Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit toekenning geweldsbevoegdheid en veiligheidsfouillering buitengewoon opsporingsambtenaar Connexxion 2007[Regeling vervallen per 01-12-2010.]

Geldend van 15-04-2007 t/m 30-11-2010

Besluit van de Minister van Justitie van 3 april 2007, nr. 5477020/07/CBK, houdende de toekenning van de geweldsbevoegdheid op grond van artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993, en de bevoegdheid tot uitvoeren van de veiligheidsfouillering op grond van artikel 8, derde lid, van de Politiewet aan buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het Connexxion (Besluit toekenning geweldsbevoegdheid en veiligheidsfouillering buitengewoon opsporingsambtenaar Connexxion 2007)

De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 55b, eerste en tweede lid, artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-12-2010]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij Connexxion;

  • b. toezichthouder: de hoofdofficier van justitie te Utrecht;

  • c. direct toezichthouder: de korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht.

Artikel 2 [Vervallen per 01-12-2010]

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3 [Vervallen per 01-12-2010]

De directeur van Connexxion stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder een instructie op, gebaseerd op de artikelen 17 en 18 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar ter hand te worden gesteld. Over iedere melding betreffende geweldgebruik dan wel de veiligheidsfouillering worden de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

Artikel 4 [Vervallen per 01-12-2010]

De directeur van Connexxion verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-12-2010]

De directeur van Connexxion zendt overeenkomstig artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar voor 1 augustus 2010 aan de Minister van Justitie een verslag over de effecten van het gebruik van geweld en de veiligheidsfouillering. Dit verslag voldoet aan nader door de Minister van Justitie te stellen voorwaarden.

Artikel 7 [Vervallen per 01-12-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 december 2010.

Artikel 8 [Vervallen per 01-12-2010]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toekenning geweldsbevoegdheid en veiligheidsfouillering buitengewoon opsporingsambtenaar Connexxion 2007.

Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag, 3 april 2007

De

Minister

van Justitie,
namens deze:

wnd. hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken

,

H.C.L. Vreugdenhil