Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kansspelen 1945-2000 (Minister van Financiën)

Geldend op 11-10-2013


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Basisselectiedocument voor het beleidsterrein Kansspelen 1945–

    Voor de zorgdragers:

    • Minister van Justitie

    • Minister van Economische Zaken (EZ)

    • Minister van Financiën

    • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

    versie juni 2007

    PWAA / Pim Fijnheer

    Rotterdam

    Gebruikte afkortingen

    ALN: Stichting Algemene Loterij Nederland

    AmvB: Algemene Maatregel van Bestuur

    BSD: Basisselectiedocument

    CRM: Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk

    GeKa: Gereglementeerd Kansspel

    HC: Holland Casino’s (Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland)

    IBP: Interdepartementale Begeleidingscommissie Privatisering

    IVO: Instituut voor Verslavingsonderzoek

    KARGO: Kansspelen Als Riskante Gewoonte Onderzoek

    KB: Koninklijk Besluit

    KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

    KNVB: Koninklijke Nederlandse Voetbalbond

    KvK: Kamer van Koophandel

    LNV: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

    MDW: Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit

    MvA: Memorie van Antwoord

    MvT: Memorie van Toelichting

    NBT: Nederlands Bureau voor Toerisme

    NIL: Stichting Nederlandse Instantloterij

    NMI: Nederlands Meetinstituut

    NSF: Nederlandse Sportfederatie

    PCDIN: Permanente Commissie Documentaire Informatieverzorging

    OKW: Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen

    RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

    SENS: Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    SFP: Stichting Fondsen Promoties

    SNP: Stichting Nationale Postcodeloterij

    SNS: Stichting de Nationale Sporttotalisator

    Stb.: Staatsblad

    Stcrt.: Staatscourant

    SUFA: Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Akties

    TK: Tweede Kamer

    VAN: Vereniging Automatenhandel in Nederland

    VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

    ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

    Definitie van het BSD

    Een Basis Selectiedocument (BSD) is de vorm waarin een of meerdere selectielijst(en), bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277), worden vastgesteld. Een selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel het ter blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

    Een BSD is gebaseerd op een vastgesteld Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en bestrijkt dezelfde periode als dit rapport. Eventuele afwijkingen hiervan worden in het verslag van het driehoeksoverleg verantwoord.

    Een BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Eventuele afwijkingen hierop worden in het verslag van het gevoerde driehoeksoverleg verantwoord. Indien het RIO een begin- en eindperiode vermeldt wordt de eindperiode niet overgenomen in het BSD, omdat dit ten onrechte zou suggereren dat alle handelingen afgesloten zijn. Een dergelijke wijziging heeft een praktisch nut en betekent geen nader institutioneel onderzoek.

    Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO dat een veld voor de waardering wordt toegevoegd (zie leeswijzer onder 3.8).

    In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden, en welk bewaarcriterium of vernietigingstermijn gehanteerd wordt. De waardering B (= bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen. De waardering V (= vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Op welke termijn dat gebeurt, wordt bij de waardering vermeld. Bij voorkeur wordt ook het ingangsmoment vastgelegd (bijv. 3 jaar na vaststelling nieuwe regeling). Zonder nadere aanduiding gaat de vernietigingstermijn in direct na afsluiting van de zaak waarop een dossier betrekking heeft.

    Anders dan in het RIO worden in het BSD de handelingen per actor geordend. Indien een BSD bestaat uit lijsten voor actoren onder verschillende zorgdragers, worden deze per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Anders gezegd: een selectielijst kan opgebouwd zijn uit (deel)lijsten voor verschillende actoren die onder dezelfde zorgdrager ressorteren.

    Functies van het BSD

    Het BSD heeft de volgende functies:

    • de selectielijsten in het BSD bieden de grondslag voor de vernietiging en overbrenging van archiefbescheiden waarvoor een zorgdrager verantwoordelijk is (Archiefwet 1995, art. 5, eerste lid);

    • voor de zorgdrager is het BSD bovendien van belang voor de bedrijfsvoering en als mogelijke basis voor archiefordening volgens bedrijfsprocessen;

    • voor de zorgdrager dient het BSD als verantwoording tegenover de recht- en bewijszoekende burger, die de mogelijkheid heeft tijdens de terinzagelegging invloed uit te oefenen op het bewaar- en vernietigingsbeleid (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder d);

    • voor de Minister belast met het cultuurbeleid (vertegenwoordigd door de Algemeen Rijksarchivaris) is het BSD de verantwoording inzake het bewaar- en vernietigingsbeleid vanuit cultureel-historisch belang (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder c);

    • voor het Nationaal Archief is het BSD (tezamen met het RIO) het uitgangspunt voor de Institutionele Toegangen.

    Verantwoording

    Dit basisselectiedocument geeft vorm aan de selectielijst, bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277).

    Het basisselectiedocument bestaat uit één of meer selectielijsten voor de archiefbescheiden van actoren, voor zover zij op een bepaald beleidsterrein actief zijn of waren en onder de werkingssfeer van de Archiefwet 1995 vallen.

    Het BSD is gebaseerd op: drs. L.P.A. Siepel, Het kanaliseren van de menselijke speelzucht. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid met betrekking tot het beleidsterrein kansspelen (1945-2000) Den Haag 2002, PIVOT-rapport 130.

    De handelingen in het BSD zijn geordend naar actor. De actoren zijn geordend naar de zorgdrager. Het BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Er is echter een aantal verschillen. Handeling 18 komt in het BSD te vervallen; deze handeling is reeds ondervangen in handeling 9 van het BSD ‘Openbaar Ministerie’.

    Ook zijn diverse nieuwe handelingen geformuleerd.

    • Als handeling nummer 300 is toegevoegd ‘Het verlenen en intrekken van tijdelijke, zogenaamde artikel 3-vergunningen’, actor Minister van Justitie;

    • Als handeling nummer 301 is toegevoegd ‘Het instellen van een klachtencommissie voor collecteursaangelegenheden en een klachtencommissie voor debiteurenaangelegenheden’, actor Minister van Financiën;

    • Als handeling nummer 302 is toegevoegd ‘Het instellen van de Raad voor de Casinospelen’, actor Minister van Justitie en de Minister van Economische Zaken;

    • Als handeling nummer 303 is toegevoegd ‘Het uitvoeren van onderzoeken met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat’, actor Dienst van het IJkwezen (Dienst bij Economische Zaken).

    Handeling 18, ‘het geven van aanwijzingen aan de procureur-generaal t.a.v. de vervolging van strafbare feiten op het vlak van kansspelen, werd door de contactpersoon van het Projectbureau opgemerkt dat deze handeling hoorde bij het beleidsterrein Openbaar Ministerie’, komt te vervallen. De neerslag van deze handeling valt onder handeling 9 van het BSD Openbaar Ministerie.

    Voor de toetsing van dit ontwerp-BSD is het raadzaam om eerst de leeswijzer bij de handelingenlijst te raadplegen. Afwijkingen van de handelingenlijst uit het RIO worden hierin toegelicht.

    Het beleidsterrein

    De houding van (centrale) overheden ten opzichte van de menselijke speelzucht is reeds lang een ambivalente. Enerzijds wordt onderkend dat ongelimiteerd gokken tot maatschappelijke en persoonlijke problemen kan leiden. Anderzijds wordt echter ook vastgesteld dat de behoefte om aan kansspelen deel te nemen nu eenmaal een gegeven is en dat hieraan ook positieve kanten zitten. Zo kunnen fondsen worden verworven voor goede doelen middels het organiseren van kansspelen. Een gevolg van deze ambivalentie is dat de houding van overheden ten opzichte van het gokken nooit volledig repressief is geweest, maar dat bij het bepalen van het kansspelbeleid altijd is gezocht naar een evenwicht tussen een repressieve en een meer liberale benadering.

    Sinds de Tweede Wereldoorlog – maar ook al geruime tijd daarvoor – heeft de Nederlandse overheid geprobeerd om de menselijke speelzucht te kanaliseren door de verschillende kansspelen te reglementeren. Dit houdt in dat loterijen, prijsvragen, speelautomaten en later ook casino’s, onder bepaalde voorwaarden zijn toegestaan. De gestelde voorwaarden hebben over het algemeen betrekking op de wijze waarop de kansspelen worden georganiseerd en op de manier waarop met de opbrengsten wordt omgegaan. Het instrumentarium dat wordt ingezet om tot een kanalisatie van het kansspelaanbod te komen, bestaat uit het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op vergunninghouders en het formuleren van voorwaarden en richtlijnen voor de legale kansspelen, alsmede het opsporen en vervolgen van aanbieders van illegale kansspelen.

    De wettelijke basis voor het kansspelbeleid wordt gevormd door de Wet op de kansspelen uit 1964. Het werkingsgebied van deze wet komt grotendeels overeen met het terrein waarop het institutioneel onderzoek betrekking heeft. De belangrijkste onderdelen van de Wet op de kansspelen zijn in het RIO terug te vinden in de verschillende hoofdstukken: loterijen, de Staatsloterij, sportprijsvragen en de lotto, casinospelen en kansspeelautomaten.

    Actoren op het beleidsterrein

    In het bsd zijn de handelingen van de volgende actoren voorzien van een voorstel voor waardering:

    Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

    Minister van Justitie

    Raad voor de Casinospelen

    Commissie Tenkink

    Commissie Loterijwezen

    Werkgroep invoering casinospelen

    Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten

    Commissie Coördinatie en Harmonisatie Kansspelbeleid

    Werkgroep kansspelen herijkt

    MDW-werkgroep Wet op de kansspelen

    Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

    Minister van Economische Zaken

    Werkgroep/projectgroep beheersstructuur casino’s

    Commissie kansspeelautomaten

    Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

    Minister van Financiën

    Directeur der Staatsloterij

    Collecteur van de Staatsloterij

    Trekkingscommissie Staatsloterij

    Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden

    Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie Van Aardenne)

    Interdepartementale Begeleidingscommissie Privatisering

    Actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    Minister belast met sportzaken

    Werkgroep Oranje

    Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve)

    Selectiedoelstelling

    De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

    Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

    Selectiecriteria

    Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de onderstaande algemene selectiecriteria. Deze criteria zijn in 1997 door het Convent van Rijksarchivarissen vastgesteld en geaccordeerd door PC DIN en KNHG.

    Selectiecriteria

    Handelingen die gewaardeerd worden met B(ewaren)

    Algemeen selectiecriterium

    1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

    2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

    3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoordingvan beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

    Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

    4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

    5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

    Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

    6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

    Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

    Naast de algemene criteria kunnen door de zorgdrager(s) en het Nationaal Archief, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, gezamenlijk beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

    Conform het Archiefbesluit 1995, art. 5, onder d 1° worden in het BSD de algemene criteria en eventuele beleidsterrein-specifieke criteria opgesomd om verantwoording te geven van de wijze waarop toepassing is gegeven aan het selectiebeleid.

    Overigens verlangt art. 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 276) dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in speciale gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. Hiertoe wordt de volgende formule in het BSD opgenomen:

    Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

    Vaststellingsprocedure

    In 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Justitie mede namens de Ministers van Financiën en Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan destijds de Minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

    Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt. In dit verslag zijn ook de uitkomsten van de historisch maatschappelijke analyse (HMA) opgenomen alsmede het verslag van de HMA als bijlage. Dit alles is tegelijk met het BSD naar de RvC verstuurd.

    Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis heeft in het kader van het Project Wegwerken Archief Achterstanden ook genoemde documenten ter advisering ontvangen. Een kopie van het advies van het is vóór het verstrijken van de inzage termijn aan de RvC gezonden.

    Vanaf 1 maart 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage via de website van het Nationaal Archief en de website van het Ministerie van OCW alsmede bij de registratiebalie van het Nationaal Archief. De inzage was aangekondigd in de Staatscourant.

    Op 4 april bracht het ING advies uit (07.066) waarbij het eindoordeel luidde: geen bezwaar.

    Het advies heeft echter wel aanleiding gegeven tot de volgende wijzingen in de ontwerp-selectielijst:

    – De waardering van de handelingnummers 217, 265 en 273 wijzigt naar B.

    Op 23 april bracht de RvC advies uit (arc-2007.03707/10), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

    Daarop werd het BSD op 22 juni 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Economische Zaken (C/S&A/07/1607), de Minister van Financiën (C/S&A/07/1609), de Minister van Justitie (C/S&A/07/1608) en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/07/1606) vastgesteld.

    Leeswijzer van de handelingen

    In het BSD dient een leeswijzer opgenomen worden welke duidelijk maakt, welke informatie in een handelingenblok te vinden is. Dit kan met behulp van het onderstaande voorbeeld

    (X):

    Dit is het volgnummer van de handeling.

    Dit nummer is overgenomen uit het RIO. Als het volgnummer van één of meerdere handelingen in het BSD afwijkt van het oorspronkelijke RIO-nummer, dan wordt deze vermeld in een concordans.

    Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

    In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

    Bijvoorbeeld:

    Het voorbereiden, coördineren en bepalen van het beleid inzake geluidshinder.

    Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945- genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

    Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend, kan op twee manieren worden vermeld.

    (1)

    • de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;

    • het betreffende artikel en lid daarvan;

    • de vindplaats of bron;

    • wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

    Bijvoorbeeld:

    Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid, lid 3 (Stb. 1969, 598), gewijzigd 1978 (Stb. 1978, 254), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

    (2)

    • naam van de wet, de algemene Maatregel van bestuur, het Koninklijk Besluit of Ministeriële regeling;

    • het betreffende artikel en het lid daarvan.

    De overige gegevens (vindplaats, wijzigingen of vervallen kunnen worden vermeld in een overzicht van geraadpleegde wetten)

    Bijvoorbeeld:

    Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2, Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid 3

    NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld. Het verdient de voorkeur de vindplaats van de grondslag op te nemen in het handelingenblok. Een andere mogelijkheid is de vindplaats in het overzicht van wet- en regelgeving te vermelden. Duidelijk moet zijn op welke versie van een wet- of regeling een handeling gebaseerd is.

    Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

    Product

    Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

    Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct Toepassing is afhankelijk van de zorgdrager.

    Opmerking

    Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

    Waardering

    Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

    Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.

    Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

    Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

    Actorenoverzicht

    Overheidsorganen actief op het terrein van kansspelen

    Handelingen onder de zorg van de Minister van Justitie

    Minister van Justitie [1945–]

    Het Ministerie van Justitie is gedurende de gehele periode het eerstverantwoordelijke departement op het beleidsterrein kansspelen. De staatssecretaris van dit departement is onder meer belast met het voorbereiden en coördineren van het algemene kansspelbeleid. Verder verleent het Ministerie vergunningen voor landelijke loterijen alsmede, samen met de Minister belast met sportzaken, voor het organiseren van de sportprijsvragen (zoals de voetbaltoto) en de lotto. Ook het toezicht van overheidswege op de organisatie en de financiële administratie van de aanbieders van dergelijke kansspelen gebeurd geheel (loterijen) of gedeeltelijk (sportprijsvragen en de lotto) vanuit de Ministerie van Justitie.

    Ten aanzien van de Staatsloterij is de rol van de Minister van Justitie beperkt: vanaf 1992 dient deze overeen te stemmen met de Minister van Financiën inzake het verlenen van een vergunning voor het houden van de Staatsloterij. In het kader van het beleid ten aanzien van speelcasino’s treedt de Minister van Justitie in vrijwel alle handelingen samen op met de Minister van Economische Zaken. Dat betekent dat de Minister van Justitie mede vergunning verleent voor het organiseren van speelcasino’s en ook mede verantwoordelijk is voor het toezicht van overheidswege op het handelen van de vergunninghouder. Ten aanzien van speelautomaten is de directe rol van de Minister Justitie beperkt tot speelautomaten in een casino en regelgeving met het oog op toezicht en opsporing.

    In de loop der tijd waren de volgende dienstonderdelen van het departement van Justitie belast met de voorbereiding en uitvoering van het beleid ten aanzien van kansspelen: 2e Afdeling Bureau A (jaren veertig), 6e Afdeling, onderafdeling publiekrecht (jaren vijftig), Hoofdafdeling Publiekrecht, afdeling Staats- en Strafrecht (begin jaren zestig), Hoofdafdeling Staats- en Strafrecht (vanaf eind jaren zestig tot begin jaren negentig), Directie Staats- en Strafrecht (tot 1995) en de Directie Bestuurszaken (vanaf 1996). De beleidsvorming vindt momenteel plaats bij de Directie Sanctie- en Preventiebeleid (DSP).

    Raad voor de Casinospelen [1975–1995]

    De taak van deze bij Stb. 1974, 441 ingestelde en op 1 maart 1975 geïnstalleerde Raad was het gevraagd of uit eigener beweging geven van advies aan de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake het beleid ten aanzien van casino’s. Verder moest de Raad instemmen met een aantal beslissingen die door de Ministers werden genomen. Tenslotte hield de Raad toezicht op de vergunninghouder voor het organiseren van casinospelen, de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland (NSECN). In een advies van de Raad uit 1988 werd gepleit voor de vorming van een adviesorgaan met een breder takenpakket. Met de instelling van dit orgaan, het College van Toezicht op de kansspelen, werd de Raad voor de Casinospelen in 1996 opgeheven; het beheer van het archief ging toen over op de zorgdrager, de Minister van Justitie.

    College van toezicht op de kansspelen [1996–]

    Het College van Toezicht op de Kansspelen is in 1995 ingesteld bij de Wet van 18 mei 1995 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het instellen van een College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 300). Voor een deel is het College opvolger van de opgeheven Raad voor de Casinospelen. Het College heeft echter een breder takenpakket dan de Raad had, namelijk:

    • het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Minister van Justitie en de Ministers wie het mede aangaat met betrekking tot de uitvoering van de Wet op de kansspelen;

    • het College wordt gehoord over het voornemen tot wijziging of intrekking van een vergunningen inzake de Staatsloterij, de instantloterij, de totalisator, de lotto, sportprijsvragen, speelcasino’s en speelautomaten in casino’s;

    • het goedkeuren van de reglementen en statuten van de rechtspersonen die bovengenoemde kansspelen aanbieden;

    • het bevorderen van overleg, coördinatie en samenwerking tussen instellingen en personen die ingevolge de Wet op de kansspelen een vergunning hebben voor het aanbieden van kansspelen;

    • het doen van aanbevelingen aan bovengenoemde instellingen en personen in het belang van het voorkomen en tegengaan van negatieve maatschappelijke effecten.

    Het College bestaat uit ten hoogste twaalf leden, die allen worden benoemd en ontslagen door de Kroon. De helft van het College, waaronder de voorzitter, wordt gevormd door onafhankelijke deskundigen, de andere helft bestaat uit ambtenaren met een raadgevende stem. Het College wordt verder bijgestaan door een secretaris, eveneens benoemd bij Koninklijk Besluit, die daarnaast de leiding heeft over een ambtelijk secretariaat dat de werkzaamheden van het College ondersteunt. Het College zal mogelijk een eigen selectielijst vervaardigen voor de handelingen op dit beleidsterrein gezien de ZBO-status.

    Commissie F26

    [1954–1955]

    De Commissie Tenkink werd ingesteld bij besluit van de Minister van Justitie van 9 maart 1954. De commissie had de opdracht om de Minister te adviseren over verbetering van de regelgeving ten aanzien van loterijen. De commissie had in het bijzonder tot taak de toepasbaarheid van de wetgeving voor het kanaliseren van de menselijke speelzucht te toetsen. In haar eindverslag van 30 november 1954 concentreerde de Commissie zich op problemen rond de verschillende particuliere loterijen in relatie tot artikel 3 van de Loterijwet.

    Commissie Loterijwezen (Commissie Wiarda) [1958–1963]

    De commissie Wiarda werd op 3 maart 1959 geïnstalleerd en had de opdracht om ‘het gehele vraagstuk van de loterijen en de daaraan verwante activiteiten in beschouwing te nemen’. Daarbij moest worden overwogen in hoeverre wijzigingen of aanvullingen op de bestaande wettelijke regelingen noodzakelijk waren. De Commissie kwam in december 1958 met een interim-rapport waarin onder meer een regeling met betrekking tot de voetbaltoto was opgenomen. Op 20 juni 1963 presenteerde de commissie haar eindrapport, waar ook het wetsvoorstel voor de Wet op de kansspelen deel van uitmaakte.

    Werkgroep invoering casinospelen [1974–1975]

    De werkgroep werd in januari 1974 ingesteld door de Minister van Justitie. De wijziging van de Wet op de kansspelen (Stb. 1974, 441) waarmee casino’s in Nederland werden gelegaliseerd was vastgesteld en er moest een begin worden gemaakt met de uitwerking van de regeling. Op basis van een studie van buitenlandse wetgeving maakte de werkgroep een eerste opzet van de voorschriften die aan een vergunning tot het organiseren van een speelcasino verbonden zouden moeten worden. In oktober 1974 hield de werkgroep op te bestaan; de leden gingen over naar de voorlopige Raad de Casinospelen.

    Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Kuyper ) [1974–1977]

    De Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten, ook bekend als de Commissie Kuyper, werd eind 1974 door de Minister van Justitie ingesteld. De werkgroep had als opdracht om de problematiek rond de speelautomaten te onderzoeken. In 1977 presenteerde zij haar interim-rapport waarin werd gepleit voor het creëren van een wettelijk systeem, waarin alle speelautomaten onder een vergunningsysteem zouden moet worden gebracht. Voor de uitwerking van een dergelijke regeling werd een nieuwe Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten ingesteld, bekend als de Commissie Van Tilburg.

    Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Van Tilburg) [1978–1980]

    De tweede Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten werd in 1978 ingesteld door de Minister van Justitie en staat ook bekend als de Commissie Van Tilburg. De betrokken Ministeries waren die van Economische Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken en Financiën. Verder waren het Openbaar Ministerie, de politie en het VNG vertegenwoordigd. De werkgroep had tot taak om het wetsvoorstel ten aanzien van speelautomaten – zoals voorgesteld door de Commissie Kuyper – voor te bereiden. Hierbij werd de pas opgerichte speelautomatenbrancheorganisatie (VAN) eveneens nauw betrokken. In 1980 werd het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden.

    Commissie coördinatie en harmonisatie kansspelbeleid (Commissie Haars) [1991–1992]

    Commissie ingesteld door de Staatssecretaris van Justitie, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Financiën, de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (Stcrt. 1991, 50). De Commissie had tot taak advies uit te brengen over de wijze waarop aan een verbeterde coördinatie en harmonisatie van de regelgeving en uitvoering op het gebied van de kansspelen vorm kan worden gegeven. Daarnaast diende de Commissie te onderzoeken of in dit kader een orgaan in het leven moest worden geroepen met advies- of beheersbevoegdheden op het terrein van de kansspelen. In maart 1992 presenteerde de Commissie haar eindrapport, Gelijke Kansen, waarmee zij werd ontbonden.

    Werkgroep Kansspelen Herijkt [1997–]

    De werkgroep kansspelen herijkt werd begin 1997 ingesteld om advies uit te brengen over een integrale (justitiële) benadering van de kansspelproblematiek, als uitvloeisel van de nota Kansspelen Herijkt. In de werkgroep hadden vertegenwoordigers zitting van het openbaar Ministerie, politie, de belastingdienst en de Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

    MDW Werkgroep Wet op de Kansspelen [1998–2000]

    In het kader van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit is vanaf 1998 ook gekeken of er verbeteringen mogelijk waren op het terrein van de kansspelen. De werkgroep stond onder het voorzittersschap van prof. Huls, het secretariaat lag bij de Ministeries van Justitie en Economische Zaken. In 2000 presenteerde de werkgroep het rapport ‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen’.

