goederen geldt als uitgangspunt dat de verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgaan. Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet de totale vergoeding voor de candy novelty worden belast naar het algemene tarief.

Als de verkoopprijs van een candy novelty minder dan € 1,50 bedraagt, kan op de levering het verlaagde tarief worden toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in praktijk opgedane ervaringen vanuit gegaan, dat het snoepgoed het kenmerkende element van de prestatie is, en het bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen bedoeld is om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit geldt ook bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig op de markt wordt gebracht voor een prijs die lager is als € 1,50.

5. Toelichting op de tabelposten [Vervallen per 06-01-2010]

Hierna worden de tabelposten per post toegelicht.

Post a 1 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 1 luidt:

‘voedingsmiddelen, te weten:

  • a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie;

  • b. producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan;

  • c. producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren;

met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken’

2. Voedingsmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en drinkwaren). De onderdelen b en c van de post zijn opgenomen om te bereiken dat deze producten, als zij niet rechtstreeks kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaren, ook vallen onder het begrip voedingsmiddelen. Met voedingsmiddelen worden alleen producten bedoeld die zijn bestemd voor oraal gebruik. De vorm van voedingsmiddelen is niet van belang; zowel verse, bereide als verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de post.

Voor de afbakening van het begrip ‘voedingsmiddelen’ kan uit praktische overwegingen aansluiting worden gezocht bij de Warenwet en de daarop gebaseerde Warenwetbesluiten en Warenwetregelingen. In deze regelgeving is onder meer aangegeven aan welke voorwaarden producten moeten voldoen om in Nederland te koop aangeboden te mogen worden. Producten die voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de verkoop van eet- en drinkwaren – met uitzondering van alcoholhoudende dranken – in de Warenwetgeving kunnen onder de post worden gerangschikt, tenzij in de volgende onderdelen anders is bepaald. Producten die niet voldoen aan die eisen zijn onderworpen aan het algemene tarief, tenzij in de volgende onderdelen anders is bepaald. De instantie die beoordeelt of wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Warenwetgeving is de Keuringsdienst van Waren, onderdeel van de Voedsel en Waren Autoriteit. In geval van twijfel kan de ondernemer contact opnemen met deze instantie.

2.2. Levering of dienst [Vervallen per 06-01-2010]

Het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf is een dienst. Deze verstrekkingen vallen niet onder post a 1, maar worden in post b 12 onder het verlaagde tarief gebracht.

3. Eet- en drinkwaren (onderdeel a van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

Het begrip eet- en drinkwaren moet ruim worden opgevat. Ook producten die pas geschikt zijn voor menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding (toevoeging van water, koken, opwarmen en dergelijke) vallen er onder.

Het moet gaan om eet- en drinkwaren die normaal gebruikt worden voor menselijke consumptie. De daadwerkelijke bestemming en de vraag of ze uiteindelijk worden geconsumeerd is dus niet van belang.

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • snoepgoed, waaronder kauwgom;

  • water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als voedingsmiddel herkenbaar is, bijvoorbeeld gesteriliseerd en gedemineraliseerd water dat wordt gebruikt voor het aanlengen van babyvoeding en dat ook geschikt is om direct door baby’s te worden gedronken.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • pruimtabak en dergelijke genotmiddelen;

  • producten die in het algemeen niet door mensen worden geconsumeerd, bijvoorbeeld bevroren spiering die als aasvis wordt verkocht aan sportvissers.

4. Ingrediënten (onderdeel b van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

Onderdeel b van de post betreft producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan.

Met het begrip bereiding wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van eet- en drinkwaren. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om producten als vruchtenpulp, diverse extracten, conserveringsmiddelen, evenals geur-, kleur- en smaakstoffen. Meer in het algemeen kan worden gedacht aan producten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden, specerijen, zout, aroma’s en essences.

Het gaat hier om een breed scala van producten: niet alleen producten die zijn vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, maar ook producten die zijn vervaardigd uit chemische producten. Producten waarvan alleen bepaalde – bijvoorbeeld aromatische – bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren vallen er ook onder (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladen).

Soms moet binnen een groep producten een onderscheid worden gemaakt tussen producten die kennelijk wél voor menselijke consumptie zijn bestemd (verlaagde tarief) en producten die kennelijk niet voor menselijke consumptie zijn bestemd (algemene tarief).

Voorbeelden:

Wel voor de bereiding van menselijke consumptie vallen

Niet voor de bereiding van menselijke consumptie

tafelazijn

schoonmaakazijn

koolzuurgas (CO2)dat, gelet op de cilinder waarin het wordt geleverd, uitsluitend kan worden aangewend voor de bereiding van koolzuurhoudende frisdranken waarin het opgaat

koolzuurgas voor andere toepassingen

tuinkruiden: tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie

tuinkruiden die (vrijwel) uitsluitend worden aangewend als grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen

kaascoating dat ter conservering op de kaaskorst wordt aangebracht en geschikt voor consumptie

kaascoating voor de kaas, zoals ‘plasticoat’, maar niet geschikt voor menselijke consumptie

Niet onder de post vallen essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) omdat ze gewoonlijk niet zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren. Het gaat hier om sterk geurende oliën bereid uit kruiden, planten of bomen die worden gebruikt als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzorging, in het kader van aromatherapie en soms als smaakstof in de keuken.

Ook plantaardige olie die wordt geleverd om te worden gebruikt als motorbrandstof valt niet onder de post.

5. Voedingspreparaten (onderdeel c van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

5.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Onderdeel c van de post betreft producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op, dan wel ter vervanging van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren. Deze producten kunnen mogelijk niet in de strikte zin van het woord worden beschouwd als een voedingsmiddel, maar het is wenselijk dat zij toch daaronder worden begrepen. Te denken valt aan voedingspreparaten en/of voedingssupplementen zoals vitaminen, mineralen, kruidenpreparaten, vermageringsproducten en vezeltabletten. Voor eventuele afbakeningsproblematiek wordt nog verwezen naar de eerder genoemde aansluiting bij de Warenwetgeving.

Niet onder de post valt bijvoorbeeld Haarlemmerolie. Dit product wordt aangeprezen als een huismiddel ter bestrijding van tal van kwalen en ongemakken bij mens en dier. Vanwege de algemene gebruiksmogelijkheden kan Haarlemmerolie niet als voedingspreparaat in de zin van de post worden aangemerkt.

5.2. Kruidenpreparaten [Vervallen per 06-01-2010]

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • kruidenextracten waarvan volgens de gebruiksaanwijzing per keer enige druppels in water moeten worden opgelost;

  • kruidenhoestsiropen waarvan enkele malen per dag één kleine lepel moet worden ingenomen;

  • bloesem- of bloemenremedies. Bloesem- of bloemenremedies zijn tincturen – gemaakt van de bloesems van wilde struiken, bomen en planten – waarmee menselijke emoties worden beïnvloed;

  • door homeopaten verstrekte (kruiden)preparaten die niet als geneesmiddel zijn aan te merken in de zin van post a 6 van Tabel I.

Als de hier genoemde producten in vloeibare vorm worden geleverd bevatten zij soms alcohol. Als volgens het gebruiksvoorschrift slechts enkele malen per dag een kleine hoeveelheid mag worden ingenomen – bijvoorbeeld enkele druppels of een lepel – worden zij niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt.

Eigenhandig door homeopaten vervaardigde producten zullen in de regel niet aan de voorwaarden van de hiervoor genoemde Warenwetgeving voldoen en zijn dan belast naar het algemene tarief.

Voorbeeld van goederen die niet onder de post vallen zijn kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in de handel worden gebracht. Deze producten worden aangemerkt als alcoholhoudende dranken. Te denken valt aan kruidenwijn en op likeuren lijkende kruidenextracten. Kruidendranken met een alcoholgehalte van niet meer dan 1,2% worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt.

6. Alcoholhoudende dranken [Vervallen per 06-01-2010]

6.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Alcoholhoudende dranken worden niet tot de voedingsmiddelen gerekend. Voor het onderscheid tussen alcoholvrije en alcoholhoudende dranken is het alcoholgehalte van belang. Voor bier (waaronder ook de mengsels van bier met wijn of limonade) ligt de grens op 0,5%. Voor andere alcoholhoudende dranken, zoals wijn, port, sherry en gedistilleerd, ligt de grens op 1,2%. Met het begrip dranken wordt gedoeld op producten die naar maatschappelijke opvatting als zodanig worden aangemerkt. In verband hiermee vallen onder het begrip alcoholhoudende dranken ook samengestelde alcoholhoudende dranken zoals advocaat, boerenjongens en boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende stoffen bevatten (zoals bonbons) vallen niet onder het begrip alcoholhoudende dranken, maar onder het begrip voedingsmiddel.

6.2. Alcoholhoudende essences [Vervallen per 06-01-2010]

Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt. Als zij kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren die aan het verlaagde tarief zijn onderworpen, vallen zij onder het verlaagde tarief.

7. Verstrekking van voedingsmiddelen door commerciële internaten [Vervallen per 06-01-2010]

Commerciële internaten houden zich bezig met het verlenen van volledige verzorging van de aan hun zorgen toevertrouwde minderjarigen. De dienstverlening van de commerciële internaten bestaat onder meer uit het verlenen van huisvesting, bewassing, verstrekken van voedingsmiddelen, en het vormen en begeleiden van de minderjarigen. De samenstellende elementen van deze dienstverlening zijn zo nauw met elkaar verbonden dat zij één prestatie vormen, waarop het algemene tarief van toepassing is.

Ik keur goed dat het deel van de vergoeding dat is toe te rekenen aan de verstrekking van de in deze post bedoelde voedingsmiddelen, wordt belast tegen het verlaagde tarief. Dat gedeelte wordt gesteld op de aan de voedingsmiddelen toe te rekenen kosten, met inbegrip van een toe te rekenen deel van de constante algemene kosten, vermeerderd met een op basis van de totale kosten bepaald deel van de winst.

Post a 2 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 2 luidt:

‘granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post a 1;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

De post heeft betrekking op de granen en peulvruchten die niet als voedingsmiddel als bedoeld in post a 1 kunnen worden aangemerkt.

3. Granen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen tarwe, rogge, haver, maïs, rijst, kanariezaad, sorghumzaad, milletzaad, gierst, gerst, gort en dergelijke. Kanariezaad is het zaad van het gewas phalaris canariensis, kanariegras. Zie voor gemengd kanarievoer onderdeel 3.5 van de toelichting op post a 44.

Voorbeelden van goederen die onder de post kunnen worden gerangschikt:

  • gepeld en gebroken graan;

  • rijstmeel (ook rijstvoedermeel), gerstvoermeel en havermoutafvalmeel;

  • zemelgrint;

  • maïs-, rogge- en tarwekiemen;

  • boekweit en boekweitdoppen;

  • mengsels die uitsluitend al dan niet gebroken granen en/of meel en bloem van granen bevatten.

    Als er andere bestanddelen worden toegevoegd zoals (gemalen) veekoeken, dierlijke eiwitten, vitaminen en mineralen vallen de mengsels niet onder de post. Eventueel kunnen deze mengsels onder post a 44 vallen.

Niet onder de post vallen pellets (kleine brokken die worden gemaakt door het persen van verschillende soorten meel en bloem), eventueel kunnen deze pellets onder post a 44 vallen.

4. Peulvruchten [Vervallen per 06-01-2010]

Getoaste sojabonen vallen onder de post. Dit zijn sojabonen waaruit – door verhitting met stoom – een stof wordt verwijderd die de groei van eenmagige dieren belemmert.

Niet onder de post vallen:

  • voor de teelt van peulvruchten bestemde zaden en serradellazaad. Wel vallen deze zaden onder post a 41;

  • erwten- en bonenmeel. Dit zijn gemalen schillen, delen van zaadlobben en kiemen die als bijproduct vrijkomen bij de bereiding van voedingsmiddelen uit erwten en bonen.

Post a 3 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 3 luidt:

‘pootgoed bestemd voor de teelt van groenten en fruit;’

2. Pootgoed [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken). Bijvoorbeeld: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplanten, aardbeiplanten, champignonbroed of champignonmycelium.

Niet onder de post vallen:

  • champignoncompost, zowel entbaar, geënt als doorgroeid;

  • compost voor andere eetbare paddestoelen, zowel entbaar, geënt als doorgroeid;

  • champost. Champost is champignoncompost die na de oogst is uitgeput en die als bodemverbeteraar kan worden gebruikt.

Champignoncompost vormt een mengsel van paardenmest, stro, gips en pluimveemest, dat via een specifiek fabricageproces wordt omgevormd tot een voedingsbodem voor champignons. Als de champignoncompost gereed is, kan aan de compost het champignonbroed of champignonmycelium worden toegevoegd. Dit champignonmycelium bestaat uit gesteriliseerde graankorrels die geheel zijn doorgroeid met champignonsporen. Champignoncompost kan in drie vormen aan champignontelers worden geleverd:

  • entbaar, dit is compost waaraan nog geen champignonmycelium is toegevoegd;

  • geënt, dit is compost waaraan kort vóór de levering champignonmycelium is toegevoegd;

  • doorgroeid, dit is compost waarin het champignonmycelium volledig is doorgegroeid.

Post a 4 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 4 luidt:

  • ‘a. rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden;

  • b. andere dan de onder a vallende dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de productie van de in post 1 bedoelde voedingsmiddelen, alsmede dieren die kennelijk zijn bestemd voor het fokken van die dieren;

  • c. slachtafvallen van de onder a en b vallende dieren;

  • d. goederen die kennelijk zijn bestemd voor de voortplanting van de onder a en b vallende dieren;’

2. Rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden (onderdeel a van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

Onder paarden zijn ook te begrijpen renpaarden.

3. Fok- en slachtdieren (onderdeel b van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen dieren die kennelijk bestemd zijn voor de voortbrenging of de productie van voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1 doordat zij zelf rechtstreeks voedingsmiddelen voortbrengen, of zelf als voedingsmiddel zullen dienen.

Voorbeelden van dieren die onder de post vallen:

  • slachtkuikens;

  • legkippen;

  • hazen;

  • fazanten;

  • garnalen, mosselen, en dergelijke zeeweekdieren;

  • diverse vissoorten zoals zalm en forel;

  • konijnen die kennelijk zijn bedoeld voor consumptie door de mens.

Voorbeelden van dieren die niet onder de post vallen:

  • zangvogels, sierduiven en aquariumvissen en dergelijke;

  • gevogelte en wild dat niet bestemd is voor consumptie maar dat (bijvoorbeeld) bestemd is voor dierentuinen, onderwijsinstellingen, parken of om als huisdier te worden gehouden;

  • hommelkolonies voor de bestuiving van cultuurgewassen in de tuinbouwsector.

4. Slachtafvallen (onderdeel c van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

4.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder slachtafvallen zijn te rangschikken:

  • kop, tong, hersenen, lever, hart, nieren, darmen, pens, maag, blaas, poten, pezen, longen, milt, zwezerik, uiers, organen voor farmaceutische doeleinden en dergelijke;

  • soepbeenderen;

  • bloed (waaronder ook gedroogd bloed).

Slachtafvallen die een gebruikelijke bewerking hebben ondergaan (zoals schoonmaken, zouten, drogen of bevriezen) vallen ook onder de post.

Onder de post vallen geen huiden, onderpoten, horens, haren, beenderen en zwoerd.

4.2. Honden- of kattenvoer [Vervallen per 06-01-2010]

Slachtafvallen die gemalen of gesneden, in zakjes verpakt of in worstvorm in de handel worden gebracht onder de benaming honden- of kattenvoer of een soortgelijke aanduiding vallen onder de post. Dit geldt ook als maximaal 4% zetmeel als bindmiddel is toegevoegd. Als deze producten verdere bewerkingen ondergaan vallen zij niet onder de post. Voorbeelden van dergelijke bewerkingen zijn het toevoegen van groenten, mineralen, vitaminen, geneesmiddelen of het steriliseren en in blik of anderszins verpakken, om bederf te voorkomen.

5. Levering van sperma en embryo’s voor de onder a en b vallende dieren (onderdeel d van de post) [Vervallen per 06-01-2010]

Onderdeel d van de post is van toepassing op de levering en invoer van goederen, zoals sperma en embryo’s, bestemd voor de voortplanting van de in onderdeel a en b bedoelde dieren. Het gaat hier om de levering van deze goederen zonder de dienst van het kunstmatig insemineren.

Het kunstmatig insemineren van, en het transplanteren van embryo’s bij deze dieren valt onder post b 13, onderdeel b. Zie post b 13, onderdeel 4 van dit besluit.

Post a 5 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 5 luidt:

‘broedeieren voor pluimvee;’

2. Broedeieren [Vervallen per 06-01-2010]

De levering van broedeieren voor pluimvee is onderworpen aan het verlaagde tarief. Eieren voor menselijke consumptie vallen onder post a 1.

Post a 6 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 6 luidt:

‘geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, voorbehoedmiddelen, infusievloeistoffen, alsmede kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen;’

2. Geneesmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

2.1. Definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ [Vervallen per 06-01-2010]

Een geneesmiddel is een substantie of een samenstel van substanties die bestemd is om te worden toegediend of aangewend voor dan wel op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als zijnde geschikt voor:

  • 1e. het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn bij de mens,

  • 2e. het stellen van een geneeskundige diagnose bij de mens, of

  • 3e. het herstellen, verbeteren of anderszins wijzigen van fysiologische functies bij de mens door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen.

2.2. Geneesmiddelen in de zin van de post [Vervallen per 06-01-2010]

– De definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ onder 2.1 heeft tot gevolg dat ‘in vivo diagnostica’ onder de post vallen. Middelen voor het stellen van een medische diagnose via een laboratoriumonderzoek, de ‘in vitro diagnostica’, vallen niet onder de post.

