Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Richtlijn voor strafvordering arbeidstijdenbesluit vervoer[Regeling vervallen per 31-05-2009.]

Geldend van 01-06-2005 t/m 30-05-2009

Richtlijn voor strafvordering arbeidstijdenbesluit vervoer

Achtergrond [Vervallen per 31-05-2009]

Door het van kracht worden van de Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet is voor wat betreft het ATB-v met ingang van 1 juni 2005 (Stbl. 256) de bestuurlijke boete geïntroduceerd in de ATW. Slechts enkele in de ATW genoemde gevallen zijn benoemd als strafbaar gestelde gedragingen die strafrechtelijk gehandhaafd worden; hiervan wordt door de opsporingsambtenaren direct proces-verbaal opgemaakt.

Die strafbare feiten zijn aangewezen als economische delicten in artikel 1, onder 3° van de WED, te weten:

  • a) overtreding van art. 11:3, Betreft de beboetbare feiten genoemd in artikel

    eerste lid, van de ATW

    10:1 ATW. Deze feiten worden strafbare feiten, indien tweemaal binnen een daaraan voorafgaande periode van 48 maanden, met respectievelijke tussenliggende perioden van ten hoogste 24 maanden, voor een zelfde feit, een bestuurlijke boete is opgelegd die onherroepelijk is geworden. (hierna: ‘bestuurlijke recidive’)

    Door art. 2.2:1, tweede lid, van het ATB-v (Stb. 2004, 487) is art. 11:3, eerste lid, van de ATW alleen van toepassing bij bedrijfsonderzoeken.

  • b) overtredingen van art. 11:3.

    De in dit artikellid genoemde beboetbare feiten

    derde lid, van de ATW

    worden aangemerkt als strafbare feiten, als daardoor de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht.

  • c) overtreding van artikel 8:3,

    Het negeren van het bevel tot staken van

    eerste lid, van de ATW

    de arbeid.

Samenvatting [Vervallen per 31-05-2009]

Deze richtlijn bevat de te hanteren tarieven ten aanzien van strafbare feiten opgenomen in het ATB-v met betrekking tot het wegvervoer (rijen rusttijden en daaraan gerelateerde bepalingen) die gelden bij strafrechtelijke afdoening.

Sanctiepunten [Vervallen per 31-05-2009]

Met het oog op de gewenste eenheid in het strafvorderingsbeleid in economische strafzaken heeft het College van procureurs-generaal bijgaande tarieven vastgesteld die landelijk als uitgangspunt dienen voor de bepaling van de bedragen, welke als transactie worden aangeboden of als eis ter terechtzitting kunnen worden gehanteerd. Aansluitend bij het Polarissysteem voor commune delicten is in deze richtlijn gekozen voor een puntensysteem waarbij elk punt staat voor een bedrag van € 22,-.

De onderstaande tarieflijst is zodanig opgesteld dat er ‘in zwaarte’ voldoende evenwicht bestaat tussen de diverse overtredingen. Voor zover mogelijk sluiten de bedragen aan bij de hoogte van de bestuurlijke boetes. Bij meerdere strafbare feiten cumuleren de sanctiepunten.

In kolom A zijn sanctiepunten opgenomen die zijn bedoeld voor zaken waarbij sprake is van overtredingen waarbij – kort gezegd – de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht (11:3, derde lid, ATW).

In kolom B zijn sanctiepunten opgenomen die zijn bedoeld voor zaken waarbij sprake is van het strafrechtelijke traject na bestuurlijke recidive. Bij de hoogte van deze sanctiepunten is rekening gehouden met de eerder opgelegde (verhoogde) bestuurlijke boete. De sanctiepunten in kolom B gelden als eis ter terechtzitting.

Indien na bestuurlijke recidive bij een bedrijfsonderzoek blijkt dat sprake is van een aanmerkelijk verbeterde naleving van deze wet- en regelgeving en er slechts een zeer beperkt aantal feiten resteert, die in het strafrechtelijke traject worden afgedaan, kan een transactie worden aangeboden met toepassing van kolom B.

Feiten in kolom A die met een ** zijn gemarkeerd kunnen niet gekoppeld worden aan een ernstig in gevaar gebrachte verkeersveiligheid of zijn niet in artikel 11:3, derde lid, ATW opgenomen. Feiten in kolom B die met een ** zijn gemarkeerd kunnen niet bij een bedrijfsonderzoek worden geconstateerd.

