Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm[Regeling vervallen per 16-06-2011.]

Geldend van 31-12-2009 t/m 15-06-2011

Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm in opdracht van het Ministerie van OCW

Subsidieregeling van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film,
Ter uitvoering van het bepaalde in het Bijdragenreglement geldt het volgende.

1. Algemeen [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 1 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 1.1 Deze regeling heeft tot doel de totstandkoming van lange speelfilms te bevorderen, die een culturele waarde hebben en bijdragen aan de diversiteit van film in Nederland en die zonder overheidssteun niet tot stand kunnen komen.

  • 1.2 Om in aanmerking te komen voor subsidie in de zin van deze regeling dient een project in elk geval aan ten minste drie van de hierna volgende kenmerken te voldoen:

    • het scenario speelt zich overwegend af in Nederland dan wel in een andere Lid-Staat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; of:

    • ten minste één van de hoofdpersonages behoort tot de Nederlandse cultuur of het Nederlands taalgebied; of:

    • het originele scenario is hoofdzakelijk in de Nederlandse taal geschreven; of:

    • het scenario is gebaseerd op een van origine Nederlandstalig literair werk; of:

    • het hoofdthema heeft betrekking op kunst dan wel kunstenaars; of:

    • het hoofdthema heeft betrekking op historische figuren of gebeurtenissen; of:

    • het hoofdthema heeft betrekking op voor Nederland actuele, culturele, maatschappelijke dan wel politiek relevante kwesties.

  • 1.3 Bij zijn beoordeling van aanvragen betrekt het bestuur de kwaliteit van het project aan de hand van de volgende criteria:

    • de originaliteit en authenticiteit van het scenario en:

    • de soliditeit en uitvoerbaarheid van het filmplan en

    • de staat van dienst en het vakmanschap van de makers.

  • 1.4 Deze regeling is van toepassing onverminderd en in aanvulling op het bepaalde in het Bijdragenreglement tenzij uitdrukkelijk anders wordt aangegeven.

Artikel 2 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 2.1 Subsidie in de zin van deze regeling wordt verleend voor scenario-ontwikkeling, projectontwikkeling, realisering en afwerking van een lange speelfilm.

  • 2.2 Een lange speelfilm is elk audiovisueel werk met een lengte van meer dan zestig minuten dat primair bestemd is voor vertoning in een bioscoop- of filmtheater.

  • 2.3 Filmkosten zijn productiekosten (kosten gemoeid met de voortbrenging van een lange speelfilm), kosten van uitbreng en marketingkosten van uitbreng in Nederland.

Artikel 3 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 3.1 Een aanvraag in de zin van deze regeling kan uitsluitend worden gedaan door een producent.

  • 3.2 Een producent is een rechtspersoon, wiens hoofdactiviteit bestaat uit het produceren van films, die gedurende ten minste twee jaar voorafgaand aan de aanvraag in een Lid-Staat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland is gevestigd.

  • 3.3 Omroepverenigingen of andere instellingen die zendtijd hebben in de zin van de Mediawet of die anderszins op Nederland gerichte televisie-uitzendingen verzorgen, alsmede natuurlijke of rechtspersonen die over meer dan 15% van de aandelen van een zendgemachtigde beschikken, worden niet aangemerkt als producent in de zin van deze regeling.

  • 3.4 De subsidie wordt verstrekt aan de producent.

  • 3.5 Een aanvraag voor realisering van eenzelfde project kan ten hoogste tweemaal worden ingediend.

  • 6 Voor een realiseringsbijdrage komen alleen producenten in aanmerking die al twee gerealiseerde films hebben geproduceerd.

Artikel 4 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 4.1 Een regisseur of scenarist kan in die hoedanigheid bij niet meer dan vier verleende subsidies voor scenario-ontwikkeling tegelijkertijd betrokken zijn.

  • 4.2 Een regisseur kan in die hoedanigheid bij niet meer dan twee verleende subsidies voor projectontwikkeling tegelijkertijd betrokken zijn.

  • 4.3 Een regisseur kan in die hoedanigheid bij niet meer dan twee verleende subsidies voor realisering waarvoor nog geen uitvoeringsovereenkomst is afgesloten, tegelijkertijd betrokken zijn.

