Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid vanaf 1945 (Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK))

Geldend op 16-10-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Basisselectiedocument landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Kwaliteit van het uitgangsmateriaal en Biotechnologie vanaf 1945

    Bestemd voor de zorgdragers:

    Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

    (Voorlopige) Commissie Genetische Modificatie ((V)COGEM)

    Commissie van Beroep inzake Keuringen

    Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

    Minister van Buitenlandse Zaken

    Minister van Financiën

    Minister van Justitie

    Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W)

    Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

    Minister van Verkeer en Waterstaat

    Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

    Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

    Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Landbouwzaden en Aardappelpootgoed (NAK)

    Productschappen van Vee, Vlees en Eieren

    Productschap voor Landbouwzaaizaden

    Raad van Beroep inzake Keuringen

    Rathenau Instituut

    Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK)

    Tuchtgerecht op het gebied van de landbouwkwaliteit

    versie november 2006

    Aleid Overbeeke

    Inleiding

    De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Landbouwkwaliteit en Voeding voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.

    Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.

    • De selectielijst vervangt de tot nu toe gebruikte vernietigingslijsten en blijft in de huidige vorm maximaal twintig jaar geldig.

    • De lijst geldt voor alle directies en diensten die bij dit beleidsterrein betrokken zijn.

    • De lijst beschrijft geen documenten, maar handelingen.

    • De lijst geldt voor alle vormen van neerslag die resulteren uit de beschreven handelingen: papieren documenten, elektronische bestanden, audiovisuele producten enz.

    • De lijst noemt niet alleen de handelingen waarvan de neerslag vernietigd kan worden, maar ook de handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven.

    Hieronder volgen toelichtingen op respectievelijk de selectielijst, het project Pivot/LNV en het achterliggende nieuwe selectiebeleid van de rijksoverheid.

    Toelichting op de voorliggende selectielijst

    Geldigheid van deze selectielijst

    Voor het Ministerie van LNV is de selectielijst Landbouwkwaliteit en Voeding van toepassing voor:

    • 1. Handelingen van de actor ‘Minister van LNV’ (uitgevoerd door met name de directies Landbouw en Voedselkwaliteit en diergezondheid, Juridische Zaken Internationale Zaken, Industrie en Handel)

    • 2. Handelingen van andere actoren onder de archiefzorg van LNV (zoals o.a. de Algemene Inspectiedienst, de Raad voor het Kwekersrecht en de Rijksdienst voor de Keuring van vee en Vlees).

    • 3. Handelingen van andere overheidsactoren (zoals o.a. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

    • 4. Handelingen van overige actoren zoals productschappen en controle-instellingen (zoals o.a. Productschappen van Vee, Vlees en Eieren, Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole)

    De vastgestelde selectielijst vormt de formele grondslag voor bewerking van archiefbestanden tot vernietiging dan wel overbrenging naar de Rijksarchiefdienst. Tevens wordt de lijst toegepast in het informatiebeheer van alle LNV-onderdelen die bij dit beleidsterrein betrokken zijn. De lijst heeft overigens geen betrekking op het interne functioneren van de genoemde actoren; daarvoor worden beleidsterreinoverstijgende onderzoeken toegepast naar de aandachtsgebieden financiën, personeel, organisatie, huisvesting, informatievoorziening en voorlichting.

    De selectielijst treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant en blijft in de huidige vorm hoogstens 20 jaar geldig.

    Intrekking van bestaande vernietigingslijsten

    Bij vaststelling van deze selectielijst vervallen de volgende categorieën uit de Algemene Vernietigingslijst van LNV (laatste wijziging: Stcrt. 1999, 22):

    • categorie

    • categorie

    • categorie

    • categorie

    • categorie

    Deze categorieën vervallen voor stukken met betrekking tot Landbouwkwaliteit en Voeding

    Indeling van deze lijst

    De handelingen van de voornaamste actor op dit beleidsterrein, de Minister van LNV (inclusief taakvoorgangers) zijn samengebracht in deel 1 en deel 2 van deze lijst. Daar zijn ze nader onderverdeeld volgens dezelfde indeling als het gelijknamige rapport en met dezelfde nummering.

    Bij elke handeling van de actor ‘Minister van LNV’ is vermeld welke organisatie-onderdelen daarbij betrokken zijn. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt:

    In deel 1 en 2 staan tevens de handelingen van andere actoren onder de archiefzorg van LNV.

    Het archief van ieder van die actoren valt onder de beheersverantwoordelijkheid van een directie of dienst van LNV. Daarom is ook hier bij elke handeling een dienstonderdeel vermeld.

    In deel 3 staan de handelingen van actoren buiten de archiefzorg van LNV.

    Informatie over de actoren en de context van de beschreven handelingen

    De actoren waarvan in deze lijst handelingen zijn opgenomen, worden nader beschreven in het bijbehorende onderzoeksrapport. Daarin is tevens een beschrijving opgenomen van de context van het beleidsterrein.

    Het formeel doorlopen traject van vaststelling

    Op 14 september 2006 heeft de directeur Facilitaire Dienst van het Ministerie van LNV, mede namens de voorzitter van de Akkerbouwproductschappen, de ontwerp-selectielijst aangeboden aan de staatssecretaris van OC&W, die er vervolgens advies over heeft gevraagd aan de Raad voor Cultuur. De Raad heeft tegelijk een verslag gekregen van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen. Vanaf 1 februari 2006 lag de ontwerp-selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Algemeen Rijksarchief en in de bibliotheken van het Ministerie van LNV, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie. Tijdens het bovengenoemde driehoeksoverleg was, op verzoek van de Archiefcommissie van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, een op het beleidsterrein deskundige historicus aanwezig. Van andere organisaties of individuele burgers werd gedurende de terinzagelegging geen reactie ontvangen.

    De Bijzondere Commissie Archieven van de Raad voor Cultuur heeft de ontwerp-selectielijst besproken. Bij de voorbereiding van het advies is het verslag van het driehoeksoverleg mede in beschouwing genomen. Op 4 april 2006 bracht de Raad advies uit aan de Staatssecretaris van OC&W (kenmerk C/S&A/06/108).

    Pivot bij LNV

    De voorliggende selectielijst en het bijbehorende onderzoeksrapport zijn producten van het projectteam Pivot/LNV.

    Het project

    Vooruitlopend op de nieuwe Archiefwet stelde de Rijksarchiefdienst in 1991 Pivot in: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn. Het project is gericht op de selectie van overheidsarchieven vanaf 1945, en gaat uit van institutioneel onderzoek op alle beleidsterreinen waarbij het rijk betrokken is. Pivot is een interdepartementaal project op basis van convenanten tussen de Rijksarchiefdienst en alle Ministeries en Hoge Colleges van Staat. Het convenant voor LNV werd op 9 december 1992 gesloten tussen de secretaris-generaal van LNV en de algemene rijksarchivaris.

    Hoofdpunten van de gehanteerde methodiek van institutioneel onderzoek:

    • Een onderzoek richt zich niet op een organisatie, maar op de volle breedte van een beleidsterrein;

    • De wet- en regelgeving die samenhangt met het beleidsterrein staat in principe centraal als bron, aangevuld met literatuur en interviews met beleidsambtenaren;

    • De zelfstandig handelende partijen worden aangeduid als ‘actoren’;

    • Daden die gebaseerd zijn op een zelfstandige bevoegdheid van een actor worden aangeduid als ‘handelingen’;

    • De periode van onderzoek strekt zich in principe uit van 1945 tot heden, hoewel ook relevante ontwikkelingen of wetgeving van voor 1945 beschreven worden.

    De beleidsterreinen

    De LNV-beleidsterreinen zijn in het Pivot-project als volgt gedefinieerd:

    Landbouw: Agrarisch markt- en prijsbeleid en voedselvoorziening, Gewasbescherming, Gezondheid en welzijn van dieren, Grondprijsbeleid, Landbouwkwaliteit en Voeding, Landbouwstructuurbeleid, Landinrichting, Meststoffenbeleid, Pachtbeleid

    Natuurbeheer: Flora en fauna, Natuur- en landschapsbeheer, Relatienotabeleid

    Visserij: Binnenvisserij, Zee- en kustvisserij

    Overige LNV-beleidsterreinen: Agrarische handelspolitiek en exportbevordering, Agrarisch onderwijs, Algemeen LNV-beleid, Bosbouwbeleid, Openluchtrecreatie

    Voor deze beleidsterreinen is LNV primair verantwoordelijk, en daarom is afgesproken dat LNV de desbetreffende selectielijsten opstelt (en dan ook voor de actoren buiten de eigen archiefzorg). De meeste van deze selectielijsten zijn inmiddels afgerond (al dan niet formeel vastgesteld).

    Staftaken zijn onderdeel van rijksbrede beleidsterreinen. Hiervoor worden selectielijsten opgesteld door het Ministerie dat het desbetreffende rijksbeleid coördineert.

    Rijksbrede beleidsterreinen: Financiën, Huisvesting, Informatievoorziening, Overheidspersoneel, Organisatie, Voorlichting

    Relevant zijn ook nog bepaalde selectielijsten voor beleidsterreinen buiten de primaire verantwoordelijkheid van LNV. Het gaat om terreinen waarop een of meer LNV-actoren een inbreng leveren. Voor de neerslag van die inbreng geldt de desbetreffende selectielijst. Voorbeelden:

    Overige relevante beleidsterreinen: Buitenlands beleid, Sociale voorzieningen, Staatsdeelnemingen, Politiebeleid, Waterstaat, Invoerrechten en accijnzen, Arbeidsomstandigheden

    Inbreng van LNV-directies en diensten bij de totstandkoming van de lijsten

    Het team van Pivot/LNV onderzoekt alle LNV-beleidsterreinen in nauwe samenwerking met de betrokken directies en diensten. De inbreng van de organisatieonderdelen bestaat uit het geven van interviews, het toetsen van concepten en het deelnemen aan overleg met de Rijksarchiefdienst. Deze inbreng wordt geleverd door deskundigen inzake het beleidsterrein en inzake de archiefvorming.

    Producten van Pivot

    1. Rapport van institutioneel onderzoek (RIO)

    Dit rapport bevat alle handelingen van de overheidsactoren binnen het beschreven beleidsterrein, binnen de grenzen van de onderzochte periode. Daarnaast bevat het relevante contextinformatie over deze handelingen, zoals een schets van de historische ontwikkelingen, een karakterisering van de opgevoerde actoren, een aanduiding van de organisatorische ontwikkelingen binnen het voornaamste betrokken Ministerie en een opsomming van de geraadpleegde wet- en regelgeving die geldt binnen het beleidsterrein. Na vaststelling wordt het rapport gedrukt.

    2. Basisselectiedocument (BSD)

    Een basisselectiedocument (BSD) bevat dezelfde handelingen van dezelfde actoren als het bijbehorende rapport, maar dan gegroepeerd per actor. ‘BSD’ is overigens een informele term, in tegenstelling tot het officiële begrip ‘selectielijst’ uit het Archiefbesluit.

    3. Selectielijst

    Een selectielijst is het formeel vastgestelde gedeelte van een BSD. De lijst geeft aan iedere handeling een ‘waardering’: een keuze voor al dan niet bewaren van de neerslag, met bij de V-handelingen een vernietigingstermijn. Selectielijsten van LNV noemen bij iedere handeling tevens de directies die daarbij betrokken zijn. De reikwijdte van een selectielijst hangt samen met de zorgdragers die hem indienen. Wanneer alle zorgdragers die voorkomen in een BSD tegelijk de selectielijst zouden indienen, dan vallen BSD en selectielijst dus samen.

    Toepassing van de selectielijsten

    1. Bewerking en overbrenging van de archieven tot 1985

    Met de vastgestelde selectielijst vindt de selectie en bewerking van de archiefbestanden plaats. De bestanden met cultuurhistorische waarde worden overgebracht naar de Rijksarchiefdienst en de rest is vernietigbaar. Het Ministerie van LNV heeft met de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) een raamconvenant afgesloten, op basis waarvan LNV archieven aan kan bieden ter selectie en bewerking. Bij de bewerking en overbrenging voert de Facilitaire Dienst de coördinatie namens LNV, maar de desbetreffende directies en diensten zijn opdrachtgever voor de bewerkingen, vanwege hun archiefverantwoordelijkheid.

    2. Voorkoming van het ontstaan van nieuwe achterstanden in overbrenging

    De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de directies en diensten. Een essentieel element bij het voorkomen van nieuwe achterstanden is de invoering van de selectielijsten in het informatiebeheer, zowel voor de papieren documenten als voor elektronische bestanden en audiovisuele materialen. De inbreng van de FD bestaat uit de ontwikkeling van een methodiek voor invoering en de advisering over toepassing daarvan.

    Toepassing van de onderzoeksrapporten

    1. Achtergrondinformatie voor beter beheer en selectie van archief

    De selectiebeslissingen worden gebaseerd op de contextbeschrijving in het bijbehorende rapport. Die beschrijving kan verder dienen als input voor een archiefstructuur die aansluit op de beleidsprocessen.

    2. Informatiebron voor beleidsmedewerkers

    Voor beleidsmedewerkers kunnen de rapporten dienen als naslagwerk. Per beleidsterrein geven ze een compact overzicht van de geldende wet- en regelgeving, de organisatie, de maatschappelijke context en de actoren binnen en buiten LNV, en dat over een periode van ongeveer vijftig jaar. Uniek is de specifieke combinatie van een brede invalshoek, een grote hoeveelheid feitelijke gegevens en een objectieve analyse vanuit het perspectief van de overheid. De nauwe samenwerking met materiedeskundigen van binnen en buiten het Ministerie verzekert de betrouwbaarheid van de rapporten.

    Toelichting op het nieuwe archiefselectiebeleid van de rijksoverheid

    Het selectiebeleid van de rijksoverheid en dus ook van LNV is enkele jaren geleden drastisch veranderd. Voorheen vond selectie plaats op documentniveau aan de hand van vernietigingslijsten, en daarnaast kon toestemming gevraagd worden voor incidentele vernietiging. Cultuurhistorisch waardevolle gedeelten van archieven moesten binnen 50 jaar overgebracht worden naar de Rijksarchiefdienst.

    Na invoering van de nieuwe Archiefwet (1996) is de selectiepraktijk als volgt veranderd:

    • De termijn van overbrenging is verkort tot 20 jaar.

    • Ieder overheidsorgaan moet selectielijsten opstellen.

    • Een selectielijst beschrijft geen documenten, maar handelingen.

    • Een selectielijst geldt voor alle vormen van neerslag die resulteren uit de beschreven handelingen: papieren documenten, elektronische bestanden en audiovisuele materialen.

    • Een selectielijst beperkt zich niet langer tot wat vernietigd moet worden, maar noemt eveneens wat bewaard moet worden.

    • Een selectielijst beschrijft het complete overheidshandelen binnen een heel beleidsterrein.

    • Incidentele vernietiging is niet meer mogelijk.

    Handelingen en hun cultuurhistorische waarde

    Tot voor kort bestonden er voor de archiefselectie alleen negatieve criteria, want vernietigingslijsten gaven per overheidsinstelling slechts aan welke bestanden niet in aanmerking kwamen voor overbrenging naar een Rijksarchief. Deze criteria werden toegepast op documentniveau. Afgezien van de bewerkelijkheid van deze microselectie bestonden de voornaamste nadelen van deze werkwijze uit de onoverzichtelijkheid van datgene dat wel overgebracht zou moeten worden, het gebrek aan inzicht in de grondslagen van het handelen waaruit die bestanden resulteren, en het gebrek aan inzicht in de samenhang tussen de taken van actoren die op eenzelfde beleidsterrein actief zijn.

    Om deze bezwaren te ondervangen werd de methode institutioneel onderzoek ontwikkeld, waarmee de beleidsontwikkelingen en het handelen van alle relevante actoren over de hele bandbreedte van een beleidsterrein beschreven worden. Op deze basis kan een effectievere (macro)selectie plaatsvinden aan de hand van positieve criteria.

    Een selectielijst beschrijft het handelen van overheidsactoren op een bepaald beleidsterrein. De handelingen worden vervolgens beoordeeld op de mate waarin ze cultuurhistorische waarden weerspiegelen. Zodoende kan de Rijksarchiefdienst de gegevensbestanden overnemen die een reconstructie mogelijk maken van het overheidshandelen op hoofdlijnen in relatie tot haar omgeving.

    De cultuurhistorische waarde van een handeling wordt bepaald aan de hand van zes algemene criteria, die in het volgende schema genoemd worden. Een handeling die voldoet aan een van de criteria wordt aangemerkt met B (bewaren). De neerslag van die handeling wordt dan volgens de archiefwettelijke normen van goede, geordende en toegankelijke staat overgebracht naar de Rijksarchiefdienst. Daar blijven de archieven onder klimatologisch verantwoorde condities voor onbepaalde tijd bewaard als onderdeel van het nationale culturele erfgoed, openbaar voor raadpleging en historisch onderzoek.

    De handelingen die niet voldoen aan een van de selectiecriteria worden aangemerkt met V, wat staat voor vernietigen. De neerslag van ieder van deze handelingen krijgt een vernietigingstermijn. De archiefvormende organisatie bepaalt daarvan zelf de duur, die afhankelijk van de belangen van verantwoording en bedrijfsvoering doorgaans uiteenloopt van 1 tot 20 jaar.

    Wanneer een handeling geselecteerd wordt voor overbrenging naar de Rijksarchiefdienst, dan wordt in principe de complete neerslag van die handeling bewaard. Een reconstructie van het overheidshandelen zou immers niet lukken wanneer alleen de eindproducten bewaard werden. Zo is van bv. regelingen en beleidsnota’s juist de totstandkomingsfase interessant, vanwege de aanvankelijke bedoelingen, de discussies en de afgekeurde versies.

    Algemene selectiecriteria

    De cultuurhistorische waarde van handelingen wordt getoetst aan de onderstaande algemene selectiecriteria. Wanneer een handeling aan een van de onderstaande criteria voldoet, dan komt de neerslag ervan in aanmerking voor overbrenging naar de Rijksarchiefdienst (B).

    Algemene selectiecriteria

    1. Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van het beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Agendavorming, analyse van informatie, beleidsadvisering, beleidsvoorbereiding of -planning, besluitvorming over de inhoud van beleid, terugkoppeling van beleid. Zowel de keuze als de specificatie van de doeleinden en instrumenten.

    2. Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van het beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Beschrijving en beoordeling van de inhoud, het proces of de effecten van beleid, toetsing van en toezicht op beleid. Niet perse leidend tot consequenties zoals bij terugkoppeling van beleid.

    3. Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording aan andere actoren van de hoofdlijnen van het beleid

    Toelichting: Ook verslaglegging ten aanzien van de beleidsmatige hoofdlijnen.

    4. Handelingen die betrekking hebben op de (her)inrichting van organisaties belast met het beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Instelling, wijziging, opheffing en werkwijze van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

    5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

    Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt de toepassing verstaan van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

    6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen, voor zover die in direct verband staan met voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

    Toelichting: Zoals wanneer de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of in noodsituaties.

    Uitzondering op de algemene selectiecriteria

    De neerslag van handelingen die als vernietigbaar zijn aangemerkt kan soms worden uitgezonderd van vernietiging. Deze mogelijkheid gaat terug op artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995. Het gaat om bestanden die samenhangen met personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang. De toepassing van dit uitzonderingscriterium vindt plaats gedurende de bewerking voor overbrenging en in overleg tussen de zorgdrager, het Algemeen Rijksarchief en de bewerkers.

    Afkortingen

    Landbouwkwaliteit

    AID: Algemene Inspectie Dienst

    AKK: Algemene Keten Kennis

    APVA: Hoofddirectie Agrarische Productie, Verwerking en Afzet

    AT: Directie Akker- en Tuinbouw

    ATP: Accord Transport Périssables

    BIP’s: Buiten Inspectieposten van de EG

    BKD: Bloembollen Keuringsdienst

    BSD: Basis Selectiedocument

    BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    CAC: De Codex Alimentarius Commission

    CBL: Centraal Bureau Levensmiddelenhandel

    CBT: Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen

    CCFAC: Codex Commission on Food Additives and Contaminants

    CCFFP: Codex Committee on Fish and Fishery Products

    CCFH: Codex Committee on Food Hygiene

    CCFL: Codex Committee on Food Labeling

    CCGP: Codex Comittee on General Principles

    CCP: Codex Contact Point

    CCRVDF: Codex Committee on residues of Veterinary drugs in Food

    CNV: Nederlandse Christelijke Voedingsbond

    COKZ: Centraal Orgaan voor de Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel

    COZ: Stichting Centraal Orgaan Zuivelcontrole

    CPE: Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten

    CVM: Vereniging ‘Het controlestation voor melkproducten’

    CZL: Controlestation voor Zuivelproducten Leiden

    DL: Directie Landbouw

    DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

    EC: Europese Commissie

    EZ: Economische Zaken

    FAO: Food and Agriculture Organisation

    FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging

    GLB: Gemeenschappelijke Landbouwbeleid

    HPA: Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

    IGB: Inspectie Gezondheidsbescherming van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Voorheen Keuringsdienst van Waren

    IKB: Integrale Ketenbeheersing

    IKC-L: Informatie- en Kenniscentrum Landbouw

    IKZ: Integrale Keten zorgsystemen

    ISC: Stichting Internationale Scharrelvleescontrole

    KAP: Kwaliteitsprogramma Agrarische Producten

    KB: Koninklijk Besluit

    KCB: Kwaliteits Controle Bureau voor Groenten en Fruit

    KNBTB: Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond

    KNLC: Koninklijk Nederlands Landbouw-Comité

    KvW: Keuringsdienst van Waren

    LAC: Landbouw Advies Commissie Milieukritische stoffen

    LV: Landbouw en Visserij

    MKG: Directie Milieu, Kwaliteit en Gezondheid

    MKV: Milieu, Kwaliteit en Voeding

    MDW: Project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit

    NAKB: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Boomkwekerijgewassen

    NAKG: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Groentezaden

    NBC: Stichting Nederlandse Baconcontrole

    NEB: Stichting Nederlands Eiercontrole Bureau

    NMF: Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer

    NVA: Projectbureau Nederlandse Voedselautoriteit

    NVK: Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole

    PBO: Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

    PD: Plantenziektenkundige Dienst

    PEE: Productschap voor Pluimvee en Eieren

    PGF: Productschap voor Groenten en Fruit

    PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

    PPE: Productschap Pluimvee en Eieren

    PT: Productschap Tuinbouw

    PVA: Productschap voor Aardappelen

    PVE: Productschappen Vee, Vlees en Eieren

    PVS: Productschap voor Siergewassen

    PVV: Productschap voor Vee en Vlees

    RDW: Rijksdienst voor het Wegverkeer

    RIKILT: Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

    RIVO-DLO: Rijksinstituut voor Visserijonderzoek

    ROW: Regulier Overleg Warenwet

    RVV: Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees

    RWT: Rechtspersoon Wettelijke Taak

    SER: Sociaal Economische Raad

    SISC: Stichting Internationale Scharrelvlees Controle

    SKAL: Stichting Keuralternatief voortgebrachte landbouwproducten

    S/LAVO: Stafbureau Landbouw en Voedselvoorziening

    Stb.: Staatsblad

    Stcrt.: Staatscourant

    SWOKA: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Consumenten Aangelegenheden

    TNO: Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

    UCB: Uitvoer Controle Bureau

    VAAP: Verwerking en Afzet van Agrarische Producten

    VCP: Voedselconsumptiepeiling

    VIB: Voedsel In- en Verkoop Bureau

    VKA: Directie Voedings- en Kwaliteitsaangelegenheden

    VKB: Stichting Vleeswaren Kwaliteitscontrolebureau

    VN: Verenigde Naties

    VNB: Vereeniging Nederlandsche Baconcontrole

    VoVo: Voorlichtings Bureau voor de Voeding

    VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

    VVM: Veterinaire, Voedings en Milieuaangelegenheden

    VVP: Directie Voeding en Veiligheid van Producten (VWS)

    VVR: Het Productschap voor Veevoeder

    VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    VZ: Directie Veeteelt en Zuivel

    WHO: World Health Organisation

    WTO: World Trade Organisation

    VWS: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport

    ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

    ZKB: Zuivel Kontrole Bureau

    Zaaizaad en plantgoed

    BKD: Stichting Bloembollen Keuringsdienst

    CBP: Communautair Bureau voor Plantenrassen

    CNG: Centrum voor Genetische Bronnen

    CNV: Nederlandse Christelijke Voedingsbond

    CPO: Centrum voor Plantenveredelingsonderzoek

    CPRO: Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek

    CRB: Commissie voor de Samenstelling van de Rassenlijst voor Bomen

    CRF: Commissie voor de Samenstelling van de Rassenlijsten voor Fruitgewassen

    CRZ: Centrum voor Rassenonderzoek en Zaadtechnologie

    CKR: Communautair Kwekersrecht

    DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

    ECE : Economic Commission for Europe

    EEG: Europese Economische Gemeenschap

    EG: Europese Gemeenschap

    EPPO : European and Mediterranean Plant Protection Organization

    FAO: Food and Agricultural Organization

    GZP: Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten

    ISTA: International Seed Testing Association

    ITAL: Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw

    IVRO: Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen

    IVT: Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen

    KB: Koninklijk Besluit

    KNLC: Koninklijk Nederlands Landbouw Comité

    KNTB: Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond

    NAK: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen

    NAK-B: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor boomkwekerijgewassen

    NAK-G: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor groente- en bloemzaden

    NAK-S: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor siergewassen

    NKB: Nederlandse Kwekersbond

    NVZP: Nederlandse Vereniging van kwekers van en handelaren in Zaaizaad en Plantgoed

    OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

    PBO: Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

    PD: Plantenziektenkundige Dienst

    PVS: Productschap voor Siergewassen

    RIBL: Rijksinstituut voor onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw

    RIVRO: Rijksinstituut voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen

    RPvZ: Rijksproefstation voor Zaadonderzoek

    SVP: Stichting voor Plantenveredeling Wageningen

    UPOV: Union pour la Protection des Obtentions Végétales (Unie tot bescherming van kweekproducten)

    WBNC: Werkgroep beoordeling nieuwe commissievoorstellen

    ZPW: Zaaizaad- en plantgoedwet

    Biotechnologie

    ABON: Associatie van Biotechnologische Onderzoekscholen in Nederland

    AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

    BGGO: Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen

    BMW: Bestrijdingsmiddelenwet

    BSDL: Onderzoeksschool Biotechnical Sciences Delft Leiden

    BuZa/OS: Minister van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking

    C&B: Stichting Consument en Biotechnologie

    CIVI: Centraal Instituut voor Industrieontwikkeling

    CLM: Centrum voor Landbouw en Milieu

    COGEM: Commissie Genetische Modificatie

    DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

    DLV: Dienst Landbouwvoorlichting (LNV), vanaf 1993 Stichting Dienst Landbouwvoorlichting, vanaf 1998 DLV Adviesgroep NV

    EK: Eerste Kamer

    EU: Europese Unie

    EZ: Ministerie van Economische Zaken

    FES: Fonds Economische Structuurversterking voor technologische vernieuwingen

    GBB: Onderzoeksschool Groningen Biomolecular Sciences and Biotechnologie

    GGO: Genetisch Gemodificeerd Organisme

    ID-Lelystad: Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid in Lelystad

    IOP: Innovatief Onderzoeksprogramma

    IOP-b: Innovatief Onderzoeksprogramma-biotechnologie

    IOP-b: Innovatiegericht Onderzoeksprogramma-biotechnologie

    IOP-Lb: Innovatief Onderzoeksprogramma-Landbouwbiotechnologie

    LASER: Landelijke Service bij Regelingen van het Ministerie van LNV

    LEI-DLO: Landbouw Economisch Instituut – Dienst Landbouwkundig Onderzoek

    LNV: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

    LUW: Landbouwuniversiteit Wageningen

    NOTA: Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (vanaf 1994 Rathenau Instituut)

    NRLO: Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek

    NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

    OC&W: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

    PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologie Stimulering

    PCB: Programmacommissie biotechnologie

    PcLB: Programmacommissie Landbouwbiotechnologie

    PPS MIBITON: Stichting Publiek Private Samenwerking Materiele Infrastructuur Biotechnologisch Onderzoek in Nederland

    PWT: Stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie (in 1996 na een fusie overgegaan in Stichting WeTeN)

    RIKILT-DLO: Rijksinstituut voor de kwaliteit in de land- en tuinbouw – Dienst Landbouwkundig Onderzoek

    Stb.: Staatsblad

    Stcrt.: Staatscourant

    STW: Stichting voor de Technische Wetenschappen

    SWOKA: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden

    SZW: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    TA-studies: Technologische Aspecten studies

    TK: Tweede Kamer

    TNO: Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

    V&W: Ministerie van Verkeer en Waterstaat

    VCOGEM: Voorlopige Commissie Genetische Modificatie

    VLAG: Onderzoeksschool Voeding, Levensmiddelentechnologie, Agrobiotechnologie en Gezondheid

    VROM: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

    VWS: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    W en T: Beleidsplan Wetenschap en Technologie

    Wageningen UR: Wageningen Universiteits en Researchcentrum

    WCFS: Wageningen Centre for Food Sciences

    WIAS: Wageningen Institute for Animal Sciences

    WOD: Wet op de Dierproeven

    WTC: Nota Wetenschap en Techniekcommunicatie (2000)

    WVC: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

    Verantwoording

    Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Landbouwkwaliteit en Voeding, een onderzoek naar het overheidshandelen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het gebied van de landbouwkwaliteit en voeding.

    In dit BSD worden niet alleen de handelingen beschreven die voortkomen uit de Landbouwkwaliteitswet, maar ook de handelingen uit de deelterreinen; voedselveiligheid, kwaliteit van het uitgangsmateriaal en biotechnologie in de plantaardige sector.

    Hoewel in de titel van dit rapport de tijdsaanduiding vanaf 1945 staat genoemd, zijn er handelingen opgenomen van voor deze periode. Dit zijn handelingen uit wet- en regelgeving die in 1945 nog van kracht was.

    Begripsbepaling, doelstelling Landbouwkwaliteit en Voeding

    Het begrip kwaliteit binnen de landbouwsector is een begrip dat door de jaren heen is aangepast aan de eisen van de tijd. In de Landbouwuitvoerwet 1938 (Stb. 1938, 600) betekende kwaliteit ‘het waarborgen van bepaalde eigenschappen en hoedanigheden van uitgevoerde voortbrengselen van het landbouw-, tuinbouw-, veeteelt- en zuivelbedrijf’.De doelstelling van deze wet is was het geven van een wettelijke grondslag voor het hooghouden van de naam van het Nederlands product en voor het verwerven, behouden en uitbreiden van afzetgebieden. Hoewel in de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371) de bevordering van de afzet nog steeds als voornaamste doelstelling genoemd wordt, is het begrip kwaliteit meegegroeid met de tijd. Door de toenemende eisen van de consument voor kwaliteit van producten en de kwaliteit van het productieproces kan kwaliteit nu omschreven worden als ‘de producteigenschappen zoals die door de afnemer gewaardeerd worden’.

    De overheid heeft voor het tot stand brengen van het landbouwkwaliteitsbeleid de volgende instrumenten tot haar beschikking;

    • wetgeving zoals de Landbouwkwaliteitswet, de Zaaizaad en Plantgoedwet en een uitgebreid stelsel van daaruit voortkomende regelgeving. Daarnaast hebben de productschappen verordende bevoegdheden waarop de Minister algemeen toezicht houdt;

    • keuring, een belangrijke plaats binnen het kwaliteitsbeleid in ingeruimd voor keuringen. Keuringen en controles maken kwaliteit zichtbaar en dragen op die manier bij aan afzetbevordering en aan de bescherming van de gezondheid van mens en dier;

    • subsidies, het Ministerie ondersteunt initiatieven door het georganiseerde bedrijfsleven op het gebied van de landbouwkwaliteit;

    • onderzoek; waarin per product of productieproces het uitwerken van kwaliteitscriteria centraal staat;

    • voorlichting, resultaten van onderzoek en voorlichting worden vertaald en doorgegeven aan de praktijk .

    Begripsbepaling en doelstelling uitgangsmateriaal en biotechnologie

    Het uitgangspunt van het landbouwkwaliteitsbeleid was vanouds het tegengaan van bedrog in de handel om de naam van het Nederlandse product in het buitenland te waarborgen, zodat de concurrentiepositie verbeterde en in stand gehouden werd. De wensen en eisen van de Nederlandse consumenten speelden door de jaren heen een toenemende rol in het Nederlandse kwaliteitsbeleid. Binnen dit landbouwkwaliteitsbeleid neemt het beleid ten aanzien van het teeltmateriaal met zijn eigen wetgeving een eigen plaats in. Nederland heeft een vooraanstaande positie bij het ontwikkelen van nieuwe plantenrassen en het in de handel brengen van teeltmateriaal. De doelstelling kan samengevat worden als het middels voorschriften beschermen van de in Nederland ontwikkelde plantenrassen en het daaraan stellen van kwaliteitseisen.

    Eigenschappen die in het teeltmateriaal zijn ‘opgeslagen’, kunnen gevolgen hebben voor de kwaliteit van agrarische producten. Met het veredelen van gewassen is het mogelijk om die eigenschappen en kenmerken zodanig te ‘manipuleren’ dat deze aan de wensen van de gebruiker tegemoet komen. Met het veredelen van plantenmateriaal, ook wel het kwekerswerk genoemd, kan invloed uitgeoefend worden op de kwaliteitsaspecten van landbouwproducten:

    Het Nederlandse kwekerswerk heeft zich ten doel gesteld te kunnen blijven voldoen aan de zich steeds wijzigende vraag van zowel consument als producent van agrarische producten.

    Een belangrijk hulpmiddel hierbij zou Biotechnologie kunnen zijn. Biotechnologie omvat technieken en processen om vormen van biologisch leven te analyseren. Biotechnologie kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van betere producten en productieprocessen voor industriële, agrarische en maatschappelijke toepassingen. Dit kan variëren van de ‘klassieke’ veredeling van een soort, technieken om te kloneren, tot technieken om genetische informatie van het ene in het andere organisme te brengen (genetische modificatie). De komende jaren wordt een sterke toename aan biologische, biomedische en biotechnologische kennis verwacht.

    Voor de plantenveredeling- en teelt (inclusief bosbouw) betekent deze kennisontwikkeling dat de genetische oorsprong van waardevolle eigenschappen snel kan worden opgespoord, zodat planten en bomen in kortere tijd dan voorheen, kunnen worden veredeld. Ook in de dierfokkerij kan deze kennis worden gebruikt voor het direct uitzoeken van het gewenste genotype voor het fokken van dieren. Het onderkennen van dierziekten, het identificeren en registreren van dieren kan met moleculaire technieken worden verbeterd. Het inbouwen van genen om de weerstand tegen ziekten te vergroten, of om kwaliteit van bijvoorbeeld melk en vlees te verbeteren, behoort eveneens tot de mogelijkheden. In de agro(food) industrie vormt het vergroten van fundamentele inzichten in de structuur van verschillende essentiële voedingsbestanddelen de basis voor geheel nieuwe hoogwaardige voedingsmiddelen, bijvoorbeeld voor de preventie van ziekten.

    Doelstelling

    Het overheidsbeleid op het terrein van de landbouwbiotechnologie is gericht op verantwoorde toepassing van biotechnologie in de landbouwkolom. Uitgangspunt is maatschappelijke inbedding waarbij aan economische, ecologische, gezondheids-, milieu-, welzijns-, wetenschappelijke en morele aspecten gelijktijdig en op een gelijkwaardige wijze aandacht wordt besteed.

    Het beleid richt zich op verwerving van nieuwe kennis en opbouw van onderzoekscapaciteit met daarnaast ontwikkeling van milieuregelgeving en voorlichting. Het feit dat de komende jaren steeds meer producten van de nieuwe biotechnologie op de markt komen, brengt met zich mee dat het beleid zich meer op markt en consument zal oriënteren.

    Biotechnologische technieken kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn bij het realiseren van een concurrerende, veilige en duurzame landbouw. Biotechnologie is daarom ook een speerpunt in het Beleidsplan Wetenschap en Technologie (W en T), dat het Ministerie van LNV uitbracht in 1992. Doelen die hierin worden nagestreefd zijn:

    • Het ondersteunen van fundamentele en strategische biotechnologieonderzoeksprogramma’s, gericht op de LNV beleidsprioriteiten;

    • Het bevorderen van een internationaal vooraanstaande (landbouw)biotechnologische onderzoeksinfrastructuur;

    • Het stimuleren van onderzoek ten behoeve van de maatschappelijke discussie en toelating;

    • Het stimuleren van de verspreiding en overdracht van biotechnologische kennis.

    In het biotechnologiebeleid van de Minister van LNV zijn de volgende aspecten te onderscheiden:

    • het bevorderen van fundamenteel, strategisch en toepassingsgericht onderzoek;

    • toelatingsbeleid;

    • het geven van voorlichting en het stimuleren van maatschappelijke meningsvorming.

    Vaststellingsprocedure

    In 2004 is het ontwerp-BSD door mw. Overbeeke namens de zorgdragers aan destijds de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). T

    Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

    Vanaf 1 februari 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals bij de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

    Op 4 april 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.02834/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

    • Aanpassen van de reikwijdte van de selectielijst naar ‘vanaf 1945’;

    • Aanpassen van de titelpagina van de selectielijst;

    • Om de toegankelijkheid te vergroten zal de selectielijst worden gepagineerd;

    • De nummeringen van RIO en BSD zullen met elkaar in overeenstemming worden gebracht waardoor een concordantie overbodig is.;

    • De inconsistenties in vernietigingstermijnen van de handelingen 4, 25, 41, 196, 200, 251, 255, 262, 267, 608 en 666 zullen worden gestroomlijnd;

    • Inconsistenties in de vernietigingstermijnen voor neerslag van uitvoerende handelingen met betrekking tot subsidieverlening zullen worden gestroomlijnd;

    • De waardering van de handelingen 689, 676 en 679 zal gewijzigd worden naar B (5).

    Daarop werd het BSD op 18 oktober 2006 door de algemene rijksarchivaris namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (C/S&A/06/2221), de Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (C/S&A/06/2222), de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst (C/S&A/06/2220) en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit C/S&A/06/2210) en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/06/2211), de Minister van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/2212), de Minister van Financiën (C/S&A/06/2213), de Minister van Justitie (C/S&A/06/2214), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2215), de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/06/2216), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/2217), de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S&A/06/2219), de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/06/2218) vastgesteld.

    Deel 1. Handelingen van de Minister van LNV en taakvoorgangers

    Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)

    10. Handelingen

    10.1. Algemene handelingen

    1

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties,

    Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

    Onder deze handeling valt ook:

    – het voeren van overleg met andere betrokken actoren op het gebied van de landbouwkwaliteit

    – het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende de landbouwkwaliteit

    – het voeren van overleg met en het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende de landbouwkwaliteit

    – het aan externe adviescommissies verzoeken om advies over de landbouwkwaliteit

    – het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    – het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument).

    Waardering: B, 1 ,2

    2

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1945–

    Product: Boterwet; Wet op de Rijksbotermerken; Wet, houdende bepalingen betreffende het merken van kaas; Haringwet; Landbouwuitvoerwet; Landbouwkwaliteitswet

    Waardering: B, 1

    3

    Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Grondslag: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

    Opmerking: Een voorbeeld hiervan is het Comité van levensmiddelen toevoegingen (1961).

    Waardering: B, 1

    4

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van leden van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Waardering: V 7 jaar na adminstratieve afhandeling van het ontslag

    5

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Series, jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Het betreft hier ook de verslaglegging waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het landbouwkwaliteits specifieke wet- en regelgeving. Wat betreft voedselveiligheid vindt rapportage plaats in geval van ernstige ongeregeldheden.

    Waardering: B, 3

    6

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het anderszins informeren van leden van of commissies uit het parlement

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Waardering: B, 2 en 3

    7

    Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman en parlementaire onderzoekscommissies naar aanleiding van klachten over de gevolgen of de uitvoering van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Behoorlijk behandeld over de Nationale Ombudsman. Parlementair onderzoek gebeurt meestal door de Commissies voor de Verzoekschriften.

    Waardering: B, 3

    8

    Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen en verweerschriften

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Drie maal ’s Raads recht over de Raad van State.

    De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de eindproducten Warenwet en als zodanig ook voor deze handeling als het gaat om voedselveiligheid.

    Waardering: B, 3

    9

    Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, inzake het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

    Periode: 1945–

    Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

    Waardering: B, 1,2

    10

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: B+V 3 jaar B waardering in tijden van crises

    11

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Opmerking: Voorbeelden hiervan zijn de voorlichtingscampagnes van het Voedingscentrum.

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Waardering: B+V 2 jaar, B, 5 eindproducten

    12

    Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

    Periode: 1945–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Niet te verwarren met verderop in dit rapport voorkomende vergelijkbare handelingen, waarvan de neerslag wel bewaard wordt. Er is regelmatig overleg met het Ministerie van VWS.

    Waardering: V 5 jaar

    10.2. Europese regels

    10.2.1. Standaard Algemene Europese handelingen

    13

    Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

    Periode: 1958–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Waardering: B, 1

    14

    Handeling: Het opstellen van concept-informatieafiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1958–

    Product: Concept-fiches; documentatie over het onderhandelingsproces

    Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.

    Waardering: B, 1

    15

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    16

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    17

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de landbouwkwaliteit en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    18

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    19

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo). Hier wordt hier de lange termijn strategie besproken die van invloed is op het voedselveiligheidsbeleid.

    Waardering: B, 1

    20

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1993–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers

    Waardering: B, 1

    21

    Handeling: Het rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1940–

    Product: Rapport

    Waardering: B, 3

    22

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg. Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.

    Waardering: B, 1, Indien de Minister van VWS de eerstverantwoordelijke is. V 10 jaar in alle andere gevallen

    23

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Waardering: B, 1

    24

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake de landbouwkwaliteit

    Periode: 1940–

    Product: Circulaires

    Waardering: B, 5

    25

    Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake de landbouwkwaliteit

    Periode: 1958–

    Product: Benoemingen

    Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités

    Waardering: B+V ,2

    2 jaar na ontheffing uit de benoeming bij de Raad.

    Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld politiek belangrijke personen

    26

    Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende de landbouwkwaliteit

    Periode: 1958–

    Grondslag: Richtlijnen

    Product: Besluit

    Waardering: B+V 2

    V 10 jaar na benoeming door EC. Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld politiek belangrijke personen

    27

    Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Waardering: Criterium 2

    5 jaar na ontslag uit commissie of werkgroep

    Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld voor politiek belangrijke personen

    28

    Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1993–

    Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

    Product: Implementatieplan

    Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen.

    Waardering: B, 5

    29

    Handeling: Het nemen van maatregelen voor de toepassing van EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1958–

    Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

    Waardering: B, 5

    30

    Handeling: Het inwerking stellen van de nodige wettige en bestuursrechtelijke bepalingen om datgene dat bij of krachtens de EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid bepaald is toe te passen

    Periode: 1968–

    Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 7

    Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

    Waardering: B, 5

    31

    Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en regelgeving ten aanzien van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit onbewerkt hout art. 4.1

    Product: Regelingen

    Opmerking: Krachtens de EEG richtlijn 68/89. Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken

    Waardering: B, 1

    10.3. Onderzoek en subsidie

    10.3.1. Onderzoek

    32

    Handeling: Het verstrekken van opdrachten voor (intern en extern) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities TNO-rapporten, Rapporten Universiteit Wageningen

    Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO.

    Waardering: B criterium 1,2 voor opdrachten en eind-producten

    10 jaar rest van het materiaal

    33

    Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van intern en extern onderzoek inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Nota’s, notities TNO-rapporten, Rapporten Universiteit Wageningen

    Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO.

    Waardering: B, 1 en 2

    36

    Handeling: Het verstrekken van opdrachten en het vaststellen van eindrapportages van extern onderzoek inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Opdrachten; eindrapportages

    Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek.

    Waardering: B, 1 en 2

    37

    Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Waardering: V 15 jaar

    38

    Handeling: Het financieren van zowel intern (wetenschappelijk) als extern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Waardering: V 7 jaar

    39

    Handeling: Het instellen van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten

    Periode: 1975–

    Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 1

    Product: Instellingsbesluit

    Opmerking: Het instituut heeft tot taak het verrichten van onderzoek en anderszins verzamelen van kennis inzake echtheid en samenstelling, en de fysische, chemische, sensorische en biologische aspecten van producten die vallen onder de Landbouwkwaliteitswet alsmede het verwerken van deze kennis.

