Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Flora en Fauna vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Geldend van 23-02-2007 t/m heden

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Flora en Fauna vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 18 januari 2006, arc-2006.03456/10);

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 25 januari 2007

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze:
de

Projectdirecteur Project Wegwerken Archiefachterstanden PWAA

,

A. van der Kooij

Basisselectiedocument

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister van Financiën Minister van Justitie

op het beleidsterrein

FLORA EN FAUNA

1945–1993

Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA)

concept/versie juni 2006

Lijst van afkortingen

AMvB: Algemene maatregel van bestuur

BZK: (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

BSD: Basis Selectiedocument

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

CRM: (Ministerie van) Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk

EZ: (Ministerie van) Economische Zaken

Fin: (Ministerie van) Financiën

Jus: (Ministerie van) Justitie

KB: Koninklijk Besluit

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

LVV: 1946–1960 (Ministerie van) Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening

LenV: 1960–1989 (Ministerie van) Landbouw en Visserij

LNV: 1989–2003 (Ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

2003– (Ministerie van) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

NA: Nationaal Archief

OCW: (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OKW: (Ministerie van) Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen

OM: Openbaar Ministerie

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

SZV: (Ministerie van) Sociale Zaken en Volksgezondheid

TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)

VenW: (Ministerie van) Verkeer en Waterstaat

VB: Verordeningenblad voor het Nederlandsche bezette gebied

VoMil: (Ministerie van) Volksgezondheid en Milieuhygiëne

VROM: (Ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WVC: (Ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Verantwoording

Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

De definitie van het beleidsterrein

Het Flora- en Faunabeleid houdt zich bezig met het beschermen en instandhouden van in het wild levende planten- en diersoorten. Hiervoor is een uitgebreid instrumentarium ontwikkeld dat voornamelijk bestaat uit wet- en regelgeving.

De afbakening van het beleidsterrein

Dit BSD is gebaseerd op het RIO nr. 32, ‘Flora en Fauna’ en de selectielijst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor dit beleidsterrein. De meeste handelingen in dit BSD zijn overgenomen uit het RIO Flora en Fauna’. Tevens zijn ter completering een aantal algemene handelingen toegevoegd. Het oorspronkelijke BSD voor het beleidsterrein Flora en Fauna dateert van 1999 en hierin waren deze algemene handelingen niet opgenomen. Het is echter gebruikelijk dat deze handelingen worden opgenomen in het BSD, omdat ze op vrijwel elk beleidsterrein voorkomen.

In het onderhavige BSD zijn handelingen opgenomen van de actor de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1945–1965). De taken die de Minister van OKW had met betrekking tot natuurbescherming, werden in 1965 overgenomen door de actor de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1965–1983). In dit BSD zijn de handelingen van deze actoren opgenomen onder de kop ‘de Minister (mede) belast met Flora en Fauna’.

Ook zijn in dit BSD handelingen opgenomen voor de Minister van Financiën, de Minister van Justitie en het onder de laatste Minister ressorterende Openbaar Ministerie.

In het RIO zijn een groot aantal handelingen opgenomen voor de verschillende commissies die vanaf 1945 op het beleidsterrein flora en fauna actief zijn geweest. In dit BSD zijn handelingen opgenomen voor de actoren de Commissie van Bijstand, de Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemde Diersoorten en de Natuurbeschermingsraad. Aangezien de betrokkenheid van de Ministers van OKW en CRM bij andere commissies, zoals de Jachtcommissie, de Jachtraad, het Jachtfonds en de Wildschadecommissies niet aantoonbaar aanwezig is geweest, is er voor gekozen om deze actoren niet in dit BSD op te nemen.

De handelingen die in het RIO voor de commissies zijn geformuleerd lopen nogal uiteen. Ter aanvulling van de commissiehandelingen van de bovengenoemde actoren zijn een aantal algemene commissiehandelingen opgenomen. Het gaat om de nummers 18, 19, 20, 21, 22, en 23. Zodoende wordt voorkomen dat archiefbescheiden, hetzij van de actor de Minister (mede) belast met flora en fauna, hetzij van de commissies, niet kunnen worden bewerkt en geselecteerd.

Doelstellingen en taken van de overheid op beleidsterrein Flora en Fauna

De doelstelling van het overheidsbeleid, dat zich bezig hield met in het wild levende dieren, heeft zich ontwikkeld van de bescherming van de jachtbelangen via de bescherming van de landbouwgewassen tot de bescherming van flora en fauna door instandhouding van in- en uitheemse planten- en diersoorten.

De doelstelling wordt gerealiseerd door:

  • het ontwikkelen van beleid op het gebied van Flora en Fauna;

  • het vastleggen van het beleid in wet- en regelgeving en beleidsnota’s;

  • het verstrekken van financiële middelen aan met de uitvoering van de verschillende wetten belaste raden en commissies;

  • het bekostigen van op bescherming van planten- en diersoorten gerichte projecten.

