Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector (PPE) 2007[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 25-10-2009 t/m 31-12-2014

Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 14 juni 2007

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit verstaat in afwijking van artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening) onder ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde hygiëneonderzoek wordt vier keer per kalenderjaar uitgevoerd, overeenkomstig Bijlage I.

  • 3 De voorwaarden waaronder een ondernemer zelf een deel van het hygiëneonderzoek mag uitvoeren zijn opgenomen in Bijlage II.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De ondernemer onderzoekt eendagskuikens op Salmonella overeenkomstig de werkvoorschriften als opgenomen in Bijlage III. Hiervoor worden dons, eierschalen of inlegvellen uit uitkomstladen bemonsterd en geanalyseerd door een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • 2 De ondernemer laat de monsters als bedoeld in het eerste lid door een door de voorzitter erkend laboratorium serotyperen naar Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, Salmonella hadar, Salmonella infantis en Salmonella virchow.

  • 3 De resultaten van de analyse als bedoeld in het eerste lid en van de serotypering als bedoeld in het tweede lid worden door of namens de ondernemer schriftelijk gemeld aan de leverancier van de broedeieren.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

De ondernemer verstrekt direct bij aflevering aan de afnemer van de eendagskuikens schriftelijk de informatie betreffende de status, zoals omschreven in Bijlage IV, van een partij eendagskuikens die bestemd is voor de productie van consumptie-eieren.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Broedeieren worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in Bijlage V, teneinde kruisbesmetting met Salmonella te voorkomen.

  • 2 De kuikenbroederij die alleen wordt gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen voldoet aan de volgende inrichtingseisen:

    • a. de broedeierenstroom loopt in één richting;

    • b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren;

    • c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen;

    • d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzichte van de uitkomstlokalen ontstaan;

    • e. de uitlaat- en inlaatopeningen zijn zo ver van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden;

    • f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeuren fysiek van elkaar gescheiden.

  • 3 De ondernemer die de kuikenbroederij slechts gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen stelt een reinigings- en ontsmettingsplan op.

  • 4 Indien met het onderzoek als bedoeld in artikel 3 wordt aangetoond dat de eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen besmet zijn met Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow reinigt en ontsmet de ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in het derde lid bedoelde plan.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector (PPE) 2007.

  • 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst.

Zoetermeer, 14 juni 2007

J.J. Ramekers

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede namens de Minister van Justitie bij beschikking van 6 augustus 2007, nr. TRCJZ/2007/2046.

Bijlage I. : Hygiëneonderzoeken in de broederij [Vervallen per 01-01-2015]

Procedure [Vervallen per 01-01-2015]

De broederijen worden ingedeeld naar grootte: klein, middelgroot en groot. Afhankelijk van de grootte van de broederijen wordt het aantal te onderzoeken locaties bepaald. Indeling van de broederijen wordt gebaseerd op het aantal ingelegde broedeieren per week.

Aantal ingelegde broedeieren per week

Kwalificatie

Kleiner of gelijk aan 500.000

Klein

Groter dan 500.000 en kleiner of gelijk aan 1.000.000

Middelgroot

Groter dan 1.000.000

Groot

De broederijen dienen gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen gecontroleerd. Dit kortere onderzoek vindt tweemaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A: ‘Onderzoek routine’.

De gehele broederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende broederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B: ”Onderzoek speciaal’.

De beide type onderzoeken worden door of namens de GD uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een broederij het onderzoek van onderdeel A: ‘Onderzoek routine’ zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.

Alle aangegeven onderdelen moeten voor het broederij-gemiddelde worden meegerekend.

Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen- en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).

De monstername, afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de broederij, wordt uitgevoerd met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.

De verwerking van de monsters voor het hygiëneonderzoek bij broederijen dient plaats te vinden zoals beschreven in bijlage II van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties 2007.