– Alleen geneesmiddelen die in een farmaceutische vorm in de handel zijn gebracht, kunnen onder de post vallen. Een farmaceutische vorm is de fysieke vorm waarin een geneesmiddel is gebracht met het oog op de toediening of aanwending bij de mens (artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Geneesmiddelenwet). Hierbij valt te denken aan pillen, poeders, tabletten, capsules, zalven, gels, crèmes, drankjes en injectievloeistoffen. Ook een geneesmiddel dat samen met een medisch hulpmiddel voor éénmalig gebruik, één geïntegreerd product vormt, is een farmaceutische vorm. Voorbeelden hiervan zijn:

  • gevulde injectiespuiten;

  • gassen die geneesmiddelen bevatten;

  • vernevelaars gevuld met geneesmiddelen;

  • pleisters die geneesmiddelen bevatten;

  • implantaten die geneesmiddelen bevatten;

  • spiraaltje dat hormonen (oestrogeen) afgeeft;

  • ioniserend apparaatje, dat via de huid medicijnen afgeeft;

  • wondbehandelingsmiddelen met geneesmiddelen;

  • wortelkanaalvullende middelen met geneesmiddelen.

De enkele aanduiding of aanprijzing dat het in farmaceutische vorm in de handel gebrachte product geschikt is voor het genezen (enz.) van enige aandoening (enz.) bij de mens is niet genoeg voor rangschikking onder de post. Een dergelijke aanduiding moet, vanwege het subjectieve karakter ervan, worden ondersteund door gegevens die de aanduiding of aanprijzing in meer objectieve zin ondersteunen. Deze objectivering kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • een schriftelijke verklaring van een deskundige op het terrein van de werking van geneesmiddelen, dat de aanduiding/aanprijzing van het desbetreffende product klopt. Bij een deskundige valt onder meer te denken aan de onder het ministerie van VWS ressorterende Inspectie voor de Volksgezondheid, een overkoepelende organisatie van apothekers, artsen e.d. (KNMP, KNMG e.d.);

  • wetenschappelijke rapporten waarin de aanduiding/aanprijzing van het product wordt bevestigd;

  • de aanwezigheid van bepaalde werkzame bestanddelen in het desbetreffende product die ook voorkomen in producten die op basis van de Geneesmiddelenwet als geneesmiddelen zijn geregistreerd.

  • Producten die naar spraakgebruik (primair) een andere functie bezitten dan de functie van geneesmiddel (bijv. verzorgingsproducten, cosmetica, alcoholhoudende dranken) vallen buiten het toepassingsgebied van de post. Niet onder post vallen daarom:

  • de van oudsher bekende huismiddelen voor het opheffen van bepaalde kwalen of ter versterking van de algemene fysieke gesteldheid van de mens (zoals bijvoorbeeld Pleegzuster Bloedwijn, Haarlemmerolie, wonderolie, glycerine kamferspiritus en venkelwater);

  • collageen implantaten, steriele implantaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen bevatten en die zijn bestemd om in de menselijke huid te worden geïnjecteerd ter correctie van onregelmatigheden in de (opper)huid (zoals acnelittekens, fronslijnen en rimpels);

  • huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband ten einde de huid tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking te beschermen bij de verwijdering van het verband (zie ook onderdeel 10 bij post a 8).

  • Geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet vallen soms mede of zelfs uitsluitend onder de werking van een specifieke wettelijke regeling. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is dit niet van belang. Zo kan dit tarief ook worden toegepast op de geneesmiddelen in farmaceutische vorm waarvoor mede het bepaalde in de Opiumwet (Stb. 1928, 167) van toepassing is (opiaten) en op geneesmiddelen waarvoor mede het bepaalde in de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) van toepassing is (de zgn. radiofarmaca). Hetzelfde geldt voor uit bloed(plasma) bereide producten en sera en vaccins, die uitsluitend onder de werking van de Wet inzake bloedtransfusie (Stb. 1988, 546) onderscheidenlijk de Wet op sera en vaccins (Stb. 1927, 91) vallen.

  • Dialysevloeistoffen zijn doorgaans als geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet toegelaten (en zijn als zodanig herkenbaar via het aan hen toegekende RVG-nummer) en vallen daarom onder de post.

  • Botregeneratieve producten worden gebruikt om defecten in botten te herstellen. Botregeneratieve materialen kunnen een synthetische basis hebben maar ook een natuurlijke (afkomstig van dieren, overleden mensen of lichaamseigen bot). Het basis materiaal wordt op een zodanige manier bewerkt dat een product ontstaat dat te vergelijken is met ‘eigen’ bot. Nadat het botregeneratieve product is geïmplanteerd in het defecte bot, zorgt het er voor dat het lichaam zelf weer botweefsel aanmaakt waardoor het defecte bot herstelt of aangroeit. De producten zijn bestemd voor eenmalig gebruik. Zij worden toegepast in de tandheelkunde en orthopedie. Gezien de werking, herstel van botstructuren, zijn botregeneratie materialen geneesmiddelen in de zin van de post, ongeacht of het geïmplanteerde materiaal na korte of lange tijd weer uit het lichaam weer verdwijnt.

2.3. (Niet) Geregistreerde geneesmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Met de komst van de Geneesmiddelenwet per 1 juli 2007 wordt de term ‘(niet) geregistreerde geneesmiddelen’ niet langer gebruikt. In bedoelde wet is sprake van ‘het verlenen van een handelsvergunning’ aan degenen die een geneesmiddel op de markt willen brengen. Omdat materieel niets is gewijzigd en in de praktijk (ook bij VWS) nog steeds sprake is van (niet) geregistreerde geneesmiddelen, blijven die termen hierna gehanteerd.

2.3.1. Geregistreerde geneesmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Vrijwel alle geneesmiddelen zijn geregistreerd. Dit geldt voor zowel de reguliere als de homeopathische geneesmiddelen. De door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) voor Nederland toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer. Voor de reguliere geneesmiddelen is dit een RVG-nummer, voor homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In de Regeling Geneesmiddelenwet (Stcrt. 29 juni 2007, nr. 123) is aangegeven aan welke voorwaarden (ten aanzien van aanduiding en dergelijke) homeopatische geneesmiddelen moeten voldoen.

2.3.2 . Niet geregistreerde geneesmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Er zijn ook geneesmiddelen die (nog) niet zijn geregistreerd. Het betreft bijvoorbeeld geneesmiddelen die zich nog in het stadium van proefneming bevinden of geneesmiddelen die voor een individueel geval in een apotheek worden bereid. Het feit dat een bepaald product niet is geregistreerd betekent nog niet dat de toepassing van de post is uitgesloten. Het is voldoende dat het product is bestemd om te worden gebruikt, of wordt aangeduid of aanbevolen als zijnde geschikt voor het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte(verschijnsel), pijn, verwonding of gebrek bij de mens. Daarbij is natuurlijk ook vereist dat het product in een farmaceutische vorm in de handel wordt gebracht.

3. Voorbehoedmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Met het begrip voorbehoedmiddel wordt gedoeld op alle niet als geneesmiddel aan te merken anticonceptiva. De pil, zoals omschreven in de Geneesmiddelenwet, valt als geneesmiddel al onder de post. Als voorbehoedmiddel in de zin van de post kunnen worden aangemerkt: het spiraaltje, het pessarium, het condoom (het klassieke en het vrouwencondoom) en de zaaddodende pasta.

Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Ik keur goed dat glijmiddelen die samen met één of meerdere condooms in één verpakking voor één prijs worden geleverd, delen in de toepassing van het verlaagde tarief.

4. Infusievloeistoffen [Vervallen per 06-01-2010]

De levering van infusievloeistoffen is onderworpen aan het verlaagde tarief. Tot de infusievloeistoffen behoren onder meer suiker- of zoutoplossingen die bestemd zijn om door middel van een infuus te worden toegediend. Een spoelvloeistof voor het spoelen van een (verblijfs)katheter (een wat samenstelling betreft op een infusievloeistof gelijkende zoutoplossing) is overigens een aan registratie onderworpen farmaceutisch product.

De vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt toegediend is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde tarief.

5. Hulpmiddelen bij transport en opslag van bloed e.d. [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik die uitsluitend zijn bestemd voor het transport en/of de opslag van bloed, bloedcomponenten en/of infuusvloeistoffen en dat daarmee in aanraking komt, onder het verlaagde tarief worden gerangschikt. Losse naalden, katheters en dergelijke, die worden gebruikt om de desbetreffende stoffen aan de patiënt toe te dienen, kunnen niet onder deze medische hulpmiddelen worden gerangschikt. Deze naalden en katheters worden overigens, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer belangrijke rol spelen, nooit in een totaal systeem geleverd. Losse katheters vallen onder post a 37.

Onder de in dit onderdeel bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen daarom alleen worden gerangschikt steriele, voor eenmalig gebruik bestemde:

  • infusiesets;

  • transfusiesets;

  • verlengslangen;

  • infusiekranen;

  • infuus- en bloedfilters;

  • drukmeetsets;

  • adaptors;

  • lege zakken;

  • bloedafname-hulpmiddelen zoals bloedlijnen voor hartlong machines;

  • wafers, hulpstukken waarmee de slangen van verschillende bloedzakken worden doorgesneden en aan elkaar kunnen worden gelast.

Voorbeelden van producten en productgroepen die niet onder de in dit onderdeel bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt zijn:

  • infuuspompen;

  • bloedscheidingsapparatuur;

  • beluchters;

  • controllers of volumeregeling;

  • lege, niet steriele infuuszakken;

  • toedieningssystemen voor enterale voeding;

  • voedingssondes;

  • katheterspoellijnen;

  • sealapparatuur;

  • bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen;

  • afsluitstopjes en -kapjes;

  • mandrijnen;

  • ampullen.

Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters en urologiekatheters vallen onder post a 37.

Het komt voor dat in één set goederen worden geleverd die aan verschillende tarieven zijn onderworpen en die hun zelfstandigheid hebben behouden. In dat geval dient de vergoeding voor de set te worden gesplitst in een aan het verlaagde tarief en een aan het algemene tarief onderworpen deel. Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen, keur ik goed dat de totale vergoeding wordt belast naar het algemene tarief.

Een hulpmiddel kan slechts als steriel worden aangemerkt als het voldoet aan de eisen die gesteld zijn in het Besluit medische hulpmiddelen. Zo zal onder andere het woord steriel op de verpakking moeten voorkomen.

Goederen die (ook) worden gebruikt voor diagnostische doeleinden vallen niet onder de goedkeuring. Daardoor vallen bloedbuisjes waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven, reagentia of testmiddelen bevatten, niet onder het verlaagde tarief. Dat geldt ook wanneer het doel van de in de bloedbuisjes aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed – bijvoorbeeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen van bestanddelen – geschikt te maken voor verder onderzoek.

6. Inhalatiegassen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post kunnen mede worden gerangschikt inhalatiegassen die kennelijk zijn bestemd voor medische doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om zuurstof en lachgas die bij de behandeling van patiënten in ziekenhuizen enz. worden gebruikt.

Bij de levering van zuurstof is voor de tarieftoepassing niet van belang in welke vorm (gas of vloeibaar) de zuurstof wordt aangeboden. Het verlaagde tarief is ook van toepassing op de (eventuele) vergoeding die aan de gebruikers in rekening wordt gebracht voor de ter beschikking stelling van zuurstofcilinders, -vaten en dergelijke. Zie verder post a 37 voor de hulpmiddelen.

7. Administratiekosten apothekers. [Vervallen per 06-01-2010]

Apothekers brengen aan cliënten die de aan hen geleverde genees- en verbandmiddelen enz. niet contant betalen maar op rekening kopen, boven de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen een bedrag aan administratiekosten in rekening. Deze vergoeding moet worden geacht deel uit te maken van de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen. In verband daarmee zou, strikt genomen, deze vergoeding voor administratiekosten in voorkomende gevallen moeten worden gesplitst in een gedeelte, betrekking hebbende op aan het verlaagde tarief onderworpen goederen, en een gedeelte, betrekking hebbende op aan het algemene tarief onderworpen goederen. Omdat de goederen die op rekening worden gekocht in overwegende mate aan het verlaagde tarief zijn onderworpen, keur ik goed dat een zodanige splitsing achterwege blijft en dat de vergoeding voor administratiekosten in haar geheel wordt geacht deel uit te maken van de vergoeding waarop het verlaagde tarief van toepassing is.

Post a 7 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 7 luidt:

‘diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Diergeneesmiddelenwet, met uitzondering van diergeneesmiddelen voor in vitro gebruik;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Producten die zijn aan te merken als diergeneesmiddel in de zin van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410) worden belast naar het verlaagde tarief. Voorwaarde is, dat zij worden toegepast bij of aan het dier zelf (in vivo gebruik). Niet onder het verlaagde tarief vallen de middelen die worden toegepast op weefsel of lichaamsvloeistoffen die uit dieren afkomstig zijn om een diagnose te stellen (in vitro gebruik).

Grondstoffen voor de bereiding van diergeneesmiddelen worden niet als diergeneesmiddelen in de zin van de Diergeneesmiddelenwet aangemerkt.

3. Diergeneesmiddel [Vervallen per 06-01-2010]

Op grond van artikel 1, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet wordt als diergeneesmiddel aangemerkt elke substantie die is bestemd om al dan niet na be- of verwerking te worden gebruikt voor:

  • het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek van een dier;

  • het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen van een dier;

  • het onderkennen van een ziekte of gebrek bij dieren door toepassing bij een dier.

De bestemming moet kunnen worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de aard, vorm, verpakking of aanduiding van het product.

Alle informatie over geregistreerde diergeneesmiddelen (Europese en Nederlandse) en de diergeneesmiddelen waarvoor een registratie in Nederland is aangevraagd, is terug te vinden in de diergeneesmiddelen database die door het CBG op het internet is gepubliceerd (www.cbg-meb.nl). Als registratie (nog) niet is vereist zal op de verpakking in ieder geval het woord diergeneesmiddel moeten worden vermeld en de diersoort(en) waarvoor het diergeneesmiddel is bestemd. Dit betekent dat het verlaagde tarief voor in Nederland toegelaten diergeneesmiddelen alleen van toepassing is op de levering van producten, die als diergeneesmiddel in de handel worden gebracht en die ook overigens aan de in de Diergeneesmiddelenwet genoemde vereisten voldoen.

4. Middelen ter bestrijding van ongedierte bij dieren [Vervallen per 06-01-2010]

Middelen die worden gebruikt voor de bestrijding van ongedierte (zoals vlooien, luizen en teken) bij dieren zijn onder te verdelen in:

  • A. middelen die zijn bestemd voor inwendig gebruik door het dier (zgn. endoparasiticiden). Deze middelen worden, als zij aan de daartoe in de Diergeneesmiddelenwet gestelde voorwaarden voldoen, als diergeneesmiddel aangemerkt en vallen als zodanig onder de post. Zij zijn herkenbaar aan het registratienummer op de verpakking van deze middelen (zie ook onderdeel 3).

  • B. middelen die zijn bestemd voor uitwendig gebruik (zgn. ectoparasiticiden), waarbij een onderscheid dient te worden gemaakt tussen:

    • middelen die op het dier zelf worden toegepast (bijvoorbeeld vlooienbanden);

    • middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden toegepast (bijvoorbeeld sprays).

De op het dier zelf toegepaste middelen vallen vanaf 1 januari 1995 voor het toelatingsregime onder de Diergeneesmiddelenwet. Zij vallen onder de post als zij aan de daarin gestelde voorwaarden voldoen en als zodanig herkenbaar zijn aan het registratienummer op de verpakking.

De middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden toegepast vallen niet onder de werking van de Diergeneesmiddelenwet. Zij worden ook niet toegepast voor of bij het dier zelf. Deze middelen vallen niet onder de post.

5. Dierenartsen [Vervallen per 06-01-2010]

In gevallen waarin een dierenarts bij de geneeskundige behandeling van een ziek dier een diergeneesmiddel toedient, is sprake van een naar het algemene tarief belaste dienst waarin het toedienen van het diergeneesmiddel opgaat.

Als de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier diergeneesmiddelen levert, verricht de dierenarts een afzonderlijke aan het verlaagde tarief onderworpen levering van diergeneesmiddelen.

In gevallen waarin het op correcte wijze splitsen van de aan de levering van diergeneesmiddelen toe te rekenen omzet vanuit de administratie onmogelijk is, kan de inspecteur een praktische regeling treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire splitsing van de omzet dient gebaseerd te zijn op, en zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten bij de praktijkgegevens van de betrokken dierenarts.

Post a 8 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 8 luidt:

‘verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden, alsmede gevulde verbanddozen, damesverband, kraammatrassen en incontinentiematerialen;’

2. Verbandmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

De opsomming van verbandmiddelen is niet limitatief. Onder de post vallen niet alleen de in het bijzonder genoemde middelen, maar ook middelen die:

  • 1. wat betreft gebruik aan de genoemde artikelen zijn gelijk te stellen, en

  • 2. zijn ontwikkeld en worden aangeboden voor geneeskundige doeleinden.

Voor een ‘open’ omschrijving van het begrip is gekozen om ook de nieuwste artikelen op het gebied van de verbandmiddelen onder de post te laten vallen.

Het begrip verbandmiddel omvat naar spraakgebruik alleen producten die ertoe dienen een beschadigd (in het bijzonder: gewond) of ziek lichaamsdeel te bedekken.

Verbandmiddelen die gebruikt worden in de diergeneeskunde vallen ook onder de post (zie onderdeel 15 bij deze post).

Gebruiksartikelen, zoals kleding en schoeisel, die een therapeutische werking bezitten, vallen niet onder de post.

3. Watten [Vervallen per 06-01-2010]

Onder watten zijn te begrijpen celstofwatten, geïmpregneerde watten, verbandwatten, vette watten, steriele wattenstaafjes die bestemd zijn voor chirurgische doeleinden en dergelijke. Niet onder de post vallen dus bijvoorbeeld autopoetswatten, bijouteriewatten (juwelierswatten), poederdonsjes, toiletwatten en niet-steriele wattenstaafjes.

Ik keur goed dat witte watten die voor allerlei huishoudelijke doeleinden (waaronder geneeskundige) worden gebruikt, onder de post worden gerangschikt.