Artikel 5 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 5.1 De hoogte van de te verlenen subsidie is niet gebonden aan een maximum onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.

  • 5.2 Voor een lange speelfilm waarvoor een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds, op grond van een andere dan de onderhavige regeling, een financiële bijdrage heeft verleend, kan krachtens deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal van de verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten.

  • 5.3 Voor een low budget-film in de zin van een speelfilm waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen of voor een moeilijke film in de zin van een lange speelfilm

    • die overwegend is gericht op het Nederlandse taalgebied

    • en derhalve beperkte commerciële waarde heeft

    • en waaraan een schriftelijke visie van de makers ten grondslag ligt waaruit naar het oordeel van het Fonds blijkt dat de subsidieaanvraag een project betreft dat niet alleen bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland, maar ook een opvallende artistieke verrijking danwel innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland,

    bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 75%.

  • 5.4 Voor een moeilijke film in de zin van een onconventionele, grensverleggende en experimentele speelfilm met een naar verwachting lage acceptatiegraad van de markt, bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 85%, ongeacht de hoogte van de productiekosten.

Artikel 6 [Vervallen per 16-06-2011]

Voor deze regeling kan per kalenderjaar een subsidieplafond worden vastgesteld. Dit subsidieplafond wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 7 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 7.1 De verplichting tot besteding van de productiekosten in Nederland wordt per lange speelfilm vastgesteld en opgenomen in een uitvoeringsovereenkomst met dien verstande dat het de aanvrager te allen tijde vrij staat om ten minste 20% van de begrote productiekosten te besteden in een andere Lid-Staat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland.

  • 7.2 De in dit artikel opgenomen territoriale bestedingsverplichting is expliciet niet van toepassing op de kosten gemoeid met scenario-ontwikkeling, projectontwikkeling, de afwerking van een lange speelfilm of de kosten van uitbreng en marketingkosten van uitbreng in Nederland.

Artikel 8 [Vervallen per 16-06-2011]

Om in aanmerking te komen voor een subsidie in de zin van deze regeling overlegt de aanvrager in ieder geval het van kracht zijnde, volledig ingevuld en ondertekende aanvraagformulier, alsmede alle op het voorblad aangegeven stukken, zoals vermeld op de fondssite.

Artikel 9 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 9.1 Een aanvraag wordt in de Nederlandse taal ingediend bij het bestuur met gebruikmaking van een voor dit doel door het fonds ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 9.2 Voor elk verzoek om subsidie dient een afzonderlijke en volledige aanvraag te worden ingediend vóór 17.00 uur op de dag van de door het fonds bekend gemaakte inleverdata.

  • 9.3 Een niet volledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen, maar niet dan nadat de aanvrager een redelijke termijn heeft gekregen om de ontbrekende gegevens aan te vullen.

  • 9.4 [Red: Vervallen.]

  • 9.5 Het fonds kan nadere voorwaarden stellen waaraan een aanvraag dient te voldoen.

  • 9.6 De samenstelling van de adviescommissie wordt bepaald door de aard van de aanvraag.

  • 9.7 Het fonds kan gevraagd dan wel ongevraagd besluiten adviseurs met een specifieke deskundigheid te betrekken bij de advisering.

Artikel 10 [Vervallen per 16-06-2011]

De materiële criteria voor subsidieverlening van een lange speelfilm zijn in overeenstemming met de doelstelling zoals neergelegd in artikel 1 en zijn, afhankelijk van de fase van ontwikkeling waarin het project zicht bevindt, in elk geval de originaliteit en authenticiteit van het scenario, de soliditeit en uitvoerbaarheid van het filmplan en de staat van dienst en het vakmanschap van de makers.

Artikel 11 [Vervallen per 16-06-2011]

Een beschikking tot subsidieverlening kan worden gewijzigd of ingetrokken indien wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in deze regeling.

Artikel 12 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 12.1 Vaststelling van de verleende subsidie vindt plaats op basis van een daartoe door de aanvrager gedane aanvraag.

  • 12.2 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt tezamen met de daartoe noodzakelijke bescheiden gedaan binnen ten hoogste 24 maanden na uitbreng van de lange speelfilm waarvoor subsidie is verleend.