    Waardering: B, 4

    40

    Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

    Periode: 1975–

    Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 2.1c

    Product: Opdrachten

    Opmerking: Het gaat om alle andere werkzaamheden die niet omschreven staan in deze instellingsregeling.

    Waardering: B, 5

    41

    Handeling: Het benoemen van een directeur en zonodig van een of meer adjunct-directeuren van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

    Periode: 1975–

    Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten artt 4.1 en 4.3

    Product: Benoemingen

    Waardering: 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    42

    Handeling: Het aanwijzen van leden van een Wetenschappelijke Adviescommissie

    Periode: 1975–

    Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 4.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na ontslag uit commissie

    3.2. Subsidies

    44

    Handeling: Het vaststellen van beleid voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen inzake de landbouwkwaliteit alsmede voor ‘landbouwkwaliteitsverbetering dmv subsidiering’

    Periode: 1992–

    Grondslag: Interview Directie Veterinaire, Voedings en Milieuaangelegenheden

    Waardering: B, 5

    45

    Handeling: Het openstellen van extra termijnen voor de aanvraag van subsidies voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling art. 9.2

    Product: Openstelling en intrekking Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten (Stcrt. 1995, 111)

    Waardering: V 7 jaar

    46

    Handeling: Het vaststellen van een subsidieaanvraagformulier voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 10.1

    Product: Subsidieaanvraagformulier

    Opmerking: De Minister kan hierbij tevens het gebruik van dit formulier verplicht stellen. Aanvragen dienen vergezeld te gaan van een overzicht van deelnemers, een projectplan en een begroting.

    Waardering: V 3 jaar

    47

    Handeling: Het bepalen van de vorm waarin aanvragers van bijdragen dienen te rapporteren omtrent de voortgang van de kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 12.1

    Product: Richtlijnen voor rapportages

    Opmerking: Een dergelijke rapportage zal minimaal een maal per jaar worden verlangd.

    Waardering: V 12 jaar

    48

    Handeling: Het aanwijzen van personen die inzage hebben in de voor de kwaliteitsprojecten relevante boeken en bescheiden van de aanvragers

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 16.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na beëindiging regeling of vertrek persoon

    49

    Handeling: Het instellen van een Klankbordgroep kwaliteitsprojecten

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 18.1

    Product: Instellingsbesluit

    Waardering: B, 4

    51

    Handeling: Het verstrekken van subsidies aan bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 2

    Opmerking: Het gaat om projecten die naar de oordeel van de Minister wezenlijke bijdragen leveren aan het realiseren van de doelstellingen van het door hem gevoerde kwaliteitsbeleid zoals de Integrale Ketenbeheersing (IKB) op initiatief van het bedrijfsleven. Ook subsidies die vallen onder de ‘Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productprocessen’ en ‘landbouwkwaliteitsverbetering door middel van subsidiering’. Wat betreft voedselveiligheid gaat het om Bijvoorbeeld subsidie voor voedingsvoorlichting, of aan consumentenorganisaties voor het verrichten van consumentenonderzoek.

    Waardering: B, 5

    52

    Handeling: Het, de aanvrager van subsidie, verzoeken om nadere gegevens te verstrekken inzake kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen 10.3

    Product: Verzoeken

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van de Directie Milieu, Kwaliteit en Voeding

    Waardering: V 10 jaar

    53

    Handeling: Het binnen drie maanden beslissen omtrent het al dan niet verlenen van bijdragen voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.1

    Opmerking: Drie maanden na afloop van de betreffende aanvraagtermijn.

    Waardering: V 15 jaar

    54

    Handeling: Het verbinden van nadere voorschriften aan een besluit tot verlening van bijdragen aan kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen alsmede tot welk bedrag ten hoogste een bijdrage wordt geleverd

    Periode: 1992–1995

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.2–3

    Product: Besluit

    Waardering: B, 5

    55

    Handeling: Het rangschikken van ingediende aanvragen voor kwaliteitsprojecten, naar de mate waarin deze bijdragen aan het door de Minister gevoerde kwaliteitsbeleid

    Periode: 1995–

    Grondslag: Openstelling en intrekking Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten art. 3.2

    Product: Indieningsaanvragen

    Waardering: V 5 jaar

    56

    Handeling: Het verstrekken van voorschotten voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.4

    Waardering: V 6 jaar na eindafrekening

    57

    Handeling: Het meedelen aan de directeur Directie Milieu, Kwaliteit en Voeding of en in welke mate wijzigingen in kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen gevolgen hebben voor de verleende bijdragen

    Periode: 1992–

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 12.2

    Product: mededelingen

    Waardering: V 6 jaar na eindafrekening

    58

    Handeling: Het vaststellen van de definitieve bijdrage voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

    Periode: 1992–

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 14

    Product: Vaststellingen

    Opmerking: Ten behoeve van de vaststelling van de definitieve bijdrage dient de aanvrager in drievoud de volgende documenten te verschaffen; een exemplaar van het evaluatierapport, een financiële verantwoording en een beoordeling van een registratieaccountant inzake de naleving van de aan de verlening van de bijdrage verbonden voorschriften. De Minister kan toestaan dat er wordt volstaan met een rapport van bevindingen van een accountadministratieconsulent.

    Waardering: B, 5

    59

    Handeling: Het geheel of gedeeltelijk intrekken van de bijdragen voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen alsmede het verplichten tot het terugvorderen van reeds uitgekeerde bedragen

    Periode: 1992–

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 15

    Product: Intrekkingsbesluiten

    Opmerking: Dit gebeurt indien blijkt dat de aanvrager zich niet heeft gehouden aan de in deze bijdrageregeling voorgeschreven voorschriften of in het geval van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking.

    Waardering: V 10 jaar

    10.4. Kwaliteit van Landbouwproducten voor de uitvoer

    60

    Handeling: Het opnieuw machtigen van personen om boter en margarine ter verkoop aan te bieden

    Periode: 1900–1953

    Grondslag: Boterwet art. 5; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 12

    Product: Machtigingen

    Opmerking: Het gaat om personen die de boterwet overtreden hebben.

    Waardering: V 2 jaar na opheffing Boterwet of beëindiging werkzaamheden

    61

    Handeling: Het aanwijzen van landen waar vandaan retourzendingen zijn vrijgesteld van formaliteiten zoals benoemd in de Boterwet

    Periode: 1912–1973

    Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1912 (Stb. 1912,3) art.I.4c

    Waardering: V 2 jaar na ontheffing Boterwet of beëndiging werkzaamheden

    63

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1930–1981

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 11; Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1951 boter art. 4; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten artt. 3.1c, 4 e; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten artt. 3f en 3c 4a tot 1963; Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1951 bloembollen art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen art. 2 tot 1955; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen artt.3.1, 4.2 1955 tot 1963

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas Stcrt. 1956, 251; Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas (Stcrt. 1958); Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter Stcrt. 1952, 63; Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955, 246); Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 (Stcrt. 1976, 217) ; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13)

    Opmerking: Het gaat om regels met betrekking tot de herkomst, hoedanigheid en verzorging alsmede voor het sorteren en verpakken van landbouwproducten.

    Waardering: B, 5

    64

    Handeling: Het voorbereiden van KB’s voor het aanwijzen van stoffen, die geschikt zijn om margarine, zelfs in kleine hoeveelheid, in mengsels te herkennen.

    Periode: 1935–1973

    Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1935 (Stb. 146) art. 3

    Product: Koninklijke Besluiten

    Waardering: V 5 jaar

    65

    Handeling: Het voorbereiden van KB’s waar landen genoemd worden die eisen dat Nederland aan de zelf gestelde eisen voldoet wat betreft het toelaten van stoffen in de Nederlandse margarine als voorwaarde van toelating tot invoer van Nederlandse zuivelproducten

    Periode: 1935–1973

    Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1935 (Stb. 146) art. 3

    Waardering: V 5 jaar

    66

    Handeling: Het stellen van voorwaarden inzake de uitvoer van buitenlandse vis en visproducten

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13.4

    Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Opmerking: Het gaat om uit het buitenland afkomstige producten, die in Nederland een bewerking ondergaan hebben en vervolgens weer worden uitgevoerd.

    Waardering: B, 5

    67

    Handeling: Het stellen van voorwaarden inzake de uitvoer van buitenlandse landbouwproducten

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13.4

    Product: Beschikking betreffende de aanduiding van uit het buitenland afkomstige melkpoeder en melk- en melkproducten (Stcrt. 1968, 218);

    Beschikking Voorwaarde voor de uitvoer van buitenlandse boter, kaas en melkpoeder (Stcrt. 1952, 228); Wederuitvoer van buitenlandse melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 183); Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder (Stb.1948, I346); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt.1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 130); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62)

    Opmerking: Het gaat om uit het buitenland afkomstige producten, die in Nederland een bewerking ondergaan hebben en vervolgens weer worden uitgevoerd.

    Waardering: B, 5

    68

    Handeling: Het vaststellen van maximum hoeveelheden van uit te voeren landbouwproducten

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13. 2–3

    Product: Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157)

    Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

    69

    Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming aanwijzen van de plaatsen waar de ten uitvoer bestemde landbouwproducten moeten worden aangeboden

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 4

    Product: Aanvulling uitvoercontrolebesluit 1948 kaas (Stb.1948, J419)

    Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

    70

    Handeling: Het voorbereiden van de benoeming van een of meer adviescommissies, die tot taak hebben de Minister van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van de Landbouwuitvoerwet, alsmede het voorbereiden van het regelen van hun werkzaamheden

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 15.1

    Opmerking: De Minister is bevoegd om aan deze commissies adviserende leden toe te voegen.

    Waardering: V 2 jaar

    124

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de wijze waarop de betaling van het gebruik van stempelmerken bedoelde bedragen, door de exporteur zal moeten plaatsvinden

    Periode: 1938–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8c

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Het gaat om bedragen zoals genoemd in artikel 7 van het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938.

    Waardering: V 5 jaar

    74

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende het invullen van exportformulieren

    Periode: 1938–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8f

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Het bedoelde formulier staat omschreven in art 3.10 van het reglement.

    Waardering: V 5 jaar

    75

    Handeling: Het aanwijzen van organisaties van belanghebbenden voor deelname aan het overleg met de Minister over kwaliteitseisen van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1938–1982

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 3

    Product: Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen (Stb. 949, J119); Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten (Stb.1947, H160); Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen (Stb.1951,415); Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten (Stb.1957,63); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt.1961,13); Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten (Stb. 1940, N.679vv); Wijzigingen en aanvullingen Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten (Stb.1946, G.174)

    Waardering: B, 4

    76

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van het vermelden van het gewicht of het getal van de zending op de verpakkingen van tuinbouwproducten

    Periode: 1940–1946

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit tuinbouwproducten art. 4b

    Product: Beschikkingen en besluiten

    Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

    77

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de toevoeging van stoffen aan zuivelproducten die bestemd voor de uitvoer

    Periode: 1948–1985

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 2; Wijziging Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 1 (1964); Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 2; Wijziging Uitvoercontrolebesluit 1957 melkpoeder art. 1 (1964)

    Product: Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13)

    Waardering: B, 5

    81

    Handeling: Het stellen van regels inzake de waarborging van de hygiënische kwaliteit van melk en melkproducten

    Periode: 1961–1985

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten art. 6

    Product: Beschikkingen en Besluiten

    Waardering: B, 5

    82

    Handeling: Het opstellen van regels voor het bijhouden van administratie door exporteurs van haring

    Periode: 1964–1988

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 artt. 6 en 7

    Product: Registers en controlestaten in bijlage B en C van de Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Opmerking: Het gaat om registers waarin exporteurs aantekeningen moeten maken van het aantal vaten of andere eenheden van verpakking waarin gezouten haring is aangevoerd.

    Waardering: V 5 jaar

    84

    Handeling: Het bepalen van de plaatsen waar de ten in- of uitvoer bestemde landbouwproducten krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten moeten worden aangeboden

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.6.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    10.5. (Algemene) voorschriften voor de kwaliteit van landbouwproducten

    86

    Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het in de handel brengen van op boter gelijkende mengsels, onder een andere naam dan margarine

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 2

    Product: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet (Stb.1909, 346)

    Waardering: B, 5

    87

    Handeling: Het bij AMvB vaststellen van lijsten van vetten die aanwezig mogen zijn in de bereidplaatsen voor boter

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 8.1

    Product: AmvB’s

    Waardering: V 10 jaar

    88

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van bereid- en bewaarplaatsen voor de margarine- en boterbereiding

    Periode: 1909–1955

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 9.3-4; Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet art. 5.G

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    89

    Handeling: Het bij AMvB geven van voorschriften voor de invoer van boter en margarine

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 19; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1

    Product: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet (Stb.1909, 346)

    Opmerking: Het gaat om voorwaarden voor de invoer van boter en margarine;

    De voorwaarden waarvan, die in te voeren boter en margarine moeten voldoen; en de wijze waarop gehandeld dient de worden indien de boter en margarine niet aan de gestelde eisen voldoen.

    Waardering: B, 5

    91

    Handeling: Het aanwijzen van soorten haring, waarvoor de bepalingen in de Haringwet gelden

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Haringwet 1937 art.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    92

    Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere voorschriften ter uitvoering van de Haringwet

    Periode: 1945–1955

    Grondslag: Haringwet 1937 art.12.a

    Product: AmvB’s

    Opmerking: Buitenwerking gesteld Stb. 1955, 213

    Waardering: B, 5

    93

    Handeling: Het voorschrijven van de wijze waarop haring verpakt dient te worden

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Haringwet 1937 artt.1, 2.a–b

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Dit houdt ook in het voorschrijven van de maten van de verpakkingen alsmede het gewicht van de verpakte haring.

    Waardering: B, 5

    97

    Handeling: Het opheffen van alle bepalingen welke indelingen voorschrijven voor onbewerkt hout dat afkomstig is van andere Lidstaten

    Periode: 1968–

    Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 6

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    99

    Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van AMvB’s inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.2

    Product: Landbouwkwaliteitsbesluiten

    Waardering: B, 1

    100

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.4.2; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen

    Product: Verordeningen; landbouwkwaliteitsbeschikkingen en landbouwkwaliteitsregelingen

    Opmerking: Deze regels hebben ondermeer betrekking op de hoedanigheid, de sortering, de verzorging de aanduiding, de verpakking van landbouwproducten.

    Waardering: B, 5

    102

    Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een AMvB die de gevallen bepaalt waarin de Minister van Economische Zaken betrokken moet worden bij de vaststelling van nadere regels krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.5

    Product: KB van 13 november 1973 (Stb.1973, 587)

    Opmerking: Wanneer de regels gevolgen inhouden voor industrie, handel en ambacht is overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vereist, en wanneer er consumentenbelangen geraakt worden moet de Minister van Economische Zaken deze regels mede vaststellen.

    Waardering: B, 1

    103

    Handeling: Het vaststellen van een beschikking krachtens een Landbouwkwaliteitsbesluit die de gevallen bepaalt waarin de Minister van Economische Zaken betrokken moet worden bij de vaststelling van nadere regels

    Periode: 1973–

    Grondslag: Besluit uitvoeringsregelen 13 november 1973, Stb 587, art.1

    Product: Beschikking

    Opmerking: Het gaat om de volgende regels;

    a. bindende regels inhoudt voor degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de detailhandel of het ambacht;

    b. de mededeling beperkt tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de industrie of de handel;

    c. met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten bindende regelen stelt, waarvan is aan te nemen dat zij in belangrijke mate van invloed zijn op de omvang of de hoedanigheid van het aanbod.

    Waardering: B, 5

    108

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de aanduiding en de productiewijze van scharreleieren

    Periode: 1979–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    109

    Handeling: Het toelaten van bestanddelen in kaaskorstbehandelingsmiddelen

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 25.3a

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    110

    Handeling: Het toelaten van kaaskorstbehandelingsmiddelen voor gebruik bij de productie van kaas

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 25.3b

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Directie Landbouw en bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing

    112

    Handeling: Het verlenen van toestemming inzake het toevoegen van vitaminen in zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–1994

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding artt. 6.1 en 21.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B,

    113

    Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verhandelen van grondstoffen voor zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art.6.2

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling Zuigelingenvoeding 1994 (Stcrt.1994, 116)

    Opmerking: Indien deze regels betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport.

    Waardering: B, 5

    115

    Handeling: Het aanwijzen van plaatsen waar de aanlanding van bepaalde vis of visproducten moet plaatsvinden

    Periode: 1988–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 10.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    117

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de erkenningen voor inrichtingen voor zuivelbereiding

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 5.2

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 25)

    Opmerking: Deze inrichtingen zijn: melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting, centraal melkdepot of centrum voor standaardisering.

    Waardering: B, 5

    118

    Handeling: Het vaststellen van voorwaarden inzake de samenstelling van de ingrediënten en stoffen die gebruikt worden bij de biologische productiemethoden

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode art. 4.3

    Product: Bijlage II behorend bij de Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stcrt.1992, 253)

    Opmerking: Deze ingrediënten en stoffen zijn opgenomen in een aparte bijlage.

    Waardering: B, 5

    119

    Handeling: Het verlengen van de omschakelingsperiode van ‘gewone-‘ naar biologische productiemethode

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode art. 11.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Er zijn verschillende standaardperiodes voor verschillende producten.

    Waardering: B, 5

    126

    Handeling: Het stellen van regels op het gebied van identificatie- en registratieregelingen voor runderen alsmede inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesprodukten

    Periode: 1997–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art 3.1b

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    127

    Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming, aan de Ministerraad verslag uit brengen over de wenselijkheid van intrekking van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten

    Periode: 1998–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten art. 16

    Product: Verslagen

    Opmerking: Dit gebeurt binnen zes jaar na inwerkingtreding van dit besluit.

    Waardering: B, 3

    10.6. Medewerking van productschappen

    128

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan productschappen en bedrijfschappen ten aanzien van de door hen te stellen nadere regels voor de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1962–1973

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 5; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D.3a; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 6.4; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 6

    Product: Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: B, 5

    130

    Handeling: Het goedkeuren van (PBO-)verordeningen aangaande de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1962–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.1; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D. 3b.1; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.1; Landbouwkwaliteitswet artt.4.2 en 5.3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); PBO-verordeningen

    Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

    Waardering: B, 5

    131

    Handeling: Het bepalen dat kwaliteitsvoorschriften van PBO’s goedkeuring behoeven

    Periode: 1962–1973

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.2; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954, art. 1D. 3b.2; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.2; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.2

    Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: V 10 jaar

    133

    Handeling: Het goedkeuren van besluiten en nadere regels die door productschappen zijn vastgesteld

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 5.3 (1978); Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 6.3; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten art. 14.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.4; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid bij de Directeur-Generaal van de Landbouw.

    Waardering: B, 5

    134

    Handeling: Het stellen van regels of het geven van aanwijzingen ten aanzien van verordeningen van productschappen inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art.5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.2;

    Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 19.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3a.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 3.2 ; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art.6.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

    Waardering: B, 5

    10.7. Vrijstellingen, ontheffingen en vergunningen

    10.7.1. Vrijstellingen en ontheffingen van rijkswege

    135

    Handeling: Het verlenen of het weigeren van het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen is geregeld bij of krachtens de Boterwet landbouwuitvoerbesluiten, uitvoercontrolebeschikkingen en controlebeschikkingen.

    Periode: 1900–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet artt. 6.1, 9.5, 11.3, 14.6; Wijziging boterwet art I. 7.3; Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet artt. 2.i en 4; Landbouwuitvoerwet 1938 art. 14; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 3.3; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 4.2; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 9.1, 11.3, 14; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 8.2, 16.1, 17.3, 51.1; Wijziging kaascontrolebeschikking 1970 art. 60.1;

    Product: Mandaatbeschikking uitvoer V.I.B.-melkpoeder W.V.P. (Stcrt. 1970,177); Mandaatbeschikking uitvoer magere melkpoeder onder de werking van Verordening (EEG) no. 1624/76; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1966, 216); Wijziging Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1968, 3; 1976, 217); Ontheffingsbeschikking verwerking EEG-melk 1970 melk en melkproducten ( Stcrt.1970, 247); Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten (Stcrt. 1976, 217); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 Stcrt. 1964, 62; Ontheffing ingevolge art. 14 landbouwuitvoerwet 1938 voor door uitsmelting verkregen botervet (Stcrt. 1958, 167); Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1968, 218)

    Opmerking: Ontheffing kan verleend worden voor het vervoeren en de opslag van boter uit percelen bestemd voor de bereiding van margarine. Hieronder vallen ook toegestane afwijkingen indien buitenlandse wetgevingen dit nodig achten. Het gaat om ontheffingen inzake de uitvoer van landbouwproducten die niet voldoen aan de eisen die gesteld zijn in landbouwuitvoerbesluiten.

    Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing of wijzing regelgeving

    136

    Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het gebruik van andere verpakkingen en merken dan in het Reglement genoemd

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.7, vernummerd naar art. 5 in Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb. 1952, 12. Art. XIV; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd Stb. 1956, 78 art, 1.IV

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    137

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens uitvoercontrolebeschikkingen, controlebeschikkingen en ontheffingsbeschikkingen is geregeld

    Periode: 1948–1993

    Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art.3; Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas artt. 8, 20.3, 21;

    Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas artt. 9.1-3 en 21.1-2; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art.4; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking boter 1968 art 13.h; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 16.2, 17.1b,51.2, 54.2b, 60.1,60.3a; Kaascontrolebeschikking 1970, zoals gewijzigd artt. 1, 60.2, 60.3.a, 60.4; Botercontrolebeschikking 1957, zoals gewijzigd art IE, 30.2; Botercontrolebeschikking 1967 art. 33.1b, 43; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk- en melkproducten artt. 9.2, 13; Botercontrolebeschikking 1967 artt. 22.2, 23.1, 42, 43

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Ontheffing ten aanzien van kaas kan verleend worden op verzoek van de exporteur en hangt samen met de bestemming van de kaas, of als

    in het land van bestemming andere regels gelden inzake korstbehandeling.

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw en bij de directeur directie veeteelt en zuivel.

    Waardering: V 5 jaar na afloop of intrekking wijziging beschikking

    140

    Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake de toevoeging van stoffen tijdens de bereiding van boter

    Periode: 1957–1967

    Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 art. 24

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 2 jaar na afloop van vergunning

    142

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Botercontrolebeschikking 1957 en de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld

    Periode: 1957–1982

    Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 artt. 22.2, 23.1; Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 en 1947(?): Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 21, 33.2, 49, 59

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: V 2 jaar na afloop ontheffing

    144

    Handeling: Het verlenen van een vergunning om het Rijksbotermerk te drukken op deksels van kartonnen bekers met een inhoud van 250 gram, waarin boter wordt verpakt

    Periode: 1960–1967

    Grondslag: Besluit tot het bedrukken van kartonnen bekerverpakking met het Rijksbotermerk art. 1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van de afdeling veeteelt en zuivelwezen

    Waardering: V 2 jaar na intrekking vergunning of verandering wetgeving

    145

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 ; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 22.3 art. 48.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2jaar na afloop ontheffing

    146

    Handeling: Het verlenen en intrekken van toestemming voor het gebruik van korstbehandelingsmiddelen voor kaas

    Periode: 1962–1982

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 14, 22.6; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 9.2-3, 42, 43

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 2 jaar na afloop toestemming

    150

    Handeling: Het verbinden van voorschriften aan vrijstellingen en ontheffingen met betrekking tot het bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten is bepaald

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art 3.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    151

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluiten; landbouwkwaliteitsregelingen

    Product: Regeling Vrijstelling aanbrengen Rijksbaconmerk (Stcrt. 1983, 209); Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stb. 1992, 661); Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbeschikking bloembollen (Stcrt. 1983, 167); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring bloembollen (Stcrt. 1981, 136); Vrijstelling verplichte aanduiding classificatie bloembollen leverbaar (Stcrt. 1984, 122); Vrijstellingsregeling Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten (Stcrt. 1986, 96); Vrijstellingsregeling boterproducten (EEG) (Stcrt. 1987, 16); Vrijstellingsregeling halfvolle boter (Stcrt. 1988, 170); Vrijstellingsregeling halfvolle roomboter (Stcrt. 1990, 196); Vrijstellingsregels boterwikkels (Stcrt. 1994, 246); Vrijstellingsregeling bak- en braadboter EEG (Stcrt. 1985, 233); Vrijstellingsregeling pure butter ghee EEG (Stcrt. 1984, 171)

    Opmerking: Indien zodanige vrijstelling of ontheffing betrekking heeft op een bepaling die de volksgezondheid raakt, verleent deze Minister slechts in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid. Indien deze nadere regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken (onbewerkt hout).

    Waardering: V 5 jaar na afloop vrijstelling of wijziging intrekking landbouwkwaliteitsbesluit

    153

    Handeling: Het goedkeuren van het verlenen van vrijstelling door het Productschap voor Vee en Vlees

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1978 art 3.1; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1981 art 3.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    154

    Handeling: Het verlenen van toestemming voor verhandeling van Nederlands melkpoeder dat niet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten art. 30

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze eisen hebben betrekking op vetgehalte, vochtgehalte, hulpstoffen en toevoegingen, residuen van bestrijdingsmiddelen. Toestemming in het geval van niet aangeslotenen wordt gegeven door de Directeur Veehouderij en Zuivel van het Ministerie van Landbouw. Toestemming in het geval van aangeslotenen wordt gegeven door de Directeur van de Stichting COZ.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur veehouderij en Zuivel

    Waardering: V 2 jaar na afloop vrijstelling, ontheffing of na intrekking regelgeveing

    155

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling van hetgeen bij of krachten het Landbouwkwaliteitsbesluiten is geregeld

    Periode: 1983–1983

    Grondslag: Vrijstellingsbeschikking kaasproducten 1983 art. 2; Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (EEG) artt. 1-2; Vrijstellingsregeling zuigelingenvoeding artt. 1-2; Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (proefverpakkingen) artt. 1-2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om vrijstellingen met betrekking tot het bedrijfsmatig bereiden van fabriekskaas door anderen dan aangeslotenen bij de COKZ, voorzover het bereiden uitsluitend bestaat uit: a. het in opslag hebben van fabriekskaas door anderen dan de bereider tijdens het voor rijping bepaalde opslagtijdvak; b. het anders dan op de plaats van verkoop aan de verbruiker vermalen of versnijden van kaas tot eenheden product, bestemd of geschikt om als zodanig aan de verbruiker te worden afgeleverd. Deze beschikking is slechts enkele maanden van kracht geweest. De formele bevoegdheid ligt bij de Staatssecretaris.

    Waardering: V 2 jaar na afloop vrijstelling of wijziging , intrekking Landbouwkwaliteitsbesluit.

    156

    Handeling: Het machtigen van importeurs om biologische producten te importeren uit derde landen die niet zijn opgenomen in de lijst van de Europese Commissie

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode art. 10

    Product: Machtigingen

    Opmerking: Deze machtiging wordt slechts verleend en is uitsluitend geldig, indien door de importeur wordt aangetoond dat het product is verkregen op een wijze die gelijkwaardig is aan de ingevolge deze regeling aangewezen productiemethoden. De uit derde landen afkomstige producten dienen bij invoer vergezeld te gaan van een certificaat, waaruit blijkt dat deze producten gecontroleerd zijn in het kader van een door de Commissie van de EG erkende controleregeling. – De machtiging vervalt zodat het derde land in de lijst van de Europese Commissie is opgenomen.

    Waardering: V 10 jaar

    10.7.2. Delegatie van bevoegdheden

    158

    Handeling: Het aan privaatrechtelijke instellingen en productschappen delegeren van de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is geregeld

    Periode: 1962–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluiten; landbouwkwaliteitsbesluiten

    Product: Landbouwkwaliteitsregelingen; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen; Vrijstellingsregelingen

    Opmerking: De ontheffingen kunnen verleend worden door organisaties die nauw betrokken zijn bij de regelgeving zoals bijvoorbeeld het COKZ en SKAL.

    Waardering: B, 5

    160

    Handeling: Het delegeren van bevoegdheden aan productschappen tot het stellen van regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 6.1; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.1-2; Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art 10.2; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3a.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 3.1; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 5.1; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.1

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Regeling houdende overdracht bevoegdheden scharreleieren en intrekking Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren (Stcrt.1989, 222); Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren (Stcrt. 1981, 204)

    Opmerking: De Minister kan bepalen dat voorschriften van productschappen, goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit Indien de voorschriften betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid.

    Waardering: B, 5

    161

    Handeling: Het (aan de directeur van Stichting Centraal Orgaan Zuivelcontrole) delegeren van de bevoegdheid tot verlenen van ontheffingen van hetgeen dat bij of krachtens het Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten bepaald is

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten art. 73

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Veehouderij en Zuivel.

    Waardering: B, 5

    162

    Handeling: Het machtigen van controle-instellingen tot het verlenen van toestemming aan haar aangeslotenen, tot het aanbrengen van merken

    Periode: 1983–1998

    Grondslag: Vrijstelling aanbrengen Rijksbaconmerk art. 1

    Product: Machtigingen

    Opmerking: Het gaat om bacon die door de aangeslotenen van de Stichting Nederlandse Baconcentrale bereid is en die in het Verenigd Koninkrijk wordt verpakt in consumenteneenheden. Voorbeeld van zo’n controle instelling is de Stichting Nederlandse baconcontrole.

    Waardering: B, 5

    183

    Handeling: Het goedkeuren van een verleende vrijstelling die door controle-instellingen en productschappen verleend worden met betrekking tot hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is

    Periode: 1977–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art 10.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 10.4; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 12.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 8.2; Landbouwkwaliteitsbesluit Gemedicineerd veevoeder art 20.3; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 13.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 14.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 10.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen en ontheffingen vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 11.4; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffing en nadere voorschriften bacon art 3.1

    Product: Machtigingen

    Opmerking: Het gaat om regels die betrekking hebben op de bereiding, de bewaring, de keuring, het gebruik van toevoegingen, grond- of hulpstoffen , en het gebruik van merken voor bacon en kunnen voorschriften inhouden inzake de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen voorzover de desbetreffende regels de gezondheid niet raken.

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw.

    Waardering: V 2 jaar na afloop vrijstelling, ontheffing of na intrekking regeling

    10.8. Het controlesysteem

    10.8.1. Controle

    185

    Handeling: Het stellen van regels voor het registreren van aangiftes van bedrijven die boter en of margarine bereiden

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 4.4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Schriftelijke registraties worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar het bedrijf wordt uitgeoefend, van de ligging van de bereid- en bewaarplaatsen met een omschrijving van die plaatsten en opgaven van de kadastrale sectie en nummering.

    Waardering: B,5

    186

    Handeling: Het voorbereiden tot het geven van voorschriften tot het uitoefenen van controlefuncties ten aanzien van de kwaliteit van boter

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 13.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om functies voor inspecteurs, adjunctinspecteurs, en visiteurs.

    Waardering: B, 5

    187

    Handeling: Het toevoegen van leden aan de Centrale Commissie voor de botercontrolestations

    Periode: 1912–1920

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 27; Besluit tot wijziging van het KB van 17 juli 1912 (Stb. 1920, 84) art. 3.

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze leden hebben in de vergaderingen van de Commissie een raadgevende stem.

    Waardering: V 2 jaar na vertrek uit commissie

    188

    Handeling: Het vaststellen van de eisen waaraan personen/bedrijven moeten voldoen om te kunnen worden aangesloten bij een botercontrolestations

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 10

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    189

    Handeling: Het regelen van hetgeen besproken moet worden bij de vergaderingen van de Centrale Commissie voor de botercontrolestations

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 29; Besluit tot wijziging van het KB van 17 juli 1912 (Stb. 1920, 84) art. 4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Artikel 29 wordt artikel 28

    Waardering: V 2 jaar

    190

    Handeling: Het vaststellen van kringen waarbinnen botercontrolestations hun werkzaamheden mogen beoefenen

    Periode: 1920–1982

    Grondslag: Wijziging van het Botermerkenbesluit art. 1; botermerkenbesluit 1912 art. 3.2; Botercontrolebeschikking 1967 art. 5

    Product: Botermerkenbeschikking Kringen 1967 (Stcrt. 1967, 162); Wijziging botermerkenbeschikking Kringen 1967 (Stcrt. 1973, 3)

    Waardering: B, 5

    191

    Handeling: Het vaststellen welke verplichtingen opgelegd moeten worden aan aangeslotenen bij controle-instellingen

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 20.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    192

    Handeling: Het aanwijzen van personen in dienst van een controle-instelling die bevoegd zijn tot onderzoek en controle van landbouwproducten

    Periode: 1938–

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 9; Landbouwkwaliteitswet art. 15.3

    Product: Landbouwuitvoerbesluit 1946 algemene voorwaarden (Stb. 1946, G263); Landbouwuitvoerbesluit 1963 algemene voorwaarden (Stb. 1963, 67); Uitvoercontrolebesluit 1951 boter (Stb. 1952, 17); Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen (Stb. 1951, 416); Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten (Stb. 1957, 63); Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten (Stb. 1940, N.679vv); Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten (Stb. 1963, 218); Regeling houdende wijziging KCB-controlepersoneel als onbezoldigd ambtenaar van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (Stcrt. 1993, 74)

    Opmerking: Het gaat hier om de bevoegdheden tot het onderwerpen aan een onderzoek van voertuigen en andere plaatsen, waar producten aanwezig zijn en het nemen van monsters van die producten. e bevoegdheid kan alleen toegepast worden op producenten die aangesloten zijn bij de desbetreffende controle-instellingen.

    Waardering: V 2 jaar bna vertrek

    193

    Handeling: Het regelen van de verschillende bevoegdheden voor andere dan controle-instellingen als bedoeld in art. 8 van de Landbouwuitvoerwet 1938

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 12

    Product: Uitvoercontrolebesluit haring 1964 (Stcrt.1964,149); Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen (Stb.1949, J119); Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen (Stb.1955,58); Uitvoercontrolebesluit 1951 bloembollen (Stb.1951,329)

    Waardering: B, 5

    194

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften met betrekking tot het controleren van landbouwproducten die bestemd zijn voor de uitvoer

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 22.2

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Het gaat om voorschriften met betrekking tot de monsterneming, de verzegeling, de verzending, het onderzoek van monsters en het toevoegen van bederfwerende middelen.

    Waardering: B, 5

    195

    Handeling: Het aanwijzen van uitvoercontrole-organen met het toezicht op naleving van hetgeen bij of krachtens de Landbouwuitvoerwet 1938 art. 5 en het Landbouwuitvoerbesluit 1946 is geregeld

    Periode: 1946–1964

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het stellen van de regels wordt gedaan door de kroon.

    Waardering: B, 1/5

    196

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter van het bestuur van uitvoercontrole-organen en controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1946–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.8; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.i; Landbouwkwaliteitswet art.12.1; Landbouwkwaliteitsbesluiten

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Benoeming geschiedt op voordracht van het bestuur van de controle-instelling.

    Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    197

    Handeling: Het vaststellen van de bijdrage die aangeslotenen bij controlestations moeten betalen

    Periode: 1948–1976

    Grondslag: Besluit van 30 oktober 1947, houdende aanvulling van het Botermerkenbesluit art. 16a. 1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    198

    Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor de verrichtingen van de Plantenziektenkundige Dienst ten aanzien van de controle op boomkwekerijgewassen

    Periode: 1959–1963

    Grondslag: Wijziging Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten art. I d

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De verrichtingen hebben betrekking op toezicht op naleving door aangeslotenen, het keuren en afgifte van geleidebiljetten.

    Waardering: B, 5

    199

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften omtrent de uitvoer van proeven voor de controle op kaas

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 55.4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de landbouw

    Waardering: B, 5

    200

    Handeling: Het aanwijzen van de voorzitters voor kaascontrolestations

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 9.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de landbouw

    Waardering: V 2 jaar na ontheffing van het voorzitterschap.

    201

    Handeling: Het bepalen dat gedragingen, ter zake waarvan bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit regelen zijn gesteld, uitsluitend zijn toegestaan aan degenen die zijn aangewezen bij een controle-instelling, aangewezen krachtens art. 8 van de Landbouwkwaliteistwet

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteistwet art.9.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4/5

    202

    Handeling: Het erkennen van controlediensten alsmede het intrekken van erkenningen van controlediensten op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art 3.1b; Landbouwkwaliteitswet art. 8.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    203

    Handeling: Het instellen van controlestructuren op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsregelingen; Verordening inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.1-2 en 14.5

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Een controlestructuur kan één of meer controlediensten en/of particuliere organisaties omvatten, die daartoe door de Lidstaten zijn aangewezen, respectievelijk erkend. Vanaf 1 januari 1998 moeten particuliere organisaties, om in het kader van deze verordening door de Lidstaten te worden erkend, voldoen aan de vereisten van norm EN 45011 van 26 juni 1989.

    Waardering: B, 4

    204

    Handeling: Het goedkeuren van methoden voor het vaststellen of zuivelproducten voldoen aan hetgeen bij landbouwkwaliteitsbesluiten of landbouwkwaliteitsregelingen bepaald is

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 169; Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten art. 77.1; Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten art. 117.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Alleen in die gevallen waarvoor geen methoden zijn opgenomen in de bijlage.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van het RIKILT en de directeur Veehouderij en Zuivel

    Waardering: V 10 jaar na aanpassing methode

    205

    Handeling: Het nemen van maatregelen om er voor te zorgen dat een producent die aan de bepalingen van deze verordening voldoet toegang heeft tot het controlesysteem

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 10.6; EG-verordening inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.6

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 6 jaar

    219

    Handeling: Het voordragen van bepalingen van bijzonder toezicht op percelen waar zowel boter en margarine worden bereid alsmede het berekenen van de kosten hiervan

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 9.1-2

    Product: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet (Stb.1909, 406)

    Opmerking: Bepaling gebeurt door de kroon.

    Waardering: B, 5

    220

    Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van de betaling van de kosten voor bijzonder toezicht op de bereiding van boter

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet art. 12

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het hoofd of de bestuurder (van een bedrijf) kan hier tegen in beroep gaan bij de Directeur Generaal van de Landbouw.

    Waardering: V 10 jaar

    221

    Handeling: Het voordragen van Rijkszuivelvisiteurs

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 13.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Aanstelling gebeurt door de kroon.

    Waardering: V 2 jaar

    225

    Handeling: Het goedkeuren van statuten en keuringsreglementen van controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit alsmede de wijzigingen en aanvullingen hiervan

    Periode: 1912–

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 8; Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 2b; Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.7; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.g; Kaascontrolebeschikking 1970 art. 2.2; Botercontrolebeschikking 1967, art. 3.2; Rijksbotermerkenbeschikking 1951 art. 2.1; Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 6.f en 8.2; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.e; Landbouwkwaliteitswet art.10.3

    Product: Goedkeuring keuringsreglement NBC (Stcrt. 1978, 77); Goedkeuring voorlopig reglement op de Tuchtrechtspraak KCB (Stcrt. 1978, 91); Goedkeuring voorlopig Tuchtbesluit (Stcrt. 1978, 94); Goedkeuring wijziging Reglement uitreiking merken bacon (Stcrt. 1989, 147); Controlereglement biologische productiemethoden (Stcrt. 1993, 140)

    Waardering: B, 4

    226

    Handeling: Het goedkeuren van de benoemingen van directeuren van botercontrolestations

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 19

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 2 jaar

    227

    Handeling: Het vaststellen van de eisen waaraan bestuursleden, commissarissen en directeuren van botercontrolestations moeten voldoen

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 17

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    228

    Handeling: Het goedkeuren van besluiten van controle-instellingen

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van artikel 7, houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden geplaatst (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 20.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 3

    230

    Handeling: Het goedkeuren van door controle-instellingen vastgestelde tarieven voor controlekosten alsmede de wijze van inning daarvan

    Periode: 1930–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 15; Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 12; Landbouwkwaliteitswet art. 11.2

    Product: Goedkeuring Financieel Reglement Stichting scharreleierencontrole (Stcrt. 1979, 169); Wisselende bijdrage (Stcrt. 1981,34)

    Opmerking: Tot 1963 geldt dit voor de Stichting Nederlands Eiercontrole Bureau. Het gaat hier om kosten met betrekking tot toezicht en keuring door de controle-instelling vastgesteld

    Waardering: V 5 jaar

    232

    Handeling: Het toevoegen van een adviserend lid aan het bestuur van controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van artikel 7, houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden geplaatst (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 3.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na wijziging

    233

    Handeling: Het goedkeuren van de aanwijzing van een voorzitter alsmede de benoeming van de bestuursleden van een baconcontrole-instelling

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van artikel 7, houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden geplaatst (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 3.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na wijziging

    234

    Handeling: Het voorbereiden tot het intrekken van de controlebevoegdheid van controlestations voor landbouwproducten

    Periode: 1940–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 7; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten art. 7; Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten art. 8

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas (Stcrt. 1956, 251)

    Opmerking: Intrekking van de bevoegdheid geschiedt indien de controle-instellingen niet meer voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het Landbouwuitvoerbesluit 1946 of op enigerlei wijze handelt in strijd met de belangen van de Uitvoercontroleregeling voor zuivelproducten.

    Waardering: B, 5

    235

    Handeling: Het benoemen van ambtenaren ter bevordering van een behoorlijke uitvoering van de Haringwet

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Haringwet 1927 art.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Uitvoeren van controlewerkzaamheden.

    Waardering: V 2 jaar na ontslag

    236

    Handelingen: Het regelen van de werkkring en de bevoegdheden van de ambtenaren, die ter bevordering van een behoorlijke uitvoering van de Haringwet zijn benoemd

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Haringwet 1927 art.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    237

    Handeling: Het goedkeuren van benoemingen van directeuren van uitvoercontrole-organen en controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1946–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.9; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.j; Landbouwkwaliteitswet art. 12.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Voor de Vereniging Uitvoer Controle Bureau voor Tuinbouwproducten treedt dit in werking met ingang van april 1964.

    Waardering: V 2 jaar

    238

    Handeling: Het stellen van regels inzake het toezicht op uitvoercontrole-organen

    Periode: 1946–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.6; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.f

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Voor de Vereniging Uitvoer Controle Bureau voor Tuinbouwproducten treedt dit in werking met ingang van april 1964.

    Waardering: B, 5

    239

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die toegang hebben tot bestuursvergaderingen van controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1946–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.12; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.m; Landbouwkwaliteitswet art. 12.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na vertrek

    240

    Handeling: Het toezien op het financieel beheer van controle-organen

    Periode: 1946–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.10; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.h

    Waardering: B, 5

    241

    Handeling: Het goedkeuren van de zekerheidsstellingen die door de uitvoercontrole-organen zijn opgesteld

    Periode: 1946–1963

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 12

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om zekerheidsstellingen ten aanzien van de juiste naleving van de uit de Landbouwuitvoerwet 1938 voortvloeiende verplichtingen. Tot 1963 geld dit voor de Stichting Nederlands Eiercontrole Bureau.

    Waardering: V 15 jaar

    243

    Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het CVM, CZL en UCB

    Periode: 1961–1983

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 11.2; Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 art.10

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij directeur afdeling veeteelt en zuivelwezen en bij de directeur Directie Tuinbouw. Deze laatste wordt bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor alle eindrapportages

    V, 10 jaar voor alle overige producten

    244

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie met betrekking tot het aanwijzen van de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1974–

    Grondslag: Beschikking aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) van 26 februari 1974, Stcrt. (art. 1-2)

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    245

    Handeling: Het benoemen van ambtenaren belast met de uitoefening van het rijkstoezicht op controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit, alsmede het (kunnen) verlenen van nader omschreven bevoegdheden

    Periode: 1977–

    Grondslag: Beschikking rijkstoezicht op de controle-instellingen 15 augustus 1977/no. J2094 Stcrt.159 art.2.1

    Product: Besluit

    Waardering: V 10 jaar

    248

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken met betrekking tot het aanwijzen van de ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Beschikking aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) van 15 mei 1979, Stcrt.115

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat hier om ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren bedoeld in de artikelen 18.1 en 33 van de Warenwet (art. 1-2) ?

    Waardering: V 10 jaar

    250

    Handeling: Het goedkeuren van bestemmingen van bezittingen van de Vereniging Kwaliteits-Controlebureau voor groenten en fruit nadat deze is ontbonden

    Periode: 1977–

    Grondslag: Statuten en keuringsreglement Kwaliteits-Controle-Bureau voor groenten en fruit art. 35.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De bezittingen krijgen een bestemming nadat aan de schulden zijn voldaan.