4. Windsels [Vervallen per 06-01-2010]

Windsels worden gemaakt uit diverse stoffen en gebruikt voor verschillende doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om elastische windsels, hydrofiele windsels, gipswindsels en dergelijke.

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • immobiliserende verbandsystemen (bijvoorbeeld een tricot kous waarin een twee componenten vloeistof wordt gegoten) die na het aanleggen om het te fixeren lichaamsdeel verharden;

  • al dan niet elastische kniebanden, dijbeenbanden, enkelbanden, elleboogbanden en polsbanden;

  • elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose;

  • flexibele (kunst)stof omhulsels die zijn gevuld met een substantie, die na verhitting of koeling als warmte- of koudekompres om (delen van) armen, benen en dergelijke worden gewikkeld ten einde blessures te behandelen, als zij als (warmte- of koude) kompres in de handel worden gebracht;

  • zogenoemde stompsokken van wol, tricot enz. vervaardigde hoesjes die een gebruiker in staat stellen om een prothese permanent te gebruiken.

Ik keur goed dat de volgende artikelen onder de post vallen:

  • oefenverbanden, zijnde dikke windsels die als oefenmateriaal worden gebruikt bij o.a. EHBO-cursussen;

  • elastische kousen als zij een drukwaarde van tenminste 25 mm kwik hebben (daaruit volgt indeling in klasse 2 of hoger van de zgn. lijst van Bernink).

Producten die naar uiterlijk en gebruiksmogelijkheden als een kant-en-klaar kledingstuk moeten worden aangemerkt vallen niet onder de post.

5. Gaas [Vervallen per 06-01-2010]

Het gaat hier niet alleen hydrofielgaas ter afdekking van wonden, maar ook allerlei artikelen van gaas zoals kompressen en stroken alsmede kompressen van bijvoorbeeld celstof in gaas of celstof in textielvlies.

Ik keur goed dat incisiefolie, een uiterst dunne kleeffolie die op de huid van patiënten wordt aangebracht voordat de incisie wordt gemaakt, en wondfolie en infusiefolie, onder de post worden gerangschikt.

6. Hechtmiddelen; instrumenten voor endoscopische chirurgie [Vervallen per 06-01-2010]

Bij hechtmiddelen kan worden gedacht aan de traditionele draad (catgut, zijde, kunststof) en hechtzijde, en aan hechtkrammetjes, -nietjes en -clips.

Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Ik keur goed dat draad en naald dan als één geheel als hechtmiddel onder de post valt.

Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zgn. hechtapparatuur (nietmachines) gebruikt. Deze hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde tarief voor hechtmiddelen. Dit geldt ook voor de bij hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument.

Vaak wordt een hechtapparaat samen met nietjes of clips tegen één vergoeding geleverd. De nietjes of clips, die meestal vervaardigd zijn van titanium of chirurgisch staal, vertegenwoordigen daarbij een niet onaanzienlijke waarde. Voor de tarieftoepassing moet de vergoeding worden gesplitst in een aan het verlaagde tarief te belasten deel (het aan de nietjes of clips toe te rekenen deel) en een aan het algemene tarief onderworpen deel (het op het hechtapparaat betrekking hebbende deel). Voor het vaststellen van het naar het verlaagde tarief te belasten deel van de vergoeding, kan de prijs als richtsnoer dienen, die voor een los te leveren cassette nietjes of clips in rekening wordt gebracht.

7. Pleisters [Vervallen per 06-01-2010]

Tot pleisters in de zin van de post behoren niet alleen hecht- en wondpleisters, maar ook:

  • elastisch (net)verband waarmee bijvoorbeeld hydrofielgaas kan worden gefixeerd;

  • likdoornpleisters en likdoornringen;

  • katheterpleisters, speciaal gevormde pleisters die worden gebruikt om neussondes, drainagekatheters e.d. op hun plaats te houden;

  • sporttapes die specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik op het lichaam en die dienen om (de gevolgen van) blessures te bestrijden of te voorkomen.

8. Tampons [Vervallen per 06-01-2010]

Het betreft alle tampons die gebruikt worden bij geneeskundige behandelingen, bijvoorbeeld gynaecologische tampons en tampons voor tandheelkundig gebruik.

9. Spalken [Vervallen per 06-01-2010]

Naast de traditionele rechte spalken vallen (hulp)middelen die dezelfde functie hebben onder de post. Voorbeelden daarvan zijn:

  • buigzame aluminium strips voor de behandeling van gebroken vingers;

  • scharnierende spalken zoals knie- en elleboogscharnieren;

  • verstelbare hielbakjes van kunststof of metaal;

  • thermoplastisch polyethyleen schuim (plastazote) dat via verhitting aan het lichaam kan worden gemodelleerd en dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld lichte spalken.

10. Met verbandmiddelen gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden. [Vervallen per 06-01-2010]

Alleen producten die qua functie op één lijn zijn te stellen met verbandmiddelen kunnen onder de post worden gerangschikt. Onder de post kunnen bijvoorbeeld doekjes worden gerangschikt die zijn geïmpregneerd met een ontsmettingsstof en die zijn bestemd voor het ontsmetten van de huid ter voorkoming van infecties bij het toedienen van injecties.

Proceduretrays (ook wel aangeduid als behandelmodules, logist-O.K. of O.K.-setjes) zijn pakketten die diverse artikelen bevatten die bij operaties worden gebruikt zoals verbandmiddelen, afdekmaterialen, een operatiejas, handdoekjes, kleef- en steristrips en dergelijke. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen het verlaagde tarief, en voor de andere artikelen het algemene tarief.

De Vacuum Assisted Closure (VAC) is een set bestaande uit een steriel verpakte polyurethaan wondbedekker met bijbehorende slangenset, pompen, incisiefolie en/of opvangbeker. De wondbedekker zorgt voor het ontstaan van onderdruk in de wondholte of onder een huidtransplantaat of -flap, waardoor de wondranden naar het centrum van de wond worden getrokken, wat de genezing van de wond bevordert. Het wondvocht wordt verzameld in de bij de set behorende opvangbeker. De set valt niet onder post. Ik keur goed dat de voor eenmalig gebruik bestemde onderdelen van de VAC (de wondbedekker met slangenset, de incisiefolie en de opvangbeker) onder de post worden gerangschikt. De tot de VAC behorende goederen die meerdere malen zijn te gebruiken (de pompen) vallen onder het algemene tarief.

Botregeneratie-membranen (een soort vliesje dat door de tandarts/kaakchirurg onder het worteloppervlak van een tand of kies in het kaakbot wordt geïmplanteerd ter afsluiting van een defect in – onder meer – het kaakbot) kunnen van verschillende materialen zijn vervaardigd (kunststof, maar ook dierlijk of humaan weefsel). De membranen zijn al dan niet door het menselijke lichaam afbreekbaar. Deze botregeneratie-membranen zijn, gelet op hun eigenschappen en toepassingsmogelijkheden, op één lijn te stellen met verband- of hechtmiddelen en kunnen daarom onder de post worden gerangschikt.

Ook ander botvervangend materiaal dat zorgt voor het bijeenhouden van omliggend bot en nieuw eigen lichaamsbot laat opkomen op plaatsen waar het botvervangend materiaal is aangebracht (omdat daar bot is weggeslagen), kan onder de post worden gerangschikt. Botregeneratieve producten vallen onder post a 6.

Ook de zogenoemde tourniquet die wordt aangebracht net iets boven de wond valt onder de post. Dit product bestaande uit een band met een klemfunctie zorgt er voor dat beschadigd weefsel op die plaats zodanig wordt dichtgedrukt, dat de slagader stopt met bloeden.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor eenmalig gebruik, of voorzien van een stukje incisiefolie),operatiemaskers, operatiekapjes, overtrekken, spuugdoekjes en dergelijke;

  • gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische en/of (veronderstelde) heilzame werking, zoals speciale (rheuma)hemden, steunkousen, ‘medische’ schapenvachten e.d. vallen niet onder de post;

  • huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij verwijdering van het verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking, zijn niet als verbandmiddel aan te merken;

  • proprioceptieve inlegzolen ter verbetering van de lichaamshouding en beweging (zie ook onderdeel 11 bij post a 35).

11. Verbanddozen [Vervallen per 06-01-2010]

Tot de in de post genoemde gevulde verbanddozen behoren ook gevulde verbandetuis en zakapotheken.

12. Damesverband [Vervallen per 06-01-2010]

Zowel inwendig als uitwendig damesverband valt onder de post, evenals inlegkruisjes. Dat geldt ook voor het product ‘keeper’, een rubberen reservoirtje met een inhoud van 30 cc dat ertoe dient menstruatiebloed op te vangen en dat op dezelfde wijze wordt ingebracht als een damestampon.

13. Kraammatrassen [Vervallen per 06-01-2010]

Kraammatrassen vallen onder de post. Ik keur goed dat ook zoogkompressen, kraampakketten (met o.a. kraamverband) en sluitlakens onder de post worden gerangschikt. Ook herbruikbare zoogkompressen van siliconen vallen onder de post.

14. Incontinentiematerialen [Vervallen per 06-01-2010]

Met het begrip incontinentiematerialen wordt gedoeld op het gehele scala aan producten dat als doel heeft om incontinentie te voorkomen of de gevolgen van incontinentie te verlichten of tegen te gaan. Bij incontinentie die geen ziekteverschijnsel vormt (zoals het geval is bij baby’s en kleine kinderen), kan de post geen toepassing vinden. Reguliere babyluiers zijn daarom niet onder de post te rangschikken. Bij incontinentiematerialen gaat het zowel om absorberende producten als om producten die juist voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt. Onder incontinentiematerialen zijn zowel de voor éénmalig gebruik als de voor meermalig gebruik bestemde producten te begrijpen. Het begrip incontinentiematerialen omvat zowel producten die incontinente personen in/aan hun lichaam dragen, als producten die op gebruiksartikelen zoals matrassen, meubilair e.d. worden gelegd om die te beschermen tegen de gevolgen van incontinentie.

Bij absorberende producten valt te denken aan de volgende voorbeelden:

  • speciale luiers voor incontinente gehandicapte kinderen, die op recept van een arts door apothekers worden verstrekt. Hierbij dient de apotheker met behulp van het recept van een arts aannemelijk te maken, dat het verlaagde tarief van toepassing is;

  • slips en broeken (de zgn. fixatie- of netbroeken) die ten doel hebben incontinentieluiers die niet zijn voorzien van bevestigingspunten op hun plaats houden;

  • badslips voor incontinente personen, die bij het zwemmen worden gedragen.

Bij producten die voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt valt te denken aan incontinentieklemmen en urethrastoppen.

De levering van de tot plaswekkersets (sets die ertoe dienen bedplassen bij kinderen van 6 jaar en ouder op te heffen) behorende plasbroekjes en plasmatten met bijbehorende snoertjes, kunnen onder de post worden ingedeeld. Het betreft hier broekjes en matten waarin een laagje zilverdraad is verwerkt dat ertoe dient aan de plaswekker het signaal te geven dat er urine in het plasbroekje of op de plasmat terecht is gekomen. De plasbroekjes en -matten zijn via snoertjes aan de plaswekker verbonden. Als plaswekkersets als één geheel worden geleverd, keur ik goed dat het verlaagde tarief wordt toegepast. De verhuur van de plaswekker met bijbehorende batterijen is aan het algemene tarief onderworpen.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • de speciaal voor incontinente personen bestemde hygiënische middelen (speciale zeep, spray e.d.).

  • matrassen e.d. die zijn bekleed met materiaal dat incontinentiebestendig is. De matrassen zijn in de eerste plaats bedoeld om op te slapen en hebben niet de primaire functie om de (gevolgen van) incontinentie tegen te gaan;

  • producten die niet specifiek zijn ontwikkeld om incontinentie te voorkomen, te verlichten of tegen te gaan maar alleen een (al dan niet verondersteld) zijdelings effect hierop hebben, zoals medische schapenvachten.

15. Dierverbandmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Aangezien met het begrip geneeskundige doeleinden wordt gedoeld op de aanwending binnen zowel de humane geneeskunde als de diergeneeskunde, kunnen ook de specifiek voor dieren bestemde verbandmiddelen – bijvoorbeeld speciale bandages – onder het verlaagde tarief vallen. Te denken valt verder aan:

  • klauwzak en hondensok, zijnde goederen die een gewonde dierenpoot tegen vocht en vuil van buiten beschermen en daarnaast dienen voor het op de plaats houden van de – bijvoorbeeld met een gaasje – op de wond aangebrachte medicijnen;

  • breuknetje, zijnde een verstevigd stukje gaas dat bij een navelbreuk de naar buiten tredende darmen moet terugdringen;

  • hechtclips, hechtkrammen, pluggen voor de fixatie van de lebmaag en schede(hecht)band;

  • zgn. beendraden met behulp waarvan (soms) bij breuken in de kaak of van de tanden fixatie plaatsvindt;

  • uit twee componenten bestaande snelhardende kunststof (zoals ‘Technovit’) die bij de fixatie van breuken wordt gebruikt.

Paardenbandages hebben in hoofdzaak een preventieve functie (voorkomen van blessures e.d.) en zijn daarom niet als dierverbandmiddel aan te merken.

16. Verbandmiddelensets [Vervallen per 06-01-2010]

Verbandmiddelensets zijn sets bestemd voor een bepaalde geneeskundige of chirurgische behandeling en bevatten naast verbandmiddelen (gaas, watten, windsels en dergelijke) ook andere artikelen zoals bakjes, schaaltjes, pincetten, mesjes, handschoenen en dergelijke. Deze sets worden doorgaans gesteriliseerd in één verpakking geleverd. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen het verlaagde tarief, en voor de andere artikelen het algemene tarief.

Ik keur goed dat een set die is samengesteld uit verbandmiddelen, een bakje of schaaltje voor eenmalig gebruik en ten hoogste twee pincetten voor eenmalig gebruik, wordt gerangschikt onder het verlaagde tarief.

Post a 9 t/m a 27 (vervallen) [Vervallen per 06-01-2010]

Post a 28 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 28 luidt:

‘water;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Met het begrip ‘water’ wordt gedoeld op het drinkwater dat via het openbare leidingnet wordt geleverd.

Onder de post vallen ook gedistilleerd water en warm water.

Ik keur goed dat ‘ander’ water, ook wel aangeduid als B-water, grijs water of huishoud/industrie/landbouwwater, onder het verlaagde tarief valt. Het gaat hier om in mindere mate gezuiverd oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is, maar wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden, bijv. voor spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen. Onder ander water kan ook regenwater worden begrepen.

Niet onder de post vallen:

  • gedemineraliseerd, ontijzerd en onthard water;

  • zeewater en rivierwater, al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden;

  • ijs en stoom.

Water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als voedingsmiddel herkenbaar is, valt onder post a 1.

3. Bijkomende verrichtingen [Vervallen per 06-01-2010]

Het vastrecht en de belasting op leidingwater behoren tot de vergoeding voor de levering van water en vallen ook onder het verlaagde tarief.

De verrichtingen die rechtstreeks verband houden met de levering van water kunnen delen in de toepassing van het verlaagde tarief. Het betreft onder meer de volgende vergoedingen/kosten:

  • de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters;

  • de onder de benaming ‘leidinghuur’, ‘onderhoud dienstleiding’, ‘aansluitkosten’ en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg, aansluiting en onderhoud van een dienstleiding;

  • de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet;

  • de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting;

  • de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van brand- en bouwleidingen die als dienstleiding fungeren;

  • de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit;

  • de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen;

  • de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen;

  • de vergoeding voor het sluiten en openen van een dienstkraan bij de aanvang of het einde van de levering van water;

  • de transport- en arbeidskosten voor de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of voor tijdelijke aansluitingen;

  • de vergoedingen voldaan om de afsluiting van de watertoevoer wegens wanbetaling te voorkomen.

Het verlaagde tarief is niet van toepassing op:

  • het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen;

  • het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding;

  • het beproeven van tanks en meetinstrumenten;

  • het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden;

  • het tegen vergoeding inspecteren van waterleidingen en/of installaties door een waterleidingbedrijf op de aanwezigheid van legionellabacteriën.

Post a 29 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 29 luidt:

  • ‘a. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, voor zover deze worden ingevoerd;

  • b. kunstvoorwerpen voor zover deze worden geleverd door:

    • 1°. de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel; of

    • 2°. een ondernemer, andere dan een wederverkoper, die ingevolge artikel 15, eerste lid, de belasting ter zake van zijn verkrijging volledig in aftrek brengt;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zijn gedefinieerd in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet: de goederen die bij ministeriële regeling zijn aangewezen. Artikel 4, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking verwijst in dit verband naar bijlage J bij die beschikking (hierna: bijlage J). Het verlaagde tarief geldt voor leveringen en opleveringen (zie de toelichting op post b16).

3. Kunstvoorwerpen [Vervallen per 06-01-2010]

3.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

In post 1 van bijlage J zijn de volgende goederen als ‘kunstvoorwerpen’ aangewezen:

  • a. schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio’s of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);

  • b. originele gravures, originele etsen en originele litho’s, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproductietechniek (GN-code 9702 00 00);

  • c. originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code 9703 00 00);

  • d. tapisserieën (GN-code 5805 00 00) en wandtextiel (GN-code 6304 00 00), met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk zijn;

  • e. unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;

  • f. emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen en edelsmeedwerk;

  • g. foto’s die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.

3.2. Maker [Vervallen per 06-01-2010]

De maker van een kunstvoorwerp is degene die het heeft ontworpen, dat is de

kunstenaar. Voor alle onderdelen van bijlage J is het nodig dat het kunstwerk van de hand van de kunstenaar is. Deze definitie houdt in dat voor de beoordeling of een persoon kunstenaar is, uiteindelijk bepalend is of deze persoon schilderijen, beeldhouwwerken etcetera ontwerpt, die naar maatschappelijke opvattingen als kunstvoorwerp worden aangemerkt.

