Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit instelling begeleidingscommissie onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid

Geldend van 02-03-2007 t/m heden

Besluit instelling begeleidingscommissie onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Overwegende,

Dat er behoefte bestaat aan onderzoek naar bestaande en nieuwe bestuurlijke en bestuursrechtelijke maatregelen op het terrein van veiligheid, alsmede aan onderzoek om te komen tot meer samenhang in de (visie op) burgemeesterlijke bevoegdheden op het gebied van handhaving van de openbare orde en veiligheid;

Dat het onderzoek wordt verricht door deskundigen op het terrein van openbare orde en veiligheid, primair vanuit bestuur(srechte)lijk perspectief en met aandacht voor de afbakening met het straf(proces)recht;

Dat de onderzoeksresultaten als basis dienen voor besluitvorming of en zo ja hoe bestaande bestuurlijke bevoegdheden op genoemde terreinen uitbreiding vergen en hoe de samenhang, structuur en ordening van bestaande en alsdan benodigde, nieuwe, bevoegdheden beter kan worden geborgd;

Dat het onderzoek wordt verricht door deskundigen op het terrein van openbare orde en veiligheid, primair vanuit bestuur(srechte)lijk perspectief en met aandacht voor de afbakening met het straf(proces)recht;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de Commissie: de begeleidingscommissie Onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid;

  • b. de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

Er is een begeleidingscommissie Onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid.

Artikel 3

De Commissie heeft tot taak:

  • a. het bewaken voor de voortgang, uitvoering en kwaliteit van het onderzoek;

  • b. waar nodig het geven van aanwijzingen en aanbevelingen aan onderzoekers;

  • c. een antwoord te geven op de vraag, of het onderzoek naar bestuurlijke maatregelen veiligheid op adequate wijze is volbracht.

Artikel 4

  • 1 In de Commissie hebben zitting:

    • a. als voorzitter:

      • de heer R.J.G. Bandell, beheerder van het regionale politiekorps Zuid-Holland-Zuid, burgemeester van Dordrecht, voorzitter bestuur Nederlands Genootschap van Burgemeesters;

    • b. als leden:

      • de heer drs. E.S.M. Akerboom, Korpschef Politie Brabant Noord;

      • de heer prof. mr. J.G. Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap/openbare orde, Rijksuniversiteit Groningen;

      • de heer mr. P.A.G. Cammaert, burgemeester van Velsen, lid Commissie bestuur en veiligheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

      • de heer mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, lid van de Raad van State, voormalig hoogleraar bestuursrecht/openbare orderecht;

      • de heer prof. mr. B.F. Keulen, hoogleraar strafrecht, Rijksuniversiteit Groningen;

      • de heer mr. H.J. Moraal, hoofdofficier van Justitie arrondissement Den Haag;

      • twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

      • twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie.

  • 2 De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, mr. A.B. Engberts, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 5

  • 1 De onderzoekers brengen uiterlijk op 1 juni 2007 hun rapport uit aan de Commissie.

  • 2 Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de Commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van een deugdelijk rapport door de onderzoekers, dan stelt de Commissie de Minister daarvan onverwijld op de hoogte.

  • 3 De Minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid en brengt de Commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.

  • 4 Na het uitbrengen van het rapport door de onderzoekers wordt de Commissie opgeheven.

Artikel 6

Op de Commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205) van toepassing. De Commissie wordt als ‘algemeen’ in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 aangemerkt.

Artikel 7

De archiefbescheiden van de Commissie worden na haar opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 december 2006.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes