Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Groeifaciliteit[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 01-01-2007 t/m 31-12-2008

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 november 2006, nr. WJZ 6097129, houdende regels inzake het verlenen van garanties voor de verstrekking van risicokapitaal aan het midden- en kleinbedrijf (Regeling groeifaciliteit)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. kapitaalvennootschap:

    • 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of

    • 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;

  • c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt

    • 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;

    • 2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op:

      • landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;

      • onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;

      • de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;

      • de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

  • d. participatiemaatschappij: een vennootschap

    • 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;

    • 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;

  • e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;

  • f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank;

  • g. achtergestelde lening:

    • 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,

      • en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of

    • 2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;

  • h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening;

  • i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening;

  • j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer;

  • k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening;

  • l. reserveringsquotum: het bedrag dat de Minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft;

  • m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De Minister verleent op aanvraag aan een kapitaalverschaffer een subsidie voor het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers in de vorm van een garantstelling voor dit risicokapitaal.

  • 2 De garantstelling vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee maanden na de beschikking tot garantstelling ter uitvoering van die beschikking een garantstellingsovereenkomst tot stand komt tussen de Staat en de kapitaalverschaffer overeenkomstig een aanbod dat bij de beschikking wordt gevoegd.

  • 3 De garantstelling heeft slechts betrekking op risicokapitaal dat wordt verstrekt nadat de Minister desgevraagd een reserveringsquotum heeft toegekend, en voor zover het quotum nog toereikend en geldig is.

  • 4 Indien de kapitaalverschaffer bij het verkrijgen van risicokapitaal een gedeelte daarvan niet onder de garantstelling van de Staat brengt, is deze regeling slechts van toepassing op het gedeelte van het verkregen risicokapitaal dat onder de garantstelling is gebracht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

De garantstelling heeft uitsluitend betrekking op risicokapitaal dat wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer wiens onderneming redelijke rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven heeft waarbij ten minste wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de verstrekking van het risicokapitaal dient niet ter vervanging van eerder aan de MKB-ondernemer verschaft krediet of kapitaal;

  • b. de waarde van het risicokapitaal dat aan de MKB-ondernemer of, indien de MKB-ondernemer deel uitmaakt van een groep, aan de groep wordt verstrekt tezamen met de waarde van risicokapitaal dat door een andere kapitaalverschaffer met toepassing van deze regeling en van risicokapitaal dat met toepassing van de Regeling seed capital technostarters aan de MKB-ondernemer onderscheidenlijk de groep is verstrekt of gelijktijdig wordt verstrekt, bedraagt niet meer dan € 5.000.000,–.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Ingevolge de garantstelling wordt een garantie verleend voor 50 procent van de waarde van het risicokapitaal.

  • 2 De garantie wordt verleend voor de duur van de kapitaalverstrekking met een maximum van twaalf jaar, met dien verstande dat op verzoek van de kapitaalverschaffer de garantie inzake een verstrekking van aandelenkapitaal wordt gebonden aan een termijn van ten minste zes jaar en ten hoogste twaalf jaar.

  • 3 De kapitaalverschaffer kan een beroep doen op de garantie indien hij op risicokapitaal verlies lijdt:

    • a. bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van het risicokapitaal;

    • b. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lening door de kapitaalverschaffer;

    • c. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen;

    • d. als gevolg van een faillietverklaring, een verlening van surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer;

    • e. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, bij een in kracht van gewijsde gegane homologatie van een akkoord na de faillietverklaring, na de verlening van surséance van betaling of na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de lening is verstrekt;

    • f. indien de MKB-ondernemer een rechtspersoon is, bij ontbinding van de rechtspersoon.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De kapitaalverschaffer is voor het verkrijgen van een reserveringsquotum een provisie van 1% van dit quotum verschuldigd.

  • 2 De kapitaalverschaffer is jaarlijks voor de garantie op het verstrekte risicokapitaal een provisie verschuldigd die

    • a. 2,5% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal bedraagt indien de kapitaalverstrekking bestaat uit een niet converteerbare achtergestelde lening zonder dat deze gepaard gaat met een kapitaalverstrekking aan dezelfde MKB-ondernemer door de kapitaalverschaffer of door een andere kapitaalverschaffer die deel uitmaakt van dezelfde groep in de vorm van een converteerbare achtergestelde lening of aandelenkapitaal;

    • b. 3% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal bedraagt in andere gevallen.

  • 3 Per kwartaal wordt een vierde deel van de in het tweede lid bedoelde provisie in rekening gebracht, uitgaand van de waarde van het risicokapitaal op de eerste dag van het kwartaal.

  • 4 De in het tweede lid bedoelde provisie is verschuldigd voor de duur van de garantie of zoveel korter als zich één van de in artikel 4, derde lid, genoemde omstandigheden voordoet.

  • 5 Indien het risicokapitaal aandelenkapitaal betreft dat wordt vervreemd binnen zes jaren vanaf de verstrekking van het risicokapitaal, is de kapitaalverschaffer op dat tijdstip een aanvullende provisie verschuldigd voor de periode vanaf het tijdstip van de vervreemding tot het verstrijken van de periode van zes jaren, welke aanvullende provisie wordt berekend met overeenkomstige toepassing van het tweede lid en uitgaand van de waarde van het aandelenkapitaal op de eerste dag van het kwartaal voorafgaand aan de vervreemding.

  • 6 Indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, is de kapitaalverschaffer op het tijdstip van de volledige aflossing van de lening een aanvullende provisie verschuldigd indien de op grond van het tweede lid voor de totale looptijd van de lening verschuldigde provisie minder bedraagt dan het zesvoud van de provisie die met toepassing van het tweede lid voor de helft van het geleende bedrag kan worden berekend, welke aanvullende provisie gelijk is aan het hiervoor bedoelde verschil.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Adviescommissie groeifaciliteit die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om garantstelling op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden. De leden beschikken tezamen over deskundigheid op het terrein van de kapitaalverschaffing aan groeiende ondernemingen en van bedrijfsoverdrachten en de beoordeling van ondernemingsplannen. De leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de rijksoverheid.

  • 4 De voorzitter en de andere leden worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn opnieuw benoembaar voor een termijn van ten hoogste drie jaar.

  • 5 De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

  • 6 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 7 De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt door de Minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat Ministerie.

  • 10 De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de Minister stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Bij Ministeriële regeling wordt jaarlijks een plafond vastgesteld voor het toekennen van reserveringsquota op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor aanvragen die betrekking hebben op de verstrekking van risicokapitaal aan bepaalde categorieën van MKB-ondernemers, voor aanvragen ten aanzien van niet converteerbare achtergestelde leningen onderscheidenlijk andere vormen van risicokapitaal of voor aanvragen van banken onderscheidenlijk participatiemaatschappijen.

  • 2 Het plafond voor het in 2006 toekennen van reserveringsquota op grond van deze regeling bedraagt € 85.000.000,–.

  • 3 Indien het plafond met betrekking tot enig kalenderjaar nog niet is vastgesteld op 1 januari van dat jaar, bedraagt het plafond met betrekking tot het toekennen van reserveringsquota in dat jaar € 85.000.000,–.

§ 2. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

Een aanvraag om garantstelling op grond van deze regeling wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B1, en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde bescheiden.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag om verlening van een garantie.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De Minister kan omtrent de aanvragen het advies inwinnen van de Adviescommissie groeifaciliteit.

  • 2 De Minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij, daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat:

    • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

    • b. het goed functioneren van de kapitaalverschaffer onvoldoende is gewaarborgd voor wat betreft

      • i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal;

      • ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake;

      • iii. een integere bedrijfsuitoefening;

      • iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit.

  • 3 Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met de omstandigheid of de aanvraag alleen betrekking heeft op niet converteerbare achtergestelde leningen of ook op andere vormen van risicokapitaal.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een beschikking tot subsidieverlening houdt het aanbod in:

    • a. aan een bank: om een garantstellingsovereenkomst met de Staat te sluiten ten aanzien van niet converteerbare achtergestelde leningen, of

    • b. aan een bank of een participatiemaatschappij: om een garantstellingsovereenkomst met de Staat te sluiten ten aanzien van achtergestelde leningen en aandelenkapitaal, een en ander overeenkomstig het ontwerp dat bij de beschikking is gevoegd.

  • 2 Het ontwerp voor de garantstellingsovereenkomst wordt opgesteld overeenkomstig het desbetreffende model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A, met dien verstande dat de Minister in het ontwerp aanvullende voorschriften kan opnemen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

§ 3. Quotumreservering [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De kapitaalverschaffer die een garantstellingsovereenkomst met de Staat heeft of die een aanvraag om garantstelling heeft ingediend waarop nog niet is beslist, kan een aanvraag indienen om een reserveringsquotum van ten minste € 500.000,–.