    Waardering: V 6 jaar

    251

    Handeling: Het belasten van ambtenaren met de uitoefening van het rijkstoezicht op controle-instellingen

    Periode: 1977–

    Grondslag: Regeling rijkstoezicht op de controle-instellingen art. 2.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Minister kan deze ambtenaren nader omschreven bevoegdheden verlenen.

    Waardering: V 10 jaar

    253

    Handeling: Het vaststellen van nadere regels omtrent de voorschriften die door de controle-instellingen in hun reglementen worden vastgesteld inzake door deze instellingen uit te oefenen controles

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduiding art. 6.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze controle-instellingen zijn: SKAL, COZ, COKZ, KCB en CPE.

    Waardering: B, 5

    10.8.2. Keuring

    254

    Handeling: Het stellen van regels voor het onderzoeken van boter- en margarinemonsters

    Periode: 1900–1953

    Grondslag: Boterwet art. 10; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 18.2; Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet art. 4h; Wijziging boterwet art. VII. 117.2 (Stcrt. 1953, 417)

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    255

    Handeling: Het aanwijzen van deskundigen voor het onderzoeken van botermonsters

    Periode: 1900–1973

    Grondslag: Boterwet art. 9; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 17.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na ontheffing als deskundige

    257

    Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor het bemonsteren van boter en het onderzoek van botermonsters

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 24

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: B, 5

    258

    Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van stoffen die geschikt zijn om margarine in mengsels te herkennen

    Periode: 1935–1973

    Grondslag: Wet van 21 maart 1935 tot wijziging van art. 3 van de Boterwet art. 1.I; Buitenwerking gesteld bij Landbouwkwaliteitswet art. 19.1

    Product: AMvB’s

    Waardering: V 2 jaar na intrekking AMvB of Wet

    259

    Handeling: Het regelen van de wijze waarop de keuring en het toezicht op keuringen van Rijkswege zal geschieden

    Periode: 1938–

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 11; Landbouwkwaliteitswet art. 12.4

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 155, 246); Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Regeling rijkstoezicht op de controle-instellingen (Stcrt.1977,159)

    Waardering: B, 5

    260

    Handeling: Het vaststellen van de standplaatsen alsmede de instructie voor de opperkeurmeester voor haring

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art 3.2

    Product: Beschikking van 28 juni 1911, C.V.

    Waardering: V 5 jaar

    261

    Handeling: Het bepalen van de jaarwedde van de haringkeurmeesters

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.2-2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    262

    Handeling: Het verlenen van de titel van opperkeurmeester aan een der haringkeurmeesters

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.3-1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na ontheffing van de titel

    264

    Handeling: Het stellen van regels voor het keuren van landbouwproducten, de methoden van monsterneming en onderzoek met betrekking tot de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 15.4; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.5; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art.7; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptie-aardappelen art. 6; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 7; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitswet vis en visproducten art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 5; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 5; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten artt. 4 en 5.1

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten (Stcrt.1982, 145, Stcrt. 1982,145 bijlage); Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten (Stcrt. 1981, 251, Stcrt. 1981, 251 bijlage); Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten (Stcrt. 1983, 200); Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding bijlage (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 bijlage (Stcrt. 1994, 116); Landbouwkwaliteitsregeling baconkeuring en -merken (Stcrt. 1978, 63); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring bloembollen (Stcrt. 1981, 136); Landbouwkwaliteitsregeling keuring bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring en tekenen scharreleieren (Stcrt. 1979, 120); Landbouwkwaliteitsregeling scharreleierenkeuring en -merken (Stcrt.1993, 229); Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken (Stcrt. 1981, 204)

    Waardering: B, 1/5

    267

    Handeling: Het benoemen, ontslaan en schorsen van haringkeurmeesters

    Periode: 1911–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art. 2-1

    Product: Beschikingen

    Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    272

    Handeling: Het vaststellen van bedragen voor de kosten van toezicht en keuring en het daarbij regelen van de wijze van de inning

    Periode: 1930–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 15; Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen art. 9; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen art. 7; Uitvoercontrolebesluit haring 1964, art. 11; Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 12; Landbouwkwaliteitswet art.11.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955. 246); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: V 5 jaar

    297

    Handeling: Het machtigen van inspecteurs, adjunct-inspecteurs, visiteurs en scheikundigen tot het betreden van plaatsen waar boter, margarine en andere vetten worden bereid of verkocht

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 14.2-4 en 18.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na intrekking machtiging

    298

    Handeling: Het goedkeuren van mededelingen van controle-instellingen die voor de openbaarmaking bestemd zijn

    Periode: 1912–1978

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 25; Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 13.1

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    299

    Handeling: Het goedkeuren van garantiebedragen vastgesteld door een baconcontrole-instelling alsmede de voorwaarden waaronder deze worden gesteld

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Besluit van 5 april 1930 tot uitvoering van artikel 7 houdenden bepalingen waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te kunnen worden gesteld (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 7

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het bestuur van een baconcontrole-instelling kan van de aangeslotenen eisen om een bankgarantie voor te leggen.

    Waardering: V 15 jaar

    300

    Handeling: Het goedkeuren van regels die door de VNB gesteld zijn ten aanzien van het keuren van bacon

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van art. 7 houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden gesteld, (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 12

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 15 jaar

    301

    Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het ZKB

    Periode: 1948–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 23.2; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 3 (Stcrt. 1961,90); Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 1.b (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 6; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 1; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 3.2d; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. I.c (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art.20.2

    Product: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur (Stcrt. 1955,79)

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Veeteelt en Zuivel. Deze wordt vanaf 1961 bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages

    V, 10 jaar overige neerslag

    302

    Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het CVM en CZL

    Periode: 1961–1983

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten art. 11.2

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Veeteelt en Zuivel.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor alle eindreportages

    V 10 jaar voor alle overige producten

    303

    Handeling: Het goedkeuren van keuringsinstructies voor tuinbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1964–1977

    Grondslag: Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 art. 3

    Producten: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    10.8.3. Merken, tekenen en bewijsstukken

    306

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van het merken van boter en kaas

    Periode: 1900–1973

    Grondslag: Boterwet art. 2; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 7.1-2; Wijziging boterwet art I. 7.1 (Stcrt. 1953, 417); Wet op de Rijkskaasmerken art.2; Voorschriften voor het bemonsteren van kaas en het onderzoek van monsters kaas; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1-2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    307

    Handeling: Het vaststellen van merken voor boter en kaas

    Periode: 1905–1973

    Grondslag: Wet houdende bepaling betreffende het merken van boter en kaas, afkomstig van aangeslotenen bij een onder Rijkstoezicht staand botercontrolestations art. 1; Wet op de Rijkskaasmerken art. 1; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1-2

    Product: Botermerkenbesluit (Stb. 1912, 263); Rijksbotermerkenbeschikking 1951 (Stcrt. 1951, 249); Rijksbotermerkenbeschikking 1967 (Stcrt. 1967, 162);Beschikking van 31 juni 1960 met betrekking tot het bedrukken van kartonnen bekerverpakking met het Rijksbotermerk (Stcrt. 1960, 110);Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 (Stcrt. 1970, 19); Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 (Stcrt. 1962, 61);Voorschriften voor het bemonsteren van kaas en het onderzoek van monsters kaas (Stcrt. 1932, 55) ; Besluit tot het bedrukken van kartonnen bekerverpakking met het Rijksbotermerk (Stcrt. 1960, 110)

    Opmerking: Deze merken zijn uitsluitend bestemd om door of vanwege aangeslotenen bij een onder Rijkstoezicht staand boter- of kaascontrolestation te worden aangebracht op door hen bereide of aangekochte boter en kaas of op de verpakking hiervan. Het gaat om exportkwaliteitsmerken en ‘gewone merken’.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindproduct

    V 10 jaar overige neerslag

    308

    Handeling: Het geven van voorschriften inzake herkomstbewijzen waar in te voeren boter van moet zijn voorzien

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet art. 4e en f; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Het gaat om voorwaarden voor de invoer van boter en margarine;

    De voorwaarden waarvan, die in te voeren boter en margarine moeten voldoen; en de wijze waarop gehandeld dient de worden indien de boter en margarine niet aan de gestelde eisen voldoen.

    Waardering: B, 5

    309

    Handeling: Het vaststellen van merken waarmee wordt aangeduid dat boter vervalst is

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet art. 4h; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5 voor eindproduct

    V 10 jaar overige neerslag

    310

    Handeling: Het voorschrijven van de wijze waarop de verpakking van haring gemerkt moet worden

    Periode: 1937–1963

    Grondslag: Haringwet 1937 art.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    311

    Handeling: Het vaststellen van het model geleidebiljet voor vervoer van haring binnen Nederland

    Periode: 1937–1963

    Grondslag: Haringwet 1937 art.1.c

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    312

    Handeling: Het vaststellen van regels betreffende het vervaardigen, voorhanden hebben en afleveren van merken, tekenen en bewijsstukken en van clichés, stempels, en andere werktuigen ter vervaardiging of aanbrenging van merken

    Periode: 1938–1977

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 7

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955, 246);

    Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: B, 1/5

    313

    Handeling: Het stellen van regels inzake de gebruikmaking van (kwaliteits)merken, tekenen en bewijsstukken voor landbouwproducten alsmede het vaststellen van merken, tekenen of bewijsstukken die gebruikt moeten worden bij de keuring van landbouwproducten

    Periode: 1938–

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 6,11; Kaascontrolebeschikking 1970 art. 52.1; Uitvoercontrolebesluit 1951 bloembollen art. 6.c; Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen art. 5.c; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen art. 6.c; Landbouwkwaliteitswet art.7.1-2, 9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 6.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethoden art. 5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptie-aardappelen art.7.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 8.2; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 8.3; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4.3-4; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten artt. 1,6; 2.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 155,246);

    Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter (Stcrt. 1952, 63);

    Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101);

    Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157);

    Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Landbouwkwaliteitsregeling baconkeuring en -merken (Stcrt. 1978, 63); Landbouwkwaliteitsregeling keuring bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsregeling vaststelling bewijsstukken (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten artt. 8 en 9 (Stcrt.1982, 145); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60); Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten artt. 11-17 (Stcrt. 1981, 251); Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten (Stcrt.1983, 200); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring en tekenen scharreleieren (Stcrt. 1979, 120); Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken art 3-4 (Stcrt. 1981, 204)

    Opmerking: Voor de volgende producten loopt de periode tot en met 1998: bacon.

    Waardering: B, 5

    314

    Handeling: Het bepalen wanneer een stempelmerk gebruikt wordt om aan te geven dat in de ton, de keg of het blik hommers of kuiters verpakt zijn

    Periode: 1938–1952

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.6-3b; Vervallen Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb.1952, 12 art. X

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    315

    Handeling: Het vaststellen van de modellen van de stempels en papieren merken voor verpakte haring

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938, art.8a zoals gewijzigd in het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb.1952, 12 art. XIV

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindproduct

    V 10 jaar voor overige neerdlag

    316

    Handeling: Het vaststellen van de bedragen, waarvan tegen betaling stempels en papieren merken beschikbaar worden verstrekt voor verpakte haring

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8b zoals gewijzigd in het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb.1952, 12 art. XIV

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    317

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende het aanvragen, het verstrekken en het inleveren van stempels voor verpakte haring

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8d

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    318

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende het aanvragen, het verstrekken en het inleveren van papieren merken alsmede de wijze waarop de verschillende merken moeten worden aangebracht op verpakte haring

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8e zoals gewijzigd in het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb.1952, 12 art. XVIII

    Product: Beschikkingen

    Waadering: B, 5

    319

    Handeling: Het voorbereiden tot het stellen van regels tot het bevoegd verklaren van uitvoercontrole-organen tot het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken

    Periode: 1946–1972

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 3

    Waardering: B, 5

    320

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften inzake de aanvraag en afdoening van vergunningen voor het bedrukken, aanbrengen en gebruiken van etiketten

    Periode: 1951–1967

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1951 art. 11

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    321

    Handeling: Het bepalen van de wijze waarop Rijkskaasmerken door de vereniging ‘het Kaasmerk’ te Leiden vervaardigd en afgeleverd worden

    Periode: 1962–1982

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 6.a–b; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.b

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    322

    Handeling: Het beslissen welke Rijkskaasmerken op kaas moeten worden aangebracht waarvoor bij de bereiding een vrijstelling is verleend, alsmede het vaststellen van de wijze waarop het vetgehalte wordt aangeduid

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 3.g ,21.3 en 49.4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    323

    Handelingen: Het aanwijzen van adviserende bestuursleden voor de Stichting ‘Het Kaasmerk’

    Periode: 1962–1998

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 6.e; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.e; Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.2d

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na wijziging

    324

    Handeling: Het vaststellen van letter- en cijfertekens in Rijkskaasmerken

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 4.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    326

    Handeling: Het benoemen van de leden van de Rijksbotermerkencommissie

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 26.1; Wijziging Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art.29 (Stcrt. 1972, 98)

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: 1967–1972 was dit artikel 31.1

    Waardering: V 2 jaar na ontslag uit commissie

    327

    Handeling: Het treffen van maatregelen die nodig zijn voor de aanduidingen van onbewerkt hout bij indeling en verhandeling zoals dat bij of krachtens de EEG richtlijn indeling van onbewerkt hout bepaald is

    Periode: 1968–

    Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 3

    Waardering: B, 1

    328

    Handeling: Het vaststellen van de wijze van aanduiding van toevoegingen van kruiderijen aan kaassoorten

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 17.5

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om kaassoorten waarvoor dit bij deze beschikking niet is voorgeschreven.

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    329

    Handeling: Het aanwijzen van bloembollen die voorzien kunnen worden van een merk

    Periode: 1980–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 5.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    330

    Handeling: Het intrekken van de bevoegdheid van de Stichting ‘Het Kaasmerk’ tot het vervaardigen van Rijkskaasmerken

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    331

    Handeling: Het opstellen van eisen waar de Stichting ‘Het Kaasmerk’ aan moet voldoen

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.2a

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    333

    Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verplicht stellen van bepaalde vermeldingen op de verpakking van zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art.6.3

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling Zuigelingenvoeding 1994 (Stcrt.1994, 116)

    Opmerking: Indien deze regels betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid.

    Waardering: B, 5

    334

    Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het aanmerken van productiemethoden als biologisch en het verdere gebruik van de term ‘biologisch’

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.2

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stb. 1992, 661)

    Waardering: B, 5

    336

    Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent productspecificaties voor rundvlees

    Periode: 1997–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 3.1a en 3.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    338

    Handeling: Het onder voorwaarden uitreiken en intrekken van merkenstempels aan controle-instellingen

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon artt. 22, 23, 24

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na intrekking

    340

    Handeling: Het vaststellen of goedkeuren van stempels voor boteretiketten

    Periode: 1951–1967

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1951 art. 7.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    343

    Handeling: Het goedkeuren van de prijs waartegen Rijkskaasmerken worden afgeleverd door de vereniging ‘het Kaasmerk’ te Leiden

    Periode: 1962–1982

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1962, art. 6.c; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.c

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na wijziging

    346

    Handeling: Het verlenen van goedkeuring aan de vereniging ‘het Kaasmerk’ te Leiden tot het vervaardigen en afleveren van andere merken dan Rijkskaasmerken

    Periode: 1962–1982

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 6.d; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.d

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    352

    Handeling: Het bevoegd verklaren van drukkers tot het bedrukken van etiketten en wikkelpapieren met het Rijksbotermerk en bijbehorende letters en nummers

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 22.1-2; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd (Stcrt. 1972, 98) art 29

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Aan deze bevoegdverklaring kunnen voorwaarden worden verbonden die bij niet nakomen ervan, kan worden ingetrokken.

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    362

    Handeling: Het verlenen van toestemming voor het bedrukken van verpakkingsmateriaal met rijksbotermerken en rijksmelkpoedermerken

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten art. 16; Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten artt. 14-15

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van de Directie Landbouw. Deze verstrekt hiervoor herkenningsnummers. Aan zodanige toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.

    Waardering: V 10 of 12 jaar na intrekking

    367

    Handeling: Het intrekken van merken van botercontrolestations

    Periode: 1912–1976

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 artt. 7, 22

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Indien de stations niet of niet behoorlijk de hun bij dit besluit opgelegde verplichtingen nakomen.

    De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

    Waardering: B,5

    368

    Handeling: Het intrekken van merkenstempels van aangeslotenen

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 27

    Product: Beschikkingen:

    Opmerking: Intrekking gebeurt in het geval van misbruik. De Minister licht hier meteen de controle-instelling over in

    Waardering: V 10 jaar

    369

    Handeling: Het stellen van regels voor het toezicht van Rijkswege op de gebruikmaking van merken, tekenen en bewijsstukken voor landbouwproducten

    Periode: 1938–1972

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 11; Landbouwkwaliteitswet art.7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethoden art. 5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptie-aardappelen art.7.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 8.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 8.2-3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten 8.3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 8.3; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4.3-4; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 8.3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten art. 6

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 155, 246); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter (Stcrt. 1952, 63); Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Landbouwkwaliteitsregeling baconkeuring en -merken (Stcrt. 1978, 63); Landbouwkwaliteitsregeling keuring bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsregeling vaststelling bewijsstukken (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten artt. 8 en 9 (Stcrt.1982, 145); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60); Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten artt. 11-17 (Stcrt. 1981, 251); Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten art. 8-9 (Stcrt.1983, 200); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring en tekenen scharreleieren (Stcrt. 1979, 120); Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken art 3-4 (Stcrt. 1981, 204)

    Waardering: B+V

    B, 1 voor beschikkingen en regelingen en eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    370

    Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het ZKB, CVM en CZL

    Periode: 1948–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 23.2; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 11.2; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 3; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 1.b; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 6; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 1; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 3.2d; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. I.c; Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art.20.2

    Product: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur (Stcrt. 1955,79)

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van het veeteelt en zuivelwezen. Deze wordt vanaf 1961 bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst. Het COKZ voert dit in mandaat uit namens de Minister.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor beschikkingen, regelingen en eindrapportages

    V 10 jaar overige neerslag

    372

    Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het UCB

    Periode: 1964–1977

    Grondslag: Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 art.10

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Directie Tuinbouw. Deze wordt bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor beschikkingen, regelingenn en eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    375

    Handeling: Het goedkeuren dat de Stichting ‘Het Kaasmerk’ andere merken dan Rijkskaasmerken vervaardigt en levert

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.2c

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    376

    Handeling: Het goedkeuren van statuten en reglementen van de Stichting ‘Het Kaasmerk’, alsmede wijzigingen of aanvullingen daarvan

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.2d

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Stichting het kaasmerk was tot 1985 de vereniging het kaasmerk

    Waardering: B, 4

    377

    Handeling: Het goedkeuren van de verkoopprijs van Rijkskaasmerken

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 13.2b

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    10.8.4. Tuchtrecht, Strafbepalingen, en beroep

    378

    Handeling: Het belasten van Rijkszuivelinspecteurs, adjunct-Rijkszuivelinspecteurs en Rijkszuivelvisiteurs tot het opsporen van feiten die krachtens de Boterwet strafbaar zijn gesteld

    Periode: 1900–1973

    Grondslag: Boterwet art. 6; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 13.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    379

    Handeling: Het belasten van ambtenaren met de opsporing van de feiten die bij de Landbouwuitvoerwet strafbaar zijn gesteld

    Periode: 1938–1955

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 19; Landbouwuitvoerwet zoals gewijzigd (Stb. 955, 213) art. 19 (economische delicten)

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter Stcrt. 1952, 63; Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter Stcrt. 1968, 101;

    Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder Stcrt. 1948, 157

    Waardering: V 10 jaar

    380

    Handeling: Het voorbereiden tot het vaststellen van de wijze van beëdiging van de ambtenaren die door de Minister van Landbouw zijn belast met de opsporing van de feiten die bij de Landbouwuitvoerwet strafbaar zijn gesteld

    Periode: 1938–1955

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 20; Wijziging Wet van 20 mei 1955, houdende wijziging van regelingen betreffende economische delicten, art. XIII C

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    381

    Handeling: Het vaststellen van instructies voor opsporingsambtenaren op het gebied van de Landbouwuitvoerwet

    Periode: 1938–1955

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 20; Wijziging Wet van 20 mei 1955, houdende wijziging van regelingen betreffende economische delicten, art. XIII C

    Product: Instructies

    Waardering: B, 5

    383

    Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Justitie, belasten van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet

    Periode: 1974–

    Product: Beschikkingen

    Grondslag: Regeling aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) art. 1

    Opmerking: Overeenstemming gebeurt met de Minister van Justitie

    Waardering: B, 5

    384

    Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken, belasten van ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet, voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Regeling aanwijzing ambtenaren Keuringsdiensten van Waren (Landbouwkwaliteitswet) art. 1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    385

    Handeling: Het goedkeuren van reglementen voor de tuchtrechtspraak die opgesteld zijn door de besturen

    van de uitvoercontrole-organen

    Periode: 1946–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 4.2; Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art.2

    Product: Beschikkigen

    Waardering: B,5

    387

    Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het tuchtrecht op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 13.3

    Product: KB van 12 juli 1979 (Stb. 1979, 455)

    Waardering: B, 5

    393

    Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van de voorzitter en de vice-voorzitters van het tuchtgerecht en eventueel het centraal tuchtgerecht

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 8.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na wijziging

    394

    Handeling: Het goedkeuren van het behouden van een functie in het tuchtgerecht ondanks het zwagerschap

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 8.4

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    407

    Handeling: Het goedkeuren van de bijzondere bestemming die controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit geven aan opbrengsten van boeten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 13.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    408

    Handeling: Het instellen van een Raad van Beroep en het regelen van al hetgeen dat hierop betrekking heeft

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon artt. 28, 32

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Instelling geschiedt door de aanwijzing van drie leden en drie plaatsvervangende leden. De uitspraak van de Raad van Beroep is bindend voor de besturen van de controle-instellingen

    Waardering: B, 4

    410

    Handeling: Het beoordelen van uitspraken van de Raad van Beroep

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 31

    Product: Beooordelingsrapporten

    Opmerking: In geval van niet-toelating of schrapping als aangeslotene kan de betrokkene tegen de uitspraak van de raad van Beroep bij de Minister in beroep gaan. De uitspraak van de Minister is bindend voor de besturen van de controle-instellingen.

    Waardering: B, 3

    411

    Handeling: Het benoemen van leden en plaatsvervangers van de Raad van Beroep

    Periode: 1946–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 5.1; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 5.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5/10 , Vernietigingstermijn 5 jaar na beëindiging of 10 jaar na overlijden

    414

    Handeling: Het voordragen voor benoeming van leden, plaatsvervangers, deskundige bijzitters en secretarissen van de Raad van Beroep

    Periode: 1963–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 5.3-5

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    415

    Handeling: Het regelen van vergoedingen van de werkzaamheden voor de leden van de Raad van Beroep

    Periode: 1963–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 5.6

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    417

    Handeling: Het goedkeuren van het reglement van de Raad van Beroep alsmede de aanvullingen en wijzigingen hiervan

    Periode: 1963–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 11

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    419

    Handeling: Het goedkeuren van benoemingen en aanwijzingen van leden en hun plaatsvervangers van de Centrale Raad van Beroep voor de Kaascontrolestations

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 69.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    420

    Handeling: Het goedkeuren van reglementen van de Centrale Raad van Beroep voor de Kaascontrolestations alsmede de wijzigingen en aanvullingen hiervan

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 69.6

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    421

    Handeling: Het voorschieten van de kosten van een ingesteld beroep

    Periode: 1963–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 8

    Waardering: V 10 jaar

    10.9. Gemedicineerde Voeders

    426

    Handeling: Het beslissen of een aanvraag tot de toelating van een diergeneesmiddel verder in behandeling wordt genomen

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingsprocedure diergeneesmiddelen artt. 5, 6

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Indien de aanvrager zonder geldige reden in gebreke blijft met betrekking tot: het overleggen van gegevens, het opsturen van de resultaten van onderzoeken, het inzenden van monsters, het voldoen van in rekening gebrachte kosten. Van deze beslissing wordt de aanvrager per aangetekende brief mededeling gedaan. De Minister beslist over toelating binnen één maand na het uitbrengen van advies van de receptuurcommissie

    Waardering: V 5 jaar

    428

    Handeling: Het al dan niet toelaten alsmede het intrekken van toelatingen van diergeneesmiddelen die niet voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingseisen diergeneesmiddelen

    Periode: 1978–1981

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking houdende overgangsregeling toelating diergeneesmiddelen 1979-I art. 4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat hierbij om het toetsen of diergeneesmiddelen gedurende een overgangsfase aan de gestelde toelatingseisen voldoen.

    Waardering: B, 5

    429

    Handeling: Het vaststellen van een lijst van gemedicineerde voeders

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 10.1 en 10.3

    Product: Landbouwkwaliteitsbeschikking standaardisering gemedicineerde voeders (Stcrt. 1978, 82)

    Opmerking: In deze lijst worden aard en samenstelling van de gemedicineerde voeders omschreven. Hier wordt met name vermeld: De in de diervoeders door toevoeging van diergeneesmiddelen te verwerken werkzame stoffen, aangeduid met generieke benamingen of chemische formules,

    De in de diervoeders te verwerken hoeveelheid aan werkzame stoffen.

    Waardering: B, 5

    430

    Handeling: Het benoemen van de leden van de receptuurcommissie

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art.11.2

    Product: Benoemingen

    Waardering: V 2 jaar na ontslag uit commissie

    431

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de toelatingseisen van geneesmiddelen op de lijst van gemedicineerde voeders

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 12.1 en 12.3

    Product: Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingseisen diergeneesmiddelen (Stcrt.1987, 82); Landbouwkwaliteitsbeschikking houdende overgangsregeling toelating diergeneesmiddelen 1979-I (Stcrt. 1979,9)

    Opmerking: De toelatingsregels hebben betrekking op de hoedanigheid en verpakkingen van de geneesmiddelen alsmede op de termijnen van toelating.

    Waardering: B, 5

    432

    Handeling: Het beslissen of diergeneesmiddelen toegelaten worden tot de lijst van gemedicineerde voeders

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder artt. 13.1 en 15.1

    Product: Landbouwkwaliteitsbeschikking houdende overgangsregeling toelating diergeneesmiddelen 1979-I (Stcrt. 1979,9)

    Opmerking: Indien blijkt dat het geneesmiddel niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet wordt het bij een met redenen omklede beschikking ingetrokken

    Waardering: B, 5

    433

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de toelatingsprocedure van diergeneesmiddelen alsmede de kostenvergoeding voor onderzoek

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 13.3-4

    Product: Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingsprocedure diergeneesmiddelen (Stcrt.1987, 82); Landbouwkwaliteitsbeschikking houdende overgangsregeling toelating diergeneesmiddelen 1979-I (Stcrt. 1979,9)

    Opmerking: De regels hebben betrekking op het indienen van een aanvraag, de wijze van behandeling daarvan, alsmede de termijn waarbinnen moet worden beslist de kosten van onderzoek vloeien voort uit een aanvraag voor toelating van gemedicineerd voeder tot de lijst van gemedicineerde voeders.

    Waardering: B, 5

    434

    Handeling: Het bijhouden van het register van toegelaten diergeneesmiddelen

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 14.1

    Product: Register

    Opmerking: Geregistreerd wordt de naam waaronder het diergeneesmiddel in de handel wordt gebracht, het toelatingsnummer, de werkzame stof of stoffen, de naam en het adres van diegene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen en de naam en het adres van de fabrikant.

    Waardering: B, 5

    10.10. Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specifiteitscertificeringen

    437

    Handeling: Het nemen van maatregelen om rechtsbescherming te bieden tegen het onrechtmatig of bedrieglijk gebruiken of nabootsen van geregistreerde en voorbehouden benamingen, vermeldingen en van het communautaire symbool

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-Verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 17

    Product: Lijst van door de EU erkende specificiteiten, uitsluitend producten uit andere lidstaten, geen Nederlandse producten

    Opmerking: De geregistreerde benamingen worden beschermd tegen elke praktijk die het publiek kan misleiden, waaronder ook worden verstaan praktijken die de suggestie wekken dat de betrokken landbouwproducten of levensmiddelen worden gedekt door een door de Europese Gemeenschap verleende specificiteitscertificering. De Lidstaat stelt de Commissie en de andere Lidstaten van de genomen maatregelen in kennis.

    Waardering: B, 5

    438

    Handeling: Het nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat de op nationaal niveau gebruikte handelsbenamingen geen aanleiding geven tot verwarring met geregistreerde en voorbehouden benamingen van landbouwproducten

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 18

    Product: Lijst van door de EU erkende specificiteiten, uitsluitend producten uit andere lidstaten, geen Nederlandse producten.

    Waardering: B, 5

    439

    Handeling: Het aantekenen van bezwaar bij de Commissie van Europese Gemeenschappen tegen registratie of wijzigen van productdossiers

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art 4.2; EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art.7.1

    Product: Bezwaarschriften

    Opmerking: Het gaat om bezwaarschriften van personen die kunnen aantonen een wettelijk economisch belang te hebben bij het al dan niet in bescherming nemen van een productnaam. De bezwaarschriften worden geformuleerd door het HPA. De taak van I&H is er voor zorg te dragen dat alle betrokkenen kennis kunnen nemen van een aanvraag, ook van die uit andere lidstaten. Daarnaast dienen bezwaarschriften door I&H in overweging genomen te worden en door worden gezonden naar de Europese Commissie.

    Waardering: B, 5

    442

    Handeling: Het besluiten of een aanvraag tot registratie van een product in een productdossier gerechtvaardigd is

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 5.5

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Minister zendt de aanvraag, het productiedossier en de andere documenten waarop zijn besluit gebaseerd is naar de Commissie, indien hij van mening is dat aan de eisen van de Verordening inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen is voldaan. Indien de aanvraag betrekking heeft op een benaming die ook in een andere lidstaat gelegen gebied aanduidt, wordt de betrokken lidstaat geraadpleegd alvorens er een besluit genomen wordt.

    Waardering: B, 5

    443

    Handeling: Het indienen van verzoeken bij de Commissie van Europese Gemeenschappen om productdossiers te wijzigen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 9

    Product: Indieningsverzoeken

    Opmerking: Het gaat in het bijzonder om rekening te houden met ontwikkelingen in de wetenschappelijke en technische kennis of om het geografische gebied opnieuw af te bakenen

    Waardering: B, 5 hoort bij productdossier!

    444

    Handeling: Het informeren van de Europese Commissie over de aangewezen en erkende instellingen die de taak hebben te waarborgen dat landbouwproducten en levensmiddelen met een beschermde benaming aan de eisen van het productdossier beantwoorden

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 10.2 en 10.5

    Waardering: B, 5 hoort bij productdossier!

    446

    Handeling: Het onderzoeken van klachten van andere lidstaten inzake het niet voldoen aan voorwaarden vermeld in productdossiers van landbouwproducten of levensmiddelen waarvoor beschermende benamingen gelden

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 11.2

    Product: Onderzoeksrapporten

    Opmerking: De andere Lidstaten worden op de hoogte gesteld van de bevindingen en genomen maatregelen

    Waardering: V 5 jaar na afhandeling klacht

    447

    Handeling: Het indienen van bezwaren bij de Europese Commissie tegen het door andere EG-lidstaten niet voldoen aan voorwaarden voor landbouwproducten of levensmiddelen met een beschermde naam

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening(2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 11.2-3

    Producten: Bezwaarschriften

    Opmerking: Eerst wordt bij de betrokken Lidstaat voorgelegd dat niet wordt voldaan aan een voorwaarde vermeld in het productdossier van landbouwproducten of levensmiddelen waarvoor een beschermende benaming geldt. Vervolgens wordt de klacht ingediend indien zich herhaaldelijk onregelmatigheden voordoen en de betrokken Lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

    Waardering: B, 5

    448

    Handeling: Het beslissen welke van de wettelijke beschermde benamingen van landbouwproducten of levensmiddelen krachtens deze verordening geregistreerd kunnen worden

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 17.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze beslissing wordt meegedeeld aan de Commissie voor Europese Gemeenschappen binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening

    Waardering: B, 5

    449

    Handeling: Het bekend maken van relevante gegevens betreffende de door de Minister aangewezen organisaties alsmede de Europese Commissie hierover in kennis stellen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 7.4

    Opmerking: De erkende organisaties, waaronder productschappen en controle-instellingen, kunnen beoordelen of producten in aanmerking komen voor registratie in een productdossier. De Minister maakt bekend aan groeperingen die gerechtigd zijn tot aanvragen van registraties bij welke organisaties zij dit kunnen doen. Dus welke organsaties daarvoor erkend zijn.

    Waardering: V 10 jaar

    450

    Handeling: Het beoordelen of registratieaanvragen voor specificering van landbouwproducten of levensmiddelen gerechtigd zijn

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 7.3

    Product: Beoordelingsverslagen

    Opmerking: Aanvragen die aan de eisen voldoen worden doorgezonden naar de Europese Commissie

    Waardering: V 5 jaar

    451

    Handeling: Het machtigen van personen en partijen om inzage te verkrijgen in de registratieaanvragen inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen artt. 8.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om personen en partijen die kunnen aantonen dat ze een wettig economisch belang hebben bij de registratie van specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen

    Waardering: V 10 jaar

    452

    Handeling: Het treffen van maatregelen om ingediende bezwaarschriften, binnen de vereiste termen in overweging te nemen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen artt. 8.4

    Opmerking: Het gaat om bezwaarschriften van personen die kunnen aantonen een wettelijk economisch belang te hebben bij het al dan niet in bescherming nemen van een productnaam

    Waardering: V 10 jaar

    453

    Handeling: Het aantekenen van bezwaar bij de Commissie van Europese Gemeenschappen tegen specificiteitscertificering van producten en levensmiddelen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen artt. 8.4

    Opmerking: Bezwaar kan aangetekend worden binnen vijf maanden na bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen

    Waardering: B, 5

    454

    Handeling: Het tot overeenstemming komen met betrokken Lidstaten inzake registratieaanvragen specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 9.2

    Opmerking: De Commissie van Europese Gemeenschappen wordt in kennis gesteld van alle gegevens die deze overeenstemming mogelijk hebben gemaakt alsmede het standpunt van de aanvrager en dat van de bezwaarde. Dit gaat rechtstreeks tussen de lidstaten

    Waardering: B, 5

    455

    Handeling: Het voorleggen van twijfels aan andere betrokken Lidstaten dat niet wordt voldaan aan voorwaarden vermeld in de productdossiers van landbouwproducten of levensmiddelen waarvoor communautaire specificiteitscerificeringen gelden.

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 10.1-2

    Waardering: B, 5

    456

    Handeling: Het onderzoeken van klachten van andere Lidstaten inzake het niet voldoen aan voorwaarden vermeld in de productdossiers van landbouwproducten of levensmiddelen waarvoor communautaire specificiteitscerificering gelden

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 10.2

    Opmerking: De andere Lidstaten worden op de hoogte gesteld van de bevindingen en genomen maatregelen

    Waardering: V 5 jaar na afhandeling klacht

    457

    Handeling: Het indienen van een klacht bij de Commissie van Europese Gemeenschappen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening (2082/92) inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 10.3

    Opmerking: De klacht wordt ingediend indien zich herhaaldelijk onregelmatigheden voordoen en de betrokken Lidstaten niet tot overeenstemming kunnen komen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

    Waardering: B, 5

    459

    Handelingen: Het bij de Europese Commissie verzoeken om, alsmede het bezwaar aantekenen tegen, het wijzigen van productdossiers

    Periode: 1993–

    Grondslag: Verordening inzake specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 11.1, 11.3 en 11.5

    Opmerking: Op verzoek van in Nederland gevestigde groeperingen van producenten

    Bezwaar kan aangetekend worden binnen drie maanden na de datum van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    Waardering: B, 5

    463

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die vergaderingen van de adviescommissie bij kunnen wonen

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze ambtenaren hebben een raadgevende stem in de adviescommissie

    Waardering: V 10 jaar

    471

    Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de procedure omtrent productdossiers

    Periode: 1994–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduiding art. 4.1-2

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering (Stcrt. 1994, 7)

    Waardering: B, 5

    10.11. Voedselveiligheid

    10.11.1. Afstemming met andere departementen

    473

    Handeling: Het vastleggen van afspraken inzake de toepassing en interpretaties van regelgeving gebaseerd op de Warenwet

    Periode: 1945–

    Product: Overeenkomst

    Bron: Interview

    Opmerking: De Minister van Volksgezondheid heeft het laatste woord indien het gaat om voorschriften uit de Warenwet (interpretatiezaken) en de Minister van Landbouw indien het gaat om voorschriften uit de Landbouwkwaliteitswet.

    Waardering: B, 5

    474

    Handeling: Het deelnemen aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW) alsmede het evalueren van de gang van zaken van het overleg

    Periode: 1997–

    Grondslag: Protocol van het Regulier Overleg Warenwet artt. 3.1c, 10

    Product: Evaluatierapporten

    Opmerking: Er zijn 2 vormen van overleg; een algemeen overleg over de hoofdlijnen van het beleid en de voorgenomen regelgeving; deskundigenoverleg over specifieke of meer technische regelgeving en beleidsvragen.

    Waardering: B, 5

    10.11.2. Nitraat

    475

    Handeling: Het in onderling overleg opstellen en vastleggen van normen over het nitraatgehalte in bladgroente

    Periode: 1982–

    Product: Beschikkingen

    Bron: Beleidsinformatie, 1992 jaargang 4 nummer 11 p. 5

    De formele bevoegdheid ligt bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

    Waardering: B, 5

    476

    Handeling: Het vastleggen van afspraken inzake de afstemming van taken tussen de RVV en de IGB (voorheen KvW)

    Periode: 1983–

    Product: Overeenkomst

    Bron: Interview

    Opmerking: IGB: Inspectie Gezondheidsbescherming van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. RVV Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. De Minister van Volksgezondheid heeft het laatste woord indien het gaat om voorschriften uit de Warenwet (interpretatiezaken) en is in staat om de RVV in deze te instrueren.

    Waardering: B, 5

    10.11.3. Residuen, contaminatie en additieven

    477

    Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen en evalueren van het beleid inzake de gevolgen van residuen, contaminatie en additieven in voeding

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsstukken

    Waardering: B, 1/2

    10.11.4. Codex Alimentarius

    479

    Handeling: Het zorgdragen voor het Codex Contact Point

    Periode: 1961–

    Opmerking: Alle informatie van de dertig comités van de Codex Alimentarius komt hier binnen.

    Waardfering: B, 5 voor eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    480

    Handeling: Het voorbereiden van en deelnemen aan Codex comités

    Periode: 1961–

    Opmerking: Standpuntvoorbereiding, interdepartementale afstemming, overleg met maatschappelijke groeperingen, beleidsuitvoering, opstellen Codex, het leveren van de voorzitter voor de CCFAC etc.

    Waardering: B+V

    B, 4 voor eindrapportages

    V 5 jaar voor overige neerslag

    481

    Handeling: Het voorbereiden van en deelnemen aan de Codex Alimentarius Commission (CAC)

    Periode: 1961–

    Bron: Interview

    Opmerking: De CAC is de hoogste besluitvormende organisatie binnen de Codex.

    Waardering: B+V

    B, 4 voor eindrapportages

    V 5 jaar voor overige neerslag

    482

    Handeling: Het opstellen van documenten voor de relevante Codex Commissies

    Periode: 1961–1961

    Bron: Interview

    Opmerking: Codex Committee on Fish and Fishery Products

    Waardering: B,5

    10.11.5. Kwaliteitsprogramma Agrarische Producten

    483

    Handeling: Het samen met het bedrijfsleven opzetten en uitvoeren van het kwaliteitsprogramma agrarische producten

    Periode: 1989–

    Product: Convenant

    Bron: KAP Jaarverslag 1993, 1997

    Waardering: B+V

    B, 5 voor programma’s en eindrapportages

    V 10 jaar uitvoering en overige neerslag

    484

    Handeling: Het maken van afspraken met betrekking tot het verzamelen, beheren en interpreteren van de resultaten van de Nederlandse residubewaking

    Periode: 1993–

    Product: Convenant

    Bron: KAP Jaarverslag 1993, 1997

    Opmerking: De activiteiten worden uitgevoerd door het RIKILT. Het bedrijfsleven en de overheid hebben afspraken gemaakt met betrekking op de aanlevering van meetresultaten uit monitorprogramma’s, de centrale verwerking van deze overzichten, de wijze waarop deze gegevens gepubliceerd worden en de participatie van het agrarisch bedrijfsleven in overlegorganen die beleidsbepalend zijn ten aanzien van de veiligheid van het agrarisch product.

    Waardering: B, 5

    486

    Handeling: Het door middel van onderling overleg beleidsmatig aansturen van de organisatie van de KAP-database

    Periode: 1993–

    Bron: Interview

    Opmerking: Het RIKILT beheert de database. Andere partijen (inclusief de industrie) leveren de data.

    Waardering: B, 5

    10.11.6. Verbetering kwaliteitszorg levensmiddelen

    487

    Handeling: Het samen met het bedrijfsleven invoeren van integrale kwaliteitszorgsystemen voor agrarische producten

    Periode: 1989–

    Bron: Feiten en cijfers 1989 deel 24, nr. 4

    Opmerking: Een integraal kwaliteitszorgsysteem betekent, dat het project betrekking heeft op de hele productieketen, van agrarische ondernemer tot detaillist

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages en eindproducten

    V 2 jaar voor overige neerslag

    488

    Handeling: Het in samenwerking met het bedrijfsleven opzetten van projecten om (microbiële) kwaliteit van levensmiddelen te verbeteren

    Periode: 1989–

    Bron: Feiten en cijfers 1989 deel 24, nr. 4

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages, eindproducten

    V 2 jaar voor overige neerslag

    489

    Handeling: Het instellen van de Wetenschappelijke Commissie Productveiligheid van Voedingsmiddelen

    Periode: 1990–

    Product: Instellingsbesluit

    Bron: Beleidsinformatie 1990, nummer 19, p. 5

    Opmerking: Aanleiding was de behoefte aan een wetenschappelijke standpuntbepaling bij de aanpak van vraagstukken op het gebied van de voedingsveiligheid. De deelnemende instanties waren: Landbouwuniversiteit Wageningen, de Vrije Universiteit Amsterdam, de Technische Universiteit Eindhoven, de directie VKA en het RIKILT.

    Waardering: B, 4

    10.11.7. Milieukritische stoffen

    491

    Handeling: Het instellen en opheffen van commissies met betrekking tot milieukritische stoffen

    Periode: 1960–

    Grondslag: Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij 8 januari 1960, nr. K 16 Kabinet; Opgeheven bij Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 4; Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 1; Instellingsbesluit Commissie Landelijke Platform Kritische Stoffen, Besluit (nr. J94696) van 16 januari 1994 van de Minister van LNV

    Product: Instellingsbesluit; beschikkingen

    Opmerking: Bedoeld worden hier de Landbouwadviescommissie radioactieve stoffen 1960–1973; de Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC) 1973–1994 en het Landelijke Platform Commissie Kritische Stoffen 1994–.

    Waardering: B, 4

    497

    Handeling: Het benoemen van de leden en plaatsvervangende leden van de Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC)

    Periode: 1973–1994

    Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 3.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    499

    Handeling: Het coördineren van de samenwerking tussen VROM, V&W en LNV inzake residuen in vis en waters waarin vis groeit

    Periode: 1945–

    Bron: Interview directie Visserij

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorstellen, nota’s en rapporten

    V 5 jaar voor overige neerslag

    10.11.8. Crisisbeheersing

    501

    Handeling: Het treffen van maatregelen indien naar het oordeel van de Minister bodem, water of lucht zodanig met radioactieve stoffen is, of dreigt te worden besmet dat aanmerkelijk gevaar is te duchten voor de gezondheid van dieren of planten, dan wel voor de deugdelijkheid van voortbrengselen van de landbouw

    Periode: 1945–

    Grondslag: Kernenergiewet art. 40

    Product: Noodmaatregelen in verband met radioactiviteit (schildklieren, spinazie en schapenmelk) Stcrt. 1986, 86

    Noodmaatregelingen in verband met de radioactiviteit (melkwinning)

    Melksanctiebesluit (Stcrt. 1986, 85, ingetrokken Stct. 1986, 101)

    Opmerking: De Minister treft deze maatregelen met inachtneming van de dienaangaande bij AMvB gestelde regelen.

    tot deze maatregelen kunnen behoren;

    a. het beletten dat dieren, planten of voortbrengselen van de landbouw zonder toestemming van Onze genoemde Minister buiten of binnen daarbij ingestelde gevarenzones worden gebracht

    b. het onderwerpen van dieren aan veeartsenijkundig onderzoek, DNA wel van dieren, planten of voortbrengselen van de landbouw aan reiniging, ontsmetting, afzondering of overbrenging naar elders;

    c. het in beslag nemen en vernietigen van dieren, planten of voortbrengselen van de landbouw. De Minister geeft van de maatregelen onverwijld kennis aan de burgermeester van de betrokken gemeente.

