Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing elektronisch toezicht[Regeling vervallen per 31-05-2010.]

Geldend van 01-01-2006 t/m 30-05-2010

Aanwijzing elektronisch toezicht

Achtergrond [Vervallen per 31-05-2010]

Deze aanwijzing geeft algemene regels voor de vordering van elektronisch toezicht in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis of bij een voorwaardelijke veroordeling. Voor het in enigerlei vorm vorderen van elektronisch toezicht is het noodzakelijk dat een reclasseringsrapport is gevraagd en uitgebracht. Elektronisch toezicht als zodanig heeft betrekking op het technisch hulpmiddel waarmee de naleving van de bijzondere voorwaarde wordt gecontroleerd c.q. ondersteund. In de meeste gevallen is het technisch hulpmiddel een ‘enkelband’ (zender) in combinatie met een ontvanger (‘kastje’), in toenemende mate worden echter ook GPS (permanente elektronische monitoring) en stemherkenning (mogelijkheid van stemcontrole via het vaste telefoonnetwerk) toegepast. De aanwijzing maakt hierin geen onderscheid, juist omdat deze toekomstgericht wil zijn en maatwerk wil kunnen bieden. In het reclasseringsadvies wordt voorgesteld welk middel gelet op de omstandigheden de voorkeur verdient. Reclassering Nederland is verantwoordelijk voor de uitvoering van het elektronisch toezicht (aansluiting van het technisch hulpmiddel), ook als één van beide andere reclasseringsorganisaties belast is met het feitelijke toezicht op de verdachte/veroordeelde.

Minderjarigen [Vervallen per 31-05-2010]

De aanwijzing geeft geen algemene regels voor de vordering van elektronisch toezicht bij minderjarigen. Voor zover elektronisch toezicht als controlemiddel bij minderjarigen wordt toegepast (bijv. pilot arrondissement Groningen), dienen hierover op lokaal/arrondissementaal niveau afspraken te worden gemaakt tussen OM, Raad voor de Kinderbescherming/jeugdreclassering en Reclassering Nederland. Het College van procureurs-generaal wil dat dergelijke afspraken c.q. pilots ter goedkeuring aan de pg-portefeuillehouder worden voorgelegd, zodat de evaluatie hiervan kan worden gevolgd met het oog op verdere beleidsontwikkeling door het OM. Eventuele algemene regels kunnen in een later stadium in een beleidsregel van het OM worden opgenomen.

Tbs met voorwaarden [Vervallen per 31-05-2010]

De aanwijzing geeft evenmin algemene regels voor de vordering van elektronisch toezicht (i.c. GPS) in het kader van de TBS met voorwaarden. Deze toepassingsvorm van elektronisch toezicht wordt door de rechter al opgelegd, maar leent zich nog niet voor het stellen van algemene regels vanuit het OM. Ook hier geldt dat evaluatie van de technische en praktische (on)mogelijkheden nog moet plaatsvinden. Eventuele algemene regels zullen te gelegener tijd worden opgenomen in de Aanwijzing TBS met voorwaarden.

Tenuitvoerlegging door de minister van Justitie [Vervallen per 31-05-2010]

De toepassing van elektronisch toezicht in het kader van detentiefasering (als onderdeel van een penitentiair programma) of bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende maatregelen (bijv. bij de TBS met dwangverpleging) maakt geen deel uit van deze aanwijzing. Het betreft hier een verantwoordelijkheid van de minister van Justitie waarop andere regelgeving van toepassing is. Evenmin ziet deze aanwijzing op de pilot Elektronische Detentie (de tenuitvoerlegging van korte onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen van daartoe geselecteerde zelfmelders door middel van elektronisch gecontroleerde thuisdetentie). Ook hierop is afzonderlijke regelgeving van de minister van Justitie van toepassing.

Bij brief van 25 augustus 2005 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie voorts het voornemen aangekondigd tot invoering van een nieuwe hoofdstraf voor meerderjarigen. Hiervoor wordt thans wetgeving voorbereid. Het gaat om detentie die thuis wordt ondergaan met behulp van elektronisch toezicht (enkelband). De naleving van bijzondere gedragsvoorwaarden is hierbij niet aan de orde. Na invoering van deze nieuwe hoofdstraf zal de pilot ED worden beeïndigd.