Aantal kolonie vormende eenheden (kve) op het

Rodacplaatje

Score

0

0

1 t/m 40

1

41 t/ 120

2

121 t/m 400

3

> 400

4

Ontelbaar

5

Kleine broederijen (< 500.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek

‘routine’ (A)

Onderzoek

‘speciaal’ (B)

       

Lokaal

locatie-monstername

aantal afdrukken

aantal afdrukken

Aanvoerlokaal +

vloer

2

2

eiersorteer

inventaris

1

1

 

transportkar

1

Hygiënesluis

vloer

 

1

 

wand

 

1

Afraaplokaal

vloer

 

2

 

inventaris

 

2

Kantine

vloer

1

2

 

tafel

1

1

Spoelruimte

vloer

 

2

 

inventaris

2

2

 

bak

1

2

Kleedlokaal

vloer

 

2

Schouwlokaal

vloer

1

1

 

inventaris

1

2

Gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

 

tafel

 

1

Afvoergarage

vloer

 

2

1 voorbroedlokaal

vloer

2

2

 

wand

 

1

1 uitkomstlokaal

vloer

2

2

 

wand

 

1

2 voorbroedkasten

vloer

2 x 2

2 x 2

 

wand

 

2 x 1

 

eieren

2 x 1

2 x 1

1

vloer

1 x 2

1 x 2

uitkomstkast

wand

 

1 x 1

 

plafond

 

1 x 1

Negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

24

49

Middelgrote broederijen (500.000–1.000.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek

‘routine’ (A)

Onderzoek

‘speciaal’ (B)

       

Lokaal

locatie-monstername

aantal afdrukken

locatie monstername en aantal afdrukken

Aanvoerlokaal +

vloer

2

2

eiersorteer

inventaris

1

 
 

transportkar

1

1

Hygiënesluis

vloer

 

1

 

wand

 

1

Afraaplokaal

vloer

 

2

 

inventaris

 

2

Kantine

vloer

1

2

 

tafel

1

1

Spoelruimte

vloer

 

2

 

inventaris

2

2

 

bak

1

2

Kleedlokaal

vloer

 

2

Schouwlokaal

vloer

1

1

 

inventaris

1

2

Gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

 

tafel

 

1

Afvoergarage

vloer

 

2

2 voorbroedlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

 

wand

 

2 x 1

2 uitkomstlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

 

wand

 

2 x 1

4 voorbroedkasten

vloer

4 x 2

4 x 2

 

wand

 

4 x 1

 

eieren

4 x 1

4 x 1

2 of 3 uitkomstkasten

vloer

2 x 2

3 x 2

 

wand

 

3 x 1

 

plafond

 

3 x 1

Negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

36

71

Grote broederijen (> 1.000.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek

‘routine’ (A)

Onderzoek

‘speciaal’ (B)

       

Lokaal

locatie monstername

aantal afdrukken

locatie monstername en aantal afdrukken

Aanvoerlokaal +

vloer

2

2

eiersorteer

inventaris

1

 
 

transportkar

1

1

Hygiënesluis

vloer

 

1

 

wand

 

1

Afraaplokaal

vloer

 

2

 

inventaris

 

2

Kantine

vloer

1

2

 

tafel

1

1

Spoelruimte

vloer

 

2

 

inventaris

1

2

 

bak

1

2

Kleedlokaal

vloer

 

2

Schouwlokaal

vloer

1

1

 

inventaris

1

2

Gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

 

tafel

 

1

Afvoergarage

vloer

 

2

4 voorbroedlokalen

vloer

4 x 2

4 x 2

 

wand

 

4 x 1

3 uitkomstlokalen

vloer

3 x 2

3 x 2

 

wand

 

3 x 1

5 voorbroedkasten

vloer

5 x 2

6 x 2

 

wand

 

6 x 1

 

eieren

5 x 1

6 x 1

4 of 5 uitkomstkasten

vloer

4 x 2

5 x 2

 

wand

 

5 x 1

 

plafond

 

5 x 1

Negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

48

96

Salmonella onderzoek tijdens hygiënebemonstering [Vervallen per 01-01-2015]

In de broederij moet tijdens alle bezoeken voor de hygiënebemonstering een Salmonella onderzoek worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de eieren, ingesleepte Salmonella in de broederij achterblijven en zich in de broederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.

Het Salmonella onderzoek bestaat uit een monstername van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monstername bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.