    Waardering: B, 5

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over mogelijke consequenties voor de voedselveiligheid als gevolg van calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Product: Agenda’s; notulen etc.

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    Waardering: B, 6

    Handeling aangepast

    503

    Handeling: Het in onderling overleg opstellen en uitvoeren van een (gecoördineerd) onderzoek naar de lange termijn effecten van straling op mens en milieu

    Periode: 1945–

    Product: Onderzoeksopdrachten, Onderzoeksresultaten etc.

    Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl, p. 14.

    Opmerking: Onderling overleg vindt plaats met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en de Minister van Verkeer en Waterstaat

    Waardering: B, 6

    Handeling is aangepast

    504

    Handeling: Het instellen van informatiecentra naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Product: Instellingsbesluiten

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 39

    Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. kernongeval in Tsjernobyl.

    Waardering: B, 6

    505

    Handeling: Het geven van voorlichting naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 41

    Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. het kernongeval in Tsjernobyl of calamiteiten zoals dioxineverontreiniging in zuivelproducten.

    Waardering: B, 6

    508

    Handeling: Het stellen van regels inzake tegemoetkomingen en schadevergoedingen aan boeren als gevolg van maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine artt. 3.5 en 6.2

    Product: Beschikking nr. J 4060 van de Minister van LNV, inzake het toekennen van een financiële tegemoetkoming aan houders van melkschapen ter zake van door hen ten gevolge van het ‘schapenmelkverbod’ geleden schade

    Bron: Beleidsinformatie 1986 p.51

    Opmerking: Schadevergoedingen werden uitgekeerd aan bijvoorbeeld melkveehouders en groentetelers als gevolg van het graasverbod en de omzetdaling in bladgroenten naar aanleiding van het kernongeval in Tsjernobyl.

    Een ander voorbeeld is de schade die geleden wordt door melkveehouders en houders van schapen en geiten naar aanleiding van de verhoogde concentraties van dioxine die zijn geconstateerd in melk.

    Waardering: B, 6

    509

    Handeling: Het aanwijzen van instellingen voor het laten uitbetalen van schadevergoedingen aan gedupeerde boeren als gevolg van maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1989–

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 6.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Bijvoorbeeld naar aanleiding van de verhoogde concentraties van dioxine die in melk waren geconstateerd.

    Waardering: B, 5

    510

    Handeling: Het stellen van regels inzake het door aangewezen instellingen zorgdragen voor het uitbetalen van schadevergoedingen aan gedupeerde boeren als gevolg van maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding was

    Periode: 1989–

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 6.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Bijvoorbeeld naar aanleiding van de verhoogde concentraties van dioxine die waren geconstateerd in melk. Voor zuivel, vee en vlees werd voor wat de betaling betreft gekozen voor een systeem waarbij een aangewezen instelling zich namens de Minister met de uitbetaling belastte, waarna een en ander met de Minister werd verrekend. Voor wat zuivel betreft was deze instelling ingevolge de warenwetregeling Dioxine in melk de Melkunie. Voor wat het vee en vlees betreft was tot 15 september 1989 het Voedselvoorzieningen -en verkoopbureau aangewezen.

    Waardering: B, 5

    511

    Handeling: Het verrekenen van tegemoetkomingen die door de uitbetalende instellingen zijn gedaan naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding was

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 6.2

    Waardering: B+V

    B, 6 voor eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    512

    Handeling: Het beoordelen of een dier uit bedrijfstechnische noodzaak moet worden afgestoten en geslacht naar aanleiding van de verhoogde concentraties van dioxine die zijn geconstateerd in melk

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art 4.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Slechts dan kan een boer aanspraken maken op een tegemoetkoming in de geleden schade.

    Waardering: V 10 jaar

    513

    Handeling: Het aanwijzen van een taxateur die de gebruikswaarde onderscheidenlijk de slachtwaarde van een dier zal beoordelen naar aanleiding van de verhoogde concentraties van dioxine die zijn geconstateerd in melk

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 5.1

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Directie Landbouw en Openluchtrecreatie.

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    514

    Handeling: Het aanwijzen van een taxateur voor hertaxatie

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 5.4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Beide instellingen wijzen een taxateur aan.

    Waardering: V 10 jaar

    516

    Handeling: Het verlenen van tegemoetkomingen aan diegenen voor wie een verhandelingverbod van ruwvoer geldt ingevolge het Besluit VVR verbod handel in gras 1989 gestelde

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 7

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    517

    Handeling: Het toestaan dat geleden schade voor de afzet van ruwvoer op andere wijze wordt aangetoond dan is vastgelegd in art. 7 van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine, en dat de tegemoetkoming op andere wijze kan worden berekend

    Periode: 1989–1994

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 7.4

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Directie Landbouw en Openluchtrecreatie.

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    518

    Handeling: Het geven van opdracht tot het verrichten van evaluerend onderzoek naar de gevolgen voor de landbouw n.a.v. crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding was

    Periode: 1986–

    Product: Evaluatierapport Werkplan afwikkeling Tsjernobyl

    Bron: Beleidsinformatie 1986, 46

    Opmerking: Een voorbeeld van zo’n onderzoek is het Evaluatierapport Werkplan afwikkeling Tsjernobyl door het Landbouwschap. Het rapport geeft inzicht in de kosten, de informatievoorziening, de gehanteerde normen en de coördinatie tussen de betrokken overheidsinstellingen. Ook de indirect geleden schade zoals het praktisch wegvallen van de vraag naar verse bladgroente is meegenomen.

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–

    Product: Agenda’s; notulen; etc.

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Economische Zaken (EZ), Verkeer en Waterstaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De formele bevoegdheid ligt bij de Staatssecretaris van landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

    Waardering: B, 6

    7.11.9. Consumenten

    520

    Handeling: Het stellen van regels inzake aanduidingen op het gebied van de voedselveiligheid, van levensmiddelen door middel van etiketten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Geconserveerde-aardappelenbesluit art. 5

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    521

    Vervallen

    522

    Handeling: Het instellen van alsmede participeren in de Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking Instelling Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling art. 1

    Product: O.a. Instellingsbesluit

    Opmerking: De commissie is ingesteld op 2 februari 1989 met terugwerkende kracht tot 1 december 1988. Beide Ministers financieren het beheer en zijn vertegenwoordigd in de commissie.

    Waardering: , 4/5

    526

    Handeling: Het organiseren van periodieke dialogen met maatschappelijke organisaties alsmede het in overleg met consumentenorganisaties bekijken op welk gebied vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties betrokken kunnen worden bij beleidsvoorbereidend overleg en bestuurlijke activiteiten op verschillende niveaus.

    Periode: 1992–

    Product: Verslagen

    Bron: Beleidsvoornemen: van meer naar beter, p. 24, 43

    Opmerking: Dit zijn: Consumentenorganisaties, de Nederlandse Vereniging van huisvrouwen, de centrale van plattelandsvrouwenorganisaties en de stichting Natuur en Milieu, het Consumentenplatform. LNV probeerde de kloof tussen producent en consument te dichten door het bevorderen van een maatschappelijke dialoog tussen producenten en consumenten en het vergroten van het vertrouwen van de consument in de agrarische productie.

    Waardering: B+V

    B,5 voor verslagen

    V 5 jaar voor overge neerslag zoals correspondentie

    Kwaliteit van het uitgangsmateriaal

    23. Handelingen

    23.1. Algemene handelingen

    529

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid inzake teeltmateriaal

    Periode: 1940–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties. Bijvoorbeeld ‘Notitie systeem verkeer uitgangsmateriaal in de toekomst (1991)

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad. Onder deze handeling valt ook:

    – het voeren van overleg met andere betrokken actoren

    – het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming het voeren van overleg met en het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd

    – het aan externe adviescommissies verzoeken om advies

    – het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen

    – het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument).

    Waardering: B, 1/2

    530

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1940–

    Bron: Begrotingen

    Product: Wet, houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder (Stb. 1920, 957); Kwekersbesluit (vb, 1942, 8); Keuringswet Tuinbouwzaden- en Plantgoed (Stb. 1952, 160); Zaaizaad- en plantgoedwet (Stb. 1966, 455)

    Opmerking: Bijvoorbeeld: Het aanpassen van de Zaaizaad- en plantgoedwet na herziening van UPOV-conventies. Voor (agro)biotechnologie geldt ook: de implementatie van EG-regelgeving door de voorbereiding van uitvoeringsmaatregelen in de vorm van formele wetten, AMvB’s, Ministeriële regelingen en verordeningen.

    Waardering: B, 1/2

    531

    Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van organisaties, raden, commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake teeltmateriaal

    Periode: 1940–

    Product: Instellingsbesluiten

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Voorbeelden van zo’n commissie is: Commissie van Advies voor Kwekerseigendom (1940).

    Waardering: B, 4

    532

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de beleidsvorming inzake teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B, 3

    533

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen over het beleid inzake teeltmateriaal en het anderszins informeren van leden van, of commissies uit het parlement

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B, 2/3

    534

    Handeling: Het opstellen van beleidsinformatie over teeltmateriaal en t.b.v. de Memorie van Toelichting bij begrotingen

    Periode: 1977–

    Waardering: B, 2/3

    535

    Handeling: Het informeren van de Staten-Generaal betreffende het beleid voor teeltmateriaal

    Periode: 1977–

    Waardering: B, ?

    536

    Handeling: Het opstellen van het standpunt t.a.v. teeltmateriaal van het Ministerie van LNV uit te dragen op conferenties

    Periode: 1977–

    Waardering: B, 1/2

    537

    Handeling: Het organisatorisch voorbereiden van de deelname aan conferenties, werkgroepen etc. m.b.t. teeltmateriaal, alsmede het deelnemen aan deze bijeenkomsten

    Periode: 1977–

    Waardering: B+V

    B, 5 voor rapporten, verslagen etc.

    V 2 jaar voor overige neerslag

    538

    Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman en parlementaire onderzoekscommissies naar aanleiding van klachten over de gevolgen of de uitvoering van het beleid inzake teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Behoorlijk behandeld over de Nationale Ombudsman. Parlementair onderzoek gebeurt meestal door de Commissies voor de Verzoekschriften.

    Waardering: B, 3

    539

    Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B, 3

    540

    Handeling: Het voeren van verweer in beroepschriftprocedures inzake teeltmateriaal en voor administratiefrechtelijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen en verweerschriften

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Drie maal ’s Raads recht over de Raad van State.

    Waardering: V 10 jaar

    541

    Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: De belangrijkste internationale organisatie op dit gebied is de UPOV, die het Nederlandse kwekersrecht in grote mate regelt.

    Waardering: B, 1/2

    542

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Bron: Begrotingen

    Waardering: V 3 jaar

    Uitzonderingscriterium kan worden toegepast in tijden van crisis

    543

    Handeling: Het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal op het terrein van teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindproducten

    V 5 jaar voor overige neerslag

    544

    Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

    Periode: 1945–

    Product: Brieven; notities; agenda’s; notulen; verslagen

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 1 voor verslagen

    V 5 jaar voor overige neerslag

    545

    Handeling: Het formuleren van het onderzoeksbeleid op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 1/5 voor voorstellen, nota’s, etc.

    V 5 jaar voor overige neerslag

    546

    Handeling: Het geven van bijdragen aan instellingen voor landbouwkundig onderzoek op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Voorbeelden van onderzoekcentra op het gebied van teeltmateriaal zijn; het Centrum voor Rassenonderzoek en Zaadtechnologie (CRZ); heet Instituut voor de veredeling van Tuinbouwgewassen Wageningen (IVT) en het Rijksinstituut voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen (RIVRO).

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorstellen, nota’s, etc.

    V 5 jaar vor overge neerslag

    547

    Handeling: Het beoordelen van de onderzoeksprogramma’s en de onderzoeksresultaten van de proefstations inzake teeltmateriaal

    Periode: 1945–

    Grondslag: Begrotingen

    Product: Beoordelingsverslagen

    Waardering: B, 5

    23.2. Europese handelingen

    23.2.1. Algemene Europese handelingen

    548

    Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake teeltmateriaal en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

    Periode: 1958–

    Opmerking: In de Europese Gemeenschap is het zaaizaadhandelsverkeer van teeltmateriaal van vrijwel alle belangrijke landbouw- en groentegewassen geregeld.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor eindrapportages en verslagen

    V 5 jaar voor overige neerslag

    549

    Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Product: Concept-fiches

    Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast. (Zie ook Pivotonderzoek ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.)

    Waardering: B,1

    550

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    551

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    552

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Waardering: B,1

    553

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    554

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot teeltmateriaal en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

    Waardering: B, 1

    555

    Handeling: Het participeren in comités waarbinnen de besluitvorming t.a.v. het intra-handelsverkeer van zaaizaad en plantgoed plaatsvindt alsmede het uitdragen van het Nederlandse standpunt

    Periode: 1966–

    Grondslag: Nota Zaadvak 1987, p. 37–38

    Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

    Opmerking: Deze comités zijn: het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin-, en bosbouw (1966–): voert de gestelde richtlijnen uit; het Beheerscomité Zaaizaden (1971–): uitvoerder voor de gemeenschappelijke marktordening voor de sector zaaizaad; het Raadgevend Comité zaaizaden (1974–) een adviescollege bestaande uit de diverse vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. De commissies geven met name technisch advies aan de Raad van Europa en de EC’s.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor voorstellen, nota’s, etc.

    V 50 jaar voor overige neerslag

    556

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake teeltmateriaal

    Periode: 1993–

    Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers.

    Waardering: B, 1

    557

    Handeling: Het aan de Europese Commissie rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Product: Rapporten

    Waardering: B, 3

    558

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot teeltmateriaal die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

    Periode: 1958–

    Product: Verslagen

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg

    Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.

    Waardering: B, 1

    559

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen op het gebied van teeltmateriaal en (agro)biotechnologie, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen

    Periode: 1958–

    Product: Verslagen; rapporten; etc.

    Waardering: B, 1

    560

    Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en regelgeving ten aanzien van teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 30

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken.

    Waardering: B, 5

    561

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Product: Circulaires

    Waardering: B, 5

    562

    Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

    Waardering: V 5–10 jaar

    563

    Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen voor benoeming als controleur op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende teeltmateriaal en (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Grondslag: EG-richtlijnen

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    564

    Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake teeltmateriaal en (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar na beëindiging functie.

    Uitzonderingscriterium kan worden toegepast bij politiek interessante personen

    565

    Handeling: Het nemen van maatregelen voor de toepassing van EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1958–

    Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

    Waardering: B, 5

    566

    Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een Raadsbesluit inzake teeltmateriaal

    Periode: 1993–

    Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

    Product: Implementatieplan

    Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen.

    Waardering: B, 5

    23.2.2. Specifieke Europese handelingen

    567

    Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raad van het bestuur van het CBP

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 37

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Waardering: B, 4

    568

    Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap in de Raad van het bestuur van het communautair kwekersrecht

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 38

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Waardering: B, 4

    569

    Handeling: Het aanstellen van een Nederlandse vertegenwoordiger voor aanvraagprocedures voor het communautair kwekersrecht

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 2.5

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat hierom procedures waarin LNV zelf aan deelneemt.

    Waardering: V 10 jaar

    570

    Handeling: Het aanwijzen van een centrale instantie die belast is verzoeken om rechtshulp van het Communautair Bureau voor Plantenrassen in ontvangst te nemen en door te zenden aan de bevoegde instanties

    Periode: 1995–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 (–) betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    571

    Handeling: Het aanvragen van vergoedingen bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen voor deskundigen en tolken en voor de kosten van de aanvraagprocedure

    Periode: 1995–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.6

    Product: Aanvragen

    Waardering: V 5 jaar

    572

    Handeling: Het regelen van nadere bijzonderheden in de nationale voorschriften betreffende de rechten, die op grond van de verordeningen (EG) (nr. 2100/94 en 1238/95) door de Lidstaat kunnen worden aangerekend

    Periode: 1995–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1238/95 van de commissie van 31 mei 1995 houdende toepassingsbepalingen van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad, met betrekking tot de aan het Communautair Bureau voor plantenrassen te betalen rechten art. 1.4

    Waardering: B, 5

    573

    Handeling: Het deelnemen aan werkgroepen die door de UPOV-Raad zijn ingesteld

    Periode: 1961–

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Opmerking: Deze werkgroepen hebben onder meer tot taak het voorbereiden van door de raad vast te stellen aanbevelingen, om een uniforme toepassing van het Verdrag in de verschillende lidstaten te bevorderen. De aanbevelingen zijn primair gericht tot de instanties die kwekersrechten verlenen in de UPOV-landen.

    Waardering: B, 4

    574

    Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raadgevende Commissie (UPOV) en de Commissie voor administratieve en juridische aangelegenheden (UPOV)

    Periode: 1961–

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Opmerking: Taken bestaan uit het bijwonen van de tweejaarlijkse vergadering in Genève en daarin het Nederlandse standpunt vertegenwoordigen.

    Waardering: B, 4

    576

    Handeling: Het verifiëren van de rekeningen van de Unie overeenkomstig de regelen bepaald in het administratief en financieel reglement

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 25

    Product: Financiële verslagen

    Opmerking: De UPOV-Raad bepaalt, met diens instemming, welke uniestaat deze taak gaat vervullen.

    Waardering: V 7 jaar

    577

    Handeling: Het leveren van financiële bijdragen aan UPOV

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 26.1,3

    Product: Financiële verslagen

    Waardering: V 7 jaar

    578

    Handeling: Het aangaan van onderlinge bijzondere regelingen met andere uniestaten voor de bescherming van kweekproducten

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 29

    Product: Samenwerkingsovereenkomsten; bilaterale erkenningen van onderzoeksresultaten

    Opmerking: Voor zover deze niet in strijd zijn met de bepalingen in het UPOV verdrag

    Samenwerkingsovereenkomsten onder meer met Oostenrijn, Japan, Zuid-Afrika. Acties die hier uit voortvloeien zijn: het opstellen van de overeenkomsten. Ondertekening hiervan gebeurt door de directeur van JZ, namens de Raad voor het Kwekersrecht.

    Waardering: B, 1

    579

    Handeling: Het opstellen van aktes van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ten aanzien van de UPOV

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 36

    Product: Aktes

    Opmerking: Er wordt de SG schriftelijk medegedeeld dat deze aktes van toepassing zijn op alle of een deel van de grondgebieden aangeduid in de verklaring of kennisgeving Iedere staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd of een dergelijke kennisgeving heeft gedaan, kan de SG mededelen dat deze akte ophoudt van toepassing te zijn op alle of op een deel van die grondgebieden.

    Het gaat hier om de SG van het Bureau van de UPOV.

    Waardering: B, 3

    580

    Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap van de UPOV-Raad

    Periode: 1988–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 18

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Opmerking: De Raad is een permanent orgaan van de UPOV. Nederland heeft in de periode 1988–1991 het voorzitterschap bekleed en gaat dit in de toekomst wellicht nog eens doen.

    Waardering: B, 4

    23.3. Kwekersvergoeding

    583

    Handeling: Het geven van voorschriften aan keuringsinstellingen op het gebied van het teeltmateriaal, omtrent de vorming van kwekersvergoedingenfondsen, het geldelijk beheer daarvan en het toezicht op dat beheer van Rijkswege, alsmede omtrent de bestemming van het geld van deze fondsen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 41.2

    Product: Voorschriftten

    Waardering: B, 5

    584

    Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen omtrent de administratie en het beheer van de door de keuringsinstellingen ingevorderde bedragen en de afrekening daarvan met de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1944–

    Product: Beschikkingen

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij ter uitvoering van art. 16 van het Kwekersbesluit 1941 (Jaarcijnzenbeschikking landbouwgewassen) art. 5; Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot heffingen ten behoeve van de Raad voor het kwekersrecht en het door deze te verrichten rassenonderzoek art. 4; Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen artt. 5, 13.3

    Waardering: B,5

    586

    Handeling: Het goedkeuren of vernietigen van tarieven die opgesteld zijn door keuringsinstellingen op het gebied van teeltmateriaal ten behoeve van het kwekersvergoedingenfonds alsmede het zelf vaststellen van tarieven

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 artt. 42.2, 44.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    587

    Handeling: Het vaststellen van vergoedingen uit het kwekersvergoedingenfonds

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 44.2

    Waardering: B, 5

    588

    Handeling: Het aanwijzen van organisaties die advies kunnen uitbrengen over de vaststellingen van vergoedingen voor kwekers

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 44.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat hier om de vaststelling in tarieven

    Waardering: B, 5

    590

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van het uitbetalen van beloningen uit kwekersvergoedingenfondsen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 46

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De beloning is bestemd voor kwekers die zich voor de instandhouding of verbetering van een ras dat op de rassenlijst geplaatst is, doch niet in het Centraal Rassenregister ingeschreven ras op bijzondere wijze verdienstelijk maakt of anderszins belangrijk kwekersarbeid verricht.

    Waardering: B, 1

    591

    Handeling: Het aanwijzen van bankstellingen voor het storten van gelden van het kwekersvergoedingenfonds

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 6.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 7 jaar

    592

    Handeling: Het in bijzondere gevallen goedkeuren van afwijkingen bij de financiële afhandeling inzake het kwekersvergoedingenfonds

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 6.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B+V

    B, 5 voor algemeen beleid

    V 7 jaar voor individuele gevallen

    593

    Handeling: Het op voorstel van de Stichting Nederlandse keuringsdienst voor landbouwzaden en aardappelpootgoed, beslissen welk bedrag jaarlijks ten hoogste ten laste van een kwekersvergoedingenfonds kan worden gebracht voor dekking van de kosten van het beheer van het fonds

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 7.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    595

    Handeling: Het beslissen om in bijzondere omstandigheden van het tijdstip voor het jaarlijks uitkeren van de kwekersvergoeding later te stellen

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 10.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 7 jaar

    23.4. Algemene voorschriften teeltmateriaal

    598

    Handeling: Het voorbereiden tot het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van meststoffen, zaaizaden en veevoeder

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art. 1

    Product: Besluit tot uitvoering van art 1 der wet van 31 december 1920 tot bestrijding van bedrog in den handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder (Stb. 1921, 671); Wijzigingsbesluit (Stb. 1924, 250)

    Waardering: B, 1

    599

    Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur regelen van waarborgen ten aanzien van de kwaliteit van meststoffen, zaaizaden en veevoeder

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art. 1

    Product: AMvB’s

    Waardering: B, 1

    600

    Handeling: Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften ten aanzien van het Kwekersbesluit 1941

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 59.2

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 2 October 1942, tot plaatsing van rassen op de rassenlijst voor landbouwgewassen (Stcrt. 1942, 192); Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 2 October 1942 met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen, in afwijking van het bepaalde in artikel 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1942, 192); Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 2 October 1942 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit; Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1942, 192)

    Waardering: B, 5

    601

    Handeling: Het schorsen en wederom in werking brengen van bezettingsregelingen op het gebied van teeltmateriaal

    Periode: 1945–1967

    Grondslag: Besluit bezettingsmaatregelen 1944 art. 15; Besluit houdens de opheffing van de schorsing van diverse besluiten en beschikkingen, genomen gedurende den bezettingstijd en in betrekking staande tot het Ministerie van Voedselvoorziening, Landbouw en Visscherij art. 1.1-6 art. 3

    Product: Brieven; nota’s; agenda’s; notulen; verslagen; etc.

    Opmerking: Het gaat om de volgende besluiten: Heffingsbesluit origineele zaden (Stcrt. 1944, 149); Besluit Tuinbouwkeuringsdienst 1941 (Stcrt. 1941, 227); Aansluitingsbesluit Boomkwekerijgewassen 1944 (Stcrt. 1944, 145); Besluit keuring cyclamenzaad 1943 (Stcrt. 1943, 119); Besluit keuring cyclamenzaad 1944 (Stcrt. 1944, 158); Besluit tot wijziging van de Pootaardappelenwet 1932 (Stcrt. 1942, 175); Kweekersbesluit 1941 (v.b. 1942, 8)

    Waardering: B, 1/5

    602

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de wetgeving op het gebied van teeltmateriaal is geregeld

    Periode: 1952–

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 2.2; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 87.3

    Product: Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Siergewassen (Stb. 1986,15); Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Boomkwekerijgewassen (Stb. 1988, 303); Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Groente- en Bloemgewassen (Stb. 1989, 208); Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Landbouwgewassen (Stb. 1990, 595); Beschikking vrijstelling aansluiting NAK-B (Stcrt. 1967, 98);

    Beschikking vrijstelling aansluiting NAK Wageningen Opperdoezer Ronde (Stcrt. 1967, 98); Beschikking vrijstelling NAK Wageningen (Stcrt. 1967, 98); Beschikking vrijstelling aansluiting NAK-G (Stcrt. 1967, 98)

    Waardering: B, 5

    603

    Handeling: Het bij AMVB bepalen dat t.a.v. andere cultuurgewassen, rassen of groepen van rassen dan die in lid 3 genoemd, voor de toepassing van deze wet als landbouwgewas dan wel als tuinbouwgewas worden beschouwd

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 3.4

    Product: AMvB’s

    Opmerking: Het gaat om rassen van gewassen die buiten de opsomming van gewassen in art 3. van de Zaaizaad- en plantgoedwet vallen

    Waardering: B, 5

    23.5. De Raad voor het Kwekersrecht

    604

    Handeling: Het regelen van de samenstelling, de bevoegdheden en de werkwijze van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 6.2; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 15.1

    Product: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht (Stb. 1967, 223); Beschikking instructie Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1974, 24)

    Opmerking: Sinds 1967 wordt het reglement van de samenstelling van de Raad bij AMvB geregeld.

    Waardering: B, 4

    605

    Handeling: Het bij AMvB instellen van onderafdelingen van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 5.2

    Product: AMvB’s

    Waardering: B, 4

    606

    Handeling: Het voorbereiden van de benoeming, ontslag en schorsing van de voorzitter, vice-voorzitters en de overige leden van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet artt. 7.1, 10.1, 10.4

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    607

    Handeling: Het verlenen van toestemming dat echtgenoten, of geregistreerde partners, bloed- en aanverwanten tot de derde graad ingesloten, tezamen zitting hebben in dezelfde afdeling van de Raad van het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 8.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    608

    Handeling: Het benoemen van secretaris en adjunct-secretarissen van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 9.1

    Product: Benoemingen

    Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    609

    Handeling: Het vaststellen van regels voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten en vacatiegeld of jaarlijkse vaste vergoeding voor voorzitter en vice-voorzitters van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 13

    Product: Regeling vaststelling van de vergoedingen voor leden van de Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1988, 228)

    Waardering: V 6 jaar

    611

    Handeling: Het vaststellen van tarieven voor de verrichtingen van de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 16.1; Wet van 26 juni 1996 tot goedkeuring van de op 19 maart 1991 te Genève tot stand gekomen herziening van het Internationaal verdrag tot bescherming van kweekproducten

    Product: Regeling Tarieven Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1967, 104)

    Opmerking: Het gaat om verrichtingen zoals inschrijvingen en aantekeningen in, en de afgifte van afschriften uit het Nederlands Rassenregister, alsmede voor het uitbrengen van adviezen met betrekking tot de afkomst van rassen als bedoeld in artikel 41.4. Dit art. houdt in dat de Raad op verzoek kan adviseren omtrent de vraag of een ras afgeleid is van een ander ras of dat een ander, bij het verzoek aan te wijzen ras, is afgeleid van het ras waarvoor het kwekersrecht is verleend. Zie ook hoofdstuk rechten en plichten van de houder van het kwekersrecht.

    Waardering: B , 5

    23.6. Het kwekersrecht

    23.6.1. Aanspraak op verlening van het kwekersrecht

    615

    Handeling: Het bij AMvB bepalen van het tijdstip voor het verlenen van kwekersrecht voor een nieuw ras

    Periode: 1967–1996

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 29

    Product: Kwekersrechtbesluit (Stb. 1967, 221); Kwekersrechtbesluit 1975 (Stb. 1975, 73); Kwekersbesluit 1990 (Stb. 1990, 262)

    Opmerking: Het tijdstip kan per gewas verschillend zijn.

    Waardering: B, 5

    616

    Handeling: Het bij AMvB stellen van eisen betreffende het onderzoek en het toezicht op de vermeerdering bij een aanvraag voor het kwekersrecht als het ras buiten Nederland is gewonnen

    Periode: 1967–1996

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 30.2

    Product: AmvB’s

    Waardering: B, 5

    618

    Handeling: Het bij AMvB geven van nadere voorschriften met betrekking tot aanvragen van het kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 39

    Product: Reglement Raad voor het Kwekersrecht/Nederlands Rassenregister, (Stb.967, 223)

    Opmerking: Het gaat hier om het tijdstip waarop de aanvragen tot verlening van kwekersrecht bij de Raad moeten worden ingediend en het horen van belanghebbenden.

    Waardering: B, 5

    23.6.2. Verlening van het kwekersrecht

    622

    Handeling: Het goedkeuren van het overdragen van het kwekersrecht van een in het Centraal Rassenregister ingeschreven ras dat op de rassenlijst is geplaatst, aan een andere kweker

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 47

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Deze goedkeuring wordt slechts verleend indien degene aan wie de overdracht van het kwekersrecht wordt beoogd, in verband met de leiding van en de inrichting van zijn bedrijf voldoende waarborgen biedt voor de instandhouding van het ras

    Waardering: V 5 jaar

    623

    Handeling: Het verlenen van kwekersrecht voor een ras dat buiten Nederland is gekweekt, ontdekt of ontwikkeld hetzij door een natuurlijk persoon die niet de Nederlandse nationaliteit beschikt, hetzij door een rechtspersoon zonder zetel in Nederland

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 30.3; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 30.3, zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten II.F

    Product: Verlening kwekersrecht buiten Nederland gewonnen rassen (Stcrt. 1970, 15; Stcrt. 1978, 33; Stcrt. 1981, 236); Verlening kwekersrecht buitenlandse rassen (Stcrt. 1975, 201; Stcrt.1978, 33; Stcrt. 1976, 21,24, 244; Stcrt. 1977, 30; Stcrt. 1979, 26,31; Stcrt. 1980, 12, 33, 112, 245; Stcrt. 1981, 93, 236; Stcrt. 1982, 165, 203; Stcrt. 1984, 203; Stcrt. 1985, 153; Stcrt. 1986, 106)

    Opmerking: De Minister kan aan de verlening voorschriften verbinden en hij kan aan de kweker ingevolge deze wet toekomende rechten in omvang beperken. In dit geval bestaat er gelijke aanspraak op verlening van kwekersrecht voor zover Nederland krachtens een internationale overeenkomst gehouden is om het kwekersrecht te verlenen.

    Waardering: V 10 jaar

    23.6.3. De inschrijving van rassen in het Nederlands Rassenregister

    624

    Handeling: Het bij of krachtens AmvB regelen van de inrichting van het Nederlands Rassenregister

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 2.1; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 4.2

    Product: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht (Stb. 1967, 223)

    Opmerking: Vanaf 1967 gebeurt dit bij AMvB.

    Onder inrichting wort verstaan de wijze waarop de inschrijving van groepen van planten, waarvan is vastgesteld dat het rassen zijn, plaatsvindt.

    Waardering: B, 5

    626

    Handeling: Het aanwijzen van sierteeltgewassen waarvoor afwijkende voorschriften gelden ten aanzien van de inschrijvingstermijn in het Centraal rassenregister

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 15.4

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar na vervaldatum

    627

    Handeling: Het aanwijzen van cultuurgewassen of groepen van cultuurgewassen die opgenomen worden in het Centraal rassenregister

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 2.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    628

    Handeling: Het bepalen van de wijze waarop aktes van afstand van het kwekersrecht in het Centraal rassenregister worden vermeld, alsmede de inschrijvingen, verlenging van inschrijvingen, wijzigingen en vervallenverklaringen van het kwekersrecht

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 artt. 17.2, 30

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    631

    Handeling: Het bij of krachtens AMVB geven van nadere voorschriften inzake de inschrijving in het Nederlands Rassenregister

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 21; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 27

    Product: Reglement voor het Kwekersrecht (Stb. 1967, 223)

    Opmerking: Het gaat om procedures ten aanzien van de inschrijving van rassen, het tijdstip waarop inschrijvingsverzoeken moeten worden ingediend, het horen van belanghebbenden, de verlenging van de inschrijving, de vervallenverklaring van inschrijvingen, de wijziging van de bijzondere benamingen, de nietigverklaringen, de overschrijvingen alsmede de berekening en het verhaal van de kosten van deze procedures.

    Waardering: B, 5

    632

    Handeling: Het aanwijzen van rassen van landbouwgewassen alsmede het bij AMVB aanwijzen van tuinbouwgewassen die voldoen aan de in de Zaaizaad- en plantgoedwet gestelde eisen, maar waarvoor geen kwekersrecht kan worden verleend

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 18.1b

    Product: Besluit registratie groenterassen (Stb. 1971, 402); Diverse Beschikkingen van de Minister van Landbouw t.a.v. individueel aangewezen rassen en landbouwgewassen (Stcrt. 1951, 254)

    Opmerking: Het gaat om rassen waarvan al teeltmateriaal in het verkeer is gebracht, zodat het niet aan individuele belanghebbenden kan worden overgelaten te beslissen of met betrekking tot deze rassen de naamsbinding tot stand zal komen. Het gaat om eisen t.a.v. van onderscheid, homogeniteit en bestendigheid van het ras.

    Waardering: B, 5

    633

    Handeling: Het op aanvraag van de kweker bij AMvB aanwijzen van andere landbouwgewassen dan in art.18.1 bedoelde rassen waarvoor geen kwekersrecht kan worden verleend

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 18.2

    Product: Besluit houdende uitvoering art 18.2 van de Zaaizaad- en plantgoedwet (Stb. 1970,7; 1979, 759; 1988, 678)

    Opmerking: Met in lid 1 bedoelde rassen wordt bedoeld: rassen, waarvan al teeltmateriaal in het verkeer is gebracht, zodat het niet aan individuele belanghebbenden kan worden overgelaten te beslissen of met betrekking tot deze rassen de naamsbinding tot stand zal komen.

    Waardering: B, 5

    635

    Handeling: Het bepalen van de wijze waarop de Raad voor het Kwekersrecht een nog niet vastgestelde benaming bekendmaakt

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 20.1

    Product: Besluit bekendmaking benaming van nieuwe rassen (Stcrt. 1967, 98)

    Opmerking: Belanghebbenden kunnen gedurende twee maanden na de bekendmaking van de benaming bezwaar indienen.

    Waardering: V 10 jaar

    23.6.4. Rechten en verplichtingen van de houder van het kwekersrecht

    639

    Handeling: Het bepalen dat de houder van het kwekersrecht verplicht is tot betaling van een vast te stellen jaarcijns voor daartoe behorende rassen

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 16.1; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 38

    Product: Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en plantgoedwet (Stb. 1967, 222)

    Opmerking: Vanaf 1967 gebeurt dit door middel van een AMvB.

    Waardering: B, 5

    642

    Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen omtrent de administratie en het beheer van de door de keuringsinstellingen ingevorderde bedragen en de afrekening daarvan met de Raad voor het Kwekersrecht

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij ter uitvoering van art. 16 van het Kwekersbesluit 1941 (Jaarcijnzenbeschikking landbouwgewassen) art. 5; Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot heffingen ten behoeve van de Raad voor het kwekersrecht en het door deze te verrichten rassenonderzoek art. 4; Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen artt. 5, 13.3

    Product: Aanwijzingen

    Waardering: B, 5

    643

    Handeling: Het in bijzondere gevallen verlenen van een gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een jaarcijns

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij ter uitvoering van art. 16 van het Kwekersbesluit 1941 (Jaarcijnzenbeschikking landbouwgewassen) art. 6; Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot heffingen ten behoeve van de Raad voor het kwekersrecht en het door deze te verrichten rassenonderzoek art. 4

    Product: Ontheffingen

    Waardering: V 10 jaar

    645

    Handeling: Het in bijzondere omstandigheden het tijdstip voor het jaarlijks vaststellen van het jaarcijnstarief later te stellen

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 4.2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Secretaris-Generaal van de Landbouw

    Waardering: V 10 jaar

    650

    Handeling: Het goedkeuren en geven van aanwijzingen omtrent de omvang en voorwaarden van de aan te bieden licentie alsmede het geven van voorschriften van het openbaar aanbod tot licentieverlening die een houder van het Kwekersrecht moet doen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 45.1, zoals gewijzigd (Stb. 1996,398) bij Wet tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.Q

    Opmerking: Als de Minister van oordeel is dat zo’n bod noodzakelijk is voor de voorziening van de markt met teeltmateriaal van een ras.

    Waardering: B, 5

    651

    Handeling: Het uitnodigen van de houder van het kwekersrecht om binnen een maand een openbaar aanbod tot licentieverlening te doen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 45.1; Wet (Stb.1996, 398) tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, art. II.Q

    Product: Schriftelijke uitnodiging met opgaaf van redenen

    Opmerking: Indien onze Minister van oordeel is dat het algemeen belang zulks vordert.

    Waardering: V 5 jaar

    653

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Raad voor het Kwekersrecht voor het aanbieden van licentieverklaring als houders van het kwekersrecht verzuimen dit te doen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 45.2

    Product: Beschikking instructie Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1974, 24); Beschikking tarieven Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1981, 26)

    Waardering: B, 5

    654

    Handeling: Het bij AMvB geven van nadere voorschriften met betrekking tot de rechten en de verplichtingen van de houder van een kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 47

    Product: Reglement Raad voor het Kwekersrecht/Nederlands Rassenregister (Stb. 1967, 223)

    Opmerking: Het gaat hier onder andere om het tijdstip waarop de verzoeken ten aanzien van deze rechten en plichten bij de Raad moeten worden ingediend en het horen van belanghebbenden.

    Waardering: B, 5

    655

    Handeling: Het bepalen dat vergoedingen toegekend kunnen worden aan deskundigen op het gebied van het kwekersrecht die bij het Rijk een bezoldigd ambt bekleden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Beschikking vergoeding deskundigen en getuigen Raad voor het Kwekersrecht (1967) art. 2.2; Beschikking vergoeding deskundigen en getuigen Raad voor het Kwekersrecht (1978) art. 1.2; Regeling Vacatiegeld Raad voor het Kwekersrecht art. 1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    656

    Handeling: Het bij AmvB bepalen dat voor één of meer gewassen of rassen de kweker het uitsluitend recht heeft op handelingen t.a.v. producten die rechtstreeks zijn vervaardigd met gebruikmaking van geoogst materiaal van het ras waarvoor geen toestemming is verleend

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet (Stb. 1996, 398) tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.M; Zaaizaad- en plantgoedwet artt. 40.5 en 41.a zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398)

    Product: Besluit van 20 maart 1998, houdende uitvoering van artikel 41a van de Zaaizaad- en plantgoedwet (Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (Stb. 1998, 234))

    Opmerking: Tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het geoogst materiaal had kunnen uitoefenen. Aan deze maatregel van bestuur kunnen beperkingen of voorwaarden worden gesteld welke onder meer betrekking kunnen hebben op de maximale hoeveelheid te vermeerderen geoogst materiaal en aan de houder van een kwekersrecht toekomende vergoedingen.

    Waardering: B, 5

    658

    Handeling: Het bepalen dat de houder van het kwekersrecht geen vergoeding kan vorderen op een teler die als een kleine landbouwer dient te worden beschouwd.

    Periode: 1998–

    Grondslag: Besluit van 20 maart 1998, houdende uitvoering van artikel 41a van de Zaaizaad- en plantgoedwet (Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen) art. 3.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Kleine landbouwers zoals bedoeld in artikel 14, van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) zijn landbouwers die niet verbouwen op een oppervlakte die groter is dan de oppervlakte die nodig zou zijn om 92 ton graan te produceren. Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt (1998).

    Waardering: B, 5

    23.6.5. Duur van het kwekersrecht en de opeising

    659

    Handeling: Het vaststellen van voorschriften ten aanzien van het onteigenen van het kwekersrecht

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 20.2

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Indien het belang van de bodemcultuur in Nederland dit vereist.

    Waardering: B, 5

    661

    Handeling: Het bij AmvB bepalen van de inschrijvingsduur voor de verschillende rassen van het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 51, zoals gewijzigd (Stb. 1991, 233)

    Product: Kwekersrechtbesluit 1967 (Stb. 221); Kwekersrechtbesluit 1975 (Stb. 73); Kwekersbesluit 1990, (Stb. 262)

    Opmerking: De duur bedraagt vanaf 28 mei 1991 ten minst twintig jaar vanaf de dagtekening van het kwekersrecht.

    Waardering: B, 5

    662

    Handeling: Het indienen van een verzoekschrift bij de Raad van het Kwekersrecht tot vernietiging van het Kwekersrecht indien het ras niet nieuw was of niet voldeed aan de gestelde eisen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 54.2, zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van de op 19 maart 1991 te Genève tot stand gekomen herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.T

    Product: Verzoekschriften

    Opmerking: De nietigverklaring kan te allen tijde door iedere belanghebbende en door of namens de Minister gevraagd worden.

    Waardering: V 10 jaar

    664

    Handeling: Het bij AMVB geven van nadere voorschriften met betrekking tot het Kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 57

    Product: Reglement Raad voor het Kwekersrecht/Nederlands Rassenregister, Stb. 967, 223

    Opmerking: Het gaat om verzoeken aan de Kwekersraad ten aanzien van de duur van het kwekersrecht en de opeising daarvan, de bepaling van het tijdstip waarop de verzoeken geacht worden bij de Raad te zijn ingediend en het horen van belanghebbenden.

    Waardering: B, 5

    23.6.6. Bezwaar en beroep

    665

    Handeling: Het instellen van een Raad van Beroep voor het kwekersrecht

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.1; Instellingsbesluit Raad van Beroep voor het Kwekersrecht; Reglement Raad van Beroep van de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), zoals goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 16 juni 1994 art. 2.1

    Product: Instellingsbesluit

    Opmerking: Bij deze Raad kan hoger beroep ingediend worden tegen de eindbeslissingen van de Raad voor het Kwekersrecht.

    Waardering: B, 4

    666

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter, leden en secretaris van de Raad van Beroep

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.2; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 88.2f; Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2j; Reglement Raad van Beroep van `de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), zoals goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij’ d.d. 16 juni 1994 art. 2.7

    Product: Benoemingen

    Opmerking: Tot 1967: tevens het regelen van de samenstelling en de werkwijze.

    Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    667

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de procedure voor de Raad van Beroep voor het kwekersrecht, de berekening en het verhaal van de kosten van procedures

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.3

    Product: Voorschriften

    Waardering: B, 5

    668

    Handeling: Het geven van voorschriften inzake het beroep op beslissingen van keuringsinstellingen en de berekening en het verhaal van de beroepskosten

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 50.1

    Product: Voorschriften

    Waardering: B, 5

    669

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van niet tot de rechterlijke macht behorende personen (raden) en hun plaatsvervangers (plaatsvervangende raad) als deskundige leden.

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 25.2,5; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 61

    Product: Benoemingen, beschikkingen

    Opmerking: Tot 1969 gebeurde dit door de Kroon.

    Waardering: V 5 jaar

    670

    Handeling: Het stellen van regels voor vergoedingen van reis- en verblijfskosten en verdere vergoedingen voor deskundigen op kwekersgebied

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 25.3

    Product: Regelingen

    Opmerking: Het gaat om deskundigen die niet tot de rechtelijke macht behoren.

