Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing ontneming[Regeling vervallen per 01-03-2009.]

Geldend van 01-03-2005 t/m 28-02-2009

Aanwijzing ontneming

Achtergrond [Vervallen per 01-03-2009]

1. Inleiding [Vervallen per 01-03-2009]

Op 1 maart 1993 is de wet van 10 december 1992 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot toepassing van de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en andere sancties, de zogenaamde ontnemingswetgeving, in werking getreden. Deze wettelijke regeling is gewijzigd bij wet van 8 mei 2003 (Stb. 202), in werking getreden op 1 september 2003 (Stb. 321). De hoofdlijnen van de nieuwe wetgeving betreffen een verruiming van de mogelijkheden tot het indienen van een ontnemingsvordering en van het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek, een uitbreiding van de mogelijkheid tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag (anderbeslag) en de toepassing van lijfsdwang.

Op deze hoofdlijnen wordt hieronder nader ingegaan.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) houdt zich bezig met alle aspecten van de ontnemingswetgeving. Het BOOM heeft vier specifieke taken:

  • 1. Het faciliteren van het Openbaar Ministerie op het terrein van de ontnemingswetgeving.

    Denk hierbij aan:

    • De helpdesk voor vragen op het gebied van de ontnemingswetgeving.

    • De nieuwsbrief, waarin achtergronden en actualiteiten, waaronder recente jurisprudentie, worden opgenomen.

    • De handleiding ontnemingswetgeving.

    • De verzorging van – zo nodig op locatie – cursussen op het gebied van de ontnemingswetgeving. Het BOOM doet dit in samenwerking met de SSR.

    • Het verzamelen, bewerken en uitgeven van uitspraken op het gebied van de ontnemingswetgeving op een Cd-rom (Juridische bibliotheek deel 1 van Kluwer Datalex).

  • 2. Het bieden van zaaksondersteuning aan de officier van justitie bij de toepassing van de ontnemingswetgeving. Onderdeel van die taak is het beheren van een eventueel gelegd conservatoir beslag via het Conservatoir en Executoriaal Beslagsysteem (CEBES), een interface met Compas, voor zover het in nationaal verband gelegd conservatoir beslag betreft, en het beheren van het, op verzoek van een buitenlandse staat, in Nederland gelegde conservatoire beslag. Daarnaast kan het BOOM-adviesteam de officier van justitie bijstaan bij het leidinggeven aan ontnemingsonderzoeken.

    Sinds 1 januari 2001 beschikt het BOOM over officieren van justitie die in BOOM-verband leidinggeven aan ontnemingsonderzoeken van de kern teams en de interregionale fraude teams.

  • 3. Het ondersteunen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) bij het incasseren van ontnemingsmaatregelen. Een BOOM-officier van justitie is daartoe als landelijk executieofficier van justitie aangewezen.

  • 4. Het adviseren van de Procureurgeneraal ontnemingen op het gebied van de toepassing van de ontnemingswetgeving.

Samenvatting [Vervallen per 01-03-2009]

Onder wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verstaan de waarde waarmee het vermogen van de betrokken persoon als gevolg van het strafbare feit is toegenomen, alsmede de uit die vermogensvermeerdering verkregen vruchten (vervolgprofijt). Verder kan het wederrechtelijk verkregen voordeel ook de waarde betreffen waarmee het vermogen als gevolg van de besparing van kosten niet is afgenomen. Het voordeel kan of per delict worden bepaald (transactiebasis), of via een kasopstelling/vermogensvergelijking.

In deze Aanwijzing worden de navolgende onderwerpen aan de orde gesteld.

OPSPORING [Vervallen per 01-03-2009]

1. Strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO)

2. Conservatoir beslag (artikel 94a Sv)

2.1 Voorwaarden

2.2 Bevoegde ambtenaar

2.3 Wijze van inbeslagneming

2.3.1 Roerende zaken (geen registergoederen) en rechten aan toonder of order

2.3.2 Onroerende registergoederen en aandelen en effecten op naam

2.3.3 Schepen en luchtvaartuigen

2.3.4 Vorderingen en roerende zaken onder derden

2.3.5 Beslag onder zichzelf (eigenbeslag)

2.3.6 Beslag op voorwerpen van een ander ten laste van de verdachte/veroordeelde (anderbeslag)

2.3.7 Handhaven van beslag

2.4 Beheer conservatoir beslag

2.4.1 Nationaal

2.4.2 Internationaal

2.5 Ontneming en conservatoir beslag in het buitenland

VERVOLGING [Vervallen per 01-03-2009]

3. Wanneer kan een ontnemingsvordering ex artikel 36e Sr worden ingesteld?

3.1 Commune delicten

3.2 Economische en milieudelicten

3.3 Sociale zekerheidsfraude

3.4 Fiscale delicten

3.5 Faillissement

3.6 Benadeelde derden

4. Voordeelsberekening

4.1 Inleiding

4.2 Toepassing van artikel 36e lid 2 Sr

4.2.1 Opbrengsten

4.2.2 Kosten

4.3 Toepassing van artikel 36e lid 3 Sr

4.4 Vervolgprofijt

4.4.1 Vruchten uit het wederrechtelijk verkregen voordeel

4.4.2 De door de Staat uit te keren rente

4.5 Toepassing van artikel 36e lid 6 Sr

4.6 Diverse overige van belang zijnde factoren

5. De ontnemingsvordering ter zitting

5.1 Schriftelijke voorbereiding

5.2 Het te ontnemen bedrag

5.3 Vermindering/nihil stelling

EXECUTIE [Vervallen per 01-03-2009]

OVERIG [Vervallen per 01-03-2009]

7. Het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst

7.1 Afstemming

7.2 Invorderingsaspecten

8. Buitengerechtelijke afdoening

8.1 Transactie

8.2 Schikking

8.3 Afstemming binnen het Openbaar Ministerie

OVERGANGSRECHT [Vervallen per 01-03-2009]

Bijlage 1: Model melding SFO aan het BOOM

Bijlage 2: Transactie ex artikel 74 Sr

Bijlage 3: Schikking ex artikel 511c Sv

Bijlage 4: Model A: Proces-verbaal, tevens bewijs van ontvangst, conservatoir beslag onder de verdachte/veroordeelde op specifiek omschreven roerende zaken en rechten aan toonder of order

Bijlage 5: Model B: Conservatoir beslag onder een derde op vorderingen en roerende zaken

Bijlage 6: Model C: Proces-verbaal, tevens bewijs van ontvangst, conservatoir beslag onder een ander op specifiek omschreven roerende zaken en rechten aan toonder of order

Bijlage 7: Model D: Kennisgeving en proces-verbaal conservatoir beslag op vorderingen van een ander

Bijlage 8: Model E: Proces-verbaal, tevens bewijs van ontvangst, conservatoir beslag onder zichzelf

Opsporing [Vervallen per 01-03-2009]

1. Strafrechtelijk financieel onderzoek ( SFO) [Vervallen per 01-03-2009]

Een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) kan worden ingesteld naar een misdrijf, waarop een geldboete van de vijfde categorie is gesteld, indien uit vooronderzoek aannemelijk is dat er sprake is van een wederrechtelijk verkregen voordeel van ten minste € 12.000 en het vermoeden bestaat dat het voordeel meer bedraagt. Een SFO kan naast een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) worden ingesteld.

De officier van justitie kan tijdens een SFO voorwerpen in conservatoir voordeelsbeslag nemen, zonder nadere machtiging van de rechter-commissaris. Voor een geldboetebeslag (zie 2.1) en voor het handhaven van beslag (zie 2.3.7) tijdens een SFO is altijd een machtiging ex artikel 103 Sv vereist.

De opsporingsambtenaar heeft de bevoegdheden als vermeld in artikel 126a Sv; voor de wijze waarop informatie bij banken kan worden verkregen wordt verwezen naar de Aanwijzing gegevensverstrekking financiële dienstverleners (2004A002). Ten behoeve van de mogelijke ondersteuning door het BOOM doet de officier van justitie altijd een schriftelijke melding van het ingestelde SFO aan het BOOM (zie bijlage 1).

2. Conservatoir beslag (artikel 94a Sv) [Vervallen per 01-03-2009]

2.1. Voorwaarden [Vervallen per 01-03-2009]

Om voorwerpen in conservatoir beslag ex artikel 94a Sv te kunnen nemen, dient te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Bij boetebeslag (artikel 94a lid 1 Sv) moet er sprake zijn van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd.

  • Bij voordeelsbeslag (artikel 94a lid 2 Sv) moet er sprake zijn van een verdenking of een veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd.

  • Voorwerpen die aan een ander toebehoren kunnen ten laste van verdachte/veroordeelde in conservatoir beslag worden genomen (artikel 94a lid 3 Sv), indien:

    • a. die voorwerpen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee de geldboete kan worden opgelegd of het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen;

    • b. voldoende aanwijzingen bestaan dat die voorwerpen aan de ander zijn gaan toebehoren met het doel de uitwinning van die voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen;

    • c. die ander ten tijde van dat gaan toebehoren wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat die voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren.

      Ook andere aan die ander toebehorende voorwerpen kunnen in conservatoir beslag worden genomen ten laste van verdachte/veroordeelde, tot ten hoogste de waarde van de van misdrijf afkomstige voorwerpen (artikel 94a lid 4 Sv).

  • Er moet een schriftelijke machtiging zijn verleend door de rechter-commissaris tot het in conservatoir beslag nemen van voorwerpen of tot het handhaven van een beslag als conservatoir beslag (artikel 103 Sv: machtiging tot inbeslagneming/handhaving beslag en artikel 126 Sv: machtiging SFO); deze machtiging moet aan de beslagene (degene onder wie in beslag wordt genomen) worden betekend. Bij derdenbeslag en beslag op voorwerpen van een ander moet de machtiging voorts aan de verdachte/veroordeelde worden betekend. Deze betekeningen kunnen op strafvorderlijke wijze of op rechtsvorderlijke wijze geschieden.

  • De machtiging dient het maximumbedrag te vermelden waarvoor verhaal wordt gezocht, dus het op dat moment geschatte bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en/of het bedrag van de (maximale) geldboete.

Dit betekent niet dat de waarde van de in beslag te nemen voorwerpen tot dit bedrag is beperkt. Het op het beslagmoment geschatte voordeel, respectievelijk de voorgenomen geldboete-eis, dient in beginsel ten minste € 5000 te bedragen.

Het verdient aanbeveling bij het leggen van een voorzienbaar gecompliceerd conservatoir beslag vooraf het BOOM te raadplegen en, voor de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen, in een zo vroeg mogelijk stadium de Dienst der Domeinen te raadplegen. Deze kan, desgewenst op locatie, een schatting van de waarde van een in beslag te nemen voorwerp geven.

2.2. Bevoegde ambtenaar [Vervallen per 01-03-2009]

De officier van justitie neemt op grond van artikel 94a Sv voorwerpen in conservatoir beslag. Op grond van artikel 556 Sv kan hij daartoe een last geven aan een opsporingsambtenaar. De voorwerpen genoemd in artikel 94b sub 3 Sv (aandelen en effecten op naam en onroerende registergoederen) kunnen uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder in conservatoir beslag worden genomen. De officier van justitie geeft daarvoor de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 556 Sv een last.