    Handelingen onder de zorg van de Minister van EZ

    Minister van Economische Zaken [1945–]

    De Minister van Economisch zaken is de verantwoordelijke vakMinister voor het beleid ten aanzien van casino’s en speelautomaten. De Minister verleent vergunningen voor het exploiteren en aanwezig hebben van speelautomaten, en houdt toezicht op de toelating van de verschillende typen speelautomaten. Verder is het Ministerie van Economische Zaken betrokken bij besluitvorming op andere onderdelen van het kansspelbeleid wanneer daarbij het midden- en kleinbedrijf in het geding is. Wanneer het gaat om het verlenen van vergunningen gebeurt dit door de Directie Wetgeving en andere Juridische Zaken van het departement.

    Werkgroep/projectgroep structuur casinobeheer (Commissie De Boer/Commissie Hustinx) [1984–1985]

    Het gaat hier eigenlijk om twee commissies, beide ingesteld door de Minister van Economische Zaken. In eerste instantie werd in 1984 een werkgroep ingesteld onder leiding van directeur-generaal de Boer van het Ministerie van Economische Zaken om de herziening van de beheersstructuur van de casino’s te verkennen. De werkgroep werd al snel in een kleinere projectgroep omgezet, waarin naast de voorzitter van de Raad voor de casinospelen (Hustinx), de voorzitter van de NSECN (De Vriese) en een onafhankelijke wetenschapper (Horringa) zitting hadden. De conclusie van de projectgroep was dat de NSECN een zelfstandiger bestuursvorm zou moeten krijgen.

    Commissie kansspeelautomaten (Commissie Nijpels) [1994–1995]

    De Commissie kansspeelautomaten, ook bekend als de Commissie Nijpels, werd ingesteld in 1994 door de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie, en de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (Stcrt. 1994, 60). De Commissie had tot taak om de betrokken Ministers te adviseren over een aanscherping van de normen die werden gesteld aan kansspeelautomaten waardoor het risico dat deze automaten tot problematisch speelgedrag kunnen leiden, tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau zou worden beperkt. Daarnaast diende de commissie zich te buigen over de formulering van een modelconvenant dat gemeenten zouden kunnen sluiten met speelautomatenexploitanten. In maart 1995 presenteerde de Commissie het rapport Op de kast gejaagd.

    Handelingen onder de zorg van de Minister van Financiën

    Minister van Financiën [1945–]

    De Minister van Financiën is de eerstverantwoordelijke Minister voor het beleid ten aanzien van de Staatsloterij. Verder heeft de Minister met kansspelen te maken via de Wet op de kansspelbelasting. Handelingen ten aanzien van de kansspelbelasting worden echter niet in dit rapport beschreven daar zij reeds zijn behandeld in het RIO Belastingen: De geheiligde schuld (zie: handeling 360, 361 en 907). Bij het Ministerie van Financiën waren verschillende dienstonderdelen betrokken bij de Staatsloterij. Lange tijd was de Afdeling Indirecte Belastingen in ieder geval verantwoordelijk voor het algemene beleid.

    Directeur der Staatsloterij [1945–1992]

    De directeur der Staatsloterij was tot 1992 door de Minister van Financiën belast met het beheer van de Staatsloterij. Dit hield in dat de Directeur de dagelijkse gang van zaken rond de Staatsloterij regelde, zoals het benoemen van de collecteurs en debitanten van de Staatsloterij, het geven van aanwijzingen ten aanzien van hun werkwijze en het opstellen van een officieel plan voor de Staatsloterij. De Directeur werd door de Kroon benoemd en ontslagen.

    Collecteur van de Staatsloterij [1945-1992]

    De Collecteur van de Staatsloterij was tot 1992 door de Minister van Financiën belast met het uitbetalen van de prijzen van de staatsloterij, dan wel het uitstellen van deze betaling wanneer er gerede twijfel bestaat ten aanzien van de rechtmatigheid van het bezit van een lot door de aanbieder.

    Trekkingscommissie Staatsloterij [1964–1992]

    De Trekkingscommissie was aanwezig bij elke trekking van de Staatsloterij en stelde over de resultaten een proces-verbaal op. Een exemplaar van het proces-verbaal werd naar de Minister van Financiën gezonden. De leden van de Trekkingscommissie werden aangewezen door de Minister van Financiën.

    Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden [1983–1992]

    De Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden werd in 1983 ingesteld bij de Rechtspositieregeling staatslotenverkopers (Stcrt. 1983, 60). De taak van de commissie was het adviseren van de Minister van Financiën over klachten van collecteurs en debitanten tegen besluiten, of weigeringen daartoe, van of namens de Minister van Financiën of de Directeur der Staatsloterij. De Klachtencommissie bestond uit een voorzitter en drie leden en was onderverdeeld in twee kamers: één voor klachten van collecteurs en één voor klachten van debitanten. De belangenverenigingen van collecteurs en debitanten konden elk één lid voor benoeming in de klachtencommissie bij de Minister van Financiën voordragen.

    Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie van Aardenne) [1983–1984]

    De Werkgroep Privatisering Staatsloterij, ook bekend als de Commissie van Aardenne, werd op 23 december 1986 door de Staatssecretaris van Financiën ingesteld. De Werkgroep had als opdracht om de verschillende privatiseringsvarianten van de Staatsloterij te onderzoeken. Op 16 december 1987 presenteerde de commissie haar eindrapport, Het lot in eigen handen.

    Interdepartementale Begeleidingscommissie Privatisering (IBP) [1988]

    Deze algemene adviescommissie op het gebied van privatisering werd in 1988 door de Staatssecretaris van Financiën om advies gevraag over de voorgenomen privatisering van de Staatsloterij.

    Handelingen onder de zorg van de Minister van VWS

    Minister belast met sportzaken [1945–]

    De actor Minister belast met sportzaken verwijst in de loop der tijd naar verschillende Ministeries. Van 1945 tot 1968 was de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKW) onder meer belast met zaken betreffende de sport. Na 1968 was dit tot 1984 de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM). In 1984 werd dit Ministerie omgedoopt in het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC), waarbij de staatssecretaris van volksgezondheid verantwoordelijk was voor sportzaken. De laatste verandering vond plaats in 1994 toen er een staatssecretaris voor sport kwam op het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

    De Minister belast met sportzaken is betrokken bij het beleid ten aanzien van sportprijsvragen, de lotto en de krasloterij (een vorm van instantloterij). Concreet betekent dit dat de Minister samen met de Minister van justitie op deze gebieden nadere regels stelt, vergunningen verleent en toezicht houdt op de vergunninghouders.

    Werkgroep Oranje [1968–1969]

    Deze interdepartementale werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie, Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (CRM), Financiën, Landbouw en Visserij en Economische zaken, had tot taak om te adviseren over de financiële positie van de sporttotalisator. Concreet betekende dit dat de Werkgroep Oranje de voorstellen voorbereidde tot wijziging van de Wet op de kansspelen ten aanzien van sportprijsvragen. Met deze wijziging (Stb. 1968, 288) werden de wettelijke beperkingen verruimd die aan de sporttotalisator waren opgelegd.

    Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve) [1973–1974]

    De Projectgroep Lotto en Toto werd op 15 oktober 1973 ingesteld door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) en stond onder leiding van secretaris-generaal Verhoeve van het betreffende Ministerie. De projectgroep moest de Minister van CRM adviseren over de opzet van de instelling die zou worden belast met het organiseren van de lotto en de toto en die eveneens een belangrijke rol zou krijgen bij de verdeling van de opbrengst daarvan. De instelling van de projectgroep was een gevolg van het door de kamerleden Geurtsen en Van Schaik ingediende initiatiefwetsvoorstel waarmee een legale lotto in Nederland mogelijk zou worden. De discussie rond dit wetsvoorstel spitste zich toe op de vraag door welke organisatie de lotto georganiseerd moest worden. De Commissie Verhoeve adviseerde de Ministers uiteindelijk om de Stichting de Nationale Sporttotalisator (SNS) naast de toto ook de lotto te laten organiseren.

    Selectielijsten

    Handelingen van actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

    Actor: Minister van Justitie

    Kansspelbeleid in het algemeen

    Beleidsontwikkeling en evaluatie

    (1.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het algemene beleid betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen

    Bijvoorbeeld:

    – Nota kansspelen in perspectief (1989);

    – Nota Kansspelen in balans (1994);

    – Nota kansspelen herijkt (1995).

    Waardering: B 1

    (2.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van kansspelen

    Periode: 1945–

    Waardering: B 1

    (3.)

    Handeling: Het instellen van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het algemene kansspelenbeleid alsmede het formuleren van de onderzoeks- of adviesopdracht

    Periode: 1945–

    Product: Instellingsbeschikking Commissie Loterijwezen (Commissie Wiarda) van 3 maart 1959

    – Werkgroep invoering casinospelen (1974);

    – Interdepartementale werkgroep speelautomaten (Commissies Kuyper en Van Tilburg – 1974–1977) ;

    – Instellingsbeschikking commissie coördinatie en harmonisatie kansspelbeleid (commissie Haars) (Stcrt. 1991, 50);

    – Werkgroep kansspelen herijkt (1997).

    Opmerking: Uit de instellingsbeschikking van de Commissie Haars valt op te maken dat de Minister van Justitie (advies)commissies voor het algemene kansspelbeleid instelt, maar daarbij vaak in overeenstemming handelt met de andere betrokken Ministers.

    Waardering: B 4

    Totstandkoming van wetgeving

    (9.)

    Handeling: Het voorbereiden van de wijziging of intrekking van de Loterijwet

    Periode: 1945–1964

    Product: Besluit houdende nadere regelen inzake de verbindende kracht van maatregelen op het gebied van het loterijbedrijf, welke zijn uitgevaardigd gedurende de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa (Stb. 1945, F103);

    – Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619);

    – Wet houdende nadere wijziging van de Loterijwet (Stb. 1955, 339);

    – Wet houdende wijziging van de Loterijwet (Stb. 1961, 312);

    – Wet op de loterijbelasting (Stb. 1961, 313).

    Opmerking: De Minister belast met sportzaken zal hierbij niet vanaf 1945 bij betrokken zijn, aangezien deze Minister wettelijk gezien pas bij de toevoeging van regels met betrekking tot sportprijsvragen in 1961 een actor werd op het beleidsterrein.

    Waardering: B 1

    (10.)

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483)

    Wijzigingen bij: (Stb. 1967, 108); (Stb. 1968, 288); (Stb. 1970, 612); (Stb. 1971, 287); (Stb. 1973, 287); (Stb. 1974, 441); (Stb. 1976, 229); (Stb. 1981, 154); (Stb. 1984, 91); (Stb. 1985, 600); (Stb. 1988, 672); (Stb. 1988, 673); (Stb. 1991, 394); (Stb. 1992, 282); (Stb. 1992, 371); (Stb. 1992, 636); (Stb. 1993, 650); (Stb. 1993, 658); (Stb. 1994, 573); (Stb. 1995, 300); (Stb. 1997, 63); (Stb. 1997, 510); (Stb. 1998, 270); (Stb. 1998, 298); (Stb. 1998, 446); (Stb. 1999, 9); (Stb. 1999, 30)

    Opmerking: De Minister van Economische Zaken was niet vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen; hij is voor het eerst medeondertekenaar van de wetswijziging in 1974, waarbij casino’s en de lotto werden gelegaliseerd.

    Waardering: B 1

    Verantwoording van beleid

    (11.)

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Het betreft hier de verslaglegging waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het beleidsterrein specifieke wet- en regelgeving. Bij de selectie dient rekening te worden met het feit dat jaarverslagen vaak een samenvatting geven van de verslagen die betrekking hebben op een kortere periode.

    Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

    Waardering: B, 3 voor verslagen op het hoogste niveau

    V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

    (12.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende het kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68

    Product: brieven, notities

    Opmerking: De Minister van Justitie is als coördinerend bewindspersoon betrokken bij de beantwoording van alle Kamervragen. Wanneer het over specifieke zaken gaat, zal hierbij tevens de betreffende vakMinister betrokken zijn, bijvoorbeeld de Minister van Economische Zaken voor speelautomaten of casino’s. In het geval van loterijen en premieleningen treedt de Minister van Justitie eveneens op als vakMinister (zie de betreffende handeling in hoofdstuk 4)

    Waardering: B 2,3

    (13.)

    Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het algemene beleid betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: brieven, notities

    Waardering: B 2,3

    Informatieverstrekking

    (14.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: brieven, notities

    Waardering: V 5 jaar

    (15.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: voorlichtingsmateriaal

    Opmerking: Zie voor het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) handeling 1.

    Waardering: B 5 één exemplaar van het eindprodukt, overige neerslag V 10 jaar

    Onderzoek

    (16.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het algemene kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Product: nota’s, notities, onderzoeksrapporten

    Voorbeelden:

    M. Heuvel en J van Kalmthout, Lucky 10 in Nederland. Een evaluatie van de dagelijkse lotto. Vakgroep Vrijetijdswetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant 1994

    Waardering: B 1

    (17.)

    Handeling: Het financieren en begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het algemene kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Product: notities, notulen, brieven, begrotingen, rekeningen, declaraties

    Waardering: V 10 jaar

    Toezicht en opsporing

    (18.)

    Vervallen

    College van Toezicht op de kansspelen

    (19.)

    Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de voorzitter, de overige leden, of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen worden benoemd en ontslagen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Besluit College van toezicht op de kansspelen, art. 12 jo. art. 14, lid 1 jo. 16, lid 3

    Product: Koninklijke Besluiten

    Opmerking: De voordracht voor de benoeming of het ontslag van deze functionarissen gebeurt in overeenstemming met de Ministers wie het mede aangaat. Dat wil zeggen: de Minister van Economische Zaken, de Minister van Financiën, de Minister belast met sportzaken en de Minister van Landbouw. Wanneer het gaat om een voordracht voor ontslag dient het College te worden gehoord.

    Waardering: V 5 jaar

    (20.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming of het ontslag van de voorzitter, de overige leden of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 12 jo. art 14, lid 1 jo. 16, lid 3

    Product: Brief

    Waardering: V 5 jaar

    (21.)

    Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de voorzitter, een lid of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen wordt geschorst

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 17

    Product: Koninklijke Besluiten

    Waardering: V 5 jaar

    (22.)

    Handeling: Het benoemen van de leden van het bureau van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 14, lid 2

    Opmerking: Het gaat hier om de benoeming van alle leden van het bureau van het College van toezicht op de kansspelen behalve de secretaris.

    Waardering: V 5 jaar

    (23.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij nadere regels worden gegeven met betrekking tot de taak, bevoegdheden, samenstelling en benoeming van de leden en de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 37; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Product: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595)

    Opmerking: Deze regels hebben mede betrekking op de werkwijze en de vergoeding van de kosten van het College

    Waardering: B 5

    (24.)

    Deze handeling komt te vervallen

    (25.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij nadere regels worden gegeven ten aanzien van de wijze waarop het College van toezicht op de kansspelen aanbevelingen kan doen aan personen en instellingen die op grond van de Wet op de kansspelen een vergunning hebben voor het houden van kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 35, lid 2; zoals ingevoegd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595)

    Waardering: B 5

    (26.)

    Handeling: Het geven van toestemming voor het vaststellen van en het goedkeuren van het reglement van orde waarin het College van toezicht op de kansspelen nadere regels geeft ten aanzien van zijn werkwijze

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen, art. 20; zoals laatstelijk gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 764)

    Opmerking: Het reglement van orde bevat onder meer regels met betrekking tot het aanwijzen van plaatsvervangende voorzitters, de openbaarheid van vergaderingen en de wijze waarop eventuele voorstellen en aanbevelingen bekend worden gemaakt. Het reglement van orde wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

    Voor de wetswijziging diende de Minister het reglement goed te keuren, daarna is sprake van het vaststellen met toestemming van de Minister.

    Waardering: V 10 jaar als het alleen gaat om de toestemming

    V 20 jaar als ook de beleidsmatige aspecten van de toestemming worden bedoeld

    B 4 mbt goedkeuren reglement

    (27.)

    Handeling: Het goedkeuren van het bestedingsplan en het bekostigen van de uitgaven van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 22, lid 2

    Opmerking: In afwijking van de normale procedure ziet het Besluit voor dat de Minister van Justitie het bestedingsplan voor het kalenderjaar 1996 opstelt.

    De Minister van Justitie bekostigt de uitgaven.

    Waardering: V 7 jaar

    (28.)

    Handeling: Het richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1

    Opmerking: Verzoeken om advies van andere Ministers die het kansspelbeleid aangaat worden tevens via de Minister van Justitie gedaan.

    Waardering: B 5 advies met bijlagen

    V 10 jaar overige neerslag

    (30.)

    Handeling: Het richten van het verzoek aan het College van toezicht op de kansspelen om een onderzoek in te stellen naar de naleving van de wettelijke bepalingen, de statuten en reglementen door een rechtspersoon waaraan een vergunning voor het organiseren van kansspelen is verleend

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 5

    Opmerking: Verzoeken tot het verrichten van een onderzoek door andere Ministers die het kansspelbeleid aangaat, lopen eveneens via de Minister van Justitie.

    Waardering: B 5 advies met bijlagen

    V 10 jaar overige neerslag

    (32.)

    Handeling: Het afgeven van legitimatiebewijzen aan de leden van het College van toezicht op de kansspelen, de secretaris en de overige medewerkers van het bureau van het College

    Periode: 1996–1997

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen, art. 6, lid 1; vervallen in 1997 (Stb. 1997, 764)

    Waardering: V 5 jaar

    Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Algemeen

    (33.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid ten aanzien van loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: notities, nota’s, rapporten

    Opmerking: Hier treedt de Minister niet op als coördinerend bewindspersoon maar als vakMinister.

    Waardering: B 1

    (34.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van loterijen, premieleningen prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: evaluaties, verslagen

    Waardering: B 2

    (35.)

    Handeling: Het instellen van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het beleid ten aanzien van loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen, alsmede het formuleren van de onderzoeks- of adviesopdracht

    Periode: 1945–

    Product: Instellingsbeschikking Commissie Tenkink van 9 maart 1954

    Waardering: B 4

    (37.)

    Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij nadere voorschriften worden gegeven ten aanzien van legale loterijen, premieleningen en prijsvragen

    Periode: 1945–

    Grondslag: Loterijwet 1905, art. 4, lid 1 en 4, zoals ingevoegd bij Stb. 1925, 242; ingetrokken bij Stb. 1964; 483

    Wet op de kansspelen, art. 6, lid 1

    Product: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380);

    – Koninklijk Besluit van 24 mei 1947, houdende wijziging van het Koninklijk besluit van 21 september 1928 (Stb. 1947, H159);

    – Koninklijk Besluit van 9 april 1951 (Stb. 1951, 105);

    – Kansspelenbesluit (Stb. 1964, 509) en (Stb. 1997, 616).

    Opmerking: Deze nadere voorschriften kunnen betrekking hebben op:

    – de wijze waarop en de middelen waarmee prijs- en premietrekkingen moeten plaats hebben;

    – de waarde van de gezamenlijk uit te geven aandelen in loterijen en premieleningen op geldelijke waarborgen die van de houders van een loterij kunnen worden verlangd die onder hierbij vast te stellen omstandigheden verbeurd kunnen worden verklaard;

    – voorschriften die dienen te worden verbonden aan vergunningen.

    Waardering: B 5

    (38.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij regels worden gegeven met betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een vergunning tot het organiseren van een loterij, een premielening of prijsvragen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art 6, lid 2; zoals ingevoegd bij in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Besluit van 26 oktober 1995 tot wijziging van het Kansspelenbesluit (Stb. 1995, 523)

    Waardering: V 10 jaar

    (39.)

    Handeling: Het aanmerken van bepaalde handelingen als een verboden loterij

    Periode: 1943–1951

    Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van Justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 2, lid 3; zoals vervallen (Stb. 1950, K619)

    Waardering: B 5

    (40.)

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

    Waardering: B, 3 voor verslagen op het hoogste niveau

    V 5 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

    (41.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B 2,3

    (42.)

    Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B 2,3

    (43.)

    Handeling: Het beslissen op beroepsschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen, alsmede het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor administratief rechterlijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen, verweerschriften

    Waardering: V 10 jaar na uitspraak

    (44.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: brieven, notities

    Waardering: V 5 jaar

    (45.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Waardering: B 5 één exemplaar van het eindprodukt, overige neerslag V 10 jaar

    (46.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

    Waardering: B 1

    (47.)

    Handeling: Het financieren en begeleiden van interne of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Notulen, rekeningen, declaraties

    Waardering: V 10 jaar

    Aanwijzingen met betrekking tot de prijsbepaling bij loterijen en premieleningen

    (48.)

    Handeling: Het op verzoek verlenen van toestemming om bij loterijen en premieleningen de trekking te laten plaatsvinden op een wijze die afwijkt van de hiervoor gestelde regels

    Periode: 1947 -

    Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. I; zoals ingevoegd in 1947 (Stb. 1947), H159); gewijzigd bij in 1951 (Stb. 1951, 105); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483);

    Kansspelenbesluit, art. 5; zoals laatstelijk gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 616).

    Product: Beschikking

    Opmerking: De bedoelde toestemming is alleen mogelijk voor loterijen waarvan de prijzen gezamenlijk een grotere waarde hebben dan 4.500 euro. De Minister kan de toestemming onder voorwaarden verlenen. Het gaat hier overigens om toestemming voor afwijking van bepalingen die in de achtereenvolgende uitvoeringsbesluiten (zie grondslag) zelf zijn gegeven, en niet die van de Loterijwet.

    Waardering: V 10 jaar

    (49.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling die de methode van prijsbepaling goedkeurt wanneer daarbij mechanische, elektrische of elektronische processen gebruikt worden

    Periode: 1996–

    Grondslag: Kansspelenbesluit, art. 5, lid 3; zoals laatstelijk gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 616)

    Product: Beschikking

    Opmerking: Een dergelijke goedkeuring is overigens alleen vereist indien de gezamenlijke waarde van prijzen en premies meer is dan 45.000 euro.

    Waardering: V 20 jaar

    (50.)

    Handeling: Het goedkeuren van de methode volgens welke de prijsbepaling bij premieleningen en prijsvragen geschiedt

    Periode: 1964–

    Grondslag: Kansspelenbesluit, art. 6; zoals laatstelijk gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 616)

    Product: Beschikking

    Opmerking: De prijsbepaling geschiedt door de notaris in overleg met de organisator.

    Waardering: V 10 jaar

    Loterijen

    (51.)

    Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij toestemming wordt gegeven voor het houden van een loterij

    Periode: (1905) 1945–1951

    Grondslag: Loterijwet 1905, art. 3; zoals vervallen bij in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Product: Koninklijke Besluiten

    Opmerking: De Minister van Justitie draagt de toestemming voor een loterij voor aan de Kroon wanneer de totale waarde van de prijzen meer is dan 45 euro. Wanneer het minder is dan kan toestemming worden verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de loterij zal worden gehouden.

