Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 31-10-2010 t/m 31-12-2013

Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 11 december 2006, nr. Juza/2006/02444/CLR, houdende regels inzake de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico voor banken en beleggingsondernemingen (Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico)

De Nederlandsche Bank N.V.,

Na overleg met Euronext, de Nederlandse Vereniging van Banken en de Raad van de Effectenbranche;

Gelet op de artikelen 60, eerste lid, onderdeel d, 62a, tweede lid, 62b, eerste, tweede en vierde lid, 62c en 78, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;

Gelet op de artikelen 102, eerste en tweede lid, 103 en 104 van, alsmede bijlage X bij richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEG L 177);

Gelet op de artikelen 20, vierde lid, en 43 van richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEG L 177);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 1:1 [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Basisindicatorbenadering [Vervallen per 01-01-2014]

§ 2.1. Rekenmethode [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 2:1 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Indien een financiële onderneming de basisindicatorbenadering toepast, is de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico gelijk aan 15% van de overeenkomstig het tweede lid vastgestelde relevante indicator.

  • 2 In geval van toepassing van de basisindicatorbenadering wordt de relevante indicator van een financiële onderneming vastgesteld door van de laatste drie jaarlijkse waarnemingen van de som van de jaarlijkse netto rentebaten en de jaarlijkse netto niet-rentebaten het driejaarsgemiddelde te berekenen.

  • 3 In afwijking van het tweede lid wordt, indien voor een bepaalde waarneming de som van de netto rentebaten en de netto niet-rentebaten kleiner is dan nul of gelijk is aan nul, de relevante indicator vastgesteld door van de positieve waarnemingen de som te berekenen en deze uitkomst te delen door het aantal positieve waarnemingen over de laatste drie jaar.

§ 2.2. Relevante indicator [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 2:2 [Vervallen per 01-01-2014]

Voor de jaarlijkse waarnemingen van de som van de netto rentebaten en de netto niet-rentebaten, bedoeld in artikel 2:1, worden de cijfers aan het eind van het boekjaar gebruikt, zoals ontleend aan de door de externe accountant gecertificeerde jaarrekening. Voor zover geen gecertificeerde jaarrekeningen beschikbaar zijn, kunnen voorlopige interne cijfers worden gebruikt.

Artikel 2:3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De netto rentebaten, bedoeld in de artikelen 2:1 en 2:2, zijn het saldo van:

    • a. ontvangen rentebaten en soortgelijk inkomen; en

    • b. rente- en soortgelijke lasten.

  • 2 De netto niet-rentebaten, bedoeld in de artikelen 2:1 en 2:2, zijn de som van:

    • a. de opbrengsten uit aandelen en andere waardepapieren;

    • b. het saldo van ontvangen en betaalde provisies en vergoedingen;

    • c. het resultaat uit financiële transacties; en

    • d. de overige bedrijfsopbrengsten.

Artikel 2:4 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De berekening, bedoeld in artikel 2:1, vindt plaats vóór aftrek van eventuele voorzieningen of bedrijfskosten. Onder bedrijfskosten worden mede begrepen de uitgaven voor de uitbesteding van werkzaamheden aan derden die geen moederonderneming, dochteronderneming of zusteronderneming van de financiële onderneming zijn.

  • 2 In de berekening, bedoeld in artikel 2:1, worden ook de in de winst- en verliesrekening opgenomen herwaarderingen van de in de handelsportefeuille opgenomen posten betrokken.

  • 3 In de berekening, bedoeld in artikel 2:1, worden niet betrokken:

    • a. het gerealiseerde resultaat uit de verkoop van financiële instrumenten die niet tot de handelsportefeuille behoren;

    • b. inkomsten uit buitengewone of incidentele posten; en

    • c. inkomsten uit verzekeringspolissen.