  • 12.3 Indien naar het oordeel van het bestuur geen uitbreng heeft plaatsgevonden of indien de in het tweede lid bedoelde termijn wordt overschreden, is het fonds bevoegd de verleende subsidie ambtshalve vast te stellen.

  • 12.4 De verleende subsidie wordt lager vastgesteld indien uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende financiële bijdragen van andere Nederlandse bestuursorganen, en/of het Fonds, op grond van een andere regeling dan de onderhavige, meer bedraagt dan 50% van de werkelijk gemaakte productiekosten.

  • 12.5 De verleende subsidie wordt lager vastgesteld indien uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende financiële bijdragen van andere Nederlandse bestuursorganen, en/of het Fonds, op grond van een andere regeling dan de onderhavige, meer bedraagt dan 75% dan wel 85% van de werkelijk gemaakte productiekosten, in geval het betreft een lange speelfilm die voldoet aan de criteria zoals bedoeld in artikel 5, derde of vierde lid, van deze regeling.

  • 12.6 Indien uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de werkelijke filmkosten van de lange speelfilm waarvoor subsidie is verleend, hoger zijn geweest dan de bij de subsidieaanvraag begrote filmkosten, kan geen subsidiebedrag worden vastgesteld dat hoger is dan het verleende subsidiebedrag.

  • 12.7 De verleende subsidie wordt niet lager vastgesteld indien uit de bij de aanvraag tot vaststelling, dan wel de vaststelling van rechtswege, blijkt dat de werkelijke filmkosten niet meer dan 2,5%, met een maximum van € 50.000,–, lager zijn dan de begrote filmkosten.

2. Scenario-ontwikkeling [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 13 [Vervallen per 16-06-2011]

Een subsidie voor scenario-ontwikkeling wordt uitsluitend verleend voor het schrijven van één of meerdere versies van het scenario.

Artikel 14 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 14.1 Ten minste negentig procent van de subsidie voor scenario-ontwikkeling is bestemd voor de auteur(s) van het scenario.

  • 14.2 Ten hoogste tien procent van de subsidie mag worden aangewend ter tegemoetkoming van alle overige aan het project gerelateerde kosten van de producent.

  • 14.3 De subsidie voor scenario-ontwikkeling bedraagt ten hoogste 100% van de totale kosten gemoeid met de ontwikkeling van het scenario. Indien het scenario voor de ontwikkeling waarvan subsidie is verleend wordt verfilmd, dan maken de met de ontwikkeling van het scenario gemoeide kosten onderdeel uit van de productiekosten.

Artikel 15 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 15.1 Uiterlijk twaalf maanden na verlening van een subsidie voor scenario-ontwikkeling overlegt de aanvrager de voor afsluiting van deze fase noodzakelijke schriftelijke stukken.

  • 15.2 Binnen de in de beschikking aangegeven termijn levert de aanvrager twee exemplaren van het scenario.

3. Projectontwikkeling [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 16 [Vervallen per 16-06-2011]

Een subsidie voor projectontwikkeling wordt uitsluitend verleend met als doel de producent financieel te steunen in de zakelijke opzet van een filmproject en kan dienen ter tegemoetkoming in de kosten die gemoeid zijn met onder meer locatieonderzoek, rolbezetting, financiering, het aangaan van een internationale coproductie, het (doen) verrichten van voorverkopen.

Artikel 17 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 17.1 Ten hoogste twaalf procent van de subsidie voor projectontwikkeling mag worden aangewend ter tegemoetkoming in de producers’ fee en de overheadkosten van de producent.

  • 17.2 De producent draagt ten minste 30% bij in de kosten van projectontwikkeling.

  • 17.3 Indien het project voor de ontwikkeling waarvan subsidie is verleend wordt gerealiseerd, dan maken de met de project-ontwikkeling gemoeide kosten onderdeel uit van de productiekosten.

Artikel 18 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 18.1 Uiterlijk zes maanden na verlening van een subsidie voor projectontwikkeling overlegt de aanvrager een statusrapport met daarin de vorderingen van de ontwikkeling van het project.

  • 18.2 Uiterlijk twaalf maanden na verlening van een subsidie voor projectontwikkeling overlegt de aanvrager de voor afsluiting van deze fase noodzakelijke schriftelijke stukken.

