Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale [...] 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

Geldend van 20-04-2007 t/m heden

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale Monetaire en Financiële Zaken 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 28 februari 2007, nr. arc-2007.03507/9;)

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 16 maart 2007

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

algemene rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
de

projectdirecteur

Project Wegwerken Archief Achterstanden,

A. van der Kooij

Basisselectiedocument

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers

Minister van Financiën

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Economische Zaken

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Minister van Algemene Zaken

Op het beleidsterrein

Internationale Monetaire en Financiële Zaken

1945–

Vastgesteld/ Versie maart 2007

Lijst van afkortingen

AmvB: Algemene maatregel van bestuur

BZK: (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

BSD: Basis Selectiedocument

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

Coreper: Comite Représentants Permanents

DNB: De Nederlandsche Bank

EBU: Europese Betalingsunie

ECB: Europese Centrale Bank

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EG: Europese Gemeenschap

EMI: Europees Monetair Instituut

EMU: Europese Monetaire Unie

EMS: Europese Monetair Stelsel

ESCB: Europees stelsel van centrale banken

Fin: (Ministerie van) Financiën

GATT: General Agreement on Tariffs and Trade

IGC: Intergouvernementele Conferenties

IBRD: International Bank for Reconstruction and Development

IDA: International Development Association

IFC: International Finance Corporation

IMF: Internationaal Monetair Fonds

Jus: (Ministerie van) Justitie

KB: Koninklijk Besluit

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

LenV: 1960–1989 (Ministerie van) Landbouw en Visserij

LNV: 1989–2003 (Ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

2003 – (Ministerie van) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

MIGA: Multilateral Investment Guarantee Agency

NA: Nationaal Archief

OCW: (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OEES: Organisatie voor de Europese Economisch Samenwerking

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PV: Permanente Vertegenwoordiger(s)/ Vertegenwoordiging

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)

WTO: World Trade Organisation

1. Verantwoording

1.1 Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

1.2 Afbakening van het beleidsterrein

Het taakgebied dat de Minister van Financiën bestrijkt, is dat terrein van overheidsbemoeienis waar het beleid ten aanzien van het samenstel van inkomsten en uitgaven van de Nederlandse overheid wordt vormgegeven en uitgevoerd. Deze hoofdtaak van de Minister van Financiën is te herleiden naar een aantal specifieke beleidsterreinen:

  • 1. het financieel-economische beleid (nationaal en internationaal), dit beleidsterrein wordt voornamelijk vormgegeven door de Generale Thesaurie;

  • 2. het begrotingsbeleid voor de Nederlandse overheid/de Rijksbegroting wordt vormgegeven door het Directoraat-Generaal voor de Rijksbegroting;

  • 3. het fiscale beleid (voorbereiding van het algemene fiscale beleid, van fiscale wetten en maatregelen en het sluiten en uitvoeren van belastingverdragen) is hoofdzakelijk opgedragen aan het Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken;

  • 4. het beleid ten aanzien van en de uitvoering van de fiscale wetgeving ligt bij het Directoraat-Generaal der Belastingen.

Het beleidsterrein waar deze selectielijst betrekking op heeft valt onder het onder 1 genoemde taakgebied.

1.3 Ontwikkelingen op het beleidsterrein

Het beleidsterrein internationaal financieel en monetair beleid richt zich op de bemoeienis van de Nederlandse overheid met overeenkomsten, verdragen en afspraken betreffende het internationale financiële en monetaire stelsel. Meer concreet houdt dat in de bemoeienis van de Nederlandse overheid met internationale betalingsbalans- en valuta-aangelegenheden, wisselkoersbeleid en monetaire samenwerking in Europa en de beleidsvoorbereiding voor het internationaal geldstelsel, alsmede de deelname in de internationale ontwikkelingsbanken.

Dit selectie-instrument richt zich dus niet op de internationale aspecten van andere beleidsterreinen waarop de Minister van Financiën een belangrijke rol speelt, zoals bij belastingen, toezicht kredietwezen, douane, e.d..

Onderdelen van het beleidsterrein internationaal financieel en monetair beleid zijn: de totstandkoming van het Bretton Wood-stelsel, oprichting van en deelname in het IMF en aanverwante instellingen, monetaire samenwerking in Europa, oprichting ESCB, regeling van het internationaal betalingsverkeer en monetaire samenwerking in andere internationale organisatie.

De invoering van de chartale euro in Nederland maakt geen deel uit van dit beleidsterrein.

Ook de bemoeienis met deviezen maakt geen deel uit van dit beleidsterrein, hoewel er wel raakvlakken zijn met het internationaal financieel en monetair beleid. De bemoeienis met deviezen richt zich vooral op het op peil houden van de deviezenvoorraad en de distributie van de deviezen, met name in tijden van crises. De handelingen van de overheid zijn vooral gericht op de eigen ingezetenen aan wie regels kunnen worden opgelegd betreffende de deviezen. Tot 1964 beschikte de regering over een wettelijk instrumentarium op het terrein van deviezen. Het beleidsterrein deviezen tot 1964 wordt in een apart rapport institutioneel onderzoek behandeld.

1.3.1 Ontwikkeling van het beleidsterrein op hoofdlijnen

Het Nederlands financieel en monetair beleid vanaf de Tweede Wereldoorlog was in het algemeen gericht op het bereiken van prijsstabiliteit, het handhaven van stabiele wisselkoersen, voornamelijk door middel van internationale afspraken, en het tot stand brengen van vrij kapitaal- en betalingsverkeer.

Tot aan 1999 heeft Nederland geijverd voor stabiele wisselkoersen in een vrije economische en financiële ‘ruimte’. De Nederlandse regering vond daarbij internationale coördinatie, o.a. door middel van het IMF en andere internationale overleggen, van zeer groot belang. Sinds janari 1999 is de Europese Centrale Bank (ECB) verantwoordelijk voor het monetaire beleid van de lidstaten van de Economische en Monetaire Unie (EMU).

1.3.2 Bretton Woodsinstellingen

Het IMF

Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een start gemaakt met een hernieuwde ordening van het internationale monetaire stelsel. Voor de oorlog werd het internationale monetaire stelsel nog gedomineerd door de zogenoemde Gouden Standaard. Het stelsel van de gouden standaard gold tot de jaren dertig van de 20ste eeuw. Al in 1922 kwam er een eind aan de Gouden Standaard. De Gouden Standaard was ook niet meer de klassieke Gouden Standaard van voor de Eerste Wereldoorlog.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog verlieten de oorlogvoerende landen de Gouden Standaard. Na de Eerste Wereldoorlog brachten de oorlogvoerende landen hun valuta weer terug onder een gouden standaard. Deze standaard was echter een zogenoemde gouden wisselstandaard. De relatie tussen de goudreserve en de binnenlandse geldreserve werd losgelaten. Er werden geen munten meer gebruikt in de dagelijkse transacties. In een aantal landen werden in plaats van goud de dollar en de pond sterling gebruikt als reserve voor lokale valuta.

De gouden wisselstandaard klapte in elkaar door de devaluatie van de pond sterling in 1931, gevolgd door de devaluatie van de dollar in 1933. In 1936 verliet ook Nederland de Gouden Standaard.

Zie ook: Richard T. Griffiths (ed.), The Netherlands and the gold standard, 1931–1936. A study in policy formation and policy. NEHA-series III Amsterdam 1987.

Gedurende de oorlogsjaren functioneerde het internationale stelsel onder buitengewone omstandigheden. Van vrij betalingsverkeer was geen sprake. In juni 1944 kwamen vertegenwoordigers van 16 landen bijeen in Bretton Woods ter voorbereiding van de oprichting van een Internationaal Monetair Fonds. Een Nederlandse delegatie maakte deel uit van de conferentie.

Op de conferentie van Bretton Woods spraken de deelnemende landen af hun munten in een vast wisselkoersstelsel onder te brengen. De waarde van de munten werd gekoppeld aan de dollar en deze werd weer gekoppeld aan het goud. Het goud werd dus niet helemaal losgelaten. Het beheer van het stelsel werd ondergebracht bij het Internationaal Monetaire Fonds, waarvoor in Bretton Woods een overeenkomst werd getekend.

Binnen het wisselkoersstelsel werden afwijkingen toegestaan. Dit waren de zogenoemde goldpoints: afwijkingen van de wisselkoers tot een bepaald percentage. Ook kende het IMF regels voor de devaluatie van valuta’s, mochten de omstandigheden zodanig zijn dat een devaluatie noodzakelijk zou worden. Tevens werd er een overgangsperiode afgesproken waarbinnen de leden van het IMF deviezenbeperkingen mochten handhaven. Die duurde tot 1958/1959.

Een van de instrumenten van het IMF is het verlenen van kortlopende kredieten om een onevenwichtigheid in de betalingsbalans te verbeteren.

In de jaren zeventig van de 20ste eeuw ging het systeem van de vaste wisselkoersen over de kop. De zogenaamde Eurodollarmarkt was een bedreiging geworden voor de vaste wisselkoersen. In de jaren tot 1958 waren de dollarreserves in particuliere handen in Europa sterk gegroeid. Vanaf 1958 ontstond er een markt in deze Eurodollars. In plaats dat deze valutareserves, zoals men gewend was, terug werden gestort naar het land van herkomst, werden deze valuta als werkkapitaal buiten de landen van herkomst aangehouden. De reserves werden gebruikt, er werd in gehandeld en er werden dollarkredieten uitgegeven. Daarmee ontstond er een markt die de internationale relaties tussen de nationale staten, ontsteeg. Ook het feit dat in Azië eveneens dollars werden verdiend vormde een dreiging voor het stelsel van vaste wisselkoersen.

Zie ook: Susan Strange, International monetary relations, In: International economic relations of the western world 1959–1971, A. Shonfield (ed.), Oxford University Press, 1976

De VS hadden grote tekorten op hun betalingsbalans. In 1971 schafte de VS de inwisselbaarheid van de dollar voor goud af. Het Smithsonian Agreement van 1971 van de Groep van Tien behelsde een akkoord over nieuwe vaste wisselkoersen.

Daarop besloten de andere landen om de dollar niet meer te ondersteunen en hun munt vrij te laten zweven ten opzichte van de dollar. Sindsdien is er nog wel gestreefd naar ordelijke wisselkoersen. In 1976 toen het IMF het nieuwe vrije stelsel in de statuten opnam, werden de statuten in feite aangepast aan de realiteit, waarbij het goud niet meer de centrale rol vervulde die het eerst had.

De Wereldbankgroep

Na de oorlog bleek bij veel Europese landen een grote vraag te zijn naar buitenlands kapitaal, i.v.m. de opbouw van de economie. Deze kapitaalverschaffing zou slechts ten dele via de particuliere markt kunnen worden bevredigd. Daarom werd op de zogenoemde Bretton Woods-conferentie ook besloten tot de oprichting van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, beter bekend als de Wereldbank. Hoewel de bank werd opgericht om de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog te financieren, heeft zij daarin een beperkte rol gespeeld, omdat Europa met de Marshallhulp overeind werd geholpen. De Wereldbank heeft zich daarna ontwikkeld tot een bank die projecten en programma’s in ontwikkelingslanden, later ook transitielanden, financiert. De Wereldbankgroep omvat de volgende instellingen: de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD), de International Development Associaltion (IDA), de International Finance Corporation (IFC) en de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA). IBRD en IDA staan in de volksmond bekend als de Wereldbank.

