Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening heffing groenten en fruit 2007[Regeling materieel uitgewerkt per 12-04-2008.]

Geldend van 08-09-2007 t/m heden

Verordening van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel van 21 december 2006, houdende regels ter zake van de aan de groothandelaar, de commissionair en de tussenpersoon in groenten en fruit op te leggen heffing voor het jaar 2007 (Verordening heffing groenten en fruit 2007)

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel,

Gelet op artikel 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en op artikel 13 van het instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel (Staatsblad 2002 nr. 155), heeft na advies van de Commissie groenten en fruit de volgende verordening vastgesteld:

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen en toepassingsgebied

Artikel 1

In deze verordening wordt overgenomen de terminologie van het instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel en wordt voorts verstaan onder:

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemer die een onderneming drijft waarin de groothandel, het bedrijf van commissionair, het bedrijf van tussenpersoon of het bedrijf van handelskweker in groenten en fruit, wordt uitgeoefend en waarvoor de HBAG Commissie groenten en fruit is ingesteld.

§ 2. De heffing

Artikel 3

  • 1 Aan de ondernemer die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijft waarin de groothandel in groenten en fruit wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2007 ten behoeve van de huishoudelijke uitgaven van de HBAG Commissie groenten en fruit een heffing opgelegd.

  • 2 De heffing bedraagt:

    65

    bij een omzet van

    minder dan

     

    50.000

    100

    bij een omzet van

    50.000

    tot

    125.000

    150

    bij een omzet van

    125.000

    tot

    250.000

    200

    bij een omzet van

    250.000

    tot

    375.000

    250

    bij een omzet van

    375.000

    tot

    500.000

    300

    bij een omzet van

    500.000

    tot

    750.000

    350

    bij een omzet van

    750.000

    tot

    1.000.000

    400

    bij een omzet van

    1.000.000

    tot

    1.500.000

    450

    bij een omzet van

    1.500.000

    tot

    2.000.000

    500

    bij een omzet van

    2.000.000

    tot

    2.500.000

    600

    bij een omzet van

    2.500.000

    tot

    3.250.000

    700

    bij een omzet van

    3.250.000

    tot

    4.000.000

    750

    bij een omzet van

    4.000.000

    tot

    5.000.000

    850

    bij een omzet van

    5.000.000

    tot

    6.250.000

    950

    bij een omzet van

    6.250.000

    tot

    7.500.000

    1000

    bij een omzet van

    7.500.000

    tot

    8.750.000

    1100

    bij een omzet van

    8.750.000

    tot

    10.000.000

    1250

    bij een omzet van

    10.000.000

    tot

    15.000.000

    1350

    bij een omzet van

    15.000.000

    tot

    25.000.000

    1550

    bij een omzet van

    25.000.000

    tot

    37.500.000

    1800

    bij een omzet van

    37.500.000

    tot

    50.000.000

    2000

    bij een omzet van

    50.000.000

    tot

    75.000.000

    2250

    bij een omzet van

    75.000.000

    en meer.

       

Artikel 4

  • 1 Aan de ondernemer die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijft waarin het bedrijf van commissionair of het bedrijf van tussenpersoon in groenten en fruit wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2006 ten behoeve van de huishoudelijke uitgaven van de HBAG Commissie groenten en fruit een heffing opgelegd.

  • 2 De heffing bedraagt:

    65

    bij een omzet van

    minder dan

     

    2.500

    100

    bij een omzet van

    2.500

    tot

    6.250

    150

    bij een omzet van

    6.250

    tot

    12.500

    200

    bij een omzet van

    12.500

    tot

    18.750

    250

    bij een omzet van

    18.750

    tot

    25.000

    300

    bij een omzet van

    25.000

    tot

    37.500

    350

    bij een omzet van

    37.500

    tot

    50.000

    400

    bij een omzet van

    50.000

    tot

    75.000

    450

    bij een omzet van

    75.000

    tot

    100.000

    500

    bij een omzet van

    100.000

    tot

    125.000

    600

    bij een omzet van

    125.000

    tot

    162.500

    700

    bij een omzet van

    162.500

    tot

    200.000

    750

    bij een omzet van

    200.000

    tot

    250.000

    850

    bij een omzet van

    250.000

    tot

    312.500

    950

    bij een omzet van

    312.500

    tot

    375.000

    1000

    bij een omzet van

    375.000

    tot

    437.500

    1100

    bij een omzet van

    437.500

    tot

    500.000

    1250

    bij een omzet van

    500.000

    tot

    750.000

    1350

    bij een omzet van

    750.000

    tot

    1.250.000

    1550

    bij een omzet van

    1.250.000

    tot

    1.875.000

    1800

    bij een omzet van

    1.875.000

    tot

    2.500.000

    2000

    bij een omzet van

    2.500.000

    tot

    3.750.000

    2250

    bij een omzet van

    3.750.000

    en meer.