2.3. Wijze van inbeslagneming [Vervallen per 01-03-2009]

De hierna te noemen voorwerpen dienen op de volgende wijze in conservatoir beslag te worden genomen.

2.3.1. Roerende zaken (geen registergoederen) en rechten aan toonder of order [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag onder de verdachte/veroordeelde geschiedt door het feitelijk meenemen van de inbeslaggenomen roerende zaak respectievelijk het papier waarin het recht aan toonder of order is belichaamd. De opsporingsambtenaar maakt een proces-verbaal van inbeslagneming op (conform bijlage 4: Model A) en vermeldt daarin de hoogte van het op dat moment geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.

De opsporingsambtenaar verstrekt aan de beslagene een afschrift van dit proces-verbaal als bewijs van ontvangst. Een afschrift van de machtiging ex artikel 103 resp. 126 Sv wordt aan de beslagene betekend1.

2.3.2. Onroerende registergoederen en aandelen en effecten op naam [Vervallen per 01-03-2009]

Beslag op onroerende registergoederen en op aandelen en effecten op naam geschiedt door een gerechtsdeurwaarder na lastgeving door de officier van justitie. De gerechtsdeurwaarder neemt in beslag, maakt daarvan een proces-verbaal op en betekent dit. De machtiging ex artikel 103 Sv dan wel 126 Sv wordt ook door de gerechtsdeurwaarder aan de verdachte/veroordeelde betekend.

2.3.3. Schepen en luchtvaartuigen [Vervallen per 01-03-2009]

Beslag op in Nederland geregistreerde schepen en luchtvaartuigen geschiedt bij voorkeur door de gerechtsdeurwaarder na lastgeving door de officier van justitie. De machtiging ex artikel 103 Sv dan wel artikel 126 Sv wordt door deze gerechtsdeurwaarder aan de verdachte/veroordeelde betekend. Beslag op niet in Nederland geregistreerde schepen en luchtvaartuigen en op al dan niet in het buitenland geregistreerde schepen en luchtvaartuigen geschiedt volgens de regels van beslag op roerende zaken, met dien verstande dat een bewaarder wordt aangesteld indien deze zaken niet worden meegenomen.

2.3.4. Vorderingen en roerende zaken onder derden [Vervallen per 01-03-2009]

  • Beslag op vorderingen van de verdachte/veroordeelde op een derde geschiedt door het geven van een schriftelijke kennisgeving aan de derde.

  • Beslag op roerende zaken onder een derde geschiedt in beginsel door het feitelijk meenemen van de zaken. De beslagen zaken kunnen ook bij de derde worden achtergelaten mits deze uitdrukkelijk als bewaarder wordt aangewezen en de inbeslaggenomen zaken worden gemerkt.

Voor beide vormen van beslag geldt dat de opsporingsambtenaar een proces-verbaal van inbeslagneming opmaakt (conform bijlage 5: Model B) en daarin, indien mogelijk, de reeds bekende vorderingen en/of roerende zaken vermeldt. In het proces-verbaal wordt de hoogte van het voorlopig geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vermeld. De opsporingsambtenaar zendt het proces-verbaal naar het desbetreffende parket. De officier van justitie geeft de gerechtsdeurwaarder een last tot betekening van het proces-verbaal en de machtiging ex artikel 103 resp. 126 Sv aan de derde-beslagene en aan de verdachte/veroordeelde en uitreiking van het verklaringsformulier aan de derde.

De deurwaarder reikt aan de derde het verklaringsformulier uit (artikel 94c Sv jo 475 lid 2 Rv). Deze derde moet het formulier invullen en terugsturen, hetzij aan de deurwaarder, hetzij aan de officier van justitie. Indien de officier van justitie het ingevulde formulier terug ontvangt, dient een afschrift daarvan binnen drie dagen aan de verdachte/veroordeelde te worden gezonden (artikel 94c Sv jo 476b Rv).

In geval van een derdenbeslag of anderbeslag (zie 2.3.5) dient de officier van justitie zo spoedig mogelijk nadat de dagvaarding in de strafzaak resp. ontnemingsvordering ex artikel 511b Sv aan verdachte/veroordeelde is betekend, daarvan de derde respectievelijk de ander schriftelijk in kennis te stellen (artikel 94c sub f Sv).

2.3.5. Beslag onder zichzelf (eigenbeslag) [Vervallen per 01-03-2009]

A. Algemeen

Een bijzondere vorm van het derdenbeslag is het beslag onder zichzelf (artikel 94c Sv jo 724 Rv). Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie voorwerpen, die aan de verdachte/veroordeelde toebehoren, onder zich heeft (uit welke hoofde dan ook) en die voorwerpen in conservatoir beslag wil nemen.

Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de volgende situaties.

  • Een voorwerp is in conservatoir voordeelsbeslag genomen. In de strafzaak wordt een geldboete opgelegd; het vonnis is niet onherroepelijk. De officier van justitie kan conservatoir geldboetebeslag onder zichzelf leggen.

  • Een afgegeven gevonden voorwerp blijkt van de verdachte/veroordeelde te zijn en het voorwerp is vatbaar voor verhaalsbeslag.

  • Een voorwerp is in beslaggenomen. In een andere zaak wordt dat voorwerp ten laste van die verdachte in conservatoir beslag genomen.

Bij het leggen van beslag onder zichzelf gelden de volgende formaliteiten.

  • Degene die beslag legt maakt een proces-verbaal van de inbeslagneming op (conform bijlage 8: Model E) en vermeldt daarin de op dat moment geschatte hoogte van het voordeel, danwel het (maximum)bedrag van de geldboete. Voorts wordt nauwkeurig het betreffende voorwerp vermeld.

  • De gerechtsdeurwaarder betekent het proces-verbaal en de machtiging ex artikel 103 Sv aan de verdachte/veroordeelde.

Het is raadzaam om in voorkomend geval hierover het BOOM te raadplegen.

B. Beslag op twee titels

Ten laste van X is een voorwerp in klassiek beslag (artikel 94 Sv) genomen. De officier van justitie neemt dit voorwerp tevens in conservatoir beslag, met behoud van het klassiek beslag. Als het voorwerp vóór het SFO in klassiek beslag is genomen en het tijdens het SFO daarnaast in conservatoir beslag wordt genomen, is altijd een machtiging ex artikel 103 Sv vereist.

Bij het leggen van dit beslag onder zichzelf gelden de volgende formaliteiten.

  • Degene die beslag legt maakt een proces-verbaal van de inbeslagneming op en vermeldt daarin de op dat moment geschatte hoogte van het voordeel, danwel het (maximum)bedrag van de geldboete. Voorts wordt nauwkeurig het betreffende voorwerp vermeld.

  • De gerechtsdeurwaarder betekent het proces-verbaal en de machtiging ex artikel 103 Sv aan de verdachte/veroordeelde.

2.3.6. Beslag op voorwerpen van een ander ten laste van de verdachte/veroordeelde (anderbeslag) [Vervallen per 01-03-2009]

Sinds 1 september 2003 kunnen voorwerpen die aan een ander dan de verdachte/veroordeelde toebehoren te zijner laste in conservatoir beslag worden genomen (artikel 94a leden 3 en 4 Sv).

Vereist is dat:

  • a. die voorwerpen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee de geldboete kan worden opgelegd of het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen;

  • b. voldoende aanwijzingen bestaan dat die voorwerpen aan de ander zijn gaan toebehoren met het doel de uitwinning van die voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen;

  • c. die ander ten tijde van dat gaan toebehoren wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat die voorwerpen van enig misdrijf afkomstig was. Ook andere aan die ander toebehorende voorwerpen kunnen in conservatoir beslag worden genomen ten laste van de verdachte/veroordeelde, tot ten hoogste de waarde van de van misdrijf afkomstige voorwerpen (artikel 94a lid 4 Sv).

De opsporingsambtenaar die op last van de officier van justitie in dit kader roerende zaken (geen registergoederen) en rechten aan toonder of order in conservatoir beslag neemt, maakt daarvan een proces-verbaal op (conform bijlage 6: Model C) en vermeldt daarin de hoogte van het op dat moment geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. De opsporingsambtenaar verstrekt aan de beslagene een afschrift van dit PV als bewijs van ontvangst, alsmede een afschrift van de machtiging ex artikel 103 resp. 126 Sv, conform de wijze als geregeld in artikel 585 e.v. Sv. Een kopie van het PV wordt aan de verdachte/veroordeelde toegezonden en de machtiging wordt aan deze strafvorderlijk betekend.

Conservatoir beslag op onroerende zaken van de ander geschiedt overeenkomstig het gestelde onder paragraaf 2.3.2, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder het PV van inbeslagneming en de machtiging ex artikel 103 resp. 126 Sv ook aan de verdachte/veroordeelde betekent. Conservatoir beslag op vorderingen van de ander geschiedt overeenkomstig het gestelde onder paragraaf 2.3.4.

De opsporingsambtenaar maakt het PV op conform bijlage 7: model D. Een kopie van het PV wordt aan de verdachte/veroordeelde toegezonden en de machtiging wordt aan deze strafvorderlijk betekend.

2.3.7. Handhaven van beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Onder handhaven wordt verstaan het in een bepaalde zaak omzetten van een klassiek beslag (ex artikel 94 Sv) in een conservatoir beslag (ex artikel 94a Sv). In geval van handhaven van beslag krachtens schriftelijke machtiging ex artikel 103 Sv dient de machtiging aan de beslagene te worden betekend en bij derdenbeslag, alsmede bij beslag op voorwerpen van een ander, ook aan de verdachte/veroordeelde. Indien een voorwerp in klassiek beslag ex artikel 94 Sv is genomen en er nadien een SFO is ingesteld, is voor het handhaven van dat beslag een machtiging ex artikel 103 Sv vereist. Dus voor het handhaven, ook tijdens een SFO, is altijd een machtiging en artikel 103 Sv vereist. De machtiging handhaven dient het bedrag te bevatten tot welk verhaal het conservatoir beslag dient.

2.4. Beheer conservatoir beslag [Vervallen per 01-03-2009]

2.4.1. Nationaal [Vervallen per 01-03-2009]

Na ontvangst van de kennisgeving inbeslagneming neemt de officier van justitie binnen veertien dagen een beslissing over het al dan niet laten voortduren van het conservatoir beslag. Het BOOM beheert sinds 1 januari 1997 centraal het budget voor de gerechtskosten voor het beheer van de kosten van conservatoir beslag. Aan het BOOM zijn met het operationeel worden van het CEBES-systeem2, nadat de officier van justitie heeft besloten dat een inbeslaggenomen voorwerp niet zal worden teruggegeven, de volgende bevoegdheden overgedragen:

  • Het aanwijzen van een bewaarder en het geven van aanwijzingen aan een bewaarder. Met het oog op een kwalitatief verantwoorde bewaring heeft het BOOM de bevoegdheid een (andere) bewaarder aan te wijzen en aanwijzingen te geven met betrekking tot de wijze van bewaren van de inbeslaggenomen voorwerpen.

  • Het vergoeden van de diverse kosten met betrekking tot conservatoir beslag. Het BOOM heeft een budget waaruit de volgende kosten worden betaald: de kosten voor het leggen en beëindigen van het beslag, transportkosten, taxatiekosten, bewaar- en beheerskosten, kosten m.b.t. verkoop en kosten voor het inhuren van deskundigheid.