De doelstelling van de Wereldbank is om door middel van economische en sociale hervormingen een bijdrage te leveren aan duurzame armoedebestrijding en economische groei in ontwikkelingslanden. De IBRD, verstrekt leningen aan overheden voor de uitvoering van projecten en sinds de jaren zeventig ook voor de uitvoering van programma’s.

Niet alleen ontwikkelingslanden deden een beroep op de wereldbank. In de jaren zeventig hadden zowel Groot-Brittannië als Italië behoefte aan steun van het IMF, welke zij ook kregen.

In 1956 werd als onderdeel van de Wereldbankgroep de International Finance Corporation (IFC) opgericht. Deze instelling heeft tot doel om het particulier ondernemerschap in ontwikkelingslanden te ondersteunen, in aanvulling op de activiteiten van de IBRD, die gericht zijn op de overheden. De IFC verstrekt leningen aan ondernemingen en neemt, tot op zekere hoogte, deel in het kapitaal van onderneming.

De International Development Association (IDA) werd opgericht in 1960 voor het verstrekken van leningen met een lange looptijd aan landen die wegens hun geringe economische draagkracht en slechte kredietwaardigheid niet kunnen voldoen aan de condities van de leningen van de Wereldbank.

Het Multilateral Investments Guarantee Agency (MIGA) werd opgericht in 1988 om directe buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden te bevorderen door middel van het verzekeren van deze investeringen tegen politieke risico’s, zoals onteigeningen, contractbreuk en deviezenbeperkingen. Het MIGA verleent ook technische bijstand aan landen, in de vorm van adviezen over investeringscodes, brengt partijen bij elkaar en verzamelt en verspreidt informatie ter bevordering van particuliere buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden.

1.3.3 de OESO

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd uit politieke en economische overwegingen het Marshallplan ontworpen. Het plan bevorderde de Europese eenwording door een gezamenlijke aanvraag voor hulp te eisen. Door het Marshallplan werden de West-Europese landen voorzien van hulp om hun economieën weer op te bouwen. Voor de uitvoering van de Marshallhulp werd de Organisatie voor de Europese Economisch Samenwerking (OEES) opgericht, die in 1961 werd omgedoopt tot Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

De OEES speelde ook een rol bij de liberalisering van het Europese handels– en betalingsverkeer. In 1950 richtten de OEES-landen de Europese Betalingsunie op. Deze EBU verving de bilaterale akkoorden die onderling waren gesloten ten behoeve van het betalingsverkeer. De EBU was niet alleen een clearingovereenkomst tussen de aangesloten landen. De EBU was ook een kredietinstrument voor de aangesloten landen. De EBU werd opgericht voor drie doelen: het bieden van een multilateraal verband voor het verevenen van schulden en vorderingen, het bieden van een kredietfaciliteit om de aangesloten landen te helpen de handel en het betalingsverkeer te liberaliseren en tenslotte het mogelijk maken van een evenwichtige betalingsbalans. De EBU was een belangrijk instituut in de naoorlogse ontwikkeling van beperkt naar een onbelemmerd betalingsverkeer.

Susan Strange, International monetary relations, In: International economic relations of the western world 1959–1971, A. Shonfield (ed.), Oxford University Press, 1976. p. 35.

In 1958 werd de EBU vervangen door de Europese Monetaire Overeenkomst.

1.3.4 Europees financieel en monetair beleid

De Europese landen ondervonden nadelige gevolgen van de zwevende wisselkoersen aangezien hun economieën steeds meer op elkaar aangewezen raakten. In 1972 besloten zij hun munten in de ‘slang’ onder te brengen. Dit besluit was tevens ingegeven door het streven van de EG naar een ruimte waarin personen, goederen en kapitaal vrij konden bewegen en waar één valuta zou gelden. Al in de jaren zestig startten de besprekingen over een Europese munteenheid. In 1969 wordt het plan van de Luxemburger Pierre Werner ontworpen, waarbij sprake is van de instelling van één Europese munt. Dit plan was een poging de monetaire eenheid in Europa te bewaren met het oog op het gemeenschappelijke landbouwbeleid. De betrokken staten wilden echter geen bevoegdheden overdragen. Ook sneuvelde het plan als gevolg van de oliecrisis in 1973. De slang was een systeem waarbij de landen met een smalle bandbreedte hun koersen beperkten. Deze ‘slang’ had ook een bredere band met de dollar. Deze band werd later los gelaten.

De ‘slang’ was niet erg succesvol en niet bestand tegen de recessie in 1973. In 1978 werd de slang vervangen door het Europese Monetair Stelsel (EMS). Daarbij werd ook een ‘gemeenschappelijke munt’ gecreëerd, n.l. de ECU. Het EMS dat in 1978 het slangarrangement uit 1972 verving was een nieuwe creatie van dat arrangement. Vóór de instelling van het EMS was ieder land zelf verantwoordelijk voor de eigen koers van zijn valuta. Met het EMS werden de valutakoersen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de aangesloten landen. In het EMS was de D-mark de ankermunt. De EMS kende stabiele, maar aanpasbare wisselkoersen. In de jaren tot 1992 kreeg de vrije interne markt van de EU-landen meer gestalte. Uiteindelijk werd in het Verdrag van Maastricht, gesloten in 1992, vastgelegd dat de EU een gemeenschappelijke munt zou krijgen. Het Verdrag van Maastricht bevatte de statuten van de Europese Centrale Bank, een tijdschema en de voorwaarden waaraan de Europese landen moeten voldoen om deel te kunnen nemen in de Europese munt, de euro. De hoofddoelstelling van het Europees monetair beleid is het handhaven van prijsstabiliteit. Het EMI coördineerde het monetaire beleid van de lidstaten tot de oprichting van de centrale bank.

In 1997 werd op de top van Amsterdam overeenstemming bereikt over het Stabiliteits- en Groeipact. Deze overeenkomst voorzag in een begrotingsdiscipline voor de Euro-landen, om te voorkomen dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank overbelast zou raken en om ruimte te scheppen voor automatische begrotingsstabilisatoren. Het Stabiliteitspact biedt de deelnemende landen zekerheid dat ieder land zich aan de budgettaire regels zal houden. Het Stabiliteitspact trad op 1 juli 1998 in werking.

Op 1 janari 1999 ging de derde fase van de EMU van start. Vanaf 1 janari 1999 is voor de deelnemende landen monetair beleid gemeenschappelijk beleid. Ook het wisselkoersbeleid is met ingang van deze datum gemeenschappelijk beleid. Niet gemeenschappelijk is het budgettaire en het structurele beleid. Wel is in het Verdrag van Maastricht opgenomen dat de lidstaten hun economisch beleid als een zaak van gemeenschappelijk belang beschouwen en dit beleid coördineren. Met de oprichting van de EMU en zijn instellingen, heeft Nederland zijn eigen bevoegdheid tot het voeren van een internationaal monetair en wisselkoersbeleid verloren.

1.4 Nederlandse wetgeving betreffende de financiële verhoudingen met het buitenland

1.4.1 Wetgeving ten aanzien van de Wisselkoers

De Nederlandse politiek streeft naar stabiele wisselkoersverhoudingen. Het beleid wordt voornamelijk uitgedragen in de internationale organisaties, zoals het IMF. Dit beleid werd voor 1 janari 1999 ondersteund door wet- en regelgeving waarin de bevoegdheden van de Minister en De Nederlandsche Bank ten aanzien van het vaststellen van de wisselkoers van de gulden en de pariwaarde werden geregeld.

In de periode 1945–1964 was de bevoegdheid van de regering om de pariwaarde van de gulden te wijzigen vooral gebaseerd op art.1 van het Deviezenbesluit 1945. Hierin werd het algemene deviezenbeleid gelegd in handen van de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij.

Het Deviezenbesluit vormde een aanvulling op de internationale verdragen, zoals die betreffende het IMF en het EEG-verdrag, inzake het vaststellen van de pariwaarde. De handelingen op basis van het Deviezenbesluit 1945 worden beschreven in het RIO Deviezenverkeer.

De in 1964 in werking getreden Wet inzake pariwaarde van de gulden werd ingevoerd om te voorzien in een wettelijke regeling van de procedure en bevoegdheden met betrekking tot een wijziging van de pariwaarde van de gulden. In 1978 verving de Wet inzake de wisselkoers van de gulden van 25 mei 1978 de Wet inzake de pariwaarde van de gulden 1964. De waarde van de gulden kon niet meer worden uitgedrukt in goud. Het pariteitensysteem werd daarmee verlaten. Op basis van de nieuwe wet werden door middel van de Wisselkoersbesluiten ook de koersen vastgesteld, waarmee Nederland deelnam aan de ‘slang’, een Europees wisselkoersarrangement.

In 1998 verving de Wet inzake gemeenschappelijke wisselkoersarrangementen van de euro de Wet inzake de wisselkoers van de gulden. Door het toetreden van Nederland tot de derde fase van de EMU per 1 janari 1999 verviel de mogelijkheid van het op nationaal niveau vaststellen van het beleid van de wisselkoers van de gulden. Dat beleid werd een gemeenschappelijk Europees beleid. Daarmee werd de intrekking van de Wet inzake de wisselkoers van de gulden geboden. Wel diende er een wettelijke voorziening te zijn voor de Nederlandse participatie in de besluitvorming voor het gemeenschappelijk wisselkoersbeleid ten opzicht van de gemeenschapsvaluta’s en voor het gemeenschappelijk wisselkoersbeleid ten opzicht van de niet-Gemeenschapsvaluta’s op grond van art. 109 van het Verdrag.

De wet wees de Minister van Financiën aan als gemachtigde om na overleg met De Nederlandsche Bank en de Staten-Generaal om dergelijke wisselkoersarrangementen, tezamen met de andere lidstaten af te sluiten.

1.4.2 Wetgeving met betrekking tot het internationaal betalingsverkeer

De Wet internationaal betalingsverkeer 1934 voorzag in een regeling van het internationaal betalingsverkeer. Hoewel de Nederlandse regering voorstander was van vrij betalingsverkeer, zag zij zich genoodzaakt om met bilaterale verdragen met een aantal landen het betalingsverkeer te regelen, o.a. door middel van een het instellen van een vereffeningsinstituut, ook clearinginstituut genoemd.

Clearing is een bijzondere soort betalings- en afrekeningstechniek waarbij de compensatie van schulden en vorderingen niet plaats vindt op de vrije markt maar via de bemiddeling van de overheid.

De Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 verving het Deviezenbesluit 1945 en de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934. Onder deze oude wetgeving was het financiële verkeer met het buitenland verboden, tenzij er een vergunning werd verleend.

Door de economische opbloei en de internationale overeenkomsten zoals die van het IMF, de OESO en de EG en Benelux, was het niet meer nodig en mogelijk om aan het betalingsverkeer beperkingen op te leggen. De Nederlandse regering had zich internationaal verplicht mee te werken aan een liberalisering van het betalingsverkeer. Voor het regelen van het kapitaals- en betalingsverkeer in buitengewone omstandigheden (oorlog) werd aan de Tweede Kamer een aparte Noodwet financieel verkeer in het vooruitzicht gesteld.