Strafrechtelijke recidive [Vervallen per 31-05-2009]

Gelet op de termijnen genoemd in art. 11:3, eerste lid, van de ATW in combinatie met eerder genoemd art. 2.2:1, tweede lid, van het ATB-v, zal van strafrechtelijke recidive bij bestuurlijk beboetbare feiten zelden sprake zijn. Mocht een dergelijke situatie zich toch voordoen, dan wordt gedurende de recidivetermijn1 het aantal sanctiepunten opgenomen in kolom B voor de alsdan geconstateerde feiten met 100% verhoogd.

Bij recidive gerelateerd aan de ernstig in gevaar gebrachte verkeersveiligheid, wordt gedurende de genoemde recidivetermijn het aantal sanctiepunten opgenomen in kolom A met 50% verhoogd bij een eerste recidive en met 100% verhoogd bij een tweede (en daaropvolgende) recidive.

Bij herhaalde overtreding van artikel 8:3, eerste lid, van de ATW geldt bij een eerste recidive een verhoging van 50% en bij de tweede (en daaropvolgende) recidive een verhoging van 100%.

Evaluatie [Vervallen per 31-05-2009]

Deze richtlijn zal geëvalueerd worden twee jaar na de ingangsdatum. Dit zal gaan plaatsvinden door de grote parketten te vragen naar hun ervaringen met deze richtlijn. Tevens zal dan maar uiteraard ook in de tussentijd, voor de noodzakelijke afstemming met de handhavingsdiensten en de bestuurlijke boeteorganen (o.a. Inspectie Verkeer & Waterstaat en de Arbeidsinspectie) overleg plaatsvinden om te bezien of deze richtlijn voldoet aan de behoefte.

Overgangsrecht [Vervallen per 31-05-2009]

De beleidsregels in deze richtlijn hebben gelding vanaf de datum inwerkingtreding.

Tarievenlijst [Vervallen per 31-05-2009]

Artikel 2.4:5, eerste lid, ATB-v en artikel 38 ahf sub a, Regeling Controleapparaten      

Het niet zorgdragen dat het controleapparaat ten minste eenmaal per twee jaar door erkende installateur wordt onderzocht.

24

36

 
       
Artikel 2.4:5, eerste lid, ATB-v en artikel 38 ahf sub b, Regeling Controleapparaten      

Het niet zorgdragen dat na verbreking van de verzegelingen, en na bepaalde wijziging aan het motorrijtuig, het controleapparaat door erkende installateur wordt onderzocht.

24

36

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 14, eerste lid, EEG-Verordening 3821/85      

- Het niet verstrekken van voldoende registratiebladen.

12

**

 

- Het verstrekken van niet goedgekeurde registratiebladen.

12

18

 

- Het niet op verzoek een afdruk (printout) kunnen maken.

12

18

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, eerste lid, EEG-Verordening 3821/85      

-Het gebruiken van vuile of beschadigde registratiebladen.

12

**

 

-Het gebruiken van een vuile of beschadigde bestuurderskaart.

12

**

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, tweede lid, EEG-Verordening 3821/85      

- Het niet gebruik maken van een registratieblad of bestuurderskaart.

60

90

 

- Het voortijdig uit het controleapparaat nemen van het registratieblad/bestuurderskaart.

12

18

 

- Een bestuurderskaart voor een langere periode gebruiken dan waarvoor bestemd.

12

18

 

- Het niet zorgdragen dat het registratieblad tijdig wordt verwisseld.

12

18

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, derde lid, EEG-Verordening 3821/85      

- Het niet toezien op een juiste tijdaanduiding op het registratieblad.

12

18

 

- Het niet /niet juist bedienen van de schakelorganen.

12

18

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, vijfde lid a/tm e, EEG-Verordening 3821/85      

Het niet aanbrengen van bepaalde gegevens zoals ronder naam, datum en kilometerstand op het juiste registratieblad .

12

18

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, vijfde lid bis, EEG-Verordening 3821/85      

Het niet invoeren van het landsymbool.