3.3. Gebruiksvoorwerpen [Vervallen per 06-01-2010]

Zaken die het karakter hebben van een gebruiksvoorwerp (met uitzondering van lijfsieraden die aan te merken zijn als beeldhouwwerk) vallen niet onder de post. Dit is het geval als het kunstzinnige karakter van de zaken ondergeschikt is aan de gebruiksfunctie van die zaken. Als voorbeeld kunnen worden genoemd:

  • kunstzinnig vervaardigde tafels of stoelen;

  • namaakdieren van kunstbont die het karakter hebben van knuffeldier/speelgoed;

  • kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen;

  • lijkkisten, urnen en kleding die door kunstenaars worden vervaardigd ter herdenking van overledenen of voor gebruik bij begrafenissen en crematies;

  • objecten die een soortgelijke functie vervullen als amuletten. Deze objecten worden aangeschaft vanwege de (veronderstelde) werking en niet zozeer vanwege een artistieke waarde.

3.4. Schilderijen, enz. (post 1, onderdeel a, bijlage J) [Vervallen per 06-01-2010]

Of een voorwerp als een schilderij kan worden aangemerkt moet naar het spraakgebruik worden beoordeeld. Beschilderde goederen zijn pas dan als schilderijen in de zin van de post aan te merken als zij het karakter hebben van schilderijen. Hierbij geldt de voorwaarde dat het eventuele overige gebruik dat van die goederen kan worden gemaakt onbetekenend van aard is. Kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen vallen daarom niet onder de post.

Lijsten waarin schilderijen, schilderingen, tekeningen, collages en dergelijke decoratieve platen, gravures, etsen en litho’s zijn ingelijst, volgen het tarief van die kunstvoorwerpen, als de aard en de waarde van die lijsten in overeenstemming zijn met die van bedoelde kunstvoorwerpen.

3.5. Originele gravures, etsen en litho’s (post 1, onderdeel b, bijlage J) [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat onder de post worden gerangschikt:

  • originele houtsneden;

  • zeefdrukken die door een kunstenaar – al dan niet in samenwerking met een zeefdrukker – handmatig zijn vervaardigd, mits zij door de kunstenaar handmatig zijn genummerd en gesigneerd in een maximale oplage van 250 exemplaren. Als de oplage hoger is dan 250 exemplaren, geldt voor de gehele oplage het algemene tarief.

3.6. Originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk (post 1, onderdeel c, bijlage J) [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen niet alleen werken die rechtstreeks uit harde materialen, zoals steen en hout, zijn gehouwen, maar ook werken van de beeldhouwkunst die uit brons of andere materialen zijn gegoten en werken van de beeldhouwkunst die uit andere materialen dan steen, hout of metaal zijn vervaardigd. Beeldhouwwerk met een commercieel karakter behoort niet tot post 9703, zelfs niet als deze artikelen zijn ontworpen of vervaardigd door kunstenaars.

Lijfsieraden en ander ambachtswerk met een commercieel karakter en in serie verkregen reproducties en afgietsels met een commercieel karakter van metaal, gips, enz. behoren ook niet tot post 9703 (zie de GS-toelichting op post 9703).

Er is sprake van werken van de beeldhouwkunst met een commercieel karakter die onder het algemene tarief vallen als deze kunstwerken naar maatschappelijke opvattingen uiterlijk gelijkenis vertonen met industriële of ambachtelijke producten. Hiervan is sprake is als het werk grotendeels lijkt op een ambachtelijk/industrieel product. Daarbij zijn de vormgeving, de afmetingen, de materiaalkeuze, de kleur, bepalend voor de beoordeling/waarneming van de gelijkenis.

Door die gelijkenis moet voor de toepassing van het btw-tarief worden aangenomen dat deze beeldhouwwerken concurreren met gelijkaardige industriële of ambachtelijke producten waarvoor het algemene btw-tarief geldt. In dergelijke gevallen is niet van belang of het betreffende beeldhouwwerk in een museumcollectie wordt opgenomen en of de prijs aanmerkelijk verschilt van de industriële of ambachtelijk vervaardigde, gelijkaardige producten. Voorbeeld: een kunstenaar levert een door hem ontworpen gouden ring met edelstenen, die alleen qua kleur van de edelstenen verschilt van een ambachtelijk vervaardigde gouden ring.

Doorgaans zal er geen uiterlijke gelijkenis bestaan waar het gaat om volstrekt persoonlijke en unieke creaties waarmee de kunstenaar een esthetisch ideaal tot uitdrukking brengt.

Doorgaans zal de door een kunstenaar ontworpen en geleverde gedenksteen niet onder post 9703, maar onder post 6802 (grafmonument) vallen, omdat deze gedenksteen uiterlijk gelijkenis vertoont met industriële of ambachtelijke gedenkstenen. Het verlaagde tarief is dan niet van toepassing. Lijfsieraden die geen beeldhouwwerk zijn vallen voor de tariefindeling van de douane onder edelsmidwerk (post 7113-7117).

3.7. Unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd (post 1, onderdeel e, bijlage J); [Vervallen per 06-01-2010]

Het criterium dat de keramische voorwerpen uniek moeten zijn, houdt in dat van het uiteindelijke voorwerp geen tweede nagenoeg identiek exemplaar is of zal worden vervaardigd. Dit betekent dat in serie gemaakte producten, waarbij de ambachtelijke vaardigheid het artistiek scheppend vermogen overheerst, niet als kunstvoorwerpen in de zin van de post kunnen worden aangemerkt. Een serie met de hand vervaardigde, vrijwel identieke, bekers (bijvoorbeeld voorzien van een beschildering van een kat), is niet aan te merken als een serie unieke voorwerpen van keramiek.

3.8. Verhuur van kunstvoorwerpen [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat de verhuur van kunstvoorwerpen (of het op een andere manier tegen vergoeding ter beschikking stellen) door de kunstenaar onder het verlaagde tarief valt. Het verlaagde tarief is niet van toepassing als kunstwerken worden verhuurd of uitgeleend door een ander dan de kunstenaar die het kunstwerk heeft vervaardigd. De uitlening van kunstwerken door instellingen voor kunstuitleen is daarom onderworpen aan het algemene tarief.

4. Voorwerpen voor verzamelingen [Vervallen per 06-01-2010]

4.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

In post 2 van bijlage J zijn de volgende goederen als ‘voorwerpen voor verzamelingen’ aangewezen:

  • postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedag-enveloppen en dergelijke, gestempeld of ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden (GN-code 9704 00 00);

  • verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang (GN-code 9705 00 00).

4.2. Postzegels enz. (post 2, onderdeel a, bijlage J) [Vervallen per 06-01-2010]

Ongestempelde postzegels vallen alleen onder de post als zij niet (meer) voor het frankeren van poststukken kunnen worden gebruikt. De levering door TNT NV van postzegels, die in Nederland kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken, valt onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de wet.

4.3. Andere verzamelingen (post 2, onderdeel b, bijlage J) [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat ook bankbiljetten tot (voorwerpen voor) verzamelingen van numismatisch belang worden gerekend, als aan de hierna genoemde voorwaarden is voldaan.

De levering van bankbiljetten en munten die in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben is vrijgesteld, tenzij zij gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of verzamelwaarde hebben (artikel 11, eerste lid, letter i van de wet). Onder de post vallen daarom alleen bankbiljetten en munten die:

  • de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben en bovendien verzamelwaarde hebben; of

  • de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren en verzamelwaarde hebben; of

  • nooit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben gehad en uitsluitend verzamelwaarde hebben.

Historische landkaarten kunnen onder de verzamelvoorwerpen van historisch belang worden gerangschikt.

5. Antiquiteiten [Vervallen per 06-01-2010]

5.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

In post 3 van bijlage J zijn als ‘antiquiteiten’ aangewezen:

– andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).

6. Instellingen voor kunstuitleen [Vervallen per 06-01-2010]

Instellingen voor kunstuitleen stellen zich tot doel hedendaagse beeldende kunstwerken onder een zo groot mogelijk publiek te verspreiden. Daartoe verwerven deze instellingen werken van kunstenaars die zij tegen vergoeding – in het algemeen op basis van abonnement – uitlenen. Als de abonnementhouder dat wil, dan kan deze het kunstwerk ook kopen, al dan niet op termijn. In verband daarmee kan de abonnementhouder vaak gebruik maken van de mogelijkheid om een bepaald percentage van het abonnementsgeld te sparen. Dit spaartegoed kan de abonnementhouder bij aankoop van een kunstwerk gebruiken om de verschuldigde koopsom geheel of gedeeltelijk te voldoen. Een ondernemer die kunstwerken uitleent, moet omzetbelasting voldoen over het totale abonnementsgeld. Dat geldt dus ook voor het deel van het abonnementsgeld dat als spaartegoed wordt aangehouden. Als dat spaartegoed op een later moment wordt gebruikt om een kunstwerk te kopen, dan wordt dat bedrag opnieuw in de heffing van omzetbelasting betrokken. Deze dubbele heffing vind ik ongewenst. Ik keur daarom goed dat geen omzetbelasting wordt geheven over het gedeelte van het abonnementsgeld dat de abonnementhouder met het oog op de toekomstige aankoop van een kunstwerk als spaartegoed bij een instelling voor kunstuitleen aanhoudt. Als het spaartegoed wordt gebruikt voor de aankoop van een kunstwerk, moet het spaartegoed worden gerekend tot de vergoeding voor de levering van het kunstwerk. Voor deze levering is dan omzetbelasting verschuldigd. Deze goedkeuring geldt ook voor artotheken en instellingen die op commerciële basis kunstwerken uitlenen.

Post a 30 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 30 luidt:

‘boeken; dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven;’

2. Boeken [Vervallen per 06-01-2010]

2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Of een drukwerk als boek kan worden aangemerkt moet naar spraakgebruik worden beoordeeld. Hierbij spelen verschillende kenmerken van dat drukwerk een rol, zoals:

  • de omvang en de inhoud;

  • de wijze waarop de bladen tot een geheel zijn verbonden;

  • de uiterlijke verschijningsvorm (die moet in belangrijke mate overeenkomen met de gangbare vorm waarin boeken verschijnen).

Niet van belang is wie de leverancier is.

Losbladige boeken en losse banden voor boeken die samen met de inhoud worden geleverd kunnen onder de post worden gerangschikt. Van belang is hier dat de inhoud van deze uitgaven voor iedere afnemer gelijk is, en dat de tekst en afbeeldingen op de afzonderlijke bladzijden samenhang vertonen.

Voorbeelden van drukwerken die onder de post kunnen worden gerangschikt:

  • catalogi voor leesbibliotheken en boekhandelaren;

  • kleurboeken, al dan niet voorzien van teksten en/of versjes en dergelijke, mits zij de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben;

  • losbladige uitgaven die zonder band worden geleverd en die door de gebruiker zelf worden opgeborgen in een band naar keuze. Het moet dan gaan om uitgaven die aan de hiervoor genoemde kenmerken van een boek voldoen, als zij van een band zouden zijn voorzien;

  • losse muziekuitgaven;

  • spoorboekjes en dienstregelingen voor autobusondernemingen van minimaal 8 pagina’s;

  • standaard collegedictaten;

  • stripboeken;

  • supplementen op boeken;

  • voor kinderen bestemde producten die de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben maar feitelijk bestaan uit een combinatie van producten, als de hoofdlevering een boek is en de levering van de overige producten bijkomstig is;

  • zogenoemde blinde atlassen.

Voorbeelden van drukwerken die niet onder de post vallen:

  • bestekken voor woningbouw en dergelijke;

  • blocnotes;

  • dagscheurkalenders, bestaande uit een schild met daarop bevestigd een kalenderbloc, en losse blocs van dagscheurkalenders. Dit geldt ook als op de voorzijde van de kalenderbladen behalve de datum een religieuze tekst met een verklarend woord is vermeld of op de achterzijde van de kalenderbladen vervolgverhalen met een religieuze strekking zijn opgenomen;

  • huishoudelijke reglementen en statuten van verenigingen of stichtingen;

  • kantoor-, zak-, of schoolagenda’s, al dan niet voorzien van een informatief gedeelte;

  • losse banden voor boeken en stofomslagen voor boeken;

  • met tekst en/of illustraties bedrukte planovellen, die deel gaan uitmaken van een werk dat in gerede staat als een boek kan worden aangemerkt;

  • muziekschrijfboeken;

  • munt- en postzegelalbums bestaande uit ringbanden met transparante plastic opbergvellen die voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originelen kunnen bevatten;

  • notitieboekjes;

  • plakboeken;

  • fotoalbums (ook wanneer die worden geleverd met daarin door de consument aan de leverancier digitaal aangeleverde foto’s en tekst);

  • poëziealbums;

  • postcard books, dit zijn in boekvorm gebundelde kaarten met afbeeldingen van door een bepaalde kunstenaar vervaardigde kunstwerken (meestal schilderijen). De kaarten kunnen zonder verdere beschadiging uit de bundel worden verwijderd en vervolgens als ansicht-/wenskaart worden gebruikt. Er bestaat geen samenhang tussen de in de bundel opgenomen tekst en de op de kaarten afgedrukte afbeeldingen;

  • schetsboeken;

  • schoolboekenlijsten.

Drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als reclamemateriaal vallen niet onder de post, zie ook onderdeel 5.

2.2. Schoolboeken [Vervallen per 06-01-2010]

2.2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Uitgevers van schoolboeken en ander lesmateriaal voor het basis- en hoger onderwijs bieden hun producten aan in de vorm van een leerpakket (leermethode) aan onderwijsinstellingen of rechtstreeks aan de leerlingen van die instellingen (het laatste komt voor in het hoger onderwijs). De leerpakketten bevatten dikwijls een leerboek, een werkboek of werkschrift, een docentenboek en een of meer cd-roms, maar ook andere artikelen, zoals een kopieerboek, wandplaten, bewaarmappen en ringbanden.

2.2.2. Werkboeken en werkschriften [Vervallen per 06-01-2010]

Werkboeken, die de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek, die leerstof en/of leeropdrachten bevatten, waarbij alleen op de desbetreffende pagina of de naastgelegen pagina ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of uitwerken van opdrachten kunnen worden aangemerkt als boeken. Werkschriften, die niet de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek, vallen onder het verlaagde tarief als ze uit minimaal 32 pagina’s bestaan (aaneengehecht), zijn voorzien van een omslag en leerstof en/of leeropdrachten bevatten waarbij ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of uitwerken van leeropdrachten.

2.2.3. Cd-roms [Vervallen per 06-01-2010]

De levering van een cd-rom is niet aan te merken als de levering van een boek in de zin van voormelde post. De levering van de cd-rom valt onder het algemene tarief. Bij de uitgifte van boekwerken worden regelmatig cd-roms toegevoegd, als aanvulling op of ter verduidelijking van het lesmateriaal (waaronder videofragmenten e.d.), als oefenmateriaal of als naslagwerk. Bij de levering van een schoolboek met een daarbij gevoegde cd-rom is voor de btw-heffing sprake van de levering van twee afzonderlijke goederen (splitsing van prestaties). De bij een schoolboek gevoegde cd-rom maakt gemiddeld zo’n 25% van de totale prijs uit, en vormt daarmee een substantieel onderdeel van het totale pakket. Cd-roms kunnen daarom niet als bijkomend worden aangemerkt en vallen derhalve onder het 19% tarief. Hieraan doet niet af dat slechts één prijs in rekening wordt gebracht. Als de levering van een boek met cd-rom tegen één prijs wordt aangeboden moet de vergoeding gesplitst worden op basis van de gangbare prijzen die de uitgever voor elk van de artikelen vraagt. In het geval het boek en de cd-rom niet ook afzonderlijk worden aangeboden, kan de vergoeding worden gesplitst op basis van de gemaakte kosten en de aan elk artikel toe te rekenen winstopslag. Bij het toerekenen van de winstopslag wordt de verhouding van de gemaakte kosten als maatstaf gehanteerd.

2.2.4. Kopieerboeken [Vervallen per 06-01-2010]

Kopieerboeken zijn losbladige uitgaven met te kopiëren lesmateriaal. De kopieën worden gebruikt in de lessen en worden opgeborgen in een ringband. Kopieerboeken kunnen delen in het verlaagde tarief. Dit geldt ook voor de bij het kopieerboek behorende ringband, die speciaal is ontworpen voor het kopieerboek.

2.3. Brochures [Vervallen per 06-01-2010]

Brochures kunnen als boeken in de zin van deze post worden aangemerkt als het gaat om een drukwerk dat bestaat uit minimaal 32 pagina’s, is voorzien van een omslag en als een geheel is aaneengehecht.

Een drukwerk bestaande uit een bundel kaarten dat in een hoek is voorzien van een hechtpin waardoor de kaarten tot een waaier kunnen worden gedraaid, kan door de verschijningsvorm niet als een boek worden aangemerkt. Ditzelfde geldt voor een bundel aaneengehechte bladen als het de bedoeling is dat de bladen door de gebruiker worden losgemaakt.

2.4. Inbinden en repareren [Vervallen per 06-01-2010]

Als een boek opnieuw wordt ingebonden of gekartonneerd dan verricht de binder een (inbind)dienst die is belast naar het algemene tarief. Is er na het inbinden een nieuw boek ontstaan, dat wil zeggen een boek dat daarvoor niet bestond, dan verricht de binder een dienst die bestaat uit het opleveren van een nieuw boek. Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde tarief.

Ik keur goed dat alle gevallen waarin een aantal tijdschriften – bijvoorbeeld een jaargang – wordt ingebonden, worden aangemerkt als de oplevering van een nieuw boek. Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde tarief.

3. Dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal [Vervallen per 06-01-2010]

per jaar periodiek verschijnende uitgaven

3.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen uitgaven die regelmatig zullen verschijnen, dat wil zeggen minstens drie maal per jaar op (nagenoeg) vaste tijdstippen. Onder de post vallen ook:

  • uitgaven die gedurende één of meer gedeelten van het jaar – bijvoorbeeld seizoenen – regelmatig verschijnen;

  • uitgaven die met onregelmatige tussenpozen verschijnen, maar die elk kalenderjaar op dezelfde tijdstippen of over dezelfde tijdvakken verschijnen.

Uitgaven die regelmatig verschijnen zullen doorgaans een aanwijzing bevatten waaruit die regelmaat blijkt, bijvoorbeeld de vermelding ‘verschijnt x maal per jaar’.

Onder de post vallen de gewone dagbladen, weekbladen en tijdschriften. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld – als aan de hiervoor genoemde periodiciteiteis is voldaan – onder de post worden gerangschikt:

  • gidsen van woningbureaus;

  • kwartaalverslagen en dergelijke van bedrijven;

  • oude exemplaren van tijdschriften (ook als het tijdschrift niet meer verschijnt);

  • personeelsbladen;

  • verenigingsbladen.

Gemeenten en andere organisaties reserveren soms een of meer advertentiepagina’s in huis-aan-huisbladen. Dergelijke pagina’s zijn niet aan te merken als een zelfstandige periodieke uitgave, ook niet als zij zijn voorzien van een eigen kop, een afzonderlijke jaargang- en nummeraanduiding en een colofon.

3.2. Bijvoegsels [Vervallen per 06-01-2010]

Het komt voor dat tijdschriften samen met een bijvoegsel, bijvoorbeeld een receptenboekje, kortingsbonnen, cd’s of cd-roms in één (plastic) verpakking worden geleverd. Om te beoordelen of er sprake is van één of meer leveringen moet worden gekeken naar de criteria die het Hof van Justitie te Luxemburg in het arrest van 25 februari 1999, nr. C-349/96 (Card Protection Plan) heeft aangelegd. Voor cd’s en cd-roms (zie onderdeel 2.2.3) zal dit in nagenoeg alle gevallen betekenen dat de vergoeding moet worden gesplitst in een deel voor het tijdschrift (verlaagd tarief) en een deel voor de cd of cd-rom (algemeen tarief). Bij relatief kleine en/of eenvoudige artikelen zoals receptenboekjes en kortingsbonnen zal er doorgaans sprake zijn van bijkomstige leveringen. De hele vergoeding is dan onderworpen aan het verlaagde tarief.

4. Informatie die op een andere manier wordt aangeboden [Vervallen per 06-01-2010]

Bij boeken, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere minstens driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven in de zin van deze post moet het gaan om drukwerk. Informatie die op een andere manier wordt aangeboden valt niet onder de post. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de volgende leveringen en diensten:

  • abonnee- en kabeltelevisie;

  • cd’s, cd-i’s, cd-roms, dvd’s, diskettes en magneetbanden;

  • compactcassettes, videobanden en grammofoonplaten;

  • het internet;

  • het per faxbericht of e-mail verzenden van (bijvoorbeeld) een nieuwsbrief.

5. Drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als reclamemateriaal [Vervallen per 06-01-2010]

De post is niet van toepassing op drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als reclamemateriaal. Drukwerken waarbij de verkoop van goederen of het gebruik maken van diensten voorop staat of doel op zich is (zoals reclamebiljetten van winkelketens, veilingcatalogi en brochures van reisorganisaties, hotelketens en dergelijke waarin reizen en accommodaties worden aangeboden) zijn daarom belast naar het algemene tarief.

Reisgidsen, hotelgidsen, campinggidsen zijn geen reclamemateriaal wanneer zij een min of meer algemene omschrijving van bijvoorbeeld de bezienswaardigheden en accommodaties van een bepaalde streek geven. Studiegidsen van universiteiten zijn ook niet aan te merken als reclamemateriaal. Dit geldt ook als het gaat om gidsen van volksuniversiteiten en dergelijke die een overzicht geven van de cursussen waarvoor men zich kan inschrijven en de kosten van de verschillende cursussen. Deze gidsen kunnen delen in het verlaagde tarief als zij voldoen aan de kenmerken van een boek.

6. Verzenden van drukwerk [Vervallen per 06-01-2010]

Het komt voor dat een ondernemer die drukwerk levert ook de opdracht krijgt om dat drukwerk (boeken; dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven) van adresbanden te voorzien, te adresseren, te bundelen en het ter post te bezorgen. Niet van belang is of het drukwerk digitaal of offset gedrukt wordt.

Het bedrag dat voor die werkzaamheden in rekening wordt gebracht, inclusief porto- of frankeerkosten, wordt geacht te behoren tot de vergoeding voor de levering van het drukwerk. Dit geldt ook als er voor de werkzaamheden op de factuur een afzonderlijk bedrag in rekening wordt gebracht. Als het geleverde drukwerk onder post a 30 of a 31 valt, is ook de vergoeding voor de genoemde werkzaamheden onderworpen aan het verlaagde tarief.

Als een overeenkomst tussen de postbezorger en de persoon voor wie de post wordt bezorgd is gesloten waarin de postbezorger zich tegen een bepaalde vergoeding verbindt bepaalde post te bezorgen, kan er geen sprake zijn van een situatie waarbij de ondernemer die het drukwerk levert de opdracht tot die postbezorging heeft gekregen.

Als de porto- of frankeerkosten betrekking hebben op vrijgesteld postvervoer (op grond van artikel 11, eerste lid, letter m van de wet) kunnen ze worden behandeld als met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen. Dit kan ook als de ondernemer in opdracht van de opdrachtgever drukwerk verzendt dat hij niet heeft geleverd. Zie artikel 8, vijfde lid, letter a van de wet, artikel 4, eerste lid letter c van het uitvoeringsbesluit en artikel 5 van de uitvoeringsbeschikking. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • de opdrachtnemer moet het bedrag voor de postverzending afzonderlijk aan zijn opdrachtgever in rekening brengen;

  • dit bedrag moet gelijk zijn aan het bedrag dat de opdrachtnemer voor de postverzending daadwerkelijk aan de concessiehouder als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Postwet (thans TNT NV) heeft betaald.

Post a 31 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 31 luidt:

‘braille-papier, braille-folie, braille-drukwerk, braille-schrijfmachines, braille-handschrijfhulpmiddelen en dergelijke braille-artikelen; uurwerken, optische leesapparaten, t.v.-leesloepen, leesplateaus, oriëntatie-hulpmiddelen, steun-, tast- en herkenningsstokken speciaal ontworpen voor persoonlijk gebruik door blinden en slechtzienden; blindegeleidehonden; andere bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden; leespennen en andere apparatuur met een vergelijkbare functie, alsmede programmatuur, die speciaal zijn ontworpen voor gebruik door dyslectici;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

De opsomming van de hulpmiddelen is limitatief. Niet alle hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden vallen daardoor onder de post, maar alleen de specifiek aangewezen hulpmiddelen. Bovendien wordt aan die hulpmiddelen de eis gesteld dat zij speciaal zijn ontworpen voor persoonlijk gebruik door de visueel gehandicapten.

Sinds 1 januari 1998 kan de lijst van de onder de post opgenomen hulpmiddelen worden aangevuld en aangepast bij ministeriële regeling.

3. Brailleartikelen [Vervallen per 06-01-2010]

Computerapparatuur die uitsluitend door blinden kan worden gebruikt, valt onder de post. Het gaat bijvoorbeeld om (draagbare) notebookcomputers met een niet los te koppelen brailletoetsenbord.

Braillehardware en -software kunnen onder de post worden ingedeeld als het gaat om los leverbare brailleaanpassingen voor computerapparatuur. Voorbeelden hiervan zijn brailleleesregels, -printers, -toetsenborden.

Een notebookcomputer waaraan met klittenband een brailleleesregel is bevestigd, valt niet onder de post. Braillezetmachines vallen niet onder post omdat zij niet zijn ontwikkeld voor het persoonlijke gebruik door de blinde zelf.

4. Optische leesapparaten [Vervallen per 06-01-2010]

Optische leesapparaten zijn toestellen die een in zwartdruk op papier aangebrachte tekst rechtstreeks omzetten naar een vorm die door de blinden of slechtzienden kan worden waargenomen. Dit kan zijn een speciaal voor dit doel ontworpen monitor, geluid (gesproken tekst), brailletekens of reliëfletters. De apparaten moeten de tekst automatisch, zonder de tussenkomst van de visueel gehandicapte, omzetten. Dit is een gesloten circuit dat bestaat uit een camera die verbonden is met een monitor en dat speciaal is opgesteld voor het lezen van een tekst.

5. Aangewezen hulpmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

5.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

In artikel 34 van de uitvoeringsbeschikking zijn de aangewezen hulpmiddelen opgenomen:

‘Als hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 31, worden aangewezen:

  • a. sprekende koortsthermometers, bloedsuikermeters en bloeddrukmeters die worden aangewend voor zelfdiagnose;

  • b. programmatuur, alsmede de hiermee samenhangende apparatuur, die door middel van zogeheten spraakoutput er specifiek op is gericht visueel gehandicapten in staat te stellen om met computers te werken;

  • c. programmatuur die grafische besturingssystemen omzet in voor zogeheten spraakoutput en brailleschrift begrijpelijke informatie;

  • d. programmatuur die erop is gericht om conventionele geschriften met behulp van een scanner om te zetten in een door een computer te gebruiken tekst waardoor deze geschriften toegankelijk worden voor visueel gehandicapten;

  • e. programmatuur die erop is gericht de weergave op het beeldscherm van een computer te vergroten en/of te laten contrasteren;

  • f. bijzondere gezichtshulpmiddelen voor slechtzienden die gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven en individueel worden aangemeten, te weten: op of in een bril gemonteerde kijkerloepsystemen; telescoop- en prismaloepbrillen, de daarbij behorende opsteeklenzen daaronder begrepen; in een brilmontuur of brilglazen aan te brengen vergroot- en loepglazen; filterlenzen en -toepassingen en filterglazen bestemd voor een selectieve absorptie van meer dan 400 Nn van het licht met korte golflengte; alsmede tafelloepsystemen, al dan niet voorzien van verlichting, voor vergrotingen tot Nn 2X en bijbehorende toebehoren, en monoculaire handtelescopen.

Artikel 34 uitvoeringsbeschikking heeft geen betrekking op producten die kunnen worden gezien als massa-artikelen die doorgaans ook door niet-visueel gehandicapten worden gebruikt. Sprekende weegschalen vallen daarom niet onder de post.

Hulpmiddelen die zijn ontworpen en bestemd voor één specifieke visueel gehandicapte vallen ook niet onder de in dit artikel bedoelde hulpmiddelen.

5.2. Speciale computerhulpmiddelen (onderdelen b, c, d en e) [Vervallen per 06-01-2010]

5.2.1. Spraaksoftware en -apparatuur (onderdeel b) [Vervallen per 06-01-2010]

Het gaat hierbij om computertoepassingen die visueel gehandicapten in staat stellen met computers te werken door een volledige sprekende besturing. De spraakoutput wordt gebruikt door slechtzienden om teksten beter te lezen of als hulpmiddel om via een computer verzonden berichten (e-mail) te kunnen ontcijferen c.q. te verstaan zonder eerst andere toepassingen te moeten afsluiten.

5.2.2. Vertaalsoftware (onderdeel c) [Vervallen per 06-01-2010]

Deze software maakt het mogelijk om (grafische) besturingssystemen, die doorgaans werken met vensters en iconen, om te zetten in een voor visueel gehandicapten toegankelijk besturingssysteem. De door de computer verstrekte informatie wordt gelezen en/of gebruikt in combinatie met een brailleleesregel of een spraakoutput.

5.2.3. OCR (Optical Character Recognition, onderdeel d) [Vervallen per 06-01-2010]

Met behulp van een scanner worden door OCR traditioneel gedrukte documenten geconverteerd in tekstbestanden. Deze tekstbestanden worden vervolgens geschikt en toegankelijk gemaakt voor computergebruik door visueel gehandicapten.

5.2.4. Grootlettersoftware (onderdeel e) [Vervallen per 06-01-2010]

Deze software wijzigt de oorspronkelijke presentatie op het beeldscherm. Deze wijziging is zodanig dat niet-visueel gehandicapten niet kunnen werken met deze speciale presentatie.

5.3. Gezichtshulpmiddelen (onderdeel f) [Vervallen per 06-01-2010]

De genoemde gezichtshulpmiddelen zijn bestemd voor (ernstig) slechtzienden. Deze hulpmiddelen worden individueel aangemeten en door een arts of een optometrist voorgeschreven.

Telescoop- en prismalooksystemen worden apart in of op een bril gemonteerd. Een telescoopsysteem heeft een vergroting tot binoculair Nanometer (hierna: Nn) 3x en een prismaloep vergroot tot binoculair Nn 8x. Deze vergrotingswaarden komen pas tot uitdrukking als het hulpmiddel individueel wordt afgesteld.

Monoculaire vergrotingsystemen maken het mogelijk om ver weg te kijken en zodoende bewegwijzering en straatnamen te lezen. In deze categorie worden ook aangewezen kijker/loepsystemen die een gezichtsveldverbredende werking hebben. Hierbij valt te denken aan het groothoeksysteem, het Galilei systeem en een aplanatisch systeem. Een omgekeerd Galilei-systeem verruimt het gezichtsveld voor de groep slechtzienden die een kokergezichtsveld hebben, zoals bij Tapeto Retinale Dystrofie.

Verder zijn aangewezen filterlenzen en filterglazen met een selectieve absorptie van het licht met een korte golflengte, al dan niet photochromatisch, mede gebruikt voor monochromasie van de blauwe kegeltjes en albinisme. Deze absorptie reikt verder dan enkel filtering van de UVB – UVA-straling.

Monoculaire handtelescopen zijn kleine monoculaire vergrotingssystemen die door slechtzienden als incidenteel te gebruiken aanvullend hulpmiddel, manueel worden gebruikt.

5.4. Hulpmiddelen die niet onder de post vallen [Vervallen per 06-01-2010]

Spraaksoftware en vergrotingssoftware voor GSM is software waarmee een gewone GSM door visueel gehandicapten bediend kan worden. Deze software is specifiek voor visueel gehandicapten ontwikkeld. Deze software is echter niet in de post genoemd en valt daar dus niet onder.

6. Passingen [Vervallen per 06-01-2010]

Aan de in de post opgenomen hulpmiddelen kunnen passingen worden verricht. Met het begrip passingen wordt gedoeld op het aanpassen van een medisch hulpmiddel aan de individuele handicaps van de gebruiker van het desbetreffende hulpmiddel. In feite heeft de passing ten doel het medische hulpmiddel gebruiksklaar te maken of te houden. De hiervoor in rekening gebrachte paskosten kunnen delen in het verlaagde tarief.

7. Hulpmiddelen voor dyslectici (leespennen) [Vervallen per 06-01-2010]

Aan de post zijn per 1 januari 2007 leespennen en andere apparatuur met een vergelijkbare functie, alsmede programmatuur, die speciaal zijn ontworpen voor gebruik door dyslectici, toegevoegd. De leespen lijkt op een schrijfpen, waarin een microcomputer met scanner en spraakfunctie is ingebouwd. Deze pen stelt de dyslectici in staat om zelfstandig te lezen. Bij speciaal ontworpen programmatuur valt te denken aan software die ervoor zorg draagt dat bestaande tekst hardop wordt voorgelezen, waarbij een speciale cursor het meelezen vergemakkelijkt, of die er voor zorgt dat getypte teksten hardop worden voorgelezen, woorden fonetisch worden gespeld of woorden die hetzelfde klinken maar verschillende betekenissen hebben van een korte uitleg of van een plaatje worden voorzien.

8. Verhuur hulpmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat de verhuur van de in de post genoemde artikelen naar het verlaagde tarief wordt belast.

Post a 32 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 32 luidt:

‘gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze post;’

2. Tuinbouwproducten [Vervallen per 06-01-2010]

Als tuinbouwproducten worden aangemerkt: groenten, fruit en sierteeltproducten.

3. Verwarming ter bevordering van het groeiproces [Vervallen per 06-01-2010]

Bij verwarming ter bevordering van het groeiproces gaat het om het verwarmen van kassen en warenhuizen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt.

Verder kunnen onder de post worden gerangschikt de levering van gas en minerale olie die wordt gebruikt voor:

  • de verwarming van bloembollenschuren voor bloemknopbevordering en kwaliteitsbehandeling van de bloembollen;

  • de behandeling van bloembollen door verwarming van de grond via een buizennet;

  • de teelt en het drogen van tuinbouwzaden;

  • de verwarming ten behoeve van het prepareren van plantuitjes, met het doel de kwaliteit van consumptie-uitjes te verbeteren;

  • de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden;

  • het stomen (kiemvrij maken) van de mest die benodigd is voor het kweken van champignons;

  • de verwarming van champignoncellen;

  • de bestrijding van nachtvorst in boomgaarden met kachels;

  • het forceren van rabarber en witlof;

  • het in cellen in bloei trekken van trekheesters.

Bij het gebruik van petroleum voor verwarmingsdoeleinden ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten komt kooldioxide (CO2) vrij. Dit kooldioxide wordt vaak gebruikt om de groei van deze producten in gunstige zin te beïnvloeden. De petroleum wordt in bepaalde gevallen zelfs uitsluitend voor het opwekken van kooldioxide gebruikt. Ik keur goed dat in deze gevallen de levering van petroleum onder de post wordt gerangschikt.

4. Ministeriële regeling [Vervallen per 06-01-2010]

4.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

In de artikelen 34a tot en met 34c van de uitvoeringsbeschikking zijn nadere regels gesteld. Er zijn twee regelingen te onderscheiden:

  • bij de levering van gas door middel van pijpleidingen aan tuinbouwers mogen de gasdistributiebedrijven onder bepaalde voorwaarden direct het verlaagde tarief toepassen;

  • bij de levering van minerale olie en van op andere wijze gedistribueerd gas wordt het verlaagde tarief via een teruggaaf aan de tuinbouwer – van het verschil tussen het algemene en het verlaagde tarief – geëffectueerd.

