Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering[Regeling vervallen per 01-07-2008.]

Geldend van 29-06-2007 t/m 30-06-2008

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 mei 2007, nr. W&B/URP/07/16532, houdende regels inzake de verstrekking van borgstellingen ter zake van kredieten aan starters vanuit een uitkering (Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

§Algemene bepalingen 1 [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 1. Definitiebepalingen [Vervallen per 01-07-2008]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b. uitvoeringsinstelling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, Lelystad of Rotterdam;

  • c. een kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

  • d. gemeentelijke kredietbank: een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

  • e. startende ondernemer: iedere persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die:

    • 1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en

    • 2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;

  • f. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de startende ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;

  • g. borgstellingsovereenkomst: overeenkomst tussen de Minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling.

Artikel 2. Borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1 De Minister verleent een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank subsidie in de vorm van een borgstelling voor een met de startende ondernemer te sluiten kredietovereenkomst, indien:

    • a. de startende ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep geen beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de startende ondernemer;

    • b. de startende ondernemer voornemens is naar het oordeel van de Minister een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep te starten;

    • c. ingeval van gehele of gedeeltelijke voortzetting van de uitkering de uitvoeringsinstelling goedkeuring geeft aan de startende ondernemer voor het starten van een bedrijf of zelfstandig beroep;

    • d. de aard van de activiteiten van de startende ondernemer niet indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en

    • e. er afspraken zijn gemaakt over begeleiding van de startende ondernemer na de start van het levensvatbaar bedrijf of het zelfstandig beroep.

  • 2 De startende ondernemer dient binnen 35 kalenderdagen, nadat de Minister een aanbod tot een borgstellingsovereenkomst heeft afgegeven, onder gebruikmaking hiervan een krediet te verwerven bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank.

  • 3 De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Minister worden verlengd, indien het overschrijden van deze termijn de startende ondernemer redelijkerwijs niet te verwijten valt.

Artikel 3. Borgstellingsovereenkomst [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1 Als borgstellingsovereenkomst wordt aangemerkt een overeenkomst conform de bij deze regeling horende bijlagen 1 en 2.

  • 2 De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de Minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft.

  • 3 In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de Minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de startende ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 4. Kredietovereenkomst [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1 De borgstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

    • a. het bedrag van de kredietverlening aan een startende ondernemer bedraagt maximaal € 31.500,–;

    • b. de startende ondernemer betaalt de Minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van 4 procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en

    • c. de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft een maximale looptijd van zes jaar.

  • 2 De Minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste driemaal gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten.

§Begrenzing borgstellingsovereenkomsten en looptijd van de regeling 2 [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 5. Maximaal beschikbare budget [Vervallen per 01-07-2008]

De Minister geeft voor niet meer dan € 6.000.000,– aan borgstellingsovereenkomsten af als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan.

Artikel 6. Maximum aantal borgstellingsovereenkomsten [Vervallen per 01-07-2008]

Onverminderd het bepaalde in artikel 5 worden op grond van deze regeling ten hoogste 300 aanbiedingen tot een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, door de Minister afgegeven.

Artikel 7. Looptijd regeling [Vervallen per 01-07-2008]

Borgstellingsovereenkomsten kunnen tot maximaal een jaar na datum inwerkingtreding van deze regeling worden verleend, tenzij het bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of het aantal aanbiedingen voor een borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bereikt.

§Overgangs- en slotbepalingen 3 [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 8. Algemene Regeling SZW-subsidies [Vervallen per 01-07-2008]

De artikelen 5 tot en met 16 en 18 van de Algemene Regeling SZW-subsidies zijn niet van toepassing op deze regeling.

Artikel 9. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2008.

  • 3 Deze regeling, zoals die geldt op 30 juni 2008, blijft van toepassing op afwikkeling van de verplichtingen van de Minister verbonden aan de subsidieverlening op grond van deze regeling.