Hoofdstuk 3. Standaardbenadering [Vervallen per 01-01-2014]

§ 3.1. Kwalificatiecriteria [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3:1 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onverminderd de artikelen 23 tot en met 23e van het Besluit, kan een financiële onderneming uitsluitend gebruikmaken van de standaardbenadering indien de financiële onderneming beschikt over een adequaat systeem voor de beoordeling en beheersing van het operationeel risico en over een adequaat systeem van managementverslaggeving.

  • 2 Het beoordelings- en beheersingssysteem voor het operationeel risico, bedoeld in het vorige lid, is adequaat indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a. het bevat een vastlegging van eenduidig toegewezen verantwoordelijkheden;

    • b. het meet en beoordeelt het actuele operationeel risico;

    • c. het houdt relevante gegevens, zoals gegevens over materiële verliezen, bij

    • d. het wordt periodiek aan een onafhankelijk deskundig onderzoek onderworpen; en

    • e. het is geïntegreerd in de door de financiële onderneming toegepaste risicobeheersingsprocessen, zodat de uitkomsten ervan een integraal onderdeel vormen van het proces van bewaking en beheersing van risico’s van de financiële onderneming.

  • 3 Het systeem van managementverslaggeving, bedoeld in het eerste lid, is adequaat indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a. het voorziet in het uitbrengen van verslagen over het operationeel risico aan de relevante bedrijfsonderdelen binnen de financiële onderneming; en

    • b. het bevat procedures om passende maatregelen te treffen in reactie op de in de managementverslagen opgenomen informatie.

§ 3.2. Rekenmethode [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3:2 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Wanneer een financiële onderneming de standaardbenadering toepast, wordt de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico berekend als het gemiddelde over drie jaar van de jaarlijkse totalen van de kapitaalvereisten van de acht in tabel 1 bij artikel 3:4 genoemde business lines.

  • 2 Voor de berekening van de in het eerste lid genoemde kapitaalvereisten worden de relevante indicatoren voor iedere business line vermenigvuldigd met de bijbehorende percentages zoals genoemd in tabel 1 bij artikel 3:4. Op de vaststelling van de relevante indicatoren voor iedere business line is paragraaf 3.3 van toepassing.

  • 3 In ieder gegeven jaar mogen negatieve kapitaalvereisten in een business line (ten gevolge van negatieve uitkomsten van de relevante indicator) onbeperkt met positieve kapitaalvereisten in andere business lines worden gesaldeerd.

  • 4 Indien de geaccumuleerde kapitaalvereisten voor alle business lines in een gegeven jaar echter negatief zijn, wordt de bijdrage voor dat jaar aan de teller op nul vastgesteld.

§ 3.3. Relevante indicatoren [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3:3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Binnen de standaardbenadering worden de relevante indicatoren voor iedere business line vastgesteld door de som te berekenen van de aan deze business line toewijsbare jaarlijkse netto rentebaten en jaarlijkse netto niet-rentebaten.

  • 2 De som van de jaarlijkse netto rentebaten en de jaarlijkse netto niet-rentebaten van alle business lines is overeenkomstig met de jaarlijkse netto rentebaten en de jaarlijkse netto niet-rentebaten van de financiële onderneming als geheel.

  • 3 Op de vaststelling van de in het eerste lid genoemde relevante indicatoren is paragraaf 2.2. van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3:4 [Vervallen per 01-01-2014]

Voor de toepassing van de standaardbenadering worden de in de onderstaande tabel 1 genoemde business lines en bijbehorende percentages onderscheiden.

Tabel 1. Business lines, activiteiten en bijbehorende percentages

Business line

Activiteiten

Percentage

1. Ondernemingsfinanciering

Het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsing van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

18%

 

Dienstverlening in verband met het overnemen van financiële instrumenten

 
 

Beleggingsadvies

 
 

Advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

 
 

Onderzoek en advies op beleggingsgebied en financiële analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in financiële instrumenten

 
     

2. Handel en verkoop

Het handelen voor eigen rekening

18%

 

Het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten

 
 

Het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten

 
 

Het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie

 
 

Activiteiten in samenhang met multilaterale handelsfaciliteiten

 
     

3. Courtagediensten ten behoeve van particulieren en kleine partijen

(Activiteiten met individuele natuurlijke personen of met kleine en middelgrote ondernemingen die voldoen aan de in de Rsk 2010 genoemde criteria om in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen te kunnen worden opgenomen.)