De nieuwe wet voorzag ook in de uitsluitende verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën voor het deviezenbeleid. Tot dan toe was de Minister van Financiën, samen met de Ministers van Economische Zaken, van Buitenlandse Zaken, en van Landbouw en Visserij verantwoordelijk voor het deviezenbeleid, volgens het Deviezenbesluit 1945. Ook werden in de wet de bevoegdheden van de Minister en De Nederlandsche Bank geregeld: de Minister was primair verantwoordelijk voor het beleid, De Nederlandsche Bank voor de uitvoering. Pas in 1980 werd de wet van kracht. Daarom werd in 1977 een vereenvoudigd stelsel van deviezenvoorschriften, nog op basis van het Deviezenbesluit ingevoerd, om op die manier het ondoorzichtig en ingewikkeld geworden stelsel van deviezenvoorschriften te stroomlijnen.

De Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 verving de Wet financiële betrekkingen buitenland 1980. Op 1 janari 1994 werd de Europese Gemeenschap in beginsel een vrij kapitaalgebied met alleen restricties ten opzichte van derde landen. De Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 sloot niet meer aan bij deze situatie, omdat hierin de Nederlandse regering nog wel vrijwaringsmaatregelen kon nemen.

In de wet, werden evenals in de voorgaande wet, bepalingen vastgelegd voor het verzamelen van gegevens door De Nederlandsche Bank ten behoeve van een overzicht van de betalingsbalans.

In het Verdrag van Maastricht werd het proces vastgelegd dat moest leiden tot een Europese Monetaire Unie.

1.4.3 Noodwet financieel verkeer

De regering stelde bij de behandeling van het wetsontwerp Financiële betrekkingen buitenland 1980 een noodwet in het vooruitzicht: aangezien het ‘in normale tijden geenszins in de bedoeling kan liggen om () beperkingen in te voeren inzake betalingen samenhangende met het lopend verkeer. Deze Noodwet financieel verkeer werd vastgesteld op 25 mei 1978 (Stcrt. 348)

1.4.4 Verdragen en overeenkomsten

Het internationaal financieel en monetair beleid komt vooral tot stand door middel van overeenkomsten tussen staten over de oprichting van instellingen en mechanismen om het internationale monetair en financieel stelsel in de gaten te houden. Deze verdragen en overeenkomsten worden meestal met een wetsvoorstel aan de Staten-Generaal voorgelegd en bij wet bekrachtigd. Zo zijn er op dit beleidsterrein veel (rijks)wetten tot stand gekomen voor goedkeuring van bijvoorbeeld wijzigingen in verdragen, van deelname en verhoging van de deelname aan het kapitaal, of verhoging van de bijdrage. Deze wetten worden in dit selectiedocument niet opgenomen. Zij maken deel uit van de handeling betreffende het aangaan en sluiten van overeenkomsten en verdragen.

1.4.5 Bankwet 1948 en 1998

In het kader van de verantwoordelijkheid van de regering voor de monetaire en financiële politiek, werd in de Bankwet 1948 de mogelijkheid geschapen dat de Minister van Financiën De Nederlandsche Bank aanwijzingen kon geven. De Bankwet 1948 was bedoeld om de verhoudingen tussen De Nederlandsche Bank en de regering vast te leggen en de taken van DNB vast te stellen. In 1998 werd de Bankwet gewijzigd teneinde deze in overeenstemming te brengen met het Verdrag. Het Verdrag van Maastricht vereiste onder meer dat de nationale centrale banken onafhankelijk zouden zijn van de nationale regeringen. De Bankwet werd in die zin gewijzigd dat De Nederlandsche Bank alleen nog van de ECB aanwijzingen kan ontvangen. Art. 26 werd dus geschrapt. De handelingen op basis van de Bankwet staan beschreven in het PIVOT-rapport 40.

1.5 Totstandkoming BSD

Dit Basis Selectiedocument (BSD) vloeit voort uit een van de resultaten van afspraken, opgenomen in het convenant dat op 25 juni 1992, art. C2 en C3, afgesloten is tussen de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën en de Algemene Rijksarchivaris. Tot de afspraken behoort o.a. het verrichten van een institutioneel onderzoek naar de taakontwikkeling van het Ministerie in de periode na 1940. Die afspraken leiden tot het opstellen van het rapport institutioneel onderzoek Internationaal Financieel en Monetair Beleid. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het terrein van internationale financiële en monetaire betrekkingen en beleid, 1945–2000. Dit rapport is in 2001 verschenen in de PIVOT-reeks, onder nummer 126. De auteur van dit rapport is mw. E.A.T.M. Schreuder.

In vergelijking met het gepubliceerde RIO zijn in dit BSD ter completering vier extra handelingen opgenomen onder de nummers 138, 139, 140 en 141.

Handeling 69 uit het RIO is buiten dit BSD gelaten, aangezien handeling 68 uit het RIO deze handeling al ondervangt.

De Algemene Rekenkamer, waarvoor handeling 33 in het RIO was opgenomen, heeft bedankt voor deelname aan dit BSD. In deze handeling wordt voorzien met het BSD voor de Algemene Rekenkamer zelf. Handelingnummer 33 ontbreekt daarom in dit BSD.

2. Selectiedoelstelling

In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’

2.1 Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.

3. Actorenoverzicht

In deze paragraaf worden de nationale actoren beschreven die in dit BSD zijn opgenomen. Dit basisselectiedocument bevat alleen de handelingen van de binnenlandse actoren, waaronder begrepen de handelingen die zij uitvoeren ten behoeve van de besluitvorming in de internationale organen. Wel zal hun functie en taken in de context worden opgenomen. De handelingen van De Nederlandsche Bank zijn niet in dit selectiedocument opgenomen. Deze zullen worden beschreven in een apart institutioneel onderzoek betreffende de handelingen van De Nederlandsche Bank. Voor een uitgebreidere beschrijving van de internationale actoren en de besluitvormingsprocessen binnen deze internationale organisaties en instellingen wordt verwezen naar het rapport institutioneel onderzoek Internationaal Financieel en Monetair Beleid, verschenen in de PIVOT-reeks onder nummer 126.

A Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

– De Minister van Financiën

De Minister van Financiën is – samen met De Nederlandsche Bank (DNB) – de belangrijkste actor op dit beleidsterrein. De Minister is verantwoordelijk voor het beleidsterrein. Omdat de uitvoering van het monetair beleid in handen ligt van De Nederlandsche Bank, vindt de vaststelling van het beleid in overleg met DNB plaats. De Minister van Financiën kon tot 1999 DNB aanwijzingen geven. Ook stelde de Minister van Financiën garanties voor DNB ter uitvoering van diens taak. De Minister van Financiën en DNB zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng in het IMF. De president van DNB is gouverneur. De Minister is woordvoerder in het Interim Committtee en op de jaarvergadering.

De Minister van Financiën is gouverneur van de Wereldbank, als verantwoordelijk bewindspersoon voor de internationale financiële aangelegenheden. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking is plaatsvervangend gouverneur.

Binnen de EU neemt de Minister van Financiën deel in de Raad, de Ecofin, waarin de besluiten worden genomen over het financieel-economisch beleid van de EU. Aan de informele vergadering van de Ecofin nemen de presidenten van de centrale banken deel.

– De Thesaurier-Generaal

Op het Ministerie van Financiën wordt momenteel het financieel en monetair beleid voorbereid bij de Generale Thesaurie, directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen . Zie voor een takenoverzicht van deze directie het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO).

B Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

– De Minister van Buitenlandse Zaken

De Minister van Buitenlandse Zaken is medeverantwoordelijk voor het Eigenmiddelenbesluit EU. De Minister van Buitenlandse Zaken is de eerstverantwoordelijke bewindspersoon voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa. Ook is de Minister van BZ, als plaatsvervangend gouverneur, met de Minister van Financiën medeverantwoordelijk voor het beleid van de EBRD. De handelingen van de Minister van Buitenlandse Zaken betreffende de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa en de EBRD zijn niet in dit selectiedocument opgenomen. Deze zijn beschreven in het rapport Gedane Buitenlandse Zaken.PIVOT-rapport nummer 103.

– De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking is samen met de Minister van Financiën medeverantwoordelijk voor het beleid van de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking is sinds 1974 plaatsvervangend gouverneur van de Wereldbank. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Financiën benoemen om en om de Nederlandse bewindvoerders bij de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken.

C Actor onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

– De Minister van Economische Zaken

De Minister van Economische Zaken verzorgt de coördinatie en heeft de verantwoordelijkheid voor de onderhandelingen binnen de GATT en diens opvolger de WTO. Ook heeft deze Minister een belangrijke rol in het overleg binnen de OESO. Deze handelingen worden beschreven in het PIVOT-rapport betreffende het buitenlands economisch beleid.

D Actoren onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

– De Minister van Landbouw en Visserij (1959–1989)

Met deze actor werd overleg gevoerd bij de vaststelling en besluitvorming met betrekking tot de Wet Financiële betrekkingen Buitenland.

– De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (1989–2003)

Idem.

– De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2003–)

Idem.

E Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

– De Minister van Overzeese Gebiedsdelen (1945–1949)

De Minister van Overzeese Gebiedsdelen was betrokken bij het vaststellen van het beleid en de uitvoering van de Wet Internationaal betalingsverkeer.

– De Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (1949–1952)

Idem.

– De Minister van Overzeese Rijksdelen (1952–1957)

Idem.

– De Minister van Zaken Overzee (1957–1959)

Idem.

– De Minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en Nederlandse Antillen betreffenden en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand (1959–1963 en 1967–1982)

Idem.

– De Minister van Binnenlandse Zaken (1963–1967)

Idem.

F Actor onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

– De Minister President

Deze actor kan één of meer artikelen van de Noodwet financieel verkeer inwerking stellen.

4. Vaststellingsprocedure

In oktober 2006 is het ontwerp-BSD door het project Wegwerken Archiefachterstanden namens de Minister van Financiën, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Algemene Zaken aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 janari 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 28 februari 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2007.03507/9), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– De waardering van handeling 76 is gewijzigd van V, 25 jaar in B (1).

Daarop werd het BSD op 16 maart 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de project directeur Project Wegwerken Archiefstanden namens de Minister van Financiën (C/S&A/07/734), de Minister van Buitenlandse Zaken (C/S&A/07/737), de Minister van Economische Zaken (C/S&A/07/735), de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/07/736) en de Minister van Algemene Zaken (C/S&A/07/738), en de directeur IFZ namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/07/739) vastgesteld.

5. Leeswijzer

De selectielijst is primair ingedeeld naar zorgdrager en secundair naar actor. De tertiaire indeling is de volgorde van de handelingen Tussen de handelingen treft u bij de actor Minister van Financiën de titels van de hoofdstukken uit het RIO. Dit is gedaan om het opzoeken van de handelingen van de grootste en eerstverantwoordelijke actor op dit beleidsterrein in de aanvulling op het RIO te vergemakkelijken.

Handelingenblokken

De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:

(nummer): Het nummer van het handelingenblok.

Handeling: Een complex van activiteiten, dat verricht wordt door één of meer actoren en dat veelal een product naar de omgeving oplevert.

Periode: Hier worden de jaren weergegeven waarin de handeling werd verricht.