  • Het geven van een machtiging tot vervreemding op grond van artikel 117 Sv. Veel zaken zijn onderhevig aan snelle waardedaling, zodat tot vervreemding dient te worden overgegaan zodra dit mogelijk is. Hiermee worden ook kosten bespaard.

  • Het opheffen van het beslag. Naast de zaaksofficier van justitie heeft het BOOM in alle gevallen de bevoegdheid te besluiten tot opheffing van het beslag. Voordat één van beiden tot opheffing besluit, wordt overleg gepleegd. Dit geldt eveneens voor de overige in artikel 116 Sv genoemde bevoegdheden van het Openbaar Ministerie.

  • Het aangaan van een zekerheidstelling. De zekerheidstelling ex artikel 118a Sv wordt in ieder geval aanvaard als een zekerheid wordt aangeboden, die gelijk is aan de hoogte van de voorgenomen ontnemingsvordering. De officier van justitie dient de beslagene te berichten dat een zekerheidstelling met en door het BOOM wordt afgehandeld. Als zekerheidstelling verdient een bankgarantie de voorkeur.

Bij ingewikkelde beklagprocedures kan ondersteuning van het BOOM worden gevraagd.

NB. Indien de beslagene de inbeslaggenomen onroerende zaak wenst te vervreemden, dient de officier van justitie hem naar het BOOM te verwijzen.

2.4.2. Internationaal [Vervallen per 01-03-2009]

Het BOOM beheert ook het op het verzoek van een buitenlandse overheid in Nederland gelegde conservatoir beslag. De zaaksofficier en/of rechtshulpofficier dienen om die reden het door hem/haar gelegde conservatoir beslag beslag schriftelijk te melden aan het BOOM.3 Dit kan door een kopie van het proces-verbaal/de kennisgeving van inbeslagneming op te sturen.

2.5. Ontneming en conservatoir beslag in het buitenland [Vervallen per 01-03-2009]

Deze Aanwijzing is niet van toepassing op ontnemingen en conservatoire beslagen in het buitenland, omdat de toepasselijke verdragen en de nationale wetgeving van andere landen soms noodzaken tot afwijking van hetgeen in deze Aanwijzing als beleid wordt geformuleerd. De ‘Handleiding Internationale Rechtshulp in Strafzaken’ bevat een hoofdstuk over de internationale samenwerking gericht op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor specifieke vragen in dit kader zijn (de internationaal strafrechtelijk adviseur van) het BOOM en het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken (BIRS) van het Ministerie van Justitie aanspreekpunt.

Vervolging [Vervallen per 01-03-2009]

3. Wanneer kan een ontnemingsvordering ex. artikel 36e Sr worden ingesteld? [Vervallen per 01-03-2009]

3.1. Commune delicten [Vervallen per 01-03-2009]

Als wederrechtelijk voordeel is verkregen door middel van een commuun delict, wordt dit de betrokken persoon ontnomen op de wijze als beschreven in deze Aanwijzing. Het uitgangspunt daarbij is dat een ontnemingsvordering wordt ingediend wanneer het verkregen voordeel is geschat op een bedrag van minimaal € 500. De ontnemingsvordering wordt niet ingediend wanneer de betrokken persoon geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben, hetgeen slechts bij uitzondering het geval zal zijn.

Het enkele feit dat de betrokken persoon inkomsten op sociaal minimumniveau geniet is geen reden om te veronderstellen dat hij/zij geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben.

3.2. Economische en milieudelicten [Vervallen per 01-03-2009]

De afdoening van economische en milieudelicten vindt in zeer veel gevallen plaats aan de hand van transactie- en tarieflijsten. Bij het opstellen van de daarin opgenomen richtbedragen is primair rekening gehouden met de zwaarte van het geschonden belang dat de regeling beoogt te beschermen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel dat met dergelijke strafbare feiten placht te worden behaald kan in voorkomende gevallen ook een rol hebben gespeeld bij de bepaling van de strafmaat, net zoals dat het geval is bij commune vermogensdelicten. Als dat het geval is, moet daarmee rekening worden gehouden bij de ontnemingsvordering. Zodra met het gepleegde delict wederrechtelijk verkregen voordeel is behaald moet in beginsel een ontnemingsvordering worden ingediend.

3.3 Sociale zekerheidsfraude [Vervallen per 01-03-2009]

In beginsel wordt het louter uit sociale verzekeringsfraude wederrechtelijk verkregen voordeel niet ontnomen op grond van artikel 36e Sr, omdat de Gemeentelijke Sociale Diensten en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een terugvorderingsbevoegdheid hebben met betrekking tot ten onrechte ontvangen uitkeringen. In gevallen waarin deze terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege blijft, kan de ontnemingsvordering wel worden ingesteld.

3.4. Fiscale delicten [Vervallen per 01-03-2009]

Bij vervolging op basis van feiten, strafbaar gesteld op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), de Douanewet en de Wet op de accijns, geldt het volgende: het wederrechtelijk verkregen voordeel dat louter is ontstaan uit het plegen van in bovengenoemde fiscale wetgeving strafbaar gestelde gedragingen, wordt niet volgens artikel 36e Sr ontnomen (artikel 74 AWR). Dit geldt zowel als vervolging plaatsvindt op basis van de fiscale strafbepalingen, als wanneer het desbetreffende feitencomplex wordt vervolgd volgens het commune strafrecht (bijvoorbeeld artikel 225 Sr).

3.5. Faillissement [Vervallen per 01-03-2009]

Ingevolge artikel 94d lid 3 Sv kan de officier van justitie namens de Staat in het faillissement van de betrokkene al dan niet voorwaardelijk opkomen. Het Openbaar Ministerie kan ook zelf om redenen van openbaar belang het faillissement aanvragen (artikel 1 Fw).

De officier van justitie kan de door de rechter opgelegde ontnemingsmaatregel alleen als vordering in het faillissement indienen als de rechter deze ontnemingsmaatregel vóór de datum van het faillissement had opgelegd. Is het faillissement eerder uitgesproken dan de rechter de ontnemingsmaatregel heeft opgelegd, dan is de vordering van de Staat ontstaan ná het faillissement en kan de officier van justitie niet in het faillissement opkomen. In dit laatste geval is het uitgangspunt dat er ondanks een uitgesproken faillissement wel een ontnemingsvordering aanhangig wordt gemaakt. De ontnemingsmaatregel kan pas ten uitvoer worden gelegd na de opheffing van het faillissement.

Het strafvorderlijke conservatoire beslag vervalt door het faillissement (artikel 33 lid 2 Fw).

De vermogensbestanddelen die eerder strafvorderlijk in conservatoir beslag waren genomen, vallen nu van rechtswege in de boedel. Ten aanzien van geschillen over het strafvorderlijke beslag bestaat een aparte rechtsingang in de vorm van een beklagprocedure (artikel 552a Sv). In deze beklagprocedure is de curator belanghebbende. Deze beklagprocedure kan voor de curator van belang zijn op het moment dat het Openbaar Ministerie de beslagen vermogensbestanddelen niet wil afstaan, ondanks dat deze van rechtswege in de boedel vallen ex artikel 33 Fw.

3.6. Benadeelde derden [Vervallen per 01-03-2009]

Indien er wederrechtelijk voordeel is verkregen en er sprake is van een benadeelde derde, dient het Openbaar Ministerie in beginsel altijd een ontnemingsvordering in. Indien het een actieve en weerbare benadeelde derde betreft die te kennen heeft gegeven via een civiele vordering bij de burgerlijke rechter verhaal te willen halen en diens vordering tenminste gelijk is aan het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel, dan blijft een ontnemingsvordering achterwege. Zo vroeg mogelijk in het opsporingsonderzoek dient op dit punt afstemming met de benadeelde derde plaats te vinden. Eventueel zal gedurende de tijd dat nog geen afstemming heeft plaatsgevonden, tot conservatoire inbeslagneming op basis van de ontnemingswetgeving worden overgegaan, teneinde wegsluizing van vermogensbestanddelen te voorkomen.

In het geval de benadeelde derde tot civiel verhaal overgaat, dient eveneens zoveel mogelijk en in overeenstemming met wetgeving en beleidsregels op dit punt, tot informatieverstrekking aan de benadeelde derde ter ondersteuning van civiel verhaal te worden overgegaan. Opgemerkt wordt dat in bepaalde gevallen het wederrechtelijk verkregen voordeel groter is dan het nadeel van de benadeelde derde, in dat geval wordt het restant ontnomen.

4. Voordeelsberekening [Vervallen per 01-03-2009]

4.1. Inleiding [Vervallen per 01-03-2009]

Onder wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verstaan de waarde waarmee het vermogen van de betrokken persoon als gevolg van het strafbare feit is toegenomen, alsmede de uit die vermogensvermeerdering verkregen vruchten (vervolgprofijt, zie 4.4). Bij de berekening kunnen eventuele door de verdachte/veroordeelde gemaakte kosten in de beschouwingen worden betrokken (zie 4.2.2). Verder kan het wederrechtelijk verkregen voordeel ook de waarde betreffen waarmee het vermogen als gevolg van de besparing van kosten niet is afgenomen. Het voordeel kan of per delict worden bepaald (transactiebasis), of via een kasopstelling/vermogensvergelijking.

De ontnemingsvordering kan worden gebaseerd op artikel 36e lid 2 Sr (zie 4.2) of artikel 36e lid 3 Sr (zie 4.3). Het onderscheid tussen toepassing van het tweede en derde lid van artikel 36e Sr is niet principieel, maar pragmatisch en bewijstechnisch van karakter. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het tweede lid van artikel 36e Sr zal dat voordeel in de meeste gevallen per concreet aangeduid strafbaar feit worden berekend. Dit is een berekening op transactiebasis, dat wil zeggen de opbrengsten minus de kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e lid 3 Sr wordt meestal de kasopstelling, uitgebreide kasopstelling of vermogensvergelijking gebruikt. Bij deze methoden wordt nagegaan of, en zo ja, in hoeverre betrokkene meer uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kunnen worden verantwoord. Er wordt dan ook geen voordeel per concreet aangeduid strafbaar feit berekend, maar een totaalvoordeel.

4.2. Toepassing van artikel 36e lid 2 Sr [Vervallen per 01-03-2009]

Zoals eerder opgemerkt (zie 4.1) zal bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het tweede lid van artikel 36e Sr dat voordeel in de meeste gevallen per concreet aangeduid strafbaar feit worden berekend. Dit is een berekening op transactiebasis, dat wil zeggen de opbrengsten minus de kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. In deze paragraaf wordt op deze berekeningsmethode ingegaan.

Uitgangspunt voor de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel is het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald.

Artikel 36e lid 2 Sr bepaalt dat kan worden ontnomen:

  • a. voordeel uit tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten; het is voor toepassing van het tweede lid van artikel 36e Sr overigens niet noodzakelijk dat het bewezenverklaarde feit ook voordeel heeft opgeleverd;

  • b. voordeel verkregen uit soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat ze door de verdachte of veroordeelde zijn begaan;

  • c. voordeel verkregen uit feiten waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd en waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat ze door de verdachte of veroordeelde zijn begaan.

