Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, home country rule, begrip rentebetaling

Geldend van 31-08-2007 t/m heden

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, home country rule, begrip rentebetaling

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

In dit besluit wordt het besluit van 19 augustus 2005, nr. CPP2005/1841M geactualiseerd. De onderdelen 1 en 2 van laatstgenoemd besluit zijn vervallen in verband met codificering.

1. Inleiding

Voor de toepassing van art. 4b, eerste lid, onderdelen b en c en tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (hierna: WIB) heb ik besloten dat de zogenoemde home country rule mag worden toegepast bij de vraag of een collectieve beleggingsinstelling onder Richtlijn 2003/48/EG valt (onderdeel 2). Voorts heb ik besloten dat het begrip rentebetaling in artikel 4b, eerste lid, aanhef en onderdeel c, mag worden opgevat als het bedrag dat netto aan de gerechtigde wordt uitgekeerd, dus na aftrek van de in rekening gebrachte kosten (onderdeel 3).

2. Beleggingsinstellingen; de zogenoemde home country rule

In artikel 4b, eerste lid, onderdelen b en c, van de WIB wordt het begrip rentebetaling uitgebreid met inkomsten uit rentebetalingen door een collectieve beleggingsinstelling en de inkomsten bij verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in een collectieve beleggingsinstelling. In artikel 4b, tweede lid, is aangegeven wat onder een collectieve beleggingsinstelling moet worden verstaan. Bij de beoordeling of een collectieve beleggingstelling onder Richtlijn 2003/48/EG valt, mag de zogenoemde home country rule worden toegepast. Dit betekent dat de lidstaat van vestiging bepaalt of de collectieve beleggingsinstelling wel of niet onder de richtlijn valt. Nederland volgt de beslissing van de vestigingsstaat, tenzij de kwalificatie van de staat van vestiging duidelijk niet strookt met de feiten en omstandigheden. De ‘home country rule’ kan ook worden toegepast op beleggingsinstellingen die zijn gevestigd in de staten en gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, waarmee een overeenkomst is gesloten. Deze overeenkomst heeft immers tot gevolg dat de bepalingen uit Richtlijn 2003/48/EG van toepassing zijn op deze staten en gebieden. De ‘home country rule’ is niet van toepassing op collectieve beleggingsinstellingen, bedoeld in artikel 4b, tweede lid, onderdeel c, van de WIB die in derde landen zijn gevestigd, waarmee geen overeenkomst is gesloten.

3. Begrip rentebetaling; netto of bruto

In artikel 4b, eerste lid, onderdeel c, van de WIB wordt zoals hiervoor al aangegeven het begrip rentebetaling uitgebreid met de verkoopopbrengst van aandelen in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen. Door een Nederlandse financiële instelling is de vraag voorgelegd of de hier bedoelde rentebetaling mag worden opgevat als het bedrag dat netto wordt uitgekeerd aan de gerechtigde, dus na aftrek van de in rekening gebrachte kosten.

In het algemeen dient rente te worden opgevat als een bruto-begrip, zijnde het totaal van de betaalde rente zonder aftrek van kosten. Het renseignement van de bruto-rentebetaling zal door de belastingdienst van de andere lidstaat worden gebruikt als contra-informatie bij de controle van de door de belastingplichtige aangeleverde gegevens. Bij rentebetalingen op de voet van art. 4b, eerste lid, onderdeel c, van de WIB zal niet de rente zelf worden gerenseigneerd maar het bedrag van de verkoopopbrengst. In deze situatie zal een directe band met het door de belastingplichtige aangegeven rentebedrag ontbreken; de renseignering heeft in deze gevallen vooral een signaleringsfunctie. De belastingdienst van de andere lidstaat zal in deze gevallen het bedrag dat als rente moet worden aangemerkt alleen via een nader onderzoek kunnen vaststellen. Daarbij kan dan tevens een oordeel worden gevormd over de behandeling van de kosten.

Gelet op de bijzondere aard van de hier bedoelde rentebetaling zijn er geen overwegende bezwaren indien het nettobedrag wordt gerenseigneerd, dus de verkoopopbrengst verminderd met het bedrag van de in rekening gebrachte kosten. Uiteraard dient bij alle andere rentebetalingen als bedoeld in de artikelen 4a en 4b van de WIB te worden uitgegaan van het brutobedrag van de rente.

4. Ingetrokken besluit

Het besluit van 19 augustus 2005, nr. CPP2005/1841M, is per de datum van de dagtekening van dit besluit ingetrokken.

5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 9 augustus 2007

De

staatssecretaris

van Financiën,
namens deze:
de

directeur-generaal Belastingdienst

,

J. Thunnissen