  • 2 De aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B2.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien de aanvrager tekort is geschoten bij de naleving van verplichtingen op grond van de garantstellingsovereenkomst, kan de Minister het reserveringsquotum geheel of gedeeltelijk weigeren.

  • 2 Indien de aanvragen die zijn ontvangen vóór 10 december 2006 tezamen betrekking hebben op een hoger bedrag dan het voor het jaar 2006 beschikbare bedrag, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag tussen deze aanvragen naar rato van het gevraagde reserveringsquotum.

  • 3 Bij Ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op aanvragen die zijn ontvangen in een periode in een ander kalenderjaar.

  • 4 Indien geen verdeling overeenkomstig het tweede lid of het derde lid heeft plaatsgevonden, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

  • 5 Indien bij toepassing van het vierde lid op een dag twee of meer aanvragen zijn ontvangen en toewijzing van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister stelt het reserveringsquotum vast binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag dan wel, indien ten tijde van de aanvraag nog geen garantstellingsovereenkomst met de aanvrager is gesloten, binnen zes weken na het tijdstip waarop deze overeenkomst wordt gesloten, dan wel, indien de aanvraag is ontvangen in de periode, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 13, binnen zes weken na deze periode.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

Op gemeenschappelijk verzoek van een kapitaalverschaffer die beschikt over een reserveringsquotum en van een andere kapitaalverschaffer die een garantstellingsovereenkomst met de staat heeft, kan dit quotum geheel of gedeeltelijk voor de resterende periode worden overgedragen aan de laatstgenoemde kapitaalverschaffer.

§ 4. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Deze regeling, met uitzondering van artikel 1, onderdeel e, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

  • 3 Tot het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt onder bank verstaan: een kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en die geen kredietinstelling is die gelden ter beschikking krijgt in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de instelling die het elektronisch geld uitgeeft.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

Jaarlijks vindt een evaluatie van de toepassing van deze regeling plaats, onder meer ter beoordeling of de inkomsten en de uitgaven ingevolge garantstellingen op grond van deze regeling met elkaar in evenwicht zijn.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Groeifaciliteit.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage A in de Staatscourant worden geplaatst terwijl bijlagen B1 en B2 ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Den Haag, 22 november 2006

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

C.E.G. van Gennip

Bijlage A [Vervallen per 01-01-2009]

Behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling groeifaciliteit:

A 1: Model algemene garantie-overeenkomst

A 2: Model garantie-overeenkomst met banken inzake niet converteerbare achtergestelde leningen

Bijlage A1 [Vervallen per 01-01-2009]

Model algemene garantstellingsovereenkomst [Vervallen per 01-01-2009]

Overeenkomst tussen:

  • 1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat,

    vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken;

  • 2. ...., hierna te noemen kapitaalverschaffer;

    Partijen zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definitiebepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. kapitaalvennootschap:

    • 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of

    • 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;

  • c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt

    • 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;

    • 2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op:

      • landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;

      • onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;

      • de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;

      • de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

  • d. participatiemaatschappij: een vennootschap

    • 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;

    • 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;

  • e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;

  • f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank;

  • g. achtergestelde lening:

    • 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,

      • en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of

    • 2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;

  • h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening;

  • i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening;

  • j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer;

  • k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening;

  • l. reserveringsquotum: het bedrag dat de minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft;

  • m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel 2. Garantstelling [Vervallen per 01-01-2009]

1. De Staat stelt zich tegenover de kapitaalverschaffer garant voor 50% van de waarde van door de kapitaalverschaffer verstrekt risicokapitaal, voor welke garantstelling de kapitaalverschaffer een provisie is verschuldigd.

2. De garantie wordt verleend voor de duur van de desbetreffende kapitaalverstrekkingen met een maximum van twaalf jaar, met dien verstande dat op verzoek van de kapitaalverschaffer de garantie inzake een verstrekking van aandelenkapitaal wordt gebonden aan een termijn van ten minste zes jaar en ten hoogste twaalf jaar.

3. De garantstelling heeft alleen betrekking op risicokapitaal

  • a. dat wordt verstrekt nadat de minister desgevraagd een reserveringsquotum heeft toegekend en voor zover het quotum nog toereikend en geldig is;

  • b. dat wordt verstrekt overeenkomstig de in artikel 3 genoemde voorwaarden;

  • c. dat onder de garantstelling is gebracht overeenkomstig de procedure van artikel 4.

4. Indien de kapitaalverschaffer bij de verstrekking van risicokapitaal een gedeelte daarvan niet onder de garantstelling van de Staat brengt, is deze overeenkomst slechts van toepassing op het gedeelte van het verstrekte risicokapitaal dat onder de garantstelling is gebracht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 3. Randvoorwaarden risicokapitaal [Vervallen per 01-01-2009]

Een verstrekking van risicokapitaal aan een MKB-ondernemer kan onder de garantstelling van de Staat worden gebracht indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de onderneming van de MKB-ondernemer heeft redelijke rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven;

  • b. in de voorafgaande periode van twaalf maanden zijn niet meer middelen ten behoeve van derden aan de onderneming onttrokken dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering en evenmin is een verplichting tot een zodanige onttrekking aangegaan;

  • c. de verstrekking van het risicokapitaal dient niet ter vervanging van eerder aan de MKB-ondernemer verschaft krediet of risicokapitaal;

  • d. de waarde van het risicokapitaal dat aan de MKB-ondernemer of, indien de MKB-ondernemer deel uitmaakt van een groep, aan de groep wordt verstrekt tezamen met de waarde van risicokapitaal dat door een andere kapitaalverschaffer met toepassing van deze regeling en van risicokapitaal dat met toepassing van de Regeling seed capital technostarters aan de MKB-ondernemer onderscheidenlijk de groep is verstrekt of gelijktijdig wordt verstrekt, bedraagt niet meer dan € 5.000.000,–;

  • e. bij of in verband met het verstrekken van het risicokapitaal verstrekt de kapitaalverschaffer geen andere goederen dan geld;

  • f. de verstrekking van het risicokapitaal draagt zelfstandig bij aan het realiseren van een actief en winstgericht beleid van de kapitaalverschaffer;

  • g. de MKB-ondernemer verplicht zich aan een door de minister als toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht aangewezen persoon of aan een door de minister aangewezen deskundige derde, voor zover deze dit redelijkerwijs noodzakelijk acht voor de vervulling van zijn taak:

    • 1°. inlichtingen te verstrekken en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te verstrekken en de gelegenheid te bieden daarvan kopieën te maken;

    • 2°. toegang te verlenen tot plaatsen niet zijnde woningen;

    • 3°. anderszins binnen de door hem gestelde termijn alle door hem gewenste medewerking te verlenen.

Artikel 4. Aanmelding en toetsing [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer stelt de Staat in kennis van een voorgenomen verstrekking van risicokapitaal met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage bij deze overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van een kopie van de ontwerp-overeenkomst tot verstrekking van het risicokapitaal en van andere bescheiden als genoemd in het model.

2. Indien de verstrekking van risicokapitaal naar het oordeel van de Staat voldoet aan de in artikel 3 bedoelde voorwaarden, geldt de garantstelling op grond van deze overeenkomst voor dit risicokapitaal. De Staat bericht hierover de kapitaalverschaffer binnen twee weken na ontvangst van de aanmelding onder vermelding van de omvang en duur van de garantie.

3. De garantie wordt afgegeven onder de opschortende voorwaarde dat een dienovereenkomstige, door partijen gesloten overeenkomst aan de Staat wordt overgelegd en dat ook dan wordt voldaan aan de in artikel 3 bedoelde voorwaarden. De Staat bericht hierover de kapitaalverschaffer binnen twee weken na ontvangst van de gesloten overeenkomst onder vermelding van de omvang en duur van de garantie.

Artikel 5. Verplichtingen beheer [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer draagt er voor zorg dat een actief en winstgericht beleid wordt gevoerd voor het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

2. De kapitaalverschaffer draagt er voor zorg dat degenen die met het verstrekken, beheren of vervreemden van risicokapitaal zijn belast beschikken over de nodige deskundigheid.

3. De kapitaalverschaffer staat er voor in dat degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren of vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake betrouwbaar zijn.

4. De kapitaalverschaffer draagt zorg voor een integere bedrijfsvoering en neemt in dat verband de noodzakelijke maatregelen om onder meer strafbare handelingen, verstrengeling van tegenstrijdige belangen en afhankelijkheid van de kapitaalverschaffer van bepaalde vennoten, aandeelhouders of andere betrokkenen te voorkomen.

5. De kapitaalverschaffer staat er voor in dat aandeelhouders, hoofdelijk aansprakelijke vennoten, bestuurders en beheerders van de kapitaalverschaffer en andere zijdens de kapitaalverschaffer betrokkenen alleen medewerking verlenen aan verstrekkingen van risicokapitaal en krediet door een ander dan de kapitaalverschaffer aan een onderneming waaraan de kapitaalverschaffer risicokapitaal heeft verstrekt met een garantie op grond van deze overeenkomst, indien een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder deze verstrekkingen zou hebben gedaan in het kader van een actief en winstgericht beleid.