De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1945–1965)

Commissie van Bijstand

De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1965–1983)

Natuurbeschermingsraad

Adviescommissie wet bedreigde uitheemse diersoorten

De Minister van Financiën

De Minister van Justitie

Openbaar Ministerie

Selectiedoelstelling

In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’

Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (’blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Algemeen selectiecriterium

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met de RAD, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

Verslag van de vaststellingsprocedure

In 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Financiën en de Minister van Justitie aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 december 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van genoemde Ministeries en bij de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 18 januari 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2006.03456/10), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 25 januari 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/07/256), de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/07/257) de Minister van Financiën (C/S&A/07/254) en de Minister van Justitie (C/S&A/07/255) vastgesteld.

Leeswijzer

Handelingnr.: Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

Actorenoverzicht

Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

– De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1945–1965)

Hij is verantwoordelijk voor natuurbescherming en de vanuit dit oogpunt geregelde bescherming van planten- en diersoorten.

– Commissie van Bijstand

Deze commissie is ingesteld door de rechtsvoorganger van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening bij KB (Stb. 1947, H148). Deze commissie had tot taak de Minister van Landbouw te adviseren inzake de uitvoering van de Vogelwet.

Actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

– De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1965–1983)

Hij is verantwoordelijk voor natuurbescherming en de vanuit dit oogpunt geregelde bescherming van planten- en diersoorten.

– Natuurbeschermingsraad

Ingesteld door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk bij de Natuurbeschermingswet (Stb. 1967, 572).

De raad was in de periode 1968–1983 onderdeel van genoemd Ministerie. Sinds 1983 maakt de raad deel uit van het Ministerie van LNV. Ze had tot taak de Minister te adviseren in zaken op het gebied van natuurbescherming en het verrichten van opgedragen werkzaamheden. De Commissie van Faunabescherming is onderdeel van deze raad.

– Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten

Ingesteld door de rechtsvoorganger van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening bij Besluit (Stb. 1975, 9). Deze commissie had tot taak de staatssecretaris van LNV te adviseren over maatregelen ter uitvoering van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten enerzijds, en taken uit te voeren die bepaald waren in de Conventie van Washington.

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

– De Minister onder wie Financiën ressorteert

Deze Minister had enkele taken op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeiden uit de Nuttige Dierenwet (Stb. 1914, 262), de Jachtwet (Stb. 1923, 331, Stb. 1954, 523, Stb. 1977, 387) en de wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten (Stb. 1975, 48).

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

– De Minister onder wie Justitie ressorteert

Deze Minister had een taak op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeide uit de Jachtwet (Stb. 1923, 331 en Stb. 1954, 523).

– Het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie had taken op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeiden uit de Molwet (Stb. 1917, 706), de Jachtwet (Stb. 1923, 331) en de Vogelwet (Stb. 1936, 700, Stb. 1947, H12).

Selectielijst

A. Primaire zorgdrager

Actor: de Minister (mede) belast met Flora en Fauna

Algemene beleidsvoorbereiding en verantwoording

1.

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Begrotingen

Waardering: B 1, 2

2.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het beleidsterrein flora en fauna, alsmede het evalueren daarvan.

Periode: 1945–1983

Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief

Waardering: B 1

3.

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief

Waardering: B 3

4.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten-Generaal op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief

Waardering: B 3

5.

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief

Waardering: B 3

6.

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende ‘Flora en Fauna’ en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.

Periode: 1945–1983

Product: beschikkingen, verweerschriften

Waardering: B 3

7.

Handeling: Het (mede-)voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van internationale regelingen op het beleidsterrein flora en fauna en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1945–1983

Product: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Waardering: B 1

8.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief

Waardering: V, 2 jaar

9.

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: voorlichtingsmateriaal

Opmerking: Het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) valt onder handeling 1.

Waardering: V, 5 jaar na afhandeling

B 3: 1 exemplaar van het gedrukte voorlichtingsmateriaal. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

10.

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: offertes, brieven, rapporten

Waardering: B 1, 2

11.

Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: notities, notulen, brieven

Waardering: V, 10 jaar

12.

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Waardering: V, 10 jaar

13.

Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: rekeningen, declaraties

Waardering: V, 7 jaar

14.

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Bron: Begrotingen

Product: beschikkingen

Waardering: V, 10 jaar

15.

Handeling: Het verlenen van medewerking aan de voorbereiding van de vaststelling, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het beleidsterrein flora en fauna waarvan de Minister van OKW of CRM niet de eerste ondertekenaar is.

Periode: 1945–1983

Waardering: B 1

16.