Grondslag/Bron: De grondslag is de (wettelijke) basis van de handeling. De aanduiding bron wordt gebruikt indien een handeling geen duidelijke wettelijke basis heeft, maar de handeling is geformuleerd op basis van interviews, literatuur of andere bronnen.

Product: Dit is de weergave van het juridisch-bestuurlijk niveau van het eindproduct van de handeling. Indien niet duidelijk is in welke soort documentaire neerslag een handeling heeft geresulteerd of als uit de beschrijving van de handeling al duidelijk is welk product de handeling oplevert, ontbreekt dit item.

Opmerkingen: Hier worden eventuele bijzonderheden over bovengenoemde items weergegeven.

Waardering: Hier wordt aangegeven of de neerslag van een handeling bewaard moet worden of dat deze op termijn vernietigd kan worden.

De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1995 overdragen aan de Rijksarchiefdienst. De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn. Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.

6. Selectielijsten

A Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

Actor: de Minister van Financiën

Algemene handelingen

N.B. Dit betreft handelingen die het gehele beleidsterrein bestrijken.

1.

Handeling: Het voorbereiden, (mede)vaststellen, coördineren en evalueren van het internationale financiële en monetaire beleid.

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, zoals:

Nota i.v.m. enige internationale monetaire vraagstukken (TK 1962–1963 nr. 7048)

Nota Evaluatie eerste jaar EMU (21-03-2000) van de Minister van Financiën.

Nota’s over diverse internationale financiële instellingen

IFI Appreciatie-nota

Memorie van toelichting op de begroting.

Waardering: B (1)

2.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming van wetgeving op het terrein van het internationale monetaire beleid.

Periode: 1945–

Product: Wetten

Opmerking: Het gaat hier niet om wetgeving, waarmee verdragen en overeenkomsten door het parlement worden goedgekeurd.

Waardering: B (1)

3.

Handeling: Het sluiten en aanpassen van verdragen en andere internationale overeenkomsten met betrekking tot het lidmaatschap van internationale financiële en monetaire instellingen.

Periode: 1945–

Grondslag: O.a. Wet internationaal betalingsverkeer art. 2, lid 1

Product: Verdrag, overeenkomst, wetsontwerp

Waardering: B (1)

4.

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen betreffende het internationale financieel en monetair beleid.

Periode: 1945–

Product: Jaarverslagen

Opmerking: Het betreft hier de verslagen van organisatieonderdelen zoals b.v. de thesaurie-generaal. Verslaglegging in b.v. de Memorie van toelichting maakt deel uit van handeling 1. Verslaglegging van vergaderingen van bestuursorganen van internationale instellingen en organisaties waaraan Nederland deelneemt vormen de neerslag van de handelingen betreffende het voorbereiden en vaststellen van Nederlandse standpunten.

Waardering: B (2, 3)

5.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het internationale financieel en monetair beleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven

Waardering: B (2, 3)

6.

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het internationale monetaire beleid.

Periode: 1945–

Product: Nota’s, brieven

Waardering: B (3)

7.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het internationale monetaire beleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven

Waardering: V, 5 jaar

8.

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het internationale monetaire beleid.

Periode: 1945–

Product: Folders, brochures, films, video, cd-rom en websites

Waardering: V, 5 jaar Alleen van de eindproducten 1 exemplaar bewaren.

9.

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein internationale monetaire en financiële zaken

Periode: 1945–

Product: Offertes, brieven, rapport

Waardering: B (1, 2)

10.

Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein internationale monetaire en financiële zaken

Periode: 1945–

Product: Notities, notulen, brieven

Waardering: V, 10 jaar

138.

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein internationale monetaire en financiële zaken

Periode: 1945–

Product: notities, brieven

Waardering: V, 10 jaar

139.

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein internationale monetaire en financiële zaken

Periode: 1945–

Product: rekeningen, declaraties

Waardering: V, 7 jaar

11.

Handeling: Het leveren van een bijdrage in het interdepartementale overleg over de Europese en internationale monetaire en financiële aangelegenheden.

Periode: 1945–

Product: Nota’s. notulen

Opmerking: Dit betreft o.a. het zogenoemde DG-overleg. Het secretariaat wordt gevoerd door het Ministerie van Financiën. De bijdragen aan de interdepartementale afstemming betreffende EU staan beschreven in de handelingen betreffende de EU.

Waardering: B (1)

12.

Handeling: Het instellen van (interdepartementale) commissies, werkgroepen en raden, werkzaam op het terrein van het internationale financieel en monetair beleid.

Periode: 1945–

Product: KB, besluit, regeling

Opmerking: Onder deze handeling wordt ook het vaststellen van de samenstelling en het reglement begrepen.

Waardering: B (4)

13.

Handeling: Het benoemen van leden van Nederlandse commissies, werkgroepen en raden, werkzaam op het terrein van het internationale financieel en monetair beleid.

Periode: 1945–

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

14.

Handeling: Het benoemen van ambtenaren in comités, commissies, werkgroepen van internationale organisaties.

Periode: 1945–

Product: Besluit, beschikkingen

Bijvoorbeeld benoeming van ambtenaren bij het Economic and Financial Committee, Economic Policy Committe, de Werkgroep 3 en het Financial Market Committee bij de OESO.

Waardering: V, 10 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

15.

Handeling: Het voorbereiden en organiseren van bezoeken aan Nederland van functionarissen van internationale financiële en monetaire instellingen en organisaties.

Periode: 1945–

Product: Uitnodigingen, declaraties, reserveringen, e.d.

Opmerking: Deze handeling betreft uitsluitend bezoeken van functionarissen die niet in direct verband staan met de voorbereiding van de Nederlandse standpunten in de fora van de internationale financiële en monetaire instellingen en organisaties.

Waardering: V, 6 jaar

16.

Handeling: Het voorbereiden en verslagleggen van werkbezoeken in het kader van het internationaal monetair en financieel beleid.

Periode: 1945–

Product: Nota’s, uitnodigingen, draaiboeken, verslagen

Opmerking: Het gaat hier om niet om het bijwonen van vergaderingen van internationale monetaire en financiële instellingen.

Waardering: V, 10 jaar

Handelingen betreffende de deelname aan internationale organisaties

Europese Unie

Besluitvorming in de EU

17.

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake het internationaal financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Periode: 1958–

Produkt: Nota’s, verslagen

Waardering: B (1)

18.

Handeling: Het opstellen van conceptinformatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van het internationaal financieel en monetair beleid.

Periode: 1958–

Product: Conceptfiches

Opmerking: De interdepartementale BNC stelt de informatiefiches vast. De handeling hiervoor is opgenomen in het Gedane Buitenlandse Zaken. PIVOT-rapport nummer 103.

Waardering: B (1)

19.

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot het internationaal financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

20.

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot het internationaal financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

21.

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

22.

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot het (gemeenschappelijk) financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Waardering: B (1)

23.

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot het (gemeenschappelijk) financieel en monetair beleid en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s. brieven, verslagen

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo). De handelingen betreffende de CoCo worden beschreven in Gedane Buitenlandse Zaken, PIVOT-rapport nummer 103.

Waardering: B (1)

24.

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake het gemeenschappelijk financieel en monetair beleid.

Periode: 1993–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers.

Waardering: B (1)

25.

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité.

Periode: 1958–

Product: Besluit

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging functie

26.

Handeling: Het opstellen en wijzigen van Nederlandse standpunten in het Monetair Comité en Economisch en Financieel Comité en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Waardering: B (5)

27.

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot gemeenschappelijk financieel en monetair beleid voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Uitvoering van Europese besluiten en regelgeving

28.

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (1992, Stcrt. 230) , nr. 334

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen. Een voorbeeld is het plan voor de wijzigingen van de Nederlandse wet- en regelgeving in verband met de invoering van de euro.

Waardering: V, 25 jaar

29.

Handeling: Het opstellen van stabiliteitsprogramma’s in het kader van de deelname aan de EMU.

Periode: 1997–

Grondslag: Verdrag van Amsterdam, Stabiliteits- en Groeipact

Product: Programma

Waardering: B (5)

30.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vaststelling van het Eigen middelen besluit van de raad van Ministers van de EU.

Periode: 1970–

Grondslag: EU-verdrag

Product: Nota’s, verslagen, notulen

Opmerking: De Minister van Buitenlandse Zaken is de eerstverantwoordelijke voor het leveren van een bijdrage aan de besluitvorming in de EU van het eigen middelen besluit.

Waardering: V, 25 jaar voor de bijdrage van de Minister van Financiën

31.

Handeling: Het vaststellen van een wetsvoorstel voor ratificatie van het Eigen middelen besluit van de EU

Periode: 1970–

Grondslag: EU-verdrag, Grondwet

Product: Wetsvoorstel

Waardering: B (5)

32.

Handeling: Het opstellen van een samenvattende rekening en een verslag betreffende de vaststelling en controle voor de Europese Commissie betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit.

Periode: 1970–

Grondslag: Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2891/77 van de Raad van 19 december 1977 houdende toepassing van het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen

Product: Verslag

Opmerking: De eigen middelen van de EU zijn opgenomen in de begroting van Buitenlandse Zaken.

Waardering: V, 10 jaar voor de Minister van Financiën

34.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het geïntegreerd EEG-mechanisme voor financiële ondersteuning van de betalingsbalansen van de lidstaten.

Periode: 1988–1999

Grondslag: Wet machtiging tot deelneming aan het geïntegreerd EEG-mechanisme voor financiële ondersteuning op de middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten, 21 nov 1990.

Product: Nota’s, correspondentie.

Waardering: V, 10 jaar

35.

Handeling: Het vaststellen van het maximum bedrag voor deelname aan het geïntegreerd EEG-mechanisme voor financiële ondersteuning op de middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten.

Periode: 1984–1999

Grondslag: Wet machtiging tot deelneming aan het geïntegreerd EEG-mechanisme voor financiële ondersteuning op de middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten, 21 nov 1990.

Product: Amvb

Opmerking: De wet werkt terug tot en met 24 juni 1988.

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

36.

Handeling: Het verzoeken aan de Raad van Ministers zijn vordering in het kader van het kredietmechanisme op middellange termijn te mobiliseren.

Bron: AO-handboek BFB, hoofdstuk 6, p. 89.

Periode: 1984–1999

Product: Brief

Opmerking: Deze handeling wordt alleen verricht wanneer de Nederlandse betalingsbalans zich in ernstige (dreigende) moeilijkheden bevindt naar het gezamenlijk oordeel van de Minister van Financiën en de Nederlandsche Bank.

Waardering: B (6)

37.

Handeling: Het sluiten van een overeenkomst met DNB inzake de financiering door DNB van de door de Staat te verstrekken of over te nemen kredieten, door aankoop van schatkistbiljetten van de staat door DNB, in het kader van het kredietmechanisme EU.

Periode: 1984–

Product: Overeenkomst

Waardering: V, 25 jaar

38.

Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG en bij het EFC.

Periode: 1958–

Product: Besluit

Waardering: V, 5 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

39.

Handeling: Het aanwijzen van deskundigen om aan het Monetair Comité en het EFC inlichtingen te verstrekken.