De volgende locaties dienen te worden bemonsterd:

Locatie

Locatie monstername

Aantal swabs

Pot-nummer

Aanvoerlokaal +

vloer

5

1

eiersorteer

inventaris

2

 
 

containers

2

 

Kleedlokaal

vloer

3

1

 

inventaris

2

 
 

wc

1

 

Kantine

vloer

3

1

 

inventaris

2

 

Voorbroedlokalen

vloer

6

2

       

Voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten

vloer

14

2

       

Spoelruimte

vloer

3

3

 

krattenwasser

1

 
 

inventaris

2

 

Schouwlokaal

vloer

3

3

 

inventaris

3

 

Afraaplokaal

vloer

5

3

 

inventaris

3

 

Er wordt geen onderverdeling gemaakt op basis van de grootte van de broederij. Op alle broederijen wordt een zelfde onderzoeks(schema) gehanteerd.

Beoordeling en actie [Vervallen per 01-01-2015]

Beoordeling

De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de broederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.

1. Resultaat hygiëneonderzoek lokaal/kast

Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer aangegeven heeft dat tijdens de monstername dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloeden. In dit geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt dient de uitslag bij het volgende onderzoek minimaal voldoende te zijn. Indien, het betreffende lokaal of kast, wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort dient binnen een tijdsperiode van 2 maanden een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd.

Lokaal- of kast gemiddelde (individuele beoordeling)

Lokaal of kasten gemiddelde

Beoordeling

Actie

Kleiner of gelijk aan 1

zeer goed

geen

Groter dan 1 en kleiner of gelijk aan 2

goed

geen

Groter dan 2 en kleiner of gelijk aan 3

voldoende

geen

Groter dan 3

onvoldoende

lokaal- of kastgemiddelde van de volgende bemonstering minimaal voldoende, anders een extra ‘onderzoek speciaal’ binnen 2 maanden.

2. Resultaat hygiëneonderzoek Broederij (totaal beoordeling)

Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken van de verschillende lokalen of kast op een broederij mag niet hoger zijn dan 3.0. In geval het gemiddelde van een broederij boven de 3 uitkomst, dient, binnen een periode van 1 maand, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Wanneer het gemiddelde van een broederij groter is dan 2.0 en kleiner is dan 3.0 dan dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Als het gemiddelde van een broederij groter is dan 1.5 en kleiner dan 2.0 dient het gemiddelde van de broederij bij een volgende bemonstering minimaal voldoende te zijn. Wanneer bij een volgende bemonstering wederom het gemiddelde tussen de 1.5 en 2.0 bedraagt dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd.

Broederij gemiddelde

Beoordeling

Actie

0

uitstekend

geen

Groter dan 0.0 en kleiner of gelijk aan 0.5

zeer goed

geen

Groter dan 0.5 en kleiner of gelijk aan 1.0

goed

geen

Groter dan 1.0 en kleiner of gelijk aan 1.5

voldoende

geen

Groter dan 1.5 en kleiner of gelijk aan 2.0

onvoldoende

broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra ‘onderzoek speciaal’ binnen 2 maanden

Groter dan 2.0 en kleiner of gelijk aan 3.0

slecht

extra ‘onderzoek speciaal’ binnen 2 maanden

Groter dan 3.0

zeer slecht

extra ‘onderzoek speciaal’ binnen 1 maand

Bijlage II. : Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het hygiëneonderzoek door de ondernemer zelf [Vervallen per 01-01-2015]

Het programma voor hygiëneonderzoeken zoals beschreven in Bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat twee maal per jaar zal plaatsvinden en uit twee kortere onderzoeken. Het routine hygiëneonderzoek (onderdeel A uit Bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • 1. Het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op de wijze zoals in het protocol van Bijlage I beschreven; en

  • 2. De resultaten van de uitgebreide hygiëneonderzoeken zijn tenminste voldoende; en

  • 3. Het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de broederij niet in bedrijf is. Dit houdt in dat het hygiëneonderzoek plaatsvindt nadat het verplicht reinigen en ontsmetten heeft plaatsgevonden en voordat de werkzaamheden weer worden hervat;

  • 4. De analyse van de monsters wordt uitgevoerd bij een door de voorzitter erkende HOSOWO-instantie.