Het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten

12%

Het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten

 

Het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie

 
     

4. Zakelijke bankdiensten

Inontvangstneming van deposito's of andere terugbetaalbare gelden

15%

 

Verstrekken van leningen

 
 

Leasing

 
 

Verlenen van garanties en stellen van borgtochten

 
     

5. Bankdiensten ten behoeve van particulieren en kleine partijen

(activiteiten met individuele natuurlijke personen of met kleine en middelgrote ondernemingen die voldoen aan de in de Rsk 2010 genoemde criteria om in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen te kunnen worden opgenomen. )

Inontvangstneming van deposito's of andere terugbetaalbare gelden

12%

Verstrekken van leningen

 

Leasing

 

Verlenen van garanties en stellen van borgtochten

 
     

6. Betaling en afwikkeling

Betalingsverkeer en -transacties

18%

 

Clearing en settlement van effectentransacties

 
     

7. Bemiddelingsdiensten

Fysiek en administratief bewaarbedrijf en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarneming alsmede daarmee samenhangende diensten zoals liquiditeiten- en/of zekerhedenbeheer en securities lending

15%

     

8. Vermogensbeheer

Beheer van portefeuilles

12%

 

Beheer van instellingen voor collectieve belegging in effecten

 
 

Andere vormen van vermogensbeheer

 

Artikel 3:5 [Vervallen per 01-01-2014]

In afwijking van het vorige artikel, kunnen financiële ondernemingen waarvan de afzonderlijke indicator voor de business line ‘Handel en verkoop’ ten minste de helft bedraagt van de totale som van de indicatoren van de acht business lines, tot 31 december 2012 op de business line ‘Handel en verkoop’ een percentage van 15 toepassen.

§ 3.4. Beginselen bij de toewijzing van activiteiten aan business lines [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3:6 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een financiële onderneming ontwikkelt procedures, richtlijnen en criteria voor de toewijzing van activiteiten, legt deze schriftelijk vast, en past deze aan voorzover nieuwe of veranderende bedrijfsactiviteiten en risico’s daartoe aanleiding geven.

  • 2 De procedures, richtlijnen en criteria, bedoeld in het eerste lid, waarborgen in ieder geval dat de volgende maatregelen zijn getroffen:

    • a. het management is verantwoordelijk voor de toewijzing en wordt gecontroleerd door het toezichthoudend orgaan van de financiële onderneming;

    • b. het proces van de toewijzing wordt periodiek aan een onafhankelijke beoordeling onderworpen;

    • c. alle activiteiten van de financiële onderneming worden op een onderling uitsluitende en volledige wijze in business lines ingedeeld; en

    • d. de toewijzing is, met het oog op de vaststelling van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico, in overeenstemming met de categorieën die voor het krediet- en voor het marktrisico worden gebruikt.

Artikel 3:7 [Vervallen per 01-01-2014]

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, van het vorige artikel, wordt een activiteit die niet direct in het in tabel 1 vastgestelde raamwerk van business lines kan worden ingepast en een ondersteunende of nevenactiviteit bij één van de business lines vormt, achtereenvolgens ingedeeld bij:

  • a. de business line waarvan de activiteit een ondersteunende of nevenactiviteit vormt;

  • b. de business line waaraan de activiteit, gelet op de objectieve, onderscheidende criteria van de verschillende business lines, qua ondersteuning of nevenwerkzaamheden het nauwst gelieerd is; of

  • c. de business line met het hoogste percentage.