4.2. Gas en warmte [Vervallen per 06-01-2010]

4.2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Het gasdistributiebedrijf dat gas door middel van pijpleidingen aan een tuinbouwer levert, mag op grond van artikel 34a van de uitvoeringsbeschikking voor die levering het verlaagde tarief toepassen. De leverancier moet een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kunnen overleggen waaruit blijkt dat deze het gas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. De leverancier moet bij de aanvang van het kalenderjaar per aansluiting over een verklaring beschikken. Als slechts een gedeelte van het gas niet wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten – bijvoorbeeld voor de verwarming van een kantine, kantoorruimte, handelsactiviteiten of nevenactiviteiten – moet dit in de verklaring worden vermeld. Dat gedeelte moet in een percentage van het totale verbruik worden uitgedrukt.

Als door een onjuiste verklaring van een tuinbouwer te weinig belasting is voldaan, moet deze belasting met toepassing van artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van die tuinbouwer worden nageheven.

4.2.2. Warmte [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat deze regeling ook wordt toegepast bij de levering van warmte door middel van een ondergronds leidingennet voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. Dit kan bijvoorbeeld stadsverwarming zijn. Alle regels en aanwijzingen die zijn opgenomen in artikel 34 van de uitvoeringsbeschikking en in onderdeel 4.2.1 en 4.2.3 zijn van overeenkomstige toepassing.

4.2.3. Procedure [Vervallen per 06-01-2010]

Voor het indienen van de verklaring bij de leverancier geldt de volgende procedure. Tuinbouwers kunnen een verklaring krijgen van de Dienst Regelingen, agentschap van het ministerie van LNV. De Dienst Regelingen verklaart hierin:

  • dat de aanvrager bij de Dienst Regelingen is geregistreerd;

  • dat de verklaring is uitgereikt ten behoeve van het gebruik van aardgas of warmte voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten;

  • voor welke van de hiervoor in onderdeel 3. genoemde activiteiten het gas of de warmte worden gebruikt;

  • dat uit de laatst bekende gegevens van de Landbouwtelling blijkt dat deze activiteiten bij een omvang van tenminste 3 Nge (Nederlandse grootte-eenheden) aanwezig zijn op het bedrijf van de aanvrager.

De tuinbouwer verwerkt in de verklaring de overige gegevens die volgens artikel 34a van de uitvoeringsbeschikking zijn vereist. Vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft, wordt deze ingeleverd bij de leverancier.

4.2.4. Privé-gebruik [Vervallen per 06-01-2010]

Soms wordt een deel van het geleverde gas door de tuinbouwer gebruikt voor privégebruik (bijvoorbeeld huishoudelijk gebruik), waarop het verlaagde tarief niet van toepassing is. Dit is het geval als er geen aparte gasmeter voor het woonhuis aanwezig is. Voor de energiebelasting wordt in de praktijk aangenomen dat 5000 m3 over de gebruiksperiode van twaalf maanden voor privégebruik is bestemd. Voor de omzetbelasting wordt hierbij aangesloten. Bij gebruiksperioden korter dan twaalf opeenvolgende maanden, moet 5000 m3 gas tijdsevenredig worden berekend. In het tijdvak waarin de jaarlijkse afrekening wordt ontvangen moet afrekening van dit verbruik plaatsvinden. Dit privé gebruik is belast naar het algemene tarief.

4.2.5. Gas niet door middel van pijpleidingen geleverd [Vervallen per 06-01-2010]

Als het gas niet door middel van een pijpleiding wordt geleverd maar bijvoorbeeld in flessen of bulk (propaan of butaan) dan kan de leverancier het verlaagde tarief niet toepassen. De teruggaafregeling voor minerale olie is dan van toepassing (zie onderdeel 4.3).

4.3. Minerale olie [Vervallen per 06-01-2010]

4.3.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Op de levering van minerale olie bestemd voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten vindt het verlaagde tarief toepassing door middel van een teruggaaf aan de tuinbouwers.

4.3.2. Procedure [Vervallen per 06-01-2010]

Voor het aanvragen van de teruggaaf geldt de volgende procedure. De tuinbouwer kan eens per jaar een verklaring aanvragen bij de Dienst Regelingen, agentschap van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De Dienst Regelingen verklaart hierin:

  • dat de aanvrager bij de Dienst Regelingen is geregistreerd;

  • dat de verklaring is uitgereikt ten behoeve van het gebruik van minerale oliën en gas, anders geleverd dan door middel van een pijpleiding, voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten;

  • voor welke van de onder onderdeel 3 genoemde activiteiten de olie of het gas worden gebruikt;

  • dat uit de laatst bekende gegevens van de Landbouwtelling blijkt dat deze activiteiten bij een omvang van tenminste 3 Nge (Nederlandse grootte-eenheden) aanwezig zijn op het bedrijf van de aanvrager.

De Dienst Regelingen verstrekt de aanvrager bij de verklaring een aantal aangifteformulieren waarmee de aanvrager teruggaaf kan verzoeken bij de Belastingdienst. Op het aangiftebiljet vermeldt de tuinbouwer de overige gegevens die volgens artikel 34b van de uitvoeringsbeschikking zijn vereist.

De verklaring wordt per kalenderjaar afgegeven. De verklaring moet samen met het eerste verzoek om teruggaaf in een kalenderjaar aan de Belastingdienst worden gestuurd. Het verzoek om teruggaaf wordt per kalenderkwartaal ingediend bij het bevoegde kantoor van de Belastingdienst, binnen drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal. Bij het verzoek moeten de aankoopfacturen van de olie (of het bulk- of flessengas, zie onderdeel 4.3.5.) worden gevoegd.

4.3.3. Privé gebruik [Vervallen per 06-01-2010]

Soms wordt een deel van de geleverde minerale olie door de tuinbouwer privé gebruikt. De hiervoor beschreven teruggaafregeling is hierop niet van toepassing.

4.3.4. Opterende tuinbouwers [Vervallen per 06-01-2010]

De teruggaafregeling geldt alleen voor tuinbouwers die onder de landbouwregeling van artikel 27, eerste lid van de wet vallen.

4.3.5. Gas niet door middel van pijpleidingen geleverd [Vervallen per 06-01-2010]

Op gas dat niet door middel van een pijpleiding wordt geleverd maar bijvoorbeeld in flessen of bulk (propaan of butaan), kan de leverancier het verlaagde tarief niet toepassen. Voor deze gevallen geldt dezelfde teruggaafregeling als voor minerale olie.

Post a 33 (vervallen) [Vervallen per 06-01-2010]

Post a 34 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 34 luidt:

‘invalidewagentjes en invalidekrukken; sta-opstoelen; hooglaagbedden;

2. Invalidenwagentjes [Vervallen per 06-01-2010]

2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Een invalidenwagentje is een vervoermiddel dat is ingericht om te worden gebruikt door een invalide of een minder valide. Onder de post vallen ook motorvoertuigen die zijn ingericht om te worden gebruikt door een invalide. Hiervan is sprake als het desbetreffende voertuig in het maatschappelijk verkeer op basis van bestemming en presentatie als invalidenvoertuig wordt beschouwd. Zo vallen bijvoorbeeld voertuigen die worden aangedreven door een elektromotor of een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 250 cm3 onder de post.

Scootmobiels worden doorgaans aangeschaft in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Een scootmobiel dat als invalidenvoertuig in de zin van de Wegenverkeerswet moet worden aangemerkt, is een invalidenwagentje in de zin van de post.

Een specifiek voor een invalide aangepaste personenauto valt niet onder de post.

2.2. Onderdelen en toebehoren van invalidenwagentjes [Vervallen per 06-01-2010]

(Onder)delen en toebehoren die tot de normale uitrusting van invalidenwagentjes behoren en met die wagentjes op grond van één overeenkomst en voor één prijs worden geleverd, worden samen met de wagentjes als één goed beschouwd.

Een voorbeeld is de acculader die hoort bij de invalidenwagen en tegelijk geleverd wordt. Zij zijn dan onderworpen aan het verlaagde tarief. Onder onderdelen en toebehoren worden alleen die artikelen begrepen die een noodzakelijke functie vervullen bij het gebruik van invalidenwagentjes. Zonder deze onderdelen en toebehoren is een invalidenwagentje in technisch en functioneel opzicht niet compleet. Wordt bijvoorbeeld een accu als onderdeel van een elektrisch aangedreven invalidenwagentje geleverd, dan valt deze onder het verlaagde tarief omdat het invalidenwagentje technisch en functioneel niet compleet is zonder een accu.

(Onder)delen en toebehoren van invalidenwagentjes die afzonderlijk worden geleverd, mogen alleen onder de post worden gerangschikt als zij specifiek zijn vervaardigd en bestemd voor gebruik in invalidenwagentjes. Antidecubituskussens die los geleverd worden vallen ook onder het verlaagde tarief nu deze hoofdzakelijk gebruikt worden voor gebruik in invalidenwagentjes. De handbike valt onder het verlaagde tarief (het onderdeel bij een rolstoel dat de inzittende in staat stelt te rijden door middel van een soort trapbeweging met de handen).

Als toebehoren van een invalidenwagentje zijn onder andere aan te merken:

  • driewielers die zijn uitgerust met een draagplateau waardoor zij in staat zijn een rolstoel te vervoeren;

  • fietsen zonder voorwiel met zodanige voorzieningen dat zij aan een rolstoel kunnen worden gekoppeld.

Voorbeelden van toebehoren die niet onder de post kunnen niet worden gerangschikt:

  • kledingstukken die wat betreft pasvorm voor rolstoelgebruikers zijn aangepast (jassen, colberts, pantalons, blouses, ondergoed e.d.);

  • artikelen die zijn bestemd om rolstoelgebruikers tegen regen of koude te beschermen (bijv. regenhoezen of -capes, beenbekleding, schootkleden e.d.);

  • voorzieningen die de toegankelijkheid van gebouwen, woningen en trottoirs voor invalidenwagentjes verbeteren, zoals zogenoemde vlinderopritten;

  • een losse acculader.

3. Overige gehandicaptenvoorzieningen [Vervallen per 06-01-2010]

Voor gehandicapten worden diverse soorten zitsystemen en -elementen aangeboden. Deze zijn speciaal voor gehandicapten ontworpen en vervaardigd en kunnen op verschillende soorten verrijdbare onderstellen zijn gemonteerd. Deze zitsystemen zijn te onderscheiden in:

  • systemen die zich niet of nauwelijks lenen voor gebruik als vervoermiddel. Het gaat hier om zitorthesen/zitelementen die zijn gemonteerd op een onderstel met kleine zwenkwieltjes. Deze zitsystemen kunnen niet worden aangemerkt als invalidenwagentjes in de zin van de post;

  • systemen die gebruikt worden als zitmeubel en vervoermiddel. Het gaat om zitorthesen/zitelementen die zijn gemonteerd op een onderstel met luchtbanden. Deze zitsystemen kunnen op één lijn worden gesteld met de in post bedoelde invalidenwagentjes.

Wandelwagens die speciaal zijn aangepast voor het gebruik door een gehandicapt kind (de zogenoemde invalidenkinderbuggy) valt onder het verlaagde tarief.

De volgende apparaten en voorzieningen zijn niet onder invalidenwagentjes te rangschikken:

  • patiënten-heftoestellen;

  • invalidenliftjes (bijvoorbeeld mono-liften);

  • sta-orthesen (hulpmiddelen om gehandicapten te verticaliseren);

  • ligorthesen (hulpmiddelen ter ondersteuning dan wel correctie van de romp of bepaalde lichaamsdelen van gehandicapten), ook al zijn deze gemonteerd op een verrijdbaar onderstel.

Ik keur goed dat douche- en toiletstoelen onder de post worden gerangschikt.

4. Invalidenkrukken en onderdelen daarvan [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen alle soorten hand-, onderarm- en okselsteunkrukken.

Looprekken en rollators vallen ook onder de post. Ik keur goed dat ook (onder)delen en toebehoren van invalidenkrukken zoals fixatievoorzieningen, steunen e.d. onder de post vallen, als zij voor deze krukken zijn vervaardigd en bestemd.

Gewone wandelstokken vallen niet onder de post.

5. Sta-opstoelen [Vervallen per 06-01-2010]

Sta-opstoelen worden gebruikt door personen die door functiestoornissen niet (meer) in staat zijn vanuit normale zithoogte zelfstandig op te staan. Een sta-opstoel bevat een motor die het zitgedeelte en het ruggedeelte (de zgn. sta-oplift) omhoog beweegt, zodat de gebruiker wordt geholpen bij het opstaan.

Onder de post vallen ook stoelen die naast de sta-oplift nog van andere motoren c.q. mogelijkheden zijn voorzien. Het gaat hier om stoelen die naast de sta-oplift ook zijn voorzien van bijvoorbeeld een kantelverstelling (voor het gelijktijdig kantelen van rugleuning en zitting, zonder dat de zithoek wijzigt), een rugverstelling (voor het verstellen van de rugleuning) en een voetenbankverstelling (voor het verstellen van de voetensteun). Deze stoelen worden doorgaans aan de zorgverzekeraar geleverd, die de stoelen vervolgens aan de verzekerden in bruikleen verstrekt.

Voor het herstellen van sta-opstoelen wordt verwezen naar onderdeel 2 van de toelichting bij post b 1.

6. Hooglaagbedden [Vervallen per 06-01-2010]

Hooglaagbedden zijn bedden die zijn voorzien van een transfersysteem (waarmee het liggedeelte in zijn geheel omhoog en omlaag kan worden gebracht) of een keermechanisme (waarmee de patiënt van de rug op de zijde of de buik wordt gedraaid). Het transfersysteem of het keermechanisme wordt aangedreven door de ook op het bed aangebrachte motor.

Het gaat om bedden die pas worden verstrekt nadat de medische indicatie is aangetoond. Het zijn bedden die speciaal zijn bedoeld om te worden gebruikt in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen of, al dan niet verstrekt via een thuiszorginstelling, door een gehandicapte of zieke thuis.

De post geldt uitsluitend voor de levering van het hooglaagbed zelf. De levering van accessoires, toebehoren of onderdelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Op de samen met het hooglaagbed geleverde afneembare zijhekken, hoofdeinde en voeteneinde kan overigens wel het verlaagde tarief worden toegepast.

7. Passingen aan de in post a 34 opgenomen medische hulpmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Wat hiervoor bij post a 31 in onderdeel 6 is opgemerkt over passingen aan medische hulpmiddelen, geldt ook voor de in deze post genoemde categorieën medische hulpmiddelen.

8. Verhuur [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat de verhuur van de onder de post vallende producten ook wordt belast tegen het verlaagde tarief.

Post a 35 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 35 luidt:

‘kunstledematen, te weten: arm-, hand-, been- en voetprothesen; hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen voor het overnemen van de fixatiefunctie van een niet of slecht functionerende hand; beenbeugels, breukbanden en kunstgewrichten; kunstogen, -oren en -nieren; aangezichts-, borst-, neus- en larynxprothesen, chirurgische inplanteringsprothesen; hart- en spierstimulatoren; gehoorapparaten en andere bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden; oorapparaten tegen stotteren; hulpmiddelen voor stomapatiënten; orthopedisch schoeisel; hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen voor het uittrekken van therapeutische elastische steunkousen; orthopedische maatkorsetten; delen, onderdelen en toebehoren, kennelijk bestemd voor de hiervoor genoemde goederen;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

De diensten die door een prothesemaker worden verricht, zoals het geven van adviezen over mogelijke aanpassingen van prothesen, liggen buiten het toepassingsbereik van de post.

Sinds 1 januari 2002 geldt voor de hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden andere dan gehoorapparaten, dat zij moeten zijn aangewezen bij ministeriële regeling (artikel 35 uitvoeringsbeschikking).

Losse (onder)delen en toebehoren van de in de post vermelde goederen vallen alleen dan onder de post, als zij voor die goederen zijn vervaardigd en bestemd.

3. Hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen voor het overnemen van de fixatiefunctie van een niet of slecht functionerende hand [Vervallen per 06-01-2010]

Het overnemen van de fixatiefunctie heeft betrekking op de situatie dat een persoon de niet of slecht functionerende hand gebruikt om een voorwerp vast te houden of tegen te houden (te fixeren) en zijn andere hand gebruikt om het voorwerp feitelijk te kunnen gebruiken. Het hulpmiddel neemt de fixatiefunctie van die ene hand over, zodat de andere hand, die nog goed functioneert, de gewenste handelingen met het voorwerp kan verrichten (bijv. het openen van een fles). Bladomslag en eetapparaten vallen hier niet onder.

4. Kunstogen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de tabelpost valt niet alleen een volledig kunstoog. Een scleraschaal kan ook onder de post worden gerangschikt. Een scleraschaal is een ‘schelpje’ dat over een blind oog wordt gedragen. De kleur en de tekening van de scleraschaal zijn gelijk aan die van het gezonde oog.

5. Kunstnier [Vervallen per 06-01-2010]

Een kunstnier is een installatie die – buiten het menselijke lichaam – de zuiveringsfunctie van de nier aanvult of vervangt. Bij gebruik van een kunstnier stroomt het bloed vanuit het menselijk lichaam naar de kunstnier; daar wordt het bloed gezuiverd, waarna het weer terugstroomt naar het lichaam. Voor deze bloedstroom wordt gebruik gemaakt van een kunstmatig ‘vaatsysteem’ bestaande uit bloedlijnen, naalden en katheters. Dit kunstmatige vaatsysteem kan niet worden aangemerkt als een (onder)deel of toebehoren van de kunstnier. De kunstmatige aan- en afvoervaten zorgen alleen voor het transport van het bloed naar en vanaf de kunstnier en vervullen op zichzelf geen functie bij de daadwerkelijke zuivering van het bloed. Ook de bij nierdialyse te gebruiken afdrukklemmen en stoelen zijn geen (onder)deel of toebehoren van een kunstnier. De functie die deze artikelen in het kader van de nierdialyse vervullen houdt geen verband met de werking van de kunstnier zelf. Hetzelfde geldt voor de bij nierdialyse gebruikte fistulanaalden en femoralis-subclavia katheters. Dat zijn injectienaalden en katheters die dusdanig zijn geconstrueerd dat binnen korte tijd probleemloos een relatief grote hoeveelheid bloed van de patiënt kan worden afgenomen. De bij het kunstmatige vaatsysteem gebruikte katheters vallen onder post a 37.