Doelstelling [Vervallen per 31-05-2010]

Deze aangepaste aanwijzing ET heeft tot doel de toepassing van elektronisch toezicht te bevorderen in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis of bij een voorwaardelijke veroordeling. Het is het OM dat op basis van het reclasseringsadvies de naleving van een bijzondere voorwaarde vordert, in combinatie met de toepassing van elektronisch toezicht (bijv. een stadionverbod, een straatverbod c.q. contactverbod, of een lokatiegebod zoals huisarrest op gezette tijden enz.). Uiteindelijk is het vanzelfsprekend de rechter die aard en karakter van de bijzondere voorwaarde bepaalt. De wetgever laat de rechter hierbij in hoge mate vrij. Wordt een bijzondere voorwaarde mede inhoudende de toepassing van elektronisch toezicht verbonden aan de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis, dan is het ook aan de rechter te bepalen of, en zo ja in welke mate, hiermee rekening wordt gehouden bij het opleggen van de uiteindelijke straf. De duur en de intensiteit van de bijzondere voorwaarde spelen hierbij vanzelfsprekend een belangrijke rol.

Handhavingsbeleid/ketenafstemming [Vervallen per 31-05-2010]

Op lokaal niveau (arrondissementaal reclasseringsoverleg en/of AJB) kunnen over de toepassingsmogelijkheden van elektronisch toezicht nadere afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld bij het veelplegerbeleid voor jong volwassenen of bij de strafrechtelijke aanpak van andere doelgroepen (o.m. voetbalvandalisme of huiselijk geweld).

Samenvatting [Vervallen per 31-05-2010]

Deze aanwijzing geeft algemene regels voor de vordering van elektronisch toezicht (enkelband, GPS, stemherkenning) in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis of bij een voorwaardelijke veroordeling. De aanwijzing ziet niet op minderjarigen.

Strafvordering [Vervallen per 31-05-2010]

I. ET als bijzondere voorwaarde bij de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis [Vervallen per 31-05-2010]

1. Aan de vordering tot schorsing van het bevel voorlopige hechtenis kan de officier de toepassing van elektronisch toezicht verbinden. Elektronisch toezicht is het technisch hulpmiddel waarmee de naleving van de bijzondere voorwaarde wordt gecontroleerd c.q. ondersteund. De officier vraagt ter voorbereiding op zijn vordering een reclasseringsadvies aan, waarin expliciet wordt ingegaan op de maximale duur van de periode gedurende welke de verdachte in staat wordt geacht zich aan de bijzondere voorwaarde te houden en waarin tevens wordt aangegeven in welke mate het elektronisch toezicht de bewegingsvrijheid beperkt. Aard en karakter van de bijzondere voorwaarde moeten betrekking hebben op het gedrag van de verdachte en strekken tot verwezenlijking van het doel van de voorlopige hechtenis.

2. Geen verdachte is op voorhand wegens de aard van het delict van toepassing van elektronisch toezicht uitgesloten. Contra-indicaties zijn gelegen in de (feitelijke) onmogelijkheid van de verdachte zich aan de afspraken te kunnen houden (bijv. door het ontbreken van een aanvaardbaar verblijfsadres) of zijn gebaseerd op de inschatting van de reclassering dat de verdachte zich niet aan de strikt na te leven afspraken zal houden.

3. Bij overtreding van de bijzondere voorwaarde licht de reclasseringsorganisatie belast met het toezicht op de verdachte onmiddellijk de officier in waarna deze onverwijld de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis indient. In afwachting van de beslissing van de rechter geeft de officier opdracht tot aanhouding van betrokkene (84 WSv.).

II. ET als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling [Vervallen per 31-05-2010]

1. Als de officier een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf overweegt kan hij de toepassing van elektronisch toezicht vorderen. Elektronisch toezicht is het technisch hulpmiddel waarmee de naleving van de bijzondere voorwaarde wordt gecontroleerd c.q. ondersteund. De officier vraagt ter voorbereiding op zijn vordering een reclasseringsadvies aan, waarin expliciet wordt ingegaan op de maximale duur van de periode gedurende welke de verdachte in staat wordt geacht zich aan de bijzondere voorwaarde te houden en waarin tevens wordt aangegeven in welke mate het elektronisch toezicht de bewegingsvrijheid beperkt. Aard en karakter van de bijzondere voorwaarde moeten betrekking hebben op het gedrag van de verdachte.