Periode: 1958–

Grondslag: Statuut van het Monetair Comité. Pb 17 van 06/10/1958, art. 13

statuut van het Economisch en financieel Comité, Pb L 005 van 09/01/1999, art. 8

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

40.

Actor: Minister van Financiën

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het gemeenschappelijk financieel en monetair beleid.

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V, 5 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

41.

Handeling: Het benoemen van vertegenwoordigers in het raadgevend comité voor de eigen middelen.

Periode: 1977–

Grondslag: Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2891/77 van de Raad van 19 december 1977 houdende toepassing van het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen

Product: Besluit

Opmerking: Dit comité onderzoekt aangelegenheden betreffende de toepassing van de verordening eigen middelen. Het comité bestaat naast vertegenwoordigers uit de lidstaten, uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie.

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging functie

Internationaal Monetair Fonds

42.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt betreffende de kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen van het IMF.

Periode: 1945–

Product: ‘Instrument of commitment’, brieven en wetsontwerpen

Rijkswet houdende goedkeuring van maatregelen tot versterking van de middelen van het internationale monetair fonds, 2 augustus 1962, Stb 299/1962 Rijkswet houdende verhoging van de deelnemingen in de Bretton Woodsinstellingen, 25 juli 1959, Stb. 263/1959; 9 december 1970, Stb 570/1970; 12 mei 1977, Stb. 335/1977; Rijkswet houdende verhoging van de deelneming van het koninkrijk in het internationale monetair fonds, 21 april 1966, Stb. 190/1966 Rijkswet houdende machtiging tot deelneming door het Koninkrijk in de verhoging van het aandelenkapitaal van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, 30 juni 1982, 455/1982; 16 mei 1986, Stb 284/1986; 24 mei 1989, Stb 219/1989 rijkswet houdende instemming van het Koninkrijk der Nederlanden met wijziging van de Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, 24 mei 1989, Stb 218/1989

Opmerking: Onderdeel van deze handeling is het voorbereiden van een wetsvoorstel ter goedkeuring van de kapitaalverhogingen en middelenaanvulling.

Voorzover de Ministers van BuZa en OS zijn betrokken, zijn deze handelingen beschreven in het rio Gedane Buitenlandse Zaken.

Waardering: B (1)

44.

Handeling: Het benoemen van een bewindvoerder van het IMF.

Periode: 1945–

Grondslag: Articles of Agreements van het IMF

Product: Besluit

Waardering: B (5)

45.

Handeling: Het opstellen van instructies voor de Nederlandse bewindvoerder bij het IMF.

Periode: 1946–

Product: Nota’s, instructies, brieven, e.d..

Waardering: B (5)

46.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt in het Interim Committee/IMFC van het IMF.

Periode: 1974–

Product: Nota’s, notulen, brieven, e.d.

Waardering: B (5)

47.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen en andere overlegplatforms van de kiesgroep van landen, waarvan Nederland deel uitmaakt en vertegenwoordigt in de bestuursorganen van het IMF.

Periode: 1946–

Product: Notulen, instructies

Waardering: B (5)

48.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de consultatie door de IMF van Nederland.

Periode: 1945–

Product: Notulen, verslagen van besprekingen

Opmerking: De consultatie door het IMF resulteert in een verslag. Dit verslag wordt door het IMF gepubliceerd na toestemming van Nederland.

Waardering: V, 10 jaar

49.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van het IMF.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van het IMF.

Waardering: V, 10 jaar

Wereldbankgroep

50.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt betreffende de kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen van IBRD

Periode: 1945–

Product: ‘Instrument of commitment’, brieven en wetsontwerpen Rijkswet houdende verhoging van de deelnemingen in de Bretton Woodsinstellingen, 25 juli 1959, Stb. 263/1959; 9 december 1970, Stb 570/1970; 12 mei 1977, Stb. 335/1977; Rijkswet houdende machtiging tot deelneming door het Koninkrijk in de verhoging van het aandelenkapitaal van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, 30 juni 1982, 455/1982; 16 mei 1986, Stb 284/1986; 24 mei 1989, Stb 219/1989 rijkswet houdende instemming van het Koninkrijk der Nederlanden met wijziging van de Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, 24 mei 1989, Stb 218/1989

Opmerking: Onderdeel van deze handeling is het voorbereiden van een wetsvoorstel ter goedkeuring van de kapitaalverhogingen en middelenaanvulling. Voorzover de Ministers van BuZa en OS zijn betrokken, zijn deze handelingen beschreven in het rio Gedane Buitenlandse Zaken.

Waardering: B (1)

51.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van de Nederlandse standpunten (door de gouverneur en plaatsvervangend gouverneur) in de vergadering van de gouverneurs van de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Nota’s, notulen, brieven, geannoteerde agenda voor de Tweede Kamer e.d.

Opmerking: Onder deze handeling wordt ook het voorbereiden en voeren van overleg met de Tweede Kamer inzake de instructies voor de (plaatsvervangend) gouverneur gerekend.

Waardering: B (1)

52.

Handeling: Het benoemen van de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Besluit

Waardering: B (5)

53.

Handeling: Het instrueren van de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Instructies, nota’s, brieven, notulen, e.d.

Waardering: B (5)

54.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen en andere overlegplatforms van de kiesgroep van landen, waarvan Nederland deel uitmaakt en vertegenwoordigt bij de bestuursorganen van de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Notulen, instructies

Waardering: B (5)

55.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van de Wereldbank.

Waardering: V, 10 jaar

Regionale ontwikkelingsbanken in Europa (EIB en EBRD)

56.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt betreffende de kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen van de EIB en EBRD.

Periode: 1945–

Product: ‘Instrument of commitment’, brieven en wetsontwerpen

Opmerking: Onderdeel van deze handeling is het voorbereiden van een wetsvoorstel ter goedkeuring van de kapitaalverhogingen en middelenaanvulling. Voorzover de Ministers van BuZa en OS zijn betrokken, zijn deze handelingen beschreven in het rio Gedane Buitenlandse Zaken.

Waardering: B (1)

57.

Handeling: Het benoemen van een bewindvoerder bij de EIB en bij de EBRD.

Periode: 1958–

Grondslag: Verdrag van Rome

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

58.

Handeling: Het vaststellen van een instructie voor de Nederlandse bewindvoerder bij de EIB en bij de EBRD.

Periode: 1966–

Product: Instructie, nota’s, wetsontwerpen, brief,

Waardering: B (5)

59.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van Nederlandse standpunten als gouverneur op de vergaderingen en bijeenkomsten van de gouverneurs van de EIB en de EBRD.

Periode: 1958–

Grondslag: Verdrag van Rome

Product: Nota’s, notities, brieven, e.d.

Opmerking: Wanneer de Raad van Gouverneurs van de EIB besluit tot kapitaalverhoging, is dat besluit voor Nederland bindend. Het parlement keurt het besluit goed bij de behandeling van de begroting van Financiën.

Waardering: B (1)

60.

Handeling: Het vaststellen en bijstellen van een mandaat voor de Nederlandse bewindvoerder ten behoeve van de onderhandelingen over de omvang en modaliteiten van een kapitaalverhoging van de EIB.

Bron: AO-handboek BFB, hoofdstuk 6, p. 81

Periode: 1958–

Product: Mandaatbesluit

Waardering: B (5)

61.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt in de Raad van toezicht van het EIF als gouverneur van de EIB.

Periode: 1958–

Grondslag: Statuten EIB

Product: Nota’s, notities, brieven, instructies

Waardering: B (5)

62.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen en andere overlegplatforms van de kiesgroep van landen, waarvan Nederland deel uitmaakt en/of vertegenwoordigt in de bestuursorganen van de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1966–

Product: Notulen, instructies

Opmerking: Met Mongolië vormt Nederland een kiesgroep van de EBRD.

Waardering: B (5) indien het voorzitterschap van de kiesgroep bij Nederland berust

V, 25 jaar indien het voorzitterschap van de kiesgroep niet bij Nederland berust

63.

Handeling: Het sluiten van een overeenkomst van borgtocht met de EIB het kader van de Lomé-akkoorden.

Grondslag: Lomé-akkoorden

Product: Overeenkomst

Opmerking: In het kader van de vijfjarige akkoorden die de EU sluit met de LGO en de ACS landen (de zg. Lomé-akkoorden), wordt ook voorzien in kredietverstrekking door de EIB. De garanties hebben betrekking op deze kredietverlening.

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging overeenkomst

64.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van de EIB en de EBRD.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van de EIB en de EBRD.

Waardering: V, 10 jaar

Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB)

65.

Handeling: Het vaststellen van de instructies voor de vertegenwoordigers in de bestuursorganen van de CEB.

Periode: 1956–

Product: Instructies

Opmerking: Het gaat hier om de vertegenwoordiger in de Bestuursraad en de Administratieve Raad..

Waardering: B (1)

140.

Handeling: Het benoemen van een vertegenwoordiger in de Administratieve Raad van de CEB.

Periode: 1956–

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

141.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van de CEB.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van de CEB.

Waardering: V, 10 jaar

Regionale ontwikkelingslanden buiten Europa

66.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt betreffende de kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen van de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1945–

Product: ‘Instrument of commitment’, brieven en wetsontwerpen

Opmerking: Onderdeel van deze handeling is het voorbereiden van een wetsvoorstel ter goedkeuring van de kapitaalverhogingen en middelenaanvulling. Voorzover de Ministers van BuZa en OS zijn betrokken, zijn deze handelingen beschreven in het rio Gedane Buitenlandse Zaken.

Waardering: B (1)

67.

Handeling: Het benoemen van een bewindvoerder of plaatsvervangend bewindvoerder of assistent bij de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1958–

Grondslag: Verdrag van Rome

Product: Besluit

Opmerking: Deze handeling geldt alleen als Nederland de bevoegdheid heeft een bewindvoerder te benoemen. Nederland kan als lid van een kiesgroep eens in de zoveel tijd een directeur van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank benoemen.

Waardering: V, 5 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

68.

Handeling: Het vaststellen van een instructie voor de Nederlandse of door een ander land van de kiesgroep benoemde bewindvoerder/plaatsvervangend bewindvoerder of assistent bij de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1958–

Bron: AO-handboek BFB, hoofdstuk 6, p. 81

Product: Instructie, nota’s, wetsontwerpen, brief,

Waardering: B (5)

70.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunten als gouverneur en plaatsvervangend gouverneur in de vergaderingen van de bestuursorganen van de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1966–

Product: Nota’s, notulen, brieven, e.d.

Waardering: B (5)

71.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen en andere overlegplatforms van de kiesgroep van landen, waarvan Nederland deel uitmaakt en/of vertegenwoordigt in de bestuursorganen van regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1966–

Product: Notulen, instructies

Waardering: B (5) indien het voorzitterschap van de kiesgroep bij Nederland berust

V, 25 jaar indien het voorzitterschap van de kiesgroep niet bij Nederland berust

72.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van de regionale ontwikkelingsbanken.

Waardering: V, 10 jaar

OESO

73.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen van het Economic Policy Committee van de OESO.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Waardering: B (1)

74.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van Nederlandse standpunten in de Werkgroep 3 van het Economic Policy Committe van de OESO betreffende conjuncturele ontwikkelingen en de beleidsreacties daarop.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Waardering: B (1)

75.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van Nederlandse standpunten in het Financial Market Committee van de OESO.