    Waardering: V 10 jaar

    671

    Handeling: Het beslissen of er wijzigingen in de rassenlijst zullen worden aangebracht n.a.v. een beroep tegen de beslissing van een Commissie voor de samenstelling van rassenlijsten

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 78.2, zoals gewijzigd in de Algemene wet bestuursrecht (Stb.1995, 250)

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar na finale uitspraak van het hoogste gerechtshof

    672

    Handeling: Het bij AMvB geven van nadere voorschriften voor de vergoeding van reis- en verblijfskosten en verdere vergoeding van de raden en de plaatsvervangende raden voor het kwekersrecht alsmede ten aanzien van het verhoor van getuigen en deskundigen inzake het kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 14.3; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 68.2

    Product: Beschikking vergoeding deskundigen en getuigen (Stcrt. 1967, 125);

    Beschikking vergoeding deskundigen en getuigen (Stcrt. 1978, 55);

    Regeling Vacatiegeld Raad voor het Kwekersrecht (Stcrt. 1979, 197)

    Waardering: V 10 jaar

    673

    Handeling: Het bij AMvB geven van nadere voorschriften met betrekking tot beslissingen van de Raad voor het Kwekersrecht, het beroep en het beroep in cassatie

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 68.1

    Product: Reglement voor de Kamer van het Kwekersrecht (Stb. 1967, 227)

    Waardering: B, 5

    674

    Handeling: Het voorbereiden tot het verlenen van een vergunning dat indien een zwagerschap ontstaat na

    de benoeming tot (plaatsvervangend) lid van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, ambtenaar van het openbaar Ministerie of griffier bij dit gerechtshof, zodat diegene die haar veroorzaakte, zijn ambt zal kunnen behouden

    Periode: 1967–1993

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 62.3

    Product: Beschikkingen; vergunningen

    Opmerking: Echtgenoten, bloedverwanten of aanverwanten tot de derde graad kunnen niet tezamen (plaatsvervangende) leden zijn van het gerechtshof in Den Haag, ambtenaar van het openbaar Ministerie of griffier bij dit gerechtshof.

    Waardering: V 5 jaar

    23.7. Rassenlijsten

    676

    Handeling: Het voorbereiden van de aanwijzing van cultuurgewassen of groepen daarvan die in een rassenlijst worden opgenomen, waarvan de teelt in Nederland van belang wordt geacht

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 31; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 73

    Product: Beschikking van de Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 2 October 1942, tot instelling van een rassenlijst voor landbouwgewassen (Stcrt. 1942, 192); Besluiten Aanbevelende Rassenlijst Groentegewassen (Stb. 1967, 269); Besluit aanbevelende rassenlijst Fruitgewassen (Stb. 1967, 268); Besluit Aanbevelende Rassenlijst Landbouwgewassen (Stb. 1967, 269); Besluit Aanbevelende Rassenlijst Siergewassen (Stb. 1984, 444); Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bloembollen (Stb.1967, 406); Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bosbouwgewassen (Stb. 1971, 72)

    Waardering: B, 5

    677

    Handeling: Het voorbereiden van het instellen en opheffen van de diverse commissies voor de toelating van landbouwgewassen/rassen

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 33.1; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 73; Besluit instelling Commissie toelating groenterassen art.1.1; Regeling Commissie toelating Groenterassen art. 1; Besluiten aanbevelende rassenlijsten art. 2

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 14 september 1942, tot instelling van een Rijkscommissie voor de samenstelling van de rassenlijst voor landbouwgewassen (Stcrt. 1942,178)

    Opmerking: De instelling en/of commissie heeft onder andere tot taak het plaatsen van rassen op, rubriceren, alsmede het afvoeren ervan van rassenlijsten.

    Waardering: B, 4

    678

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften met betrekking tot rassenlijsten

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 33.1; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 79

    Wet van 26 april 1995 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht alsmede nadere aanpassingen van een aantal wetten aan de Algemene wet bestuursrecht art. IX.F

    Product: Beschikking inrichting Rassenlijst Siergewassen (Stcrt. 1984, 229);

    Beschikking inrichting Rassenlijst Landbouwgewassen (Stcrt. 1967, 98);

    Beschikking inrichting Rassenlijst Groentegewassen (Stcrt. 1967, 98);

    Beschikking inrichting Rassenlijst Fruitgewassen (Stcrt. 1967, 98);

    Beschikking Inrichting Rassenlijst Bosbouwgewassen (Stcrt. 1977, 186)

    Opmerking: Het gaat om voorschriften over de inrichting, samenstelling, rubricering en

    de publicatie van een rassenlijst, alsmede betreffende de indiening van

    verzoeken voor plaatsing op de rassenlijst, het onderzoek en de openbaarmaking van de uitkomsten van het onderzoek en het afvoeren van rassen op deze lijst.

    Waardering: B, 5

    679

    Handeling: Het in bijzondere gevallen plaatsen van een ras op een rassenlijst zonder dat er aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 34

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 2 October 1942, tot plaatsing van rassen op de rassenlijst voor andbouwgewassen (gedeeltelijk) (Stcrt. 1942, 192)

    Opmerking: Het gaat om de voorwaarden zoals beschreven in art 31 en 32 van dit besluit.

    Waardering: B, 5

    680

    Handeling: Het stellen van algemene voorwaarden ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras.

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art.3.1a,b, 4.1

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om voortkwekingsmateriaal hetwelk onder de aanduiding N,O of Gr voorkomt op de bijlage tot die lijst.

    Waardering: V 10 jaar

    681

    Handeling: Het vernietigen van de algemene voorwaarden die opgesteld zijn door de Rijkscommissie voor de samenstelling van rassenlijsten voor landbouwgewassen ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1b

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om voortkwekersmateriaal hetwelk onder de aanduiding N, O of Gr voorkomt op de bijlage tot die lijst

    Waardering: V 10 jaar

    682

    Handeling: Het onder voorwaarden goedkeuren van bedingen van kwekers dat de nabouw van voortkwekingsmateriaal aan de kweker of aan door hem aan te wijzen personen zal worden afgeleverd

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 36.2-3

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 2 October 1942, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 36.3 van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1942, 192)

    Opmerking: Het gaat hier om voortkwekingsmateriaal van een ras van een cultuurgewas waarvoor een rassenlijst is ingesteld. Onder nabouw wordt verstaan de volgende generaties van het ras, geteeld uit het oorspronkelijke materiaal.

    Waardering: V 5 jaar

    685

    Handeling: Het benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, adviserende leden en voorzitter van commissies voor de toelating van landbouwgewassen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit aanbevelende Rassenlijst Groentegewassen art. 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Fruitgewassen art. 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Landbouwgewassen art. 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Siergewassen art. 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bloembollen art. 2.1-2 (tot 1984); Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bloembollen, art. 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Siergewassen art 2.1-2; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bosbouwgewassen art. 2.1-2; Besluit instelling Commissie toelating groenterassen art.1.2; Wijziging Besluit instelling Commissie toelating groenterassen art. I.1.2

    Product: Benoemingen

    Waardering: V 2 jaar na ontslag

    686

    Handeling: Het stellen van nadere regels voor de commissies voor de toelating van landbouwgewassen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit aanbevelende Rassenlijst Groentegewassen art. 2.3; Besluit Aanbevelende rassenlijst Fruitgewassen art. 2.3; Besluit Aanbevelende rassenlijst Landbouwgewassen art. 2.3; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Siergewassen art. 2.3; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bloembollen art. 2.3; Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bosbouwgewassen art. 2.3

    Product: Regelingen

    Waardering: B, 4/5

    689

    Handeling: Het besluiten tot plaatsing van groenterassen en groepen van planten van groentegewassen op rassenlijsten

    Periode: 1971–

    Grondslag: Regeling Commissie toelating Groenterassen, Stcrt. 1971, 114, gew. Stcrt. 1988, 174, art. 2; Besluit instelling Commissie toelating groenterassen art. 2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het toelaten gebeurt op advies van Commissie Toelating Groenterassen. Deze adviezen staan in relatie tot de uitvoering van de EG-richtlijn van 29 september 1970, betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb.L.225) namelijk dat elk lidstaat één of meer lijsten opstelt van de rassen die officieel op zijn grondgebied tot de keuring zijn toegelaten en in de handel mogen worden gebracht.

    Waardering: B, 5

    23.8. Het verkeer met teeltmateriaal

    690

    Handeling: Het verlenen van ontheffing alsmede het stellen van voorwaarden ten aanzien van het in het verkeer brengen van voortkwekingsmateriaal van een ras van een cultuurgewas

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 35.2

    Product: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 2 October 1942 met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen, in afwijking van het bepaalde in artikel 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1942, 192); Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 231 Mei 1944 met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen, in afwijking van het bepaalde in artikel 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1944, 142)

    Opmerking: Het gaat om rassen die niet geplaatst zijn op een rassenlijst.

    Waardering: B, 5

    691

    Handeling: Het bepalen dat voortkwekingsmateriaal van een ras van een cultuurgewas, waarvoor een rassenlijst is ingesteld, slechts als voortkwekingsmateriaal in het verkeer gebracht of gebruikt mag worden

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 37.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    692

    Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften voor het in het verkeer brengen of het gebruiken van voortkwekingsmateriaal van een ras van een cultuurgewas, waarvoor een rassenlijst is ingesteld

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 37.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    696

    Handeling: Het bepalen dat handelszaad van groenvoedergewassen niet in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit Categorieën Teeltmateriaal art. 2.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    697

    Handeling: Het bepalen dat andere dan de in het eerste lid van dit besluit genoemde categorieën teeltmateriaal in het verkeer gebracht, verder verhandeld of uitgevoerd mogen worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, art. 2.3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat hier om andere producten dan die, die zijn vermeld in art. 2.1 (prebasiszaad, basiszaad onderscheidenlijk basispootgoed, gecertificeerd zaad, onderscheidenlijk gecertificeerd pootgoed).

    Waardering: V 10 jaar

    698

    Handeling: Het bij AMVB bepalen dat teeltmateriaal mag worden verhandeld van niet-ingeschreven rassen van landbouwgewassen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 81.2

    Product: Besluit verkeer niet-ingeschreven rassen (Stb. 1967, 225)

    Waardering: B, 5

    699

    Handeling: Het bij AMVB bepalen dat ten aanzien van tuinbouwgewassen en landbouwgewassen uitsluitend teeltmateriaal van rassen of andere groepen van planten welke op de rassenlijst zijn geplaatst, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 81.3, 83.1

    Product: Besluiten bindende rassenlijst landbouwgewassen (Stb.1967, 220; Stb. 1971, 758); Besluit registratie groenterassen (Stb. 1971, 402)

    Waardering: B, 5

    701

    Handeling: Het bepalen dat teeltmateriaal van door hem aan te wijzen groepen van planten, welke niet zijn ingeschreven, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mag worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 82

    Product: Algemene beschikking verkeer niet-ingeschreven rassen; (landbouwgewassen) 1979 (Stcrt. 82, Stcrt. 1984, 127); Beschikking toelating groenterassen (Stcrt. 1971, 125); Beschikking toelating Groenterassen 1973, (Stcrt. 93); Beschikking uitvoer ongeregi⁠streerd teeltmateriaal (Stcrt. 1970, 81; Stcrt. 1971, 80); Beschikking verkeer in teeltmateriaal van ongeregi⁠streerde rassen (Stcrt. 1972,14); Toepassing artikel 82 van de ZPW; (Stcrt. 1979, 226; Stcrt. 1980, 4, 62, 136; Stcrt.1981, 113, 132; Stcrt.1982 50, 103, 115, 2x, 206; Stcrt. 1983, 125; Stcrt.1984, 14, 17, 73, 162; Stcrt. 1985, 107, Stcrt. 1988, 160); Beschikking verkeer teeltmateriaal niet-ingeschreven rassen (Stcrt. 1967, 152, Stcrt. 1979,193); Regeling verkeer niet ingeschreven rassen 1991 (Stcrt. 51); Beschikkingen van de Minister van LNV t.a.v. individueel aangewezen gewassen (Stcrt. 1971, 254, Stcrt.1984, 14); Besluit aanbevelende rassenlijst siergewassen (Stcrt. 1979, 193); Regeling verkeer rassen met communautair kwekersrecht (Stcrt. 1998, 150)

    Opmerking: Art. 81.1: Van landbouwgewassen mag uitsluitend teeltmateriaal van daartoe behorende ingeschreven rassen in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden.

    Waardering: B, 5

    702

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor het in het verkeer brengen en verder verhandelen van rassen en andere groepen van planten, welke in de rubriek: uitsluitend voor uitvoer bestemd’ zijn geplaatst

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 83.2

    Product: Besluit Toepassing art. 83.2 ZPW (Stcrt. 1984, 47)

    Waardering: B, 5

    703

    Handeling: Het bij of krachtens AMvB bepalen welke categorieën teeltmateriaal van rassen behorende tot een krachtens art. 87 aangewezen landbouwgewas, in verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 84.1

    Product: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, gedeeltelijk (Stb. 1967, 224)

    Opmerking: Het gaat om categorieën teeltmateriaal van handelaren die zijn aangesloten bij een voor het cultuurgewas aangewezen keuringsinstelling.

    Bij of krachtens deze maatregel kan tevens worden bepaald dat bepaalde categorieën van teeltmateriaal uitsluitend mogen worden voortgebracht en in het verkeer gebracht door de houder van het kwekersrecht van het betreffende ras, of indien voor het ras geen kwekersrecht bestaat, door de voor het ras aangewezen instandhouders.

    Waardering: B, 5

    704

    Handeling: Het bij AMvB bepalen dat t.a.v. van gewassen, categorieën van teeltmateriaal van die rassen uitsluitend mogen worden voortgebracht en in het verkeer worden gebracht door de houder van het kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 84.2

    Product: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, gedeeltelijk (Stb. 1967, 224); Verordening Landbouwzaaizaden 1989, PBO-blad 1990, no. 7

    Opmerking: Indien voor het ras geen kwekersrecht bestaat dan komt de voor het ras aangewezen instandhouders hiervoor in aanmerking.

    Waardering: B, 5

    706

    Handeling: Het bij of krachtens AMvB bepalen dat het bedrijfsmatig voortbrengen, bewaren en bewerken, in het verkeer brengen, verder verhandelen, invoeren, uitvoeren en ten uitvoer aanbieden van teeltmateriaal dan wel het bedrijfsmatig doen verrichten van deze handelingen uitsluitend is toegestaan aan hem, die is aangesloten bij een in de AMvB voor dat cultuurgewas aangewezen keuringsinstelling

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 87.1

    Product: AmvB’s

    Opmerking: Zie ook handelingen bij keuringsinstellingen

    Waardering: B, 5

    707

    Handeling: Het aanwijzen van buiten Nederland voortgebracht, teeltmateriaal dat niet in het verkeer gebracht, verhandeld of uitgevoerd mag worden

    Periode: 1979–

    Grondslag: Algemene beschikking verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 art. 3

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om rassen die niet ingeschreven zijn in het Nederlands Rassenregister of zijn vermeld in de ‘Gemeenschappelijke Rassenlijst Voor Landbouwgewassen’ van de EG, maar die wel tot het verkeer zijn toegelaten in andere landen.

    Waardering: V 10 jaar

    708

    Handeling: Het aanwijzen van niet ingeschreven Nederlandse rassen teeltmateriaal die in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mogen worden

    Periode: 1979–

    Grondslag: Algemene beschikking verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 art. 4; Wijziging Algemene beschikking verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 art. I.4; Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 en verkeer soortecht teeltmateriaal art. 4

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om rassen die niet ingeschreven zijn in het Nederlands rassenregister of zijn vermeld in de ‘Gemeenschappelijke Rassenlijst voor Landbouwgewassen’ van de EG. Aanwijzing van een ras vindt niet plaats indien de Minister van oordeel is dat het zich voldoende onderscheidt van een in het Nederlandse Rassenregister ingeschreven ras dan wel voor keuringsdoeleinden voldoende homogeen is.

    Waardering: V 10 jaar

    709

    Handeling: Het aanwijzen van rassen waarvan in Nederland voortgebracht teeltmateriaal onder een vermelde benaming en met het vermelde tijdstip verhandeld en uitgevoerd mag worden

    Periode: 1979–

    Grondslag: Algemene beschikking verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 art. 5; Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 en verkeer soortecht teeltmateriaal art. 5

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het gaat om rassen die niet ingeschreven zijn in het Nederlands rassenregister of zijn vermeld in de ‘Gemeenschappelijke Rassenlijst voor Landbouwgewassen’ van de EG, maar wel tot het verkeer zijn toegelaten in andere landen. Het ras moet zich voldoende onderscheiden van een in het Nederlandse Rassenregister ingeschreven ras en moet voldoende homogeen zijn.

    Waardering: V 10 jaar

    710

    Handeling: Het beslissen dat voortbrengen van teeltmateriaal van grassen van rassen die niet zijn ingeschreven in het Nederlands rassenregister onder de vermelde benaming niet is toegestaan

    Periode: 1988–

    Grondslag: Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen (landbouwgewassen) 1979 zoals gewijzigd (Stcrt. 1988, 160); Verkeer soortecht teeltmateriaal art 8a. 1–2

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Het beslissen gebeurt binnen drie maanden nadat de commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor landbouwgewassen is gehoord.

    Waardering: V 5 jaar

    711

    Handeling: Het besluiten dat teeltmateriaal van een ras dat niet in het Nederlandse Rassenregister is ingeschreven en dat tot het verkeer is toegelaten in een land dat geen deel uitmaakt van de EG, in Nederland in het verkeer gebracht mag worden met het oog op de uitvoer buiten het grondgebied van de EG op voorwaarde dat het ras voor keuringsdoeleinden voldoende homogeen is

    Periode: 1991–

    Grondslag: Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen 1991 (Stcrt. 51) art. 3.1

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 5 jaar

    23.9. Handhaving en controle

    23.9.1. Instelling van keuringsinstellingen

    713

    Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van rechtspersoonlijkheid bezittende keuringsinstellingen alsmede het intrekken van de aanwijzing

    Periode: 1942–

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed artt. 2.1 en 3.2; Kwekersbesluit 1941 artt. 48.1, 49.3; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 87.1. 91.4-5

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw

    en Visserij van 2 October 1942, tot aanwijzing van een keuringsinstelling als

    bedoeld in artikel 48.1 van het Kwekersbesluit

    1941 (Stcrt. 1942, 192); Beschikking van de secretaris-generaal van

    het Departement van Landbouw en Visserij van 31 mei 1943 ter uitvoering

    van artikel 48.7 van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1943, 105)

    Aansluitingsbesluit NAK-S (Stb. 1952, 605; 1967, 218);

    Aansluitingsbesluit NAK-G (Stb. 1952, 607; 1967, 219);

    Aansluitingsbesluit NAK-B (Stb. 1952, 606, 1967, 216);

    Aansluitingsbesluit NAK (Stb. 1967, 217); Aansluitingsbesluit NAK-Tuinbouw (–); Vrijstellingsaansluiting NAK-B (Stcrt. 1967, 98): Vrijstellingsbeschikking aansluiting (NAK-G Stcrt. 1967, 98); Vrijstelling aansluiting NAK (Stcrt. 1967, 98)

    Opmerking: Intrekking van aanwijzing geschiedt indien keuringsinstellingen niet meer voldoen aan de gestelde eisen. Hiermee is bepaald dat het bedrijfsmatig telen, bewerken, verhandelen, invoeren, uitvoeren of ten uitvoer aanbieden van voortkwekingsmateriaal van tuinbouwgewassen slechts is toegestaan aan hen die zijn aangesloten bij keuringsinstellingen.

    Waardering: B, 5

    714

    Handeling: Het aanwijzen van organisaties die de belangen van aangeslotenen bij keuringsinstellingen op het gebied van teeltmateriaal vertegenwoordigen

    Periode: 1952–1967

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2d

    Product: Beschikingen

    Waardering: B, 5

    715

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter van het bestuur van keuringsinstellingen op het gebied van voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1952–

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.2c; Zaaizaad- en plantgoedwet art. 88.2b

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Na het bestuur van de keuringsinstelling gehoord te hebben.

    Waardering: V 10 jaar

    23.9.2. Rijkstoezicht op keuringinstellingen

    716

    Handeling: Het stellen van voorwaarden waar keuringsinstellingen op het gebied van teeltmateriaal aanmoeten voldoen alsmede aan afwijkingen in de taken van keuringsinstellingen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 48.4, 49.3

    Product: Beschikking van de secretaris-generaal van het Departement van Landbouw en Visserij van 2 October 1942, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 48, lid 4, van het Kwekersbesluit 1941 (Stcrt. 1942, 192)

    Waardering: B, 5

    717

    Handeling: Het goedkeuren van statuten en algemeen geldende voorschriften van keuringsinstellingen voor teeltmateriaal alsmede wijzigingen en de intrekking daarvan

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 48.5; Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2a; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 88.2a en 91.5

    Product: Aansluitingsbesluit NAK-S (Stb. 1952, 605); Aansluitingsbesluit NAK-G (Stb. 1952, 607); Aansluitingsbesluit NAK-B (Stb. 1952, 606)

    Opmerking: Tot 1967: het goedkeuren van keuringsreglementen.

    Waardering: B, 4

    719

    Handeling: Het vaststellen van de vorm en inhoud van certificaten, sluitingen en plombes, merken, tekenen en bewijsstukken inzake teeltmateriaal

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 48.7; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 93

    Product: Beschikking houdende merken, certificaten, plombes en andere bewijsstukken (Stcrt. 1968, 166); Uitvoering artikel 93 Zaaizaad- en plantgoedwet (Stcrt. 1971, 243; Stcrt. 1975,81; Stcrt.1989, 42); Regeling Vaststelling merken, tekenen, bewijsstukken en plombes (Stcrt. 1991, 23)

    Waardering: B, 5

    720

    Handeling: Het geven van voorschriften inzake de inrichting en de bevoegdheden van keuringsinstellingen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 50.1

    Product: Voorschriften

    Waardering: B, 4/5

    721

    Handeling: Het vaststellen of vernietigen van tarieven voor keuring en toezicht die door de keuringsinstellingen op het gebied van het teeltmateriaal zijn vastgesteld

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 51.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4/5

    722

    Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van bestuursleden en de aanstelling van personeel van keuringsinstellingen op het gebied van voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1952–1967

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2d–e

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Wat betreft het personeel gaat het om de secretaris en diegene die met de algemene technische leiding is belast.

    Waardering: V 2 jaar na ontslag

    723

    Handeling: Het goedkeuren van de begroting, de rekening en verantwoording en de tarieven van keuringsinstellingen op het gebied van voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1952–1967

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2f

    Waardering: V 7 jaar

    724

    Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen van statuten van keuringsinstellingen op het gebied van voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1952–1967

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.2a

    Product: Aansluitingsbesluit NAK-S (Stb. 1952, 605)

    Waardering: B, 4

    725

    Handeling: Het goedkeuren van besluiten van keuringsinstellingen tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van voorschriften die betrekking hebben op aangeslotenen bij keuringsinstellingen

    Periode: 1952–1967

    Grondslag: Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.2b

    Product: Aansluitingsbesluit NAK-S (Stb.1952, 605)

    Waardering: B, %

    726

    Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het uitoefenen van rijkstoezicht op keuringsinstellingen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt.88.2h, 89.1

    Product: Toezicht keuringsinstellingen Zaaizaad- en plantgoedwet (Stcrt. 1967,132;

    1968, 189); Beschikking Toezicht keuringsinstellingen Zaaizaad- en

    plantgoedwet (Stcrt. 1973, 250)

    Waardering: B, 5

    727

    Handeling: Het aanwijzen van personen die het toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor de uitvoer tot taak hebben

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510

    Product: Benoemingen

    Opmerking: Tot 1997 ging het om het aanwijzen van andere instanties dan keuringsinstellingen zoals het Rijksproefstation voor de zaadcontrole, de Plantenziektenkundige dienst en accountantsdiensten.

    Waardering: V 10 jaar

    729

    Handeling: Het goedkeuren of schorsen van voorschriften van keuringsinstellingen op het gebied van het teeltmateriaal

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.3, zoals gewijzigd (Stb. 1997, 510) art. 20; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Siergewassen artt. 2.1-2, 3.1; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Boomkwekerijgewassen, artt. 2.2-3, 3.1; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Groente- en Bloemgewassen artt. 2.2-3, 3.1, 7; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Landbouwgewassen artt. 2.2, 2.4, 3.1

    Product: Richtlijnen

    Opmerking: De Minister kan deze voorschriften vernietigen als ze in strijd zijn met het algemeen belang. Het gaat om schorsing voor een bepaalde tijd welke, behoudens verlenging, niet meer bedraagt dan zes maanden, dan wel worden vernietigd. Het gaat onder meer om voorschriften ten aanzien van de gezondheid, de zuiverheid, de kwaliteit, de sortering en de classificatie van het teeltmateriaal.

    Waardering: B, 5

    731

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het uitoefenen van Rijkstoezicht op krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet aangewezen keuringsinstellingen

    Periode: 1973–

    Grondslag: Toezicht keuringsinstellingen ZPW art. 1

    Product: Benoemingsbesluit

    Opmerking: De PD is verantwoordelijk voor het aanwijzen van ambtenaren als het gaat om Plantenziektenkundige aangelegenheden.

    Waardering: V 10 jaar

    23.9.3. Taken van Keuringsinstellingen

    732

    Handeling: Het voorbereiden tot het stellen van regels voor het bepalen van monsterafname bij de invoer van meststoffen, zaaizaden en veevoeder

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art. 6

    Product: Reglementen

    Opmerking: Het gaat om meststoffen, zaaizaden en veevoeder die bij AMvB zijn aangewezen.

    Waardering: B, 5

    733

    Handeling: Het geven van voorschriften voor het nemen van monsters van teeltmateriaal en de verpakking, de verzegeling, de verzending, het onderzoek en het heronderzoek van deze monsters

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art. 15, zoals gewijzigd (Stb. 1955, 213) art. 6.F

    Product: Voorschriften

    Opmerking: Het nemen van monsters gebeurde in geval van het vermoeden van wetsovertreding door menging met andere stoffen.

    Waardering: B, 5

    735

    Handeling: Het stellen van voorwaarden voor het verlenen van ontheffing van de keuringseisen die door de keuringsinstellingen op het gebied van de zaaizaad zijn gesteld

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 39.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 10 jaar

    740

    Handeling: Het erkennen van buitenlandse keuringsinstellingen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1a, 3.3, 3.4, 4.3; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 4.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 4

    758

    Handeling: Het bepalen van gevallen of groepen van gevallen waarvoor de Minister ontheffing of vrijstelling kan verlenen met betrekking tot de voorschriften die keuringsinstellingen ten aanzien van cultuurgewassen bevoegd zijn te geven

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 92.2

    Product: Regeling

    Opmerking: Het gaat om voorschriften over kwaliteitsaspecten zoals gezondheid, zuiverheid, classificatie, sortering etc. (art.91). De vrijstelling wordt verleend aan aangeslotenen van de keuringsinstellingen.

    Waardering: V 10 jaar

    759

    Handeling: Het verlenen van ontheffing of vrijstelling met betrekking tot de voorschriften die keuringsinstellingen ten aanzien van cultuurgewassen bevoegd zijn te geven

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 92.2

    Product: Beschikking

    Opmerking: Het gaat om voorschriften over kwaliteitsaspecten zoals gezondheid, zuiverheid, classificatie, sortering etc. (art.91). De vrijstelling wordt verleend aan aangeslotenen van de keuringsinstellingen.

    Waardering: V 10 jaar

    23.9.4. Merken, tekenen en bewijsstukken

    765

    Handeling: Het bepalen van aanduidingen voor voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 38

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Een voorbeeld van zo’n aanduiding is ‘nabouw’.

    Waardering: V 10 jaar

    767

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van de eisen die door de keuringsinstellingen op het gebied van zaaizaad zijn gesteld voor de verpakking van het voortkwekingsmateriaal en de voorziening met sluitingen en plombes, merken en tekenen

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 39.2

    Product: Ontheffingen

    Waardering: V 10 jaar

    770

    Handeling: Het vaststellen van modellen van documenten waarin wordt aangegeven dat betrokken teeltmateriaal door keuringsinstellingen op het gebied van het teeltmateriaal is goedgekeurd dan wel met toestemming van deze keuringsinstellingen in het verkeer gebracht en verder verhandeld mag worden

    Periode: 1986–

    Grondslag: Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Siergewassen art.1; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Boomkwekerijgewassen art.1 wordt opgevolgd in 1994 door Besluit verhandeling teeltmateriaal bloemisterij- en boomkwekerijgewassen (Stb. 1994, 598); Besluit van 8 juli 1994, houdende wijzigingen van een aantal op de Zaaizaad- en plantgoedwet gebaseerde besluiten. Art. II.A; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Groente- en Bloemgewassen art. 1.c; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Landbouwgewassen art. 1.c.

    Waardering: B, 5

    23.9.5. Opsporing, strafbepaling

    775

    Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van het NAK-S/NAK-B/NAK-G/NAK

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Siergewassen 15, art. 6; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Boomkwekerijgewassen art. 6; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Groente- en Bloemgewassen art. 6; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Landbouwgewassen art. 6

    Waardering: V 5 jaar

    776

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het opsporen van overtredingen van de Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder en van het Kwekersbesluit

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art. 10; Kwekersbesluit 1941 art. 56.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 75 jaar na geboorte

    778

    Handeling: Het geven van instructies bij opsporing van overtredingen bij of krachtens het kwekersrecht

    Periode: 1942–1955

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 56.3

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    779

    Handeling: Het vaststellen van regels voor de beëdiging van opsporingsambtenaren

    Periode: 1942–1955

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 56.3 zoals gewijzigd bij wet van 20 mei 1955, houdende wijziging van regelingen betreffende economische delicten.

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 1/5

    781

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake het aanwijzen van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst als ambtenaren belast met de opsporing van overtredingen bij of krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet

    Periode: 1969–1973

    Grondslag: Beschikking aanwijzing opsporingsambtenaren art. 1

    Waardering: V 10 jaar

    23.10. Inbreng van productschappen

    789

    Handeling: Het aanwijzen van bedrijfslichamen en andere organisaties en instellingen die betrokken zijn bij teeltmateriaal inzake het adviseren van de Minister van LNV m.b.t. de voorbereiding van de AMvB’s uit de Zaaizaad- en plantgoedwet

    Periode: 1967–1995

    Grondslag: Wet van juli 1995 (Stb.355) tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en andere wetten art.13; Zaaizaad- en plantgoedwet art. 94

    Product: Beschikkingen

    Waardering: B, 5

    23.11. Genenbanken

    793

    Handeling: Het oprichten van het Centrum voor Genetische Bronnen (Genenbank)

    Periode: 1985–

    Bron: De genenbank onderweg, cpro-dlo (1995) p. 17

    Opmerking: De Genenbank is opgericht om specifieke aandacht te besteden aan bewaring, evaluatie, documentatie en introductie van teeltmateriaal.

    Waardering: B, 4

    23.12. Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen

    796

    Handeling: Het instellen van de Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen

    Periode: 1970–

    Grondslag: Instelling Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen art. 1

    Product: Instellingsbeschikking

    Waardering: B, 4

    797

    Handeling: Het benoemen van leden van de Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen

    Periode: 1970–

    Grondslag: Instelling Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen art. 3.1, zoals gewijzigd in 1976 (Stcrt. 1976, 192)

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Vanaf 1976 benoemt het Landbouwschap drie leden, voor die tijd waren dat er twee. Twee van deze leden zijn deskundig op het gebied van teeltmateriaal van akkerbouwgewassen en een lid is deskundig op het gebied van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen. De Nederlandse Kwekersbond, Vereniging voor de handel in Landbouwzaaizaden, Nederlandse Federatie voor de handel in Pootaardappelen, Centrale Vereniging voor de Coöperatieve Handel benoemen drie leden. De Nederlandse Vereniging voor de Teelt en de Handel in Tuinbouwzaden benoemt twee leden. Het Productschap voor Siergewassen benoemt één lid. De Minister van LNV, benoemt vanaf 1976, voor die tijd waren dat er twee.

    Waardering: V 5 jar na beëndiging of 10 jaar na overlijden

    799

    Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar als secretaris van de Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen

    Periode: 1970–

    Grondslag: Instelling Raad voor aangelegenheden van teeltmateriaal van land- en tuinbouwgewassen art. 3.2, zoals gewijzigd (Stcrt. 1976, 192) art. 3.2

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na ontslag

    23.13. Biotechnologie

    23.13.1. Algemene handelingen

    800

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Product: (Beleids)nota’s: o.a. Nota ‘Leven in een duurzame toekomst’, juni 1993, uitgebracht mede namens EZ, VROM, WVC, OC&W, BuZa en SZW; Nota Wetenschap- en techniekcommunicatie, april 2000, uitgebracht met OC&W en EZ; Voortgangsrapportages (evaluatie) over biotechnologie en levensmiddelen, november 1996 en april 1999, uitgebracht door de Ministeries van LNV en VWS in nauwe betrokkenheid van de Ministeries van VROM en EZ (TK 1996–1997, 25 126 nr. 1; 1998–1999, 26 407 nr. 2).

    – Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (II’95–‘96 24 400. XIV, nr. 37); Voortgangsverslag (1996) inzake Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (SPA Biodiversiteit) uitgebracht door Ministeries van LNV, VROM en BuZA, mede namens de Ministeries van V&W, OC&W en EZ (TK 1996–1997. 25 000 XIV, nr. 21)

    Opmerking: Het gaat hierbij met name om het gebruik van biotechnologie in planten en voedingsmiddelen, de voedsel- en milieuveiligheid en de informatie daarover aan de consument.

    Waardering: B, 1/4

    801

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van teeltmateriaal en (agro)biotechnologie

    Periode: 1940–

    Product: Wet, houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder (Stb. 1920, 957); Kwekersbesluit (vb, 1942, 8); Keuringswet Tuinbouwzaden- en Plantgoed (Stb. 1952, 160); Zaaizaad- en plantgoedwet (Stb. 1966, 455)

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Bijvoorbeeld: Het aanpassen van de Zaaizaad- en plantgoedwet na herziening van UPOV-conventies. Voor (agro)biotechnologie geldt ook: de implementatie van EG-regelgeving door de voorbereiding van uitvoeringsmaatregelen in de vorm van formele wetten, AMvB’s, Ministeriële regelingen en verordeningen.

    Waardering: B, 1/2

    802

    Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van organisaties, raden, commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1940–

    Product: Instellingsbesluiten

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Voorbeelden van zo’n commissie is: Commissie van Advies voor Kwekerseigendom (1940).

    Waardering: B, 4

    803

    Handeling: Het opstellen van (periodieke) verslagen over de beleidsvorming inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B, 3

    804

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen over het beleid inzake en (agro)biotechnologie en het anderszins informeren van leden van, of commissies uit het parlement

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B, 2/3

    805

    Handeling: Het opstellen van beleidsinformatie over teeltmateriaal en t.b.v. de Memorie van Toelichting bij begrotingen

    Periode: 1977–

    Waardering: B, 2/3

    806

    Handeling: Het informeren van de Staten-Generaal betreffende het beleid voor het (agro)biotechnologiebeleid

    Periode: 1977–

    Waardering: V 10 jaar

    807

    Handeling: Het opstellen van het standpunt t.a.v. (agro)biotechnologie van het Ministerie van LNV uit te dragen op conferenties

    Periode: 1977–

    Waardering: B, 1/2

    808

    Handeling: Het organisatorisch voorbereiden van de deelname aan conferenties, werkgroepen etc m.b.t. (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Waardering: B+V

    B, voor rapporten en verslagen

    V 5 jaar voor overige neerslag

    809

    Handeling: Het geven van voorlichting betreffende het overkoepelende (agro)biotechnologiebeleid

    Periode: 1977–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Waardering: B+V

    B, voor eindverslagen

    V 2 jaar voor overige neerslag

    810

    Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman en parlementaire onderzoekscommissies naar aanleiding van klachten over de gevolgen of de uitvoering van het beleid inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Behoorlijk behandeld over de Nationale Ombudsman. Parlementair onderzoek gebeurt meestal door de Commissies voor de Verzoekschriften.

    Waardering: B, 3

    811

    Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake (Agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 3 voor eindrapporten

    V 5 jaar na uitspraak

    812

    Handeling: Het voeren van verweer in beroepschriftprocedures inzake (agro)biotechnologie voor administratiefrechtelijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen en verweerschriften

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Drie maal ’s Raads recht over de Raad van State.

    Waardering: V 10 jaar

    813

    Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties op het gebied van (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: De belangrijkste internationale organisatie op dit gebied is de UPOV, die het Nederlandse kwekersrecht in grote mate regelt.

    Waardering: B, 1 en 2

    814

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Bron: Begrotingen

    Waardering: V 3 jaar

    815

    Handeling: Het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal op het terrein van (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorlichtingsmateriaal, eindproducten

    V 2 jaar voor overige neerslag

    816

    Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 1 alleen de verslagen

    V 5 jaar voor overige neerslag

    817

    Handeling: Het formuleren van het onderzoeksbeleid op het gebied van (agro)biotechnologie en (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Product: Voorstellen; nota’s

    Bron: Begrotingen

    Waardering: B+V

    B, 1 en 5 voor voorstellen, nota’s etc.

    V 5 jaar voor overge neerslag

    818

    Handeling: Het geven van bijdragen aan instellingen voor landbouwkundig onderzoek op het gebied van (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Opmerking: Voorbeelden van onderzoekcentra op het gebied van teeltmateriaal zijn; het Centrum voor Rassenonderzoek en Zaadtechnologie (CRZ); heet Instituut voor de veredeling van Tuinbouwgewassen Wageningen (IVT) en het Rijksinstituut voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen (RIVRO).

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorstellen, nota’s etc.

    V 10 jaar voor overige neerslag

    819

    Handeling: Het beoordelen van de onderzoeksprogramma’s en de onderzoeksresultaten van de proefstations inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1945–

    Grondslag: Begrotingen

    Product: Beoordelingsverslagen

    Waardering: V 10 jaar

    820

    Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het bijdragen aan de strategische ontwikkeling en totstandkoming van beleid inzake (agro)biotechnologie en het daarbij behorende instrumentarium

    Periode: 1977–

    Product: Opdrachten

    Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1c

    Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen

    Waardering: B, 1

    821

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van departementale standpunten inzake de agrarische aspecten van internationale handelsbesprekingen

    Periode: 1945–

    Opmerking: Als onderdeel van de voorbereiding wordt overleg gevoerd met het

    agrarische bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    822

    Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het doen van onderzoek naar de gevolgen van moderne biotechnologie voor landbouw, voeding en milieu, alsmede de daaruit voortvloeiende maatschappelijke effecten

    Periode: 1977–

    Product: Opdrachten

    Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1b

    Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen.

    Waardering: B, 1

    23.13.2. Algemene Europese handelingen

    823

    Handeling: Het formuleren van hoofdlijnen en beginselen van het Nederlandse standpunt gericht op het EG-beleid ten aanzien van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Bron: Brief van de Ministers van LNV, VROM en OS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. Vergaderjaar 1996–1997, 25 000 XIV, nr. 21

    Opmerking: Onder ander in het kader van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. In het kader van dit Verdrag was Nederland vertegenwoordigt bij conferenties over plantaardige genetische bronnen en agro- biodiversiteit

    Waardering: B, 1

    824

    Handeling: Het deelnemen aan de voorbereiding van verordeningen ter zake de (agro)biotechnologie die door de Commissie der E.E.G., later E.G. worden vastgesteld.

    Periode: 1977–

    Product: Voorstellen, nota’s en verslagen

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorstellen, nota’s etc.

    V 10 jaar voor overige neerslag

    825

    Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s en verslagen

    Opmerking: In de Europese Gemeenschap is het zaaizaadhandelsverkeer van teeltmateriaal van vrijwel alle belangrijke landbouw- en groentegewassen geregeld.

    Waardering: V 10 jaar

    826

    Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Concept-fiches

    Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast. (Zie ook Pivotonderzoek ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.)

    Waardering: B, 1

    827

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    828

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    829

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Waardering: B, 1

    830

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 1

    831

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot (agro)biotechnologie en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Voorstellen, nota’s, en verslagen

    Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

    Waardering: B, 1

    832

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1993–

    Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers.

    Waardering: B, 1

    833

    Handeling: Het aan de Europese Commissie rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Rapporten

    Waardering: B, 3

    834

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot (agro)biotechnologie, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

    Periode: 1958–

    Product: Rapporten

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg

    Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.

    Waardering: B, 1

    835

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen op het gebied van (agro)biotechnologie, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen

    Periode: 1958–

    Product: Rapporten

    Waardering: B, 1

    836

    Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en

    regelgeving ten aanzien van (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 30

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken.

    Waardering: B, 5

    837

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Circulaires

    Waardering: B, 5

    838

    Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

    Waardering: V 10 jaar

    839

    Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen voor benoeming als controleur op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Grondslag: EG-richtlijnen

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 3 jaar

    840

    Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Waardering: V 2 jaar na vertrek

    841

    Handeling: Het nemen van maatregelen voor de toepassing van EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van (agro)biotechnologie

    Periode: 1958–

    Product: Beschikkingen

    Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

    Waardering: B, 5

    842

    Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een Raadsbesluit inzake (agro)biotechnologie

    Periode: 1993–

    Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

    Product: Implementatieplan

    Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen.

    Waardering: B, 5

    23.13.3. Fundamenteel, strategisch en Toepassingsgericht onderzoek

    23.13.3.1. Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

    843

    Handeling: Het gezamenlijk aangaan van projecten op het gebied van o.a. biotechnologie

    Periode: 1981–

    Bron: Instellingsbesluit Programmacommissie Biotechnologie

    Opmerking: Projectmanagement en -beoordeling worden verzorgd door het NRLO.

    Waardering: B, 5

    847

    Handeling: Het laten verrichten van (evaluatie)onderzoek naar projecten in het Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma Landbouwbiotechnologie (IOP-Lb)

    Periode: 1985–

    Product: Evaluatiestudie

    Bron: Beleidsinformatie jaargang 4 nummer 16, p. 5

    Opmerking: De opdracht werd uitgevoerd door: het Studiecentrum voor Technologie en Beleid van TNO, en het Centrum voor Studies en Wetenschap, Technologie en Samenleving van de Universiteit Twente

    Waardering: B+V

    B, 2/3 voor onderzoeksopdrachten en eindproducten

    V 10 jaar overige neerslag

    23.13.3.2. Biotechnologisch onderzoek bij planten

    849

    Handeling: Het opstellen van programmafinancieringsafspraken en programmavoorstellen voor het Nederlands plantenbiotechnologisch onderzoek

    Periode: 1985–

    Bron: Beleidsnota landbouwbiotechnologie p. 38; Begrotingen

    Opmerking: O.a. met DLO.

    Waardering: B, 5

    23.13.3.3. Biotechnologisch onderzoek met betrekking tot nieuwe voedingsmiddelen

    850

    Handeling: Het laten verrichten van (evaluatie)onderzoek naar ggo-vrije ketens van voedingsmiddelen

    Periode: 1997–

    Product: onderzoeksopdrachten

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5

    Opmerking: Een financiële bijdrage hiervoor kan worden verkregen op grond van de Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie. LASER voert de regeling uit.

    Waardering: B+V

    B, 5 onderzoeksopdracht en eindproduct

    V 10 jaar overige neerslag

    23.13.3.4. Financiering van het onderzoek

    854

    Handeling: Het (mede)financieren van biotechnische onderzoeksprogramma’s in de agrofoodsector

    Periode: 1977–

    Bron: Beleidsnota landbouwbiotechnologie p. 38; Begrotingen

    Opmerking: Onder de agrofoodsector zijn begrepen: landbouw (akkerbouw, tuinbouw, en veeteelt) en voedingsmiddelenindustrie. De onderzoeksprogramma’s werden o.a. uitgevoerd door DLO, LUW, en proefstations (nu samen onder Wageningen-UR) en de Associatie voor Biotechnologische Onderzoeksscholen in Nederland (ABON) en hebben betrekking op plantaardige productie, dierlijke productie, aquacultuur en landbouwproductenverwerkende industrie. Ook de Programmacommissie Landbouwbiotechnologie (PcLB) wordt door LNV gefinancierd.

    Waardering: V 5 jaar

    855

    Handeling: Het (mede)financieren van startende biotechnologie bedrijven

    Periode: 1977–

    Bron: Website LNV, oktober 2002; Subsidieregeling Zaaiprojecten life sciences

    Opmerking: In het kader van het Actieplan Life Sciences

    Waardering: V 7 jaar

    23.13.4. Toelating van genetisch gemodificeerde organismen

    23.13.4.2. Voedsel, nieuwe voedingsmiddelen

    857

    Handeling: Het voeren van overleg met het Nederlandse voedingsbedrijfsleven en maatschappelijk organisaties over verbetering van transparante etikettering van producten die met gentechnologie zijn geproduceerd

    Periode: 1996–

    Product: Agenda’s; notulen; nota’s etc.