Bij een berekening op transactiebasis dient in het ontnemingsrapport duidelijk tot uiting te komen wat per feit aan voordeel is verkregen, voor zover mogelijk gesplitst in opbrengsten en daarmee samenhangende kosten.

Als sprake is van een situatie waarin zowel legale als illegale activiteiten plaatsvinden, dient men de opbrengsten en kosten toe te rekenen aan de respectievelijk legale en illegale activiteit. Omdat bij de betrokkene de neiging zal bestaan om zo weinig mogelijk opbrengsten en zoveel mogelijk kosten aan het illegale deel toe te schrijven, verdient het aanbeveling zijn toerekening van de opbrengsten en kosten op aannemelijkheid te beoordelen.

4.2.1. Opbrengsten [Vervallen per 01-03-2009]

Als opbrengsten bij de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel op transactiebasis kunnen worden aangemerkt:

  • a. Liquide opbrengsten

    Dit zijn opbrengsten in contante vorm, die door de betrokkene dus feitelijk zijn respectievelijk zullen worden ontvangen (vorderingen). Bij contante ontvangsten in Euro’s zal in de meeste gevallen geen sprake zijn van een waarderingsprobleem, omdat de waarde van het contante bedrag een vast gegeven is. Als sprake is van contante ontvangsten in andere valuta dan Euro’s wordt gekozen voor de omrekenkoers die feitelijk gerealiseerd is bij de omwisseling in Euro’s.

    Indien hieromtrent geen gegevens beschikbaar zijn, wordt uitgegaan van de wisselkoers die gold op het moment dat het strafbare feit werd voltooid dan wel op het moment dat de contanten feitelijk werden ontvangen.

  • b. Waarde-opbrengsten

    Dit zijn opbrengsten in niet-contante vorm, maar in de vorm van voorwerpen (zaken en vermogensrechten) die een waarde vertegenwoordigen. Bij waarde-opbrengsten spelen diverse aspecten een rol zoals het toekennen van een waarde aan een goed (dat het wederrechtelijk verkregen voordeel vertegenwoordigt) en het moment van realisatie van deze waarde-opbrengst. De bepaling van de waarde-opbrengsten en de realisatie kan op twee momenten plaatsvinden:

    • na voltooiing van het delict (het moment van het feitelijk verkrijgen van het goed). Dit is met name van belang in situaties waarbij de verdachte of veroordeelde het goed feitelijk onder zich heeft en het goed niet in beslag wordt genomen. Dan moet in beginsel worden uitgegaan van de dagwaarde die het goed heeft op het moment van verkrijging. Immers, normaal gesproken had men het goed moeten aanschaffen voor een dergelijke waarde.

    • op een later tijdstip, direct na de verkoop van het goed. Dit is met name van belang in situaties waarbij het goed wordt vervreemd. In dat geval wordt gehandeld alsof er sprake is van liquide opbrengsten. Immers dan wordt uitgegaan van de feitelijk gerealiseerde opbrengst. Voorwaarde daarbij is dat de gerealiseerde opbrengst in een redelijke verhouding staat tot de opbrengst die betrokkene zou hebben kunnen realiseren op de voor hem meest geëigende afzetmarkt. In het geval dat de opbrengst niet reëel is, wordt uitgegaan van een geschatte reële opbrengst.

  • c. Opbrengsten door middel van bespaarde kosten

    Bespaarde kosten zijn in ieder geval kosten voor aanschaf van goed(eren) voor eigen gebruik die niet behoeven te worden gemaakt. Daarnaast zijn bespaarde kosten ook kosten die noodzakelijkerwijs zouden moeten zijn gemaakt om de betreffende activiteiten legaal te kunnen uitvoeren, maar die nu niet worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan overtredingen op het gebied van de milieuwetgeving; door het niet op reguliere wijze verwerken van afval, bespaart betrokkene de kosten van een dergelijke verwerking.

4.2.2. Kosten [Vervallen per 01-03-2009]

Vervolgens wordt bepaald welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Volgens vaste jurisprudentie komen voor aftrek uitsluitend in aanmerking die kosten, die niet zouden zijn gemaakt als het strafbare feit niet was gepleegd, en die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict. Dit betekent dat de aftrekbaarheid van kosten wordt bepaald door het feit of het om extra kosten gaat; met andere woorden, kosten die niet zouden zijn gemaakt als de illegale activiteiten niet waren gepleegd.

Kosten worden per delict berekend. Indien een delict geen opbrengsten heeft gegenereerd, zijn de daarmee gepaard gaande kosten niet aftrekbaar. Indien de kosten niet volledig worden gedekt door de opbrengsten van een delict, dienen deze kosten niet te worden verrekend met opbrengsten uit andere delicten. Wanneer sprake is van een combinatie van legale en illegale activiteiten, zijn alleen die kosten aftrekbaar die extra zijn gemaakt ten behoeve van de illegale activiteiten.

De volgende categorieën kosten kunnen in dit verband worden onderscheiden:

  • a. Kosten veroorzaakt door daadwerkelijke uitgaven.

    Dit zijn werkelijk gedane uitgaven in het kader van de uitvoering van de strafbare feiten.

  • b. Kosten als gevolg van waardemutaties.

    Hierbij valt te denken aan afschrijvingskosten verbonden aan het gebruik van duurzame activa. Ten aanzien van deze kosten dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de volgende situaties:

    • Gebruik van de activa uitsluitend ten behoeve van illegale activiteiten. In dergelijke gevallen kan als kostenaftrek in aanmerking worden genomen de afschrijvingen op basis van de feitelijke waardevermindering. Deze waardevermindering is gelijk aan het verschil tussen de waarde van de activa vlak voor het moment van aanwending ten behoeve van het strafbare feit, verminderd met de waarde die de activa hebben op het moment van voltooiing van het strafbare feit. Voor de bepaling van deze afschrijvingskosten dient een gedetailleerd inzicht te worden verkregen in de samenstelling van de activa, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de strafbare feiten en de daarbij behorende waarden.

    • Gebruik van de activa voor illegale activiteiten in combinatie met legale activiteiten.

In dergelijke situaties dient de aftrek van kosten te worden beperkt tot de extra kosten die noodzakelijk zijn voor het daadwerkelijke gebruik van de activa ten behoeve van het strafbare feit. Vaste kosten, waaronder begrepen de reguliere afschrijving op de activa, kunnen alleen in mindering worden gebracht voor zover deze zijn toe te rekenen aan de illegale activiteiten.

Feitelijke uitgaven voor duurzame activa (te weten de gedane investeringen) komen, anders dan via de hierboven vermelde afschrijvingskosten, niet in aanmerking voor aftrek. Deze kosten zijn gemaakt om op langere termijn te worden terugverdiend. De afschrijving vormt dat deel van de kosten dat kan worden toegerekend aan de activiteiten die reeds hebben plaatsgevonden en tot opbrengsten hebben geleid. Het resterende deel van de investeringskosten dat niet via afschrijvingskosten voor aftrek in aanmerking komt, behoort tot het ‘bedrijfsrisico’ van betrokkene. Immers door dergelijke duurzame activa aan te schaffen neemt betrokkene bewust het risico van strafrechtelijk ingrijpen (en daarop volgend verbeurdverklaring/onttrekking aan het verkeer).

4.3. Toepassing van artikel 36e lid 3 Sr [Vervallen per 01-03-2009]

Zoals eerder opgemerkt (zie 4.1) wordt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e lid 3 Sr meestal de eenvoudige kasopstelling, uitgebreide kasopstelling of vermogensvergelijking gebruikt. Bij deze methoden wordt nagegaan of, en zo ja, in hoeverre betrokkene meer uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kunnen worden verantwoord. In deze paragraaf wordt op deze berekeningsmethoden ingegaan.

Voor zover de periode van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel volgens artikel 36e lid 3 Sr niet overeenkomt met de periode van tenlastelegging en bewezenverklaring, dient in het ontnemingsrapport ruime aandacht te worden besteed aan aanwijzingen omtrent strafbare feiten in de periode die niet ten laste is gelegd c.q. bewezen is verklaard. Het zonder concrete aanwijzingen aannemen dat onverklaarbaar vermogen uit een niet tenlastegelegde/bewezenverklaarde periode wederrechtelijk is, is niet afdoende.

De in artikel 36e lid 3 Sr genoemde andere strafbare feiten hoeven niet door de betrokkene zelf gepleegd te zijn; er dient slechts aannemelijk te worden gemaakt dat de betrokkene op enigerlei wijze voordeel uit (door hem of anderen gepleegde) andere strafbare feiten heeft verkregen.

De genoemde berekeningsmethoden kunnen als volgt schematisch worden weergegeven:

1. De eenvoudige kasopstelling:

Bijlage 242291.png

2. De uitgebreide kasopstelling:

Bijlage 242292.png

3. De vermogensvergelijking:

Bijlage 242293.png

De kasopstelling is het meest eenvoudig toe te passen en verdient daarom de voorkeur. In het algemeen worden in een kasopstelling alleen de contante ontvangsten en uitgaven meegenomen (‘eenvoudige kasopstelling’).

Van belang is dat ook de bankopnamen en bankstortingen in de eenvoudige kasopstelling worden meegenomen als contante ontvangst respectievelijk contante uitgave. Wanneer echter opmerkelijke mutaties binnen de bankmutaties plaatsvinden of wanneer nader inzicht moet worden verschaft in het bestedingspatroon van de betrokkene, kan de kasoptelling worden uitgebreid met alle ontvangsten en uitgaven via de bank- en girorekeningen (‘uitgebreide kasopstelling’). Tevens dient deze uitgebreide methode te worden toegepast als uit de bank- en girorekeningen blijkt dat illegale ontvangsten ook via deze wijze (dus giraal) worden ontvangen.

De vermogensvergelijking geeft een beter inzicht in de vermogenspositie en de daarmee samenhangende verhaalsmogelijkheden van de betrokkene.

Omdat het ook bij een uitgebreid financieel onderzoek vrijwel onmogelijk is volledig zicht te krijgen op alle uitgaven (met name ook die met een consumptief karakter, waarvan geen bescheiden worden aangetroffen), is bij de berekening op grond van voornoemde methoden altijd sprake van een schatting van het minimale wederrechtelijk verkregen voordeel. Alle overige (nog niet bekende) uitgaven zullen immers het verschil en dus het wederrechtelijk verkregen voordeel alleen maar doen toenemen.

4.4. Vervolgprofijt [Vervallen per 01-03-2009]

Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient rekening te worden gehouden met de vruchten verkregen uit dat voordeel en in sommige gevallen met de door de Staat uit te keren rente.