Periode: 1958–

Product: Nota’s, instructies, verslagen

Waardering: B (1)

76.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de besluitvorming in de EMO en de Europese Betalings Unie.

Periode: 1950–1972

Product: Nota’s, instructies

Opmerking: De EMO en de EBU werd bestuurd door de Raad van de OEES, later OESO.

Waardering: B 1

77.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (de voorbereiding van) projecten, werkgroepen en onderzoeken binnen het verband van de OESO op het terrein van het internationaal monetair financieel beleid.

Periode: 1946–

Product: Notulen, rapporten, verslagen, brieven, e.d.

Opmerking: Het gaat hier om bijdragen die niet direct in verband staat met de vaststelling van de Nederlandse standpunten, maar met de bijdrage die lidstaten leveren aan de voorbereiding, uitvoering, evaluatie van projecten, leningen en dergelijke binnen het verband van de OESO.

Waardering: V, 10 jaar

Benelux

78.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van Nederlandse standpunten in Benelux-verband betreffende internationale monetaire aangelegenheden.

Periode: 1945–

Grondslag: Benelux-verdrag

Product: Nota’s, notulen, e.d.

Waardering: B (5)

Internationale overlegfora, b.v. G 10 en G 24

79.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt in internationale overlegfora, zoals de G 10 en G 24

Periode: 1962–

Product: Nota’s, instructies

Waardering: B (1)

BIS

80.

Handeling: Het verlenen van een garantie aan DNB voor diens deelname aan een via het BIS te verstrekken overbruggingskrediet aan de centrale bank van een land.

Bron: AO handboek BFB, hoofdstuk 6, p. 80

Periode: 1945–

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar na vervallen van garantie of krediet

Handelingen voortvloeiend uit de Nederlandse wet- en regelgeving

Wisselkoersen

81.

Handeling: Het in internationaal verband overleggen en/of overeenstemmen over wijziging van de wisselkoers van de Nederlandse gulden.

Periode: 1964–1999

Grondslag: Beneluxverdrag art. 12 E.E.G. verdrag art. 107 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden art. 37

Product: Notulen

Waardering: B (1)

82.

Handeling: Het wijzigen, niet vaststellen of opnieuw vaststellen van de pariwaarde van de Nederlandse gulden.

Periode: 1964–1999

Grondslag: Wet inzake pariwaarde van de gulden art. 1, lid 2. Wet inzake de wisselkoers van de gulden, art. 4. 1

Product: KB, wetsontwerp

Opmerking: Voor een dergelijk besluit had de Minister instemming van de Ministerraad nodig.

De beide kamers van de Staten-Generaal werden over het besluit geïnformeerd (art. 1, lid 4). De wet voorzag in een advies van de Nederlandsche Bank.

Waardering: B (1)

83.

Handeling: Het vaststellen van regels voor de wisselkoersarrangementen met betrekking tot de gulden.

Periode: 1978–1999

Grondslag: Wet inzake de wisselkoers van de gulden art. 2, lid 1

Product: KB, bijvoorbeeld:

Wisselkoersbesluit van 21 juli 1978 Stb. 405,

Wisselkoersbesluit 1979 van 13 maart 1979 Stb. 98,

Besluit van 24 september 1979 Stb. 523 houdende wijziging van het Wisselkoersbesluit 1979,

Besluit van 7 oktober 1981 Stb. 625 houdende wijziging van het Wisselkoersbesluit 1979,

Besluit van 25 februari 1982 Stb. 61 houdende wijziging van het Wisselkoersbesluit 1979,

Besluit van 19 juni 1982 Stb. 361 houdende wijziging van het Wisselkoersbesluit 1979,

Besluit van 24 maart 1983 Stb. 133 houdende wijziging van het Wisselkoersbesluit 1979.

Waardering: B (5)

84.

Handeling: Het opschorten van de regels voor de wisselkoersarrangementen die met betrekking tot de gulden gelden.

Periode: 1978–1999

Grondslag: Wet inzake de wisselkoers van de gulden art. 2, lid 2.

Product: Bijvoorbeeld: Beschikking van 13 december 1978 Stb. 637 tot opschorting van het wisselkoersarrangement t.a.v. Noorwegen en de Noorse Kroon,

Beschikking van 23 maart 1981 Stb. 125 inzake opschorting van artikel 1 van het Wisselkoersbesluit 1979,

Beschikking van 14 juni 1982 Stb. 335 houdende opschorting van de toepassing van artikel 1 van het Wisselkoersbesluit 1979,

Beschikking van 21 maart 1983 Stb. 127 houdende opschorting van de toepassing van art. 1 van het Wisselkoersbesluit.

Opmerking: De wet voorzag in een advies van de Nederlandsche Bank.

Waardering: B (5)

85.

Handeling: Het tijdelijk verbieden van de aankoop en verkoop van goud en betaalmiddelen, vorderingen en geldswaardige papieren in buitenlandse geldsoorten.

Periode: 1964–1999

Grondslag: Wet inzake pariwaarde van de gulden art. 3, lid 1–2

Wet inzake de wisselkoers van de gulden art. 6, lid 1–2

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

86.

Handeling: Het verlenen van toestemming/ontheffing van het verbod voor de aankoop en verkoop van goud, betaalmiddelen, vorderingen en geldswaardige papieren in buitenlandse geldsoorten gedurende een periode dat dit tijdelijk is verboden.

Periode: 1964–1999

Grondslag: Wet inzake pariwaarde van de gulden art. 3, lid 1–2

Wet inzake de wisselkoers van de gulden art. 6, lid 3

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

87.

Handeling: Het opschorten van het Europese wisselkoersarrangement (slangarrangement) met betrekking tot de gulden en/of het opschorten van de in het arrangement vastgestelde middenkoersen.

Periode: 1978–1999

Grondslag: Wisselkoersbesluit art. 2.

Product : Beschikking, bijvoorbeeld: Beschikking van 5 oktober 1981 Stb. 622 houdende opschorting van artikel 1 van het Wisselkoersbesluit 1979, Beschikking van 22 februari 1982 Stb. 52 houdende opschorting van artikel 1 van het Wisselkoersbesluit 1979.

Waardering: B (5)

88.

Handeling: Het sluiten van wisselkoersarrangementen betreffende de wisselkoers van de euro ten opzicht van valuta’s van lidstaten, die niet tot het eurogebied horen.

Periode: 1998–

Grondslag: Wet inzake gemeenschappelijke wisselkoersarrangementen van de euro, art. 2

Product: Nota, instructies, overeenkomst

Opmerking: De Minister moet met de Nederlandsche Bank en de Tweede Kamer overleggen.

Waardering: B (5)

Internationaal betalingsverkeer

89.

Handeling: Het vaststellen van regels voor de uitvoering van verdragen over het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 3, lid 1

Product: Amvb, wet

Waardering: B (5)

90.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het internationaal betalingsverkeer met Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 25, lid 1

Product: Amvb

Waardering: B (5)

91.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij, de Nederlandsche Bank N.V. gehoord, geven van voorschriften betreffende de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 7, 8, 9 ,lid 1

Product: Voorschrift

Opmerking: Deze voorschriften zijn maximaal een jaar geldig.

Waardering: B (5)

93.

Handeling: Het geven van voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer met landen welke geen deel uitmaken van de Europese Unie.

Periode: 1994-

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 3–4

Product: Beschikking

Opmerking: Deze handeling kan de Minister alleen verrichten ter uitvoering van een besluit dat is genomen op grond van art. 73 C lid 2 en F van het Verdrag (tot oprichting van de Europese Unie).

Waardering: B (5)

94.

Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij stellen van regels voor het financiële verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 11, lid 1–2

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 5, lid 1–2

Product : Amvb, bijvoorbeeld:

Besluit financieel verkeer strategische goederen, 11 maart 1981, Stb. 118

Opmerking: Strategische goederen zijn goederen waaraan in het belang van de internationale rechtsorde, of op grond van een internationale afspraak regels met betrekking tot het transito- en driehoeksverkeer krachtens de In- en uitvoerwet.

Waardering: B (5)

96.

Handeling: Het vaststellen van nadere bepalingen inzake het betalingsverkeer met het buitenland.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 19

Product: Amvb

Waardering: B (5)

97.

Handeling: Het vaststellen van nadere regelgeving betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

98.

Handeling: Het vaststellen van bepalingen betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5,lid 2, 6,lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

99.

Handeling: Het afgeven van een verklaring waarin wordt bepaald dat tegen een afgesloten overeenkomst met betrekking tot de invoer van goederen geen bezwaar bestaat.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

100.

Handeling: Het vaststellen van regels betreffende toekomstige aanspraken op de betaling van in Nederland gestorte gelden aan schuldeisers.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 16, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

101.

Handeling: Het voorschrijven dat met handelingen of overeenkomsten, die de werking van de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934 of van een met een vreemde mogendheid gesloten verdrag kunnen belemmeren, geen rekening wordt gehouden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 17, lid 1–2

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

102.

Handeling: Het aanwijzen van personen die worden belast met de opsporing van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar na intrekking of vervallen aanwijzing

103.

Handeling: Het opsporen van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Proces-verbaal

Waardering: V, 5 jaar na afhandeling

104.

Handeling: Het aanwijzen van natuurlijke personen van de Nederlandse nationaliteit als ingezetenen.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 en 1994, art. 1, a, lid 4

Product: Bijvoorbeeld:

Beschikking deviezenrechterlijke status Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers van 29 april 1981/nr. 181-1622,

Beschikking deviezenrechterlijke status Nederlandse militairen van 27 augustus 1984/nr. 184-3452,

Beschikking deviezenrechtelijke status Nederlandse militairen, 5 september 1994, Stcrt. 174,

Beschikking deviezenrechtelijke status Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers, 5 september 1994, Stcrt. 174.

Waardering: B (5)

105.

Handeling: Het aanwijzen van waardepapieren welke vallen onder de omschrijving effecten.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 1, c, lid 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

106.

Handeling: Het verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen voor het verrichten van handelingen inzake het internationaal betalings- en kapitaalverkeer.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 12, lid 2

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 6, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

107.

Handeling: Het besluiten dat voor bepaalde bemoeienissen kosten in rekening mogen worden gebracht en het vaststellen van de tarievenlijst.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 16

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

108.

Handeling: Het stellen van nadere eisen aan de uitbetaling van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 11, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

109.

Handeling: Het voorschrijven van documenten die moeten worden overlegd bij het opvragen van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 12, lid 2.

Product : Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

110.

Handeling: Het bepalen of de opslag in een entrepot of opslag onder douanetoezicht bij de uitvoering van de voorschriften wel of niet wordt gerekend als zijnde invoer.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 7 jaar

Vereffeningsinstituut

111.

Handeling: Het vaststellen van regels voor de voldoening van schulden en andere betalingen door storting bij een vereffeningsinstituut.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 4, lid 1

Product: Besluit van 7 augustus 1940 no. 87 betreffende het betalingsverkeer met Zwitserland,

Besluit van de Secretarissen-generaal van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Financiën, van Landbouw en Visscherij en van Koloniën van 30 november 1940 no. 57765 D betreffende het betalingsverkeer met Bulgarije.

Waardering: B (5)

112.