Artikel 10. Citeertitel [Vervallen per 01-07-2008]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 mei 2007

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. Aboutaleb

Bijlage 1. Banken [Vervallen per 01-07-2008]

De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister

en…………………… ten deze vertegenwoordigd door…………………

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 1. Definitiebepalingen [Vervallen per 01-07-2008]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. Bank: de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering;

  • b. gelieerde Bank: een rechtspersoon waaraan de Bank direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft of voor wier handelen de Bank volledig aansprakelijk is, en die als gelieerde bank is vermeld in artikel 20 van deze overeenkomst;

  • c. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1°. de Bank aan een startende ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2°. de startende ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3°. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is of een gelieerde bank, onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de startende ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • d. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • e. borgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • f. uitwinning:

    • 1°. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de startende ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2°. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de startende ondernemer van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3°. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer, en

    • 4°. indien het faillissement van de startende ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • g. startende ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering;

  • h. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • i. SenterNovem: de door de Minister gemandateerde uitvoerder van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 2. Borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van borgstellingskredieten die met inachtneming van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

    • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst aan de Minister is gemeld met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier,

    • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de Minister op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering vastgestelde afsluitprovisie door de Bank aan de staat betaald is,

    • c. voor zover door de melding, bedoeld in onderdeel a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de Minister op grond van de artikelen 5 en 6 van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden.

  • 2. De Minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

  • 3. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de Minister bepalend.

  • 4. De meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gedaan met gebruikmaking en ondertekening van het hiervoor door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

Paragraaf 4. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 4. Maximum kredietbedrag [Vervallen per 01-07-2008]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het borgstellingskrediet het totaal van de borgstellingskredieten, berekend per startende ondernemer, een bedrag van € 31.500,– niet overschrijdt.

Artikel 5. Berekening van de omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Voor berekening van de omvang van de borgstelling wordt na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen borgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het borgstellingskrediet op de laatste datum waarop het is afgelost, doch uiterlijk na verloop van zes jaar, nihil bedraagt.

  • 2. De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

    • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het borgstellingskrediet;

    • b. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de in onderdeel a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld in onderdeel a; en

    • c. de Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van het door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

  • 3. De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats.

  • 4. Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

  • 5. De Minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

Artikel 6. Schorsing van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waarop het borgstellingskrediet is opgeëist.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waarop het borgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

  • 3. De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de startende ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surseance van betaling is verleend.

Artikel 7. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De omvang van de borgstelling bedraagt per startende ondernemer 80 procent van hetgeen de startende ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van kredietverlening op grond van deze regeling pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

    • a. 80 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het borgstellingskrediet of de borgstellingskredieten,en niet meer dan

    • b. de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de startende ondernemer.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

    • a. de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een overeenkomst aan de startende ondernemer ter leen verstrekt of zal verstrekken, en

    • b. de verplichtingen die een gelieerde bank tegenover een derde, niet zijnde een andere gelieerde bank of een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is, onherroepelijk is aangegaan om ten laste van de startende ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van de hiervoor in onderdelen a en b bedoelde bedragen en verplichtingen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 8. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet aan een startende ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

    • a. de startende ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

    • b. er is een tekort aan zekerheden bij de startende ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

    • c. het borgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

    • d. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

    • e. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn naar oordeel van de Minister voldoende;

    • f. het borgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de startende ondernemer aan de Bank die het borgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

    • g. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de startende ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

      • 1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

      • 2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;

    • h. de Bank heeft in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet wordt verstrekt een verplichting voor de startende ondernemer opgenomen om alle medewerking te verlenen aan het uitoefenen door de staat van de in artikel 9, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

Artikel 9. Verplichtingen bank en startende ondernemer [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank, de gelieerde bank, en de startende ondernemer voldoen aan hetgeen door de Minister wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de startende ondernemer aan wie het borgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze startende ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

    • a. het toegang verlenen tot door hen gebruikte plaatsen;

    • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

    • c. het maken van kopieën van de in onderdeel b bedoelde gegevens en bescheiden;

    • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen; en

    • e. het verstrekken van inlichtingen.

  • 2. Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, de gelieerde bank, of aan de startende ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

  • 3. De Bank stelt, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier, de Minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

    • a. vervroegde volledige aflossing van het borgstellingskrediet;

    • b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het borgstellingskrediet;

    • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de startende ondernemer;

    • d. opeising van het borgstellingskrediet.

  • 4. Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier aan de Minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle borgstellingskredieten tezamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

  • 5. Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

  • 6. De Bank zal er voor zorgdragen dat het borgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de startende ondernemer aan de Bank die het borgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

  • 7. De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de startende ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

    • a. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • b. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10. Uitwinning [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, brengt de Bank de Minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

  • 2. De Minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

Artikel 11. Invordering [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de Minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

  • 2. De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de Minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

Artikel 12. Schuldregeling en verboden [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister. De Minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

  • 2. Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de Minister te worden ingediend.