    Waardering: B 5

    (52.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning voor het houden van een loterij alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden

    Periode: 1951–

    Grondslag: Loterijwet, art. 3; zoals laatstelijk gewijzigd in 1950 ( Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Wet op de kansspelen (Stb, 483) art. 3, lid 1

    Product: Verlening vergunning Stichting de Nationale Sporttotalisator voor organiseren kansspel (Stcrt. 1981, 208); (Stcrt. 1986, 101); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988, 24); (Stcrt. 1989; 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); Stcrt. 1992, 46); Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244; (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246

    Beschikking BankLoterij en GiroLoterij (beschikking 14 december 1990, L.O. 700/088/207.71; (Stcrt. 1994,5); (Stcrt. 1995, 15); (Stcrt. 1997, 153)

    Beschikking Sponsorloterij (Beschikking 16 november 1988, L.O. 730/002/221.88; (Stcrt. 1994, 5; (Stcrt. 1995, 15); (Stcrt. 1997, 248); (Stcrt. 1999, 80); (Stcrt. 1999, 109)

    Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 73); (Stcrt. 1997; 248; (Stcrt. 1998, 142); (Stcrt. 1999, 33)

    Opmerking: Wanneer de prijzen en premies samen een waarde hebben van minder dan 225 euro of, wanneer het gaat om een gemeente met meer dan vijftigduizend inwoners, 450 euro, zal deze toestemming worden gegeven door de burgemeester en wethouders van die gemeente. Deze bedragen zijn overigens regelmatig naar boven aangepast sinds 1951. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften worden in het besluit waarbij de vergunning wordt verleend, opgenomen.

    Waardering: B 5

    (300.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van tijdelijke, zogenaamde artikel 3-vergunningen

    Periode: 1951–

    Grondslag: Loterijwet, art. 3; zoals laatstelijk gewijzigd in 1950 ( Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Wet op de kansspelen (Stb, 483) art. 3, lid 1

    Product: Beschikking

    Opmerking: De bankgiroloterij, de Sponsorloterij en de postcodeloterij zijn sinds geruime tijd semi-permanente vergunninghouders. Jaarlijks worden enige honderden artikel 3-vergunningen verstrekt.

    Waardering: V 10 jaar

    (53.)

    Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning tot het organiseren van een instantloterij aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorschriften die aan deze vergunning worden verbonden

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 1 en 14c; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord. Wanneer de voorschriften betrekking hebben op het deel van de opbrengst dat de houder van een instantloterij aan de Staat moet overdragen, op inrichtingen waar tevens deelnamebewijzen van de staatsloterij verkrijgbaar zijn of op de vertegenwoordiging namens de organisator van de Staatsloterij in het bestuur van de vergunninghouder van de instantloterij, worden deze vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Financiën.

    Waardering: B 5

    (54.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën en de Minister belast met sportzaken inzake de vaststelling van voorschriften die worden verbonden aan de vergunning voor het organiseren van een instantloterij

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14c, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art 3, lid 4; art. 11; art. 16, lid 3; art. 19, lid 2; art. 20, lid 4; vervallen 30 april 1996

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: In de beschikking instantloterij is precies aangegeven met de vaststelling of wijziging van welke voorschriften de Minister van Financiën moet overeenstemmen. Het gaat om bepalingen in de beschikking instantloterij waarbij is bepaald:

    – dat de Minister van Financiën de bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij moet goedkeuren voor zover zij betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS);

    – wat het maximum aantal verkooppunten is, waarvan 1500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de SENS;

    – dat een bepaald deel van de netto-opbrengst van de instantloterij wordt afgedragen aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij elk kwartaal een financieel verslag aan de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken stuurt, alsmede een afschrift daarvan aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij de jaarrekening tevens aan de Minister van Financiën zendt

    In de beschikking instantloterij 1996 keren deze bepalingen niet terug.

    Waardering: B 5

    (55.)

    Handeling: Het goedkeuren van de statuten en reglementen van de Stichting Algemene Loterij Nederland en de Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Akties

    Periode: 1970–

    Grondslag: Beschikking BankLoterij en GiroLoterij, art. 4, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stcrt. 1995, 251)

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan vraagt de Minister het College van toezicht op de kansspelen om advies

    Waardering: V 20 jaar

    (56.)

    Handeling: Het bepalen dat de omvang van de reservering die door de Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Akties wordt gevormd hoger kan zijn dan in de verleende vergunning tot het organiseren van de BankLoterij en de GiroLoterij is vastgelegd

    Periode: 1970–

    Grondslag: Beschikking BankLoterij en GiroLoterij, art. 12, lid 3

    Opmerking: Volgens de beschikking mag de reservering hoogstens 2,5 % van de totale bruto jaaropbrengst zijn.

    Waardering: V 10 jaar

    (57.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Algemene Loterij Nederland en de Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Akties ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag

    Periode: (1970) 1994–

    Grondslag: Beschikking BankLoterij en GiroLoterij, art. 17, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stcrt. 1995, 251)

    Opmerking: De Minister vraagt hierover advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Waardering: V 10 jaar

    (58.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Algemene Loterij Nederland en de Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Akties ten aanzien van wervings- en reclameactiviteiten

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking BankLoterij en GiroLoterij art. 6, lid 4; zoals ingevoegd in 1995 (Stcrt. 1995, 251)

    Opmerking: De Minister vraagt hierover advies aan het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: B 5

    (59.)

    Handeling: Het goedkeuren van de statuten en reglementen van de Stichting Fondsen Promoties

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking sponsorloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 3, lid 2

    Waardering: V 20 jaar

    (60.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige of keuringsinstantie die de mechanische, elektrische en elektronische processen die gebruikt worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de sponsorloterij goedkeuren en periodiek controleren

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking sponsorloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 7, lid 1

    Waardering: V 10 jaar

    (61.)

    Handeling: Het bepalen dat de omvang van de reserveringen van de Stichting Fondsen Promoties hoger mogen zijn dan het percentage dat is vastgesteld in de vergunning

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking sponsorloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 14, lid 3

    Waardering: V 10 jaar

    (62.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Fondsen Promoties omtrent de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking sponsorloterij (Stcrt. 1993, 48), art. 18, lid 1

    Waardering: V 10 jaar

    (63.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging) van de statuten en reglementen van de Stichting Nationale Postcode Loterij

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48) art. 3, lid 2

    Opmerking: Vanaf 1996 moet de Minister hierover advies vragen aan het College van toezicht op de kansspelen

    Waardering: V 20 jaar

    (64.)

    Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van de leden van de raad van toezicht van de Stichting Nationale Postcode Loterij

    Periode: 1989

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48), art. 3, lid 4

    Waardering: V 5 jaar

    (65.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Nationale Postcode Loterij ten aanzien van wervings- en reclameactiviteiten

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij, art. art. 5, lid 4; zoals ingevoegd in 1995 (Stcrt. 1995, 251)

    Opmerking: De Minister vraagt hierover om advies bij het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: B 5

    (66.)

    Handeling: Het aanwijzen van onafhankelijke deskundigen of keuringsinstellingen die de mechanische, elektrische en elektronische processen die gebruikt worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de postcodeloterij goedkeuren en periodiek controleren

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48), art. 10, lid 1

    Waardering: V 20 jaar

    (67.)

    Handeling: Het bepalen dat de omvang van de reservering die de Stichting Nationale Postcode Loterij vormt, hoger mag zijn dan is vastgelegd in de verleende vergunning tot het organiseren van de postcodeloterij

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48), art. 11, lid 3

    Waardering: V 10 jaar

    (68.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Nationale Postcodeloterij ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag

    Periode: 1989–

    Grondslag: Beschikking Postcodeloterij (Stcrt. 1993, 48) art. 15, lid 1

    Opmerking: Vanaf 1996 vraagt de Minister hierover eerst advies aan bij het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: V 20 jaar

    (69.)

    Handeling: Het bepalen dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij ten goede komt aan de schatkist

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) en

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Hierbij wordt tevens vastgesteld hoe groot dit deel moet zijn. Een en ander gebeurd pas nadat overeenstemming is bereikt met de Minister van Financiën.

    Waardering: B 5

    (70.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën en de Minister belast met sportzaken inzake de bepaling dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij moet worden afgedragen aan de Staat

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: B 5

    (71.)

    Handeling: Het rapporteren aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de werking van de Wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij en de op basis daarvan verleende vergunning

    Periode: 1994–1996

    Grondslag: Wet van 2 december 1993 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij (Stb. 1993, 658) art. III

    Product: De Krasloterij in Nederland. Deelname, deelnemers, risico’s en handhaving (Ministerie van Justitie/Den Haag, 1995)

    Opmerking: De eerste vergunning tot het organiseren van de instantloterij werd als proef voor de duur van twee jaar verleend aan de Stichting Nationale Instantloterij. Het onderzoek voor het rapport aan de Tweede Kamer werd in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door Bakkenist Management Consultants en het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO)

    Waardering: B 2,3

    (72.)

    Handeling: Het goedkeuren van de statuten en reglementen van de Stichting Nationale Instantloterij

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 2; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92) art. 3, lid 2

    Waardering: V 20 jaar

    (73.)

    Handeling: Het instemmen met de (wijziging van de) bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij die betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij in het bestuur van de stichting.

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 4; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 4

    Waardering: V 20 jaar

    (74.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling die de mechanische, elektrische en elektronische processen die worden gebruikt bij de prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de instantloterij, goedkeuren en periodiek controleren

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 14, lid 1; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 11, lid 1

    Waardering: V 10 jaar

    (75.)

    Handeling: Het goedkeuren van het aanmerken van kosten, die niet rechtstreeks verband houden met het organiseren van de instantloterij of met de normale bedrijfskosten, als exploitatiekosten

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij, (Stcrt. 1994, 5) art. 17, lid 2; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 13, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2000, 111

    Waardering: V 10 jaar

    (76.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke instelling die van de Stichting Nationale Instantloterij de opdracht krijgt tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten van de instantloterij

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 5, lid 2

    Waardering: V 10 jaar

    (77.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Nationale Instantloterij omtrent de inrichting van haar jaarrekening en jaarverslag

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 17, lid 1

    Waardering: V 20 jaar

    (78.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Stichting Nationale Instantloterij inzake het verlenen van de opdracht aan een onafhankelijke instelling tot het gedurende een periode van tenminste vier jaar verrichten van longitudinaal onderzoek naar het gedrag van deelnemers aan de instantloterij

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 18, lid 1

    Opmerking: De aangewezen instelling rapporteert jaarlijks aan de Ministers en het College van toezicht op de kansspelen.

    In 2006 en 2007 zal een onderzoek plaatsvinden naar gokverslaving onder allochtonen.

    Waardering: B 5

    Premieleningen

    (79.)

    Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij naamloze vennootschappen, coöperatieve of andere, rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen en stichtingen, toestemming wordt verleend tot het openstellen van een premielening

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Loterijwet 1905, art. 2bis, zoals ingevoegd in 1925 (Stb. 1925, 242); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Product: KB’s

    Opmerking: In de wet wordt gesteld dat het hier moet gaan om tegen een niet hogere dan de parikoers uitgegeven werkelijke geldleningen, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geven van tenminste drie procent.

    Bij het verlenen van de toestemming tot het houden van een premielening kan worden bepaald dat de houder een waarborg onder berusting van de Staat moet stellen (hetzij in een geldbedrag, hetzij in een fonds), zodat is verzekerd dat de verplichtingen aan de deelnemers kunnen worden nagekomen. Het beheer van deze waarborgsommen en fondsen is in handen van de Agent van het Ministerie van Financiën in Amsterdam.

    Waardering: B 5

    (80.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid voor het openstellen van een premielening

    Periode: 1964–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 4, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1976 (Stb. 1976, 229)

    Product: Beschikking

    Opmerking: Een dergelijke vergunning kan alleen worden verleend voor geldleningen waarvan het geplaatste geld algemene belangen moet dienen.

    Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften worden in het besluit waarbij de vergunning wordt verleend, opgenomen.

    Tot 1971 was er sprake van het verlenen van een vergunning aan een: naamloze vennootschap, een coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of een stichting

    Waardering: B 5

    (83.)

    Handeling: Het beslissen of, en zo ja in hoeverre, de waarborgsom dient te worden aangesproken wanneer de houder van een premielening niet aan zijn verplichtingen jegens de deelnemers kan voldoen

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. IV; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Opmerking: De Minister van Justitie voerde bij het nemen van de beslissing overleg met de Minister van Financiën

    Waardering: V 20 jaar na uitspraak

    (88.)

    Handeling: Het geven van nadere regels met betrekking tot de afwikkeling van legale loterijen die als gevolg van de wetswijziging van 1950 geen voortgang meer mogen vinden

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stcrt. 1950, K619) art. III, lid 3; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Opmerking: Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de termijn waarbinnen de afwikkeling moet zijn gerealiseerd of dat een maatschappij het af te wikkelen loterijbedrijf in een afzonderlijke rechtspersoon moet onderbrengen

    Waardering: B 5

    (89.)

    Handeling: Het benoemen van een liquidateur die de afwikkeling van een loterijbedrijf uitvoert

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619) art. III, lid 4; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 30 jaar

    Prijsvragen

    (90.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning voor het houden van prijsvragen

    Periode: 1961–

    Grondslag: Loterijwet, art. 18, lid 1; zoals ingevoegd in 1961 (Stb. 1961, 312)

    Wet op de kansspelen, art. 28, lid 1 (Stb. 1964, 483)

    Opmerking: Een vergunning is nodig wanneer het totale prijs en premiegeld meer is dan een bepaald bedrag. In 1964 werd dit bedrag op duizend gulden (= 450 euro) gesteld, maar dit is sindsdien meerdere keren verhoogd.

    Voorts is een dergelijke vergunning niet nodig wanneer van de deelnemers een wetenschappelijke, kunstzinnige of technische prestatie wordt verwacht. Vergunning kan verder alleen worden verleend voor gelegenheden, ‘opengesteld teneinde met de opbrengst enig algemeen belang te dienen.’

    Waardering: B 5

    (91.)

    Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij nadere regels worden gegeven met betrekking tot prijsvragen waarvoor een vergunning is verleend alsmede over de voorwaarden die aan een dergelijke vergunning worden verbonden

    Periode: 1964–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 6 en 29 (Stb. 1964, 483)

    Product: Kansspelenbesluit (Stb. 1964, 509) en (Stb. 1997, 616)

    Waardering: B 5

    (92.)

    Handeling: Het opstellen van de voorschriften die worden verbonden aan een vergunning voor het houden van prijsvragen

    Periode: 1961–

    Grondslag: Loterijwet, art. 23, lid 1; zoals in 1961 (Stb. 1961, 312); ingetrokken in 1964 (Stb 1964, 483)

    Wet op de kansspelen, art. 5 en 29 (Stb. 483)

    Waardering: B 5

    Bijzondere vormen van kansspelen (winkelweekacties en kleine kansspelen)

    (93.)

    Handeling: Het vaststellen van het percentage waarmee de maximale waarde van de prijzen bij winkelweekacties en kleine kansspelen wordt verhoogd

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 7e; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441)

    Product: Beschikking van de staatssecretaris van Justitie van 31 oktober 1994 (Stcrt. 1994, 214)

    Opmerking: In de wet worden zowel voor winkelacties als voor kleine kansspelen restricties gegeven ten aanzien van de (totale) waarde van de prijzen. Wanneer in een jaar het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie ten minste tien procent afwijkt van het indexcijfer van het jaar waarin de genoemde bedragen zijn vastgesteld, schrijft de wet voor dat de maxima worden aangepast. De Minister van Justitie bepaald dan de mate waarin dit gebeurt.

    Waardering: B 5

    (94.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij het bedrag wordt vastgesteld dat wordt betaald bij de aanvraag van een vergunning voor het houden van een winkelweekactie

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de Kansspelen, art. 7b, lid 7; zoals ingevoegd in (Stb. 1974, 441)

    Product: Besluit van 17 augustus 1974 tot vaststelling van het bedrag bedoeld in artikel 7b, zevende lid, van de Wet op de kansspelen (Stb. 1974, 476)

    Beschikking van de Staatssecretaris van Justitie van 31 oktober 1994 (Stcrt. 1994, 214)

    Waardering: V 10 jaar

    (95.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij vormen van kansspel worden aangewezen als een klein kansspel

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 7d; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441)

    Product: AMvB

    Waardering: B 5

    De Staatsloterij

    Algemeen (1945–)

    (109.)

    Handeling: Het geven van nadere regels ten aanzien van de inrichting van de Staatsloterij

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Loterijwet, art. 7, lid 4; art. 8 lid 1; art. 9 lid 1; art. 11, lid 3; zoals ingevoegd in (Stb. 1950, K619); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 7 en 8; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Product: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van de art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) (Stcrt. 1952, 125)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148)

    Vaststelling prijzen Staatsloterij (Stcrt. 1983, 71)

    Opmerking: Deze bepalingen hebben betrekking op:

    – het aantal loterijen dat jaarlijks plaatsvindt;

    – het aantal series en klassen per loterij;

    – de verkoopprijs van de loten;

    – het aantal bewijzen van het aandeel waarin de loten zijn verdeeld;

    – de aantallen en de hoogte van de in elke klasse te trekken prijzen;

    – de wijze waarop de trekkingen plaatsvinden;

    – regels omtrent de teruggave van een deel van de aankoopprijs van een lot (tot 1964);

    – andere zaken die nodig zijn om een behoorlijk functioneren van de Staatsloterij te bevorderen;

    – De Minister dient hierbij te blijven binnen de kaders die in de Wet op de kansspelen ten aanzien van de Staatsloterij zijn vastgelegd.

    Waardering: B 5

    De periode 1945–1992

    (152.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen over de wijze waarop de firma ‘Verkoopkantoor van Nederlandse Staatsloten’ wordt geliquideerd

    Periode: 1945–1951

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 13, lid 2

    Opmerking: Het bedoelde verkoop kantoor was opgericht in het kader van aanpassingen die onder de bezetting waren gedaan in de organisatie van de Staatsloterij. De activiteiten van het kantoor werden bij het Ministeriële besluit van 1945 beëindigd.

    Waardering: B 5

    De periode vanaf 1992

    (153.)

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming van de Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1990–

    Product: Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (Stb. 1992, 282)

    Opmerking: Van deze handeling is de looptijd gezet vanaf 1990, omdat vanaf dat jaar de eerste kamerstukken aanwezig zijn.

    Waardering: B 5

    (159.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën inzake het verlenen of intrekken van de vergunning tot het organiseren van de staatsloterij en het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorwaarden die aan een dergelijke vergunning worden verbonden

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Waardering: B 5

    Sportprijsvragen en de lotto

    Algemeen

    (170.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij:

    – categorieën van sportverenigingen en ondernemingen worden aangewezen die formulieren voor deelname aan een lotto of een sportprijsvraag beschikbaar kunnen stellen,

    – voorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze waarop een lotto of een sportprijsvraag worden georganiseerd

    Periode: 1974–1992

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27d, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477)

    Opmerking: De voorschriften betreffen de verspreiding, de administratie en de inname van formulieren, de administratie en de afdracht van de ter zake ontvangen gelden, alsmede de vergoeding welke aan individuele medewerkers uit de aangewezen categorieën ter zake van hun medewerking toekomt.

    Waardering: B 5

    Handelingen met betrekking tot vergunningverlening

    (179.)

    Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning tot het houden van sportprijsvragen en het opstellen, wijzigen of aanvullen van de daaraan verbonden voorwaarden

    Periode: 1959–

    Grondslag: Loterijwet, art. 3; art. 18, lid 1 en 23, lid 1; zoals ingevoegd in 1961 (Stb. 1961, 312); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483) art. 16, lid 1 en 21, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1974 (Stb. 1974, 441)

    Product: Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen d.d. 3 januari 1963 nr. LO 620/068/136

    Beschikking van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 21 december 1964, houdende vergunning voor het aanleggen en houden van sportprijsvragen

    Vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1969, 138); (Stcrt. 1970, 145); (Stcrt. 1973, 126); (Stcrt. 1974, 164 en 173); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1981, 223); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt 1985, 230); (Stcrt.1986, 13); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 102); (Stcrt. 1992, 102); Stcrt. 1992, 46) en Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)

    Opmerking: Bij de vergunning worden tevens de voorwaarden vastgesteld. Aangezien de vergunning voor een relatief korte duur, doorgaans enkele jaren, wordt verleend, dient deze regelmatig verlengd te worden. Hierbij zijn van tijd tot tijd ook wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd in de voorwaarden. Sinds 1992 wordt de vergunning voor het houden van sportprijsvragen, het organiseren van een cijferspel en de lotto, verleend met één beschikking, de Beschikking Sporttotalisator. Vanaf 1996 horen de Ministers bij het verlenen van de vergunning en het vaststellen van de voorwaarden het College van toezicht op de kansspelen om advies te vragen.

    Waardering: B 5

    (180.)

    Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning voor het organiseren van een lotto aan instellingen die toestemming hebben voor het houden van sportprijsvragen alsmede het opstellen, wijzigen of aanvullen van de hieraan verbonden voorschriften

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27b, lid 1, 27 c, lid 1 en art. 27f; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441) en gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Vergunning voor het organiseren van een lotto (Stcrt. 1974, 164); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt. 1985, 230); (Stcrt. 1986, 101); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 147); (Stcrt. 1992, 46)

    Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)

    Opmerking: In feite kon hiermee alleen vergunning worden verleend aan de Stichting de Nationale Sporttotalisator. Na 1992 wordt de vergunning verleend en de voorschriften vastgesteld met de Beschikking Sporttotalisator. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord.

    Waardering: B 5

    Toezicht op het bestuur van de vergunninghouder

    (181.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de Stichting De Nationale Sporttotalisator

    Periode: (1961) 1968–1992

    Grondslag: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477), art. 8, lid 3; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 636), Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129); (Stcrt. 1974, 173); (Scrt. 1976, 2) art. 14, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173) art. 1, Vergunning tot het organiseren van een kansspel (Stcrt. 1981, 208) lid 1, Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249) art. 3, lid 2

    Opmerking: Het reglement voor de aan de lotto medewerking verlenende ondernemers in het midden- en kleinbedrijf behoeft tevens de goedkeuring van de Minister belast met sportzaken.

    Waardering: V 20 jaar

    (184.)

    Handeling: Het goedkeuren van de samenstelling, de taak en de werkwijze van de commissie die een vervangende uitslag vaststelt van afgelaste sportwedstrijden die worden gebruikt voor een sportprijsvraag

    Periode: 1968–1974

    Grondslag: Opnieuw vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146) art. 14 en Vergunning tot het houden van sportprijsvragen voor de Stichting ‘De Nationale Sporttotalisator’ (Stcrt. 1972, 129) art. 14

    Opmerking: Deze handeling vervalt in 1974 omdat toen bij de wijziging van de Wet op de kansspelen de bepaling ten aanzien van vervangende uitslagen werd aangepast en er daar niet langer sprake was van een speciaal hiervoor bestemde commissie.

    Waardering: V 5 jaar

    (185.)

    Handeling: Het goedkeuren van de wijze waarop vervangende wedstrijduitslagen bij sportprijsvragen worden bepaald en vastgesteld

    Periode: 1974–1992

    Grondslag: Vergunningen tot het organiseren van lotto en sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173) art. 6; vervallen in 1992 (Stcrt. 1992, 244)

    Opmerking: In de Wet op de kansspelen was aanvankelijk bepaald dat een speciaal hiervoor bestemde commissie de vervangende uitslagen diende vast te stellen. Na 1974 werd in de wet alleen vastgesteld dat vervangende uitslagen konden worden bepaald. Enige regeling hieromtrent is niet meer terug te vinden in de Beschikking Sponsorloterij 1992.

    Waardering: V 10 jaar

    Toezicht op het financiële beheer door de vergunninghouder

    (186.)

    Handeling: Het goedkeuren van de raming van de exploitatiekosten door de stichting De Nationale Sporttotalisator

    Periode: 1974–

    Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a en 13, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a; (Stcrt. 1981, 223) art. 12a en art. 13 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 12, lid 2

    Opmerking: Vanaf 1974 schreven de vergunningen aan de SNS voor dat de stichting een taakstellende begroting moest opstellen van haar exploitatiekosten. Wanneer de stichting andere kosten dan in de vergunning was voorzien wilde beschouwen als exploitatiekosten diende de Minister belast met sportzaken dit goed te keuren. Beide activiteiten moeten onder deze handeling worden gerekend. In de Beschikking sporttotalisator vervalt de goedkeuring van de begroting, en moet de Minister van Justitie de raming van de exploitatiekosten mede goedkeuren.