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de controle van het Actieplan Salmonella van de broederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëneonderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëneonderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door of namens GD.

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door of namens de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende of slecht zijn dan wordt door of namens GD de korte onderzoeken opnieuw uitgevoerd, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de broederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

Doel [Vervallen per 01-01-2015]

Dit werkvoorschrift beschrijft of monstername van dons, meconium, liggenblijvers, eierschalen en inlegvellen uit uitkomstladen in kuikenbroederijen voor de verplichte monitoring zoals bedoeld in artikel 3 van dit besluit. De monsters worden genomen door een medewerker van de broederij.

Ondernemers die een fokbedrijf of een vermeerderingsbedrijf uitoefenen dienen het op het bedrijf aanwezige fokpluimvee en/of vermeerderingspluimvee te laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. De bemonstering bestaat uit een reguliere monstername en een officiële monstername. Voor de reguliere monstername zijn er twee mogelijkheden, bemonstering van het koppel op het fok- of vermeerderingsbedrijf of bemonstering van het koppel op de broederij. In artikel 4 lid, eerste lid, van de Verordening is bepaald dat de standaard voor de reguliere monstername bemonstering op het fok- of vermeerderingsbedrijf is. In dit geval dient op de broederij dons, meconium of liggenblijvers onderzocht te worden. Deze monstername is in onderdeel A van deze bijlage beschreven. De ondernemer van een fok- of vermeerderingsbedrijf kan echter een verzoek indienen bij de voorzitter voor bemonstering op de broederij. In onderdeel B van deze bijlage is de bemonstering op de broederij opgenomen.

A. Monstername dons, meconium of liggenblijvers

Indien fok- of vermeerderingspluimvee wordt onderzocht op het fok- of vermeerderingsbedrijf dan dient de kuikenbroederijen altijd donsmonsters, meconiummonsters of monsters van liggenblijvers te nemen.

De frequentie van de reguliere monstername wordt weergegeven in de tabel:

type kuikenbroederij

frequentie onderzoek

broederijen voor de productie van eendagskuikens van moederdieren legrassen

iedere uitkomstkast en

iedere uitkomst

broederijen voor de productie van eendagskuikens voor de productie van consumptie-eieren

iedere vermeerderaar minimaal

eenmaal in de twee weken

Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, een officiële monstername op dons, meconium of liggenblijvers door of namens GD uitgevoerd te worden.

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt verder aangestuurd door GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium dan wel liggenblijvers. De monsters dienen genomen te worden volgens de in deze bijlage opgenomen werkvoorschriften.

B. Monstername inlegvellen en eierschalen

De ondernemer van een fok of vermeerderingsbedrijf kan een schriftelijk verzoek indienen bij de voorzitter voor bemonstering op Salmonella van het koppel op de broederij. Wanneer de voorzitter hier toestemming voor verleent, dient de reguliere monstername van het koppel op de broederij plaats te vinden. Er dienen monsters te worden genomen van eierschalen of inlegvellen van uitkomstladen. Naast de reguliere monstername vindt ook officiële monstername plaats op het fok- of vermeerderingsbedrijf én op de broederij.

De frequentie van de reguliere monstername (eierschalen of inlegvellen van uitkomstladen) wordt weergegeven in de tabel:

Type kuikenbroederij

Frequentie onderzoek per koppel fok- of vermeerderingspluimvee

productie van eendagskuikens

éénmaal per twee weken

Voor de monstername onder A en B geldt het volgende:

Laboratorium

  • De monsters dienen te worden geanalyseerd bij een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • Wanneer een monster Salmonella met besmet is, laat de ondernemer dit serotyperen door een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • Alle bevindingen van Salmonella dienen direct (dag van bekend worden) naar de broederij te worden teruggekoppeld.

Naast de tweewekelijkse door de broederijen uit te voeren bemonstering van eierschalen of inlegvellen uit uitkomstladen dient, tenminste eens in de zestien weken, de monstername van eierschalen of inlegvellen uit uitkomstladen door of namens GD genomen te worden (officiële monstername).