  • 3. De Minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 13. Aanvraag om betaling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waarop het borgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de borgstellingsovereenkomst.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

Artikel 14. Mededeling Minister [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

  • 2. De Minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

Artikel 15. Vaststellen bedrag [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, derde, vierde en vijfde lid.

  • 2. Voor zover de Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de borgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, buiten toepassing.

  • 3. De Minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

    • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid;

    • b. indien de Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7. Betalingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 16. Betalingen [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de Bank van een rekening die de Bank zal aanhouden in het kader van de BBMKB-regeling, ten name van het Ministerie van Economische zaken, met vermelding van ‘verliesdeclaraties SZW borgstellingsregeling startende ondernemers’ en het dossiernummer.

  • 2. In het betalingsverkeer, bedoeld in het eerste lid, zal over het debet- of creditsaldo een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 17. Verplichtingen staat [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een borgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en – voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt – door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het borgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het borgstellingskrediet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een borgstellingskrediet van kracht, indien:

    • a. de startende ondernemer aan wie het borgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de startende ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

    • b. de Bank met de in onderdeel a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de startende ondernemer, en

    • c. de startende ondernemer zich naast de in onderdeel a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 18. Betaling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het borgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

  • 2. Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten

  • 3. De Bank zal betalingen, bedoeld in artikel 16, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5 op grond van artikel 6 is geschorst.

  • 4. De Bank zal de betalingen, bedoeld in artikel 16, per de datum van de beslissing van de Minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de Minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Artikel 19. Uitgekeerde bedragen [Vervallen per 01-07-2008]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Artikel 20. Gelieerde banken [Vervallen per 01-07-2008]

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst is (zijn) .................

Artikel 21. Borgstellingsovereenkomst [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering. Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

  • 2. De Minister kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang ontbinden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld in strijd met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8.

  • 3. Opzegging of ontbinding van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van borgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de opzegging of ontbinding overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van borgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de opzegging of ontbinding.

Getekend te ………………… op……………………..

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

Bijlage 2. Gemeentelijke kredietbanken [Vervallen per 01-07-2008]

De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister

en…………………… ten deze vertegenwoordigd door…………………

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 1. Definitiebepalingen [Vervallen per 01-07-2008]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. Bank: de gemeentelijke kredietbank, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering;

  • b. gelieerde bank: een rechtspersoon waaraan de Bank direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft of voor wier handelen de Bank volledig aansprakelijk is, en die als gelieerde bank is vermeld in artikel 20 van deze overeenkomst;

  • c. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1°. de Bank aan een startende ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2°. de startende ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3°. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is of een gelieerde bank, onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de startende ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • d. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • e. borgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • f. uitwinning:

    • 1°. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de startende ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2°. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de startende ondernemer van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3°. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer, en

    • 4°. indien het faillissement van de startende ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de startende ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • g. startende ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering;

  • h. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • i. SenterNovem: de door de Minister gemandateerde uitvoerder van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 2. Garantstelling [Vervallen per 01-07-2008]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van borgstellingskredieten die met inachtneming van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

    • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst aan de Minister is gemeld met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier,

    • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de Minister op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering vastgestelde afsluitprovisie door de Bank aan de staat betaald is,

    • c. voor zover door de melding, bedoeld in onderdeel a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de Minister op grond van de artikelen 5 en 6 van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden.

  • 2. De Minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

  • 3. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de Minister bepalend.

  • 4. De meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

Paragraaf 4. Berekening van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 4. Maximum kredietbedrag [Vervallen per 01-07-2008]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het borgstellingskrediet het totaal van de borgstellingskredieten, berekend per startende ondernemer, een bedrag van € 31.500,– niet overschrijdt.

Artikel 5. Berekening omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Voor berekening van de omvang van de borgstelling wordt na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen borgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het borgstellingskrediet op de laatste datum waarop het is afgelost, doch uiterlijk na verloop van zes jaar, nihil bedraagt.

  • 2. De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

    • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het borgstellingskrediet;

    • b. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de onder a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld in onderdeel a; en

    • c. de Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van het door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

  • 3. De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats

  • 4. Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

  • 5. De Minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

Artikel 6. Schorsing van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waarop het borgstellingskrediet is opgeëist.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waarop het borgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

  • 3. De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de startende ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surseance van betaling is verleend.