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 33

    Waardering: B, 1

    858

    Handeling: Het stimuleren en faciliteren van de ontwikkeling van ggo-vrije ketens van levensmiddelen

    Periode: 1997–

    Product: Subsidieverslagen

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5

    Opmerking: Subsidie wordt verstrekt middels De Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor subsidieverslagen

    V 10 jaar voor overige neerslag

    859

    Handeling: Het (mede) beslissen over het verlenen van vergunningen voor introducties van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en op de markt

    Periode: 1993–

    Grondslag: Besluit GGO, art 6

    Opmerking: De Minister van VROM heeft hierin het primair bevoegd gezag.

    Waardering: B, 5

    23.13.4.3. Zaaizaad en plantgoed

    860

    Handeling: Het (laten) uitvoeren van een inventariserend onderzoek naar de ethische aspecten van plantenbiotechnologie

    Periode: 1993–

    Product: Onderzoeksrapporten; onderzoeksopdrachten

    Bron: ?

    Waardering: B+V

    B, 1 voor rapporten

    V 5 jaar voor overige neerslag

    23.13.4.4. Intellectueel eigendom

    861

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet en regelgeving betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen

    Periode: 1998–

    Product: Wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen

    Bron: TK 1998–1999, 26 568 (R1638), nrs. 1–2; EK 2001–2002, 26 26 568 (R 1638), nr. 435

    Opmerking: Deze wet is nog niet gepubliceerd in de staatscourant?

    Waardering: B, 1

    23.13.5. Voorlichting en het stimuleren van maatschappelijke meningsvorming

    23.13.5.1. Consumentenonderzoek en -voorlichting

    862

    Handeling: Het financieren van onderzoeksprogramma’s betreffende de sociaal-economische en voedselveiligheidsaspecten van de landbouwbiotechnologie

    Periode: 1990–

    Product: O.a. Technologische Aspecten-studies (TA-studies)

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22

    Opmerking: Dit onderzoek wordt o.a. uitgevoerd door de stichting Consument en Biotechnologie.

    Waardering: V 10 jaar

    864

    Handeling: Het financieren van onderzoek naar maatschappelijke acceptatie van producten van de (landbouw)biotechnologie

    Periode: 1990–

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22

    Opmerking: Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA) en de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (NOTA- vanaf 1994: Rathenau Instituut).

    Waardering: V 10 jaar

    866

    Handeling: Het voeren van overleg met betrokken organisaties over de participatie vanuit deze organisaties in de aansturing van beleidsgerichte onderzoeksprogramma’s op het gebied van landbouwbiotechnologie

    Periode: 1990–

    Product: Voorstellen, nota’s, agenda’s, notulen, en verslagen

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie p. 22

    Opmerking: Betrokken organisaties zijn o.a. de Stichting Consument en Biotechnologie en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA).

    Waardering: V 5 jaar

    867

    Handeling: Het financieel ondersteunen van voorlichtingscampagnes op het gebied van de (landbouw)biotechnologie

    Periode: 1990–

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 21

    Opmerking: O.a. voorlichtingscampagnes van de Stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie (PWT – in 1996 na een fusie overgegaan in Stichting WeTeN).

    Waardering: V 10 jaar

    869

    Handeling: Het beschikbaar stellen van financiële middelen om de rol van het landbouwonderwijs in de maatschappelijke meningsvormen over landbouwbiotechnologie nader te verkennen

    Periode: 1990–

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, p. 22

    Opmerking: In overleg met instellingen voor landbouwonderwijs worden o.a. de organisatie van studiedagen, symposia, workshops, en open dagen over biotechnologie gefinancierd.

    Waardering: V 10 jaar

    870

    Handeling: Het geven van informatie over toelatingsprocedures en achtergronden van de gehanteerde criteria inzake biotechnologie

    Periode: 1990–

    Product: Brochure over de milieuaspecten van genetisch gemodificeerde organismen.

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie p. 22

    Opmerking: De brochure is opgesteld door de VCOGEM.

    Waardering: B, 3

    871

    Handeling: Het geven van opdracht tot het verrichten van onderzoek consumenten aangelegenheden in relatie tot biotechnologie

    Periode: 1993–

    Product: Rapport Consument en biotechnologie, kennis en meningsvorming van consumenten over biotechnologie; Rapport Biotechnologie: actie of reactie

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, 1993, p. 22

    Opmerking: Uitgevoerd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden (SWOKA)

    Waardering: B+V

    B, 1 voor opdrachten

    V 10 jaar voor overige neerslag

    23.13.5.2. Maatschappelijk debat

    872

    Handeling: Het beschikbaarstellen van financiële middelen voor het organiseren van publiek debat over biotechnologie

    Periode: 1990–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78

    Opmerking: O.a: Debat Genetische modificatie van Dieren (1993); Debat Klonen en Kloneren (1999); Debat Biotechnologie en voeding (2001)

    Waardering: V 10 jaar

    873

    Handeling: Het geven van opdracht tot het organiseren van publiek debat over biotechnologie

    Periode: 1993–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78

    Opmerking: O.a: Debat Klonen en Kloneren (1999)

    Waardering: B, 1

    874

    Handeling: Het (mede) organiseren en coördineren van publiek debat over biotechnologie

    Periode: 1993–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78

    Opmerking: NOTA heet vanaf 1994 Rathenau Instituut.

    Waardering: B, 1

    23.13.5.3. Communicatie

    875

    Handeling: Het (mede)financieren van communicatie-activiteiten op het gebied van biotechnologie

    Periode: 1993–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 21

    Waardering: V 10 jaar

    Deel 2. Handelingen van actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV

    Adviescomités van landbouwvertegenwoordigers

    458

    Handeling: Het adviseren van de Commissie van Europese Gemeenschappen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-Verordening (2081/92)inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 15; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art.19

    Product: Adviezen

    Opmerking: De vertegenwoordiger van de Lidstaat maakt deel uit van het comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lidstaten

    Waardering: B, 3

    Adviescommissie Geografische Aanduiding

    461

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw in zaken welke betrekking hebben op de aanvraag tot en het bezwaar tegen communautaire registratie van een geografische aanduiding of oorsprongsbenaming, dan wel van de specificiteit van een landbouwproduct of levensmiddel als bedoeld in de verordeningen

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering artt. 2 en 16.1

    Opmerking: Het secretariaat stelt de aan de Minister uit te brengen adviezen op

    Waardering: B, 5

    464

    Handeling: Het benoemen van een vice-voorzitter

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 6.2

    Opmerking: De adviescommissie benoemt uit haar midden de vice-voorzitter

    Waardering: V 10 jaar

    465

    Handeling: Het aanwijzen of schorsen van leden van het dagelijks bestuur

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering artt. 6.3 en 12.2

    Opmerking: Er worden twee leden aangewezen die samen met de voorzitter en de vice-voorzitter het dagelijkse bestuur vormen. Schorsing vindt plaats indien een lid van de adviescommissie de plicht tot geheimhouding schendt.

    Waardering: V 10 jaar

    466

    Handeling: Het opstellen van verslagen van vergaderingen

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 10.3

    Product: Verslagen van vergaderingen

    Waardering: B, 5

    467

    Handeling: Het instellen van deelcommissies

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 13.2

    Opmerking: Het gaat om deelcommissies die zich specialiseren in bepaalde onderwerpen.

    Waardering: B, 4

    468

    Handeling: Het besluiten om een spoedeisend advies zelf te behandelen of te laten behandelen door een deelcommissie

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 13.3

    Opmerking: De behandeling van het advies gebeurt namens de adviescommissie.

    Waardering: V 10 jaar

    469

    Handeling: Het beslissen in de gevallen waarin dit besluit niet voorziet

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 14.1

    Waardering: V 10 jaar

    470

    Handeling: Het opstellen van een instructie voor het secretariaat

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 14.2

    Product: Instructies

    Waardering: V 10 jaar

    Adviescommissies Landbouwuitvoerwet

    71

    Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging de regering van advies dienen over maatregelen ter uitvoering van de Landbouwuitvoerwet

    Periode: 1938–1950

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 15.1; Wet op de Economische delicten zoals gewijzigd Stb. 1951, 91 art. 75. V

    Waardering: B, 1 en 5

    Algemene Inspectiedienst (AID)

    282

    Handeling: Het keuren bij invoer van groenten en fruit

    Periode: 1977–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 4.1

    Waardering: B, 5

    242

    Handeling: Het belasten van ambtenaren om de Rijkszuivelinspecteur te ondersteunen in de uitoefening van het Rijkstoezicht

    Periode: 1955–

    Grondslag: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur art. 1

    Opmerking: Het gaat om rijkstoezicht op de boter- en kaascontrolestations die zich onder Rijkstoezicht hebben gesteld, en op het ZKB.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 10 jaar

    506

    Handeling: Het houden van toezicht op naleving van de genomen maatregelen om de voedselketen te controleren naar aanleiding van crises waarbij de voedselveiligheid in gevaar wordt gebracht

    Periode: 1945–

    Grondslag: Noodmaatregelingen in verband met de radioactiviteit (melkwinning)

    Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl

    Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. het kernongeval in Tsjernobyl of calamiteiten zoals dioxineverontreiniging in zuivelproducten

    Waardering: B, 6

    730

    Handeling: Het opsporen van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet

    Periode: 1969–1973

    Grondslag: Beschikking aanwijzing opsporingsambtenaren art. 1

    Opmerking: Voor zover het gaat om overtredingen die economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten.

    Waardering: V 10 jaar

    Ambtenaren belast met het Rijkstoezicht op controle-instellingen

    249

    Handeling: Het inroepen van medewerking van het Rijks-kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten in Wageningen en andere ambtenaren bij het toezien op het naar behoren functioneren van de controle-instelling en haar onderdelen

    Periode: 1975–

    Grondslag: Regeling inzake het rijkstoezicht op controle-instellingen art. 4.2

    Waardering: V 10 jaar

    Ambtenaren belast met het Rijkstoezicht op de landbouwkwaliteit

    247

    Handeling: Het verzoeken om inzage in stukken van de controle-instelling op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1977–

    Grondslag: Beschikking rijkstoezicht op de controle-instellingen 15 augustus 1977/no. J2094 Stcrt.159 art.4.1

    Product: Verzoek

    Waardering: V 10 jaar

    Ambtenaren in dienst van de Rijkszuivelinspectie

    382

    Handeling: Het opsporen van strafbare feiten die te maken hebben met de uitvoer van zuivelproducten

    Periode: 1948–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 7; Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art. 22

    Opmerking: Zuivel-Kwaliteitscontrole Bureau Directeur, keurmeesters en controleurs.

    Waardering: B, 5

    Ambtenaren van het Rijkstoezicht

    215

    Handeling: Het controleren van kaasproducten

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 61

    Product: Keuringsuitslagen

    Waardering: V 10 jaar

    Autoriteit (door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) aangewezen)

    133

    Handeling: Het goedkeuren van besluiten en nadere regels die door productschappen zijn vastgesteld

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 5.3 (1978); Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 6.3; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten art. 14.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.4; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.3

    Opmerking: Wordt uitgevoerd door en autoriteit die dor de Minister wordt aangewezen.

    Waardering: B, 5

    183

    Handelingen: Het goedkeuren van een verleende vrijstelling die door controle-instellingen en productschappen verleend worden met betrekking tot hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is

    Periode: 1977–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art 10.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 10.4; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 12.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 8.2; Landbouwkwaliteitsbesluit Gemedicineerd veevoeder art 20.3; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 13.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 14.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 10.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen en ontheffingen vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 11.4; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 16.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffing en nadere voorschriften bacon art 3.1

    Opmerking: Het gaat om regels die betrekking hebben op de bereiding, de bewaring, de keuring, het gebruik van toevoegingen, grond- of hulpstoffen , en het gebruik van merken voor bacon en kunnen voorschriften inhouden inzake de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen voorzover de desbetreffende regels de gezondheid niet raken.

    Waardering: V 2 jaar na afloop vrijstelling, ontheffing of na intrekking regeling

    Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling

    523

    Handeling: Het stimuleren en coördineren van het beheer en gebruik van de voedselconsumptiegegevens, afkomstig uit de voedselconsumptiepeiling

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking Instelling Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling art. 2

    Opmerking: Gegevens uit deze consumptiepeilingen zijn ondergebracht in drie gezamenlijke databestanden van de Ministeries van Volksgezondheid en Landbouw.

    Waardering: B+V

    B, ? voor voorstellen, nota’s etc.

    V 5 jaar voor overige neerslag

    Centrale Raad van Beroep voor de Botercontrolestations

    423

    Handeling: Het geven van bindend advies naar aanleiding van het indienen van beroep van aangeslotenen bij zuivelcontrolestations

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 68; Botercontrolebeschikking 1967 art. 40

    Opmerking: Het bindend advies wordt gegeven aan het zuivelcontrolestation tegen wie beroep is ingesteld door de aangeslotene.

    Waardering: V 10 jaar

    Centrale Raad van Beroep voor de Kaascontrolestations

    423

    Handeling: Het geven van bindend advies naar aanleiding van het indienen van beroep van aangeslotenen bij zuivelcontrolestations

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 68; Botercontrolebeschikking 1967 art. 40

    Opmerking: Het bindend advies wordt gegeven aan het zuivelcontrolestation tegen wie beroep is ingesteld door de aangeslotene.

    Waardering: V 10 jaar

    Centrum voor Genetische Bronnen Nederland/Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CGN-CPRO/DLO)

    794

    Handeling: Het beheren van de Nederlandse genenbank voor plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw onder mandaat van de Nederlandse overheid

    Periode: 1985–

    Bron: Nota Zaadvak p. 23

    Opmerking: Het CGN richt zich op het conserveren van biodiversiteit. Het concentreert zich daarbij op de lange termijn opslag en het toegankelijk maken van collecties, die belangrijk zijn voor de Nederlandse landbouw.

    Waardering: B+V

    B, 4 voor gegevens bank/database

    V 10 jaar voor overige neerslag

    795

    Handeling: Het evalueren en rapporteren van het CGN-beleid

    Periode: 1985–

    Bron: De genenbank onderweg, cpro-dlo (1995) p. 31

    Waardering: B, 2 en 3

    Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM)

    851

    Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de uitkruising van ggo’s naar de ggo-vrije landbouw

    Periode: 1997–

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, biote02023

    Waardering: B+V

    B, 2 en 3 vootr rapporten

    V 10 jaar voor overige neerslag

    Comité bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

    458

    Handeling: Het adviseren van de Commissie van Europese Gemeenschappen inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-Verordening (2081/92)inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art. 15; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art.19

    Opmerking: De vertegenwoordiger van de Lidstaat maakt deel uit van het comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lidstaten

    Waardering: B, 1

    Commissie toelating groenterassen

    684

    Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt 1974, 24 ) art. 3a

    Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.

    Waardering: B, 5

    688

    Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV omtrent de toelating van groenterassen en groepen van planten van groentegewassen

    Periode: 1971–

    Grondslag: Regeling Commissie toelating Groenterassen, Stcrt. 1971, 114, gew. Stcrt. 1988, 174, art. 2; Besluit instelling Commissie toelating groenter⁠assen art. 2

    Opmerking: Deze adviezen staan in relatie tot de uitvoering van de EG-richtlijn van 29 september 1970, betreffende het in de handel brengen van groentezaad (Pb.L.225) namelijk dat elk lidstaat één of meer lijsten opstelt van de rassen die officieel op zijn grondgebied tot de keuring zijn toegelaten en in de handel mogen worden gebracht.

    Waardering: V 5 jaar

    700

    Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV in hoeverre teeltmateriaal van groepen van planten die niet ingeschreven zijn, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd mag worden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 82

    Opmerking: De commissie is een Ministeriële commissie waarvoor NAK-tuinbouw het secretariaat voert.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor adviezen

    V 5 jaar voor overige neerslag

    Commissie voor de samenstelling van de rassenlijsten voor bosbouwgewassen

    684

    Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt 1974, 24 ) art. 3a

    Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.

    Waardering: B, 5

    Commissie voor de samenstelling van de rassenlijsten voor landbouwgewassen

    684

    Handeling: Het (op verzoek van de houder van het kwekersrecht) plaatsen van rassen op, rubriceren van rassen, alsmede het afvoeren van rassen van rassenlijsten

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 75.1, 76; Besluiten inrichting rassenlijsten art. 3.5; Beschikking inrichting rassenlijst landbouwgewassen zoals gewijzigd Stcrt

    1974, 24 ) art. 3a

    Opmerking: Dit gebeurt wanneer uit deskundig onderzoek, verricht door of voor de Commissie, blijkt dat het ras voldoende cultuur- of gebruikswaarde heeft is. Er wordt jaarlijks een rassenlijst met aanvullende informatie onder auspiciën van de Commissies uitgegeven. Aanvullende info betreft: voor welke grondsoort het ras geschikt is, wat de opbrengst is, voor welke ziekten het ras meer of minder gevoelig is etc. Dit onderzoek vindt ook plaats om de toelating tot het verkeer van landbouw- en bosbouwgewassen te regelen. In de wetgeving staat vermeld dat deze handeling eveneens door een door de Minister aan te wijzen instelling verricht kan worden. Er is echter nooit een instelling apart hier voor aangewezen.

    Waardering: B, 5

    712

    Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV inzake teeltmateriaal van een niet in Nederland ingeschreven ras en dat tot het verkeer is toegelaten in een land dat geen deel uitmaakt van de EG, in Nederland in het verkeer gebracht mag worden met het oog op de uitvoer buiten het grondgebied van de EG op voorwaarde dat het ras voor keuringsdoeleinden voldoende homogeen is

    Periode: 1991–

    Grondslag: Regeling verkeer niet-ingeschreven rassen 1991 (Stcrt. 51) art. 3.2

    Waardering: V 5 jaar

    Coördinatie Commissie voor de metingen van Radioactiviteit en Xenonbiotische stoffen (CCRX)

    507

    Handeling: Het uitvoeren van radioactiviteitsmetingen t.b.v. ‘Tsjernobyl’

    Periode: 1945–

    Bron: Werkplan afwikkeling Tsjernobyl p. 14

    Opmerking: Aan deze werkgroep nemen alle instellingen deel die radioactiviteitmetingen t.b.v. ‘Tsjernobyl’ uitvoeren; Rijksinstituut voor Milieuhygiene, Keuringsdienst van Waren, Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten, Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling.

    Waardering: B, 6

    Dienst der Nederlandse Haringcontrole

    72

    Handeling: Het vaststellen van exportvolgnummers en exportstempelmerken die worden gebruikt op formulieren en verpakkingen van haring

    Periode: 1938–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 artt.3 en 5; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd in 1956 (Stb. 1952, 12) art. 5; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd in 1956 (Stb. 1956, 78) art. 5.7

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 5 jaar

    79

    Handeling: Het verlenen van schriftelijke vergunningen tot het gebruiken van andere verpakkingen dan genoemd in het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole

    Periode: 1956–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole zoals gewijzigd in Stb. 1956, 78 art. 1.II

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het hoofd van de dienst.

    Waardering: V 5 jaar

    136

    Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het gebruik van andere verpakkingen en merken dan in het Reglement genoemd

    Periode: 1945–1963

    Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.7, vernummerd naar art. 5 in Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb. 1952, 12. Art. XIV; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd Stb. 1956, 78 art, 1.IV.

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 5 jaar

    279

    Handeling: Het beslissen of en door wie haring opnieuw gekeurd kan worden

    Periode: 1964–1984

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art. 4.2

    Opmerking: Herkeuring kan geschieden nadat de exporteur beroep tegen een keuringsbeslissing heeft ingesteld.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 10 jaar

    347

    Handeling: Het vaststellen van uitvoerkwaliteitscertificaten voor haring

    Periode: 1964–1984

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art.2

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Product: Bijlage bij Uitvoercontrolebeschikking haring (Stcrt. 1964, 102)

    Waardfering: V 5 jaar

    Dienst Landbouwvoorlichting (DLV)

    852

    Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de traceerbaarheid en handhaafbaarheid van ggo’s

    Periode: 1997–

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, biote02023

    Waardering: B+V

    B, 2/3 voor rapporten

    V 10 jaar voor overige neerslag

    Haringkeurmeesters

    268

    Handeling: Het stellen van voorschriften m.b.t. het ter keuring aanbieden van haring

    Periode: 1911–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.5

    Waardering: B, 5

    269

    Handeling: Het weigeren van de keuring van aangeboden haring

    Periode: 1911–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.7

    Waardering: V 5 jaar

    270

    Handeling: Het (her)keuren van haring

    Periode: 1911–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.9

    Waardering: V 5 jaar

    275

    Handeling: Het, op verzoek van de aanvrager van de keuring of van de koper van de gekeurde haring afgeven van een schriftelijke verklaring van de uitkomst van het onderzoek

    Periode: 1945–1964

    Grondslag: Besluit keuring gekaakte haring art.8.2

    Waardering: V 5 jaar

    Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen

    744

    Handeling: Het in samenwerking toekennen van de juiste benaming van een buitenlands landbouwgewas, de juiste benaming van het ras alsmede de juiste herkomstaanduiding

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.2h

    Opmerking: De formele bevoegdheid van deze handeling ligt bij de directeuren.

    Waardering: B+V

    B, 5 identiteitsmonster

    V 10 jaar verslag

    745

    Handeling: Het in onderlinge overeenstemming toestaan tot invoer van in het buitenland geteeld voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras van een landbouwgewas, dat al dan niet is voorzien van certificaten, plombes, sluitingen, merken en tekenen van een door de Secretaris Generaal erkende buitenlandse instelling en dat is bestemd voor beproeving in de praktijk

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 5.a; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art. 5; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1b, 3.4a

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van het Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen.

    Waardering: V 10 jaar

    748

    Handeling: Het in overeenstemming verlenen van toestemming voor de invoer van gecertificeerd voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst of bijlage tot die lijst geplaatst ras

    Periode: 1944–1967

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.4a

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 10 jaar

    Klankbordgroep kwaliteitsprojecten

    50

    Handeling: Het jaarlijks de Minister van LNV van advies dienen ten aanzien van te hanteren prioriteitsstellingen en het evalueren van de wijze van uitvoering van deze regeling

    Periode: 1992–2000

    Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 18

    Product: (Evaluatie)verslagen en adviezen

    Waardering: B+V

    B, 2 en 3 voor evaluatieverslagen en adviezen

    V 10 jaar voor overige neerslag

    Lac stuur- en werkgroepen

    496

    Handeling: Het ondersteunen van de Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC)

    Periode: 1973–1994

    Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.5

    Opmerking: Bijvoorbeeld; Stuurgroep ‘Zuivelverontreiniging’, Stuurgroep ‘Vee, Vlees en Eieren’, Stuurgroep ‘Visverontreiniging’, Stuurgroep ‘Bodem en Gewas’, Stuurgroep ‘Voorkoming Radioactieve Besmetting van Voedingsmiddelen’, Stuurgroep ‘Natuurlijk Milieu’. Onder deze stuurgroepen ressorteerden werkgroepen voor speciale problemen.

    Waardering: B, 5

    Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen (LAC)

    493

    Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van LNV over de verontreiniging van voedselketens met milieukritische stoffen en het signaleren, voorkomen en bestrijden ervan

    Periode: 1973–1994

    Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.1

    Waardering: B, 1

    494

    Handeling: Het, stimuleren en coördineren van de technische en operationele samenwerking van de directies, diensten en instellingen van het Ministerie van Landbouw, die op het terrein van de milieukritische stoffen werkzaam zijn

    Periode: 1973–1994

    Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.3

    Opmerking: Dit gebeurd zoveel mogelijk in overleg met het georganiseerde bedrijfsleven.

    Waardering: B, 5

    495

    Handeling: Het instellen van stuur-, werk-, of studiegroepen

    Periode: 1973–1994

    Grondslag: Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 2.5

    Opmerking: Bijvoorbeeld; Stuurgroep ‘Zuivelverontreiniging’, Stuurgroep ‘Vee, Vlees en Eieren’, Stuurgroep ‘Visverontreiniging’, Stuurgroep ‘Bodem en Gewas’, Stuurgroep ‘Voorkoming Radioactieve Besmetting van Voedingsmiddelen’, Stuurgroep ‘Natuurlijk Milieu’

    Waardering: B, 4

    Landbouwadviescommissie radioactieve stoffen

    492

    Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV inzake de preventieve en daadwerkelijke bestrijding van de gevaren, verbonden aan besmetting met radioactieve stoffen

    Periode: 1960–1973

    Grondslag: Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij 8 januari 1960, nr. K 16 Kabinet; Opgeheven bij Beschikking Landbouwadviescommissie milieukritische stoffen art. 4

    Opmerking: Het gaat om besmetting van dieren, planten en voedselvoorzieningsproducten, evenals van de aardbodem en de wateren, voor zover van belang voor de landbouw en visserij.

    Waardering: B, 1

    Landbouw Economisch Instituut -Dienst Landbouwkundig Onderzoek (LEI-DLO)

    853

    Handeling: Het verrichten van consumenten- en marktonderzoek, gericht op inzicht in het koopgedrag van de ggo-vrije consument en in de ontwikkelingen in de vraag en aanbod op de (internationale) markt van ggo-vrije producten

    Periode: 1997–

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5

    Waardering: B+V

    B, 1 en 2 voor rapporten

    V 10 jaar voor overige neerslag

    Landelijk Platform Commissie Kritische Stoffen

    498

    Handeling: Het stimuleren van de samenwerking van werkzame overheidsdiensten, organen van het georganiseerde bedrijfsleven, wetenschapsinstellingen en maatschappelijke organisaties op het gebied van het aandacht besteden aan en terugdringen van kritische stoffen die een bedreiging vormen of kunnen vormen voor agrarische producten, visserijproducten en de natuur

    Periode: 1994–

    Bron: Staatsalmanak 1995–1996

    Waardering: B+V

    B, 5 voor voorstellen, nota’s en rapporten

    V 10 jaar voor overige neerslag

    Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO)

    844

    Handeling: Het begeleiden en beoordelen van gezamenlijke projecten van de Ministers van LNV en OC&W op het gebied van o.a. biotechnologie

    Periode: 1981–

    Bron: Instellingsbesluit Programmacommissie Biotechnologie

    Waardering: B+V

    B, 4en 5 voor voorstellen, nota’s etc.

    V 5 jaar overige neerslag

    845

    Handeling: Het stimuleren van, beoordelen, en voeren van het projectmanagement van innovatiegerichte onderzoeksprogramma’s biotechnologie (IOP-b)

    Periode: 1981–

    Opmerking: In de toelichting van de Instelling Programmacommissie (Stcrt, 1981, 178) staat dat de NRLO (als uitvoerende organisatie) het biotechnologisch onderzoek in toenemende mate stimuleert. Een in ander is gebaseerd op de studie ‘Biotechnologie in het landbouwkundig onderzoek’ van de NRLO.

    Waardering: B, 5

    Organisaties door de Minister van Landbouw aangewezen

    589

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw over de vaststelling van de vergoedingen voor kwekers

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 44.3

    Waardering: V 5 jaar

    Plantenziektenkundige Dienst (PD)

    139

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen is geregeld bij of krachtens de Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen

    Periode: 1955–1987

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 6

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Waardering: V 1 jaar

    263

    Handeling: Het geven van voorschriften voor de wijze van bewaring van aardappelen tussen het tijdstip van het aanbieden ter keuring en het tijdstip waarop de uitgestelde keuring zal plaatsvinden

    Periode: 1955–1987

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 7.2

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Waardering: V 1 jaar

    277

    Handeling: Het opdragen aan de met de keuring belaste ambtenaren tot het uitstellen van het keuren van aardappelen

    Periode: 1955–1987

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen art. 7.1

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: Uitstel van keuring geschiedt indien er reden is om te vermoeden dat de verschijnselen van enige aantasting of beschadiging welke op het ogenblik van de aanbieding ter keuring nog niet waarneembaar zijn, binnen enkele weken tot uiting zullen komen.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 1 jaar

    282

    Handeling: Het keuren bij invoer van groenten en fruit

    Periode: 1977–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 4.1

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Waardering: B, 5

    283

    Handeling: Het keuren van in Nederland geteelde of ingevoerde groenten en fruit met bestemming buiten het verzendgebied

    Periode: 1977–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit art. 7

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: Voor zover zendingen in het geheel bestaan uit in het buitenland geteelde groenten en fruit kan de AID bewijsstukken namens het KCB afgeven.

    Waardering: V 3 jaar

    289

    Handeling: Het besluiten tot het achterwege laten van de controle op groenten en fruit

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 art. 3.3

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: Indien het groenten en fruit betreft waarvoor gemeenschappelijke kwaliteitsnormen bestaan en die er voor bestemd zijn om zonder verdere bewerking te worden uitgevoerd naar een derde land. Van het achterwege laten van de controle wordt mededeling gedaan aan de douane.

    Waardering: V 3 maanden

    304

    Handeling: Het geven van toestemming tot het afvoeren, verhandelen, vernietigen of vervreemden van partijen groenten en fruit uit derde landen

    Periode: 1993–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit art. 4.2-3

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: Het gaat om partijen die niet voldoen aan de normen die gesteld zijn krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit.

    Waardering: V 1 jaar

    305

    Handeling: Het geven van aanwijzingen over keuringen van groenten en fruit aan de verantwoordelijke organen of personeelsleden van het Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB) alsmede de bepaling van de frequentie van de vastlegging

    Periode: 1993–

    Grondslag: Regeling houdende wijziging KCB-controlepersoneel als onbezoldigd ambtenaar van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees art. 3

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: De Directeur Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees bepaalt de frequentie van de verslaglegging

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor algemene aanwijzing

    V 75 jaar voor individuele gevallen

    339

    Handeling: Het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken aan aangesloten instellingen

    Periode: 1930–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1951 boter art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten art. 6b; Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 9b; Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten art. 7c; Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen art. 5.b; Uitvoercontrolebesluit Eieren 1962 art. 10.b; Uitvoercontrolebesluit Haring 1964, art. 10.c; Landbouwuitvoerbesluit bacon artt. 25, 26; Landbouwkwaliteitswet art.10.1 e; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -⁠vleeswaar art. 6.1; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art.11; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art.13; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 10; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducent art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 6; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 12; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.7; Landbouwkwaliteitsbesluit Zuivelproducten (1998–)

    Product: Uitvoercontrolebesluit 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas (Stcrt. 1956, 251); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62); Statuten en keuringsreglement Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); Keuringsreglement COZ kaasproducten (Stcrt. 1982, 105); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60)

    In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Waardering: V 30 jaar

    445

    Handeling: Het treffen van maatregelen bij gebleken tekortkomingen van landbouwproducten of levensmiddelen aan de eisen van de productdossiers

    Periode: 1993–1998

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art 10.4; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.3-4

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Opmerking: Tot nu toe heeft zich dit niet voorgedaan. In voorkomende gevallen meldt het COKZ of RVV de tekortkoming aan het Ministerie van Landbouw. De maatregelen hebben tot gevolg dat de bescherming wordt ingetrokken.

    Waardering: B, 5

    728

    Handeling: Het houden van toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor teeltmateriaal dat voor de uitvoer bestemd is

    Periode: 1967–1997

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510

    Opmerking: Het Rijksproefstation voor de Zaadcontrole en de Plantenziektenkundige Dienst verrichten deze handeling niet meer sinds 1997.

    Deze taak is in 1997 overgedragen aan de NAK.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages

    V 10 jaar overige neerslag

    731

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het uitoefenen van Rijkstoezicht op krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet aangewezen keuringsinstellingen

    Periode: 1973–

    Grondslag: Toezicht keuringsinstellingen ZPW art. 1

    Opmerking: De PD is verantwoordelijk voor het aanwijzen van ambtenaren als het gaat om Plantenziektenkundige aangelegenheden.

    Waardering: V 75 jaar

    772

    Handeling: Het controleren van handelsmonsters voor land- en tuinbouw op gezondheid in verband met fytosanitaire bepalingen met grensverkeer alsmede het afleveren van het Internationaal Fytosanitair Certificaat

    Product: Vervallen/onbekend

    Bron: Nota Zaadvak p. 30

    Opmerking: Dit is niet het ISTA-certificaat dat door het RPvZ wordt afgegeven.

    Het certificaat duidt op de gezondheid van het materiaal.

    Waardering: V 5 jaar

    Programmacommissie Landbouw Biotechnologie (PcLB)

    846

    Handeling: Het opstellen van meerjarige werkplannen en stimuleringsmaatregelen en het adviseren van de Minister van LNV met betrekking tot de biotechnologie

    Periode: 1985–

    Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

    Opmerking: Het gaat zowel om de inhoud van de onderzoeksprogramma’s als de subsidiëring daarvan, evenals om kennisoverdracht aan de agrarische industrie.

    Waardering: B, 5

    Project Biotechnologie

    820

    Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het bijdragen aan de strategische ontwikkeling en totstandkoming van beleid inzake (agro)biotechnologie en het daarbij behorende instrumentarium

    Periode: 1977–

    Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1c

    Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: B, 1

    822

    Handeling: Het verlenen van opdrachten betreffende het doen van onderzoek naar de gevolgen van moderne biotechnologie voor landbouw, voeding en milieu, alsmede de daaruit voortvloeiende maatschappelijke effecten

    Periode: 1977–

    Grondslag: Mandaat directeur Biotechnologie, art. 1b

    Opmerking: De directeur Biotechnologie van het Ministerie van LNV is vanaf 1 februari 2000 gemachtigd namens de Minister van LNV te beslissen en stukken te ondertekenen.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: B, 1

    Raad voor het Kwekersrecht

    567

    Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raad van het bestuur van het CBP

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 37

    Waardering: B, 4

    568

    Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap in de Raad van het bestuur van het communautair kwekersrecht

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 38

    Waardering: B, 4

    569

    Handeling: Het aanstellen van een Nederlandse vertegenwoordiger voor aanvraagprocedures voor het communautair kwekersrecht

    Periode: 1994–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 2.5

    Opmerking: Het gaat hierom procedures waarin LNV zelf aan deelneemt.

    Waardering: V 10 jaar

    570

    Handeling: Het aanwijzen van een centrale instantie die belast is verzoeken om rechtshulp van het Communautair Bureau voor Plantenrassen in ontvangst te nemen en door te zenden aan de bevoegde instanties

    Periode: 1995–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 (–) betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.1

    Waardering: B, 4

    571

    Handeling: Het aanvragen van vergoedingen bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen voor deskundigen en tolken en voor de kosten van de aanvraagprocedure

    Periode: 1995–

    Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.6

    Waardering: V 5 jaar

    573

    Handeling: Het deelnemen aan werkgroepen die door de UPOV-Raad zijn ingesteld

    Periode: 1961–

    Opmerking: Deze werkgroepen hebben onder meer tot taak het voorbereiden van door de raad vast te stellen aanbevelingen, om een uniforme toepassing van het Verdrag in de verschillende lidstaten te bevorderen. De aanbevelingen zijn primair gericht tot de instanties die kwekersrechten verlenen in de UPOV-landen.

    Waardering: B, 4

    574

    Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raadgevende Commissie (UPOV) en de Commissie voor administratieve en juridische aangelegenheden (UPOV)

    Periode: 1961–

    Opmerking: Taken bestaan uit het bijwonen van de tweejaarlijkse vergadering in Genève en daarin het Nederlandse standpunt vertegenwoordigen.

    Waardering: B, 4

    576

    Handeling: Het verifiëren van de rekeningen van de Unie overeenkomstig de regelen bepaald in het administratief en financieel reglement

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 25

    Product: Financiële verslagen

    Opmerking: De UPOV-Raad bepaalt, met diens instemming, welke uniestaat deze taak gaat vervullen.

    Waardering: V 7 jaar

    577

    Handeling: Het leveren van financiële bijdragen aan UPOV

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 26.1,3

    Waardering: V 7 jaar

    578

    Handeling: Het aangaan van onderlinge bijzondere regelingen met andere uniestaten voor de bescherming van kweekproducten

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 29

    Product: Samenwerkingsovereenkomsten; bilaterale erkenningen van onderzoeksresultaten

    Opmerking: Voor zover deze niet in strijd zijn met de bepalingen in het UPOV verdrag

    Samenwerkingsovereenkomsten onder meer met Oostenrijk, Japan, Zuid-Afrika. Acties die hier uit voortvloeien zijn: het opstellen van de overeenkomsten. Ondertekening hiervan gebeurt door de directeur van JZ, namens de Raad voor het Kwekersrecht.

    Waardering: B, 1

    579

    Handeling: Het opstellen van aktes van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ten aanzien van de UPOV, alsmede het de SG schriftelijk mededelen dat deze aktes van toepassing zijn op alle of een deel van de grondgebieden aangeduid in de verklaring of kennisgeving

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 36

    Opmerking: Iedere staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd of een dergelijke kennisgeving heeft gedaan, kan de SG mededelen dat deze akte ophoudt van toepassing te zijn op alle of op een deel van die grondgebieden.

    Het gaat hier om de SG van het Bureau van de UPOV.

    Waardering: B, 3

    580

    Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap van de UPOV-Raad

    Periode: 1988–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 18

    Opmerking: De Raad is een permanent orgaan van de UPOV. Nederland heeft in de periode 1988–1991 het voorzitterschap bekleed en gaat dit in de toekomst wellicht nog eens doen.

    Waardering: B, 3

    610

    Handeling: Het aan getuigen en deskundigen (kunnen) opleggen van de verplichting van geheimhouding

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 14. 6

    Waardering: V 5 jaar

    612

    Handeling: Het uitvoeren van administratief onderzoek alvorens kwekersrecht te verlenen

    Periode: 1942–

    Bron: Rapport met recht gekweekt p. 73

    Opmerking: De Raad voor het Kwekersrecht onderzoekt de naam van het ras, het tijdstip en de positie van de kweker

    Waardering: B+V

    B, 5 voor ingeschreven rassen

    V 5 jaar voor ingetrokkenen afgewezen rassen

    613

    Handeling: Het aan het Rijksinstituut voor Rassenonderzoek/Plant Research International (PRI)geven van opdracht tot het verrichten van kwekersonderzoek registratie/kwekersrecht- en cultuur- en gebruikswaardenonderzoek

    Periode: 1942–

    Bron: Interview

    Waardering: B, 1 en 5

    617

    Handeling: Het stellen van nadere eisen aan het teeltmateriaal en de verpakking daarvan bij het indieningverzoek voor het kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 18.4

    Waardering: B, 5

    619

    Handeling: Het vaststellen van een kwekersrechtaanvraagformulier

    Periode: 1974–

    Grondslag: Beschikking instructie Raad voor het Kwekersrecht art. 3

    Opmerking: Aanvragers van het kwekersrecht dienen tenminste op het aanvraagformulier te vermelden of en zo ja waar en met welke uitkomst het betreffende ras reeds in een ander land is onderzocht

    Waardering: V 5 jaar

    620

    Handeling: Het stellen van eisen ten aanzien van het ter beschikking stellen van voor onderzoek voldoende hoeveelheid teeltmateriaal van het ras, waarop de aanvraag voor het kwekersrecht betrekking heeft

    Periode: 1996–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 35.3 zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten

    Waardering: B, 5

    621

    Handeling: Het beslissen over aanvragen voor verlening van het kwekersrecht

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 6.1-2; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 18.3, 22.1, 35.1 en 36; Wet van 26 juni 1996 (Stb. 98) tot goedkeuring van herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.E

    Product: Aanvraagformulier + technische vragenlijst; onderzoeksrapporten; naamvoorstel; beslissingen van de Raad in verband met de aanvraag; alle andere documenten die leiden tot een aantekening in het Nederlands Rassenregister

    Opmerking: Het verlenen van kwekersrecht wordt voorafgegaan door een administratie onderzoek. Vervallen verklaren kan bijvoorbeeld in geval van wanbetaling.

    Hieronder valt ook het vaststellen en inschrijven van een voorlopige karakteriserende beschrijving.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor toegewezen aanvragen

    V 10 jaar voot niet toegewezen aanvragen

    V 2 jaar voor ingetrokken aanvragen

    625

    Handeling: Het verlengen van de inschrijvingstermijn van een ras in het Centraal rassenregister

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 15.2

    Opmerking: De inschrijving vervalt na 25 jaar en kan steeds voor de tijd van 10 jaar verlengd worden wanneer de gerechtigde 3 jaar voor het verstrijken van de termijn bij de Raad daarvoor een verzoek indient.

    Waardering: V 5 jaar

    629

    Handeling: Het nietig verklaren alsmede het overschrijven van inschrijvingen in het Nederlands rassenregister

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 19.1-2; Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van art. 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet art. 3.1

    Opmerking: Dit gebeurt indien gebleken is dat degene op wiens naam het ras is ingeschreven, dit niet meer onder toepassing van daartoe geëigende methoden in voldoende mate in stand houdt. Tevens gebeurt dit zodra zes maanden zijn verstreken, sinds de jaarcijns verschuldigd is geworden, zonder dat betaling heeft plaatsgevonden. Van de vervallen verklaring wordt aantekening gedaan in het Nederlands Rassenregister.

    Waardering: V 5 jaar

    630

    Handeling: Het vaststellen van benamingen en gewijzigde benamingen van rassen

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 18; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 21.4 en 23.2

    Product: Akten van benamingen en wijzigingen van benamingen

    Opmerking: De benaming moet geschikt zijn om een ras te identificeren

    Waardering: B+V

    B, 5 voor ingeschreven rassen

    V 5 jaar voor ingetrokken en afgewezen rassen

    634

    Handeling: Het instellen van onderzoek naar de methoden van instandhouding van bepaalde rassen door diegene die het ras heeft ingeschreven in het Nederlands rassenregister

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van art. 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 3.2

    Waardering: V 5 jaar

    636

    Handeling: Het beslissen op bezwaren betreffende de naamgeving van een ras

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 20.3

    Waardering: B+V

    B, 5 voor ingeschreven rassen

    V 5 jaar voor ingetrokken en afgewezen aanvragen

    638

    Handeling: Het vaststellen van modellen waarmee kan worden aangetoond dat een gemachtigde bevoegd is op te treden

    Periode: 1967–1993

    Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 12; Zaaizaad- en plantgoedwet zoals gewijzigd in 1993 (Stb. 697) art. 1.B

    Waardering: V 5 jaar

    646

    Handeling: Het verlenen van een licentie indien de houder van het kwekersrecht dit nalaat te doen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 43.1

    Opmerking: De beslissing tot het verlenen daarvan wordt slechts gedaan als de partijen

    niet binnen een door de Raad te bepalen termijn tot overeenstemming raken.

    Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht

    647

    Handeling: Het inschrijven van licenties in het Nederlandse Rassenregister

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 43.4, 44.3, 46,3. 48.4

    Waardering: B, 5

    648

    Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen die de houder van het kwekersrecht aanbrengt in de licentievoorwaarden

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 44.5

    Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht

    649

    Handeling: Het ambtshalve wijzigen van de licentievoorwaarden als de houder van het kwekersrecht naar het oordeel van de Raad in gebreke blijft

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 44.6

    Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht

    652

    Handeling: Het aanbieden van een licentieverklaring als de houder van het kwekersrecht verzuimt om dit te doen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 45.2

    Product: Bekendmaking van de Raad voor het Kwekersrecht van het openbaar aanbod tot licentieverklaring (Stcrt. 1968, 47, 174; Stcrt. 1969, 29; Stcrt. 1974, 24, 208; Stcrt. 1979, 231; Stcrt. 1981, 26, 56)

    Opmerking: Met inachtneming van de door de Minister gegeven aanwijzingen. Het aanbod wordt op kosten van de houder van het kwekersrecht in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.

    Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht

    657

    Handeling: Het op verzoek adviseren omtrent de vraag of een ras afgeleid is van een ander ras waarvoor kwekersrecht is verleend

    Periode: 1996–

    Grondslag: Wet (Stb. 1996, 398) tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, alsmede wijziging van de Zaaizaad- en plantgoedwet art. II.M; Zaaizaad- en plantgoedwet art. 41.4

    Waardering: V 5 jaar na afloop van het kwekersrecht

    660

    Handeling: Het inschrijven van akten van afstand, vervallen verklaringen, processen-verbaal en van verzoeken tot vernietiging, toewijzingen, opeisingen en intrekkingen van het kwekersrecht in het Nederlandse Rassenregister

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 49a.1, 50.1, 50.5 50.9, 52.2, 53.1, 56.1, 56.1

    Opmerking: Na inschrijving in het proces verbaal mogen aan de houder van het kwekersrecht geen licenties meer worden verleend.