  • 18.3 Indien de in het tweede lid bedoelde termijn wordt overschreden, kan het fonds deze verlengen met een periode van zes maanden.

  • 18.4 Om voor verlenging in aanmerking te komen, dient de aanvrager daartoe een gemotiveerd verzoek in.

  • 18.5 Een gemotiveerd verzoek bevat in elk geval een verslag over de financiële voortgang gedurende de verstreken periode en een verwachting van de toekomstige periode.

4. Realisering [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 19 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 19.1 Een subsidie voor realisering wordt uitsluitend verleend voor de productie en afwerking van een lange speelfilm ten behoeve van uitbreng in Nederland.

  • 19.2 De subsidie kan gefaseerd worden verleend.

Artikel 20 [Vervallen per 16-06-2011]

In geval van een internationale coproductie overlegt de producent de coproductieovereenkomst(en), het curriculum vitae van de coproducent(en) en de gezochte financiële dekking dan wel garantie in het land van herkomst.

Artikel 21 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 21.1 In het geval van een in het buitenland geïnitieerde internationale coproductie wordt de omvang van de deelname van de minoritaire Nederlandse producent in de kosten van ontwikkeling en realisering, alsmede de aard van de Nederlandse inbreng, betrokken bij de hoogte van de te verlenen subsidie.

  • 21.2 In geval van een coproductie in de zin van het vorige lid is 50%, van de financiering afkomstig uit de staat van de hoofdproducent, gedekt, op het moment van indiening van de aanvraag.

Artikel 22 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 22.1 Eerder op grond van deze regeling aan een bepaald project verleende subsidies worden in mindering gebracht op de subsidie verleend voor realisering.

  • 22.2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor subsidies verleend voor scenario-en projectontwikkeling.

Artikel 23 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 23.1 Subsidie wordt niet verleend voor omzetting van reeds opgenomen delen van een televisieserie naar een lange speelfilm, indien deze omzetting uitsluitend de vertoning en exploitatie van de speelfilmversie tot doel heeft.

  • 23.2 Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken indien de omzetting betrekking heeft op een jeugdserie.

Artikel 24 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 24.1 Een lange speelfilm komt niet voor subsidie in aanmerking indien deze, voordat de beslissing op de aanvraag is genomen, geheel of gedeeltelijk in de openbaarheid is gebracht.

  • 24.2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vertoning van korte fragmenten die uitsluitend zijn bedoeld voor promotionele doelen.

Artikel 25 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 25.1 De aanvrager is verplicht het Fonds adequaat en schriftelijk te informeren over de kosten en opbrengsten die door exploitatie, van de lange speelfilm waarvoor subsidie is verleend, worden voortgebracht en ter zekerheid tot nakoming van deze rapportageverplichtingen de vorderingen die hij heeft op derden, ter zake van opbrengsten uit exploitatie van bedoelde lange speelfilm, te verpanden aan het Fonds.

  • 25.2 De in lid 1 bedoelde afrekenverplichting vervalt na vijf jaar.

  • 25.3 Van het bepaalde in het eerste lid kan in de uitvoeringsovereenkomst worden afgeweken.

  • 25.4 Indien de distributieovereenkomst substantieel afwijkt van hetgeen bij de bij de aanvraag overgelegde dealmemo is overeengekomen, kan het fonds de beschikking tot subsidieverlening wijzigen of intrekken.

Artikel 26 [Vervallen per 16-06-2011]

Indien de productiekosten meer bedragen dan € 2.000.000 dient er een completion bond te worden afgesloten.

Artikel 27 [Vervallen per 16-06-2011]

Het fonds kan voorschotten op een subsidie verstrekken. Indien subsidie is verleend aan een aanvrager waarvan de hoofdvestiging niet in Nederland is gelegen, dan is de aanvrager verplicht ten genoege van het Fonds aan te tonen dat de aanvrager op het moment van voorschotverlening beschikt over een nevenvestiging in Nederland met ten minste één werknemer in vaste dienst.