6. De kapitaalverschaffer komt met een MKB-ondernemer aan wie een achtergestelde lening is verstrekt slechts een wijziging van het aflossingsschema overeen na voorafgaande toestemming van de Staat, tenzij deze betrekking heeft op een versnelde aflossing of op een gehele of gedeeltelijke opschorting van de aflossingen gedurende ten hoogste vier aaneengesloten kwartalen die niet is voorafgegaan door een eerdere opschorting van de aflossingen.

7. De Staat verleent de in het zesde lid bedoelde toestemming indien aannemelijk is dat:

  • a. de MKB-ondernemer niet in staat is te voldoen aan het bestaande aflossingsschema;

  • b. adequate maatregelen worden genomen ter verbetering van de liquiditeit van de onderneming en rekening houdend met het belang van rentabiliteit en continuïteit van de onderneming;

  • c. rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

Artikel 6. Financiële verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer aan wie de minister een reserveringsquotum heeft toegekend, is hiervoor aan de Staat een eenmalige provisie van 1% van dit quotum verschuldigd.

2. De kapitaalverschaffer is een provisie verschuldigd voor de garantie op het verstrekte risicokapitaal dat overeenkomstig de procedure van artikel 4 onder de garantstelling is gebracht. De provisie bedraagt jaarlijks

  • a. 2,5% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal indien de kapitaalverstrekking bestaat uit een niet converteerbare achtergestelde lening zonder dat deze gepaard gaat met een kapitaalverstrekking aan dezelfde MKB-ondernemer door de kapitaalverschaffer of een andere kapitaalverschaffer die deel uitmaakt van dezelfde groep in de vorm van een converteerbare achtergestelde lening of aandelenkapitaal;

  • b. 3% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal in andere gevallen.

3. Per kwartaal wordt een vierde deel van de in het tweede lid bedoelde provisie in rekening gebracht, uitgaand van de waarde van het risicokapitaal op de eerste dag van het kwartaal.

4. De in het tweede lid bedoelde provisie is verschuldigd voor de duur van de garantie of zoveel korter als zich één van de in artikel 8, eerste lid, genoemde omstandigheden voordoet.

5. Indien het risicokapitaal aandelenkapitaal betreft dat wordt vervreemd binnen zes jaren vanaf de verstrekking van het risicokapitaal, is de kapitaalverschaffer op dat tijdstip een aanvullende provisie verschuldigd voor de periode vanaf het tijdstip van de vervreemding tot na het verstrijken van de periode van zes jaren, welke aanvullende provisie wordt berekend met overeenkomstige toepassing van het tweede lid en uitgaand van de waarde van het aandelenkapitaal op de eerste dag van het kwartaal voorafgaand aan de vervreemding.

6. Indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, is de kapitaalverschaffer op het tijdstip van de volledige aflossing van de lening een aanvullende provisie verschuldigd indien de op grond van het tweede lid voor de totale looptijd van de lening verschuldigde provisie minder bedraagt dan het zesvoud van de provisie die met toepassing van het tweede lid voor de helft van het geleende bedrag kan worden berekend, welke aanvullende provisie gelijk is aan het hiervoor bedoelde verschil.

7. Indien risicokapitaal binnen een termijn van zes jaar wordt afgestoten om verlies op dat risicokapitaal in de zin van artikel 8, eerste lid, te beperken, kan de minister op verzoek van de kapitaalverschaffer de over de resterende termijn verschuldigde provisie kwijtschelden indien sprake is van klemmende redenen, gelegen in het belang van de onderneming van de MKB-ondernemer.

Artikel 7. Administratieve en informatieverstrekkingsverplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer draagt er voor zorg dat een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze gegevens kunnen worden afgelezen over de verstrekkingen, het beheer en de vervreemdingen van gegarandeerd risicokapitaal en van ander risicokapitaal dat hij aan dezelfde MKB-ondernemer heeft verstrekt.

2. De kapitaalverschaffer informeert de Staat binnen acht weken nadat de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden schriftelijk over wezenlijke wijzigingen in het financieringsbeleid of de organisatie van de kapitaalverschaffer en over wijzigingen ten aanzien van gegarandeerd risicokapitaal, waaronder

  • a. een omzetting van een achtergestelde lening in aandelenkapitaal,

  • b. een aflossing van een achtergestelde lening, tenzij deze aflossing overeenkomt met een aflossingsschema waarover de Staat eerder is geïnformeerd;

  • c. een wijziging van de looptijd van een achtergestelde lening.

3. De kapitaalverschaffer verstrekt de Staat jaarlijks zijn jaarverslag.

4. Desgevraagd verstrekt de kapitaalverschaffer de Staat gegevens en bescheiden over de verstrekkingen, het beheer en de vervreemdingen van gegarandeerd risicokapitaal en van ander risicokapitaal dat hij aan dezelfde MKB-ondernemer heeft verstrekt, en de jaarrekeningen van de ondernemingen waaraan risicokapitaal is verstrekt, vergezeld van desbetreffende accountantsverklaringen als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een mededeling waarom deze ontbreekt, en van de bijbehorende toelichtingen voor het bestuur van de onderneming.

5. De kapitaalverschaffer doet onverwijld mededeling aan de Staat van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan hem, een verzoek tot faillietverklaring van hem of een verzoek om ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing te verklaren.

Artikel 8. Reikwijdte garantie [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer kan een beroep doen op de garantie indien hij op gegarandeerd risicokapitaal verlies lijdt:

  • a. bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van dat risicokapitaal;

  • b. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lening door de kapitaalverschaffer;

  • c. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen;

  • d. als gevolg van een faillietverklaring, een verlening van surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer;

  • e. bij een in kracht van gewijsde gegane homologatie van een akkoord na de faillietverklaring, na de verlening van surséance van betaling of na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de lening is verstrekt;

  • f. indien de MKB-ondernemer een rechtspersoon is, bij ontbinding van de rechtspersoon.

2. De minister kan het beroep afwijzen of een korting toepassen op het gevraagde bedrag indien in de voorafgaande periode van twaalf maanden meer middelen aan de MKB-onderneming zijn onttrokken ten behoeve van derden dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering, dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking is aangegaan, mits de kapitaalverschaffer hieraan op enigerlei wijze medewerking heeft verleend.

3. Bij verlies ingevolge vervreemding van risicokapitaal geldt de garantie alleen indien de vervreemding:

  • a. niet eerder dan twee jaar na de verstrekking ervan heeft plaatsgevonden, tenzij de Staat desgevraagd met vervreemding binnen deze termijn heeft ingestemd;

  • b. gebeurt tegen een prijs die past in het voeren van een actief en winstgericht beleid;

  • c. voor zover de kapitaalverschaffer daarbij risicokapitaal geheel of voor een deel overdraagt aan één van zijn aandeelhouders, hoofdelijk aansprakelijke vennoten, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen, gebeurt tegen een prijs die is gebaseerd op een taxatie van twee onafhankelijke deskundigen, dan wel gepaard gaat met vervreemding van ten minste een derde deel van het risicokapitaal aan onafhankelijke derden.

4. Bij verlies ingevolge gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een achtergestelde lening geldt de garantie alleen indien de kwijtschelding noodzakelijk is voor de continuïteit van de onderneming waarvoor de lening is verstrekt en indien rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

5. Als onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt aangemerkt de situatie waarin

  • a. de MKB-ondernemer niet in staat is te voldoen aan zijn betalingsverplichtingen;

  • b. aannemelijk is dat de MKB-ondernemer in de eerstvolgende jaren niet in staat zal zijn te voldoen aan zijn betalingsverplichtingen; en

  • c. aannemelijk is dat rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

6. Verlies als gevolg van faillietverklaring, een verlening van surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, wordt aanwezig geacht

  • a. voor zover aannemelijk is dat de kapitaalverschaffer bij het einde van het faillissement, van de surséance onderscheidenlijk van de toepassing van de schuldsaneringsregeling een verlies als bedoeld in het achtste lid zal leiden;

  • b. mits aannemelijk is dat rekening is gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

7. De minister kan het beroep afwijzen of een korting toepassen op het gevraagde bedrag indien de kapitaalverschaffer tekort is geschoten bij de naleving van verplichtingen op grond van deze overeenkomst of indien de kapitaalverschaffer niet kan aantonen die maatregelen te hebben genomen die een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder zou hebben genomen in het kader van een actief en winstgericht beleid.