Handeling: Het (mede-)voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur op het beleidsterrein flora en fauna, gebaseerd op wetgeving die het beleidsterrein overstijgt.

Periode: 1945–1983

Waardering: B 1

17.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ‘zelfstandige’ Ministeriële regelingen op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Waardering: B 1

18.

Handeling: Het instellen van adviescommissies ten aanzien van het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: Instellingsbeschikkingen

Waardering: B 4

19.

Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies werkzaam op het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

20.

Handeling: Het faciliteren op het gebied van bedrijfsvoering en logistiek ten aanzien van adviescommissies.

Periode: 1945–1983

Waardering: V, 7 jaar

21.

Handeling: Het verzoeken om en reageren op een advies van een adviescommissie inzake het beleidsterrein flora en fauna.

Periode: 1945–1983

Waardering: B (criterium 5) adviezen

V 5 jaar, Voorbereiding

22.

Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid dat het beleidsterrein flora en fauna raakt, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat bij de Minister (mede) belast met Flora en Fauna berust.

Periode: 1945–1983

Product: verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen

Waardering: B 1, 2

23.

Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid dat het beleidsterrein flora en fauna raakt, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij de Minister (mede) belast met Flora en Fauna berust.

Periode: 1945–1983

Product: verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen

Waardering: V, 10 jaar

Beleidsvorming en toezicht

Beleidsvorming

Jacht

Jacht op wild en vogels

24.

Handeling: Het wijzigen en intrekken van de Vogelwet.

Periode: 1945–1983

Grondslag: interview

Product: Vogelwet

Waardering: B 1

25.

Handeling: Het vaststellen van de modellen van de vogelvergunningen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit, art. 37 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184);

Waardering: B 5

26.

Handeling: Het vaststellen van het merkteken op een vergunning bedoeld in de Volgelwet waardoor men geprepareerde beschermde vogels onder zich mag hebben, te koop mag vragen, mag kopen en mag vervoeren.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 15bis lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

27.

Handeling: Het aanwijzen van een in Nederland in het wild voorkomende diersoort als beschermde diersoort.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 22 lid 1b (Stb. 1967, 572)

Product: Besluit beschermde inheemse diersoorten (Stb. 1973, 488)

Waardering: B 1

Bescherming van wild

28.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van de Natuurbeschermingswet

Periode: 1965–1983

Grondslag: interview

Product: Natuurbeschermingswet

Waardering: B 1

Jachtseizoenen en raapperiodes

29.

Handeling: Het vaststellen van de raapperiode van kievitseieren, eieren van kemphanen, wulpen, scholeksters, grutto’s, tureluurs, waterhoentjes en meeuwvogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 17 lid 1 en 2, artt. 18 en 19 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12); Vogelbesluit 1937, art. 12 en 13 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Product: AMvB

Waardering: B 1

30.

Handeling: Het vaststellen van de tijd waarin vergunning kan worden verleend tot het zoeken, rapen en in het veld vervoeren van eieren van meeuwvogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 18 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: Vogelbesluit 1937, art. 13 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Opmerking: Zie ook Vogelbesluit, art. 27 en Vogelbeschikking, § 6 (Stcrt. 1937, 162) (vergunningen)

Waardering: B 1

31.

Handeling: Het bepalen van de tijdvakken of delen van het Rijk waarin bepaalde vogelsoorten niet beschermd zullen zijn.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 3 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

Vogelvergunningen

32.

Handeling: Het stellen van regelen inzake het verlenen van in de Vogelwet genoemde vergunningen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 27 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: Vogelbesluit 1937, artt. 23, 24 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

33.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen om dode beschermde vogels onder zich te hebben, te koop te vragen, te kopen en te vervoeren alsmede tot het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, ten vervoer aanbieden en in te voeren van geprepareerde beschermde vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 25 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

34.

Handeling: Het aanwijzen van soorten beschermde vogels (uitgezonderd verminkte vogels) waaraan vergunning kan worden verleend ze te vangen voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden, benevens de voor de jacht gevangen vogels in te voeren, door te voeren of uit te voeren.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 11 lid 1 en 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12); Vogelbesluit 1937, artt. 9 en 10 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Product: AMvB

Waardering: B 1

35.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen tot het onder zich hebben van geprepareerde beschermde vogels met een merkteken van de vergunninghouder.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 25bis (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb.1976, 184)

Waardering: B 1

36.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen beschermde vogels te vangen voor de jacht of de kooi, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 24 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

37.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden over het verlenen van vergunningen door de Minister of, voor wat het vervoeren betreft, door de door die Minister aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 26 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

38.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake vergunningen voor het zoeken, rapen en in het veld vervoeren van eieren van meeuwvogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 27 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

39.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het (kunnen) verlenen van vergunningen verboden activiteiten te verrichten ten aanzien van beschermde vogels, hun nesten en eieren in belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 28 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

40.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen G voor het doden van vogels met verboden vuurwapens door de Minister of door hem aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 28bis (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb.1976, 184)

Waardering: B 1

41.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van eieren en nesten van beschermde vogels.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 30. (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Opmerking: Art. 30 is vervallen, KB 10 mei 1947, Stb. H 148

Waardering: B 1

42.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor het doden en vogels met verboden vangmiddelen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 31 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

43.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verstrekken van vergunningen anders dan bij wet genoemd.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 34 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

44.

Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van geprepareerde beschermde vogels door de Minister of door hem aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 29 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

Wild- en vogelschade

45.

Handeling: Het niet langer tot beschermde vogels rekenen van vogelsoorten, voor bepaalde of onbepaalde tijd, voor het gehele Rijk of een gedeelte hiervan, omwille van de vogelstand of schade.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: AMvB

Waardering: B 1

Vervoer van en handel in wild

46.

Handeling: Het voorwaardelijk toestaan dat preparateurs dode beschermde vogels te koop aanbieden, verkopen, afleveren, ter verzending aan hen vervoeren en ten vervoer aanbieden.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.

Waardering: B1

47.

Handeling: Het bepalen welke beschermde vogels gevangen mogen worden voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, in te voeren, door te voeren of uit te voeren.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 11 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: AMvB

Waardering: B 1

48.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur omtrent levende diersoorten waarvan het verboden is deze ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren.

Periode: 1977–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 2 (Stb. 1975, 48)

Product: Besluit bedreigde uitheemse diersoorten (Stb. 1977, 370)

Waardering: B 1

49.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur na overleg met de Minister van Economische Zaken omtrent soorten levende dieren en herkenbare delen waarvan het voortbestaan wordt bedreigd waarvan het verboden is ze onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.

Periode: 1975–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 3 lid 2 (Stb. 1975, 48)

Product: Besluit (Stb. 1980, 454) en wijziging van Wet bedreigde uitheemse diersoorten (Stb. 1983, 444)

Waardering: B 1

Toezicht

Vogels

50.

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren aan welke houders van vogelvergunningen inzage moeten verlenen in hun administratie met betrekking tot de kooivogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 8 lid g (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

51.

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de Controleurs-Vogelwet 1936 en het geven van aanwijzingen voor uitoefening van hun functie.

Periode: 1947–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, artt. 9, 13 en 18 (Stcrt. 1937, 162, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1947, 105)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

52.

Handeling: Het aanwijzen van mensen die belast zijn met het opsporen van bij de Vogelwet strafbaar gestelde feiten.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 30 lid 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

53.

Handeling: Het aanstellen van personen welke gemachtigd zijn houders van geprepareerde vogels de dieren te laten voorzien van een merkteken.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

54.

Handeling: Het aanwijzen van personen die houder van Vogelvergunning I verplicht de onder zich hebbende geprepareerde beschermde vogels te voorzien van een metalen plaatje met sluiting met volgnummer en de letters C.V.

Periode: 1977–1983

Grondslag: Beschikking Staatssecretaris CRM 28 jan. 1977, N.L.B./F.F.24300

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

55.

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die controle uitoefenen op houders van vogelvergunningen B-1.

Periode: 1980–1983

Grondslag: Rondschrijven CRM 10 juli 1980

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

56.

Handeling: Het aanwijzen van personen die mede belast zijn met het opsporen van strafbare feiten.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 28 lid 1 (Stb. 1967, 572)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Commissie van Bijstand

57.

Handeling: Het (kunnen) instellen van een Commissie van Bijstand welke tot taak heeft de Minister van Landbouw desgevraagd of uit eigener beweging te adviseren omtrent maatregelen, met betrekking tot de vogelwet genomen of te nemen, en hem des gevraagd bij de uitvoering bij te staan.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Vervallen bij KB 19 mei 1947, Stb. 148

Waardering: B 4

58.

Handeling: Het stellen van nadere regelen ten aanzien van de bevoegdheid, samenstelling, benoeming en werkwijze van de commissie.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: Vogelbesluit 1937 art. 4–8. Vervallen bij KB 10 mei 1947, nr. H 148.

Waardering: B 4

59.

Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie van Bijstand en het toevoegen van adviserende leden.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 4 en 5 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

60.

Handeling: Het aanwijzen van organisaties met welke de Minister van Landbouw overleg pleegt inzake het benoemen van leden van de Commissie van Bijstand.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 4 lid 3 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: V, 10 jaar

61.

Handeling: Het op verzoek laten vergaderen van de Commissie van Bijstand.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 6 lid 1 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: V, 5 jaar

62.