CAPD-warmteboxen waarmee bij nierdialyse via het buikvlies (CAPD = Continue Ambulante Peritoneale (= via het buikvlies) Dialyse) de dialysevloeistof wordt verwarmd tot lichaamstemperatuur, zijn niet aan te merken als kunstnier of als kennelijk voor kunstnieren bestemde (onder)delen en toebehoren. Zij vallen daarom niet onder de post.

6. Chirurgische implanteringsprothesen [Vervallen per 06-01-2010]

6.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder chirurgische implanteringsprothesen wordt verstaan producten die via een chirurgische ingreep blijvend in het menselijke lichaam worden ingebracht om de functie van bepaalde organen over te nemen.

Voorbeelden van implanteringsprothesen die onder de post vallen:

  • de stent of endoprothese, een buisvormig voorwerp dat ertoe dient delen van een beschadigd buisvormig orgaan in het menselijk lichaam (bijvoorbeeld (slag)aderen, urineleiders, galweggangen, luchtwegen en dergelijke) te vervangen;

  • intra-oculaire ooglenzen, uit kunststof vervaardigde lenzen die door de oogarts bij staarpatiënten worden geïmplanteerd na verwijdering en ter vervanging van de originele ooglens;

  • platen, pennen, schroeven enzovoorts die worden gebruikt bij het behandelen van breuken in het beendergestel, die in post 9021 van de Gecombineerde Nomenclatuur zijn in te delen.

Niet onder de post valt bijvoorbeeld een Tissue Expander, een ballonachtig reservoir dat tijdelijk onder de huid wordt aangebracht ter voorbereiding op een chirurgische ingreep.

6.2. Botcement en dergelijke producten [Vervallen per 06-01-2010]

Botcement valt onder de post. Botcement is een buigzame pasta die is ontstaan door samenvoeging van een poeder en een vloeistof en wordt gebruikt voor het bevestigen van bijvoorbeeld chirurgische implanteringsprothesen en kunstgewrichten.

Producten die tijdens een chirurgische ingreep, na het toevoegen van andere (vloeibare) stoffen, tot een soort implanteringsprothese worden gevormd, kunnen ook onder de post vallen.

Producten die na het inbrengen in het menselijk lichaam ervoor zorgen dat het lichaam zelf bindweefsel aanmaakt waardoor verloren gegaan lichaamsweefsel wordt vervangen, vallen niet onder de post. Die producten vervangen immers zelf geen weefsel, ook niet als die producten in het lichaam aanwezig blijven.

6.3. Dierlijke transplantaten [Vervallen per 06-01-2010]

Weefseltransplantaten van dierlijke oorsprong worden gebruikt als alternatief voor menselijke weefseltransplantaten. Deze dierlijke weefseltransplantaten worden via een chirurgische ingreep in het menselijk lichaam ingebracht. Na een periode van vergroeiing en eventueel absorptie vervangen zij de functie van een bepaald (gedeelte van een) orgaan. Deze dierlijke weefseltransplantaten kunnen worden aangemerkt als chirurgische implanteringsprothesen als bedoeld in de post. Collageen implantaten zijn niet als chirurgische implanteringsprothesen te beschouwen. Het betreft steriele preparaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen bevatten en die zijn bestemd om te worden geïnjecteerd in de (menselijke) huid ter correctie van onregelmatigheden (zoals acnelittekens, fronslijnen en rimpels) in de (opper)huid.

6.4. Tandheelkundige producten [Vervallen per 06-01-2010]

De leveringen van (volledige) tandprothesen zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 1°, van de wet.

De post is van toepassing op tandheelkundige implantaten die niet als volledige tandprothesen zijn aan te merken. Hierna volgen enige voorbeelden:

  • kunstwortels die in de menselijke kaak worden geïmplanteerd en die de functie van de wortel van een tand of kies overnemen. Als de kunstwortel en de verankeringkraag één geheel vormt (zogenoemd 1-fase-implantaat), dan valt dit geheel onder de post. Genezing- en afdekschroeven die noodzakelijk zijn voor het adequaat laten vastgroeien van de kunstwortel kunnen ook onder de post worden gerangschikt;

  • titanium pijlerschroeven die in de kaak worden ingebracht en na vergroeiing met het kaakbeen dienen als bevestigingspunten (‘wortels’) voor een in de kaak te verankeren brugconstructie.

Niet onder de post vallen andere artikelen, hulpmiddelen of gereedschappen die worden gebruikt voor het aanbrengen van 1- en 2-fase-implantaten, het vervaardigen/plaatsen van kronen, bruggen en gebitsprothesen. Goudkappen, opbouwen en fixatieschroeven vallen niet onder de post.

6.5. Implanteerbare injectiepoorten [Vervallen per 06-01-2010]

Een injectiepoort is een uit kunststof vervaardigde (ronde) ‘kamer’ met een diameter van enkele centimeters die via een chirurgische ingreep bij de patiënt wordt geïmplanteerd. De injectiepoort dient als opslagreservoir voor medicijnen. De katheter fungeert als transportmiddel voor de medicijnen naar de (grote) bloedvaten. De injectiepoorten worden gebruikt bij patiënten waarvan de bloedvaten niet of nauwelijks te prikken zijn. Deze injectiepoorten nemen in feite een functie van de bloedvaten van deze patiënten (de mogelijkheid van ‘aanprikken') over. Als zodanig zijn deze injectiepoorten op één lijn te stellen met de in de post genoemde chirurgische implanteringsprothesen.

6.6. Thorax-drainagesystemen [Vervallen per 06-01-2010]

Een thorax-drainagesysteem (thorax = borstholte) bestaat uit drainageapparatuur en een thoraxdrain die zich buiten het lichaam van de patiënt bevindt. De thoraxdrain (een katheter) wordt tijdelijk in de borstkas van de patiënt geplaatst en aangesloten op het thoraxdrainagesysteem. Via het systeem wordt de normaliter in de pleuraholte (d.i. de holte tussen de longvliezen) aanwezige negatieve druk gecorrigeerd, waarna de longen weer op reguliere wijze kunnen functioneren.

De drainagesystemen zijn niet onder de tabelpost te rangschikken omdat zij niet blijvend in het menselijke lichaam worden aangebracht en zij niet bepaalde organen vervangen. De thoraxdrain is een onderdeel van het systeem, maar valt onder post a 37 als wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in onderdeel 4.3 (kathetersets) van de toelichting bij die post.

7. Hart- en spierstimulatoren [Vervallen per 06-01-2010]

7.1. Hartstimulatoren [Vervallen per 06-01-2010]

De combinatie van een kleine monitor om hartstroompjes te meten en een defibrillator om het hart te stimuleren kan als hartstimulator onder de post worden gerangschikt.

7.2. Spierstimulatoren [Vervallen per 06-01-2010]

Spierstimulatie vindt plaats door elektrostimulatie (stimulatie door middel van elektrische stroom). Hierbij wordt gebruik gemaakt van apparaten die door middel van laag- of middelfrequente stroom spieren rechtstreeks tot activiteit aanzetten en die als spierstimulator in de handel worden gebracht.

Naar spraakgebruik moet onder een spierstimulator worden verstaan: een toestel dat zodanige, rechtstreekse, prikkels aan de spieren afgeeft dat deze als gevolg daarvan direct tot activiteit worden aangezet of direct daardoor in gang worden gezet om met de werking van de spier een bepaalde lichaamsfunctie te vervullen. Bijkomstig gebruik van een spierstimulator voor andere vormen van elektrotherapie – bijvoorbeeld pijnbestrijding – doet niet af aan toepassing van de post.

Apparaten die met de prikkels die zij afgeven geen spieren in gang zetten om deze een bepaalde lichaamsfunctie te laten vervullen maar wel een gunstig effect kunnen hebben op het functioneren van de spieren, zijn geen spierstimulatoren. Bijvoorbeeld een apparaat dat door middel van een elektrische stroom spieren activeert en gebruikt worden voor de verbetering van gezondheid, lichamelijke schoonheid en/of conditie.

Naar spraakgebruik zijn proprioceptieve inlegzolen niet als spierstimulatoren aan te merken. Zie ook onderdeel 11 bij deze post en onderdeel 10 bij post a 8.

7.3. Zenuwstimulatoren [Vervallen per 06-01-2010]

Alleen zenuwstimulatoren die door middel van elektrostimulatie zenuwen rechtstreeks tot activiteit aanzetten en alleen sporadisch worden gebruikt voor andere doeleinden dan zenuwstimulatie, kunnen onder de post worden gerangschikt. Been- en armmanchetten zijn geen zenuw- of spierstimulator.

7.4. Multifunctionele stimulatoren [Vervallen per 06-01-2010]

Apparatuur die niet uitsluitend wordt gebruikt voor spier- of zenuwstimulatie maar een breed toepassingsgebied kent, is niet aan te merken als een spier- of zenuwstimulator in de zin van deze post. Het gaat onder meer om apparatuur die werkt door middel van ultra geluid, elektromagnetische velden of (soft) laserstraling. Bedoelde apparatuur wordt onder meer gebruikt om de doorbloeding te stimuleren, voor energieopbouw, om oxidatieprocessen op gang te brengen en voor de opbouw van de stofwisseling. Het doet niet af dat de apparatuur wordt aangeschaft met het oog op de stimulatie van spieren en/of zenuwen.

8. Gehoorapparaten en andere hulpmiddelen voor doven en slechthorenden [Vervallen per 06-01-2010]

8.1. Gehoorapparaten [Vervallen per 06-01-2010]

Alleen gehoorapparaten die aan het lichaam worden gedragen en die bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door slechthorende personen, vallen onder post.

8.2. Gehoorapparaten in combinatie met speciale systemen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen niet alleen de bekende conventionele gehoorapparaten, maar ook specifiek voor de slechthorende ontwikkelde systemen waarbij een apparaat in het oor wordt gedragen in combinatie met voorzieningen die geluid verzenden naar dat apparaat.

Zo is onder de post bijvoorbeeld te rangschikken infraroodapparatuur voor de overdracht van geluid die uitsluitend verkrijgbaar is bij audiciëns en in aanmerking komt voor vergoeding door de zorgverzekeraar. De specifiek voor de infraroodapparatuur bestemde accublokjes kunnen, ook als zij afzonderlijk worden geleverd, ook onder de post worden gerangschikt.

Apparaten die algemene toepassingsmogelijkheden hebben en dus niet speciaal zijn ontwikkeld en worden aangeboden om te worden gebruikt door slechthorenden vallen niet onder de post. Voorbeelden:

  • koptelefoons die geluidssignalen van audioapparatuur, radio of televisie weergeven, ongeacht of die geluidssignalen naar de koptelefoon worden overgedragen via draden of via infraroodgolven;

  • apparatuur die de gebruikers in staat stelt tijdelijk beter te horen in ruimtes met relatief veel omgevingslawaai, zoals conferentie- en vergaderzalen. De omstandigheid dat het ontvangstapparaat aan het lichaam wordt gedragen, vormt op zichzelf geen reden om de apparatuur onder de post te rangschikken;

  • ringleidingsystemen die bestaan uit één of meerdere versterkers die zijn verbonden met de in een ruimte aanwezige geluidsbron, ringleidingdraad dat in de ruimte (bijvoorbeeld de vloer) is aangebracht en een speciale luisterspoel die in het gehoorapparaat van een slechthorende is ingebouwd. Via het door de versterker opgewekte magnetische veld wordt het door de geluidsbron voortgebrachte geluid overgebracht naar de in het gehoorapparaat aanwezige luisterspoel. Deze systemen worden zowel in woningen als in openbare ruimten (schouwburgen e.d.) aangelegd. Ringleidingsystemen vallen niet onder de post omdat zij niet zijn aan te merken als gehoorapparaten in de zin van de post (de tot deze systemen behorende onderdelen worden – afgezien van de luisterspoel – niet aan het lichaam gedragen) en zijn bovendien niet uitsluitend bestemd voor persoonlijk gebruik door auditief gehandicapten (ook niet auditief gehandicapten kunnen van ringleidingsystemen gebruik maken);

  • infraroodluistersystemen (wat betreft werking vergelijkbaar met ringleidingsystemen). Dergelijke systemen bestaan uit een infraroodzender die is verbonden met de in een ruimte aanwezige geluidsbron en een aan het lichaam gedragen oorbeugel met infraroodontvanger, die het door de geluidsbron voortgebrachte geluid naar de oren van de drager van de oorbeugel leidt. Ook voor infraroodluistersystemen geldt dat zij niet als gehoorapparaten in de zin van de post zijn te beschouwen en dat zij niet uitsluitend zijn bestemd voor persoonlijk gebruik door auditief gehandicapten.

8.3. Onderdelen en toebehoren [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de in de post bedoelde (onder)delen en toebehoren kunnen worden gerangschikt de ronde, platte batterijen en accu’s voor gehoorapparaten met een doorsnede van 12 mm of minder en een dikte van 5,4 mm of minder, als uit de verpakking of op een andere objectief toetsbare manier blijkt dat die batterijen en accu’s zijn bestemd voor gebruik in gehoorapparaten.

Het oorstukje is een kunststof afgietsel van een deel van het inwendige oor van de drager van een gehoorapparaat. Een gehoorapparaat is in functioneel opzicht niet compleet zonder oorstukje. Om die reden is de levering van een los oorstukje aan te merken als de levering van een onderdeel c.q. toebehoren van een gehoorapparaat en valt daarom onder de post.

Niet als onderdeel of toebehoren kunnen worden aangemerkt:

  • kunststoffen voor het vervaardigen van oor(zwem)stukjes;

  • sets voor het reinigen van de gehoorgang en/of de oorstukjes van gehoorapparaten;

  • oordopjes die dienen voor de bescherming van het (inwendige) oor bij zwemmen en dergelijke.

8.4. Andere apparatuur voor doven en slechthorenden [Vervallen per 06-01-2010]

8.4.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Sinds 1 januari 2002 is in de tabelpost een delegatiebepaling opgenomen voor andere apparatuur dan gehoorapparaten. Bij ministeriële regeling kunnen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen of bestemd voor het exclusieve persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden onder de werking van de post worden gebracht. Ter uitvoering hiervan is artikel 35 in de uitvoeringsbeschikking opgenomen. Deze bepaling luidt:

‘Als hulpmiddel dat speciaal is ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 35, worden aangewezen:

  • a. wek- en waarschuwingsapparatuur die er specifiek op is gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten geluidssignalen om te zetten in zichtbare of voelbare signalen;

  • b. teksttelefoons die er specifiek op zijn gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten spraak om te zetten in tekst.’

8.4.2. Wek- en waarschuwingsapparatuur [Vervallen per 06-01-2010]

Bij deze hulpmiddelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een systeem voor gebruik in en om het huis dat bestaat uit een horloge met trilfunctie, lader, versterker, deur- en telefoonzender en een trilapparaat voor onder het hoofdkussen. Dit systeem attendeert de auditief gehandicapte op het geluid van de deurbel, de telefoon en de wekker. Ook andere signaalbronnen kunnen op dit systeem worden aangesloten, bijvoorbeeld een babyfoon of een brandalarm. Op het herstellen van deze hulpmiddelen is post b 1 van toepassing.

9. Oorapparaten tegen stotteren [Vervallen per 06-01-2010]

Het oorapparaat zorgt ervoor dat het zelf gesproken woord wordt opgenomen en met een geringe vertraging en een verzwakte frequentie digitaal wordt afgespeeld in het oor. Door deze werking van het apparaat vermindert het stotteren.

10. Hulpmiddelen voor stomapatiënten [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen alleen hulpmiddelen die specifiek zijn ontworpen voor stomapatiënten.

Vanwege de algemene gebruiksmogelijkheden vallen niet onder de post:

  • preparaten ter reiniging, verzachting en bescherming van (kwetsbare) huidoppervlaktes, zogenoemde klinische huidverzorgingsproducten;

  • huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij verwijdering van het verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking (zie ook onderdeel 10 bij post a 8).

11. Orthopedisch schoeisel [Vervallen per 06-01-2010]

Het betreft schoeisel dat op maat voor de zieke voet van een patiënt is vervaardigd door een erkend orthopedische technicus. Orthopedische technici zijn personen die met zorgverzekeraars een overeenkomst hebben gesloten voor het leveren van (semi-)orthopedisch schoeisel aan patiënten.

Semi-orthopedisch schoeisel dat is aangepast aan de voeten van individuele patiënten kan onder de post wordt gerangschikt. Het gaat om in serie of over serieleesten vervaardigd schoeisel dat alleen is te dragen na aanpassing aan de individuele zieke voet door middel van supplementen, niet zijnde steunzolen en dergelijke. Het schoeisel moet worden geleverd door erkende orthopedische technici.

Aanpassingen aan confectie- of gezondheidsschoenen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Zo kan een confectieschoen waaruit de (standaard)binnenzool wordt (of bij aankoop al is) verwijderd en die vervolgens door een orthopedische technicus wordt voorzien van een aan de voeten van de gebruiker aangepast voetbed, niet worden aangemerkt als semi-orthopedisch schoeisel.

Verder vallen niet onder post:

  • gezondheidsschoeisel, dat meestal industrieel is vervaardigd;

  • steunzolen;

  • nachtschoenen;

  • post proprioceptieve zolen (leren inlegzolen waarin op diverse, per patiënt verschillende, plaatsen bijzonder dunne kurkelementen worden ingebouwd).

12. Hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen voor het aan/uittrekken van therapeutische elastische steunkousen. [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post valt onder andere een op een plint van de muur aangebracht kastje met daarin een opgerolde band. Die band wordt aan de bovenkant van de steunkous bevestigd en – met een afstandbediening – teruggerold in de behuizing, daarbij de kous afrollend en over de voet trekkend. Ook hulpmiddelen die speciaal ontworpen zijn voor het aantrekken en/of uittrekken van therapeutische elastische steunkousen vallen onder deze post.