8. Het verlies wordt berekend op basis van de waarde van het risicokapitaal of, indien het verlies slechts op een deel van het verstrekte risicokapitaal is geleden, het hiermee overeenkomende deel van die waarde, in een voorkomend geval verminderd met:

  • a. in geval van vervreemding: de prijs waarvoor die vervreemding heeft plaatsgevonden;

  • b. in geval van ontbinding: de liquidatie-uitkering; of

  • c. in geval van homologatie van een akkoord als bedoeld in het eerste lid, onder e, de in het kader van het akkoord voor de achtergestelde lening verrichte uitkering; en

  • d. in geval van verlies op aandelenkapitaal, het totaal van de uitgekeerde dividenden en het totaal van de aan de kapitaalverschaffer betaalde vergoedingen voor zover deze vergoedingen hoger zijn dan een marktconforme vergoeding.

9. Indien de kapitaalverschaffer meermalen gegarandeerd risicokapitaal aan een MKB-ondernemer heeft verstrekt en slechts op een deel daarvan verlies lijdt, wordt het verlies geacht te zijn geleden op het risicokapitaal dat de kapitaalverschaffer het eerst heeft verstrekt.

10. Indien de kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer risicokapitaal heeft verstrekt dat slechts ten dele onder de garantstelling is gebracht en slechts op een deel van het verstrekte risicokapitaal verlies lijdt, wordt het verlies, onverminderd het negende lid, naar rato toegerekend aan het risicokapitaal dat onder de garantstelling is gebracht.

Artikel 9. Inroepen van garantie [Vervallen per 01-01-2009]

1. De kapitaalverschaffer verzoekt de Staat binnen zes maanden nadat zich de in artikel 8, eerste lid, bedoelde situatie heeft voorgedaan om betaling op grond van de garantie met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage bij deze overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van een kopie van de vervreemdingsovereenkomst, de inschrijving in het register van de ontbinding van de rechtspersoon of van de in artikel 8, eerste lid, onder c, bedoelde akkoorden en van andere bescheiden als genoemd in het model.

2. Indien naar het oordeel van de Staat sprake is van een verlies als bedoeld in artikel 8, maakt de kapitaalverschaffer aanspraak op betaling van 50% van het geleden verlies, tenzij de kapitaalverschaffer in gebreke is gebleven bij de naleving van deze overeenkomst. De Staat bericht hierover de kapitaalverschaffer binnen dertien weken na ontvangst van het betalingsverzoek onder vermelding van het te betalen bedrag.

Artikel 10. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door de kapitaalverschaffer geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer PM PMxxxxx bij de ---bank, ten name van SenterNovem, onder vermelding van het PM PM---nummer

Artikel 11. Terugvordering en navordering [Vervallen per 01-01-2009]

1. Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra blijkt dat de kapitaalverschaffer zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat de Staat op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft.

2. Indien vanwege een verlies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c of d, een uitkering op grond van de garantie heeft plaatsgevonden, is de kapitaalverschaffer verplicht 50% van de aflossingen die na de uitkering worden verricht, onderscheidenlijk van hetgeen na de uitkering is ontvangen, uit te betalen aan de Staat.

Artikel 12. Opzegging [Vervallen per 01-01-2009]

1. De Staat is gerechtigd deze overeenkomst schriftelijk op te zeggen indien

  • a. de kapitaalverschaffer tekort schiet bij de nakoming van één van zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst;

  • b. ten aanzien van de kapitaalverschaffer een verzoek bij de rechtbank is ingediend tot verlening van surseance van betaling, een verzoek tot faillietverklaring of een verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of een buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren wordt aangeboden;

  • c. de kapitaalverschaffer, in geval deze rechtspersoonlijkheid heeft, is ontbonden;

  • d. de Regeling groeifaciliteit niet langer verenigbaar is met de regels van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van staatssteun.

2. Een opzegging op grond van het eerste lid, onder a, geschiedt uitsluitend nadat de Staat de kapitaalverschaffer op de hoogte heeft gesteld van het voornemen tot opzegging en nadat deze in de gelegenheid is gesteld om een tekortschieten dat hersteld kan worden te herstellen binnen een redelijke termijn.

3. Een opzegging in verband met de in het eerste lid, onder d, bedoelde omstandigheid heeft geen gevolgen voor de verplichtingen ten aanzien van verstrekkingen van risicokapitaal die voor het tijdstip van de opzegging onder de garantstelling zijn gebracht.

Artikel 13. Geschillen [Vervallen per 01-01-2009]

1. Ieder geschil ten aanzien van deze overeenkomst zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement Den Haag.

2. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

Artikel 14. Adressering schriftelijke stukken [Vervallen per 01-01-2009]

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 1 gemelde partij worden gericht aan

Ministerie van Economische Zaken,

SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 2 gemelde partij worden gericht aan

.....

Artikel 15. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

........., ten deze vertegenwoordigd door

  • 1. ...

  • 2. ...

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

Bijlage A2 [Vervallen per 01-01-2009]

Model garantstellingsovereenkomst met banken inzake niet converteerbare achtergestelde leningen [Vervallen per 01-01-2009]

Overeenkomst tussen:

  • 1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat,

    vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken;

  • 2. ...., hierna te noemen kapitaalverschaffer;

    Partijen zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definitiebepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. kapitaalvennootschap:

    • 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of

    • 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;

  • c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt

    • 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;

    • 2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op:

      • landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;

      • onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;

      • de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;

      • de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

  • d. participatiemaatschappij: een vennootschap

    • 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;

    • 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;

  • e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;

  • f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank;

  • g. achtergestelde lening:

    • 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,

      • en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of

    • 2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij,

      • welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij

      • en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;

  • h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening;

  • i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening;

  • j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer;

  • k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening;

  • l. reserveringsquotum: het bedrag dat de minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft;

  • m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel 2. Garantstelling [Vervallen per 01-01-2009]

1. De Staat stelt zich tegenover de bank garant voor 50% van de waarde van door de bank verstrekte niet converteerbare achtergestelde leningen, voor welke garantstelling de bank een provisie is verschuldigd.

2. De garantie wordt verleend voor de duur van deze leningen met een maximum van twaalf jaar.

3. De garantstelling heeft alleen betrekking op leningen

  • a. die worden verstrekt nadat de minister desgevraagd een reserveringsquotum heeft toegekend en voor zover het quotum nog toereikend en geldig is;

  • b. die worden verstrekt overeenkomstig de in artikel 3 genoemde voorwaarden;

  • c. die onder de garantstelling zijn gebracht overeenkomstig de procedure van artikel 4.

4. Indien de bank bij de verstrekking van een lening een gedeelte daarvan niet onder de garantstelling van de Staat brengt, is deze overeenkomst slechts van toepassing op het gedeelte van de lening dat onder de garantstelling is gebracht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 3. Randvoorwaarden risicokapitaal [Vervallen per 01-01-2009]

Een niet converteerbare achtergestelde lening aan een MKB-ondernemer kan onder de garantstelling van de Staat worden gebracht indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de onderneming van de MKB-ondernemer heeft naar het oordeel van de minister redelijke rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven;

  • b. in de voorafgaande periode van twaalf maanden zijn niet meer middelen ten behoeve van derden aan de onderneming onttrokken dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering en evenmin is een verplichting tot een zodanige onttrekking aangegaan;

  • c. de verstrekking van de lening dient niet ter vervanging van eerder aan de MKB-ondernemer verschaft krediet of risicokapitaal;

  • d. de waarde van de lening die aan de MKB-ondernemer of, indien de MKB-ondernemer deel uitmaakt van een groep, aan de groep wordt verstrekt tezamen met de waarde van risicokapitaal dat door een andere kapitaalverschaffer met toepassing van deze regeling en van risicokapitaal dat met toepassing van de Regeling seed capital technostarters aan de MKB-ondernemer onderscheidenlijk de groep is verstrekt of gelijktijdig wordt verstrekt, bedraagt niet meer dan € 5.000.000,–;

  • e. bij of in verband met het verstrekken van de lening verstrekt de bank geen andere goederen dan geld;

  • f. de lening draagt zelfstandig bij aan het realiseren van een actief en winstgericht beleid van de bank;

  • g. de MKB-ondernemer verplicht zich aan een door de minister als toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht aangewezen persoon of aan een door de minister aangewezen deskundige derde, voor zover deze dit redelijkerwijs noodzakelijk acht voor de vervulling van zijn taak:

    • 1°. inlichtingen te verstrekken en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te verstrekken en de gelegenheid te bieden daarvan kopieën te maken;

    • 2°. toegang te verlenen tot plaatsen niet zijnde woningen;

    • 3°. anderszins binnen de door hem gestelde termijn alle door hem gewenste medewerking te verlenen.

Artikel 4. Aanmelding en toetsing [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank stelt de Staat in kennis van een voorgenomen verstrekking van een lening met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage bij deze overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van een kopie van de ontwerp-leningsovereenkomst en van andere bescheiden als genoemd in het model.