Artikel 7. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De omvang van de borgstelling bedraagt per startende ondernemer 90 procent van hetgeen de startende ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van kredietverlening op grond van deze regeling pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

    • a. 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het borgstellingskrediet of de borgstellingskredieten, en niet meer dan

    • b. de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de startende ondernemer.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

    • a. de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een overeenkomst aan de startende ondernemer ter leen verstrekt of zal verstrekken, en

    • b. de verplichtingen die een gelieerde bank tegenover een derde, niet zijnde een andere gelieerde bank of een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is, onherroepelijk is aangegaan om ten laste van de startende ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van de hiervoor in onderdelen a en b bedoelde bedragen en verplichtingen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 8. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet aan een startende ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

    • a. de startende ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

    • b. er is een tekort aan zekerheden bij de startende ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

    • c. het borgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

    • d. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

    • e. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn naar het oordeel van de Minister voldoende;

    • f. het borgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de startende ondernemer aan de Bank die het borgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

    • g. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de startende ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

      • 1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

      • 2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;

    • h. de Bank heeft in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet wordt verstrekt een verplichting voor de startende ondernemer opgenomen om alle medewerking te verlenen aan het uitoefenen door de staat van de in artikel 9, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

Artikel 9. Verplichtingen bank en startende ondernemer [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank, de gelieerde bank, en de startende ondernemer voldoen aan hetgeen door de Minister aangewezen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de startende ondernemer aan wie het borgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze startende ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

    • a. het toegang verlenen tot door hen gebruikte plaatsen;

    • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

    • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;

    • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen; en

    • e. het verstrekken van inlichtingen.

  • 2. Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, de gelieerde bank, of aan de startende ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

  • 3. De Bank stelt, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier, waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld, de Minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

    • a. vervroegde volledige aflossing van het borgstellingskrediet;

    • b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het borgstellingskrediet;

    • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de startende ondernemer;

    • d. opeising van het borgstellingskrediet.

  • 4. Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier, aan de Minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle borgstellingskredieten tezamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

  • 5. Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

  • 6. De Bank zal er voor zorgdragen dat het borgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de startende ondernemer aan de Bank die het borgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

  • 7. De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de startende ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

    • a. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • b. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10. Uitwinning [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, brengt de Bank de Minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

  • 2. De Minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

Artikel 11. Invordering [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de Minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

  • 2. De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de Minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

Artikel 12. Schuldregeling en verboden [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een borgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister. De Minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

  • 2. Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de Minister te worden ingediend.

  • 3. De Minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 13. Aanvraag om betaling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het borgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waarop het borgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de borgstellingsovereenkomst.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking te stellen formulier.

Artikel 14. Mededeling Minister [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

  • 2. De Minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

Artikel 15. Vaststellen bedrag [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, derde, vierde en vijfde lid.

  • 2. Voor zover de Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de borgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, buiten toepassing.

  • 3. De Minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

    • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid;

    • b. indien de Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7. Betalingen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 16. Betalingen [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. Betalingen door Bank aan de staat geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer 19.23.24.217 bij de Rabobank te Utrecht, ten name van SenterNovem onder vermelding van ‘SZW borgstellingsregeling startende ondernemers’ en het dossiernummer. Betalingen door de staat aan de Bank, geschieden door SenterNovem van hetzelfde rekeningnummer.

  • 2. In het betalingsverkeer, bedoeld in het eerste lid, zal over het debet- of creditsaldo een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-07-2008]

Artikel 17. Verplichtingen staat [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een borgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en – voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt – door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het borgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het borgstellingskrediet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een borgstellingskrediet van kracht, indien:

    • a. de startende ondernemer aan wie het borgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de startende ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

    • b. de Bank met de in onderdeel a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de startende ondernemer, en

    • c. de startende ondernemer zich naast de onderdeel a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het borgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 18. Betaling [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het borgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

  • 2. Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 90 procent van de ontvangen opbrengsten

Artikel 19. Uitgekeerde bedragen [Vervallen per 01-07-2008]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Artikel 20. Gelieerde banken [Vervallen per 01-07-2008]

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst is (zijn) .................

Artikel 21. Borgstellingsovereenkomst [Vervallen per 01-07-2008]

  • 1. De Bank kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering. Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

  • 2. De Minister kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang ontbinden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld in strijd met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8.

  • 3. Opzegging of ontbinding van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van borgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de opzegging of ontbinding overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van borgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de opzegging of ontbinding.

Getekend te ………………… op……………………..

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)