Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 28-04-2007 t/m 31-12-2008

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 17 april 2007, nr. WJZ 7047871, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van de versterking van de samenwerking tussen bedrijfsleven en beroepsonderwijs (Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf)

De Minister van Economische Zaken,

Na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. beroepsonderwijsinstelling:

  • c. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • d. MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;

  • e. praktijkleren: alle vormen van leren in de beroepspraktijk of met behulp van de beroepspraktijk die in combinatie met theorieonderwijs strekken tot het behalen van een diploma in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs of middelbaar beroepsonderwijs;

  • f. vernieuwingstraject: een traject gericht op het gezamenlijk door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen vernieuwen van de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom het praktijkleren;

  • g. project: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op:

    • 1°. het leggen van de basis voor een samenwerking tussen een of meer ondernemers en een of meer beroepsonderwijsinstellingen met betrekking tot een vernieuwingstraject;

    • 2°. het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwerpen en uitvoeren van het vernieuwingstraject of

    • 3°. het duurzaam verankeren van het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwikkelde vernieuwingstraject op basis van schriftelijke afspraken;

  • h. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband van ten minste één MKB-ondernemer en een beroepsonderwijsinstelling dat blijkens schriftelijke stukken samenwerkt in het kader van praktijkleren.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een samenwerkingsverband dat een project uitvoert.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor activiteiten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, door de Minister reeds subsidie is verstrekt.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt indien de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag ter zake van het project reeds verplichtingen is aangegaan.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt niet meer dan € 500.000, ook voor zover een samenwerkingsverband meerdere aanvragen indient voor activiteiten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel g.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 50 procent van de subsidiabele kosten en niet meer dan € 500.000.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als subsidiabele kosten van een project worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

    • a. het aantal na de indiening van de aanvraag door direct bij het project betrokken personeel van de ondernemer gemaakte uren, vermenigvuldigd met het in het tweede lid bedoelde integrale uurtarief dat de subsidieontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel met het in het derde lid bedoelde tarief;

    • b. het aantal na de indiening van de aanvraag door direct bij het project betrokken personeel van de beroepsonderwijsinstelling gemaakte uren, vermenigvuldigd met het in het tweede lid bedoelde integrale uurtarief dat de subsidieontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel met het in het derde lid bedoelde tarief;

    • c. de specifiek ten behoeve van het project gemaakte en betaalde kosten voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde integrale uurtarief wordt berekend op basis van een binnen de organisatie gebruikelijke en controleerbare methodiek, die is gebaseerd op bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Het integrale uurtarief is samengesteld uit de directe personeelskosten en de indirecte kosten. Het integrale uurtarief betreft uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsuitoefening en bevat geen winstopslag.

  • 3 Indien de subsidieontvanger geen integraal uurtarief hanteert, dan wordt op diens verzoek dit tarief vervangen door een vast uurtarief van € 35.

  • 4 De in het eerste lid, onder c, bedoelde kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt. Eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

  • 5 De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die vergoed kunnen worden op grond van dit artikel worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Ieder begrotingsjaar wordt bij Ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2007 verlenen van subsidies bedraagt € 12.000.000.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken waaronder in ieder geval een projectplan en een begroting van de kosten.

  • 2 Het projectplan bevat in ieder geval:

    • a. de doelstelling van het project;

    • b. een activiteitenplan met daarin in ieder geval opgenomen een beschrijving van de activiteiten van het project uitgezet in tijd, de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het project en het aantal onderwijsdeelnemers dat met het vernieuwingstraject wordt bereikt;

    • c. een kort overzicht van de voor het project relevante recente of lopende vernieuwingen op het gebied van praktijkleren en de wijze waarop deze kennis in het project wordt toegepast;

    • d. een overzicht van de vernieuwingen met betrekking tot de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom het praktijkleren die door het project worden verwezenlijkt;

    • e. een beknopte beschrijving van de wijze waarop het samenwerkingsverband netwerken zou kunnen vormen met de regionale omgeving;

    • f. een beschrijving van de projectorganisatie en de activiteiten van de afzonderlijke deelnemers van het samenwerkingsverband met betrekking tot het project;

    • g. de schriftelijke afspraken als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 3e, indien het project mede is gericht op duurzame verankering als daar bedoeld.

  • 3 De begroting van de kosten bevat in ieder geval een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer van het samenwerkingsverband.

  • 4 Het samenwerkingsverband wijst een der deelnemende ondernemers aan als penvoerder die mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband de aanvraag indient.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister geeft een beschikking binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan de regeling;

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het samenwerkingsverband de capaciteiten heeft om het project naar behoren uit te voeren;

  • c. de voor rekening van de deelnemers blijvende subsidiabele kosten voor meer dan 60 procent voor rekening komen van de deelnemende ondernemers tezamen, dan wel van de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen tezamen;

  • d. de personele inbreng in de uitvoering van het project niet evenredig is verdeeld over de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen en de deelnemende ondernemers;

  • e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiële haalbaarheid van het project;

  • f. onvoldoende aannemelijk is dat de samenwerking leidt tot verbetering van het praktijkleren;

  • g. de kosten van het project niet in verhouding zijn met de activiteiten en de te verwachten resultaten, met name voor de MKB-ondernemers;

  • h. het niet aannemelijk is dat de activiteiten bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 1e, binnen zes maanden na subsidieverlening worden afgerond;

  • i. het niet aannemelijk is dat het vernieuwingstraject binnen drie jaar kan worden voltooid;

  • j. onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 3e, indien het project mede is gericht op duurzame verankering als daar bedoeld.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de penvoerder.

  • 2 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer in het samenwerkingsverband.

  • 3 Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde subsidiabele kosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.

§ 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De in de artikelen 12, 13, en 14 opgenomen verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. De in artikel 15 opgenomen verplichting geldt totdat 5 jaren na die dag zijn verstreken.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip.

  • 2 De Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

    • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

    • b. het aantal uren dat per werknemer is besteed aan het project;

    • c. de berekening en samenstelling van het door de ondernemer of beroepsonderwijsinstelling gehanteerde integrale uurtarief voor de loonkosten en de specifiek ten behoeve van het project gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidieontvanger neemt deel aan de jaarlijkse regionale bijeenkomst van projectleiders voor projecten die wordt georganiseerd door het Ministerie van Economische Zaken in het kader van deze regeling en brengt op deze bijeenkomst verslag uit omtrent de uitvoering van het project.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op een subsidie voor een project waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de Minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Een aanvraag wordt door de penvoerder, mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband, ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 3 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 4 In afwijking van het eerste en derde lid wordt het eerste voorschot ambtshalve verstrekt bij de subsidieverlening aan een MKB-ondernemer, met dien verstande dat dit voorschot 25 procent bedraagt van het bij de subsidieverlening voor de betreffende MKB-ondernemer vermelde maximale subsidiebedrag.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag om subsidievaststelling voor een project wordt door de penvoerder, mede namens de andere deelnemers van het samenwerkingsverband, ingediend binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening, dan wel overeenkomstig de ontheffing van het voltooien op het bij subsidieverlening bepaalde tijdstip, moet zijn voltooid.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3 en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.

  • 3 Bij de aanvraag wordt een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project gevoegd en een financiële verantwoording.

  • 4 Indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 50.000 of meer bedraagt, wordt bij de aanvraag om subsidievaststelling een accountantsverklaring gevoegd die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, te ’s-Gravenhage.

Den Haag, 17 april 2007

De

Minister

van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.]