2. Indien de verstrekking van de lening naar het oordeel van de Staat voldoet aan de in artikel 3 bedoelde voorwaarden, geldt de garantstelling op grond van deze overeenkomst voor deze lening. De Staat bericht hierover de bank binnen twee weken na ontvangst van de aanmelding onder vermelding van de omvang en duur van de garantie.

3. De garantie wordt afgegeven onder de opschortende voorwaarde dat een dienovereenkomstige, door partijen gesloten overeenkomst aan de Staat wordt overgelegd en dat ook dan wordt voldaan aan de in artikel 3 bedoelde voorwaarden. De Staat bericht hierover de bank binnen twee weken na ontvangst van de gesloten overeenkomst onder vermelding van de omvang en duur van de garantie.

Artikel 5. Verplichtingen beheer [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank draagt er voor zorg dat een actief en winstgericht beleid wordt gevoerd voor het verstrekken, beheren en vervreemden van leningen, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

2. De bank draagt er voor zorg dat degenen die met het verstrekken, beheren of vervreemden van leningen zijn belast beschikken over de nodige deskundigheid.

3. De bank staat er voor in dat degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren of vervreemden van leningen en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake betrouwbaar zijn.

4. De bank draagt zorg voor een integere bedrijfsvoering en neemt in dat verband de noodzakelijke maatregelen om onder meer strafbare handelingen, verstrengeling van tegenstrijdige belangen en afhankelijkheid van de kapitaalverschaffer van bepaalde vennoten, aandeelhouders of andere betrokkenen te voorkomen.

5. De bank staat er voor in dat aandeelhouders, hoofdelijk aansprakelijke vennoten, bestuurders en beheerders van de bank en andere zijdens de bank betrokkenen alleen medewerking verlenen aan verstrekkingen van risicokapitaal en krediet door een ander dan de bank aan een onderneming waaraan de bank een gegarandeerde lening heeft verstrekt, indien een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder deze verstrekkingen zou hebben gedaan in het kader van een actief en winstgericht beleid.

6. De bank komt met een MKB-ondernemer aan wie een gegarandeerde lening is verstrekt slechts een wijziging van het aflossingsschema overeen na voorafgaande toestemming van de Staat, tenzij deze betrekking heeft op een versnelde aflossing of op een gehele of gedeeltelijke opschorting van de aflossingen gedurende ten hoogste vier aaneengesloten kwartalen die niet is voorafgegaan door een eerdere opschorting van de aflossingen.

7. De Staat verleent de in het zesde lid bedoelde toestemming indien aannemelijk is dat:

  • a. de MKB-ondernemer niet in staat is te voldoen aan het bestaande aflossingsschema;

  • b. adequate maatregelen worden genomen ter verbetering van de liquiditeit van de onderneming en rekening houdend met het belang van rentabiliteit en continuïteit van de onderneming;

  • c. rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

Artikel 6. Financiële verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank aan wie de minister een reserveringsquotum heeft toegekend, is hiervoor aan de Staat een eenmalige provisie van 1% van dit quotum verschuldigd.

2. De bank is een provisie verschuldigd voor de garantie op leningen die overeenkomstig de procedure van artikel 4 onder de garantstelling zijn gebracht. De provisie bedraagt jaarlijks

  • a. 2,5% van de gegarandeerde waarde van de lening indien deze bestaat uit een niet converteerbare achtergestelde lening zonder dat deze gepaard gaat met een kapitaalverstrekking aan dezelfde MKB-ondernemer door de bank of een andere bank die deel uitmaakt van dezelfde groep in de vorm van een converteerbare achtergestelde lening of aandelenkapitaal;

  • b. 3% van de gegarandeerde waarde van de lening in andere gevallen.

3. Per kwartaal wordt een vierde deel van de in het tweede lid bedoelde provisie in rekening gebracht, uitgaand van de waarde van de leningen op de eerste dag van het kwartaal.

4. De in het tweede lid bedoelde provisie is verschuldigd voor de duur van de garantie of zoveel korter als zich één van de in artikel 8, eerste lid, genoemde omstandigheden voordoet.

5. De bank is op het tijdstip van de volledige aflossing van de lening een aanvullende provisie verschuldigd indien de op grond van het tweede lid voor de totale looptijd van de lening verschuldigde provisie minder bedraagt dan het zesvoud van de provisie die met toepassing van het tweede lid voor de helft van het geleende bedrag kan worden berekend, welke aanvullende provisie gelijk is aan het hiervoor bedoelde verschil.

6. Indien de lening binnen een termijn van zes jaar wordt afgestoten om verlies op die lening in de zin van artikel 8, eerste lid, te beperken, kan de minister op verzoek van de bank de over de resterende termijn verschuldigde provisie kwijtschelden indien sprake is van klemmende redenen, gelegen in het belang van de onderneming van de MKB-ondernemer.

Artikel 7. Administratieve en informatieverstrekkingsverplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank draagt er voor zorg dat een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze gegevens kunnen worden afgelezen over de verstrekkingen, het beheer en de vervreemdingen van gegarandeerde leningen en van ander risicokapitaal dat hij aan dezelfde MKB-ondernemer heeft verstrekt.

2. De bank informeert de Staat binnen acht weken nadat de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden schriftelijk over wezenlijke wijzigingen in het financieringsbeleid of de organisatie van de bank en over wijzigingen ten aanzien van gegarandeerde leningen, waaronder

  • a. een aflossing van een achtergestelde lening, tenzij deze aflossing overeenkomt met een aflossingsschema waarover de Staat eerder is geïnformeerd;

  • b. een wijziging van de looptijd van een achtergestelde lening.

3. De bank verstrekt de Staat jaarlijks zijn jaarverslag.

4. Desgevraagd verstrekt de bank de Staat gegevens en bescheiden over de verstrekkingen, het beheer en de vervreemdingen van gegarandeerde leningen en van ander risicokapitaal dat hij aan dezelfde MKB-ondernemer heeft verstrekt, en de jaarrekeningen van de ondernemingen waaraan risicokapitaal is verstrekt, vergezeld van desbetreffende accountantsverklaringen als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een mededeling waarom deze ontbreekt, en van de bijbehorende toelichtingen voor het bestuur van de onderneming.

5. De bank doet onverwijld mededeling aan de Staat van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan hem, een verzoek tot faillietverklaring van hem of een verzoek om ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing te verklaren.

Artikel 8. Reikwijdte garantie [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank kan een beroep doen op de garantie indien hij op een gegarandeerde lening verlies lijdt:

  • a. bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de lening;

  • b. door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lening door de bank;

  • c. door het onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen;

  • d. als gevolg van een faillietverklaring, een surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de lening is verstrekt;

  • e. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, bij een in kracht van gewijsde gegane homologatie van een akkoord na de faillietverklaring, na de verlening van surséance van betaling of na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de lening is verstrekt;

  • f. indien de MKB-ondernemer een rechtspersoon is, bij ontbinding van de rechtspersoon.

2. De minister kan het beroep afwijzen of een korting toepassen op het gevraagde bedrag indien in de voorafgaande periode van twaalf maanden meer middelen aan de MKB-onderneming zijn onttrokken ten behoeve van derden dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering, dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking is aangegaan, mits de bank hieraan op enigerlei wijze medewerking heeft verleend.

3. Bij verlies ingevolge vervreemding van een lening geldt de garantie alleen indien de vervreemding:

  • a. niet eerder dan twee jaar na de verstrekking ervan heeft plaatsgevonden, tenzij de Staat desgevraagd met vervreemding binnen deze termijn heeft ingestemd;

  • b. gebeurt tegen een prijs die past in het voeren van een actief en winstgericht beleid;

  • c. voor zover de bank daarbij de lening geheel of voor een deel overdraagt aan één van zijn aandeelhouders, hoofdelijk aansprakelijke vennoten, bestuurders, beheerders of andere betrokkenen, gebeurt tegen een prijs die is gebaseerd op een taxatie van twee onafhankelijke deskundigen, dan wel gepaard gaat met vervreemding van ten minste een derde deel van de lening aan onafhankelijke derden.

4. Bij verlies ingevolge gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een lening geldt de garantie alleen indien de kwijtschelding noodzakelijk is voor de continuïteit van de onderneming waarvoor de lening is verstrekt en indien rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

5. Als onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt aangemerkt de situatie waarin

  • a. de MKB-ondernemer niet in staat is te voldoen aan zijn betalingsverplichtingen;

  • b. aannemelijk is dat de MKB-ondernemer in de eerstvolgende jaren niet in staat zal zijn te voldoen aan zijn betalingsverplichtingen; en

  • c. aannemelijk is dat rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller, onder meer door een evenwichtige aanwending van de beschikbare middelen van de MKB-ondernemer voor de aflossing van bestaande leningen, met inachtneming van de achterstelling van de gegarandeerde lening.