4.4.1. Vruchten uit het wederrechtelijk verkregen voordeel [Vervallen per 01-03-2009]

In het ontnemingsrapport dienen de vruchten, die uit het wederrechtelijk verkregen voordeel zijn verkregen, separaat te worden benoemd. Bij de berekening van de omvang van die vruchten dient zonodig rekening te worden gehouden met de direct gerelateerde kosten van verwerving van deze vruchten. Als vrucht kan bijvoorbeeld worden aangemerkt de beleggingsresultaten die worden verkregen met gelden afkomstig van criminele activiteiten of de rente van een op een bankrekening gestorte buit. Deze vruchten behoren tot het wederrechtelijk verkregen voordeel. Een ander voorbeeld betreffen de huurpenningen die men ontvangt uit verhuur van panden die met crimineel verkregen gelden zijn aangeschaft. Naast de huurpenningen kan ook een eventuele waardestijging worden gezien als vrucht uit het wederrechtelijk verkregen voordeel. ‘Negatief vervolgprofijt’ wordt buiten de berekening gehouden, dit komt voor rekening en risico van de betrokkene. Het is zeer goed mogelijk dat tussen het moment waarop het Openbaar Ministerie de ontnemingsvordering indient en het tijdstip van executie van de opgelegde maatregel, het vervolgprofijt blijft aangroeien. Deze additionele aangroei kan reeds in de vordering worden betrokken door het berekende voordeel te vorderen, vermeerderd met de vermogensaanwas die is of nog zal worden gekweekt.

4.4.2. De door de Staat uit te keren rente [Vervallen per 01-03-2009]

De Staat vergoedt sinds 1 januari 1998 rente over door het Openbaar Ministerie inbeslaggenomen geld, waaronder ook moet worden verstaan de opbrengst van de vervreemding ex artikel 117 Sv van inbeslaggenomen voorwerpen. Als ingangsdatum van de rentevergoeding geldt de dag van inbeslagneming of de datum van vervreemding (ex artikel 117 Sv) van het inbeslaggenomen voorwerp. De rentevergoeding eindigt op de dag van teruggave.

Het gehanteerde rentepercentage is gelijk aan dat van de heffingsrente als bedoeld in artikel 30f, zesde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het bedrag van de opgebouwde rente is op te vragen bij de afdeling FA van het arrondissement Leeuwarden.

Indien het inbeslaggenomen geld het wederrechtelijk verkregen voordeel belichaamt, en indien het ex artikel 117 Sv vervreemde voorwerp dit voordeel belichaamde, is de rente te beschouwen als vrucht van dat voordeel.

Van belichaming is in ieder geval sprake indien het geld direct afkomstig is van het strafbare feit dat aan de ontneming ten grondslag ligt.

Bij ontneming van deze rente zal de ontnemingsvordering van de officier van justitie dienen te luiden: ‘Het bedrag dat de veroordeelde zal dienen te betalen aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt €….,4 te vermeerderen met de gegenereerde rente ad €….. over conservatoir inbeslaggenomen geldmiddelen vanaf de dag der inbeslagneming tot aan de dag algehele der voldoening’.

4.5. Toepassing van artikel 36e lid 6 Sr [Vervallen per 01-03-2009]

Op het wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake van een strafbaar feit komt in mindering de in rechte toegekende vordering van de benadeelde derde, inclusief de proceskosten en de wettelijke rente waartoe de verdachte/veroordeelde is veroordeeld, voor zover deze vordering een directe relatie heeft met het voordeel en tot een maximum van het voordeel uit dat specifieke feit. Overige schadecomponenten van deze benadeelde, zoals geleden verlies, gederfde winst, immateriële schade e.d. strekken niet in mindering op het voordeel.

4.6. Diverse overige van belang zijnde factoren [Vervallen per 01-03-2009]

Staat vast dat de ontvreemde voorwerpen aan de door het delict benadeelde persoon zijn teruggegeven, schadevergoeding is betaald of in rechte vorderingen zijn toegekend (zie 4.5), dan kan daarmee bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening worden gehouden. Dit geldt evenzeer indien de officier van justitie gebruikmaakt van de bevoegdheid ex artikel 116 lid 2 onder b Sv (jo lid 3) of de rechtbank gebruikmaakt van de bevoegdheid ex artikel 353 lid 2 onder c Sv en eveneens indien hetgeen door middel van het strafbare feit is verkregen, is verbeurd verklaard (artikel 33a lid 1 onder a Sr).

Indien meerdere personen betrokken zijn bij hetzelfde feitencomplex, wordt het voordeel slechts dan geacht ponds-pondsgewijs te zijn verdeeld indien omtrent de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen andere aanwijzingen bestaan.

5. De ontnemingsvordering ter zitting [Vervallen per 01-03-2009]

5.1. Schriftelijke voorbereiding [Vervallen per 01-03-2009]

Artikel 511d Sv maakt het mogelijk de behandeling van de ontnemingsvordering ter terechtzitting vooraf te doen gaan door een schriftelijke voorbereiding. Voor het hoger beroep bevat artikel 511g Sv een overeenkomstige bepaling. De rechtbank bepaalt (al dan niet op verzoek van het Openbaar Ministerie en/of de verdediging) of, en op welke wijze, deze schriftelijke voorbereiding geschiedt.

Het argument van het Openbaar Ministerie om toepassing van deze mogelijkheid te verzoeken, is de gecompliceerdheid van de zaak en wellicht een optimale benutting van de zittingscapaciteit. De rechtbank bepaalt of het Openbaar Ministerie een toelichting op de vordering dient te geven of dat de verdediging eerst dient te reageren op de vordering. De rechtbank bepaalt voorts binnen welke tijd de wederpartij daarop dient te reageren en of partijen weer op elkaars reactie kunnen reageren. In ieder geval dient de schriftelijke voorbereiding te worden gevolgd door een zitting (artikel 511d Sv).

5.2. Het te ontnemen bedrag [Vervallen per 01-03-2009]

Nadat de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de rechter is geschat, zal deze het bedrag bepalen dat de veroordeelde ter ontneming van het voordeel aan de Staat moet betalen.

5.3 . Vermindering/nihil-stelling [Vervallen per 01-03-2009]

De rechter kan de ontnemingsmaatreel verminderen of zelfs kwijtschelden ondanks het feit dat sprake is van een onherroepelijk opgelegde maatregel. Dit kon tot 1 september 2003 alleen als er sprake was van een novum, dat wil zeggen een omstandigheid die zich na de ontnemingszaak had voorgedaan of die de rechter tijdens de ontnemingszaak niet bekend was (artikel 577b Sv). Onder de huidige wetgeving geldt die eis niet meer.

Executie [Vervallen per 01-03-2009]

6. Executie [Vervallen per 01-03-2009]

Het is de taak van de officier van justitie en de Advocaat-generaal om een ontnemingsmaatregel, terstond nadat deze onherroepelijk en executeerbaar is geworden, ter executie aan te melden bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden. Het CJIB draagt zorg voor de inning van de ontnemingsmaatregel. Indien er geen betaling van de ontnemingsmaatregel volgt en volledig verhaal op diens vermogen niet mogelijk is, kan sinds 1 september 2003 een vordering tot lijfsdwang (ex artikel 577c Sv) worden ingesteld.

Correspondentie over de executie, bijvoorbeeld over betalingsregelingen, dient door het betreffende parket te worden doorgestuurd naar het CJIB. Hierbij wordt verwezen naar de Aanwijzing executie (nr. 2003A010; gepubliceerd in Stcrt. 2003, 126).

Overig [Vervallen per 01-03-2009]

7. Het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst [Vervallen per 01-03-2009]

7.1. Afstemming [Vervallen per 01-03-2009]

Om te voorkomen dat de verdachte/veroordeelde, belastingplichtige c.q -schuldige, nadat deze een schikking/transactie met een ontnemingscomponent is aangegaan achteraf alsnog wordt geconfronteerd met belastingheffing over het wederrechtelijk verkregene, zijn de volgende afspraken met de Belastingdienst gemaakt.

De Belastingdienst zal de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zo min mogelijk belemmeren.5 Over strafrechtelijk ontnomen wederrechtelijk verkregen voordeel is uiteindelijk geen belasting verschuldigd. Eventuele belastingheffing hierover moet financieel ongedaan worden gemaakt.6

Dit laat onverlet de bevoegdheid van de Belastingdienst om de fiscale regelgeving toe te passen op zaken die geen onderdeel uitmaken van een ontnemingsonderzoek.

De officier van justitie pleegt zonodig overleg met de fraudecoördinator van de desbetreffende belastingeenheid. Hierin kunnen twee vormen van overleg worden onderscheiden:

  • a. Bij een voorgenomen schikkingsbedrag van minder dan € 50.000 meldt de officier van justitie zijn voornemen bij de fraudecoördinator van de Belastingdienst. In de melding geeft de officier van justitie aan hoe hoog hij het wederrechtelijk verkregen voordeel in de relevante periode heeft geschat, met daarbij zo mogelijk een onderverdeling per jaar. Behoudens een tegenbericht van de Belastingdienst binnen vier weken, kan de officier van justitie ervan uitgaan dat de Belastingdienst dit bedrag ook als inkomen in aanmerking neemt. Indien dit bedrag wordt ontnomen, treft de Belastingdienst maatregelen, waardoor cumulatie van strafrechtelijke ontneming van en belastingheffing over het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt voorkomen of weggenomen.

  • b. Bij een voorgenomen schikkingsbedrag van € 50.000 of meer, vindt overleg plaats tussen de officier van justitie en de fraudecoördinator van de desbetreffende belastingeenheid, waarbij het geschatte bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgelegd.

7.2. Invorderingsaspecten [Vervallen per 01-03-2009]

Invorderingsaspecten komen aan de orde indien al (navorderings-)aanslagen zijn opgelegd, voordat bij de Belastingdienst bekend is dat er een strafrechtelijk ontnemingstraject is gestart. Ook komen invorderingsaspecten aan de orde indien de Belastingdienst niet langer kan wachten met het opleggen van aanslagen in verband met het verlopen van termijnen. Indien in deze twee gevallen de Belastingdienst door het Openbaar Ministerie in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van een verdachte/veroordeelde belastingplichtige/-schuldige, wordt als volgt gehandeld:

  • de ontvanger treft invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter;

  • de ontvanger gaat niet over tot daadwerkelijke uitwinning van vermogensbestanddelen dan na overleg met de officier van justitie.

Dit laatste geldt niet onverkort indien de verdachte/veroordeelde belastingplichtige/-schuldige naast illegaal inkomen ook nog belastingschuld over legaal inkomen heeft. In dat geval kan de ontvanger wel tot daadwerkelijke uitwinning van die vermogensbestanddelen overgaan, die niet dankzij onderzoek van opsporingsinstantie/Openbaar Ministerie boven water zijn gekomen.

8. Buitengerechtelijke afdoening [Vervallen per 01-03-2009]

8.1. Transactie [Vervallen per 01-03-2009]

Indien in de transactie de gehele of gedeeltelijke ontneming van het voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 74 lid 2 onder d Sr is opgenomen, dient expliciet in het transactievoorstel te worden vermeld welk deel van de transactie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient en welk deel op de strafzaak betrekking heeft. Ook dient in de transactie nauwkeurig omschreven te zijn op welk strafbaar feit of strafbare feiten de ontnemingscomponent betrekking heeft. Daarbij wordt gebruikgemaakt van bijgevoegd model (bijlage 2). (let op de samenhang met de Aanwijzing hoge transacties en transacties in bijzondere zaken.)

8.2. Schikking [Vervallen per 01-03-2009]

De officier van justitie kan met de betrokken persoon een schriftelijke schikking ex artikel 511c Sv aangaan tot betaling van een geldbedrag en/of tot overdracht van voorwerpen aan de Staat. De schikking kan dienen ter gehele of gedeeltelijke ontneming van het voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel. Een schikking heeft alleen betrekking op de ontnemingszaak, niet op de strafzaak.