    Waardering: V 10 jaar

    (187.)

    Handeling: Het geven van richtlijnen met betrekking tot de jaarlijkse rapportages inzake de financiële uitkomsten van de georganiseerde prijsvragen en lotto

    Periode: 1974–

    Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17, Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 23,

    Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17,

    Vergunning tot het organiseren van de lotto d.d. 18 december 1980, art. 23 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 15

    Waardering: V 5 jaar

    Casinospelen

    Raad voor de Casinospelen

    (302.)

    Handeling: Het instellen van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27, lid 2; zoals ingevoegd bij Stb. 1974, 441; vervallen bij Stb. 1995, 300

    Waardering: B 4

    (206.)

    Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van onafhankelijke deskundigen voor de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27i, lid 3 jo. lid 6; zoals ingevoegd bij in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De Raad voor de Casinospelen bestaat uit ten hoogste twaalf leden, voor de helft uit onafhankelijke deskundigen en voor andere helft uit ambtenaren. De deskundigen worden benoemd voor een periode van twee jaar, terwijl voor elk lid ook een plaatsvervanger kan worden benoemd.

    Waardering: V 5 jaar

    (207.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zitting hebben in de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27i, lid 3; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (208.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij regels worden gegeven voor de wijze waarop leden van de Raad voor de Casinospelen kunnen worden ontslagen of geschorst

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27i, lid 6; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Besluit van 27 februari 1975 tot uitvoering van artikel 27i, zesde lid, van de Wet op de kansspelen (Stb. 1975, 63)

    Waardering: V 10 jaar

    (209.)

    Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de voorzitter van de Raad voor de Casinospelen wordt benoemd of ontslagen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27j, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: KB

    Opmerking: De voorzitter wordt voor onbepaalde tijd benoemd. Bij ontslag moeten de Ministers advies vragen aan de Raad voor de Casinospelen

    Waardering: V 5 jaar

    (211.)

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van de secretaris van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27k, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De secretaris heeft in de Raad een raadgevende stem

    Waardering: V 5 jaar

    (213.)

    Handeling: Het goedkeuren van de nadere regels die door de Raad voor de Casinospelen worden gesteld ten aanzien van haar werkwijze

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27l, lid 1; zoals ingevoegd in (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    Vergunning en voorschriften

    (216.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974 –

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27h, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252)

    Opmerking: De vergunning wordt verleend voor een hierbij bepaalde tijd. Tot 1996 dienden de Ministers alvorens zij deze vergunning verleenden advies in te winnen bij de Raad van de Casinospelen.

    Waardering: B 5

    (217.)

    Handeling: Het aanwijzen van een gemeente waar een speelcasino mag worden gevestigd

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27p lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: beschikkingen:

    Valkenburg-Houthem en Zandvoort (Stcrt. 1975, 252); Den Haag (Stcrt. 1979, 19); Amsterdam (Stcrt. 1986, 82); Groningen (Stcrt. 1987, 58); Eindhoven (Stcrt. 1992, 60); Enschede (Stcrt. 1993, 237); Utrecht (Stcrt. 1994, 1); Haarlemmermeer (Stcrt. 1995, 42)

    Opmerking: Een voorstel tot het aanwijzen van gemeenten werd in eerste instantie gedaan door de Raad voor de casinospelen. De definitieve aanwijzing geschiede nadat de gemeenteraad van de betreffende gemeente hiermee had ingestemd.

    Bij de wijziging van de Wet op de kansspelen in 1995 verviel de bepaling dat de Ministers bij aparte beschikking de vestigingsgemeenten voor casino’s moesten aanwijzen. In het vervolg werden de gemeenten waar de vergunninghouders casino’s mocht exploiteren genoemd in de vergunning, dus in de beschikking casinospelen.

    Waardering: B 5

    (219.)

    Handeling: Het intrekken van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27k; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De vergunning kan worden ingetrokken wanneer sprake is van overtreding van voorschriften die op grond van de Wet op de kansspelen zijn vastgesteld. De intrekking kan betrekking hebben op alle vergunningen, of op met name genoemde gemeenten. Alvorens de vergunning in te trekken vragen de Ministers de Raad voor de Casinospelen om advies (tot 1996). Na 1996 moet het College van Toezicht op de kansspelen worden gehoord.

    Waardering: Deze handeling komt te vervallen. Zie ook handeling 216

    (221.)

    Handeling: Het opstellen, wijzigen of aanvullen van voorschriften die worden verbonden aan een vergunning voor het organiseren van een speelcasino

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27i; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252); (Stcrt. 1978, 103); (Stcrt. 1986, 231),

    Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988; 139) (Stcrt. 1990, 79) (Stcrt. 1991, 156);(Stcrt. 1992, 2); (Stcrt. 1994, 5); (Stcrt. 1994, 65); (Stcrt. 1995, 110), Beschikking casinsospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92); (Stcrt. 1997, 144); (Stcrt. 1998. 132); (Stcrt. 2000, 120) en Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen (Stcrt. 1981, 116); (Stcrt. 1983, 57); (Stcrt. 1985, 109); (Stcrt. 1986, 231); (Stcrt. 1987, 91)

    Opmerking: De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    – bouwkundige indeling van het casino

    – de spelen en andere activiteiten die zullen worden beoefend

    – werving en reclame

    – minimum en maximum van de inzet van spelers en eventuele andere voorwaarden die aan hen worden gesteld

    – de administratie

    – aanstelling en instructie van het personeel

    – controle van overheidswege

    Bij wijziging of aanvulling van voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen

    Waardering: B 5

    Bestuur en personeel

    (223.)

    Handeling: Het geven van nadere richtlijnen ten aanzien van de taak en de werkwijze van het bestuur van een instelling die een vergunning heeft voor het organiseren van een speelcasino

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art 27p, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252)

    Waardering: B 5

    (224.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 1; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139) art. 2, lid 2; art. 8, lid 4; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92) en Beschikking casinospelen 1996, art 3, lid 2 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen.

    Vanaf 1996 moeten de statuten, het huisreglement en het spelreglement door de Ministers worden goedgekeurd

    Waardering: V 20 jaar

    (226.)

    Handeling: Het met betrekking tot de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s goedkeuren van:

    – de samenstelling van het bestuur

    – de aanstelling van de adviseur(s)

    – de exploitatie van horeca- en amusementsbedrijven, culturele evenementen en andere voorzieningen ten behoeve van de bezoekers

    Periode: 1975–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27p, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300) en Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 2 en art. 4, lid 3; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen. Ten aanzien van het laatste punt: voor het exploiteren van een bar of buffet in het casino hoeft de vergunninghouder geen toestemming aan de Ministers te vragen.

    Waardering: V 20 jaar

    (228.)

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de raad van commissarissen van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen (Holland Casino’s)

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 3

    Waardering: V 20 jaar

    (230.)

    Handeling: Het maken van bezwaar tegen de voorgenomen benoeming van de voorzitter en de leden van het bestuur van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 4

    Opmerking: De Ministers hoeven na 1996 niet langer de samenstelling van het bestuur van de stichting goed te keuren. Het toezicht op het bestuur is grotendeels overgenomen door de Raad van commissarissen. De voorgenomen benoeming van voorzitter en leden van het bestuur wordt aan de Ministers gemeld, waarna deze twee weken de tijd hebben om hiertegen eventueel bezwaar aan te tekenen.

    Waardering: V 20 jaar

    (234.)

    Handeling: Het goedkeuren van (een wijziging van) de modellen voor de arbeidsovereenkomsten van de algemeen directeur, de directeur van een speelcasino en zijn plaatsvervanger alsmede van het overige personeel

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 6, lid 2; ingetrokken in 1988 ( Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen 1996 (Stb. 1996, 92), art. 13, lid 1

    Waardering: V 20 jaar

    Kansspelen in de speelcasino’s

    (237.)

    Handeling: Het aanwijzen van casinospelen die in een casino kunnen worden georganiseerd

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 19, lid 1 onder d.; ingetrokken IN 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Product: Aanwijzing ‘punto banco’ als spel dat in speelcasino’s kan worden georganiseerd (Stcrt. 1986, 139)

    Opmerking: Op grond van de organisatiebeschikking mogen al een aantal met name genoemde casinospelen worden georganiseerd, de Ministers kunnen hiernaast echter nog andere spelen aanwijzen.

    Waardering: B 5

    (240.)

    Handeling: Het geven van toestemming voor het organiseren van andere casinospelen of het opstellen van andere kansspeelautomaten dan voorzien in de beschikking casinospelen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139), art. 3, lid 4; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Product: Brief

    Opmerking: Wanneer er behoefte bestaat aan het beproeven van de exploitatiemogelijkheden van afwijkende of nieuwe casinospelen of kansspeelautomaten kunnen de Ministers hiervoor voor een periode van ten hoogste zes maanden toestemming geven. Zij winnen hierover eerst advies in bij de Raad voor de Casinospelen.

    Waardering: B 5

    (241.)

    Handeling: Het geven van een aanwijzing aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen om de proefopstelling van een casinospel te beëindigen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 4, lid 5

    Product: Aanwijzing

    Opmerking: De stichting mag gedurende een jaar in een casino één casinospel organiseren waarvoor niet is voorzien in de beschikking casinospelen met de bedoeling de exploitatiemogelijkheden hiervan de beproeven.

    Waardering: B 5

    (242.)

    Handeling: Het met maximaal zes maanden verlengen van de periode van een jaar dat een casinospel in proefopstelling mag worden georganiseerd door de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1996, 92), art. 4, lid 6

    Waardering: V 20 jaar

    (245.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke keuringsinstelling die de kansgenerator bij casinospelen vooraf goedkeurt en periodiek controleert

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 4, lid 2; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92) en

    Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 7, lid 1

    Waardering: V 10 jaar

    Administratie en financieel beheer

    (255.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland met betrekking tot wervings- en reclameactiviteiten en de organisatie van bijzondere evenementen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 16; ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92) en Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 15, lid 2

    Waardering: B 5

    (256.)

    Handeling: Het goedkeuren van de jaarlijkse begroting en van het jaarverslag van de houder van een vergunning tot het organiseren van casinospelen

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen, art. 27; art. 31; ingetrokken bij Stcrt. 1988, 139

    Waardering: V 5 jaar

    (259.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen ten aanzien van inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 22, lid 1

    Opmerking: De jaarrekening en het jaarverslag worden vanaf 1996 goedgekeurd door de raad van commissarissen van Holland Casino’s.

    Waardering: V 20 jaar

    (266.)

    Handeling: Het goedkeuren van de omvang van de voorziening die door de vergunninghouder is getroffen ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van de speelcasino’s

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 28; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 18; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Beschikking casinospelen 1996, art. 19 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 20 jaar

    (268.)

    Handeling: Het maken van bezwaar tegen activiteiten van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen die geen verband houden met het organiseren van speelcasino’s en die een omvang hebben van meer dan ƒ 450.000 per jaar

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 5

    Opmerking: Hier is dezelfde constructie gekozen als bij de benoeming van het bestuur van de Stichting. In plaats van toestemming te geven, houdt de Minister toezicht door middel van de bevoegdheid om tegen de genoemde activiteiten bezwaar aan te tekenen. Activiteiten waartegen de Minister bezwaar heeft aangetekend kunnen geen doorgang vinden.

    Waardering: B 5

    (270.)

    Handeling: Het goedkeuren van activiteiten van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen die betrekking hebben op buitenlandse casino’s

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 5

    Waardering: B 5

    Toezicht en opsporing

    (271.)

    Handeling: Het op voordracht van de Raad van de Casinospelen aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27v, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Aanwijzing controle-ambtenaren in speelcasino’s (Stcrt. 1976, 225)

    Aanwijzing controle-ambtenaren IJkwezen b.v. (Stcrt. 1989, 188)

    Opmerking: De aangewezen ambtenaren zijn opsporingsambtenaar in de zin van artikel 142 van het Wetboek van Strafrecht. Zij doen bij rapport verslag van hun bevindingen bij de Raad van de Casinospelen.

    Waardering: V 20 jaar

    (274.)

    Handeling: Het goedkeuren van de door de Raad van de Casinospelen vastgestelde regels ten aanzien van de werkwijze van ambtenaren die zijn belast met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art 27v, lid 2; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Aanwijzing controle-ambtenaren IJkwezen b.v. (Stcrt. 1989, 188)

    Waardering: B 5

    Speelautomaten

    Algemeen

    (275.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnotities, rapporten, adviezen

    Bijvoorbeeld:

    – Notitie speelautomatenbeleid (1993)

    Opmerking: Ook de Minister van Justitie is betrokken bij het voorbereiden van het beleid ten aanzien van de speelautomaten. Deze doet dit echter uit hoofde van zijn coördinerende rol inzake kansspelen, zodat deze activiteiten onder handeling 1 vallen (Kansspelbeleid in het algemeen)

    Waardering: B 1

    (277.)

    Handeling: Het (mede) instellen van werkgroepen of commissies die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid inzake speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Instelling Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Kuyper) (1974)

    Instelling Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Van Tilburg) (1977)

    Instellingsbeschikking Commissie kansspelautomaten (Commissie Nijpels) Stcrt. 1994,

    Opmerking: De Minister handelt hier in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken. Bij de instellingsbeschikking formuleert de Minister de opdracht van de commissie en worden tevens de voorzitter en de leden van de werkgroep of commissie benoemd.

    De commissie Kuyper werd ingesteld door de Minister van Justitie. De commissie Nijpels werd ingesteld door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken.

    Waardering: B 1

    (288.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Rapporten van SGBO, onderzoeksadviesbureau van de Vereniging Nederlandse Gemeenten

    Bijvoorbeeld:

    – Onderzoek gemeentelijk beleid speelautomaten; verslag eerste fase – nulpuntmetingen (1992);

    – Inzetten op beleid; gemeenten en speelautomaten(1993);

    – Het iets-nul-nul-beleid; landelijk onderzoek gemeentelijk beleid speelautomaten in 1995, vergelijkingen met 1992 en 1993 (1995).

    Waardering: B 1

    Het aanwezig hebben van speelautomaten

    (289.)

    Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een speelcasino

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30z, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    Product: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen 1996 ( Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: De Ministers vragen alvorens over te gaan tot het verlenen van een vergunning advies aan de Raad voor de Casinospelen (tot 1996). Na 1996 moet het College van toezicht op de kansspelen worden gehoord.

    Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden, die zonodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

    Waardering: B 5

    Toezicht

    (299.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels die zijn gesteld ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30w, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    Product: Aanwijzing ambtenaren Dienst van het IJkwezen als toezichthoudende ambtenaren Wet op de kansspelen (Stcrt. 1987, 2)

    Beschikking van de staatssecretaris van Justitie van 1 juni 1989, houdende aanwijzing van personen belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften, gesteld bij of krachtens titel Va van de Wet op de kansspelen (Stcrt. 1989, 214)

    Waardering: V 20 jaar

    Actor: Raad voor de Casinospelen

    (203.)

    Handeling: Het op verzoek of uit eigener beweging adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken in zaken betreffende casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27h, lid 2; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: Het gaat hier om adviezen voor zover deze niet worden gegeven op grond van gegeven wettelijke procedures.

    Waardering: B 1

    (204.)

    Handeling: Het opstellen van jaarverslagen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27h, lid 3; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Jaarverslagen

    Opmerking: In deze jaarverslagen dient de Raad verslag te doen van zijn werkzaamheden en van de ontwikkelingen van de speelcasino’s in Nederland. Het jaarverslag wordt in ieder geval naar de Ministers van Justitie en Economische Zaken en naar de Staten-Generaal gestuurd.

    Waardering: B 2,3

    (205.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid inzake casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Bron: Jaarverslagen Raad voor de casinospelen

    Product: rapporten, bijvoorbeeld:

    – Nederlands Research Instituut voor Rekreatie en Toerisme, De economische en toeristische betekenis van de casino’s in Nederland (1982)

    – Vakgroep Planning en Beleid, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Utrecht, Kansspelen als riskante gewoonte; probleemaspecten van gokken in Nederland verkend (Utrecht, 1988) Ook bekend als het KARGO-onderzoek.

    Waardering: B 1

    (210.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake het ontslag van de voorzitter van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27j, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (212.)

    Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de werkwijze van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27l, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: B 5

    (218.)

    Handeling: Het voordragen van gemeenten die door de Ministers van Justitie en Economische Zaken kunnen worden aangewezen als vestigingsplaatsen voor speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27p lid 4; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Advies, voordracht

    Waardering: B 5

    (220.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische zaken inzake het verlenen of intrekken van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27p en art. 27u; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Product: advies

    Waardering: B 5

    (222.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake de wijziging of aanvulling van voorschriften die zijn verbonden aan een vergunning voor het organiseren van een speelcasino

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27q, lid 3; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Product: advies

    Waardering: B 5

    (225.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake de goedkeuring van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–1996

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 1; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139), art. 2, lid 2; art. 8, lid 4; ingetrokken in 1996 (Stb. 1996, 92)

    Product: advies

    Waardering: V 20 jaar

    (227.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake de goedkeuring van

    – de samenstelling van het bestuur

    – de aanstelling van de adviseur(s)

    – de exploitatie van horeca- en amusementsbedrijven, culturele evenementen en andere voorzieningen ten behoeve van de bezoekers

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 2; art. 4, lid 3; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Product: Advies

    Waardering: B 5

    (231.)

    Handeling: Het verlenen van een machtiging aan instellingen die een speelcasino organiseren tot het tewerkstellen van personeelsleden of het laten uitvoeren van werk door derden

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27r; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (232.)

    Handeling: Het vaststellen van een model voor een machtiging tot het tewerkstellen van personeelsleden of door derden laten uitvoeren van werk

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27r; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (233.)

    Handeling: Het instemmen met de benoeming van de algemeen directeur van het bureau van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–1996

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 5, lid 2; ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    (236.)

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake de toestemming aan de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s voor het aangaan van een collectieve arbeidsovereenkomst

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 13, lid 2; ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92)

    Product: Advies

    Waardering: V 20 jaar

    (238.)

    Handeling: Het aanwijzen van soorten kansspeelautomaten die in een casino mogen worden opgesteld

    Periode: 1986–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 19, lid 2; zoals ingevoegd IN 1986 (Stcrt. 1986, 231); ingetrokken IN 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Waardering: B 5

    (239.)

    Handeling: Het instemmen met het ter beoefening toelaten van casinospelen, alsmede het ter bespeling toelaten van kansspeelautomaten in het speelcasino door de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 19, lid 3; zoals laatstelijk gewijzigd in1986 (Stcrt. 1986, 231); ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Opmerking: De Ministers van Justitie en Economische Zaken geven aan welke casinospelen georganiseerd kunnen worden. Wanneer de vergunninghouder deze spelen ook daadwerkelijk gaat organiseren in een casino, moet de Raad voor de Casinospelen hiermee instemmen. Vanaf 1986 geldt dit tevens voor het opstellen van kansspeelautomaten in casino’s

    Waardering: V 20 jaar

    (243.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake het geven van toestemming voor het organiseren van andere casinospelen of het opstellen van andere kansspeelautomaten dan voorzien in de beschikking casinospelen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 3, lid 4; ingetrokken bij Stcrt. 1996, 92

    Product: Advies

    Waardering: B 5

    (244.)

    Handeling: Het instemmen met de opstelling van kansspeelautomaten in andere dan de uitsluitend hiervoor bestemde ruimten van speelcasino’s

    Periode: 1986–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 14, lid 2; zoals ingevoegd in 1986 (Stcrt. 1986, 23)1; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Waardering: V 20 jaar

    (246.)

    Handeling: Het goedkeuren van het in speelcasino’s aanbrengen of aanbieden van voorzieningen ten behoeve van bezoekers die geen verband houden met de organisatie van de spelen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 7, lid 2; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Een dergelijke toestemming is niet nodig wanneer het gaat om nevenactiviteiten van beperkte omvang die het karakter van het casino niet wijzigen.

    Waardering: V 10 jaar

    (247.)

    Handeling: Het geven van toestemming aan de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s om een deel van de speelzaal af te scheiden waarin casinospelen kunnen worden aangeboden met minimuminzetten die afwijken van de minimuminzetten in de rest van de speelzaal

    Periode: 1994–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 9, lid 6; zoals ingevoegd in 1994 (Stcrt. 1994, 10); ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    (248.)

    Handeling: Het goedkeuren van de regels die de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s heeft gesteld ten aanzien van de door hem aangeboden pokersoorten

    Periode: 1994–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), bijlage, art. 10, lid 11; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    (249.)

    Handeling: Het vaststellen van het maximaal aantal groepen van vier en zes speelkaarten dat een speelcasino ten behoeve van black jack en baccara in voorraad mag hebben

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen (Stb. 1981, 116), art. 3, lid 1; ingetrokken in (Stcrt. 1988, 136)

    Waardering: V 5 jaar

    (250.)

    Handeling: Het instemmen met de keuze van de houder van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s voor de fabrikant die de groepen van vier en zes speelkaarten levert

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen, art. 3, lid 3; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 136)

    Waardering: V 5 jaar

    (251.)

    Handeling: Het vaststellen van het model slede waarin de kaarten bij het blackjackspel worden geplaatst

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen (Stb. 1981, 116), art. 13, lid 4; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Opmerking: Deze slede wordt ook wel slof of ‘sabot’ genoemd

    Waardering: V 5 jaar

    (252.)

    Handeling: Het instemmen met de kledingvoorschriften voor bezoekers die door de houder van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s is opgesteld

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 22; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Waardering: V 5 jaar

    (253.)

    Handeling: Het instemmen met de houder van een vergunning tot het organiseren van casinospelen inzake het verlagen van het entreebedrag van bezoekers van een casino, het in bepaalde gevallen afzien van het heffen van een entreebedrag of het afgeven van entreebewijzen op naam bij groepen waarvan de samenstelling aan de vergunninghouder bekend zijn gemaakt

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139); art. 9, lid 4 en 5; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Met betrekking tot het eerste punt staat in de beschikking casinospelen niet letterlijk dat de Raad moet instemmen, maar dat over het verlagen van het entreebedrag overleg moet plaatsvinden tussen de Raad en de vergunninghouder

    Waardering: V 5 jaar

    (254.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de vergunninghouder in het kader van een doelmatige organisatie, administratie en beheer van de speelcasino’s

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 25, lid 1; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 13)

    Opmerking: Het gaat hier niet om aanwijzingen ten aanzien van het financiële beheer.

    Waardering: V 20 jaar

    (255.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland met betrekking tot wervings- en reclameactiviteiten en de organisatie van bijzondere evenementen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 16; ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92) en Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 15, lid 2

    Waardering: B 5

    (257.)

    Handeling: Het goedkeuren van de jaarrekening van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 22; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    (262.)

    Handeling: Het instemmen met het model van het sociaal jaarverslag dat is vastgesteld door de houder van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 25, lid 1; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 10 jaar

    (263.)

    Handeling: Het goedkeuren van de meerjareninvesteringsbegroting die jaarlijks door de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s aan de Raad voor de casinospelen wordt voorgelegd

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 25, lid 1; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Ook andere meerjarige overeenkomsten van de vergunninghouder waarmee grote bedragen zijn gemoeid dienen door de Raad te worden goedgekeurd.