6. Verlies als gevolg van faillietverklaring, een verlening van surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, wordt aanwezig geacht

  • a. voor zover aannemelijk is dat de bank bij het einde van het faillissement, van de surséance onderscheidenlijk van de toepassing van de schuldsaneringsregeling een verlies als bedoeld in het achtste lid zal leiden;

  • b. mits aannemelijk is dat rekening is gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

7. De minister kan het beroep afwijzen of een korting toepassen op het gevraagde bedrag indien de bank tekort is geschoten bij de naleving van verplichtingen op grond van deze overeenkomst of indien de bank niet kan aantonen die maatregelen te hebben genomen die een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder zou hebben genomen in het kader van een actief en winstgericht beleid.

8. Het verlies wordt berekend op basis van de waarde van de lening of, indien het verlies slechts op een deel van de lening is geleden, het hiermee overeenkomende deel van die waarde, in een voorkomend geval verminderd met:

  • a. in geval van vervreemding: de prijs waarvoor die vervreemding heeft plaatsgevonden;

  • b. in geval van ontbinding: de liquidatie-uitkering; of

  • c. in geval van homologatie van een akkoord als bedoeld in het eerste lid, onder e, de in het kader van het akkoord voor de lening verrichte uitkering.

9. Indien de bank meermalen gegarandeerde leningen aan een MKB-ondernemer heeft verstrekt en slechts op een deel daarvan verlies lijdt, wordt het verlies geacht te zijn geleden op de lening dat de kapitaalverschaffer het eerst heeft verstrekt.

10. Indien de bank aan een MKB-ondernemer leningen heeft verstrekt die slechts ten dele onder de garantstelling zijn gebracht en slechts op een deel daarvan verlies lijdt, wordt het verlies, onverminderd het zesde lid, naar rato toegerekend aan de leningen die onder de garantstelling zijn gebracht.

Artikel 9. Inroepen van garantie en toetsing [Vervallen per 01-01-2009]

1. De bank verzoekt de Staat binnen zes maanden nadat zich de in artikel 8, eerste lid, bedoelde situatie heeft voorgedaan om betaling op grond van de garantie met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig een model dat als bijlage bij deze overeenkomst is gevoegd, onder bijvoeging van een kopie van de vervreemdingsovereenkomst, de inschrijving in het register van de ontbinding van de rechtspersoon of van de in artikel 8, eerste lid, onder c, bedoelde akkoorden en van andere bescheiden als genoemd in het model.

2. Indien naar het oordeel van de Staat sprake is van een verlies als bedoeld in artikel 8, maakt de bank aanspraak op betaling van 50% van het geleden verlies, tenzij de bank in gebreke is gebleven bij de naleving van deze overeenkomst.. De Staat bericht hierover de bank binnen dertien weken na ontvangst van het betalingsverzoek onder vermelding van het te betalen bedrag.

Artikel 10. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Alle betalingen in verband met deze overeenkomst door de bank geschieden door overmaking van de betreffende bedragen naar rekeningnummer PM PMxxxxx bij de ---bank, ten name van SenterNovem, onder vermelding van het PM PM---nummer

Artikel 11. Terugvordering en navordering [Vervallen per 01-01-2009]

1. Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra blijkt dat de bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat de Staat op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft.

2. Indien vanwege een verlies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c of d, een uitkering op grond van de garantie heeft plaatsgevonden, is de bank verplicht 50% van de aflossingen die na de uitkering worden verricht, uit te betalen aan de Staat.

Artikel 12. Opzegging [Vervallen per 01-01-2009]

1. De Staat is gerechtigd deze overeenkomst schriftelijk op te zeggen indien

  • a. de bank tekort schiet bij de nakoming van één van zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst;

  • b. ten aanzien van de bank een verzoek bij de rechtbank is ingediend tot verlening van surseance van betaling, een verzoek tot faillietverklaring of een verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of een buitengerechtelijk akkoord aan crediteuren wordt aangeboden;

  • c. de bank, in geval deze rechtspersoonlijkheid heeft, is ontbonden;

  • d. de Regeling groeifaciliteit niet langer verenigbaar is met de regels van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van staatssteun.

2. Een opzegging op grond van het eerste lid, onder a, geschiedt uitsluitend nadat de Staat de bank op de hoogte heeft gesteld van het voornemen tot opzegging en nadat deze in de gelegenheid is gesteld om een tekortschieten dat hersteld kan worden te herstellen binnen een redelijke termijn.

3. Een opzegging in verband met de in het eerste lid, onder d, bedoelde omstandigheid heeft geen gevolgen voor de verplichtingen ten aanzien van verstrekkingen van risicokapitaal die voor het tijdstip van de opzegging onder de garantstelling zijn gebracht.

Artikel 13. Geschillen [Vervallen per 01-01-2009]

1. Ieder geschil ten aanzien van deze overeenkomst zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement Den Haag.

2. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

Artikel 14. Adressering schriftelijke stukken [Vervallen per 01-01-2009]

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 1 gemelde partij worden gericht aan

Ministerie van Economische Zaken,

SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze overeenkomst bestemd voor de onder 2 gemelde partij worden gericht aan

.....

Artikel 15. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

........., ten deze vertegenwoordigd door

  • 1. ...

  • 2. ...

Deze overeenkomst is getekend op ..... te Den Haag

Toelichting bij de in bijlage A opgenomen model garantstellingsovereenkomsten [Vervallen per 01-01-2009]

Een aantal bepalingen van deze modellen komt letterlijk of materieel overeen met bepalingen in de Regeling groeifaciliteit. In deze toelichting op het model worden deze bepalingen niet opnieuw aan de orde gesteld.

Omdat het model voor de garantstellingsovereenkomst ten aanzien van door banken verstrekte achtergestelde leningen, bij de regeling gevoegd als bijlage A2, materieel niet verschilt van het model voor de algemene garantstellingsovereenkomst, wordt volstaan met een toelichting van het laatstgenoemde model.

Artikel 3 (Randvoorwaarden risicokapitaal) [Vervallen per 01-01-2009]

Dit artikel bevat de voorwaarden waaraan concrete verstrekkingen van risicokapitaal moeten voldoen om deze onder de garantstelling te kunnen brengen. Sommige van deze voorwaarden hebben betrekking op de kapitaalverstrekking zelf, andere betreffen de MKB-onderneming waaraan het risicokapitaal wordt verstrekt. De kapitaalverschaffer is gehouden na te gaan of de MKB-onderneming aan deze voorwaarden voldoet. De informatie waarover de kapitaalverschaffer bijgevolg beschikt of redelijkerwijs zou moeten beschikken is maatgevend voor de beoordeling op grond van artikel 4 of aan de voorwaarden is voldaan.

Het in onderdeel a opgenomen vereiste inzake continuïteit en rentabiliteit van de MKB-onderneming, dat reeds in de toelichting bij artikel 3 van de regeling is behandeld, wordt toegepast bij de beoordeling van de aanmelding overeenkomstig artikel 4 van de overeenkomst. De MKB-onderneming dient derhalve op dat moment aan deze voorwaarde te voldoen. De onderneming dient op zichzelf economisch gezond te zijn, maar ook is van belang dat niet een financiering plaatsvindt die de rentabiliteit en continuïteit van het bedrijf in gevaar brengt.

Onderdeel b betreft situaties waarin de ondernemer zonder dat dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering middelen aan de onderneming heeft onttrokken. Door deze gevallen uit te sluiten wordt voorkomen dat het garantstellingsbudget van de regeling wordt benut voor financieringen die in zekere zin onnodig zijn.

In onderdeel e is bepaald dat de verstrekking van risicokapitaal niet anders dan met geld kan plaatsvinden. Bij financiering door de overdracht van bijvoorbeeld goederen of vorderingen kan gemakkelijk een intransparante situatie ontstaan.

In onderdeel f is een inhoudelijke voorwaarde gesteld ten aanzien van de kapitaalverstrekking om te voorkomen dat op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de regeling. Daarvan kan in het bijzonder sprake zijn indien een financiering onder de garantstelling wordt gebracht om het risico van een andere financiering af te dekken. Indien de aankoop van aandelen tegen een abnormaal hoge prijs onder de garantstelling wordt gebracht terwijl daarnaast, ter compensatie, een lening tegen een zeer hoge rente wordt verstrekt, zou de kapitaalverschaffer na enkele jaren de aandelen tegen een veel lagere prijs kunnen verkopen en voor het geleden verlies een beroep op de garantie kunnen doen. Om dit te voorkomen wordt voor toepassing van de garantstelling vereist dat de kapitaalverstrekking als zodanig bijdraagt aan het realiseren van een actief en winstgericht beleid of, anders gezegd, commercieel interessant is.