Artikel 3:8 [Vervallen per 01-01-2014]

Bij de toewijzing, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, kunnen de kosten van activiteiten die in een bepaalde business line worden gegenereerd, worden doorberekend aan een andere business line indien deze kosten feitelijk ten behoeve van de activiteiten in die andere business line gemaakt worden. Voor deze doorberekening kunnen interne doorberekeningsmethoden worden gebruikt.

§ 3.5. Alternatieve indicatoren voor bepaalde business lines [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3:9 [Vervallen per 01-01-2014]

De alternatieve relevante indicator, bedoeld in artikel 62c, eerste lid, van het Besluit, is gelijk aan het driejaarsgemiddelde van het totale nominale bedrag van de verstrekte leningen en voorschotten. Voor de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico wordt de alternatieve relevante indicator vermenigvuldigd met 0,035.

Artikel 3:10 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Voor de berekening, bedoeld in de eerste volzin van het vorige artikel, worden tot de business line ‘Bankdiensten ten behoeve van particulieren en kleine en middelgrote ondernemingen’ gerekend de verstrekte leningen en voorschotten, die bestaan uit de totale opgenomen bedragen in de volgende kredietportefeuilles:

    • a. particulieren,

    • b. kleine en middelgrote ondernemingen die worden behandeld als particulieren of kleine partijen, en

    • c. gekochte kortlopende vorderingen op particulieren of op kleine partijen.

  • 2 Voor de berekening, bedoeld in de eerste volzin van het vorige artikel, worden tot de business line ‘Zakelijke bankdiensten’ gerekend, de verstrekte leningen en voorschotten die bestaan uit de totale opgenomen bedragen in de volgende kredietportefeuilles:

    • a. ondernemingen;

    • b. landen;

    • c. financiële ondernemingen;

    • d. gespecialiseerde kredietverlening;

    • e. kleine en middelgrote ondernemingen die worden behandeld als ondernemingen; en

    • f. gekochte kortlopende vorderingen op ondernemingen, daaronder begrepen de buiten de handelsportefeuille aangehouden effecten.

Hoofdstuk 4. Geavanceerde benadering [Vervallen per 01-01-2014]

Afdeling 4.1. Kwalificatiecriteria [Vervallen per 01-01-2014]

§ 4.1.1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:1 [Vervallen per 01-01-2014]

De aanvraag, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van het Besluit wordt uitsluitend ingewilligd indien de betrokken financiële onderneming beschikt over een:

  • a. risicobeheersingsysteem dat voldoet aan de in deze afdeling bedoelde kwalitatieve normen; en

  • b. risicomeetsysteem dat voldoet aan de in deze afdeling bedoelde kwalitatieve en kwantitatieve normen.

Artikel 4:2 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een financiële onderneming, die voor de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico van de geavanceerde benadering gebruik maakt, waarborgt dat haar risicobeheersingsysteem en haar risicomeetsysteem en alle daarin gebruikte procedures, aannames en methodieken:

    • a. deugdelijk zijn onderbouwd;

    • b. adequaat zijn gedocumenteerd;

    • c. regelmatig worden geëvalueerd en waar nodig worden herzien om actualiteit en toepasbaarheid te waarborgen; en

    • d. periodiek aan een beoordeling door een interne of externe accountant worden onderworpen.

  • 2 Tevens valideert de financiële onderneming periodiek de resultaten van de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico en het daaraan ten grondslag liggende risicomeetsysteem en de risicobeheersingsprocessen met behulp van adequate kwantitatieve en kwalitatieve technieken.

§ 4.1.2. Kwalitatieve normen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:3 [Vervallen per 01-01-2014]

Het risicomeetsysteem:

  • a. is verregaand geïntegreerd in het dagelijkse risicobeheersingsproces van de financiële onderneming; en

  • b. werkt met transparante en toegankelijke datastromen en -processen.