Artikel 28 [Vervallen per 16-06-2011]

Indien er een completion bond vereist is op grond van artikel 26, wordt een voorschot niet verleend dan nadat de ontvanger van de subsidie een afschrift van een geldende completion bond heeft overgelegd waarin het fonds als medebegunstiger is aangewezen.

Artikel 29 [Vervallen per 16-06-2011]

Uiterlijk zes maanden na verlening van een subsidie voor realisering overlegt de aanvrager een verslag over de stand van zaken van de financiering van het project.

Artikel 30 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 30.1 Uiterlijk twaalf maanden na verlening van een subsidie voor realisering overlegt de aanvrager, voor zover van toepassing, de schriftelijke stukken van medefinanciers waarmee de totale financiering van het project dient te worden aangetoond.

  • 30.2 Uiterlijk twaalf maanden na verlening van een subsidie voor realisering overlegt de aanvrager de voor afsluiting van deze fase noodzakelijke schriftelijke stukken.

  • 30.3 Indien de in het tweede lid bedoelde termijn wordt overschreden, kan het fonds deze verlengen voor een periode van zes maanden.

  • 30.4 Om voor verlenging in aanmerking te komen, dient de aanvrager daartoe een gemotiveerd verzoek in.

  • 30.5 Een gemotiveerd verzoek bevat in elk geval een verslag over de financiële voortgang gedurende de verstreken periode en een verwachting van de toekomstige periode.

  • 30.6 Indien de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in dit artikel, wordt de verlening ingetrokken.

Artikel 31 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 31.1 Het Filmfonds komt per project een procedure overeen voor de oplevering van callsheets en dagrapporten en productiekosten- en bestedingsoverzicht. Tenminste bij elk betalingsverzoek dient de aanvrager kostenoverzichten te overleggen

  • 31.2 Uiterlijk vier weken na uitbreng van de lange speelfilm overlegt de aanvrager een nieuwe, ongebruikte kopie.

  • 31.3 Binnen drie maanden na uitbreng in het theater levert de aanvrager een accountantsverklaring met betrekking tot de daadwerkelijk gemaakte productiekosten en de territoria waar deze zijn besteed, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

  • 31.4 Bij overschrijding van de in het derde lid genoemde termijn kan ten hoogste 25% van het laatste termijnbedrag worden ingehouden.

Artikel 32 [Vervallen per 16-06-2011]

De minimale hoogte van de kosten voor promotie en marketing worden per lange speelfilm vastgesteld en opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

5. Afwerking [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 33 [Vervallen per 16-06-2011]

Een subsidie voor afwerking wordt uitsluitend verleend voor lange speelfilms die zonder subsidies van het fonds tot stand zijn gebracht.

Artikel 34 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 34.1 Een film komt niet voor subsidie in aanmerking indien deze, voordat de beslissing op de aanvraag is genomen, geheel of gedeeltelijk in de openbaarheid is gebracht.

  • 34.2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vertoning van korte fragmenten die uitsluitend zijn bedoeld voor promotionele doelen.

6. Slotbepalingen [Vervallen per 16-06-2011]

Artikel 35 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 35.1 Het bestuur kan om zwaarwichtige redenen afwijken van deze regeling, voor zover deze afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese commissie.

  • 35.2 In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.

Artikel 36 [Vervallen per 16-06-2011]

Wijzigingen van de aanvraagformulieren vinden niet plaats dan na toestemming van het bestuur.

Artikel 37 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 37.1 Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na publicatie van een daarop gericht besluit van het Bestuur in de Staatscourant.

  • 37.2 Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze regeling kunnen worden ingediend bij het Fonds vanaf de tweede werkdag die volgt na de dag van bekendmaking van deze regeling.

  • 37.3 Subsidie kan op grond van deze regeling pas worden verleend, zodra de Europese Commissie deze regeling formeel heeft goedgekeurd.

  • 37.4 Deze regeling heeft een onbepaalde looptijd. Indien wijzigingen van het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals wordt gehanteerd door de Europese Commissie, daartoe noodzaken, zal deze regeling tussentijds worden aangepast.

Artikel 38 [Vervallen per 16-06-2011]

  • 38.2 Projecten welke voor 31 december 2006 een subsidieverlening hebben verkregen uit de publieksfilmmiddelen, behouden hun aanspraken overeenkomstig de onderhavige regeling.