Onderdeel g beoogt zeker te stellen dat zonodig zijdens de minister boekenonderzoek bij de MKB-onderneming kan plaatsvinden. Onder omstandigheden kan twijfel bestaan of de feitelijke situatie van de MKB-onderneming overeen komt met het beeld zoals dat naar voren komt uit de door de kapitaalverschaffer verstrekte informatie. Het is wenselijk dat alsdan de bevoegdheid bestaat toezicht uit te oefenen zoals dat gebruikelijk is in het kader van publiekrechtelijke subsidieverhoudingen. De essentie van de bepalingen van afdeling 5.2 van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht is om die reden overgenomen in onderdeel g.

Artikel 4 (Aanmelding en toetsing) [Vervallen per 01-01-2009]

Indien een kapitaalverschaffer een garantstellingsovereenkomst met de Staat heeft gesloten en beschikt over een reserveringsquotum kan hij financieringen aangaan met gebruikmaking van de garantstelling. Om de kapitaalverschaffer zekerheid te kunnen bieden dat de financiering voldoet aan de in de regeling en overeenkomst gestelde voorwaarden wordt de voorgenomen financiering aangemeld bij de Staat, dat wil zeggen agentschap SenterNovem van het Ministerie van Economische Zaken. SenterNovem constateert of de financiering aan de voorwaarden voldoet en informeert vervolgens de kapitaalverschaffer dat de financiering onder de garantstelling wordt gebracht of dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

Omdat de melding plaats vindt op basis van een ontwerp-financieringsovereenkomst, staat niet op voorhand vast dat de financiering ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat een MKB-onderneming verschillende kapitaalverschaffers om een offerte heeft gevraagd. Alsdan zou het mogelijk zijn dat verscheidene garanties voor één en dezelfde financiering worden verleend of dat garanties voor een MKB-ondernemer worden afgegeven tot boven het maximale financieringsbedrag van € 5.000.000,–. Om die reden is in het derde lid bepaald dat de garantie eerst geldig wordt nadat de definitieve financieringsovereenkomst is overgelegd en nadat is geconstateerd dat nog steeds wordt voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden.

Artikel 5 (Verplichtingen beheer) [Vervallen per 01-01-2009]

Dit artikel bevat enkele algemene verplichtingen ten aanzien van de kapitaalverschaffer evenals bepalingen over wijzigingen van het aflossingsschema van een achtergestelde lening.

In het eerste lid is een algemene zorgplicht vastgelegd om een actief en winstgericht financieringsbeleid te voeren, rekening houdend met het belang van de garantsteller. Dit impliceert onder meer dat de kapitaalverschaffer op de hoogte moet zijn van belangrijke ontwikkelingen bij de MKB-onderneming waarin is geïnvesteerd, opdat de kapitaalverschaffer en de Staat als garantsteller niet onnodig voor onaangename verrassingen worden gesteld. Het financieringsbeleid heeft betrekking op alle werkzaamheden die een goed huisvader betaamt, ongeacht of het de verstrekking, het beheren in enge zin of de vervreemding van het risicokapitaal betreft.

Het tweede, derde en vierde lid weerspiegelen de eisen die in artikel 10 van de regeling zijn gesteld op het vlak van deskundigheid, betrouwbaarheid en integriteit. Kapitaalverschaffers dienen aan de eisen die voor het sluiten van de garantstellingsovereenkomst worden gesteld, te blijven voldoen. Integriteit betreft onder meer het voorkomen van verstrengeling van tegengestelde belangen. Een voorbeeld van belangenverstrengeling en de mogelijke gevolgen daarvan is de situatie waarin een aandeelhouder van een participatiemaatschappij die tevens aandeelhouder is van een andere participatiemaatschappij, aandelen van de ene naar de andere maatschappij overdraagt tegen kunstmatige prijzen, waardoor de maatschappij benadeeld wordt.

Het vijfde lid betreft specifiek het risico van belangenverstrengeling in geval bij de kapitaalverschaffer betrokkenen investeringen doen door het verstrekken van krediet of risicokapitaal aan de MKB-onderneming die met garantie is gefinancierd. Bij een dergelijke samenloop kan belangenverstrengeling aan de orde zijn, reden om te vergen dat die parallelle financieringen passen in een redelijk financieringsbeleid.

Ingevolge het zesde lid vergt een wijziging van het aflossingsschema die lagere aflossingen of een temporisering behelst, in beginsel de toestemming van de Staat. Op deze wijze kan worden getoetst of de beoogde aanpassing niet strijdig is met het belang van de onderneming of met het (financiële) belang van de Staat. Het toestemmingsvereiste geldt niet voor zover de wijziging voortvloeit uit de eerste opschorting van aflossingen gedurende ten hoogste een jaar. Voor dergelijke wijzigingen met relatief beperkte gevolgen volstaat dat de Staat hierover wordt geïnformeerd overeenkomstig artikel 7, tweede lid.

Het zevende lid bevat de concrete criteria voor het verlenen van toestemming. Duidelijk moet zijn dat de opschorting noodzakelijk is vanwege liquiditeitsproblemen van de MKB-ondernemer (onderdeel a). Verder moeten voor de oplossing daarvan maatregelen worden genomen, waarbij ook het belang van de onderneming op de langere termijn moet worden betrokken (onderdeel b). Het criterium van onderdeel c tenslotte betreft het belang van de Staat als garantsteller en beoogt in het bijzonder te voorkomen dat de aflossing van een gegarandeerde lening wordt opgeschort terwijl op andere leningen wel afgelost wordt. Op die wijze zou de financier zijn risico’s op de Staat kunnen afwentelen. Bij de noodzaak van evenwichtige aanwending van beschikbare middelen dient rekening te worden gehouden met de aard van de desbetreffende leningen. In het bijzonder kan een achterstellingsclausule reden zijn voor een niet evenredige aanwending van middelen voor aflossingen.

Artikel 6 (Financiële verplichtingen) [Vervallen per 01-01-2009]

Onder omstandigheden kan de zesjaarstermijn averechts uitwerken, bijvoorbeeld indien de MKB-onderneming in financieel zwaar weer is geraakt. Handhaving van de premieplicht zou dan de kapitaalverschaffer ertoe kunnen brengen faillissement van de onderneming aan te vragen. Alsdan kan de premie op grond van het vijfde lid worden kwijtgescholden. Hiertoe dient de kapitaalverstrekker een beargumenteerd en gedocumenteerd verzoek te doen aan de Staat.

Artikel 7 (Administratieve en informatieverstrekkingsverplichtingen) [Vervallen per 01-01-2009]

In dit artikel zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de administratie en de informatieverstrekking van de kapitaalverschaffer aan het ministerie. Onder omstandigheden kan het ministerie nader inzicht willen hebben in de samenhang tussen de gegarandeerde en de andere financieringen die door de kapitaalverschaffer aan een MKB-onderneming zijn verstrekt en in de gang van zaken bij de gefinancierde MKB-ondernemingen. Het vierde lid verplicht de kapitaalverschaffer alsdan de desbetreffende informatie te verschaffen.

Artikel 8 (Reikwijdte garantie) [Vervallen per 01-01-2009]

Dit artikel bevat regels omtrent het inroepen van de garantie. In het eerste lid is bepaald op welke situaties de garantie betrekking heeft, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de regeling.

Het tweede tot en met het zesde lid bevatten nadere voorwaarden voor het inroepen van de garantstelling om te voorkomen dat de garantie wordt gebruikt om onnodige verliezen af te wentelen. Het tweede lid betreft de situatie dat middelen aan de onderneming zijn onttrokken zonder dat dit een bedrijfsmatige reden heeft. Het kan bijvoorbeeld gaan om uitzonderlijk hoge management- of commissariskosten. Niet altijd is de kapitaalverschaffer op de hoogte van dergelijke kapitaalonttrekkingen of is de kapitaalverschaffer in staat deze te voorkomen. Om die reden is in de voorwaarde vermeld dat de kapitaalverschaffer op enigerlei wijze aan de onttrekking moet hebben meegewerkt. Het is in een voorkomend geval aan de kapitaalverschaffer om aan te tonen dat hij niet op de hoogte was en redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van de onttrekking, dan wel dat heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om de onttrekking te voorkomen.

Voor het geval van verliesgevende verkoop van aandelenkapitaal gelden extra voorwaarden om te voorkomen dat hierbij de belangen van de Staat tekort wordt gedaan. Een vervreemding binnen twee jaar is niet gebruikelijk en bergt het risico in zich dat de participatie ten koste van de MKB-onderneming wordt vervreemd. Verder moet ook voorkomen worden dat bij de vervreemding sprake is van een oneigenlijke belangenvermenging van de kapitaalverschaffer, beheerder en aandeelhouders of vennoten. In verband hiermee is in het tweede lid bepaald dat de vervreemding moet plaatsvinden tegen een prijs die past in het voeren van een actief en winstgericht beleid. Indien vervreemding plaats vindt aan betrokkenen bij de kapitaalverschaffer, kan de kans op belangenverstrengeling op voorhand aanwezig worden geacht. In dat geval worden aanvullende eisen gesteld om te voorkomen dat de prijsstelling op oneigenlijke wijze plaats vindt.