Artikel 4:4 [Vervallen per 01-01-2014]

Het interne rapportagestelsel van de financiële onderneming omvat minimaal:

  • a. de mate van blootstelling van de financiële onderneming aan operationele risico’s;

  • b. de uit de in onderdeel a bedoelde operationele risico’s voortvloeiende verliezen; en

  • c. de eventuele corrigerende maatregelen die zijn getroffen naar aanleiding van de in onderdeel a bedoelde operationele risico’s.

§ 4.1.3. Algemene kwalitatieve normen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:5 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onverminderd Artikel 4:3 bevat het risicomeetsysteem in ieder geval de volgende componenten:

    • a. interne operationele verliesgegevens als bedoeld in paragraaf 4.1.4;

    • b. externe operationele verliesgegevens als bedoeld in paragraaf 4.1.5;

    • c. scenario-analyses als bedoeld in paragraaf 4.1.6; en

    • d. factoren die het operationeel risicoprofiel van de bedrijfsomgeving en de interne controlesystemen weerspiegelen als bedoeld in paragraaf 4.1.7.

  • 2 Het risicomeetsysteem bevat een methode voor het gebruik en de weging van de in het eerste lid bedoelde componenten.

  • 3 Het risicomeetsysteem bevat tevens de voornaamste risicobepalende factoren die van invloed zijn op de vorm van de staart van de verliesverdeling.

Artikel 4:6 [Vervallen per 01-01-2014]

Een financiële onderneming kan in haar schattingen van het operationeel risico rekening houden met correlaties tussen de uit haar operationeel risico voortvloeiende verliezen, doch uitsluitend indien zij kan aantonen dat de systemen waarmee zij de correlaties schat:

  • a. deugdelijk zijn;

  • b. op integere wijze zijn toegepast; en

  • c. rekening houden met de onzekerheid die inherent is aan het schatten van dergelijke correlaties, in het bijzonder in perioden van stress.

Artikel 4:7 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De financiële onderneming houdt bij de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico rekening met:

    • a. potentiële extreme operationele verliezen;

    • b. een deugdelijkheidsnorm die overeenkomt met een minimum betrouwbaarheidsniveau van 99,9% over een periode van één jaar; en

    • c. verwachte en onverwachte operationele verliezen.

  • 2 Indien de financiële onderneming kan aantonen dat bepaalde verwachte verliezen in haar bedrijfsvoering reeds voldoende in aanmerking zijn genomen, kan zij, in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico deze verliezen buiten beschouwing laten.

Artikel 4:8 [Vervallen per 01-01-2014]

Het risicomeetsysteem is consistent en vermijdt in ieder geval dubbeltellingen met betrekking tot schattingen van kwalitatieve factoren en van risicoverminderende technieken.

§ 4.1.4. Interne operationele verliesgegevens [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:9 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Als onderdeel van haar risicomeetsysteem onderhoudt een financiële onderneming een volledige database, waarin gegevens betreffende interne operationele verliezen boven de door de financiële onderneming vastgestelde minimumdrempels worden vastgelegd.

  • 2 Aan de eis van volledigheid als bedoeld in het eerste lid is voldaan wanneer de database verliesgegevens bevat van alle materiële activiteiten en operationele risico’s van alle bedrijfsonderdelen en vestigingen waarop het risicomeetsysteem van toepassing is.

  • 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt over elk operationeel verlies in ieder geval de volgende informatie in de database vastgelegd:

    • a. de hoogte van de operationele brutoverliezen;

    • b. de data van de gebeurtenissen waarvan deze operationele brutoverliezen het gevolg zijn;

    • c. eventuele terugwinning van deze operationele brutoverliezen; en

    • d. een beschrijving van de oorzaken of risicobepalende factoren die tot deze operationele verliezen hebben geleid respectievelijk daaraan hebben bijgedragen.

  • 4 In afwijking van het tweede lid kan een financiële onderneming interne operationele verliezen buiten de database houden, indien zij kan onderbouwen dat deze noch zelfstandig noch in combinatie een aanzienlijke invloed op de totale risicoschattingen kunnen hebben.