    Waardering: B 5

    (265.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de vergunninghouder ten aanzien van het financiële beheer van de speelcasino’s

    Periode: 1975–1996

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 27; art. 28; art. 29; art. 30; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 18; ingetrokken bij Stcrt. 1996, 92

    Opmerking: In deze handelingen zijn een aantal activiteiten van de Raad voor de Casinospelen ten aanzien van het financiële beheer van de casino’s gebundeld die in verschillende bepalingen van de organisatiebeschikking staan:

    – het geven van aanwijzingen bij het opstellen van de jaarlijkse begroting (art. 27)

    – wanneer overschrijdingen van de begrote uitgaven worden voorzien, dient de vergunninghouder dit tijdig aan de Raad van de Casinospelen voor te leggen (art. 27)

    – het voeren van overleg met de vergunninghouder over de omvang van de te treffen voorziening ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van de casino’s (art. 28)

    – het voeren van overleg met de vergunninghouder over de driemaandelijkse afdracht van de gezamenlijke netto-opbrengst van de speelcasino’s (art. 29)

    – het bepalen van de onderwerpen die in het verslag moeten voorkomen dat de vergunninghouder ieder kwartaal naar de Raad stuurt. Dit verslag bevat in ieder geval een verkort resultatenoverzicht en een liquiditeitsoverzicht. (art. 30)

    Na 1988 blijft van de genoemde punten alleen het derde en het vijfde over. Ten aanzien van het vijfde punt wordt dan overigens bepaald dat de Raad dient in te stemmen met het model van het verslag

    Waardering: B 5

    (267.)

    Handeling: Het (doen) instellen van een tussentijds onderzoek van de administratie van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 32; ingetrokken bij in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Product: Rapport

    Waardering: B 5

    (269.)

    Handeling: Het geven van instructies aan speelcasino’s over de wijze waarop de boeking en controle van de cagnotte-bedragen plaats vindt

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen (Stb. 1981, 116), art. 16; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Opmerking: Bij het baccara-spel (chemin de fer) treedt het casino niet op als tegenspeler, maar als intermediair. Het heeft daarom het recht om een heffing te verrichten van 5% van de winst van de speler die de bank houdt. Deze heffing vindt plaats na iedere winstslag. De croupier is verplicht het geheven bedrag onmiddellijk te deponeren in een pot, de zogenaamde cagnotte.

    Waardering: V 5 jaar

    (272.)

    Handeling: Het voordragen van ambtenaren die door de Ministers van Justitie en Economische Zaken zullen worden belast met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27v, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (273.)

    Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van de werkwijze van ambtenaren die door de Ministers van Justitie en Economische Zaken zijn belast met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27v, lid 2; zoals ingevoegd bij Stb. 1974, 441; vervallen bij Stb. 1995, 300

    Waardering: B 5

    (290.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake het verlenen van een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een speelcasino

    Periode: 1986–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30g, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Advies

    Waardering: B 5

    Actor: Commissie Tenkink

    (36.)

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie over verbetering van de regelgeving ten aanzien van loterijen ten behoeve van het kanaliseren van de menselijke speelzucht

    Periode: 1954–1955

    Grondslag: Besluit van de Minister van Justitie van 9 maart 1954

    Product: Rapport

    Waardering: B 1

    Actor: Commissie Loterijwezen

    (5.)

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie over het gehele vraagstuk van de loterijen en de daaraan verwante alsmede over wijzigingen of aanvullingen op de bestaande wettelijke regelingen

    Periode: 1958–1963

    Grondslag: Beschikking van de Minister van Justitie van 3 maart 1958 (Stcrt. 1958, 46)

    Product: Interim rapport, eindrapport, conceptwetsvoorstel

    Opmerking: Deze commissie is ook bekend als de Commissie Wiarda. Het interim rapport had betrekking op een regeling ten aanzien van de sporttotalisator, het eindrapport en het conceptwetsvoorstel op de Wet op de kansspelen.

    Waardering: B 1

    Actor: Werkgroep invoering casinospelen

    (193.)

    Handeling: Het voorbereiden van de invoering van legale casinospelen

    Periode: 1974

    Grondslag: Instellingsbeschikking

    Opmerking: De activiteiten van de werkgroep werden voortgezet door de Raad voor de casinospelen.

    Waardering: B 1

    Actor: Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten

    (278.)

    Handeling: Het adviseren van de betrokken Ministers inzake het speelautomatenbeleid en het voorbereiden van een wetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de kansspelen

    Periode: 1974–1980

    Product: Rapporten, conceptwetsvoorstel

    bijvoorbeeld:

    Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten, Interim-rapport (Den Haag 1977)

    Opmerking: In feite gaat het hier om twee werkgroepen: de eerste, bekend als de Commissie Kuyper functioneerde tussen 1974 en 1977 en formuleerde voorstellen ten aanzien van het speelautomatenbeleid. Op basis van het interim-rapport van deze Commissie bereidde een nieuwe werkgroep, de Commissie Van Tilburg het wetsvoorstel voor.

    Waardering: B 1

    Actor: Commissie Coördinatie en Harmonisatie Kansspelbeleid

    (6.)

    Handeling: Het uitbrengen van advies aan de verantwoordelijke Ministers over de wijze waarop aan een verbeterde coördinatie en harmonisatie van de regelgeving en uitvoering op het gebied van de kansspelen vorm kan worden gegeven en of hiervoor een orgaan in het leven moet worden geroepen met advies- of beheersbevoegdheden

    Periode: 1991–1992

    Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie coördinatie en harmonisatie kansspelbeleid (Stcrt. 1991, 50)

    Product: Eindrapport van de commissie coördinatie en harmonisatie kansspelbeleid (Den Haag 1992)

    Opmerking: Deze commissie is ook bekend als de Commissie Haars

    Waardering: B 1

    Actor: Werkgroep kansspelen herijkt

    (7.)

    Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over een integrale justitiële benadering van de kansspelproblematiek

    Periode: 1997–

    Grondslag: Instellingsbeschikking

    Product: Rapport Werkgroep Kansspelen Herijkt (Den Haag 1997)

    Opmerking: In de werkgroep hadden vertegenwoordigers zitting van het openbaar Ministerie, de politie, de belastingdienst, en de Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

    Waardering: B 1

    Actor: MDW-werkgroep Wet op de kansspelen

    (8.)

    Handeling: Het doen van aanbevelingen aan het kabinet omtrent de knelpunten die zich voordoen bij de wijze waarop de overheid kansspelen reguleert

    Periode: 1998–2000

    Product: Rapport ‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen’

    Opmerking: MDW staat voor Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Onder deze noemer worden sinds 1994 onderzoeken uitgevoerd naar verschillende beleidsterreinen.

    Waardering: B 1

    Handelingen van actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

    Actor: Minister van Economische Zaken

    Kansspelbeleid in het algemeen

    (1.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het algemene beleid betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen

    Bijvoorbeeld:

    Nota kansspelen in perspectief (1989);

    Nota Kansspelen in balans (1994);

    Nota kansspelen herijkt (1995).

    Waardering: B 1

    (2.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van kansspelen

    Periode: 1945–

    Waardering: B 2

    (4.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de instelling en de geformuleerde opdracht van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het algemene kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Waardering: B 1

    (10.)

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483)

    Wijzigingen bij: (Stb. 1967, 108); (Stb. 1968, 288); (Stb. 1970, 612); (Stb. 1971, 287); (Stb. 1973, 287); (Stb. 1974, 441); (Stb. 1976, 229); (Stb. 1981, 154); (Stb. 1984, 91); (Stb. 1985, 600); (Stb. 1988, 672); (Stb. 1988, 673); (Stb. 1991, 394); (Stb. 1992, 282); (Stb. 1992, 371); (Stb. 1992, 636); (Stb. 1993, 650); (Stb. 1993, 658); (Stb. 1994, 573); (Stb. 1995, 300); (Stb. 1997, 63); (Stb. 1997, 510); (Stb. 1998, 270); (Stb. 1998, 298); (Stb. 1998, 446); (Stb. 1999, 9); (Stb. 1999, 30)

    Opmerking: De Minister van Economische Zaken was niet vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen; hij is voor het eerst medeondertekenaar van de wetswijziging in 1974, waarbij casino’s en de lotto werden gelegaliseerd.

    Waardering: B 1

    (20.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën inzake de benoeming of het ontslag van de voorzitter, de overige leden of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 12 jo. art 14, lid 1 jo. 16, lid 3

    Product: Brief

    Waardering: V 5 jaar

    (29.)

    Handeling: Het door tussenkomst van de Minister van Justitie richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1

    Waardering: B 5

    (31.)

    Handeling: Het door de tussenkomst van de Minister van Justitie richten van het verzoek aan het College van toezicht op de kansspelen om een onderzoek in te stellen naar de naleving van de wettelijke bepalingen, de statuten en reglementen door een rechtspersoon waaraan een vergunning voor het organiseren van kansspelen is verleend

    Periode: 1996 –

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 5

    Waardering: B 5

    Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    (94.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij het bedrag wordt vastgesteld dat wordt betaald bij de aanvraag van een vergunning voor het houden van een winkelweekactie

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de Kansspelen, art. 7b, lid 7; zoals ingevoegd in (Stb. 1974, 441)

    Product: Besluit van 17 augustus 1974 tot vaststelling van het bedrag bedoeld in artikel 7b, zevende lid, van de Wet op de kansspelen (Stb. 1974, 476)

    Beschikking van de staatssecretaris van Justitie van 31 oktober 1994 (Stcrt. 1994, 214)

    Waardering: V 5 jaar

    Sportprijsvragen en de lotto

    (170.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij:

    – categorieën van sportverenigingen en ondernemingen worden aangewezen die formulieren voor deelname aan een lotto of een sportprijsvraag beschikbaar kunnen stellen,

    – voorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze waarop een lotto of een sportprijsvraag worden georganiseerd

    Periode: 1974–1992

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27d, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477)

    Opmerking: De voorschriften betreffen de verspreiding, de administratie en de inname van formulieren, de administratie en de afdracht van de ter zake ontvangen gelden, alsmede de vergoeding welke aan individuele medewerkers uit de aangewezen categorieën ter zake van hun medewerking toekomt.

    Waardering: B 5

    (180.)

    Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning voor het organiseren van een lotto aan instellingen die toestemming hebben voor het houden van sportprijsvragen alsmede het opstellen, wijzigen of aanvullen van de hieraan verbonden voorschriften

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27b, lid 1, 27 c, lid 1 en art. 27f ; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441) en gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Vergunning voor het organiseren van een lotto (Stcrt. 1974, 164); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt. 1985, 230); (Stcrt. 1986, 101); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 147); (Stcrt. 1992, 46)

    Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)

    Opmerking: In feite kon hiermee alleen vergunning worden verleend aan de Stichting de Nationale Sporttotalisator. Na 1992 wordt de vergunning verleend en de voorschriften vastgesteld met de Beschikking Sporttotalisator. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord.

    Waardering: B 5

    (181.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de Stichting De Nationale Sporttotalisator

    Periode: (1961) 1968–1992

    Grondslag: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477), art. 8, lid 3; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 636), Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129); (Stcrt. 1974, 173); (Scrt. 1976, 2) art. 14, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173) art. 1, Vergunning tot het organiseren van een kansspel (Stcrt. 1981, 208) lid 1, Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249) art. 3, lid 2

    Opmerking: De Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken zijn ook na 1992 nog belast met de goedkeuring van de statuten en reglementen.

    Waardering: V 10 jaar

    (182.)

    Handeling: Het goedkeuren van de bepalingen die de stichting De Nationale Sporttotalisator in haar reglementen vaststelt ten aanzien van de werkzaamheden van ondernemers in het kader van het organiseren van de lotto en sportprijsvragen

    Periode: 1974–1992

    Grondslag: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477) art. 8, lid 3; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 636), Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173) art. 1, Vergunning tot het organiseren van een lotto (Stcrt. 1974, 173) art. 1en Vergunning Sporttotalisator voor organiseren kansspel (Stcrt. 1981, 208) art. 1

    Waardering: V 5 jaar

    Casinospelen

    Algemeen

    (190.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid betreffende casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen

    Opmerking: Ook de Minister van Justitie is betrokken bij het voorbereiden van het beleid ten aanzien van casinospelen. Deze doet dit echter uit hoofde van zijn coördinerende rol inzake kansspelen, zodat deze activiteiten onder handeling 1 vallen (Kansspelbeleid in het algemeen)

    Waardering: B 1

    (191.)

    Handeling Het evalueren van het beleid ten aanzien van casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Verslagen, evaluaties

    Waardering: B 2

    (192.)

    Handeling: Het (mede) instellen van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het beleid ten aanzien van casinospelen alsmede het formuleren van de onderzoeks- of adviesopdracht

    Periode: 1945–

    Product: Instelling Werkgroep invoering casinospelen (januari 1974 – oktober 1974)

    Instelling Werkgroep (De Boer) (structuur casinobeheer) 1984

    Instelling Projectgroep (Hustinx) (structuur casinobeheer) 1984–1985

    Opmerking: Commissies en werkgroepen kunnen ook (mede) door de Minister van Justitie zijn ingesteld (in de hoedanigheid van coördinerend bewindspersoon (neerslag valt onder handeling 3.

    Waardering: B 1

    (195.)

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

    Waardering: B, 3 voor verslagen op het hoogste niveau

    V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

    (196.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende casinospelen

    Periode: 1945–

    Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68

    Product: brieven, notities

    Opmerking: Als coördinerend bewindspersoon zal de Minister van Justitie eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van Kamervragen met betrekking tot casinospelen, de neerslag valt dan onder handeling 11

    Waardering: B 2, 3

    (197.)

    Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B 3

    (198.)

    Handeling: Het beslissen op beroepsschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende casinospelen en het voeren van in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen, verweerschriften

    Waardering: V 10 jaar

    (199.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: V 10 jaar

    (200.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Opmerking: Zie voor het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) handeling.

    Waardering: B 5 één exemplaar van het eindprodukt, overige neerslag V 5 jaar

    (201.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

    Waardering: B 1

    (202.)

    Handeling: Het financieren en begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van casinospelen

    Periode: 1945–

    Product: Notulen, begrotingen, rekeningen

    Waardering: V 10 jaar

    (302.)

    Handeling: Het instellen van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27, lid 2; zoals ingevoegd bij Stb. 1974, 441; vervallen bij Stb. 1995, 300

    Waardering: B 4

    (206.)

    Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van onafhankelijke deskundigen voor de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27i, lid 3 jo. lid 6; zoals ingevoegd bij in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De Raad voor de Casinospelen bestaat uit ten hoogste twaalf leden, voor de helft uit onafhankelijke deskundigen en voor andere helft uit ambtenaren. De deskundigen worden benoemd voor een periode van twee jaar, terwijl voor elk lid ook een plaatsvervanger kan worden benoemd.

    Waardering: V 5 jaar

    (207.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zitting hebben in de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27i, lid 3; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (208.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij regels worden gegeven voor de wijze waarop leden van de Raad voor de Casinospelen kunnen worden ontslagen of geschorst

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27i, lid 6; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Besluit van 27 februari 1975 tot uitvoering van artikel 27i, zesde lid, van de Wet op de kansspelen (Stb. 1975, 63)

    Waardering: V 10 jaar

    (209.)

    Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de voorzitter van de Raad voor de Casinospelen wordt benoemd of ontslagen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 27j, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: KB

    Opmerking: De voorzitter wordt voor onbepaalde tijd benoemd. Bij ontslag moeten de Ministers advies vragen aan de Raad voor de Casinospelen

    Waardering: V 5 jaar

    (211.)

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van de secretaris van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27k, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De secretaris heeft in de Raad een raadgevende stem

    Waardering: V 5 jaar

    (213.)

    Handeling: Het goedkeuren van de nadere regels die door de Raad voor de Casinospelen worden gesteld ten aanzien van haar werkwijze

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 482), art. 27l, lid 1; zoals ingevoegd in (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Waardering: V 5 jaar

    (214.)

    Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse begroting van de Raad voor de Casinospelen

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988,139) art. 28; vervallen in 1996 (Stb. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    (215.)

    Handeling: Het afgeven van legitimatiebewijzen waarmee de voorzitter, de leden, de secretaris en de adjunct-secretaris van de Raad voor de Casinospelen, alsmede door de Raad aangewezen derden ten allen tijde toegang hebben tot de casino’s

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139, art. 29; vervallen in 1996 (Stb. 1996, 92)

    Waardering: V 5 jaar

    Vergunning en voorschriften

    (216.)

    Handeling: Het verlenen van een vergunning aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27h, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252)

    Opmerking: De vergunning wordt verleend voor een hierbij bepaalde tijd. Tot 1996 dienden de Ministers alvorens zij deze vergunning verleenden advies in te winnen bij de Raad van de Casinospelen.

    Waardering: B 5

    (217.)

    Handeling: Het aanwijzen van een gemeente waar een speelcasino mag worden gevestigd

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27p lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: beschikkingen:

    Valkenburg-Houthem en Zandvoort (Stcrt. 1975, 252); Den Haag (Stcrt. 1979, 19); Amsterdam (Stcrt. 1986, 82); Groningen (Stcrt. 1987, 58); Eindhoven (Stcrt. 1992, 60); Enschede (Stcrt. 1993, 237); Utrecht (Stcrt. 1994, 1); Haarlemmermeer (Stcrt. 1995, 42)

    Opmerking: Een voorstel tot het aanwijzen van gemeenten werd in eerste instantie gedaan door de Raad voor de casinospelen. De definitieve aanwijzing geschiede nadat de gemeenteraad van de betreffende gemeente hiermee had ingestemd.

    Bij de wijziging van de Wet op de kansspelen in 1995 verviel de bepaling dat de Ministers bij aparte beschikking de vestigingsgemeenten voor casino’s moesten aanwijzen. In het vervolg werden de gemeenten waar de vergunninghouders casino’s mocht exploiteren genoemd in de vergunning, dus in de beschikking casinospelen.

    Waardering: B 5

    (219.)

    Handeling: Het intrekken van een vergunning voor het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27k; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Opmerking: De vergunning kan worden ingetrokken wanneer sprake is van overtreding van voorschriften die op grond van de Wet op de kansspelen zijn vastgesteld. De intrekking kan betrekking hebben op alle vergunningen, of op met name genoemde gemeenten. Alvorens de vergunning in te trekken vragen de Ministers de Raad voor de Casinospelen om advies (tot 1996). Na 1996 moet het College van Toezicht op de kansspelen worden gehoord.

    Waardering: B 5

    (221.)

    Handeling: Het opstellen, wijzigen of aanvullen van voorschriften die worden verbonden aan een vergunning voor het organiseren van een speelcasino

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art. 27i; zoals laatstelijk gewijzigd in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252); (Stcrt. 1978, 103); (Stcrt. 1986, 231),

    Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988; 139) (Stcrt. 1990, 79) (Stcrt. 1991, 156); (Stcrt. 1992, 2); (Stcrt. 1994, 5); (Stcrt. 1994, 65); (Stcrt. 1995, 110), Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92); (Stcrt. 1997, 144); (Stcrt. 1998. 132); (Stcrt. 2000, 120) en Reglement houdende voorschriften voor de beoefening van casinospelen (Stcrt. 1981, 116); (Stcrt. 1983, 57); (Stcrt. 1985, 109); (Stcrt. 1986, 231); (Stcrt. 1987, 91)

    Opmerking: De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    – bouwkundige indeling van het casino

    – de spelen en andere activiteiten die zullen worden beoefend

    – werving en reclame

    – minimum en maximum van de inzet van spelers en eventuele andere voorwaarden die aan hen worden gesteld

    – de administratie

    – aanstelling en instructie van het personeel

    – controle van overheidswege

    Bij wijziging of aanvulling van voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen

    Waardering: B 5

    Bestuur en personeel

    (223.)

    Handeling: Het geven van nadere richtlijnen ten aanzien van de taak en de werkwijze van het bestuur van een instelling die een vergunning heeft voor het organiseren van een speelcasino

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art 27p, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in (Stb. 1995, 300)

    Product: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252)

    Waardering: B 5

    (224.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 1; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139) art. 2, lid 2; art. 8, lid 4; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92) en Beschikking casinospelen 1996, art 3, lid 2 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen.

    Vanaf 1996 moeten de statuten, het huisreglement en het spelreglement door de Ministers worden goedgekeurd

    Waardering: V 20 jaar

    (226.)

    Handeling: Het met betrekking tot de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s goedkeuren van:

    – de samenstelling van het bestuur

    – de aanstelling van de adviseur(s)

    – de exploitatie van horeca- en amusementsbedrijven, culturele evenementen en andere voorzieningen ten behoeve van de bezoekers

    Periode: 1975–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27p, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300) en Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 3, lid 2 en art. 4, lid 3; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan vragen de Ministers advies aan de Raad voor de Casinospelen. Ten aanzien van het laatste punt: voor het exploiteren van een bar of buffet in het casino hoeft de vergunninghouder geen toestemming aan de Ministers te vragen.

    Waardering: B 5

    (228.)

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de raad van commissarissen van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen (Holland Casino’s)

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 3

    Waardering: V 20 jaar

    (230.)

    Handeling: Het maken van bezwaar tegen de voorgenomen benoeming van de voorzitter en de leden van het bestuur van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 4

    Opmerking: De Ministers hoeven na 1996 niet langer de samenstelling van het bestuur van de stichting goed te keuren. Het toezicht op het bestuur is grotendeels overgenomen door de Raad van commissarissen. De voorgenomen benoeming van voorzitter en leden van het bestuur wordt aan de Ministers gemeld, waarna deze twee weken de tijd hebben om hiertegen eventueel bezwaar aan te tekenen.

    Waardering: B 5

    (234.)

    Handeling: Het goedkeuren van (een wijziging van) de modellen voor de arbeidsovereenkomsten van de algemeen directeur, de directeur van een speelcasino en zijn plaatsvervanger alsmede van het overige personeel

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 6, lid 2; ingetrokken in 1988 ( Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen 1996 (Stb. 1996, 92), art. 13, lid 1

    Waardering: V 20 jaar

    (235.)

    Handeling: Het geven van toestemming aan de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s voor het aangaan van een collectieve arbeidsovereenkomst

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139), art. 13, lid 2

    Opmerking: De Minister vraagt hierover advies aan de Raad voor de Casinospelen

    Waardering: V 20 jaar

    Kansspelen in de speelcasino’s

    (237.)

    Handeling: Het aanwijzen van casinospelen die in een casino kunnen worden georganiseerd

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 19, lid 1 onder d.; ingetrokken IN 1988 (Stcrt. 1988, 139)

    Product: Aanwijzing ‘punto banco’ als spel dat in speelcasino’s kan worden georganiseerd (Stcrt. 1986, 139)

    Opmerking: Op grond van de organisatiebeschikking mogen al een aantal met name genoemde casinospelen worden georganiseerd, de Ministers kunnen hiernaast echter nog andere spelen aanwijzen.

    Waardering: B 5

    (240.)

    Handeling: Het geven van toestemming voor het organiseren van andere casinospelen of het opstellen van andere kansspeelautomaten dan voorzien in de beschikking casinospelen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1988 (Stcrt. 1988, 139), art. 3, lid 4; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Product: Brief

    Opmerking: Wanneer er behoefte bestaat aan het beproeven van de exploitatiemogelijkheden van afwijkende of nieuwe casinospelen of kansspeelautomaten kunnen de Ministers hiervoor voor een periode van ten hoogste zes maanden toestemming geven. Zij winnen hierover eerst advies in bij de Raad voor de Casinospelen.

    Waardering: B 5

    (241.)

