Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 12-06-2008 t/m 31-12-2009

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 19 april 2007, nr. WJZ 7043864, houdende regels inzake subsidieverstrekking voor innovatieve zeescheepsbouw (Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. EU-steunkaderregeling: de kaderregeling nr. 2003/C 317/06 van 30 december 2003 inzake staatssteun aan de scheepsbouw (PbEG 2003, C 317);

    • b. zeeschip: zelfvoortstuwende commerciële zeeschepen zoals bedoeld in artikel 10, onderdeel d, onder i tot en met iii van de EU-steunkaderregeling;

    • c. EZ-kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten;

    • d. opdrachtgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot de bouw of verbouw van een zeeschip.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

Indien wordt voldaan aan de overige bepalingen van deze regeling kan de minister subsidie voor innovatie verstrekken aan scheepswerven, zijnde bedrijven die in Nederland zeeschepen ontwikkelen, ontwerpen, bouwen, verbouwen en uitrusten.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Subsidie voor innovatie kan worden verleend voor een scheepsbouwinnovatieproject, zijnde de industriële toepassing bij de bouw of verbouw van een zeeschip van technologisch nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten en processen in vergelijking met die welke in de scheepsbouwsector gewoonlijk binnen de Europese Gemeenschap worden gebruikt of beschikbaar zijn, en waarvan de implementatie of toepassing een risico voor technologische of industriële mislukking inhoudt.

  • 2 De voor subsidie in aanmerking komende producten en processen die aan de in het eerste lid genoemde vereisten voldoen zijn:

    • a. de ontwikkeling en het ontwerp van een nieuwe scheepsklasse zijnde het eerste schip van een potentiële serie zeeschepen;

    • b. innovatieve onderdelen van een zeeschip die als afzonderlijk element van het schip kunnen worden onderscheiden;

    • c. ontwikkeling en implementatie van innovatieve processen met betrekking tot productie, planning, logistiek of ontwerp van zeeschepen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie is beperkt tot de kosten voor investeringen, ontwerp, technische en testactiviteiten die rechtstreeks en uitsluitend in verband staan met het innovatieve onderdeel van het scheepsbouwinnovatieproject en die hebben plaatsgevonden na de datum waarop de subsidie is aangevraagd, uitgezonderd de kosten zoals bedoeld in het vijfde lid, onderdeel d.

  • 2 De in het eerste lid genoemde kosten omvatten mede de kosten voor de levering van goederen en diensten van derden voor zover deze direct en uitsluitend verband houden met de innovatieve delen van het scheepsbouwinnovatieproject.

  • 3 Voor de bouw van een nieuwe scheepsklasse zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 3 kan worden verleend komen de volgende ontwerpkosten in aanmerking:

    • 1°. de conceptontwikkeling;

    • 2°. het conceptontwerp;

    • 3°. het functionele ontwerp;

    • 4°. het detailontwerp;

    • 5°. de kosten voor studies, testen, proefmodellen en soortgelijke kosten voor de ontwikkeling en het ontwerp van het zeeschip;

    • 6°. de kosten voor de planning van de implementatie van het ontwerp;

    • 7°. de kosten voor het testen en het proefdraaien van het product;

    met uitzondering van de kosten voor het standaard technisch ontwerp die ook gemaakt zouden zijn als het een bestaande scheepsklasse betrof.

  • 4 Voor innovatieve onderdelen van een zeeschip waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 3 kan worden verleend komen de volgende kosten in aanmerking:

    • a. de kosten voor het ontwerp en de ontwikkeling;

    • b. de kosten voor het testen van het innovatieve onderdeel en proefmodellen;

    • c. de kosten voor materialen en uitrusting;

    • d. de kosten voor de bouw en de installatie van een nieuw onderdeel dat noodzakelijk is om in uitzonderlijke gevallen de innovatie te valideren, voorzover deze kosten beperkt zijn tot het minimum noodzakelijke bedrag.

  • 5 Voor innovatieve processen waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 3 kan worden verleend komen de volgende kosten in aanmerking:

    • a. de kosten voor het ontwerp en de ontwikkeling;

    • b. de kosten voor materialen en uitrusting;

    • c. de kosten voor het testen van het nieuwe proces indien van toepassing of

    • d. de kosten voor haalbaarheidsonderzoeken die binnen twaalf maanden voor de aanvraag zijn uitgevoerd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie bedraagt 20 procent van de in aanmerking komende kosten zoals genoemd in artikel 4.