Artikel 4:10 [Vervallen per 01-01-2014]

De financiële onderneming beschikt over specifieke criteria die waarborgen dat en aangeven hoe zij in de database, bedoeld in het vorige artikel, gegevens vastlegt inzake interne operationele verliezen, die, onder meer, het gevolg zijn van:

  • a. een gebeurtenis in een centrale of ondersteunende afdeling;

  • b. een activiteit die zich uitstrekt over meer dan één business line; of

  • c. aan elkaar gerelateerde gebeurtenissen, die op verschillende tijdstippen plaatsvinden.

Artikel 4:11 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Metingen van het operationeel risico zijn gebaseerd op relevante interne operationele verliezen over een periode van tenminste vijf jaar.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan een financiële onderneming vanaf het eerste jaar dat zij van de geavanceerde benadering gebruik maakt een periode voor relevante interne operationele verliezen van drie jaar hanteren, mits zij uiterlijk vanaf het derde jaar weer volledig aan het eerste lid voldoet.

  • 3 De financiële onderneming beschikt over richtlijnen ter beoordeling of en om te bewerkstelligen dat interne operationele verliesgegevens aan de eis van relevantie, bedoeld in het eerste lid, voldoen. Deze richtlijnen geven in ieder geval aan:

    • a. in welke gevallen en in welke mate interne operationele verliesgegevens worden gewogen of op andere wijze worden aangepast om als relevant te kunnen gelden;

    • b. in welke gevallen en in welke mate de in onderdeel a bedoelde aanpassingen op basis van objectieve gegevens dan wel naar eigen inzicht kunnen plaatsvinden; en

    • c. wie bevoegd is om terzake besluiten te nemen.

Artikel 4:12 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Naast de interne operationele verliezen, bedoeld in het vorige artikel, neemt een financiële onderneming in de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico interne operationele verliezen mee, die verband houden met:

    • a. het kredietrisico, voor zover deze verliezen niet reeds in de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het kredietrisico worden meegenomen; en

    • b. het marktrisico.

  • 2 In de database voor het operationeel risico als bedoeld in Artikel 4:9, worden interne operationele verliezen die verband houden met het kredietrisico geregistreerd, ook indien deze verliezen al in de interne databases voor het kredietrisico of in de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het kredietrisico zijn meegenomen. Deze verliezen worden zodanig aangeduid dat zij in de database identificeerbaar zijn.

Artikel 4:13 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een financiële onderneming beschikt over eenduidige en objectieve criteria om haar interne operationele verliesgegevens als bedoeld in Artikel 4:9 aan business lines als bedoeld in tabel 1 bij artikel 3:4 respectievelijk aan gebeurteniscategorieën als bedoeld in tabel 2 bij het tweede lid van dit artikel toe te wijzen. Zij is in staat om de toegewezen gegevens op aanvraag aan DNB te verstrekken.

  • 2 Verliesgegevens die een negatief effect op de gehele financiële onderneming hebben, mogen in uitzonderlijke gevallen in een extra business line ‘ondernemingsaangelegenheden’ worden ondergebracht.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde tabel 2 luidt:

    Tabel 2. Indeling van verliesgebeurtenissen

    Categorie gebeurtenis

    Definitie

    Interne fraude

    Verliezen als gevolg van handelingen waarbij ten minste één interne partij betrokken is en waarmee wordt beoogd te frauderen, eigendommen te verduisteren of wet- of regelgeving of het ondernemingsbeleid te ontduiken of te omzeilen, met uitzondering van gebeurtenissen voortvloeiend uit ongelijkheid of discriminatie

    Externe fraude

    Verliezen als gevolg van door een derde partij gestelde handelingen met de bedoeling te frauderen, eigendommen te verduisteren of de wet te ontduiken