Handeling: Het goedkeuren van het Reglement van de Commissie van Bijstand.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 8 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: V, 5 jaar

Bedreigde uitheemse diersoorten

63.

Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn met de opsporing van bij de Wet bedreigde uitheemse diersoorten gestelde strafbare feiten.

Periode: 1977–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 8 (Stb. 1975, 48)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

64.

Handeling: Het instellen van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1975–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 (Stb. 1975, 48)

Product: Besluit

Waardering: B 4

Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten

65.

Handeling: Het (kunnen) geven van nadere voorschriften omtrent de benoeming, samenstelling, werkwijze en bevoegdheid van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1975–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 lid 4 (Stb. 1975, 48)

Waardering: B 5

66.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van met redenen omklede beschikkingen ingevolge de Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1977–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 13 (Stb. 1975, 48)

Waardering: B 1

67.

Handeling: Het aanwijzen van een ondervoorzitter van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 3 lid 1

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

68.

Handeling: Het (kunnen) toevoegen van een of meer adjunct-secretarissen aan de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 4 lid 2

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

69.

Handeling: Het goedkeuren van de kosten, voortvloeiend uit de werkzaamheden die door, namens of in opdracht van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten worden verricht.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 14 (Stb. 1976, 560)

Waardering: V, 10 jaar

70.

Handeling: Het aanwijzen van rijksambtenaren die de vergaderingen van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten kunnen bijwonen met adviserende stem.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 6 (Stb. 1976, 560)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

71.

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris allen deskundigen op het gebied van de natuurbescherming, van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1975–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 lid 3 (Stb. 1975, 48)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Natuurbescherming

72.

Handeling: Het op verzoek van de Natuurbeschermingsraad instellen van de Commissie voor de Faunabescherming.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 3 lid 6 (Stb. 1967, 572)

Waardering: B 4

Fauna

Objecten

Jagers

Jachtakten en vogelvergunningen

73.

Handeling: Het bepalen van de geldsom tegen welke een vogelvergunning kan worden verstrekt.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 32 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: V, 5 jaar

74.

Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vogelvergunningen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 35j (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Opmerking: De handeling betreft alle soorten vogelvergunningen.

Waardering: V, 5 jaar

Jachtmiddelen

75.

Handeling: Het (kunnen) verbieden of voorwaardelijk toestaan van bepaalde aangewezen middelen voor het doden, vangen en pogen te vangen van in de Vogelwet bedoelde (beschermde) vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 23 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 1

76.

Handeling: Het (kunnen) verbieden of voorwaardelijk toestaan van zich in het veld bevinden met bepaalde aangewezen middelen, geschikt tot het vangen of doden van in de Vogelwet bedoelde (beschermde) vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 23 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 1

Wild

Bij wet genoemd wild

77.

Handeling: Het vaststellen en wijzigen van het begrip ‘beschermde vogels’.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 1 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: Vogelwet 1936 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1970, 422)

Waardering: B 1

78.

Handeling: Het vaststellen en wijzigen van de begrippen ‘vogels’, ‘eieren’ en ‘veld’.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 1

79.

Handeling: Het aanwijzen van vogels voor de kooi en voor de jacht.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 9 en 10 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Opmerking: zie voorts art. 24 van het Vogelbesluit en §2 van de Vogelbeschikking

Waardering: B 1

80.

Handeling: Het bepalen van vogelsoorten die niet tot de beschermde soorten gerekend zullen worden.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit, art. 3 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

81.

Handeling: Het bij beschikking aanwijzen van beschermde vogels en van voorwaardelijk onbeschermde vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 1 lid 2 en 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 1

Niet bij wet genoemd wild

82.

Handeling: Het opstellen van een rondschrift inzake veranderingen in regelgeving aangaande onbeschermde vogels.

Periode: 1945–1983

Bron: Circulaire

Opmerking: De circulaires hebben verschillende geadresseerden.

Waardering: B 5

Vervoer van en handel in wild

83.

Handeling: Het aanwijzen van natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer van vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 26 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: V, 5 jaar

84.

Handeling: Het erkennen van preparateurs.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.

Waardering: V, 5 jaar

85.

Handeling: Het stellen van regels inzake het erkennen van preparateurs.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.

Waardering: B 1

86.

Handeling: Het verstrekken van een merkteken met vermelding van naam en nummer van de verleende Vogelvergunning.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 16 lid f (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: B 5

Instrumenten

Ontheffingen

87.

Handeling: Het adviseren van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse dierensoorten inzake voorschriften verbonden aan ontheffingen van het verbod bedreigde diersoorten onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit, houdende regelen ter uitvoering van artikel 11, lid vier, van de wet Bedreigde uitheemse diersoorten, art. 9 (Stb. 1976, 560)

Waardering: B 1

88.