2. Geen verdachte is op voorhand wegens de aard van het delict van toepassing van elektronisch toezicht uitgesloten. Contra-indicaties zijn gelegen in de (feitelijke) onmogelijkheid van de verdachte zich aan de afspraken te kunnen houden (bijv. door het ontbreken van een aanvaardbaar verblijfsadres) of zijn gebaseerd op de inschatting van de reclassering dat de verdachte zich niet aan de strikt na te leven afspraken zal houden.

3. Bij overtreding van de bijzondere voorwaarde licht de reclasseringsorganisatie belast met het toezicht op de veroordeelde onmiddellijk de officier in waarna deze per omgaande een vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf indient. Hierbij wordt rekening gehouden met de duur van de periode waarin de bijzondere voorwaarde wel conform de gemaakte afspraken is nageleefd.

III. Ter vervanging van een eis van maximaal 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan de officier de vordering van de navolgende bijzondere voorwaarde overwegen [Vervallen per 31-05-2010]

1. De bijzondere voorwaarde bestaat uit deelname aan een inhoudelijk programma van minimaal 26 u. per week, in combinatie met de toepassing van elektronisch toezicht.

  • a. Het gaat om een alternatief voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal 6 maanden.

  • b. De veroordeelde verblijft gedurende de deelname aan het inhoudelijk programma thuis, behalve op de vooraf overeengekomen tijden. De veroordeelde volgt een programma van minimaal 26 uur per week. Het programma bestaat uit werk, scholing en/of training.

  • c. Randvoorwaarden zijn: de instemming met en ondertekening van een overeenkomst door de deelnemer, geschikte huisvesting, een zinvolle dagbesteding en de instemming van de huisgenoten.

2. Doelgroep

Verdachten worden niet a priori – bijvoorbeeld op grond van de aard van het delict – van toepassing uitgesloten. De reclasseringsorganisatie zal rapporteren over de geschiktheid. Daarvoor onderzoekt de reclasseringsorganisatie o.a. of de potentiële deelnemer in staat mag worden geacht zich te kunnen houden aan te maken afspraken en of zij het nodig vindt dat controle plaatsvindt op het gebruik van alcohol en drugs. De officier controleert of er nog te executeren rechterlijke uitspraken openstaan (executiedocumentatie). Een nog te ondergane principale vrijheidsstraf en/of de tenuitvoerlegging van een bevel vervangende hechtenis na het mislukken van een werkstraf vormen een contra-indicatie voor het vorderen van de bijzondere voorwaarde.

3. Vervangingswaarde/kenmerken

  • a. De bijzondere voorwaarde kan worden toegepast als alternatief voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal 6 maanden. Eventuele in voorarrest doorgebrachte tijd kan bij de vordering worden verrekend met een onvoorwaardelijk op te leggen deel (gelijk aan de duur van het voorarrest).

    In combinatie met een aansluitende werkstraf kan eventueel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6–12 maanden worden vervangen. Zie verder onder IV.

  • b. De bijzondere voorwaarde is sterk vrijheidsbeperkend. De veroordeelde verblijft immers steeds thuis, behalve op de vooraf overeengekomen tijden.

    Voor de veroordeelde hebben het gedwongen thuis zijn, de verplichte deelname aan het programma en de intensieve controle op aan- en afwezigheid een duidelijk strafkarakter.

IV. Substitutie van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6–12 maanden [Vervallen per 31-05-2010]

1. Indien de officier van mening is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6–12 maanden moet worden vervangen, kan aansluitend aan de bijzondere voorwaarde als beschreven onder III. de vordering van een werkstraf worden overwogen. In dat geval wordt – gelet op de ernst van de zaak – een voorwaardelijke straf van maximaal 6 maanden gevorderd, gevolgd door een werkstraf van maximaal 240 u.

Het verdient vanwege het sterk vrijheidsbeperkende karakter van de bijzondere voorwaarde sterk de voorkeur in het vonnis expliciet te laten opnemen dat éérst de bijzondere voorwaarde en daarnà de werkstraf moet worden uitgevoerd.

2. Overtreding van de bijzondere voorwaarde leidt per omgaande tot een vordering tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde deel van de gevangenisstraf – waarbij rekening wordt gehouden met de duur van de periode waarin de bijzondere voorwaarde wel conform de gemaakte afspraken is nageleefd – en mislukking van de werkstraf leidt per omgaande tot vordering van het bevel tenuitvoerlegging vervangende hechtenis.

Overgangsrecht [Vervallen per 31-05-2010]

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.