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt aangestuurd door GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op het moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op eierschalen of inlegvellen. Voor uitkomstkasten, waarin slechts broedeieren aanwezig zijn van fokpluimvee of vermeerderingspluimvee waar mestonderzoek wordt uitgevoerd, is dit niet noodzakelijk.

De uitslagen van het onderzoek dat is uitgevoerd in de broederij dient door het laboratorium rechtstreeks aan de leverancier van de broedeieren te worden gemeld en te worden opgenomen in zijn administratie.

In de broederij worden monsters van eierschalen of inlegvellen genomen door de broederij. De monsters worden genomen door verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij, zoals opgenomen in deze bijlage. Wanneer Salmonella aanwezig is, moet door een door de voorzitter erkend laboratorium worden geanalyseerd om welk serotype het gaat.

Actie bij positieve bevindingen bij reguliere en officiële monstername [Vervallen per 01-01-2015]

Indien uit het onderzoek zoals genoemd onder A of B blijkt dat een monster met Salmonella besmet is, dient dit onverwijld door of namens de ondernemer aan de leverancier van de broedeieren te worden gemeld welke vervolgens onverwijld een melding doet bij GD.

Wanneer het een besmetting met S.e, S.t of Salmonella hadar, infantis of virchow betreft, voert GD op last van de voorzitter een verificatieonderzoek uit.

Het verificatieonderzoek is beschreven in het Hygiënebesluit opfok bedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007.

Eisen aan de monstername door de broederij

  • De broederij neemt per herkomstadres ten minste éénmaal per twee weken monsters om te onderzoeken op Salmonella. De monstername dient gebaseerd te zijn op minimaal één dagproductie.

  • Wanneer broedeieren uit verschillende stallen van hetzelfde herkomstadres in meer dan één broedkast worden ingelegd, dient de broederij er zorg voor te dragen dat broedeieren afkomstig uit alle stallen worden bemonsterd.

  • De monsters worden genomen volgens de voorgeschreven werkvoorschriften monstername in deze bijlage.

  • De monsters worden op Salmonella onderzocht door een laboratorium dat voldoet aan de eisen uit het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria 2007.

  • Wanneer van een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf tweemaal binnen 4 weken in een monster van de broederij Salmonella wordt aangetroffen, wordt logistiek gebroed.

Indien Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium wordt aangetroffen wordt onmiddellijk logistiek gebroed.

– De broederij beschikt over een bijgehouden administratie, die twee jaar wordt bewaard. De administratie dient inzichtelijk te zijn. Per herkomstadres dienen alle resultaten van Salmonella onderzoek te worden bewaard. Wanneer Salmonella bij een stal wordt aangetoond dienen alle relevante gegevens van deze stal aan de administratie te worden toegevoegd, te weten:

  • datum van bemonstering;

  • uitslag bemonstering;

  • datum melding aan GD (Salmonella enteritidis/Salmonella typhimurium) of aan het door de voorzitter erkende laboratorium (overige Salmonellae);

  • datum en beschrijving genomen acties in de broederij en eventueel bij het herkomstadres (ruimten/behandelen).

maandelijks wordt aan GD een rapportage gezonden met daarin o.a.:

  • aantal fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven dat via de broederij is gescreend;

  • overzicht van KIP-nummers dat via de broederij is gescreend;

  • aantal koppels per fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf en het nummer van de koppels dat via de broederij is gescreend;

  • alle uitslagen (positief en negatief) van de door de broederij gescreende koppels, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven, voorzien van koppel en KIP-nummer;

  • aantal koppels waarbij Salmonella is aangetoond;

  • gegevens van de koppels waarbij Salmonella is aangetoond.

  • de broederij geeft maandelijks een overzicht van alle Salmonella uitslagen behorende bij het koppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee door aan die fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven waar deze uitslagen als uitgangscontrole dienen.

Werkvoorschriften monstername [Vervallen per 01-01-2015]

Algemeen:

  • Monsters moeten te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst.

  • De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij.

Benodigdheden voor het nemen van monsters:

  • steriele goed afsluitbare plastic zak of pot

  • etiketten

  • steriele plastic handschoenen

  • inzendformulier

A. Werkwijze monstername eierschalen

  • Per uitkomstkast worden uit tenminste 25 afzonderlijke uitkomstladen eierschalen bemonsterd.