12

18

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, zevende lid, EEG-Verordening 3821/85      

Het niet op verzoek kunnen tonen van:

     

- registratiebladen;

12

**

 

- bestuurderskaart;

12

**

 

- afdruk (printout) gegevens

12

**

 

Het niet bij zich hebben van registratiebladen van voorgaande dagen.

30

**

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 15, achtste lid, EEG-Verordening 3821/85      

- Het vervalsen, uitwisselen of vernietigen van op het registratieblad, in het controleapparaat of op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens en van de afdrukken (printouts).

a. 72 (werkgever)

b. 30 (bestuurder)

**

**

 

- Het misbruik maken van het controleapparaat, het registratieblad of de bestuurderskaart waardoor gegevens of afgedrukte documenten worden vervalst, ontoegankelijk worden gemaakt of vernietigd kunnen worden.

a. 72 (werkgever)

b. 30 (bestuurder)

**

**

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 16, eerste lid, EEG-Verordening 3821/85      

Het niet tijdig herstellen van een niet, althans niet deugdelijk functionerend controleapparaat.

120

180

 
       
Artikel 2.4:5, tweede lid, ATB-v en artikel 16, tweede lid, EEG-Verordening 3821/85      

- Het niet aantekenen van gegevens bij het niet, althans niet deugdelijk functioneren van het controleapparaat.

30

45

 

- Het bij verlies, diefstal, beschadiging of slechte werking van de bestuurderskaart niet aanbrengen van gegevens en handtekening op afdruk (printout)

30

45

 
       
Artikel 2.5:1, vierde lid, ATB-v en artikel 8, eerste lid, EEG-Verordening nr. 3820/85      

Het genieten van een te korte dagelijkse rusttijd bij één bestuurder

     

< 9 uren

< 8 uren

< 7 uren

< 6 uren

< 5 uren

< 4,5 uren

< 4 uren

6

12

24

36

48

60

72

elk volgende half uur + 12 punten

9

18

36

54

72

90

108

minimale norm is 9 uren in een periode van 24 uren

       
Artikel 2.5:1, vierde lid, ATB-v en artikel 8, derde lid, EEG-Verordening nr. 3820/85      

Het genieten van een te korte wekelijkse rusttijd

6 punten eerste uur + 12 punten per elk volgend uur

bij minder dan de helft van de norm + 12 punten per half uur

 

Diverse normen van toepassing.

       
Artikel 2.5:1, vierde lid, ATB-v en artikel 8, tweede lid, EEG-Verordening nr. 3820/85      

Het genieten van een te korte dagelijkse rusttijd bij twee bestuurders.

     

< 8 uren

< 7 uren

< 6 uren

< 5 uren

< 4,5 uren

< 4 uren

6

12

24

36

48

60

elk volgende half uur + 12 punten

9

18

36

54

72

90

minimale norm is 8 uren in een periode van 30 uren

       
Artikel 2.5:3, ATB-v en artikel,6, eerste lid, EEG-Verordening nr. 3820 / 85      

Het verrichten van een te lange dagelijkse rijtijd.

     

< 1 uur

< 2 uur

< 3 uur

< 4 uur

< 4,5 uur

< 5 uur

6

12

24

36

48

60

elk volgend half uur + 12 punten

9

18

36

54

72

90

10 uur rijden is toegestaan
       
Artikel 2.5:3 ATB-v en artikel 6, tweede lid, EEG-Verordening nr. 3820 / 85      

Het verrichten van een te lange 2-wekelijkse rijtijd.

6 per uur

9

90 uur rijden is toegestaan

       
Artikel 2.5:4, vierde lid jo 2.5:5, derde lid, ATB-v      

Het verrichten van meer dan 35 nachtdiensten in periode van 13 weken.

12

per meerdienst

18

 
       
Artikel 2.5:4, vierde lid jo 2.5:5, derde lid, ATB-v      

Het verrichten van meer dan 20 uren arbeid tussen 0.00 en 6.00 uur in tijdvak van 2 weken.

12 p/u

18

 
       
Artikel 2.5:5, derde lid, ahf en onder a, ATB-v      

Het verrichten van meer dan 42 nachtdiensten in periode van 13 weken of 140 maal in 52 weken.