Handeling: Het (kunnen) verlenen en intrekken met eventuele voorschriften van ontheffingen van het verbod bedreigde diersoorten onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.

Periode: 1977–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 5 lid 1 en 2 (Stb. 1975, 48)

Waardering: B 5

89.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen of vrijstellingen voor het vangen of doden van een beschermde diersoort.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 25 lid 1 (Stb. 1967, 572)

Waardering: B 5

Vergunningen

Vogelvergunningen

90.

Handeling: Het adviseren van de Commissaris van de Koningin inzake het (kunnen) verlenen en intrekken van vergunningen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 23 lid 4 en 5 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)

Waardering: B 1

91.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen aan grondeigenaren, gebruikers of aan hun lasthebbers op verzoek van eigenaren of gebruikers van gronden of wateren om beschermde vogels die schade aanrichten of overlast veroorzaken of dreigen dat te doen, te doden, te vangen en daarna te vervoeren, hun nesten te verstoren en deze activiteiten door giften of beloften aan te moedigen of te belonen.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 10 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

92.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen om bepaalde soorten beschermde vogels (uitgezonderd verminkte vogels) te vangen voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden, benevens de voor de jacht gevangen vogels in te voeren, door te voeren of uit te voeren.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 11 lid 1 en 2, en art. 14 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

93.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen in het belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap tot het verrichten van bij de in de Vogelwet genoemde verboden activiteiten.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 21 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

94.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van de vogelvergunningen H (schieten van beschermde vogels) en G (schieten van onbeschermde vogels) tot het gebruik maken van vuurwapenen bij het doden van beschermde vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

95.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van beschermde vogels en eieren en nesten van beschermde vogels.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is vervallen per 10 januari 1947.

Waardering: V, 5 jaar

96.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen (Vogelvergunning D) tot het vervoeren en ten vervoer aanbieden van op geoorloofde wijze voorhanden gehouden geprepareerde beschermde vogels en vogels bedoeld in de Vogelwet.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 24 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

97.

Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vergunningen om beschermde vogels te vangen of te doden.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit, art. 15, 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

98.

Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vergunningen om vogels te doden of te vangen met verboden vangmiddelen.

Periode: 1965–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 17 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

99.

Handeling: Het voorwaardelijk toestemming (kunnen) verlenen van het aan een vogelvergunninghouder te koop aanbieden, verkopen en afleveren van dode beschermde vogels en het ter verzending aan hen vervoeren en ten vervoer aanbieden van die vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Product: AMvB

Waardering: B 1

100.

Handeling: Het bepalen van de prijs van een Vogelvergunning B.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 15 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

101.

Handeling: Het verlenen van de Vogelvergunningen D.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 29 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

102.

Handeling: Het bepalen van de prijs van een Vogelvergunning E.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 35 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

103.

Handeling: Het verstrekken van verlof tot vernietiging van het bij de Vogelvergunningen A-1, A-2, A-3 en A-4 behorende ontvangstregister met aantekeningen over de ontvangst van kooivogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 35 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

104.

Handeling: Het verstrekken van verlof tot vernietiging van het bij de Vogelvergunningen A-5, A-6 en A-7 behorende vangregister waarin is bijgehouden het aantal en de soort gevangen vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 11a (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: V, 5 jaar

105.

Handeling: Het bepalen van de geldigheidsduur van de vergunningen A-5, A-6 en A-7.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 6 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

Preparateursvergunningen

106.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen voor het onder zich hebben, te koop vragen, kopen en vervoeren van dode beschermde vogels, alsmede tot het te verkoop aanbieden, verkopen, afleveren, ten vervoer aanbieden, invoeren en doorvoeren van (geprepareerde) beschermde vogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 15 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Zie ook art. 25 van het Vogelbesluit 1937 en § 3 van de Vogelbeschikking 1937 (vergunningen)

Waardering: V, 5 jaar

107.

Handeling: Het doen samenstellen van een lijst van vogelvergunningen B-1 en B-2 houders en preparateurs.

Periode: 1980–1983

Grondslag: Rondschrijven CRM 10 juli 1980

Waardering: V, 5 jaar

Kooivogelvergunningen

108.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen ter voorziening in de behoefte aan kooivogels.

Periode: 1945–1983

Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art.4 (Stcrt. 1937, 162)

Waardering: V, 5 jaar

Flora

Objecten

109.

Handeling: Het aanwijzen van een in Nederland in het wild voorkomende plantensoort als beschermde plantensoort.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 2 (Stb. 1967, 572)

Product: Besluit beschermde inheemse plantensoorten (‘Rode lijst’ ) (Stb. 1973, 487)

Waardering: B 5

Instrumenten

110.

Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen of vrijstellingen voor het onder zich hebben of te koop aanbieden van een beschermde plantensoort.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 25 lid 1 (Stb. 1967, 572)

Waardering: V, 5 jaar

B. Actoren onder de zorg van de primaire zorgdrager

Actor: Commissie van Bijstand

111.

Handeling: Het opstellen van het Reglement waarin de werkwijze en verantwoording van de uitgaven van de Commissie van Bijstand geregeld zijn.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 8 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: B 5

112.

Handeling: Het onderzoeken van die gevallen, welke omschreven zijn in het reglement.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 7 (Stb. 1937, 647)

Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)

Waardering: V, 5 jaar

113.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging de Minister (mede) belast met Flora en Fauna adviseren inzake maatregelen, met betrekking tot de uitvoering van de vogelwet genomen of te nemen, en hem desgevraagd bij de uitvoering bij te staan.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 3

114.

Handeling: Het adviseren van de Minister (mede) belast met Flora en Fauna inzake het bepalen van het tijdvak of het gedeelte van het Rijk waarin een vogelsoort niet tot een beschermde soort behoort.

Periode: 1945–1947

Grondslag: Vogelbesluit art. 3 (Stb. 1937, 647)

Waardering: B 3

Actor: Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten

115.

Handeling: Het instellen van sub-commissies met mogelijkheid van bijwonen met adviserende stem.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 5 lid 1 (Stb. 560)

Waardering: B 5

116.

Handeling: Het opstellen van nadere regelen omtrent werkzaamheden van de vaste- en de subcommissies.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 12 (Stb. 560)

Waardering: B 5

117.

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag over de werkzaamheden van het afgelopen jaar.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 15 lid 1 (Stb. 560)

Waardering: B 2

118.

Handeling: Het geven van adviezen aan de commissies alvorens voordrachten gedaan worden voor de vaststelling, de wijziging of de intrekking van een algemene maatregel van bestuur omtrent bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1976–1983

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 9 (Stb. 560)

Waardering: B 3

119.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van CRM over maatregelen met betrekking tot de uitvoering van de wet bedreigde uitheemse diersoorten en hem desgevraagd bij die uitvoering bijstaat.

Periode: 1975–1983

Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 (Stb. 1975, 48)

Waardering: B 3

Actor: Natuurbeschermingsraad

120.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Minister inzake zaken, welke op natuurbescherming betrekking hebben.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 2 (Stb. 1967, 572)

Waardering: B 3

121.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Minister omtrent maatregelen met betrekking tot de uitvoering van de vogelwet genomen of te nemen, en hem desgevraagd bij de uitvoering bij te staan.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Waardering: B 3

122.

Handeling: Het adviseren van de Minister inzake het verbieden van het onder zich hebben, te koop vragen, kopen, te koop aanbieden, ten verkoop voorhanden of voorradig hebben, verkopen of uitzetten van dieren, eieren, poppen of larven van die dieren, behorende tot een niet in Nederland van nature in het wild voorkomende soort, hetzij voor geheel Nederland hetzij voor een deel daarvan geheel of gedeeltelijk.

Periode: 1968–1983

Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 24a lid 1 (Stb. 1967, 562, zoals gewijzigd bij Stb. 1993, 586)

Waardering: B 3

C. Overige Actoren

Actor: Minister van Financiën

123.

Handeling: Het vergoeden van taxateurs voor hun werkzaamheden.

Periode: 1955–

Grondslag: Jachtwet, art. 46 lid 4 (Stb. 1954, 523, zoals gewijzigd bij Stb. 1977, 387)

Waardering: V, 7 jaar

124.

Handeling: Het verlenen van reis- en verblijfskosten aan de leden en niet-leden van de adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.

Periode: 1976–

Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten van 1 oktober 1976 art. 14

Waardering: V, 7 jaar

125.

Handeling: Het aanwijzen van plaatsen waar schadeloosstelling door het opheffen van jachtrechten, worden uitbetaald.

Periode: 1945–1955

Grondslag: Jachtwet, art. 73 lid 2 (Stb. 1923, 331)

Waardering: V, 7 jaar

126.

Handeling: Het aanwijzen van kohiers bestemd voor jachtrente.

Periode: 1971–1977

Grondslag: Jachtwet, art. 78 lid 2 (Stb. 1954, 523)

Opmerking: Deze handeling is erbij gekomen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1970, 608). Deze handeling is vervallen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1977, 387).

Waardering: V, 7 jaar

127.

Handeling: Het aantekenen in de kadastrale legger van het bedrag van de jachtrente bij ieder daaraan onderworpen perceel.

Periode: 1945–1955

Grondslag: Jachtwet, art. 80 (Stb. 1923, 331)

Waardering: V, 7 jaar

128.