    Praktijken op het gebied van de werkomstandigheden en veiligheid op de werkplaats

    Verliezen als gevolg van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving of overeenkomsten op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid, als gevolg van de uitkering van schadevergoeding voor letsel, of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie

    Cliënten, producten en ondernemingspraktijken

    Verliezen als gevolg van het onopzettelijk of uit onachtzaamheid niet nakomen van een professionele verplichting (met inbegrip van fiduciaire en geschiktheidseisen) jegens bepaalde cliënten, of als gevolg van de aard of het ontwerp van een product

    Schade aan fysieke activa

    Verliezen als gevolg van verlies van of schade aan fysieke activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen

    Verstoring van bedrijfsactiviteiten en systeemfalen

    Verliezen als gevolg van een verstoring van bedrijfsactiviteiten of systeemfalen

    Uitvoering, levering en procesbeheer

    Verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met handelspartners en verkopers

§ 4.1.5. Externe operationele gegevens [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:14 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De financiële onderneming gebruikt relevante externe operationele verliesgegevens in haar risicomeetsysteem. Externe operationele verliesgegevens zijn relevant als zij van toepassing zijn op de activiteiten van de financiële onderneming.

  • 2 De financiële onderneming beschikt over een richtlijn waarin is opgenomen in welke gevallen en volgens welke methodieken zij externe operationele verliesgegevens in haar risicomeetsysteem gebruikt.

§ 4.1.6. Scenario-analyses [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:15 [Vervallen per 01-01-2014]

Een financiële onderneming maakt in haar risicomeetsysteem gebruik van scenario-analyses om te beoordelen in hoeverre zij blootstaat aan het risico van extreme operationele verliezen. De scenario-analyses zijn gebaseerd op het oordeel van deskundigen alsmede op externe operationele verliesgegevens.

§ 4.1.7. Bedrijfsomgeving en interne risicobeheersing [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:16 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een financiële onderneming neemt in haar risicomeetsysteem relevante factoren, die de bedrijfsomgeving bepalen, evenals elementen van interne risicobeheersing, die haar operationeel risicoprofiel beïnvloeden, op.

  • 2 De financiële onderneming onderbouwt de keuze voor relevante risicobepalende factoren en elementen, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van ervaring met en expertopinies over haar bedrijfsomgeving en haar mate van risicobeheersing.

  • 3 Het risicomeetsysteem houdt rekening met veranderingen in de factoren en elementen, bedoeld in het eerste lid, en hun relatieve onderlinge weging.

  • 4 Voor de toepassing van de vorige leden, houdt de financiële onderneming in ieder geval rekening met de volgende veranderingen die invloed op het operationeel risicoprofiel van de financiële onderneming kunnen hebben:

    • a. veranderingen in de risicobeheersing;

    • b. veranderingen van de complexiteit van activiteiten; en

    • c. veranderingen van het businessvolume.

Afdeling 4.2. Het risicoverminderende effect van verzekering en van andere mechanismen van risico-overdracht [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:17 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een financiële onderneming kan in haar risicomeetsysteem het risicoverminderende effect van verzekering in aanmerking nemen, mits daarbij aan de voorwaarden genoemd in de volgende artikelen van deze afdeling wordt voldaan.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan een financiële onderneming in haar risico-meetsysteem ook het risicoverminderende effect van andere mechanismen van risico-overdracht in aanmerking nemen, mits de financiële onderneming aantoont dat met dit mechanisme een merkbaar risicobeperkend effect bereikt wordt.

  • 3 De vermindering van de vereiste solvabiliteit als gevolg van het in aanmerking nemen van verzekering en van andere mechanismen van risico-overdracht bedraagt tezamen ten hoogste 20% van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico, alvorens met eventuele risicoverminderingstechnieken rekening wordt gehouden.

