Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Algemene heffingsverordening bloemen en planten 2004[Regeling materieel uitgewerkt per 06-01-2007.]

Geldend van 01-01-2004 t/m heden

Algemene heffingsverordening bloemen en planten 2004 (HBAG 1)

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel,

Gelet op artikel 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en op artikel 13 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel (Staatsblad 2002 nr. 155);

Heeft na advies van de Commissie Bloemkwekerijproducten (Bloemen en Planten) de volgende verordening vastgesteld:

Artikel 1

  • 1 Deze verordening verstaat onder:

    • a. het HBAG: het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel, Commissie Bloemen en Planten;

    • b. de ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft dan wel de natuurlijke personen of rechtspersonen, die gezamenlijk een onderneming drijven waarvoor het Hoofdbedrijfschap is ingesteld;

    • c. de onderneming: de organisatorische eenheid, die ongeacht

      • a. de rechtsvorm,

      • b. de wijze van financiering,

      • c. de positie die zij binnen een concern vervult en/of

      • d. het bestaan van een joint-venture of een samenwerkingsafspraak tussen zelfstandig blijvende ondernemingen, een economische activiteit vervult;

    • d. het begrotingstijdvak: de periode van 1 januari tot en met 31 december van enig jaar.

    • e. het instellingsbesluit: het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel.

Artikel 2

Voor ieder begrotingstijdvak wordt aan de ondernemers, die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven zoals genoemd in artikel 3, lid 2b, van het instellingsbesluit, een heffing opgelegd.

Artikel 3

De heffing wordt opgelegd op grondslag van het bedrag van de inkoop van bloemkwekerijproducten door de ondernemer gedurende het begrotingstijdvak. Over bloemkwekerijproducten, die afkomstig zijn uit andere Lid-Staten van de EU en in Nederland worden verhandeld, wordt niet geheven.

Artikel 4

De in een percentage van het inkoopbedrag uit te drukken heffing wordt voor ieder begrotingstijdvak vastgesteld.

Artikel 5

  • 1 Voor het begrotingstijdvak van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 bedraagt de heffing vijftig eurocenten per € 454,00 ingekochte bloemkwekerijproducten tot een maximumbedrag welke is gerelateerd aan de totaal betaalde heffing per onderneming.

  • 2 Per ondernemer bedraagt het maximumbedrag van de heffing:

    € 22.700 bij een betaalde heffing van € 22.700 tot € 56.700

    € 34.100 bij een betaalde heffing van € 56.700 tot € 113.400

    € 45.400 bij een betaalde heffing van € 113.400 en hoger.

  • 3 Iedere ondernemer die over het begrotingstijdvak een heffing van meer dan respectievelijk € 22.700 dan wel € 56.700 dan wel € 113.400 per onderneming heeft betaald, ontvangt van het HBAG restitutie van datgene waarmee het in lid 2 genoemde maximumbedrag wordt overschreden.

  • 4 De restitutie kan slechts worden verleend op schriftelijk verzoek van de ondernemer die daarbij tegelijkertijd het HBAG in het bezit stelt van een schriftelijke opgave van de volledige en juiste gegevens, waaruit blijkt welk bedrag aan heffing is betaald.

  • 5 De in lid 4 genoemde schriftelijke bescheiden dienen binnen 3 maanden na afloop van het begrotingstijdvak aan het HBAG te worden toegezonden. Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan éénmaal uitstel worden verleend. Uiterlijk binnen 1 maand na ontvangst daarvan zal het HBAG tot restitutie overgaan, mits na akkoordbevinding van de gegevens van de ondernemer.

  • 6 Voor ondernemingen die onderdeel uitmaken van een concern kan een afwijkend maximumbedrag door het bestuur worden vastgesteld.

Artikel 6

Aan de ondernemer die over het jaar voorafgaande aan het begrotingstijdvak contributie heeft betaald aan de Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijprodukten (VGB) of Plantum-NL wordt een aftrek toegestaan op de hem krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

  • 1 Voor een aftrek op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing komen in aanmerking:

    • a. de ondernemers die over het jaar voorafgaande aan het begrotingstijdvak contributie hebben betaald aan de Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijprodukten (VGB) of Plantum-NL

    • b. De ondernemers die over het jaar voorafgaande aan het begrotingstijdvak contributie hebben betaald aan een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • 1°. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,

    • 2°. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de onderdelen 1 tot en met 5 van paragraaf II, onder A, van de Richtlijnen representativiteit organisaties,

    • 3°. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is,

    • 4°. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

    • 5°. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 2 De aftrek op de heffing bedraagt 50% van het bedrag, dat de ondernemer als contributie aan de organisatie, als genoemd in het eerste lid heeft betaald, doch niet meer dan de helft van het krachtens deze verordening verschuldigde.

  • 3 Alvorens de aftrek wordt verleend moet worden aangetoond dat de ondernemer aan zijn in het eerste lid genoemde contributieverplichting heeft voldaan, alsmede dat door hem tenminste het dubbele van de verlangde aftrek aan heffing is voldaan.

Artikel 7

Het dagelijks bestuur van het HBAG is bevoegd omtrent de bij of krachtens deze verordening geregelde onderwerpen nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen.

Artikel 9

Deze verordening treedt in de plaats van de Algemene Heffingsverordening Bloemen en Planten 2003 van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel, zoals vastgesteld op 9 januari 2003, die hiermede wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze verordening wordt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie geplaatst.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene Heffingsverordening Bloemen en Planten 2004.’

Aalsmeer, 13 november 2003

B.J.M. ter Haar

,

voorzitter

P.M.M. van Ostaijen

,

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 11 november 2004 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 30 oktober 2006, nr. TRCJZ/2004/6121.