13. Orthopedische maatkorsetten [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen orthopedische maatkorsetten, die om de romp worden gedragen. Er zijn orthopedische korsetten die alleen de onderzijde van de wervelkolom omsluiten (een lendekorset), maar er bestaan ook korsetten die tot aan de hals reiken. De korsetten zijn in een aantal gevallen voorzien van – verstelbare – riemen, stangen en banden.

Korsetten die niet speciaal voor de individuele persoon zijn gemaakt of zijn aangepast, vallen niet onder post

14. Overige hulpmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat de hierna vermelde goederen, die wat betreft verschijningsvorm en gebruiksmogelijkheden grote gelijkenis vertonen met de in onderdeel 13 bedoelde hulpmiddelen, onder de post worden gerangschikt. Het gaat hierbij om producten die op of aan het lichaam dienen te worden gedragen en meestal (op maat) worden vervaardigd voor individueel gebruik.

a. Cervicaal steunen

Dergelijke steunen worden als een col of kraag gedragen. Zij omsluiten nek en hals en kunnen zijn voorzien van stangen die rusten op de schouders.

b. Heupluxatie-orthesen

Heupluxatie-orthesen worden gedragen rondom de onderzijde van de romp en de bovenbenen. De dwarsverbinding tussen de delen, die rondom het bovenbeen worden gedragen, houdt de bovenbenen in een spreidstand. Een dergelijke stand kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een gezond heupgewricht.

c. Kniesteunen

Kniesteunen (cages) worden als een soort hoes om het kniegewricht geschoven. De hoes is aan de achterzijde voorzien van verstelbare riemen. Hieronder valt ook de zgn. Swedish knee-cage die uit een samenstel van banden bestaat en overstrekking van het kniegewricht voorkomt.

d. Correctie-apparaten voor x- en o-benen; diverse hand- en armspalken

Het gaat hier om producten van kunststof, aluminium en/of leer. De voorwerpen omsluiten in een aantal gevallen arm of been of een deel daarvan. Er zijn ook halfronde uitvoeringen die met behulp van sluitbanden worden bevestigd.

Onder de post vallen dan ook niet armsteunen en soortgelijke goederen.

e. Klomp-, spits- en hakvoetapparaten

Deze apparaten worden aan de voet gedragen. In een aantal gevallen worden de voeten in een bepaalde stand gefixeerd en door middel van een stang met elkaar verbonden. Ook wordt het voetstuk wel voorzien van stangen en banden die aan het onderbeen worden bevestigd of zelfs tot voorbij de knie reiken.

De door podotherapeuten verstrekte orthesen en prothesen, uit siliconen vervaardigde hulpmiddelen die een aanvulling vormen op de voet respectievelijk ter vervanging dienen van verloren gegane gedeelten van de voet, vallen onder de post. Deze prothesen zijn wat betreft functie vergelijkbaar zijn met de andere genoemde prothesen. Deze orthesen hebben namelijk ten doel scheefgroei van vooral tenen op te heffen en/of te voorkomen.

f. Rechthouders en rechtherinneraars

Bij deze voorwerpen gaat het om een stang die met behulp van bijvoorbeeld schouder- en taillebanden aan de rug wordt bevestigd. Rechthouders en rechtherinneraars worden soms wel uitgevoerd in combinatie met een bekkenkorset.

g. Enkelbandage

Een enkelbandage omsluit het enkelgewricht als een hoes. Het wordt vervaardigd van kunststof materiaal en wordt aan beide zijden van de enkel verstevigd met behulp van een metalen strip.

h. Beenbeugels

Met beenbeugels wordt gedoeld op beenbeugels die worden gebruikt ter voorkoming van groeistoornissen (kromgroeien) van de onderste ledematen van kinderen.

Via drogisterijen, apotheken en televisie- en internetwinkels worden producten aangeboden die worden aangeprezen ter voorkoming en behandeling van al dan niet chronische blessures. Aan deze producten worden functies toegeschreven als ondersteuning, versteviging en/of correctie van bepaalde lichaamsdelen en gewrichten. Voorbeelden zijn houdingscorrectors, al dan niet in de vorm van een kledingstuk. Deze producten, worden massaal geproduceerd, zijn niet vervaardigd of aangepast om te worden gebruikt door een bepaalde persoon en kunnen niet onder de post worden gerangschikt.

Ook producten als armsteunen en nachtspalken vallen niet onder de post.

15. Passingen aan medische hulpmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Wat hiervoor in onderdeel 6 bij post a 31 is opgemerkt over passingen aan medische hulpmiddelen, geldt ook voor de onder deze post vallende medische hulpmiddelen, die onder het verlaagde tarief gerangschikt kunnen worden.

16. Verhuur [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat de verhuur van de onder de post vallende producten onder de post wordt gerangschikt.

Post a 36 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 36 luidt:

  • ‘a. hulpmiddelen die plegen te worden aangewend voor het onderhuids toedienen van insuline met uitzondering van spuiten en naalden die kennelijk mede voor andere doeleinden zijn geschikt;

  • b. hulpmiddelen die plegen te worden aangewend bij de zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte;’

2. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

De post is alleen van toepassing op de genoemde hulpmiddelen die specifiek voor diabetici zijn ontwikkeld en als zodanig worden aangeboden. Algemeen toepasbare hulpmiddelen zoals losse injectienaalden en spuiten vallen niet onder de post.

3. Hulpmiddelen voor het onderhuids toedienen [Vervallen per 06-01-2010]

3.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Voor het onderhuids toedienen van insuline worden onder meer insulinepennen en insulinepompjes gebruikt. Deze goederen vallen onder de post.

3.2. Hulpmiddelen en toebehoren [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat ook de naaldjes die bestemd zijn om in een insulinepen te worden gebruikt onder de post worden gerangschikt.

Het verlaagde tarief kan ook worden toegepast op opbergzakjes die zijn bestemd om de insulinepompjes op het lichaam te dragen.

Voor de energievoorziening van een insulinepompje wordt tegelijkertijd een drietal voor algemeen gebruik geschikte batterijtjes geleverd. Met het oog op het gebruik in het insulinepompje zijn de batterijtjes in serie geschakeld en als één geheel verpakt. In verband hiermee keur ik goed dat de aldus verpakte batterijtjes onder het verlaagde tarief worden gerangschikt.

De bij het gebruik van insulinepompjes benodigde katheters bezitten geen specifieke kenmerken en/of eigenschappen waaruit blijkt dat zij uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt als hulpmiddel voor insulinepompjes. De levering en de invoer van katheters zijn op grond van post a 37 aan het verlaagde tarief onderworpen.

4. Apparatuur voor zelfdiagnose [Vervallen per 06-01-2010]

De hulpmiddelen voor de zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte zijn onder andere de bloedsuiker/urineglucosestrips die door diabetici worden gebruikt voor het controleren van hun bloedsuikergehalte. Verder vallen onder de post de bij de zelfdiagnose te gebruiken bloedprikapparatuur en bloedglucosemeters.

Post a 37 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 37 luidt:

‘meetapparatuur en toebehoren voor zelfdiagnose van de stollingtijd van bloed; medicijnvernevelaars; katheters; urinezakken; allergeenvrije hoezen; antidecubitusmatrassen; draagbare infuuspompen; zuurstofconcentratoren met toebehoren, alsmede speciaal voor persoonlijk mobiel gebruik ontworpen draagbanden of -tassen voor een zuurstofcilinder of een zuurstofvat; computermuissoftware, al dan niet langs elektronische weg geleverd, die speciaal is ontwikkeld voor gebruikers met een tremor;’

2. Meetapparatuur voor zelfdiagnose van de stollingstijd van bloed [Vervallen per 06-01-2010]

Het gaat hierbij om een klein apparaat waarmee een persoon via een vingerprik een bloedmonster afneemt om vervolgens met een teststrip de stollingstijd van het bloed te bepalen.

3. Medicijnvernevelaars [Vervallen per 06-01-2010]

Medicijnvernevelaars zijn op het gezicht aan te brengen hulpmiddelen voor het toedienen/inademen van medicijnen.

4. Katheters [Vervallen per 06-01-2010]

4.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Katheters zijn buisjes die zijn bestemd voor:

  • het toedienen van geneesmiddelen, vloeistoffen (o.m. zout- en glucose-oplossingen) en voedingsmiddelen (m.n. sondevoeding) aan het menselijk lichaam;

  • het afvoeren van bloed en lichaamsvocht (urine, wondvocht e.d.) uit het menselijk lichaam.

Alle soorten katheters vallen onder de post, bijvoorbeeld:

  • spoelkatheters: katheters waarmee spoelvloeistof in de blaas wordt gebracht, om de blaas schoon te spoelen;

  • afzuigkatheters: katheters waarmee lichaamsvocht (slijm e.d.) wordt afgevoerd;

  • drainagekatheters: interne katheters, voor de afvoer van wondvocht, vocht achter de longen e.d.;

  • blaaskatheters.

4.2. Onderdelen en toebehoren [Vervallen per 06-01-2010]

Ik keur goed dat afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor katheters, onder de post worden gerangschikt. Te denken valt aan ventielen, verbindingsstukken en verlengslangen voor katheters.

4.3. Kathetersets [Vervallen per 06-01-2010]

Voor de tarieftoepassing moet bij kathetersets (de in één verpakking geleverde combinatie van: katheters, handschoenen, desinfecteer-, glij- en verbandmiddelen, nierbekkens, urinezakken, mondmaskers e.d.) een splitsing te worden aangebracht tussen de naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste artikelen. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen, moet de gehele katheterset naar het algemene tarief worden belast.

Bepaalde onderdelen van kathetersets kunnen onder post a 6 vallen. Het gaat om steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik, die uitsluitend bestemd zijn voor het transport en/of opslag van bloed, bloedcomponenten en/of infuusvloeistoffen, en die daarmee in aanraking komen, zie ook onderdeel 6 bij post a 6.

Tijdens en na afloop van chirurgische ingrepen worden vaak één of meerdere wonddrainages in het lichaam aangebracht. Een wonddrainagesysteem voert het wondvocht af. Dit bevordert een snelle genezing van de patiënt en voorkomt infecties. Een compleet wonddrainagesysteem bestaat uit de volgende onderdelen. Een naald, een wonddrain, een terugslagventiel, een aansluitslang met koppeling en een opvangfles waarin een vacuüm is aangebracht en die is voorzien van een zuigkrachtregulator en vacuümmeter. Het volledige wonddrainagesysteem is aan te merken als een katheter in de zin van de post.

5. Urinezakken [Vervallen per 06-01-2010]

Urinezakken zijn zakken die zijn bestemd voor het opvangen van urine, die de gebruiker op het lichaam (doorgaans aan het boven- of onderbeen) draagt, of die aan het bed van de gebruiker zijn bevestigd. Een urinezak is met een verlengslang aan een katheter verbonden, die de urine uit het lichaam afvoert.

Ik keur goed dat afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor urinezakken, onder de post worden gerangschikt. Hierbij valt te denken aan:

  • beenbandjes (bandjes die om het boven- of onderbeen worden gedragen, die dienen ter bevestiging van de urinezak op het been);

  • aan- en afvoerslangen, verlengslangen, verbindingsstukken, aftappunten e.d.;

  • ophanghaken (haken waarmee de urinezak bij het bed wordt gehangen);

  • beenzakhouder (katoenen hoes, om huidirritaties bij dragers van urinezakken te voorkomen).

Voor de tarieftoepassing moet bij sets die naast urinezakken nog andere goederen bevatten een splitsing worden aangebracht tussen de naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste artikelen. Het gaat bijvoorbeeld om sets, die een combinatie vormen van een katheter, een urinezak, beenbandjes, handschoenen, alcohol, watten, schaar en pleisters. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen, moet de gehele set naar het algemene tarief worden belast.

De speciaal voor dragers van urinezakken bestemde hygiënische middelen (speciale zeep, spray e.d.) vallen niet onder de post. Urinalen en plastuitjes (voor vrouwen) zijn niet onder de post te rangschikken.

6. Allergeenvrije hoezen [Vervallen per 06-01-2010]

Allergeenvrije hoezen zijn hoezen die worden gebruikt door personen met een allergie voor de huisstofmijt. Deze hoezen zijn zo gemaakt dat zij het matras, kussen of dekbed geheel afsluiten van de uitwerpselen van de huisstofmijt, zodat deze niet in het matras, kussen of dekbed kunnen komen. De allergeenvrije hoes wordt niet gebruikt als vervanging van een reguliere sloop, laken of dekbedhoes, en blijft meerdere jaren permanent om het matras, kussen of dekbed zitten.

Hoezen die de gebruiker niet alleen beschermen tegen de allergie voor de huisstofmijt, maar ook schimmel- en bacterievrij zijn, kunnen ook onder de post worden gerangschikt.

Kussens, dekbedden en matrassen met een allergeenvrije bekleding vallen niet onder de post.

7. Antidecubitusmatrassen [Vervallen per 06-01-2010]

7.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Een antidecubitusmatras is een matras die speciaal bestemd en geschikt is voor de preventieve, palliatieve en curatieve behandeling van decubitus (doorliggen). Antidecubitusmatrassen zijn er in verschillende uitvoeringen en wijken af van gewone matrassen door de speciale opvang van lokale drukuitoefening.

7.2. Toebehoren [Vervallen per 06-01-2010]

Hoezen die kennelijk dienen ter bescherming van een antidecubitusmatras (waterdicht en/of luchtdoorlatend en/of urinebestendig) vallen ook onder het verlaagde tarief. Dit geldt ook voor pompen die kennelijk en uitsluitend zijn vervaardigd en bestemd voor antidecubitusmatrassen. Multifunctionele pompen of hoezen vallen dus niet onder de post.

Ik keur goed dat de verhuur van antidecubitusmatrassen en de hiervoor genoemde hoezen en pompen ook onder de post wordt gerangschikt. Tot de vergoeding voor de verhuur kunnen ook worden gerekend de kosten voor het bezorgen, installeren en reinigen van de matras en de hiervoor genoemde hoezen.

8. Draagbare infuuspompen [Vervallen per 06-01-2010]

Draagbare infuuspompen zijn pompen die door de patiënt op het lichaam worden gedragen. De pompen worden gebruikt voor het intraveneus toedienen van geneesmiddelen of voor het toedienen van insuline of voeding.

9. Zuurstofconcentratoren; speciale wagentjes, draagtassen en draagbanden voor zuurstofcilinder of zuurstofvat. [Vervallen per 06-01-2010]

Zuurstof (in een cilinder of een vat) bestemd voor medicinale doeleinden, valt onder post a 6 (zie onderdeel 7 van de toelichting bij deze post). Ook zuurstofconcentratoren met toebehoren delen in het verlaagde tarief. Een zuurstofconcentrator is een apparaat dat zelf medicinale zuurstof maakt (en tijdelijk opslaat). Onder de post vallen ook speciale wagentjes, draagbanden en draagtassen voor het vervoer van de zuurstofcilinders of het zuurstofvat. Hierbij gaat het alleen om wagentjes, draagbanden en draagtassen, die zijn ontworpen en bestemd voor het vervoer van één zuurstofcilinder of zuurstofvat (dus voor persoonlijk gebruik).

10. Computermuissoftware speciaal ontwikkeld voor gebruikers met een tremor. [Vervallen per 06-01-2010]

Het gaat om computerprogramma’s voor mensen die lijden aan Essentiële tremor, Multiple Sclerose, de ziekte van Parkinson of een andere aandoening die schuddende of bevende handen veroorzaakt.

Posten a 38 en 39 (vervallen) [Vervallen per 06-01-2010]

Post a 40 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 40 luidt:

‘beetwortelen;’

2. Beetwortelen [Vervallen per 06-01-2010]

Beetwortelen zijn suikerbieten. Alleen de verse voortbrengselen zoals die door de verbouwers worden geoogst (ruwe biet) kunnen onder de post worden gerangschikt.

3. Beetwortelplanten [Vervallen per 06-01-2010]

Jonge beetwortelplanten vallen in principe niet onder de post. Ik keur goed dat ze onder de post worden gerangschikt als ze naar hun aard (nagenoeg) uitsluitend door landbouwers in het kader van de teelt van beetwortelen worden gebruikt.

Post a 41 [Vervallen per 06-01-2010]

1. Inhoud van de post [Vervallen per 06-01-2010]

De tekst van post a 41 luidt:

‘land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde producten en oliehoudende zaden;’

2. Land- en tuinbouwzaden [Vervallen per 06-01-2010]

2.1. Algemeen [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen ook:

  • zaden voor sierteeltproducten (bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten);

  • alle soorten graszaad en alle mengsels van soorten graszaad, ongeacht de uiteindelijke bestemming daarvan;

  • karwijzaad.

2.2. Levering van land- en tuinbouwzaden die zijn voorbehandeld met bestrijdingsmiddelen [Vervallen per 06-01-2010]

Land- en tuinbouwzaden worden soms voorbehandeld met bestrijdingsmiddelen. De bestrijdingsmiddelen worden dan als een coating op de zaden aangebracht. De land- en tuinbouwzaden vormen samen met de bestrijdingsmiddelen fysiek één product. Om die reden kan de levering van dergelijke voorbehandelde zaden onder de post worden gerangschikt. Hieraan doet niet af dat in sommige gevallen een afzonderlijke vergoeding (toeslag) wordt berekend voor de voorbehandeling.

3. Oliehoudende zaden [Vervallen per 06-01-2010]

Onder de post vallen:

  • ongebrande pinda’s (grondnoten), zowel gepeld als in de dop;

  • hennepzaden.

Niet onder de post vallen:

  • pindaschaafsel (afkomstig van gepelde, ontvliesde, niet-gebrande pinda’s);

  • pindagruis (een product dat bij het vervaardigen van pindaschaafsel wordt verkregen).

4. Kwekersrecht [Vervallen per 06-01-2010]

Aan kwekers die een nieuw ras van een tot het plantenrijk behorend gewas hebben gekweekt, ontdekt of ontwikkeld kan op grond van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 een kwekersrecht w