    Handeling: Het geven van een aanwijzing aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen om de proefopstelling van een casinospel te beëindigen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 4, lid 5

    Product: Aanwijzing

    Opmerking: De stichting mag gedurende een jaar in een casino één casinospel organiseren waarvoor niet is voorzien in de beschikking casinospelen met de bedoeling de exploitatiemogelijkheden hiervan te beproeven.

    Waardering: B 5

    (242.)

    Handeling: Het met maximaal zes maanden verlengen van de periode van een jaar dat een casinospel in proefopstelling mag worden georganiseerd door de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1996, 92), art. 4, lid 6

    Waardering: V 20 jaar

    (245.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke keuringsinstelling die de kansgenerator bij casinospelen vooraf goedkeurt en periodiek controleert

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 4, lid 2; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92) en

    Beschikking: casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 7, lid 1

    Waardering: V 20 jaar

    Administratie en financieel beheer

    (255.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland met betrekking tot wervings- en reclameactiviteiten en de organisatie van bijzondere evenementen

    Periode: 1988–1996

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 16; ingetrokken in 1996 ( Stcrt. 1996, 92) en Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 15, lid 2

    Waardering: B 5

    (256.)

    Handeling: Het goedkeuren van de jaarlijkse begroting en van het jaarverslag van de houder van een vergunning tot het organiseren van casinospelen

    Periode: 1975–1988

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen, art. 27; art. 31; ingetrokken bij Stcrt. 1988, 139

    Waardering: V 5 jaar

    (258.)

    Handeling: Het beslissen inzake de goedkeuring van de jaarrekening van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 23

    Opmerking: De Minister neemt een beslissing over de goedkeuring van jaarrekening van de vergunninghouder wanneer de Raad voor de Casinospelen aan de jaarrekening goedkeuring onthoudt, of een ambtelijk lid van de Raad tegen het besluit dat door de Raad is genomen bij de voorzitter van de Raad bezwaar aantekent.

    Waardering: B 5

    (259.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen ten aanzien van inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 22, lid 1

    Opmerking: De jaarrekening en het jaarverslag worden vanaf 1996 goedgekeurd door de raad van commissarissen van Holland Casino’s

    Waardering: V 20 jaar

    (260.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland ten aanzien van de jaarlijkse exploitatie- en investeringsbegroting

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 24, lid 1

    Opmerking: Wanneer naar aanleiding van de begrotingen een meningsverschil ontstaat tussen de Minister en de stichting, dient de laatste zich aan aanwijzingen van de Minister te houden.

    Waardering: B 5

    (261.)

    Handeling: Het goedkeuren van de waarderingsgrondslagen die worden gehanteerd ten behoeve van de jaarlijkse accountantsverklaring omtrent de volledigheid en juistheid van de berekende netto-opbrengst van de gezamenlijke speelcasino’s

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 22

    Waardering: V 20 jaar

    (264.)

    Handeling: Het goedkeuren van de honorering van de leden van het bestuur van de houder van een vergunning tot het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 27

    Waardering: V 20 jaar

    (266.)

    Handeling: Het goedkeuren van de omvang van de voorziening die door de vergunninghouder is getroffen ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van de speelcasino’s

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 28; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 18; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Beschikking casinospelen 1996, art. 19 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 20 jaar

    (268.)

    Handeling: Het maken van bezwaar tegen activiteiten van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen die geen verband houden met het organiseren van speelcasino’s en die een omvang hebben van meer dan f450.000 per jaar

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 5

    Opmerking: Hier is dezelfde constructie gekozen als bij de benoeming van het bestuur van de Stichting. In plaats van toestemming te geven, houdt de Minister toezicht door middel van de bevoegdheid om tegen de genoemde activiteiten bezwaar aan te tekenen. Activiteiten waartegen de Minister bezwaar heeft aangetekend kunnen geen doorgang vinden.

    Waardering: B 5

    (270.)

    Handeling: Het goedkeuren van activiteiten van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen die betrekking hebben op buitenlandse casino’s

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 5

    Waardering: B 5

    Toezicht en opsporing

    (271.)

    Handeling: Het op voordracht van de Raad van de Casinospelen aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27v, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Aanwijzing controle-ambtenaren in speelcasino’s (Stcrt. 1976, 225)

    Aanwijzing controle-ambtenaren IJkwezen b.v. (Stcrt. 1989, 188)

    Opmerking: De aangewezen ambtenaren zijn opsporingsambtenaar in de zin van artikel 142 van het Wetboek van Strafrecht. Zij doen bij rapport verslag van hun bevindingen bij de Raad van de Casinospelen.

    Waardering: V 5 jaar

    (274.)

    Handeling: Het goedkeuren van de door de Raad van de Casinospelen vastgestelde regels ten aanzien van de werkwijze van ambtenaren die zijn belast met de handhaving en de zorg voor de naleving van regels die zijn gesteld ten aanzien van het organiseren van speelcasino’s

    Periode: 1974–1996

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483, art 27v, lid 2; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1995 (Stb. 1995, 300)

    Product: Aanwijzing controle-ambtenaren IJkwezen b.v. (Stcrt. 1989, 188)

    Waardering: B 5

    Speelautomaten

    Algemeen

    (275.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnotities, rapporten, adviezen

    Bijvoorbeeld:

    Notitie speelautomatenbeleid (1993)

    Opmerking: Ook de Minister van Justitie is betrokken bij het voorbereiden van het beleid ten aanzien van de speelautomaten. Deze doet dit echter uit hoofde van zijn coördinerende rol inzake kansspelen, zodat deze activiteiten onder handeling 1 vallen (Kansspelbeleid in het algemeen)

    Waardering: B 1

    (276.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Evaluaties, verslagen

    Waardering: B 2

    (277.)

    Handeling: Het (mede) instellen van werkgroepen of commissies die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid inzake speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Instelling Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Kuyper) (1974)

    Instelling Interdepartementale Werkgroep Speelautomaten (Commissie Van Tilburg) (1977)

    Instellingsbeschikking Commissie kansspelautomaten (Commissie Nijpels) Stcrt. 1994,

    Opmerking: De Minister handelt hier in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken. Bij de instellingsbeschikking formuleert de Minister de opdracht van de commissie en worden tevens de voorzitter en de leden van de werkgroep of commissie benoemd.

    De commissie Kuyper werd ingesteld door de Minister van Justitie. De commissie Nijpels werd ingesteld door de Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken.

    Waardering: B 1

    (280.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het toelaten, exploiteren en opstellen van speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen:

    – art. 30a, zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30c, lid 2; zoals ingevoegd in 1985 Stb. 1985, 600); vervallen in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30c, lid 3; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30c, lid 3; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30c, lid 4; zoals ingevoegd in (Stb. 1985, 600); vervallen in (Stb. 1999, 9)

    – art. 30d, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in (Stb. 1999, 9)

    – art. 30d, lid 3; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in (Stb. 1999, 9)

    – art. 30d, lid 4; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30i, lid 1; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30i, lid 2; zoals ingevoegd bij (Stb. 1985, 600

    – art. 30i, lid 2 onder a; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30j, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    – art. 30n; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30o, lid 3; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    – art. 30o, lid 4; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    – art. 30r, lid 4; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30u, lid 3; zoals ingevoegd 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30u, lid 3; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30w, lid 2; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1985, 600)

    – art. 30z; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); vervallen in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – art. 30z, lid 4; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    – Wet van 13 november 1985 (Stb. 1985, 600), houdende herziening van de Wet op de kansspelen art. V, lid 4 onder c;

    Product: Speelautomatenbesluit ((Stb. 1986, 589)

    Speelautomatenbesluit (Stb. 1997, 617)

    Speelautomatenbesluit 2000 (Stb. 200, 223)

    Opmerking: Zie voor een toelichting op deze handeling § 8.1.2.

    Waardering: B 5

    (281.)

    Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van Ministeriele regelingen met betrekking tot het toelaten, exploiteren en opstellen van speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen:

    art. 30j, lid 1; zoals ingevoegd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    art. 30q, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    art. 30r, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    art. 30x; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1998 (Stb. 1998, 270)

    Wet houdende herziening van de Wet op de kansspelen, art. V, lid 4 onder b

    speelautomatenbesluit 1987/1997:

    art. 3; art. 9, lid 1; art. 14, lid 1 en 4; art. 15, lid 2; art. 16, lid 1; art. 17, lid 2; art. 18, lid 1; art. 25, lid 1

    speelautomatenbesluit 2000:

    art. 6, lid 1; art. 10, lid 3; art. 12, lid 3; art. 16, lid 2

    Product: peelautomatenregeling (Stcrt. 1987, 12)

    speelautomatenregeling (Stcrt. 1997, 241)

    speelautomatenregeling 2000 (Stcrt. 2000, 105)

    Opmerking: Behalve om regels gaat het hierbij ook om het vaststellen van modellen voor formulieren en het vaststellen van merktekens. De modellen en merktekens zijn als bijlage bij de successievelijke regelingen gevoegd. Zie voor verdere toelichting § 8.1.2.

    Waardering: B 5

    (282.)

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

    Waardering: B, 3 voor verslagen op het hoogste niveau

    V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

    (283.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende speelautomaten

    Periode: 1945–

    Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68

    Product: Brieven, notities

    Opmerking: Als coördinerend bewindspersoon zal de Minister van Justitie eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van kamervragen met betrekking tot speelautomaten, de neerslag valt dan onder handeling 11

    Waardering: B 3

    (284.)

    Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B 3

    (285.)

    Handeling: Het beslissen op beroepsschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende speelautomaten en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen

    Periode: 1945–

    Waardering: V 20 jaar

    (286.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: V 20 jaar

    (287.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Opmerking: Zie voor het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) handeling 1.

    Waardering: V 20 jaar De eindproducten worden bewaard.

    (288.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1945–

    Product: Rapporten van SGBO, onderzoeksadviesbureau van de Vereniging Nederlandse Gemeenten

    Bijvoorbeeld:

    Onderzoek gemeentelijk beleid speelautomaten; verslag eerste fase – nulpuntmetingen (1992);

    Inzetten op beleid; gemeenten en speelautomaten (1993);

    Het iets-nul-nul-beleid; landelijk onderzoek gemeentelijk beleid speelautomaten in 1995, vergelijkingen met 1992 en 1993 (1995).

    Waardering: B 1

    Het aanwezig hebben van speelautomaten

    (289.)

    Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een speelcasino

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30z, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600); laatstelijk gewijzigd in 1999 (Stb. 1999, 9)

    Product: Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139) en Beschikking casinospelen 1996 ( Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: De Ministers vragen alvorens over te gaan tot het verlenen van een vergunning advies aan de Raad voor de Casinospelen (tot 1996). Na 1996 moet het College van toezicht op de kansspelen worden gehoord.

    Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden, die zonodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

    Waardering: B 5

    (291.)

    Handeling: Het verlening van een ontheffing aan de houder van een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten in een speelautomatenhal, van het vereiste dat in de automaat een teller aanwezig is die alle inworpen, uitbetalingen en gespeelde spellen registreert

    Periode: 2000–

    Grondslag: Speelautomatenbesluit 2000, art. 14, lid 1

    Product: Ontheffing

    Opmerking: De vergunninghouder moet wel hebben aangetoond dat de door hem in de speelautomatenhal gehanteerde tellers voldoen aan de overige vereisten die hieraan in het Speelautomatenbesluit worden gesteld. De Minister kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.

    Waardering: V 20 jaar

    (292.)

    Handeling: Het aanwijzen van een bewijsstuk van een instelling op het gebied van de verslavingszorg, waaruit blijkt dat bedrijfsleiders of beheerders van een speelautomatenhal of een hoogdrempelige inrichting beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving

    Periode: 2000–

    Grondslag: Speelautomatenbesluit 2000 (Stb. 2000, 223) art. 5, lid 1en 2

    Waardering: V 20 jaar

    Het exploiteren van speelautomaten

    (293.)

    Handeling: Het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30h, lid 1; zoals ingevoegd in 1984 (Stb. 1984, 600)

    Opmerking: Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden, die zonodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken

    Waardering: V 20 jaar

    Toelating van speelautomaten

    (294.)

    Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot toelating en het intrekken van een toelating van een model speelautomaat, alsmede het opstellen, wijzigen, aanvullen of intrekken van aanvullende voorschriften ten aanzien van toegelaten speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30o, lid 1, art. 30p en 30s; zoals ingevoegd in 1995 ( Stb. 1985, 600)

    Product: Beschikking

    Opmerking: De Minister kan een aanvraag tot toelating weigeren wanneer het model niet voldoet aan de voorschriften of redelijkerwijs kan worden verwacht dat dit niet zal gebeuren en wanneer een eerdere toelating die is verleend aan de aanvrager is ingetrokken omdat deze de regels en voorschriften niet heeft nageleefd.

    Wanneer een model wordt toegelaten wordt een op naam van de aanvrager gestelde verklaring afgegeven. Hierbij worden tevens de wettelijke voorwaarden voor toelating vermeld en eventueel aangegeven dat het toegelaten model op een bepaalde plaats moet worden bewaard.

    Ter voorbereiding van het besluit van de Minister wordt het toe te laten model speelautomaat onderzocht door de dienst van het IJkwezen (na 1989 IJkwezen BV). Deze dienst verstrekt vervolgens ook de merktekens, merktekenbewijzen en, op verzoek, ook een afschrift van de verklaring van toelating.

    Een toelating wordt in ieder geval ingetrokken wanneer:

    – bij aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    – de voorschriften die zijn verbonden aan een toelating zodanig zijn gewijzigd dat het toegelaten model op basis van deze voorschriften niet zou zijn toegelaten.

    De Minister kan een toelating intrekken wanneer:

    – bepalingen uit de wet of aan toelating verbonden voorschriften zijn overtreden door de houder of diens gemachtigde;

    – de houder van de toelating of diens gemachtigde gedurende drie jaar geen gebruik heeft gemaakt van het recht om op de toegelaten modellen een merkteken aan te brengen

    Wanneer bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of wanneer de houder zich niet aan de voorschriften heeft gehouden, kan de Minister een termijn vaststellen waarbinnen de houder de gelegenheid krijgt om alsnog aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Bovendien kan de Minister bepalen dat voor automaten die voordien ingevolgde de toelating rechtmatig van een merkteken zijn voorzien, het verbod op het in de handel brengen, exploiteren en het aanwezig hebben in publiekelijke toegankelijke plaatsen of horecagelegenheden, niet of tijdelijk niet van toepassing is.

    Waardering: B 5

    (297.)

    Handeling: Het aanwijzen van een instelling die is belast met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat

    Periode: 1989–

    Grondslag: Speelautomatenbesluit (Stb. 1986, 589), art. 17a; zoals ingevoegd in 1989 (Stb. 1989, 114); vervallen in 2000 (Stb. 000, 223) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30o, lid 5

    Product: Beschikking van de staatssecretaris van Economische Zaken van 25 april 1989 (Aanwijzing IJkwezen als keuringsinstelling voor speelautomaten) (Stcrt. 1989, 82)

    Speelautomatenregeling 2000 (Stcrt. 2000, 105)

    Opmerking: Deze handeling is ontstaan na de verzelfstandiging van de dienst van het IJkwezen. Bij beschikking werd vervolgens het verzelfstandigde IJkwezen BV aangewezen. Bij de wetswijziging van 1999 werd gesteld dat de Minister van Economische Zaken één of meer instellingen kan aanwijzen; hiermee werd het monopolie van het IJkwezen doorbroken.

    Waardering: V 20 jaar

    Toezicht

    (299.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels die zijn gesteld ten aanzien van speelautomaten

    Periode: 1986–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 30w, lid 1; zoals ingevoegd in 1985 (Stb. 1985, 600)

    Product: Aanwijzing ambtenaren Dienst van het IJkwezen als toezichthoudende ambtenaren Wet op de kansspelen (Stcrt. 1987, 2)

    Beschikking van de staatssecretaris van Justitie van 1 juni 1989, houdende aanwijzing van personen belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften, gesteld bij of krachtens titel Va van de Wet op de kansspelen (Stcrt. 1989, 214)

    Waardering: V 20 jaar

    Actor: Werkgroep/projectgroep beheersstructuur casino’s

    (194.)

    Handeling: Het adviseren van de betrokken Ministers over de verbetering van de beheersstructuur van speelcasino’s

    Periode: 1984–1985

    Grondslag: Instellingsbeschikkingen

    Product: Rapport

    Opmerking: Nadat aanvankelijk een werkgroep was ingesteld werd later een kleinere projectgroep samengesteld waarin onder meer de voorzitters van de Raad voor de Casinospelen en de NSC zitting hadden (Hustinx en De Vriese) alsmede een onafhankelijke wetenschapper (Horringa).

    Waardering: B 1

    Actor: Commissie kansspeelautomaten

    (279.)

    Handeling: Het adviseren van de Ministers van Justitie en Economische Zaken en de Minister belast met sportzaken inzake de aanscherping van het Speelautomatenbesluit en de formulering van een modelconvenant ten aanzien van kansspeelautomaten

    Periode: 1994–1995

    Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie kansspeelautomaten (Stcrt. 1994, 60)

    Product: Nota kansspelen in balans

    Opmerking: De Commissie speelautomaten staat ook bekend als de Commissie Nijpels.

    Waardering: B 1

    Dienst v/h IJkwezen (als onderdeel van Economische Zaken)

    (303.)

    Handeling: Het uitvoeren van onderzoeken met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat

    Periode: 1986–1997

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 30q, lid 3; zoals ingevoegd bij Stb. 1985, 600

    Opmerking: Pas in 1997 werd de Dienst van het IJkwezen overigens pas echt verzelfstandigd.

    Waardering:

    Handelingen van actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

    Actor: Minister van Financiën

    Kansspelbeleid in het algemeen

    (1.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het algemene beleid betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen

    Bijvoorbeeld:

    Nota kansspelen in perspectief (1989);

    Nota Kansspelen in balans (1994);

    Nota kansspelen herijkt (1995).

    Waardering: B 1

    (2.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van kansspelen

    Periode: 1945–

    Waardering: B 2

    (4.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de instelling en de geformuleerde opdracht van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het algemene kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Waardering: B 1

    (9.)

    Handeling: Het voorbereiden van de wijziging of intrekking van de Loterijwet

    Periode: 1945–1964

    Product: Besluit houdende nadere regelen inzake de verbindende kracht van

    maatregelen op het gebied van het loterijbedrijf, welke zijn uitgevaardigd gedurende de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa (Stb. 1945, F103);

    Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619);

    Wet houdende nadere wijziging van de Loterijwet (Stb. 1955, 339);

    Wet houdende wijziging van de Loterijwet (Stb. 1961, 312);

    Wet op de loterijbelasting (Stb. 1961, 313).

    Waardering: B 1

    (10.)

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483)

    Wijzigingen bij: (Stb. 1967, 108); (Stb. 1968, 288); (Stb. 1970, 612); (Stb. 1971, 287); (Stb. 1973, 287); (Stb. 1974, 441); (Stb. 1976, 229); (Stb. 1981, 154); (Stb. 1984, 91); (Stb. 1985, 600); (Stb. 1988, 672); (Stb. 1988, 673); (Stb. 1991, 394); (Stb. 1992, 282); (Stb. 1992, 371); (Stb. 1992, 636); (Stb. 1993, 650); (Stb. 1993, 658); (Stb. 1994, 573); (Stb. 1995, 300); (Stb. 1997, 63); (Stb. 1997, 510); (Stb. 1998, 270); (Stb. 1998, 298); (Stb. 1998, 446); (Stb. 1999, 9); (Stb. 1999, 30)

    Opmerking: De minister van Economische Zaken was niet vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen; hij is voor het eerst medeondertekenaar van de wetswijziging in 1974, waarbij casino’s en de lotto werden gelegaliseerd.

    Waardering: B 1

    (20.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Economische Zaken inzake de benoeming of het ontslag van de voorzitter, de overige leden of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 12 jo. art 14, lid 1 jo. 16, lid 3

    Product: Brief

    Waardering: V 5 jaar na benoeming

    (29.)

    Handeling: Het door tussenkomst van de Minister van Justitie richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1

    Waardering: B 5

    (31.)

    Handeling: Het door tussenkomst van de Minister van Justitie richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1

    Waardering: B 5

    Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    Loterijen

    (54.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken inzake de vaststelling van voorschriften die worden verbonden aan de vergunning voor het organiseren van een instantloterij

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14c, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art 3, lid 4; art. 11; art. 16, lid 3; art. 19, lid 2; art. 20, lid 4; vervallen 30 april 1996

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: In de beschikking instantloterij is precies aangegeven met de vaststelling of wijziging van welke voorschriften de Minister van Financiën moet overeenstemmen. Het gaat om bepalingen in de beschikking instantloterij waarbij is bepaald:

    – dat de Minister van Financiën de bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij moet goedkeuren voor zover zij betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS);

    – wat het maximum aantal verkooppunten is, waarvan 1500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de SENS;

    – dat een bepaald deel van de netto-opbrengst van de instantloterij wordt afgedragen aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij elk kwartaal een financieel verslag aan de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken stuurt, alsmede een afschrift daarvan aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij de jaarrekening tevens aan de Minister van Financiën zendt

    In de beschikking instantloterij 1996 keren deze bepalingen niet terug.

    Waardering: B 5

    (69.)

    Handeling: Het bepalen dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij ten goede komt aan de schatkist

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) en

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: B 5

    (70.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken inzake de bepaling dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij moet worden afgedragen aan de Staat

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: B 5

    (71.)

    Handeling: Het rapporteren aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de werking van de Wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij en de op basis daarvan verleende vergunning

    Periode: 1994–1996

    Grondslag: Wet van 2 december 1993 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij (Stb. 1993, 658) art. III

    Product: De Krasloterij in Nederland. Deelname, deelnemers, risico’s en handhaving (Ministerie van Justitie/Den Haag, 1995)

    Opmerking: De eerste vergunning tot het organiseren van de instantloterij werd als proef voor de duur van twee jaar verleend aan de Stichting Nationale Instantloterij. Het onderzoek voor het rapport aan de Tweede Kamer werd in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door Bakkenist Management Consultants en het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO)

    Waardering: B 2,3

    (73.)

    Handeling: Het instemmen met de (wijziging van de) bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij die betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij in het bestuur van de stichting.

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 4; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 4

    Waardering: V 10 jaar (na wijziging statuten)

    Premieleningen

    (79.)

    Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij naamloze vennootschappen, coöperatieve of andere, rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen en stichtingen, toestemming wordt verleend tot het openstellen van een premielening

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Loterijwet 1905, art. 2bis, zoals ingevoegd in 1925 (Stb. 1925, 242); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Product: KB’s

    Opmerking: In de wet wordt gesteld dat het hier moet gaan om tegen een niet hogere dan de parikoers uitgegeven werkelijke geldleningen, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geven van tenminste drie procent.

    Bij het verlenen van de toestemming tot het houden van een premielening kan worden bepaald dat de houder een waarborg onder berusting van de Staat moet stellen (hetzij in een geldbedrag, hetzij in een fonds), zodat is verzekerd dat de verplichtingen aan de deelnemers kunnen worden nagekomen. Het beheer van deze waarborgsommen en fondsen is in handen van de Agent van het Ministerie van Financiën in Amsterdam.

    Waardering: B 5

    (80.)

    Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid voor het openstellen van een premielening

    Periode: 1964–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 4, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1976 (Stb. 1976, 229)

    Product: Beschikking

    Opmerking: Een dergelijke vergunning kan alleen worden verleend voor geldleningen waarvan het geplaatste geld algemene belangen moet dienen.

    Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften worden in het besluit waarbij de vergunning wordt verleend, opgenomen.

    Tot 1971 was er sprake van het verlenen van een vergunning aan een: naamloze vennootschap, een coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of een stichting

    Waardering: B 5

    (81.)

