KruimelpadGeldend op 09-11-2009
In deze regeling wordt verstaan onder een:
a. modelraket: kleine of grote modelraket, niet zijnde vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit, en niet zijnde militair raket of militair projectiel;
b. kleine modelraket: een toestel met een startmassa van maximaal 1500 gram, dat is gemaakt van papier, hout of kunststof en geen metalen hoofdonderdelen bevat, uitgezonderd een (licht)metalen motor, dat geen brandbare of explosieve lading bevat, behalve maximaal 125 gram brandstof die nodig is voor de voortstuwing, en dat wordt voortgestuwd door de reactiekracht van een uitgestoten massa aan de achterzijde;
c. grote modelraket: een toestel met een startmassa van meer dan 1500 gram, maar niet meer dan 35000 gram, dat is gemaakt van papier, hout, (licht)metaal of kunststof en geen brandbare of explosieve lading bevat, behalve de brandstof die nodig is voor de voortstuwing, en dat wordt voortgestuwd door de reactiekracht van een uitgestoten massa aan de achterzijde.
1.Voor het gebruik van een kleine of grote modelraket in het luchtruim door een lid van een vereniging die zich bezig houdt met het ontwikkelen en het gebruik van een kleine of grote modelraket wordt vrijstelling verleend van het verbod in artikel 1.2a van de Wet luchtvaart.
2.Aan de vrijstelling zijn de in de artikelen 3 tot en met 5 opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.
1.Het ontwerp en de constructie van een modelraket:
a. is voorzien van aërodynamische vlakken voor stabiliteit en herstellende krachten, die een voorspelbaar en stabiel traject bewerkstelligen;
b. is zodanig dat de kans op een voorval als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart of ongeval als gevolg van breken, defect of onbedoeld losraken van enig onderdeel tijdens de vlucht redelijkerwijs kan worden uitgesloten;
c. is voorzien van een bergingssysteem dat de modelraket, of delen daarvan, doet afdalen met een zodanig beperkte landingssnelheid, dat de modelraket landt in de directe omgeving en dat geen gevaar kan ontstaan voor mensen, dieren of zaken op de grond of op het water;
d. is voorzien van naam en adres van de eigenaar.
2.De lanceerinrichting is zodanig geconstrueerd dat de modelraket altijd de inrichting stabiel verlaat in een richting die, gerekend vanuit het horizontale vlak, minstens 70º is.
3.Voorafgaand aan de lancering zorgt de eigenaar ervoor dat het traject van de te verwachten vlucht van de modelraket is berekend.
Een kleine modelraket wordt niet gebruikt:
a. in de Schiphol CTR, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in samenhang met het eerste lid, onderdeel a, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening en binnen een afstand van tien km van de grens van deze CTR;
b. binnen een oefengebied voor nood- of voorzorgslandingen van burgerluchtvaartuigen aangewezen door de Minister van Verkeer en Waterstaat krachtens artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van het Luchtverkeersreglement;
c. binnen routes en gebieden, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen, behalve op vrijdagen na 17.00 uur plaatselijke tijd en op zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen;
d. binnen een afstand van 5 km van routes en gebieden, bedoeld in artikel 5 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen, behalve op vrijdagen, zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen;
e. binnen een afstand van 10 km van de grens van een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart waarboven geen plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement is ingesteld, tenzij de havenmeester als bedoeld in artikel 134 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, respectievelijk de beheerder van het terrein tenminste 24 uur van tevoren, maar niet langer dan 48 uur van tevoren, is geïnformeerd over:
1°. naam, adres en telefoonnummer van het lid van de betreffende vereniging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat als coördinator van de lancering optreedt;
2°. lanceerplaats;
3°. de periode waarbinnen de modelraket worden gebruikt;
4°. een indicatie van het aantal te lanceren modelraketten;
5°. de afmeting en de massa van de modelraket, en
6°. de berekende maximale hoogte en afstand die de modelraket kan bereiken;
f. in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement en binnen een afstand van 10 km van de grens van een dergelijk gebied, niet zijnde de Schiphol CTR, tenzij na overleg van een lid van een vereniging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, met de instantie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt is gebleken dat voldoende separatie van het overige luchtverkeer is gewaarborgd. Het overleg vindt plaats tenminste één week vóór het beoogde gebruik van de modelraket ten behoeve waarvan de informatie bedoeld in onderdeel e is overgelegd.
Een grote modelraket wordt alleen gebruikt in het luchtruim na overleg van een lid van een vereniging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, met de Minister van Verkeer en Waterstaat dan wel met de Minister van Defensie waarin is gebleken dat voldoende separatie van het overige luchtverkeer is gewaarborgd. De tweede zin van artikel 4, onderdeel f, is van overeenkomstige toepassing.