Artikel 4:18 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De verzekering, bedoeld in het eerste lid van het vorige artikel, wordt verstrekt door een verzekeraar die aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a. de verzekeraar beschikt over een vergunning voor het aanbieden van schadeverzekeringen of schadeherverzekeringen als bedoeld in afdeling 2.2.3 of 2.3.3 van de Wet;

    • b. de verzekeraar beschikt voor zijn capaciteit tot afwikkeling van schadegevallen over een minimale solvabiliteitsbeoordeling van een erkend kredietbeoordelingsbureau dat ingevolge tabel A van bijlage 2A bij de Rsk 2010, in kredietkwaliteitstrap 3 of hoger is ingedeeld;

    • c. de verzekeraar is een van de financiële onderneming onafhankelijke derde partij.

  • 2 Ingeval van verzekering door captives of gelieerde ondernemingen draagt de financiële onderneming, voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, haar operationeel risico over aan een ten opzichte van die captive of gelieerde onderneming onafhankelijke derde die aan de toelatingscriteria, bedoeld in het eerste lid, voldoet.

Artikel 4:19 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De verzekeringspolis voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. de polis heeft een looptijd van oorspronkelijk ten minste één jaar;

    • b. de polis kent een opzegtermijn van minimaal 90 dagen; en

    • c. de polis bevat geen uitsluitings- of beperkingsclausules die naar aanleiding van toezichtmaatregelen in werking treden of die, in het geval van een faillissement of een surseance van betaling van de financiële onderneming, de financiële onderneming, de bewindvoerder of de curator beletten de door de financiële onderneming geleden schade of gemaakte kosten terug te vorderen.

  • 2 Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op uitsluitings- of beperkingsclausules die – ingeval van een faillissement of een surseance van betaling van de financiële onderneming – betrekking hebben op gebeurtenissen die ná de faillietverklaring, bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet respectievelijk ná de surseanceverlening, bedoeld in artikel 214 van de Faillissmentswet, hebben plaatsgevonden.

  • 3 Het eerste lid, onderdeel c, is evenmin van toepassing op uitsluitings- of beperkingsclausules op grond waarvan niet wordt uitgekeerd ter voldoening van boetes, sancties of andere door DNB getroffen punitieve maatregelen.

Artikel 4:20 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De verzekeringsdekking, die meegenomen is in de vaststelling van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico, is duidelijk gerelateerd aan en staat in de juiste verhouding tot de inschatting van de waarschijnlijkheid en de omvang van operationele verliezen.

  • 2 De methodiek en de berekeningen inzake risicovermindering vanwege verzekeringsdekking houden, door middel van kortingen of reductiefactoren op het in aanmerking te nemen verzekeringsbedrag, rekening met de volgende elementen:

    • a. de resterende looptijd van een polis, indien deze minder bedraagt dan één jaar;

    • b. de voorwaarden voor beëindiging van een polis, indien de opzegtermijn van de polis minder dan één jaar bedraagt;

    • c. de onzekerheid over uitbetaling van de verzekering; en

    • d. verschillen tussen de daadwerkelijke dekking volgens de verzekeringspolis en de door de financiële onderneming beoogde dekking.

  • 3 Indien de resterende looptijd van de polis als bedoeld in onderdeel a van het vorige lid 90 dagen of minder bedraagt, bedraagt de reductiefactor, voor zover in afwijking van de overige onderdelen van het tweede lid, 100%.

Afdeling 4.3. Gebruik van een geavanceerde benadering op groepsniveau [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 4:21 [Vervallen per 01-01-2014]

De aanvraag om gebruik te mogen maken van een geavanceerde benadering op groepsniveau bevat in ieder geval:

  • a. een beschrijving van de methodiek die wordt toegepast om de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico aan de verschillende entiteiten van de groep toe te rekenen; en

  • b. een beschrijving van de wijze waarop diversificatie-effecten in het risicomeetsysteem zullen worden verwerkt.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 5:1 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 5:2 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 11 december 2006

De

directeur

,

A. Schilder

De

directeur

,

D.E. Witteveen