    Waardering: B, 5

    663

    Handeling: Het beslissen op verzoekschriften tot vernietiging van het kwekersrecht en het toewijzen van opeisingen van het kwekersrecht

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 56.3, zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.T.

    Waardering: V 10 jaar

    705

    Handeling: Het aanwijzen van instandhouders van een landbouwgewas/groentegewas waarvoor geen kwekersrecht bestaat

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 84.3

    Product: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, gedeeltelijk (Stb. 1967, 224)

    Opmerking: De richtlijnen voor de toelating tot het verkeer van landbouw- en groentegewassen (70/457/EEG) en (70/458/EEG) bepalen dat de lidstaten er voor dienen te zorgen dat bij de officiële bekendmaking van de lijst van de op hun grondgebied toegelaten rassen de naam wordt vermeld van de in hun land voor de instandhouding verantwoordelijke persoon of personen.

    Het aanwijzen van instandhouders van groentegewassen wordt in de praktijk overgelaten aan NAK-Tuinbouw omdat de procedure van toelating tot het in het verkeer brengen van groenterassen via NAK-Tuinbouw loopt. Voor andere gewassen bestaat wat dit betreft onduidelijkheid.

    Waardering: V 10 jaar

    Receptuurcommissie

    107

    Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw met betrekking tot de kwaliteit van landbouwproducten en gemedicineerde diervoeders

    Periode: 1978–1986

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 11.1

    Product: Adviezen

    Opmerking: De receptuurcommissie adviseert de Minister over: het vaststellen, wijzigen en aanvullen van de lijst van gemedicineerde diervoeders en regels met betrekking tot de kwaliteit van gemedicineerde diervoeders; het stellen van regels met betrekking tot het toelaten van gemedicineerde diervoeders op de daarvoor vastgestelde lijst en het toelaten van diergeneesmiddelen bij de bereiding van diervoeders.

    Waardering: B, 5

    427

    Handeling: Het beslissen tot het verrichten van onderzoek door de bij haar aangesloten diensten of instellingen, indien de commissie dit, met het oog op een uit te brengen advies, noodzakelijk acht

    Periode: 1978–1986

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbeschikking toelatingsprocedure diergeneesmiddelen art. 7

    Waardering: V 15

    Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (RIKILT-DLO)

    34

    Handeling: Het uitvoeren van intern onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1975–

    Product: onderzoeksrapporten

    Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO. Voorbeeld is het onderzoek om te komen tot verlaging van het nitraatgehalte in bladgroente door middel van nieuwe teeltmethoden plantenveredeling.

    Waardering: B+V

    B, 1 en 2 eindproducten

    V 10 jaar overige neerslag

    291

    Handeling: Het goedkeuren van methoden voor monsterneming en onderzoek met betrekking tot zuigelingenvoeding

    Periode: 1994–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 art. 22

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 5 jaar na aanpassing methode

    485

    Handeling: Het beheren van de KAP-database

    Periode: 1993–

    Product: Database met meetresultaten uit monitorprogramma’s.

    Bron: Interview

    Waardering: B+V

    B, 5 voor database

    V 10 jaar voor overige neerslag

    486

    Handeling: Het door middel van onderling overleg beleidsmatig aansturen van de organisatie van de KAP-database

    Periode: 1993–

    Bron: Interview

    Opmerking: Het RIKILT beheert de database. Andere partijen (inclusief de industrie) leveren de data.

    Waardering: B, 5

    Rijksbotermerkencommissie

    350

    Handeling: Het geven van opdrachten tot; het bedrukken van etiketten met Rijksbotermerken; het aanmaken van stempels en het aanbrengen van Rijksbotermerken op wikkelpapieren

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 26.2; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd Stcrt. 1972, 98 art.29

    Waardering: V 10 jaar

    Rijkscommissie voor de samenstelling van rassenlijsten voor landbouwgewassen

    680

    Handeling: Het stellen van algemene voorwaarden ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras.

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art.3.1a,b, 4.1

    Opmerking: Het gaat om voortkwekingsmateriaal hetwelk onder de aanduiding N,O of Gr voorkomt op de bijlage tot die lijst.

    Waardering: V 10 jaar

    683

    Handeling: Het op een door haar te bepalen wijze bekendmaken dat voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras in aanmerking komt om onder de aanduiding N of Gr. Te worden geplaatst

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij met betrekking tot het in het verkeer brengen van niet op de rassenlijst geplaatste rassen van landbouwgewassen in afwijking van het bepaalde in art. 35.1 van het Kwekersbesluit 1941 art.2

    Opmerking: Het gaat om plaatsing op de bijlage tot de eerst verschijnende rassenlijststellen van algemene voorwaarden ten aan zien van voortkwekingsmateriaal van een niet op de rassenlijst geplaatst ras.

    Waardering: V 10 jaar

    739

    Handeling: Het in onderling overleg verlenen van toestemming voor de invoer van voortkwekingsmateriaal alsmede het stellen van bijzondere voorwaarden met betrekking tot de hoeveelheid, handel en vervoer van het voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1a 3.2a, 3.3a

    Opmerking: Het gaat om voortkwekingsmateriaal dat in het buitenland is geteeld van een al dan niet op de rassenlijst geplaatst ras van een landbouwgewas dat al dan niet voorzien is van certificaten, plombes, sluitingen, merken en tekenen van een door de Secretaris Generaal erkende buitenlandse instelling.

    Waardering: V 10 jaar

    Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV)

    279

    Handeling: Het beslissen of en door wie haring opnieuw gekeurd kan worden

    Periode: 1985–

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art. 4.2

    Opmerking: Herkeuring kan geschieden nadat de exporteur beroep tegen een keuringsbeslissing heeft ingesteld

    Waardering: V 2 jaar

    347

    Handeling: Het vaststellen van uitvoerkwaliteitscertificaten voor haring

    Periode: 1985–1998

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 art.2

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Product: Bijlage bij Uitvoercontrolebeschikking haring (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: V 1 jaar

    445

    Handeling: Het treffen van maatregelen bij gebleken tekortkomingen van landbouwproducten of levensmiddelen aan de eisen van de productdossiers

    Periode: 1998

    Grondslag: EG-verordening (2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art 10.4; EG-verordening (2082/92) inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.3-4

    Product: In 1998 overgenomen van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).

    Bron: Interview

    Opmerking: Tot nu toe heeft zich dit niet voorgedaan. In voorkomende gevallen meldt het COKZ of RVV de tekortkoming aan het Ministerie van Landbouw. De maatregelen hebben tot gevolg dat de bescherming wordt ingetrokken.

    Waardering: B, 5

    506

    Handeling: Het houden van toezicht op naleving van de genomen maatregelen om de voedselketen te controleren naar aanleiding van crises waarbij de voedselveiligheid in gevaar wordt gebracht

    Periode: 1945–

    Grondslag: Noodmaatregelingen in verband met de radioactiviteit (melkwinning)

    Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl.

    Interview

    Opmerking: Bijvoorbeeld n.a.v. het kernongeval in Tsjernobyl of calamiteiten zoals dioxineverontreiniging in zuivelproducten

    Waardering: B, 6

    876

    Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van regels die gesteld zijn op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid.

    Periode: 1985–

    Bron: Interview

    Waardering: V 10 jaar

    Rijksinstituut voor Rassenonderzoek

    614

    Handeling: Het verrichten van kwekersonderzoek registratie/kwekersrecht- en cultuur- en gebruikswaardenonderzoek, alsmede het coordineren van genoemd onderzoek bij uitbesteding aan het bedrijfsleven

    Periode: 1942–

    Grondslag: UPOV-richtlijnen; Richtlijn 72/168/EEG; Richtlijn 72/180/EEG

    Product: Na 1 jaar een tussenrapport; Na 2 jaar een eind rapport met conclusie

    Bron: Nota Zaadvak p. 28/29/Rapport met recht gekweekt

    Opmerking: Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de procedure tot verlening van het kwekersrecht en in het kader van de procedure voor de toelating van gewassen tot het verkeer. Het PRI en het Rijksinstituut worden door de Raad voor het Kwekersrecht benaderd met het verzoek dit onderzoek te verrichten

    Waardering: B+V

    B, 5 eindrapportage

    V 5 jaar digitaal in REX

    Rijkslandbouwproefstation

    734

    Handeling: Het onderzoeken van ingevoerde monsters van meststoffen, zaaizaden en veevoeder

    Periode: 1920–1967

    Grondslag: Wet houdende bepalingen tot bestrijding van bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder art.8

    Opmerking: Indien de directeur van het Rijksproefstation dit wenselijk acht.

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 5 jaar

    Rijksproefstation voor Zaadonderzoek

    Rijksproefstation voor Zaadcontrole 1898–1980

    Rijksproefstation voor Zaadonderzoek 1980–1989

    728

    Handeling: Het houden van toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor teeltmateriaal dat voor de uitvoer bestemd is

    Periode: 1967–1989

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510

    Opmerking: Het Rijksproefstation voor de Zaadcontrole en de Plantenziektenkundige Dienst verrichten deze handeling niet meer sinds 1997.

    Taak is overgenomen door het NAK

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    737

    Handeling: Het publiceren van de Normaalcijfers van het Rijksproefstation

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 2.1b, 3.2.d

    Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 artt. 2.1b, 3.2 e

    Opmerking: De directeur is formeel verantwoordelijk.

    Waardering: V 10 jaar

    742

    Handeling: Het onderzoeken van monsters van buitenlands voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1c; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1c

    Waardering: V 5 jaar

    744

    Handeling: Het in samenwerking toekennen van de juiste benaming van een buitenlands landbouwgewas, de juiste benaming van het ras alsmede de juiste herkomstaanduiding

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.2h

    Opmerking: De formele bevoegdheid van deze handeling ligt bij de directeuren.

    Waardering: B+V

    B,5 identiteitsmonster

    V 10 jaar verslag

    771

    Handeling: Het uitgeven van het Internationale ISTA-certificaat

    Periode: 1945–

    Bron: Nota Zaadvak p. 29

    Opmerking: Het Internationale ISTA-certificaat is afkomstig van de international Seed Testing Association). Het certificaat duidt op de kwaliteit van de kiemkracht van een gewas.

    Waardering: V 5 jaar

    Rijkszuivelinspecteur

    83

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan aangeslotenen bij botercontrolestations inzake de zuiverheid en hygiëne bij de bereiding van zuivelproducten over de eisen voor de verpakking van zuivelproducten

    Periode: 1966–1981

    Grondslag: Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art. 2.4; Wijziging Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1968,3) artt. C.2.4 en D.5e

    Waardering: V 20 jaar

    137

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens uitvoercontrolebeschikkingen, controlebeschikkingen en ontheffingsbeschikkingen is geregeld

    Periode: 1948–1993

    Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art.3; Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas artt. 8, 20.3, 21; Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas artt. 9.1-3 en 21.1-2; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art.4; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking boter 1968 art 13.h; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 16.2, 17.1b,51.2, 54.2b, 60.1,60.3a; Kaascontrolebeschikking 1970, zoals gewijzigd artt. 1, 60.2, 60.3.a, 60.4; Botercontrolebeschikking 1957, zoals gewijzigd art IE, 30.2; Botercontrolebeschikking 1967 art. 33.1b, 43; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk- en melkproducten artt. 9.2, 13; Botercontrolebeschikking 1967 artt. 22.2, 23.1, 42, 43

    Opmerking: Ontheffing ten aanzien van kaas kan verleend worden op verzoek van de exporteur en hangt samen met de bestemming van de kaas, of als

    in het land van bestemming andere regels gelden inzake korstbehandeling.

    Waardering: V 5 jaar na floop of intrekking wijziging

    138

    Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het drukken van rijksbotermerken op wikkelpapieren bij hoeveel boter van 1 kg of minder en voor rijksbotermerken op manteletiketten bij boter die verpakt is in tins

    Periode: 1951–1981

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1951 artt. 9 en 10; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 9.1; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd in (Stcrt. 1972, 98) art.12

    Waardering: V 5 jaar na floop of intrekking wijziging

    141

    Handeling: Het verlenen van toestemming voor het mengen van boter door ompak-handelaren

    Periode: 1957–1967

    Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 art. 33.1b

    Waardering: V 5 jaar na afloop van verlening of toestemming

    145

    Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld

    Periode: 1962–1970

    Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 ; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 22.3 art. 48.2

    Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing

    147

    Handeling: Het verlenen van vergunningen aan producenten van (Nederlandse) boter welke niet van een rijksbotermerk is voorzien te kopen, voorhanden te hebben, te verhandelen, te vervoeren of af te leveren

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Botercontrolebeschikking 1967 artt. 28.1, 43

    Opmerking: Het kan ook om boter gaan die door derden is bereid.

    Waardering: V 2 jaar na afloop vergunning

    148

    Handeling: Het verlenen van ontheffing op het verbod tot uitvoer van melkpoeder

    Periode: 1970–

    Grondslag: Mandaatbeschikking uitvoer V.I.B.-melkpoeder W.V.P.; Mandaatbeschikking uitvoer magere melkpoeder onder werking van Verordening (EEG) no. 1624/76

    Opmerking: Uitsluitend voor wat betreft door het Voedselvoorzienings in- en verkoopbureau ten behoeve van het Wereldvoedselprogramma ter beschikking gestelde melkpoeder en voor wat betreft de uitvoer onder de werking van Verordening (EEG) no. 1624/76 van in Nederland vervaardigd melkpoeder, als zodanig of verwerkt in een mengsel.

    Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing

    149

    Handeling: Het verlenen van goedkeuring aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de ontheffing, door de directeur van botercontrolestations verleend, voor de bereiding van boter van in andere lidstaten van de EEG gewonnen koemelk

    Periode: 1970–1973

    Grondslag: Ontheffingsbeschikking bereiding boter uit EEG-melk art. 1.1; Ontheffingsbeschikking verwerking EEG-melk 1970 melk en melkproducten art. 1.1

    Waardering: V 5 jaar na afloop of intrekking wijziging

    152

    Handeling: Het bepalen van de gevallen waarin uitvoercontrole-instellingen ontheffing kunnen verlenen van hetgeen bij of krachtens de Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 is geregeld

    Periode: 1976–

    Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1

    Waardering: V 10 jaar

    159

    Handeling: Het aan controle-instellingen delegeren van het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen bij of krachtens beschikkingen is geregeld

    Periode: 1975–

    Grondslag: Wijziging Kaascontrolebeschikking 1970 art. 60.2 en 60.3a Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1

    Opmerking: De uitvoer controle-instelling kan deze ontheffing verlenen in een door de Rijkszuivelinspecteur te bepalen gevallen.

    Waardering: B, 5

    182

    Handeling: Het goedkeuren van ontheffingen en vrijstellingen door de directeur en het bestuur van zuivelcontrolestations verleend

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 19.1, 59.3; Botercontrolebeschikking 1967 art. 25.2, 42, 43

    Waardering: V 10 jaar

    243

    Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het CVM, CZL en UCB

    Periode: 1961–1983

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 11.2; Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 art.10

    Product: Rapportages

    Opmerking: De directeur directie tuinbouw wordt bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.

    Waardering: B+V

    B, 5

    V 10 jaar

    256

    Handeling: Het vaststellen van werktijdregelingen voor de bereiders van boter en margarine

    Periode: 1909–1973

    Grondslag: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet art.9

    Opmerking: Het hoofd of de bestuurder (van een bedrijf) kan hier tegen in beroep gaan bij de Directeur Generaal van de Landbouw.

    Waardering: V 10 jaar

    301

    Handeling: Het houden van toezicht op de keuring door het ZKB

    Periode: 1948–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 23.2; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 3 (Stcrt. 1961,90); Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 1.b (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 6; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 1; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 3.2d; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. I.c (Stcrt. 1968,197); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art.20.2

    Product: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur (Stcrt. 1955,79);

    Rapportages

    Opmerking: Deze wordt vanaf 1961 bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst.

    Waardering: B, 5

    302

    Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het CVM en CZL

    Periode: 1961–1983

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten art. 11.2

    Waardering: B+V

    B, 5

    V 10 jaar

    348

    Handeling: Het goedkeuren van het gebruik van herkenningsmerken van controlestations en ‘De Vereniging het controlestation voor Melkproducten’

    Periode: 1966–1981

    Grondslag: Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art. 2.6.b3

    Waardering: V 10 jaar

    351

    Handeling: Het verlenen van vergunning voor het gebruik van wikkelpapieren met het Rijksbotermerk

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 11; Wijziging Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art.12 (Stcrt. 1972, 98)

    Opmerking: 1967–1972 was dit artikel 16

    Waardering: V 10 jaar

    357

    Handeling: Het verlenen van vergunning om in plaats van Rijksbotermerken de woorden ‘Holland’ en ‘Nederlandse Botercontrole’ op wikkelpapieren te drukken

    Periode: 1973–1982

    Grondslag: Wijziging Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. I, 9.2 art.I (Stcrt. 1973, 64)

    Opmerking: Hij zal tevens de plaats waar de woorden op wikkelpapieren worden gedrukt goedkeuren. Aan zodanige vergunning kunnen voorwaarde of beperkingen kunnen worden verbonden.

    Waardering: B, 5

    370

    Handeling: Het houden van toezicht op het uitreiken en het gebruik van uitvoercertificaten door het ZKB, CVM en CZL

    Periode: 1948–1982

    Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 23.2; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 11.2; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 3; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas art. 1.b; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 6; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 1; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 3.2d; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. I.c; Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter art.20.2

    Product: Aanwijzing ambtenaren tot bijstand rijkszuivelinspecteur (Stcrt. 1955,79)

    Opmerking: De Rijkszuivelinspecteur en de directeur van het veeteelt en zuivelwezen worden vanaf 1961 bijgestaan door daartoe aangewezen ambtenaren van de Algemene inspectiedienst. Het COKZ voert dit in mandaat uit namens de Minister.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor beschikkingen, regelingen en eindrapportages

    V 10 jaar voor overige neerslag

    373

    Handeling: Het houden van toezicht op drukkerijen waar etiketten en wikkelpapieren met het Rijksbotermerk en bijbehorende letters en nummers worden gedrukt

    Periode: 1967–1982

    Grondslag: Rijksbotermerkenbeschikking 1967 art. 22.1-2; Rijksbotermerkenbeschikking 1967 zoals gewijzigd (Stcrt. 1972, 98) art 29

    Waardering: V 10 jaar

    374

    Handeling: Het beslissen of Rijkskaasmerken (op grond van een ontheffing) op kaas moeten worden aangebracht, en zo ja welke

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 16.4; Wijziging Kaascontrolebeschikking 1970, art.60.6

    Waardering: V 10 jaar

    Rijkszuivelstation te Leiden

    478

    Handeling: Het onderzoeken van zuivelproducten naar de aanwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen

    Periode: 1970–

    Bron: Begroting 1974–1975

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages

    V ? jaar voor overige neerslag

    Rijkszuivelstation

    280

    Handeling: Het goedkeuren van methoden voor onderzoek ter beoordeling of hulpstoffen, kaas of randenkaas aan de bij of krachtens deze beschikking gestelde eisen voldoen

    Periode: 1970–1982

    Grondslag: Kaascontrolebeschikking 1970 art. 55

    De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

    Waardering: V 10 jaar

    Voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau

    515

    Handeling: Het zorgdragen voor uitbetaling van tegemoetkomingen aan gedupeerde boeren als gevolg van maatregelen die genomen zijn naar aanleiding van crises en calamiteiten waarbij de voedselveiligheid in het geding was

    Periode: 1989–1989

    Grondslag: Tijdelijke regeling tegemoetkoming dioxine art. 6.1

    Opmerking: is van de verhoogde concentraties van dioxine die zijn geconstateerd in melk.

    Waardering: V 10 jaar

    Wetenschappelijke Commissie Productveiligheid van Voedingsmiddelen

    490

    Handeling: Het gevraagd of uit eigen beweging de Minister van LNV van advies dienen over de aanpak van eventuele problemen die samenhangen met de veiligheid van levensmiddelen en met potentiële bedreigingen van de veiligheid van productieketens van voedingsmiddelen.

    Periode: 1990–

    Bron: Beleidsinformatie 1990, nummer 19, p. 5

    Waardering: B, 5

    Deel 3. Handelingen van overige actoren

    Baconcontrole-instelling

    209

    Handeling: Het beslissen over aansluiting van baconbedrijven

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van artikel 7, houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden geplaatst (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 18

    Opmerking: De formele bevoegdheid voor het nemen van de beslissing ligt bij het bestuur. Het bestuur beslist binnen 14 dagen en kan de aansluiting weigeren zonder opgaaf van redenen.

    Waardering: V 1 jaar

    Commissie van Beroep inzake Keuringen

    773

    Handeling: Het beslissen op beroepen tegen besluiten van keuringsinstellingen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 88.g

    Waardering: V 5 jaar

    Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over de mogelijke consequenties voor de Nederlandse landbouw door calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Economische Zaken (EZ), en van Verkeer en Waterstaat.

    Waardering: B, 6

    Minister van Buitenlandse Zaken

    575

    Handeling: Het benoemen van een vertegenwoordiger in de UPOV-Raad en een plaatsvervanger

    Periode: 1961–

    Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 16.2

    Waardering: V 5 jaar beëindiging of 10 jaar overlijden

    800

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Product: (Beleids)nota’s: o.a. Nota ‘Leven in een duurzame toekomst’, juni 1993, uitgebracht mede namens EZ, VROM, WVC, OC&W, BuZa en SZW; Nota Wetenschap- en techniekcommunicatie, april 2000, uitgebracht met OC&W en EZ; Voortgangsrapportages (evaluatie) over biotechnologie en levensmiddelen, november 1996 en april 1999, uitgebracht door de Ministeries van LNV en VWS in nauwe betrokkenheid van de Ministeries van VROM en EZ (TK 1996–1997, 25 126 nr. 1; 1998–1999, 26 407 nr. 2).

    – Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (II’95–‘96 24 400. XIV, nr. 37); Voortgangsverslag (1996) inzake Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (SPA Biodiversiteit) uitgebracht door Ministeries van LNV, VROM en BuZA, mede namens de Ministeries van V&W, OC&W en EZ (TK 1996–1997. 25 000 XIV, nr. 21)

    Opmerking: Het gaat hierbij met name om het gebruik van biotechnologie in planten en voedingsmiddelen, de voedsel- en milieuveiligheid en de informatie daarover aan de consument.

    Waardering: B, 1 en 2

    823

    Handeling: Het formuleren van hoofdlijnen en beginselen van het Nederlandse standpunt gericht op het EG-beleid ten aanzien van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Bron: Brief van de Ministers van LNV, VROM en OS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. Vergaderjaar 1996–1997, 25 000 XIV, nr. 21

    Opmerking: Onder ander in het kader van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. In het kader van dit Verdrag was Nederland vertegenwoordigt bij conferenties over plantaardige genetische bronnen en agro- biodiversiteit

    Waardering: B, 1

    Minister van Financiën

    70

    Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming aanwijzen van de plaatsen waar de ten uitvoer bestemde landbouwproducten moeten worden aangeboden

    Periode: 1938–1973

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 4

    Product: Aanvulling uitvoercontrolebesluit 1948 kaas (Stb.1948, J419)

    Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

    85

    Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van Landbouw, van Welzijn Volksgezondheid en Sport, van Economische Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over de plaatsen waar de ten in- of uitvoer bestemde landbouwproducten krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten moeten worden aangeboden

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.6.1

    Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

    Minister van Justitie

    244

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij met betrekking tot het aanwijzen van de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1974–

    Grondslag: Beschikking aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) van 26 februari 1974, Stcrt. (art. 1-2)

    Waardering: B, 5

    B is voorstel van Justitie

    248

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de staatssecretaris van Economische Zaken met betrekking tot het aanwijzen van de ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren belast met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Beschikking aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) van 15 mei 1979, Stcrt.115

    Opmerking: Het gaat hier om ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren bedoeld in de artikelen 18.1 en 33 van de Warenwet (art. 1-2) ?

    Waardering: V 5/10 jaar

    V 5 jaar na beéindiging of V 10 jaar na overlijden

    383

    Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, belasten van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet

    Periode: 1974–

    Grondslag: Regeling aanwijzing ambtenaren Algemene Inspectiedienst als opsporingsambtenaren (Landbouwkwaliteitswet) art. 1

    Waardering: B, 5

    384

    Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de staatssecretaris van Economische Zaken, belasten van ambtenaren van de Keuringsdiensten van Waren met de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet, voor zover deze overtredingen economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Regeling aanwijzing ambtenaren Keuringsdiensten van Waren (Landbouwkwaliteitswet) art. 1

    Waardering: B, 5

    385

    Handeling: Het goedkeuren van reglementen voor de tuchtrechtspraak die opgesteld zijn door de besturen van de uitvoercontrole-organen

    Periode: 1946–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 4.2; Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art.2

    Waardering: B, 5

    394

    Handeling: Het goedkeuren van het behouden van een functie in het tuchtgerecht ondanks het zwagerschap

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 8.4

    Waardering: V 10 jaar

    659

    Handeling: Het vaststellen van voorschriften ten aanzien van het onteigenen van het kwekersrecht

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 20.2

    Opmerking: Indien het belang van de bodemcultuur in Nederland dit vereist.

    Waardering: B, 5

    665

    Handeling: Het instellen van een Raad van Beroep voor het kwekersrecht

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.1; Instellingsbesluit Raad van Beroep voor het Kwekersrecht; Reglement Raad van Beroep van de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), zoals goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 16 juni 1994 art. 2.1

    Opmerking: Bij deze Raad kan hoger beroep ingediend worden tegen de eindbeslissingen van de Raad voor het Kwekersrecht.

    Waardering: B, 4

    666

    Handeling: Het benoemen van de voorzitter, leden en secretaris van de Raad van Beroep

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.2; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 88.2f; Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed art. 3.1.2j; Reglement Raad van Beroep van de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), zoals goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 16 juni 1994 art. 2.7

    Opmerking: Tot 1967: tevens het regelen van de samenstelling en de werkwijze.

    Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

    667

    Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de procedure voor de Raad van Beroep voor het kwekersrecht, de berekening en het verhaal van de kosten van procedures

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 23.3

    Waardering: B, 5

    669

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van niet tot de rechterlijke macht behorende personen (raden) en hun plaatsvervangers (plaatsvervangende raad) als deskundige leden.

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 25.2,5; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 61

    Opmerking: Tot 1969 gebeurde dit door de Kroon.

    Waardering: V 5 jaar

    670

    Handeling: Het stellen van regels voor vergoedingen van reis- en verblijfskosten en verdere vergoedingen voor deskundigen op kwekersgebied

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 25.3

    Product: Na inwerkingtreding nieuwe regels

    Opmerking: Het gaat om deskundigen die niet tot de rechtelijke macht behoren.

    Waardering: V 5 jaar

    780

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw als ambtenaren belast met de opsporing van overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet

    Periode: 1969–1973

    Grondslag: Beschikking aanwijzing opsporingsambtenaren art. 1

    Opmerking: Voor zover het gaat om overtredingen die economische delicten zijn in de zin van artikel 1 van de Wet op de economische delicten.

    Waardering: V 5 jaar

    Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W)

    800

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Product: (Beleids)nota’s: o.a. Nota ‘Leven in een duurzame toekomst’, juni 1993, uitgebracht mede namens EZ, VROM, WVC, OC&W, BuZa en SZW; Nota Wetenschap- en techniekcommunicatie, april 2000, uitgebracht met OC&W en EZ; Voortgangsrapportages (evaluatie) over biotechnologie en levensmiddelen, november 1996 en april 1999, uitgebracht door de Ministeries van LNV en VWS in nauwe betrokkenheid van de Ministeries van VROM en EZ (TK 1996–1997, 25 126 nr. 1; 1998–1999, 26 407 nr. 2).

    – Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (II’95–’96 24 400. XIV, nr. 37); Voortgangsverslag (1996) inzake Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (SPA Biodiversiteit) uitgebracht door Ministeries van LNV, VROM en BuZA, mede namens de Ministeries van V&W, OC&W en EZ (TK 1996–1997. 25 000 XIV, nr. 21)

    Opmerking: Het gaat hierbij met name om het gebruik van biotechnologie in planten en voedingsmiddelen, de voedsel- en milieuveiligheid en de informatie daarover aan de consument.

    Waardering: B, 1/2

    843

    Handeling: Het gezamenlijk aangaan van projecten op het gebied van o.a. biotechnologie

    Periode: 1981–

    Bron: Instellingsbesluit Programmacommissie Biotechnologie

    Waardering: B, 5

    875

    Handeling: Het (mede)financieren van communicatie-activiteiten op het gebied van biotechnologie

    Periode: 1993–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 21

    Waardering: V7 jaar

    Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

    99

    Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van AMvB’s inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.2

    Product: Landbouwkwaliteitsbesluiten

    Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegendheid is alleen betrokken bij zaken die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van betrokken medewerkers en eventueel hulpverleners.

    Waardering: B, 1

    101

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw inzake diens voordracht van regels over de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag:

    Opmerking: Landbouwkwaliteitswet art.2.3

    De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegendheid is alleen betrokken bij zaken die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van betrokken medewerkers en eventueel hulpverleners.

    Waardering: B, 1

    130

    Handeling: Het goedkeuren van PBO-verordeningen aangaande de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1962–1975

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.1; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D. 3b.1; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.1; Landbouwkwaliteitswet artt.4.2 en 5.3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); PBO-verordeningen

    Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegendheid is alleen betrokken bij zaken die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van betrokken medewerkers en eventueel hulpverleners.

    Waardering: B, 5

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over de mogelijke consequenties voor de Nederlandse landbouw door calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegendheid is alleen betrokken bij zaken die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van betrokken medewerkers en eventueel hulpverleners.

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Economische Zaken (EZ), Verkeer en Waterstaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

    Waardering: B, 6

    Minister van Verkeer en Waterstaat

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over mogelijke consequenties voor de Nederlandse landbouw door calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    Waardering: B, 6

    503

    Handeling: Het in onderling overleg opstellen en uitvoeren van een (gecoordineerd) onderzoek naar de lange termijn effecten van straling op mens en milieu

    Periode: 1945–

    Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl, p. 14.

    Opmerking: Onderling overleg vindt plaats met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Economische Zaken (EZ), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

    Waardering: B, 6

    Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

    1

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, …

    Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

    Onder deze handeling valt ook:

    – het voeren van overleg met andere betrokken actoren op het gebied van de landbouwkwaliteit

    – het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende de landbouwkwaliteit

    – het voeren van overleg met en het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende de landbouwkwaliteit

    – het aan externe adviescommissies verzoeken om advies over de landbouwkwaliteit

    – het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

    – het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument).

    Waardering: B, 1/2

    2

    Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1945–

    Product: Boterwet; Wet op de Rijksbotermerken; Wet, houdende bepalingen betreffende het merken van kaas; Haringwet; Landbouwuitvoerwet; Landbouwkwaliteitswet

    Waardering: B, 1

    3

    Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

    Opmerking: Een voorbeeld hiervan is het Comité van levensmiddelen toevoegingen (1961).

    Waardering: B, 4

    4

    Handeling: Het benoemen en ontslaan van leden van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Bron: Begrotingen

    Waardering: V 10 jaar na onslag

    V 75 jaar na geboorte voor documenten waaruit pensioenaanspraken volgen

    5

    Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Series, jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

    Opmerking: Het betreft hier ook de verslaglegging waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het landbouwkwaliteits specifieke wet- en regelgeving. Wat betreft voedselveiligheid vindt rapportage plaats in geval van ernstige ongeregeldheden.

    Waardering: B, 3

    6

    Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het anderszins informeren van leden van of commissies uit het parlement

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Waardering: B, 2/3

    7

    Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman en parlementaire onderzoekscommissies naar aanleiding van klachten over de gevolgen of de uitvoering van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities, …

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Behoorlijk behandeld over de Nationale Ombudsman. Parlementair onderzoek gebeurt meestal door de Commissies voor de Verzoekschriften.

    Waardering: B, 3

    8

    Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen

    Periode: 1945–

    Product: Beschikkingen en verweerschriften

    Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Drie maal ’s Raads recht over de Raad van State.

    De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de eindproducten Warenwet en als zodanig ook voor deze handeling als het gaat om voedselveiligheid.

    Waardering: B, 3

    9

    Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, inzake het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

    Periode: 1945–

    Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

    Waardering: B, 1/2

    10

    Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Brieven, notities

    Waardering: V 2 jaar

    11

    Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1945–

    Product: Voorlichtingsmateriaal

    Opmerking: Voorbeelden hiervan zijn de voorlichtingscampagnes van het Voedingscentrum.

    Waardering: V 5 jaar

    12

    Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

    Periode: 1945–

    Opmerking: Het gaat erom dat daarvoor een andere Minister primair verantwoordelijk is. Niet te verwarren met verderop in dit rapport voorkomende vergelijkbare handelingen, waarvan de neerslag wel bewaard wordt. Er is regelmatig overleg met het Ministerie van LNV

    Waardering: V 10 jaar

    13

    Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

    Periode: 1958–

    Waardering: B, 1

    14

    Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1958–

    Product: Concept-fiches; documentatie over het onderhandelingsproces

    Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast ( de handeling is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.

    Waardering: V 10 jaar na vaststelling informatiefiche

    15

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    16

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attaches met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    17

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de landbouwkwaliteit en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    18

    Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

    Waardering: B, 1

    19

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo). Hier wordt hier de lange termijn strategie besproken die van invloed is op het voedselveiligheidsbeleid.

    Waardering: B,1

    20

    Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1993–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers

    Waardering: B, 1

    21

    Handeling: Het rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1940–

    Product: Rapport

    Waardering: B, 3

    22

    Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

    Periode: 1958–

    Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

    Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg. Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.

    Waardering: B+V

    B, 1 indien de Minister van VWS de eerst verantwoordelijke is.

    V 10 jaar in alle andere geballen

    24

    Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake de landbouwkwaliteit

    Periode: 1940–

    Product: Circulaires

    Waardering: B, 5

    26

    Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende de landbouwkwaliteit

    Periode: 1958–

    Grondslag: Richtlijnen

    Product: Besluit

    Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

    27

    Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

    Periode: 1958–

    Waardering: B+V

    B, 2

    V 10 jaar na onslag uit commissie of werkgroep. Op deze handeling kan het uitzonderingscriterim worden toegepast, bijvoorbeeld voor politiek belangrijke personen

    30

    Handeling: Het inwerking stellen van de nodige wettige en bestuursrechtelijke bepalingen om datgene dat bij of krachtens de EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid bepaald is toe te passen

    Periode: 1968–

    Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 7

    Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

    Waardering: B, 5

    31

    Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en regelgeving ten aanzien van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit onbewerkt hout art. 4.1

    Opmerking: Krachtens de EEG richtlijn 68/89. Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken

    Waardering: B, 1

    84

    Handeling: Het bepalen van de plaatsen waar de ten in- of uitvoer bestemde landbouwproducten krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten moeten worden aangeboden

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.6.1

    Waardering: V 10 jaar

    99

    Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van AMvB’s inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.2

    Product: Landbouwkwaliteitsbesluiten

    Waardering: B, 1

    100

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.4.2; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen

    Product: Verordeningen; landbouwkwaliteitsbeschikkingen en landbouwkwaliteitsregelingen

    Opmerking: Deze regels hebben ondermeer betrekking op de hoedanigheid, de sortering, de verzorging de aanduiding, de verpakking van landbouwproducten.

    Waardering: B, 5

    101

    Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Landbouw inzake diens voordracht van regels over de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.2.3

    Waardering: B, 1

    103

    Handeling: Het vaststellen van een beschikking krachtens een Landbouwkwaliteitsbesluit die de gevallen bepaalt waarin de Minister van Economische Zaken betrokken moet worden bij de vaststelling van nadere regels

    Periode: 1973–

    Grondslag: Besluit uitvoeringsregelen 13 november 1973, Stb 587, art.1

    Product: Beschikking

    Opmerking: Het gaat om de volgende regels;

    – bindende regels inhoudt voor degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de detailhandel of het ambacht;

    – de mededeling beperkt tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de industrie of de handel;

    – met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten bindende regelen stelt, waarvan is aan te nemen dat zij in belangrijke mate van invloed zijn op de omvang of de hoedanigheid van het aanbod.

    Waardering: B, 5

    109

    Handeling: Het toelaten van bestanddelen in kaaskorstbehandelingsmiddelen

    Periode: 1982–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 25.3a

    Waardering: V 20 jaar na intrekking of vervallen verklaren

    112

    Handeling: Het verlenen van toestemming inzake het toevoegen van vitaminen in zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–1994

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding artt. 6.1 en 21.1

    Waaredering: B, 5

    113

    Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verhandelen van grondstoffen voor zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art.6.2

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling Zuigelingenvoeding 1994 (Stcrt.1994, 116)

    Opmerking: Indien deze regels betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport.

    Waardering: B, 1

    127

    Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming, aan de Ministerraad verslag uit brengen over de wenselijkheid van intrekking van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten

    Periode: 1998–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten art. 16

    Opmerking: Dit gebeurt binnen zes jaar na inwerkingtreding van dit besluit.

    De formele bevoegdheid ligt bij de staatssecretaris

    Waardering: B, 3

    130

    Handeling: Het goedkeuren van PBO-verordeningen aangaande de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1962–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.1; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D. 3b.1; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.1; Landbouwkwaliteitswet artt.4.2 en 5.3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); PBO-verordeningen

    Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

    Waardering: B, 5

    134

    Handeling: Het stellen van regels of het geven van aanwijzingen ten aanzien van verordeningen van productschappen inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art.5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 19.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3a.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 3.2 ; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art.6.2

    Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

    Waardering: B, 5

    151

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluiten; landbouwkwaliteitsregelingen

    Product: Regeling Vrijstelling aanbrengen Rijksbaconmerk (Stcrt. 1983, 209); Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stb. 1992, 661); Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbeschikking bloembollen (Stcrt. 1983, 167); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring bloembollen (Stcrt. 1981, 136); Vrijstelling verplichte aanduiding classificatie bloembollen leverbaar (Stcrt. 1984, 122); Vrijstellingsregeling Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten (Stcrt. 1986, 96); Vrijstellingsregeling boterproducten (EEG) (Stcrt. 1987, 16); Vrijstellingsregeling halfvolle boter (Stcrt. 1988, 170); Vrijstellingsregeling halfvolle roomboter (Stcrt. 1990, 196); Vrijstellingsregels boterwikkels (Stcrt. 1994, 246); Vrijstellingsregeling bak- en braadboter EEG (Stcrt. 1985, 233); Vrijstellingsregeling pure butter ghee EEG (Stcrt. 1984, 171)

    Opmerking: Indien zodanige vrijstelling of ontheffing betrekking heeft op een bepaling die de volksgezondheid raakt, verleent deze Minister slechts in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid. Indien deze nadere regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken (onbewerkt hout).

    Waardering: V 10 jaar na intrekking of vervallen verklaren

    155

    Handeling: Het verlenen van vrijstelling van hetgeen bij of krachten het Landbouwkwaliteitsbesluiten is geregeld

    Periode: 1983–1983

    Grondslag: Vrijstellingsbeschikking kaasproducten 1983 art. 2; Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (EEG) artt. 1-2; Vrijstellingsregeling zuigelingenvoeding artt. 1-2; Regeling vrijstelling zuigelingenvoeding (proefverpakkingen) artt. 1-2

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Staatssecretaris van VWS. Deze speelt alleen een rol bij regelingen voor zuigelingenvoeding.

    Waardering: V 10 jaar na intrekking of vervallen verklaring

    157

    Handeling: Het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen dat bij of krachtens de Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding is bepaald

    Periode: 1994–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding artt.8 en 9

    Opmerking: De Minister van Volksgezondheid kan op basis van de Warenwet vrijstelling of ontheffing verlenen aan instellingen met een beperkte productie van melk ven geiten en ooien.

    Waardering: V 10 jaar na intrekking of vervallen verklaren

    158

    Handeling: Het aan privaatrechtelijke instellingen en productschappen delegeren van de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is geregeld

    Periode: 1962–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluiten; landbouwkwaliteitsbesluiten

    Product: Landbouwkwaliteitsregelingen; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen; Vrijstellingsregelingen

    Opmerking: De ontheffingen kunnen verleend worden door organisaties die nauw betrokken zijn bij de regelgeving zoals bijvoorbeeld het COKZ en SKAL.

    Waardering: B, 5

    160

    Handeling: Het delegeren van bevoegdheden aan productschappen tot het stellen van regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 6.1; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.1-2; Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art 10.2; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.1; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3a.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 3.1; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 5.1; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.1

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Regeling houdende overdracht bevoegdheden scharreleieren en intrekking Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren (Stcrt.1989, 222); Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren (Stcrt. 1981, 204)

    Opmerking: De Minister kan bepalen dat voorschriften van productschappen, goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit

    Indien de voorschriften betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid.

    Waardering: B, 5

    225

    Handeling: Het goedkeuren van statuten en keuringsreglementen van controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit alsmede de wijzigingen en aanvullingen hiervan

    Periode: 1912–

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 8; Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 2b; Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 2.7; Landbouwuitvoerbesluit 1963 Algemene voorwaarden art. 2.g; Kaascontrolebeschikking 1970 art. 2.2; Botercontrolebeschikking 1967, art. 3.2; Rijksbotermerkenbeschikking 1951 art. 2.1; Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 6.f en 8.2; Rijkskaasmerkenbeschikking 1970 art. 5.e; Landbouwkwaliteitswet art.10.3

    Product: Goedkeuring keuringsreglement NBC (Stcrt. 1978, 77); Goedkeuring voorlopig reglement op de Tuchtrechtspraak KCB (Stcrt. 1978, 91); Goedkeuring voorlopig Tuchtbesluit (Stcrt. 1978, 94); Goedkeuring wijziging Reglement uitreiking merken bacon (Stcrt. 1989, 147); Controlereglement biologische productiemethoden (Stcrt. 1993, 140)

    Waardering: B, 4

    264

    Handeling: Het stellen van regels voor het keuren van landbouwproducten, de methoden van monsterneming en onderzoek met betrekking tot de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 15.4; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.5; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art.7; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptie-aardappelen art. 6; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 7; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 10-11; Landbouwkwaliteitswet vis en visproducten art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 5; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 5; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 10-11; Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten artt. 4 en 5.1

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten (Stcrt.1982, 145, Stcrt. 1982,145 bijlage); Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten (Stcrt. 1981, 251, Stcrt. 1981, 251 bijlage); Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten (Stcrt. 1983, 200); Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding bijlage (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 bijlage (Stcrt. 1994, 116); Landbouwkwaliteitsregeling baconkeuring en -merken (Stcrt. 1978, 63); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring bloembollen (Stcrt. 1981, 136);Landbouwkwaliteitsregeling keuring bloembollen (Stcrt. 1986, 97); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring en tekenen scharreleieren (Stcrt. 1979, 120); Landbouwkwaliteitsregeling scharreleierenkeuring en -merken (Stcrt.1993, 229); Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken (Stcrt. 1981, 204)

    Waardering: B, 1/5

    333

    Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verplicht stellen van bepaalde vermeldingen op de verpakking van zuigelingenvoeding

    Periode: 1984–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art.6.3

    Product: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling Zuigelingenvoeding 1994 (Stcrt.1994, 116)

    Opmerking: Indien deze regels betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid.

    Waardering: B, 5

    429

    Handeling: Het vaststellen van een lijst van gemedicineerde voeders

    Periode: 1978–1993

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 10.1 en 10.3

    Opmerking: In deze lijst worden aard en samenstelling van de gemedicineerde voeders omschreven. Hier wordt met name vermeld: De in de diervoeders door toevoeging van diergeneesmiddelen te verwerken werkzame stoffen, aangeduid met generieke benamingen of chemische formules,

    De in de diervoeders te verwerken hoeveelheid aan werkzame stoffen.

    Waardering: B, 5

    463

    Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die vergaderingen van de adviescommissie bij kunnen wonen

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 4

    Opmerking: Deze ambtenaren hebben een raadgevende stem in de adviescommissie

    Waardering: V 10 jaar na terugtreden

    473

    Handeling: Het vastleggen van afspraken inzake de toepassing en interpretaties van regelgeving gebaseerd op de Warenwet

    Periode: 1945–

    Product: Overeenkomst

    Bron: Interview

    Opmerking: De Minister van Volksgezondheid heeft het laatste woord indien het gaat om voorschriften uit de Warenwet (interpretatiezaken) en de Minister van Landbouw indien het gaat om voorschriften uit de Landbouwkwaliteitswet.