Handeling: Het aantekenen van het bedrag van de jachtrente in de kadastrale legger bij ieder daaraan onderworpen perceel.

Periode: 1971–1977

Grondslag: Jachtwet, art. 78 lid 2 (Stb. 1954, 523)

Opmerking: Deze handeling is erbij gekomen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1970, 608) inzake gemeentelijke en provinciale belastingen. Hierin wordt aangekondigd dat artikel 78 is uitgebreid met een tweede lid. Deze handeling is vervallen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1977, 387).

Waardering: V, 7 jaar

129.

Handeling: Het vaststellen van bepalingen omtrent de afkoop van de jachtrente.

Periode: 1945–1955

Grondslag: Jachtwet, art. 83 lid 3 (Stb. 1923, 331)

Waardering: V, 7 jaar

130.

Handeling: Het verlenen van schadevergoeding in die gevallen als in beslag genomen goederen, op grond van de Nuttige Dierenwet, niet meer terug gegeven kunnen worden.

Periode: 1945–1958

Grondslag: Nuttige dierenwet, art. 11 en 12 (Stb. 1914, 262)

Waardering: V, 7 jaar

Actor: Minister van Justitie

131.

Handeling: Het aanwijzen, aanstellen en ontslaan van ambtenaren die belast zijn met in de jachtwet strafbaar gestelde feiten.

Periode: 1945–

Grondslag: Jachtwet, art. 43 (Stb. 1923, 331) en Jachtwet, art. 73 lid 1b (Stb. 1954, 523)

Waardering: V, 10 jaar

Actor: Openbaar Ministerie

132.

Handeling: Het bevelen van vernietiging, teruggave of schadeloosstelling van en voor in beslag genomen voorwerpen die bij Molwet verboden zijn.

Periode: 1945–1958

Grondslag: Molwet, art. 8, 12 en 13 (Stb. 1917, 706)

Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)

Waardering: V, 5 jaar

133.

Handeling: Het bevelen tot vernietiging van in beslag genomen voorwerpen die bij Molwet verboden zijn.

Periode: 1945–1955

Grondslag: Jachtwet, art. 50 (Stb. 1923, 331)

Waardering: V, 5 jaar

134.

Handeling: Het (kunnen) laten vernietigen, teruggeven of het schadeloos stellen van in beslag genomen voorwerpen.

Periode: 1945–1958

Grondslag: Vogelwet, art. 32 lid 2 en art. 34 lid 1 en 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)

Waardering: V, 5 jaar

135.

Handeling: Het (kunnen) gelasten in beslag genomen levende dieren weer in vrijheid te stellen.

Periode: 1945–1958

Grondslag: Vogelwet, art. 32 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)

Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)

Waardering: V, 5 jaar

Concordans

BSD nr.

RIO nr.

Toelichting

1–23

Toegevoegde algemene handelingen

24

4

 

25

6

 

26

8

 

27

11

 

28

12

 

29

17

 

30

18

 

31

19

 

32

25

 

33

26

 

34

27

 

35

28

 

36

29

 

37

30

 

38

31

 

39

32

 

40

33

 

41

34

 

42

35

 

43

36

 

44

37

 

45

47

 

46

48

 

47

49

 

48

50

 

49

51

 

50

105

 

51

106

 

52

107

 

53

108

 

54

110

 

55

111

 

56

112

 

57

113

 

58

114

 

59

116

 

60

117

 

61

118

 

62

120

 

63

124

 

64

125

 

65

126

 

66

127

 

67

128

 

68

129

 

69

131

 

70

133

 

71

134

 

Verwijderd

140

Valt onder algemene handeling 3 van het BSD Natuur- en landschapsbeheer (en relatienotabeleid) dat voor VWS wordt vastgesteld.

72

142

 

73

172

 

74

173

 

75

193

 

76

194

 

77

202

 

78

203

 

79

204

 

80

205

 

81

206

 

82

209

 

83

215

 

84

223

 

85

224

 

86

225

 

87

233

 

88

234

 

89

236/238

90

253

 

91

255

 

92

256

 

93

257

 

94

258

 

95

259

 

96

260

 

97

261

 

98

262

 

99

265

 

100

266

 

101

267

 

102

268

 

103

269

 

104

270

 

105

271

 

106

273

 

107

275

 

108

276

 

109

279

 

110

280

 

111

119

 

112

121

 

113

122

 

114

123

 

115

132

 

116

135

 

117

136

 

118

137

 

119

138

 

120

141

 

121

143

 

122

144

 

123

45

 

124

130

 

125

148

 

126

151

 

127

152

 

128

153

 

129

155

 

130

240

 

131

54

 

132

239

 

133

241

 

134

242

 

135

243