De schikking wordt overeengekomen volgens bijgevoegd model (bijlage 3).

8.3. Afstemming binnen het Openbaar Ministerie [Vervallen per 01-03-2009]

Ongeacht de hoogte van het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel laat de officier van justitie zich bij de onderhandelingen over een transactie met ontnemingscomponent of een schikking ondersteunen door het BOOM.

Ongeacht de hoogte van het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel dient bij zowel transacties met een ontnemingscomponent als schikkingen waarbij sprake is van een beduidende maatschappelijke impact de hoofdofficier van justitie te worden geraadpleegd.

Bij een geschat wederrechtelijk verkregen voordeel van € 500.000 en meer dient door toedoen van de hoofdofficier van justitie en vergezeld van een schriftelijk advies van het BOOM de Procureur-generaal ontnemingen te worden geraadpleegd. Deze Procureur-generaal bepaalt hierop of de voorgenomen transactie of schikking aan het College van Procureurs-generaal moet worden voorgelegd (let op de samenhang met de Aanwijzing hoge transacties en transacties in bijzondere zaken).

Overgangsrecht [Vervallen per 01-03-2009]

De beleidsregels in deze Aanwijzing hebben gelding met onmiddellijke ingang vanaf de datum van inwerkingtreding.

Bijlage 1 [Vervallen per 01-03-2009]

Bijlage 242290.png

Bijlage 2 [Vervallen per 01-03-2009]

Transactie ex artikel 74 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

Parketnummer: ...

Verzenddatum: ...

Vervaldatum: ...

De Officier van Justitie in het Arrondissement

Mr....,

biedt hierbij aan: ...

Naam: ...

Voornaam: ...

Woonplaats: ...

Adres: ...

Geboortedatum: ...

Geboorteplaats: ...

die wordt verdacht van misdrijven/overtredingen van artt: ...

als vervat in het strafdossier met bovenstaand parketnummer

aan, overeenkomstig artikel 74 Wetboek van Strafrecht, dat hij niet vervolgd zal worden ter zake van de in dat strafdossier vermelde misdrijven/overtredingen, respectievelijk de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, onder de volgende – mits aangekruiste – voorwaarden:

u betaling aan de Staat van een bedrag van €......, ter voorkoming van de strafvervolging,

en

u afstand ten behoeve van de Staat van de volgende voorwerpen, die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring en/of onttrekking aan het verkeer,

en

u uitlevering/voldoening aan de Staat van de geschatte waarde van de volgende voorwerpen die vatbaar voor verbeurdverklaring zijn,

en

u vergoeding van de veroorzaakte schade ten bedrage van €.….. aan ....., (gehele of gedeeltelijke schadevergoeding aan het slachtoffer),

alsmede ter ontneming van het voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel

u betaling aan de Staat van een bedrag van €.......,

en

u overdracht van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen*

(* bij overdracht van voorwerpen in het buitenland en bij overdracht van registergoederen dient vooraf overleg met het BOOM te worden gevoerd.)

Het ontnemingsdeel in deze transactie heeft uitsluitend betrekking op de volgende strafbare feiten die blijken uit het strafdossier met bovengenoemd parketnummer:

- *

- *

- *

(* zo nauwkeurig mogelijk omschrijven)

Eerst door voldoening aan de aangekruiste voorwaarden, in die zin dat het totale geldbedrag uiterlijk op bovenvermelde vervaldatum ontvangen is en door feitelijke overdracht van de voorwerpen,verklaart de verdachte zich met de inhoud van deze transactie voor akkoord en komt zij tot stand.

Uitsluitend in dat geval vervalt het recht tot strafvervolging. Indien het totale geldbedrag niet tijdig is ontvangen en de over te dragen voorwerpen niet tijdig zijn geleverd, vervalt deze transactie en wordt zij geacht niet te zijn overeengekomen.

De Officier van Justitie

Bijlage 3 [Vervallen per 01-03-2009]

Schikking ex artikel 511c Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

Parketnummer: ...

Verzenddatum: ...

Vervaldatum: ...

Betaaldata: ...

De Officier van Justitie in het Arrondissement,

Mr ...,

doet hierbij aan

Naam: ...

Voornamen: ...

Woonplaats/vestigingsplaats: ...

Adres: ...

Geboortedatum: ...

Geboorteplaats: ...

die wordt verdacht van of is veroordeeld voor strafbare feiten als aangeduid in het strafdossier met het hierboven genoemde parketnummer,

het aanbod tot een schikking als bedoeld in artikel 511c Wetboek van Strafvordering te komen,

teneinde daarmee een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht te voorkomen.

1. Aanbod [Vervallen per 01-03-2009]

De Officier van Justitie biedt daartoe aan een ontnemingsvordering als hierboven aangeduid achterwege te laten indien aan de hieronder vermelde (en waar nodig aangekruiste) voorwaarden wordt voldaan:

[ ] Betaling aan de Staat der Nederlanden van een geldsom van € ……

[ ] Overdracht aan de Staat der Nederlanden van de hierna of op …… de aangehechte lijst vermelde roerende zaken*

[ ] Overdracht aan de Staat der Nederlanden van de hierna of op …… de aangehechte lijst vermelde vorderingen ………*

[ ] Overdracht aan de Staat der Nederlanden van de hierna aangegeven registergoederen ………*

* bij overdracht van voorwerpen in het buitenland en registergoederen, alsmede bij overdracht van rechten aan toonder of order, dient vooraf overleg met het BOOM te worden gevoerd.

2. Omschrijving registergoederen [Vervallen per 01-03-2009]

- het registergoed plaatselijk bekend ……………………………………..

kadastraal sectie …… nummer ……

- het registergoed plaatselijk bekend ……………………………………...

kadastraal sectie …… nummer ……

3. Aanvaarding [Vervallen per 01-03-2009]

Dit aanbod is geldig tot de hierboven genoemde vervaldatum.

Het aanbod is eerst aanvaard indien het voor akkoord getekend exemplaar van deze schikking door mij vóór de vervaldatum is ontvangen.

Voor zover het aanbod strekt tot betaling van een geldbedrag of overdracht van een roerende zaak, of rechten aan toonder of order, kan het aanbod bovendien worden aanvaard door betaling door middel van bijgevoegde acceptgiro vóór de vervaldatum, respectievelijk feitelijke afgifte van de zaak of het betreffende document, waarbij voor het order document geldt dat het ten name van de Staat der Nederlanden moet zijn gesteld.

Voor zover het aanbod strekt tot de overdracht van registergoederen die echtelijke woning zijn, kan aanvaarding van het aanbod slechts plaatsvinden indien de echtgeno(o)t(e) van de aanvaardende partij daarmee instemt en ten bewijze daarvan deze brief eveneens voor akkoord ondertekent.

4. Rechtsgevolgen [Vervallen per 01-03-2009]

Voor zover de Staat der Nederlanden de roerende zaak, of het document betreffende het recht aan toonder of order waarvan overdracht wordt gedaan reeds onder zich heeft, wordt de levering van het goed met aanvaarding van dit aanbod voltooid, met dien verstande dat voor een document aan order geldt dat de tenaamstelling eerst dient te zijn gewijzigd.

Voor zover dit aanbod strekt tot betaling van een geldbedrag in termijnen te voldoen, verplicht aanvaarding van dit aanbod tot betaling van dit bedrag – zonder verrekening door de aanvaardende partij – in gelijke termijnen, steeds vóór de hierboven genoemde betaaldata. Voor zover dit aanbod strekt tot betaling van een geldsom en hierboven geen afzonderlijke betaaldata zijn vermeld dient het te betalen bedrag – zonder verrekening door de aanvaardende partij – ineens betaald te worden, en wel binnen 30 dagen na de vervaldatum door middel van bijgevoegde acceptgiro.

Voor zover de Staat der Nederlanden in de beide hiervóór genoemde gevallen reeds een geldbedrag van de aanvaardende partij onder zich heeft, ex artikel 94a lid 2 Sv, vindt na aanvaarding van dit aanbod zoveel mogelijk verrekening met dat bedrag plaats. Aanvaarding van het aanbod verplicht, voor zover nodig, verder tot (medewerking aan) levering van de volle eigendom binnen 30 dagen na de vervaldatum – vrij van beslagen, vrij van pandrechten, vrij van bodemverontreiniging en zonder verrekening door de aanvaardende partij – van de goederen waarvan overdracht wordt gedaan.

Met aanvaarding van dit aanbod wordt de Officier van Justitie onherroepelijk gemachtigd – zo nodig namens de aanvaardende partij – de handelingen te verrichten ten behoeve van levering van de hierboven aangeduide goederen. De Officier van Justitie mag zich daarbij laten vervangen. De kosten van de levering van registergoederen komen voor rekening van …… .

Deze schikking strekt – na aanvaarding van een aanbod tot de overdracht van een vordering op naam – mede tot levering van die vordering.

5. Niet-nakoming [Vervallen per 01-03-2009]

Indien de hierboven omschreven verplichtingen niet, niet tijdig of niet volledig worden nagekomen kan door de Officier van Justitie (alsnog) een ontnemingsmaatregel als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht worden gevorderd.

In dat geval kan op deze schikking in rechte geen beroep worden gedaan.

6. Overige bepalingen [Vervallen per 01-03-2009]

Deze schikking wordt alleen dan geacht te zijn ontbonden indien geen van de feiten, waarop de ontneming gebaseerd zou zijn, tot een strafveroordeling leidt, onverminderd het bepaalde in artikel 578 en 578a Wetboek van Strafvordering. Deze schikking heeft betrekking op de strafbare feiten die blijken uit het strafdossier met bovengenoemd parketnummer, waarin onder meer de volgende feiten voorkomen:

-... *

-... *

* zo nauwkeurig mogelijk omschrijven.

Totstandkoming van deze schikking heeft slechts betrekking op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en vormt geen beletsel voor strafvervolging in de hoofdzaak, noch voor het opleggen of executeren van straffen of maatregelen daarin. Dit aanbod wordt in tweevoud toegezonden. Een exemplaar daarvan kan na akkoordbevinding teruggezonden worden.

De Officier van Justitie

......

Voor akkoord: (legitimatie door middel van Nederlands paspoort / rijbewijs / identiteitskaart no. ……) (kopie meezenden) Voor akkoord echtgeno(o)t(e): (legitimatie door middel van Nederlands paspoort / rijbewijs / identiteitskaart no. ……) (kopie meezenden)

Bijlage 4 [Vervallen per 01-03-2009]

A. Proces-verbaal, tevens bewijs van ontvangst, conservatoir beslag onder de verdachte/veroordeelde op specifiek omschreven roerende zaken en rechten aan toonder of order [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a Sv onder de verdachte/veroordeelde

Verdachte/veroordeelde:

Parketnummer:

Hierbij verklaar ik, verbalisant:

Naam:

Voornamen:

Functie:

Rang:

dat op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

Deze inbeslagneming vond plaats door de officier van justitie:

Mr.

verbonden aan het arrondissementsparket te:

Postbus:

Postcode en plaatsnaam:

De inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Rechtsgrond van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag is gegrond op de machtiging:

u conservatoir beslag ex art. 103 Sv

u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv

Doel van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van:

u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv)

u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv)

De beslagene [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag wordt hierbij gelegd onder de verdachte/veroordeelde voornoemd.