    Waardering: B, 5

    474

    Handeling: Het deelnemen aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW) alsmede het evalueren van de gang van zaken van het overleg

    Periode: 1997–

    Grondslag: Protocol van het Regulier Overleg Warenwet artt. 3.1c, 10

    Product: Evaluatierapporten

    Opmerking: Er zijn 2 vormen van overleg; een algemeen overleg over de hoofdlijnen van het beleid en de voorgenomen regelgeving; deskundigenoverleg over specifieke of meer technische regelgeving en beleidsvragen.

    Waardering: B, 2/5

    475

    Handeling: Het in onderling overleg opstellen en vastleggen van normen over het nitraatgehalte in bladgroente

    Periode: 1982–

    Bron: Beleidsinformatie, 1992 jaargang 4 nummer 11 p. 5

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Staatssecretaris

    Waardering: B, 5

    476

    Waardering: Het vastleggen van afspraken inzake de afstemming van taken tussen de RVV en de IBG (voorheen KvW)

    Periode: 1983–

    Product: Overeenkomst

    Bron: Interview (T. de Kok, directie Visserij)

    Opmerking: IBG: Inspectie Gezondheidsbescherming van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. RVV Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. De Minister van Volksgezondheid heeft het laatste woord indien het gaat om voorschriften uit de Warenwet (interpretatiezaken) en is in staat om de RVV in deze te instrueren.

    Waardering: B, 5

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over mogelijke consequenties voor de Nederlandse landbouw door calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1945–

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Economische Zaken (EZ), Verkeer en Waterstaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

    Waardering: B, 6

    520

    Handeling: Het stellen van regels inzake aanduidingen op het gebied van de voedselveiligheid, van levensmiddelen door middel van etiketten

    Periode: 1979–

    Grondslag: Geconserveerde-aardappelenbesluit art. 5

    Waardering: B, 5

    522

    Handeling: Het instellen van alsmede participeren in de Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling

    Periode: 1988–

    Grondslag: Beschikking Instelling Beheerscommissie Voedselconsumptiepeiling

    Art. 1

    Opmerking: De commissie is ingesteld op 2 februari 1989 met terugwerkende kracht tot 1 december 1988. Beide Ministers financieren het beheer en zijn vertegenwoordigd in de commissie.

    Waardering: B, 4/5

    800

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Product: (Beleids)nota’s: o.a. Nota ‘Leven in een duurzame toekomst’, juni 1993, uitgebracht mede namens EZ, VROM, WVC, OC&W, BuZa en SZW; Nota Wetenschap- en techniekcommunicatie, april 2000, uitgebracht met OC&W en EZ; Voortgangsrapportages (evaluatie) over biotechnologie en levensmiddelen, november 1996 en april 1999, uitgebracht door de Ministeries van LNV en VWS in nauwe betrokkenheid van de Ministeries van VROM en EZ (TK 1996–1997, 25 126 nr. 1; 1998–1999, 26 407 nr. 2).

    – Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (II’95–‘96 24 400. XIV, nr. 37); Voortgangsverslag (1996) inzake Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (SPA Biodiversiteit) uitgebracht door Ministeries van LNV, VROM en BuZA, mede namens de Ministeries van V&W, OC&W en EZ (TK 1996–1997. 25 000 XIV, nr. 21)

    Opmerking: Het gaat hierbij met name om het gebruik van biotechnologie in planten en voedingsmiddelen, de voedsel- en milieuveiligheid en de informatie daarover aan de consument.

    Waardering: B, 1/2

    823

    Handeling: Het formuleren van hoofdlijnen en beginselen van het Nederlandse standpunt gericht op het EG-beleid ten aanzien van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Bron: Brief van de Ministers van LNV, VROM en OS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. Vergaderjaar 1996–1997, 25 000 XIV, nr. 21

    Opmerking: Onder ander in het kader van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. In het kader van dit Verdrag was Nederland vertegenwoordigt bij conferenties over plantaardige genetische bronnen en agro-biodiversiteit

    Waardering: B, 1

    850

    Handeling: Het laten verrichten van (evaluatie)onderzoek naar ggo-vrije ketens van voedingsmiddelen

    Periode: 1997–

    Product: Onderzoeksopdracht en eindproduct

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5

    Opmerking: Een financiële bijdrage

    hiervoor kan worden verkregen op grond van de Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie. LASER voert de regeling uit. Zie hiervoor het Pivot-rapport Landbouwstructuurbeleid

    Waardering: B+V

    B, 5 voor onderzoeksopdracht en eindproduct

    V 10 jaar voor overige neerslag

    852

    Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de traceerbaarheid en handhaafbaarheid van ggo’s

    Periode: 1997–

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, biote02023

    Waardering: B+V

    B, 2/3 onderzoeksopdracht en eindrapport

    V 10 jaar voor overige neerslag

    857

    Handeling: Het voeren van overleg met het Nederlandse voedingsbedrijfsleven en maatschappelijk organisaties over verbetering van transparante etikettering van producten die met gentechnologie zijn geproduceerd

    Periode: 1996–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 33

    Waardering: B, 1

    858

    Handeling: Het stimuleren en faciliteren van de ontwikkeling van ggo-vrije ketens van levensmiddelen

    Periode: 1997–

    Bron: Brief van de Minister van LNV aan de Voorzitter van de vaste Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 126, nr. 5

    Opmerking: Subsidie wordt verstrekt middels De Subsidieregeling Demonstratieprojecten Markt- en Concurrentiekracht, dat een onderdeel is van het Stimuleringskader LNV. Projecten die vallen binnen het onderwerp ‘ontwikkelen, opzetten en uitvoeren van herkenbare (gecertificeerde) ggo-vrije ketens’ komen in aanmerking voor subsidie.

    Waardering: B+V

    B, 1 voor subsidieregeling en verslagen

    V 10 jaar voor overige neerslag

    870

    Handeling: Het geven van voorlichting over toelatingsprocedures en achtergronden van de gehanteerde criteria inzake biotechnologie

    Periode: 1990–

    Product: Brochure over de milieuaspecten van genetisch gemodificeerde organismen.

    N.B. Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

    Bron: Beleidsnota Landbouwbiotechnologie p. 22

    Opmerking: De brochure is opgesteld door de VCOGEM.

    Waardering: B+V

    B, 3

    V 5 jaar na afronding

    873

    Handeling: Het geven van opdracht tot het organiseren van publiek debat over biotechnologie

    Periode: 1993–

    Bron: Beleidsnota Biotechnologie, p. 78

    Opmerking: O.a: Debat Klonen en Kloneren (1999)

    Waardering: B, 1

    Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

    12

    Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

    Periode: 1986–

    Opmerking: Voor dit overleg is een andere Minister primair verantwoordelijk. Er is regelmatig overleg met het Ministerie van LNV

    Waardering: V 5 jaar

    502

    Handeling: Het voeren van interdepartementaal overleg over mogelijke consequenties voor de Nederlandse landbouw door calamiteiten en crises waarbij de voedselveiligheid in het geding is

    Periode: 1986–

    Bron: Berenschot p. 1 bijlage Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’

    Opmerking: Voorbeelden van calamiteiten zijn; dioxineverontreiniging in zuivelproducten en loodvergiftiging bij koeien. Voorbeelden van crises zijn; kernongeval Tsjernobyl. Voorbeeld van zo’n overleg is de Bestuurlijke Coördinatiegroep BCG (coördinatie door VROM).

    Waardering: B, 6

    503

    Handeling: Het in onderling overleg opstellen en uitvoeren van een (gecoordineerd) onderzoek naar de lange termijn effecten van straling op mens en milieu

    Periode: 1986–

    Bron: Evaluatieonderzoek ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl, p. 14.

    Opmerking: Onderling overleg vindt plaats met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en de Minister van Verkeer en Waterstaat

    Waardering: B, 6

    519

    Handeling: Het voeren van onderling overleg inzake het geven van een opdracht voor een evaluatieonderzoek naar het handelen van de overheid tijdens de Tjernobylcrisis

    Periode: 1986–1990

    Bron: Evaluatierapport ‘Tsjernobyl’: rapport inzake het optreden van de rijksoverheid naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl p. 1

    Opmerking: Overleg vindt plaats met de Secretarissen-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Economische Zaken (EZ), Verkeer en Waterstaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

    Waardering: B, 6

    800

    Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Product: (Beleids)nota’s: o.a. Nota ‘Leven in een duurzame toekomst’, juni 1993, uitgebracht mede namens EZ, VROM, WVC, OC&W, BuZa en SZW; Nota Wetenschap- en techniekcommunicatie, april 2000, uitgebracht met OC&W en EZ; Voortgangsrapportages (evaluatie) over biotechnologie en levensmiddelen, november 1996 en april 1999, uitgebracht door de Ministeries van LNV en VWS in nauwe betrokkenheid van de Ministeries van VROM en EZ (TK 1996–1997, 25 126 nr. 1; 1998–1999, 26 407 nr. 2).

    – Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (II’95–’96 24 400. XIV, nr. 37); Voortgangsverslag (1996) inzake Strategisch Plan van Aanpak Biologische Diversiteit (SPA Biodiversiteit) uitgebracht door Ministeries van LNV, VROM en BuZA, mede namens de Ministeries van V&W, OC&W en EZ (TK 1996–1997. 25 000 XIV, nr. 21)

    Opmerking: Het gaat hierbij met name om het gebruik van biotechnologie in planten en voedingsmiddelen, de voedsel- en milieuveiligheid en de informatie daarover aan de consument.

    Waardering: B, 1/2

    823

    Handeling: Het formuleren van hoofdlijnen en beginselen van het Nederlandse standpunt gericht op het EG-beleid ten aanzien van de (agro)biotechnologie

    Periode: 1977–

    Bron: Brief van de Ministers van LNV, VROM en OS aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. Vergaderjaar 1996–1997, 25 000 XIV, nr. 21

    Opmerking: Onder ander in het kader van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. In het kader van dit Verdrag was Nederland vertegenwoordigt bij conferenties over plantaardige genetische bronnen en agro- biodiversiteit

    Waardering: B, 1

    859

    Handeling: Het (mede) beslissen over het verlenen van vergunningen voor introducties van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en op de markt

    Periode: 1993–

    Grondslag: Besluit GGO, art 6

    Opmerking: De Minister van VROM heeft hierin het primair bevoegd gezag.

    Waardering: B, 5

    Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Landbouwzaden en Aardappelpootgoed (NAK)

    Voorheen Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen (NAK) 1932–1967

    582

    Handeling: Het al dan niet uitbetalen van een kwekersvergoeding

    Periode: 1944–1967

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij ter uitvoering van art. 16 van het Kwekersbesluit 1941 (Jaarcijnzenbeschikking landbouwgewassen) art. 4.3

    Waardering: V 1 jaar

    594

    Handeling: Het de Secretaris-generaal van de Landbouw op de hoogte brengen van de stand van ieder kwekersvergoedingenfonds

    Periode: 1944–1967

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 8.1

    Opmerking: Dit gebeurt drie maal per jaar.

    Waardering: B+V

    B, 3 alleen de medelingen aan de SG

    V 1 jaar voor overige neerslag

    596

    Handeling: Het stellen van regelen omtrent de vorm en inhoud van de vergoedingen alsmede omtrent de tijdstippen waarop deze al dan niet worden uitbetaald

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 11.2

    Waardering: B, 5

    597

    Handeling: Het oordelen over de rekening en de verantwoording van het boekjaar van het kwekersvergoedingenfonds

    Periode: 1944–1967

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 13.5

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Commissie van kwekersaangelegenheden van de NAK.

    Waardering: V 1 jaar

    640

    Handeling: Het namens de Raad voor het Kwekersrecht invorderen van de jaarcijnzen

    Periode: 1944–1967

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij ter uitvoering van art. 16 van het Kwekersbesluit 1941 (Jaarcijnzenbeschikking landbouwgewassen) art. 4.1

    Waardering: V 1 jaar

    644

    Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het jaarcijnstarief

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking betreffende het beheer van kwekersvergoedingenfondsen voor landbouwgewassen art. 4.1

    Opmerking: Jaarlijks voor 15 juli.

    Waardering: B, 5

    718

    Handeling: Het geven van voorschriften met betrekking tot de keuring van teeltmateriaal

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 48.5; Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.1

    Opmerking: Tot 1967: het vaststellen van keuringsreglementen. Deze voorschriften hebben betrekking op de gezondheid, de zuiverheid, de kwaliteit van teeltmateriaal, de sortering, de classificatie, de verzorging, de verpakking, de verlading en de aanduiding van het teeltmateriaal, het gebruik van de op het teeltmateriaal betrekking hebbende bescheiden en kentekenen, de technische inrichting en administratie van het bedrijf alsmede de technische bedrijfsvoering, het toezicht op de naleving van deze voorschriften en de keuring van het teeltmateriaal.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor reglement + goedkeuring Minister

    V 5 jaar overige neerslag

    728

    Handeling: Het houden van toezicht op naleving van keuringsvoorschriften voor teeltmateriaal dat voor de uitvoer bestemd is

    Periode: 1997–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 91.2 zoals gewijzigd Stb. 1997, 510

    Opmerking: Het Rijksproefstation voor de Zaadcontrole en de Plantenziektenkundige Dienst verrichten deze handeling niet meer sinds 1989

    Waardering: B+V

    B, 5 voor eindrapportages

    V 5 jaar voor overige neerslag

    738

    Handeling: Het verlenen van toestemming tot aflevering van zowel in het binnenland als het buitenland geteeld voortkwekingsmateriaal van rassen alsmede het bepalen van de hoeveelheden hiervan en het stellen van voorwaarden hiervoor

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 2.2.a 5.b, 4.2; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 artt. 2.2a, 3.5b, 4.2

    Opmerking: Het gaat om zowel in Nederland als in het buitenland geteeld voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen die al dan niet op de rassenlijst zijn geplaatst en die al dan niet bestemd zijn voor beproeving in de praktijk al dan niet gecertificeerd.

    Waardering: V 5 jaar

    741

    Handeling: Het nemen van monsters van buitenlands voortkwekingsmateriaal

    Periode: 1942–1967

    Grondslag: Beschikking van de secretaris generaal van het Departement van Landbouw en visserij met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941, art. 3.1b, 3.2.c; Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 3.1c

    Waardering: V 5 jaar

    746

    Handeling: Het bepalen van voorschriften ten aanzien van het afleveren van in Nederland geteeld

    voortkwekingsmateriaal van een landbouwgewas dat bestemd is voor

    beproeving in de praktijk

    Periode: 1944–

    Grondslag: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 28 februari 1944 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit 1941 art. 2.2b. Zaaizaad en plantgoedwet art.86

    Waardering: V 5 jaar

    749

    Handeling: Het keuren van teeltmateriaal

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 39.1; Verordening (Productschap voor Landbouwzaaizaden) zaden van groenvoedergewassen en suikerbietenzaad 1958 art. 5.1b,c, 5.2, 7.1b,c; Zaaizaadverordening 1958 (Productschap voor Landbouwzaaizaden) art. 4.1a , 4.1B,9; Ontheffingsbesluit Zaaigraanexport België 1967 art. 1

    Product: Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij van 2 October 1942 met betrekking tot het verlenen van ontheffing van de keuring van voortkwekingsmateriaal van landbouwgewassen, krachtens artikel 39.2 van het Kwekersbesluit

    Kwekersbesluit 1941 (gedeeltelijk) (Stcrt. 1942, 192)

    Opmerking: De Stichting Nederlandse Keuringsdienst voor Landbouwzaden en Aardappelpootgoed keurt alleen grassen waarvoor een rassenlijst is ingesteld. Goedgekeurd voortkwekingsmateriaal wordt voorzien van certificaten. Met het opheffen van de NAK-S in 1994 is ook het aansluitingsbesluit komen te vervallen.

    Waardering: V 2 jaar minimum met een verlenging van 7 jaar

    750

    Handeling: Het vaststellen van tarieven voor keuring van en toezicht op kweekmateriaal

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 51.1; NAK statuten

    Product: Deze tarieven moeten na vaststelling aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van LNV worden voorgelegd.

    Waardering: V 5 jaar

    756

    Handeling: Het jaarlijks, op verzoek verstrekken, aan de houder van het kwekersrecht van opgaven van aangeslotenen, die teeltmateriaal van zijn ras hebben voortgebracht en het desgevraagd verlenen van medewerking bij de inning van de licentierechten

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 89.2

    Opmerking: Met het opheffen van de NAK-S in 1994 is ook het aansluitingsbesluit komen te vervallen.

    Waardering: V 5 jaar

    757

    Handeling: Het weigeren aan een bij haar aangeslotene de toelating tot het verkeer en het verbieden van verdere verhandeling van teeltmateriaal

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 92.1

    Opmerking: Het gaat om teeltmateriaal waarvan de keuringsinstelling heeft vastgesteld dat het niet behoort tot een groep van planten, als hoedanig het wordt aangeboden, of dat het niet voldoet aan de voorschriften zoals beschreven in ZPW art. 91.

    Waardering: V 5 jaar

    760

    Handeling: Het opschorten van de keuring van teeltmateriaal bij aangeslotenen

    Periode: 1967–

    Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 92.3

    Opmerking: Het gaat om een opschorting voor ten hoogste drie jaar, en vindt plaats indien op grond van de door een aangeslotene gevolgde werkwijze en de resultaten daarvan gebleken is, dat voortbrenging, bewaring en bewerking van teeltmateriaal niet op voldoende vakkundige wijze geschiedt.

    Waardering: V 5 jaar

    761

    Handeling: Het goedkeuren van overeenkomsten tussen een niet bij het NAK-G of NAK aangesloten koper teeltmateriaal van een wel bij de NAK-G/NAK aangesloten kweker

    Periode: 1967–

    Grondslag: Vrijstelling aansluiting NAK-G art. 2; Vrijstelling aansluiting NAK Wageningen art. 1

    Opmerking: Indien deze zaden in gesloten verpakking geleverd worden en verder worden verhandeld op naam van de aangeslotenen. Vanaf 2000 is NAK-G, Naktuinbouw.

    Waardering: 7 jaar

    763

    Handeling: Het goedkeuren en waarmerken van zaden als prebasiszaad of gecertificeerd zaad, alsmede van pootgoed als basispootgoed of gecertificeerd pootgoed en van handelszaad

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit Categorieën Teeltmateriaal, art. 1.2

    Opmerking: Het gaat om zaad dat is voortgebracht onder de verantwoordelijkheid van de kweker door middel van stelselmatige instandhouding met betrekking tot het ras en bestemd is voor de voortbrenging van prebasiszaad dan wel basiszaad. Basiszaad: van vlas, bieten, maïs en overige krachtens art 87 van de ZPW aangewezen rassen. Basispootgoed: knollen van aardappel. Gecertificeerd pootgoed: knollen van aardappel. Gecertificeerd zaad: van gerst, haver, tarwe, lupine, wikke, kapucijner, landbouwerwt, veldboon, olievlas, vezelvlas, bieten en overige krachtens art 87 van de ZPW aangewezen rassen.

    Waardering: V 5 jaar

    764

    Handeling: Het opstellen van de voorschriften m.b.t. de gezondheid, rasechtheid, raszuiverheid, kwaliteit, sortering, classificering, verpakking en van de keuringen van teeltmateriaal

    Periode: 1967–

    Grondslag: Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Siergewassen artt. 2.2, 3.1; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Boomkwekerijgewassen artt. 2.2, 3.1; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Groente- en Bloemgewassen artt. 2.2,

    3.1, 7; Besluit Verhandeling Teeltmateriaal Landbouwgewassen artt. 2.1-2, 3.1, 7

    Product: Keuringsreglementen

    Opmerking: Het bezit met het oog op verkoop, het aanbieden voor verkoop, het bedrijfsmatig in het verkeer brengen, verder verhandelen, invoeren, uitvoeren en ter uitvoer aanbieden van teeltmateriaal afkomstig van landbouwgewassen en tuinbouwgewassen is verboden, tenzij het materiaal voldoet aan de hier gestelde eisen.

    Waardering: B, 5

    766

    Handeling: Het stellen van eisen voor de verpakking van het voortkwekingsmateriaal het voorschrijven van merken, etiketten, certificaten, sluitingen, plombes en andere bewijsstukken

    Periode: 1942–

    Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 39.1; Beschikking houdende merken, certificaten, plombes en andere bewijsstukken art. 1968, 166; Uitvoering artikel 93 Zaaizaad- en plantgoedwet art. 2.1

    Product: Keuringsreglementen

    Waardering: B, 5

    Productschappen van Vee, Vlees en EIeren

    62

    Handeling: Het stellen van eisen ten aanzien van de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1954–1982

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 11; Botercontrolebeschikking 1957 art. 17; Botercontrolebeschikking 1967 art. 17; Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten artt. 2 en 3; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen zoals gewijzigd in , 1963 (Stb.405) aardappelen, art. 3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art.3

    Product: Verordeningen; Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Opmerking: De regels kunnen betrekking op de bereiding, kwaliteit, sortering en verpakking van landbouwproducten alsmede op het tijdstip van uitvoer.

    De regels kunnen verschillend zijn naar gelang van de soort of bestemming van de landbouwproducten, alsmede van het land van invoer.

    Waardering: B, 5

    90

    Handeling: Het adviseren van de Minister van landbouw inzake het stellen van regels voor de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1956–

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet (1938); Landbouwuitvoerbesluiten; Landbouwkwaliteitswet; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsregelingen

    Waardering: B, 1

    100

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.4.2; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen

    Product: Verordeningen; landbouwkwaliteitsbeschikkingen en landbouwkwaliteitsregelingen

    Opmerking: Deze regels hebben ondermeer betrekking op de hoedanigheid, de sortering, de verzorging de aanduiding, de verpakking van landbouwproducten.

    Waardering: B, 5

    104

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften omtrent hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsverordeningen is bepaald

    Periode: 1977–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsverordeningen

    Opmerking: Deze regels hebben betrekking op de bereiding, de bewaring van vleeswaren en het gebruik van toevoegingen, grond- of hulpstoffen en kunnen voorschriften inhouden inzake de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen. Deze regels mogen alleen gesteld worden voorzover zij de gezondheid niet raken. (opmerking vleeswaren).

    Waardering: B, 5

    105

    Handeling: Het stellen van regels inzake de indeling van bacon in een kwaliteitsklasse alsmede de aanvullende eisen waaraan bacon met een merk moet voldoen

    Periode: 1978–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit Bacon artt. 4.1-2 en 5.1

    Product: Landbouwkwaliteitsverordening baconcuts en prepacked bacon (Vb.Bo 1978-afl 12).

    Opmerking: Bacon krijgt een merk na indeling in een kwaliteitsklasse. De aanvullende eisen hebben betrekking op de bereiding, de sortering en indeling, de vorm, de verpakking en de aanduidingen van kwaliteit en aard van het product. Deze regels hebben betrekking op de bereiding en bewaring van bacon en op het gebruik van toevoegingen, grond- of hulpstoffen. Ze kunnen ook voorschriften inhouden inzake de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen.

    Waardering: B, 5

    106

    Handeling: Het geven van nadere voorschriften omtrent de kwaliteitseisen van baconcuts en prepacked bacon

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsverordening baconcuts en prepacked bacon 1978 art.4

    Product: Uitvoeringsbesluit baconpekels, baconcuts en prepacked bacon 1979 (Vb.bo1979-19); Uitvoeringsbesluit Landbouwkwaliteitsverordening baconcuts en prepacked bacon 1986 (procesregistratie) (Vb.bo1987-18)

    Opmerking: De wettelijke bevoegdheid ligt bij de voorzitter.

    Waardering: B, 5

    116

    Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de aanduiding en de productiewijze van scharreleieren

    Periode: 1989–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling productiemethoden scharreleieren art. 2

    Opmerking: Deze regels hebben betrekking op de hoedanigheid, de sortering, de verzorging de aanduiding, de verpakking van scharreleieren alsmede op de inrichting en het gebruik van de ruimte bestemd voor kippen, die deze eieren voortbrengen als de voeding, drenking en verzorging van de kippen.

    Waardering: B, 5

    129

    Handeling: Het vorderen van de medewerking van het Bedrijfschap voor de Groothandel in Eieren tot het stellen van regels voor de kwaliteit van eieren voor de uitvoer bestemd

    Periode: 1962–1969

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit Eieren 1962 art. 6.2

    Waardering: B, 5

    132

    Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV en overige Ministers die bemoeienis hebben met de kwaliteit van landbouwproducten over de regels ter bevordering van de afzet betreffende de kwaliteit van producten

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 2.3

    Opmerking: Het gaat om productschappen, bedrijfschappen en andere organisaties die bij de te regelen materie betrokken zijn.

    Waardering: B, 5

    172

    Handeling: Het mededelen aan de Directeur-Generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de besluiten tot het verlenen van ontheffingen

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1978 art. 3.2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1981 art. 3.2

    Waardering: V 10 jaar

    173

    Handeling: Het verlenen of intrekken van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten en verordeningen bepaald is

    Periode: 1978–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffing en nadere voorschriften bacon art. 2; Landbouwkwaliteitsverordening baconcuts en prepacked bacon 1978 art. 4; Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbeschikking bloembollen artt. 1 en 2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren art. 2; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 3; Verordening PVS kwaliteitsvoorschriften bloembollen art. 3; Verordening Vvr gemedicineerd voeder art. 10; Landbouwkwaliteitsbeschikking ontheffingen gemedicineerd voeder artt. 2 en 3; Landbouwkwaliteitsbeschikking vrijstelling bepaalde keuringsvoorschriften groenten en fruit art. 2; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit art. 2; Verordening P.G.F. 1977. Kwaliteitsvoorschriften groenten en fruit art. 4; Landbouwkwaliteitsverordening PGF. 1991 groenten en fruit art. 4; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 3; Zuivelverordening 1993, inrichtingseisen zuivelbereiding art. 8; Landbouwkwaliteitsverordening 1994, uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit art.3.2; Landbouwkwaliteitsverordening 1994, uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit art. 14; Landbouwkwaliteitsregeling productiemethoden scharreleieren art.3; Landbouwkwaliteitsregeling scharreleierenkeuring en -merken art. 4; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstellingen en ontheffingen vleeswaren art. 2; Landbouwkwaliteitsverordening rookworst art. 4; Landbouwkwaliteitsregeling uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit art. 3.

    Opmerking: Deze vrijstellingen en ontheffingen gelden alleen voor zover zij de gezondheid niet raken. De vrijstellingen en ontheffingen hebben betrekking op de vaststelling van merken, tekenen en bewijsstukken, de presentatie, de indeling in kwaliteitsklassen, de sortering, de oorsprong, het gewicht, de soort, de aanduiding, de verpakking en de bewerkingswijze.

    Waardering: V 5 jaar na vervaldatum vrijstelling/ontheffing. Voor zocver geen precedenten werking

    179

    Handeling: Het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen dat bij of krachtens de Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren is bepaald met betrekking tot het bezigen van kwaliteitsmerken, tekenen en bewijsstukken

    Periode: 1992–

    Grondslag: Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art.1.1

    Waardering: V 5 jaar na vervaldatum vrijstelling/ontheffing. Voor zocver geen precedenten werking

    325

    Handeling: Het vaststellen van onderscheidingen, aanduidingen en eisen van hoedanigheid en herkomst van eieren voor de uitvoer bestemd

    Periode: 1962–1969

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit Eieren 1962 art. 6.2-3

    Product: Verordeningen

    Opmerking: Het bedrijfschap stelt deze vast na overleg met het Landbouwschap en het Productschap voor Pluimvee en Eieren.

    Waardering: B, 5

    462

    Handeling: Het benoemen van leden en plaatsvervangende leden van de Adviescommissie Geografische Aanduidingen

    Periode: 1994–

    Grondslag: Besluit Akk adviescommissie geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering art. 3.1

    Opmerking: De genoemde organisaties benoemen ieder één lid voor de adviescommissie. Het gaat om de Productschappen voor: Bier, Groenten en Fruit, Margarine, Vetten en Oliën, Pluimvee en Eieren, Vee en Vlees, Vis en Visproducten, Zuivel

    Waardering: V 10 jaar

    Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK)

    62

    Handeling: Het stellen van eisen ten aanzien van de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1930–1982

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 11; Botercontrolebeschikking 1957 art. 17; Botercontrolebeschikking 1967 art. 17; Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten artt. 2 en 3; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen zoals gewijzigd in , 1963 (Stb.405) aardappelen, art. 3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art.3

    Product: Verordeningen; Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Opmerking: De regels kunnen betrekking op de bereiding, kwaliteit, sortering en verpakking van landbouwproducten alsmede op het tijdstip van uitvoer. De regels kunnen verschillend zijn naar gelang van de soort of bestemming van de landbouwproducten, alsmede van het land van invoer.

    Waardering: B, 5

    90

    Handeling: Het adviseren van de Minister van landbouw inzake het stellen van regels voor de kwaliteit van landbouwproducten

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwuitvoerwet (1938); Landbouwuitvoerbesluiten; Landbouwkwaliteitswet; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsregelingen

    Waardering: B, 1

    211

    Handeling: Het stellen van regels inzake zekerheidsstellingen ten aanzien van de juiste naleving van de uit de Landbouwuitvoerwet 1938 voortvloeiende verplichtingen

    Periode: 1946–1964

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 13.1

    Waardering: B+V

    B, 5 voor alle eindrapportages

    V 5 jaar voor alle overige producten

    216

    Handeling: Het voordragen voor benoeming van voorzitters van controle-instellingen op het gebied van de landbouwkwaliteit aan de Minister van Landbouw

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit Bacon art. 10.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art .9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art. 9.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 12.2; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art 14.2; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 12.2; Statuten en keuringsreglement Kwaliteits-Controlebureau voor Groenten en Fruit art. 14.1; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 14.2; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 14.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 13.2; Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 18.2

    Waardering: V 2 jaar

    223

    Handeling: Het opstellen van jaarverslagen

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Botermerkenbesluit 1912 art. 26; Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 14

    Product: Jaarverslagen

    Waardering: B, 3

    229

    Handeling: Het aan ambtenaren toekennen van bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de controle van landbouwproducten

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 9

    Opmerking: Het gaat om ambtenaren belast met het Rijkstoezicht.

    Waardering: V 5 jaar

    231

    Handeling: Het aan de Minister meedelen van de namen van de aangeslotenen en van diegene van wie de aansluiting geweigerd of geschorst is

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van artikel 7, houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden geplaatst (Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 19)

    Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het bestuur.

    Waardering: V 5 jaar

    246

    Handeling: Het verlenen van medewerking aan ambtenaren bij hun uitoefening van het rijkstoezicht

    Periode: 1981–

    Grondslag: Beschikking rijkstoezicht op de controle-instellingen 15 augustus 1977/no. J2094 Stcrt.159 art.3

    Product: Mededelingen, inlichtingen, stukken welke bestemd zijn voor het bestuur of het dagelijks bestuur van de controle-instelling.

    Waardering: V 2 jaar

    271

    Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de keuring van bacon

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: KB tot uitvoering van art. 7 houdende bepalingen, waaraan een baconcontrole-instelling moet voldoen om onder rijkstoezicht te worden gesteld, (Landbouwuitvoerbesluit bacon) art. 12

    Waardering: B, 1/5

    272

    Handeling: Het vaststellen van bedragen voor de kosten van toezicht en keuring en het daarbij regelen van de wijze van de inning

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 15; Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen art. 9; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen art. 7; Uitvoercontrolebesluit haring 1964, art. 11; Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 12; Landbouwkwaliteitswet art.11.1

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955. 246); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

    Waardering: V 5 jaar

    274

    Handeling: Het keuren van landbouwproducten die al dan niet voor de uitvoer bestemd zijn

    Periode: 1940–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluiten; Landbouwkwaliteitswet; landbouwkwaliteitsbesluiten

    Product: Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955, 246); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas (Stcrt. 1956, 251); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60); Landbouwkwaliteitsregelingen

    Opmerking: Het keuringsreglement van SKAL voorziet in de onderwerpen, genoemd in bijlage III van de EEG verordening 2092/91 inzake de biologische productiemethoden en aanduidingen.

    Waardering: B+V

    B, 5 voor alle eindrapportages

    V 2 jaar voor alle overige producten

    332

    Handeling: Het verbinden, wijzigen en intrekken van nadere voorwaarden aan de door de stichting te verlenen toestemming tot het aanbrengen van het Rijksbaconmerk

    Periode: 1983–

    Grondslag: Vrijstelling aanbrenging Rijksbaconmerk art.2

    Waardering: V 5 jaar

    339

    Handeling: Het uitreiken van merken, tekenen en bewijsstukken aan aangesloten instellingen

    Periode: 1981–

    Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 5; Uitvoercontrolebesluit 1951 boter art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 6; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten art. 6b; Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 9b; Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten art. 7c; Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen art. 5.b; Uitvoercontrolebesluit Eieren 1962 art. 10.b; Uitvoercontrolebesluit Haring 1964, art. 10.c; Landbouwuitvoerbesluit bacon artt. 25, 26; Landbouwkwaliteitswet art.10.1 e; Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 6.1; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 9; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 8; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art.11; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art.13; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 10; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducent art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 13; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 6; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 12; Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode art.7; Landbouwkwaliteitsbesluit Zuivelproducten (1998–)

    Product: Uitvoercontrolebesluit 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas (Stcrt. 1956, 251); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62); Statuten en keuringsreglement Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); Keuringsreglement COZ kaasproducten (Stcrt. 1982, 105); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring groenten en fruit (Stcrt. 1977, 182); Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993 (Stcrt. 1993. 60)

    Waardering: V 5 jaar

    358

    Handeling: Het verlenen en intrekken van het recht tot het aanbrengen van kwaliteitsmerken op vleesproducten

    Periode: 1981–1998

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling baconkeuring en -merken art. 5;Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken art. 4

    Opmerking: Zij treft daarbij alle nodige maatregelen ten einde te voorkomen dat de merken door anderen dan aangeslotenen op vleeswaren zouden kunnen worden aangebracht. Dit recht wordt alleen verleend aan aangeslotenen bij de stichting.

    Waardering: B, 5

    359

    Handeling: Het treffen van maatregelen om te voorkomen dat kwaliteitsmerken onbevoegd of onterecht op landbouwproducten worden aangebracht

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten art. 20; Landbouwkwaliteitsbeschikking controle groenten en fruit art. 15b; Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit art. 7; Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 17; Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten art. 19; Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring en tekenen scharreleieren art. 9.1; Landbouwkwaliteitsregeling scharreleierenkeuring en -merken art. 8; Landbouwkwaliteitsregeling vleeswarenkeuring en -merken art 4.1

    Opmerking: Het gaat om maatregelen om te voorkomen dat rijksmerken en andere vermeldingen worden aangebracht of gehandhaafd op landbouwproducten of verpakkingen van landbouwproducten, welke ingevolge het bepaalde in landbouwkwaliteitsbesluiten of landbouwkwaliteitsregelingen niet van zodanige merken mag zijn voorzien.

    Waardering: B, 5

    363

    Handeling: Het verlenen en intrekken van toestemming tot het aanbrengen van kwaliteitsmerken op in Nederland bereide bacon die in het Verenigd Koninkrijk wordt verpakt

    Periode: 1983–1998

    Grondslag: Vrijstelling aanbrenging Rijksbaconmerk art 1

    Opmerking: Dit onder voorwaarde dat de oorspronkelijke verpakking van die bacon bij verzending vanuit Nederland overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften is voorzien van het merk voor de kwaliteitsklasse Extra.Aan deze toestemming kunnen nadere voorwaarden verbonden worden.

    Waardering: V 5 jaar

    386

    Handeling: Het vaststellen van reglementen voor de tuchtrechtspraak

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 4.2; Landbouwkwaliteitswet art. 13.3

    Product: Tuchtreglementen; Tuchtrechtreglement SKAL (Stcrt. 1993, 73)

    Opmerking: Het betreft de samenstelling en de bevoegdheid van haar organen die de tuchtrechtspraak uitoefenen en de rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding. In het Tuchtreglement COKZ is vastgelegd dat een zaak binnen vier maanden na constatering van de tenlaste gelegde overtreding door of namens het centraal bestuur bij het tuchtgerecht aanhangig wordt gemaakt. In de praktijk vindt de aanhangigmaking plaats door de directeur van het COKZ.

    Waardering: B, 5

    388

    Handeling: Het instellen van een of meer tuchtgerechten en eventueel een centraal-tuchtgerecht op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1991–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art.3.1-2

    Opmerking: Een centraal-tuchtgerecht wordt ingesteld bij twee of meer tuchtgerechten.

    Waardering: B, 4

    389

    Handeling: Het regelen van de bevoegdheid van het tuchtgerecht met betrekking tot het oordelen over de overtredingen van landbouwkwaliteitsbesluiten, door aangeslotenen begaan alsmede de bevoegdheid om maatregelen op te leggen

    Periode: 1981–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art 6.1 en 11

    Opmerking: De controle-instelling maakt binnen een redelijk termijn na de constatering van de overtreding de zaak aanhangig. Alleen na overleg met de Officier van Justitie wordt besloten een besluit niet aanhangig te maken.

    Waardering: B, 5

    390

    Handeling: Het bepalen van de plaats, waar het tuchtgerecht, onderscheidenlijk het centraal tuchtgerecht zitting houdt

    Periode: 1981–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet, art. 7

    Waardering: V 5 jaar

    392

    Handeling: Het bepalen van het aantal leden alsmede het regelen van de benoeming en ontslag van de voorzitter, de vice-voorzitters, de andere leden, de secretaris en de adjunct-secretarissen van het tuchtgerecht en eventueel het centraal tuchtgerecht, alsmede tijd, gedurende welke zij hun functie vervullen of waarin zij op non-actief kunnen worden gesteld

    Periode: 1981–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet artt. 8.1en 9

    Waardering: V 5 jaar

    395

    Handeling: Het binnen een redelijk termijn na de constatering van de overtreding aanhangig maken van een zaak

    Periode: 1981–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 11.1-2

    Product: Schriftelijke verklaring (met alle relevante feiten).

    Waardering: V 5 jaar

    396

    Handeling: Het niet aanhangig maken van een zaak

    Periode: 1981–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 11.3

    Product: Besluit

    Opmerking: Alleen na overleg met de Officier van Justitie.

    Waardering: V 5 jaar

    403

    Handeling: Het schrappen, schorsen en beboeten van aangeslotenen bij controle-instellingen

    Periode: 1930–1982

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 4; Botercontrolebeschikking 1957 art.38.1

    Opmerking: Schrappen kan geschieden indien een aangeslotene niet meer voldoet aan de voor aansluiting gestelde eisen of in ernstige mate de belangen van de controle heeft geschaad. De formele bevoegdheid bij de Vereeniging Nederlandsche Baconcontrole ligt bij het bestuur.

    Waardering: V 5 jaar

    405

    Handeling: Het opleggen van strafmaatregelen bij overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een Landbouwkwaliteitsbesluit

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 13.1

    Opmerking: Het gaat om de volgende maatregelen; berisping, geldboete tot ten hoogste 10.000 gulden, het stellen van de aangeslotene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren, openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de aangesloten. De maatregelen kunnen alleen toegepast worden op aangeslotenen bij de controle-instelling.

    Waardering: V 5 jaar

    406

    Handeling: Het geven van een bijzondere bestemming aan de opbrengsten van de geldboeten

    Periode: 1981–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art. 13.2

    Waardering: B, 5

    409

    Handeling: Het adviseren van de Minister inzake de aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden voor de Raad van Beroep

    Periode: 1930–1978

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 28

    Waardering: V 5 jaar

    412

    Handeling: Het voordragen voor benoeming van leden en plaatsvervangers van de Raad van Beroep

    Periode: 1946–1963

    Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit 1946 Algemene voorwaarden art. 5.1

    Waardering: V 5 jaar

    413

    Handeling: Het vaststellen van termijnen waarbinnen beroep kan worden ingesteld

    Periode: 1981–

    Grondslag: Statuten van uitvoercontrolestations; Botercontrolebeschikking 1957 art. 37.3

    Waardering: V 5 jaar

    425

    Handeling: Het behandelen van bezwaren tegen bij de keuring genomen beslissingen.

    Periode: 1973–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.10.1 e

    Product: Keuringsreglement COZ kaasproducten (Stcrt. 1982, 105)

    Waardering: V ? jaar

    460

    Handeling: Het uitvoeren van controles met betrekking tot het voldoen van landbouwproducten of levensmiddelen aan de eisen van de productdossiers

    Periode: 1993–

    Grondslag: EG-verordening(2081/92) inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen art 10.1; Verordening inzake de specificiteitscertificering van landbouwproducten en levensmiddelen art. 14.1; Landbouwkwaliteitsregeling kaas art. 15

    Waardering: V 5 jaar

    472

    Handeling: Het keuren van producten die een beschermde geografische aanduiding of beschermde oorsprongsbenaming dan wel een specificiteitscertificering hebben

    Periode: 1994–

    Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduiding art. 7

    Opmerking: De controle-instellingen KCB en CPE zijn nog niet aangewezen.

    Waardering: V 5 jaar

    Tuchtgerecht op het gebied van de landbouwkwaliteit

    391

    Handeling: Het bepalen van de dag en het uur van de zitting waarvoor de aangeslotene, bij de controle-instelling op het gebied van de landbouwkwaliteit wordt opgeroepen

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 14

    Product: Oproep met aangetekende brief inclusief schriftelijke verklaring met alle relevante feiten betreffende de gemaakte overtreding

    Opmerking: De oproep houdt in: de namen, het beroep en de woonplaats van eventuele getuigen en deskundigen; de mededeling dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundige naar de zitting mee te brengen.

    Waardering: V 5 jaar

    398

    Handeling: Het bepalen van de dag en het uur van de zitting waarvoor de aangeslotene, bij de controle-instelling op het gebied van de landbouwkwaliteit wordt opgeroepen

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 14.1-2

    Product: Oproep met aangetekende brief inclusief schriftelijke verklaring met alle relevante feiten betreffende de gemaakte overtreding

    Opmerking: De oproep houdt in: de namen, het beroep en de woonplaats van eventuele getuigen en deskundigen; de mededeling dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundige naar de zitting mee te brengen. Het gaat om het tuchtgerecht dat is ingesteld door de onderstaande controle-instellingen. Het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ); de Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten (SKAL); De Vereniging Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); de Stichting voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) en deStichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK).

    Waardering: V 10 jaar

    399

    Handeling: Het verlenen van verstek tegen de aangeslotene bij de controle-instelling op het gebied van de landbouwkwaliteit

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art. 15

    Opmerking: Het verstek wordt verleend indien de gedaagde niet op de zitting is verschenen of dat zijn persoonlijke aanwezigheid niet is bevolen. De behandeling wordt daarna voortgezet. Het gaat om het tuchtgerecht dat is ingesteld door de onderstaande controle-instellingen. Het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ); de Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten (SKAL); De Vereniging Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) en deStichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK).

    Waardering: V 10 jaar

    400

    Handeling: Het schorsen van een behandeling alsmede het vaststellen van het tijdstip van hervatting van de zitting

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet 16.1-3

    Product: Besluit van schorsing met opgaaf van reden

    Aangetekende brief vergezeld van alle op de zaak betrekking hebbende stukken

    Opmerking: Het gaat om het tuchtgerecht dat is ingesteld door de onderstaande controle-instellingen. Het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ); de Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten (SKAL); De Vereniging Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB) (KCB); de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) en deStichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK).

    Waardering: V 10 jaar

    401

    Handeling: Het niet openbaar maken van de tuchtzitting

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet art.18.1

    Product: Besluit

    Opmerking: Als hier na het oordeel van de voorzitter dringende redenen voor zijn. Het gaat om het tuchtgerecht dat is ingesteld door de onderstaande controle-instellingen. Het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ); de Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten (SKAL); De Vereniging Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) en de Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK).

    Waardering: V 5 jaar

    402

    Handeling: Het bekendmaken van de tuchtbeschikking of het bepalen van een nadere datum voor de bekendmaking van de tuchtbeschikking, alsmede het bekendmaken dat tegen deze beschikking voorziening als bedoeld in Titel IV van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie beroep openstaat indien er geen sprake is van een centraal tuchtgerecht

    Periode: 1979–

    Grondslag: Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet artt.18.2 en 19

    Opmerking: Het gaat om het tuchtgerecht dat is ingesteld door de onderstaande controle-instellingen. Het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ); de Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten (SKAL); De Vereniging Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit (KCB); de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten (CPE) en deStichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK).

    Waardering: V 5 jaar