       

Artikel 5

  • 1 Onder omzet in artikel 3 lid 2 wordt verstaan de omzet als bedoeld in artikel 3, lid 4 van de HBAG-Registratie-, enquête- en controleverordening 2003 gemiddeld, hetzij over de kalenderjaren 2004 en 2005, hetzij over de boekjaren afgesloten in kalenderjaren 2004 en 2005.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor de ondernemer die in 2004 of 2005 niet onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfschap viel. In dat geval wordt de omzet van het jaar dat de onderneming onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfsschap is komen te vallen voor de berekening als uitgangspunt genomen.

Artikel 6

  • 1 Indien een opgave als bedoeld in artikel 3 lid 4 en artikel 6 van de HBAG-Registratie-, enquête- en controleverordening 2003 niet tijdig is gedaan, stelt de voorzitter op basis van een schatting de omzet vast.

  • 2 De voorzitter geeft de ondernemer kennis van het bedrag van de geschatte omzet omzet en de daarop gebaseerde heffing.

  • 3 De voorzitter stelt de ondernemer gedurende een termijn van 2 weken na verzending van de kennisgeving zoals bedoeld in het tweede lid, in de gelegenheid alsnog de vereiste opgave te doen.

  • 4 Indien de ondernemer de in het derde lid bedoelde opgave binnen de termijn doet en de opgegeven omzet geeft aanleiding de heffing te corrigeren, trekt de voorzitter de aanvankelijk opgelegde heffing in en neemt een nieuw besluit omtrent de heffing.

  • 5 Indien de ondernemer de in het derde lid bedoelde opgave niet binnen de termijn doet, of de binnen de termijn opgegeven omzet niet leidt tot correctie van de opgelegde heffing, wordt de op grond van het tweede lid opgelegde heffing definitief. De opgelegde heffing wordt schriftelijk bevestigd aan de ondernemer.

Artikel 7

  • 1 Indien een ondernemer zowel de in artikel 2 als de in artikel 3 genoemde activiteiten heeft uitgeoefend wordt de omzet zoals bedoeld in artikel 4 als volgt bijeengevoegd:

    • a. zijn omzet als groothandelaar; en

    • b. 20-maal zijn omzet als commissionair of tussenpersoon.

  • 2 De op grond van het eerste lid gevonden totaalbedrag wordt gedeeld door de factor 2, voor zover de omzet over twee kalenderjaren dan wel boekjaren is bepaald.

  • 3 De door de ondernemer verschuldigde heffing wordt vervolgens bepaald door oveeenkomstige toepassing van artikel 3.

Artikel 8

Indien de door de ondernemer vertrekte gegevens over zijn omzet naar het oordeel van de voorzitter onjuist zijn, legt de voorzitter een aanslag op op basis van de door de voorzitter juist geachte omzet.

Artikel 9

  • 1 Indien naar het oordeel van de voorzitter vast komt te staan dat de door de ondernemer verstrekte gegevens dan wel de schatting van de voorzitter onjuist zijn geweest, herziet de voorzitter de opgelegde heffing.

  • 2 De in het eerste lid geregelde herziening kan tot uiterlijk binnen drie jaar na afloop van het boekjaar waarop de heffing betrekking heeft worden toegepast.

§ 3. Vermindering

Artikel 10

  • 1 Aan de ondernemer die, al dan niet rechtstreeks, lid is van een organisatie van ondernemers die een of meer leden in het bestuur van het hoofdbedrijfschap heeft benoemd en over het jaar 2006 aan een van deze of aan beide organisaties contributie heeft betaald, wordt op de heffing (nader aangegeven) een aftrek toegestaan van 50% van de totaal betaalde contributie over 2006, met een maximum van 50% van de verschuldigde heffing.

  • 2 De aftrek wordt slechts toegestaan als aangetoond is dat de ondernemer de in het eerste lid bedoelde contributie heeft voldaan, alsmede dat door hem tenminste het dubbele van de verlangde aftrek aan heffing is voldaan.

  • 3 Indien in 2006 geen contributie was verschuldigd, wordt voor de berekening van de aftrek de in het kalenderjaar 2007 betaalde contributie als uitgangspunt genomen.

  • 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen;

    • b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties;

    • c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is;

    • d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid; en

    • e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 5 De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.

  • 6 Op een verzoek als in het vierde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel beslist.

§ 4. De betaling van de opgelegde heffing

Artikel 11

  • 1 De ondernemer is verplicht de vastgestelde heffing binnen een maand na dagtekening van de heffinsbeschikking te betalen.

  • 2 Indien de ondernemer na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn de heffing niet of niet voleldig heeft betaald, zendt de voorzitter de ondernemer een herinnering.

  • 3 Indien de ondernemer de heffing binnen twee weken na de dagtekening van de herinnering niet of niet volledig heeft betaald, maant de voorzitter de ondernemer schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen te betalen.

  • 4 Indien het derde lid wordt toegepast,, brengt de voorzitter de ondernemer administratiekosten in rekening.

§ 5. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 12

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 9, eerste lid.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 14

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffing groenten en fruit 2007.

Aalsmeer, 21 december 2006

R.H. Kamstra

voorzitter

P.M.M. van Ostaijen

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 augustus 2007 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 22 augustus 2007, nr. TRCJZ/2007/61.