  • 2 De subsidie bedraagt niet meer dan:

    • a. € 150 per cgt voor zover het de bouw van een nieuw zeeschip betreft;

    • b. € 5.000.000 voor zover het nieuwe processen betreft.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2010]

Geen subsidie wordt verstrekt:

  • a. voor zover aan het scheepsbouwinnovatieproject andere vormen van staatssteun in de zin van artikel 87, eerste lid, van het EG-verdrag worden verstrekt of op andere wijze communautaire financiering wordt verstrekt waarbij de cumulatie van dergelijke steun tot gevolg heeft dat de steunintensiteit het niveau zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onderdeel a, van de EU-steunkaderregeling, overschrijdt;

  • b. indien tussen de scheepswerf en de opdrachtgever voor de bouw of verbouw van een zeeschip waarbij technologische nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten en processen worden gebruikt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, reeds ten tijde van de aanvraag een schriftelijk, bindend en volledig contract is afgesloten;

  • c. indien de aanvrager reeds is begonnen met de implementatie van een nieuw proces bij de bouw of verbouw van een zeeschip;

  • d. indien door verlening van de subsidie het totaal van de op grond van deze regeling verleende subsidie ten behoeve van de scheepswerf of van de groep, waartoe deze scheepswerf behoort, meer zou bedragen dan 30 procent van het voor deze regeling toepasselijke subsidieplafond;

  • e. indien de subsidieontvanger failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Er is een Adviescommissie Innovatieve Zeescheepsbouw die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2010]

Het subsidieplafond voor het in 2007 verlenen van subsidies op grond van deze regeling bedraagt € 19.500.000.

§ 2. Subsidieaanvraag, subsidievoorwaarden en -verplichtingen en voorschotten [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2010]

Voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling zijn de artikelen 5, 7, eerste en tweede lid, 11, 15, aanhef en onderdeel a, b, en e tot en met g, 18, 19, 20, 29, 31, 32, 33 en 37 van de EZ-kaderregeling van toepassing.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met inachtneming van het tweede en derde lid, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

  • 2 Ingeval de minister op de dag van inwerkingtreding van deze regeling de aanvragen van verschillende aanvragers gelijktijdig heeft ontvangen, stelt hij de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen vast door middel van loting.

  • 3 Ingeval de minister op de dag van de inwerkingtreding van deze regeling meer aanvragen van één aanvrager, dan wel aanvragers behorend tot één groep heeft ontvangen, verdeelt hij die dag het beschikbare budget door te beginnen met de als hoogst gerangschikte aanvraag van elke aanvrager, dan wel groep, daarna de als tweede gerangschikte aanvraag van elke aanvrager dan wel groep, en zo verder.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Een subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger uiterlijk dertien weken na de subsidieverlening heeft aangetoond:

    • a. dat de opdrachtgever en de subsidieontvanger het in artikel 14, derde lid, onderdeel a, bedoelde schriftelijk contract, bindend en volledig zijn aangegaan door ondertekening en

    • b. dat de opdrachtgever terzake van de bouw of verbouw van een zeeschip waarbij technologische nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten en processen worden gebruikt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, een of meer betalingen heeft gedaan.

    • c. een verklaring van de scheepswerf dat het contract, bedoeld in onderdeel a, de volledige weergave vormt van de tussen de scheepswerf en opdrachtgever gemaakte afspraken.

  • 2 Binnen zes weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, deelt de minister aan de subsidieontvanger mee dat aan de voorwaarde is voldaan.

  • 3 De Minister kan op voorafgaand schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de termijn genoemd in het eerste lid met maximaal dertien weken verlengen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidieontvanger voert het scheepsbouwinnovatieproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister:

    • a. van het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het scheepsbouwinnovatieproject;

    • b. het wijzigen of beëindigen van het contract tussen de subsidieontvanger en de opdrachtgever.

  • 3 De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

  • 4 De minister kan op voorafgaand schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Op een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt na overlegging van het schriftelijke contract als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a.

  • 2 Een aanvraag om een voorschot wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een tussenrapportage.

  • 4 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking genomen. In totaal is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

    • a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1;

    • b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2;

    • c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 2 De formulieren, bedoeld in het eerste lid, gaan vergezeld van de in die formulieren genoemde stukken.

  • 3 Bij het formulier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dient in ieder geval te worden meegezonden:

    • a. een schriftelijke letter of intent, dan wel een schriftelijke letter of award, dan wel een ander schriftelijk stuk waaruit blijkt dat een schriftelijk contract tussen de scheepswerf en de opdrachtgever met betrekking tot de bouw of verbouw van een zeeschip waarbij technologische nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten en processen worden gebruikt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zal worden gesloten, onvoorwaardelijk zal worden dan wel nader zal worden uitgewerkt;

    • b. het contract als bedoeld in onderdeel a, waaruit in ieder geval blijkt wanneer met de uitvoering van de bouw of verbouw van het zeeschip wordt begonnen;

  • 4 Indien door één aanvrager of aanvragers die tot één groep behoren op de dag van inwerkingtreding van deze regeling meer aanvragen gelijktijdig worden ingediend, geven zij op het aanvraagformulier, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de onderlinge rangorde aan die dient te worden gehanteerd bij de toepassing van artikel 10, derde lid.

  • 5 Bij het formulier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, dienen in ieder geval de volgende documenten te worden meegezonden:

    • a. het overdrachtsprotocol of een gelijkwaardig document;

    • b. gegevens waaruit blijkt dat het zeeschip in Nederland is gebouwd of verbouwd;

    • c. een accountantsverklaring die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2010]

Aanvragen om subsidie worden uiterlijk 30 september 2008 dan wel uiterlijk op een door de minister nader te bepalen latere datum, ingediend.

§ 3. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 14 mei 2007, 12.00 uur.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de EVD, Juliana van Stolberglaan 148, ’s-Gravenhage.

Den Haag, 19 april 2007

De

Minister van Economische Zaken

,

M. J. A. van der Hoeven

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]