Voorwerpen die in conservatoir beslag zijn/worden genomen [Vervallen per 01-03-2009]

De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen (de voorwerpen nauwkeurig omschrijven):

Aanhangig [Vervallen per 01-03-2009]

De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment aanhangig bij de rechtbank

te: (plaatsnaam)

onder parketnummer:

Bevel en bewaring [Vervallen per 01-03-2009]

Hierbij wordt aan de beslagene het bevel gedaan om al hetgeen door het beslag wordt getroffen en niet bij de inbeslagneming is meegenomen als bewaarder onder zich te houden en niet te vervreemden, te bezwaren of te belasten, zulks op straffe van onwaarde van hetgeen in strijd met dit beslag is gedaan.

Wel/niet meegenomen voorwerpen [Vervallen per 01-03-2009]

De inbeslaggenomen voorwerpen waarvoor de beslagene niet als bewaarder is aangesteld, zullen zo

spoedig mogelijk in handen van de gerechtelijke bewaarder worden gesteld.

De niet meegenomen voorwerpen, waarvoor beslagene als bewaarder is aangesteld, betreffen de

volgende voorwerpen:

Bewijs van ontvangst [Vervallen per 01-03-2009]

Dit proces-verbaal is heden door mij aan de beslagene afgegeven als bewijs van ontvangst.

Bijzonderheden [Vervallen per 01-03-2009]

(Vermeld hier eventuele bijzonderheden, zoals afgelegde verklaringen, gemaakte opmerkingen of andere bijzonderheden met betrekking tot de eigendom van de beslagen voorwerpen, alsmede of er wel/geen afstandsverklaringen zijn gedaan.)

Bijlagen [Vervallen per 01-03-2009]

Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:

u afschrift machtiging conservatoir beslag

u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek

u bevel tot inbeslagneming

u bijlage proces-verbaal conservatoir beslag op auto’s aantal:

u

Opmerking [Vervallen per 01-03-2009]

De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst.

Sluiting [Vervallen per 01-03-2009]

Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en getekend

op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

De verbalisant,

(Naam en handtekening)

Bijlage [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaal conservatoir beslag ex art. 94a Sv op (een) auto(’s) [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Verdachte:

Parketnummer:

Datum:

Aard van het voertuig [Vervallen per 01-03-2009]

Type:

Model:

Kleur:

Bouwjaar:

Motornr.:

Chassisnr.:

Kenteken:

  aanwezig bijgevoegd
     

Kentekenbewijs deel I:

u

u

Kentekenbewijs deel Il:

u

u

Kopie deel III/overschrijvingsbewijs:

u

u

Autosleutels:

u

u

Koffer te openen

u

u

Algehele staat van het voertuig:

Zie bijgevoegd taxatierapport van Ministerie van Financiën Dienst Domeinen Roerende zaken,

Regio:

Accessoires ja nee merk
       

Radio:

u

u

 

Cassetterecorder:

u

u

 

Radio-cassette:

u

u

 

Cd-speler:

u

u

 

Boxen:

u

u

 

Booster:

u

u

 

De inhoud van de auto, die bestaat uit:

is wel inbeslaggenomen en wordt wel teruggegeven.

De opsporingsambtenaar,

(naam en handtekening)

Artikel 189 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    • hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie;

    • hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt;

    • hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.

  • 2. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

  • 3. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.

Artikel 198 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.

  • 3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.

Artikel 200 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van de openbare dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.

Artikel 552a Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.

  • 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.

  • 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

  • 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.

  • 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.

  • 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  • 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.

Bijlage 5 [Vervallen per 01-03-2009]

B. Kennisgeving en proces-verbaal conservatoir beslag onder een derde op vorderingen en roerende zaken [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a Sv onder een derde Verdachte/veroordeelde:

Parketnummer:

Hierbij verklaar ik, verbalisant:

Naam:

Voornamen:

Functie:

Rang:

dat op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

Deze inbeslagneming vond plaats door/in opdracht van de officier van justitie:

Mr.

verbonden aan het arrondissementsparket te:

Postbus:

Postcode en plaatsnaam:

De inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Rechtsgrond van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag is gegrond op de machtiging:

u conservatoir beslag ex art. 103 Sv

u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv

Doel van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van:

u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv)

u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv)

De derde-beslagene [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag wordt hierbij gelegd onder:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden).

Voorwerpen die in conservatoir beslag zijn/worden genomen [Vervallen per 01-03-2009]

De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen: alle vorderingen van de verdachte/veroordeelde op de derde en voorts alle gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die de derde-beslagene uit hoofde van een thans bestaande rechtsverhouding onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of aan de verdachte/veroordeelde verschuldigd is of zal worden, zulks ter verzekering van het verhaal van de vordering(en) als hierboven omschreven.

Bekendheid [Vervallen per 01-03-2009]

De beslaglegger weet of vermoedt dat de verdachte/veroordeelde in ieder geval de volgende vordering op de derde-beslagene heeft:

u tot een bedrag van ten minste €

u tot afgifte of levering van:

De beslaglegger weet of vermoedt dat in ieder geval de volgende bankrekeningnummers ten name van de verdachte/ veroordeelde of diens eenmanszaak handelend onder de naam zijn gesteld:

De beslaglegger weet of vermoedt dat de derde-beslagene in ieder geval de volgende roerende zaken van verdachte/veroordeelde onder zich heeft (de voorwerpen nauwkeurig omschrijven):

Aanhangig [Vervallen per 01-03-2009]

De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment wel aanhangig bij de rechtbank

te: (plaatsnaam)

onder parketnummer:

Bevel en bewaring [Vervallen per 01-03-2009]

Hierbij wordt aan de derde-beslagene het bevel gedaan om al hetgeen door het beslag wordt getroffen en niet bij de inbeslagneming is/wordt meegenomen als bewaarder onder zich te houden en niet te betalen of over te dragen aan of ten behoeve van de verdachte/veroordeelde, zulks op straffe van onwaarde van hetgeen in strijd met dit beslag is gedaan.

Wel/niet meegenomen voorwerpen [Vervallen per 01-03-2009]

De inbeslaggenomen voorwerpen waarvoor de derde-beslagene niet als bewaarder is aangesteld, zullen zo spoedig mogelijk in handen van de gerechtelijke bewaarder worden gesteld. De meegenomen voorwerpen zijn:

Aanzegging [Vervallen per 01-03-2009]

Dit proces-verbaal zal door een gerechtsdeurwaarder worden betekend aan zowel de derde-beslagene, waarbij een verklaringsformulier in tweevoud wordt uitgereikt, als aan de verdachte/veroordeelde.

De derde-beslagene dient na het verstrijken van vier weken verklaring te doen op dat formulier van al hetgeen hij/ zij aan de verdachte/veroordeelde verschuldigd is en/of wordt.

Door niet of onjuist te verklaren kan de derde-beslagene zelf aansprakelijk worden gesteld voor de vordering tot verhaal waarvan dit beslag dient.

Bijzonderheden [Vervallen per 01-03-2009]

(Vermeldt hier eventuele bijzonderheden, zoals afgelegde verklaringen, gemaakte opmerkingen of andere bijzonderheden met betrekking tot de eigendom van de beslagen voorwerpen, alsmede of er wel/geen afstandsverklaringen zijn gedaan.)

Bijlagen [Vervallen per 01-03-2009]

Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:

u afschrift machtiging conservatoir beslag

u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek

u bevel tot inbeslagneming

u bijlage proces-verbaal conservatoir beslag op auto’s aantal:

u

Opmerking [Vervallen per 01-03-2009]

De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst.

Sluiting [Vervallen per 01-03-2009]

Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en getekend

op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

De verbalisant

(Naam en handtekening)

Bijlage [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaal conservatoir beslag ex art. 94a Sv op (een) auto(s) (onder een derde)

Proces-verbaalnummer:

Verdachte:

Parketnummer:

Datum:

Aard van het voertuig [Vervallen per 01-03-2009]

Merk:

Type:

Model:

Kleur:

Bouwjaar:

Motornr.:

Chassisnr.:

Kenteken:

  aanwezig bijgevoegd
     

Kentekenbewijs deel l:

u

u

Kentekenbewijs deel ll:

u

u

Kopie deel Ill/ overschrijvingsbewijs:

u

u

Autosleutels:

u

u

Koffer te openen:

u

u

Algehele staat van het voertuig:

Zie bijgevoegd taxatierapport van Ministerie van financiën Dienst Domeinen Roerende taken,

Regio:

Accessoires ja nee merk
       

Radio:

u

u

 

Cassetterecorder:

u

u

 

Radio-cassette:

u

u

 

Cd-speler:

u

u

 

Boxen:

u

u

 

Booster:

u

u

 

De inhoud van de auto, die bestaat uit:

is inbeslaggenomen en wordt teruggegeven.

De opsporingsambtenaar,

(Naam en handtekening)

Artikel 189 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    • hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie;

    • hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt;

    • hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.

  • 2. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

  • 3. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.

Artikel 198 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.

  • 3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.

Artikel 200 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van de openbare dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.

Artikel 552a Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.

  • 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.

  • 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

  • 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.

  • 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.

  • 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  • 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.

Bijlage 6 [Vervallen per 01-03-2009]

C. Proces-verbaal, tevens bewijs van ontvangst, conservatoir beslag op specifiek omschreven roerende zaken en rechten aan toonder of order van een ander [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a leden 3 en 4 Sv op voorwerpen van een ander

Verdachte/veroordeelde:

Parketnummer:

Hierbij verklaar ik, verbalisant: [Vervallen per 01-03-2009]

Naam:

Voornamen:

Functie:

Rang:

dat op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

Deze inbeslagneming vond plaats door/in opdracht van de officier van justitie:

Mr.

verbonden aan het arrondissementsparket te:

Postbus:

Postcode en plaatsnaam:

De inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Rechtsgrond van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag is gegrond op de machtiging: u conservatoir beslag ex art. 103 Sv u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv

Doel van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van: u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv)u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op €(art. 94a lid 2 Sv)

De ander-beslagene [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag wordt hierbij gelegd onder:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Redengeving [Vervallen per 01-03-2009]

Het Openbaar Ministerie heeft voldoende redenen om aan te nemen dat de in beslag te nemen voorwerpen, middellijk of onmiddellijk, afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee aan verdacht/veroordeelde een geldboete of een ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd. Er bestaan voorts voldoende aanwijzingen dat die voorwerpen aan de ander zijn gaan toebehoren met het doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen en dat de ander wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat die voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren.

Indien bij de ander een niet middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig voorwerp in beslag wordt genomen (als bedoeld in art. 94a lid 4 Sv), wordt zulks gedaan tot een geschatte waarde van: €

Voorwerpen die in conservatoir beslag zijn/worden genomen [Vervallen per 01-03-2009]

De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen (de voorwerpen nauwkeurig omschrijven en bij beslag aan toonder of order het betreffende document specifiek omschrijven):

Aanhangig [Vervallen per 01-03-2009]

De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment wel aanhangig bij de rechtbank

te: (plaatsnaam)

onder parketnummer:

Bevel [Vervallen per 01-03-2009]

Hierbij wordt aan de ander-beslagene het bevel gedaan om al hetgeen door het beslag wordt getroffen niet te vervreemden, te bezwaren of te belasten.