Handeling: Het aanwijzen van landen waarvoor geldt dat bij de levering van goederen uit die landen de betaling moet geschieden door storting bij een vereffeningsinstituut.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 4, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

113.

Handeling: Het aanwijzen van instellingen als vereffeningsinstituut voor het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1945–1994

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 8, lid 1 Wet financiële betrekkingen buitenland 1980, art. 10, lid 3

Product: KB

Opmerking: Het Nederlandsch Clearinginstituut te Den Haag werd aangewezen als vereffeningsinstituut. De handeling is sinds de opheffing van het clearingsinstituuut niet meer verricht.

Waardering: B (4)

114.

Handeling: Het goedkeuren van de tarieven die het vereffeningsinstituut in rekening mag brengen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 2, 8, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of vervallen

116.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut tot het treffen van regelingen voor het voldoen van schulden ontstaan wegens of in verband met de levering van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 3, lid 2

Product: Machtiging

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

117.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om aan derden toe te staan vreemde valuta om te rekenen tegen andere koersen dan is voorgeschreven.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3, 7, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

118.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om toe te staan gemachtigden vorderingen op schuldeisers rechtstreeks te laten verrekenen met ontvangen gelden.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

119.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het goedkeuren of bekrachtiging door het vereffeningsinstituut van betalingen en het te niet doen gaan van schulden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 8, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

120.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om nadere voorschriften te geven ter verzekering van een doeltreffende controle op de nakoming van de plicht tot storting.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 10, lid 4

Product: Voorschriften

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

121.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij, de Nederlandsche Bank N.V. gehoord, geven van voorschriften voor het betalingsverkeer met andere landen tot afweer van nadelige gevolgen van beperkingen inzake het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 10, lid 1

Product: Amvb

Opmerking: Het betreft hier voorschriften voor de afwikkeling van het betalingsverkeer via een vereffeningsinstituut.

Waardering: B (5)

Centrale Dienst voor de In- en Uitvoer

123.

Handeling: Het mandateren van de Centrale Dienst voor de In- en Uitvoer tot het verlenen van vergunningen ten behoeve van het financiële verkeer strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Besluit financieel verkeer strategische goederen, 11 maart 1981, Stb 118, art. 1

Product: Mandaatsbeschikking Centrale Dienst voor de In- en uitvoer 1981.

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

124.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de directeur van de Centrale Dienst voor In- en uitvoer betreffende het verlenen van een vergunning ten behoeve van het financieel verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Mandaatsbeschikking Centrale Dienst voor de In- en uitvoer 1981, art. 4

Product: Besluit

Opmerking: De Minister van Financiën geeft aanwijzingen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken.

Waardering: B (5)

De Nederlandsche Bank en gelijkgestelde diensten

125.

Handeling: Het vaststellen van garanties voor de Nederlandsche Bank voor diens deelneming in financiële ondersteuningsprogramma’s ten behoeve van de betalingsbalans van andere landen.

Periode: 1945–

Product: Wet TK 9959

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

126.

Handeling: Het vaststellen van uiterste prijzen en indicatieve koersen die de Nederlandsche Bank bij haar transacties in goud en buitenlandse geldsoorten in acht moet nemen.

Periode: 1964–1999

Grondslag: Wet inzake pariwaarde van de gulden art. 2

Wet inzake de wisselkoers van de gulden art. 3, lid 1 en 3

Product: Beschikking

Opmerking: De wet voorzag in een advies van de Nederlandsche Bank.

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

127.

Handeling: Het aan de Nederlandsche Bank vergoeden van de financiële gevolgen welke voortvloeien uit een wijziging van de pariwaarde van de Nederlandse gulden.

Periode: 1964–1978

Grondslag: Wet inzake pariwaarde van de gulden art. 5

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

128.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij, geven van algemene richtlijnen aan de Nederlandsche Bank.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 en 1994 art. 2, lid 1

Product: Beschikking

Opmerking: De wet voorzag in de plicht van de Nederlandsche Bank tot het verstrekken van q inlichtingen aan de Minister van Financiën over de financiële betrekkingen met het buitenland.

Waardering: B (1)

130.

Handeling: Het goedkeuren van voorschriften van de Nederlandsche Bank N.V. betreffende de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 3–4

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

131.

Handeling: Het aanwijzen van diensten die voor het ontvangen en controleren van inlichtingen gelijk worden gesteld aan de Nederlandsche Bank N.V.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 13, lid 6

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

132.

Handeling: Het aanwijzen van diensten die gelijkgesteld worden met De Nederlandsche Bank N.V. met betrekking tot het verkrijgen van inlichtingen en gegeven inzake buitenlands betalingsverkeer.

Periode: 1994–heden

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 7, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar na vervallen of wijziging

133.

Handeling: Het bepalen in welke gevallen De Nederlandsche Bank N.V. vergunningen en ontheffingen met betrekking tot het kapitaalverkeer met andere landen mag verlenen.

Periode: 1994–heden

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 6, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

Noodwet financieel Verkeer

135.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluit

Waardering: B (6)

136.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud en buitenlandse activa van ingezetenen.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluiten

Waardering: B (6)

College van beroep voor het bedrijfsleven

N.B. Zie voor de handelingen van het College van Beroep voor het bedrijfsleven het rio Sociaal-Economische Raad. PIVOTrapport 58. De handelingen van het College van Beroep zijn in dat RIO beschreven.

137.

Handeling: Het, samen met de Minister van Justitie, voorbereiden, wijzigen en intrekken van een koninklijk besluit over de benoeming van bijzondere leden van het College van Beroep.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 13, lid 2.

Product: KB

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging

Actor: de Thesaurier-Generaal

43.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunt als plaatsvervangend gouverneur in de vergaderingen van de gouverneurs van het IMF.

Periode: 1946–

Grondslag: Articles of Agreement van het IMF

Product: Nota’s, notulen, brieven, e.d.

Opmerking: Deze handeling betreft niet de kapitaalverhogingen en middelenaanvulling. Deze worden in handeling 17 beschreven.

Waardering: B (1)

B Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

Actor: Minister van Buitenlandse Zaken

3.

Handeling: Het sluiten en aanpassen van verdragen en andere internationale overeenkomsten met betrekking tot het lidmaatschap van internationale financiële en monetaire instellingen.

Periode: 1945–

Grondslag: O.a. Wet internationaal betalingsverkeer art. 2, lid 1

Product: Verdrag, overeenkomst, wetsontwerp

Waardering: B (1)

30.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vaststelling van het Eigen middelen besluit van de raad van Ministers van de EU.

Periode: 1970–

Grondslag: EU-verdrag

Product: Nota’s, verslagen, notulen

Opmerking: De Minister van Buitenlandse Zaken is de eerstverantwoordelijke voor het leveren van een bijdrage aan de besluitvorming in de EU van het eigen middelen besluit.

Waardering: B (5) voor de Minister van Buitenlandse Zaken

31.

Handeling: Het vaststellen van een wetsvoorstel voor ratificatie van het Eigen middelen besluit van de EU

Periode: 1970–

Grondslag: EU-verdrag, Grondwet

Product: Wetsvoorstel

Waardering: B (5)

32.

Handeling: Het opstellen van een samenvattende rekening en een verslag betreffende de vaststelling en controle voor de Europese Commissie betreffende de toepassing van het Eigen middelen besluit.

Periode: 1970–

Grondslag: Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2891/77 van de Raad van 19 december 1977

houdende toepassing van het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen

Product: Verslag

Opmerking: De eigen middelen van de EU zijn opgenomen in de begroting van Buitenlandse Zaken.

Waardering: B (3) voor de Minister van Buitenlandse Zaken

41.

Handeling: Het benoemen van vertegenwoordigers in het raadgevend comité voor de eigen middelen.

Periode: 1977–

Grondslag: Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2891/77 van de Raad van 19 december 1977

houdende toepassing van het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen

Product: Besluit

Opmerking: Dit comité onderzoekt aangelegenheden betreffende de toepassing van de verordening eigen middelen. Het comité bestaat naast vertegenwoordigers uit de lidstaten, uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie.

Waardering: V, 5 jaar

90.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het internationaal betalingsverkeer met Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 25, lid 1

Product: Amvb

Waardering: B (5)

92.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften betreffende de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 7, 8, 9 ,lid 1

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

94.

Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij stellen van regels voor het financiële verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 11, lid 1–2

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 5, lid 1–2

Product : Amvb, bijvoorbeeld:

Besluit financieel verkeer strategische goederen, 11 maart 1981, Stb 118

Opmerking: Strategische goederen zijn goederen waaraan in het belang van de internationale rechtsorde, of op grond van een internationale afspraak regels met betrekking tot het transito- en driehoeksverkeer krachtens de In- en uitvoerwet.

Waardering: B (5)

96.

Handeling: Het vaststellen van nadere bepalingen inzake het betalingsverkeer met het buitenland.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 19

Product: Amvb

Waardering: B (5)

97.

Handeling: Het vaststellen van nadere regelgeving betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

98.

Handeling: Het vaststellen van bepalingen betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5,lid 2, 6,lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

99.

Handeling: Het afgeven van een verklaring waarin wordt bepaald dat tegen een afgesloten overeenkomst met betrekking tot de invoer van goederen geen bezwaar bestaat.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

100.

Handeling: Het vaststellen van regels betreffende toekomstige aanspraken op de betaling van in Nederland gestorte gelden aan schuldeisers.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 16, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

101.

Handeling: Het voorschrijven dat met handelingen of overeenkomsten, die de werking van de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934 of van een met een vreemde mogendheid gesloten verdrag kunnen belemmeren, geen rekening wordt gehouden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 17, lid 1–2

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

102.

Handeling: Het aanwijzen van personen die worden belast met de opsporing van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

103.

Handeling: Het opsporen van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Proces-verbaal

Waardering: V, 5 jaar

108.

Handeling: Het stellen van nadere eisen aan de uitbetaling van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 11, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

109.

Handeling: Het voorschrijven van documenten die moeten worden overlegd bij het opvragen van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 12, lid 2.

Product : Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

110.

Handeling: Het bepalen of de opslag in een entrepot of opslag onder douanetoezicht bij de uitvoering van de voorschriften wel of niet wordt gerekend als zijnde invoer.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

114.

Handeling: Het goedkeuren van de tarieven die het vereffeningsinstituut in rekening mag brengen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 2, 8, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

116.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut tot het treffen van regelingen voor het voldoen van schulden ontstaan wegens of in verband met de levering van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 3, lid 2

Product: Machtiging

Waardering: V, 5 jaar

117.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om aan derden toe te staan vreemde valuta om te rekenen tegen andere koersen dan is voorgeschreven.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3, 7, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

118.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om toe te staan gemachtigden vorderingen op schuldeisers rechtstreeks te laten verrekenen met ontvangen gelden.

Periode: 945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

119.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het goedkeuren of bekrachtiging door het vereffeningsinstituut van betalingen en het te niet doen gaan van schulden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 8, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

120.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om nadere voorschriften te geven ter verzekering van een doeltreffende controle op de nakoming van de plicht tot storting.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 10, lid 4

Product: Voorschriften

Waardering: V, 5 jaar

122.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften voor het betalingsverkeer met andere landen tot afweer van nadelige gevolgen van beperkingen inzake het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 10, lid 4

Product: Brief, overeenstemming

Waardering: V, 10 jaar

129.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van algemene richtlijnen aan de Nederlandsche Bank.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 2, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (1)

135.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluit

Waardering: B (6)

136.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud en buitenlandse activa van ingezetenen.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluiten

Waardering: B (6)

Actor: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

3.