    Handeling: Het vaststellen van het percentage van de rente die houders van een premielening jaarlijks minimaal moeten uitkeren aan de deelnemers

    Periode: 1964–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 2, onder c jo. art. 4, lid 1 (Stb. 1964, 483)

    Opmerking: Het percentage wordt van geval tot geval vastgesteld

    Waardering: V 7 jaar

    (82.)

    Handeling: Het vaststellen en zonodig wijzigen van de lijst van fondsen die door houders van een premielening als waarborg bij de Staat zijn ondergebracht

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. III, lid 2; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Product: Lijsten

    Waardering: V 7 jaar (na vaststelling/wijziging)

    (83.)

    Handeling: Het beslissen of, en zo ja in hoeverre, de waarborgsom dient te worden aangesproken wanneer de houder van een premielening niet aan zijn verplichtingen jegens de deelnemers kan voldoen

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. IV; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Opmerking: De Minister van Financiën voerde bij het nemen van de beslissing overleg met de Minister van Justitie.

    Waardering: V 20 jaar na uitspraak

    (84.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de beslissing om de waarborgsom aan te spreken voor het geval de houder van een premielening niet aan zijn verplichtingen jegens de deelnemers kan voldoen

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. IV; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 7 jaar

    (85.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die worden belast met het opsporen van overtredingen van de loterijwetgeving

    Periode: (1943) 1945–1964

    Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Loterijwet, art. 22, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 10 jaar

    (86.)

    Handeling: Het bepalen van de wijze waarop en de termijn waarbinnen loterijen en premieleningen die voor het van kracht worden van de Loterijwet 1905 met wettelijke toestemming waren begonnen, dienen te worden afgewikkeld

    Periode: (1943) 1945–1951

    Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Waardering: V 10 jaar

    (87.)

    Handeling: Het onder voorwaarden verstrekken van een financiële tegemoetkoming aan ondernemingen die door het feit dat bepaalde handelingen als een verboden loterij worden beschouwd of door het verplicht afwikkelen van tot dien toegestane loterijen hun bedrijf geheel of ten dele niet meer kunnen uitoefenen

    Periode: (1943) 1945–1951

    Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Waardering: V 7 jaar

    (88.)

    Handeling: Het geven van nadere regels met betrekking tot de afwikkeling van legale loterijen die als gevolg van de wetswijziging van 1950 geen voortgang meer mogen vinden

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stcrt. 1950, K619) art. III, lid 3; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Product:

    Opmerking: Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de termijn waarbinnen de afwikkeling moet zijn gerealiseerd of dat een maatschappij het af te wikkelen loterijbedrijf in een afzonderlijke rechtspersoon moet onderbrengen

    Waardering: V 10 jaar

    (89.)

    Handeling: Het benoemen van een liquidateur die de afwikkeling van een loterijbedrijf uitvoert

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619) art. III, lid 4; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 10 jaar

    De Staatsloterij

    Algemeen (1945–)

    (96.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: nota’s, notities, rapporten

    Opmerking: Ook de Minister van Justitie is betrokken bij het voorbereiden van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij. Deze doet dit echter uit hoofde van zijn coördinerende rol inzake kansspelen, zodat deze activiteiten onder handeling 1 vallen (Kansspelbeleid in het algemeen)

    Waardering: B 1

    (97.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Waardering: B 2,3

    (98.)

    Handeling: Het instellen van werkgroepen of commissies die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid inzake de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: Instellingsbeschikking Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie Van Aardenne) 1983

    Waardering: B 1

    (99.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Grondslag: Grondwet 1938/46/48, art. 97; Grondwet 1953/56/72, art. 104; Grondwet 1983/87/95, art. 68

    Opmerking: De Minister van Justitie kan als coördinerend bewindspersoon eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van Kamervragen. De neerslag hiervan valt onder handeling 11

    Waardering: B 2,3

    (100.)

    Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal

    Periode: 1945–

    Product: brieven, notities

    Opmerking: Zie ook handelingen 121 en 122 van PIVOT-rapport nr. 56 over de Nationale Ombudsman.

    Waardering: B 3

    (101.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: brieven, notities

    Waardering: V 5 jaar

    (102.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: voorlichtingsmateriaal

    Waardering: V 5 jaar (de eindproducten worden bewaard)

    (103.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: nota’s, notities, onderzoeksrapporten

    Waardering: B 5

    (104.)

    Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: notities, notulen, brieven

    Waardering: V 10 jaar

    (105.)

    Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1945–

    Product: begrotingen, rekeningen, declaraties

    Waardering: V 10 jaar

    De periode 1945–1992

    (106.)

    Handeling: Het uitvaardigen van voorschriften waarbij het besluit tot de instelling van een Staatsloterij wordt uitgevoerd

    Periode: 1943–1951

    Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 1, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Product: Besluit van de waarnemend Secretaris-Generaal van het departement van Financiën ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1944, 26)

    Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122)

    Waardering: B 5

    (110.)

    Handeling: Het vaststellen van het aantal series dat per staatsloterij wordt uitgegeven

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 2, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van de art. 7, leden 1, 3 en 4, 8, lid 1, en 11, leden 3 en 4 der Loterijwet) (Stcrt. 1952, 125) art. 1, lid 2; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 2

    Product: beschikking

    Opmerking: Vanaf 1964 geschiedt de vaststelling van het aantal series door de Minister op voordracht van de Directeur der Staatsloterij. De vaststelling van het aantal series werd tijdig voor elke loterij bij bijzondere beschikking vastgesteld.

    Waardering: V 10 jaar

    (112.)

    Handeling: Het bepalen op welke tijdstippen het maximaal toegestane jaarlijkse aantal van de drie loterijen van de Staatsloterij zal plaatsvinden

    Periode: 1945–1951

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 2, lid 1; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Product: beschikking

    Waardering: V 10 jaar

    (114.)

    Handeling: Het vaststellen van het plan volgens welke de trekkingen van de Staatsloterij zullen plaatsvinden

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 11; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Loterijwet art. 8, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Beschikking Staatsloterij (uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 1; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 1

    Product: Beschikking

    Opmerking: Het officiële plan der Staatsloterij werd na vaststelling door de Minister als officiële advertentie in de Staatscourant geplaatst

    Waardering: B 5

    (115.)

    Handeling: Het vaststellen van het model waar naar de loten van de Staatsloterij worden vervaardigd

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 10; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Loterijwet, art. 23; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Wet op de kansspelen, art. 9, lid 8 (Stb. 1964, 483); vervallenin 1992 (Stb. 1992, 282)

    Product: beschikking:

    (Stcrt. 1951, 3); (Stcrt. 1952, 214); (Stcrt. 1964, 253); (Stcrt. 1966, 73); (Stcrt. 1968, 149); (Stcrt. 1968, 240); (Stcrt. 1970, 162); (Stcrt. 1973, 148); (Stcrt 1974, 205); (Stcrt. 1976, 4); (Stcrt. 1980, 110); (Stcrt. 1983, 67); (Stcrt. 1983, 87); (Stcrt. 1985, 138); (Stcrt. 1986, 15); (Stcrt. 1986, 117); (Stcrt. 1987, 60); (Stcrt. 1987, 60); (Stcrt. 1988, 211); (Stcrt. 1990, 15)

    Opmerking: Het opstellen van een model voor staatsloten wordt alleen expliciet genoemd in het Ministeriële besluit van 1945. Na 1952 worden modellen bij beschikking vastgesteld op de meer algemeen geformuleerde artikelen 10 en 9, lid 8 van respectievelijk de Loterijwet en de Wet op de kansspelen. In beide gevallen is de grondslag de bepaling dat de Minister van Financiën datgene kan bepalen wat verder nodig is om een behoorlijk functioneren van de Staatsloterij te bevorderen.

    Waardering: B 5

    (116.)

    Handeling: Het vaststellen van de inleg tegen welke de loten van de Staatsloterij ter verkoop worden uitgegeven

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Loterijwet art. 9, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen, art. 11, lid 3 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 10 jaar

    (117.)

    Handeling: Het geven van een bevel aan de Staatsloterij om over te gaan tot uitbetaling van prijzen op loten die zijn verjaard of in andere bijzondere gevallen

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619) en Loterijwet, art. 14, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Product: brief

    Opmerking: De Minister heeft deze bevoegdheid in gevallen waarbij verjaring is ingetreden wanneer het gaat om:

    vernietigde of vermiste loten;

    loten die ingevolge art. 11 van de Loterijwet in aanmerking komen voor teruggave;

    de situatie dat uitbetaling is aangevraagd voordat de verjaring was ingetreden.

    Bij de Wet op de kansspelen wordt bepaald dat de geldigheid van een lot na een jaar vervalt. Er worden hieromtrent verder geen voorzieningen meer getroffen.

    Waardering: B 5

    (118.)

    Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervanger van de Directeur der Staatsloterij die aanwezig is bij de trekking van de Staatsloterij

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253)

    Product: Brief

    Opmerking: Deze plaatsvervanger treedt op bij de trekkingen van de Staatsloterij wanneer de directeur is verhinderd. Na 1964 hoeft de Minister geen plaatsvervanger meer aan te wijzen.

    Waardering: V 10 jaar

    (119.)

    Handeling: Het aanwijzen van twee personen die zitting hebben in de trekkingscommissie van de Staatsloterij

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253), Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 2

    Product: Samenstelling trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1983, 139; Stcrt. 1986, 209; Stcrt. 1989, 5; Stcrt. 1990, 107; Stcrt. 1991, 146) en Benoeming leden trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1986, 112)

    Opmerking: In de beschikking uit 1952 werd nog niet gesproken van een commissie; de directeur van de Staatsloterij diende twee personen aan te wijzen die de trekking zouden verrichten.

    Waardering: V 10 jaar

    (121.)

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van de directeur van de Staatsloterij

    Periode: 1945–1951

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 1

    Opmerking: De directeur is belast met het beheer van de staatsloterij en is rechtstreeks rekenplichtig aan de Algemene Rekenkamer

    Waardering: V 75 jaar

    (122.)

    Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de directeur van de Staatsloterij wordt benoemd of ontslagen

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Loterijwet art. 6, zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Wet op de kansspelen, art. 10; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Product: Koninklijke Besluiten

    Opmerking: De directeur is belast met het beheer van de staatsloterij en is rechtstreeks rekenplichtig aan de Algemene Rekenkamer. In de Wet op de kansspelen iets anders geformuleerd: voert onder bevel van de Minister van Financiën het beheer van de Staatsloterij. Verder is de directeur belast met het opsporen van strafbare feiten ten aanzien van de Staatsloterij.

    Waardering: V 75 jaar

    (123.)

    Handeling: Het vaststellen van de rechten en verplichtingen van de directeur van de Staatsloterij

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Loterijwet art. 6, zoals ingevoegd in 1950 ()Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Waardering: B 5

    (124.)

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van collecteurs der Staatsloterij

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 3, lid 1; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619), Loterijwet art. 10, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en

    Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 1; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Product: beschikking

    Waardering: V 75 jaar

    (125.)

    Handeling: Het geven van nadere regels met betrekking tot de rechten en plichten van de collecteurs der Staatsloterij en andere personen die het recht hebben om staatsloten te verkopen

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 4; vervallen bij Stb. 1992, 282

    Product: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60); Reglement Debitanten 1983 (Stcrt. 1983, 60);

    Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1983, 248); Kasinstructie Debitanten 1984 (Stcrt. 1983, 248);

    Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39).

    Waardering: B 5

    (126.)

    Handeling: Het verlenen van het recht tot het verkopen van loten van de Staatsloterij aan andere personen dan de collecteurs der Staatsloterij

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in1964 (Stb. 1964, 483), Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1973 (Stb. 1973, 287); vervallen in (Stb. 1992, 282)

    Opmerking: De derden die het recht krijgen om staatsloten te verkopen doen dit onder verantwoordelijkheid van de Collecteur der Staatsloterij. Bij wetswijziging in 1973 vervalt deze bepaling

    Waardering: V 10 jaar

    (127.)

    Handeling: Het voor iedere loterij van de Staatsloterij vaststellen van de verdeling van de loten over de met de verkoop belaste personen

    Periode: 1951–1964

    Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 3; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 ( Stb. 1964, 483)

    Waardering: V 10 jaar

    (128.)

    Handeling: Het bepalen van het inkomen dat een collecteur of debitant van de Staatsloterij met de verkoop van staatsloten ten minste moet kunnen verwerven

    Periode: 1983–

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 1

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 1

    Opmerking: Om een bepaald inkomen te kunnen verwerven krijgt een collecteur of debitant een hoeveelheid zogenaamde ‘basisloten’ toegewezen. De inleg van deze basisloten is zo vastgesteld dat de collecteur of debitant het door de Minister bepaalde inkomen kan bereiken. De loten die een collecteur of debitant ter verkoop krijgt aangeboden boven de hem toegewezen basisloten zijn de zogenaamde ‘handelsloten’.

    Waardering: V 10 jaar

    (129.)

    Handeling: Het vaststellen van regels inzake de tegemoetkoming in gemaakte kosten van collecteurs en debitanten van de Staatsloterij

    Periode: 1983–

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 3

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 3

    Waardering: V 10 jaar

    (135.)

    Handeling: Het geven van toestemming aan een collecteur van de Staatsloterij voor het uitoefenen van een ander beroep, het voeren van een ander bedrijf of het anderszins tegen enige vergoeding verrichten van andere werkzaamheden dan het verkopen van staatsloten

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 21

    Waardering: V 10 jaar

    (136.)

    Handeling: Het vaststellen van voorschriften ten aanzien van de wijze waarop collecteurs en debitanten van de Staatsloterij hun administratie en lotenbehandeling inrichten en hun kas bijhouden

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 24 en Reglement Debitanten 1983 (Stcrt. 1983, 60), art 24

    Product: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1983, 248); Kasinstructie debitanten (Stcrt. 1983, 248)

    Waardering: B 5

    (143.)

    Handeling: Het toelaten van verenigingen van collecteurs tot de Commissie van Georganiseerd Overleg in Collecteurszaken

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt.1983, 60), art. 28, lid 2 onder b.

    Opmerking: De commissie bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de Vereniging van Collecteurs en Collectrices van de Nederlandse Staatsloterij

    Waardering: V 10 jaar

    (144.)

    Handeling: Het toelaten van verenigingen van debitanten tot de Commissie van Georganiseerd Overleg in Debitantenzaken

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Debitanten 1983 (Stcrt.1983, 60, art. 28, lid 2 onder b.

    Opmerking: De commissie bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Debitanten der Staatsloterij

    Waardering: V 10 jaar

    (301.)

    Handeling: Het instellen van een klachtencommissie voor collecteuraangelegenheden en een klachtencommissie voor debitantenaangelegenheden

    Periode: 1983

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt.1983, 60, art. en Reglement Debitanten (Stcrt.1983, 60, art.

    Product: Instellingsbeschikking

    Opmerking: Uiteindelijk kwamen er niet twee klachtencommissies maar één Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden.

    Waardering: B 4

    (145.)

    Handeling: Het vaststellen van de samenstelling, taak en werkwijze van een klachtencommissie voor collecteuraangelegenheden en een klachtencommissie voor debitantenaangelegenheden

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt.1983, 60, art. 11, lid 1 en Reglement Debitanten (Stcrt.1983, 60, art. 11, lid 1

    Product: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)

    Opmerking: Uiteindelijk kwamen er niet twee klachtencommissies maar één Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden. Deze commissie bestond uit twee kamers, één voor collecteurs en één voor debitanten.

    Waardering: B 4

    (146.)

    Handeling: Het aanwijzen van de secretaris van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 2, lid 2; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Product: Samenstelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)

    Waardering: V 10 jaar

    (147.)

    Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende voorzitter en de plaatsvervangende leden van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 4, lid 1; ingetrokken in 199 (Stb. 1992, 282)

    Product: Samenstelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)

    Opmerking: Voor zowel de vereniging van debitanten als de vereniging van collecteurs benoemt de Minister één lid en één plaatsvervangend lid.

    Waardering: V 10 jaar

    (150.)

    Handeling: Het nemen van een beslissing inzake klachten die zijn ingediend door collecteurs of debitanten van de Staatsloterij

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 13, lid 1; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Opmerking: De Minister kan in het kader van een klachtenprocedure beslissen dat het besluit waarover een klacht is ingediend bij de klachtencommissie gedurende de behandeling van de klacht wordt geschorst (art. 7, lid 3). Verder kan de Minister gedurende de procedure weigeren om bepaalde inlichtingen te verschaffen, of bepaalde stukken of voorwerpen in te zenden waarom de klachtencommissie heeft gevraagd (art. 10, lid 2).

    Waardering: V 10 jaar na afhandeling klacht

    (151.)

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met het opsporen van strafbare feiten ten aanzien van de Staatsloterij

    Periode: 1964–1992

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 37; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Waardering: V 10 jaar

    De periode vanaf 1992

    (154.)

    Handeling: Het oprichten van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 2, lid 1

    Waardering: B 1

    (155.)

    Handeling: Het bepalen welke vermogensbestanddelen aan de Directie der Staatsloterij worden toegerekend en die zullen worden overgedragen aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 3, lid 1

    Waardering: B 5

    (156.)

    Handeling: Het bepalen welk deel van het bedrijfsresultaat dat niet voortkomt uit het organiseren van de staatsloterij, na aftrek van belastingen, door de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij moet worden afgedragen aan de staat

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 6

    Opmerking: Het gaat hier dus om de winst die is behaald met bijvoorbeeld het organiseren van andere loterijen of kansspelen. De netto opbrengst van de staatsloterij zelf vloeit ingevolge de Wet op de kansspelen in zijn geheel naar de Staatskas.

    Waardering: B 5

    (157.)

    Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de wijze waarop de overgang plaatsvindt van het personeel van de Directie der Staatsloterij van het Ministerie van Financiën naar de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 8, lid 4 jo. lid 8

    Opmerking: De Minister kan bijvoorbeeld bepalen dat ten aanzien van bepaalde functies wordt afgeweken van het principe dat personeelsleden die overgaan naar de SENS een functie krijgen die zoveel mogelijk overeenkomt met de functie die zij laatstelijk vervulden.

    Waardering: B 5

    (158.)

    Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning tot het organiseren van de staatsloterij aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorwaarden die aan deze vergunning worden verbonden

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet op de Kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in (Stb. 1992, 282)

    Product: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121)

    Opmerking: Het verlenen of intrekken van de vergunning en het vaststellen van de voorwaarden geschiedt in overeenstemming met de Minister van Justitie. De Minister bepaalt tevens voor welke duur de vergunning zal worden verleend. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord. In 1992 werd deze vergunning voor opbepaalde tijd verleend aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.

    Waardering: B 5

    (159.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake het verlenen of intrekken van de vergunning tot het organiseren van de staatsloterij en het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorwaarden die aan een dergelijke vergunning worden verbonden

    Periode: 1992–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Waardering: B 5

    (160.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging) van de reglementen en statuten van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1992–

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121) art. 3, lid 3

    Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan hoort de Minister het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: B 5

    (161.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij ten aanzien van haar reclame- en wervingsactiviteiten

    Periode: 1992–

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121) art. 12, lid 3

    Opmerking: Bij het geven van dergelijke aanwijzingen hoort de Minister het advies van het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: B 5

    (162.)

    Handeling: Het benoemen, schorsten of ontslaan van commissarissen van de raad van commissarissen van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1992–

    Grondslag: Statuten Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 5

    Opmerking: Indien de raad bestaat uit vijf of zes commissarissen, worden drie commissarissen benoemd op voordracht van de raad. Indien de raad bestaat uit zeven commissarissen, worden vier commissarissen benoemd op voordracht van de raad.

    Waardering: V 7 jaar

    (163.)

    Handeling: Het vooraf goedkeuren van de beloning en onkostenvergoeding van de commissarissen van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

    Periode: 1992–

    Grondslag: Statuten Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 10

    Waardering: V termijn

    (164.)

    Handeling: Het aanwijzen van een organisatie die een onderzoek uitvoert naar de organisatie en de kwaliteit van de Staatsloterij

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij, art. 9; zoals ingevoegd in 1996 (Stcrt. 1996, 157)

    Waardering: B 5 opdrachtverstrekking en eindrapport, V 5 jaar overige neerslag

    Casinospelen

    (229.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake de benoeming van een commissaris in de raad van commissarissen van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland

    Periode: 1996–

    Grondslag: Statuten Holland Casino’s, art. 5

    Waardering: V 7 jaar

    (266.)

    Handeling: Het goedkeuren van de voorziening die door de vergunninghouder is getroffen ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van de speelcasino’s

    Periode: 1975–

    Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 28; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 18; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Beschikking casinospelen 1996, art. 19 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: V 10 jaar na vervallen goedkeuring

    Actor: Directeur der Staatsloterij

    (111.)

    Handeling: Het ter vaststelling bij de Minister van Financiën voordragen van het aantal series dat per staatsloterij zal worden uitgegeven

    Periode: 1964–1992

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 2

    Product: Brief

    Waardering: V 10 jaar

    (113.)

    Handeling: Het opstellen van een plan waarin wordt aangegeven hoe de trekking van de Staatsloterij zal plaatsvinden

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 11; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)

    Loterijwet art. 8, lid 2; zoals ingevoegd bij Stb. 1950, K619; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)

    Beschikking Staatsloterij (uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 1; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)

    Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 1

    Product: Officieel plan der Staatsloterij

    Opmerking: Het plan der Staatsloterij dat per trekking van de Staatsloterij werd opgesteld door de directeur diende ter vaststelling aan de Minister van Financiën te worden voorgelegd.

    Waardering: B 5

    (119.)

    Handeling: Het aanwijzen van twee personen die zitting hebben in de trekkingscommissie van de Staatsloterij

    Periode: 1951–1992

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253), Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 2

    Product: Samenstelling trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1983, 139; Stcrt. 1986, 209; Stcrt. 1989, 5; Stcrt. 1990, 107; Stcrt. 1991, 146) en Benoeming leden trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1986, 112)

    Opmerking: In de beschikking uit 1952 werd nog niet gesproken van een commissie; de directeur van de Staatsloterij diende twee personen aan te wijzen die de trekking zouden verrichten.

    Waardering: V 10 jaar

    (130.)

    Handeling: Het (goed)keuren van de ruimte waarin een collecteur of debitant van de Staatsloterij de loten verkoopt

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 4, lid 2

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 4, lid 2

    Waardering: V 10 jaar

    (131.)

    Handeling: Het geven van toestemming aan een collecteur of debitant van de Staatsloterij om zich te laten vervangen

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 5, lid 2

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 5, lid 2

    Product: kennisgeving

    Opmerking: De directeur doet de debitant of collecteur een kennisgeving toekomen waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen de vervanging. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden.

    Waardering: V 7 jaar

    (132.)

    Handeling: Het vaststellen van het tijdstip waarvóór collecteurs en debitanten van de Staatsloterij hun loten moeten bestellen

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 1

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 2

    Opmerking: Wanneer op dat tijdstip nog geen bestelling is ontvangen wordt de collecteur of debitant geacht hetzelfde aantal loten te hebben besteld als hij bij de vorige loterij heeft verkocht

    Waardering: V 7 jaar

    (133.)

    Handeling: Het afgeven van loten aan de collecteurs en debitanten van de Staatsloterij

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 5

    Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 5

    Opmerking: De genoemde bepalingen zijn niet direct de grondslag voor deze handelingen. Er staat daar alleen dat de directeur de afgifte van de loten kan opschorten wanneer een collecteur of debitant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

    Waardering: V 7 jaar

    (134.)