12 per meerdienst

18

Bij in artikel 2.5:5, eerste lid, ATB-v genoemde branches

       
Artikel 2.5:5, derde lid, ahf en onder b, ATB-v      

Het verrichten van meer dan 38 uren nachtdienst in periode van 2 weken.

12 p/u

18

Bij in artikel 2.5:5, eerste lid, ATB-v genoemde branches

       
Artikel 2.5:6, tweede lid, ATB-v en artikel 7, eerste lid, EEG-Verordening nr. 3820 / 85      

Het verrichten van een te lange ononderbroken rijtijd.

   

toegestaan 4,5 uren

> 4,5 uren > 5,5 uren > 6,5 uren > 7,5 uren > 8,5 uren > 9 uren

6

12

24

36

48

60

elk volgend half uur + 12 punten

9

18

36

54

72

90

 
       
Artikel 2.6:1, derde lid, ATB-v      

Het niet naleven van de aan de vrijstelling verbonden voorschriften betreffende de vrijstellingen van:

     

a. artikel 2.5.4, vierde lid, ATBv

12 punten per meerdienst

18

 

b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voor zover dit niet in strijd is met EEG-Verordening nr. 3820/85

24

36

 

c. artikel 2.7:2 ATB-v

12

18

 
       
Artikel 2.7:1 ATB-v      

Het belonen van werknemer naar gelang de afgelegde afstand of de hoeveelheid vervoerde goederen tenzij deze beloningen de verkeersveiligheid niet in gevaar kunnen brengen.

120

180

 
       
Artikel 2.7:2, eerste lid, ATB-v      

Het niet bij zich hebben van een getuigschrift van vakbekwaamheid of een gewaarmerkt afschrift daarvan.

a. 6

b. 24

**

**

a = getuigschrift vergeten

b = niet in het bezit van een getuigschrift

       
Artikel 2.7:2, eerste en tweede lid, ATB-v      

Het als werkgever er niet op toezien dat de bestuurder een getuigschrift van vakbekwaamheid of een gewaarmerkt afschrift daarvan bezit.

24

36

 
       
Artikel 2.7:4, eerste lid sub b, ATB-v      

Het verrichten van arbeid als bijrijder door jeugdige werknemer buiten Nederland.

12

18

 
       
Artikel 2.7:4, tweede lid, ATB-v      

Het niet toezien op het bezit van een verklaring, afgegeven door de Stichting landelijk orgaan Beroepsonderwijs, Transport en Logistiek, waaruit blijkt dat een jeugdige werknemer welke als bijrijder arbeid verricht aldaar is ingeschreven als leerling.

12

18

 
       

Relevante artikelen Arbeidstijdenwet

     

Artikel 4:3, eerste lid, ATWHet niet voeren van een deugdelijke registratie door een werkgever en een persoon als bedoeld in artikel 2:7 eerste lid, ATW ter zake van de arbeids- en rusttijden.

**

360

 
       
Artikel 5:4, derde lid,, ATW      

De arbeid niet zodanig organiseren dat de werknemer 13 vrije zondagen in elke periode van 52 achtereenvolgende weken geniet.

12 punten per zondag

18

bestuurder en bijrijder van 18 jaar en ouder

art. 2.5:2 ATB-v voor taxivervoer

       
Artikel 5:4, vierde lid , ATW      

Het niet genieten van een vrije dag voorafgaande aan de zondag waarop arbeid wordt verricht

12 punten per niet genoten vrije dag

18

bijrijder beneden 18 jaar

       
Artikel 5:10, zevende lid, ATW      

De arbeid niet zodanig organiseren dat een dienst wordt afgewisseld met een pauze.

6 punten

9

 
STRAFBARE FEITEN (geen bestuurlijk beboetbare feiten)  
Artikel 8:3 jo. 8:2, ATW

Het niet op eerste vordering, in geval van overtreding van met name rust- en werktijden, gehoor geven aan de verplichting een rusttijd c.q. onderbreking in acht te nemen.

30

 
     
Artt. 26 en 19, Wet Economische Delicten en art. 184 Wetboek van Strafrecht

Het niet op vordering ter inzage geven van gegevens en bescheiden alsmede het niet voldoen aan een vordering

24

 
  • ^ [1]

    De recidivetermijn bedraagt 5 jaar (zoals bepaald in de Polarisrichtlijnen).