Handeling: Het sluiten en aanpassen van verdragen en andere internationale overeenkomsten met betrekking tot het lidmaatschap van internationale financiële en monetaire instellingen.

Periode: 1945–

Grondslag: O.a. Wet internationaal betalingsverkeer art. 2, lid 1

Product: Verdrag, overeenkomst, wetsontwerp

Waardering: B (1)

51.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van de Nederlandse standpunten (door de gouverneur en plaatsvervangend gouverneur) in de vergadering van de gouverneurs van de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Nota’s, notulen, brieven, geannoteerde agenda voor de Tweede Kamer e.d.

Opmerking: Onder deze handeling wordt ook het voorbereiden en voeren van overleg met de Tweede Kamer inzake de instructies voor de (plaatsvervangend) gouverneur gerekend.

Waardering: B (1)

52.

Handeling: Het benoemen van de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Besluit

Waardering: B (5)

53.

Handeling: Het instrueren en adviseren van de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbankgroep.

Periode: 1946–

Product: Instructies, nota’s, brieven, notulen, e.d.

Waardering: B (5)

67.

Handeling: Het benoemen van een bewindvoerder of plaatsvervangend bewindvoerder of assistent bij de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1958–

Grondslag: Verdrag van Rome

Product: Besluit

Opmerking: Deze handeling geldt alleen als Nederland de bevoegdheid heeft een bewindvoerder te benoemen. Nederland kan als lid van een kiesgroep eens in de zoveel tijd een directeur van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank benoemen.

Waardering: V, 10 jaar

Wanneer sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).

68.

Handeling: Het vaststellen van een instructie voor de Nederlandse of door een ander land van de kiesgroep benoemde bewindvoerder/plaatsvervangend bewindvoerder of assistent bij de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1958–

Bron: AO-handboek BFB, hoofdstuk 6, p. 81

Product: Instructie, nota’s, wetsontwerpen, brief

Waardering: B (5)

70.

Handeling: Het voorbereiden en uitdragen van het Nederlandse standpunten als gouverneur en plaatsvervangend gouverneur in de vergaderingen van de bestuursorganen van de regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1966–

Product: Nota’s, notulen, brieven, e.d.

Waardering: B (5)

71.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de vergaderingen en andere overlegplatforms van de kiesgroep van landen, waarvan Nederland deel uitmaakt en/of vertegenwoordigt in de bestuursorganen van regionale ontwikkelingsbanken.

Periode: 1966–

Product: Notulen, instructies

Waardering: V, 5 jaar

C Actor onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

Actor: Minister van Economische Zaken

90.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het internationaal betalingsverkeer met Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 25, lid 1

Product: Amvb

Waardering: B (5)

92.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften betreffende de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 7, 8, 9 ,lid 1

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

95.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken over het stellen van regels voor het financiële verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 11, lid 1–2

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 5, lid 1–2

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

96.

Handeling: Het vaststellen van nadere bepalingen inzake het betalingsverkeer met het buitenland.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 19

Product: Amvb

Waardering: B (5)

97.

Handeling: Het vaststellen van nadere regelgeving betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

98.

Handeling: Het vaststellen van bepalingen betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5,lid 2, 6,lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

99.

Handeling: Het afgeven van een verklaring waarin wordt bepaald dat tegen een afgesloten overeenkomst met betrekking tot de invoer van goederen geen bezwaar bestaat.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

100.

Handeling: Het vaststellen van regels betreffende toekomstige aanspraken op de betaling van in Nederland gestorte gelden aan schuldeisers.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 16, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

101.

Handeling: Het voorschrijven dat met handelingen of overeenkomsten, die de werking van de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934 of van een met een vreemde mogendheid gesloten verdrag kunnen belemmeren, geen rekening wordt gehouden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 17, lid 1–2

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

102.

Handeling: Het aanwijzen van personen die worden belast met de opsporing van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

103.

Handeling: Het opsporen van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Proces-verbaal

Waardering: V, 5 jaar

108.

Handeling: Het stellen van nadere eisen aan de uitbetaling van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 11, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

109.

Handeling: Het voorschrijven van documenten die moeten worden overlegd bij het opvragen van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 12, lid 2.

Product : Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

110.

Handeling: Het bepalen of de opslag in een entrepot of opslag onder douanetoezicht bij de uitvoering van de voorschriften wel of niet wordt gerekend als zijnde invoer.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

114.

Handeling: Het goedkeuren van de tarieven die het vereffeningsinstituut in rekening mag brengen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 2, 8, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

115.

Handeling: Het invorderen van schulden aan het vereffeningsinstituut bij schuldenaren.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 14, lid 2

Product: Dwangbevel

Waardering: V, 5 jaar

116.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut tot het treffen van regelingen voor het voldoen van schulden ontstaan wegens of in verband met de levering van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 3, lid 2

Product: Machtiging

Waardering: V, 5 jaar

117.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om aan derden toe te staan vreemde valuta om te rekenen tegen andere koersen dan is voorgeschreven.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3, 7, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

118.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om toe te staan gemachtigden vorderingen op schuldeisers rechtstreeks te laten verrekenen met ontvangen gelden.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

119.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het goedkeuren of bekrachtiging door het vereffeningsinstituut van betalingen en het te niet doen gaan van schulden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 8, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

120.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om nadere voorschriften te geven ter verzekering van een doeltreffende controle op de nakoming van de plicht tot storting.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 10, lid 4

Product: Voorschriften

Waardering: V, 5 jaar

122.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften voor het betalingsverkeer met andere landen tot afweer van nadelige gevolgen van beperkingen inzake het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 10, lid 4

Product: Brief, overeenstemming

Waardering: V, 10 jaar

124.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de directeur van de Centrale Dienst voor In- en uitvoer betreffende het verlenen van een vergunning ten behoeve van het financieel verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Mandaatsbeschikking Centrale Dienst voor de In- en uitvoer 1981, art. 4

Product: Besluit

Opmerking: De Minister van Financiën geeft aanwijzingen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken.

Waardering: B (5)

129.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van algemene richtlijnen aan de Nederlandsche Bank.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 2, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (1)

135.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluit

Waardering: B (6)

136.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud en buitenlandse activa van ingezetenen.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluiten

Waardering: B (6)

D Actoren onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Actor: Minister van Landbouw en Visserij (1959–1989)

Actor: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (1989–2003)

Actor: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2003– )

92.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften betreffende de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 7, 8, 9 ,lid 1

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

95.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken over het stellen van regels voor het financiële verkeer met betrekking tot strategische goederen.

Periode: 1981–

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 11, lid 1–2

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 art. 5, lid 1–2

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

122.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van voorschriften voor het betalingsverkeer met andere landen tot afweer van nadelige gevolgen van beperkingen inzake het internationale betalingsverkeer.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 10, lid 4

Product: Brief, overeenstemming

Waardering: V, 10 jaar

129.

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het geven van algemene richtlijnen aan de Nederlandsche Bank.

Periode: 1981–1994

Grondslag: Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 art. 2, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (1)

135.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluit

Waardering: B (6)

136.

Handeling: Het stellen van voorschriften ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud en buitenlandse activa van ingezetenen.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, art. 26

Product: Besluiten

Waardering: B (6)

E Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Actor: Minister van Overzeese Gebiedsdelen (1945–1949)

Actor: Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (1949–1952)

Actor: Minister van Overzeese Rijksdelen (1952–1957)

Actor: Minister van Zaken Overzee (1957–1959)

Actor: Minster belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand (1959–1963 en 1967–1982)

Actor: Minister van Binnenlandse Zaken (1963–1967)

90.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het internationaal betalingsverkeer met Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 25, lid 1

Product: Amvb

Waardering: B (5)

96.

Handeling: Het vaststellen van nadere bepalingen inzake het betalingsverkeer met het buitenland.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 19

Product: Amvb

Waardering: B (5)

97.

Handeling: Het vaststellen van nadere regelgeving betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

98.

Handeling: Het vaststellen van bepalingen betreffende de invoer van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 5,lid 2, 6,lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

99.

Handeling: Het afgeven van een verklaring waarin wordt bepaald dat tegen een afgesloten overeenkomst met betrekking tot de invoer van goederen geen bezwaar bestaat.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

100.

Handeling: Het vaststellen van regels betreffende toekomstige aanspraken op de betaling van in Nederland gestorte gelden aan schuldeisers.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 16, lid 1

Product: KB

Waardering: B (5)

101.

Handeling: Het voorschrijven dat met handelingen of overeenkomsten, die de werking van de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934 of van een met een vreemde mogendheid gesloten verdrag kunnen belemmeren, geen rekening wordt gehouden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 17, lid 1–2

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

102.

Handeling: Het aanwijzen van personen die worden belast met de opsporing van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag :Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

103.

Handeling: Het opsporen van strafbare feiten.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 23

Product: Proces-verbaal

Waardering: V, 5 jaar

108.

Handeling: Het stellen van nadere eisen aan de uitbetaling van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 11, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

109.

Handeling: Het voorschrijven van documenten die moeten worden overlegd bij het opvragen van vorderingen.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 12, lid 2.

Product : Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

110.

Handeling: Het bepalen of de opslag in een entrepot of opslag onder douanetoezicht bij de uitvoering van de voorschriften wel of niet wordt gerekend als zijnde invoer.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

114.

Handeling: Het goedkeuren van de tarieven die het vereffeningsinstituut in rekening mag brengen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Wet internationaal betalingsverkeer art. 6, lid 2, 8, lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

116.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut tot het treffen van regelingen voor het voldoen van schulden ontstaan wegens of in verband met de levering van goederen.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 3, lid 2

Product: Machtiging

Waardering: V, 5 jaar

117.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om aan derden toe te staan vreemde valuta om te rekenen tegen andere koersen dan is voorgeschreven.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3, 7, lid 5

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

118.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om toe te staan gemachtigden vorderingen op schuldeisers rechtstreeks te laten verrekenen met ontvangen gelden.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 6, lid 3

Product: Beschikking

Waardering: V, 5 jaar

119.

Handeling: Het vaststellen van regels voor het goedkeuren of bekrachtiging door het vereffeningsinstituut van betalingen en het te niet doen gaan van schulden.

Periode: 1945–1981

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 8, lid 1

Product: Beschikking

Waardering: B (5)

120.

Handeling: Het machtigen van het vereffeningsinstituut om nadere voorschriften te geven ter verzekering van een doeltreffende controle op de nakoming van de plicht tot storting.

Periode: 1945–1961

Grondslag: Besluit Internationaal Betalingsverkeer Nederland 1935 art. 10, lid 4

Product: Voorschriften

Waardering: V, 5 jaar

F Actoren onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

Actor: Minister-President

134.

Handeling: Het inwerking stellen van een of meer artikelen van de Noodwet financieel verkeer.

Periode: 1978–

Grondslag: Noodwet financieel verkeer, 25 mei 1978, Stb 348

Product: KB, voorstel van wet

Waardering: B (6)