    Handeling: Het uitbetalen van de prijzen van de staatsloterij, dan wel het uitstellen van deze betaling wanneer er gerede twijfel bestaat ten aanzien van de rechtmatigheid van het bezit van een lot door de aanbieder

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 7 en Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 12

    Opmerking: Na 1951 vindt uitbetaling plaats op het kantoor van de verkoper van het lot. Ook dan is er de mogelijkheid van het uitstellen van de betaling indien twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bezit van een lot (art. 12 aldaar).

    Waardering: V 7 jaar

    (137.)

    Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan collecteurs en debitanten voor zover het gaat om zaken die niet in de reglementen van collecteurs en debitanten zijn geregeld

    Periode: 1983–1992

    Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 27 en Reglement Debitanten 1983(Stcrt. 1983, 60), art. 27

    Waardering: B 5 algemeen geldende aanwijzingen

    V 10 jaar aanwijzingen aan individuele collecteurs

    (138.)

    Handeling: Het aan de hand van praktijkgegevens, zowel voor individuele gevallen als in het algemeen, stellen van nadere regels ten aanzien van de hoeveelheid contant geld een collecteur of debitant ten hoogste in kas mag hebben

    Periode: 1984–1992

    Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1973, 248), art. 3, lid 2 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 1983, 248), art. 3, lid 2

    Opmerking: In de kasinstructie is bepaald dat de omvang van contante gelden beperkt moet blijven tot het bedrag dat nodig is om prijzen tot en met tweehonderdvijftig gulden uit te betalen. De overige gelden dienen door collecteur of debitant te worden gestort op de zogenaamde subrekening (een ten behoeve van iedere collecteur of debitant afzonderlijk gereserveerde postrekening op naam van de directeur van de Staatsloterij en onderdeel uitmakend van de hoofdrekening)

    Waardering: V 10 jaar

    (139.)

    Handeling: Het verlenen van toestemming aan collecteurs en debitanten om andere uitgaven ten laste van de kas te laten komen dat voorzien zijn in de kasinstructie

    Periode: 1984–1992

    Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 4 onder d en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 4 onder d.

    Opmerking: In de kasinstructies van 1984 is bepaald dat contante uitbetalingen van de prijzen, afstortingen op de subrekening en netto-provisies volgens opgave van de directeur ten laste mogen komen van de kas.

    Waardering: V 10 jaar

    (140.)

    Handeling: Het opstellen en verstrekken van maandverantwoordingsstaten waarop collecteurs en debitanten hun administratie voeren

    Periode: 1984–1992

    Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 2 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248) art. 7, lid 2

    Waardering: V 10 jaar

    (141.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen ten aanzien van de termijn waarbinnen collecteurs en debitanten een nadelig kasverschil moeten aanzuiveren en de wijze waarop een positief kasverschil wordt verrekend

    Periode: 1984–1992

    Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 5 en 6 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 5 en 6

    Waardering: V 10 jaar

    (142.)

    Handeling: Het geven van voorschriften ten aanzien van de wijze waarop collecteurs en debitanten de administratie voeren en de kas beheren voor zover hiervoor niet is voorzien in de kasinstructies

    Periode: 1984–1992

    Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 11en Kasinstructie debitanten 1984(Stcrt. 19873, 248) art. 11

    Waardering: V 10 jaar

    (149.)

    Handeling: Het adviseren van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden inzake klachten die zijn ingediend door collecteurs en debitanten van de Staatsloterij

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Regeling vaststelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 9, lid 1 onder b.; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)

    Waardering: B 5

    Actor: Collecteur van de Staatsloterij

    (134.)

    Handeling: Het uitbetalen van de prijzen van de staatsloterij, dan wel het uitstellen van deze betaling wanneer er gerede twijfel bestaat ten aanzien van de rechtmatigheid van het bezit van een lot door de aanbieder

    Periode: 1945–1992

    Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 7 en Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 12

    Opmerking: Na 1951 vindt uitbetaling plaats op het kantoor van de verkoper van het lot. Ook dan is er de mogelijkheid van het uitstellen van de betaling indien twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bezit van een lot (art. 12 aldaar).

    Waardering: V 10 jaar

    Actor: Trekkingscommissie Staatsloterij

    (120.)

    Handeling: Het vaststellen van de uitslag van de trekking van de Staatsloterij

    Periode: 1964–1992

    Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art.7, lid 2

    Product: proces-verbaal

    Opmerking: De commissie is aanwezig bij elke trekking en stelt over de resultaten een proces-verbaal op. De commissie zendt één exemplaar van het in tweevoud opgemaakte proces-verbaal naar de Minister van Financiën.

    Waardering: V 10 jaar

    Actor: Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden

    (148.)

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën inzake klachten van collecteurs of debitanten tegen besluiten of weigeringen daartoe van of namens de Minister van Financiën of de directeur der Staatsloterij die hen individueel en als zodanig raken

    Periode: 1988–1992

    Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 7, lid 1; ingetrokken bij Stb. 1992, 282

    Opmerking: Alvorens met een advies te komen hoort de klachtencommissie de klager, de directeur der Staatsloterij en personen die de commissie zelf wens op te roepen. Deze personen zijn verplicht om zich door een raadsman te laten bijstaan. De voorzitter van de commissie kan de toelating van een bepaalde raadsman weigeren.

    Waardering: B 5

    Actor: Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie van Aardenne)

    (107.)

    Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de privatisering van de Staatsloterij

    Periode: 1983–1984

    Grondslag: Instellingsbeschikking

    Product: Eindrapport Het lot in eigen handen (Den Haag 1983)

    Waardering: B 1

    Actor: Interdepartementale Begeleidingscommissie Privatisering

    (108.)

    Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de privatisering van de Staatsloterij

    Periode: 1988–1989

    Bron: Tweede Kamer, 1988–1989, 20 966, nr. 1

    Product: advies

    Waardering: B 1

    Handelingen van actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    Actor: Minister belast met sportzaken

    Kansspelbeleid in het algemeen

    (1.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het algemene beleid betreffende kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen

    Bijvoorbeeld:

    – Nota kansspelen in perspectief (1989);

    – Nota Kansspelen in balans (1994);

    – Nota kansspelen herijkt (1995).

    Waardering: B 1

    (2.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van kansspelen

    Periode: 1945–

    Waardering: B 2,3

    (4.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de instelling en de geformuleerde opdracht van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het algemene kansspelbeleid

    Periode: 1945–

    Waardering: B 5

    (9.)

    Handeling: Het voorbereiden van de wijziging of intrekking van de Loterijwet

    Periode: 1945–1964

    Product: Besluit houdende nadere regelen inzake de verbindende kracht van maatregelen op het gebied van het loterijbedrijf, welke zijn uitgevaardigd gedurende de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa (Stb. 1945, F103);

    – Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619);

    – Wet houdende nadere wijziging van de Loterijwet (Stb. 1955, 339);

    – Wet houdende wijziging van de Loterijwet (Stb. 1961, 312);

    – Wet op de loterijbelasting (Stb. 1961, 313).

    Waardering: B 1

    (10.)

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen

    Periode: 1945–

    Product: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483)

    Wijzigingen bij: (Stb. 1967, 108); (Stb. 1968, 288); (Stb. 1970, 612); (Stb. 1971, 287); (Stb. 1973, 287); (Stb. 1974, 441); (Stb. 1976, 229); (Stb. 1981, 154); (Stb. 1984, 91); (Stb. 1985, 600); (Stb. 1988, 672); (Stb. 1988, 673); (Stb. 1991, 394); (Stb. 1992, 282); (Stb. 1992, 371); (Stb. 1992, 636); (Stb. 1993, 650); (Stb. 1993, 658); (Stb. 1994, 573); (Stb. 1995, 300); (Stb. 1997, 63); (Stb. 1997, 510); (Stb. 1998, 270); (Stb. 1998, 298); (Stb. 1998, 446); (Stb. 1999, 9); (Stb. 1999, 30)

    Opmerking: De Minister van Economische Zaken was niet vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen; hij is voor het eerst medeondertekenaar van de wetswijziging in 1974, waarbij casino’s en de lotto werden gelegaliseerd.

    Waardering: B 1

    (20.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de benoeming of het ontslag van de voorzitter, de overige leden of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)

    Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 12 jo. art 14, lid 1 jo. 16, lid 3

    Product: Brief

    Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

    (29.)

    Handeling: Het door tussenkomst van de Minister van Justitie richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1

    Waardering: B 5

    (31.)

    Handeling: Het door de tussenkomst van de Minister van Justitie richten van het verzoek aan het College van toezicht op de kansspelen om een onderzoek in te stellen naar de naleving van de wettelijke bepalingen, de statuten en reglementen door een rechtspersoon waaraan een vergunning voor het organiseren van kansspelen is verleend

    Periode: 1996–

    Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 5

    Waardering: B 5

    Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen

    (53.)

    Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning tot het organiseren van een instantloterij aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorschriften die aan deze vergunning worden verbonden

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 1 en 14c; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord. Wanneer de voorschriften betrekking hebben op het deel van de opbrengst dat de houder van een instantloterij aan de Staat moet overdragen, op inrichtingen waar tevens deelnamebewijzen van de staatsloterij verkrijgbaar zijn of op de vertegenwoordiging namens de organisator van de Staatsloterij in het bestuur van de vergunninghouder van de instantloterij, worden deze vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Financiën.

    Waardering: B 5

    (54.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën inzake de vaststelling van voorschriften die worden verbonden aan de vergunning voor het organiseren van een instantloterij

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14c, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art 3, lid 4; art. 11; art. 16, lid 3; art. 19, lid 2; art. 20, lid 4; vervallen 30 april 1996

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Opmerking: In de beschikking instantloterij is precies aangegeven met de vaststelling of wijziging van welke voorschriften de Minister van Financiën moet overeenstemmen. Het gaat om bepalingen in de beschikking instantloterij waarbij is bepaald:

    – dat de Minister van Financiën de bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij moet goedkeuren voor zover zij betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS);

    – wat het maximum aantal verkooppunten is, waarvan 1500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de SENS;

    – dat een bepaald deel van de netto-opbrengst van de instantloterij wordt afgedragen aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij elk kwartaal een financieel verslag aan de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken stuurt, alsmede een afschrift daarvan aan de Minister van Financiën;

    – dat de Stichting Nationale Instantloterij de jaarrekening tevens aan de Minister van Financiën zendt

    In de beschikking instantloterij 1996 keren deze bepalingen niet terug.

    Waardering: B 5

    (70.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën inzake de bepaling dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij moet worden afgedragen aan de Staat

    Periode: 1993–

    Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)

    Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)

    Waardering: B 5

    (71.)

    Handeling: Het rapporteren aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de werking van de Wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij en de op basis daarvan verleende vergunning

    Periode: 1994–1996

    Grondslag: Wet van 2 december 1993 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij (Stb. 1993, 658) art. III

    Product: De Krasloterij in Nederland. Deelname, deelnemers, risico’s en handhaving (Ministerie van Justitie/Den Haag, 1995)

    Opmerking: De eerste vergunning tot het organiseren van de instantloterij werd als proef voor de duur van twee jaar verleend aan de Stichting Nationale Instantloterij. Het onderzoek voor het rapport aan de Tweede Kamer werd in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door Bakkenist Management Consultants en het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO)

    Waardering: B 2,3

    (72.)

    Handeling: Het goedkeuren van de statuten en reglementen van de Stichting Nationale Instantloterij

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 2; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92) art. 3, lid 2

    Waardering: V 10 jaar

    (74.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling die de mechanische, elektrische en elektronische processen die worden gebruikt bij de prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de instantloterij, goedkeuren en periodiek controleren

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 14, lid 1; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 11, lid 1

    Waardering: V 5 jaar

    (75.)

    Handeling: Het goedkeuren van het aanmerken van kosten, die niet rechtstreeks verband houden met het organiseren van de instantloterij of met de normale bedrijfskosten, als exploitatiekosten

    Periode: 1994–

    Grondslag: Beschikking instantloterij, (Stcrt. 1994, 5) art. 17, lid 2; vervallen 30 april 1996

    Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 13, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2000, 111

    Waardering: V 5 jaar

    (76.)

    Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke instelling die van de Stichting Nationale Instantloterij de opdracht krijgt tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten van de instantloterij

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 5, lid 2

    Waardering: V 5 jaar

    (77.)

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Nationale Instantloterij omtrent de inrichting van haar jaarrekening en jaarverslag

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 17, lid 1

    Waardering: V 5 jaar

    (78.)

    Handeling: Het overeenstemmen met de Stichting Nationale Instantloterij inzake het verlenen van de opdracht aan een onafhankelijke instelling tot het gedurende een periode van tenminste vier jaar verrichten van longitudinaal onderzoek naar het gedrag van deelnemers aan de instantloterij

    Periode: 1996–

    Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 18, lid 1

    Opmerking: De aangewezen instelling rapporteert jaarlijks aan de Ministers en het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: B 5

    Sportprijsvragen en de lotto

    Algemeen

    (165.)

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid betreffende sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities, rapporten

    Opmerking: De betrokkenheid van de Minister van Justitie bij het voorbreiden enz. van beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto valt onder de coördinerende taak van deze Minister die is beschreven in handeling 1

    Waardering: B 1

    (166.)

    Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, rapporten

    Opmerking: De Minister werd bijvoorbeeld in 1984 door de Tweede Kamer verzocht om de verdeling van de opbrengsten van de lotto en toto te evalueren. Zie TK, 1983–1984, 18 039, nr. 4

    Waardering: B 2

    (167.)

    Handeling: Het instellen van werkgroepen en commissie die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Instelling Werkgroep Oranje

    Instelling Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve)

    Opmerking: Wanneer deze werkgroepen mede worden ingesteld door de Minister van Justitie als coördinerend bewindspersoon, dan valt de neerslag voor deze Minister onder handeling 3.

    Waardering: B 4

    (170.)

    Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij:

    – categorieën van sportverenigingen en ondernemingen worden aangewezen die formulieren voor deelname aan een lotto of een sportprijsvraag beschikbaar kunnen stellen,

    – voorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze waarop een lotto of een sportprijsvraag worden georganiseerd

    Periode: 1974–1992

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27d, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477)

    Opmerking: De voorschriften betreffen de verspreiding, de administratie en de inname van formulieren, de administratie en de afdracht van de ter zake ontvangen gelden, alsmede de vergoeding welke aan individuele medewerkers uit de aangewezen categorieën ter zake van hun medewerking toekomt.

    Waardering: B 5

    (171.)

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Het gaat hier om vormen van verslaglegging waarvoor geen grondslag bestaat in de wet- en regelgeving ten aanzien van kansspelen.

    Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.

    Waardering: B, criterium 3 voor verslagen op het hoogste niveau

    V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau

    (172.)

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68

    Product: Brieven, notities

    Opmerking: Als coördinerend bewindspersoon zal de Minister van Justitie eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van Kamervragen met betrekking tot sportprijsvragen en de lotto, de neerslag valt dan onder handeling 11

    Waardering: B 2,3

    (173.)

    Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B 3

    (174.)

    Handeling: Het beslissen op beroeps- en bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende sportprijsvragen en de lotto en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen, verweerschriften

    Opmerking: In de wet- en regelgeving ten aanzien van sportprijsvragen zijn geen regels opgenomen ten aanzien van beroep en bezwaar. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht is wel beroep of bezwaar mogelijk.

    Waardering: V 10 jaar

    (175.)

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: V 2 jaar

    (176.)

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Waardering: V 2 jaar (de eindproducten blijven bewaard)

    (177.)

    Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

    Waardering: B 1

    (178.)

    Handeling: Het begeleiden en financieren van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1945–

    Product: Notulen, brieven, begrotingen, rekeningen, declaraties

    Waardering: V 5 jaar

    Handelingen met betrekking tot vergunningverlening

    (179.)

    Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning tot het houden van sportprijsvragen en het opstellen, wijzigen of aanvullen van de daaraan verbonden voorwaarden

    Periode: 1959–

    Grondslag: Loterijwet, art. 3; art. 18, lid 1 en 23, lid 1; zoals ingevoegd in 1961 (Stb. 1961, 312); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483) art. 16, lid 1 en 21, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1974 (Stb. 1974, 441)

    Product: Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen d.d. 3 januari 1963 nr. LO 620/068/136

    Beschikking van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 21 december 1964, houdende vergunning voor het aanleggen en houden van sportprijsvragen

    Vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1969, 138); (Stcrt. 1970, 145); (Stcrt. 1973, 126); (Stcrt. 1974, 164 en 173); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1981, 223); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt 1985, 230); (Stcrt. 1986, 13); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 102); (Stcrt. 1992, 102); Stcrt. 1992, 46) en Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)

    Opmerking: Bij de vergunning worden tevens de voorwaarden vastgesteld. Aangezien de vergunning voor een relatief korte duur, doorgaans enkele jaren, wordt verleend, dient deze regelmatig verlengd te worden. Hierbij zijn van tijd tot tijd ook wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd in de voorwaarden. Sinds 1992 wordt de vergunning voor het houden van sportprijsvragen, het organiseren van een cijferspel en de lotto, verleend met één beschikking, de Beschikking Sporttotalisator. Vanaf 1996 horen de Ministers bij het verlenen van de vergunning en het vaststellen van de voorwaarden het College van toezicht op de kansspelen.

    Waardering: V 10 jaar na intrekken vergunning

    (180.)

    Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning voor het organiseren van een lotto aan instellingen die toestemming hebben voor het houden van sportprijsvragen alsmede het opstellen, wijzigen of aanvullen van de hieraan verbonden voorschriften

    Periode: 1974–

    Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27b, lid 1, 27 c, lid 1 en art. 27f; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441) en gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 636)

    Product: Vergunning voor het organiseren van een lotto (Stcrt. 1974, 164); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt. 1985, 230); (Stcrt. 1986, 101); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 147); (Stcrt. 1992, 46)

    Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)

    Opmerking: In feite kon hiermee alleen vergunning worden verleend aan de Stichting de Nationale Sporttotalisator. Na 1992 wordt de vergunning verleend en de voorschriften vastgesteld met de Beschikking Sporttotalisator. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord.

    Waardering: B 5

    Toezicht op het bestuur van de vergunninghouder

    (181.)

    Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de Stichting De Nationale Sporttotalisator

    Periode: (1961) 1968 -

    Grondslag: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477), art. 8, lid 3; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 636), Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129); (Stcrt. 1974, 173); (Scrt. 1976, 2) art. 14, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173) art. 1, Vergunning tot het organiseren van een kansspel (Stcrt. 1981, 208) lid 1, Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249) art. 3, lid 2

    Opmerking: Het reglement voor de aan de lotto medewerking verlenende ondernemers in het midden- en kleinbedrijf behoefde tot 1992 tevens de goedkeuring van de Minister van Economische Zaken.

    Waardering: V 10 jaar

    (183.)

    Handeling: Het benoemen of ontslaan van twee onafhankelijke leden van het bestuur van de Stichting de Nationale Sporttotalisator die fungeren als voorzitter en vice-voorzitter

    Periode: 1974–

    Grondslag: Statuten Stichting Nationale Sporttotalisator

    Opmerking: Uit het dossier over de Sporttotalisator in het archief van het Ministerie van Justitie lijkt aanvankelijk ook de Minister van Justitie een lid in het bestuur van de SNS te benoemen. Tot wanneer dit het geval zou zijn geweest is niet duidelijk.

    Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

    (184.)

    Handeling: Het goedkeuren van de samenstelling, de taak en de werkwijze van de commissie die een vervangende uitslag vaststelt van afgelaste sportwedstrijden die worden gebruikt voor een sportprijsvraag

    Periode: 1968–1974

    Grondslag: Opnieuw vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146) art. 14 en Vergunning tot het houden van sportprijsvragen voor de Stichting ‘De Nationale Sporttotalisator’ (Stcrt. 1972, 129) art. 14

    Opmerking: Deze handeling vervalt in 1974 omdat toen bij de wijziging van de Wet op de kansspelen de bepaling ten aanzien van vervangende uitslagen werd aangepast en er daar niet langer sprake was van een speciaal hiervoor bestemde commissie.

    Waardering: B 5

    Toezicht op het financiële beheer door de vergunninghouder

    (186.)

    Handeling: Het goedkeuren van de raming van de exploitatiekosten door de stichting De Nationale Sporttotalisator

    Periode: 1974–

    Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a en 13, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a; (Stcrt. 1981, 223) art. 12a en art. 13 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 12, lid 2

    Opmerking: Vanaf 1974 schreven de vergunningen aan de SNS voor dat de stichting een taakstellende begroting moest opstellen van haar exploitatiekosten. Wanneer de stichting andere kosten dan in de vergunning was voorzien wilde beschouwen als exploitatiekosten diende de Minister belast met sportzaken dit goed te keuren. Beide activiteiten moeten onder deze handeling worden gerekend. In de Beschikking sporttotalisator vervalt de goedkeuring van de begroting, en moet de Minister van Justitie de raming van de exploitatiekosten mede goedkeuren.

    Waardering: V 5 jaar

    (187.)

    Handeling: Het geven van richtlijnen met betrekking tot de jaarlijkse rapportages inzake de financiële uitkomsten van de georganiseerde prijsvragen en lotto

    Periode: 1974–

    Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17, Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 23,

    Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17,

    Vergunning tot het organiseren van de lotto d.d. 18 december 1980, art. 23 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 15

    Waardering: V 5 jaar

    (188.)

    Handeling: Het goedkeuren van het prijzenschema van het extra cijferspel dat door de Stichting de Nationale Sporttotalisator wordt georganiseerd

    Periode: 1981–1992

    Grondslag: Verlening vergunning Stichting de Nationale Sporttotalisator voor organiseren kansspel (Stcrt. 1981, 208) art. 9

    Waardering: V 2 jaar

    Toezicht op de verdeling van de opbrengsten

    (189.)

    Handeling: Het houden van toezicht op de besteding van de opbrengsten van de sportprijsvragen en de lotto

    Periode: 1961–1992

    Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129) art. 8 en 9; (Stcrt. 1972, 129) art. 7; (Stcrt. 1974, 17); (Stcrt. 1976, 2) art. 15 en 16; Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 20, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 15 en 16; Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 20

    Opmerking: In deze handeling zijn verschillende manieren waarop de Minister belast met sportzaken toezicht hield op de besteding van de opbrengsten van sportprijsvragen en de lotto. Tot 1974 voorzag de vergunning in een adviserende rol van een ambtenaar bij het opstellen van een verdelingsplan. Vanaf 1976 diende de SNS tweemaal per jaar een bestedingsplan op te stellen. Tegen deze bestedingsplannen kon door derden bezwaar worden aangetekend bij de Minister belast met sportzaken, die deze bezwaarschriften vervolgens meewoog bij het vaststellen van de bestedingsplannen. Na 1992 zijn geen bepalingen meer opgenomen in de vergunningen aan de SNS die vanaf dat moment in de Beschikking Sporttotalisator zijn geregeld

    Waardering: B 5

    Actor: Werkgroep Oranje

    (168.)

    Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de financiële positie van de sporttotalisator

    Periode: 1966/67–1968

    Grondslag: Instellingsbeschikking

    Product: Rapport, advies

    Opmerking: In de werkgroep zaten vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie, CRM, Financiën

    Waardering: B 1

    Actor: Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve)

    (169.)

    Handeling: Het adviseren van de Minister van CRM over de opzet van de instelling die zal worden belast met het organiseren van de lotto en de toto en eveneens een belangrijke rol zal hebben bij de verdeling van de opbrengst daarvan

    Periode: 1973–1974

    Product: Advies

    Opmerking: In deze werkgroep hadden vertegenwoordigers zitting van verschillende sportkoepels, gemeenten, departementen en charitatieve instellingen.

    Waardering: B 1.