Bewaring [Vervallen per 01-03-2009]

Over de inbeslaggenomen voorwerpen die niet door mij zijn meegenomen, wordt de ander-beslagene hierbij als bewaarder aangesteld.

De niet-meegenomen voorwerpen zijn:

Bewijs van ontvangst [Vervallen per 01-03-2009]

Dit proces-verbaal is heden door mij aan de ander-beslagene afgegeven als bewijs van ontvangst van de meegenomen voorwerpen.

Aanzegging [Vervallen per 01-03-2009]

Dit proces-verbaal zal ter kennis van de verdachte/veroordeelde worden gebracht.

Bijzonderheden [Vervallen per 01-03-2009]

(Vermeld hier eventuele bijzonderheden, zoals afgelegde verklaringen, gemaakte opmerkingen of andere bijzonderheden met betrekking tot de eigendom van de beslagen voorwerpen, alsmede of er wel/geen afstandsverklaringen zijn gedaan.)

Bijlagen [Vervallen per 01-03-2009]

Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:

u afschrift machtiging conservatoir beslag

u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek

u bevel tot inbeslagneming

u bijlage proces-verbaal conservatoir beslag op auto’s aantal:

u

Opmerking [Vervallen per 01-03-2009]

De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst.

Sluiting [Vervallen per 01-03-2009]

Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en getekend

op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

De verbalisant,

(Naam en handtekening)

Bijlage [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaal conservatoir beslag ex art. 94a Sv op (een) autol’s (onder een derde) [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Verdachte:

Parketnummer:

Datum:

Aard van het voertuig [Vervallen per 01-03-2009]

Merk:

Type:

Model:

Kleur:

Bouwjaar:

Motornr.:

Chassisnr.:

Kenteken:

  aanwezig bijgevoegd
     

Kentekenbewijs deel l:

u

u

Kentekenbewijs deel ll:

u

u

Kopie deel Ill/ overschrijvingsbewijs:

u

u

Autosleutels:

u

u

Koffer te openen:

u

u

Algehele staat van het voertuig:

Zie bijgevoegd taxatierapport van Ministerie van financiën Dienst Domeinen Roerende taken,

Regio:

Accessoires ja nee merk
       

Radio:

u

u

 

Cassetterecorder:

u

u

 

Radio-cassette:

u

u

 

Cd-speler:

u

u

 

Boxen:

u

u

 

Booster:

u

u

 

De inhoud van de auto, die bestaat uit:

is wel inbeslaggenomen en wordt wel teruggegeven.

Artikel 189 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    • hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie;

    • hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt;

    • hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.

  • 2. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

  • 3. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.

Artikel 198 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.

  • 3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.

Artikel 200 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van de openbare dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.

Artikel 552a Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.

  • 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.

  • 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

  • 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.

  • 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.

  • 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  • 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.

Bijlage 7 [Vervallen per 01-03-2009]

D. Kennisgeving en proces-verbaal conservatoir beslag op vorderingen van een ander [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a leden 3 en 4 Sv onder de schuldenaar van een ander

Verdachte/veroordeelde:

Parketnummer:

Hierbij verklaar ik, verbalisant: [Vervallen per 01-03-2009]

Naam:

Voornamen:

Functie:

Rang:

dat op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

Deze inbeslagneming vond plaats door de officier van justitie:

Mr.

verbonden aan het arrondissementsparket te:

Postbus:

Postcode en plaatsnaam:

De ander: [Vervallen per 01-03-2009]

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Deze ander heeft een vordering op de beslagene.

Het Openbaar Ministerie heeft voldoende redenen om aan te nemen dat voorwerpen, middellijk of onmiddellijk, afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee aan verdachte/veroordeelde een geldboete of ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd. Er bestaan voorts voldoende aanwijzingen dat die voorwerpen aan de ander zijn gaan toebehoren met het doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen en dat de ander wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat die voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren. Op grond van art. 94a lid 4 Sv kunnen tevens andere aan de ander toebehorende voorwerpen in beslag worden genomen tot ten hoogste de waarde van de van misdrijf afkomstige voorwerpen.

Onder voorwerpen wordt ook verstaan vorderingen.

Daartoe wordt hierbij op de vorderingen van de ander op de schuldenaar beslag gelegd.

Verdachte/veroordeelde [Vervallen per 01-03-2009]

De inbeslagneming geschiedt tot verhaal van de schuld van verdachte/veroordeelde aan de Staat.

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Rechtsgrond van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag is gegrond op de machtiging:

u conservatoir beslag ex art. 103 Sv

u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv

Doel van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van:

u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv)

u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv)

De schuldenaar-beslagene [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag wordt hierbij gelegd onder:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en woonplaats:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Voorwerpen die in conservatoir beslag zijn/worden genomen [Vervallen per 01-03-2009]

De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen: alle vorderingen van de ander op de schuldenaar-beslagene en voorts alle gelden en/of geldswaarden die de schuldenaar-beslagene uit hoofde van een thans bestaande rechtsverhouding onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of aan de ander verschuldigd is of zal worden, zulks ter verzekering van het verhaal van de vordering(en) als hierboven beschreven.

Bekendheid [Vervallen per 01-03-2009]

De beslaglegger weet of vermoedt dat de ander de volgende vordering op de schuldenaar-beslagene

heeft:

tot een bedrag van ten minste €

De beslaglegger weet of vermoedt dat in ieder geval de volgende bankrekeningnummers ten name

van de ander of diens eenmanszaak handelend onder de naam:

zijn gesteld:

Aanhangig [Vervallen per 01-03-2009]

De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment wel aanhangig bij het gerechtshof

te: (plaatsnaam)

onder parketnummer:

Bevel [Vervallen per 01-03-2009]

Hierbij wordt aan de schuldenaar-beslagene het bevel gedaan om al hetgeen door het beslag wordt getroffen niet te betalen of over te dragen aan of ten behoeve van de ander, zulks op straffe van onwaarde van hetgeen in strijd met dit beslag is gedaan.

Aanzegging [Vervallen per 01-03-2009]

Dit proces-verbaal zal door een gerechtsdeurwaarder worden betekend aan zowel de schuldenaar-beslagene als aan de ander, waarbij aan de schuldenaar-beslagene een verklaringsformulier in tweevoud wordt uitgereikt. De schuldenaar-beslagene dient na het verstrijken van vier weken verklaring te doen op dat formulier van al hetgeen hij/zij aan de ander verschuldigd is en/of wordt. Door niet of onjuist te verklaren kan de schuldenaar-beslagene zelf aansprakelijk worden gesteld voor de vordering tot verhaal waarvan dit beslag dient.

Bijzonderheden [Vervallen per 01-03-2009]

(Vermeld hier eventuele bijzonderheden, zoals afgelegde verklaringen, gemaakte opmerkingen of andere bijzonderheden tot betrekking tot de eigendom van de beslagen voorwerpen, alsmede of er wel/geen afstandsverklaringen zijn gedaan.)

Bijlagen [Vervallen per 01-03-2009]

Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:

u afschrift machtiging conservatoir beslag

u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek

u bevel tot inbeslagneming

Opmerking [Vervallen per 01-03-2009]

De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst.

Sluiting [Vervallen per 01-03-2009]

Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en getekend

op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

De verbalisant,

(Naam en handtekening)

Artikel 189 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    • hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie;

    • hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt;

    • hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.

  • 2. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

  • 3. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.

Artikel 198 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.

  • 3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.

Artikel 200 Wetboek van Strafrecht [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van de openbare dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.

Artikel 552a Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.

  • 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.

  • 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

  • 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.

  • 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.

  • 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  • 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.

Bijlage 8 [Vervallen per 01-03-2009]

E. Proces-verbaal conservatoir beslag onder zichzelf [Vervallen per 01-03-2009]

Proces-verbaalnummer:

Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a onder zichzelf

Verdachte/veroordeelde:

Parketnummer:

Hierbij verklaar ik, [Vervallen per 01-03-2009]

Mr.

officier van justitie in het arrondissement:

Postbus:

Postcode en plaatsnaam:

dat op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

Deze inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde:

Naam:

Voornamen:

Geboren op:

Te:

Adres:

Postcode en plaatsnaam:

(Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.)

Rechtsgrond van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit beslag is gegrond op de machtiging:

u conservatoir beslag ex art. 103 Sv

u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv

Doel van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van:

u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv)

u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv)

De inbeslaggenomen voorwerpen [Vervallen per 01-03-2009]

Het beslag wordt hierbij belegd onder de Staat der Nederlanden, ten deze het Openbaar Ministerie, voor deze zaak domicilie kiezende op mijn parket, op de voorwerpen die zich op mijn last bevinden te:

(bijv. dienst der Domeinen/politiebureau, griffie/parket/financiële dienst der gerechten (FA) )

Voorwerpen die in conservatoir beslag zijn/worden genomen [Vervallen per 01-03-2009]

De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen (de voorwerpen nauwkeurig omschrijven):

Aard van het beslag [Vervallen per 01-03-2009]

Dit conservatoire beslag heeft te gelden als een conservatoir beslag onder zichzelf, als bedoeld in art. 94a jo. 94c Sv en art. 724 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Aanhangig [Vervallen per 01-03-2009]

De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment wel aanhangig bij het gerechtshof

te: (plaatsnaam)

onder parketnummer:

Bijlagen [Vervallen per 01-03-2009]

Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:

u afschrift machtiging conservatoir beslag

u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek

u bevel tot inbeslagneming

u

Opmerking [Vervallen per 01-03-2009]

De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst.

Sluiting [Vervallen per 01-03-2009]

Waarvan door mij op is opgemaakt dit proces-verbaal, gesloten en getekend

op: (datum en tijdstip)

te: (plaatsnaam)

De officier van justitie,

(Naam en handtekening)

Artikel 552a Wetboek van Strafvordering [Vervallen per 01-03-2009]

  • 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.

  • 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.

  • 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

  • 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.

  • 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.

  • 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.

  • 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.

  • ^ [1]

    Conform de wijze als geregeld in artikel 585 e.v. Sv.

  • ^ [2]

    Het Conservatoir en Executoriaal Beslagsysteem is een systeem dat behulpzaam is bij het beheren van conservatoir en executoriaal inbeslaggenomen voorwerpen. De voor dit beheer benodigde gegevens worden na registratie in Compas geautomatiseerd doorgegeven aan CEBES.

  • ^ [3]

    Van dit conservatoir beslag vindt immers geen registratie in COMPAS plaats en derhalve worden deze gegevens niet via CEBES aan het BOOM doorgegeven.

  • ^ [4]

    Indien het inbeslaggenomen geld niet het wederrechtelijk verkregen voordeel belichaamt, of indien het vervreemde voorwerp dit voordeel niet belichaamt, behoort de rente niet tot het wederrechtelijk verkregen voordeel en is uitsluitend het verhaalsobject vermeerderd.

  • ^ [5]

    Zie het besluit van het Ministerie van Financiën van 28 juni 1999, AFZ nr. 99/1489U ‘Voorschrift inzake de samenwerking van de Belastingdienst met de politie en andere opsporingsinstanties’.

  • ^ [6]

    Zie TK 1989-1990, nr. 21 504, nr. 3 (MvT), blz 79.