In het vierde lid worden nadere voorwaarden gesteld aan verliesdeclaraties vanwege kwijtschelding van achtergestelde leningen. Een kapitaalverschaffer kan verlies lijden op risicokapitaal als de desbetreffende onderneming financieel in de problemen komt. Als een onderneming failliet dreigt te gaan, kan de kapitaalverschaffer proberen dat te voorkomen door aanpassing van de financieringsvoorwaarden, bijvoorbeeld door een gedeeltelijke of gehele kwijtschelding van een achtergestelde lening. Op die wijze kan de overlevingskans van de onderneming worden vergroot, hetgeen ook in het belang is van de kapitaalverschaffer. Tegelijkertijd lijdt deze een verlies als gevolg van de kwijtschelding. Om die reden omvat de garantie van de Groeifaciliteit ook deze vorm van verlies. Voorwaarde is dat de kwijtschelding noodzakelijk moet zijn – het moet gaan om een onontkoombaar verlies. Verder is van belang dat met het belang van de Staat rekening is gehouden en wordt gehouden, onder meer door een evenwichtige aanwending van eventuele baten. De liquiditeitsproblemen dienen niet eenzijdig op de gegarandeerde achtergestelde lening worden afgewenteld, ten voordele van andere financieringen aan de MKB-ondernemer. Dit betekent onder meer dat indien een kapitaalverschaffer twee achtergestelde leningen aan een MKB-ondernemer heeft verstrekt waarvan één onder de garantstelling is gebracht, de aflossingen naar rato aan beide leningen ten goede dienen te komen. Bij een combinatie van een gegarandeerde achtergestelde lening en een andere, niet achtergestelde lening kan ook een beperkter aflossing op de achtergestelde lening aanvaardbaar zijn.

Een enigszins vergelijkbare situatie doet zich voor indien de MKB-ondernemer niet in staat is aflossingen te doen – terwijl er geen reden is over te gaan tot kwijtschelding van de lening.

Dan lijdt de financier de facto een verlies. Van belang is of de aflossingen binnen een afzienbare termijn kunnen worden hervat of dat de financiële problemen van de onderneming een structureel karakter dragen. Om die reden is het niet afgeloste deel van de lening eerst declarabel onder de garantie indien gebleken is dat de ondernemer feitelijk niet aan zijn aflossingsverplichtingen kan voldoen – ongeacht of aflossingen zijn opgeschort in overeenstemming met de financier – en indien naar verwachting ook in de nabije toekomst geen aflossingen zullen worden gedaan. Voorts geldt hier de hiervoor reeds besproken voorwaarde dat rekening is gehouden en wordt gehouden met het belang van de Staat als garantsteller.

In het zesde lid worden nadere voorwaarden geformuleerd voor verliesdeclaraties bij faillissement, surséance van betaling of toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ten eerste is van belang dat aannemelijk kan worden gemaakt dat ter zijner tijd daadwerkelijk een verlies zal worden geleden. Ten tweede geldt ook hier de voorwaarde dat rekening is gehouden met het belang van de Staat als garantsteller. Anders dan in de hiervoor besproken situaties geldt deze voorwaarde niet voor de toekomst omdat het faillissementsrecht daarvoor een eigen kader biedt. Dat kent de nodige waarborgen voor een evenwichtige afwikkeling van financieringsrelaties.

Op grond van het zevende lid hoeft uitbetaling op een verlies niet of niet geheel plaats te vinden indien de kapitaalverschaffer niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Bij de toepassing van deze bepaling wordt rekening gehouden met de aard van het verzuim. Een (gedeeltelijke) uitbetaling ligt bijvoorbeeld niet in de rede als de kapitaalverschaffer stelselmatig in gebreke is gebleven bij de betaling van de provisie. Het inroepen van deze clausule, althans een volledige strafkorting, ligt veel minder voor de hand indien het verzuim zich beperkt tot bijvoorbeeld het niet tijdig voldoen aan de in artikel 7, tweede en derde lid, bedoelde informatieverplichtingen. De in artikel 5, eerste tot en met vijfde lid, opgenomen verplichtingen hebben kort gezegd betrekking op een gezonde bedrijfvoering. Eerst bij wezenlijke misstanden zal er reden zijn niet tot een (volledige) uitbetaling over te gaan omdat alsdan niet valt uit te sluiten dat het verlies geheel of gedeeltelijk is veroorzaakt door de gebrekkige bedrijfsvoering. Een gezonde bedrijfsvoering veronderstelt dat ten aanzien van verstrekt risicokapitaal de noodzakelijke beheersmaatregelen worden getroffen. Om die reden is tevens bepaald dat de kapitaalverschaffer dit zonodig moet kunnen aantonen. Krachtens artikel 5 van de overeenkomst is de kapitaalverschaffer onder meer verplicht het risicokapitaal actief en winstgericht te beheren en zorg te dragen voor de deskundigheid van de betrokkenen. Bijgevolg geldt als maatstaf dat die maatregelen zijn getroffen die een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder in het kader van een actief en winstgericht beleid zou hebben getroffen.

Ingevolge het achtste lid bedraagt het voor de garantie relevante verlies het verschil tussen de feitelijke waarde en de restwaarde die uiteindelijk is verkregen. Daarnaast gelden de dividendinkomsten als aftrekpost voor aandelenkapitaal. Op deze wijze wordt voorkomen dat de kapitaalverschaffer inkomsten genereert die impliciet later voor 50% ten koste van de garantsteller komen.

In geval van verscheidene financieringen kan onduidelijkheid bestaan over de omvang van het verlies. Indien bijvoorbeeld meermalen met garantie aandelenkapitaal is verschaft waarop gedeeltelijk verlies wordt geleden, is op grond van het negende lid de waarde van het eerst verkregen aandelenkapitaal bepalend voor de berekening van het verlies. Het tiende lid betreft de situatie waarin niet alle verstrekkingen van risicokapitaal onder de garantstelling zijn gebracht. Indien bijvoorbeeld 60% van de financieringen gegarandeerd was, zal bij verlies op een deel van het risicokapitaal voor slechts 60% van dat verlies een beroep op de garantie kunnen worden gedaan.

Artikel 9 (Inroepen van garantie) [Vervallen per 01-01-2009]

Dit artikel betreft de procedure voor het inroepen van de garantie.

Artikel 11 (Terugvordering en navordering) [Vervallen per 01-01-2009]

Bij afschrijving van een achtergestelde lening is niet sprake van een definitief verlies. Het is mogelijk dat naderhand alsnog een aflossing op de lening plaatsvindt. Het tweede lid van artikel 12 verplicht de kapitaalverschaffer in deze gevallen alsdan de helft van deze aflossingen aan de Staat te betalen. Bij faillissement e.d. is nog niet sprake van een daadwerkelijk verlies, althans het verlies staat nog niet definitief vast. Indien de kapitaalverschaffer ontvangsten heeft uit het akkoord of uit de liquidatie-uitkering, dienen deze eveneens voor 50% te worden doorbetaald aan de Staat.

Artikel 12 (Geschillen) [Vervallen per 01-01-2009]

Zonodig kan de overeenkomst door de Staat worden opgezegd op de in het eerste lid genoemde gronden. Op grond van onderdeel a kan opzegging plaatsvinden indien de kapitaalverschaffer zijn verplichtingen niet nakomt. Daarnaast is opzegging door de Staat mogelijk indien de status van de kapitaalverschaffer is gewijzigd, hetzij indien faillissement of een vergelijkbare voorziening is aangevraagd, hetzij bij ontbinding van de rechtspersoon van de kapitaalverschaffer. Tenslotte kan de Staat de overeenkomst opzeggen indien deze als gevolg van Europeesrechtelijke ontwikkelingen niet langer in overeenstemming zou zijn met de regels van de Europese Gemeenschap ten aanzien van staatsteun.

Voor zover deze opzeggingsgronden verband houden of verband kunnen houden met een tekortkoming die hersteld kan worden, dient op grond van het tweede lid de Staat daarvoor de gelegenheid te bieden.

Het ligt in de rede dat de partijen bij opzegging van de overeenkomst in onderhandeling treden en in een vaststellingsovereenkomst regelen hoe de garantstellingsovereenkomst dient te worden afgewikkeld. Afhankelijk van de omstandigheden kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat lopende garantieverplichtingen niet worden aangetast door een opzegging van de overeenkomst, onder gelijktijdige afkoop van de nog niet betaalde premies. Indien de overeenkomst wordt opgezegd in verband met Europeesrechtelijke verplichtingen, is het in elk geval wenselijk de lopende garanties te ontzien. Daarom is in het derde lid bepaald dat alsdan de verplichtingen ingevolge bestaande garanties onverlet blijven.

Bijlage B1 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.]

Bijlage B2 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.]