  • Per uitkomstlade wordt 10 gram gebroken eierschalen genomen.

  • De 25 monsters van tenminste 10 gram worden fijngemalen en gemengd waarna hiervan een deelmonster van 25 gram wordt genomen.

  • Het monster (in totaal 25 gram fijngemalen eierschaal) kan in één pot of zak verzameld worden.

  • Het monster wordt genomen zonder de eierschalen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

B. Werkwijze monstername inlegvellen van uitkomstladen

  • Er wordt minimaal één verzamelmonster van zichtbaar met faeces (meconium) besmeurde inlegvellen genomen.

  • Inlegvellen worden bemonsterd van uitkomstladen die aselect van 5 verschillende uitkomstladen of plaatsen in de uitkomstbroeder worden genomen.

  • De bemonsterde inlegvellen hebben een gezamenlijk oppervlak van tenminste 1 m2 .

  • Indien de broedeieren van een koppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee over meer dan één broedmachine verdeeld zijn, wordt van iedere broedmachine een verzamelmonster genomen.

  • Monstername dient te geschieden zonder de inlegvellen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • De monsters kunnen in één pot of zak worden verzameld.

C. Uitvoering monstername dons

  • Per uitkomstkast worden tenminste 5 donsmonsters genomen.

  • Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.

  • De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.

  • Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

D. Uitvoering monstername meconium

  • Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.

  • Monstername dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

E. Uitvoering monstername liggenblijvers

  • Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.

  • Monstername dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

Voor de monsters genomen onder A, B, C, D en E geldt vervolgens:

  • Iedere pot of plastic zak dient direct na het vullen zorgvuldig gesloten te worden.

  • Elke pot of plastic zak moet van een etiket met de volgende gegevens worden voorzien:

    • datum, van monsterneming

    • registratie-nummer (KIP-nummer) en naam van de broederij

    • uitkomstkastnummer(s)

  • De broederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijfje stal(len) van herkomst.

Inzendformulier

  • elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:

    • naam en/of KIP nummer herkomstbedrijf

    • bij monitoring koppelnummer(s)/stalnummer(s).

  • Een afschrift van het formulier moet op de broederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.

Verzenden monsters

  • De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek

  • De broederij dient een registratie bij te houden per broederij, per vermeerderjaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonellaonderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dienen minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • De monsters worden door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd om welk serotype het gaat.

Bijlage IV. : Indeling status voor informatie-overdracht (leg) [Vervallen per 01-01-2015]

De kuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan de afnemer de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

Status

Betekenis

Informatie naar afnemer

Vrij

Geen aanwijzing dat het fokpluimvee of vermeerderingspluimvee Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium positief is

uitslag onderzoek op eierschalen of inlegvellen uit uitkomstkasten nasturen wanneer koppel toch besmet blijkt te zijn

Mogelijk besmet

Fokpluimvee of vermeerderingspluimvee Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium verdacht

– afnemer melden dat koppel de status heeft van mogelijk Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium-besmet én

   

– uitslag onderzoek op eierschalen of inlegvellen uit uitkomstkasten waaruit blijkt dat koppel besmet of vrij is, nasturen

Bij Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium positieve inlegvellen uit uitkomstkasten dan wel eierschalen.

Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van de betrokken pluimveebedrijven uit andere kasten (met een negatieve uitslag) niet als mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welk fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf de besmetting afkomstig is.

Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welk fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf de besmetting afkomst is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Een isolatie van Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium zal daarnaast ook leiden tot traceringsonderzoek in het kader van de Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium bestrijding.

Bijlage V. : Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kuikenbroederij [Vervallen per 01-01-2015]

In de kuikenbroederij dienen broedeieren gescheiden te worden gehouden volgens onderstaande categorie-indeling:

  • 1. broedeieren van onverdachte koppels moederdieren

  • 2a. broedeieren van verdachte koppels moederdieren:

    broedeieren van koppels moederdieren die hetzij verdacht worden van een Salmonella-besmetting, zonder dat deze besmetting is bevestigd, of;

  • 2b. broedeieren van Salmonella-besmette koppels moederdieren.